Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
6 SEPTEMBER 1998. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 mei 1994 over de inhouding en de vergoeding van de roerende voorheffing overeenkomstig hoofdstuk I van de wet van 6 augustus 1993 betreffende de transacties met bepaalde effecten.
Titre
6 SEPTEMBRE 1998. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 26 mai 1994 relatif à la perception et à la bonification du précompte mobilier conformément au chapitre Ier de la loi du 6 août 1993 relative aux opérations sur certaines valeurs mobilières.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. In artikel 4, eerste lid, 10° van het koninklijk besluit van 26 mei 1994 over de inhouding en de vergoeding van de roerende voorheffing overeenkomstig hoofdstuk I van de wet van 6 augustus 1993 betreffende de transacties met bepaalde effecten, ingevoegd door het koninklijk besluit van 15 december 1995 en gewijzigd door het koninklijk besluit van 11 december 1996, worden de woorden "van de overheidsschuld van de Staat en de inkomsten van de effecten van de schuld van de Gemeenschappen en Gewesten" en "en de openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn" geschrapt.
Article 1. Dans l'article 4, alinéa 1er, 10° de l'arrêté royal du 26 mai 1994 relatif à la perception et à la bonification du précompte mobilier conformément au chapitre Ier de la loi du 6 août 1993 relative au opérations sur certaines valeurs mobilières, inséré par l'arrêté royal du 15 décembre 1995 et modifié par l'arrêté royal du 11 décembre 1996, les mots "de la dette publique de l'Etat et les revenus des titres de la dette des Communautés et Régions" ainsi que les mots "et les Centres publics d'aide sociale" sont supprimés.
Art.2. Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 8. Met uitzondering van de effecten, toegelaten in een stelsel vóór 1 januari 1999, moet de berekeningswijze van de inkomsten bij de toekenning of de betaalbaarstelling ervan, dezelfde zijn als deze voor de gelopen inkomsten.
  Het bedrag van de op de valutadag van een effectentransactie gelopen inkomsten waarop de roerende voorheffing is verschuldigd of waarop de vergoeding, gelijk aan de roerende voorheffing wordt betaald, wordt berekend overeenkomstig de op één van de hierna volgende berekeningsmethoden, van kracht zijnde op de valutadag :
  1° inzake obligaties die aan een effectenbeurs of op een andere gereglementeerde markt worden genoteerd "interest te vergoeden" : overeenkomstig de regels van toepassing op die markt, zelfs indien de transacties werden afgesloten buiten de beurs of buiten de gereglementeerde markt;
  2° inzake obligaties die aan een effectenbeurs of op een andere gereglementeerde markt worden genoteerd "interest inbegrepen" : overeenkomstig de beursregels toepasselijk voor de lineaire obligaties;
  3° inzake nog niet aan een beurs genoteerde lineaire obligaties : overeenkomstig de regels van het uitgiftebesluit voor het berekenen van de door de inschrijver verschuldigde opgelopen interesten;
  4° inzake schatkistcertificaten met een looptijd van maximum één jaar : overeenkomstig de volgende formule :
  (Formule niet opgenomen om technische redenen, zie B. St. 27.10.1998, p. 35313).
  waarin :
  r staat voor de op de valutadag van de transactie gelopen inkomsten;
  Y gelijk is aan het op de effectenrekening geboekte nominaal bedrag van de verhandelde bewijzen;
  i overeenstemt met de gewogen gemiddelde jaarlijkse rentevoet in percent van de eerste toewijzing van de betrokken schatkistcertificaten; de emittenten delen dit rendement mee aan de beheerders en aan de beleggers;
  n1 staat voor het aantal kalenderdagen tussen de valutadag van de eerste toewijzing (inbegrepen) en de vervaldag (niet inbegrepen) van de betrokken schatkistcertificaten;
  n2 staat voor het aantal kalenderdagen tussen de valutadag van de eerste toewijzing (inbegrepen) en de valutadag van de transactie (niet inbegrepen).
  n3 staat voor het aantal dagen die een jaar uitmaken, overeenkomstig de gebruiken van de betrokken munt;
  5° inzake thesauriebewijzen en depositobewijzen met een looptijd van maximum één jaar en die op discontobasis worden uitgegeven : overeenkomstig de volgende formule :
  (Formule niet opgenomen om technische redenen, zie B. St. 27.10.1998, p. 35314).
  waarin :
  r staat voor de op de valutadag van de transactie gelopen inkomsten;
  Y gelijk is aan het op de effectenrekening geboekte nominaal bedrag van de verhandelde bewijzen;
  i overeenstemt met het gewogen gemiddeld jaarlijks rendement in percent van de effecten op de eerste dag van de uitgifte van de betrokken bewijzen; de emittenten delen dit rendement mede aan de beheerders en aan de beleggers;
  n1 staat voor het aantal kalenderdagen tussen de valutadag van de eerste toewijzing (inbegrepen) en de vervaldag (niet inbegrepen) van de betrokken bewijzen;
  n2 staat voor het aantal kalenderdagen tussen de valutadag van de eerste toewijzing (inbegrepen) en de valutadag van de transactie (niet inbegrepen).
  n3 staat voor het aantal dagen die een jaar uitmaken, overeenkomstig de gebruiken van de betrokken munt;
  6° inzake thesauriebewijzen en depositobewijzen met periodieke interestbetalingen :
  (a) met een looptijd van maximum één jaar of met een vlottende rentevoet :
  - vanaf de inbegrepen aanvangsdatum, van de lopende renteperiode tot de niet inbegrepen valutadag van de transactie;
  - op basis van het aantal verlopen kalenderdagen en van een jaar waarvan het aantal dagen overeenstemt met de gebruiken van de betrokken munt;
  (b) met een looptijd van meer dan één jaar met vaste rentevoet : overeenkomstig de beursregels toepasselijk voor de lineaire obligaties.
  7° inzake obligaties en enigerlei andere schuldbewijzen die niet zijn genoteerd aan een effectenbeurs of op een andere gereglementeerde markt en niet bedoeld worden in bovenvermelde paragrafen; overeenkomstig de berekeningsregels omschreven in één van de bovenvermelde paragrafen, die het meest nauwkeurig het lineair rendement weergeeft.
  Voor de toepassing van lid 1 wordt de uitgifte van effecten in tranches die worden gelijkgesteld aangezien als één effectentransactie.
  Onder "gereglementeerde markt" voor de toepassing van lid 1 wordt verstaan de markt zoals gedefinieerd in artikel 1, punt 13 van de richtlijn 93/22/EEG van de Raad van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten.
  Op de vervaldag van de in lid 1, 4° en 5° bedoelde effecten en deze waarvan de verlopen inkomsten berekend worden overeenkomstig deze formule, worden de inkomsten berekend overeenkomstig de aldaar vermelde formule, waarbij de valutadag van de transactie de vervaldag van het effect is en n2 vervangen wordt door n1.
  De terugbetalingspremie van de in lid 1, 1° tot en met 3°, 6° en 7° bedoelde effecten wordt als een inkomen beschouwd in de zin van dit besluit.".
Art.2. L'article 8 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 8. A l'exception des valeurs admises dans un système avant le premier janvier 1999, la méthode de calcul des revenus lors de leur attribution ou de leur mise en paiement doit être identique à celle des revenus courus.
  Le montant des revenus courus à la date de valeur d'une transaction sur valeurs mobilières, sur lequel est dû le précompte mobilier ou sur lequel est payée la bonification égale au précompte mobilier, est calculé conformément à une des méthodes de calcul suivantes, en vigueur à la date de valeur :
  1° en matière d'obligations cotées "intérêts à bonifier" à une bourse de valeurs mobilières ou à un autre marché réglementé : conformément aux règles d'application sur ce marché, même si les transactions ont été exécutées en dehors de la bourse ou du marché réglementé;
  2° en matière d'obligations cotées "intérêts compris" à une bourse de valeurs mobilières ou à un autre marché réglementé : conformément aux règles boursières applicables aux obligations linéaires;
  3° en matière d'obligations linéaires non encore cotées en bourse: conformément aux règles de l'arrêté d'émission concernant le calcul des intérêts courus dus par le souscripteur;
  4° en matière de certificats de trésorerie d'une durée d'un an maximum: conformément à la formule suivante :
  (Formule non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. 27-10-1998, p. 35313).
  dans laquelle :
  r représente les revenus courus à la date de valeur de la transaction;
  Y est égal au montant nominal des certificats de trésorerie négociés, inscrit sur le compte titres;
  i correspond au taux d'intérêt annuel moyen pondéré en pourcent de la première adjudication des certificats concernés; les émetteurs communiquent ce rendement aux gestionnaires et aux investisseurs;
  n1 représente le nombre de jours calendrier entre la date de valeur de la première adjudication (comprise) et la date d'échéance (non comprise) des certificats de trésorerie en question;
  n2 représente le nombre de jours calendrier entre la date de valeur de la première adjudication (comprise) et la date de valeur de la transaction (non comprise).
  n3 représente le nombre de jours constitutifs d'une année, selon les usages de la monnaie concernée;
  5° en matière de billets de trésorerie et de certificats de dépôt d'une durée d'un an maximum et émis sur base d'escompte: conformément à la formule suivante :
  (Formule non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. 27-10-1998, p. 35314).
  dans laquelle :
  r représente les revenus courus à la date de valeur de la transaction;
  Y est égal au montant dû par l'émetteur à la date d'échéance des billets ou certificats;
  i correspond au rendement annuel moyen pondéré en pourcent des titres le premier jour d'émission des billets ou certificats concernés; les émetteurs communiquent ce rendement aux gestionnaires et aux investisseurs;
  n1 représente le nombre de jours calendrier entre la date de valeur de la première émission (comprise) et le jour d'échéance (non compris) des billets ou certificats concernés;
  n2 représente le nombre de jours calendrier entre la date de valeur de la première émission (comprise) et la date de valeur de la transaction (non comprise).
  n3 représente le nombre de jours constitutifs d'une année, selon les usages de la monnaie concernée;
  6° en matière de billets de trésorerie et de certificats de dépôt avec paiements périodiques d'intérêt :
  (a) avec une durée d'un an maximum ou un taux d'intérêt flottant :
  - du premier jour, y compris, de la période d'intérêt en cours jusqu'à la date, non comprise, de valeur de la transaction;
  - sur base du nombre de jours calendrier courus et d'une année dont le nombre de jours est conforme aux usages de la monnaie concernée;
  (b) avec une durée de plus d'un an à taux fixe : conformément aux règles boursières applicables aux obligations linéaires.
  7° en matière d'obligations et de tous autres titres d'emprunt non cotés à une bourse de valeurs mobilières ou à un autre marché réglementé et non visés aux paragraphes ci-dessus; conformément aux règles de calcul définies dans celui des paragraphes ci-dessus, qui reflète de façon la plus exacte le rendement linéaire du titre visé.
  Pour l'application de l'alinéa 1er, l'émission de titres par tranches qui sont assimilées est considérée comme une transaction sur valeurs mobilières.
  Pour l'application de l'alinéa 1er, on entend par "marché réglementé", le marché tel que défini par l'article 1er, point 13 de la directive 93/22/CEE du Conseil du 10 mai 1993 concernant les services d'investissement dans le domaine des valeurs mobilières.
  A la date d'échéance des titres visés à l'alinéa 1, 4° et 5°, et ceux dont les revenus courus sont calculés selon cette formule, les revenus sont calculés conformément à la formule y indiquée, où la date de valeur de la transaction est la date d'échéance du titre et où n2 est remplacé par n1.
  La prime de remboursement des titres visés à l'alinéa 1, 1° à 3°, 6° et 7° est considérée comme un revenu au sens du présent arrêté.".
Art.3. Artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 23 januari 1995 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 9. In afwijking van artikel 8 wordt, met betrekking tot de schuldbewijzen uitgegeven met een looptijd van meer dan één jaar, waarvan het actuariële rendement berekend van de uitgifte tot aan de eindvervaldag meer dan 0,75 punten hoger is dan de nominale rentevoet op jaarbasis evenals de schuldbewijzen waarvan de interesten worden gekapitaliseerd, het bedrag van de op de valutadag gelopen inkomsten waarop de roerende voorheffing is verschuldigd of waarop de vergoeding, gelijk aan de roerende voorheffing wordt betaald, actuarieel berekend.
  Het actuariële rendement (i) bij uitgifte wordt berekend overeenkomstig de volgende formule :
  (Formule niet opgenomen om technische redenen, zie B. St. 27.10.1998, p. 35315).
  waarbij :
  E staat voor de uitgifteprijs per eenheid van nominaal kapitaal;
  n staat voor het aantal coupons (n = 0 indien het een zerobon betreft);
  k staat voor het nummer van volgorde van de coupons (k = 0 indien n = 0);
  Ck staat voor het bedrag van de coupon nummer k, per eenheid van nominaal kapitaal;
  i staat voor het actuarieel jaarlijks rendement bij uitgifte percentsgewijs uitgedrukt;
  tk staat voor het tijdsinterval uitgedrukt in jaren en fracties van jaren tussen de valutadag van uitgifte en die van betaling van coupon nummer k;
  tr staat voor het tijdsinterval uitgedrukt in jaren en fracties van jaren tussen de valutadag van uitgifte en die van de eindvervaldag;
  P staat voor de terugbetalingsprijs per eenheid van nominaal kapitaal;
  SIGMA staat voor het somteken.
  De op de valutadag van een effectentransactie gelopen inkomsten worden actuarieel berekend overeenkomstig de volgende formule :
  (Formule niet opgenomen om technische redenen, zie B. St. 27.10.1998, p. 35315).
  waarbij :
  R staat voor de gelopen inkomsten;
  Y staat voor het nominaal bedrag van de verhandelde effecten;
  E staat voor de uitgifteprijs per eenheid van nominaal kapitaal;
  i staat voor het actuariële jaarlijks rendement bij uitgifte percentsgewijs uitgedrukt;
  n staat voor het aantal coupons (n = 0 indien het een zerobon betreft);
  k staat voor het nummer van volgorde van de coupons (k = 0 indien n = 0);
  j staat voor het nummer van volgorde van de volgende coupon die vervalt;
  Ck staat voor het bedrag van de coupon nummer k per eenheid van nominaal kapitaal;
  sk staat voor het tijdsinterval uitgedrukt in jaren en fracties van jaren tussen de valutadag van de transactie en die van betaling van coupon nummer k;
  sr staat voor het tijdsinterval uitgedrukt in jaren en fracties van jaren tussen de valutadag van de transactie en die van de eindvervaldag;
  P staat voor de terugbetalingsprijs per eenheid van nominaal kapitaal;
  SIGMA staat voor het somteken.
  De inkomsten op de eindvervaldag van de in lid 1 bedoelde effecten worden berekend overeenkomstig de volgende formule :
  R = (e + Cn + r). Y,
  waarbij :
  R staat voor de gelopen inkomsten;
  e staat voor het verschil tussen het pari en de uitgifteprijs per eenheid van nominaal kapitaal;
  Cn staat voor het bedrag van de laatste coupon per eenheid van nominaal kapitaal;
  r staat voor het verschil tussen de terugbetalingsprijs per eenheid van nominaal kapitaal en het pari;
  Y staat voor het nominaal bedrag van de terugbetaalde effecten;
  In de zin van dit artikel dient onder "jaren" het aantal volledige jaren verstaan te worden tussen de valutadag van de transactie (inbegrepen) en de vervaldag van de betreffende coupon of, naargelang het geval, de eindvervaldag (niet inbegrepen).
  Onder "fracties van jaren" dient een breuk verstaan te worden waarbij de teller het aantal kalenderdagen is tussen de valutadag van de transactie (inbegrepen) en de datum (D) die verkregen wordt door het bovenvermelde aantal volledige jaren af te trekken van de vervaldag van de betreffende coupon of, naargelang het geval, van de eindvervaldag (niet inbegrepen) en de noemer staat voor het aantal kalenderdagen tussen D (inbegrepen) en D min één jaar (niet inbegrepen) hetzij 365 of 366 dagen.".
Art.3. L'article 9 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 23 janvier 1995 est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 9. En ce qui concerne les titres d'emprunt émis pour une durée supérieure à un an et dont le rendement actuariel calculé depuis l'émission jusqu'à l'échéance de remboursement, dépasse de plus de 0,75 point le taux d'intérêt nominal sur base annuelle et les titres d'emprunts dont les intérêts sont capitalisés, le montant des revenus courus à la date de valeur sur lequel le précompte mobilier est dû ou sur lequel la bonification égale au précompte mobilier est payé, est déterminé, par dérogation à l'article 8, sur une base actuarielle.
  Le rendement actuariel (i) lors de l'émission est calculé conformément à la formule suivante :
  (Formule non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. 27-10-1998, p. 35315).
  où :
  E représente le prix d'émission par unité de capital nominal;
  n représente le nombre de coupons (n = 0 s'il s'agit d'un zéro-bond);
  k représente le numéro d'ordre des coupons (k = 0 si n = 0);
  Ck représente le montant du coupon numéro k, par unité de capital nominal;
  i représente le taux de rendement actuariel annuel lors de l'émission exprimé en pourcent;
  tk représente l'intervalle de temps exprimé en années et fractions d'années entre la date de valeur d'émission et la date de paiement du coupon numéro k;
  tr représente l'intervalle de temps exprimé en années et fractions d'années entre la date de valeur d'émission et la date du remboursement final;
  P représente le prix de remboursement par unité de capital nominal;
  SIGMA représente le signe de sommation.
  Les revenus courus à la date de valeur de la transaction sur titres sont calculés sur une base actuarielle conformément à la formule suivante :
  (Formule non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. 27-10-1998, p. 35315).
  où :
  R représente les revenus courus;
  Y représente le montant nominal des valeurs négociées;
  E représente le prix d'émission par unité de capital nominal;
  i représente le rendement actuariel annuel lors de l'émission, exprimé en pourcent;
  n représente le nombre de coupons (n = 0 s'il s'agit d'un zéro-bond);
  k représente le numéro d'ordre des coupons (k = 0 si n = 0);
  j représente le numéro d'ordre du prochain coupon venant à échéance;
  Ck représente le montant du coupon numéro k, par unité de capital nominal;
  sk représente l'intervalle de temps exprimé en années et fractions d'années entre la date de valeur de la transaction et celle du paiement du coupon numéro k;
  sr représente l'intervalle de temps exprimé en années et fractions d'années entre la date de valeur de la transaction et celle du remboursement final;
  P représente le prix de remboursement par unité de capital nominal;
  SIGMA représente le signe de sommation.
  Les revenus à l'échéance finale des titres visés à l'alinéa 1er sont calculés conformément à la formule suivante :
  R = (e + Cn + r). Y,
  où :
  R représente les revenus courus;
  e représente la différence entre le pair et le prix d'émission par unité de capital nominal;
  Cn représente le montant du dernier coupon par unité de capital nominal;
  r représente la différence entre le prix de remboursement par unité de capital nominal et le pair;
  Y représente le montant nominal des valeurs remboursées;
  Au sens du présent article, il y a lieu d'entendre par "années" le nombre d'années entières entre le jour de valeur de la transaction (compris) et le jour d'échéance du coupon considéré ou, suivant le cas, du jour d'échéance finale (non compris).
  Il y a lieu d'entendre par "fractions d'années" une fraction où le numérateur représente le nombre de jours calendrier entre le jour de valeur de la transaction (compris) et la date (D) obtenue en ôtant le nombre susdit d'années entières du jour d'échéance du coupon considéré ou, suivant le cas, du jour d'échéance finale (non compris) et le dénominateur représente le nombre de jours calendrier entre D (compris) et D moins un an (non compris) à savoir 365 ou 366 jours.".
Art.4. Artikel 23 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de woorden "met uitsluiting van artikel 17 van de wet dat op 13 juni 1994 in werking treedt".
Art.4. L'article 23 du même arrêté est complété par les mots "à l'exclusion de l'article 17 de la loi qui entre en vigueur le 13 juin 1994. ".
Art.5. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art.5. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 6. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 6 september 1998.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Financiën,
  J.-J. VISEUR
Art. 6. Notre Ministre des Finances est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 6 septembre 1998.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre des Finances,
  J.-J. VISEUR