Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
12 NOVEMBER 1997. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het basisonderwijs. (NOTA : De bijlage van de tekst (nooit gepubliceerd) wordt opgeheven bij BVR2007-07-06/44, art. 13; Inwerkingtreding : 01-09-2007) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 06-01-1998 en tekstbijwerking tot 02-10-2025)
Titre
12 NOVEMBRE 1997. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif au contrôle des inscriptions d'élèves dans l'enseignement fondamental (TRADUCTION). (NOTE : L'annexe de ce texte (non publiée) est abrogée par AGF2007-07-06/44, art. 13; En vigueur : 01-09-2007) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 06-01-1998 et mise à jour au 02-10-2025)
Informations sur le document
Numac: 1997036490
Datum: 1997-11-12
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1997036490
Date: 1997-11-12
Moniteur: Voir
Tekst (44)
Texte (44)
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
CHAPITRE I. - Généralités.
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op het gewoon en buitengewoon basisonderwijs.
Article 1. Le présent arrêté est applicable à l'enseignement fondamental ordinaire et spécial.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° directie : de directeur of zijn afgevaardigde;
  2° identificatienummer : identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen;
  3° leerling : leerplichtigen en [1 niet-leerplichtige]1 kleuters;
  4° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.
  
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par : 1° direction : le directeur ou son délégué;
  2° numéro d'identification : le numéro d'identification du Registre national des personnes physiques;
  3° élève : les enfants scolarisables [1 et non scolarisables]1 et les enfants fréquentant l'école maternelle;
  4° Ministre : le Ministre flamand ayant l'Enseignement dans ses attributions.
  
HOOFDSTUK II. - De inschrijvingen.
CHAPITRE II. - Les inscriptions.
Afdeling 1. - Plicht van de ouders van leerplichtigen.
Section 1. - Devoirs des parents des élèves scolarisables.
Art. 3. Uiterlijk vijftien kalenderdagen vóór de aanvang van elk schooljaar herinnert het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 [2 ...]2 via de [2 sociale]2 media alle ouders aan de leerplicht.
  De ouders worden hierbij gewezen op :
  1° het bestaan van de leerplicht voor hun kinderen en hun verantwoordelijkheid terzake;
  2° hun vrijheid om voor hun kinderen te kiezen voor huisonderwijs of onderwijs in een school;
  3° de formaliteiten die bij een keuze voor huisonderwijs vervuld moeten worden, onder meer de mededeling aan het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 zoals bedoeld in artikel 10ter,;
  4° hun vrijheid om, bij de keuze van onderwijs in een school, zelf een schoolkeuze te maken;
  5° hun verplichting om, bij de keuze voor onderwijs in een school, ervoor te zorgen dat hun leerplichtige kinderen als leerling van een school zijn ingeschreven en die school regelmatig bezoeken;
  6° de wijze waarop zij vrijstelling van leerplicht kunnen verkrijgen voor hun gehandicapte kinderen.
  
Art. 3. Au plus tard quinze jours calendrier avant chaque rentrée scolaire,[1 l'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 rappelle l'obligation scolaire aux parents par [2 ...]2 les médias [2 sociaux ]2.
  L'attention des parents est attirée sur :
  1° l'existence de l'obligation scolaire pour leurs enfants et leur responsabilité en la matière;
  2° leur liberté de choisir pour leurs enfants un enseignement à domicile ou un enseignement dans une école;
  3° les formalités à remplir au cas où ils optent pour l'enseignement à domicile, à savoir la communication [1 à l'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 telle que visée à l'article 10ter.
  4° leur liberté de choisir eux-mêmes l'école lorsqu'ils optent pour l'enseignement dans une école;
  5° leur obligation, lorsqu'ils optent pour l'enseignement dans une école, de veiller à ce que leurs enfants scolarisables soient inscrites comme élève dans une école et que ceux-ci fréquentent régulièrement cette école;
  6° la façon dont ils peuvent obtenir une dispense de l'obligation scolaire pour leurs enfants handicapés.
  
Art. 4. (Opgeheven)
Art. 4. (Abrogé)
Afdeling 2. - Controle op de inschrijvingen.
Section 2. - Contrôle des inscriptions.
Art. 5. Elke directie vraagt bij de eerste inschrijving van elke leerling het identificatienummer. Als de ouders dat identificatienummer niet wensen of niet kunnen geven, vraagt de directie het identificatienummer aan het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1.
  
Art. 5. Toute direction demande le numéro d'identification de chaque élève lors de sa première inscription. Si les parents ne veulent ou ne peuvent pas donner ce numéro d'identification, la direction le demande [1 à l'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1.
  
Art. 6. [1 Elke directie bezorgt voor het betrokken schooljaar aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk de dertiende schooldag een lijst met de identificatiegegevens van de leerlingen die uiterlijk de derde schooldag werden ingeschreven.
   Onder identificatiegegevens van de leerling worden verstaan : voornamen, achternaam, geboortedatum, adres, geslacht, identificatienummer (indien mogelijk).]1

  
Art. 6. [1 Chaque direction transmet à l' "Agentschap voor Onderwijsdiensten" pour l'année scolaire en question, au plus tard le treizième jour scolaire, une liste reprenant les données d'identification des élèves inscrits au plus tard le troisième jour scolaire.
   Par données d'identification de l'élève on entend : prénoms, nom, date de naissance, adresse, sexe, numéro d'identification (si possible).]1

  
Art. 7. Door de vergelijking van alle ingestuurde lijsten met de namen en identificatienummer met uittreksels uit het Rijksregister gaat het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 vóór het einde van de eerste trimester na welke leerplichtigen niet in een school zijn ingeschreven en welke leerlingen in meerdere scholen zijn ingeschreven.
  
Art. 7. En comparant toutes les listes introduites des noms et des numéros d'identification avec des extraits du Registre national, [1 l'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 vérifie avant la fin du premier trimestre quels élèves scolarisables ne sont inscrits dans aucune école et quels élèves sont inscrits dans plusieurs écoles.
  
Art. 8. Voor de leerlingen die in meerdere scholen zijn ingeschreven onderzoekt het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 aan de hand van de aanwezigheidsregisters van de betrokken instellingen en aan de hand van de reglementering inzake schoolveranderingen, welke inschrijving rechtsgeldig is.
  
Art. 8. Pour les élèves inscrits dans plusieurs écoles, [1 l'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 examine, sur la base des registres de présence des établissements concernés et de la réglementation concernant les transferts entre écoles, quelle est l'inscription valable.
  
Art. 9. § 1. Het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 [2 vraagt]2 aan de ouders wier leerplichtig kind niet in een instelling is ingeschreven, om uitleg omtrent het niet-ingeschreven zijn, en herinnert hen aan hun verplichtingen terzake.
  § 2. [2 Als blijkt dat de leerplichtige niet voldoet aan de bepalingen van artikel 1 van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht, maakt het Agentschap voor Onderwijsdiensten daarover een verslag op en stuurt het naar de procureur des konings.]2
  § 3. [2 ...]2
  
Art. 9. § 1er. [1 L'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 [2 demande]2 aux parents de l'enfant scolarisable qui n'est inscrit dans aucun établissement, la raison pour laquelle celui-ci ne figure pas sur les listes d'inscription, et leur rappelle les obligations qui leur incombent.
  § 2. [2 S'il s'avère que l'enfant scolarisable ne répond pas aux dispositions de l'article 1er de la loi du 29 juin 1983 concernant l'obligation scolaire, l'Agence de Services d'Enseignement établit un rapport à ce sujet et le transmet au procureur du Roi.]2
  § 3. [2 ...]2
  
Art. 10. De minister bepaalt op welke wijze de gegevens voor de toepassing van dit besluit tussen de directies en het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 worden meegedeeld.
  
Art. 10. Le Ministre définit la façon dont les données, sur l'application du présent arrêté, sont communiquées entre les directions et [1 l'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1.
  
HOOFDSTUK IIbis. Gewettigfe afwezigheden.
CHAPITRE IIbis. Absences justifiées.
Art. 10bis. <INGEVOEGD bij BVR 2003-03-21/47, art. 2; Inwerkingtreding : 01-09-1999> Dit hoofdstuk is van toepassing op de [1 voltijds]1 leerplichtige leerlingen [2 en op leerlingen die niet leerplichtig zijn, maar ingeschreven zijn in het lager onderwijs]2in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs.
  
Art. 10bis. Le présent chapitre s'applique aux élèves scolarisables [1 à temps plein]1 [2 et aux élèves non soumis à l'obligation scolaire, mais inscrits dans l'enseignement primaire]2dans l'enseignement fondamental ordinaire et extraordinaire.
  
Art. 10ter. <INGEVOEGD bij BVR 2003-03-21/47, art. 2; Inwerkingtreding : 01-09-1999> In volgende gevallen worden de redenen van afwezigheid van leerlingen als geldig beschouwd en wordt voldaan aan de voorwaarde behoudens " gewettigde afwezigheid " zoals bedoeld (in artikel 20, § 2, 1°), van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 :
  1° [4 de afwezigheid wegens ziekte, op voorwaarde dat een van de volgende documenten wordt voorgelegd :
   a) een medisch attest, uitgereikt door een arts, voor zover het om een van de volgende gevallen gaat :
   1) een afwezigheid wegens ziekte van meer dan drie opeenvolgende kalenderdagen;
   2) een afwezigheid wegens ziekte nadat de leerling in datzelfde schooljaar al viermaal afwezig is geweest met toepassing van punt b);
   3) [5 ...]5
   b) een verklaring van de ouders voor alle afwezigheden wegens ziekte waarvan de periode of duur niet valt onder punt a);]4

  2° De afwezigheid om één van onderstaande redenen mits voorlegging van, naargelang het geval, een officieel document of een verklaring van de ouders, tot staving van de afwezigheid :
  a) [10 ...]10;
  b) het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van een persoon die onder hetzelfde dak woont of van een bloed- of aanverwant;
  c) de oproeping of dagvaarding voor een rechtbank;
  d) het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg en de jeugdbescherming;
  e) de onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht;
  f) het beleven van de feestdagen die inherent zijn aan de door de Grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging van de leerling;
  [3 g) het actief deelnemen in het kader van een individuele selectie als topsportbelofte aan een sportieve manifestatie, stage en tornooi of wedstrijd, voor maximaal tien al dan niet gespreide halve schooldagen per school jaar.]3
  3° [4 de afwezigheden wegens persoonlijke omstandigheden, op voorwaarde dat de ouders daarvoor een aanvraag hebben ingediend en de directeur daarmee akkoord gaat;]4
  (4° De afwezigheid voor maximaal 6 lestijden per week van een leerling :
  a) die topsport beoefent in één van de volgende sportdisciplines : tennis, gymnastiek en zwemmen;
  b) en voor wie de school over een dossier beschikt dat ten minste volgende elementen bevat :
  - een gemotiveerde aanvraag van de ouders;
  - een verklaring van een bij de Vlaamse Sportfederatie aangesloten sportfederatie waaruit blijkt dat de leerling een trainingsschema van deze federatie volgt en dat dit trainingsschema de gevraagde afwezigheden op school verantwoordt;
  - [3 ...]3
  - een akkoord van de directeur.)
  [3 5° de volgende afwezigheden tijdens de lestijden van een leerling die revalidatie behoeft verstrekt door schoolexterne hulpverleners binnen of buiten het schoolgebouw :
   a) gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen, na een periode van ziekte, niet behorend tot punt b of c, of ongeval. In uitzonderlijke omstandigheden kan de maximumduur van 150 minuten overschreden worden, na gunstig advies van de arts van het centrum voor leerlingenbegeleiding, in overleg met de klassenraad en de ouders. Het advies moet motiveren waarom de behandeling tijdens de lestijden noodzakelijk blijft en moet aantonen dat door die afwezigheid het leerproces van de leerling niet ernstig wordt benadeeld.
   De school beschikt over een dossier dat ten minste de volgende elementen bevat :
   1) een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;
   2) een medisch attest waaruit de noodzakelijkheid, de frequentie en de duur van de revalidatie blijkt;
   3) [8 ...]8;
   4) een toestemming van de directeur voor een periode die de duur van de behandeling, vermeld in het medisch attest, niet kan overschrijden;
   b) [7 in het gewoon onderwijs gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen, voor leerlingen met een specifieke onderwijsgerelateerde behoefte waarvoor een handelingsgericht advies is gegeven als vermeld in artikel 2, 11°, g), van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.]7. In uitzonderlijke omstandigheden kan de maximumduur van 150 minuten uitgebreid worden voor leerplichtige kleuters tot 200 minuten, verplaatsing inbegrepen na gunstig advies van het centrum voor leerlingenbegeleiding in overleg met de klassenraad en de ouders.
   [6 Voor leerlingen met een [9 IAC-verslag]9 kan de afwezigheid maximaal 250 minuten per week bedragen, verplaatsing inbegrepen.]6
   Het advies van het centrum voor leerlingenbegeleiding moet motiveren waarom de behandeling tijdens de lestijden noodzakelijk blijft en moet aantonen dat door die afwezigheid het leerproces van de leerling niet ernstig wordt benadeeld.
   De school beschikt over een dossier dat ten minste de volgende elementen bevat :
   1) een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;
   2) een advies, geformuleerd door het centrum voor leerlingenbegeleiding in overleg met de klassenraad en de ouders. Dat advies moet motiveren waarom de problematiek van de leerling van die aard is dat het wettelijk voorziene zorgbeleid van een school daarop geen antwoord kan geven en dat de revalidatietussenkomsten niet beschouwd kunnen worden als schoolgebonden aanbod. Onder schoolgebonden aanbod wordt verstaan : het reguliere pedagogisch-didactische aanbod voor alle leerlingen, de aanvullende zorgmaatregelen op niveau van de school of scholengemeenschap, en de schoolexterne dienstverlening door personeel of diensten, gefinancierd of gesubsidieerd door het Beleidsdomein Onderwijs en Vorming;
   3) een samenwerkingsovereenkomst tussen de school en de revalidatieverstrekker over de manier waarop de revalidatie het onderwijsaanbod voor de leerling in kwestie zal aanvullen en de manier waarop de informatie-uitwisseling zal verlopen. De revalidatieverstrekker bezorgt op het einde van elk schooljaar een evaluatieverslag aan de directie van de school en van het centrum voor leerlingenbegeleiding, met inachtneming van de privacywetgeving waaraan hij onderworpen is;
   4) een toestemming van de directeur, die jaarlijks vernieuwd en gemotiveerd moet worden, rekening houdend met het evaluatieverslag waarvan sprake in punt 3);
   c) in het buitengewoon onderwijs gedurende maximaal 250 minuten per week, verplaatsing inbegrepen.
   De school beschikt over een dossier dat ten minste de volgende elementen bevat :
   1) een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;
   2) een [9 IAC-verslag]9]6 als vermeld in artikel 15 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;
   3) [8 ...]8;
   4) een samenwerkingsovereenkomst tussen de school en de revalidatieverstrekker over de manier waarop de revalidatie het onderwijsaanbod voor de leerling in kwestie zal aanvullen en de manier waarop de informatie-uitwisseling zal verlopen. De revalidatieverstrekker bezorgt op het einde van elk schooljaar een evaluatieverslag aan de directie van de school en van het centrum voor leerlingenbegeleiding, met inachtneming van de privacywetgeving waaraan hij onderworpen is;
   5) een toestemming van de directeur, die jaarlijks vernieuwd en gemotiveerd moet worden, rekening houdend met het evaluatieverslag waarvan sprake in punt 4).]3

  [5 6° de afwezigheid ten gevolge van een preventieve schorsing, een tijdelijke of definitieve uitsluiting als vermeld in artikel 32 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, op voorwaarde dat de school aan de ouders gemotiveerd heeft waarom de opvang op school niet haalbaar is.]5
  [4 Afwezigheden als vermeld in het eerste lid, 4° en 5° kunnen niet als afwezigheden wegens persoonlijke omstandigheden als vermeld in het eerste lid, 3°, beschouwd worden.]4
  
Art. 10ter. Les motifs d'absence d'élèves sont considérés légitimes et il est satisfait à la condition sauf en cas d'absence justifiée telle que visée (à l'article 20, § 2, 1°) du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, dans les cas suivants :
  1° [4 l'absence pour cause de maladie à condition qu'un des documents suivants soit présenté :
   a) une attestation médicale, délivrée par un médecin, pour autant qu'il s'agisse d'un des cas suivants :
   1) une absence pour cause de maladie de plus de trois jours calendaires successifs;
   2) une absence pour cause de maladie suivant quatre périodes antérieures d'absence de l'élève dans la même année scolaire, en application du point b);
   3) [5 ...]5
   b) une déclaration des parents pour toutes les absences pour cause de maladie dont la période ou la durée ne sont pas reprises sous le point a);]4

  2° L'absence pour un des motifs suivants, sur présentation, selon le cas, d'un document officiel ou d'une déclaration des parents justifiant l'absence :
  a) [10 ...]10;
  b) assister à une cérémonie funèbre ou à un mariage d'une personne qui vit sous le même toit ou d'un parent ou allié;
  c) la convocation ou l'assignation devant un tribunal;
  d) respecter des mesures dans le cadre de l'aide spéciale à la jeunesse et de la protection de la jeunesse;
  e) l'inaccessibilité ou l'impénétrabilité de l'école par suite d'une force majeure;
  f) célébrer les jours fériés, conformément aux convictions philosophiques de l'élève, reconnues par la Constitution;
  [3 g) la participation active dans le cadre d'une sélection individuelle comme sportif prometteur à une manifestation sportive, un stage et un tournoi ou une compétition, pour au maximum dix demi-jours de classe étalés ou non sur une année scolaire.]3
  3° [4 les absences pour des raisons personnelles, à condition que les parents ont soumis une demande à cette fin et que le directeur l'a approuvée;]4
  (4° L'absence pour au maximum 6 périodes par semaine d'un élève :
  a) qui pratique un sport de haut niveau dans l'une des disciplines sportives suivantes : tennis, gymnastique et natation;
  b) et pour lequel l'école dispose d'un dossier contenant au moins les éléments suivants :
  - une demande motivée des parents;
  - une déclaration d'une fédération sportive affiliée à la " Vlaamse Sportfederatie " (Fédération sportive flamande) faisant apparaître que l'élève suit un schéma d'entraînement de cette fédération et que ce schéma justifie les absences scolaires demandées;
  - [3 ...]3
  - l'accord du directeur.)
  [3 5° les absences suivantes pendant les périodes de cours d'un élève ayant besoin d'une rééducation dispensée par des intervenants extérieurs à l'école, au sein ou en dehors du bâtiment scolaire :
   a) pendant au maximum 150 minutes par semaine, déplacement inclus, après une période de maladie, ne pas appartenant aux points b ou c, ou d'accident. Dans des circonstances exceptionnelles, la durée maximale de 150 minutes peut être dépassée, après avis favorable du médecin du centre d'encadrement des élèves, après concertation avec le conseil de classe et les parents. L'avis doit préciser le motif pour lequel le traitement reste nécessaire pendant les périodes de cours et doit démontrer que cette absence ne compromet pas gravement le processus d'apprentissage de l'élève.
   L'école dispose d'un dossier qui contient au moins les éléments suivants :
   1) une déclaration des parents décrivant pourquoi la rééducation doit avoir lieu pendant les périodes de cours;
   2) une attestation médicale dont apparaît la nécessité, la fréquence et la durée de la rééducation;
   3)[8 ...]8;
   4) l'accord du directeur pour une période qui ne peut pas dépasser la durée du traitement, visée par l'attestation médicale;
   b) [7 dans l'enseignement ordinaire pendant au maximum 150 minutes par semaine, déplacement inclus, pour les élèves à besoins éducatifs spécifiques qui ont obtenu un avis orienté action tel que visé à l'article 2, 11°, g), du décret du 27 avril 2018 relatif à l'encadrement des élèves dans l'enseignement fondamental, l'enseignement secondaire et dans les centres d'encadrement des élèves.]7. Dans des circonstances exceptionnelles, la durée maximale de 150 minutes peut être étendue pour les jeunes enfants soumis à l'obligation scolaire à 200 minutes, déplacement inclus, après avis favorable du centre d'encadrement des élèves en concertation avec le conseil de classe et les parents.
   [6 Pour les élèves possédant un [9 rapport IAC]9, l'absence peut s'élever à au maximum 250 minutes par semaine, déplacement inclus.]6
   L'avis du centre d'encadrement des élèves doit préciser le motif pour lequel le traitement reste nécessaire pendant les périodes de cours et doit démontrer que cette absence ne compromet pas gravement le processus d'apprentissage de l'élève.
   L'école dispose d'un dossier qui contient au moins les éléments suivants :
   1) une déclaration des parents décrivant pourquoi la rééducation doit avoir lieu pendant les périodes de cours;
   2) un avis formulé par le centre d'encadrement des élèves, de concert avec le conseil de classe et les parents. Cet avis doit motiver pourquoi la problématique de l'élève est de telle nature que l'encadrement renforcé légal d'une école ne peut pas répondre à ses besoins et que les interventions de rééducation ne peuvent pas être considérées comme une offre propre à l'école. Par offre propre à l'école, on entend : l'offre pédagogique et didactique régulière pour tous les élèves, les mesures d'encadrement complémentaires au niveau de l'école ou du centre d'enseignement, et les services extérieurs à l'école fournis par le personnel ou les services, financés ou subventionnés par le Domaine politique de l'Enseignement et de la Formation;
   3) un accord de coopération entre l'école et le professionnel de rééducation sur la manière dont la rééducation complétera l'offre d'enseignement pour l'élève en question et la manière dont l'échange d'informations se déroulera. A la fin de chaque année scolaire, le professionnel de rééducation soumet un rapport d'évaluation à la direction de l'école et du centre d'encadrement des élèves, dans le respect de la législation sur la protection de la vie privée à laquelle il est assujetti.
   4) l'accord du directeur qui doit être renouvelé et motivé chaque année, tout en tenant compte du rapport d'évaluation dont il est question au point 3);
   c) dans l'enseignement spécial pendant au maximum 250 minutes par semaine, déplacement inclus.
   L'école dispose d'un dossier qui contient au moins les éléments suivants :
   1) une déclaration des parents décrivant pourquoi la rééducation doit avoir lieu pendant les périodes de cours;
   2)[9 rapport IAC]9]6 tel que visé à l'article 15 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental;
   3) [8 ...]8;
   4) un accord de coopération entre l'école et le professionnel de rééducation sur la manière dont la rééducation complétera l'offre d'enseignement pour l'élève en question et la manière dont l'échange d'informations se déroulera. A la fin de chaque année scolaire, le professionnel de rééducation soumet un rapport d'évaluation à la direction de l'école et du centre d'encadrement des élèves, dans le respect de la législation sur la protection de la vie privée à laquelle il est assujetti;
   5) l'accord du directeur qui doit être renouvelé et motivé chaque année, tout en tenant compte du rapport d'évaluation dont il est question au point 4).]3

  [5 6° l'absence suite à une suspension préventive, une exclusion temporaire et définitive des élèves, telles que visées à l'article 32 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, à condition que l'école ait donné aux parents les raisons pour lesquelles l'accueil à l'école n'est pas réalisable.]5
  [4 Les absences, telles que visées à l'alinéa premier, 4° et 5°, ne peuvent pas être considérées comme des absences pour des raisons personnelles, visées à l'alinéa premier, 3°.]4
  
Art. 10quater. <INGEVOEGD bij BVR 2003-03-21/47, art. 2; Inwerkingtreding : 01-09-1999> In volgend geval wordt de reden van afwezigheid van leerlingen als geldig beschouwd en wordt voldaan aan de voorwaarde behoudens " gewettigde afwezigheid " zoals bedoeld in artikel 20, 3° van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 :
  De afwezigheid van kinderen van binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners, om de ouders te vergezellen tijdens hun verplaatsingen mits :
  a) de school tijdens de afwezigheid voor onderwijs op afstand zorgt;
  b) de school zich engageert dat er regelmatig communicatie is met de ouders.
  De afspraken over de modaliteiten aangaande het onderwijs op afstand en aangaande de communicatie tussen de school en de ouders worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de directie en de ouders.
Art. 10quater. Le motif d'absence d'élèves est considéré légitime et il est satisfait à la condition sauf en cas d'absence justifiée telle que visée à l'article 20, 3° du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, dans le cas suivant :
  L'absence d'enfants de bateliers, marchands forains et exploitants et artistes de cirque et nomades, en vue d'accompagner leurs parents lors de leurs déplacements, pourvu que :
  a) l'école pourvoie à l'enseignement à distance durant l'absence;
  b) l'école s'engage à communiquer régulièrement avec les parents.
  Les modalités convenues au sujet de l'enseignement à distance et de la communication entre l'école et les parents sont fixées dans un accord entre la direction et les parents.
Art. 10quinquies. <INGEVOEGD bij BVR 2003-03-21/47, art. 2; Inwerkingtreding : 01-09-1999> § 1. Alle afwezigheden [6 van een leerling die minimaal één lestijd van een halve lesdag bedragen en]6 die niet vallen onder artikel 10ter, 1° tot en met [2 ]2, en artikel 10quater, worden beschouwd als problematische afwezigheden.
  § 2. [4 De afwezigheden die geregistreerd zijn als problematisch, worden [5 om de regelmatigheid van de leerling te beoordelen]5 beschouwd als gewettigde afwezigheden, op voorwaarde dat de school in begeleidende maatregelen voor de leerling in kwestie voorziet. Vanaf vijf al dan niet gespreide halve lesdagen per schooljaar die als problematische afwezigheid zijn geregistreerd, signaleert de school bovendien de problematische afwezigheden aan het centrum voor leerlingenbegeleiding en werkt ermee samen rond begeleiding van de jongere in kwestie. Van die begeleiding houdt de school een dossier bij, dat een onderdeel mag zijn van het leerlingendossier]4
  § 3. De als problematisch geregistreerde afwezigheid van leerlingen waarvoor de school, omwille van hun onbereikbaarheid, in de onmogelijkheid is om in begeleiding te voorzien, worden [5 om de regelmatigheid van de leerling te beoordelen]5 beschouwd als gewettigde afwezigheden, mits de school kan aantonen dat ze inspanningen gedaan heeft om de betrokken leerling te lokaliseren.
  § 4. [3 ...]3
  
Art. 10quinquies. § 1er. Toute absence [6 d'un élève d'au moins une période de cours d'un demi-jour de classe]6 qui ne relève pas de l'article 10ter, 1° jusqu'à [2 ]2 inclus, et de l'article 10quater, est considérée problématique.
  § 2. [5 Afin d'évaluer la régularité de l'élève]5 [4 les absences enregistrées comme problématiques sont considérées comme des absences justifiées, à condition que l'établissement pourvoie à des mesures d'accompagnement pour l'élève concerné. Dès que l'élève compte cinq demi-jours de classe par année scolaire, étalés ou non, qui sont enregistrés comme absences problématiques, l'établissement signale en outre les absences problématiques au centre d'encadrement des élèves et collabore avec lui pour l'encadrement de l'élève en question. L'école conserve un dossier de cet encadrement, qui peut faire partie du dossier de l'élève.]4
  § 3. L'absence enregistrée comme problématique d'élèves pour qui l'école ne peut pas pourvoir à des mesures d'accompagnement parce qu'ils sont inatteignables, est considérée légitime [5 afin d'évaluer la régularité de l'élève]5, pourvu que l'école puisse démontrer qu'elle s'est efforcée de localiser l'élève concerné.
  § 4. [3 ...]3
  
Art. 10sexies. <INGEVOEGD bij BVR 2003-03-21/47, art. 2; Inwerkingtreding : 01-09-1999> Alle wettigingen, alsook het dossier zoals bedoeld in artikel l0quinquies, § 2, 3° moeten op de school ter inzage zijn voor de verificateurs.
Art. 10sexies. Toutes les justifications ainsi que le dossier tel que visé à l'article 10quinquies, § 2, 3° doivent être déposés à l'école à l'inspection des vérificateurs.
Art. 10septies. <INGEVOEGD bij BVR 2003-03-21/47, art. 2; Inwerkingtreding : 01-09-1999> Leerlingen die ongewettigd afwezig zijn, verliezen hun statuut van regelmatige leerling zoals voorzien in artikel 20 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997.
Art. 10septies. Les élèves qui s'absentent de manière injustifiée, perdent leur statut d'élève régulier tel que prévu à l'article 20 du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997.
HOOFDSTUK IIbis/1. [1 - Aanvaardbare afwezigheden.]1
CHAPITRE IIbis/1. [1 - Absences acceptables.]1
Art.10septies/1. [1 Dit hoofdstuk is van toepassing op de leerplichtige leerlingen in het gewoon en buitengewoon kleuteronderwijs, met uitzondering van de zes- en zevenjarigen die met toepassing van artikel 12/1 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 in het kleuteronderwijs zitten.]1
  
Art.10septies/1. [1 Le présent chapitre s'applique aux élèves scolarisables dans l'enseignement maternel ordinaire et spécial, à l'exception des enfants de six et sept ans de l'enseignement maternel en application de l'article 12/1 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental.]1
  
Art.10septies/2.[1 Alle afwezigheden die niet conform artikel 26 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 door de directie als aanvaardbaar worden geacht, worden geregistreerd als andere afwezigheden. [2 Een afwezigheid van een leerling wordt beschouwd als een andere afwezigheid als die leerling minimaal één lestijd van de halve lesdag afwezig is zonder dat die afwezigheid door de directie als aanvaardbaar wordt geacht.]2
   Om de regelmatigheid van de leerling te beoordelen, worden de andere afwezigheden, vermeld in het eerste lid, als aanvaardbare afwezigheden beschouwd, op voorwaarde dat:
   1° de school in begeleidende maatregelen voor de kleuter in kwestie voorziet;
   2° de school die andere afwezigheden aan het centrum voor leerlingenbegeleiding signaleert;
   3° de school met het centrum voor leerlingenbegeleiding samenwerkt rond de begeleiding van de kleuter in kwestie. Van die begeleiding houdt de school een dossier bij, dat een onderdeel mag zijn van het leerlingendossier.
   De andere afwezigheden, vermeld in het eerste lid, van leerlingen voor wie de school door de onbereikbaarheid van de leerling in kwestie niet in begeleiding kan voorzien, worden, om de regelmatigheid van de leerling te beoordelen, als aanvaardbare afwezigheden beschouwd, als de school kan aantonen dat ze inspanningen geleverd heeft om de betrokken leerling te bereiken.
   De verplichtingen, vermeld in het tweede en derde lid, gelden niet voor het aantal afwezigheden waarover de ouder in het desbetreffende schooljaar zelf mag beslissen omdat ze buiten de 290 halve dagen leerplicht vallen.]1

  
Art.10septies/2.[1 Toutes les absences qui ne sont pas considérées comme acceptables par la direction conformément à l'article 26 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, sont enregistrées comme d'autres absences. [2 Une absence d'un élève est considérée comme une autre absence si cet élève est absent pendant au moins une période de cours du demi-jour de classe sans que cette absence soit considérée comme acceptable par la direction. ]2
   Afin d'évaluer la régularité de l'élève, les autres absences visées à l'alinéa 1er sont considérées comme des absences acceptables, à condition que :
   1° l'école prévoie à des mesures d'accompagnement pour l'enfant de l'enseignement maternel en question ;
   2° l'école signale ces autres absences au centre d'encadrement des élèves ;
   3° l'école collabore avec le centre d'encadrement des élèves pour l'encadrement de l'enfant de l'enseignement maternel en question. L'école conserve un dossier de cet encadrement, qui peut faire partie du dossier de l'élève.
   Les autres absences, visées à l'alinéa 1er, d'élèves pour qui l'école ne peut pas pourvoir à des mesures d'encadrement parce qu'ils sont inatteignables, sont considérées comme des absences acceptables afin d'évaluer la régularité de l'élève, pourvu que l'école puisse démontrer qu'elle s'est efforcée de localiser l'élève concerné.
   Les obligations visées aux alinéas 2 et 3 ne s'appliquent pas au nombre d'absences à décider par le parent pendant l'année scolaire en question parce qu'elles se situent en dehors des 290 demi-jours de scolarité obligatoire.]1

  
Art.10septies/3. [1 Het dossier, vermeld in artikel 10septies/2, tweede lid, 3°, moet op de school ter inzage zijn voor de verificateurs.]1
  
Art.10septies/3. [1 Le dossier visé à l'article 10septies/2, alinéa 2, 3°, doit être déposé à l'école à l'inspection des vérificateurs.]1
  
Art.10septies/4. [1 Kleuters die na de toepassing van artikel 10septies/2, tweede en derde lid, in het schooljaar in kwestie, bovenop het aantal waarover de ouder zelf mag beslissen, nog andere afwezigheden hebben dan aanvaardbare afwezigheden, verliezen hun statuut van regelmatige leerling, vermeld in artikel 20 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997.]1
  
Art.10septies/4. [1 Les enfants de l'enseignement maternel qui, après l'application de l'article 10septies/2, alinéas 2 et 3, au cours de l'année scolaire en question, ont des absences autres que les absences acceptables en plus du nombre à décider par le parent, perdent leur statut d'élève régulier tel que visé à l'article 20 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental.]1
  
HOOFDSTUK IIIter. Voorwaarden voor het organiseren van huisonderwijs.
CHAPITRE IIter. Conditions de l'organisation d'un enseignement à domicile.
Art. 10octies. <INGEVOEGD bij BVR 2003-05-09/45, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 01-08-2003> De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de leerplichtigen en hun ouders die voor huisonderwijs kiezen.
Art. 10octies. Les dispositions du présent chapitre sont applicables aux enfants scolarisables et à leurs parents qui optent pour l'enseignement à domicile.
Art. 10novies. [1 Bij stopzetting van het huisonderwijs tijdens het schooljaar brengen de ouders de bevoegde dienst daarvan op de hoogte.]1
  
Art. 10novies. [1 En cas de cessation de l'enseignement à domicile au cours de l'année scolaire, les parents en informent le service compétent.]1
  
Art. 10decies. <INGEVOEGD bij BVR 2003-05-09/45, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 01-08-2003> De leerplichtige voldoet niet aan de leerplicht wanneer aan [1 de bepalingen, vermeld in artikel 26 tot en met 26 quater van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 of artikel 10novies van dit besluit]1 niet is voldaan. In dat geval wordt dezelfde procedure gevolgd zoals bepaald in artikel 9 van dit besluit en is artikel 5 van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht van toepassing.
  
Art. 10decies. L'enfant scolarisable ne respecte pas l'obligation scolaire lorsque [1 les dispositions, telles que visées aux articles 26 à 26quater du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental ou l'article 10novies du présent arrêté ne sont pas respectés]1. Dans ce cas, la même procédure que celle prévue par l'article 9 du présent arrêté est suivie et l'article 5 de la loi du 29 juin 1983 concernant l'obligation scolaire est applicable.
  
Art.10decies/1.[1 De controle door de onderwijsinspectie, vermeld in artikel 26ter, § 1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wordt uitgevoerd na afspraak tussen de onderwijsinspectie en de ouders, waarna ook schriftelijke afspraken volgen over de organisatie en het verloop van de controle. [2 Om de afspraak vast te leggen, stelt de onderwijsinspectie drie data voor. Als de ouders weigeren om op een van die data in te gaan, wordt dat beschouwd als het niet aanvaarden van een controle als vermeld in artikel 26ter, § 3, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997.]2
   Ouders die voor huisonderwijs kiezen verbinden zich ertoe alle documenten te overhandigen die de uitvoering van de voormelde controle mogelijk moeten maken.
   De voormelde controle kan uitgevoerd worden hetzij op de plaats waar het onderwijs wordt verstrekt, hetzij op een plaats die de onderwijsinspectie aanwijst [2 ...]2.
   De voormelde controle wordt uitgevoerd door minstens twee onderwijsinspecteurs, die de mogelijkheid moeten krijgen om de betrokken leerplichtige inzake het huisonderwijs te observeren en te spreken.]1
[2 Als het volgens de onderwijsinspectie niet mogelijk is om de controle uit te voeren op de plaats waar het onderwijs wordt verstrekt en op de plaats die de onderwijsinspectie aanwijst, kan de onderwijsinspectie beslissen om de controle digitaal uit te voeren.]2
  
Art. 10decies/1. [1 Le contrôle par l'inspection de l'enseignement, visé à l'article 26ter, § 1er, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental est exercé de commun accord entre l'inspection de l'enseignement et les parents. Ensuite, l'organisation et l'exercice du contrôle sont réglés par écrit. [2 En vue de fixer le rendez-vous, l'inspection de l'enseignement propose trois dates. Si les parents refusent d'accepter l'une de ces dates, ils seront considérés comme n'acceptant pas un contrôle tel que visé à l'article 26ter, § 3, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental.]2
   Les parents qui optent pour l'enseignement à domicile s'engagent à produire tous les documents qui rendent possible l'exercice du contrôle précité.
   Le contrôle précité peut s'opérer ou bien à l'adresse où l'enseignement est dispensé ou bien en un lieu indiqué par l'inspection de l'enseignement [2 ...]2.
   Le contrôle précité est effectué par au moins deux inspecteurs de l'enseignement, qui doivent avoir la possibilité d'observer l'enfant scolarisable concerné suivant l'enseignement à domicile et de l'interroger.]1
[2 S'il n'est pas possible, selon de l'inspection de l'enseignement, d'effectuer le contrôle à l'adresse où l'enseignement est dispensé ni à l'endroit indiqué par l'inspection de l'enseignement, l'inspection de l'enseignement peut décider de procéder au contrôle par voie numérique. ]2
  
Art.10decies/2.[1 De onderwijsinspectie hanteert tijdens het controlebezoek de volgende criteria om te controleren of het verstrekte huisonderwijs beantwoordt aan de doelstellingen, vermeld in artikel 26bis van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997:
   1° de onderwijsdoelen van het huisonderwijs;
   2° de afstemming van het verstrekte huisonderwijs op de leerbehoefte van de leerling;
   3° de planning van het huisonderwijs;
   4° de wijze waarop het huisonderwijs structuur krijgt;
   5° de beschikbaarheid van leermiddelen;
   6° de tijd die besteed wordt aan het huisonderwijs;
   7° het voorzien van een evaluatie van de onderwijsdoelen;
  [3 8° het nastreven van sociale participatie.]3
   Aan de hand van de criteria, vermeld in het eerste lid, beoordeelt de onderwijsinspectie meer specifiek:
   1° of voor de leerplichtigen die conform artikel 26bis/2 van het voormelde decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 verplicht zijn een getuigschrift te behalen bij de examencommissie, via het huisonderwijs gewerkt wordt aan een voldoende evenwichtig aanbod van de verschillende leergebieden;
   2° of het huisonderwijs heeft geleid tot meer kennis en vaardigheden;
   3° [2 of, naargelang de leeftijd, alle leergebieden, vermeld in artikel 39 of 40 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, aan bod komen.]2]1

  [3 Als de onderwijsinspectie bij een controle vaststelt, dat het verstrekte onderwijs kennelijk niet beantwoordt aan de minimumeisen, vermeld in artikel 26bis van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wordt binnen zes maanden na de controle een nieuwe afspraak gemaakt voor een controle als vermeld in artikel 10decies/1. De termijn wordt geschorst tijdens de kerst-, paas- en zomervakantie.]3
  
Art. 10decies/2. [1 Lors de la visite de contrôle, l'inspection de l'enseignement utilise les critères suivants pour contrôler si l'enseignement à domicile dispensé répond aux objectifs visés à l'article 26bis du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental :
   1° les objectifs pédagogiques de l'enseignement à domicile ;
   2° l'adéquation entre l'enseignement à domicile fourni et les besoins d'apprentissage de l'élève ;
   3° la planification de l'enseignement à domicile ;
   4° la manière dont l'enseignement à domicile est structuré ;
   5° la disponibilité des moyens didactiques ;
   6° le temps consacré à l'enseignement à domicile ;
   7° la mise en oeuvre d'une évaluation des objectifs pédagogiques.
  [3 8° la poursuite de la participation sociale.]3
   A l'aide des critères, visés au premier alinéa, l'inspection de l'enseignement évalue plus spécifiquement :
   1° si, pour les élèves scolarisables qui, conformément à l'article 26bis/2 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, sont obligés d'obtenir un certificat auprès du jury de la Communauté flamande, il est misé via l'enseignement à domicile sur une offre suffisamment équilibrée des différents domaines d'apprentissage ;
   2° si l'enseignement à domicile a mené à un élargissement des connaissances et aptitudes ;
   3° [2 si, selon l'âge, tous les domaines d'apprentissage, visés aux articles 39 ou 40 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, sont abordés.]2]1

  [3 Si l'inspection de l'enseignement constate, lors d'un contrôle, que l'enseignement dispensé ne répond manifestement pas aux exigences minimales visées à l'article 26bis du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, un nouveau rendez-vous pour un contrôle tel que visé à l'article 10decies/1 est fixé dans les six mois suivant le contrôle. Le délai est suspendu pendant les vacances de Noël, de Pâques et d'été. ]3
  
Art. 10undecies. [1 Een aanvraag tot het hervatten van huisonderwijs, vermeld in artikel 26ter, § 3, tweede lid, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wordt door de ouders van de leerplichtige leerling ingediend bij de onderwijsinspectie met een aangetekende brief met ontvangstbevestiging.
   De schriftelijke aanvraag, vermeld in het eerste lid, omvat :
   1° de volledige identificatie van de betrokken leerplichtigen;
   2° de gegevens van de school waar de betrokken leerplichtigen momenteel ingeschreven zijn;
   3° de gegevens over de plaats waar het huisonderwijs zal worden verstrekt;
   4° de gegevens over de personen die het huisonderwijs zullen verstrekken;
   5° de motieven om het huisonderwijs te hervatten;
   6° een omstandige beschrijving van de wijze waarop het huisonderwijs gerealiseerd zal worden, met inbegrip van een beschrijving van de wijze waarop de tekortkomingen, vastgesteld door de onderwijsinspectie die geleid hebben tot haar beslissing dat de leerling zich in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school moet inschrijven, zijn of worden weggewerkt.]1

  
Art. 10unddecies. [1 Une demande de reprise de l'enseignement à domicile, visée à l'article 26ter, § 3, deuxième alinéa, du décret sur l'enseignement fondamental du 25 février 1997, est déposée par les parents de l'élève scolarisable auprès de l'inspection de l'enseignement par une lettre recommandée avec accusé de réception.
   La demande écrite, visée au premier alinéa, comprend :
   1° l'identification complète des enfants scolarisables intéressés;
   2° les informations sur l'école où sont actuellement inscrits les enfants scolarisables intéressés;
   3° les informations sur le lieu où l'enseignement à domicile sera dispensé;
   4° les informations sur les personnes qui dispenseront l'enseignement à domicile;
   5° les motifs pour la reprise de l'enseignement à domicile;
   6° une description circonstanciée de la façon dont l'enseignement à domicile sera réalisé, y compris la description de la façon dont il est ou sera remédié aux manquements, identifiés par l'inspection de l'enseignement qui ont conduit à sa décision que l'élève doit s'inscrire dans une école agréée, financée ou subventionnée par la Communauté flamande.]1

  
Art. 10duodecies. [1 § 1. De onderwijsinspectie onderzoekt of er voldoende garanties aanwezig zijn dat het huisonderwijs beantwoordt aan de doelstellingen, vermeld in artikel 26ter, § 3, tweede lid, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en beslist over de mogelijkheid om het huisonderwijs te hervatten.
Art. 10duodecies.[1 § 1er. L'inspection de l'enseignement examine s'il y a suffisamment de garanties que l'enseignement à domicile répond aux objectifs, visés à l'article 26ter, § 3, deuxième alinéa, du décret sur l'enseignement fondamental du 25 février 1997, et décide sur la possibilité de reprendre l'enseignement à domicile.
Art. 10terdecies. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 10novies kan de hervatting van het huisonderwijs ingaan vanaf een van de volgende tijdstippen :
Art. 10terdecies. [1 Sans préjudice de l'application de l'article 10novies, la reprise de l'enseignement à domicile peut démarrer aux dates suivantes :
HOOFDSTUK III. - Sancties.
CHAPITRE III. - Sanctions.
Art. 11. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op de scholen die niet gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap.
Art. 11. Les dispositions du présent chapitre ne s'appliquent pas aux écoles qui ne sont pas financées ou subventionnées par la Communauté flamande.
Art. 12.   § 1. Als een directie de verplichting voorzien in artikel 6 niet naleeft, stuurt het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 een aanmaning naar het betrokken schoolbestuur.
  § 2. Als de vereiste gegevens binnen tien kalenderdagen na de aanmaning niet aan het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 bezorgd zijn, wordt het betrokken schoolbestuur bij aangetekend schrijven in gebreke gesteld.
  De ingebrekestelling verwijst naar de mogelijke sancties en bepaalt binnen welke termijn het schoolbestuur de nalatigheid ongedaan dient te maken met toevoeging van een rechtvaardiging voor de nalatigheid.
  
Art. 12.   § 1er. Si une direction ne respecte pas l'obligation prévue par l'article 6, [1 l'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 fait sommation à l'autorité scolaire en question.
  § 2. Si les données requises ne sont pas transmises [1 à l'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 dans les dix jours civils de la sommation, l'autorité scolaire concernée est mise en demeure par lettre recommandée.
  La mise en demeure se réfère aux sanctions éventuelles et définit le délai dans lequel l'autorité scolaire est tenue de redresser la négligence et de la justifier.
  
Art. 13. Van de schoolbesturen die tien kalenderdagen na het versturen van het aangetekend schrijven nog steeds in gebreke zijn, legt het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 het dossier met een voorstel van sanctie voor aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.
  
Art. 13. [1 L'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 soumet, au Ministre flamand compétent pour l'Enseignement, un dossier avec une proposition de sanction pour les autorités scolaires qui sont toujours en demeure dix jours civils de l'envoi de la lettre recommandée.
  
Art. 14. § 1. Overeenkomstig artikel 179 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, neemt de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, een beslissing omtrent de voorgestelde sanctie, na het betrokken schoolbestuur gehoord te hebben. Het betrokken schoolbestuur wordt daartoe bij aangetekend schrijven opgeroepen.
  § 2. De beslissing omtrent een sanctie wordt binnen een termijn van vijftien kalenderdagen na het verhoor, of na het versturen van de oproeping ingeval het betrokken schoolbestuur niet verschenen is, bij aangetekend schrijven meegedeeld aan het betrokken schoolbestuur.
  Na het verstrijken van bedoelde termijn kan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, geen sanctie meer opleggen.
Art. 14. § 1er. Conformément à l'article 179 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, le Ministre flamand ayant l'Enseignement dans ses attributions prend une décision concernant la sanction proposée, après avoir entendu l'autorité scolaire. L'autorité scolaire concernée est convoquée par lettre recommandée.
  § 2. La décision concernant une sanction est communiquée par lettre recommandée à l'autorité scolaire concernée dans un délai de quinze jours civils de l'enquête, ou de la transmission de la convocation, si l'autorité scolaire concernée n'a pas comparu.
  Après expiration du délai visé, le Ministre flamand compétent pour l'Enseignement ne peut plus imposer une sanction.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions finales.
Art. 15. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 november 1997.
Art. 15. Le présent arrêté produit ses effets le 1er novembre 1997.
Art. 16. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 16. Le Ministre flamand compétent pour l'Enseignement est chargé de l'exécution du présent arrêté.