Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
5 SEPTEMBER 1995. - Besluit van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke en protestantse godsdienst der inrichtingen voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat (VERTALING).
Titre
5 SEPTEMBRE 1995. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté germanophone modifiant l'arrêté royal du 25 octobre 1971 fixant le statut des maîtres de religion, des professeurs de religion et des inspecteurs de religion des religions catholique et protestante des établissements d'enseignement primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat (TRADUCTION).
Informations sur le document
Numac: 1997033124
Datum: 1995-09-05
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1997033124
Date: 1995-09-05
Moniteur: Voir
Tekst (5)
Texte (5)
Artikel 1. In de opschrift van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke en protestantse godsdienst der inrichtingen voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat worden de woorden " katholieke en protestantse godsdienst der inrichtingen voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat " vervangen door de woorden " katholieke, protestantse en Israëlitische godsdienst der onderwijsinrichtingen van de Duitstalige Gemeenschap ".
Article 1. Dans le titre de l'arrêté royal du 25 octobre 1971 fixant le statut des maîtres de religion, des professeurs de religion et des inspecteurs de religion des religions catholique et protestante des établissements d'enseignement primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, les termes " des religions catholique et protestante des établissements d'enseignement primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat " sont remplacés par les termes " des religions catholique, protestante et israélite dans les établissements d'enseignement de la Communauté germanophone ".
Art. 2. Artikel 1 van het bovenvermeld koninklijk besluit van 25 oktober 1971 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Artikel 1 - Dit besluit is van toepassing op de leermeesters, leraars en inspecteurs katholieke, protestantse en Israëlitische godsdienst in de onderwijsinrichtingen van de Duitstalige Gemeenschap. "
Art. 2. L'article 1er de l'arrêté royal du 25 octobre 1971 précité est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 1er. Le présent arrêté est applicable aux maîtres de religion, professeurs de religion et inspecteurs de religion des religions catholique, protestante et israélite dans les établissements d'enseignement de la Communauté germanophone. "
Art. 3. De bijlage bij het bovenvermeld koninklijk besluit van 25 oktober 1971, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 juli 1976, wordt aangevuld met een litera C, luidend als volgt :
  C. Israëlitische godsdienst
  § 1 - Leraar Israëlitische godsdienst in het niet-universitair hoger onderwijs
  a) de hoedanigheid van rabbijn;
  b) de hoedanigheid of waardigheid van bedienaar van de eredienst;
  c) het diploma van master in de Joodse geschiedenis, filosofie en beschaving uitgereikt door een Belgische of buitenlandse universiteit, aangevuld met het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de hogere secundaire graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium;
  d) het diploma van speciaal licentiaat in de Joodse geschiedenis, filosofie en beschaving uitgereikt door een Belgische of buitenlandse universiteit, aangevuld met het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de hogere secundaire graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium;
  e) het diploma van doctor of licentiaat in om het even welk vak , uitgereikt door een Belgische of buitenlandse universiteit, aangevuld met het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de hogere secundaire graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium;
  f) het diploma uitgereikt door een Belgische of buitenlandse talmoedschool (Jeshiva) of een Belgisch of buitenlands seminarie voor het onderwijs van de Israëlitische godsdienst, aangevuld met het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de hogere secundaire graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium;
  g) het hoger diploma in de Joodse geschiedenis, filosofie en beschaving uitgereikt door het Studieinstituut voor het jodendom, aangevuld met het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de hogere secundaire graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium;
  h) het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de hogere secundaire graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium.
  § 2 - Leraar Israëlitische godsdienst in het hoger secundair onderwijs
  a) de hoedanigheid van rabbijn;
  b) de hoedanigheid of waardigheid van bedienaar van de eredienst;
  c) het diploma van master in de Joodse geschiedenis, filosofie en beschaving uitgereikt door een Belgische of buitenlandse universiteit, aangevuld met het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de hogere secundaire graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium;
  d) het diploma van speciaal licentiaat in de Joodse geschiedenis, filosofie en beschaving uitgereikt door een Belgische of buitenlandse universiteit, aangevuld met het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de hogere secundaire graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium;
  e) het diploma van doctor of licentiaat in om het even welk vak, uitgereikt door een Belgische of buitenlandse universiteit, aangevuld met het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de hogere secundaire graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium;
  f) het diploma uitgereikt door een Belgische of buitenlandse talmoedschool (Jeshiva) of een Belgisch of buitenlands seminarie voor het onderwijs van de Israëlitische godsdienst, aangevuld met het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de hogere secundaire graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium;
  g) het hoger diploma in de Joodse geschiedenis, filosofie en beschaving uitgereikt door het Studieinstituut voor het jodendom, aangevuld met het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de hogere secundaire graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium;
  h) het getuigschrift in de Joodse geschiedenis, filosofie en beschaving uitgereikt door het Studieinstituut voor het jodendom, aangevuld met het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de hogere secundaire graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium;
  i) het speciaal getuigschrift in de hedendaagse Hebreeuwse taal en letterkunde uitgereikt door het Studieinstituut voor het jodendom, aangevuld met het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de hogere secundaire graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium;
  j) het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de hogere secundaire graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium.
  § 3. Leraar Israëlitische godsdienst in het lager secundair onderwijs
  a) de hoedanigheid van rabbijn;
  b) de hoedanigheid of waardigheid van bedienaar van de eredienst;
  c) het diploma van master in de Joodse geschiedenis, filosofie en beschaving uitgereikt door een Belgische of buitenlandse universiteit, aangevuld met het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de lagere secundaire graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium;
  d) het diploma van speciaal licentiaat in de Joodse geschiedenis, filosofie en beschaving uitgereikt door een Belgische of buitenlandse universiteit, aangevuld met het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de lagere secundaire graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium;
  e) het diploma van doctor of licentiaat in om het even welk vak, uitgereikt door een Belgische of buitenlandse universiteit, aangevuld met het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de lagere secundaire graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium;
  f) het diploma uitgereikt door een Belgische of buitenlandse talmoedschool (Jeshiva) of een Belgisch of buitenlands seminarie voor het onderwijs van de Israëlitische godsdienst, aangevuld met het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de lagere secundaire graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium;
  g) het hoger diploma in de Joodse geschiedenis, filosofie en beschaving uitgereikt door het Studieinstituut voor het jodendom, aangevuld met het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de lagere secundaire graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium;
  h) het getuigschrift in de Joodse geschiedenis, filosofie en beschaving uitgereikt door het Studieinstituut voor het jodendom, aangevuld met het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de lagere secundaire graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium;
  i) het speciaal getuigschrift in de hedendaagse Hebreeuwse taal en letterkunde uitgereikt door het Studieinstituut voor het jodendom, aangevuld met het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de lagere secundaire graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium;
  j) het getuigschrift in de Joodse geschiedenis uitgereikt door het Studieinstituut voor het jodendom, aangevuld met het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de lagere secundaire graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium;
  k) het getuigschrift in de Joodse filosofie en beschaving uitgereikt door het Studieinstituut voor het jodendom, aangevuld met het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de lagere secundaire graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium;
  § 4. Leermeester Israëlitische godsdienst in het lager onderwijs
  a) de hoedanigheid of waardigheid van bedienaar van de eredienst;
  b) het diploma van onderwijzer aangevuld met het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de lagere graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium;
  c) één van de bekwaamheidsbewijzen opgenomen onder § 3, h, i, j, k;
  d) het getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijs van de Israëlitische godsdienst in de lagere graad uitgereikt door het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en gezamenlijk ondertekend door de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorium van België en de opperrabbijn van België of de rabbijn verbonden aan het Consistorium
Art. 3. L'annexe de l'arrêté royal du 25 octobre 1971 précité, modifiée par l'arrêté royal du 8 juillet 1976, est complétée par un littéra C, libellé comme suit :
  C. Religion israélite
  § 1 - Professeur de religion israélite dans l'enseignement supérieur non universitaire
  a) la qualité de rabbin;
  b) la qualité ou la dignité de ministre du Culte;
  c) la maîtrise en histoire, pensée et civilisation juive délivrée par une université belge ou étrangère, complétée par le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire supérieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire;
  d) la licence spéciale en histoire, pensée et civilisation juive délivrée par une université belge ou étrangère, complétée par le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire supérieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire;
  e) le diplôme de docteur ou de licencié dans n'importe quelle discipline, délivré par une Université belge ou étrangère, complété par le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire supérieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire;
  f) le diplôme délivré par une école talmudique (Yeshiva) belge ou étrangère ou un séminaire d'enseignement religieux israélite, belge ou étranger, complété par le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire supérieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire;
  g) le diplôme supérieur en histoire, pensée et civilisation juive délivré par l'Institut d'études du judaïsme, complété par le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire supérieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire;
  h) le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire supérieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire;
  § 2 - Professeur de religion israélite dans l'enseignement secondaire supérieur
  a) la qualité de rabbin;
  b) la qualité ou la dignité de ministre du Culte;
  c) la maîtrise en histoire, pensée et civilisation juive délivrée par une université belge ou étrangère, complétée par le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire supérieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire;
  d) la licence spéciale en histoire, pensée et civilisation juive délivrée par une université belge ou étrangère, complétée par le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire supérieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire;
  e) le diplôme de docteur ou de licencié dans n'importe quelle discipline, délivré par une université belge ou étrangère, complété par le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire supérieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire;
  f) le diplôme délivré par une école talmudique (Yeshiva) belge ou étrangère ou un séminaire d'enseignement religieux israélite, belge ou étranger, complété par le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire supérieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire;
  g) le diplôme supérieur en histoire, pensée et civilisation juive délivré par l'Institut d'études du judaïsme, complété par le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire supérieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire;
  h) le certificat en histoire, pensée et civilisation juive délivré par l'Institut d'études du judaïsme, complété par le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire supérieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire;
  i) le certificat spécial en langue et littérature hébraïque contemporaine délivré par l'Institut d'études du judaïsme, complété par le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire supérieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire;
  j) le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire supérieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire.
  § 3 - Professeur de religion israélite dans l'enseignement secondaire inférieur
  a) la qualité de rabbin;
  b) la qualité ou la dignité de ministre du Culte;
  c) la maîtrise en histoire, pensée et civilisation juive délivrée par une université belge ou étrangère, complétée par le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire inférieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire;
  d) la licence spéciale en histoire, pensée et civilisation juive délivrée par une université belge ou étrangère, complétée par le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire inférieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire;
  e) le diplôme de docteur ou de licencié dans n'importe quelle discipline, délivré par une université belge ou étrangère, complété par le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire inférieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire;
  f) le diplôme délivré par une école talmudique (Yeshiva) belge ou étrangère ou un séminaire d'enseignement religieux israélite, belge ou étranger, complété par le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire inférieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire;
  g) le diplôme supérieur en histoire, pensée et civilisation juive délivré par l'Institut d'études du judaïsme, complété par le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire inférieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire;
  h) le certificat en histoire, pensée et civilisation juive délivré par l'Institut d'études du judaïsme, complété par le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire inférieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire;
  i) le certificat spécial en langue et littérature hébraïque contemporaine délivré par l'Institut d'études du judaïsme, complété par le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire inférieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire;
  j) le certificat en histoire juive délivré par l'Institut d'études du judaïsme, complété par le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire inférieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire;
  k) le certificat en pensée et civilisation juive délivré par l'Institut d'études du judaïsme, complété par le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire inférieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire;
  l) le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré secondaire supérieur, délivré par le Consistoire central israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire.
  § 4 - Maître de religion israélite dans l'enseignement primaire
  a) la qualité ou la dignité de ministre du Culte;
  b) le diplôme d'instituteur primaire, complété par le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré primaire, délivré par le Consistoire israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire;
  c) un des titres repris au § 3, h, i, j, k;
  d) le certificat d'aptitude à l'enseignement religieux israélite au degré primaire, délivré par le Consistoire israélite de Belgique et signé conjointement par le président du Consistoire central israélite de Belgique et le grand rabbin de Belgique ou le rabbin attaché au Consistoire.
Art. 4. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 29 augustus 1994.
Art. 4. Le présent arrêté produit ses effets le 29 août 1994.
Art. 5. De Minister van Onderwijs, Cultuur, Wetenschappelijk Onderzoek, Monumenten en Landschappen is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Eupen, 5 september 1995.
  Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap :
  De Minister-President, Minister van Financiën, Internationale Betrekkingen, Gezondheid, Gezin en Bejaarden, Sport en Toerisme,
  J. MARAITE
  De Minister van Onderwijs, Cultuur, Wetenschappelijk Onderzoek, Monumenten en Landschappen,
  W. SCHRODER
Art. 5. Le Ministre de l'Enseignement, de la Culture, de la Recherche scientifique et des Monuments et Sites est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Eupen, le 5 septembre 1995.
  Pour le Gouvernement de la Communauté germanophone :
  Le Ministre-Président, Ministre des Finances, des Relations internationales, de la Santé, de la Famille et des Personnes âgées, du Sport et du Tourisme,
  J. MARAITE
  Le Ministre de l'Enseignement, de la Culture, de la Recherche scientifique et des Monuments et Sites,
  W. SCHRODER