Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
17 FEBRUARI 1997. - Wet houdende bepaalde wijzigingen aan de wet van 21 mei 1991 tot vaststelling van een zeker verband tussen Belgische pensioenregelingen en die van instellingen van internationaal publiek recht.
Titre
17 FEVRIER 1997. - Loi apportant certaines modifications à la loi du 21 mai 1991 établissant certaines relations entre des régimes belges de pensions et ceux d'institutions de droit international public.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (19)
Texte (19)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid zoals bepaald in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art. 2. Artikel 1, eerste lid van de wet van 21 mei 1991 tot vaststelling van een zeker verband tussen Belgische pensioenregelingen en die van instellingen van internationaal publiek recht wordt aangevuld als volgt:
"5° op de rust- en overlevingspensioenen ten laste van de pensioenregeling voor zelfstandigen ingesteld door het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen en door de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen;
6° op de onvoorwaardelijke pensioenen van zelfstandige, bedoeld in artikel 37 van voormeld koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967.".
"5° op de rust- en overlevingspensioenen ten laste van de pensioenregeling voor zelfstandigen ingesteld door het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen en door de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen;
6° op de onvoorwaardelijke pensioenen van zelfstandige, bedoeld in artikel 37 van voormeld koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967.".
Art. 2. L'article 1er, alinéa 1er de la loi du 21 mai 1991 établissant certaines relations entre des régimes belges de pensions et ceux d'institutions de droit international public, est complété comme suit:
"5° aux pensions de retraite et de survie à charge du régime de pension des travailleurs indépendants instauré par l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants et par la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions;
6° aux pensions inconditionnelles de travailleur indépendant visées à l'article 37 du l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 précité."
6° aux pensions inconditionnelles de travailleur indépendant visées à l'article 37 du l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 précité."
"5° aux pensions de retraite et de survie à charge du régime de pension des travailleurs indépendants instauré par l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants et par la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions;
6° aux pensions inconditionnelles de travailleur indépendant visées à l'article 37 du l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 précité."
6° aux pensions inconditionnelles de travailleur indépendant visées à l'article 37 du l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 précité."
Art. 3. Aan artikel 2 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. in de huidige tekst, die § 1 wordt, wordt 1° vervangen door de volgende bepaling:
"1° onder "instelling": de gemeenschapsinstellingen, de voor de toepassing van het Statuut van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie daaraan gelijkgestelde organen, alsook de instellingen met gemeenschapskarakter waarvan het pensioenstelsel aan de vastbenoemde ambtenaar de mogelijkheid verleent de overdracht naar de pensioenkas van de instelling te vragen van de pensioenrechten die hij heeft opgebouwd voor zijn indiensttreding bij de instelling;";
2. een § 2, luidend als volgt, wordt toegevoegd:
"§ 2. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit en vanaf de datum die Hij vaststelt, de bepalingen van deze wet toepasselijk maken op andere instellingen van internationaal publiek recht dan die bedoeld in § 1, 1°. In dat geval kan Hij de termijn vaststellen binnen welke de in artikel 3 bedoelde aanvraag die ingediend werd bij die instellingen, moet toekomen bij de administratie. Bovendien kan Hij overgangsmaatregelen vaststellen zowel voor de ambtenaren of de gewezen ambtenaren die bij die instellingen in dienst zijn getreden vóor de datum waarop deze wet op hen toepasselijk werd, als voor de rechtverkrijgenden van die ambtenaren.".
1. in de huidige tekst, die § 1 wordt, wordt 1° vervangen door de volgende bepaling:
"1° onder "instelling": de gemeenschapsinstellingen, de voor de toepassing van het Statuut van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie daaraan gelijkgestelde organen, alsook de instellingen met gemeenschapskarakter waarvan het pensioenstelsel aan de vastbenoemde ambtenaar de mogelijkheid verleent de overdracht naar de pensioenkas van de instelling te vragen van de pensioenrechten die hij heeft opgebouwd voor zijn indiensttreding bij de instelling;";
2. een § 2, luidend als volgt, wordt toegevoegd:
"§ 2. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit en vanaf de datum die Hij vaststelt, de bepalingen van deze wet toepasselijk maken op andere instellingen van internationaal publiek recht dan die bedoeld in § 1, 1°. In dat geval kan Hij de termijn vaststellen binnen welke de in artikel 3 bedoelde aanvraag die ingediend werd bij die instellingen, moet toekomen bij de administratie. Bovendien kan Hij overgangsmaatregelen vaststellen zowel voor de ambtenaren of de gewezen ambtenaren die bij die instellingen in dienst zijn getreden vóor de datum waarop deze wet op hen toepasselijk werd, als voor de rechtverkrijgenden van die ambtenaren.".
Art. 3. A l'article 2 de la même loi, sont apportées les modifications suivantes:
1. dans le texte actuel, qui formera le § 1er, le 1° est remplacé par la disposition suivante:
"1° par "institution": les institutions communautaires, les organes assimilés à celles-ci pour l'application du Statut des fonctionnaires et autres agents de l'Union européenne ainsi que les organismes à vocation communautaire dont le régime de pension confère au fonctionnaire titularisé la faculté de demander le transfert, vers la caisse de pension de l'institution, des droits à pension qu'il s'est constitués avant son entrée au service de l'institution;";
2. un § 2, rédigé comme suit, est ajouté:
"§ 2. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, rendre, à partir de la date qu'Il fixe, les dispositions de la présente loi applicables à des institutions de droit international public autres que celles visées au § 1er, 1°. Dans ce cas, Il peut fixer le délai dans lequel la demande visée à l'article 3 et introduite auprès de ces institutions doit parvenir à l'administration. En outre, Il peut prévoir des mesures transitoires tant pour les fonctionnaires ou les anciens fonctionnaires qui sont entrés en service auprès de ces institutions avant la date à laquelle la présente loi leur est rendue applicable, que pour les ayants droit de ces fonctionnaires.".
1. dans le texte actuel, qui formera le § 1er, le 1° est remplacé par la disposition suivante:
"1° par "institution": les institutions communautaires, les organes assimilés à celles-ci pour l'application du Statut des fonctionnaires et autres agents de l'Union européenne ainsi que les organismes à vocation communautaire dont le régime de pension confère au fonctionnaire titularisé la faculté de demander le transfert, vers la caisse de pension de l'institution, des droits à pension qu'il s'est constitués avant son entrée au service de l'institution;";
2. un § 2, rédigé comme suit, est ajouté:
"§ 2. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, rendre, à partir de la date qu'Il fixe, les dispositions de la présente loi applicables à des institutions de droit international public autres que celles visées au § 1er, 1°. Dans ce cas, Il peut fixer le délai dans lequel la demande visée à l'article 3 et introduite auprès de ces institutions doit parvenir à l'administration. En outre, Il peut prévoir des mesures transitoires tant pour les fonctionnaires ou les anciens fonctionnaires qui sont entrés en service auprès de ces institutions avant la date à laquelle la présente loi leur est rendue applicable, que pour les ayants droit de ces fonctionnaires.".
Art. 4. Artikel 4 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
"Art. 4. De in artikel 3 bedoelde aanvraag moet bij de instelling worden ingediend hetzij bij een ter post aangetekende brief, hetzij bij een ingeschreven zending met ontvangstbewijs.
Deze aanvraag wordt, vergezeld van een document waaruit de instemming van de instelling blijkt, door de instelling naar de bevoegde administratie gestuurd.".
"Art. 4. De in artikel 3 bedoelde aanvraag moet bij de instelling worden ingediend hetzij bij een ter post aangetekende brief, hetzij bij een ingeschreven zending met ontvangstbewijs.
Deze aanvraag wordt, vergezeld van een document waaruit de instemming van de instelling blijkt, door de instelling naar de bevoegde administratie gestuurd.".
Art. 4. L'article 4 de la même loi est remplacé par la disposition suivante:
"Art. 4. La demande visée à l'article 3 doit être introduite auprès de l'institution soit par lettre recommandée à la poste, soit par pli enregistré avec accusé de réception.
Cette demande, accompagnée d'un document constatant l'accord de l'institution, est transmise par l'institution à l'administration compétente.".
"Art. 4. La demande visée à l'article 3 doit être introduite auprès de l'institution soit par lettre recommandée à la poste, soit par pli enregistré avec accusé de réception.
Cette demande, accompagnée d'un document constatant l'accord de l'institution, est transmise par l'institution à l'administration compétente.".
Art. 5. Aan artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in 1° worden de woorden "artikel 11, derde lid" vervangen door de woorden "artikel 11, § 1, tweede en derde lid";
2° in 2° worden de woorden "of de berekening van een ander in artikel 1 bedoeld rustpensioen" vervangen door de woorden "of de berekening van een ander in artikel 1 bedoeld rustpensioen of als z zodanig geldend voordeel";
1° in 1° worden de woorden "artikel 11, derde lid" vervangen door de woorden "artikel 11, § 1, tweede en derde lid";
2° in 2° worden de woorden "of de berekening van een ander in artikel 1 bedoeld rustpensioen" vervangen door de woorden "of de berekening van een ander in artikel 1 bedoeld rustpensioen of als z zodanig geldend voordeel";
Art. 5. A l'article 7 de la même loi sont apportées les modifications suivantes:
1° dans le 1°, les mots "article 11, alinéa 3" sont remplacés par les mots "article 11, § 1er, alinéas 2 et 3";
2° dans le 2°, les mots "ou le calcul d'une autre pension de retraite visée à l'article 1er;" sont remplacés par les mots "ou le calcul d'une autre pension de retraite ou d'un autre avantage en tenant lieu visé à l'article 1er;".
1° dans le 1°, les mots "article 11, alinéa 3" sont remplacés par les mots "article 11, § 1er, alinéas 2 et 3";
2° dans le 2°, les mots "ou le calcul d'une autre pension de retraite visée à l'article 1er;" sont remplacés par les mots "ou le calcul d'une autre pension de retraite ou d'un autre avantage en tenant lieu visé à l'article 1er;".
Art. 6. In artikel 8 van dezelfde wet worden de woorden "volgend op die van de aanvraag om overdracht." vervangen door de woorden "volgend op die tijdens welke de aanvraag overeenkomstig artikel 4, tweede lid bij de bevoegde administratie is toegekomen.".
Art. 6. Dans l'article 8 de la même loi, les mots "de la demande de transfert." sont remplacés par les mots "au cours duquel la demande est, conformément à l'article 4, alinéa 2, parvenue à l'administration compétente.".
Art. 7. In artikel 10 van dezelfde wet worden het tweede en het derde lid opgeheven.
Art. 7. A l'article 10 de la même loi, les alinéas 2 et 3 sont abrogés.
Art. 8. Artikel 11 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
"Art. 11. § 1. De instelling is gesubrogeerd in het recht op het pensioen waarvoor artikel 3 werd toegepast:
a) vanaf de datum waarop het recht op pensioen geopend wordt bij de instelling als de belanghebbende vóór de leeftijd van zestig jaar in de pensioenregeling van de instelling ofwel een invaliditeitspensioen, ofwel een onmiddellijk vervroegd pensioen, ofwel een pensioen toegekend na afloop van een periode van terbeschikkingstelling of ontheffing van het ambt om redenen van dienstbelang verkrijgt;
b) vanaf de eerste dag van de maand volgend op het beëindigen van de dienst als de belanghebbende vóór de leeftijd van zestig jaar ten laste van de instelling een uitkering bij vertrek verkrijgt;
c) vanaf de datum waarop het recht op pensioen is geopend, zowel krachtens de toepasselijke Belgische wetgeving als krachtens de pensioenregeling van de instelling, in alle andere gevallen.
Het bedrag van de aan de instelling te storten periodieke termijnen is gelijk aan een twaalfde van het in artikel 6 bedoelde definitieve bedrag van het rustpensioen. Dit definitieve bedrag wordt aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen dat toepasselijk is op de begindatum van de subrogatie volgens de regels die van kracht zijn voor een pensioen van dezelfde aard en, in het geval van een in het eerste lid, a) of b) bedoeld pensioen of bedoelde uitkering, vervolgens verminderd rekening houdend met de leeftijd van de belanghebbende op voormelde datum. Het verminderde bedrag wordt verkregen door het aangepaste definitieve bedrag te vermenigvuldigen met de coëfficiënt die in de hiernavolgende tabel voorkomt:
"Art. 11. § 1. De instelling is gesubrogeerd in het recht op het pensioen waarvoor artikel 3 werd toegepast:
a) vanaf de datum waarop het recht op pensioen geopend wordt bij de instelling als de belanghebbende vóór de leeftijd van zestig jaar in de pensioenregeling van de instelling ofwel een invaliditeitspensioen, ofwel een onmiddellijk vervroegd pensioen, ofwel een pensioen toegekend na afloop van een periode van terbeschikkingstelling of ontheffing van het ambt om redenen van dienstbelang verkrijgt;
b) vanaf de eerste dag van de maand volgend op het beëindigen van de dienst als de belanghebbende vóór de leeftijd van zestig jaar ten laste van de instelling een uitkering bij vertrek verkrijgt;
c) vanaf de datum waarop het recht op pensioen is geopend, zowel krachtens de toepasselijke Belgische wetgeving als krachtens de pensioenregeling van de instelling, in alle andere gevallen.
Het bedrag van de aan de instelling te storten periodieke termijnen is gelijk aan een twaalfde van het in artikel 6 bedoelde definitieve bedrag van het rustpensioen. Dit definitieve bedrag wordt aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen dat toepasselijk is op de begindatum van de subrogatie volgens de regels die van kracht zijn voor een pensioen van dezelfde aard en, in het geval van een in het eerste lid, a) of b) bedoeld pensioen of bedoelde uitkering, vervolgens verminderd rekening houdend met de leeftijd van de belanghebbende op voormelde datum. Het verminderde bedrag wordt verkregen door het aangepaste definitieve bedrag te vermenigvuldigen met de coëfficiënt die in de hiernavolgende tabel voorkomt:
Art. 8. L'article 11 de la même moi est remplacé par la disposition suivante:
"Art. 11. § 1er. L'institution est subrogée dans les droits à la pension pour laquelle il est fait application de l'article 3:
a) à partir de la date à laquelle s'ouvre le droit à pension auprès de l'institution si l'intéressé obtient, avant l'âge de soixante ans, dans le régime de pension de l'institution, soit une pension d'invalidité, soit une pension anticipée immédiate, soit une pension accordée à l'issue d'une période de disponibilité ou de retrait d'emploi dans l'intérêt du service;
b) à partir du premier jour du mois qui suit la cessation des fonctions si, avant l'âge de soixante ans, l'intéressé obtient à charge de l'institution une allocation de départ;
c) à partir de la date à laquelle le droit à pension est ouvert tant en vertu de la législation belge applicable qu'en vertu du régime de pension de l'institution, dans tous les autres cas.
Le montant des arrérages périodiques à verser à l'institution est égal à un douzième du montant définitif de la pension de retraite visé à l'article 6. Ce montant définitif est adapté à l'indice des prix à la consommation applicable à la date du début de la subrogation selon les mêmes règles que celles en vigueur pour une pension de même nature et, en cas de pension ou d'allocation visée au a) ou au b) de l'alinéa 1er, ensuite réduit en fonction de l'âge de l'intéressé à la date précitée. Le montant réduit est obtenu en multipliant le montant définitif adapté par le coefficient figurant dans le tableau ci-après:
"Art. 11. § 1er. L'institution est subrogée dans les droits à la pension pour laquelle il est fait application de l'article 3:
a) à partir de la date à laquelle s'ouvre le droit à pension auprès de l'institution si l'intéressé obtient, avant l'âge de soixante ans, dans le régime de pension de l'institution, soit une pension d'invalidité, soit une pension anticipée immédiate, soit une pension accordée à l'issue d'une période de disponibilité ou de retrait d'emploi dans l'intérêt du service;
b) à partir du premier jour du mois qui suit la cessation des fonctions si, avant l'âge de soixante ans, l'intéressé obtient à charge de l'institution une allocation de départ;
c) à partir de la date à laquelle le droit à pension est ouvert tant en vertu de la législation belge applicable qu'en vertu du régime de pension de l'institution, dans tous les autres cas.
Le montant des arrérages périodiques à verser à l'institution est égal à un douzième du montant définitif de la pension de retraite visé à l'article 6. Ce montant définitif est adapté à l'indice des prix à la consommation applicable à la date du début de la subrogation selon les mêmes règles que celles en vigueur pour une pension de même nature et, en cas de pension ou d'allocation visée au a) ou au b) de l'alinéa 1er, ensuite réduit en fonction de l'âge de l'intéressé à la date précitée. Le montant réduit est obtenu en multipliant le montant définitif adapté par le coefficient figurant dans le tableau ci-après:
Leeftijd Coefficient
59 0,9259
58 0,8594
57 0,7994
56 0,7451
55 0,6958
54 0,6510
53 0,6100
52 0,5727
51 0,5383
50 0,5068
49 0,4752
48 0,4457
47 0,4182
46 0,3925
45 0,3685
44 0,3460
43 0,3250
42 0,3054
41 0,2871
40 0,2700
39 0,2541
38 0,2393
37 0,2255
36 0,2126
35 0,2005
34 0,1892
33 0,1787
32 0,1687
31 0,1595
30 0,1507
29 0,1426
28 0,1349
27 0,1277
26 0,1209
25 0,1145
24 0,1085
23 0,1028
22 0,0975
21 0,0925
20 0,0877
59 0,9259
58 0,8594
57 0,7994
56 0,7451
55 0,6958
54 0,6510
53 0,6100
52 0,5727
51 0,5383
50 0,5068
49 0,4752
48 0,4457
47 0,4182
46 0,3925
45 0,3685
44 0,3460
43 0,3250
42 0,3054
41 0,2871
40 0,2700
39 0,2541
38 0,2393
37 0,2255
36 0,2126
35 0,2005
34 0,1892
33 0,1787
32 0,1687
31 0,1595
30 0,1507
29 0,1426
28 0,1349
27 0,1277
26 0,1209
25 0,1145
24 0,1085
23 0,1028
22 0,0975
21 0,0925
20 0,0877
Age Coefficient
59 0,9259
58 0,8594
57 0,7994
56 0,7451
55 0,6958
54 0,6510
53 0,6100
52 0,5727
51 0,5383
50 0,5068
49 0,4752
48 0,4457
47 0,4182
46 0,3925
45 0,3685
44 0,3460
43 0,3250
42 0,3054
41 0,2871
40 0,2700
39 0,2541
38 0,2393
37 0,2255
36 0,2126
35 0,2005
34 0,1892
33 0,1787
32 0,1687
31 0,1595
30 0,1507
29 0,1426
28 0,1349
27 0,1277
26 0,1209
25 0,1145
24 0,1085
23 0,1028
22 0,0975
21 0,0925
20 0,0877
59 0,9259
58 0,8594
57 0,7994
56 0,7451
55 0,6958
54 0,6510
53 0,6100
52 0,5727
51 0,5383
50 0,5068
49 0,4752
48 0,4457
47 0,4182
46 0,3925
45 0,3685
44 0,3460
43 0,3250
42 0,3054
41 0,2871
40 0,2700
39 0,2541
38 0,2393
37 0,2255
36 0,2126
35 0,2005
34 0,1892
33 0,1787
32 0,1687
31 0,1595
30 0,1507
29 0,1426
28 0,1349
27 0,1277
26 0,1209
25 0,1145
24 0,1085
23 0,1028
22 0,0975
21 0,0925
20 0,0877
Het pensioenbedrag dat voortvloeit uit de toepassing van het tweede lid schommelt volgens de evolutie van het indexcijfer van de consumptie prijzen overeenkomstig de voor een gelijksoortig pensioen geldende regels.
De periodieke termijnen die verschuldigd zijn vanaf de begindatum van de subrogatie worden maandelijks aan de instelling gestort, die daartoe een aanvraag tot de administratie richt. Die aanvraag mag ten vroegste zes maanden vóór voormelde datum worden ingediend.
§ 2. De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd besluit, de coëfficiënten van de tabel in § 1, tweede lid, aanpassen overeenkomstig de evolutie van de sterftecijfers of van de intrestvoet."
De periodieke termijnen die verschuldigd zijn vanaf de begindatum van de subrogatie worden maandelijks aan de instelling gestort, die daartoe een aanvraag tot de administratie richt. Die aanvraag mag ten vroegste zes maanden vóór voormelde datum worden ingediend.
§ 2. De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd besluit, de coëfficiënten van de tabel in § 1, tweede lid, aanpassen overeenkomstig de evolutie van de sterftecijfers of van de intrestvoet."
Le montant de la pension résultant de l'application de l'alinéa 2 varie suivant l'évolution de l'indice des prix à la consommation selon les mêmes règles que celles en vigueur pour une pension de même nature.
Les arrérages périodiques, dus à partir de la date du début de la subrogation, sont versés mensuellement à 'institution qui, à cette fin, adresse une demande à l'administration. Cette demande peut être introduite au plus tôt six mois avant la date précitée.
§ 2. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, adapter les coefficients figurants dans le tableau repris au § 1er, alinéa 2 en fonction de l'évolution des taux de mortalité ou du taux d'intérêt."
Les arrérages périodiques, dus à partir de la date du début de la subrogation, sont versés mensuellement à 'institution qui, à cette fin, adresse une demande à l'administration. Cette demande peut être introduite au plus tôt six mois avant la date précitée.
§ 2. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, adapter les coefficients figurants dans le tableau repris au § 1er, alinéa 2 en fonction de l'évolution des taux de mortalité ou du taux d'intérêt."
Art. 9. In artikel 15 van dezelfde wet worden de woorden "of de berekening van een ander in artikel 1 bedoeld overlevingspensioen." vervangen door de woorden " of de berekening van een ander in artikel 1 bedoeld overlevingspensioen of als zodanig geldend voordeel."
Art. 9. Dans l'article 15 de la même loi, les mots "ou le calcul d'une autre pension de survie visée à l'article 1er." sont remplacés par les mots "ou le calcul d'une autre pension de survie ou d'un autre avantage en tenant lieu visé à l'article 1er.".
Art. 10. Artikel 17 van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgend lid: "In afwijking van het eerste en het tweede lid, wordt in het geval van een uitkering bedoeld in artikel 11, § 1, eerste lid, b), aan de periodieke stortingen die met toepassing van artikel 11, § 1, vierde lid verricht worden, een einde gesteld op de datum waarop de belanghebbende de leeftijd zou bereikt hebben die overeenstemt met de levensverwachting die hij volgens de Belgische sterftetabellen op het moment van het beëindigen van zijn dienst had.".
Art. 10. L'article 17 de la même loi est complété par l'alinéa suivant:
"Par dérogation aux alinéas 1er et 2, il est, en cas d'allocation visée à l'article 11, § 1er, alinéa 1er, b), mis fin aux versements périodiques effectués en application de l'article 11, § 1er, alinéa 4 à la date à laquelle, selon les tables belges de mortalité, l'intéressé aurait atteint l'âge correspondant à l'espérance de vie qu'il avait au moment de la cessation de ses fonctions."
"Par dérogation aux alinéas 1er et 2, il est, en cas d'allocation visée à l'article 11, § 1er, alinéa 1er, b), mis fin aux versements périodiques effectués en application de l'article 11, § 1er, alinéa 4 à la date à laquelle, selon les tables belges de mortalité, l'intéressé aurait atteint l'âge correspondant à l'espérance de vie qu'il avait au moment de la cessation de ses fonctions."
Art. 11. Aan artikel 18 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. het eerste lid, 4°, wordt aangevuld als volgt:
", en dit slechts voor hun enkelvoudige duur;";
2. het eerste lid, 5°, c) wordt aangevuld als volgt:
"of van titel V, hoofdstuk I van de wet van 26 juni 1992 houdende sociale en diverse bepalingen;";
3. in het tweede lid worden de woorden " respectievelijk die van de hervatting of van de voortzetting van de dienst." vervangen door de woorden " die van de hervatting van de dienst.".
1. het eerste lid, 4°, wordt aangevuld als volgt:
", en dit slechts voor hun enkelvoudige duur;";
2. het eerste lid, 5°, c) wordt aangevuld als volgt:
"of van titel V, hoofdstuk I van de wet van 26 juni 1992 houdende sociale en diverse bepalingen;";
3. in het tweede lid worden de woorden " respectievelijk die van de hervatting of van de voortzetting van de dienst." vervangen door de woorden " die van de hervatting van de dienst.".
Art. 11. A l'article 18 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
1. l'alinéa 1er, 4° est complété comme suit :
"et n'interviennent que pour leur durée simple;"
2. l'alinéa 1er, 5°, c) est complété comme suit :
"ou du chapitre Ier du titre V de la loi du 26 juin 1992 portant des dispositions sociales et diverses;";
3. dans l'alinéa 2, les mots "est respectivement celle de la reprise ou de la continuation de service." sont remplacés par les mots "est celle de la reprise de service.".
1. l'alinéa 1er, 4° est complété comme suit :
"et n'interviennent que pour leur durée simple;"
2. l'alinéa 1er, 5°, c) est complété comme suit :
"ou du chapitre Ier du titre V de la loi du 26 juin 1992 portant des dispositions sociales et diverses;";
3. dans l'alinéa 2, les mots "est respectivement celle de la reprise ou de la continuation de service." sont remplacés par les mots "est celle de la reprise de service.".
Art. 12. In artikel 19 van dezelfde wet worden de woorden "het in artikel 6 bedoelde definitieve rustpensioenbedrag" vervangen door de woorden "het overeenkomstig de bepalingen van artikel 18 vastgestelde rustpensioenbedrag".
Art. 12. Dans l'article 19 de la même loi, les mots "montant définitif de la pension de retraite visé à l'article 6" sont remplacés par les mots "montant de pension de retraite fixé conformément aux dispositions de l'article 18".
Art. 13. Artikel 22, 2° van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt: "of van titel V, hoofdstuk I van voormelde wet van 26 juni 1992.".
Art. 13. L'article 22, 2° de la même loi est complété comme suit:
"ou du chapitre Ier du titre V de la loi du 26 juin 1992 précitée.".
"ou du chapitre Ier du titre V de la loi du 26 juin 1992 précitée.".
Art. 14. Artikel 23 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
"Art. 23. Voor de vaststelling van het rustpensioenbedrag:
1° wordt de betrokkene geacht de voor de opening van het recht op pensioen bepaalde leeftijdsvoorwaarde te vervullen;
2° wordt rekening gehouden:
a) met de wettelijke en reglementaire bepalingen die van kracht zijn, op de datum waarop de in artikel 3 bedoelde aanvraag bij de administratie is toegekomen;
b) met de perioden van tewerkstelling en van inactiviteit pensioenbijdragen werden betaald of overgedragen;
c) ten belope van 60 %, met de werkelijk, fictieve en forfaitaire lonen die voor de in b) bedoelde perioden in aanmerking moeten worden genomen;
3° wordt geen rekening gehouden:
a) met de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de samenloop van een pensioen ten laste van de regeling voor werknemers met een pensioen van dezelfde aard krachtens een andere Belgische of een buitenlandse pensioenregeling of krachtens een regeling of een statuut van toepassing op het personeel van een instelling van internationaal publiek recht;
b) met de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende het recht op een gewaarborgd minimumbedrag, op een vakantiegeld, op een verwarmingstoelage of op andere aanvullende uitkeringen;
c) met de bepalingen betreffende de toekenning van een differentieel pensioen voor perioden van tewerkstelling in het buitenland in hoedanigheid van grens- of seizoenwerknemer.".
"Art. 23. Voor de vaststelling van het rustpensioenbedrag:
1° wordt de betrokkene geacht de voor de opening van het recht op pensioen bepaalde leeftijdsvoorwaarde te vervullen;
2° wordt rekening gehouden:
a) met de wettelijke en reglementaire bepalingen die van kracht zijn, op de datum waarop de in artikel 3 bedoelde aanvraag bij de administratie is toegekomen;
b) met de perioden van tewerkstelling en van inactiviteit pensioenbijdragen werden betaald of overgedragen;
c) ten belope van 60 %, met de werkelijk, fictieve en forfaitaire lonen die voor de in b) bedoelde perioden in aanmerking moeten worden genomen;
3° wordt geen rekening gehouden:
a) met de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de samenloop van een pensioen ten laste van de regeling voor werknemers met een pensioen van dezelfde aard krachtens een andere Belgische of een buitenlandse pensioenregeling of krachtens een regeling of een statuut van toepassing op het personeel van een instelling van internationaal publiek recht;
b) met de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende het recht op een gewaarborgd minimumbedrag, op een vakantiegeld, op een verwarmingstoelage of op andere aanvullende uitkeringen;
c) met de bepalingen betreffende de toekenning van een differentieel pensioen voor perioden van tewerkstelling in het buitenland in hoedanigheid van grens- of seizoenwerknemer.".
Art. 14. L'article 23 de la même loi est remplacé par la disposition suivante:
"Art. 23. Pour la détermination du montant de pension de retraite:
1° l'intéressé est censé remplir la condition d'âge prévue pour l'ouverture du droit à la pension;
2° il est tenu compte:
a) des dispositions légales et réglementaires en vigueur à la date à laquelle la demande visée à l'article 3 est parvenue à l'administration;
b) des périodes d'activité et d'inactivité pour lesquelles des cotisations de pension ont été payées ou transférées;
c) à concurrence de 60 %, des rémunérations réelles, fictives et forfaitaires à prendre en considération pour les périodes visées au b);
3° il n'est pas tenu compte:
a) des dispositions légales et réglementaires relatives au cumul d'une pension à charge du régime des travailleurs salariés avec une pension de même nature en vertu d'un autre régime belge ou d'un régime étranger de pension ou en vertu d'un régime ou d'un statut applicable au personnel d'une institution de droit international public;
b) des dispositions légales et réglementaires relatives au droit à un montant minimum garanti, à un pécule de vacances, à une allocation de chauffage ou à d'autres prestations complémentaires;
c) des dispositions relatives à l'octroi d'une pension différentielle pour des périodes d'activité à l'étranger comme travailleur frontalier ou saisonnier.".
"Art. 23. Pour la détermination du montant de pension de retraite:
1° l'intéressé est censé remplir la condition d'âge prévue pour l'ouverture du droit à la pension;
2° il est tenu compte:
a) des dispositions légales et réglementaires en vigueur à la date à laquelle la demande visée à l'article 3 est parvenue à l'administration;
b) des périodes d'activité et d'inactivité pour lesquelles des cotisations de pension ont été payées ou transférées;
c) à concurrence de 60 %, des rémunérations réelles, fictives et forfaitaires à prendre en considération pour les périodes visées au b);
3° il n'est pas tenu compte:
a) des dispositions légales et réglementaires relatives au cumul d'une pension à charge du régime des travailleurs salariés avec une pension de même nature en vertu d'un autre régime belge ou d'un régime étranger de pension ou en vertu d'un régime ou d'un statut applicable au personnel d'une institution de droit international public;
b) des dispositions légales et réglementaires relatives au droit à un montant minimum garanti, à un pécule de vacances, à une allocation de chauffage ou à d'autres prestations complémentaires;
c) des dispositions relatives à l'octroi d'une pension différentielle pour des périodes d'activité à l'étranger comme travailleur frontalier ou saisonnier.".
Art. 15. Artikel 26, eerste lid van dezelfde wet, wordt vervangen door wat volgt:
"Het rustpensioenbedrag lastens de regelingen bedoeld in artikel 1, eerste lid, 4°, wordt vastgesteld bij toepassing van de bepalingen van voormelde wetten van 16 juni 1960 en 17 juli 1963 die van kracht zijn op de datum waarop de in artikel 3 bedoelde aanvraag bij de administratie is toegekomen. Voor deze vaststelling wordt de betrokkene geacht de voor de opening van het recht op pensioen door deze wetten bepaalde leeftijdsvoorwaarde te vervullen.".
"Het rustpensioenbedrag lastens de regelingen bedoeld in artikel 1, eerste lid, 4°, wordt vastgesteld bij toepassing van de bepalingen van voormelde wetten van 16 juni 1960 en 17 juli 1963 die van kracht zijn op de datum waarop de in artikel 3 bedoelde aanvraag bij de administratie is toegekomen. Voor deze vaststelling wordt de betrokkene geacht de voor de opening van het recht op pensioen door deze wetten bepaalde leeftijdsvoorwaarde te vervullen.".
Art. 15. L'article 26, alinéa 1er de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Le montant de pension de retraite des régimes visés à l'article 1er, alinéa 1er, 4°, est déterminé en application des dispositions des lois des 16 juin 1960 et 17 juillet 1963 précitées, telles qu'elles sont en vigueur à la date à laquelle la demande visée à l'article 3 est parvenue à l'administration. Pour cette détermination, l'intéressé est censé remplir la condition d'âge prévue par ces lois pour l'ouverture du droit à la pension.".
"Le montant de pension de retraite des régimes visés à l'article 1er, alinéa 1er, 4°, est déterminé en application des dispositions des lois des 16 juin 1960 et 17 juillet 1963 précitées, telles qu'elles sont en vigueur à la date à laquelle la demande visée à l'article 3 est parvenue à l'administration. Pour cette détermination, l'intéressé est censé remplir la condition d'âge prévue par ces lois pour l'ouverture du droit à la pension.".
Art. 16. Hoofdstuk 111 van dezelfde wet wordt aangevuld met een afdeling IV, die als titel draagt "Afdeling IV - Bepalingen toepasselijk op de voordelen ten gunste van zelfstandigen bedoeld in artikel 1, eerste lid, 5° en 6°" en die als volgt werd opgesteld:
"Art. 27bis. Voor de vaststelling van het rustpensioenbedrag:
1° wordt de betrokkene geacht de voor de opening van het recht op pensioen bepaalde minimale leeftijdsvoorwaarde te vervullen;
2° wordt rekening gehouden:
a) met de wettelijke en reglementaire bepalingen die van kracht zijn op de datum waarop de in artikel 3 bedoelde aanvraag bij de administratie is toegekomen;
b) met de perioden van tewerkstelling;
c) met de perioden van inactiviteit welke gelijkgesteld worden met perioden van tewerkstelling als zelfstandige, waarvoor pensioenbijdragen werden betaald;
d) ten belope van 60 % met de werkelijke, fictieve en forfaitaire bedrijfsinkomsten, die voor de in b) en c) bedoelde perioden in aanmerking moeten worden genomen;
3° wordt geen rekening gehouden:
a) met de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de samenloop van een pensioen ten laste van de regeling voor zelfstandigen met een pensioen van dezelfde aard dat toegekend kan worden krachtens een andere Belgische of een buitenlandse pensioenregeling of krachtens een regeling of een statuut van toepassing op het personeel van een instelling van internationaal publiek recht;
b) de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende het recht op het minimumpensioen en op een bijzondere bijslag.
Art. 27ter. Het overlevingspensioenbedrag dat aan de instelling moet worden overgedragen is gelijk aan het rustpensioenbedrag dat overeenkomstig de bepalingen van artikel 27bis wordt vastgesteld.".
"Art. 27bis. Voor de vaststelling van het rustpensioenbedrag:
1° wordt de betrokkene geacht de voor de opening van het recht op pensioen bepaalde minimale leeftijdsvoorwaarde te vervullen;
2° wordt rekening gehouden:
a) met de wettelijke en reglementaire bepalingen die van kracht zijn op de datum waarop de in artikel 3 bedoelde aanvraag bij de administratie is toegekomen;
b) met de perioden van tewerkstelling;
c) met de perioden van inactiviteit welke gelijkgesteld worden met perioden van tewerkstelling als zelfstandige, waarvoor pensioenbijdragen werden betaald;
d) ten belope van 60 % met de werkelijke, fictieve en forfaitaire bedrijfsinkomsten, die voor de in b) en c) bedoelde perioden in aanmerking moeten worden genomen;
3° wordt geen rekening gehouden:
a) met de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de samenloop van een pensioen ten laste van de regeling voor zelfstandigen met een pensioen van dezelfde aard dat toegekend kan worden krachtens een andere Belgische of een buitenlandse pensioenregeling of krachtens een regeling of een statuut van toepassing op het personeel van een instelling van internationaal publiek recht;
b) de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende het recht op het minimumpensioen en op een bijzondere bijslag.
Art. 27ter. Het overlevingspensioenbedrag dat aan de instelling moet worden overgedragen is gelijk aan het rustpensioenbedrag dat overeenkomstig de bepalingen van artikel 27bis wordt vastgesteld.".
Art. 16. Le chapitre III de la même loi est complété par une section IV intitulée "Section IV - Dispositions applicables aux prestations en faveur des travailleurs indépendants, visées à l'article 1er, alinéa 1er, 5° et 6°" et libellée comme suit:
"Art. 27bis. Pour la détermination du montant de pension de retraite:
1° l'intéressé est censé remplir la condition minimale d'âge prévue pour l'ouverture du droit à la pension;
2° il est tenu compte:
a) des dispositions légales et réglementaires en vigueur à la date à laquelle la demande visée à l'article 3 est parvenue à l'administration;
b) des périodes d'activité;
c) des périodes d'inactivité assimilées à des périodes d'activité comme travailleur indépendant pour lesquelles des cotisations de pension ont été payées;
d) à concurrence de 60 %, des revenus professionnels réels, fictifs et forfaitaires, à prendre en considération pour les périodes visées sub b) et c);
3° il n'est pas tenu compte:
a) des dispositions légales et réglementaires relatives au cumul d'une pension à charge du régime des travailleurs indépendants avec une pension de même nature allouable en vertu d'un autre régime belge ou d'un régime étranger de pension, ou en vertu d'un régime ou d'un statut applicable au personnel d'une institution de droit international public;
b) des dispositions légales et réglementaires relatives au droit à la pension minimum et à une allocation spéciale.
Art. 27ter. Le montant de pension de survie qui doit être transféré à l'institution est égal au montant de pension de retraite fixé en application des dispositions de l'article 27bis.".
"Art. 27bis. Pour la détermination du montant de pension de retraite:
1° l'intéressé est censé remplir la condition minimale d'âge prévue pour l'ouverture du droit à la pension;
2° il est tenu compte:
a) des dispositions légales et réglementaires en vigueur à la date à laquelle la demande visée à l'article 3 est parvenue à l'administration;
b) des périodes d'activité;
c) des périodes d'inactivité assimilées à des périodes d'activité comme travailleur indépendant pour lesquelles des cotisations de pension ont été payées;
d) à concurrence de 60 %, des revenus professionnels réels, fictifs et forfaitaires, à prendre en considération pour les périodes visées sub b) et c);
3° il n'est pas tenu compte:
a) des dispositions légales et réglementaires relatives au cumul d'une pension à charge du régime des travailleurs indépendants avec une pension de même nature allouable en vertu d'un autre régime belge ou d'un régime étranger de pension, ou en vertu d'un régime ou d'un statut applicable au personnel d'une institution de droit international public;
b) des dispositions légales et réglementaires relatives au droit à la pension minimum et à une allocation spéciale.
Art. 27ter. Le montant de pension de survie qui doit être transféré à l'institution est égal au montant de pension de retraite fixé en application des dispositions de l'article 27bis.".
Art. 17. Aan artikel 28 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° § 1 wordt vervangen door de volgende bepaling:
"§ 1. In afwijking van artikel 11, § 1, eerste lid, is de instelling ten vroegste gesubrogeerd vanaf de eerste dag van de tweede maand volgend op die tijdens welke de aanvraag om overdracht bij de administratie is toegekomen, als de ambtenaar of de gewezen ambtenaar zich enkel op het genot van deze wet kan beroepen door de wijzigingen die eraan werden aangebracht door de wet van...";
2° in § 2, eerste lid worden de woorden "Indien, op de datum van de bekendmaking van deze wet" vervangen door de woorden "Indien, op de begindatum van de subrogatie,".
3° in § 2, tweede lid worden de woorden "Vanaf de eerste dag van de zesde maand die volgt op die van de aanvraag om overdracht" vervangen door de woorden "Vanaf de begindatum van de subrogatie".
1° § 1 wordt vervangen door de volgende bepaling:
"§ 1. In afwijking van artikel 11, § 1, eerste lid, is de instelling ten vroegste gesubrogeerd vanaf de eerste dag van de tweede maand volgend op die tijdens welke de aanvraag om overdracht bij de administratie is toegekomen, als de ambtenaar of de gewezen ambtenaar zich enkel op het genot van deze wet kan beroepen door de wijzigingen die eraan werden aangebracht door de wet van...";
2° in § 2, eerste lid worden de woorden "Indien, op de datum van de bekendmaking van deze wet" vervangen door de woorden "Indien, op de begindatum van de subrogatie,".
3° in § 2, tweede lid worden de woorden "Vanaf de eerste dag van de zesde maand die volgt op die van de aanvraag om overdracht" vervangen door de woorden "Vanaf de begindatum van de subrogatie".
Art. 17. A l'article 28 de la même loi sont apportées les modifications suivantes:
1° le § 1er est remplacé par la disposition suivante:
"§ 1er. Par dérogation à l'article 11, § 1er, alinéa 1er, l'institution est subrogée au plus tôt à partir du premier jour du deuxième mois qui suit celui au cours duquel la demande de transfert est parvenue à l'administration si le fonctionnaire ou l'ancien fonctionnaire ne peut invoquer le bénéfice de la présente loi que suite aux modifications apportées à celle-ci par la loi du ...";
2° dans le § 2, alinéa 1er, les mots "Si, à la date de la publication de la présente loi," sont remplacés par les mots "Si, à la date du début de la subrogation,".
3° dans le § 2, alinéa 2, les mots "A partir du premier jour du sixième mois qui suit celui de la demande de transfert," sont remplacés par les mots "A partir de la date du début de la subrogation,".
1° le § 1er est remplacé par la disposition suivante:
"§ 1er. Par dérogation à l'article 11, § 1er, alinéa 1er, l'institution est subrogée au plus tôt à partir du premier jour du deuxième mois qui suit celui au cours duquel la demande de transfert est parvenue à l'administration si le fonctionnaire ou l'ancien fonctionnaire ne peut invoquer le bénéfice de la présente loi que suite aux modifications apportées à celle-ci par la loi du ...";
2° dans le § 2, alinéa 1er, les mots "Si, à la date de la publication de la présente loi," sont remplacés par les mots "Si, à la date du début de la subrogation,".
3° dans le § 2, alinéa 2, les mots "A partir du premier jour du sixième mois qui suit celui de la demande de transfert," sont remplacés par les mots "A partir de la date du début de la subrogation,".
Art. 18. De rechtverkrijgenden van een ambtenaar of van een gewezen ambtenaar die vóór 31 juli 1991 in dienst is getreden bij een instelling bedoeld in artikel 2 van de wet van 21 mei 1991 tot vaststelling van een zeker verband tussen Belgische pensioenregelingen en die van instellingen van internationaal publiek recht, zoals dit luidde vóór zijn wijziging door artikel 3 van deze wet, en die vóór 1 juli 1993 overleden is zonder het genot van artikel 3 van voormelde wet van 21 mei 1991 te hebben gevraagd, kunnen vragen dat aan de instelling een overlevingspensioen wordt gestort, berekend overeenkomstig de bepalingen van die wet van 21 mei 1991.
De in het eerste lid bedoelde rechtverkrijgenden kunnen, als de instelling daarmee instemt, hun aanvraag om overdracht intrekken zolang de subrogatie niet effectief is geworden. Deze intrekking is definitief. Bovendien kunnen ze de in artikel 6 van de wet van 21 mei 1991 vermelde vormen van betwisting en beroep doen gelden.
Als het eerste lid wordt toegepast, wordt het overlevingspensioen op zijn vroegst vanaf de eerste dag van de tweede maand na die tijdens welke de aanvraag bij de administratie is toegekomen, aan de instelling gestort.
De in het eerste lid bedoelde rechtverkrijgenden kunnen, als de instelling daarmee instemt, hun aanvraag om overdracht intrekken zolang de subrogatie niet effectief is geworden. Deze intrekking is definitief. Bovendien kunnen ze de in artikel 6 van de wet van 21 mei 1991 vermelde vormen van betwisting en beroep doen gelden.
Als het eerste lid wordt toegepast, wordt het overlevingspensioen op zijn vroegst vanaf de eerste dag van de tweede maand na die tijdens welke de aanvraag bij de administratie is toegekomen, aan de instelling gestort.
Art. 18. Les ayants droit d'un fonctionnaire ou d'un ancien fonctionnaire qui, avant le 31 juillet 1991, est entré en service auprès d'une institution visée à l'article 2 de la loi du 21 mai 1991 établissant certaines relations entre les régimes belges de pensions et ceux d'institutions de droit international public, tel qu'il était libellé avant sa modification par l'article 3 de la présente loi, et qui, avant le 1er juillet 1993, est décédé sans avoir sollicité le bénéfice de l'article 3 de la loi du 21 mai 1991 précitée, peuvent demander que soit versé à l'institution un montant de pension de survie établi conformément aux dispositions de cette loi du 21 mai 1991.
Les ayants droit visés à l'alinéa 1er peuvent, moyennant l'accord de l'institution, retirer leur demande de transfert tant que la subrogation n'est pas devenue effective. Ce retrait est définitif. En outre, ils peuvent exercer les contestations ou recours prévus à l'article 6 de la loi du 21 mai 1991 précitée.
En cas d'application de l'alinéa 1er, la pension de survie est versée à l'institution au plus tôt à partir du premier jour du deuxième mois qui suit celui au cours duquel la demande est parvenue à l'administration.
Les ayants droit visés à l'alinéa 1er peuvent, moyennant l'accord de l'institution, retirer leur demande de transfert tant que la subrogation n'est pas devenue effective. Ce retrait est définitif. En outre, ils peuvent exercer les contestations ou recours prévus à l'article 6 de la loi du 21 mai 1991 précitée.
En cas d'application de l'alinéa 1er, la pension de survie est versée à l'institution au plus tôt à partir du premier jour du deuxième mois qui suit celui au cours duquel la demande est parvenue à l'administration.
Art. 19. Deze wet treedt in werking de eerste dag van de maand na die tijdens welke ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van artikel 11, 1°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 1991 en van de artikelen 11, 2° en 13 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 1993.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 17 februari 1997.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
M. COLLA
Met 's Lands zegel gezegeld:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 17 februari 1997.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
M. COLLA
Met 's Lands zegel gezegeld:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
Art. 19. La présente loi entre en vigueur le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel elle aura été publiée au Moniteur belge, à l'exception de l'article 11, 1°, qui produit ses effets le 1er janvier 1991 et des articles 11, 2° et 13 qui produisent leurs effets le 1er janvier 1993.
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 17 février 1997.
ALBERT
Par le Roi:
Le Ministre de la Santé publique et des Pensions
M. COLLA
Scellé du sceau d'Etat:
Le Ministre de la Justice
S. DE CLERCK
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 17 février 1997.
ALBERT
Par le Roi:
Le Ministre de la Santé publique et des Pensions
M. COLLA
Scellé du sceau d'Etat:
Le Ministre de la Justice
S. DE CLERCK