Artikel 1. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 3 december 1991 tot vaststelling van het bijzonder reglement voor de rechtbank van eerste aanleg te Namen wordt vervangen door de volgende bepaling :
" De eerste, elfde en dertiende kamer bestaan uit drie rechters; zij kunnen evenwel slechts uit een rechter bestaan, naargelang de noodwendigheden van de dienst.
Onverminderd de toepassing van de artikelen 91 en 92 van het Gerechtelijk Wetboek, bestaan de andere kamers en het bureau voor rechtsbijstand slechts uit een rechter; voor de toepassing van de artikelen 91 en 92 van het Gerechtelijk Wetboek, kan elke kamer, op initiatief van de magistraat die haar voorzit en mits toestemming van de voorzitter van de rechtbank, zitting houden met drie rechters".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
15 APRIL 1997. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 december 1991 tot vaststelling van het bijzonder reglement voor de Rechtbank van eerste aanleg te Namen.
Titre
15 AVRIL 1997. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 3 décembre 1991 fixant le règlement particulier du tribunal de première instance de Namur.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (5)
Texte (5)
Article 1. L'article 2 de l'arrêté royal du 3 décembre 1991 fixant le règlement particulier du tribunal de première instance de Namur est remplacé par la disposition suivante :
" Les première, onzième et treizième chambres sont composées de trois juges; elles pourront toutefois ne comprendre qu'un juge selon les nécessités du service.
Sans préjudice de l'application des articles 91 et 92 du Code judiciaire, les autres chambres et le bureau d'assistance judiciaire ne comprennent qu'un juge; pour l'application des articles 91 et 92 du Code judiciaire, chaque chambre pourra, à l'initiative du magistrat qui la préside et de l'accord du président du tribunal, siéger au nombre de trois juges. ".
" Les première, onzième et treizième chambres sont composées de trois juges; elles pourront toutefois ne comprendre qu'un juge selon les nécessités du service.
Sans préjudice de l'application des articles 91 et 92 du Code judiciaire, les autres chambres et le bureau d'assistance judiciaire ne comprennent qu'un juge; pour l'application des articles 91 et 92 du Code judiciaire, chaque chambre pourra, à l'initiative du magistrat qui la préside et de l'accord du président du tribunal, siéger au nombre de trois juges. ".
Art. 2. Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" De kamers houden zitting als volgt :
de eerste kamer, op maandag;
de tweede kamer, op dinsdag;
de derde en vierde kamer, in voorkomend geval met verenigde kamers, op woensdag en bovendien, de derde kamer, op maandag, in de procedures op verzoekschrift in familiale zaken en in zaken van nationaliteit;
de vijfde kamer, op donderdag;
de zesde kamer, op vrijdag;
de zevende kamer, op maandag en woensdag en, indien nodig, op elke andere werkdag;
de achtste kamer, op dinsdag en vrijdag;
de negende kamer, op vrijdag;
de tiende en zestiende kamer, op maandag;
de elfde kamer, op dinsdag;
de twaalfde kamer, op woensdag;
de dertiende kamer, op donderdag;
de veertiende en vijftiende kamer, op vrijdag;
de zeventiende kamer, op dinsdag en donderdag.
Het bureau voor rechtsbijstand houdt zitting op dinsdag. De getuigenverhoren in burgerlijke zaken worden gehouden gedurende de namiddag om 14 u. 00 of 14 u. 30 tijdens de eerste vier dagen van de week. De neerlegging van de verzoekschriften en de verschijningen met betrekking tot echtscheiding door onderlinge toestemming vinden plaats op maandag om 9 u. 30. "
" De kamers houden zitting als volgt :
de eerste kamer, op maandag;
de tweede kamer, op dinsdag;
de derde en vierde kamer, in voorkomend geval met verenigde kamers, op woensdag en bovendien, de derde kamer, op maandag, in de procedures op verzoekschrift in familiale zaken en in zaken van nationaliteit;
de vijfde kamer, op donderdag;
de zesde kamer, op vrijdag;
de zevende kamer, op maandag en woensdag en, indien nodig, op elke andere werkdag;
de achtste kamer, op dinsdag en vrijdag;
de negende kamer, op vrijdag;
de tiende en zestiende kamer, op maandag;
de elfde kamer, op dinsdag;
de twaalfde kamer, op woensdag;
de dertiende kamer, op donderdag;
de veertiende en vijftiende kamer, op vrijdag;
de zeventiende kamer, op dinsdag en donderdag.
Het bureau voor rechtsbijstand houdt zitting op dinsdag. De getuigenverhoren in burgerlijke zaken worden gehouden gedurende de namiddag om 14 u. 00 of 14 u. 30 tijdens de eerste vier dagen van de week. De neerlegging van de verzoekschriften en de verschijningen met betrekking tot echtscheiding door onderlinge toestemming vinden plaats op maandag om 9 u. 30. "
Art. 2. L'article 4 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Les chambres tiennent audience comme suit :
la première chambre, le lundi;
la deuxième chambre, le mardi;
les troisième et quatrième chambres, le cas échéant réunies, le mercredi et, en outre, la troisième chambre, le lundi, en vue de connaître des procédures sur requête en matières familiale et de nationalité;
la cinquième chambre, le jeudi;
la sixième chambre, le vendredi;
la septième chambre, les lundi et mercredi et tout autre jour ouvrable si nécessaire;
la huitième chambre, les mardi et vendredi;
la neuvième chambre, le vendredi;
les dixième et seizième chambres, le lundi;
la onzième chambre, le mardi;
la douzième chambre, le mercredi;
la treizième chambre, le jeudi;
les quatorzième et quinzième chambre, le vendredi;
la dix-septième chambre, le mardi et le jeudi.
Le bureau d'assistance judiciaire siège le mardi. Les enquêtes en matière civile sont tenues l'après-midi à 14 h 00 ou 14 h 30, les quatres premiers jours de la semaine. Le dépôt des requêtes et les comparutions en matière de divorce par consentement mutuel ont lieu le lundi à 9 h 30. ".
" Les chambres tiennent audience comme suit :
la première chambre, le lundi;
la deuxième chambre, le mardi;
les troisième et quatrième chambres, le cas échéant réunies, le mercredi et, en outre, la troisième chambre, le lundi, en vue de connaître des procédures sur requête en matières familiale et de nationalité;
la cinquième chambre, le jeudi;
la sixième chambre, le vendredi;
la septième chambre, les lundi et mercredi et tout autre jour ouvrable si nécessaire;
la huitième chambre, les mardi et vendredi;
la neuvième chambre, le vendredi;
les dixième et seizième chambres, le lundi;
la onzième chambre, le mardi;
la douzième chambre, le mercredi;
la treizième chambre, le jeudi;
les quatorzième et quinzième chambre, le vendredi;
la dix-septième chambre, le mardi et le jeudi.
Le bureau d'assistance judiciaire siège le mardi. Les enquêtes en matière civile sont tenues l'après-midi à 14 h 00 ou 14 h 30, les quatres premiers jours de la semaine. Le dépôt des requêtes et les comparutions en matière de divorce par consentement mutuel ont lieu le lundi à 9 h 30. ".
Art. 3. Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" De zittingen van de kamer voor burgerlijke zaken beginnen om 9 u.
15; die van de kamers voor correctionele zaken om 9 u. 00; die van de achtste kamer om 8 u. 45; die van de zevende kamer om 9 u. 30, behalve op maandag en op de dagen volgend op een feestdag, in welk geval de zittingen beginnen om 14 u. 30; de zittingen van de negende en de zeventiende kamer beginnen om 14 u. 30 en die van het bureau voor rechtsbijstand om 14 u. 00. De procedures op verzoekschrift voor de derde kamer gaan door op maandag om 10 u. 30 en de verzoening in zaken van beslag elke dinsdag op twee om 15 u. 00".
" De zittingen van de kamer voor burgerlijke zaken beginnen om 9 u.
15; die van de kamers voor correctionele zaken om 9 u. 00; die van de achtste kamer om 8 u. 45; die van de zevende kamer om 9 u. 30, behalve op maandag en op de dagen volgend op een feestdag, in welk geval de zittingen beginnen om 14 u. 30; de zittingen van de negende en de zeventiende kamer beginnen om 14 u. 30 en die van het bureau voor rechtsbijstand om 14 u. 00. De procedures op verzoekschrift voor de derde kamer gaan door op maandag om 10 u. 30 en de verzoening in zaken van beslag elke dinsdag op twee om 15 u. 00".
Art. 3. L'article 5 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Les audiences des chambres civiles commencent à 9 h 15; celles des chambres correctionnelles à 9 h 00; celles de la huitième chambre à 8 h 45; celles de la septième chambre à 9 h 30 sauf les lundis et les lendemains de jours fériés où elles commencent à 14 h 30; celles des neuvième et dix-septième chambres commencent à 14 h 30 et celle du bureau d'assistance judiciaire à 14 h 00. Les procédures sur requête devant la troisième chambre ont lieu le lundi à 10 h 30 et les conciliations en matière de saisies un mardi sur deux à 15 h 00. ".
" Les audiences des chambres civiles commencent à 9 h 15; celles des chambres correctionnelles à 9 h 00; celles de la huitième chambre à 8 h 45; celles de la septième chambre à 9 h 30 sauf les lundis et les lendemains de jours fériés où elles commencent à 14 h 30; celles des neuvième et dix-septième chambres commencent à 14 h 30 et celle du bureau d'assistance judiciaire à 14 h 00. Les procédures sur requête devant la troisième chambre ont lieu le lundi à 10 h 30 et les conciliations en matière de saisies un mardi sur deux à 15 h 00. ".
Art. 4. Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" De inleidingen geschieden :
a) voor de burgerlijke rechtbank, op de zitting van de tweede kamer op dinsdag, behalve voor zaken in verband met de staat van personen (echtscheiding, scheiding van tafel en bed, betwisting van het vaderschap, enz.), die worden ingeleid op de zitting van de derde kamer op woensdag en voor de zaken bedoeld in artikel 92, § 1, 1° tot 6° van het Gerechtelijk Wetboek, die ingeleid worden op de zitting van de eerste kamer, op maandag;
b) inzake rechtstreekse dagvaarding, hetzij op de zitting van de dertiende kamer op donderdag, hetzij op de zitting van de twaalfde kamer op woensdag, naargelang de zaak voor een kamer met drie rechters of een kamer met een rechter moet worden ingeleid;
c) voor de voorzitter of de door hem aangewezen magistraat die zitting houdt in kort geding op dinsdag en vrijdag (achtste kamer);' d) voor de beslagrechter op de zitting van vrijdag (negende kamer) of, in spoedeisende gevallen, op een van de eerste vier dagen van de week;
e) voor de jeugdrechtbank, op de zitting van donderdag (zeventiende kamer);
f) voor het bureau voor rechtsbijstand, op dinsdag om 14 u. 00".
" De inleidingen geschieden :
a) voor de burgerlijke rechtbank, op de zitting van de tweede kamer op dinsdag, behalve voor zaken in verband met de staat van personen (echtscheiding, scheiding van tafel en bed, betwisting van het vaderschap, enz.), die worden ingeleid op de zitting van de derde kamer op woensdag en voor de zaken bedoeld in artikel 92, § 1, 1° tot 6° van het Gerechtelijk Wetboek, die ingeleid worden op de zitting van de eerste kamer, op maandag;
b) inzake rechtstreekse dagvaarding, hetzij op de zitting van de dertiende kamer op donderdag, hetzij op de zitting van de twaalfde kamer op woensdag, naargelang de zaak voor een kamer met drie rechters of een kamer met een rechter moet worden ingeleid;
c) voor de voorzitter of de door hem aangewezen magistraat die zitting houdt in kort geding op dinsdag en vrijdag (achtste kamer);' d) voor de beslagrechter op de zitting van vrijdag (negende kamer) of, in spoedeisende gevallen, op een van de eerste vier dagen van de week;
e) voor de jeugdrechtbank, op de zitting van donderdag (zeventiende kamer);
f) voor het bureau voor rechtsbijstand, op dinsdag om 14 u. 00".
Art. 4. L'article 7 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Les introductions ont lieu :
a) devant le tribunal civil, à l'audience de la deuxième chambre le mardi, hormis pour les causes intéressant l'état des personnes (divorce, séparation de corps, contestation de paternité, etc.), qui sont introduites à l'audience de la troisième chambre le mercredi et pour les causes visées à l'article 92, § 1er, 1° à 6° du Code judiciaire qui sont introduites à l'audience de la première chambre, le lundi;
b) en matière de citation directe, soit à l'audience de la treizième chambre le jeudi, soit à l'audience de la douzième chambre le mercredi, selon que l'affaire doit être appelée devant une chambre à trois juges ou une chambre à un juge;
c) devant le président ou le magistrat qu'il délègue siégeant en référé aux audiences des mardi et vendredi (huitième chambre);
d) devant le juge des saisies, à l'audience du vendredi (neuvième chambre) ou, en cas d'urgence, un des quatre premiers jours de la semaine;
e) devant le tribunal de la jeunesse, à l'audience du jeudi (dix-septième chambre);
f) devant le bureau d'assistance judiciaire, le mardi à 14 h 00. ".
" Les introductions ont lieu :
a) devant le tribunal civil, à l'audience de la deuxième chambre le mardi, hormis pour les causes intéressant l'état des personnes (divorce, séparation de corps, contestation de paternité, etc.), qui sont introduites à l'audience de la troisième chambre le mercredi et pour les causes visées à l'article 92, § 1er, 1° à 6° du Code judiciaire qui sont introduites à l'audience de la première chambre, le lundi;
b) en matière de citation directe, soit à l'audience de la treizième chambre le jeudi, soit à l'audience de la douzième chambre le mercredi, selon que l'affaire doit être appelée devant une chambre à trois juges ou une chambre à un juge;
c) devant le président ou le magistrat qu'il délègue siégeant en référé aux audiences des mardi et vendredi (huitième chambre);
d) devant le juge des saisies, à l'audience du vendredi (neuvième chambre) ou, en cas d'urgence, un des quatre premiers jours de la semaine;
e) devant le tribunal de la jeunesse, à l'audience du jeudi (dix-septième chambre);
f) devant le bureau d'assistance judiciaire, le mardi à 14 h 00. ".
Art. 5. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 15 april 1997.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
Gegeven te Brussel, 15 april 1997.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
Art. 5. Notre Ministre de la Justice est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 15 avril 1997.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Justice,
S. DE CLERCK
Donné à Bruxelles, le 15 avril 1997.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Justice,
S. DE CLERCK