Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
9 JULI 1996. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende de personeelsleden van de vierde graad van het voltijds secundair onderwijs.
Titre
9 JUILLET 1996. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif aux membres du personnel du quatrième degré de l'enseignement secondaire à temps plein (TRADUCTION).
Informations sur le document
Numac: 1996035955
Datum: 1996-07-09
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1996035955
Date: 1996-07-09
Moniteur: Voir
Tekst (38)
Texte (38)
TITEL I. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 1989 tot vaststelling en indeling van de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van instellingen voor secundair onderwijs.
TITRE I. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 1989 déterminant et classant les fonctions des membres du personnel directeur et enseignant des établissements d'enseignement secondaire.
Artikel 1. In artikel 1, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 1989 tot vaststelling en indeling van de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van instellingen voor secundair onderwijs worden de volgende woorden "voor aanvullend secundair beroepsonderwijs en" geschrapt.
Article 1. Dans l'article 1er, deuxième alinéa, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 1989 déterminant et classant les fonctions des membres du personnel directeur et enseignant des établissements d'enseignement secondaire, les mots "et d'enseignement secondaire professionnel complémentaire" sont supprimés.
Art. 2. Aan artikel 3, § 1, van hetzelfde besluit, wordt het volgende lid toegevoegd : "- de wervingsambten in het aanvullend secundair beroepsonderwijs, met uitzondering van de godsdienstleraar."
Art. 2. A l'article 3, § 1er, du même arrêté, l'alinéa suivant est ajouté : " - les fonctions de recrutement dans l'enseignement secondaire professionnel complémentaire, à l'exception du professeur de religion."
Art. 3. In hetzelfde besluit wordt een artikel 4bis ingevoegd, dat luidt als volgt : "Artikel 4bis. De personeelsleden die op 31 augustus 1996 vastbenoemd waren in een van de ambten in het aanvullend secundair beroepsonderwijs die bij artikel 3 vervangen worden, worden geacht zich in het nieuwe ambt in dezelfde administratieve toestand te bevinden als op 31 augustus 1996."
Art. 3. Dans le même arrêté, il est inséré un article 4bis, rédigé ainsi qu'il suit : "Article 4bis. Les membres du personnel nommés à titre définitif au 31 août 1996 dans une des fonctions dans l'enseignement secondaire professionnel complémentaire qui sont remplacés en vertu de l'article 3, sont censés se trouver dans leur nouvelle fonction dans la même position administrative qu'au 31 août 1996".
TITEL II. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars.
TITRE II. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire des maîtres de religion et des professeurs de religion.
Art. 4. § 1. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars, worden de woorden ", deeltijds beroepssecundair onderwijs en aanvullend secundair beroepsonderwijs" vervangen door de woorden "en deeltijds beroepssecundair onderwijs".
  § 2. In de bijlagen 1, 2, 3, 4 gevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars, wordt op de pagina's 1/21, 2/14, 3/10 en 4/10 het woord "ASBO" vervangen door "vierde graad".
Art. 4. § 1. A l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire des maîtres de religion et des professeurs de religion, les mots ", d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel et d'enseignement secondaire professionnel complémentaire" sont remplacés par les mots "et d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel".
  § 2. Dans les annexes 1, 2, 3, 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire des maîtres de religion et des professeurs de religion, le mot "ASBO" est remplacé par les mots "vierde graad" aux pages 1/21, 2/14, 3/10 et 4/10.
TITEL III. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs.
TITRE III. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux traitements, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire.
Art. 5. In artikel 1, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, worden de woorden "en het aanvullend secundair beroepsonderwijs" geschrapt.
Art. 5. Dans l'article 1er, deuxième alinéa, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux traitements, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire, les mots "ni aux membres du personnel de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire" sont supprimés.
Art. 6. In artikel 10, § 1, van hetzelfde besluit, worden de woorden "de bijlagen 1 tot en met 7" vervangen door de woorden "de bijlagen 1 tot en met 8." De bijlage 8 van hetzelfde besluit is in bijlage toegevoegd bij dit besluit. De bestaande bijlage 8 bij hetzelfde besluit wordt bijlage 9.
  De weddeschalen en bekwaamheidsbewijzen van de bijlage 8 gaan in op 1 september 1996 en worden aangeduid met de code "8".
Art. 6. Dans l'article 10, § 1er, du même arrêté, les mots "aux annexes 1 à 7" sont remplacés par les mots "aux annexes 1 à 8". L'annexe 8 du même arrêté figure en annexe au présent arrêté. L'annexe 8 existante du même arrêté devient l'annexe 9.
  Les échelles de traitement et les titres de l'annexe 8 s'appliquent à partir du 1er septembre 1996 et sont indiqués par le code "8".
Art. 7. Artikel 11, § 1, van hetzelfde besluit, wordt gewijzigd als volgt : 1° in het eerste lid worden de woorden "in bijlage 8" vervangen door de woorden "in bijlage 9";
  2° in het tweede lid worden de woorden "de bijlagen 1 tot en met 7" vervangen door de woorden "de bijlagen 1 tot en met 8".
Art. 7. L'article 11, § 1er, du même arrêté, est modifié comme suit : 1° au premier alinéa, les mots "à l'annexe 8" sont remplacés par les mots "à l'annexe 9" ;
  2° au deuxième alinéa, les mots "les annexes 1 à 7" sont remplacés par les mots "les annexes 1 à 8".
Art. 8. § 1. In artikel 12, 2°, a) tweede lid van hetzelfde besluit worden tussen de woorden "derde graad" en " : minimum 20" de woorden ", of de vierde graad, of de derde en de vierde graad" ingevoegd.
  § 2. Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een vierde punt, dat luidt als volgt :
  "4° Wat de vierde graad van het secundair onderwijs betreft :
  a) voor het onderwijs van de algemene vakken, de kunstvakken, de technische vakken en de hiermee gelijkgestelde uren die geen lesuren zijn, de klassenraad en de klassendirectie : minimum 20 en maximum 22;
  b) voor het onderwijs van de praktische vakken, alsmede de hiermee gelijkgestelde uren die geen lesuren zijn :
  minimum 30 en maximum 33.".
Art. 8. § 1. A l'article 12, 2°, a) deuxième alinéa du même arrêté, les mots ", ou au quatrième degré, ou aux troisième et quatrième degrés" sont insérés entre les mots "au troisième degré" et les mots " : 20 heures de cours au minimum".
  § 2. L'article 12 du même arrêté est complété par un quatrième point, libellé comme suit :
  "4° En ce qui concerne le quatrième degré de l'enseignement secondaire :
  a) pour l'enseignement des cours généraux, des cours artistiques, des cours techniques ainsi que pour les charges y assimilées ne comportant pas d'heures de cours, pour le conseil de classe et la direction de classe : 20 heures de cours au minimum et 22 au maximum;
  b) pour l'enseignement des cours pratiques, ainsi que pour les charges y assimilées ne comportant pas d'heures de cours : 30 heures de cours au minimum et 33 au maximum.".
Art. 9. Artikel 13 van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt : 1° in het tweede streepje van punt a) worden de woorden "in de derde graad;" vervangen door de woorden " in de derde graad, of in de vierde graad, of in de derde en vierde graad;";
  2° in het derde streepje van punt a), worden tussen de woorden "derde" en "graad", de woorden "en vierde" ingevoegd ;
  3° in het tweede streepje van punt b), worden de woorden "tweede en derde" vervangen door de woorden "tweede, derde en vierde".
Art. 9. L'article 13 du même arrêté est modifié comme suit : 1° au deuxième tiret du point a), les mots "au troisième degré;" sont remplacés par les mots "au troisième degré ou au quatrième degré, ou aux troisième et quatrième degrés;";
  2° au troisième tiret du point a), les mots "aux troisième et quatrième degrés" remplacent les mots "au troisième degré";
  3° au deuxième tiret du point b), les mots "deuxième et troisième" sont remplacés par les mots "deuxième, troisième et quatrième".
Art. 10. § 1. In artikel 14, § 2, van hetzelfde besluit worden tussen de woorden "'1" en "zijn evenwel" de woorden "en § 4" ingevoegd.
  § 2. Aan artikel 14 van hetzelfde besluit wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
  "' 4. De bepalingen van § 1 zijn van toepassing voor de personeelsleden die uiterlijk op 31 augustus 1996 op grond van de vóór deze datum geldende reglementering vast benoemd waren in een wervingsambt van leraar technische vakken en beroepspraktijk in het aanvullend secundair beroepsonderwijs. Dit geschiedt ongeacht de rangschikking van de vakken waarmee zij vanaf het schooljaar 1996-1997 zijn belast. De toepassing is beperkt tot het aantal uren technische vakken en beroepspraktijk waarvan het personeelslid vastbenoemd titularis was op 31 augustus 1996."
Art. 10. § 1. Dans l'article 14, § 2, du même arrêté, les mots "et § 4" sont insérés entre les mots "§ 1er" et les mots "ne sont pas applicables".
  § 2. A l'article 14 du même arrêté, il est ajouté un § 4, rédigé comme suit :
  "§ 4. Les dispositions du § 1er sont applicables aux membres du personnel qui étaient nommés à titre définitif, le 31 août 1996 au plus tard, en vertu de la réglementation applicable avant cette date, dans une fonction de recrutement de professeur de cours techniques et de pratique professionnelle dans l'enseignement secondaire professionnel complémentaire, quel que soit le classement des cours dont ils sont chargés à partir de l'année scolaire 1996-1997.
  L'application est limitée au nombre d'heures de cours techniques et de pratique professionnelle pour lequel le membre du personnel était nommé à titre définitif au 31 août 1996."
Art. 11. In artikel 16, § 2, punt 2°bis, tweede lid, tweede streepje, van hetzelfde besluit worden de woorden "2de en 3de graad" vervangen door de woorden "tweede, derde en vierde graad".
Art. 11. A l'article 16, § 2, point 2°bis, deuxième alinéa, deuxième tiret , du même arrêté, les mots "deuxième et troisième degrés" sont remplacés par les mots "deuxième, troisième et quatrième degrés".
Art. 12. In artikel 16quinquies van hetzelfde besluit worden na "artikel 16" de woorden "en artikel 16sexies" ingevoegd.
Art. 12. A l'article 16quinquies, du même arrêté, les mots "et l'article 16sexies" sont insérés après les mots "l'article 6".
Art. 13. In hetzelfde besluit wordt een artikel 16sexies ingevoegd, dat luidt als volgt : "Artikel 16sexies. § 1. In de vierde graad van het voltijds secundair onderwijs worden overgangsbepalingen toegekend aan :
  1° de personeelsleden die uiterlijk op 31 augustus 1996 op grond van de op deze datum geldende reglementering, vastbenoemd zijn in het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
  2° de tijdelijke personeelsleden die, behoudens de hierna vermelde verloven en afwezigheden, op 28 juni 1996 in dienst waren in het aanvullend secundair beroepsonderwijs en sedertdien ononderbroken in dienst zijn gebleven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, in een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel of het opvoedend hulppersoneel, en als dusdanig zijn gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap.
  Voor de toepassing van voormelde bepaling worden niet als dienstonderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- of bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een periode van ten hoogste dertig kalenderdagen per schooljaar. Voornoemde verloven en afwezigheden kunnen eveneens aanvangen op 28 juni 1996.
  § 2. De overgangsbepalingen gelden voor :
  1° de in § 1 genoemde personeelsleden die behoren tot het bestuurs- en onderwijzend personeel en die een selectie- of een bevorderingsambt uitoefenen : voor het ambt dat zij op 1 februari 1996 uitoefenden in het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
  2° de in § 1 genoemde personeelsleden die behoren tot het bestuurs- en onderwijzend personeel en die een wervingsambt uitoefenen : voor de vakken en/of specialiteiten waarmee zij waren belast op 1 februari 1996 in het aanvullend secundair beroepsonderwijs ;
  3° de in § 1 genoemde personeelsleden die behoren tot het opvoedend hulppersoneel : voor de ambten waarmee zij waren belast op 1 februari 1996 in het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
  4° de in § 1 genoemde personeelsleden :
  - die op basis van de reglementering van kracht vóór 1 september 1996, in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs en geen vereist bekwaamheidsbewijs meer bezitten bij toepassing van dit besluit : zij worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs;
  - die op basis van de reglementering van kracht vóór 1 september 1996, niet in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs en geen vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs bezitten bij toepassing van dit besluit :
  zij worden geacht in het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs.
  § 3. De overgangsbepalingen genoemd in § 1 en § 2 gelden ook in de tweede en de derde graad.
  § 4. Voor de in § 1, 1° en 2° genoemde personeelsleden gelden de in § 2 en § 3 genoemde bepalingen niet alleen voor het ambt, het vak en/of de specialiteiten van het ambt dat zij op 1 februari 1996 effectief uitoefenden, maar eveneens voor het ambt, het vak en/of de specialiteit van het ambt waarvan zij titularis waren op dezelfde datum."
Art. 13. Au même arrêté, il est inséré un article 16sexies, rédigé comme suit : 1° aux membres du personnel qui, le 31 août 1996 au plus tard, sont nommés à titre définitif dans l'enseignement secondaire professionnel complémentaire sur la base de la réglementation en vigueur à cette date;
  2° aux membres du personnel qui, à l'exception des congés et absences susvisés, étaient en service, le 28 juin 1996, dans l'enseignement secondaire professionnel complémentaire et qui sont restés en service sans interruption depuis cette date dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique, dans une fonction du personnel directeur et enseignant ou du personnel auxiliaire d'éducation, et qui sont financés ou subventionnés en cette qualité par la Communauté flamande.
  Pour l'application de la disposition précitée, on ne considère pas comme des interruptions de service : les périodes de vacances, le service militaire, les périodes de rappels sous les armes, les congés de maladie ou de maternité, les congés d'allaitement, les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social, les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire, ainsi qu'une période de trente jours civils au plus par année scolaire. Les congés et absences précités peuvent également débuter le 28 juin 1996.
  § 2. Les dispositions transitoires s'appliquent :
  1° aux membres du personnel visés au § 1er qui font partie du personnel directeur et enseignant et exercent une fonction de sélection ou de promotion : pour la fonction qu'ils exercaient dans l'enseignement secondaire professionnel complémentaire au 1er février 1996;
  2° aux membres du personnel visés au § 1er qui font partie du personnel directeur et enseignant et exercent une fonction de recrutement : pour les cours et/ou spécialités dont ils étaient chargés dans l'enseignement secondaire professionnel complémentaire au 1er février 1996;
  3° aux membres du personnel visés au § 1er qui font partie du personnel auxiliaire d'éducation : pour les fonctions dont ils étaient chargés dans l'enseignement secondaire professionnel complémentaire au 1er février 1996;
  4° aux membres du personnel visés au § 1er :
  - qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 1996, étaient porteurs d'un titre requis et ne sont plus porteurs d'un titre requis par application du présent arrêté : ils sont censés être porteurs d'un titre requis;
  - qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 1996, n'étaient pas porteurs d'un titre requis et ne sont pas porteurs d'un titre requis ou jugé suffisant par application du présent arrêté : ils sont censés être porteurs d'un titre jugé suffisant.
  § 3. Les dispositions transitoires visées aux §§ 1er et 2 s'appliquent également aux deuxième et troisième degrés.
  § 4. Pour les membres du personnel visés au § 1er, points 1° et 2°, les dispositions visées aux §§ 2 et 3 s'appliquent non seulement à la fonction, au cours et/ou aux spécialités de la fonction qu'ils exercaient effectivement au 1er février 1996, mais encore à la fonction, au cours et/ou la spécialité de la fonction dont ils étaient titulaires à cette même date."
Art. 14. In artikel 17, § 4 worden de woorden "tweede en in de derde graad" vervangen door de woorden "tweede, derde en vierde graad".
Art. 14. Dans l'article 17, § 4 les mots "au deuxième et au troisième degré" sont remplacés par les mots "Aux deuxième, troisième et quatrième degrés".
Art. 15. In hetzelfde besluit wordt een artikel 17octies ingevoegd, dat luidt als volgt : "Artikel 17octies. § 1. De personeelsleden, genoemd in artikel 16sexies, blijven de weddeschaal genieten die hun op grond van de vóór 1 september 1996 geldende reglementering mocht worden verleend, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover de personeelsleden beschikken, recht geeft op een hogere weddeschaal.
  § 2. De personeelsleden, genoemd in artikel 16sexies, die op basis van de reglementering van kracht vóór de erin vermelde datum :
  - niet in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs en die bij toepassing van dit besluit in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs;
  - niet in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs en die bij toepassing van dit besluit in het bezit zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs ;
  - in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs en die bij toepassing van dit besluit in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs, blijven eveneens de weddeschaal genieten die hun op grond van de vóór dezelfde datum geldende reglementering mocht worden verleend, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken, recht geeft op een hogere weddeschaal.
  § 3. De overgangsbepalingen genoemd in § 1 en § 2 gelden in de tweede, de derde en de vierde graad, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover de personeelsleden beschikken recht geeft op een hogere weddeschaal.
  § 4. Indien zowel de bepalingen van artikel 17, artikel 17bis, en van 17octies van toepassing zijn op een personeelslid, wordt aan dit personeelslid de voordeligste weddeschaal toegekend.
  § 5. De bepalingen van artikel 11 van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, zijn niet van toepassing."
Art. 15. Au même arrêté, il est inséré un article 17octies, rédigé comme suit : "Article 17octies. § 1er. Les membres du personnel, visés à l'article 16sexies, continuent à bénéficier de l'échelle de traitement qui pouvait leur être accordée sur la base de la réglementation applicable avant le 1er septembre 1996, à moins que le titre que ces membres du personnel possèdent ne donne droit à une échelle de traitement supérieure.
  § 2. Les membres du personnel, visés à l'article 16sexies, qui, sur la base de la réglementation applicable avant la date mentionnée :
  - n'étaient pas porteurs d'un titre requis et qui sont en possession d'un titre requis par application du présent arrêté;
  - n'étaient pas porteurs d'un titre requis et qui sont en possession d'un titre jugé suffisant par application du présent arrêté;
  - étaient porteurs d'un titre requis et qui sont en possession d'un titre requis par application du présent arrêté, continuent également à bénéficier de l'échelle de traitement qui pouvait leur être accordée sur la base de la réglementation applicable avant cette même date, sauf si le titre qu'ils possèdent donne droit à une échelle de traitement supérieure.
  § 3. Les dispositions transitoires visées aux §§ 1er et 2 s'appliquent aux deuxième, troisième et quatrième degrés, à moins que le titre qu'ils possèdent ne donne droit à une échelle de traitement supérieure.
  § 4. Si aussi bien les dispositions de l'article 17, que celles de l'article 17bis et de l'article 17octies sont applicables à un membre du personnel, l'échelle de traitement la plus avantageuse est attribuée à ce membre du personnel.
  § 5. Les dispositions de l'article 11 de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique ne sont pas applicables."
TITEL IV. - Bepalingen inzake de concordantie naar de vakken in de vierde graad van het voltijds secundair onderwijs.
TITRE IV. - Dispositions relatives à la concordance des cours dans le quatrième degré de l'enseignement secondaire à temps plein.
Art. 16. § 1. Elk leervak en elke specialiteit van het aanvullend secundair beroepsonderwijs, verder aangeduid als "vroeger vak", dient voor de in artikel 17 vermelde noodwendigheden, omgezet te worden.
  De omzetting geschiedt naar een vak dat is vastgesteld in het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 1989 tot vaststelling van de algemene vakken, de kunstvakken, de technische vakken en de praktische vakken in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs en in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs die als centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs fungeren, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van de instellingen voor buitengewoon secundair onderwijs. Laatstgenoemde vakken worden verder vermeld als "nieuw vak".
  § 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt onder classificatie verstaan : "algemeen vak", "technisch vak", "kunstvak" of "praktisch vak".
Art. 16. § 1. Chaque cours et chaque spécialité de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire, indiqués ci-après comme "ancien cours" doivent être convertis pour les besoins visés à l'article 17.
  Cette conversion se fait en un cours fixé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 1989 déterminant les cours généraux, les cours artistiques, les cours techniques et les cours pratiques dans les établissements d'enseignement secondaire à temps plein et dans les établissements d'enseignement secondaire à temps plein qui fonctionnent comme centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel organisés ou subventionnés par la Communauté flamande, à l'exception des établissements d'enseignement secondaire spécial. Ces derniers cours sont indiqués comme "nouveaux cours".
  § 2. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par classification : "cours général", "cours technique", "cours artistique" ou "cours pratique".
Art. 17. De omzetting van de vroegere vakken naar de nieuwe vakken is vereist : 1° voor de toepassing van de bepalingen van de artikelen 16sexies en 17octies van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs;
  2° voor de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage.
Art. 17. La conversion des anciens cours en nouveaux cours est exigée : 1° pour l'application des dispositions des articles 16sexies et 17octies de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux traitements, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire;
  2° pour l'application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation, à la remise au travail et à l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente.
Art. 18. § 1. Voor elk personeelslid dat aanspraak kan maken op de bepalingen van de artikelen 16sexies en 17octies van het voornoemde besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989, moet een omzetting gebeuren voor elk vroeger vak naar een nieuw vak.
  § 2. Voor elk personeelslid dat onder de toepassing valt van de reglementering betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling, dient eveneens een omzetting te worden doorgevoerd.
  § 3. Wanneer er bij de omzetting volgens dit artikel van een vroeger vak naar een nieuw vak, een keuzemogelijkheid voordoet, is de inrichtende macht verplicht het personeel te raadplegen overeenkomstig de bepalingen van artikel 19.
  § 4. Bij de omzetting volgens dit artikel van een vroeger vak naar een nieuw vak gebruikt de inrichtende macht de volgende principes :
  1°
  a) Een vóór 1 september 1996 georganiseerd vak in het aanvullend secundair beroepsonderwijs is opgenomen bij een nieuw vak buiten de specialiteit Verpleegkunde, in de vóór dezelfde datum bestaande concordantietabellen, gevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 1990 betreffende de concordantie in het gewoon secundair onderwijs.
  De inrichtende macht gebruikt de concordantietabellen bij de omzetting van het vóór 1 september 1996 georganiseerd vak naar een nieuw vak.
  b) Een vóór 1 september 1996 georganiseerd vak in het aanvullend secundair beroepsonderwijs is enkel of onder meer opgenomen bij het nieuwe vak TV en/of PV Verpleegkunde, in de vóór dezelfde datum bestaande concordantietabellen, gevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 1990 betreffende de concordantie in het gewoon secundair onderwijs. De inrichtende macht kan een keuze maken om het vóór 1 september 1996 georganiseerd vak om te zetten naar een van de volgende vakken : TV of PV Algemene Verpleegkunde, TV of PV Psychiatrische Verpleegkunde, TV of PV Sociale Wetenschappen, TV of PV Medische Wetenschappen en TV of PV Ziekenhuisverpleegkunde.
  De inrichtende macht kan ook een keuze maken voor een omzetting van het vóór 1 september 1996 ingericht vak naar een nieuw vak buiten de hierboven opgesomde vakken.
  2° Een vóór 1 september 1996 georganiseerd vak in het aanvullend secundair beroepsonderwijs is niet opgenomen in de vóór dezelfde datum bestaande concordantietabellen, gevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 1990 betreffende de concordantie in het gewoon secundair onderwijs.
  De inrichtende macht heeft de keuze om het vóór 1 september 1996 georganiseerd vak om te zetten naar een van de volgende vakken : TV of PV Algemene Verpleegkunde, TV of PV Psychiatrische Verpleegkunde, TV of PV Sociale Wetenschappen, TV of PV Medische Wetenschappen en TV of PV Ziekenhuisverpleegkunde.
  De inrichtende macht kan ook een keuze maken voor een omzetting van het vóór 1 september 1996 georganiseerd vak naar een nieuw vak buiten de hierboven opgesomde vakken.
  3° Bij de toepassing van punt 1° b) en 2° is de inrichtende macht verplicht een concordantie op te stellen voor een nieuw vak dat aansluit op de specialiteit van een of meerdere van de basisdiplomas van het betrokken personeelslid of op de vakken en specialiteiten die het betrokken personeelslid op 1 februari 1996 effectief of als titularis uitoefende.
  Onder basisdiploma wordt verstaan, elk studiebewijs dat werd uitgereikt na studie in het volledige leerplan of in het beperkte leerplan of in het onderwijs voor sociale promotie.
  Het betreft de studiebewijzen die omschreven zijn in de diverse besluiten betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen, het prestatiestelsel en de bezoldiging.
  Getuigschriften van middelbare technische normaalleergangen, van pedagogische leergangen en van pedagogische bekwaamheid worden hier buiten beschouwing gelaten.
  4° Voor de toepassing van de artikelen 16sexies en 17octies van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, is er een bijkomende concordantie. Er is ambtshalve een concordantie naar de specialiteit Verzorging voor de personeelsleden die na de toepassing van dit besluit een concordantie bekomen voor Algemene Verpleegkunde, Psychiatrische Verpleegkunde, Medische Wetenschappen en voor Ziekenhuisverpleegkunde.
Art. 18. § 1. Pour chaque membre du personnel qui peut prétendre à l'application des dispositions des articles 16sexies et 17octies de l'arrêté précité du Gouvernement flamand du 14 juin 1989, chaque ancien cours doit être converti en un nouveau cours.
  § 2. Pour chaque membre du personnel auquel la réglementation relative à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation, à la remise au travail est applicable, il faut également procéder à une conversion.
  § 3. Si, lors de la conversion, visée au présent article, il y a plusieurs possibilités pour convertir un ancien cours en un nouveau cours, le pouvoir organisateur est obligé de consulter le personnel conformément aux dispositions de l'article 19.
  § 4. Lors de la conversion visée au présent article d'un ancien cours en un nouveau cours, le pouvoir organisateur suit les principes suivants :
  1°
  a) Un cours organisé avant le 1er septembre 1996 dans l'enseignement secondaire professionnel complémentaire est repris comme nouveau cours n'appartenant pas à la spécialité "Verpleegkunde" (Nursing), dans les tableaux de concordance applicables avant la même date, annexés à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 juillet 1990 relatif à la concordance des cours et spécialités dans l'enseignement secondaire de plein exercice.
  Le pouvoir organisateur applique les tableaux de concordance pour la conversion d'un cours organisé avant le 1er septembre 1996 en un nouveau cours.
  b) Un cours organisé avant le 1er septembre 1996 dans l'enseignement secondaire professionnel complémentaire est repris uniquement ou pas seulement comme nouveau cours TV en/of PV Verpleegkunde, dans les tableaux de concordance existant avant la même date, annexés à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 juillet 1990 relatif à la concordance des cours et spécialités dans l'enseignement secondaire de plein exercice. Le pouvoir organisateur peut convertir le cours organisé avant le 1er septembre 1996 en un des cours suivants : TV of PV Algemene Verpleegkunde (Nursing général), TV of PV Psychiatrische Verpleegkunde (Nursing psychiatrique), TV of PV Sociale Wetenschappen (Sciences sociales), TV of PV Medische Wetenschappen (Sciences médicales) et TV of PV Ziekenhuisverpleegkunde (Nursing hospitalier).
  Il est également loisible au pouvoir organisateur d'opter pour une conversion d'un cours organisé avant le 1er septembre 1996 en un nouveau cours ne figurant pas parmi les cours précités.
  2° Un cours organisé avant le 1er septembre 1996 dans l'enseignement secondaire professionnel complémentaire n'est pas repris dans les tableaux de concordance existant avant cette même date, annexés à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 juillet 1990 relatif à la concordance des cours et spécialités dans l'enseignement secondaire de plein exercice.
  Le pouvoir organisateur peut convertir le cours organisé avant le 1er septembre 1996 en un des cours suivants :
  TV of PV Algemene Verpleegkunde, TV of PV Psychiatrische Verpleegkunde, TV of PV Sociale Wetenschappen, TV of PV Medische wetenschappen et TV of PV Ziekenhuisverpleegkunde.
  Il est également loisible au pouvoir organisateur d'opter pour une conversion d'un cours organisé avant le 1er septembre 1996 en un nouveau cours ne figurant pas parmi les cours précités.
  3° Pour l'application du point 1° b) et 2°, le pouvoir organisateur est tenu d'établir une concordance pour un nouveau cours s'alignant sur une spécialité d'un ou plusieurs diplômes de base du membre du personnel concerné ou sur les cours et les spécialités que le membre du personnel donnait effectivement ou comme titulaire au 1er février 1996.
  Par diplôme de base, il faut entendre chaque certificat d'études délivré au terme des études dans l'enseignement de plein exercice ou à horaire réduit ou dans l'enseignement de promotion sociale.
  Il s'agit de certificats d'études décrits dans les divers arrêtés relatifs aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire.
  Les certificats de cours normaux techniques moyens, de cours pédagogiques et d'aptitudes pédagogiques ne sont pas pris en considération dans la présente réglementation.
  Pour l'application des articles 16sexies et 17octies de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux traitements, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire, il y a une concordance supplémentaire. Il existe d'office une concordance avec la spécialité "Verzorging" (Soins) pour les membres du personnel qui obtiennent un concordance pour les spécialités "Algemene Verpleegkunde", "Psychiatrische Verpleegkunde", "Medische Wetenschappen" et "Ziekenhuisverpleegkunde" par application du présent arrêté.
Art. 19. § 1. Ingeval zich bij de toepassing van artikel 18 een keuzemogelijkheid voordoet, zal het bestuurs- en onderwijzend personeel geraadpleegd worden, met uitzondering van de tijdelijke personeelsleden die niet voor de hele duur van het schooljaar 1995-1996 aangesteld waren.
  Na deze raadpleging zal de inrichtende macht voor elk betrokken personeelslid én per leerjaar, én per studierichting, de concordantie van een vroeger vak beperken tot één nieuw vak.
  § 2. De in § 1 genoemde raadpleging heeft voor de instellingen van het door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerd onderwijs en van het gesubsidieerd officieel onderwijs plaats in het bevoegde overlegcomité, opgericht krachtens de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van deze wet.
  § 3. Wat de instellingen van het gesubsidieerd vrij onderwijs betreft geschiedt de raadpleging in het lokaal onderhandelingscomité, opgericht ter uitvoering van het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs, of bij gebrek daarvan in de ondernemingsraad.
  § 4. In de instellingen van het gesubsidieerd vrij onderwijs waar geen lokaal onderhandelingscomité of geen ondernemingsraad bestaat, dient de raadpleging te geschieden in de algemene lerarenvergadering. Het proces-verbaal van de raadpleging in de lerarenvergadering dient te worden ondertekend door de afgevaardigde van de inrichtende macht, door vier vast benoemde leraars die geen lid zijn van de inrichtende macht, noch het ambt van directeur of onderdirecteur uitoefenen en door de syndicale afgevaardigden van de representatieve vakorganisatie(s).
  Het staat de leraars vrij hun op- en aanmerkingen op dit proces-verbaal neer te schrijven.
  Het proces-verbaal is bindend voor de inrichtende macht, indien de raadpleging tot een consensus heeft geleid.
  Alleen als er geen consensus is en de inrichtende macht tijdens de raadpleging heeft laten blijken niet akkoord te gaan met het voorstel van de geraadpleegde organen, kan de omzetting door de inrichtende macht worden vastgesteld tegen de wil van de geraadpleegde organen in.
  Op basis van het proces-verbaal zal de inrichtende macht voor het betrokken personeelslid de daadwerkelijke omzetting vastleggen, na het personeelslid en de directie te hebben gehoord. De inrichtende macht dient vervolgens haar beslissing schriftelijk mede aan het personeelslid en aan het departement onderwijs, uiterlijk op 1 januari 1997.
  § 5. Ingeval de beslissing, bedoeld in § 2, § 3 en § 4 de goedkeuring van het personeelslid niet wegdraagt, kan het bij de directeur-generaal van de Administratie Secundair Onderwijs een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift wordt uiterlijk op 31 maart 1997 ingediend.
  Het bezwaarschrift bevat een voorstel tot concordantie, rekening houdend met de bepalingen van dit besluit. Het voorstel moet beperkt blijven tot één vak per leerjaar, onderwijsvorm, studierichting.
  De directeur-generaal van de Administratie Secundair Onderwijs en de inspecteur-generaal van het secundair onderwijs stellen een commissie samen die de bezwaarschriften beoordeelt.
  De commissie doet uitspraak vóór 1 juli 1997.
  Indien de commissie het bezwaarschrift van betrokkene niet aanvaardt, is de door de inrichtende macht gemaakte keuze in hoofde van het personeelslid bindend en definitief.
  Ingeval het bezwaarschrift aanvaard wordt, is het door het personeelslid ingediende voorstel van concordantie bindend en definitief vanaf 1 september 1997.
  § 6. Voor de personeelsleden die terbeschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking en van wie de inrichtende macht op 1 september 1996 niet meer bestaat, dient de in de § 1 tot en met 5 beschreven procedure te worden doorlopen door de inrichtende macht die per 1 september 1996 de verantwoordelijkheid heeft over het personeelslid.
Art. 19. § 1. Si, par application de l'article 18, il existe la possibilité de choisir, on procédera à une consultation des membres du personnel directeur et enseignant, à l'exception des membres du personnel qui n'étaient pas désignés pour la durée totale de l'année scolaire 1995-1996.
  Après cette consultation, le pouvoir organisateur limitera, pour chaque membre du personnel, par année d'études et par orientation d'études, la concordance d'un ancien cours à un seul nouveau cours.
  § 2. Pour les établissements d'enseignement organisés par la Communauté flamande et pour l'enseignement officiel subventionné, la consultation visée au § 1er a lieu au sein d'un comité de consultation compétent, créé en vertu de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités et de l'arrêté royal du 28 septembre 1984 portant exécution de cette loi.
  § 3. Pour les établissements d'enseignement libre subventionné, la consultation a lieu au sein d'un comité local de négociation, créé en vertu du décret du 5 avril 1995 portant création de comités de négociation dans l'enseignement libre subventionné, ou à défaut de celui-ci au sein du conseil d'entreprise.
  § 4. Dans les établissements d'enseignement libre subventionné où il n'existe pas de comité local de négociation ou de conseil d'entreprise, la consultation doit avoir lieu dans l'assemblée générale des professeurs. Le procès-verbal de cette consultation dans l'assemblée générale des professeurs doit être signé par le délégué du pouvoir organisateur, par quatre professeurs nommés à titre définitif qui ne sont pas membres du pouvoir organisateur et qui n'exercent pas la fonction de directeur ou de sous-directeur et par les délégués syndicaux de l'(des) organisation(s) syndicale(s) représentative(s).
  Les professeurs peuvent consigner leurs observations sur ce procès-verbal.
  Le procès-verbal est obligatoire pour le pouvoir organisateur, si la consultation a donné lieu à un consensus. S'il n'y a pas de consensus et le pouvoir organisateur a fait preuve, pendant la consultation, de ne pas être d'accord avec la proposition des organes consultés, la conversion peut être fixée par le pouvoir organisateur en dépit de la volonté des organes consultés.
  Après avoir entendu le membre du personnel et la direction, le pouvoir organisateur établira, sur la base du procès-verbal, la conversion effective pour chaque membre du personnel. Le pouvoir organisateur communique ensuite par écrit sa décision au membre du personnel et au département de l'enseignement, le 1er janvier 1997 au plus tard.
  § 5. Au cas où le membre du personnel n'approuve pas la décision, visée aux §§ 2, 3 et 4, il peut transmettre une réclamation auprès du directeur général de l'Administration de l'Enseignement secondaire. La réclamation doit être introduite le 31 mars 1997 au plus tard.
  La réclamation comprend une proposition de concordance, en tenant compte des dispositions du présent arrêté.
  La proposition doit être limitée à un cours par année d'études, par forme d'enseignement, par orientation d'études.
  Le directeur général de l'Administration de l'Enseignement secondaire et l'inspecteur général de l'enseignement secondaire composent une commission qui apprécie les réclamations.
  La commission se prononce sur les réclamations avant le 7 juillet 1997.
  Si la commission n'accepte pas la réclamation de l'intéressé, le choix fait par le pouvoir organisateur dans le chef du membre du personnel est obligatoire et définitif à partir du 1er septembre 1997.
  Au cas où la réclamation est acceptée, la proposition de concordance introduite par le membre du personnel est obligatoire et définitive à partir du 1er septembre 1997.
  § 6. Pour les membres du personnel qui sont mis en disponibilité par défaut d'emploi et dont le pouvoir organisateur a cessé d'exister le 1er septembre 1996, la procédure décrite aux §§ 1er à 5 doit être accomplie par le pouvoir organisateur qui assumait à cette date la responsabilité du membre du personnel.
TITEL V. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage.
TITRE V. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation, à la remise au travail et à l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente.
Art. 20. In artikel 2, § 1, 4°, 2), van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° vóór de woorden "in het type I :" wordt het volgende lid ingevoegd :
  "- de vierde graad van het voltijds secundair onderwijs.";
  2° vóór de woorden "in het type I :" wordt het volgende lid geschrapt :
  "- de leerjaren van het aanvullend secundair beroepsonderwijs."
Art. 20. A l'article 2, § 1er, 4°, 2), de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation, à la remise au travail et à l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente, les modifications suivantes sont apportées :
  1° avant les mots "en type I :" l'alinéa suivant est inséré :
  " - le quatrième degré de l'enseignement secondaire à temps plein. ";
  2° avant les mots "en type I :" l'alinéa suivant est supprimé :
  " - les années d'études de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire. "
TITEL VI. - Wijziging van de benaming "verpleegkunde" naar "verzorging" in de tweede en derde graad van het voltijds secundair onderwijs.
TITRE VI. - Modification de la dénomination "verpleegkunde" (nursing) en "verzorging" (soins) dans les deuxième et troisième degrés de l'enseignement secondaire à temps plein.
Art. 21. In de bijlagen 2, 3, 4 en 5, gevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, wordt op de pagina's 2-TV/72, 2-PV/86, 3-TV/74, 3-PV/80, 4-TV/8, 4-PV/7, 5-TV/79 en 5-PV/14 de benaming "verpleegkunde" vanaf 1 september 1996 vervangen door de benaming "verzorging".
Art. 21. Dans les annexes 2, 3, 4 et 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux traitements, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire, la dénomination "verpleegkunde" figurant aux pages 2-TV/72, 2-PV/86, 3-TV/74, 3-PV/80, 4-TV/8, 4-PV/7, 5-TV/79 et 5-PV/14 est remplacée à partir du 1er septembre 1996 par la dénomination "verzorging".
Art. 22. In het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 1990 betreffende de concordantie van de vakken en specialiteiten in het gewoon secundair onderwijs wordt in de tabellen, gevoegd bij voormeld besluit de benaming van het vak "verpleegkunde" vanaf 1 september 1996 vervangen door de benaming "verzorging".
  De concordanties die in toepassing van het voormeld besluit werden uitgevoerd naar TV en/of PV Verpleegkunde gelden vanaf 1 september 1996 voor TV en/of PV Verzorging.
Art. 22. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 juillet 1990 relatif à la concordance des cours et spécialités dans l'enseignement secondaire de plein exercice, la dénomination du cours "verpleegkunde" reprise au tableaux annexés à l'arrêté précité est remplacée à partir du 1er septembre 1996 par la dénomination "verzorging".
  Les concordances avec TV en/of PV Verpleegkunde effectuées par application de l'arrêté précité s'appliquent à TV en/of PV Verzorging à partir du 1er septembre 1996.
TITEL VII. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 1989 tot vaststelling van de algemene vakken, de kunstvakken, de technische vakken en de praktische vakken in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs en in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs die als centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs fungeren, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van de instellingen voor buitengewoon secundair onderwijs.
TITRE VII. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 1989 déterminant les cours généraux, les cours artistiques, les cours techniques et les cours pratiques dans les établissements d'enseignement secondaire à temps plein et dans les établissements d'enseignement secondaire à temps plein qui fonctionnent comme centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel organisés ou subventionnés par la Communauté flamande, à l'exception des établissements d'enseignement secondaire spécial.
Art. 23. § 1. In artikel 4, § 2, van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 1989 tot vaststelling van de algemene vakken, de kunstvakken, de technische vakken en de praktische vakken in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs en in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs die als centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs fungeren, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van de instellingen voor buitengewoon secundair onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 5 juni 1991, 19 december 1991 en 30 mei 1996, wordt in de lijst van specialiteiten alfabetisch de benaming "ziekenhuisverpleegkunde" toegevoegd.
  § 2. In artikel 4, § 3, van hetzelfde besluit, aldaar ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 30 mei 1996, worden de woorden "en "sociale wetenschappen" " vervangen door de woorden " "sociale wetenschappen" en "ziekenhuisverpleegkunde" ".
Art. 23. § 1. A l'article 4, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 1989 déterminant les cours généraux, les cours artistiques, les cours techniques et les cours pratiques dans les établissements d'enseignement secondaire à temps plein et dans les établissements d'enseignement secondaire à temps plein qui fonctionnent comme centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel organisés ou subventionnés par la Communauté flamande, à l'exception des établissements d'enseignement secondaire spécial, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 5 juin 1991, 19 décembre 1991 et 30 mai 1996, la dénomination "nursing hospitalier" est ajoutée par ordre alphabétique à la liste des spécialités.
  § 2. Dans l'article 4, § 3, du même arrêté, y inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 1996, les mots "et "sciences sociales" sont remplacés par les mots " "sciences sociales" et "nursing hospitalier"".
TITEL VIII. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 13 november 1991 tot vaststelling van de voorwaarden voor het oprichten van betrekkingen in de ambten van werkmeester en werkplaatsleider in het voltijds secundair onderwijs.
TITRE VIII. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 novembre 1991 fixant les conditions de création d'emplois dans les fonctions de chef d'atelier et de chef de travaux d'atelier dans l'enseignement à temps plein.
Art. 24. In artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 13 november 1991 tot vaststelling van de voorwaarden voor het oprichten van betrekkingen de ambten van werkmeester en werkplaatsleider in het voltijds secundair onderwijs wordt in de lijst, vermeld in het tweede lid, alfabetisch de benaming "ziekenhuisverpleegkunde" toegevoegd.
Art. 24. Dans l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 novembre 1991 fixant les conditions de création d'emplois dans les fonctions de chef d'atelier et de chef de travaux d'atelier dans l'enseignement à temps plein, la dénomination "nursing hospitalier" est ajoutée alphabétiquement à la liste figurant au deuxième alinéa.
TITEL IX. - Opheffingsbepaling en inwerkingtreding.
TITRE IX. - Disposition abrogatoire et fixant vigueur.
Art. 25. Artikel 33, 6° en artikel 20 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de staat, alsmede de internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiediensten die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, zoals gewijzigd, worden opgeheven voor de vierde graad van het voltijds secundair onderwijs.
Art. 25. L'article 33, 6° et l'article 20 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements sont abrogés pour le quatrième degré de l'enseignement secondaire à temps plein.
Art. 26. Dit besluit treedt in werking op 1 september 1996.
Art. 26. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 1996.
Art. 27. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 9 juli 1996.
  De minister-president van de Vlaamse regering,
  L. VAN DEN BRANDE
  De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken,
  L. VAN DEN BOSSCHE
Art. 27. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Bruxelles, le 9 juillet 1996.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  L. VAN DEN BRANDE
  Le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Fonction publique,
  L. VAN DEN BOSSCHE
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage. Vierde graad, BSO, TV SPECIALITEIT : Bijlage 8.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 29-08-1996, p. 22852-22858).
Art. N. Annexe. (Pas de version française, voir version néerlandaise, voir M.B. 29-08-1996, p. 22852-22858).