Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
25 SEPTEMBER 1996. - Besluit van de Regering tot uitvoering van het decreet van 5 februari 1996 betreffende de controle van de afwezigheden wegens ziekte voor de personeelsleden van de door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinrichtingen en PMS-centra (VERTALING) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-12-1996 en tekstbijwerking tot 28-06-2013)
Titre
25 SEPTEMBRE 1996. - Arrêté du Gouvernement portant exécution du décret du 5 février 1996 relatif au contrôle des absences pour maladie des membres du personnel des établissements d'enseignement et centres PMS organisés ou subventionnés par la Communauté germanophone (TRADUCTION) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 14-12-1996 et mise à jour au 28-06-2013)
Informations sur le document
Numac: 1996033096
Datum: 1996-09-25
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1996033096
Date: 1996-09-25
Moniteur: Voir
Tekst (29)
Texte (29)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden vermeld in artikel 1 van het decreet van 5 februari 1996 betreffende de controle van de afwezigheden wegens ziekte voor de personeelsleden van de door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinrichtingen en PMS-centra.
Article 1. Le présent arrêté s'applique aux membres du personnel visés à l'article 1er du décret du 5 février 1996 relatif au contrôle des absences pour maladie des membres du personnel des établissements d'enseignement et centres PMS organisés ou subventionnés par la Communauté germanophone.
Art. 2. De Secretaris-generaal van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap benoemt een ambtenaarcontroleur en zijn plaatsvervanger in overleg met de afdelingschef belast met de personeelszaken voor de betrokken personeelsleden.
Art. 2. Le Secrétaire général du Ministère de la Communauté germanophone désigne, en accord avec le chef de division responsable de la gestion du personnel pour les membres du personnel concernés, un agent contrôleur ainsi que son remplaçant.
HOOFDSTUK II. - Formaliteiten bij afwezigheid wegens ziekte.
CHAPITRE II. - Formalités en cas d'absence pour maladie.
Art. 2bis. <INGEVOEGD bij BDG 2007-02-22/33, art. 1; Inwerkingtreding : 18-06-2007> Als de verblijfplaats tijdens de eerste dag afwezigheid niet de woonplaats of de gewone verblijfplaats is, deelt het personeelslid het inrichtingshoofd resp. de directeur zijn werkelijke verblijfplaats mede.
Art. 2bis. Si le membre du personnel séjourne en un autre lieu que son domicile ou sa résidence habituelle durant son premier jour d'absence, il communique son lieu de séjour effectif à son chef d'établissement ou directeur.
Art. 3. § 1. [2 Het medisch attest vermeld in artikel 2, § 3, van het decreet van 5 februari 1996 betreffende de controle van de afwezigheden wegens ziekte voor de personeelsleden van de door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinrichtingen en PMS-centra is een elektronisch formulier dat ter beschikking wordt gesteld door de afdeling van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap die bevoegd is voor onderwijs en dat op zijn minst de volgende gegevens bevat :
   1. persoonsgegevens van het personeelslid : naam en voornaam, geboortedatum, onderwijsinstelling, woonplaats resp. gewone verblijfplaats, werkelijke verblijfplaats bij ziekte, telefoonnummer;
   2. reden van de arbeidsongeschiktheid;
   3. hoofd- en nevendiagnose, die alleen vermeld worden in het vak dat voor de controlearts bestemd is;
   4. vermelding door de behandelend arts of het personeelslid het huis mag verlaten of niet;
   5. duur van de arbeidsongeschiktheid die door de behandelend arts wordt voorgeschreven en die een periode van maximaal drie maanden niet mag overschrijden;
   6. vermelding door de behandelend arts of het om een eerste attest, een verlenging of een recidive gaat;
   7. duur van een eventueel verblijf in het ziekenhuis;
   8. datum van het onderzoek door de behandelend arts;
   9. handtekening en stempel van de behandelend arts.
   In afwijking van het eerste lid kan het bij dit besluit gevoegde attest ook tot en met 31 augustus 2014 gebruikt worden.]2

  § 2. Het eerste gedeelte van het attest wordt onverwijld aan de [1 controlearts]1 overgemaakt die het ter kennis neemt en bewaart en de ambtenaar-controleur over de afwezigheidsduur onmiddellijk informeert.
  Het tweede gedeelte van het attest wordt onmiddellijk aan het schoolhoofd resp. de directeur of, indien deze afwezig is, aan zijn plaatsvervanger toegestuurd.
  § 3. [3 Het personeelslid dat tijdens een afwezigheid wegens ziekte meerdere dagen in het buitenland wenst te verblijven, een voortgezette opleiding wenst te volgen of een winstgevende activiteit wenst uit te oefenen, vraagt ten minste zeven dagen vóór vertrek, vóór het begin van de voortgezette opleiding of vóór het begin van de winstgevende activiteit, een afspraak bij de controlearts aan om een schriftelijke toestemming te verkrijgen.
   In afwijking van het eerste lid stelt het personeelslid de controlearts in kennis van het meerdaagse verblijf in het buitenland, indien dwingende redenen zo'n verblijf onverwachts noodzakelijk maken.]3

  
Art. 3. § 1er. [2 Le certificat médical visé à l'article 2, § 3, du décret du 5 février 1996 relatif au contrôle des absences pour maladie des membres du personnel des établissements d'enseignement et centres PMS organisés ou subventionnés par la Communauté germanophone, est un formulaire électronique mis à disposition par la division du Ministère de la Communauté germanophone compétente en matière d'Enseignement et reprenant au moins les informations suivantes :
   1° les données à caractère personnel relatives au membre du personnel : les nom et prénom, la date de naissance, l'établissement d'enseignement, le domicile et/ou la résidence habituelle, la résidence effective pendant la période de maladie, le numéro de téléphone;
   2° le motif de l'incapacité de travail;
   3° les diagnostics, principal et secondaire, mentionnés uniquement sur le volet destiné au médecin-contrôleur;
   4° l'indication, par le médecin traitant, si la sortie est autorisée ou non;
   5° la durée de l'incapacité de travail prescrite par le médecin traitant, laquelle ne peut dépasser trois mois;
   6° l'indication, par le médecin traitant, s'il s'agit du premier certificat médical, d'une prolongation ou d'une rechute;
   7° la durée de l'hospitalisation, s'il y a lieu;
   8° la date de l'examen réalisé par le médecin traitant;
   9° la signature et le cachet du médecin traitant.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, le certificat repris en annexe au présent arrêté peut également être utilisé jusqu'au 31 août 2014 inclus.]2

  § 2. La première partie du certificat est immédiatement transmise au [1 médecin-contrôleur]1, qui en prend connaissance et le conserve et informe immédiatement l'agent contrôleur de la durée de l'absence.
  La deuxième partie du certificat est transmise immédiatement au chef d'établissement resp. au directeur ou son remplaçant s'il est absent.
  § 3. [3 Le membre du personnel qui, pendant une absence pour cause de maladie, prévoit de séjourner plusieurs jours à l'étranger, suivre une formation continue ou exercer une activité lucrative est tenu de demander, au moins sept jours avant le départ prévu avant le début de la formation continue ou avant le début de l'activité lucrative, une visite auprès du médecin-contrôleur en vue de recevoir une autorisation écrite.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, le membre du personnel informe le médecin-contrôleur du séjour de plusieurs jours à l'étranger, si des motifs impérieux imposent un tel séjour dans de brefs délais.]3

  
Art. 4. Als het personeelslid zich na afloop van de in het attest bepaalde afwezigheidsduur nog niet in staat voelt om de dienst te hervatten, moet het opnieuw handelen volgens de procedure bepaald in artikel 3.
  Het nieuwe attest moet ten laatste de dag vóór de in het oude medisch attest vermelde hervatting van de dienst worden ingediend.
Art. 4. Le membre du personnel qui, au terme de la durée de l'absence mentionnée sur le certificat, n'est pas en état de reprendre le service applique à nouveau la procédure mentionnée à l'article 3.
  Le nouveau certificat est transmis au plus tard la veille du jour de reprise indiqué sur l'ancien certificat.
Art. 5. § 1. Het personeelslid hervat de arbeid of de dienst, zodra zijn gezondheidstoestand het toelaat.
  § 2. Gaat het om een halftijdse hervatting, dan mag het personeelslid op eigen verzoek de dienst of de arbeid slechts hervatten, indien het de ambtenaar-controleur een dienovereenkomstig attest van de behandelende arts overhandigt. De ambtenaar-controleur verwittigt dan onmiddellijk het inrichtingshoofd of de directeur.
  In ieder geval verwittigt de ambtenaar-controleur eveneens de bevoegde Minister of, desgevallend zijn gevolmachtigde, of de bevoegde inrichtende macht, die over de hervatting beslist.
Art. 5. § 1. Le membre du personnel reprend le travail ou le service dès que son état de santé le lui permet.
  § 2. S'il s'agit de reprendre le service ou le travail à mi-temps, le membre du personnel ne peut le faire à sa demande qu'en transmettant à l'agent contrôleur un certificat du médecin traitant allant en ce sens. L'agent contrôleur en informe immédiatement le chef d'établissement ou le directeur.
  En tout cas l'agent contrôleur informe également le ministre compétent ou, le cas échéant, son délégué ou le pouvoir organisateur compétent, qui décide de la reprise.
Art. 5bis. <INGEVOEGD bij BDG 1999-03-16/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-1999> Elke dag vóór 10 uur zendt het schoolhoofd of de directeur of - indien deze afwezig is - zijn plaatsvervanger de lijst van de wegens ziekte afwezige personeelsleden [1 ...]1 over aan de ambtenaar-controleur en [1 aan de controlearts]1.
  
Art. 5bis. Chaque jour avant 10 heures, le chef d'établissement ou le directeur ou - en cas d'absence de ce dernier - son remplacant transmet [1 ...]1 à l'agent contrôleur ainsi qu'[1 au médecin-contrôleur]1 une liste des membres du personnel qui se sont déclarés malades pour ce jour.
  
HOOFDSTUK III. -[1 Hoofdstuk III - Nadere regels voor de controleprocedure.]1
CHAPITRE III. - [1 Modalités de la procédure de contrôle.]1
Art. 6. Bij een afwezigheid van één dag, zoals bepaald in artikel 2, § 2, van het decreet van 5 februari 1996 betreffende de controle van de afwezigheden wegens ziekte voor de personeelsleden van de door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinrichtingen en PMS-centra, kan de ambtenaar-controleur hetzij op de voordracht van het inrichtingshoofd of van de directeur of - indien deze afwezig is - van de plaatsvervanger hetzij uit eigen beweging ([1 de controlearts ermee belasten]1 een controleonderzoek op de woonplaats of op de gewone verblijfplaats van het personeelslid uit te voeren, om na te gaan of de afwezigheid wegens ziekte al dan niet gerechtvaardigd is).
  
Art. 6. En cas d'absence d'un jour, telle que prévue à l'article 2, § 2, du décret du 5 février 1996 relatif au contrôle des absences pour maladie des membres du personnel des établissements d'enseignement et centres PMS organisés ou subventionnés par la Communauté germanophone, l'agent contrôleur peut, soit sur proposition du chef d'établissement ou du directeur ou - en cas d'absence de ce dernier - du remplacant, soit d'initiative, ([1 charger le médecin-contrôleur]1 afin de procéder à un examen de contrôle au domicile ou à la résidence habituelle du membre du personnel pour vérifier le bien-fondé de l'absence pour maladie).
  
Art. 7. § 1. [1 Bij afwezigheden van meerdere dagen kan de ambtenaar-controleur of het inrichtingshoofd resp. de directeur of, indien deze afwezig is, zijn plaatsvervanger bij de controlearts erom verzoeken dat het personeelslid op zijn woonplaats of op zijn gewone verblijfplaats wordt onderzocht. De controlearts kan ook op eigen initiatief beslissen een controleonderzoek op de woonplaats of gewone verblijfplaats van het personeelslid uit te voeren.]1
  Indien [1 de controlearts]1 het personeelslid niet op zijn woonplaats of gewone verblijfplaats vindt, laat hij hem een verzoek achter om in zijn praktijk, [2 op een door hem bepaald tijdstip, ten vroegste op de eerstvolgende dag,]2, voor een controleonderzoek te verschijnen, voor zover het personeelslid het recht heeft om uit te gaan.
  [3 Onverminderd het eerste en het tweede lid kan de controlearts een personeelslid dat gedurende meer dan 10 werkdagen wegens zieke of gebrekkigheid afwezig is, te allen tijde telefonisch vragen om zich aan te bieden voor een controleonderzoek in zijn voor het personeelslid dichtstbijgelegen praktijk op een door hem bepaald tijdstip, indien de controlearts van oordeel is dat de gezondheidstoestand van het personeelslid zulks toelaat en het personeelslid volgens de behandelend arts het huis mag verlaten. Kan de controlearts het personeelslid telefonisch niet bereiken of volgt het personeelslid zijn telefonische oproep niet op, dan bezorgt de controlearts het personeelslid per aangetekend schrijven een nieuwe oproep, met vermelding van een nieuwe afspraak.
   Bij de praktijk vermeld in het tweede en het derde lid gaat het om een consultatieplaats van de Duitstalige Gemeenschap in Eupen of Sankt Vith.]3

  § 2. [3 Wanneer het personeelslid niet verschijnt nadat het overeenkomstig § 1, tweede en derde lid, een schriftelijke oproep van de controlearts ontvangen heeft,]3, dan wordt de afwezigheid wegens ziekte geacht ongerechtvaardigd te zijn, behalve wanneer dwingende redenen zijn afwezigheid kunnen rechtvaardigen.
  § 3. [2 Na het onderzoek deelt de controlearts onmiddellijk aan het personeelslid mede - door middel van een formulier dat het personeelslid voor ontvangst ondertekent - of hij van oordeel is dat de afwezigheid wegens ziekte gerechtvaardigd is of dat het personeelslid in staat is om het werk of de dienst, zij het voltijds of deeltijds, te hervatten.
   Binnen 24 uur deelt de controlearts zijn beslissing aan de ambtenaar-controleur mede. Van zijn kant informeert de ambtenaar-controleur het inrichtingshoofd resp. de directeur of, bij afwezigheid, zijn plaatsvervanger over de beslissing van de controlearts. Gaat het om een werk- of diensthervatting, dan geldt de afwezigheid van het personeelslid wegens ziekte vanaf de volgende werkdag als ongerechtvaardigd.]2

  § 4. [2 ...]2.
  (§ 5. Indien de controlearts op het ogenblik van zijn onderzoek vaststelt dat er nog geen medisch attest werd opgesteld, beslist hij alleen over de gegrondheid van de afwezigheid wegens ziekte.)
  [1 § 6. Wanneer hij beslist het personeelslid al dan niet arbeidsongeschikt te verklaren, kan de controlearts - teneinde zich in te dekken - dit personeelslid naar een geneesheer-specialist verwijzen om een gespecialiseerd advies in te winnen. De Regering draagt de daaruit voortvloeiende kosten.]1
  
Art. 7. § 1er. [1 Lors d'une absence de plusieurs jours, l'agent-contrôleur ou le chef d'établissement resp. le directeur ou, s'il est absent, son remplaçant peut demander au médecin-contrôleur de contrôler le membre du personnel à son domicile ou à sa résidence habituelle. Le médecin-contrôleur peut aussi, d'initiative, mener un contrôle au domicile ou à la résidence habituelle du membre du personnel.]1
  Si [1 le médecin-contrôleur]1 ne trouve pas le membre du personnel à son domicile ou à sa résidence habituelle, il lui laisse, dans la mesure où le membre du personnel est autorisé à sortir, une invitation à se présenter à son cabinet pour un examen de contrôle [2 au moment fixé par lui, au plus tôt le lendemain]2.
  [3 Lorsqu'un membre du personnel est absent depuis plus de 10 jours de travail pour cause de maladie ou d'infirmité et que son médecin traitant l'a autorisé à sortir, il peut - sans préjudice des alinéas 1 et 2 - être à tout moment invité par le médecin-contrôleur, par téléphone, à se présenter pour un contrôle au cabinet médical le plus proche de son domicile si le médecin-contrôleur estime que son état de santé le lui permet. Si le médecin-contrôleur ne peut joindre le membre du personnel par téléphone ou si le membre du personnel ne répond pas à la convocation téléphonique, le médecin-contrôleur lui fait parvenir, par recommandé, une convocation mentionnant un nouveau rendez-vous.
   Par cabinet médical au sens des alinéas 2 et 3, l'on entend un lieu de consultation de la Communauté germanophone situé à Eupen ou Saint-Vith.]3

  § 2. Si le membre du personnel ne se présente pas [3 , après avoir reçu une convocation écrite du médecin-contrôleur conformément au § 1er, alinéas 2 et 3,]3 à l'examen de contrôle [2 ...]2, l'absence pour maladie est considérée comme injustifiée, à moins qu'il ne puisse justifier son absence par des motifs impérieux.
  § 3. [2 Après l'examen, le médecin contrôleur communique immédiatement au membre du personnel - au moyen d'un formulaire que ce dernier signe pour réception - s'il estime que l'absence pour maladie est justifiée ou que le membre du personnel est en état de reprendre le travail ou le service, à temps plein ou à mi-temps.
   Dans les 24 heures, le médecin contrôleur communique à l'agent contrôleur la décision qu'il a prise. De son côté, l'agent contrôleur communique la décision du médecin contrôleur au chef d'établissement resp. au directeur ou, si celui-ci est absent, à son remplaçant. S'il s'agit d'une reprise du travail ou du service, l'absence pour maladie du membre du personnel est injustifiée à partir du jour ouvrable suivant.]2

  § 4. [2 ...]2.
  (§ 5. Si le médecin contrôleur constate, lors de sa visite de contrôle, qu'aucun certificat médical n'a encore été produit, il décide seul du bien-fondé de l'absence pour maladie.)
  [1 § 6. Afin d'assurer sa décision de déclarer ou non un membre du personnel apte au travail, le médecin-contrôleur peut adresser celui-ci à un médecin spécialiste afin d'avoir un avis spécialisé. Le Gouvernement supporte les frais qui en découlent.]1
  
Art. 8. Een controleonderzoek mag uitsluitend tussen 8 en 20 uur plaatsvinden.
Art. 8. Un examen de contrôle ne peut avoir lieu qu'entre 8 et 20 h.
Art. 9. Voor één en hetzelfde ziektegeval mag een arts niet twee of meerdere van volgende functies tegelijk uitoefenen :
  1° behandelende arts;
  2° [1 controlearts]1;
  3° [1 ...]1;
  4° [2 ...]2.
  
Art. 9. Un médecin ne peut, pour un même cas, exercer à la fois deux ou plusieurs des fonctions suivantes :
  1° médecin traitant;
  2° [1 médecin-contrôleur]1;
  3° [1 ...]1;
  4° [2 ...]2.
  
HOOFDSTUK IV. - Wijzigings- en slotbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions modificatives et finales.
Art. 10. Artikel 11 van het koninklijk besluit van 8 december 1967 genomen in uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Het wegens ziekte of gebrekkigheid afwezige personeelslid is onderworpen aan de bepalingen van het decreet van 5 februari 1996 betreffende de controle van de afwezigheden wegens ziekte voor de personeelsleden van de door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinrichtingen en PMS-centra en van het besluit van de Regering van 25 september 1996 tot uitvoering van het decreet van 5 februari 1996 betreffende de controle van de afwezigheden wegens ziekte voor de personeelsleden van de door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijs inrichtingen en PMS-centra."
Art. 10. L'article 11 de l'arrêté royal du 8 décembre 1967 pris en application de l'article 3 de l'arrêté royal du 28 février 1967 déterminant les positions administratives du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, est remplacé par la disposition suivante :
  "Le membre du personnel absent pour maladie ou infirmité est soumis aux dispositions du décret du 5 février 1996 relatif au contrôle des absences pour maladie des membres du personnel des établissements d'enseignement et centres PMS organisés ou subventionnés par la Communauté germanophone et de l'arrêté du Gouvernement du 25 septembre 1996 portant exécution du décret du 5 février 1996 relatif au contrôle des absences pour maladie des membres du personnel des établissements d'enseignement et centres PMS organisés ou subventionnés par la Communauté germanophone."
Art. 11. Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Op verzoek mag het wegens ziekte of gebrekkigheid afwezige personeelslid pas de dienst halftijds hervatten, indien het aan de ambtenaar-controleur die krachtens het in artikel 11 bedoelde besluit van de Regering van 25 september 1996 bevoegd is, een dienovereenkomstig attest van zijn behandelende arts overhandigt."
Art. 11. L'article 14 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  "Le membre du personnel absent pour maladie ou infirmité ne peut, à sa demande, reprendre le service à mi-temps, que s'il présente à l'agent contrôleur compétent en vertu de l'arrêté du Gouvernement du 25 septembre 1996 cité à l'article 11 un certificat allant en ce sens, délivré par son médecin traitant."
Art. 12. Artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 februari 1988, wordt als volgt gewijzigd :
  1. lid 1 wordt door volgende lid vervangen :
  "Indien hem een regelmatige aanvraag wordt voorgelegd, verwittigt de ambtenaar-controleur de Minister of zijn gevolmachtigde. Deze beslist over de halftijdse dienst hervatting";
  2. in lid 2 wordt de laatste zin door volgende zin vervangen :
  "Een verlenging voor een nieuwe periode van 30 dagen mag slechts toegekend worden, indien het personeelslid opnieuw een dienovereenkomstig attest overhandigt".
Art. 12. Dans l'article 15 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 1er février 1988, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par l'alinéa suivant :
  "Si une demande réglementaire lui est soumise, l'agent contrôleur en informe le Ministre ou son délégué. Celui-ci décide de la reprise à mi-temps.";
  2° à l'alinéa 2, la dernière phrase est remplacée par la phrase suivante :
  "Une prorogation pour une autre période de 30 jours ne peut être approuvée que dans la mesure où le membre du personnel présente à nouveau un certificat médical allant en ce sens"".
Art. 13. Artikel 16 van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen in uitvoering van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen, en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Het wegens ziekte of gebrekkigheid afwezige personeelslid is onderworpen aan de bepalingen van het decreet van 5 februari 1996 betreffende de controle van de afwezigheden wegens ziekte voor de personeelsleden van de door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinrichtingen en PMS-centra en van het besluit van de Regering van 25 september 1996 tot uitvoering van het decreet van 5 februari 1996 betreffende de controle van de afwezigheden wegens ziekte voor de personeelsleden van de door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijs inrichtingen en PMS-centra."
Art. 13. L'article 16 de l'arrêté royal du 15 janvier 1974 pris en application de l'article 160 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, est remplacé par la disposition suivante :
  "Le membre du personnel absent pour maladie ou infirmité est soumis aux dispositions du décret du 5 février 1996 relatif au contrôle des absences pour maladie des membres du personnel des établissements d'enseignement et centres PMS organisés ou subventionnés par la Communauté germanophone et de l'arrêté du Gouvernement du 25 septembre 1996 portant exécution du décret du 5 février 1996 relatif au contrôle des absences pour maladie des membres du personnel des établissements d'enseignement et centres PMS organisés ou subventionnés par la Communauté germanophone."
Art. 14. Artikel 19 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Op verzoek mag het wegens ziekte of gebrekkigheid afwezige personeelslid pas de dienst halftijds hervatten, indien het aan de ambtenaar-controleur die krachtens het in artikel 16 bedoelde besluit van de Regering van 25 september 1996 bevoegd is, een dienovereenkomstig attest van zijn behandelende arts overhandigt."
Art. 14. L'article 19 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  "Le membre du personnel absent pour maladie ou infirmité ne peut, à sa demande, reprendre le service à mi-temps, que s'il présente à l'agent contrôleur compétent en vertu de l'arrêté du Gouvernement du 25 septembre 1996 cité à l'article 16 un certificat allant en ce sens, délivré par son médecin traitant."
Art. 15. Artikel 20 van hetzelfde besluit wordt als volgt gewijzigd :
  1. lid 1 wordt door volgend lid vervangen :
  "De ambtenaar-controleur verwittigt de Minister, indien hem een regelmatige aanvraag wordt voorgelegd.";
  2. in lid 3, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 januari 1988, wordt de laatste zin door volgende zin vervangen :
  "Een verlenging voor een nieuwe periode van 30 dagen mag slechts toegekend worden, indien het personeelslid opnieuw een dienovereenkomstig attest overhandigt"".
Art. 15. Dans l'article 20 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  1. l'alinéa 1er est remplacé par l'alinéa suivant :
  "Si une demande réglementaire lui est soumise, l'agent contrôleur en informe le Ministre.";
  2. à l'alinéa 3, modifié par l'arrêté royal du 13 janvier 1988, la dernière phrase est remplacée par la phase suivante :
  "Une prorogation pour une autre période de 30 jours ne peut être approuvée que dans la mesure où le membre du personnel présente à nouveau un certificat médical allant en ce sens"".
Art. 16. Artikel 16 van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en verlofregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de inspectiediensten, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Het wegens ziekte of gebrekkigheid afwezige personeelslid is onderworpen aan de bepalingen van het decreet van 5 februari 1996 betreffende de controle van de afwezigheden wegens ziekte voor de personeelsleden van de door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinrichtingen en PMS-centra en van het besluit van de Regering van 25 september 1996 tot uitvoering van het decreet van 5 februari 1996 betreffende de controle van de afwezigheden wegens ziekte voor de personeelsleden van de door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijs inrichtingen en PMS-centra."
Art. 16. L'article 16 de l'arrêté royal du 19 mai 1981 relatif aux vacances et aux congés des membres stagiaires ou nommés à titre définitif du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat, des centres de formation de l'Etat et des services d'inspection est remplacé par la disposition suivante :
  "Le membre du personnel absent pour maladie ou infirmité est soumis aux dispositions du décret du 5 février 1996 relatif au contrôle des absences pour maladie des membres du personnel des établissements d'enseignement et centres PMS organisés ou subventionnés par la Communauté germanophone et de l'arrêté du Gouvernement 25 septembre 1996 portant exécution du décret du 5 février 1996 relatif au contrôle des absences pour maladie des membres du personnel des établissements d'enseignement et centres PMS organisés ou subventionnés par la Communauté germanophone."
Art. 17. Artikel 19 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Op verzoek mag het wegens ziekte of gebrekkigheid afwezige personeelslid pas de dienst halftijds hervatten, indien het aan de ambtenaar-controleur die krachtens het in artikel 16 bedoelde besluit van de Regering van 25 september 1996 bevoegd is, een dienovereenkomstig attest van zijn behandelende arts overhandigt."
Art. 17. L'article 19 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  "Le membre du personnel absent pour maladie ou infirmité ne peut, à sa demande, reprendre le service à mi-temps, que s'il présente à l'agent contrôleur compétent en vertu de l'arrêté du Gouvernement du 25 septembre 1996 cité à l'article 16 un certificat allant en ce sens, délivré par son médecin traitant."
Art. 18. Artikel 20 van hetzelfde besluit wordt als volgt gewijzigd :
  1. lid 1 wordt door volgend lid vervangen :
  "De ambtenaar-controleur verwittigt de Minister, indien hem een regelmatige aanvraag wordt voorgelegd.";
  2. in lid 3, gewijzigd bij koninklijk besluit van 13 januari 1988, wordt de laatste zin door volgende vervangen :
  "Een verlenging voor een nieuwe periode van 30 dagen mag slechts toegekend worden, indien het personeelslid opnieuw een dienovereenkomstig attest overhandigt."
Art. 18. A l'article 20 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par l'alinéa suivant :
  "Si une demande réglementaire lui est soumise, l'agent contrôleur en informe le Ministre.";
  2° à l'alinéa 3, modifié par l'arrêté du 13 janvier 1988, la dernière phrase est remplacée par la phrase suivante :
  "Une prorogation pour une autre période de 30 jours ne peut être approuvée que dans la mesure où le membre du personnel présente à nouveau un certificat médical allant en ce sens"".
Art. 19. Dit besluit treedt in werking op de dag van zijn bekendmaking.
Art. 19. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication.
Art. 20. De Minister van Onderwijs, Cultuur, Wetenschappelijk Onderzoek, Monumenten en Landschappen en de Minister van Jeugd, Vorming, Media en Sociale Aangelegenheden zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Eupen, 25 september 1996.
  Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap :
  De Minister-President, Minister van Financiën, Internationale Betrekkingen, Gezondheid, Gezin en Bejaarden, Sport en Toerisme,
  J. MARAITE
  De Minister van Jeugd, Vorming, Media en Sociale Aangelegenheden,
  K.-H. LAMBERTZ
  De Minister van Onderwijs, Cultuur, Wetenschappelijk Onderzoek, Monumenten en Landschappen,
  W. SCHR\DER
Art. 20. Le Ministre de l'Enseignement, de la Culture, de la Recherche scientifique et des Monuments et Sites et le Ministre de la Jeunesse, de la Formation, des Médias et des Affaires sociales sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
  Eupen, le 25 septembre 1996.
  Pour le Gouvernement de la Communauté germanophone :
  Le Ministre-Président, Ministre des Finances, des Relations internationales, de la Santé, de la Famille et des Personnes âgées, du Sport et du Tourisme,
  J. MARAITE
  Le Ministre de la Jeunesse, de la Formation, des Médias et des Affaires sociales,
  K.-H. LAMBERTZ
  Le Ministre de l'Enseignement, de la Culture, de la Recherche scientifique et des Monuments et Sites,
  W. SCHR\DER
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Geneeskundig attest.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 14-12-1996, p.31277).
Art. N. Certificat médical.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir MB 14-12-1996, p. 31274).
  Gewijzigd bij :
  
  
  Vervangen door :
  
  
  Modifié par :
  
  
  Remplacé par :
  
  
  Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Regering van 25 september 1996.
  Eupen, 25 september 1996.
  De Minister-President, Minister van Financiën, Internationale Betrekkingen, Gezondheid, Gezin en Bejaarden, Sport en Toerisme,
  J. MARAITE
  De Minister van Jeugd, Vorming, Media en Sociale Aangelegenheden,
  K.-H. LAMBERTZ
  De Minister van Onderwijs, Cultuur, Wetenschappelijk Onderzoek, Monumenten en Landschappen,
  W. SCHR\DER
  Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement du 25 septembre 1996.
  Eupen, le 25 septembre 1996 Le Ministre-Président, Ministre des Finances, des Relations internationales, de la Santé, de la Famille et des Personnes âgées, du Sport et du Tourisme,
  J. MARAITE
  Le Ministre de la Jeunesse, de la Formation, des Médias et des Affaires sociales,
  K.-H. LAMBERTZ
  Le Ministre de l'Enseignement, de la Culture, de la Recherche scientifique et des Monuments et Sites,
  W. SCHR\DER