Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
5 SEPTEMBER 1996. - Ministerieel besluit betreffende de toekenning van toelagen aan de land- of tuinbouwbedrijfshoofden die beroep doen op een bedrijfsleidingsdienst. (NOTA : Opgeheven voor de Waalse Overheidsdienst bij BWG2014-02-20/05, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 15-03-2014) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-11-1996 en tekstbijwerking tot 13-03-2015)
Titre
5 SEPTEMBRE 1996. - Arrêté ministériel relatif à l'octroi de subventions aux exploitants agricoles ou horticoles qui font appel à un service de gestion. (NOTE : Abrogé pour le Service public de wallonie par ARW2014-02-20/05, art. 2, 003; En vigueur : 15-03-2014) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 05-11-1996 et mise à jour au 13-03-2015)
Informations sur le document
Numac: 1996016179
Datum: 1996-09-05
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1996016179
Date: 1996-09-05
Moniteur: Voir
Table des matières
Table des matières
Tekst (11)
Texte (11)
Artikel 1. Voor zover de acties als bedoeld in artikel 16, lid 6, van de Verordening (EEG) nr. 2328/91 van de Raad van 15 juli 1991, gewijzigd door de Verordening (EG) nr. 3669/93 van de Raad van 22 december 1993, in aanmerking komen voor medefinanciering uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, kan een toelage verleend worden aan de natuurlijke of rechtspersonen, land- of tuinbouwbedrijfshoofden in hoofdberoep, die behoudens het houden van een bedrijfseconomische boekhouding overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 21 maart 1986 betreffende de toekenning van toelagen om het houden van land- of tuinbouwbedrijfseconomische boekhoudingen aan te moedigen en de ontwikkeling van bedrijfsleidingsgroepen te bevorderen, beroep doen op een bedrijfsleidingsdienst, die erkend is door de Minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft, om in aanmerking te komen voor bijstand voor het beheer van hun bedrijf.
Article 1. Pour autant que les actions prévues à l'article 16, paragraphe 6, du Règlement (CEE) n° 2328/91 du Conseil du 15 juillet 1991, modifié par le Règlement (CE) n° 3669/93 du Conseil du 22 décembre 1993, soient éligibles au cofinancement au titre du Fonds européen d'orientation et de garantie agricole, une subvention peut être accordée aux personnes physiques ou morales, exploitants agricoles ou horticoles à titre principal qui, en plus de la tenue d'une comptabilité de gestion conforme aux dispositions de l'arrêté royal du 21 mars 1986 relatif à l'octroi de subventions pour encourager la tenue de comptabilités de gestion agricoles ou horticoles et favoriser le développement de groupes de gestion, font appel à un service de gestion, agréé par le Ministre qui a l'agriculture dans ses attributions, pour recevoir une assistance en matière de gestion de leurs exploitations.
Artikel 1. (VLAAMSE OVERHEID)
[1 In dit besluit wordt verstaan onder bevoegde entiteit : het Departement Landbouw en Visserij van het Vlaams Ministerie van Landbouw en Visserij.]1
[1 Article 1er. (AUTORITE FLAMANDE)
Dans le présent arrêté, on entend par entité compétente : le Département Agriculture et Pêche du Ministère flamand de l'Agriculture et de la Pêche.]1

Art.1bis.(VLAAMSE OVERHEID)
(oud art.1) [1 Voor zover de acties als bedoeld in artikel 16, lid 6, van de Verordening (EEG) nr. 2328/91 van de Raad van 15 juli 1991, gewijzigd door de Verordening (EG) nr. 3669/93 van de Raad van 22 december 1993, in aanmerking komen voor medefinanciering uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, kan een toelage verleend worden aan de natuurlijke of rechtspersonen, land- of tuinbouwbedrijfshoofden in hoofdberoep, die behoudens het houden van een bedrijfseconomische boekhouding overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 21 maart 1986 betreffende de toekenning van toelagen om het houden van land- of tuinbouwbedrijfseconomische boekhoudingen aan te moedigen en de ontwikkeling van bedrijfsleidingsgroepen te bevorderen, beroep doen op een bedrijfsleidingsdienst, die erkend is door (de Vlaamse minister) die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft, om in aanmerking te komen voor bijstand voor het beheer van hun bedrijf.]1
Art.1bis.(AUTORITE FLAMANDE)
[1 (anc. art. 1) Pour autant que les actions prévues à l'article 16, paragraphe 6, du Règlement (CEE) n° 2328/91 du Conseil du 15 juillet 1991, modifié par le Règlement (CE) n° 3669/93 du Conseil du 22 décembre 1993, soient éligibles au cofinancement au titre du Fonds européen d'orientation et de garantie agricole, une subvention peut être accordée aux personnes physiques ou morales, exploitants agricoles ou horticoles à titre principal qui, en plus de la tenue d'une comptabilité de gestion conforme aux dispositions de l'arrêté royal du 21 mars 1986 relatif à l'octroi de subventions pour encourager la tenue de comptabilités de gestion agricoles ou horticoles et favoriser le développement de groupes de gestion, font appel à un service de gestion, agréé par (le Ministre flamand) qui a l'agriculture dans ses attributions, pour recevoir une assistance en matière de gestion de leurs exploitations.]1
Art. 2. Om van de bij artikel 1 bedoelde toelage te genieten, verbindt de bedrijfsleider zich schriftelijk beroep te doen op een erkende bedrijfsleidingsdienst en vraagt de toelage aan bij de dienst Begeleidende maatregelen van het Bestuur voor het Landbouwproduktiebeheer van het Ministerie van Middenstand en Landbouw, volgens het model bedoeld in bijlage I van dit besluit.
Om erkend te worden moet de bedrijfsleidingsdienst :
- deel uitmaken van een tussenkomend organisme bedoeld bij artikel 2 van het voornoemde koninklijk besluit van 21 maart 1986, dat voor een minimum duur van 10 jaar opgericht is onder de vorm van een handelsvennootschap, bedoeld in Boek I, Titel IX, van het Wetboek van Koophandel, of van een vereniging zonder winstgevend doel;
- zodanig gestructureerd zijn dat een voldoend aantal land- of tuinbouwtechnici met een gepaste beroepskwalificatie worden tewerkgesteld en hoofdzakelijk belast met het geven van bedrijfsleidingsadviezen en groepsvoorlichting;
- minstens 50 aangesloten landbouwers en/of tuinders hebben.
De in het tweede lid bedoelde beroepskwalificatie houdt in dat de land- en tuinbouwtechnici ten minste houder zijn van een diploma A2 afgeleverd door een inrichting van het secundair land- of tuinbouwonderwijs of een evenwaardige vorming met passende beroepservaring genoten hebben.
Bovendien dienen zij geleid te worden door een landbouwkundig ingenieur of door een deskundige met een scholing of ervaring inzake land- of tuinbouwbedrijfsleiding waarvan de evenwaardigheid wordt erkend door de Minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft.
Eén ingenieur mag hoogstens vijf technici onder zijn leiding hebben; een hiervoor bedoelde land- of tuinbouwtechnieker kan ten hoogste honderd bedrijfsleiders adviseren.
Art. 2. Pour bénéficier de la subvention visée à l'article 1er, l'exploitant s'engage par écrit à faire appel à un service de gestion agréé et demande la subvention au service Mesures d'accompagnement de l'Administration de la Gestion de la Production agricole du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture, selon le modèle visé à l'annexe I du présent arrêté.
Pour être agréé, le service de gestion doit :
- faire partie d'un organisme d'intervention visé à l'article 2 de l'arrêté royal du 21 mars 1986 précité, qui est constitué pour une durée minimale de dix ans sous la forme d'une société commerciale, visée au Livre Ier, Titre IX, du Code de commerce, ou d'une association sans but lucratif;
- être structuré de telle façon qu'un nombre suffisant de techniciens agricoles ou horticoles possédant une qualification professionnelle appropriée soit mis au travail et avoir principalement pour mission de donner des conseils de gestion et de vulgarisation de groupe;
- avoir au moins 50 agriculteurs et/ou horticulteurs affiliés.
Pour répondre aux exigences de qualification professionnelle visée à l'alinéa 2, les techniciens agricoles et horticoles doivent au moins être porteurs d'un diplôme A2 délivré par un établissement d'enseignement secondaire agricole ou horticole ou avoir bénéficié d'une formation équivalente complétée par une expérience professionnelle appropriée.
Ils doivent, de plus, être dirigés par un ingénieur agronome ou un technicien ayant une formation ou une expérience en matière de gestion de l'exploitation agricole ou horticole dont l'équivalence est reconnue par le Ministre qui a l'agriculture dans ses attributions.
Un ingénieur peut diriger un groupe d'au maximum cinq techniciens; un technicien agricole ou horticole visé ci-dessus peut conseiller au maximum cent exploitants.
Art. 2. (VLAAMSE OVERHEID)
Om van de bij artikel 1 bedoelde toelage te genieten, verbindt de bedrijfsleider zich schriftelijk beroep te doen op een erkende bedrijfsleidingsdienst en vraagt de toelage aan bij (de bevoegde entiteit [1 ...]1), volgens het model bedoeld in bijlage I van dit besluit.
Om erkend te worden moet de bedrijfsleidingsdienst :
- deel uitmaken van een tussenkomend organisme bedoeld bij artikel 2 van het voornoemde koninklijk besluit van 21 maart 1986, dat voor een minimum duur van 10 jaar opgericht is onder de vorm van een handelsvennootschap, bedoeld in Boek I, Titel IX, van het Wetboek van Koophandel, of van een vereniging zonder winstgevend doel;
- zodanig gestructureerd zijn dat een voldoend aantal land- of tuinbouwtechnici met een gepaste beroepskwalificatie worden tewerkgesteld en hoofdzakelijk belast met het geven van bedrijfsleidingsadviezen en groepsvoorlichting;
- minstens 50 aangesloten landbouwers en/of tuinders hebben.
De in het tweede lid bedoelde beroepskwalificatie houdt in dat de land- en tuinbouwtechnici ten minste houder zijn van een diploma A2 afgeleverd door een inrichting van het secundair land- of tuinbouwonderwijs of een evenwaardige vorming met passende beroepservaring genoten hebben.
Bovendien dienen zij geleid te worden door een landbouwkundig ingenieur of door een deskundige met een scholing of ervaring inzake land- of tuinbouwbedrijfsleiding waarvan de evenwaardigheid wordt erkend door de Minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft.
Eén ingenieur mag hoogstens vijf technici onder zijn leiding hebben; een hiervoor bedoelde land- of tuinbouwtechnieker kan ten hoogste honderd bedrijfsleiders adviseren.
Art. 2. (AUTORITE FLAMANDE)
Pour bénéficier de la subvention visée à l'article 1er, l'exploitant s'engage par écrit à faire appel à un service de gestion agréé et demande la subvention (à l'entité compétente [1 ...]1), selon le modèle visé à l'annexe I du présent arrêté.
Pour être agréé, le service de gestion doit :
- faire partie d'un organisme d'intervention visé à l'article 2 de l'arrêté royal du 21 mars 1986 précité, qui est constitué pour une durée minimale de dix ans sous la forme d'une société commerciale, visée au Livre Ier, Titre IX, du Code de commerce, ou d'une association sans but lucratif;
- être structuré de telle façon qu'un nombre suffisant de techniciens agricoles ou horticoles possédant une qualification professionnelle appropriée soit mis au travail et avoir principalement pour mission de donner des conseils de gestion et de vulgarisation de groupe;
- avoir au moins 50 agriculteurs et/ou horticulteurs affiliés.
Pour répondre aux exigences de qualification professionnelle visée à l'alinéa 2, les techniciens agricoles et horticoles doivent au moins être porteurs d'un diplôme A2 délivré par un établissement d'enseignement secondaire agricole ou horticole ou avoir bénéficié d'une formation équivalente complétée par une expérience professionnelle appropriée.
Ils doivent, de plus, être dirigés par un ingénieur agronome ou un technicien ayant une formation ou une expérience en matière de gestion de l'exploitation agricole ou horticole dont l'équivalence est reconnue par le Ministre qui a l'agriculture dans ses attributions.
Un ingénieur peut diriger un groupe d'au maximum cinq techniciens; un technicien agricole ou horticole visé ci-dessus peut conseiller au maximum cent exploitants.
Art. 2bis. (Ingevoegd bij MB 2001-03-28/35, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-2000) De aanvragen voor de toelage voor de bijstand van een bedrijfsleidingsdienst vanaf een boekjaar beginnend na 31 december 1999 zijn niet ontvankelijk.
Art. 2bis. (Inséré par AM 2001-03-28/35, art. 1; En vigueur : 01-01-2000) Les demandes de subvention pour l'assistance d'un service de gestion à partir d'un exercice comptable commençant après le 31 décembre 1999 ne sont pas recevables.
Art. 3. Het bedrijfsleidingsadvies is een schriftelijk omstandig advies, gegeven door de bedrijfsleidingsdienst. Het is het gevolg van een gedetailleerde ontleding van de economische toestand van het bedrijf na onderzoek van de boekhoudkundige uitslagen. Het duidt voor de verschillende speculaties van het bedrijf de in werking te stellen middelen aan om te streven naar de optimale rendabiliteit, rekening gehouden met de beschikbare produktiefactoren.
De land- of tuinbouwtechnicus dient gedurende de jaren waarin een bedrijfsleidingsadvies voor het bedrijf gegeven wordt per jaar minstens één bezoek te brengen aan het bedrijf.
Het advies bevat ten minste :
1° een vergelijkende tabel van de boekhoudkundige uitslagen van met het betrokken bedrijf vergelijkbare bedrijven;
2° een opgave van de evolutie van jaar tot jaar van het betrokken bedrijf;
3° de voorstellen die eruit voortvloeien voor dit bedrijf.
Deze documenten bevatten ten minste de inlichtingen vermeld in bijlage II van dit besluit.
Een exemplaar van deze documenten wordt op het einde van het boekjaar aan het bedrijfshoofd overhandigd en een copie ervan wordt binnen de zes maanden aan de dienst Begeleidende maatregelen van het Ministerie van Middenstand en Landbouw overgemaakt.
De bedrijfsleidingsdienst die op de documenten bedoeld in beide voorgaande leden, een codenummer gebruikt, dient hetzelfde codenummer te gebruiken als voor de uitslaggegevens van de boekhoudingen ingediend door het tussenkomend organisme bedoeld bij artikel 2.
Op verzoek van de dienst Begeleidende maatregelen van het Ministerie van Middenstand en Landbouw en met het oog op de controle van de verantwoording van de toelage, is de bedrijfsleidingsdienst ertoe gehouden de volledige lijst van de bedrijven, met vermelding van naam en adres van de bedrijfsleider mede te delen aan de genoemde dienst.
Art. 3. Le conseil de gestion est un avis détaillé donné par écrit par le service de gestion. Il résulte d'une analyse détaillée de la situation économique de l'exploitation après examen des résultats de la comptabilité. Il indique, pour les différentes spéculations de l'exploitation, les moyens à mettre en oeuvre pour tendre vers la rentabilité optimale, compte tenu des ressources disponibles.
Au cours des années pendant lesquelles un conseil de gestion est donné pour l'exploitation, le technicien agricole ou horticole devra visiter l'exploitation au moins une fois par an.
Ce conseil comprend au moins :
1° un tableau comparatif des résultats de comptabilités d'exploitations comparables à l'exploitation considérée;
2° un relevé de l'évolution d'année en année de l'exploitation concernée;
3° les propositions d'adaptations technico-économiques qui en résultent pour cette exploitation.
Ces documents comportent au moins les informations reprises à l'annexe II du présent arrêté.
Un exemplaire de ces documents est remis à l'exploitant à l'issue de l'exercice comptable et une copie en est transmise dans les six mois au service Mesures d'accompagnement du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture.
Le service de gestion qui sur les documents visés dans les deux alinéas précédents utilise un numéro de code, est tenu d'utiliser le même numéro de code que pour les données de résultat des comptabilités introduites par l'organisme d'intervention visé à l'article 2.
A la demande du service Mesures d'accompagnement du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture et en vue du contrôle de la justification de la subvention, le service de gestion est tenu de communiquer au service précité la liste complète des exploitations, en mentionnant le nom et l'adresse du chef d'exploitation.
Art. 3. (VLAAMSE OVERHEID)
Het bedrijfsleidingsadvies is een schriftelijk omstandig advies, gegeven door de bedrijfsleidingsdienst. Het is het gevolg van een gedetailleerde ontleding van de economische toestand van het bedrijf na onderzoek van de boekhoudkundige uitslagen. Het duidt voor de verschillende speculaties van het bedrijf de in werking te stellen middelen aan om te streven naar de optimale rendabiliteit, rekening gehouden met de beschikbare produktiefactoren.
De land- of tuinbouwtechnicus dient gedurende de jaren waarin een bedrijfsleidingsadvies voor het bedrijf gegeven wordt per jaar minstens één bezoek te brengen aan het bedrijf.
Het advies bevat ten minste :
1° een vergelijkende tabel van de boekhoudkundige uitslagen van met het betrokken bedrijf vergelijkbare bedrijven;
2° een opgave van de evolutie van jaar tot jaar van het betrokken bedrijf;
3° de voorstellen die eruit voortvloeien voor dit bedrijf.
Deze documenten bevatten ten minste de inlichtingen vermeld in bijlage II van dit besluit.
Een exemplaar van deze documenten wordt op het einde van het boekjaar aan het bedrijfshoofd overhandigd en een copie ervan wordt binnen de zes maanden aan (de bevoegde entiteit [1 ...]1) overgemaakt.
De bedrijfsleidingsdienst die op de documenten bedoeld in beide voorgaande leden, een codenummer gebruikt, dient hetzelfde codenummer te gebruiken als voor de uitslaggegevens van de boekhoudingen ingediend door het tussenkomend organisme bedoeld bij artikel 2.
Op verzoek van (de bevoegde entiteit [1 ...]1) en met het oog op de controle van de verantwoording van de toelage, is de bedrijfsleidingsdienst ertoe gehouden de volledige lijst van de bedrijven, met vermelding van naam en adres van de bedrijfsleider mede te delen aan de genoemde dienst.
Art. 3. (AUTORITE FLAMANDE)
Le conseil de gestion est un avis détaillé donné par écrit par le service de gestion. Il résulte d'une analyse détaillée de la situation économique de l'exploitation après examen des résultats de la comptabilité. Il indique, pour les différentes spéculations de l'exploitation, les moyens à mettre en oeuvre pour tendre vers la rentabilité optimale, compte tenu des ressources disponibles.
Au cours des années pendant lesquelles un conseil de gestion est donné pour l'exploitation, le technicien agricole ou horticole devra visiter l'exploitation au moins une fois par an.
Ce conseil comprend au moins :
1° un tableau comparatif des résultats de comptabilités d'exploitations comparables à l'exploitation considérée;
2° un relevé de l'évolution d'année en année de l'exploitation concernée;
3° les propositions d'adaptations technico-économiques qui en résultent pour cette exploitation.
Ces documents comportent au moins les informations reprises à l'annexe II du présent arrêté.
Un exemplaire de ces documents est remis à l'exploitant à l'issue de l'exercice comptable et une copie en est transmise dans les six mois (à l'entité compétente [1 ...]1). .
Le service de gestion qui sur les documents visés dans les deux alinéas précédents utilise un numéro de code, est tenu d'utiliser le même numéro de code que pour les données de résultat des comptabilités introduites par l'organisme d'intervention visé à l'article 2.
A la demande (de l'entité compétente [1 ...]1) et en vue du contrôle de la justification de la subvention, le service de gestion est tenu de communiquer au service précité la liste complète des exploitations, en mentionnant le nom et l'adresse du chef d'exploitation.
Art. 4. De toelage bedoeld in artikel 1 wordt voor maximum vijf boekjaren verleend, wanneer beroep wordt gedaan op een erkende bedrijfsleidingsdienst.
Voor de berekening van het aantal boekjaren, wordt ook rekening gehouden met het aantal boekjaren waarvoor een toelage toegekend werd op grond van het koninklijk besluit van 26 februari 1991 betreffende de toekenning van toelagen aan de land- of tuinbouwbedrijfshoofden die beroep doen op een bedrijfsleidingsdienst.
De toelage bedraagt 6 000 F per jaar.
Zij is betaalbaar na de afsluiting van de boekhouding en na indiening van de documenten bedoeld in artikel 3.
De bedrijfsleider kan de toelage afstaan aan de bedrijfsleidingsdienst.
Art. 4. La subvention visée à l'article 1er est allouée pour cinq exercices comptables maximum lorsqu'il est fait appel à un service de gestion agréé.
Pour le calcul du nombre d'exercices comptables, il est aussi tenu compte du nombre d'exercices comptables pour lesquels une subvention a été attribuée en vertu de l'arrêté royal du 26 février 1991 relatif à l'octroi de subventions aux exploitations agricoles ou horticoles qui font appel à un service de gestion.
La subvention s'élève à 6 000 F par an.
Elle est payable après la clôture de la comptabilité et l'introduction des documents visés à l'article 3.
L'exploitant peut céder la subvention au service de gestion.
Art. 5. Onverminderd de strafbepalingen vervat in het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de verklaringen te doen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen van elke aard, die geheel of gedeeltelijk ten laste van den Staat zijn, gewijzigd door de wet van 7 juni 1994, worden de toelagen bedoeld in dit besluit geweigerd aan de personen die een verklaring hebben gedaan die, na onderzoek, geheel of gedeeltelijk vals blijkt te zijn.
In de gevallen van terugvordering van de toelage, zal het te kwader trouw ontvangen bedrag verhoogd worden met de wettelijke interest vanaf de datum van uitbetaling.
Art. 5. Sans préjudice des sanctions pénales contenues dans l'arrêté royal du 31 mai 1933 concernant les déclarations à faire en matière de subventions, indemnités et allocations de toute nature, qui sont, en tout ou en partie, à charge de l'Etat, modifié par la loi du 7 juin 1994, les subventions visées par le présent arrêté sont refusées aux personnes qui ont fait une déclaration qui, après vérification est reconnue fausse en tout ou en partie.
Dans le cas de recouvrement de la subvention, le montant percu de mauvaise foi est augmenté de l'intérêt légal à partir de la date de paiement.
Art. 6. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1994. De erkenningen verleend bij toepassing van het voornoemde koninklijk besluit van 26 februari 1991 blijven geldig voor de toepassing van dit besluit, voor zover de betrokken bedrijfsleidingsdiensten voldoen aan de voorwaarden voorzien in artikel 2, tweede lid, eerste en derde streepje, binnen een termijn van een jaar beginnende op de dag van de bekendmaking van dit besluit.
Art. 6. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 1994. Les agréations accordées en application de l'arrêté royal du 26 février 1991 précité restent valables pour l'application du présent arrêté, pour autant que les services de gestion concernés satisfont aux conditions prévues à l'article 2, alinéa 2, premier et troisième tirets, dans un délai d'un an commençant le jour de la publication du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage I. - Model van de aanvraag voor toelage voor de bijstand van een bedrijfsleidingsdienst.
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 05-11-1996, p. 28201).
Art. N1. Annexe I. - Modèle de la demande de subvention pour l'assistance d'un service de gestion.
(Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. 05-11-1996, p. 28206).
Art. N2. Bijlage II. - Vergelijkende tabel van de uitslagen van de bedrijfseconomische boekhoudingen van de landbouwstreek.
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 05-11-1996, p. 28201 - 28205).
Art. N2. Annexe II. - Tableau comparatif des résultats de comptabilités de gestion de la région agricole.
(Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. 05-11-1996, p. 28206 - 28210).
Art. N2. (VLAAMSE OVERHEID)
Bijlage II. - Vergelijkende tabel van de uitslagen van de bedrijfseconomische boekhoudingen van de landbouwstreek.
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 05-11-1996, p. 28201 - 28205).
Gewijzigd bij
Art. N2. (AUTORITE FLAMANDE)
Annexe II. - Tableau comparatif des résultats de comptabilités de gestion de la région agricole.
(Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. 05-11-1996, p. 28206 - 28210).
Modifié par