Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
24 SEPTEMBER 1996. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 mei 1971 houdende bijzondere instructie van toepassing op de personeelsleden van de buitendiensten van het Bestuur Strafinrichtingen.
Titre
24 SEPTEMBRE 1996. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 14 mai 1971 portant instructions spéciales applicables aux agents des services extérieurs de l'Administration des Etablissements pénitentiaires.
Informations sur le document
Numac: 1996009773
Datum: 1996-09-24
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1996009773
Date: 1996-09-24
Moniteur: Voir
Tekst (2)
Texte (2)
Artikel 1. Artikel 4 van het koninklijk besluit van 14 mei 1971 houdende bijzondere instructie van toepassing op de personeelsleden van de buitendiensten van het Bestuur Strafinrichtingen, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Artikel 4. § 1. De personeelsleden die gegadigde zijn voor mutatie van een strafinrichting naar een andere, dienen zich in een administratieve stand te bevinden waarin zij hun aanspraken op bevordering kunnen doen gelden. Bovendien moeten zij ten minste de beoordeling " goed " hebben gekregen.
  Het personeelslid van niveau 4 mag tijdens de zes maanden die aan de mutatie voorafgaan geen ongunstige vermelding hebben gekregen waardoor hij gelijkgesteld wordt met personeelsleden die de beoordeling " onvoldoende " of " slecht " hebben gekregen.
  § 2. De personeelsleden bedoeld in paragraaf 1 worden als volgt gerangschikt :
  1° de gegadigde met de grootste graadanciënniteit;
  2° bij gelijke graadanciënniteit, de gegadigde met de grootste dienstanciënniteit;
  3° bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste gegadigde.
  Deze procedure is niet van toepassing wat de directeurs betreft ".
Article 1. L'article 4 de l'arrêté royal du 14 mai 1971 portant instructions spéciales applicables aux agents des services extérieurs de l'Administration des Etablissements pénitentiaires, est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 4. § 1er. Les agents candidats à la mutation d'un établissement pénitentiaire à un autre, doivent se trouver dans une position administrative où ils peuvent faire valoir leurs titres à la promotion. Ils doivent, en outre, avoir obtenu au moins la mention de signalement " bon ".
  L'agent de niveau 4 ne peut avoir fait l'objet, dans les 6 mois qui précèdent la mutation, d'une mention défavorable l'assimilant aux agents signalés par les mentions " insuffisant " ou " mauvais ".
  § 2. Les agents visés au paragraphe 1er sont classés dans l'ordre suivant :
  1° le candidat le plus ancien en grade;
  2° à égalité d'ancienneté de grade, le candidat dont l'ancienneté de service est la plus grande;
  3° à égalité d'ancienneté de service, le candidat le plus âgé.
  § 3. Cette procédure ne s'applique pas aux directeurs ".
Art. 2. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 24 september 1996.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK
Art. 2. Notre Ministre de la Justice est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 24 septembre 1996.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de la Justice,
  S. DE CLERCK