Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
2 MEI 1996. - Koninklijk besluit tot omzetting van de Richtlijn 89/48/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hoger-onderwijsdiploma's waarmee beroepsopleidingen van tenminste drie jaar worden afgesloten, aangevuld bij de Richtlijn 92/51 van de Raad van 18 juni 1992 wat het beroep van advocaat betreft.
Titre
2 MAI 1996. - Arrêté royal visant à la transposition, en ce qui concerne la profession d'avocat, de la Directive 89/48/CEE du Conseil du 21 décembre 1988 relative à un système général de reconnaissance des diplômes d'enseignement supérieur qui sanctionnent des formations professionnelles d'une durée minimale de trois ans, complétée par la Directive 92/51 du Conseil du 18 juin 1992.
Informations sur le document
Numac: 1996009236
Datum: 1996-05-02
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1996009236
Date: 1996-05-02
Moniteur: Voir
Tekst (11)
Texte (11)
Artikel 1. Een artikel 428bis, luidend als volgt, wordt in het Gerechtelijk Wetboek ingevoegd :
  "Artikel 428bis. Kunnen bovendien de titel van advocaat voeren en het beroep uitoefenen, de onderdanen van een Lid-Staat van de Europese Unie die voldoen aan de hiernavolgende voorwaarden :
  1° houder zijn van een diploma, getuigschrift of andere titel bedoeld in artikel 1, a, van de Europese Richtlijn van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hoger-onderwijsdiploma's waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten, en waaruit blijkt dat de houder de vereiste kwalificaties bezit om in een Lid-Staat van de Europese Unie tot het beroep van advocaat te worden toegelaten;
  2° de overlegging van :
  a) een bewijs van goed zedelijk gedrag;
  b) en een getuigschrift waaruit blijkt dat gegadigde nooit failliet is gegaan;
  c) alsmede een getuigschrift waaruit blijkt dat de gegadigde nooit handelingen heeft verricht die aanleiding kunnen geven tot opschorting of verbod van de uitoefening van het beroep van advocaat, zijnde een ernstige fout bij de uitoefening van het beroep van advocaat of een misdrijf;
  d) de lijst van de onderwerpen waarover de gegadigde is ondervraagd teneinde zijn diploma, getuigschrift of andere titel bedoeld in 1°, te behalen;
  3° voldaan hebben aan een bekwaamheidsproef, georganiseerd door de Belgische Nationale Orde van Advocaten, wanneer de ontvangen opleiding verband houdt met vakgebieden welke wezenlijk verschillen van die waarop het Belgische diploma van licentiaat in de rechten betrekking heeft.
  Onverminderd artikel 428nonies zijn de gegadigden die aan de voorafgaande voorwaarden hebben voldaan, gemachtigd de eed van advocaat af te leggen; zij worden vrijgesteld van de stageverplichtingen die door het Belgisch recht worden opgelegd en kunnen om hun inschrijving op het tableau van de Orde verzoeken op voorwaarde dat zij in een Lid-Staat van de Europese Unie een stage hebben volbracht die de inschrijving aan een balie van die Staat mogelijk maakt. In de andere gevallen wordt aan de gegadigden die aan genoemde voorwaarden hebben voldaan toegelaten de eed van advocaat af te leggen en om hun inschrijving op de lijst van de stagiairs te verzoeken, onverminderd artikel 428nonies. Zij zijn onderworpen aan alle stageverplichtingen, zoals die voortvloeien uit de wet, uit de reglementen van de Belgische Nationale Orde van Advocaten en uit het huishoudelijk reglement van de balie waar zij om hun inschrijving verzoeken.".
Article 1. Un article 428bis, rédigé comme suit, est inséré dans le Code judiciaire :
  "Article 428bis. Peuvent en outre porter le titre d'avocat et en exercer la profession, les ressortissants d'un Etat membre de l'Union européenne qui satisfont aux conditions suivantes :
  1° être titulaire d'un diplôme, certificat ou autre titre visé par l'article 1er, a, de la Directive européenne du 21 décembre 1988 relative à un système général de reconnaissance des diplômes d'enseignement supérieur qui sanctionnent des formations professionnelles d'une durée minimale de trois ans, et dont il résulte que le titulaire possède les qualifications professionnelles pour accéder à la profession d'avocat dans un Etat membre de l'Union européenne;
  2° présenter :
  a) une preuve relative à l'honorabilité et à la moralité;
  b) et une preuve relative à l'absence de faillite;
  c) ainsi qu'une preuve relative à l'absence de faute grave commise dans l'exercice de la profession d'avocat ou d'une infraction pénale susceptibles d'entraîner une suspension ou une interdiction de la profession d'avocat;
  d) le relevé des matières sur lesquelles le candidat a été interrogé pour obtenir son diplôme, certificat ou autre titre mentionné au 1°;
  3° avoir satisfait à une épreuve d'aptitude, organisée par l'Ordre national des avocats de Belgique, lorsque la formation qu'il a reçue porte sur des matières substantiellement différentes de celles couvertes par le diplôme belge de licencié en droit.
   Sans préjudice de l'article 428nonies, les candidats ayant satisfait aux conditions qui précèdent sont autorisés à prêter le serment d'avocat; ils sont dispensés des obligations du stage imposées par le droit belge et peuvent solliciter leur inscription au tableau de l'Ordre à condition d'avoir accompli dans un Etat membre de l'Union européenne un stage permettant l'inscription à un barreau de cet Etat. Dans les autres cas, les candidats ayant satisfait aux conditions qui précèdent sont autorisés à prêter le serment d'avocat et à solliciter leur inscription à la liste des stagiaires, sans préjudice de l'article 428nonies. Ils sont soumis à toutes les obligations du stage telles qu'elles résultent de la loi, des règlements de l'Ordre national des avocats de Belgique et du règlement d'ordre intérieur du barreau auquel ils sollicitent leur admission.".
Art. 2. Een artikel 428ter, luidend als volgt, wordt in hetzelfde Wetboek ingevoegd :
  "Artikel 428ter. § 1. De Belgische Nationale Orde van Advocaten is de autoriteit bevoegd om :
  1° de aanvragen te ontvangen;
  2° te onderzoeken of de gegadigde beantwoordt aan de voorwaarden om tot de bekwaamheidsproef te worden toegelaten gesteld in artikel 428bis, eerste lid, 1° en 2°;
  3° op grond van de lijst bedoeld in artikel 428bis, eerste lid, 2°, d, en de lijst vermeld in artikel 428quater, § 2, eerste en tweede lid, te besluiten of de opleiding die de gegadigde heeft genoten, vakgebieden betreft welke wezenlijk verschillen van die waarop het Belgische diploma van licentiaat in de rechten betrekking heeft;
  4° kennis te geven aan de gegadigde van de beslissing over de ontvankelijkheid van zijn verzoek, en wanneer het ontvankelijk is, de gegadigde in voorkomend geval ervan kennis te geven dat hij de bekwaamheidsproef moet afleggen.
  § 2. De documenten die de gegadigde aan de Belgische Nationale Orde van Advocaten toezendt moeten :
  1° zijn afgegeven door de in de Lid-Staat van hun oorsprong of herkomst bevoegde autoriteiten, namelijk de openbare overheid, de onderwijsinstellingen en de met de Belgische instellingen vergelijkbare beroepsorganisaties;
  2° worden overgelegd in de vorm van hetzij het origineel, hetzij een voor eensluidend verklaard afschrift uitgereikt door deze autoriteiten.
  Ingeval voornoemde documenten of een aantal ervan niet worden afgegeven in de Lid-Staat van oorsprong of van herkomst, worden zij vervangen door een attest uitgaande van deze laatste Lid-Staat waaruit blijkt dat betrokkene ter vervanging van de in het vorige lid omschreven documenten een verklaring onder ede of een plechtige verklaring heeft afgelegd. Deze eed of verklaring moet zijn afgelegd ten overstaan van een bevoegde rechterlijke of administratieve instantie of, in voorkomend geval, van een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van de Lid-Staat van oorsprong of van herkomst.
  § 3. Het verzoek en de documenten moeten opgesteld zijn in het Nederlands, het Frans of het Duits, of vergezeld zijn van een voor eensluidend verklaarde vertaling in één van die talen.
  De Nationale Orde van Advocaten van België mag in de procedureregels bedoeld in artikel 428septies, bepalen de verzoeken en de documenten eveneens in een andere taal, of vergezeld van een vertaling in een andere taal, te ontvangen.
  § 4. Bij de indiening van het verzoek kan van de gegadigde een inschrijvingsgeld worden gevraagd. Dit bedrag moet worden betaald aan de Belgische Nationale Orde van Advocaten. Het bedrag wordt door de Algemene Raad van de Nationale Orde vastgesteld. Het mag de gemiddelde kost van de behandeling van de verzoeken niet overschrijden.
  § 5. Wanneer het dossier onvolledig is, verwittigt de Belgische Nationale Orde van Advocaten de gegadigde binnen vijftien dagen na de ontvangst van de stukken en deelt hem mede welke documenten ontbreken.
  Wanneer het dossier volledig is samengesteld verwittigt de Belgische Nationale Orde van Advocaten de gegadigde binnen vijftien dagen na de ontvangst van het laatste document.
  Vervolgens gaat de Orde over tot het onderzoek van de documenten, waarbij zij nagaat of aan de vereisten bedoeld in artikel 428bis, eerste lid, 1° en 2° is voldaan.
  Binnen vier maanden na overlegging van het volledige dossier geeft de Belgische Nationale Orde van Advocaten aan de gegadigde kennis van haar met redenen omklede beslissing. Wanneer de gegadigde de bekwaamheidsproef moet afleggen deelt de Orde hem mede welke van de vakken bedoeld in artikel 428quater, § 2, eerste en tweede lid, in aanmerking komen.
  De afwezigheid van beslissing geldt als toelating tot de bekwaamheidsproef. In dit geval bepaalt de gegadigde zelf welke vakken hij aflegt en geeft daarvan mededeling aan de Belgische Nationale Orde van Advocaten. Na beraad tijdens de eerste zitting die op deze mededeling volgt, mag de examencommissie bedoeld in artikel 428quater, de gegadigde verplichten bijkomende vakken af te leggen, op voorwaarde dat het gaat om vakken die wezenlijk verschillen van de vakgebieden van de opleiding van de gegadigde. De gegadigde wordt over de beslissing ingelicht wanneer de Belgische Nationale Orde van Advocaten van artikel 428quinquies toepassing maakt. De bekwaamheidsproef over de bijkomende vakken wordt dan afgelegd tijdens de volgende zitting.
  § 6. De gegadigde kan hoger beroep instellen bij de commissie van beroep, zowel tegen een beslissing van onontvankelijkheid van zijn verzoek als tegen de beslissing die hem toelaat tot een bekwaamheidsproef met vakken die niet wezenlijk verschillen van de vakgebieden van zijn opleiding. De gegadigde kan op tweedegenoemde grond opkomen tegen de beslissing van de examencommissie bedoeld in § 5, vijfde lid.
  Het hoger beroep wordt bij ter post aangetekende brief ingesteld en wordt aan de Belgische Nationale Orde van Advocaten toegezonden binnen dertig dagen na de mededeling van de beslissing.
  § 7. De commissie van beroep bestaat uit twee afdelingen, een Franstalige en een Nederlandstalige.
  Iedere afdeling bestaat uit:
  1° een raadsheer of emeritus-raadsheer in het Hof van Cassatie. Hij is voorzitter van de commissie;
  2° een stafhouder of voormalig stafhouder. Hij is secretaris van de commissie;
  3° een hoogleraar of een hoogleraar-emeritus in het recht aan een Belgische universiteit, die geen advocaat mag zijn.
  § 8. Wordt de gegadigde toelating tot de Duitstalige bekwaamheidsproef geweigerd, dan kan hij in het Duits hoger beroep instellen.
  De voorzitter kan vorderen dat alle stukken of een gedeelte ervan worden vertaald. De kosten hiervan komen voor rekening van de gegadigde.
  § 9. De raadsheren of emeritus-raadsheren in het Hof van Cassatie en de hoogleraren die lid zijn van de commissie, worden aangewezen door de Minister van Justitie, de stafhouders of voormalig stafhouders die lid zijn van de commissie door de Belgische Nationale Orde van Advocaten.
  Ingeval het hoger beroep in het Duits wordt ingesteld, moet de stafhouder of voormalig stafhouder afkomstig zijn van de balie van Eupen.
  De leden hebben elk twee plaatsvervangers die op dezelfde wijze worden aangewezen.
  § 10. Binnen vijftien dagen na de uitspraak wordt de beslissing van de commissie van beroep door de voorzitter of de secretaris van de commissie aan de gegadigde meegedeeld.
  Deze beslissing is niet vatbaar voor enig rechtsmiddel. "
Art. 2. Un article 428ter, rédigé comme suit, est inséré dans le même Code :
  "Article 428ter. § 1er. L'Ordre national des avocats de Belgique est l'autorité habilitée à :
  1° recevoir les demandes;
  2° vérifier si le candidat, pour être admis à l'épreuve d'aptitude, satisfait aux conditions de l'article 428bis, alinéa 1er, 1° et 2°;
  3° décider, à la lumière du relevé mentionné à l'article 428bis, alinéa 1er, 2°, d, et de la liste figurant à l'article 428quater, § 2, alinéas 1er et 2, si la formation que le candidat a reçue porte sur des matières substantiellement différentes de celles couvertes par le diplôme belge de licencié en droit;
  4° notifier au candidat la décision relative à la recevabilité de sa requête, et, lorsque celle-ci est jugée recevable, notifier au candidat, le cas échéant, qu'il est tenu de présenter l'épreuve d'aptitude.
  § 2. Les documents adressés par le candidat à l'Ordre national des avocats de Belgique doivent :
  1° être délivrés par les autorités compétentes de l'Etat membre d'origine ou de provenance, à savoir, les pouvoirs publics, les établissements d'enseignement et les organisations professionnelles comparables aux institutions belges;
  2° être produits en original ou en copie certifiée conforme émanant de ces autorités.
  Pour le cas où ces documents, ou certains d'entre eux, ne sont pas délivrés dans l'Etat membre d'origine ou de provenance, il sont remplacés par une attestation délivrée par l'Etat membre d'origine ou de provenance, faisant foi que l'intéressé a prêté serment ou fait une déclaration solennelle pour remplacer les documents mentionnés à l'alinéa précédent. Ce serment ou cette déclaration doit avoir été fait devant une autorité judiciaire ou administrative compétente ou, le cas échéant, devant un notaire ou un organisme professionnel qualifié de l'Etat membre d'origine ou de provenance.
  § 3. La requête et les documents doivent être rédigés en langue française, en langue néerlandaise ou en langue allemande, ou être accompagnés d'une traduction certifiée conforme dans l'une de ces langues.
  Dans les règles de procédure visées par l'article 428septies, l'Ordre national des avocats de Belgique peut prévoir de recevoir également les requêtes et les documents rédigés dans une autre langue ou accompagnés d'une traduction dans une autre langue.
  § 4. Lors de l'introduction de la requête, un droit d'inscription peut être demandé au candidat. Ce droit est payable à l'Ordre national des avocats de Belgique. Le montant est fixé par le Conseil général de l'Ordre national des avocats. Il ne peut excéder le coût moyen du traitement des demandes.
  § 5. Lorsque le dossier reçu est incomplet, l'Ordre national des avocats de Belgique en avise le candidat, dans les quinze jours de la réception des pièces, et lui mentionne les documents qui font défaut.
  Lorsqu'un dossier complet est constitué, l'Ordre national des avocats de Belgique en avise le candidat dans les quinze jours de la réception du dernier document.
  Ensuite, l'Ordre procède à l'examen des documents et vérifie s'ils sont conformes aux conditions énumérées dans l'article 428bis, alinéa 1er, 1° et 2°.
  Dans les quatre mois qui suivent la production du dossier complet, l'Ordre national des avocats de Belgique notifie sa décision motivée au candidat. Lorsque le candidat doit présenter l'épreuve d'aptitude, l'Ordre lui fait savoir quelles sont les matières parmi celles énumérées à l'article 428quater, § 2, alinéas 1er et 2, qu'il est tenu à présenter.
  L'absence de décision vaut admission à l'épreuve d'aptitude. Dans ce cas le candidat détermine lui-même les matières qu'il présentera et en avise l'Ordre national des avocats de Belgique. Après en avoir délibéré à la première session qui suit cette communication, le jury visé par l'article 428quater peut décider que le candidat présentera des matières supplémentaires, à condition que celles-ci soient substantiellement différentes des matières couvertes par la formation du candidat. Le candidat est informé de cette décision lorsque l'Ordre national des avocats de Belgique fait application de l'article 428quinquies. L'épreuve d'aptitude relative aux matières supplémentaires est alors présentée à la session suivante.
  § 6. Le candidat peut, devant la commission de recours, introduire un recours contre la décision d'irrecevabilité de sa requête ou contre la décision d'admission à une épreuve d'aptitude portant sur des matières qui ne sont pas substantiellement différentes de celles couvertes par sa formation. Le candidat peut pour ce dernier motif attaquer la décision du jury visée par le § 5, alinéa 5.
  Ce recours est introduit par lettre recommandée à la poste, adressée à l'Ordre national des avocats de Belgique dans les trente jours qui suivent la notification de la décision.
  § 7. La commission de recours comprend deux sections, l'une de langue française, et l'autre de langue néerlandaise.
  Chaque section est composée :
  1° d'un conseiller ou conseiller émérite à la Cour de cassation. Il est président de la commission;
  2° d'un bâtonnier ou ancien bâtonnier. Il est secrétaire de la commission;
  3° d'un professeur actif ou émérite enseignant le droit dans une université belge, qui ne peut être avocat.
  § 8. En cas de refus du candidat à l'admission à l'épreuve d'aptitude en langue allemande, le candidat peut introduire un recours en langue allemande.
  Le président peut ordonner la traduction de tout ou partie des pièces. Ces frais sont à charge du candidat.
  § 9. Les membres conseillers ou conseillers émérites à la Cour de cassation et les membres professeurs sont désignés par le Ministre de la Justice. Les membres bâtonniers ou anciens bâtonniers sont désignés par l'Ordre national des avocats de Belgique.
  Dans le cas où le recours est introduit en langue allemande, le membre bâtonnier ou ancien bâtonnier doit provenir du barreau d'Eupen.
  Les membres ont chacun deux suppléants désignés de la même façon.
  § 10. Dans les quinze jours de la décision rendue par la commission de recours, celle-ci est notifiée au candidat par le président ou le secrétaire de la commission.
  Cette décision n'est susceptible d'aucun recours."
Art. 3. Een artikel 428quater, luidend als volgt, wordt in hetzelfde Wetboek ingevoegd :
  "Artikel 428quater. § 1. De Belgische Nationale Orde van Advocaten organiseert ten behoeve van de onderdanen van de Lid-Staten van de Europese Unie de bekwaamheidsproef, ingesteld bij artikel 428bis, eerste lid, 3°.
  Deze proef wordt georganiseerd in het Nederlands, in het Frans of in het Duits.
  De bekwaamheidsproef betreft uitsluitend de vakkennis van de gegadigde en strekt ertoe na te gaan of hij de nodige bekwaamheid bezit om in België het beroep van advocaat uit te oefenen.
  § 2. De bekwaamheidsproef heeft betrekking op de volgende vakken:
  1° staatsrecht;
  2° administratief recht;
  3° burgerlijk recht;
  4° strafrecht en strafvordering;
  5° handelsrecht;
  6° gerechtelijk privaatrecht;
  7° internationaal privaatrecht;
  8° volkenrecht en internationale instellingen;
  9° fiscaal recht;
  10° sociaal recht;
  11° plichtenleer van de advocaat;
  12° vier door de gegadigde gekozen vakken waarvan ten minste een verband houdt met de rechtsvergelijking.
  De gegadigde is bovendien gehouden het bewijs te leveren
  a) van een voldoende kennis van een andere taal dan die waarin hij de bekwaamheidsproef aflegt wanneer deze laatste dezelfde is van die van het diploma, het getuigschrift of de titel bedoeld in artikel 428bis, eerste lid, 1°; met voldoende kennis wordt als een minimum de geschiktheid van de gegadigde bedoeld wetenschappelijke werken, in die taal verschenen, te kunnen raadplegen;
  b) van een voldoende kennis van de beginselen van boekhouding; met een voldoende kennis wordt als een minimum de geschiktheid van de gegadigde bedoeld boekhoudkundige bescheiden te kunnen raadplegen.
  De proef bestaat uit een schriftelijk en een mondeling gedeelte over alle vakken die de gegadigde aflegt.
  De gegadigde is geslaagd voor de bekwaamheidsproef wanneer hij voor ieder vak 60 % van de punten heeft behaald.
  Ingeval de gegadigde niet slaagt, kan hij, zoveel keren als dit nodig is, de vakken waarvoor hij geen 60 % van de punten heeft behaald opnieuw afleggen.
  § 3. Er wordt een examencommissie ingesteld die de gegadigden ondervraagt en vaststelt of zij voor de bekwaamheidsproef zijn geslaagd.
  De examencommissie bestaat uit twee afdelingen, een Nederlandstalige en een Franstalige.
  Elke afdeling bestaat uit:
  1° een raadsheer of emeritus-raadsheer in een hof van beroep; hij is voorzitter van de examencommissie;
  2° twee advocaten ingeschreven op het tableau. De laatst ingeschreven advocaat is secretaris van de examencommissie;
  3° een hoogleraar of docent in het recht aan een Belgische universiteit, die geen advocaat mag zijn.
  Bij staking van stemmen beslist de voorzitter.
  § 4. De Duitstalige bekwaamheidsproef wordt afgenomen door de Franstalige afdeling van de examencommissie.
  In dat geval bestaat de examencommissie als volgt :
  1° een raadsheer of emeritus-raadsheer in het Hof van Beroep te Luik die voldoet aan de vereisten van artikel 43bis, § 1, tweede lid, van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken. Hij is voorzitter van de examencommissie;
  2° twee advocaten ingeschreven op het tableau, van wie één op het tableau van de Orde van Advocaten van het rechtsgebied Eupen. Laatstgenoemde is secretaris van de examencommissie;
  3° een hoogleraar of docent in het recht aan een Belgische universiteit, die geen advocaat mag zijn.
  Bij staking van stemmen beslist de voorzitter.
  § 5. De magistraten en de hoogleraren of docenten die lid zijn van de commissie, worden aangewezen door de Minister van Justitie. De advocaten die lid zijn van de commissie worden door de Belgische Nationale Orde van Advocaten aangewezen.
  De leden hebben elk twee plaatsvervangers die op dezelfde wijze worden aangewezen."
Art. 3. Un article 428quater, rédigé comme suit, est inséré dans le même Code :
  "Article 428quater. § 1er. L'Ordre national des avocats de Belgique organise l'épreuve d'aptitude destinée aux ressortissants des Etats membres de l'Union européenne, instituée par l'article 428bis, alinéa 1er, 3°.
  Cette épreuve est organisée soit en langue française, soit en langue néerlandaise, soit en langue allemande.
  L'épreuve d'aptitude concerne exclusivement les connaissances professionnelles du candidat, dans le but d'apprécier son aptitude à exercer la profession d'avocat en Belgique.
  § 2. L'épreuve porte sur les matières suivantes :
  1° droit public;
  2° droit administratif;
  3° droit civil;
  4° droit pénal et procédure pénale;
  5° droit commercial;
  6° droit judiciaire privé;
  7° droit international privé;
  8° droit des gens et institutions internationales;
  9° droit fiscal;
  10° droit social;
  11° déontologie de l'avocat;
  12° quatre matières choisies par le candidat dont une au moins relève du droit comparé.
  En outre, le candidat est tenu de fournir la preuve
  a) d'une connaissance suffisante d'une autre langue que celle dans laquelle il subit l'épreuve d'aptitude, lorsque celle-ci est la même que la langue du diplôme, du certificat ou du titre visé par l'article 428bis, alinéa 1er, 1°; par connaissance suffisante, il faut entendre au moins celle qui rend le candidat apte à consulter des ouvrages scientifiques publiés dans cette langue;
  b) d'une connaissance suffisante des principes de la comptabilité; par connaissance suffisante, il faut entendre au moins celle qui rend le candidat apte à consulter des documents comptables.
  L'épreuve est constituée d'une partie orale et d'une partie écrite portant chacune sur l'ensemble des matières présentées par le candidat.
  Le candidat a réussi l'épreuve d'aptitude de manière satisfaisante, lorsqu'il a obtenu 60 % des points dans chaque matière.
  En cas d'échec, les matières pour lesquelles le candidat n'a pas obtenu 60 % des points peuvent être représentées autant de fois qu'il est nécessaire de le faire.
  § 3. Il est institué un jury chargé d'interroger les candidats et de constater s'ils ont réussi l'épreuve d'aptitude.
  Le jury comprend deux sections, l'une de langue française, et l'autre de langue néerlandaise.
  Chaque section est composée :
  1° d'un conseiller ou conseiller émérite à une cour d'appel. Il est président du jury;
  2° de deux avocats inscrits au tableau. L'avocat le plus récemment inscrit au tableau est secrétaire du jury;
  3° d'un professeur ou chargé de cours enseignant le droit dans une université belge, qui ne peut être avocat.
  En cas de parité, la voix du président est prépondérante.
  § 4. L'épreuve d'aptitude en langue allemande est présentée devant la section du jury de langue française.
  Dans ce cas, le jury est composé comme suit :
  1° un conseiller ou conseiller émérite à la Cour d'appel de Liège et répondant aux conditions de l'article 43bis, § 1er, alinéa 2 de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire. Il est président du jury;
  2° deux avocats inscrits au tableau, dont un au tableau de l'Ordre des avocats de l'arrondissement judiciaire d'Eupen. Ce dernier est secrétaire du jury;
  3° un professeur ou chargé de cours enseignant le droit dans une université belge, qui ne peut être avocat.
  En cas de parité, la voix du président est prépondérante.
  § 5. Les membres magistrats et les membres professeurs ou chargés de cours sont désignés par le Ministre de la Justice. Les membres avocats sont désignés par l'Ordre national des avocats de Belgique.
  Les membres ont chacun deux suppléants désignés de la même façon."
Art. 4. Een artikel 428quinquies, luidend als volgt, wordt in hetzelfde Wetboek ingevoegd :
  "Artikel 428quinquies. Binnen vijftien dagen te rekenen vanaf de beëindiging van de proef deelt de Belgische Nationale Orde van Advocaten, de gegadigde het resultaat van de bekwaamheidsproef mede. "
Art. 4. Un article 428quinquies, rédigé comme suit, est inséré dans le même Code :
  "Article 428quinquies. Dans les quinze jours qui suivent la clôture de l'épreuve, l'Ordre national des avocats de Belgique notifie au candidat le résultat obtenu à l'épreuve d'aptitude."
Art. 5. Een artikel 428sexies, luidend als volgt, wordt in hetzelfde Wetboek ingevoegd :
  "Artikel 428sexies. De Belgische Nationale Orde van Advocaten organiseert ten minste twee maal per jaar de bekwaamheidsproef.
  De commissie van beroep komt ten minste twee maal per jaar bijeen om kennis te nemen van de hogere beroepen ingesteld op grond van artikel 428ter."
Art. 5. Un article 428sexies, rédigé comme suit, est inséré dans le même Code :
  "Article 428sexies. L'Ordre national des avocats de Belgique organise au moins deux fois par an l'épreuve d'aptitude.
  La commission de recours se réunit au moins deux fois par an pour connaître des recours prévus à l'article 428ter."
Art. 6. Een artikel 428septies, luidend als volgt, wordt in hetzelfde Wetboek ingevoegd :
  "Artikel 428septies. De Algemene Raad van de Nationale Orde van Advocaten bepaalt de te volgen procedureregels met betrekking tot de examencommissie en de commissie van beroep alsook de wijze van functioneren van voornoemde commissies."
Art. 6. Un article 428septies, rédigé comme suit, est inséré dans le même Code :
  "Article 428septies. Le Conseil général de l'Ordre national des avocats fixe les règles de procédure devant le jury et la commission de recours et le fonctionnement de ceux-ci."
Art. 7. Een artikel 428octies, luidend als volgt, wordt in hetzelfde Wetboek ingevoegd:
  "Artikel 428octies. Het is niet toegelaten tegelijk lid te zijn van de examencommissie en van de commissie van beroep.
  De advocaten die deel uitmaken van de examencommissie en de stafhouders die zitting hebben in de commissie van beroep en tevens lid zijn van de raad van de Orde van Advocaten, welke beslist over de inschrijving van de gegadigde op het tableau of op de lijst van deze Orde, of van de raad van beroep, die het hoger beroep tegen de beslissing van de raad van de Orde behandelt, moeten zich onthouden wanneer deze raden hun bevoegdheid uitoefenen."
Art. 7. Un article 428octies, rédigé comme suit, est inséré dans le même Code :
  "Article 428octies. Nul ne peut être à la fois, membre du jury et de la commission de recours.
  Les membres avocats du jury ou bâtonniers de la commission de recours qui sont membres du conseil de l'Ordre des avocats ou du conseil d'appel, qui décident de l'inscription du candidat au tableau ou à la liste de cet Ordre des avocats ou qui connaissent de l'appel de cette décision prise par le conseil de l'Ordre, sont tenus de s'abstenir lorsque ces conseils exercent leur compétence."
Art. 8. Een artikel 428nonies, luidend als volgt, wordt in hetzelfde Wetboek ingevoegd :
  "Artikel 428nonies. Ten aanzien van de gegadigden aan wie de Belgische Nationale Orde van Advocaten ter kennis heeft gegeven dat zij van de bekwaamheidsproef zijn vrijgesteld of dat zij voor die proef zijn geslaagd, is artikel 432 van toepassing."
Art. 8. Un article 428nonies rédigé comme suit, est inséré dans le même Code :
  "Article 428nonies. Les candidats auxquels l'Ordre national des avocats de Belgique a notifié qu'ils sont dispensés de présenter l'épreuve d'aptitude ou qu'ils ont réussi l'épreuve d'aptitude sont soumis à l'article 432."
Art. 9. Een artikel 428decies, luidend als volgt, wordt in hetzelfde Wetboek ingevoegd :
  "Artikel 428decies. De kennisgevingen en mededelingen bedoeld in de artikelen 428bis tot 428nonies, worden aan de gegadigden bij ter post aangetekende brief verzonden."
Art. 9. Un article 428decies rédigé comme suit, est inséré dans le même Code :
  "Article 428decies. Les notifications et les avis visés par les articles 428bis à 428nonies sont transmis aux candidats par lettre recommandée à la poste."
Art. 10. Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de derde maand volgend op die gedurende welke het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
Art. 10. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er jour du troisième mois qui suit celui au cours duquel il aura été publié au Moniteur belge.
Art. 11. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 2 mei 1996.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK
Art. 11. Notre Ministre de la Justice est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 2 mai 1996.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de la Justice,
  S. DE CLERCK