Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder :
1° de wet : de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs;
2° de Commissie : de Commissie van beroep opgericht door artikel 24 van de wet;
3° het directiecomité : het directiecomité beoogd in artikel 15, § 1, eerste lid van de wet;
4° de marktautoriteit : de marktautoriteit beoogd in artikel 31 van de wet.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
11 APRIL 1996. - Koninklijk besluit betreffende de Commissie van beroep.
Titre
11 AVRIL 1996. - Arrêté royal relatif à la Commission d'appel.
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (19)
Texte (19)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.
CHAPITRE I. - Disposition générale.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il y a lieu d'entendre par :
1° la loi : la loi du 6 avril 1995 relative aux marchés secondaires, au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements;
2° la Commission : la Commission d'appel instituée par l'article 24 de la loi;
3° le comité de direction : le comité de direction visé à l'article 15, § 1er, alinéa 1er de la loi;
4° l'autorité de marché : l'autorité de marché visée à l'article 31 de la loi.
1° la loi : la loi du 6 avril 1995 relative aux marchés secondaires, au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements;
2° la Commission : la Commission d'appel instituée par l'article 24 de la loi;
3° le comité de direction : le comité de direction visé à l'article 15, § 1er, alinéa 1er de la loi;
4° l'autorité de marché : l'autorité de marché visée à l'article 31 de la loi.
HOOFDSTUK II. - Het aantal leden van de Commissie en de duur van hun mandaat.
CHAPITRE II. - Le nombre de membres de la Commission et la durée de leur mandat.
Art. 2. In artikel 24, eerste lid van de wet, gewijzigd bij de wet van 30 januari 1996, wordt het woord "drie" tweemaal vervangen door het woord "vier".
Art. 2. A l'article 24, alinéa 1er de la loi, modifié par la loi du 30 janvier 1996, le mot "trois" est deux fois remplacé par le mot "quatre".
Art. 3. De duur van het mandaat van de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter, de gewone leden en de plaatsvervangende leden van de Commissie is vier jaar.
Art. 3. La durée du mandat du président, du président suppléant et des membres effectifs et suppléants de la Commission est de quatre ans.
HOOFDSTUK III. - De procedure voor de Commissie.
CHAPITRE III. - La procédure devant la Commission.
Art. 4. Enkel de bestemmeling van de beslissing kan het beroep bedoeld in artikel 23 van de wet door middel van een verzoekschrift aanhangig maken bij de Commissie. Bij een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs wordt dit verzoekschrift, in drie exemplaren, gericht aan de voorzitter van de Commissie.
Het verzoekschrift bevat :
1° een stuk waaruit de identiteit blijkt van de personen die het beroep instellen;
2° de beslissing waartegen beroep wordt ingesteld;
3° het voorwerp van het beroep;
4° een uiteenzetting van de feiten en middelen en, desgevallend, stavingsstukken.
Het beroep moet worden ingesteld binnen vijftien dagen :
1° na de kennisgeving van de beslissingen van het directiecomité bedoeld in de artikelen 17, 1°, 4° en 5° en 20, § 3 van de wet en de beslissingen van de marktautoriteit in de materies waarvan sprake in artikel 32, § 1, 1°, 3° en 6° van de wet;
2° na het verstrijken van de termijnen bedoeld in artikel 17, 1° van de wet, in de artikelen 10, tweede lid en 31, eerste lid van het koninklijk besluit van 22 december 1995 betreffende de opneming van financiële instrumenten in de eerste markt van een effectenbeurs, in artikel 55, § 3 van het ministerieel besluit van 5 februari 1996 tot vaststelling van het reglement van de beursmarkt in renten, in de artikelen 111, tweede lid en 124, tweede lid van het koninklijk besluit van 16 februari 1996 tot vaststelling van het reglement van de effectenbeursvennootschap van Brussel, in artikel 23 van het koninklijk besluit van 25 februari 1996 houdende het reglement van de effectenbeurs van Antwerpen en in artikel 9, 1° en 3° van het koninklijk besluit van 22 december 1995 houdende de oprichting en de inrichting van de Belgische Future- en Optiebeurs.
Voor wat betreft het beroep dat wordt ingesteld tegen een beslissing van het directiecomité waarbij de toegang van een lid van een effectenbeurs tot één of meer markten wordt geschorst, herroepen of verboden of tegen een beslissing van een marktautoriteit waarbij een erkende beroepsbemiddelaar wordt geschorst of geschrapt, wordt de in het derde lid bedoelde termijn van vijftien dagen vervangen door acht dagen.
Het verzoekschrift bevat :
1° een stuk waaruit de identiteit blijkt van de personen die het beroep instellen;
2° de beslissing waartegen beroep wordt ingesteld;
3° het voorwerp van het beroep;
4° een uiteenzetting van de feiten en middelen en, desgevallend, stavingsstukken.
Het beroep moet worden ingesteld binnen vijftien dagen :
1° na de kennisgeving van de beslissingen van het directiecomité bedoeld in de artikelen 17, 1°, 4° en 5° en 20, § 3 van de wet en de beslissingen van de marktautoriteit in de materies waarvan sprake in artikel 32, § 1, 1°, 3° en 6° van de wet;
2° na het verstrijken van de termijnen bedoeld in artikel 17, 1° van de wet, in de artikelen 10, tweede lid en 31, eerste lid van het koninklijk besluit van 22 december 1995 betreffende de opneming van financiële instrumenten in de eerste markt van een effectenbeurs, in artikel 55, § 3 van het ministerieel besluit van 5 februari 1996 tot vaststelling van het reglement van de beursmarkt in renten, in de artikelen 111, tweede lid en 124, tweede lid van het koninklijk besluit van 16 februari 1996 tot vaststelling van het reglement van de effectenbeursvennootschap van Brussel, in artikel 23 van het koninklijk besluit van 25 februari 1996 houdende het reglement van de effectenbeurs van Antwerpen en in artikel 9, 1° en 3° van het koninklijk besluit van 22 december 1995 houdende de oprichting en de inrichting van de Belgische Future- en Optiebeurs.
Voor wat betreft het beroep dat wordt ingesteld tegen een beslissing van het directiecomité waarbij de toegang van een lid van een effectenbeurs tot één of meer markten wordt geschorst, herroepen of verboden of tegen een beslissing van een marktautoriteit waarbij een erkende beroepsbemiddelaar wordt geschorst of geschrapt, wordt de in het derde lid bedoelde termijn van vijftien dagen vervangen door acht dagen.
Art. 4. Seul le destinataire de la décision peut saisir la Commission du recours visé à l'article 23 de la loi, par une requête. Celle-ci est adressée, en trois exemplaires, au président de la Commission par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception.
La requête contient :
1° une pièce établissant l'identité des personnes introduisant le recours;
2° la décision attaquée;
3° l'objet du recours;
4° un exposé des faits et des moyens et, le cas échéant, des pièces justificatives.
Le recours est introduit dans les quinze jours :
1° de la notification des décisions du comité de direction visées aux articles 17, 1°, 4° et 5° et 20, § 3 de la loi et les décisions de l'autorité de marché dans des matières visées à l'article 32, § 1er, 1°, 3° et 6° de la loi;
2° de l'expiration des délais visés à l'article 17, 1° de la loi, aux articles 10, alinéa 2 et 31, alinéa 1er de l'arrêté royal du 22 décembre 1995 relatif à l'inscription d'instruments financiers au premier marché d'une bourse de valeurs mobilières, à l'article 55, § 3 de l'arrêté ministériel du 5 février 1996 fixant le règlement du marché boursier des rentes, aux articles 111, alinéa 2 et 124, alinéa 2 de l'arrêté royal du 16 février 1996 fixant le règlement de la bourse de valeurs mobilières de Bruxelles, à l'article 23 de l'arrêté royal du 25 février 1996 fixant le règlement de la bourse de valeurs mobilières d'Anvers et à l'article 9, 1° et 3° de l'arrêté royal du 22 décembre 1995 relatif à la création et à l'organisation de la Bourse belge des Futures et Options.
En ce qui concerne le recours introduit contre une décision du comité de direction prononcant la suspension, la révocation ou l'interdiction de l'accès d'un membre d'une bourse de valeurs mobilières à un ou plusieurs marchés ou contre une décision d'une autorité de marché de suspendre ou de radier un intermédiaire professionnel agréé, le délai de quinze jours visé à l'alinéa 3 est remplacé par huit jours.
La requête contient :
1° une pièce établissant l'identité des personnes introduisant le recours;
2° la décision attaquée;
3° l'objet du recours;
4° un exposé des faits et des moyens et, le cas échéant, des pièces justificatives.
Le recours est introduit dans les quinze jours :
1° de la notification des décisions du comité de direction visées aux articles 17, 1°, 4° et 5° et 20, § 3 de la loi et les décisions de l'autorité de marché dans des matières visées à l'article 32, § 1er, 1°, 3° et 6° de la loi;
2° de l'expiration des délais visés à l'article 17, 1° de la loi, aux articles 10, alinéa 2 et 31, alinéa 1er de l'arrêté royal du 22 décembre 1995 relatif à l'inscription d'instruments financiers au premier marché d'une bourse de valeurs mobilières, à l'article 55, § 3 de l'arrêté ministériel du 5 février 1996 fixant le règlement du marché boursier des rentes, aux articles 111, alinéa 2 et 124, alinéa 2 de l'arrêté royal du 16 février 1996 fixant le règlement de la bourse de valeurs mobilières de Bruxelles, à l'article 23 de l'arrêté royal du 25 février 1996 fixant le règlement de la bourse de valeurs mobilières d'Anvers et à l'article 9, 1° et 3° de l'arrêté royal du 22 décembre 1995 relatif à la création et à l'organisation de la Bourse belge des Futures et Options.
En ce qui concerne le recours introduit contre une décision du comité de direction prononcant la suspension, la révocation ou l'interdiction de l'accès d'un membre d'une bourse de valeurs mobilières à un ou plusieurs marchés ou contre une décision d'une autorité de marché de suspendre ou de radier un intermédiaire professionnel agréé, le délai de quinze jours visé à l'alinéa 3 est remplacé par huit jours.
Art. 5. De voorzitter van de Commissie stuurt onmiddellijk een exemplaar van het verzoekschrift naar het directiecomité of de marktautoriteit tegen wiens beslissing beroep is ingesteld.
Dit directiecomité of deze marktautoriteit beschikt over een termijn van tien dagen om aan de voorzitter van de Commissie een memorie van antwoord, alsook het administratief dossier te bezorgen. Deze termijn van tien dagen wordt vervangen door vijf dagen, voor wat betreft het beroep dat wordt ingesteld tegen een beslissing van het directiecomité waarbij de toegang van een lid van een effectenbeurs tot één of meer markten wordt geschorst, herroepen of verboden of tegen een beslissing van een marktautoriteit waarbij een erkende beroepsbemiddelaar wordt geschorst of geschrapt.
De voorzitter van de Commissie bezorgt onmiddellijk een afschrift van de memorie van antwoord aan de personen die het beroep hebben ingesteld en stelt hen tevens in kennis van de neerlegging van het dossier op de zetel van de Commissie.
Dit directiecomité of deze marktautoriteit beschikt over een termijn van tien dagen om aan de voorzitter van de Commissie een memorie van antwoord, alsook het administratief dossier te bezorgen. Deze termijn van tien dagen wordt vervangen door vijf dagen, voor wat betreft het beroep dat wordt ingesteld tegen een beslissing van het directiecomité waarbij de toegang van een lid van een effectenbeurs tot één of meer markten wordt geschorst, herroepen of verboden of tegen een beslissing van een marktautoriteit waarbij een erkende beroepsbemiddelaar wordt geschorst of geschrapt.
De voorzitter van de Commissie bezorgt onmiddellijk een afschrift van de memorie van antwoord aan de personen die het beroep hebben ingesteld en stelt hen tevens in kennis van de neerlegging van het dossier op de zetel van de Commissie.
Art. 5. Le président de la Commission envoie immédiatement un exemplaire de la requête au comité de direction ou à l'autorité de marché dont la décision est attaquée.
Ce comité de direction ou cette autorité de marché a dix jours pour transmettre au président de la Commission un mémoire en réponse, ainsi que le dossier administratif. Ce délai de dix jours est remplacé par cinq jours, en ce qui concerne le recours introduit contre une décision du comité de direction prononcant la suspension, la révocation ou l'interdiction de l'accès d'un membre d'une bourse de valeurs mobilières à un ou plusieurs marchés ou contre une décision d'une autorité de marché de suspendre ou de radier un intermédiaire professionnel agréé.
Le président de la Commission transmet immédiatement une copie du mémoire en réponse aux personnes ayant introduit le recours et les avise du dépôt du dossier au siège de la Commission.
Ce comité de direction ou cette autorité de marché a dix jours pour transmettre au président de la Commission un mémoire en réponse, ainsi que le dossier administratif. Ce délai de dix jours est remplacé par cinq jours, en ce qui concerne le recours introduit contre une décision du comité de direction prononcant la suspension, la révocation ou l'interdiction de l'accès d'un membre d'une bourse de valeurs mobilières à un ou plusieurs marchés ou contre une décision d'une autorité de marché de suspendre ou de radier un intermédiaire professionnel agréé.
Le président de la Commission transmet immédiatement une copie du mémoire en réponse aux personnes ayant introduit le recours et les avise du dépôt du dossier au siège de la Commission.
Art. 6. De voorzitter van de Commissie brengt het beroep onmiddellijk ter kennis :
1° in geval van beroep tegen een beslissing van het directiecomité bedoeld in het artikel 20, § 3 van de wet, van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen, de regeringscommissaris en, desgevallend, de bevoegde buitenlandse toezichthoudende overheid;
2° in geval van beroep tegen een beslissing van de marktautoriteit in de materie waarvan sprake in artikel 32, § 1, 6° van de wet, van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen en, desgevallend, de regeringscommissaris en de bevoegde buitenlandse toezichthoudende overheid;
3° in geval van beroep tegen de herroeping of het verbod van toegang van een lid van een effectenbeurs tot één of meer markten, van de raad van bestuur van de Effectenbeursvennootschap;
4° in geval van beroep tegen de schrapping van een erkend beroepsbemiddelaar, van het orgaan van de instelling belast met het bestuur van een in artikel 30 van de wet bedoelde markt, dat bevoegd is om een erkend beroepsbemiddelaar als vennoot uit te sluiten.
1° in geval van beroep tegen een beslissing van het directiecomité bedoeld in het artikel 20, § 3 van de wet, van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen, de regeringscommissaris en, desgevallend, de bevoegde buitenlandse toezichthoudende overheid;
2° in geval van beroep tegen een beslissing van de marktautoriteit in de materie waarvan sprake in artikel 32, § 1, 6° van de wet, van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen en, desgevallend, de regeringscommissaris en de bevoegde buitenlandse toezichthoudende overheid;
3° in geval van beroep tegen de herroeping of het verbod van toegang van een lid van een effectenbeurs tot één of meer markten, van de raad van bestuur van de Effectenbeursvennootschap;
4° in geval van beroep tegen de schrapping van een erkend beroepsbemiddelaar, van het orgaan van de instelling belast met het bestuur van een in artikel 30 van de wet bedoelde markt, dat bevoegd is om een erkend beroepsbemiddelaar als vennoot uit te sluiten.
Art. 6. Le président de la Commission notifie immédiatement le recours :
1° en cas de recours contre une décision du comité de direction visée à l'article 20, § 3 de la loi, à la Commission bancaire et financière, au commissaire du gouvernement et, le cas échéant, à l'autorité de contrôle étrangère compétente;
2° en cas de recours contre une décision de l'autorité de marché dans la matière visée à l'article 32, § 1er, 6° de la loi, à la Commission bancaire et financière et, le cas échéant, au commissaire du gouvernement et à l'autorité de contrôle étrangère compétente;
3° en cas de recours contre la révocation ou l'interdiction de l'accès d'un membre d'une bourse de valeurs mobilières à un ou plusieurs marchés, au conseil d'administration de la Société de la Bourse de valeurs mobilières;
4° en cas de recours contre la radiation d'un intermédiaire professionnel agréé, à l'organe de l'organisme chargé de l'administration d'un marché visé à l'article 30 de la loi, qui est compétent pour exclure un intermédiaire professionnel agréé comme associé.
1° en cas de recours contre une décision du comité de direction visée à l'article 20, § 3 de la loi, à la Commission bancaire et financière, au commissaire du gouvernement et, le cas échéant, à l'autorité de contrôle étrangère compétente;
2° en cas de recours contre une décision de l'autorité de marché dans la matière visée à l'article 32, § 1er, 6° de la loi, à la Commission bancaire et financière et, le cas échéant, au commissaire du gouvernement et à l'autorité de contrôle étrangère compétente;
3° en cas de recours contre la révocation ou l'interdiction de l'accès d'un membre d'une bourse de valeurs mobilières à un ou plusieurs marchés, au conseil d'administration de la Société de la Bourse de valeurs mobilières;
4° en cas de recours contre la radiation d'un intermédiaire professionnel agréé, à l'organe de l'organisme chargé de l'administration d'un marché visé à l'article 30 de la loi, qui est compétent pour exclure un intermédiaire professionnel agréé comme associé.
Art. 7. § 1. De Commissie mag zich alle bescheiden die zij nuttig acht voor de behandeling van het beroep, laten overleggen door de personen die het beroep hebben insteld en het directiecomité of de marktautoriteit tegen wiens beslissing beroep is ingesteld. Zij kan van hen alle aanvullende ophelderingen vorderen.
§ 2. De Commissie mag getuigen horen.
§ 2. De Commissie mag getuigen horen.
Art. 7. § 1er. La Commission peut se faire communiquer par les personnes ayant formé le recours et le comité de direction ou l'autorité de marché dont la décision est attaquée, tous documents qu'elle juge utiles pour le traitement du recours. Elle peut réclamer de ceux-ci toutes explications complémentaires.
§ 2. La Commission peut entendre des témoins.
§ 2. La Commission peut entendre des témoins.
Art. 8. De personen die het beroep hebben ingesteld en het directiecomité of de marktautoriteit worden opgeroepen bij een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs, die ten minste drie werkdagen vóór de dag die is vastgesteld voor de behandeling van het beroep moet zijn ontvangen. Zij mogen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door één of meer personen die zij te dien einde aanduiden. Zij mogen mondeling hun middelen naar voren brengen.
Art. 8. Les personnes ayant introduit le recours et le comité de direction ou l'autorité de marché sont convoqués par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception, reçue trois jours ouvrables au moins avant celui fixé pour le traitement du recours. Ils peuvent se faire assister ou représenter par une ou plusieurs personnes qu'ils désignent à cette fin. Ils peuvent présenter oralement leurs moyens.
Art. 9. De Commissie beschikt op het beroep binnen de maand nadat haar voorzitter het verzoekschrift heeft ontvangen. Uitsluitend in uitzonderlijke omstandigheden mag de Commissie deze termijn één keer met maximum een maand verlengen, bij gemotiveerde beslissing die vóór het verstrijken van deze termijn bij een ter post aangetekende brief of brief met ontvangstbewijs ter kennis wordt gebracht van de personen die het beroep hebben ingesteld, alsook van al degenen aan wie kennis van het beroep moet worden gegeven krachtens de artikelen 5 en 6.
Haar beslissing wordt binnen acht dagen bij een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de personen die het beroep hebben ingesteld, alsook van al degenen aan wie kennis van het beroep moet worden gegeven krachtens de artikelen 5 en 6.
Voor wat betreft het beroep dat wordt ingesteld tegen een beslissing van het directiecomité waarbij de toegang van een lid van een effectenbeurs tot één of meer markten wordt geschorst, herroepen of verboden of tegen een beslissing van een marktautoriteit waarbij een erkende beroepsbemiddelaar wordt geschorst of geschrapt, worden de in het eerste en tweede lid bedoelde termijnen van een maand en acht dagen respectievelijk vervangen door vijftien dagen en drie dagen.
Indien de Commissie zich niet binnen de in de vorige leden vermelde termijnen heeft uitgesproken over het beroep, wordt het beroep geacht te zijn aangenomen. Op verzoek van de personen die het beroep hebben ingesteld, wordt hieraan gevolg gegeven door :
1° het directiecomité door, al naar gelang het geval, hen toegang te verlenen tot de betrokken beursmarkten of het betrokken financieel instrument op te nemen in deze markten;
2° de marktautoriteit door, al naar gelang het geval, hen toegang te verlenen als erkend beroepsbemiddelaar of het betrokken financieel instrument op te nemen in de markt.
Haar beslissing wordt binnen acht dagen bij een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de personen die het beroep hebben ingesteld, alsook van al degenen aan wie kennis van het beroep moet worden gegeven krachtens de artikelen 5 en 6.
Voor wat betreft het beroep dat wordt ingesteld tegen een beslissing van het directiecomité waarbij de toegang van een lid van een effectenbeurs tot één of meer markten wordt geschorst, herroepen of verboden of tegen een beslissing van een marktautoriteit waarbij een erkende beroepsbemiddelaar wordt geschorst of geschrapt, worden de in het eerste en tweede lid bedoelde termijnen van een maand en acht dagen respectievelijk vervangen door vijftien dagen en drie dagen.
Indien de Commissie zich niet binnen de in de vorige leden vermelde termijnen heeft uitgesproken over het beroep, wordt het beroep geacht te zijn aangenomen. Op verzoek van de personen die het beroep hebben ingesteld, wordt hieraan gevolg gegeven door :
1° het directiecomité door, al naar gelang het geval, hen toegang te verlenen tot de betrokken beursmarkten of het betrokken financieel instrument op te nemen in deze markten;
2° de marktautoriteit door, al naar gelang het geval, hen toegang te verlenen als erkend beroepsbemiddelaar of het betrokken financieel instrument op te nemen in de markt.
Art. 9. La Commission statue sur le recours dans le mois après la réception de la requête par son président. Uniquement dans des circonstances exceptionnelles, la Commission peut prolonger ce délai une seule fois d'un mois au maximum, par décision motivée, notifiée avant l'expiration de ce délai par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception, aux personnes ayant introduit le recours, ainsi qu'à tous ceux à qui le recours doit être notifié en vertu des articles 5 et 6.
Sa décision est notifiée dans les huit jours par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception aux personnes ayant introduit le recours, ainsi qu'à tous ceux à qui le recours doit être notifié en vertu des articles 5 et 6.
En ce qui concerne le recours introduit contre une décision du comité de direction prononcant la suspension, la révocation ou l'interdiction de l'accès d'un membre d'une bourse de valeurs mobilières à un ou plusieurs marchés ou contre une décision d'une autorité de marché de suspendre ou de radier un intermédiaire professionnel agréé, les délais d'un mois et de huit jours visés aux alinéas 1er et 2 sont respectivement remplacés par quinze jours et trois jours.
Si la Commission ne s'est pas prononcée dans les délais prévus aux alinéas précédents, le recours est censé accueilli. A la demande des personnes ayant introduit le recours, il y est donné suite par :
1° le comité de direction, selon le cas, en leur donnant accès aux marchés de bourse concernés ou en inscrivant l'instrument financier concerné à ces marchés;
2° l'autorité de marché, selon le cas, en les admettant en tant qu'intermédiaire professionnel agréé ou en inscrivant l'instrument financier concerné au marché.
Sa décision est notifiée dans les huit jours par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception aux personnes ayant introduit le recours, ainsi qu'à tous ceux à qui le recours doit être notifié en vertu des articles 5 et 6.
En ce qui concerne le recours introduit contre une décision du comité de direction prononcant la suspension, la révocation ou l'interdiction de l'accès d'un membre d'une bourse de valeurs mobilières à un ou plusieurs marchés ou contre une décision d'une autorité de marché de suspendre ou de radier un intermédiaire professionnel agréé, les délais d'un mois et de huit jours visés aux alinéas 1er et 2 sont respectivement remplacés par quinze jours et trois jours.
Si la Commission ne s'est pas prononcée dans les délais prévus aux alinéas précédents, le recours est censé accueilli. A la demande des personnes ayant introduit le recours, il y est donné suite par :
1° le comité de direction, selon le cas, en leur donnant accès aux marchés de bourse concernés ou en inscrivant l'instrument financier concerné à ces marchés;
2° l'autorité de marché, selon le cas, en les admettant en tant qu'intermédiaire professionnel agréé ou en inscrivant l'instrument financier concerné au marché.
HOOFDSTUK IV. - De werking van het beroep.
CHAPITRE IV. - L'effet du recours.
Art. 10. Het beroep heeft schorsende werking. Evenwel, indien de integriteit of de veiligheid van de markt ernstig gevaar loopt, mag :
1° het directiecomité, bij eenparigheid, bevelen dat zijn beslissing hetzij de toegang van een lid van een effectenbeurs tot één of meer markten te schorsen, te herroepen of te verbieden, hetzij een financieel instrument te schrappen, zou worden uitgevoerd ongeacht het beroep;
2° de marktautoriteit, bij eenparigheid, bevelen dat haar beslissing hetzij een erkende beroepsbemiddelaar te schorsen of te schrappen, hetzij een financieel instrument te schrappen, zou worden uitgevoerd ongeacht het beroep.
1° het directiecomité, bij eenparigheid, bevelen dat zijn beslissing hetzij de toegang van een lid van een effectenbeurs tot één of meer markten te schorsen, te herroepen of te verbieden, hetzij een financieel instrument te schrappen, zou worden uitgevoerd ongeacht het beroep;
2° de marktautoriteit, bij eenparigheid, bevelen dat haar beslissing hetzij een erkende beroepsbemiddelaar te schorsen of te schrappen, hetzij een financieel instrument te schrappen, zou worden uitgevoerd ongeacht het beroep.
Art. 10. L'appel est suspensif. Toutefois, en cas de danger grave pour l'intégrité ou la sécurité du marché :
1° le comité de direction peut, à l'unanimité, ordonner que sa décision soit de suspendre, de retirer ou d'interdire l'accès à un membre d'une bourse de valeurs mobilières à un ou plusieurs marchés, soit de radier un instrument financier, soit exécutée nonobstant appel;
2° l'autorité de marché peut, à l'unanimité, ordonner que sa décision soit de suspendre ou de radier un intermédiaire professionnel agréé, soit de radier un instrument financier, soit exécutée nonobstant appel.
1° le comité de direction peut, à l'unanimité, ordonner que sa décision soit de suspendre, de retirer ou d'interdire l'accès à un membre d'une bourse de valeurs mobilières à un ou plusieurs marchés, soit de radier un instrument financier, soit exécutée nonobstant appel;
2° l'autorité de marché peut, à l'unanimité, ordonner que sa décision soit de suspendre ou de radier un intermédiaire professionnel agréé, soit de radier un instrument financier, soit exécutée nonobstant appel.
HOOFDSTUK V. - Het huishoudelijk reglement van de Commissie.
CHAPITRE V. - Le règlement d'ordre intérieur de la Commission.
Art. 11. De Commissie stelt haar huishoudelijk reglement vast. Dit reglement wordt goedgekeurd door Onze Minister van Financiën en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
Art. 11. La Commission établit son règlement d'ordre intérieur. Ce règlement est approuvé par Notre Ministre des Finances et publié au Moniteur belge.
HOOFDSTUK VI. - Eindbepalingen.
CHAPITRE VI. - Dispositions finales.
Art. 12. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 12. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 13. Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en Buitenlandse Handel is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 11 april 1996.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en Buitenlandse Handel,
Ph. MAYSTADT
Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 11 april 1996.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en Buitenlandse Handel,
Ph. MAYSTADT
Art. 13. Notre Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances et du Commerce extérieur est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Châteauneuf-de-Grasse, le 11 avril 1996.
ALBERT
Par le Roi :
Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances et du Commerce extérieur,
Ph. MAYSTADT
Donné à Châteauneuf-de-Grasse, le 11 avril 1996.
ALBERT
Par le Roi :
Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances et du Commerce extérieur,
Ph. MAYSTADT