Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
18 MEI 1995. - Omzendbrief Pol 54 betreffende het dragen van het uniform door op rust gestelde politieambtenaren.
Titre
18 MAI 1995. - Circulaire Pol 54 relative au port de l'uniforme par les fonctionnaires de police retraités.
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel M. (Deze omzendbrief werd onderverdeeld in de volgende fictieve artikelen : M1 - M5).
Article M. (Pour des raisons techniques, cette circulaire a été subdivisée en articles fictifs : M1 - M5).
Art. M1. 1. Basisvoorwaarden :
  a) Het dragen van het uniform veronderstelt het bezit van een schriftelijke en persoonlijke machtiging op naam die ondertekend en gedateerd werd door de burgemeester na advies van de korpschef, met vermelding van de dag en de omstandigheden waarvoor de machtiging verleend wordt.
  b) De toelating tot het dragen van het uniform is strikt beperkt tot de duur van de gebeurtenis die aan de basis ervan ligt.
  c) Een kopie van de machtiging moet ter informatie worden doorgestuurd naar de procureur des Konings en naar de arrondissementscommissaris.
  d) De plaatselijke overheid (in dit geval de korpschef van de gemeentepolitie) moet verplicht ingelicht worden over de aanwezigheid op zijn grondgebied van politiemensen in uniform die op rust gesteld zijn.
  e) De machtiging moet vermelden dat het verboden is het uniform op de openbare weg te dragen. Daaruit volgt dat het uniform slechts zichtbaar mag gedragen worden op de plaats van verzameling en tijdens de plechtigheid.
Art. M1. 1. Conditions de base :
  a) Le port de l'uniforme implique la détention d'une autorisation écrite, personnelle et nominative, datée et signée par le bourgmestre, après avis du chef de corps, précisant le jour et les circonstances pour lesquels l'autorisation est donnée.
  b) L'autorisation de porter l'uniforme est strictement limitée à la durée de l'événement qui en est à la base.
  c) Une copie de l'autorisation doit être transmise pour information au procureur du Roi et au commissaire d'arrondissement.
  d) Obligation d'informer préalablement l'autorité locale (en l'occurrence le chef de corps de la police communale) de la présence sur son territoire de policiers retraités porteurs de l'uniforme.
  e) L'autorisation doit mentionner le fait que le port de l'uniforme sur la voie publique est interdit. Il en résulte que l'uniforme ne peut être porté de manière visible qu'au point de rassemblement et lors de la cérémonie.
Art. M2. 2. Personen die aanspraak kunnen maken op de machtiging om het uniform van de gemeentepolitie te dragen :
  De officieren van de gemeentepolitie van het stedelijke type, zoals bedoeld in artikel 1, c van het koninklijk besluit van 13 oktober 1986 houdende vaststelling van de graden van het personeel van de gemeentepolitie, evenals de korpschefs van de gemeentepolitie van het landelijke type en de brigadecommissarissen, allen op rust gesteld met het recht de eretitel van hun ambt te dragen.
Art. M2. 2. Personnes pouvant prétendre à l'autorisation de porter l'uniforme de la police communale :
  Les officiers de la police communale urbaine, tel que visés à l'article 1er, c, de l'arrêté royal du 13 octobre 1986 fixant les grades du personnel de la police communale ainsi que les chefs de corps de la police communale rurale et les commissaires de brigade, tous admis à la retraite avec le droit de porter le titre honorifique de leurs fonctions.
Art. M3. 3. Omstandigheden waarvoor een machtiging verleend kan worden :
  De machtiging het uniform te dragen zal slechts voor de volgende omstandigheden verleend kunnen worden :
  - huwelijk van de aanvrager;
  - het bijwonen van vaderlandslievende of militaire plechtigheden, van officiële feesten met een vaderlandslievend of militair karakter of plechtigheden van officieren- of weerstandsverenigingen.
Art. M3. 3. Circonstances pour lesquelles une autorisation pourra être accordée :
  L'autorisation de porter l'uniforme pourra être accordée uniquement pour les circonstances suivantes :
  - mariage du demandeur ;
  - assister à des cérémonies patriotiques ou militaires, à des fêtes officielles à caractère patriotique ou militaire ou des cérémonies d'associations d'officiers ou de résistants.
Art. M4. 4. Deontologie :
  a) Het uniform moet gedragen worden overeenkomstig de bepalingen die gelden voor het personeel in werkelijke dienst.
  b) Het uniform moet keurig zijn en met waardigheid gedragen worden.
  c) De machtiging tot het dragen van het uniform, zoals hiervoor vermeld, verleent aan belanghebbende geen enkele gerechtelijke noch administratieve bevoegdheid.
  d) Elk incident dat zich tijdens het dragen van het uniform zou kunnen voordoen, moet onmiddellijk ter kennis worden gebracht van de Minister van Binnenlandse Zaken.
Art. M4. 4. Déontologie :
  a) L'uniforme doit être porté conformément aux règles prévues pour le personnel en activité de service.
  b) L'uniforme sera propre et porté avec dignité.
  c) L'autorisation de porter l'uniforme, comme mentionné ci-dessus, ne confère à l'intéressé aucune compétence en matière judiciaire ni administrative.
  d) Tout incident pouvant survenir à l'occasion du port de l'uniforme doit être porté immédiatement à la connaissance du Ministre de l'Intérieur.
Art. M5. 5. Herinnering aan de strafrechtelijke bepalingen :
  Volgens artikel 228 van het Strafwetboek is ieder persoon die in het openbaar een uniform, van een orde waartoe hij niet behoort, draagt, strafbaar. De rechtsleer verduidelijkt dat er onwettige uniformdracht bestaat, niet alleen wanneer een persoon een uniform draagt waarop hij geen enkel recht heeft, maar tevens wanneer een persoon die, ingevolge zijn hoedanigheid, het recht heeft een uniform te dragen in zekere omstandigheden, dit ook draagt buiten deze omstandigheden met een bedrieglijk inzicht.
  U gelieve, Mijnheer de Gouverneur, erop toe te zien dat dit rondschrijven ter kennis wordt gebracht van de gemeentelijke overheden.
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  J. VANDE LANOTTE
Art. M5. 5. Rappel des dispositions pénales :
  Selon l'article 228 du code pénal toute personne qui aura publiquement porté un uniforme d'un ordre qui ne lui appartient pas, est passible d'une peine. La doctrine précise qu'il y a port illicite d'un uniforme, non seulement quand une personne porte un uniforme auquel elle n'a aucun droit, mais encore quand une personne ayant le droit, de par sa qualité, de porter un uniforme dans certaines conditions, le porte également en dehors de ces conditions avec une intention de fraude.
  Je vous prie, Monsieur le Gouverneur, de veiller à ce que la présente circulaire soit mise à disposition des autorités communales.
  Le Ministre de l'Intérieur,
  J. Vande Lanotte.