Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
11 APRIL 1995. - Omzendbrief inzake aanwervingen, mogelijk gemaakt in het kader van het Globaal Plan voor de werkgelegenheid, het concurrentievermogen en de sociale zekerheid, voor de criminaliteitspreventie en de opvang inzake drugsverslaving.
Titre
11 AVRIL 1995. - Circulaire concernant l'engagement de personnel pour la prévention de la criminalité et l'accueil en matière de toxicomanie dans le cadre du Plan Global pour l'emploi, la compétitivité et la sécurité sociale.
Informations sur le document
Numac: 1995801653
Datum: 1995-04-11
Info du document
Numac: 1995801653
Date: 1995-04-11
Tekst (8)
Texte (8)
Artikel M. (Om technische redenen wordt deze omzendbrief onderverdeeld in de volgende fictieve artikelen : M1 - M5.).
Article M. (Pour des raisons techniques, cette circulaire a été subdivisée en articles fictifs : M1 - M5).
Art. M1. Toepasselijke teksten.
- Wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, meer bepaald de artikelen 69 tot 72, laatst gewijzigd door de wet van 21 december 1994;
- Koninklijk besluit van 5 juli 1994 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder de gemeenten bepaalde financiële hulp van de Staat kunnen krijgen op het vlak van de veiligheid;
- Koninklijk besluit van 5 juli 1994 tot vaststelling van de modaliteiten van controle bij het toekennen van een financiële tussenkomst aan de gemeenten bij het afsluiten van een veiligheidscontract of bij de aanwerving van bijkomend personeel in het kader van hun politiedienst.
- Koninklijk besluit van 12 augustus 1994 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder de gemeenten een financiële hulp kunnen genieten voor de aanwerving van bijkomend burgerpersoneel belast met de begeleiding van alternatieve strafrechtelijke maatregelen, de criminaliteitspreventie en de opvang inzake drugverslaving.
- Wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, meer bepaald de artikelen 69 tot 72, laatst gewijzigd door de wet van 21 december 1994;
- Koninklijk besluit van 5 juli 1994 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder de gemeenten bepaalde financiële hulp van de Staat kunnen krijgen op het vlak van de veiligheid;
- Koninklijk besluit van 5 juli 1994 tot vaststelling van de modaliteiten van controle bij het toekennen van een financiële tussenkomst aan de gemeenten bij het afsluiten van een veiligheidscontract of bij de aanwerving van bijkomend personeel in het kader van hun politiedienst.
- Koninklijk besluit van 12 augustus 1994 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder de gemeenten een financiële hulp kunnen genieten voor de aanwerving van bijkomend burgerpersoneel belast met de begeleiding van alternatieve strafrechtelijke maatregelen, de criminaliteitspreventie en de opvang inzake drugverslaving.
Art. M1. Les textes applicables.
- Loi du 30 mars 1994 contenant des dispositions sociales, plus particulièrement les articles 69 à 72, dernièrement modifiée par la loi du 23 décembre 1994.
- Arrêté royal du 5 juillet 1994 déterminant les conditions auxquelles les communes peuvent bénéficier de certaines aides financières dans le domaine de la sécurité.
- Arrêté royal du 5 juillet 1994 déterminant les modalités de contrôle des interventions financières pour les communes par la conclusion d'un contrat de sécurité ou par recrutement de personnel supplémentaire dans le cadre de leurs services de police.
- Arrêté royal du 12 août 1994 déterminant les conditions auxquelles les communes peuvent bénéficier d'aides financières pour le recrutement du personnel civil supplémentaire chargé de l'accompagnement de mesures judiciaires alternatives et de la prévention de la criminalité et l'accueil en matière de toxicomanie.
- Loi du 30 mars 1994 contenant des dispositions sociales, plus particulièrement les articles 69 à 72, dernièrement modifiée par la loi du 23 décembre 1994.
- Arrêté royal du 5 juillet 1994 déterminant les conditions auxquelles les communes peuvent bénéficier de certaines aides financières dans le domaine de la sécurité.
- Arrêté royal du 5 juillet 1994 déterminant les modalités de contrôle des interventions financières pour les communes par la conclusion d'un contrat de sécurité ou par recrutement de personnel supplémentaire dans le cadre de leurs services de police.
- Arrêté royal du 12 août 1994 déterminant les conditions auxquelles les communes peuvent bénéficier d'aides financières pour le recrutement du personnel civil supplémentaire chargé de l'accompagnement de mesures judiciaires alternatives et de la prévention de la criminalité et l'accueil en matière de toxicomanie.
Art. M2. Voorwaarden.
Het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 bepaalt de voorwaarden waaronder een gemeente in aanmerking komt voor bovenvermelde financiële hulp.
Onder de aanwerving van bijkomend burgerpersoneel wordt iedere aanwerving verstaan die de totale bezetting van het burgerpersoneel van de gemeente met één eenheid verhoogt in verhouding tot de bestaande bezetting op 1 januari 1994. Om in aanmerking te kunnen komen voor het ontvangen van de bepaalde toelage moet dit worden aangetoond d.m.v. bijgaand formulier.
De forfaitaire tegemoetkomingen zoals bepaald in artikel 7 van het Koninklijk besluit van 12 augustus 1994, zijn jaarlijkse tegemoetkomingen afhankelijk van de betrokken personeelscategorie.
Ingeval de bijkomend aangeworven personen, slechts voor een deel van het begrotingsjaar, zijn aangeworven, wordt de financiële tegemoetkoming verminderd naar verhouding van het aantal werkelijk gepresteerde maanden.
Het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 bepaalt de voorwaarden waaronder een gemeente in aanmerking komt voor bovenvermelde financiële hulp.
Onder de aanwerving van bijkomend burgerpersoneel wordt iedere aanwerving verstaan die de totale bezetting van het burgerpersoneel van de gemeente met één eenheid verhoogt in verhouding tot de bestaande bezetting op 1 januari 1994. Om in aanmerking te kunnen komen voor het ontvangen van de bepaalde toelage moet dit worden aangetoond d.m.v. bijgaand formulier.
De forfaitaire tegemoetkomingen zoals bepaald in artikel 7 van het Koninklijk besluit van 12 augustus 1994, zijn jaarlijkse tegemoetkomingen afhankelijk van de betrokken personeelscategorie.
Ingeval de bijkomend aangeworven personen, slechts voor een deel van het begrotingsjaar, zijn aangeworven, wordt de financiële tegemoetkoming verminderd naar verhouding van het aantal werkelijk gepresteerde maanden.
Art. M2. Conditions.
L'arrêté royal du 12 août 1994 stipule les conditions auxquelles une commune est en droit d'obtenir l'aide financière susmentionnée.
Par recrutement de personnel civil supplémentaire, on entend tout recrutement qui augmente le nombre total des membres du personnel civil de la commune d'une unité par rapport au nombre existant au 1er janvier 1994. Afin d'obtenir une telle subvention, il convient de la demander au moyen du formulaire ci-joint.
Les interventions forfaitaires telles que précisées à l'article 7 de l'arrêté royal du 12 août 1994, sont des interventions annuelles, variant selon la catégorie de personnel concernée.
Au cas où les personnes recrutées en supplément le sont seulement pour une partie de l'année budgétaire, l'intervention financière sera diminuée proportionnellement aux nombre de mois effectivement prestés.
L'arrêté royal du 12 août 1994 stipule les conditions auxquelles une commune est en droit d'obtenir l'aide financière susmentionnée.
Par recrutement de personnel civil supplémentaire, on entend tout recrutement qui augmente le nombre total des membres du personnel civil de la commune d'une unité par rapport au nombre existant au 1er janvier 1994. Afin d'obtenir une telle subvention, il convient de la demander au moyen du formulaire ci-joint.
Les interventions forfaitaires telles que précisées à l'article 7 de l'arrêté royal du 12 août 1994, sont des interventions annuelles, variant selon la catégorie de personnel concernée.
Au cas où les personnes recrutées en supplément le sont seulement pour une partie de l'année budgétaire, l'intervention financière sera diminuée proportionnellement aux nombre de mois effectivement prestés.
Art. M3. Betalingsmodaliteiten.
De betaling van de financiële toelage wordt verricht in voorlopige maandelijkse schijven vanaf het ogenblik waarop de bijkomende aanwervingen effectief zijn gebeurd.
De toelage wordt enkel toegekend voor de volledige maanden gedurende de welke het personeel effectief in dienst is van de stad of gemeente. Concreet betekent dit dat de toelage alleen wordt toegekend vanaf een eerste dag van de maand.
Om tot uitbetaling van de overeengekomen personeelskosten over te kunnen gaan, dient de stad bijgaand formulier in te vullen waaruit blijkt dat aan de, in het koninklijk besluit van 12 augustus gestelde, voorwaarde is voldaan. Dit formulier moet eveneens duidelijk aangeven vanaf welke datum de betrokken personeelsleden in dienst zijn getreden.
Het formulier moet slechts eenmalig worden overgemaakt aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken, Vast Secretariaat voor het Preventiebeleid, Wetstraat 26, te 1040 Brussel, voor zover geen veranderingen optreden in het aantal aangeworven personeelsleden. Het is echter mogelijk dat niet alle personeelsleden op dezelfde datum worden aangeworven.
Wanneer een personeelslid ontslag neemt en/of vervangen wordt, moet dit eveneens onmiddellijk worden meegedeeld via desbetreffend formulier.
De betaling van de maandelijkse toelage zal gebeuren vanaf de eerste van de maand volgend op de aanwervingsdatum, indien het formulier ten laatste op de 15e van de maand op het V.S.P.P. wordt ontvangen. Formulieren die na de 15e van de maand worden toegezonden geven slechts aanleiding tot uitbetaling vanaf de eerste van de tweede maand volgend op de aanwervingsdatum.
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken zal dan aan de RSZ-PPO de opdracht geven maandelijks per personeelslid 1/12 van de voorziene jaarlijkse tegemoetkoming aan de gemeente over te te maken.
Voor de aangifte van de personeelsleden die bijkomend als burgerpersoneel worden aangeworven, belast met de criminaliteitspreventie en de opvang van drugsverslaafden, gelden de instructies van de RSZ-PPO. Een bijwerking van het glossarium lijkt noodzakelijk. Deze zal U zo vlug mogelijk meegedeeld worden. De aangesloten besturen kunnen een ontdubbeling aanvragen bij de RSZ-PPO. voor de aangifte in het kader van de voornoemde aanwervingen.
De betaling van de financiële toelage wordt verricht in voorlopige maandelijkse schijven vanaf het ogenblik waarop de bijkomende aanwervingen effectief zijn gebeurd.
De toelage wordt enkel toegekend voor de volledige maanden gedurende de welke het personeel effectief in dienst is van de stad of gemeente. Concreet betekent dit dat de toelage alleen wordt toegekend vanaf een eerste dag van de maand.
Om tot uitbetaling van de overeengekomen personeelskosten over te kunnen gaan, dient de stad bijgaand formulier in te vullen waaruit blijkt dat aan de, in het koninklijk besluit van 12 augustus gestelde, voorwaarde is voldaan. Dit formulier moet eveneens duidelijk aangeven vanaf welke datum de betrokken personeelsleden in dienst zijn getreden.
Het formulier moet slechts eenmalig worden overgemaakt aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken, Vast Secretariaat voor het Preventiebeleid, Wetstraat 26, te 1040 Brussel, voor zover geen veranderingen optreden in het aantal aangeworven personeelsleden. Het is echter mogelijk dat niet alle personeelsleden op dezelfde datum worden aangeworven.
Wanneer een personeelslid ontslag neemt en/of vervangen wordt, moet dit eveneens onmiddellijk worden meegedeeld via desbetreffend formulier.
De betaling van de maandelijkse toelage zal gebeuren vanaf de eerste van de maand volgend op de aanwervingsdatum, indien het formulier ten laatste op de 15e van de maand op het V.S.P.P. wordt ontvangen. Formulieren die na de 15e van de maand worden toegezonden geven slechts aanleiding tot uitbetaling vanaf de eerste van de tweede maand volgend op de aanwervingsdatum.
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken zal dan aan de RSZ-PPO de opdracht geven maandelijks per personeelslid 1/12 van de voorziene jaarlijkse tegemoetkoming aan de gemeente over te te maken.
Voor de aangifte van de personeelsleden die bijkomend als burgerpersoneel worden aangeworven, belast met de criminaliteitspreventie en de opvang van drugsverslaafden, gelden de instructies van de RSZ-PPO. Een bijwerking van het glossarium lijkt noodzakelijk. Deze zal U zo vlug mogelijk meegedeeld worden. De aangesloten besturen kunnen een ontdubbeling aanvragen bij de RSZ-PPO. voor de aangifte in het kader van de voornoemde aanwervingen.
Art. M3. Modalités de paiement.
Le paiement de l'intervention financière sera effectué par tranches provisionnelles mensuelles dès le moment où les recrutements supplémentaires seront effectivement réalisés.
La subvention sera accordée seulement pour les mois complets pendant lesquels le personnel est effectivement au service de la ville ou de la commune. Cela signifie concrètement que la subvention sera accordée dès le premier jour du mois.
Pour que le paiement des frais de personnel convenus soit effectué, la ville doit remplir le formulaire ci-joint, duquel il doit ressortir que les conditions définies dans l'arrêté royal du 12 août sont remplies.
Le formulaire doit être transmis uniquement au Ministère de l'Intérieur, Secrétariat permanent à la Politique de Prévention, rue de la Loi 26, à 1040 Bruxelles, dans la mesure où le nombre de personnes recrutées n'est pas modifié. Cependant, il est possible que tout le personnel ne soit pas recruté à la même date.
Quand un membre du personnel donne sa démission et/ou est remplacé, ceci doit également être directement communiqué a l'aide du formulaire ci-joint.
Le paiement de l'intervention mensuelle sera effectué le premier du mois suivant la date de recrutement, pour autant que le formulaire soit reçu au V.S.P.P. le 15 du mois au plus tard. Les formulaires qui seront envoyés après le 15 du mois donneront lieu au paiement dès le premier du deuxième mois suivant la date d'engagement.
Le Ministre de l'Intérieur donnera à l'ONSS-APL la mission de payer mensuellement 1/12 de l'intervention pour chaque membre du personnel de la commune.
Concernant la déclaration des membres du personnel civil supplémentaire, chargés de la prévention de la criminalité et l'accueil des toxicomanes, les instructions de l'ONSS-APL doivent être suivies. Une mise au point du glossaire est nécessaire. Celui-ci vous sera communiqué le plus tôt possible. Les autorités locales, reliées à l'ONSS-APL, peuvent demander un dédoublement pour la déclaration dans le cadre des engagements précités.
Le paiement de l'intervention financière sera effectué par tranches provisionnelles mensuelles dès le moment où les recrutements supplémentaires seront effectivement réalisés.
La subvention sera accordée seulement pour les mois complets pendant lesquels le personnel est effectivement au service de la ville ou de la commune. Cela signifie concrètement que la subvention sera accordée dès le premier jour du mois.
Pour que le paiement des frais de personnel convenus soit effectué, la ville doit remplir le formulaire ci-joint, duquel il doit ressortir que les conditions définies dans l'arrêté royal du 12 août sont remplies.
Le formulaire doit être transmis uniquement au Ministère de l'Intérieur, Secrétariat permanent à la Politique de Prévention, rue de la Loi 26, à 1040 Bruxelles, dans la mesure où le nombre de personnes recrutées n'est pas modifié. Cependant, il est possible que tout le personnel ne soit pas recruté à la même date.
Quand un membre du personnel donne sa démission et/ou est remplacé, ceci doit également être directement communiqué a l'aide du formulaire ci-joint.
Le paiement de l'intervention mensuelle sera effectué le premier du mois suivant la date de recrutement, pour autant que le formulaire soit reçu au V.S.P.P. le 15 du mois au plus tard. Les formulaires qui seront envoyés après le 15 du mois donneront lieu au paiement dès le premier du deuxième mois suivant la date d'engagement.
Le Ministre de l'Intérieur donnera à l'ONSS-APL la mission de payer mensuellement 1/12 de l'intervention pour chaque membre du personnel de la commune.
Concernant la déclaration des membres du personnel civil supplémentaire, chargés de la prévention de la criminalité et l'accueil des toxicomanes, les instructions de l'ONSS-APL doivent être suivies. Une mise au point du glossaire est nécessaire. Celui-ci vous sera communiqué le plus tôt possible. Les autorités locales, reliées à l'ONSS-APL, peuvent demander un dédoublement pour la déclaration dans le cadre des engagements précités.
Art. M4. Controlemodaliteiten.
De uitbetaling aan de gemeenten door de RSZ-PPO betekent niet dat de tegemoetkoming onvoorwaardelijk en definitief is verworven. Uit de controle moet blijken dat de gemeente gedurende de ganse periode dat de tegemoetkoming wordt uitbetaald, voldeed aan de voorwaarden en eveneens. voldoende bijkomende personeelsleden in dienst had in vergelijking met 1 januari 1994.
Daartoe zal in eerste instantie, conform artikel 9 van het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 een regelmatige inspectie georganiseerd worden. Deze inspectie gaat na of de voorwaarden die ten grondslag liggen aan de toekenning van de financiële tegemoetkoming, in acht worden genomen.
Het is de taak van de Nationale Evaluatie- en Begeleidingscommissie om toe te zien op de tenuitvoerlegging van de gesloten overeenkomst en haar bevindingen te rapporteren aan de Minister van Binnenlandse Zaken.
In tweede instantie zal de RSZ-PPO, in de loop van het jaar volgend op de ondertekening van de overeenkomst met de Minister van Binnenlandse Zaken nagaan of de maandelijkse voorschotten zijn betaald conform de overeengekomen bepalingen.
Tenslotte maakt de stad uiterlijk drie maanden na het desbetreffende begrotingsjaar, dus voor de eerste maal uiterlijk op 31 maart 1996, de financiële bewijsstukken over aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken, Vast Secretariaat voor het Preventiebeleid, Wetstraat 26, te 1040 Brussel, die de financiële controle verricht.
Ingeval de gemeente ten onrechte sommen ontving, zullen deze, rekening houdend met de verjaringstermijn van 3 jaar te rekenen van de dag dat ze opeisbaar zijn, hetzij ingehouden worden op de volgende betalingen, hetzij teruggevorderd worden.
De uitbetaling aan de gemeenten door de RSZ-PPO betekent niet dat de tegemoetkoming onvoorwaardelijk en definitief is verworven. Uit de controle moet blijken dat de gemeente gedurende de ganse periode dat de tegemoetkoming wordt uitbetaald, voldeed aan de voorwaarden en eveneens. voldoende bijkomende personeelsleden in dienst had in vergelijking met 1 januari 1994.
Daartoe zal in eerste instantie, conform artikel 9 van het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 een regelmatige inspectie georganiseerd worden. Deze inspectie gaat na of de voorwaarden die ten grondslag liggen aan de toekenning van de financiële tegemoetkoming, in acht worden genomen.
Het is de taak van de Nationale Evaluatie- en Begeleidingscommissie om toe te zien op de tenuitvoerlegging van de gesloten overeenkomst en haar bevindingen te rapporteren aan de Minister van Binnenlandse Zaken.
In tweede instantie zal de RSZ-PPO, in de loop van het jaar volgend op de ondertekening van de overeenkomst met de Minister van Binnenlandse Zaken nagaan of de maandelijkse voorschotten zijn betaald conform de overeengekomen bepalingen.
Tenslotte maakt de stad uiterlijk drie maanden na het desbetreffende begrotingsjaar, dus voor de eerste maal uiterlijk op 31 maart 1996, de financiële bewijsstukken over aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken, Vast Secretariaat voor het Preventiebeleid, Wetstraat 26, te 1040 Brussel, die de financiële controle verricht.
Ingeval de gemeente ten onrechte sommen ontving, zullen deze, rekening houdend met de verjaringstermijn van 3 jaar te rekenen van de dag dat ze opeisbaar zijn, hetzij ingehouden worden op de volgende betalingen, hetzij teruggevorderd worden.
Art. M4. Modalités de contrôle.
Le paiement aux communes par l'ONSS-APL ne signifie pas que l'intervention est devenue inconditionnelle et définitive. Du contrôle, il doit ressortir que la commune a rempli les conditions et engagée suffisamment de personnes supplémentaires en comparaison avec le premier janvier 1994, pour toute la période pendant laquelle l'intervention a été payée.
Une première inspection régulière sera organisée, conformément à l'article 9 de l'arrêté royal du 12 août 1994. Cette inspection vérifiera si les conditions qui sont à la base de l'octroi de l'intervention financière, sont remplies.
Il incombe à la Commission nationale d'Evaluation et d'Accompagnement de veiller au respect de l'accord conclu et de faire rapport de ses constatations au Ministre de l'Intérieur.
En deuxième lieu, au cours de l'année qui suit la signature de la convention avec le Ministre de l'Intérieur, l'ONSS-APL contrôlera si les avances sont payées conformément aux dispositions de l'accord.
Enfin, la ville transmettra, au plus tard trois mois après l'année budgétaire concernée, donc pour la première fois, le 31 mars 1996 au plus tard, les justificatifs financiers au Ministère de l'Intérieur, Secrétariat permanent à la Politique de Prévention, rue de la Loi 26, à 1040 Bruxelles, qui effectue le contrôle financier.
Au cas où la commune aurait indûment percu des sommes d'argent, celles-ci seront soit retenues sur les paiements suivants, soit réclamées, en tenant compte toutefois du délai de prescription de 3 ans à compter du jour où elle sont remboursables.
Le paiement aux communes par l'ONSS-APL ne signifie pas que l'intervention est devenue inconditionnelle et définitive. Du contrôle, il doit ressortir que la commune a rempli les conditions et engagée suffisamment de personnes supplémentaires en comparaison avec le premier janvier 1994, pour toute la période pendant laquelle l'intervention a été payée.
Une première inspection régulière sera organisée, conformément à l'article 9 de l'arrêté royal du 12 août 1994. Cette inspection vérifiera si les conditions qui sont à la base de l'octroi de l'intervention financière, sont remplies.
Il incombe à la Commission nationale d'Evaluation et d'Accompagnement de veiller au respect de l'accord conclu et de faire rapport de ses constatations au Ministre de l'Intérieur.
En deuxième lieu, au cours de l'année qui suit la signature de la convention avec le Ministre de l'Intérieur, l'ONSS-APL contrôlera si les avances sont payées conformément aux dispositions de l'accord.
Enfin, la ville transmettra, au plus tard trois mois après l'année budgétaire concernée, donc pour la première fois, le 31 mars 1996 au plus tard, les justificatifs financiers au Ministère de l'Intérieur, Secrétariat permanent à la Politique de Prévention, rue de la Loi 26, à 1040 Bruxelles, qui effectue le contrôle financier.
Au cas où la commune aurait indûment percu des sommes d'argent, celles-ci seront soit retenues sur les paiements suivants, soit réclamées, en tenant compte toutefois du délai de prescription de 3 ans à compter du jour où elle sont remboursables.
Art. M5. Bijzondere gevallen.
De steden en gemeenten die in het kader van de uitvoering van het drugsplan een overeenkomst sluiten met een vzw of andere vereniging, in zoverre het contract hierin voorziet, moeten deze overeenkomst als bijlage bij de aangifte voegen.
Naast de inhoudelijke aspecten die in het contract tussen de stad/gemeente en de Staat zijn ingeschreven, duidt de overeenkomst de administratieve werkgever van het aangeworven personeel aan, bepaalt de modaliteiten inzake transfer van de toelagen, de controlemodaliteiten van de stad/gemeente inzake de inhoudelijke uitvoering van het contract en het personeel.
Indien de overeenkomst bepaalt dat het personeel aangeworven in het kader van het drugsplan, administratief verbonden is aan de vzw of vereniging, is het slechts de stad/gemeente die de aangifte kan doen t.a.v. de RSZ-PPO. De stad behoudt aldus steeds de controle en de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het drugsplan.
Gelet op de hoogdringendheid wordt een afschrift van deze omzendbrief ook rechtstreeks overgemaakt aan de betrokken burgemeesters.
Hoogachtend,
De Minister,
J. Vande Lanotte
De steden en gemeenten die in het kader van de uitvoering van het drugsplan een overeenkomst sluiten met een vzw of andere vereniging, in zoverre het contract hierin voorziet, moeten deze overeenkomst als bijlage bij de aangifte voegen.
Naast de inhoudelijke aspecten die in het contract tussen de stad/gemeente en de Staat zijn ingeschreven, duidt de overeenkomst de administratieve werkgever van het aangeworven personeel aan, bepaalt de modaliteiten inzake transfer van de toelagen, de controlemodaliteiten van de stad/gemeente inzake de inhoudelijke uitvoering van het contract en het personeel.
Indien de overeenkomst bepaalt dat het personeel aangeworven in het kader van het drugsplan, administratief verbonden is aan de vzw of vereniging, is het slechts de stad/gemeente die de aangifte kan doen t.a.v. de RSZ-PPO. De stad behoudt aldus steeds de controle en de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het drugsplan.
Gelet op de hoogdringendheid wordt een afschrift van deze omzendbrief ook rechtstreeks overgemaakt aan de betrokken burgemeesters.
Hoogachtend,
De Minister,
J. Vande Lanotte
Art. M5. Cas particuliers.
Les villes et communes qui concluent un accord dans le cadre de l'exécution du Plan Drogue avec une A.S.B.L. ou une autre association, dans la mesure où le contrat le prévoit, doivent annexer cet accord à la déclaration.
Outre les aspects de contenu qui sont inscrits dans le contrat conclu entre la ville/commune et l'Etat, l'accord doit indiquer l'employeur administratif du personnel engagé et stipuler les modalités concernant le transfert des allocations, les modalités de contrôle de la ville/commune concernant l'exécution du contenu du contrat et du personnel.
Si l'accord détermine que le personnel engagé dans le cadre du Plan Drogue est lié administrativement à l'A.S.B.L. ou à l'association, il appartient cependant à la seule ville/commune de faire la déclaration de ces engagements à l'ONSS-APL. La ville/commune conserve ainsi le contrôle et la responsabilité de l'exécution du Plan Drogue.
Vu l'extrême urgence, une copie de cette circulaire est directement envoyée aux bourgmestres concernés.
Je vous prie d'agréer, Monsieur le Gouverneur, l'expression de ma considération distinguée.
Le Ministre de l'Intérieur,
J. Vande Lanotte.
Les villes et communes qui concluent un accord dans le cadre de l'exécution du Plan Drogue avec une A.S.B.L. ou une autre association, dans la mesure où le contrat le prévoit, doivent annexer cet accord à la déclaration.
Outre les aspects de contenu qui sont inscrits dans le contrat conclu entre la ville/commune et l'Etat, l'accord doit indiquer l'employeur administratif du personnel engagé et stipuler les modalités concernant le transfert des allocations, les modalités de contrôle de la ville/commune concernant l'exécution du contenu du contrat et du personnel.
Si l'accord détermine que le personnel engagé dans le cadre du Plan Drogue est lié administrativement à l'A.S.B.L. ou à l'association, il appartient cependant à la seule ville/commune de faire la déclaration de ces engagements à l'ONSS-APL. La ville/commune conserve ainsi le contrôle et la responsabilité de l'exécution du Plan Drogue.
Vu l'extrême urgence, une copie de cette circulaire est directement envoyée aux bourgmestres concernés.
Je vous prie d'agréer, Monsieur le Gouverneur, l'expression de ma considération distinguée.
Le Ministre de l'Intérieur,
J. Vande Lanotte.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Aanvraagformulier voor de uitbetaling van de financiële tegemoetkoming voor de aanwerving van bijkomend burgerpersoneel in het kader van de criminaliteitspreventie en de opvang inzake drugsverslaving. (Bijlage niet opgenomen om technische redenen , zie B. St. 14.06.1995, p. 17184).
Art. N. Formulaire de demande pour le paiement de l'intervention financière pour le recrutement du personnel civil supplémentaire dans le cadre de la prévention de la criminalité et de l'accueil des toxicomanes (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 14-06-1995, p. 17183).