Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
19 APRIL 1995. - [Decreet betreffende de organisatie en de werking van de loodsdienst van het Vlaamse Gewest en betreffende de brevetten van havenloods, bootman en diepzeeloods]. <DVR2012-11-30/09, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 29-12-2012> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-09-1995 en tekstbijwerking tot 26-04-2024)
Titre
19 AVRIL 1995. - [Décret relatif à l'organisation et au fonctionnement du service de pilotage de la Région flamande et relatif aux brevets de pilote de port, de maître d'équipage et de pilote de haute mer]. <DCFL2012-11-30/09, art. 3, 009; En vigueur : 29-12-2012> (Traduction)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 05-09-1995 et mise à jour au 26-04-2024)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
HOOFDSTUK Ibis. [1 - in het kader van havenstaa...
HOOFDSTUK II. - Organisatie en werking van de l...
Afdeling 1. - Toepassingsgebied.
Afdeling 2. - Organisatie van de loodsdienst.
Afdeling 3. - De verscherpte loodsplicht.
Afdeling 4. - De uitvoering van de loodstaken.
Afdeling 5. - Vaststelling en inning van de loo...
HOOFDSTUK III. [1 - De brevetten van havenloods...
HOOFDSTUK IV. - Strafbepalingen.
HOOFDSTUK V. - Opheffings-, inwerkingtredings- ...
Table des matières
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
CHAPITRE Ierbis. [1 - Tâches dans le cadre du c...
CHAPITRE II. - Organisation et fonctionnement d...
Section 1. - Champ d'application.
Section 2. - Organisation du service de pilotage.
Section 3. - L'obligation accrue de pilotage.
Section 4. - L'exécution des tâches de pilotage.
Section 5. - Fixation et perception des droits ...
CHAPITRE III. [1 - Les brevets de pilote de por...
CHAPITRE IV. - Dispositions pénales.
CHAPITRE V. - Dispositions d'abrogation, d'entr...
Tekst (44)
Texte (44)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
Artikel 1. Dit decreet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Article 1. Le présent décret règle une matière visée à l'article 39 de la Constitution.
Art. 2. Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder :
1° " vaartuigen " :
a. de vaartuigen omschreven in artikel 1 van boek II van het Wetboek van Koophandel;
b. de vaartuigen, lichters, dokken, wrakken en drijvende tuigen met bestemming naar of komend uit zee;
c. de andere uitdrukkelijk bij besluit van de Vlaamse regering aangeduide vaartuigen, lichters, dokken, wrakken en drijvende tuigen;
2° " gezagvoerder " : de kapitein, de schipper of de persoon die belast is met het bevel over een vaartuig, of die dit bevel in feite voert;
3° [1 3° "de loodsdienst" : de functionele dienst van het Vlaamse Gewest, belast met de in artikel 5, § l, bedoelde taken.]1
4° " het gewone loodsen " : het verstrekken van inlichtingen en raadgevingen bij de navigatie van een vaartuig, door een loods aan boord van dat vaartuig;
5° " het loodsen op afstand " of " LOA " : het verstrekken van inlichtingen en raadgevingen bij de navigatie van een vaartuig, vanaf de wal of vanop een ander varend of stilliggend vaartuig, door een loods, met behulp van radiocommunicatiemiddelen en eventueel van radarbeelden;
6° " loods " : de houder van het loodsbrevet [1 ...]1 bedoeld in artikel 6;
7° (de bevoegde instantie :de entiteit, vermeld in [2 artikel 2, § 1, 6°,]2 van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum);
8° (...)
9° " gedecentraliseerd bestuurde havens en kanalen " : de op het grondgebied van het Vlaamse Gewest gelegen havens en kanalen die zijn onttrokken aan de werking van de getijden en die ter uitvoering van de wet, het decreet of een met het Vlaamse Gewest gesloten overeenkomst, bestuurd of geëxploiteerd worden door een gedecentraliseerd bestuur;
10° (loodsgelden : het gewone loodsgeld en de LOA-vergoeding);
11° " gewoon loodsgeld " : een retributie verschuldigd wegens het gebruik maken van het gewone loodsen;
12° " LOA-vergoeding " : een retributie verschuldigd wegens het gebruik maken van LOA;
13° (...)
(14° bootmannenwerk : elke vorm van materiële assistentie bij het aan- en afmeren van vaartuigen, geboden vanaf de wal of vanaf een vaartuig, uitgezonderd sleepdiensten en hulpverleningsdiensten in de zin van Titel VIII van boek II van het Wetboek van Koophandel, en geboden binnen de havengebieden bedoeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens;
15° bootman : eenieder die bootmannenwerk uitvoert, ongeacht de juridische aard van zijn aanstelling.)
[1 16° "loodsadvies" : inlichtingen en raadgevingen van een loods aan een gezagvoerder tijdens het gewone loodsen of het loodsen op afstand;]1
[3 17° diepzeeloods : de persoon die houder is van een geldig brevet van diepzeeloods en die ressorteert onder een erkende diepzeeloodsdienst;
18° havenloods : de persoon die houder is van een geldig brevet van havenloods en die ressorteert onder een erkende havenloodsdienst.]3
1° " vaartuigen " :
a. de vaartuigen omschreven in artikel 1 van boek II van het Wetboek van Koophandel;
b. de vaartuigen, lichters, dokken, wrakken en drijvende tuigen met bestemming naar of komend uit zee;
c. de andere uitdrukkelijk bij besluit van de Vlaamse regering aangeduide vaartuigen, lichters, dokken, wrakken en drijvende tuigen;
2° " gezagvoerder " : de kapitein, de schipper of de persoon die belast is met het bevel over een vaartuig, of die dit bevel in feite voert;
3° [1 3° "de loodsdienst" : de functionele dienst van het Vlaamse Gewest, belast met de in artikel 5, § l, bedoelde taken.]1
4° " het gewone loodsen " : het verstrekken van inlichtingen en raadgevingen bij de navigatie van een vaartuig, door een loods aan boord van dat vaartuig;
5° " het loodsen op afstand " of " LOA " : het verstrekken van inlichtingen en raadgevingen bij de navigatie van een vaartuig, vanaf de wal of vanop een ander varend of stilliggend vaartuig, door een loods, met behulp van radiocommunicatiemiddelen en eventueel van radarbeelden;
6° " loods " : de houder van het loodsbrevet [1 ...]1 bedoeld in artikel 6;
7° (de bevoegde instantie :de entiteit, vermeld in [2 artikel 2, § 1, 6°,]2 van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum);
8° (...)
9° " gedecentraliseerd bestuurde havens en kanalen " : de op het grondgebied van het Vlaamse Gewest gelegen havens en kanalen die zijn onttrokken aan de werking van de getijden en die ter uitvoering van de wet, het decreet of een met het Vlaamse Gewest gesloten overeenkomst, bestuurd of geëxploiteerd worden door een gedecentraliseerd bestuur;
10° (loodsgelden : het gewone loodsgeld en de LOA-vergoeding);
11° " gewoon loodsgeld " : een retributie verschuldigd wegens het gebruik maken van het gewone loodsen;
12° " LOA-vergoeding " : een retributie verschuldigd wegens het gebruik maken van LOA;
13° (...)
(14° bootmannenwerk : elke vorm van materiële assistentie bij het aan- en afmeren van vaartuigen, geboden vanaf de wal of vanaf een vaartuig, uitgezonderd sleepdiensten en hulpverleningsdiensten in de zin van Titel VIII van boek II van het Wetboek van Koophandel, en geboden binnen de havengebieden bedoeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens;
15° bootman : eenieder die bootmannenwerk uitvoert, ongeacht de juridische aard van zijn aanstelling.)
[1 16° "loodsadvies" : inlichtingen en raadgevingen van een loods aan een gezagvoerder tijdens het gewone loodsen of het loodsen op afstand;]1
[3 17° diepzeeloods : de persoon die houder is van een geldig brevet van diepzeeloods en die ressorteert onder een erkende diepzeeloodsdienst;
18° havenloods : de persoon die houder is van een geldig brevet van havenloods en die ressorteert onder een erkende havenloodsdienst.]3
Art. 2. Pour l'application du présent décret, il faut entendre par :
1° " navires " :
a. les navires décrits à l'article 1 du livre II du Code de Commerce;
b. les navires, les allèges, les bassins flottants, les épaves et les engins flottants allant vers ou venant de la mer;
c. les autres navires, allèges, bassins flottants, épaves et engins flottants explicitement désignés par un arrêté du Gouvernement flamand.
2° " commandant " : le capitaine, le batelier ou la personne chargée du commandement d'un navire, ou qui exerce ce commandement de faite;
3° [1 "le service de pilotage" : le service fonctionnel de la Région flamande, chargé des tâches visées à l'article 5, § 1er.]1
4° " le pilotage ordinaire " : la communication d'informations et des conseils servant à la navigation d'un navire, par un pilote à bord de ce navire;
5° " le pilotage à distance " ou " PAD " : la communication d'informations et des conseils servant à la navigation d'un navire, à partir de terre ou à partir d'un autre navire naviguant ou immobile, par un pilote à l'aide de moyens de transmissions radiographiques et éventuellement à l'aide d'écrans radar;
6° " pilote " : détenteur d'un brevet de pilote [1 ...]1 visé à l'article 6;
7° (l'instance compétente : l'entité visée à [2 l'article 2, § 1er, 6°,]2 du décret du 16 juin 2006 relatif à l'assistance à la navigation sur les voies d'accès maritimes et à l'organisation du Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum;)
8° (...)
9° " ports et canaux à gestion décentralisée " : les ports et canaux situés sur le territoire de la Région flamande non-soumis aux effets de la marée et qui en exécution de la loi, du décret ou d'une convention conclue avec la Région flamande, sont gérés ou exploités par une administration décentralisée;
10° (droits de pilotage : les droits de pilotage ordinaires et l'indemnité PAD;)
11° " droits de pilotage ordinaires " : une rétribution due pour l'utilisation du pilotage ordinaire;
12° " l'indemnité PAD " : une rétribution due pour l'utilisation du PAD;
13° (...)
(14° travail de maître d'équipage : toute forme d'assistance matérielle lors de l'amarrage et accostage offerte à partir de terre ou d'un embarquement, à l'exception de services de remorquage et de secours dans le sens du Titre VIII du livre II du Code du Commerce et offerte dans les zones portuaires visées à l'article 3, § 1er, du décret du 2 mars 1999 portant la politique et la gestion des ports maritimes;
15° maître d'équipage : toute personne effectuant le travail de maître d'équipage, sans préjudice de la nature juridique de sa désignation.)
[1 16° "avis de pilotage" : informations et avis d'un pilote à un commandant pendant le pilotage normal ou pendant le pilotage à distance;]1
[3 17° pilote de haute mer : la personne qui est titulaire d'un brevet valable de pilote de haute mer et qui ressort du service de pilotage de haute mer agréé;
18° pilote de port : la personne qui est titulaire d'un brevet valable de pilote de port et qui ressort du service de pilotage de port agréé.]3
1° " navires " :
a. les navires décrits à l'article 1 du livre II du Code de Commerce;
b. les navires, les allèges, les bassins flottants, les épaves et les engins flottants allant vers ou venant de la mer;
c. les autres navires, allèges, bassins flottants, épaves et engins flottants explicitement désignés par un arrêté du Gouvernement flamand.
2° " commandant " : le capitaine, le batelier ou la personne chargée du commandement d'un navire, ou qui exerce ce commandement de faite;
3° [1 "le service de pilotage" : le service fonctionnel de la Région flamande, chargé des tâches visées à l'article 5, § 1er.]1
4° " le pilotage ordinaire " : la communication d'informations et des conseils servant à la navigation d'un navire, par un pilote à bord de ce navire;
5° " le pilotage à distance " ou " PAD " : la communication d'informations et des conseils servant à la navigation d'un navire, à partir de terre ou à partir d'un autre navire naviguant ou immobile, par un pilote à l'aide de moyens de transmissions radiographiques et éventuellement à l'aide d'écrans radar;
6° " pilote " : détenteur d'un brevet de pilote [1 ...]1 visé à l'article 6;
7° (l'instance compétente : l'entité visée à [2 l'article 2, § 1er, 6°,]2 du décret du 16 juin 2006 relatif à l'assistance à la navigation sur les voies d'accès maritimes et à l'organisation du Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum;)
8° (...)
9° " ports et canaux à gestion décentralisée " : les ports et canaux situés sur le territoire de la Région flamande non-soumis aux effets de la marée et qui en exécution de la loi, du décret ou d'une convention conclue avec la Région flamande, sont gérés ou exploités par une administration décentralisée;
10° (droits de pilotage : les droits de pilotage ordinaires et l'indemnité PAD;)
11° " droits de pilotage ordinaires " : une rétribution due pour l'utilisation du pilotage ordinaire;
12° " l'indemnité PAD " : une rétribution due pour l'utilisation du PAD;
13° (...)
(14° travail de maître d'équipage : toute forme d'assistance matérielle lors de l'amarrage et accostage offerte à partir de terre ou d'un embarquement, à l'exception de services de remorquage et de secours dans le sens du Titre VIII du livre II du Code du Commerce et offerte dans les zones portuaires visées à l'article 3, § 1er, du décret du 2 mars 1999 portant la politique et la gestion des ports maritimes;
15° maître d'équipage : toute personne effectuant le travail de maître d'équipage, sans préjudice de la nature juridique de sa désignation.)
[1 16° "avis de pilotage" : informations et avis d'un pilote à un commandant pendant le pilotage normal ou pendant le pilotage à distance;]1
[3 17° pilote de haute mer : la personne qui est titulaire d'un brevet valable de pilote de haute mer et qui ressort du service de pilotage de haute mer agréé;
18° pilote de port : la personne qui est titulaire d'un brevet valable de pilote de port et qui ressort du service de pilotage de port agréé.]3
HOOFDSTUK Ibis. [1 - in het kader van havenstaatcontrole.]1
CHAPITRE Ierbis. [1 - Tâches dans le cadre du contrôle par l'Etat du port.]1
Art. 3. [1 De loodsen en de bootmannen die onder de toepassing van dit decreet vallen, moeten, als zij bij het vervullen van hun normale taak opmerken dat er klaarblijkelijke gebreken aan het schip zijn, die afbreuk kunnen doen aan de veilige vaart van het schip of die een gevaar voor schade kunnen opleveren aan het mariene milieu, via de geëigende weg de instantie van de federale overheid die bevoegd is voor de havenstaatcontrole, onmiddellijk inlichten.]1
Modifications
Art. 3. [1 Les pilotes et les maîtres d'équipage qui ressortent de l'application du présent décret, doivent, s'ils remarquent lors de l'exécution de leur tâche normale que le navire présente des défauts apparents qui pourraient porter préjudice à la sécurité de la navigation ou qui pourraient causer des dégâts à l'environnement marin, immédiatement informer par la voie appropriée l'instance fédérale compétente pour le contrôle par l'Etat du port.]1
Modifications
Art. 3bis. [1 De loodsen en de bootmannen die onder de toepassing van dit decreet vallen, rapporteren aan de instantie, vermeld in artikel 3, indien mogelijk in elektronische vorm, de volgende gegevens :
1° scheepsinformatie : naam, IMO-identificatienummer, roepletters en vlaggenstaat;
2° informatie betreffende de vaarroute : laatste aanloophaven en haven van bestemming;
3° beschrijving van de aan boord of vanaf de ligplaats vastgestelde klaarblijkelijke gebreken.
De Vlaamse Regering kan de rapportage van bijkomende gegevens verplicht stellen.]1
1° scheepsinformatie : naam, IMO-identificatienummer, roepletters en vlaggenstaat;
2° informatie betreffende de vaarroute : laatste aanloophaven en haven van bestemming;
3° beschrijving van de aan boord of vanaf de ligplaats vastgestelde klaarblijkelijke gebreken.
De Vlaamse Regering kan de rapportage van bijkomende gegevens verplicht stellen.]1
Art. 3bis. [1 Les pilotes et les maîtres d'équipage qui ressortent de l'application du présent décret, rapportent à l'instance, citée à l'article 3, si possible sous forme électronique, les données suivantes :
1° informations relatives au navire : numéro d'identification OMI, indicatif d'appel et état du pavillon;
2° informations relatives à la route de navigation : dernier port d'escale et port de destination;
3° description des défauts apparents constatés à bord ou à partir du mouillage.
Le Gouvernement flamand peut obliger le rapportage de données supplémentaires.]1
1° informations relatives au navire : numéro d'identification OMI, indicatif d'appel et état du pavillon;
2° informations relatives à la route de navigation : dernier port d'escale et port de destination;
3° description des défauts apparents constatés à bord ou à partir du mouillage.
Le Gouvernement flamand peut obliger le rapportage de données supplémentaires.]1
Art. 3ter. [1 De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de rapportage van klaarblijkelijke gebreken, vermeld in artikel 3, de gegevens, vermeld in artikel 3bis, en de wijze waarop deze klaarblijkelijke gegevens moeten worden gerapporteerd.]1
Art. 3ter. [1 Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités du rapportage des défauts apparents, cités à l'article 3, des données, citées à l'article 3bis, et la manière dont ces défauts apparents doivent être rapportés.]1
HOOFDSTUK II. - Organisatie en werking van de loodsdienst [1 ...]1 .
CHAPITRE II. - Organisation et fonctionnement du service de pilotage [1 ...]1.
Afdeling 1. - Toepassingsgebied.
Section 1. - Champ d'application.
Art. 4. Onverminderd de internationale verplichtingen die in verband met deze aangelegenheid op het Vlaamse Gewest rusten, regelt dit hoofdstuk de organisatie en de werking van de loodsdienst [1 ...]1 .
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op [2 de diepzeeloodsen en]2 de natuurlijke en rechtspersonen belast met het verstrekken van het gewone loodsen of van LOA of met de verkeersbegeleiding in gedecentraliseerd bestuurde havens en kanalen, uitgezonderd wat het zeekanaal van Gent naar Terneuzen, met inbegrip van de oude kanaalarmen, de Moervaart, en de op deze wateren aansluitende en door de stad Gent beheerde dokken en darsen betreft.
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op [2 de diepzeeloodsen en]2 de natuurlijke en rechtspersonen belast met het verstrekken van het gewone loodsen of van LOA of met de verkeersbegeleiding in gedecentraliseerd bestuurde havens en kanalen, uitgezonderd wat het zeekanaal van Gent naar Terneuzen, met inbegrip van de oude kanaalarmen, de Moervaart, en de op deze wateren aansluitende en door de stad Gent beheerde dokken en darsen betreft.
Art. 4. Sans préjudice des obligations internationales relatives à cette matière incombant à la Région flamande, ce chapitre règle l'organisation et le fonctionnement du service de pilotage [1 ...]1.
Les dispositions du présent chapitre ne s'appliquent pas [2 aux pilotes de haute mer et]2 aux personnes physiques et juridiques chargées du pilotage ordinaire ou du PAD ou de l'assistance au trafic dans les ports et les canaux à gestion décentralisée, excepté en ce qui concerne le canal maritime de Gand à Terneuzen, y compris les anciens bras du canal, la " Moervaart " et tous les bassins et darses qui y sont reliés et qui sont gérés par la ville de Gand.
Les dispositions du présent chapitre ne s'appliquent pas [2 aux pilotes de haute mer et]2 aux personnes physiques et juridiques chargées du pilotage ordinaire ou du PAD ou de l'assistance au trafic dans les ports et les canaux à gestion décentralisée, excepté en ce qui concerne le canal maritime de Gand à Terneuzen, y compris les anciens bras du canal, la " Moervaart " et tous les bassins et darses qui y sont reliés et qui sont gérés par la ville de Gand.
Afdeling 2. - Organisatie van de loodsdienst.
Section 2. - Organisation du service de pilotage.
Art. 5. § 1. Alleen de loodsdienst [1 ...]1 is bevoegd om het gewone loodsen en LOA te verstrekken aan de vaartuigen die gebruik maken van of zich bevinden op de volgende wateren :
1° de Belgische territoriale zee, in westelijke richting uitgebreid tot de rede van Duinkerke, en in oostelijke richting uitgebreid tot de rede van Vlissingen;
2° de Scheldemonden van de rede van Vlissingen tot de kruisstations van de loodsboten in zee;
3° de vaarwateren tussen de kruisstations van de loodsboten tot de kusthavens;
4° de Schelde stroomafwaarts Antwerpen tot de rede van Vlissingen;
5° de rede van Antwerpen;
6° de Schelde stroomopwaarts Antwerpen tot Dendermonde;
7° [1 ...]1
8° het zeekanaal van Gent naar Terneuzen, met inbegrip van de oude kanaalarmen, de Moervaart, en de op deze wateren aansluitende en door de Stad Gent beheerde dokken en darsen;
9° [1 de tijhavens van Oostende, Zeebrugge en Nieuwpoort en de wateren tussen deze havens en de aanpalende reden en het aan het getij onderworpen gedeelte van de haven van Antwerpen;]1
10° de toegangsgeulen van de op de voormelde wateren aansluitende keer- en schutsluizen;
11° de andere op het grondgebied van het Vlaamse Gewest gelegen stromen, rivieren, kanalen en bevaarbare wateren, die geen gedecentraliseerd bestuurde havens of kanalen zijn.
Deze bevoegdheid omvat ook het verstrekken van het gewone loodsen en LOA aan de vaartuigen die een aan een van de genoemde wateren gelegen haven of aanlegplaats aanlopen of verlaten.
§ 2. De Vlaamse regering bepaalt de gebieden waar de loodsdienst daadwerkelijk het gewone loodsen en LOA verstrekt.
§ 3. (...)
1° de Belgische territoriale zee, in westelijke richting uitgebreid tot de rede van Duinkerke, en in oostelijke richting uitgebreid tot de rede van Vlissingen;
2° de Scheldemonden van de rede van Vlissingen tot de kruisstations van de loodsboten in zee;
3° de vaarwateren tussen de kruisstations van de loodsboten tot de kusthavens;
4° de Schelde stroomafwaarts Antwerpen tot de rede van Vlissingen;
5° de rede van Antwerpen;
6° de Schelde stroomopwaarts Antwerpen tot Dendermonde;
7° [1 ...]1
8° het zeekanaal van Gent naar Terneuzen, met inbegrip van de oude kanaalarmen, de Moervaart, en de op deze wateren aansluitende en door de Stad Gent beheerde dokken en darsen;
9° [1 de tijhavens van Oostende, Zeebrugge en Nieuwpoort en de wateren tussen deze havens en de aanpalende reden en het aan het getij onderworpen gedeelte van de haven van Antwerpen;]1
10° de toegangsgeulen van de op de voormelde wateren aansluitende keer- en schutsluizen;
11° de andere op het grondgebied van het Vlaamse Gewest gelegen stromen, rivieren, kanalen en bevaarbare wateren, die geen gedecentraliseerd bestuurde havens of kanalen zijn.
Deze bevoegdheid omvat ook het verstrekken van het gewone loodsen en LOA aan de vaartuigen die een aan een van de genoemde wateren gelegen haven of aanlegplaats aanlopen of verlaten.
§ 2. De Vlaamse regering bepaalt de gebieden waar de loodsdienst daadwerkelijk het gewone loodsen en LOA verstrekt.
§ 3. (...)
Modifications
Art. 5. § 1. Seul le service de pilotage [1 ...]1 est chargé de fournir des services de pilotage ordinaire et de PAD aux navires utilisant ou se trouvant sur les eaux suivantes :
1° la mer territoriale belge, étendue en direction occidentale jusqu'à la rade de Dunkerque, et en direction orientale, jusqu'à la rade de Flessingue;
2° les bouches de l'Escaut depuis la rade de Flessingue jusqu'aux stations de croisement en mer des bateaux-pilote;
3° les eaux de navigation entre les stations de croisement des bateaux-pilote jusqu'aux ports maritimes;
4° l'Escaut en aval d'Anvers jusqu'à la rade de Flessingue;
5° la rade d'Anvers;
6° l'Escaut en amont d'Anvers jusqu'à Termonde;
7° [1 ...]1
8° le canal maritime de Gand à Terneuzen, y compris les anciens bras du canal, la " Moervaart " et tous les bassins et darses qui y sont reliés et qui sont gérés par la ville de Gand;
9° [1 les ports à marée d'Ostende, de Zeebruges et de Nieuport et les eaux entre ces ports ainsi que les rades avoisinantes et la partie du port d'Anvers soumise aux marées;]1
10° les chenaux d'accès aux écluses à sas et aux écluses de refoulement reliées aux eaux précitées;
11° les autres fleuves, rivières, canaux et voies navigables situés sur le territoire de la Région flamande et qui ne sont pas des ports et des canaux à gestion décentralisée.
Cette compétence comprend également les services de pilotage ordinaire et de PAD à des navires entrant dans ou quittant un port ou un quai situe à une des eaux précitées.
§ 2. Le Gouvernement flamand détermine les zones où le service de pilotage assure effectivement le pilotage et le PAD.
§ 3. (...)
1° la mer territoriale belge, étendue en direction occidentale jusqu'à la rade de Dunkerque, et en direction orientale, jusqu'à la rade de Flessingue;
2° les bouches de l'Escaut depuis la rade de Flessingue jusqu'aux stations de croisement en mer des bateaux-pilote;
3° les eaux de navigation entre les stations de croisement des bateaux-pilote jusqu'aux ports maritimes;
4° l'Escaut en aval d'Anvers jusqu'à la rade de Flessingue;
5° la rade d'Anvers;
6° l'Escaut en amont d'Anvers jusqu'à Termonde;
7° [1 ...]1
8° le canal maritime de Gand à Terneuzen, y compris les anciens bras du canal, la " Moervaart " et tous les bassins et darses qui y sont reliés et qui sont gérés par la ville de Gand;
9° [1 les ports à marée d'Ostende, de Zeebruges et de Nieuport et les eaux entre ces ports ainsi que les rades avoisinantes et la partie du port d'Anvers soumise aux marées;]1
10° les chenaux d'accès aux écluses à sas et aux écluses de refoulement reliées aux eaux précitées;
11° les autres fleuves, rivières, canaux et voies navigables situés sur le territoire de la Région flamande et qui ne sont pas des ports et des canaux à gestion décentralisée.
Cette compétence comprend également les services de pilotage ordinaire et de PAD à des navires entrant dans ou quittant un port ou un quai situe à une des eaux précitées.
§ 2. Le Gouvernement flamand détermine les zones où le service de pilotage assure effectivement le pilotage et le PAD.
§ 3. (...)
Modifications
Art. 5bis. [1 Voor het vervoer te water van een loods zal de loodsdienst gebruik maken van de gespecialiseerde dienst van het Vlaamse Gewest.]1
Art. 5bis. [1 En vue du transport sur l'eau d'un pilote, le service de pilotage fera appel au service spécialisé de la Région flamande.]1
Art. 6. § 1. De verstrekkers van het gewone loodsen en van LOA moeten houder zijn van een loodsbrevet.
De loodsbrevetten worden uitgereikt, geschorst en ingetrokken door de Vlaamse regering, die de voorwaarden vaststelt waaronder zulks geschiedt.
De loodsen worden voorzien van een legitimatiebewijs. De Vlaamse regering bepaalt de vorm van dit bewijs en de vermeldingen die erop voorkomen.
§ 2. [1 ...]1
De loodsbrevetten worden uitgereikt, geschorst en ingetrokken door de Vlaamse regering, die de voorwaarden vaststelt waaronder zulks geschiedt.
De loodsen worden voorzien van een legitimatiebewijs. De Vlaamse regering bepaalt de vorm van dit bewijs en de vermeldingen die erop voorkomen.
§ 2. [1 ...]1
Modifications
Art. 6. § 1. Les personnes assurant le pilotage ordinaire et le PAD doivent être titulaires d'un brevet de pilote.
Les brevets de pilote sont délivrés, suspendus et retirés par le Gouvernement flamand qui fixe les conditions auxquelles ces opérations se font.
Les pilotes sont munis d'une pièce d'indentité. Le Gouvernement flamand détermine la forme de cette attestation et des mentions qui y figurent.
§ 2. [1 ...]1
Les brevets de pilote sont délivrés, suspendus et retirés par le Gouvernement flamand qui fixe les conditions auxquelles ces opérations se font.
Les pilotes sont munis d'une pièce d'indentité. Le Gouvernement flamand détermine la forme de cette attestation et des mentions qui y figurent.
§ 2. [1 ...]1
Modifications
Afdeling 3. - De verscherpte loodsplicht.
Section 3. - L'obligation accrue de pilotage.
Art. 7. § 1. De Vlaamse regering bepaalt de gebieden waarbinnen de vaartuigen verplicht zijn om een loods aan boord te nemen.
§ 2. De Vlaamse regering duidt de categorieën van vaartuigen en de gezagvoerders aan die van deze verplichting zijn vrijgesteld.
Daarbij dient de Vlaamse regering onder meer :
1° een onderscheid te maken naar het type, de bestemming, de afmetingen en/of de hoeveelheid of de soort lading van de vaartuigen;
2° een stelsel in te voeren van individuele vrijstellingen die als gevolg van bijzondere omstandigheden worden verleend door de ambtenaren (van de bevoegde instantie) die de Vlaamse regering aanwijst;
3° een algemene vrijstelling te verlenen aan gezagvoerders die binnen een bepaalde termijn een bepaald aantal keren eenzelfde traject afleggen.
Zij wordt verleend aan de betrokken gezagvoerder en niet aan een vaartuig, aan een scheepvaartlijn of aan een reder. Ze geldt slechts voor het betrokken traject en ze is bovendien beperkt om met één welbepaald vaartuig of met vaartuigen van hetzelfde type te varen.
In uitzonderlijke omstandigheden of gevallen kunnen door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaren (van de bevoegde instantie) een krachtens de voorgaande leden vrijgesteld vaartuig toch aan de verscherpte loodsplicht onderwerpen, of verplichtingen opleggen in verband met het gebruik maken van meer dan één loods.
§ 2bis. De Vlaamse Regering kan ontheffing verlenen van de in § 1 vermelde verplichting. Aan die ontheffing kunnen voorwaarden en voorschriften worden verbonden.)
[1 [2 ...]2.]1
[2 § 2quater. Elke deelname aan de bekwaamheidsproef om een algemene vrijstelling te verkrijgen, is afhankelijk van de betaling van een retributie.
Het bedrag van de retributie, vermeld in het eerste lid, staat in verhouding tot de administratieve kosten voor de behandeling van de aanvraag voor de verklaring van vrijstelling en de organisatie van de bekwaamheidsproef, vermeld in het eerste lid.
Het bedrag van de retributie, vermeld in het eerste lid, wordt jaarlijks op 1 januari automatisch geïndexeerd overeenkomstig de Belgische consumptieprijsindex, op basis van het indexcijfer van de maand december van het voorafgaande jaar (basis 2013 = 100). Het verkregen resultaat wordt tot de hogere euro afgerond.
De Vlaamse Regering stelt het tarief en de nadere modaliteiten van de retributie, vermeld in het eerste lid, vast.]2
§ 3. De Vlaamse regering bepaalt de gebieden waarbinnen en de omstandigheden waaronder de categorieën vaartuigen die zij aanduidt, van het loodsen op afstand gebruik moeten maken.
De bepalingen van § 2 zijn van overeenkomstige toepassing.
§ 4. Het is de vaartuigen die onderworpen zijn aan de verscherpte loodsplicht, en die geen loods aan boord nemen, alsook de vaartuigen die van het loodsen op afstand gebruik moeten maken, en die nalaten of weigeren dit te doen, verboden de opvaart, de afvaart of de doorvaart aan te vatten of voort te zetten.
De door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaren (van de bevoegde instantie) kunnen dit verbod in uitzonderlijke omstandigheden of gevallen opheffen door vooraf een individuele toestemming te geven om te varen.
§ 5. Wanneer noch het gewone loodsen, noch LOA kan worden verstrekt, is het de vaartuigen verboden verder te varen, tenzij de door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaren (van de bevoegde instantie), rekening houdend met de in § 6 bedoelde belangen, een individuele toestemming hebben verleend om te varen.
§ 6. Bij de uitvoering van dit artikel en van de besluiten genomen ter uitvoering ervan, wordt inzonderheid rekening gehouden met het belang van :
1° de vrijwaring van de veiligheid, het vlotte verloop en de continuïteit van het scheepvaartverkeer;
2° de instandhouding, de bescherming en het waarborgen van de bruikbaarheid van de vaarwegen en hun aanhorigheden;
3° de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu.
§ 2. De Vlaamse regering duidt de categorieën van vaartuigen en de gezagvoerders aan die van deze verplichting zijn vrijgesteld.
Daarbij dient de Vlaamse regering onder meer :
1° een onderscheid te maken naar het type, de bestemming, de afmetingen en/of de hoeveelheid of de soort lading van de vaartuigen;
2° een stelsel in te voeren van individuele vrijstellingen die als gevolg van bijzondere omstandigheden worden verleend door de ambtenaren (van de bevoegde instantie) die de Vlaamse regering aanwijst;
3° een algemene vrijstelling te verlenen aan gezagvoerders die binnen een bepaalde termijn een bepaald aantal keren eenzelfde traject afleggen.
Zij wordt verleend aan de betrokken gezagvoerder en niet aan een vaartuig, aan een scheepvaartlijn of aan een reder. Ze geldt slechts voor het betrokken traject en ze is bovendien beperkt om met één welbepaald vaartuig of met vaartuigen van hetzelfde type te varen.
In uitzonderlijke omstandigheden of gevallen kunnen door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaren (van de bevoegde instantie) een krachtens de voorgaande leden vrijgesteld vaartuig toch aan de verscherpte loodsplicht onderwerpen, of verplichtingen opleggen in verband met het gebruik maken van meer dan één loods.
§ 2bis. De Vlaamse Regering kan ontheffing verlenen van de in § 1 vermelde verplichting. Aan die ontheffing kunnen voorwaarden en voorschriften worden verbonden.)
[1 [2 ...]2.]1
[2 § 2quater. Elke deelname aan de bekwaamheidsproef om een algemene vrijstelling te verkrijgen, is afhankelijk van de betaling van een retributie.
Het bedrag van de retributie, vermeld in het eerste lid, staat in verhouding tot de administratieve kosten voor de behandeling van de aanvraag voor de verklaring van vrijstelling en de organisatie van de bekwaamheidsproef, vermeld in het eerste lid.
Het bedrag van de retributie, vermeld in het eerste lid, wordt jaarlijks op 1 januari automatisch geïndexeerd overeenkomstig de Belgische consumptieprijsindex, op basis van het indexcijfer van de maand december van het voorafgaande jaar (basis 2013 = 100). Het verkregen resultaat wordt tot de hogere euro afgerond.
De Vlaamse Regering stelt het tarief en de nadere modaliteiten van de retributie, vermeld in het eerste lid, vast.]2
§ 3. De Vlaamse regering bepaalt de gebieden waarbinnen en de omstandigheden waaronder de categorieën vaartuigen die zij aanduidt, van het loodsen op afstand gebruik moeten maken.
De bepalingen van § 2 zijn van overeenkomstige toepassing.
§ 4. Het is de vaartuigen die onderworpen zijn aan de verscherpte loodsplicht, en die geen loods aan boord nemen, alsook de vaartuigen die van het loodsen op afstand gebruik moeten maken, en die nalaten of weigeren dit te doen, verboden de opvaart, de afvaart of de doorvaart aan te vatten of voort te zetten.
De door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaren (van de bevoegde instantie) kunnen dit verbod in uitzonderlijke omstandigheden of gevallen opheffen door vooraf een individuele toestemming te geven om te varen.
§ 5. Wanneer noch het gewone loodsen, noch LOA kan worden verstrekt, is het de vaartuigen verboden verder te varen, tenzij de door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaren (van de bevoegde instantie), rekening houdend met de in § 6 bedoelde belangen, een individuele toestemming hebben verleend om te varen.
§ 6. Bij de uitvoering van dit artikel en van de besluiten genomen ter uitvoering ervan, wordt inzonderheid rekening gehouden met het belang van :
1° de vrijwaring van de veiligheid, het vlotte verloop en de continuïteit van het scheepvaartverkeer;
2° de instandhouding, de bescherming en het waarborgen van de bruikbaarheid van de vaarwegen en hun aanhorigheden;
3° de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu.
Art. 7. § 1. Le Gouvernement flamand détermine les zones dans lesquelles les navires doivent obligatoirement prendre un pilote à bord.
§ 2. Le Gouvernement flamand désigne les catégories de navires et les commandants qui sont exemptés de cette obligation.
A ce sujet, le Gouvernement flamand doit entre autres :
1° faire une distinction selon le type, la destination, les dimensions et/ou la quantité ou la nature du chargement des navires;
2° adopter un régime d'exemptions individuelles qui sont accordées suite à des circonstances spéciales par les fonctionnaires (de l'instance compétente) désignés par le Gouvernement flamand;
3° accorder une exemption générale aux commandants qui dans un certain délai effectuent un même trajet pendant un certain nombre de fois.
Elle est accordée au commandant concerné et non à un navire, ni à une ligne maritime ou à un armateur. Elle ne vaut que pour les trajets concernés et en plus, elle est limitée à un seul navire en particulier ou à des navires du même type.
Dans des cas ou dans des circonstances exceptionnels, des fonctionnaires (de l'instance compétente) désignés par le Gouvernement flamand peuvent soumettre un navire, exempté en vertu des alinéas précédent, à l'obligation de pilotage ou imposer des obligations relatives à l'utilisation de plus d'un pilote.
§ 2bis. Le Gouvernement flamand peut accorder une dispense de l'obligation visée au § 1er. Des conditions et prescriptions peuvent être liées à cette dispense.
[1 § 2ter.[2 ...]2.]1
[2 § 2quater. Toute participation à l'épreuve de capacité afin d'obtenir une exemption générale, est subordonnée au paiement d'une rétribution.
Le montant de la rétribution, visée à l'alinéa 1er, est proportionné aux frais administratifs pour le traitement de la demande de déclaration d'exemption et l'organisation de l'épreuve de capacité, visée à l'alinéa 1er.
Le montant de la rétribution, visée à l'alinéa 1er, est automatiquement indexé chaque année le 1er janvier conformément à l'indice des prix à la consommation en Belgique, sur la base de l'indice du mois de décembre de l'année précédente (base 2013 = 100). Le résultat obtenu est arrondi à l'euro supérieur.
Le Gouvernement flamand fixe le tarif et les modalités de la rétribution, visée à l'alinéa 1er.]2
§ 3. Le Gouvernement flamand détermine les zones dans lesquelles et les conditions auxquelles les catégories de navires qu'il désigne doivent faire appel au pilotage à distance.
Les dispositions du § 2 s'appliquent de façon conforme.
§ 4. Il est défendu aux navires, qui sont soumis à l'obligation de pilotage accrue et qui ne prennent pas de pilote à bord, ainsi qu'aux navires qui doivent faire appel au pilotage à distance, et qui négligent ou refusent d'agir comme tel, de commencer ou de continuer leur navigation en amont, en aval ou de passage.
Les fonctionnaires (de l'instance compétente) désignés par le Gouvernement flamand peuvent annuler cette interdiction dans des circonstances ou des cas exceptionnels en accordant au préalable une autorisation individuelle de navigation.
§ 5. Quand ni le pilotage ordinaire, ni le PAD peuvent être assurés, il est défendu aux navires de continuer leur voyage, sauf si les fonctionnaires (de l'instance compétente) désignés par le Gouvernement flamand ont accordé une autorisation individuelle de navigation, compte tenu des intérêts visés au § 6.
§ 6. Lors de l'exécution du présent article et des arrêtés pris en exécution de ce dernier, il est notamment tenu compte de l'intérêt :
1° du maintien de la sécurité, de la fluidité et de la continuité du trafic maritime;
2° de la conservation, de la protection et de l'assurance de l'efficacité des voies navigables et de leur dépendances;
3° de la protection de la population et de l'environnement.
§ 2. Le Gouvernement flamand désigne les catégories de navires et les commandants qui sont exemptés de cette obligation.
A ce sujet, le Gouvernement flamand doit entre autres :
1° faire une distinction selon le type, la destination, les dimensions et/ou la quantité ou la nature du chargement des navires;
2° adopter un régime d'exemptions individuelles qui sont accordées suite à des circonstances spéciales par les fonctionnaires (de l'instance compétente) désignés par le Gouvernement flamand;
3° accorder une exemption générale aux commandants qui dans un certain délai effectuent un même trajet pendant un certain nombre de fois.
Elle est accordée au commandant concerné et non à un navire, ni à une ligne maritime ou à un armateur. Elle ne vaut que pour les trajets concernés et en plus, elle est limitée à un seul navire en particulier ou à des navires du même type.
Dans des cas ou dans des circonstances exceptionnels, des fonctionnaires (de l'instance compétente) désignés par le Gouvernement flamand peuvent soumettre un navire, exempté en vertu des alinéas précédent, à l'obligation de pilotage ou imposer des obligations relatives à l'utilisation de plus d'un pilote.
§ 2bis. Le Gouvernement flamand peut accorder une dispense de l'obligation visée au § 1er. Des conditions et prescriptions peuvent être liées à cette dispense.
[1 § 2ter.[2 ...]2.]1
[2 § 2quater. Toute participation à l'épreuve de capacité afin d'obtenir une exemption générale, est subordonnée au paiement d'une rétribution.
Le montant de la rétribution, visée à l'alinéa 1er, est proportionné aux frais administratifs pour le traitement de la demande de déclaration d'exemption et l'organisation de l'épreuve de capacité, visée à l'alinéa 1er.
Le montant de la rétribution, visée à l'alinéa 1er, est automatiquement indexé chaque année le 1er janvier conformément à l'indice des prix à la consommation en Belgique, sur la base de l'indice du mois de décembre de l'année précédente (base 2013 = 100). Le résultat obtenu est arrondi à l'euro supérieur.
Le Gouvernement flamand fixe le tarif et les modalités de la rétribution, visée à l'alinéa 1er.]2
§ 3. Le Gouvernement flamand détermine les zones dans lesquelles et les conditions auxquelles les catégories de navires qu'il désigne doivent faire appel au pilotage à distance.
Les dispositions du § 2 s'appliquent de façon conforme.
§ 4. Il est défendu aux navires, qui sont soumis à l'obligation de pilotage accrue et qui ne prennent pas de pilote à bord, ainsi qu'aux navires qui doivent faire appel au pilotage à distance, et qui négligent ou refusent d'agir comme tel, de commencer ou de continuer leur navigation en amont, en aval ou de passage.
Les fonctionnaires (de l'instance compétente) désignés par le Gouvernement flamand peuvent annuler cette interdiction dans des circonstances ou des cas exceptionnels en accordant au préalable une autorisation individuelle de navigation.
§ 5. Quand ni le pilotage ordinaire, ni le PAD peuvent être assurés, il est défendu aux navires de continuer leur voyage, sauf si les fonctionnaires (de l'instance compétente) désignés par le Gouvernement flamand ont accordé une autorisation individuelle de navigation, compte tenu des intérêts visés au § 6.
§ 6. Lors de l'exécution du présent article et des arrêtés pris en exécution de ce dernier, il est notamment tenu compte de l'intérêt :
1° du maintien de la sécurité, de la fluidité et de la continuité du trafic maritime;
2° de la conservation, de la protection et de l'assurance de l'efficacité des voies navigables et de leur dépendances;
3° de la protection de la population et de l'environnement.
Afdeling 4. - De uitvoering van de loodstaken.
Section 4. - L'exécution des tâches de pilotage.
Art. 8. [1 Zowel bij het verstrekken van loodsadvies bij het gewone loodsen, als bij het loodsen op afstand, treden de loodsen op als raadgever van de gezagvoerder.]1
Alleen deze laatste is meester over de leiding en de manoeuvres van het vaartuig.
De loodsen kunnen ter uitvoering van hun opdracht, maar wel onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de gezagvoerder, alle door de gezagvoerder nuttig of nodig geachte en eventueel zelfs stilzwijgend gedoogde intellectuele en materiële handelingen verrichten, met inbegrip van handelingen die betrekking hebben op aspecten van de eigenlijke navigatie.
Alleen deze laatste is meester over de leiding en de manoeuvres van het vaartuig.
De loodsen kunnen ter uitvoering van hun opdracht, maar wel onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de gezagvoerder, alle door de gezagvoerder nuttig of nodig geachte en eventueel zelfs stilzwijgend gedoogde intellectuele en materiële handelingen verrichten, met inbegrip van handelingen die betrekking hebben op aspecten van de eigenlijke navigatie.
Modifications
Art. 8. [1 Tant lorsqu'ils donnent des avis de pilotage lors du pilotage ordinaire que lors du pilotage à distance, les pilotes agissent en tant que conseiller du commandant.]1
Seul ce dernier est maitre de la conduite et des manoeuvres du navire.
Les pilotes peuvent, en vue de l'exécution de leur tâche, mais sous la responsabilité exclusive du commandant, procéder à toutes les opérations intellectuelles et matérielles jugées utiles et nécessaires par le commandant, et éventuellement tacitement tolérées par ce dernier, y compris les opérations ayant trait aux aspects de la navigation proprement dite.
Seul ce dernier est maitre de la conduite et des manoeuvres du navire.
Les pilotes peuvent, en vue de l'exécution de leur tâche, mais sous la responsabilité exclusive du commandant, procéder à toutes les opérations intellectuelles et matérielles jugées utiles et nécessaires par le commandant, et éventuellement tacitement tolérées par ce dernier, y compris les opérations ayant trait aux aspects de la navigation proprement dite.
Modifications
Art. 9. [1 Met het oog op de goede werking van de loodsdienst en de veiligheid van de verkeersafwikkeling is een tijdige loodsbestelling aan de loodsdienst verplicht bij aankomst en vertrek op de wijze, in de vorm en binnen de termijn die door de Vlaamse Regering bepaald zijn.]1
Modifications
Art. 9. [1 En vue du bon fonctionnement du service de pilotage et de la sécurité du déroulement du trafic, une demande de services de pilotage introduite à temps auprès du service de pilotage, sous la forme et dans les délais fixés par le Gouvernement flamand, est obligatoire à l'arrivée ou au départ.]1
Modifications
Art. 10. De gezagvoerder is ertoe verplicht de loods, zolang hij aan boord blijft, kosteloos van behoorlijke voeding en logies te voorzien.
Hij is verantwoordelijk voor de veiligheid van de loods, zowel tijdens de volledige duur van het verblijf aan boord als bij het in- en ontschepen, ongeacht de wijze waarop het in- en ontschepen plaatsvindt.
Hij is verantwoordelijk voor de veiligheid van de loods, zowel tijdens de volledige duur van het verblijf aan boord als bij het in- en ontschepen, ongeacht de wijze waarop het in- en ontschepen plaatsvindt.
Art. 10. Le commandant est obligé de veiller à ce que le pilote, tant qu'il est à bord du navire, soit gratuitement et convenablement nourri et logé.
Il est responsable de la sécurité du pilote, aussi bien pendant toute la durée de sa présence à bord, que lors de l'embarcation et de la débarcation, quelle qu'en soit la façon.
Il est responsable de la sécurité du pilote, aussi bien pendant toute la durée de sa présence à bord, que lors de l'embarcation et de la débarcation, quelle qu'en soit la façon.
Afdeling 5. - Vaststelling en inning van de loodsgelden en andere vergoedingen.
Section 5. - Fixation et perception des droits de pilotage et des autres indemnités.
Art. 11. Alle gezagvoerders van vaartuigen die er krachtens artikel 7 - hetzij ingevolge een reglementaire bepaling, hetzij ingevolge een beslissing met individuele strekking - toe verplicht zijn een loods aan boord te nemen, zijn voor de verstrekking van het gewone loodsen de betaling van het gewone loodsgeld verschuldigd.
Het gewone loodsgeld is ook verschuldigd :
1° door de gezagvoerders van de vaartuigen die er niet toe verplicht zijn een loods aan boord te nemen, maar vrijwillig gebruik maken van gewone loodsassistentie;
2° door de gezagvoerders aan wie overeenkomstig artikel 7, § 2, tweede lid, 3°, een algemene vrijstelling is verleend voor een bepaald traject.
Het gewone loodsgeld is ook verschuldigd :
1° door de gezagvoerders van de vaartuigen die er niet toe verplicht zijn een loods aan boord te nemen, maar vrijwillig gebruik maken van gewone loodsassistentie;
2° door de gezagvoerders aan wie overeenkomstig artikel 7, § 2, tweede lid, 3°, een algemene vrijstelling is verleend voor een bepaald traject.
Art. 11. Tous les commandants de navire qui sont obligés de prendre un pilote à bord en vertu de l'article 7 - soiet suite à une disposition réglementaire, soit suite à une décision à tendance individuelle - doivent payer les droits de pilotage ordinaires pour pouvoir bénéficier du pilotage ordinaire.
Les droits de pilotage ordinaires sont également dus :
1° par les commandants des navires qui ne sont pas tenus de prendre un pilote à bord, mais qui font volontairement usage d'une assistance ordinaire de pilotage;
2° par les commandants auxquels est accordée une exemption générale pour un certain trajet, conformément à l'article 7, § 2, deuxième alinéa, 3°.
Les droits de pilotage ordinaires sont également dus :
1° par les commandants des navires qui ne sont pas tenus de prendre un pilote à bord, mais qui font volontairement usage d'une assistance ordinaire de pilotage;
2° par les commandants auxquels est accordée une exemption générale pour un certain trajet, conformément à l'article 7, § 2, deuxième alinéa, 3°.
Art. 12. De Vlaamse regering bepaalt de gewone en bijzondere tarieven van het door de onderscheiden categorieën vaartuigen verschuldigde gewone loodsgeld, alsook de wijze waarop en de dienst of rechtspersoon door wie het gewone loodsgeld wordt geïnd.
Bij wijze van uitzondering kan de Vlaamse regering gezagvoerders van met een pedagogisch, humanitair of filantropisch doel ingezette en met name aangeduide vaartuigen die gebruik maken van het gewone loodsen, per bezoek of per doorvaart, vrijstellen van de betaling van het gewone loodsgeld.
Bij wijze van uitzondering kan de Vlaamse regering gezagvoerders van met een pedagogisch, humanitair of filantropisch doel ingezette en met name aangeduide vaartuigen die gebruik maken van het gewone loodsen, per bezoek of per doorvaart, vrijstellen van de betaling van het gewone loodsgeld.
Art. 12. Le Gouvernement flamand fixe les tarifs ordinaires et particuliers des droits de pilotage ordinaires dus par les différentes catégories de navires, ainsi que le mode de perception et le service ou la personne juridique qui percoit les droits de pilotage ordinaires.
Le Gouvernement flamand peut exceptionnellement exempter du paiement des droits de pilotage ordinaires, les commandants de navires engagés à des fins pédagogiques, humanitaires ou philantropiques nommément désignés, qui, en visite ou de passage, utilisent le services de pilotage ordinaire.
Le Gouvernement flamand peut exceptionnellement exempter du paiement des droits de pilotage ordinaires, les commandants de navires engagés à des fins pédagogiques, humanitaires ou philantropiques nommément désignés, qui, en visite ou de passage, utilisent le services de pilotage ordinaire.
Art. 13. Voor het loodsen op afstand zijn alle gezagvoerders van vaartuigen die er krachtens artikel 7 - hetzij ingevolge een reglementaire bepaling, hetzij ingevolge een beslissing met individuele strekking - toe verplicht zijn van LOA gebruik te maken, de betaling van een LOA-vergoeding verschuldigd.
De LOA-vergoeding is ook verschuldigd :
- door de gezagvoerders van de vaartuigen die er niet toe verplicht zijn van LOA gebruik te maken, maar vrijwillig van deze prestatie gebruik maken;
- door de gezagvoerders aan wie overeenkomstig artikel 7, § 2, tweede lid, 3°, en § 3 van hetzelfde artikel, een algemene vrijstelling is verleend voor een bepaald traject, voor zover op dit traject uitsluitend LOA wordt verstrekt.
De Vlaamse regering bepaalt het tarief van de door de onderscheiden categorieën vaartuigen verschuldigde LOA-vergoeding, alsook de wijze waarop en de dienst of de rechtspersoon door wie de LOA-vergoeding wordt geïnd.
Bij wijze van uitzondering kan de Vlaamse regering gezagvoerders van met name aangeduide en met een pedagogisch, humanitair of filantropisch doel ingezette vaartuigen die gebruik maken van LOA, per bezoek of doorvaart, vrijstellen van de betaling van de LOA-vergoeding.
De LOA-vergoeding is ook verschuldigd :
- door de gezagvoerders van de vaartuigen die er niet toe verplicht zijn van LOA gebruik te maken, maar vrijwillig van deze prestatie gebruik maken;
- door de gezagvoerders aan wie overeenkomstig artikel 7, § 2, tweede lid, 3°, en § 3 van hetzelfde artikel, een algemene vrijstelling is verleend voor een bepaald traject, voor zover op dit traject uitsluitend LOA wordt verstrekt.
De Vlaamse regering bepaalt het tarief van de door de onderscheiden categorieën vaartuigen verschuldigde LOA-vergoeding, alsook de wijze waarop en de dienst of de rechtspersoon door wie de LOA-vergoeding wordt geïnd.
Bij wijze van uitzondering kan de Vlaamse regering gezagvoerders van met name aangeduide en met een pedagogisch, humanitair of filantropisch doel ingezette vaartuigen die gebruik maken van LOA, per bezoek of doorvaart, vrijstellen van de betaling van de LOA-vergoeding.
Art. 13. En ce qui concerne le pilotage à distance, tous les commandants qui en vertu de l'article 7 - soit suite à une disposition réglementaire, soit suite à une décision à tendance individuelle - sont obligés d'utiliser le PAD, doivent payer une indemnité PAD.
L'indemnité PAD est également due :
- par les commandants des navires qui ne sont pas tenus d'utiliser le PAD, mais qui volontairement font usage de cette prestation;
- par les commandants auxquels est accordée une exemption générale pour un certain trajet, conformément à l'article 7, § 2, deuxième alinéa, 3 et au § 3 du même article, pour autant que seul le PAD soit assuré sur ce trajet.
Le Gouvernement flamand fixe le tarif de l'indemnité PAD due par les différentes catégories de navires, ainsi que le mode de perception et le service ou la personne juridique qui percoit l'indemnité PAD.
Le Gouvernement flamand peut exceptionnellement exempter du paiement de l'indemnité PAD, les commandants de navires engagés à des fins pédagogiques, humanitaires ou philantropiques nommément désignés, qui, en visite ou de passage, utilisent le PAD.
L'indemnité PAD est également due :
- par les commandants des navires qui ne sont pas tenus d'utiliser le PAD, mais qui volontairement font usage de cette prestation;
- par les commandants auxquels est accordée une exemption générale pour un certain trajet, conformément à l'article 7, § 2, deuxième alinéa, 3 et au § 3 du même article, pour autant que seul le PAD soit assuré sur ce trajet.
Le Gouvernement flamand fixe le tarif de l'indemnité PAD due par les différentes catégories de navires, ainsi que le mode de perception et le service ou la personne juridique qui percoit l'indemnité PAD.
Le Gouvernement flamand peut exceptionnellement exempter du paiement de l'indemnité PAD, les commandants de navires engagés à des fins pédagogiques, humanitaires ou philantropiques nommément désignés, qui, en visite ou de passage, utilisent le PAD.
Art. 14bis. voor de periode van :
- 1 april 1996 tot en met 31 maart 1997, zie DVR 2008-12-19/22, art. 2,
- 1 april 1997 tot en met 31 december 2001, zie DVR DCFL 2008-12-19/22, art. 3,
- 1 januari 2002 tot en met 28 februari 2005 , zie DVR DCFL 2008-12-19/22, art. 4,
- 1 maart 2005 tot en met 4 november 2006, zie artikel hierna vermelde :
- 1 april 1996 tot en met 31 maart 1997, zie DVR 2008-12-19/22, art. 2,
- 1 april 1997 tot en met 31 december 2001, zie DVR DCFL 2008-12-19/22, art. 3,
- 1 januari 2002 tot en met 28 februari 2005 , zie DVR DCFL 2008-12-19/22, art. 4,
- 1 maart 2005 tot en met 4 november 2006, zie artikel hierna vermelde :
Art. 14bis. Pour la période du :
- 1er avril 1996 au 31 mars 1997 inclus, voir tableau : DCFL 2008-12-19/22, art. 2,
- 1er avril 1997 au 31 décembre 2001 inclus, voir tableau : DCFL 2008-12-19/22, art. 3,
- 1er janvier 2002 au 28 février 2005 inclus, voir tableau : DCFL 2008-12-19/22, art. 4,
- 1er mars 2005 au 4 novembre 2006 inclus, voir article ci-dessous :
- 1er avril 1996 au 31 mars 1997 inclus, voir tableau : DCFL 2008-12-19/22, art. 2,
- 1er avril 1997 au 31 décembre 2001 inclus, voir tableau : DCFL 2008-12-19/22, art. 3,
- 1er janvier 2002 au 28 février 2005 inclus, voir tableau : DCFL 2008-12-19/22, art. 4,
- 1er mars 2005 au 4 novembre 2006 inclus, voir article ci-dessous :
[1 § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
1° VBS-vergoeding : de verkeersbegeleidingsvergoeding bedoeld in artikel 14 van het decreet van 19 april 1995 betreffende de organisatie en de werking van de loodsdienst van het Vlaamse Gewest en betreffende het brevet van havenloods;
2° tariefgebied : het gebied waarbinnen verkeersbegeleiding verstrekt wordt;
3° lengte : de lengte over alles.
§ 2. De VBS-vergoeding is verschuldigd voor ieder vaartuig dat uit zee komt, met als bestemming een Vlaamse haven die in het verkeersbegeleidingssysteem is ingeschakeld; ze geldt als vergoeding voor in- en uitvaart.
Als het vaartuig gedurende één kalenderdag meer dan eenmaal het tariefgebied binnenvaart, is het tarief maar eenmaal verschuldigd.
De VBS-vergoeding is niet verschuldigd bij scheepvaartverkeer tussen Vlaamse havens.
§ 3. Voor de volgende categorieën van vaartuigen is geen vergoeding verschuldigd :
1° binnenschepen;
2° schepen tot 46 m lengte;
3° schepen in eigendom van of in beheer bij het Rijk of een gewest;
4° vaartuigen voor het winnen of vervoeren van zand, baggerspecie of grind, maar alleen als ze daartoe worden gebruikt ter uitvoering van werkzaamheden in opdracht van de vaarweg- of waterbeheerder;
5° vaartuigen in dienst van het loodswezen van Nederland en Vlaanderen.
§ 4. De Vlaamse minister bevoegd voor het vervoer, kan aan een vaartuig vrijstelling van VBS-vergoeding verlenen als het deelneemt aan een bijzondere manifestatie of werkzaamheden verricht in het algemeen belang.
§ 5. Het bedrag van de verschuldigde VBS-vergoeding wordt overeenkomstig het tarief opgenomen in de onderstaande tabel, vastgesteld op grond van de lengte van het vaartuig.
In het geval van gesleepte vaart is de VBS-vergoeding verschuldigd voor de sleepboot en het gesleepte vaartuig afzonderlijk, op grond van hun respectievelijke lengte.
1° VBS-vergoeding : de verkeersbegeleidingsvergoeding bedoeld in artikel 14 van het decreet van 19 april 1995 betreffende de organisatie en de werking van de loodsdienst van het Vlaamse Gewest en betreffende het brevet van havenloods;
2° tariefgebied : het gebied waarbinnen verkeersbegeleiding verstrekt wordt;
3° lengte : de lengte over alles.
§ 2. De VBS-vergoeding is verschuldigd voor ieder vaartuig dat uit zee komt, met als bestemming een Vlaamse haven die in het verkeersbegeleidingssysteem is ingeschakeld; ze geldt als vergoeding voor in- en uitvaart.
Als het vaartuig gedurende één kalenderdag meer dan eenmaal het tariefgebied binnenvaart, is het tarief maar eenmaal verschuldigd.
De VBS-vergoeding is niet verschuldigd bij scheepvaartverkeer tussen Vlaamse havens.
§ 3. Voor de volgende categorieën van vaartuigen is geen vergoeding verschuldigd :
1° binnenschepen;
2° schepen tot 46 m lengte;
3° schepen in eigendom van of in beheer bij het Rijk of een gewest;
4° vaartuigen voor het winnen of vervoeren van zand, baggerspecie of grind, maar alleen als ze daartoe worden gebruikt ter uitvoering van werkzaamheden in opdracht van de vaarweg- of waterbeheerder;
5° vaartuigen in dienst van het loodswezen van Nederland en Vlaanderen.
§ 4. De Vlaamse minister bevoegd voor het vervoer, kan aan een vaartuig vrijstelling van VBS-vergoeding verlenen als het deelneemt aan een bijzondere manifestatie of werkzaamheden verricht in het algemeen belang.
§ 5. Het bedrag van de verschuldigde VBS-vergoeding wordt overeenkomstig het tarief opgenomen in de onderstaande tabel, vastgesteld op grond van de lengte van het vaartuig.
In het geval van gesleepte vaart is de VBS-vergoeding verschuldigd voor de sleepboot en het gesleepte vaartuig afzonderlijk, op grond van hun respectievelijke lengte.
[1 § 1er. Pour l'application du présent article, il faut entendre par :
1° indemnité VBS : l'indemnité d'assistance au trafic visée à l'article 14 du décret du 19 avril 1995 relatif à l'organisation et au fonctionnement du service de pilotage de la Région flamande et relatif au brevet de pilote de port;
2° zone tarifaire : la zone dans laquelle l'assistance au trafic est assurée;
3° longueur : la longueur hors tout.
§ 2. L'indemnité VBS est due pour chaque navire venant de la mer, ayant pour destination un port flamand intégré dans le système d'assistance au trafic; elle vaut comme indemnité tant pour la navigation entrante que pour la navigation sortante.
Si le navire entre la zone tarifaire plus d'une fois pendant un jour calendaire, le tarif n'est dû qu'une seule fois.
L'indemnité VBS n'est pas due en cas de navigation entre les ports flamands.
§ 3. Aucune indemnité n'est due par les catégories de navires suivantes :
1° bateaux de navigation intérieure;
2° bateaux jusqu'à 46 m de longueur;
3° bateaux en propriété ou en gestion de l'Etat ou d'une région;
4° navires pour l'exploitation ou le transport de sable, matières de dragage ou de gravier, mais seulement s'ils sont utilisés à ces fins en exécution de travaux sur ordre du gestionnaire des eaux ou du cours d'eau navigable;
5° bateaux opérant pour les services de pilotage des Pays-Bas et de la Flandre.
§ 4. Le Ministre flamand, chargé des transports, peut accorder une exemption de l'indemnité VBS à un navire lorsque ce dernier participe à une manifestation particulière ou qu'il effectue des travaux d'intérêt public.
§ 5. Le montant de l'indemnité VBS est repris dans le tableau ci-dessous conformément au tarif, fixé sur la base de la longueur du navire.
En cas de navigation remorquée, l'indemnité VBS est séparément due pour le remorqueur et pour le navire remorqué, sur la base de leur longueur respective.
1° indemnité VBS : l'indemnité d'assistance au trafic visée à l'article 14 du décret du 19 avril 1995 relatif à l'organisation et au fonctionnement du service de pilotage de la Région flamande et relatif au brevet de pilote de port;
2° zone tarifaire : la zone dans laquelle l'assistance au trafic est assurée;
3° longueur : la longueur hors tout.
§ 2. L'indemnité VBS est due pour chaque navire venant de la mer, ayant pour destination un port flamand intégré dans le système d'assistance au trafic; elle vaut comme indemnité tant pour la navigation entrante que pour la navigation sortante.
Si le navire entre la zone tarifaire plus d'une fois pendant un jour calendaire, le tarif n'est dû qu'une seule fois.
L'indemnité VBS n'est pas due en cas de navigation entre les ports flamands.
§ 3. Aucune indemnité n'est due par les catégories de navires suivantes :
1° bateaux de navigation intérieure;
2° bateaux jusqu'à 46 m de longueur;
3° bateaux en propriété ou en gestion de l'Etat ou d'une région;
4° navires pour l'exploitation ou le transport de sable, matières de dragage ou de gravier, mais seulement s'ils sont utilisés à ces fins en exécution de travaux sur ordre du gestionnaire des eaux ou du cours d'eau navigable;
5° bateaux opérant pour les services de pilotage des Pays-Bas et de la Flandre.
§ 4. Le Ministre flamand, chargé des transports, peut accorder une exemption de l'indemnité VBS à un navire lorsque ce dernier participe à une manifestation particulière ou qu'il effectue des travaux d'intérêt public.
§ 5. Le montant de l'indemnité VBS est repris dans le tableau ci-dessous conformément au tarif, fixé sur la base de la longueur du navire.
En cas de navigation remorquée, l'indemnité VBS est séparément due pour le remorqueur et pour le navire remorqué, sur la base de leur longueur respective.