Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder :
- de Minister : de Minister tot wiens bevoegdheid de Sociale Voorzorg behoort;
- Rijksdienst : de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers;
- beheerscomité : het beheerscomité van de Rijksdienst;
- samengeordende wetten : de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders;
- wet van 10 juni 1993 : de wet van 10 juni 1993 tot omzetting van sommige bepalingen van het interprofessioneel akkoord van 9 december 1992;
- fonds : het Fonds voor collectieve uitrusting en diensten bedoeld in artikel 107 van de samengeordende wetten;
- bijzonder reglement : het reglement bedoeld in artikel 107, § 3, van de samengeordende wetten;
- de promotor : de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die het project inzake kinderopvang indient;
- werkingskosten : de bij dit besluit als dusdanig omschreven kosten;
- loonlast : de loonlast van het personeel dat in het kader van het project is aangeworven.
(- wet van 3 april 1995 : de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling.)
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
8 FEBRUARI 1995. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de wijze waarop het Fonds voor collectieve uitrusting en diensten de financiële middelen, bedoeld in artikel 15, § 2, tweede lid, van de wet van 10 juni 1993 tot omzetting van sommige bepalingen van het interprofessioneel akkoord van 9 december 1992 [en in artikel 23, § 1, van de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling], besteedt aan de toekenning van subsidies betreffende projecten voor de opvang van kinderen van 0 tot 12 jaar.(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-04-1995 en tekstbijwerking tot 23-09-1995)
Titre
8 FEVRIER 1995. - Arrêté royal fixant les modalités selon lesquelles le Fonds d'équipements et de services collectifs affecte les moyens financiers visés à l'article 15, § 2, alinéa 2, de la loi du 10 juin 1993 transposant certaines dispositions de l'accord interprofessionnel du 9 décembre 1992 [et à l'article 23, § 1er, de la loi du 3 avril 1995 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi] à l'octroi de subventions à des projets d'accueil d'enfants de 0 à 12 ans.(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 21-07-1995 et mise à jour au 14-09-1995)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (15)
Texte (15)
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
- le Ministre : le Ministre qui a la Prévoyance sociale dans ses attributions;
- Office : l'Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés;
- comité de gestion : le comité de gestion de l'Office;
- lois coordonnées : les lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés;
- loi du 10 juin 1993 : la loi du 10 juin 1993 transposant certaines dispositions de l'accord interprofessionnel du 9 décembre 1992;
- fonds : le Fonds d'équipements et de services collectifs visé à l'article 107 des lois coordonnées;
- règlement spécial : le règlement visé à l'article 107, § 3, des lois coordonnées;
- le promoteur : la personne physique ou morale qui introduit le projet d'accueil;
- frais de fonctionnement : les frais déterminés comme tels par le présent arrêté;
- charge salariale : la charge salariale du personnel engagé dans le cadre du projet.
(- loi du 3 avril 1995 : la loi du 3 avril 1995 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi.)
- le Ministre : le Ministre qui a la Prévoyance sociale dans ses attributions;
- Office : l'Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés;
- comité de gestion : le comité de gestion de l'Office;
- lois coordonnées : les lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés;
- loi du 10 juin 1993 : la loi du 10 juin 1993 transposant certaines dispositions de l'accord interprofessionnel du 9 décembre 1992;
- fonds : le Fonds d'équipements et de services collectifs visé à l'article 107 des lois coordonnées;
- règlement spécial : le règlement visé à l'article 107, § 3, des lois coordonnées;
- le promoteur : la personne physique ou morale qui introduit le projet d'accueil;
- frais de fonctionnement : les frais déterminés comme tels par le présent arrêté;
- charge salariale : la charge salariale du personnel engagé dans le cadre du projet.
(- loi du 3 avril 1995 : la loi du 3 avril 1995 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi.)
Art. 2. De subsidies toegekend bij toepassing van dit koninklijk besluit voor projecten voor de opvang van kinderen van 0 tot 3 jaar en voor projecten voor de opvang van kinderen van 2,5 tot 12 jaar tijdens de schoolvakantie, voor en na de schooltijd en op woensdag namiddag, worden gefinancierd door de bijdrage bedoeld in artikel 15, § 2, tweede lid, van de wet van 10 juni 1993 (en in artikel 23, § 1, van de wet van 3 april 1995).
De bij dit koninklijk besluit voorziene subsidies worden toegekend voor projecten die vanaf 1 januari 1994 bij het fonds worden ingediend.
De toekenning van toelagen door het fonds volgens de bij dit besluit vastgelegde regels, is beperkt tot de loonlast en tot de werkingskosten die de promotor tot 31 december 1996 heeft vastgelegd.
De bij dit koninklijk besluit voorziene subsidies worden toegekend voor projecten die vanaf 1 januari 1994 bij het fonds worden ingediend.
De toekenning van toelagen door het fonds volgens de bij dit besluit vastgelegde regels, is beperkt tot de loonlast en tot de werkingskosten die de promotor tot 31 december 1996 heeft vastgelegd.
Art. 2. Les subventions accordées en application du présent arrêté royal pour des projets d'accueil d'enfants de 0 à 3 ans et pour des projets d'accueil d'enfants de 2,5 à 12 ans pendant les périodes de congés scolaires, avant et après l'école et le mercredi après-midi sont financées par la cotisation visée à l'article 15, § 2, alinéa 2, de la loi du 10 juin 1993 (et à l'article 23, § 1er, de la loi du 3 avril 1995).
Les subventions prévues par le présent arrêté royal sont accordées pour les projets introduits auprès du fonds à partir du 1er janvier 1994.
L'octroi des subventions par le fonds selon les règles déterminées par le présent arrêté est limité aux charges salariales et aux frais de fonctionnement engagés par le promoteur jusqu'aux 31 décembre 1996.
Les subventions prévues par le présent arrêté royal sont accordées pour les projets introduits auprès du fonds à partir du 1er janvier 1994.
L'octroi des subventions par le fonds selon les règles déterminées par le présent arrêté est limité aux charges salariales et aux frais de fonctionnement engagés par le promoteur jusqu'aux 31 décembre 1996.
Art. M. (Vóór zijn wijziging was het opschrift van deze tekst als volgt : "Koninklijk besluit tot vaststelling van de wijze waarop het fonds voor collectieve uitrusting en diensten de financiële middelen, bedoeld in artikel 15, § 2, tweede lid, van de wet van 10 juni 1993 tot omzetting van sommige bepalingen van het interprofessioneel akkoord van 9 december 1992, besteedt aan de toekenning van subsidies betreffende projecten voor de opvang van kinderen van 0 tot 12 jaar.")
Art. M. (Avant sa modification, l'intitulé de ce texte était le suivant : "Arrêté royal fixant les modalités selon lesquelles le Fonds d'équipement et de services collectifs affecte les moyens financiers visés à l'article 15, § 2, alinéa 2, de la loi du 10 juin 1993 transposant certaines dispositions de l'accord interprofessionnel du 9 décembre 1992 à l'octroi de subventions à des projets d'accueil d'enfants de 0 à 12 ans.")
Art. 3. § 1. Het beheerscomité beslist subsidies aan de promotoren toe te kennen. Die subsidies worden uitbetaald na vervallen termijn en na op overlegging van de in artikel 8 bedoelde stukken ter staving.
Het beheerscomité kan voorschotten toekennen op de jaarlijkse subsidie onder de voorwaarden bepaald in het bijzonder reglement.
§ 2. Om subsidies te bekomen moet de promotor aan de hierna volgende voorwaarden voldoen :
- het project moet voor ten minsten 60 pct. bij voorrang toegankelijk zijn voor op kinderen die krachtens de samengeordende wetten recht geven op kinderbijslag;
- de promotor moet het bewijs leveren van de aanwerving van bijkomend personeel volgens de bij het bijzonder reglement vastgelegde modaliteiten;
- de promotor moet een aanvraag om controle ingediend hebben bij de bevoegde overheid.
Het beheerscomité kan voorschotten toekennen op de jaarlijkse subsidie onder de voorwaarden bepaald in het bijzonder reglement.
§ 2. Om subsidies te bekomen moet de promotor aan de hierna volgende voorwaarden voldoen :
- het project moet voor ten minsten 60 pct. bij voorrang toegankelijk zijn voor op kinderen die krachtens de samengeordende wetten recht geven op kinderbijslag;
- de promotor moet het bewijs leveren van de aanwerving van bijkomend personeel volgens de bij het bijzonder reglement vastgelegde modaliteiten;
- de promotor moet een aanvraag om controle ingediend hebben bij de bevoegde overheid.
Art. 3. § 1er. Le comité de gestion décide de l'octroi des subven- tions aux promoteurs. Ces subventions sont versées à terme échu et sur production des documents justificatifs visés à l'article 8.
Le comité de gestion peut décider d'accorder des avances sur la subvention annuelle selon les conditions fixées par le règlement spécial.
§ 2. Pour obtenir les subventions, le promoteur doit remplir les conditions suivantes :
- le projet doit accorder une priorité d'accès à concurrence de 60 % au moins aux enfants bénéficiaires des allocations familiales en vertu des lois coordonnées;
- le promoteur doit fournir la preuve de l'engagement de personnel supplémentaire suivant les modalités fixées par le règlement spécial;
- le promoteur doit avoir introduit une demande de contrôle auprès de l'autorité compétente.
Le comité de gestion peut décider d'accorder des avances sur la subvention annuelle selon les conditions fixées par le règlement spécial.
§ 2. Pour obtenir les subventions, le promoteur doit remplir les conditions suivantes :
- le projet doit accorder une priorité d'accès à concurrence de 60 % au moins aux enfants bénéficiaires des allocations familiales en vertu des lois coordonnées;
- le promoteur doit fournir la preuve de l'engagement de personnel supplémentaire suivant les modalités fixées par le règlement spécial;
- le promoteur doit avoir introduit une demande de contrôle auprès de l'autorité compétente.
Art. 4. § 1. De projecten moeten bij het fonds ingediend worden aan de hand van een aanvraagformulier waarvan het model bepaald wordt door het beheerscomité in het bijzonder reglement.
§ 2. Het aanvraagformulier moet tenminste de hierna volgende inlichtingen bevatten :
- het type kinderopvang dat voor de kinderen wordt aangeboden;
- het aantal tewerkgestelde personen en hun beroepsbekwaamheid;
- het aantal kinderen en hun leeftijd, alsook het aantal op kinderbijslag rechtgevende kinderen krachtens de samengeordende wetten;
- de aanvraag om controle, ingediend bij de bevoegde overheid;
- de raming van de kosten van het project, met vermelding, enerzijds, van de raming van de loonlast en, anderzijds, van de raming van de werkingskosten;
- de verschillende financieringsbronnen;
- het bedrag van de persoonlijke tegemoetkomingen van de ouders.
§ 2. Het aanvraagformulier moet tenminste de hierna volgende inlichtingen bevatten :
- het type kinderopvang dat voor de kinderen wordt aangeboden;
- het aantal tewerkgestelde personen en hun beroepsbekwaamheid;
- het aantal kinderen en hun leeftijd, alsook het aantal op kinderbijslag rechtgevende kinderen krachtens de samengeordende wetten;
- de aanvraag om controle, ingediend bij de bevoegde overheid;
- de raming van de kosten van het project, met vermelding, enerzijds, van de raming van de loonlast en, anderzijds, van de raming van de werkingskosten;
- de verschillende financieringsbronnen;
- het bedrag van de persoonlijke tegemoetkomingen van de ouders.
Art. 4. § 1er. Les projets doivent être introduits auprès du fonds, sur la base d'un formulaire de demande dont le modèle est fixé par le comité de gestion dans le règlement spécial.
§ 2. Le formulaire de demande comprend, au moins, les renseignements suivants :
- le type d'accueil offert aux enfants;
- le nombre de personnes mises au travail et leur qualification;
- le nombre d'enfants et leur âge, ainsi que le nombre d'enfants bénéficiaires d'allocations familiales en vertu des lois coordonnées;
- la demande de contrôle adressée à l'autorité compétente;
- l'évaluation du coût du projet, en indiquant, d'une part, l'évaluation de la charge salariale et, d'autre part, l'évaluation des frais de fonctionnement;
- les différentes sources de financement;
- le montant de l'intervention personnelle des parents.
§ 2. Le formulaire de demande comprend, au moins, les renseignements suivants :
- le type d'accueil offert aux enfants;
- le nombre de personnes mises au travail et leur qualification;
- le nombre d'enfants et leur âge, ainsi que le nombre d'enfants bénéficiaires d'allocations familiales en vertu des lois coordonnées;
- la demande de contrôle adressée à l'autorité compétente;
- l'évaluation du coût du projet, en indiquant, d'une part, l'évaluation de la charge salariale et, d'autre part, l'évaluation des frais de fonctionnement;
- les différentes sources de financement;
- le montant de l'intervention personnelle des parents.
Art. 5. § 1. De personen tewerkgesteld in het kader van een in dit besluit bedoeld project moeten worden aangenomen bij arbeidsovereenkomst.
§ 2. Indien een subsidie wordt gevraagd om de loonkosten van de in § 1 bedoelde personen te dekken, mogen deze personen niet voltijds tewerkgesteld zijn geweest bij dezelfde werkgever tijdens de twaalf maanden voor de aanvraag om tegemoetkoming van het fonds.
De bepaling van het vorig lid is evenwel niet van toepassing voor het personeel dat de promotor heeft aangeworven in het kader van een project dat ofwel door het Tewerkstellingsfonds wordt gesubsidieerd krachtens het koninklijk besluit van 7 september 1993 houdende uitvoering van artikel 4 van de wet van 10 juni 1993, ofwel door het fonds krachtens dit besluit.
§ 2. Indien een subsidie wordt gevraagd om de loonkosten van de in § 1 bedoelde personen te dekken, mogen deze personen niet voltijds tewerkgesteld zijn geweest bij dezelfde werkgever tijdens de twaalf maanden voor de aanvraag om tegemoetkoming van het fonds.
De bepaling van het vorig lid is evenwel niet van toepassing voor het personeel dat de promotor heeft aangeworven in het kader van een project dat ofwel door het Tewerkstellingsfonds wordt gesubsidieerd krachtens het koninklijk besluit van 7 september 1993 houdende uitvoering van artikel 4 van de wet van 10 juni 1993, ofwel door het fonds krachtens dit besluit.
Art. 5. § 1er. Les personnes mises au travail dans le cadre d'un projet visé par le présent arrêté doivent être engagées dans les liens d'un contrat de travail.
§ 2. Si une subvention est demandée pour couvrir le coût salarial des personnes visées au § 1er, ces personnes ne peuvent avoir été occupées à temps plein chez le même employeur au cours des douze mois précédant la demande d'intervention du fonds.
Toutefois, la disposition de l'alinéa précédent n'est pas d'application pour le personnel engagé par le promoteur dans le cadre d'un projet subsidié, soit par le Fonds pour l'emploi en vertu de l'arrêté royal du 7 septembre 1993 portant exécution de l'article 4 de la loi du 10 juin 1993, soit par le fonds en vertu du présent arrêté.
§ 2. Si une subvention est demandée pour couvrir le coût salarial des personnes visées au § 1er, ces personnes ne peuvent avoir été occupées à temps plein chez le même employeur au cours des douze mois précédant la demande d'intervention du fonds.
Toutefois, la disposition de l'alinéa précédent n'est pas d'application pour le personnel engagé par le promoteur dans le cadre d'un projet subsidié, soit par le Fonds pour l'emploi en vertu de l'arrêté royal du 7 septembre 1993 portant exécution de l'article 4 de la loi du 10 juin 1993, soit par le fonds en vertu du présent arrêté.
Art. 6. § 1. De subsidie van het fonds is een aanvullende financie- ringsbron.
De krachtens dit besluit toegekende toelage mag, samengevoegd met eventuele andere financiële voordelen, toelagen of premies, in geen enkel geval leiden tot een financiering van het project boven 100 % van zijn kosten.
§ 2. De subsidie in de loonlasten is beperkt tot de weddeschalen die van toepassing zijn voor een zelfde ambt uitgeoefend in de federale overheidsdiensten, en tot 80 pct. van de overige werkingskosten.
§ 3. Onder werkingskosten moet men worden verstaan :
- de verplaatsings- en opleidingskosten van het personeel dat in het kader van het project is aangeworven en die nodig zijn voor het goed verloop van dit project;
- de verzekerings- en farmaceutische kosten;
- het dagelijks onderhoud van de lokalen en van het linnen;
- de kosten voor verwarming, water- en elektriciteitsvoorziening, de telefoon- en bureaukosten;
- het aankopen van speelgoed en van didactisch materieel.
§ 4. De subsidie mag in geen enkel geval betrekking hebben op de infrastructuurkosten van het project.
Onder infrastructuurkosten moeten worden verstaan :
- de eerste-inrichtingskosten, namenlijk het aankopen van gerei zoals meubilair, vaatwerk, linnen of informatica-apparatuur;
- de bouw- of aankoopkosten van lokalen;
- de huur voor de bezette lokalen;
- allerlei inrichtingskosten, de ruwbouw al dan niet inbegrepen.
De krachtens dit besluit toegekende toelage mag, samengevoegd met eventuele andere financiële voordelen, toelagen of premies, in geen enkel geval leiden tot een financiering van het project boven 100 % van zijn kosten.
§ 2. De subsidie in de loonlasten is beperkt tot de weddeschalen die van toepassing zijn voor een zelfde ambt uitgeoefend in de federale overheidsdiensten, en tot 80 pct. van de overige werkingskosten.
§ 3. Onder werkingskosten moet men worden verstaan :
- de verplaatsings- en opleidingskosten van het personeel dat in het kader van het project is aangeworven en die nodig zijn voor het goed verloop van dit project;
- de verzekerings- en farmaceutische kosten;
- het dagelijks onderhoud van de lokalen en van het linnen;
- de kosten voor verwarming, water- en elektriciteitsvoorziening, de telefoon- en bureaukosten;
- het aankopen van speelgoed en van didactisch materieel.
§ 4. De subsidie mag in geen enkel geval betrekking hebben op de infrastructuurkosten van het project.
Onder infrastructuurkosten moeten worden verstaan :
- de eerste-inrichtingskosten, namenlijk het aankopen van gerei zoals meubilair, vaatwerk, linnen of informatica-apparatuur;
- de bouw- of aankoopkosten van lokalen;
- de huur voor de bezette lokalen;
- allerlei inrichtingskosten, de ruwbouw al dan niet inbegrepen.
Art. 6. § 1er. La subvention du fonds est une source subsidiaire de financement.
La subvention accordée en vertu du présent arrêté cumulée, le cas échéant, avec d'autres avantages financiers, subventions ou primes, ne peut, en aucun cas, entraîner un financement du projet supérieur à 100 % de son coût.
§ 2. La subvention dans les charges salariales est limitée aux barèmes applicables pour une même fonction exercée dans les services publics fédéraux et à 80 % des autres frais de fonctionnement.
§ 3. Par frais de fonctionnement, il faut entendre :
- les frais de déplacement et de formation du personnel engagé dans le cadre du projet et nécessaires au bon déroulement de ce projet;
- les frais d'assurance et de pharmacie;
- l'entretien journalier des locaux et de la lingerie;
- les frais de chauffage, d'eau, d'électricité, de téléphone et de bureau;
- l'achat de jouets et de matériel didactique.
§ 4. La subvention ne peut en aucun cas porter sur les frais d'infrastructure du projet.
Par frais d'infrastructure, il faut entendre :
- les frais de premier établissement, à savoir, l'achat des équipements tels que le mobilier, la vaisselle, la lingerie ou le matériel informatique;
- les frais de construction ou d'achat de locaux;
- les loyers afférents aux locaux occupés;
- les divers travaux d'aménagement, comprenant ou non le grosoeuvre.
La subvention accordée en vertu du présent arrêté cumulée, le cas échéant, avec d'autres avantages financiers, subventions ou primes, ne peut, en aucun cas, entraîner un financement du projet supérieur à 100 % de son coût.
§ 2. La subvention dans les charges salariales est limitée aux barèmes applicables pour une même fonction exercée dans les services publics fédéraux et à 80 % des autres frais de fonctionnement.
§ 3. Par frais de fonctionnement, il faut entendre :
- les frais de déplacement et de formation du personnel engagé dans le cadre du projet et nécessaires au bon déroulement de ce projet;
- les frais d'assurance et de pharmacie;
- l'entretien journalier des locaux et de la lingerie;
- les frais de chauffage, d'eau, d'électricité, de téléphone et de bureau;
- l'achat de jouets et de matériel didactique.
§ 4. La subvention ne peut en aucun cas porter sur les frais d'infrastructure du projet.
Par frais d'infrastructure, il faut entendre :
- les frais de premier établissement, à savoir, l'achat des équipements tels que le mobilier, la vaisselle, la lingerie ou le matériel informatique;
- les frais de construction ou d'achat de locaux;
- les loyers afférents aux locaux occupés;
- les divers travaux d'aménagement, comprenant ou non le grosoeuvre.
Art. 7. Het beheerscomité kan een technisch comité oprichten, belast met het onderzoek van de aanvragen om subsidies.
De samenstelling en de werkingsregelen van dit comité zijn vastgelegd in een specifiek bijzonder reglement dat door de Minister wordt goedgekeurd.
De samenstelling en de werkingsregelen van dit comité zijn vastgelegd in een specifiek bijzonder reglement dat door de Minister wordt goedgekeurd.
Art. 7. Le comité de gestion peut constituer en son sein un comité technique chargé d'examiner les demandes de subventions.
La composition et les règles de fonctionnement de ce comité sont déterminées par un règlement spécial spécifique, soumis à l'approbation du Ministre.
La composition et les règles de fonctionnement de ce comité sont déterminées par un règlement spécial spécifique, soumis à l'approbation du Ministre.
Art. 8. Op het einde van het dienstjaar bezorgen de promotoren, op straffe van verval, de Rijksdienst uiterlijk 31 januari een samenvattende staat met de arbeidsprestaties en de werkingskosten van het afgelopen dienstjaar, volgens het model vastgelegd door het beheerscomité in het bijzonder reglement.
Art. 8. A l'expiration de l'exercice, les promoteurs adressent à l'Office, sous peine de forclusion, pour le 31 janvier au plus tard, un état récapitulatif des prestations de travail et des frais de fonctionnement de l'exercice écoulé, dont le comité de gestion fixe le modèle dans le règlement spécial.
Art. 9. De promotoren die krachtens die besluit subsidies ontvangen, moeten zich onderwerpen aan de controle van hun administratief en financieel beheer door de Rijksdienst.
Zij moeten eveneens alle inlichtingen verstrekken die door de Rijksdienst voor studiedoeleinden zouden gevraagd worden.
Zij moeten eveneens alle inlichtingen verstrekken die door de Rijksdienst voor studiedoeleinden zouden gevraagd worden.
Art. 9. Les promoteurs bénéficiaires de subventions en vertu du présent arrêté doivent se soumettre au contrôle de l'Office portant sur leur gestion administrative et financière.
Ils doivent également fournir tous renseignements qui seraient demandés par l'Office dans un but d'études.
Ils doivent également fournir tous renseignements qui seraient demandés par l'Office dans un but d'études.
Art. 10. In geval van wanbeheer door de promotor van het project of wanneer hij de voorwaarden van dit besluit niet naleeft, kan het beheerscomité de subsidie herzien of intrekken.
Het beheerscomité legt in het bijzonder reglement de modaliteiten voor de terugbetaling van de subsidies vast.
Het beheerscomité legt in het bijzonder reglement de modaliteiten voor de terugbetaling van de subsidies vast.
Art. 10. En cas de mauvaise gestion du projet par le promoteur ou de non-respect par celui-ci des conditions du présent arrêté, le comité de gestion peut revoir la subvention ou la retirer.
Le comité de gestion détermine, dans le règlement spécial, les modalités de remboursement des subventions.
Le comité de gestion détermine, dans le règlement spécial, les modalités de remboursement des subventions.
Art. 11. De gezinnen die met toepassing van dit besluit gebruik maken van gesubsidieerde diensten voor kinderopvang zijn onderworpen aan de controle door de Rijksdienst onder dezelfde voorwaarden als die van de gecoördineerde wetten.
Art. 11. Les familles qui, en application du présent arrêté, utilisent les services subventionnés d'accueil pour enfants sont soumises au contrôle de l'Office dans les mêmes conditions qu'elles le sont en vertu des lois coordonnées.
Art. 12. Het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende verkla- ringen te doen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen van elke aard, die geheel of gedeeltelijk ten laste van de Staat zijn, is van toepassing op de verklaringen welke moeten worden gedaan in verband met de in dit besluit bedoelde subsidies.
Art. 12. L'arrêté royal du 31 mai 1933 concernant les déclarations à faire en matière de subventions, indemnités ou allocations de toute nature qui sont, en tout ou en partie, à charge de l'Etat, est applicable aux déclarations à faire en ce qui concerne les subventions prévues par le présent arrêté.
Art. 13. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1994.
Art. 13. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 1994.
Art. 14. Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 8 februari 1995.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
Mevr. M. DE GALAN
Gegeven te Brussel, 8 februari 1995.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
Mevr. M. DE GALAN
Art. 14. Notre Ministre des Affaires sociales est chargée de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 8 février 1995.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre des Affaires sociales,
Mme M. DE GALAN
Donné à Bruxelles, le 8 février 1995.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre des Affaires sociales,
Mme M. DE GALAN