Artikel 1. Artikel 16 van het ministerieel besluit van 24 december 1993 betreffende de regeling van produkten onderworpen aan milieutaks wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Art. 16. Papier en karton bedoeld in artikel 2, 9°, vervaardigd op basis van papierstof dat niet met chloorgas is gebleekt, mogen in het verbruik worden gesteld met betaling van de verminderde milieutaksen."
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
4 JULI 1995. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 24 december 1993 betreffende de regeling van produkten onderworpen aan milieutaks.
Titre
4 JUILLET 1995. - Arrêté ministériel portant modification de l'arrêté ministériel du 24 décembre 1993 relatif au régime des produits soumis à écotaxe.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (3)
Texte (3)
Article 1. L'article 16 de l'arrêté ministériel du 24 décembre 1993 relatif au régime des produits soumis à écotaxe est remplacé par la disposition suivante :
"Art. 16. Les papiers et cartons visés à l'article 2, 9°, produits à base d'une pâte à papier non blanchie au chlore gazeux peuvent être mis à la consommation avec paiement de l'écotaxe réduite.".
"Art. 16. Les papiers et cartons visés à l'article 2, 9°, produits à base d'une pâte à papier non blanchie au chlore gazeux peuvent être mis à la consommation avec paiement de l'écotaxe réduite.".
Art. 2. Artikel 17 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 17. § 1. Iedere belastingplichtige die wenst te genieten van de vermindering bedoeld in artikel 16 moet een aanvraag indienen bij de directeur-generaal.
§ 2. Deze aanvraag moet met de volgende stukken en dokumenten worden gestaafd :
1° een kopie van de erkenningsaanvraag;
2° een dossier met de volgende inlichtingen:
a) het fabricageprocédé van de papierstof;
b) de plaats van produktie alsook de naam, voornamen, handelsnaam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de papierstof vervaardigt.
3° een verbintenis tegenover de Administratie om op elk verzoek van de ambtenaren alle nuttige en nodige inlichtingen mede te delen, om op hun vraag monsters te leveren, om controle van de comptabiliteit toe te laten en om dadelijk te verwittigen bij elke wijziging van de gegevens waarop gesteund werd voor de aflevering van de machtiging.
§ 3. De aanvraag moet eigenhandig worden getekend en gedagtekend door de aanvrager. Wanneer de aanvraag uitgaat van een rechtspersoon, dient de mandataris eveneens zijn handtekening te laten volgen door zijn naam, voornamen en functie.
§ 4. De directeur-generaal verleent een particuliere machtiging die op elk verzoek van de ambtenaren moet worden voorgelegd.
§ 5. Op de aangifte ten verbruik waarop de voorschriften van artikelen 12 tot 15 van toepassing zijn moet worden verwezen naar deze machtiging. "
" Art. 17. § 1. Iedere belastingplichtige die wenst te genieten van de vermindering bedoeld in artikel 16 moet een aanvraag indienen bij de directeur-generaal.
§ 2. Deze aanvraag moet met de volgende stukken en dokumenten worden gestaafd :
1° een kopie van de erkenningsaanvraag;
2° een dossier met de volgende inlichtingen:
a) het fabricageprocédé van de papierstof;
b) de plaats van produktie alsook de naam, voornamen, handelsnaam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de papierstof vervaardigt.
3° een verbintenis tegenover de Administratie om op elk verzoek van de ambtenaren alle nuttige en nodige inlichtingen mede te delen, om op hun vraag monsters te leveren, om controle van de comptabiliteit toe te laten en om dadelijk te verwittigen bij elke wijziging van de gegevens waarop gesteund werd voor de aflevering van de machtiging.
§ 3. De aanvraag moet eigenhandig worden getekend en gedagtekend door de aanvrager. Wanneer de aanvraag uitgaat van een rechtspersoon, dient de mandataris eveneens zijn handtekening te laten volgen door zijn naam, voornamen en functie.
§ 4. De directeur-generaal verleent een particuliere machtiging die op elk verzoek van de ambtenaren moet worden voorgelegd.
§ 5. Op de aangifte ten verbruik waarop de voorschriften van artikelen 12 tot 15 van toepassing zijn moet worden verwezen naar deze machtiging. "
Art. 2. L'article 17 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
"Art. 17. § 1. Tout redevable qui désire bénéficier de la réduction visée à l'article 16 doit introduire une demande auprès du directeur général.
§ 2. Cette demande doit être étayée des pièces et documents suivants :
1° une copie de la demande de reconnaissance;
2° un dossier qui fournit les renseignements suivants :
a) le procédé de fabrication de la pâte à papier;
b) le lieu de production ainsi que les nom, prénoms, raison sociale de la personne physique ou morale qui produit la pâte à papier;
3° un engagement vis-à-vis de l'Administration, de communiquer, à toute réquisition de ses agents, toutes les informations utiles et nécessaires, de fournir, à leur demande, des échantillons, de permettre le contrôle de la comptabilité et d'aviser sur-le-champ de toute modification des données qui ont servi lors de la délivrance de l'autorisation.
§ 3. La demande doit être signée et datée de la main du demandeur. Lorsque la demande émane d'une personne morale, le mandataire doit également mentionner sa fonction, ses nom, prénoms à la suite de sa signature.
§ 4. Le directeur général délivre une autorisation particulière qui doit être exhibée à toute réquisition des agents.
§ 5. Les références à l'autorisation doivent apparaître sur les déclarations de mise à la consommation pour lesquelles les prescriptions des articles 12 à 15 sont applicables.".
"Art. 17. § 1. Tout redevable qui désire bénéficier de la réduction visée à l'article 16 doit introduire une demande auprès du directeur général.
§ 2. Cette demande doit être étayée des pièces et documents suivants :
1° une copie de la demande de reconnaissance;
2° un dossier qui fournit les renseignements suivants :
a) le procédé de fabrication de la pâte à papier;
b) le lieu de production ainsi que les nom, prénoms, raison sociale de la personne physique ou morale qui produit la pâte à papier;
3° un engagement vis-à-vis de l'Administration, de communiquer, à toute réquisition de ses agents, toutes les informations utiles et nécessaires, de fournir, à leur demande, des échantillons, de permettre le contrôle de la comptabilité et d'aviser sur-le-champ de toute modification des données qui ont servi lors de la délivrance de l'autorisation.
§ 3. La demande doit être signée et datée de la main du demandeur. Lorsque la demande émane d'une personne morale, le mandataire doit également mentionner sa fonction, ses nom, prénoms à la suite de sa signature.
§ 4. Le directeur général délivre une autorisation particulière qui doit être exhibée à toute réquisition des agents.
§ 5. Les références à l'autorisation doivent apparaître sur les déclarations de mise à la consommation pour lesquelles les prescriptions des articles 12 à 15 sont applicables.".
Art. 3. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Brussel, 4 juli 1995.
Ph. MAYSTADT
Brussel, 4 juli 1995.
Ph. MAYSTADT
Art. 3. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Bruxelles, le 4 juillet 1995.
Ph. MAYSTADT
Bruxelles, le 4 juillet 1995.
Ph. MAYSTADT