Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
5 AUGUSTUS 1994. - Omzendbrief nr. 394. - Indienstneming van contractuelen om te voldoen aan een uitzonderlijke en tijdelijke personeelsbehoefte in 1995.
Titre
5 AOUT 1994. - Circulaire n° 394. - Engagement de contractuels aux fins de répondre à des besoins exceptionnels et temporaires en personnel en 1995.
Tekst (1)
Texte (1)
Artikel M. Ik moge U erom verzoeken de nodige richtlijnen te geven opdat de besturen en andere diensten van uw ministerie alsmede de instellingen van openbaar nut waarover U het gezag, de controle of het toezicht uitoefent, uiterlijk tegen 20 september 1994 aan de Dienst van Algemeen Bestuur de ontwerpen van koninklijk besluit zouden laten geworden tot toekenning van de machtiging die vereist is bij artikel 4, § 4, van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken, voor de indienstneming van personen met een arbeidsovereenkomst om te voldoen aan een uitzonderlijke en tijdelijke personeelsbehoefte, met inbegrip van de contractuelen die, op grond van artikel 94 van de programmawet van 30 december 1988, een premie genieten toegekend door de Minister van Tewerkstelling en Arbeid.
  Bij de opstelling van de ontwerpen dient rekening te worden gehouden met de beslissingen van de Ministerraad inzake de nieuwe personeelsformaties.
  De ontwerpen van besluit moeten vergezeld gaan van :
  1° Een omstandige nota die het uitzonderlijk en tijdelijk karakter van de personeelsbehoeften aantoont en die de vereiste personeelssterkte, de graad en de gewenste geldigheidsduur rechtvaardigt.
  Indien het om een verlenging gaat van een bestaande machtiging dient een overzicht te worden gegeven van de evolutie van het werkvolume sinds de eerste aanwijzing van contractueel personeel alsmede de effectieve bezetting van het vorig toegewezen contingent.
  Indien het om een tewerkstelling gaat in buitendiensten of gedecentraliseerde diensten dient per standplaats het aantal te bezetten arbeidsposten te worden medegedeeld.
  2° Een nota die de uitgave vaststelt van de gevraagde machtiging. Indien het om de verlenging gaat van een bestaande machtiging dient de budgettaire impact te worden berekend op de reële uitgave en niet op de fictieve beginwedden.
  3° Het omstandig advies van de inspecteur van Financiën, de regeringscommissaris of de afgevaardigde van de Minister van Financiën waarin uitspraak wordt gedaan over de noodzaak van de indienstnemingen en het voorhanden zijn van de budgettaire middelen.
  Indien een machtiging wordt bekomen moet alvorens over te gaan tot indienstnemingen of verlengingen van bestaande overeenkomsten de Dienst Mobiliteit van de Dienst van Algemeen Bestuur worden geraadpleegd teneinde na te gaan of de te begeven posten niet kunnen worden bezet door de beziging van statutair personeel.
  Het ontwerp van besluit dient dan ook een artikel te bevatten dat luidt als volgt : "De arbeidsposten worden bij voorrang bezet door de statutaire ambtenaren die door de Dienst Mobiliteit voor beziging worden ter beschikking gesteld in uitvoering van artikel 17 van het koninklijk besluit van 3 november 1993, houdende uitvoeringsmaatregelen betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten."
  De inspecteur van Financiën, de regeringscommissaris of de afgevaardigde van de Minister van Financiën zullen er nauwlettend op toezien dat dit voorafgaand overleg met de Dienst Mobiliteit heeft plaatsgehad en dat de door deze Dienst genomen beslissingen werden geëerbiedigd, alvorens de arbeidsovereenkomsten te viseren.
  Indien de aanvraag arbeidsposten bevat die mogen worden omgezet in statutaire betrekkingen overeenkomstig de beslissingen genomen inzake de nieuwe personeelsformaties, dan dienen deze in aantal en per graad afzonderlijk in het besluit te worden vermeld.
  Contractuelen die dergelijke betrekkingen bezetten kunnen, indien zij de dienst verlaten, niet door een ander contractueel personeelslid worden vervangen.
  Onverminderd de prioriteitsregel voor de ambtshalve in mobiliteit geplaatste statutaire personeelsleden zullen de indienstnemingen geschieden overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 18 november 1991 tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten. Personen tewerkgesteld in projecten die ten einde lopen, zullen evenwel bij voorrang worden tewerkgesteld in de nieuwe goedgekeurde projecten (punt 3 van de beslissing van de Ministerraad van 24 december 1993).
  Tenslotte vestig ik de aandacht op een recente opmerking van het Rekenhof waarbij wordt gesteld dat de koninklijke besluiten die worden getroffen in uitvoering van artikel 4, § 4, van de wet van 22 juli 1993, houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken, een machtiging tot indienstneming behelzen en dus de indienstneming moeten voorafgaan. Indienstnemingen die worden uitgevoerd zonder dat een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit hiertoe machtiging verleent worden bijgevolg door artikel 6 van bovenvermelde wet gesanctioneerd met de van rechtswege nietigheid.
  Ik dring er derhalve sterk op aan dat de vooropgestelde uiterste datum van 20 september 1994 voor het indienen van de ontwerpen van besluit zou worden geëerbiedigd.
  De Minister van Ambtenarenzaken,
  L. Tobback.
Article M. Je vous prie de bien vouloir donner les directives nécessaires afin que les administrations et autres services de votre ministère ainsi que les organismes d'intérêt public soumis à votre autorité, pouvoir de contrôle ou de tutelle, transmettent pour le 20 septembre 1994 au plus tard au Service d'Administration générale les projets d'arrêté royal octroyant l'autorisation requise par l'article 4, § 4, de la loi du 22 juillet 1993 portant certaines mesures en matière de fonction publique, pour pouvoir procéder à l'engagement de personnes sous le régime de contrat de travail aux fins de répondre à des besoins exceptionnels et temporaires en personnel, y compris les contractuels bénéficiant, sur base de l'article 94 de la loi-programme du 30 décembre 1988, d'une prime octroyée par le Ministre de l'Emploi et du Travail.
  Les projets doivent être rédigés compte tenu des décisions du Conseil des Ministres en matière de nouveaux cadres.
  Doivent accompagner les projets d'arrêté :
  1° une note détaillée faisant ressortir le caractère exceptionnel et temporaire des besoins en personnel et justifiant l'effectif requis, le grade et la durée de validité souhaitée.
  S'il s'agit de proroger une autorisation existante, il convient de donner un apercu de l'évolution du volume de travail depuis la première désignation de personnel contractuel ainsi que l'occupation effective du contingent précédemment attribué.
  Pour une mise au travail dans des services extérieurs ou décentralisés, il faut communiquer par résidence le nombre de postes à occuper.
  2° Une note fixant les dépenses liées à l'autorisation demandée. S'il s'agit de proroger une autorisation existante, il faut calculer l'impact budgétaire en fonction des dépenses réelles et non en fonction des traitements initiaux fictifs.
  3° L'avis détaillé de l'inspecteur des Finances, du commissaire du gouvernement ou du délégué du Ministre des Finances se prononcant sur la nécessité des engagements et la disponibilité des moyens budgétaires.
  En cas d'octroi d'une autorisation, il faut, avant de procéder à des engagements ou des prolongations de contrats existants, consulter le Service Mobilité du Service d'Administration générale afin de vérifier si les postes de travail à conférer ne peuvent être occupés en utilisant du personnel statutaire.
  Le projet d'arrêté doit dès lors comporter un article rédigé comme suit : "Les postes de travail sont prioritairement occupés par des agents statutaires mis à disposition pour utilisation par le Service Mobilité en exécution de l'article 17 de l'arrêté royal du 3 novembre 1993, portant les mesures d'exécution relatives à la mobilité du personnel de certains services publics."
  L'inspecteur des Finances, le commissaire du gouvernement ou le délégué du Ministre des Finances veilleront attentivement à ce que cette concertation préalable avec le Service Mobilité ait eu lieu et à ce que les décisions prises par ce Service aient été respectées avant d'approuver les contrats de travail.
  Si la demande comporte des postes de travail à transformer en emplois statutaires conformément aux décisions prises en matière de nouveaux cadres, ils doivent être mentionnés séparément dans l'arrêté avec leur nombre et par grade.
  Les contractuels qui les occupent ne peuvent être remplacés par d'autres contractuels lorsqu'ils quittent leur service
  Sans préjudice de la règle de priorité pour les agents statutaires mis en mobilité d'office, les engagements se feront conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 18 novembre 1991 fixant les conditions d'engagement par contrat de travail dans certains services publics. Les personnes affectées à des projets qui prennent fin seront affectées par priorité aux nouveaux projets approuvés (point 3 de la décision du Conseil des Ministres du 24 décembre 1993).
  Enfin, j'attire votre attention sur une remarque récente de la Cour des Comptes affirmant que les arrêtés royaux pris en exécution de l'article 4, § 4, de la loi du 22 juillet 1993, portant certaines mesures en matière de fonction publique, constituent une autorisation et qu'ils doivent dès lors précéder l'engagement. Les engagements effectués sans l'autorisation accordée par un arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres sont dès lors sanctionnés par la nullité de plein droit conformément à l'article 6 de la loi précitée.
  C'est pourquoi j'insiste fortement pour que la date limite du 20 septembre 1994 fixée pour l'introduction des projets d'arrêté soit respectée.
  Le Ministre de la Fonction publique,
  L. Tobback.