Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
17 JANUARI 1994. - Decreet tot vaststelling van de werking van de commissies van onderzoek ingericht in de Raad van de Duitstalige Gemeenschap.
Titre
17 JANVIER 1994. - Décret fixant le fonctionnement des commissions d'enquête instituées au sein du Conseil de la Communauté germanophone.
Informations sur le document
Numac: 1994033019
Datum: 1994-01-17
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1994033019
Date: 1994-01-17
Moniteur: Voir
Tekst (14)
Texte (14)
Artikel 1. Volgende bepalingen gelden voor de uitoefening van het recht van onderzoek, toegekend aan de Raad van de Duitstalige Gemeenschap - hierna Raad genoemd - bij artikel 44 van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap.
Article 1. Les dispositions suivantes règlent l'exercice du droit d'enquête que l'article 44 de la loi du 31 décembre 1983 de réformes institutionnelles pour la Communauté germanophone confère au Conseil de la Communauté germanophone, dénommé ci-après le Conseil.
Art. 2. De Raad verricht zelf het onderzoek of stelt daartoe uit zijn midden een commissie aan. De commissie wijst haar voorzitter aan.
Art. 2. Le Conseil exerce ce droit par lui-même ou par une commission formée dans son sein. La commission désigne son président.
Art. 3. De commissie wordt samengesteld en beraadslaagt met inachtneming van de regels die de Raad bepaalt.
  Ieder lid van de Raad heeft het recht om het onderzoek van de commissie bij te wonen.
  De vergaderingen van de commissie van onderzoek zijn niet openbaar, tenzij de commissie anders beslist.
  De leden van de commissie alsmede degene die in welke eigenschap ook de zittingen van de commissie bijwonen of aan het werk van de commissie deelnemen zijn verplicht tot geheimhouding, wat de zittingen met gesloten deuren betreft.
Art. 3. La commission est constituée et elle délibère conformément aux règles établies par le Conseil.
  Elle procède à l'enquête sans préjudice du droit d'y assister réservé à chacun des membres du Conseil.
  La commission d'enquête siège à huis clos, sauf décision contraire de sa part.
  Les membres de la commission ainsi que tous ceux qui, en quelque qualité que ce soit, assistent aux séances de la commission ou participent aux travaux de celle-ci sont tenus de garder le secret, en ce qui concerne les séances à huis clos.
Art. 4. De Raad of de commissie van onderzoek, alsook hun voorzitter hebben de bevoegdheden die het Wetboek van Strafvordering aan de onerzoeksrechter toekent.
  Telkens als de Raad een onderzoek gelast, kan hij die bevoegdheden beperken.
  Die bevoegdheden kunnen niet overgedragen worden, behoudens het recht van de Raad of van zijn commissie om, zo nodig, een ambtelijke opdracht te geven voor wel bepaalde onderzoeksverrichtingen.
  Die opdracht kan niet gegeven worden dan aan een raadsheer in het hof van beroep of een rechter in de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waarin de onderzoeksverrichting moet geschieden.
Art. 4. Les pouvoirs attribués au juge d'instruction, par le Code d'instruction criminelle, appartiennent au Conseil ou à la commission d'enquête ainsi qu'à leur président.
  Toutefois, le Conseil a le droit, chaque fois qu'il ordonne une enquête, de restreindre ces pouvoirs.
  Ces pouvoirs ne peuvent être délégués, sauf le droit du Conseil ou de sa commission de faire, en cas de nécessité, procéder par voie rogatoire, à des devoirs d'instruction spécialement déterminés.
  Cette mission ne peut être confiée qu'à un conseiller de la cour d'appel ou à un juge du tribunal de première instance du ressort dans lequel le devoir d'instruction doit être rempli.
Art. 5. Dagvaardingen worden door de gerechtsdeurwaarder gedaan op verzoek, al naar het geval, van de Voorzitter van de Raad, van de voorzitter der commissie of van de aangestelde magistraat; de termijn is ten minste twee dagen, behalve in spoedeisende gevallen.
Art. 5. Les citations sont faites par le ministère d'huissier de justice à la requête, selon le cas, du Président du Conseil, du président de la commission ou du magistrat commis : le délai sera de deux jours au moins, sauf le cas d'urgence.
Art. 6. De Voorzitter van de Raad of de voorzitter van de commissie handhaaft de orde in de vergadering.
  Te dien einde heeft hij dezelfde bevoegdheden als de voorzitters van de hoven en rechtbanken.
Art. 6. Le Président du Conseil ou le président de la commission a la police de la séance.
  Il l'exerce dans les limites des pouvoirs attribués aux présidents des cours et tribunaux.
Art. 7. Smaad en geweld tegen de leden van de Raad die het onderzoek verrichten of bijwonen, worden gestraft overeenkomstig hetgeen in Boek II, Titel V, Hoofdstuk II, van het Strafwetboek bepaald is betreffende smaad en geweld tegen leden van de Wetgevende Kamers.
Art. 7. Les outrages et les violences envers les membres du Conseil qui procèdent ou assistent à l'enquête sont punis conformément aux dispositions du Chapitre II du Titre V, Livre II, du Code pénal concernant les outrages et les violences envers les membres des Chambres législatives.
Art. 8. Getuigen, tolken en deskundigen hebben tegenover de Raad, de commissie of de aangestelde magistraat gelijke verplichtingen als tegenover de onderzoeksrechter; op de weigering of het verzuim daaraan te voldoen staan dezelfde straffen.
  Bij de eedaflegging wordt hetzelfde formulier gebruikt als voor het Hof van assisen.
Art. 8. Les témoins, les interprètes et les experts sont soumis, devant le Conseil, la commission ou le magistrat commis, aux mêmes obligations que devant le juge d'instruction, et, en cas de refus ou de négligence d'y satisfaire, ils sont passibles des mêmes peines.
  Le serment sera prêté selon la formule usitée devant la Cour d'assises.
Art. 9. Hij die schuldig is aan een valse getuigenis, de tolk en de deskundige die schuldig zijn aan valse verklaringen en hij die schuldig is aan verleiding van getuigen, deskundigen of tolken, worden gestraft met gevangenisstraf van twee maanden tot drie jaar en worden voor een termijn van ten minsten vijf jaar en ten hoogste tien jaar ontzet van het recht om te kiezen en gekozen te worden.
  Heeft de valse getuige, de deskundige of de tolk geld, een beloning of een belofte aangenomen, dan wordt hij bovendien veroordeeld tot geldboete van vijftig tot drieduizend frank.
  Dezelfde straf wordt toegepast op de verleider, onverminderd de andere straffen.
  Valse getuigenis is voltooid, wanneer de getuige zijn getuigenis heeft afgelegd en verklaard heeft daarbij te volharden.
  Wordt de getuige opgeroepen om opnieuw te worden gehoord, dan is het valse getuigenis eerst voltooid met de laatste verklaring van de getuige dat hij bij zijn getuigenis volhardt.
Art. 9. Le coupable de faux témoignage, l'intrerpête et l'expert coupables de fausses déclarations, le coupable de subornation de témoins, d'experts ou d'interprètes seront punis d'un emprisonnement de deux mois à trois ans et privés de l'exercice du droit de vote et d'éligibilité pendant cinq ans au moins et dix ans au plus.
  Lorsque le faux témoin, l'expert ou l'interprète aura reçu de l'argent, une récompense quelconque ou des promesses, il sera condamné de plus à une amende de 50 à 3 000 F.
  La même peine sera appliquée au suborneur, sans préjudice des autres peines.
  Le faux témoignage est consommé lorsque le témoin, ayant fait sa déposition, a déclaré y persister.
  Si le témoin est appelé pour être entendu de nouveau, le témoignage n'est consommé que par la dernière déclaration du témoin qu'il persiste dans sa déposition.
Art. 10. Het proces-verbaal dat het misdrijf vaststelt, wordt gezonden aan de procureur-generaal bij het Hof van beroep van het rechtsgebied waarin het misdrijf is gepleegd, opdat daaraan gevolg wordt gegeven als naar recht.
  Indien er verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, worden de straffen verminderd overeenkomstig het Strafwetboek.
Art. 10. Les procès-verbaux constatant les infractions seront transmis au procureur général près la cour d'appel dans le ressort de laquelle elles auront été commises, pour y être donné telle suite que de droit.
  S'il existe des circonstances atténuantes, les peines seront diminuées conformément au Code pénal.
Art. 11. De vergoedingen verschuldigd aan de personen wier medewerking bij het onderzoek is gevorderd, worden berekend als volgt :
  1° De vergoedingen voor reiskosten worden berekend volgens het tarief bepaald in het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten.
  2. Het presentiegeld wordt berekend volgens het tarief bepaald in het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken.
  3° De niet terugbetaalde loonderving wordt vergoed met een forfaitair bedrag van 1 000 frank per zitting.
Art. 11. Les indemnités dues aux personnes dont le concours a été requis dans l'enquête sont réglées comme suit :
  1° Les indemnités pour frais de parcours sont calculées conformément aux taux fixés par l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours.
  2° Les jetons de présence sont calculés conformément aux taux fixés par l'arrêté royal du 28 décembre 1950 portant règlement général sur les frais de justice en matière répressive.
  3° Toute perte de salaire non remboursée est indemnisée par une somme forfaitaire de 1 000 francs par séance.
Art. 12. De uitgaven voor het onderzoek worden aangerekend op de begroting van de Raad die het onderzoek heeft gelast.
Art. 12. Les dépenses résultant de l'enquête sont imputées sur le budget du Conseil qui l'a ordonnée.
Art. 13. De bevoegdheid van de commissie vervalt door de ontbinding van de Raad die het onderzoek heeft gelast.
  Haar werkzaamheden worden geschorst door de sluiting van de zitting, tenzij de Raad anders beslist.
Art. 13. Les pouvoirs de la commission cessent en cas de dissolution du Conseil qui a ordonné l'enquête.
  Ils sont suspendus par la clôture de la session, à moins que le Conseil n'en décide autrement.
Art. 14. Dit decreet treedt in werking op 1 oktober 1993.
Art. 14. Le présent décret entre en vigueur le 1er octobre 1993.