Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
19 MEI 1994. - Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende ziekenhuisbeleid.
Titre
19 MAI 1994. - Accord de coopération conclu entre l'Etat fédéral, la Région de Bruxelles-Capitale et la Commission communautaire commune relatif à la politique hospitalière.
Informations sur le document
Numac: 1994031224
Datum: 1994-05-19
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1994031224
Date: 1994-05-19
Moniteur: Voir
Tekst (7)
Texte (7)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit samenwerkingsakkoord verstaat men onder :
  1° de ordonnantie : de ordonnantie van 8 april 1993 van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdende oprichting van het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds voor de gemeentelijke thesaurieën;
  2° het Fonds : het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds voor de gemeentelijke thesauriën;
  3° de Regering : het Brusselse Hoofdstedelijke Regering;
  4° het Verenigd College : het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
  5° de Federale Minister : de Ministers respectievelijk bevoegd voor sociale zaken en volksgezondheid;
  6° de gemeenten : in hun hoedanigheid van inrichtende macht, de gemeenten waarvan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn alleen of binnen een vereniging opgericht in toepassing van de organieke wet van 8 juli 1976 minstens één ziekenhuis beheert;
  7° de ziekenhuizen : de ziekenhuizen zoals bepaald in artikelen 2 en 3 van het koninklijk besluit houdende coördinatie van de wet op de ziekenhuizen van 7 augustus 1987, uitgezonderd de ziekenhuizen die uitsluitend over gespecialiseerde behandelings- en functionele readaptatiediensten (index Sp) beschikken, de rust- en verzorgingstehuizen en de chronische diensten;
  8° vereniging : een vereniging zoals bedoeld in hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Article 1. Au sens du présent accord de coopération, on entend par :
  1° ordonnance : l'ordonnance de la Région de Bruxelles-Capitale du 8 avril 1993 portant création du Fonds régional bruxellois de Refinancement des trésoreries communales;
  2° Fonds : le Fonds régional bruxellois de Refinancement des trésoreries communales;
  3° Gouvernement : le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale;
  4° Collège réuni : le Collège réuni de la Commission communautaire commune;
  5° Ministre fédéral : les Ministres qui ont les affaires sociales et la santé publique dans leurs attributions respectives;
  6° communes : les communes dont le centre public d'aide sociale gère seul ou dans le cadre d'une association créée en application de la loi organique du 8 juillet 1976, au moins une entité hospitalière, en leur qualité de pouvoir organisateur;
  7° entités hospitalières : les hôpitaux au sens des articles 2 et 3 de la loi sur les hôpitaux coordonnées le 7 août 1987, à l'exclusion des hôpitaux qui disposent uniquement des services spécialisés pour le traitement et la réadaptation fonctionnelle (indice Sp) et des maisons de repos et de soins;
  8° association : une association visée au chapitre XII de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'aide sociale.
Art. 2. Het Fonds kent een lening toe aan de gemeenten die onderling een herstructureringspact sluiten met het oog op de coördinatie en rationalisatie van het ziekenhuisbeleid.
  Dit herstructureringspact moet aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1° waarborgen bieden voor het behoud van, enerzijds, de specifieke kenmerken van de openbare ziekenhuizen, onder meer door een rechtsvorm en coördinatiestructuur te kiezen waardoor een overwicht van de openbare sector in de beheersorganen en de beslissingsprocedures verzekerd blijft en van, anderzijds, de plaatselijke verankering door de opname van meer rechtstreeks verkozenen in de beheersorganen;
  2° gesloten worden tussen minstens vier gemeenten;
  3° betrekking hebben op alle ziekenhuizen die worden beheerd door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of een vereniging van openbare centra voor maatschappelijk welzijn, afhangend van de gemeenten die de overeenkomst sluiten;
  4° de coördinatie en de optimale werking waarborgen van alle aspecten van het ziekenhuisbeleid van de betrokken gemeenten, openbare centra voor maatschappelijk welzijn en betrokken verenigingen en, inzonderheid, de coördinatie en rationalisatie waarborgen op het vlak van activiteiten, infrastructuur, uitrusting en personeelsbeleid;
  5° maatregelen inhouden die een fundamentele en blijvende oplossing kunnen bieden voor het wegwerken van de tekorten van de bij de overeenkomst betrokken ziekenhuizen;
  6° statutaire maatregelen bevatten tot organisatie van een eigen rechtspersoonlijkheid voor elk ziekenhuis in de vorm zoals bepaald in hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  7° voorzien in de oprichting van een coördinerende koepelstructuur en de statutaire bepalingen vaststellen tot organisatie van haar eigen rechtspersoonlijkheid in de vorm zoals bepaald in hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  8° in bijlage vergezeld gaan van een financieel vijfjarenplan, overeenkomstig artikel 7, § 1, van de ordonnantie, waarin per jaar een evaluatie wordt opgenomen van de weerslag van de maatregelen voorzien door het pact, zoals bepaald in punt 4° van deze alinéa;
  9° een responsabilisering organiseren van alle betrokkenen met inzonderheid het duidelijk vaststellen van de rechten en plichten van de privé-partners;
  10° in de beheerraad van elke van de plaatselijke structuren een minimale nederlandstalige en franstalige vertegenwoordiging waarborgen door een bepaling naar analogie met artikel 6, § 4, van de wet van 8 juli 1976;
  11° in de beheers- en bestuursorganen van de koepelstructuur een minimale nederlandstalige en franstalige vertegenwoordiging waarborgen, bepaald als volgt :
  . in de organen waarin de universiteiten zijn vertegenwoordigd : een minimale vertegenwoordiging van twee leden op tien;
  . in de organen waarin de universiteiten niet zijn vertegenwoordigd : een minimale vertegenwoordiging van drie leden op veertien;
  12° in toezichtsmechanismen voorzien via 3 commissarissen :
  . 2 commissarissen van een verschillende taalrol en beschikkend over een opschortend vetorecht, bevoegd voor materies onderworpen aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
  . 1 commissaris en beschikkend over een opschortend vetorecht bevoegd voor begrotingsmateries met betrekking tot het financieel plan.
Art. 2. Le Fonds accorde un prêt aux communes qui concluent entre elles un pacte de restructuration portant coordination et rationalisation de la politique en matière hospitalière.
  Ce pacte de restructuration doit satisfaire aux conditions suivantes :
  1° présenter des garanties quant au maintien, d'une part de la spécificité des hôpitaux publics, entre autres par le choix des structures juridiques et de coordination qui assurant une prépondérance du secteur public dans les organes de gestion et les procedures de décision et, d'autre part, de l'ancrage local, par un renforcement de la représentation des élus directs dans la composition des organes de gestion;
  2° être conclu entre au moins quatre communes;
  3° s'appliquer à l'ensemble des entités hospitalières gérées par le centre public d'aide sociale ou une association de centres publics d'aide sociale dépendant des communes parties à la convention;
  4° assurer une coordination et une optimalisation de l'ensemble des aspects de la politique hospitalière des communes, centres publics d'aide sociale et associations concernés et notamment, assurer une coordination et une rationalisation en matière d'activités, d'infrastructure, d'équipement et de personnel;
  5° contenir les mesures propres à assurer une résorption fondamentale et durable du déficit des entités hospitalières concernées par la convention;
  6° contenir les dispositifs statutaires organisant la personnalité juridique propre pour chaque entité hospitalière, sous la forme prévue au chapitre XII de la loi organique des centres publics d'aide sociale du 8 juillet 1976;
  7° prévoir la mise en place d'une structure faîtière de coordination et en contenir les dispositifs statutaires organisant sa personnalité juridique propre, sous la forme prévue au chapitre XII de la loi organique des centres publics d'aide sociale du 8 juillet 1976;
  8° contenir, en annexe, un plan financier pluriannuel sur cinq ans, conformément à l'article 7, § 1er, de l'ordonnance, évaluant, par année, l'impact des mesures contenues dans le pacte au regard de la condition visée au point 4° du présent alinéa;
  9° organiser une responsabilisation de tous les acteurs et en particulier une définition claire des droits et obligations des partenaires privés;
  10° garantir dans les structures locales, une représentation francophone et néerlandophone minimale dans chaque conseil d'administration, par un dispositif analogue à l'article 6, § 4, de la loi du 8 juillet 1976;
  11° dans les organes de gestion et d'administration de la structure faîtière, garantir une représentation francophone et néerlandophone minimale de manière suivante :
  . dans les organes où les universités sont représentées : une représentation minimale de deux membres sur dix;
  . dans les organes où les universités ne sont pas représentées : une représentation minimale de trois membres sur quatorze;
  12° prévoir les mécanismes d'exercice de la tutelle par 3 commissaires :
  . 2 commissaires de rôle linguistique différent, disposant d'un droit de veto suspensif, compétents dans les matières relevant de la Commission communautaire commune;
  . 1 commissaire disposant d'un droit de veto suspensif, compétent dans les matières budgétaires relevant du plan financier.
Art. 3. Het pact, zoals bedoeld in artikel 2 van dit akkoord, wordt gesloten tussen de verschillende betrokken gemeenten.
  Indien een door het pact bedoeld ziekenhuis beheerd wordt door een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of door een vereniging, dan kan dat pact enkel aangenomen worden na eensluidend advies van de raad voor maatschappelijk welzijn van dit O.C.M.W. of van de algemene vergadering van de vereniging. In dergelijk geval is ook het O.C.M.W. of de vereniging partij bij het pact.
  Het pact wordt, in naleving van de wettelijke en verordenende bepalingen die van toepassing zijn, voorgelegd aan de medische raden van de betrokken ziekenhuizen en aan de representatieve vakorganisaties.
Art. 3. Le pacte visé à l'article 2 du présent accord est conclu entre les différentes communes concernées.
  Si un centre public d'aide sociale ou une association gère une entité hospitalière visée par le pacte, celui-ci ne peut être adopté que de l'avis conforme du conseil de l'aide sociale de ce centre ou de l'assemblée générale de cette association. Dans ce cas, le centre ou l'association est également partie au pacte.
  Le pacte est soumis, dans le respect des dispositions légales et réglementaires applicables, aux conseils médicaux des entités hospitalières concernées et aux organisations syndicales représentatives.
Art. 4. § 1. Er wordt een Erkenningscommissie opgericht, samengesteld uit afgevaardigden van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Elk lid van de Regering en van het Verenigd College duidt zijn afgevaardigde aan. Bovendien worden twee leden afgevaardigd door de Federale Minister en één lid door het Fonds.
  § 2. Voorafgaand aan de goedkeuring van het herstructureringspact dienen de gemeenten die een beroep wensen te doen op de tussenkomst van het Fonds een aanvraag in bij de Commissie, bij de Regering en bij het Verenigd College en dit vóór 30 juni 1994.
  Bij deze aanvraag voegen ze de beraadslaging van de gemeenteraad en van de raad voor maatschappelijk welzijn (of van de algemene vergadering van de vereniging ingeval het gaat om een vereniging van ziekenhuizen) waarin de basisbeginselen staan vermeld die men in het raam van het pact wil toepassen. Op basis hiervan verzoeken zij om het akkoord over de ontvankelijkheid van hun aanvraag.
  § 3. De Erkenningscommissie heeft tot taak een advies uit te brengen aan de Federale Ministers, aan de Regering en aan het Verenigd College, over de eerbiediging door de gemeenten van de voorwaarden opgelegd in de artikelen 2 en 3 :
  - enerzijds, overeenkomstig § 4, wat betreft het akkoord over de ontvankelijkheid van de aanvraag, binnen de dertig dagen na de ontvangstdatum;
  - anderzijds, overeenkomstig § 5, wat betreft de vaste financieringstoezegging, binnen een termijn van zestig dagen na de ontvangstdatum.
  In het raam van de aanvraag tot vaste financieringstoezegging, gaat de Commissie meer bepaald na of het pact maatregelen bevat die een fundamentele en blijvende aanzuivering verzekert van de tekorten van de betrokken ziekenhuizen. Indien ze oordeelt dat aan de voorwaarden werd voldaan, stelt ze de erkenning van het pact voor aan de Federale Ministers, de Regering en het Verenigd College, elk voor het deel dat tot hun bevoegdheid behoort.
  De Commissie stelt haar huishoudelijk reglement vast. Voor de vervulling van haar opdracht wordt ze bijgestaan door het personeel van het Fonds.
  Zij mag zich omringen met deskundigen waarvan de kost gedragen wordt door het Fonds.
  § 4. De Regering en het Verenigd College doen uitspraak over de vragen over de ontvankelijkheid door de gemeenten aan hen gericht binnen de vijftig dagen na de ontvangstdatum. Bij hun beraadslaging voegen ze het advies van de Commissie.
  Bij ontstentenis van enig advies van de Commissie binnen de in § 3 vastgestelde termijn doen de Regering en het Verenigd College ambtshalve uitspraak.
  In geval van eensluidendheid geven zij een akkoord over de ontvankelijkheid af.
  § 5. De gemeenten die een akkoord over de ontvankelijkheid van hun aanvraag hebben gekregen, dienen vóór 30 juni 1995 de door hun bevoegde organen goedgekeurde vraag tot vaste financieringstoezegging in, houdende uitvoering van de beraadslagingen waarvoor een akkoord over de ontvankelijkheid werd gegeven.
  Bij hun aanvraag voegen ze het door hen gesloten herstructureringspact, het financieel plan bedoeld in artikel 2 van deze overeenkomst, het advies van de medische raden en de vakorganisaties en, in voorkomend geval, kopie van het eensluidend advies van de raad voor maatschappelijk welzijn of van de algemene vergadering van de vereniging bedoeld in lid 2 van artikel 3 van deze overeenkomst, alsook van alle stukken met betrekking tot de technische, juridische, administratieve en financiële aspecten van het pact.
  § 6. De Regering en het Verenigd College doen uitspraak over de vraag tot vaste financieringstoezegging en de Federale Ministers doen binnen de negentig dagen, ingaand op de datum waarop de vraag van de gemeenten wordt ontvangen, uitspraak over het financieel plan bedoeld in artikel 2, 8°. Zij voegen bij hun beraadslaging het advies van de Commissie.
  Bij ontstentenis van enig advies van de Commissie binnen de in § 3 vastgestelde termijn doen de Regering en het Verenigd College ambtshalve uitspraak.
  Als het herstructureringspact door alle partijen erkend wordt, leveren de Regering en het Verenigd College een vaste financieringstoezegging af.
  § 7. In dit geval sluit het Fonds een saneringsovereenkomst met de betrokken gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de betrokken verenigingen.
  Deze saneringsovereenkomst bepaalt nader de precieze regeling voor de tussenkomst van het Fonds. Ze vermeldt volledig het financieel plan bepaald in artikel 2, 8°, alsook de saneringsmaatregelen.
  Bovendien bepaalt de overeenkomst inzonderheid dat :
  1° de bedragen toegekend door het Fonds exclusief bestemd zijn voor het verzekeren van de goede uitvoering van het herstructureringspact bedoeld in artikel 2 van deze overeenkomst;
  2° de betrokken gemeenten, ten laatste op 31 maart van elk jaar, een financieel verslag over de resultaten van de uitvoering van de saneringsovereenkomst tijdens het vorige dienstjaar zullen overmaken aan het Fonds;
  3° de betrokken gemeenten om de vijf jaar en ten laatste op 31 december en een eerste maal op 31 december 1995, een vijfjarenplan voor de programmatie van de uitvoering van het herstructureringspact zullen overmaken aan het Fonds;
  4° de bedragen toegekend door het Fonds, naargelang het geval, onmiddellijk opgeschort of gewijzigd of de annuïteiten gevorderd zullen worden overeenkomstig de artikelen 4 en 7, § 3, van de ordonnantie, telkens als de gemeenten de saneringsovereenkomst en meer bepaald het financieel plan bedoeld in artikel 2, 8°, van deze overeenkomst niet naleven;
  5° een gewestelijk inspecteur zal toegewezen worden aan de juridische coördinatiestructuur.
  § 8. De saneringsovereenkomst wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de Regering en het Verenigd College.
  § 9. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 92bis, § 5, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en van de wet van 23 januari 1989 op het rechtscollege, wordt elk geschil tussen de Federale Staat en de andere partijen van dit akkoord, ontstaan door de interpretatie of de uitvoering ervan, door een rechtscollege beslecht.
  In afwijking op de artikelen 92bis, § 5, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 en 2 van de wet van 23 januari 1989 is dit rechtscollege, afgezien van de voorzitter, die wordt aangeduid overeenkomstig de voornoemde bepalingen, samengesteld uit een lid aangeduid door de Federale Ministers en een lid gezamenlijk aangeduid door de Regering en het Verenigd College.
Art. 4. § 1. Il est créé une Commission d'agrément, composée de délégués désignés par le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale et par le Collège réuni de la Commission communautaire commune. Chaque membre du Gouvernement et du Collège réuni désigne son représentant. En outre, deux membres sont désignés par le Ministre fédéral et un membre est désigné par le Fonds.
  § 2. Préalablement à l'adoption du pacte de restructuration, les communes qui souhaitent bénéficier de l'intervention du Fonds en font la demande à la Commission, au Gouvernement et au Collège réuni avant le 30 juin 1994.
  Elles annexent à leur demande une délibération du conseil communal et du conseil de l'aide sociale (ou le conseil d'administration dans le cas d'une association hospitalière) reprenant les principes généraux qu'elles envisagent d'adopter dans le cadre du pacte. Elles sollicitent sur cette base un accord de recevabilité de leur demande.
  § 3. La Commission d'agrément a pour mission de rendre un avis, à l'attention du Ministre fédéral, du Gouvernement et du Collège réuni, sur le respect par les communes des conditions prévues par les articles 2 et 3 :
  - d'une part, sur l'accord de recevabilité de la demande, conformément au § 4 dans un délai de trente jours à dater de la réception;
  - d'autre part, sur la promesse ferme de financement, conformément au § 5 dans un délai de soixante jours à dater de la réception.
  Dans le cadre de la demande de promesse ferme de financement, la Commission vérifie, notamment, si le pacte contient les mesures propres à assurer une résorption fondamentale et durable des déficits des entités hospitalières concernées. Si elle juge que les conditions sont respectées, elle propose l'agrément du pacte au Ministre fédéral, au Gouvernement et au Collège réuni, pour les parties qui relèvent de leurs compétences respectives.
  La Commission fixe son règlement d'ordre intérieur. Elle est assistée, dans l'accomplissement de sa mission, par le personnel du Fonds.
  Elle peut s'entourer d'experts dont la charge est supportée par le Fonds.
  § 4. Le Gouvernement et le Collège réuni statuent sur les demandes de recevabilité, qui leur ont été adressées par les communes dans les cinquante jours de leur réception. Ils joignent à leur délibération d'avis rendu par la Commission.
  A défaut d'avis rendu par la Commission dans les délais prévus au § 3, le Gouvernement et le Collège réuni statuent d'office.
  En cas de conformité, ils délivrent un accord de recevabilité.
  § 5. Les communes qui ont obtenu un accord de recevabilité de leur demande, introduisent avant le 30 juin 1995 la demande de promesse ferme de financement, approuvée par leurs organes compétents et portant exécution des délibérations ayant fait l'objet d'un accord de recevabilité.
  Elles annexent à leur demande le pacte de restructuration qu'elles ont conclu, le plan financier visé à l'article 2 du présent accord, les avis des conseils médicaux et des organisations syndicales, et le cas échéant, la copie de l'avis conforme du conseil de l'aide sociale ou de l'assemblée générale de l'association visé à l'alinéa 2 de l'article 3 du présent accord ainsi que toutes pièces relatives aux aspects techniques, juridiques, administratifs et financiers du pacte.
  § 6. Le Gouvernement et le Collège réuni statuent sur la demande de promesse ferme de financement et le Ministre fédéral statue sur le plan financier prévu à l'article 2, 8° dans les nonante jours, à dater de la réception de la demande des communes. Ils joignent à leur délibération l'avis rendu par la Commission.
  A défaut d'avis rendu par la Commission dans le délai prévu au § 3, le Gouvernement et le Collège réuni statuent d'office.
  En cas d'agrément du pacte de restructuration par l'ensemble des parties, une promesse ferme de financement est délivrée par le Gouvernement et le Collège réuni.
  § 7. Dans ce cas, le Fonds conclut une convention d'assainissement avec les communes, centres publics d'aide sociale et associations concernés.
  Cette convention d'assainissement détermine les modalités exactes d'intervention du Fonds. Elle reprend de manière exhaustive le plan financier prévu à l'article 2, 8° et les mesures d'assainissement.
  En outre, elle prévoit notamment :
  1° que les montants alloués par le Fonds sont exclusivement destinés à assurer la bonne exécution du pacte de restructuration visé à l'article 2 du présent accord;
  2° que, pour le 31 mars de chaque année au plus tard, les communes concernées remettront au Fonds un rapport financier, pour l'exercice antérieur, sur les résultats de l'exécution de la convention d'assainissement;
  3° que, tous les cinq ans, le 31 décembre au plus tard et pour la première fois le 31 déembre 1995, les communes concernées remettront au Fonds un plan quinquennal de programmation relatif à l'exécution du pacte de restructuration;
  4° que les montants alloués par le Fonds seront immédiatement suspendus ou modifiés ou les annuités réclamées, selon le cas, conformément aux articles 4 et 7, § 3 de l'ordonnance, en cas de non-respect par les communes de la convention d'assainissement et en particulier du plan financier visé à l'article 2, 8° du présent accord;
  5° qu'un inspecteur régional sera affecté auprès de la structure juridique de coordination.
  § 8. La convention d'assainissement est soumise à l'approbation du Gouvernement et du Collège réuni.
  § 9. Conformément aux dispositions de l'article 92bis, § 5, de la loi spéciale de réformes institutionnelles du 8 août 1980 et de la loi du 23 janvier 1989 relative à la juridiction de coopération, tout différend entre l'Etat fédéral et les autres parties au présent accord, né de l'interprétation ou de l'exécution de celui-ci, est tranché par une juridiction de coopération.
  Par dérogation aux articles 92bis, § 5 de la loi spéciale du 8 août 1980 et 2 de la loi du 23 janvier 1989, outre son président désigné conformément aux dispositions précitées, cette juridiction est composée d'un membre désigné par les Ministres fédéraux et d'un membre désigné conjointement par le Gouvernement et le Collège réuni.
Art. 5. De coördinerende koepelstructuur, in de zin van artikel 2, 1°, 4° en 7°, zal kunnen genieten van een specifieke financiering, onder de voorwaarden met betrekking tot de goedkeuring en de financiering van de coördinatiestructuren voor de Brusselse ziekenhuizen, vastgesteld door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
Art. 5. La structure faîtière de coordination, au sens de l'article 2, 1°, 4° et 7° bénéficiera du financement spécifique, organisé selon les modalités relatives à l'agrément et au financement des structures de coordination hospitalière bruxelloise, fixée par la Commission communautaire commune.
Art. 6. Om de doelstellingen en termijnen in dit akkoord te verwezenlijken, zal de Federale Staat de maatregelen nemen, noodzakelijk om snel de prijs van een dag hospitalisatie vast te stellen.
Art. 6. En vue de la réalisation des objectifs et des échéances du présent accord, l'Etat fédéral prendra les mesures nécessaires à la fixation rapide du prix de journée d'hospitalisation.
Art. 7. Dit akkoord treedt in werking de dag waarop het verschijnt in het Belgisch Staatsblad.
  Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
  De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Ruimtelijke Ordening, Ondergeschikte besturen en Tewerkstelling.
Art. 7. Le présent accord entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
  Pour le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale :
  Le Ministre-Président du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé de l'Aménagement du Territoire, des Pouvoirs locaux et de l'Emploi.