Art. 36quater. <INGEVOEGD bij DFG 2003-07-17/44, art. 10; Inwerkingtreding : 01-09-2003> § 1. Het prioritaire tijdelijke personeelslid,
[2 slachtoffer van een gewelddaad of pesterijen]2, kan onder de voorwaarden bedoeld in onderafdeling één, om een aanstelling in een andere instelling van dezelfde inrichtende macht verzoeken.
Het verzoek om een nieuwe aanstelling wordt alleen in overweging genomen als de oorspronkelijke aanstelling geen einde neemt voor een termijn van
[1 dertig dagen]1 na het indienen van het verzoek is verstreken.
De duur van de nieuwe aanstelling bedoeld in onderhavig artikel mag niet korter zijn dan de resterende duur van de oorspronkelijke, nog lopende aanstelling, behoudens wanneer het betrokken personeelslid ermee instemt. Een aanstelling met een kortere duur dan die van de oorspronkelijke, nog lopende aanstelling kan niettemin aan het
[2 slachtoffer van een gewelddaad of pesterijen]2 worden opgelegd op voorwaarde dat deze betrekking beschikbaar is voor een termijn van ten minste vijftien weken en dat het personeelslid aan wie deze aanstelling wordt opgelegd, geen enkel recht verliest voor de periode die het verschil uitmaakt tussen deze aanstelling en de duur van de oorspronkelijke aanstelling.
§ 2. De inrichtende macht stelt het personeelslid bedoeld in § 1 aan
a) in iedere beschikbare betrekking van hetzelfde ambt die niet door een ander personeelslid wordt bekleed met inachtneming van de statutaire bepalingen
of
b) in iedere betrekking van hetzelfde ambt, bekleed door een personeelslid dat bereid is om met het personeelslid,
[2 slachtoffer van een gewelddaad of pesterijen]2, van post te ruilen.
Littera b) van onderhavige paragraaf geldt niet voor de aanstellingen die voor 15 mei van het lopende schooljaar plaatsvinden.
§ 3. Als aan het prioritaire tijdelijke personeelslid bedoeld in onderhavige onderafdeling geen nieuwe aanstelling kan worden aangeboden overeenkomstig § 2, stelt de inrichtende macht het aan in een betrekking van hetzelfde ambt die reeds wordt bekleed door
1° een niet-prioritair tijdelijk personeelslid aan wie zij oplegt om van post te ruilen;
2° bij ontstentenis, een prioritair tijdelijk personeelslid, in de omgekeerde volgorde van rangschikking, aan wie zij oplegt om van post te ruilen.
Voorgaand lid geldt niet voor de aanstellingen die voor 15 mei van het lopende schooljaar plaatsvinden.
§ 4. Als het personeelslid niet in een andere betrekking van hetzelfde ambt is aangesteld overeenkomstig § 2 en § 3 en het door een andere inrichtende macht in een betrekking van hetzelfde ambt is aangesteld, worden de diensten die hij voor deze nieuwe inrichtende macht presteert, in aanmerking genomen bij de berekening van de dienstanciënniteit bij de oorspronkelijke inrichtende macht, ten belope van het aantal dagen die in het kader van de oorspronkelijke aanstelling nog dienden te worden gepresteerd.
§ 5. Tijdens de periode van bezoldigd verlof waarvan het personeelslid bedoeld in onderhavig artikel dat
[3 ten gevolge van de gewelddaad of van pesterijen]3 arbeidsonbekwaam werd bevonden, geniet, wordt dit personeelslid geacht om effectief in dienst te zijn. Met betrekking tot de dienstanciënniteit wordt deze evenwel beperkt tot de duur van de oorspronkelijke aanstelling.
§ 6. Tijdens het schooljaar volgend op het jaar tijdens hetwelk het personeelslid in de omstandigheden verkeerde om van de voorrang bedoeld in onderhavig artikel te genieten, kan het prioritair tijdelijk personeelslid niet opnieuw worden aangesteld in de inrichting waar het het
[4 slachtoffer van de gewelddaad of van pesterijen]4 was, behoudens wanneer het daar om verzoekt en op voorwaarde dat het door de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, bedoeld in het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk, onbekwaam werd bevonden om zijn ambt in de inrichting waar het het
[2 slachtoffer van een gewelddaad of pesterijen]2 was, verder uit te oefenen.