Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit dient men te verstaan onder :
1° decreet : het decreet van de Raad van de Franse Gemeenschap d.d. 16 april 1991 houdende organisatie van het [2 Volwassenenonderwijs]2;
2° [1 afdeling : een behoorlijk goedgekeurde opleidingsafdeling of één of meerdere behoorlijk goedgekeurde opleidingseenheden van het [2 Volwassenenonderwijs]2 van stelsel 1;]1
3° overeenkomsten : de in artikel 114 van het decreet bedoelde overeenkomsten;
4° partner : een andere inrichting voor [2 Volwassenenonderwijs]2 of een onderwijsinrichting met volledig leerplan, een centrum voor alternerende opvoeding en opleiding, een instelling, een bedrijf of een vereniging die een overeenkomst sluit met een onderwijsinrichting voor sociale promotie;
5° inrichting : een inrichting voor [2 Volwassenenonderwijs]2;
6° lesurendotatie : de in artikel 91 van voormeld decreet bedoelde schooldotatie;
7° aanvullende lestijden : lestijden/leraar die in het raam van de organisatie van een afdeling worden gefinancierd door een andere procedure dan de lesurendotatie;
8° aanvullende middelen : elke financiële of materiële aanbreng buiten de aanvullende lestijden, toegekend aan een inrichting door een partner in het raam van een overeenkomst;
9° inrichting van een specifieke groep : inrichting van een afdeling of van een uitsplitsing ervan, alleen ten gunste van personen die door een partner betaald worden;
10° inrichting van een gemengde groep : inschakeling van personen die door een partner betaald worden, in een niet uitsluitend voor die personen bestemde groep;
11° lessen : elke onderwijswerkzaamheid.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
24 JUNI 1994. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 24 juni 1994 tot vaststelling van de algemene voorwaarden krachtens welke de inrichtende machten van Volwassenenonderwijs overeenkomsten mogen sluiten met andere onderwijsinrichtingen, instellingen, bedrijven, personen of verenigingen en de door bedoelde overeenkomsten te hunner beschikking gestelde specifieke middelen mogen gebruiken. (Opschrift vervangen door BFG2025-07-18/42, art. 68, 005; Inwerkingtreding : 25-08-2025)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-11-1998 en tekstbijwerking tot 18-08-2025)
Titre
24 JUIN 1994. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 24 juin 1994 fixant les conditions générales selon lesquelles les pouvoirs organisateurs de l'Enseignement pour Adultes peuvent conclure des conventions avec d'autres établissements d'enseignement, des organismes, des institutions, des entreprises, des personnes ou des associations et utiliser les moyens spécifiques mis à leur disposition par lesdites conventions. (Intitulé remplacé par ACF2025-07-18/42, art. 68, 005; En vigueur : 25-08-2025)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 04-11-1998 et mise à jour au 18-08-2025)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (13)
Texte (13)
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il y a lieu d'entendre par :
1° le décret : le décret du Conseil de la Communauté française du 16 avril 1991 organisant l'[2 Enseignement pour Adultes]2;
2° section : [1 ...]1 une section ou une unité [1 ou plusieurs unités]1 de formation de l'[2 Enseignement pour Adultes]2 de régime 1, dûment approuvée;
3° conventions : les conventions visées à l'article 114 du décret;
4° partenaire : un autre établissement d'[2 Enseignement pour Adultes]2 ou un établissement d'enseignement de plein exercice, un centre d'éducation et de formation en alternance, un organisme, une institution, une entreprise, une personne ou une association qui conclut une convention avec un établissement d'enseignement de promotion sociale;
5° établissement : un établissement d'[2 Enseignement pour Adultes]2;
6° dotation de périodes : la dotation/école visée à l'article 91 du décret précité;
7° périodes complémentaires : périodes-professeurs qui, dans le cadre de l'organisation d'une section, sont financées par une procédure autre que la dotation de périodes;
8° moyens complémentaires : tout apport financier ou matériel, autre que des périodes complémentaires, alloué à un établissement par un partenaire dans le cadre d'une convention;
9° organisation d'un groupe spécifique : organisation d'une section ou d'un dédoublement de section au seul bénéfice de personnes émargeant d'un partenaire;
10° organisation d'un groupe mixte : insertion de personnes émargeant d'un partenaire dans un groupe non exclusivement réservé à ces personnes;
11° cours : toute activité d'enseignement.
1° le décret : le décret du Conseil de la Communauté française du 16 avril 1991 organisant l'[2 Enseignement pour Adultes]2;
2° section : [1 ...]1 une section ou une unité [1 ou plusieurs unités]1 de formation de l'[2 Enseignement pour Adultes]2 de régime 1, dûment approuvée;
3° conventions : les conventions visées à l'article 114 du décret;
4° partenaire : un autre établissement d'[2 Enseignement pour Adultes]2 ou un établissement d'enseignement de plein exercice, un centre d'éducation et de formation en alternance, un organisme, une institution, une entreprise, une personne ou une association qui conclut une convention avec un établissement d'enseignement de promotion sociale;
5° établissement : un établissement d'[2 Enseignement pour Adultes]2;
6° dotation de périodes : la dotation/école visée à l'article 91 du décret précité;
7° périodes complémentaires : périodes-professeurs qui, dans le cadre de l'organisation d'une section, sont financées par une procédure autre que la dotation de périodes;
8° moyens complémentaires : tout apport financier ou matériel, autre que des périodes complémentaires, alloué à un établissement par un partenaire dans le cadre d'une convention;
9° organisation d'un groupe spécifique : organisation d'une section ou d'un dédoublement de section au seul bénéfice de personnes émargeant d'un partenaire;
10° organisation d'un groupe mixte : insertion de personnes émargeant d'un partenaire dans un groupe non exclusivement réservé à ces personnes;
11° cours : toute activité d'enseignement.
Art. 2. De bepalingen van dit besluit zijn enkel van toepassing op de overeenkomsten die worden gesloten met het oog op de inrichting van specifieke of gemengde groepen. Ze worden niet toegepast op de samenwerkingsovereenkomsten bepaald bij artikel 5 van het decreet d.d. 3 juli 1991 houdende organisatie van het secundair onderwijs met beperkt leerplan.
Art. 2. Les dispositions du présent arrêté s'appliquent uniquement aux conventions conclues en vue de l'organisation de groupes spécifiques ou mixtes. Elles ne s'appliquent pas aux conventions de coopération prévues par l'article 5 du décret du 3 juillet 1991 organisant l'enseignement secondaire à horaire réduit.
Art. 3. De totaliteit van de lestijden die veriest zijn voor de organisatie van een afdeling waarvoor een overeenkomst werd gesloten bestaat ofwel :
1° uit lestijden getrokken uit de lestijdendotatie;
2° voor de helft uit lestijden getrokken uit de lestijdendotatie en voor de andere helft uit bijkomende lestijden;
3° uit bijkomende lestijden.
In afwijking van vorig lid kan er in de overeenkomsten die rechtstreeks gesloten zijn tussen de Regering van de Franse Gemeenschap en een partner erin voorzien worden dat de totaliteit van de lestijden die nodig zijn voor de organisatie van een afdeling uit bijkomende lestijden bestaat en uit lestijden getrokken uit de lestijdendotatie volgens een andere verdeling dan deze die bij lid 1 voorzien zijn.
In dat geval wordt er in de tekst van de overeenkomst nader bepaald dat dezelfde voorwaarden toepasselijk zijn op elke schoolinrichting voor sociale promotie georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap die in het kader van deze overeenkomst haar medewerking verleent.
[1 Daartoe zendt de Minister tot wiens bevoegdheid het [2 Volwassenenonderwijs]2 behoort een origineel exemplaar van bedoelde overeenkomst aan het bestuur, aan de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen van de inrichtende machten en aan de Hoge Raad voor het [2 Volwassenenonderwijs]2 toe.]1
1° uit lestijden getrokken uit de lestijdendotatie;
2° voor de helft uit lestijden getrokken uit de lestijdendotatie en voor de andere helft uit bijkomende lestijden;
3° uit bijkomende lestijden.
In afwijking van vorig lid kan er in de overeenkomsten die rechtstreeks gesloten zijn tussen de Regering van de Franse Gemeenschap en een partner erin voorzien worden dat de totaliteit van de lestijden die nodig zijn voor de organisatie van een afdeling uit bijkomende lestijden bestaat en uit lestijden getrokken uit de lestijdendotatie volgens een andere verdeling dan deze die bij lid 1 voorzien zijn.
In dat geval wordt er in de tekst van de overeenkomst nader bepaald dat dezelfde voorwaarden toepasselijk zijn op elke schoolinrichting voor sociale promotie georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap die in het kader van deze overeenkomst haar medewerking verleent.
[1 Daartoe zendt de Minister tot wiens bevoegdheid het [2 Volwassenenonderwijs]2 behoort een origineel exemplaar van bedoelde overeenkomst aan het bestuur, aan de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen van de inrichtende machten en aan de Hoge Raad voor het [2 Volwassenenonderwijs]2 toe.]1
Art. 3. La totalité des périodes nécessaires à l'organisation d'une section faisant l'objet d'une convention est constituée soit :
1° de périodes prélevées de la dotation de périodes;
2° pour moitié, de périodes prélevées de la dotation de périodes et, pour moitié, de périodes complémentaires;
3° de périodes complémentaires.
Par dérogation à l'alinéa précédent, les conventions conclues directement entre le Gouvernement de la Communauté française et un partenaire peuvent prévoir que la totalité des périodes nécessaires à l'organisation d'une section soit constituée de périodes complémentaires et de périodes prélevées de la dotation de périodes selon une répartition autre que celles prévues à l'alinéa 1er.
Dans ce cas, le texte de la convention précise que les mêmes conditions sont applicables à tout établissement d'[2 Enseignement pour Adultes]2 organisé ou subventionné par la Communauté française collaborant dans le cadre de cette convention.
A cet effet, le Ministre ayant l'[2 Enseignement pour Adultes]2 dans ses attributions communique [1 un exemplaire original de ladite convention à l'administration, aux organes de représentation et de coordination des pouvoirs organisateurs et au]1 Conseil supérieur de l'[2 Enseignement pour Adultes]2.
1° de périodes prélevées de la dotation de périodes;
2° pour moitié, de périodes prélevées de la dotation de périodes et, pour moitié, de périodes complémentaires;
3° de périodes complémentaires.
Par dérogation à l'alinéa précédent, les conventions conclues directement entre le Gouvernement de la Communauté française et un partenaire peuvent prévoir que la totalité des périodes nécessaires à l'organisation d'une section soit constituée de périodes complémentaires et de périodes prélevées de la dotation de périodes selon une répartition autre que celles prévues à l'alinéa 1er.
Dans ce cas, le texte de la convention précise que les mêmes conditions sont applicables à tout établissement d'[2 Enseignement pour Adultes]2 organisé ou subventionné par la Communauté française collaborant dans le cadre de cette convention.
A cet effet, le Ministre ayant l'[2 Enseignement pour Adultes]2 dans ses attributions communique [1 un exemplaire original de ladite convention à l'administration, aux organes de représentation et de coordination des pouvoirs organisateurs et au]1 Conseil supérieur de l'[2 Enseignement pour Adultes]2.
Art. 3bis. <INGEVOEGD bij BFG 1998-06-08/46, art. 2; Inwerkingtreding : 01-09-1998> Onverminderd de toepassing van artikel 3, lid 2 mag er uit de hernieuwing van een overeenkomst geen vermindering van de bijkomende lestijden voortvloeien.
Een partner die met verschillende schoolinrichtingen voor [1 Volwassenenonderwijs]1 overeenkomsten sluit die op dezelfde afdeling betrekking hebben moet hetzelfde deel van bijkomende lestijden te zijner laste nemen in elke overeenkomst.
Een partner die met verschillende schoolinrichtingen voor [1 Volwassenenonderwijs]1 overeenkomsten sluit die op dezelfde afdeling betrekking hebben moet hetzelfde deel van bijkomende lestijden te zijner laste nemen in elke overeenkomst.
Modifications
Art. 3bis. Sans préjudice de l'application de l'article 3, alinéa 2, le renouvellement d'une convention ne peut entraîner une diminution des périodes complémentaires.
Un partenaire concluant des conventions visant la même section avec plusieurs établissements d'[1 Enseignement pour Adultes]1 doit prendre à sa charge la même part de périodes complémentaires dans chaque convention.
Un partenaire concluant des conventions visant la même section avec plusieurs établissements d'[1 Enseignement pour Adultes]1 doit prendre à sa charge la même part de périodes complémentaires dans chaque convention.
Modifications
Art. 4. Voor elke afdeling die het voorwerp is van een overeenkomst, wordt het aantal aanvullende lestijden in gemeen overleg tussen de inrichting en de partner vastgesteld. Dit aantal alsmede het bedrag ervan worden in de overeenkomst bepaald.
De Minister tot wiens bevoegdheid het [1 Volwassenenonderwijs]1 behoort laat een overeenkomstmodel opmaken.
De Minister tot wiens bevoegdheid het [1 Volwassenenonderwijs]1 behoort laat een overeenkomstmodel opmaken.
Modifications
Art. 4. Pour chaque section faisant l'objet d'une convention, le nombre de périodes complémentaires est fixé de commun accord entre l'établissement et le partenaire. Ce nombre de périodes, ainsi que leur montant sont précisés dans la convention.
Le Ministre ayant l'[1 Enseignement pour Adultes]1 dans ses attributions établit un modèle de convention.
Le Ministre ayant l'[1 Enseignement pour Adultes]1 dans ses attributions établit un modèle de convention.
Modifications
Art. 5. [1 Het bedrag voor een lestijd wordt vastgesteld als volgt :
Art. 5. [1 Le montant d'une période de cours s'élève à :
| a) | in [1 het Volwassenenonderwijs op secundair niveau van de lagere graad]1: | |
| - algemene vakken, bijzondere vakken en technische vakken | 58,80 EUR | |
| - technische en beroepsvakken en beroepspraktijk | 49,89 EUR | |
| b) | in [2 het Volwassenenonderwijs op secundair niveau van de hogere graad]2 : | |
| - algemene vakken en technische vakken | 70,26 EUR | |
| - bijzondere vakken | 64,52 EUR | |
| - technische en beroepsvakken en beroepspraktijk | 51,05 EUR | |
| c) | in [3 het hoger onderwijs van het korte type en het Volwassenenonderwijs]3 : | |
| - algemene vakken, leergangen psychologie, opvoedkunde en methodiek en technische vakken | 79,53 EUR | |
| - bijzondere vakken | 64,52 EUR | |
| - technische en beroepsvakken en beroepspraktijk | 67,29 EUR | |
| (1)<BFG 2025-07-18/42, art. 70, 005; Inwerkingtreding : 25-08-2025> | ||
| (2)<BFG 2025-07-18/42, art. 71, 005; Inwerkingtreding : 25-08-2025> | ||
| (3)<BFG 2025-07-18/42, art. 72, 005; Inwerkingtreding : 25-08-2025> | ||
]1
Modifications
| a) | dans [1 l'Enseignement pour Adultes de niveau secondaire du degré inférieur]1: | |
| - cours généraux, cours spéciaux et cours techniques | 58,80 EUR | |
| - cours techniques et de pratique professionnelle et pratique professionnelle | 49,89EUR | |
| b) | dans [2 l'Enseignement pour Adultes de niveau secondaire du degré supérieur]2: | |
| - cours généraux et cours techniques | 70,26 EUR | |
| - cours spéciaux | 64,52EUR | |
| - cours techniques et de pratique professionnelle et pratique professionnelle | 51,05 EUR | |
| c) | dans [3 l'enseignement supérieur de type court et l'Enseignement pour Adultes]3: | |
| - cours généraux, cours de psychologie, pédagogie et méthodologie et cours techniques | 79,53 EUR | |
| - cours spéciaux | 64,52EUR | |
| - cours techniques et de pratique professionnelle et pratique professionnelle | 67,29 EUR | |
| (1)<ACF 2025-07-18/42, art. 70, 005; En vigueur : 25-08-2025> | ||
| (2)<ACF 2025-07-18/42, art. 71, 005; En vigueur : 25-08-2025> | ||
| (3)<ACF 2025-07-18/42, art. 72, 005; En vigueur : 25-08-2025> | ||
]1
Modifications
Art. 6. [1 § 1.]1 De in artikel 5 bedoelde basisbedragen zijn gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen volgens de regeling die van toepassing is op de wedden van het personeel van de ministeries.
Deze bedragen zijn gekoppeld aan bedoeld indexcijfer zoals het op 1 januari 1994 werd vastgesteld.
Deze bedragen worden ook aangepast aan de weddeschaalwijzigingen die inz. uit de toepassing van de sectoriële of intersectoriële overeenkomsten voortvloeien.
[2 Naast de aanpassingen die in de vorige leden van dit artikel vermeld zijn, worden die bedragen om de vijf jaar opnieuw vastgesteld op grond van de evolutie, in het [3 Volwassenenonderwijs]3, van de anciënniteit van de leerkrachten en van het aantal tijdelijke en vastbenoemde leerkrachten voor elk type cursus in elk onderwijsniveau.]2
De hierboven bedoelde schommelingen en wijzigingen hebben geen uitwerking op de in de overeenkomsten bepaalde bedragen voor afdelingen waarvan de aanvangsdatum vóór de datum van uitwerking van deze schommelingen of verhogingen valt.
In afwijking van het vorig lid zijn de overeenkomsten voor meer dan één jaar eventueel het voorwerp van een bijvoegsel dat op elke verjaardatum van de ondertekening van bedoelde overeenkomst de erin vermelde bedragen kan actualiseren.
[1 § 2. Het bedrag van een lestijd dat in aanmerking genomen wordt voor een overeenkomst is dat in werking op de datum van de ondertekening van deze overeenkomst.
Elke overeenkomst dient ten laatste de dag van de aanvang van de afdeling ondertekend te worden.
De maximale termijn tussen de datum van ondertekening van een overeenkomst en de datum van aanvang van de afdeling bedraagt zestig dagen. Nochtans, wanneer een overeenkomst tijdens de maand juni ondertekend wordt, kan deze betrekking hebben op een afdeling die tijdens de maand september een aanvang neemt.
De schommelingen en wijzigingen bedoeld bij paragraaf 1 hebben geen werking op de bedragen bedoeld in de overeenkomsten die betrekking hebben op afdelingen die binnen de zestig dagen na de ondertekening van genoemde overeenkomsten een aanvang nemen. Voor de overeenkomsten ondertekend gedurende de maand juni en die een aanvang nemen in september, zijn de schommelingen en wijzigingen van de kosten niet van toepassing.
De afdelingen waarvan de duur van de inrichting hoger ligt dan 365 dagen zullen het voorwerp uitmaken van twee of meerdere overeenkomsten of van één overeenkomst en één of meerdere aanhangsels : een eerste overeenkomst voor de opleidingseenheden waarvan het eerste tiende plaatsvindt gedurende de eerste 365 dagen, een tweede overeenkomst of een aanhangsel voor de opleidingseenheden waarvan het eerste tiende verder gaat dan de 365 dagen enzovoort.]1
Deze bedragen zijn gekoppeld aan bedoeld indexcijfer zoals het op 1 januari 1994 werd vastgesteld.
Deze bedragen worden ook aangepast aan de weddeschaalwijzigingen die inz. uit de toepassing van de sectoriële of intersectoriële overeenkomsten voortvloeien.
[2 Naast de aanpassingen die in de vorige leden van dit artikel vermeld zijn, worden die bedragen om de vijf jaar opnieuw vastgesteld op grond van de evolutie, in het [3 Volwassenenonderwijs]3, van de anciënniteit van de leerkrachten en van het aantal tijdelijke en vastbenoemde leerkrachten voor elk type cursus in elk onderwijsniveau.]2
De hierboven bedoelde schommelingen en wijzigingen hebben geen uitwerking op de in de overeenkomsten bepaalde bedragen voor afdelingen waarvan de aanvangsdatum vóór de datum van uitwerking van deze schommelingen of verhogingen valt.
In afwijking van het vorig lid zijn de overeenkomsten voor meer dan één jaar eventueel het voorwerp van een bijvoegsel dat op elke verjaardatum van de ondertekening van bedoelde overeenkomst de erin vermelde bedragen kan actualiseren.
[1 § 2. Het bedrag van een lestijd dat in aanmerking genomen wordt voor een overeenkomst is dat in werking op de datum van de ondertekening van deze overeenkomst.
Elke overeenkomst dient ten laatste de dag van de aanvang van de afdeling ondertekend te worden.
De maximale termijn tussen de datum van ondertekening van een overeenkomst en de datum van aanvang van de afdeling bedraagt zestig dagen. Nochtans, wanneer een overeenkomst tijdens de maand juni ondertekend wordt, kan deze betrekking hebben op een afdeling die tijdens de maand september een aanvang neemt.
De schommelingen en wijzigingen bedoeld bij paragraaf 1 hebben geen werking op de bedragen bedoeld in de overeenkomsten die betrekking hebben op afdelingen die binnen de zestig dagen na de ondertekening van genoemde overeenkomsten een aanvang nemen. Voor de overeenkomsten ondertekend gedurende de maand juni en die een aanvang nemen in september, zijn de schommelingen en wijzigingen van de kosten niet van toepassing.
De afdelingen waarvan de duur van de inrichting hoger ligt dan 365 dagen zullen het voorwerp uitmaken van twee of meerdere overeenkomsten of van één overeenkomst en één of meerdere aanhangsels : een eerste overeenkomst voor de opleidingseenheden waarvan het eerste tiende plaatsvindt gedurende de eerste 365 dagen, een tweede overeenkomst of een aanhangsel voor de opleidingseenheden waarvan het eerste tiende verder gaat dan de 365 dagen enzovoort.]1
Art. 6. [1 § 1er.]1 Les montants de base visés à l'article 5 sont liés aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation selon le régime applicable aux traitements du personnel des ministères.
Ces montants sont rattachés à l'indice des prix à la consommation, tel qu'il était fixé au 1er janvier 1994.
Ces montants sont également adaptés aux modifications barémiques résultant, notamment, de l'application des conventions sectorielles ou inter-sectorielles.
[2 Outre les adaptations mentionnées aux alinéas précédents du présent article, ces montants sont redéfinis tous les cinq ans sur la base de l'évolution, dans l'[3 Enseignement pour Adultes]3, de l'ancienneté des enseignants et de la proportion d'enseignants temporaires et définitifs par type de cours dans chaque niveau d'enseignement.]2
Les fluctuations et les modifications visées ci-dessus n'ont aucun effet sur les montants prévus dans des conventions ayant pour objet des sections dont la date de début est antérieure à la date de prise d'effet de ces fluctuations ou augmentations.
Par dérogation à l'alinéa précédent, les conventions d'une durée supérieur à un an feront l'objet d'un avenant réactualisant, s'il échet, à chaque date anniversaire de la signature de ladite convention, les montants qui y sont mentionnés.
[1 § 2. Le montant d'une période de cours pris en considération pour une convention est celui en vigueur à la date de la signature de cette convention.
Toute convention doit être signée au plus tard le jour du début de la section.
Le délai maximal entre la date de signature d'une convention et la date de début de la section est de 60 jours. Toutefois, si une convention est signée au mois de juin, elle peut porter sur une section qui débute au mois de septembre.
Les fluctuations et les modifications visées au § 1er n'ont aucun effet sur les montants prévus dans des conventions ayant pour objet des sections débutant dans les 60 jours qui suivent la signature desdites conventions. Pour les conventions signées au mois de juin et débutant au mois de septembre, les fluctuations et modifications des coûts ne sont pas applicables.
Les sections dont la durée d'organisation est supérieure à 365 jours feront l'objet de deux conventions ou plus ou d'une convention et d'un ou plusieurs avenants : une première convention pour les unités de formations ayant leur premier dixième sur les 365 premiers jours, une deuxième convention ou un avenant pour les unités de formation ayant leur premier dixième au-delà des 365 jours et ainsi de suite.]1
Ces montants sont rattachés à l'indice des prix à la consommation, tel qu'il était fixé au 1er janvier 1994.
Ces montants sont également adaptés aux modifications barémiques résultant, notamment, de l'application des conventions sectorielles ou inter-sectorielles.
[2 Outre les adaptations mentionnées aux alinéas précédents du présent article, ces montants sont redéfinis tous les cinq ans sur la base de l'évolution, dans l'[3 Enseignement pour Adultes]3, de l'ancienneté des enseignants et de la proportion d'enseignants temporaires et définitifs par type de cours dans chaque niveau d'enseignement.]2
Les fluctuations et les modifications visées ci-dessus n'ont aucun effet sur les montants prévus dans des conventions ayant pour objet des sections dont la date de début est antérieure à la date de prise d'effet de ces fluctuations ou augmentations.
Par dérogation à l'alinéa précédent, les conventions d'une durée supérieur à un an feront l'objet d'un avenant réactualisant, s'il échet, à chaque date anniversaire de la signature de ladite convention, les montants qui y sont mentionnés.
[1 § 2. Le montant d'une période de cours pris en considération pour une convention est celui en vigueur à la date de la signature de cette convention.
Toute convention doit être signée au plus tard le jour du début de la section.
Le délai maximal entre la date de signature d'une convention et la date de début de la section est de 60 jours. Toutefois, si une convention est signée au mois de juin, elle peut porter sur une section qui débute au mois de septembre.
Les fluctuations et les modifications visées au § 1er n'ont aucun effet sur les montants prévus dans des conventions ayant pour objet des sections débutant dans les 60 jours qui suivent la signature desdites conventions. Pour les conventions signées au mois de juin et débutant au mois de septembre, les fluctuations et modifications des coûts ne sont pas applicables.
Les sections dont la durée d'organisation est supérieure à 365 jours feront l'objet de deux conventions ou plus ou d'une convention et d'un ou plusieurs avenants : une première convention pour les unités de formations ayant leur premier dixième sur les 365 premiers jours, une deuxième convention ou un avenant pour les unités de formation ayant leur premier dixième au-delà des 365 jours et ainsi de suite.]1
Art. 7. § 1. De wedden en weddetoelagen die aan de leden van het onderwijzend personeel worden toegekend of de bezoldiging uitgekeerd aan de deskundigen voor de in het raam van overeenkomsten uitgevoerde prestaties worden als voorschot door de begroting van de Franse Gemeenschap volledig ten laste genomen.
§ 2. De financiële tegemoetkoming van de partner betreffende de aanvullende lestijden wordt [1 in de Thesaurie]1 gestort voor de betaling van de desbetreffende wedden en weddetoelagen.
[1 Deze tegemoetkoming wordt volledig vereffend ten laatste binnen de drie maanden na de aanvang van de opleidingsafdeling of - eenheid.]1
Enkel de rechtstreeks tussen de Regering van de Franse Gemeenschap en een partner gesloten overeenkomsten mogen in andere terugbetalingsvoorwaarden voorzien dan die bepaald in het vorige lid.
§ 2. De financiële tegemoetkoming van de partner betreffende de aanvullende lestijden wordt [1 in de Thesaurie]1 gestort voor de betaling van de desbetreffende wedden en weddetoelagen.
[1 Deze tegemoetkoming wordt volledig vereffend ten laatste binnen de drie maanden na de aanvang van de opleidingsafdeling of - eenheid.]1
Enkel de rechtstreeks tussen de Regering van de Franse Gemeenschap en een partner gesloten overeenkomsten mogen in andere terugbetalingsvoorwaarden voorzien dan die bepaald in het vorige lid.
Modifications
Art. 7. § 1. Les traitements et subventions-traitements alloués aux membres du personnel enseignant ou les rétributions accordées aux experts pour les prestations effectuées dans le cadre de conventions sont intégralement pris en charge, à titre d'avance, par le budget de la Communauté française.
§ 2. L'intervention financière du partenaire relative aux périodes complémentaires est versée [1 au Trésor]1 pour être affectée au paiement des traitements et subventions-traitements y afférents.
[1 Cette intervention est liquidée entièrement au plus tard dans les trois mois suivant le début de la section ou de l'unité de formation.]1
Seules les conventions conclues directement entre le Gouvernement de la Communauté française et un partenaire peuvent prévoir d'autres modalités de remboursement que celles prévues à l'alinéa précédent.
§ 2. L'intervention financière du partenaire relative aux périodes complémentaires est versée [1 au Trésor]1 pour être affectée au paiement des traitements et subventions-traitements y afférents.
[1 Cette intervention est liquidée entièrement au plus tard dans les trois mois suivant le début de la section ou de l'unité de formation.]1
Seules les conventions conclues directement entre le Gouvernement de la Communauté française et un partenaire peuvent prévoir d'autres modalités de remboursement que celles prévues à l'alinéa précédent.
Modifications
Art. 8. Wanneer een partner het bepaalde in § 2 van artikel 7 niet naleeft wordt een aantal lestijden gelijk aan het aantal aanvullende lestijden die de partner niet terugbetaald heeft aan de Franse Gemeenschap, afgetrokken van de lestijdendotatie van de inrichting.
Art. 8. Lorsque le partenaire ne respecte pas le prescrit du § 2 de l'article 7, un nombre de périodes égal au nombre de périodes complémentaires, pour lequel le partenaire n'a pas effectué le remboursement à la Communauté française, [1 est]1 déduit de la dotation de périodes de l'établissement.
Modifications
Art. 9. De betrekkingen die voortspruiten uit de onderwijswerkzaamheden die in het raam van overeenkomsten worden ingericht en enkel specifieke groepen betreffen, zullen niet vacant verklaard worden.
Art. 9. Les emplois résultant des activités d'enseignement organisées dans le cadre de conventions, ne concernant que des groupes spécifiques, ne seront pas déclarés vacants.
Art. 10. De aanvullende middelen die uit de overeenkomsten voortvloeien vervallen aan de inrichtingen. Ze zijn niet aftrekbaar van de werkingskredieten of -toelagen.
Art. 10. Les moyens complémentaires résultant des conventions restent acquis aux établissements. Ils ne sont pas déductibles des crédits ou des subventions de fonctionnement.
Art. 11. Dit besluit treedt in werking op 20 april 1994.
Art. 11. Le présent arrêté entre en vigueur le 20 avril 1994.
Art. 12. De Minister tot wiens bevoegdheid het [1 Volwassenenonderwijs]1 behoort, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Modifications
Art. 12. Le Ministre ayant l'[1 Enseignement pour Adultes]1 dans ses attributions est chargé de l'application du présent arrêté.