Artikel 1. De hierna volgende graden waarvoor een bijzondere beroepsbekwaamheid vereist is worden bij de parketten van de hoven en rechtbanken, in het bijzonder inzake de strafbemiddeling en het onthaal van slachtoffers, ingesteld :
- in rang 10, de graad van bemiddelingsadviseur;
- in rang 26, de graden van bemiddelingsassistent en maatschappelijk assistent;
- in rang 28, de graden van eerstaanwezend bemiddelingsassistent en eerstaanwezend maatschappelijk assistent.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
17 NOVEMBER 1994. - Koninklijk besluit tot instelling van graden waarvoor een bijzondere beroepsbekwaamheid is vereist bij de parketten van de hoven en rechtbanken en tot vaststelling van de rechtspositie. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 02-12-1994 en tekstbijwerking tot 01-12-1998)
Titre
17 NOVEMBRE 1994. - Arrêté royal portant création des grades de qualification particulière dans les parquets des cours et tribunaux et en fixant le statut. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 02-12-1994 et mise à jour au 01-12-1998)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK I. - Oprichting van graden.
HOOFDSTUK II. - Bijzondere bepalingen.
Afdeling 1. - Administratief statuut.
A. De bemiddelingsadviseurs.
B. De Bemiddelingsassistenten.
C. De maatschappelijke assistenten.
D. Gemeenschappelijke bepalingen.
Afdeling 2. - Weddeschalen van de bijzondere gr...
HOOFDSTUK III. - Inrichting van het examen voor...
Table des matières
CHAPITRE I. - Création de grades.
CHAPITRE II. - Dispositions particulières.
Section 1. - Statut administratif.
A. Les conseillers en médiation.
B. Les assistants de médiation.
C. Les assistants sociaux.
D. Dispositions communes.
Section 2. - Echelles de traitement des grades ...
CHAPITRE III. - Organisation des épreuves de l'...
Tekst (27)
Texte (27)
HOOFDSTUK I. - Oprichting van graden.
CHAPITRE I. - Création de grades.
Article 1. Les grades de qualification particulière suivant sont créés dans les parquets des cours et tribunaux, en particulier en ce qui concerne la médiation pénale et l'accueil des victimes :
- au rang 10, le grade de conseiller en médiation;
- au rang 26, les grades d'assistant de médiation et d'assistant social;
- au rang 28, les grades d'assistant en médiation principal et d'assistant social principal.
- au rang 10, le grade de conseiller en médiation;
- au rang 26, les grades d'assistant de médiation et d'assistant social;
- au rang 28, les grades d'assistant en médiation principal et d'assistant social principal.
HOOFDSTUK II. - Bijzondere bepalingen.
CHAPITRE II. - Dispositions particulières.
Afdeling 1. - Administratief statuut.
Section 1. - Statut administratif.
A. De bemiddelingsadviseurs.
A. Les conseillers en médiation.
Art. 2. De graad van bemiddelingsadviseur wordt slechts toegekend aan de geslaagden van een examen dat wordt georganiseerd door het Ministerie van Justitie.
De laureaten van het examen worden door Ons benoemd in de graad van bemiddelingsadviseur.
Onverminderd de overige gestelde voorwaarden, mogen alleen aan dit examen deelnemen, de gegadigden, houders van een diploma van licentiaat in de criminologie en van licentiaat in de pedagogische wetenschappen - sociale pedagogiek, afgeleverd door een Belgische universiteit.
De laureaten van het examen worden door Ons benoemd in de graad van bemiddelingsadviseur.
Onverminderd de overige gestelde voorwaarden, mogen alleen aan dit examen deelnemen, de gegadigden, houders van een diploma van licentiaat in de criminologie en van licentiaat in de pedagogische wetenschappen - sociale pedagogiek, afgeleverd door een Belgische universiteit.
Art. 2. Le grade de conseiller en médiation n'est octroyé qu'aux lauréats d'un examen organisé par le Ministère de la Justice.
Les lauréats de l'examen seront nommés par Nous au grade de conseiller en médiation.
Sans préjudice des autres conditions réglementaires requises, peuvent seuls participer à cette épreuve les candidats qui sont porteur d'un diplôme de licencié en criminologie et de licencié en sciences pédagogiques - pédagogie sociale, délivré par une université belge.
Les lauréats de l'examen seront nommés par Nous au grade de conseiller en médiation.
Sans préjudice des autres conditions réglementaires requises, peuvent seuls participer à cette épreuve les candidats qui sont porteur d'un diplôme de licencié en criminologie et de licencié en sciences pédagogiques - pédagogie sociale, délivré par une université belge.
B. De Bemiddelingsassistenten.
B. Les assistants de médiation.
Art. 3. De graad van bemiddelingsassistent wordt slechts toegekend aan de geslaagden van een examen dat wordt georganiseerd door het Ministerie van Justitie.
De bevoegdheid tot benoemen wordt aan Onze Minister van Justitie overgedragen.
Onverminderd de overige gestelde voorwaarden, mogen alleen aan dit examen deelnemen de gegadigden, houders van een diploma van maatschappelijk assistent en van sociale verpleegkunde, uitgereikt door een door de Gemeenschappen ingerichte, ingestelde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstelling of door een van overheidswege samengestelde examencommissie.
De bevoegdheid tot benoemen wordt aan Onze Minister van Justitie overgedragen.
Onverminderd de overige gestelde voorwaarden, mogen alleen aan dit examen deelnemen de gegadigden, houders van een diploma van maatschappelijk assistent en van sociale verpleegkunde, uitgereikt door een door de Gemeenschappen ingerichte, ingestelde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstelling of door een van overheidswege samengestelde examencommissie.
Art. 3. Le grade d'assistant de médiation n'est octroyé qu'aux lauréats d'un examen organisé par le Ministère de la Justice.
Le pouvoir de nomination est confié à Notre Ministre de la Justice.
Sans préjudice des autres conditions réglementaires requises, peuvent seuls participer à cette épreuve les candidats qui sont porteurs d'un diplôme d'assistant social et d'infirmier social, délivré par un établissement créé, subventionné ou reconnu par les Communautés ou par un jury d'examen constitué par les autorités compétentes.
Le pouvoir de nomination est confié à Notre Ministre de la Justice.
Sans préjudice des autres conditions réglementaires requises, peuvent seuls participer à cette épreuve les candidats qui sont porteurs d'un diplôme d'assistant social et d'infirmier social, délivré par un établissement créé, subventionné ou reconnu par les Communautés ou par un jury d'examen constitué par les autorités compétentes.
Art. 4. De graad van eerstaanwezend bemiddelingsassistent wordt toegekend door bevordering tot de hogere graad aan de bemiddelingsassistent die ten minste 18 jaar anciënniteit in zijn graad telt.
Art. 4. Le grade d'assistant de médiation principal est octroyé par promotion au grade supérieur à l'assistant de médiation comptant au moins 18 ans d'ancienneté dans son grade.
C. De maatschappelijke assistenten.
C. Les assistants sociaux.
Art. 5. De graad van maatschappelijk assistent wordt slechts toegekend aan de geslaagden van een examen dat wordt georganiseerd door het Ministerie van Justitie.
De bevoegdheid tot benoemen wordt aan Onze Minister van Justitie overgedragen.
Onverminderd de overige gestelde voorwaarden, mogen alleen aan dit examen deelnemen de gegadigden, houders van een einddiploma van maatschappelijk assistent, uitgereikt door een door de Gemeenschappen ingerichte, ingestelde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstelling of door een van overheidswege samengestelde examencommissie.
De bevoegdheid tot benoemen wordt aan Onze Minister van Justitie overgedragen.
Onverminderd de overige gestelde voorwaarden, mogen alleen aan dit examen deelnemen de gegadigden, houders van een einddiploma van maatschappelijk assistent, uitgereikt door een door de Gemeenschappen ingerichte, ingestelde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstelling of door een van overheidswege samengestelde examencommissie.
Art. 5. Le grade d'assistant social n'est octroyé qu'aux lauréats d'un examen organisé par le Ministère de la Justice.
Le pouvoir de nomination est confié à Notre Ministre de la Justice.
Sans préjudice des autres conditions réglementaires requises, peuvent seuls participer à cette épreuve les candidats qui sont porteurs d'un diplôme d'assistant social, délivré par un établissement créé, subventionné ou reconnu par les Communautés ou par un jury d'examen constitué par les autorités compétentes.
Le pouvoir de nomination est confié à Notre Ministre de la Justice.
Sans préjudice des autres conditions réglementaires requises, peuvent seuls participer à cette épreuve les candidats qui sont porteurs d'un diplôme d'assistant social, délivré par un établissement créé, subventionné ou reconnu par les Communautés ou par un jury d'examen constitué par les autorités compétentes.
Art. 6. De graad van eerstaanwezend maatschappelijk assistent wordt toegekend door bevordering tot de hogere graad aan de maatschappelijk assistent die ten minste 18 jaar anciënniteit in zijn graad telt.
Art. 6. Le grade d'assistant social principal est octroyé par promotion au grade supérieur à l'assistant social comptant au moins 18 ans d'ancienneté dans son grade.
D. Gemeenschappelijke bepalingen.
D. Dispositions communes.
Art. 7. (De titularissen van de graden waarvoor een bijzondere beroepsbekwaamheid vereist is, ingesteld bij dit besluit, leggen bij hun eerste benoeming de eed af in handen van de procureur-generaal voor de bemiddelingsadviseurs, in handen van de procureur des konings voor de bemiddelingsassistenten en in handen van de secretaris van het parket voor de maatschappelijke assistenten.) <KB 1994-12-07/33, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
De eed moet worden afgelegd binnen de maand na de kennisgeving van benoeming; anders mag deze als niet bestaande worden beschouwd.
De eed moet worden afgelegd binnen de maand na de kennisgeving van benoeming; anders mag deze als niet bestaande worden beschouwd.
Art. 7. (Les titulaires des grades de qualification particulière créés par le présent arrêté prêtent serment lors de leur première nomination entre les mains du procureur général pour les conseillers en médiation, du procureur du Roi pour les assistants de médiation et du secrétaire de parquet pour les assistants sociaux.) <AR 1994-12-07/33, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-1995>
La prestation du serment doit avoir lieu dans le moins de la notification de la nomination; à défaut de quoi, celle-ci peut être considérée comme non avenue.
La prestation du serment doit avoir lieu dans le moins de la notification de la nomination; à défaut de quoi, celle-ci peut être considérée comme non avenue.
Art. 8. De bepalingen van de artikelen 52, 53, 54, 55 en 56 van het koninklijk besluit van 30 mei 1970, betreffende het statuut van de griffiers der rechterlijke orde, van het personeel der griffies van hoven en rechtbanken en van het personeel der parketten, zijn toepasselijk op de titularissen van de graden waarvoor een bijzondere beroepsbekwaamheid vereist is, die bij dit besluit worden ingesteld.
Art. 8. Les dispositions des articles 52, 53, 54, 55 et 56 de l'arrêté royal du 30 mai 1970, relatif au statut des greffiers de l'ordre judiciaire, du personnel des greffes des cours et tribunaux et du personnel des parquent applicables aux titulaires des grades de qualification particulière créés par le présent arrêté.
Art. 9. De benoeming tot de graad van bemiddelingsadviseur is pas na één jaar dienst vast.
Art. 9. La nomination au grade de conseiller en médiation n'est définitive qu'après l'accomplissement d'une année de fonction.
Art. 10. De benoeming tot de aanvangsgraad van bemiddelingsassistent en van maatschappelijk assistent is pas na één jaar dienst vast.
Art. 10. La nomination au grade de base d'assistant de médiation et d'assistant social n'est définitive qu'après l'accomplissement d'une année de fonction.
Art. 11. De Minister van Justitie kan in de loop van dat jaar, op advies van de Procureur-Generaal, de voorlopige dienstbetrekking beëindigen.
De voorlopig benoemde personen zijn onderworpen aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 28 augustus 1970 houdende statuut van het voorlopig benoemde personeel van de griffies en parketten.
De voorlopig benoemde personen zijn onderworpen aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 28 augustus 1970 houdende statuut van het voorlopig benoemde personeel van de griffies en parketten.
Art. 11. Le Ministre de la Justice peut, au cours de cette année, sur l'avis du Procureur général, mettre fin aux fonctions exercées à titre provisoire.
Les personnes nommées à titre provisoire sont soumises aux dispositions de l'arrêté royal du 28 août 1970 portant statut du personnel des greffes et des parquets, nommés à titre provisoire.
Les personnes nommées à titre provisoire sont soumises aux dispositions de l'arrêté royal du 28 août 1970 portant statut du personnel des greffes et des parquets, nommés à titre provisoire.
Art. 12. De aan dit besluit onderworpen personeelsleden ontvangen de geboorte- en kindertoelagen toegekend aan het personeel der ministeries.
De overige toelagen en vergoedingen die aan het personeel der ministeries worden toegekend, worden hun in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden verleend.
Wanneer het bedrag van de toelage of van de vergoeding is vastgesteld met betrekking tot de rangen van het personeel der ministeries, wordt de rang van de betrokkenen bepaald door de twee eerste cijfers van hun weddeschaal.
De overige toelagen en vergoedingen die aan het personeel der ministeries worden toegekend, worden hun in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden verleend.
Wanneer het bedrag van de toelage of van de vergoeding is vastgesteld met betrekking tot de rangen van het personeel der ministeries, wordt de rang van de betrokkenen bepaald door de twee eerste cijfers van hun weddeschaal.
Art. 12. Les agents régis par le présent arrêté reçoivent l'allocation de naissance et les allocations familiales allouées au personnel des ministères.
Les autres allocations et indemnités qui sont attribuées au personnel des ministères leur sont accordées dans la même mesure et aux mêmes conditions.
Lorsque le taux de l'allocation ou de l'indemnité ou leurs conditions d'octroi sont fixés par rapport aux rangs des membres du personnel des ministères, le rang des intéressés est déterminé par les deux premiers chiffres de leur échelle de traitement.
Les autres allocations et indemnités qui sont attribuées au personnel des ministères leur sont accordées dans la même mesure et aux mêmes conditions.
Lorsque le taux de l'allocation ou de l'indemnité ou leurs conditions d'octroi sont fixés par rapport aux rangs des membres du personnel des ministères, le rang des intéressés est déterminé par les deux premiers chiffres de leur échelle de traitement.
Afdeling 2. - Weddeschalen van de bijzondere graden.
Section 2. - Echelles de traitement des grades de qualification particulière.
Art. 13. Aan de hiernavermelde graden waarvoor een bijzondere beroepsbekwaamheid is vereist worden de weddeschalen verbonden die er tegenover staan :
Art. 13. Les grades de qualification particulière ci-après sont dotés des échelles de traitement suivants :
Weddeschaal
bemiddelingsadviseur 826 981 - 1 284 690
3/1 x 24 933
10/2 x 38 291
- na 4 jaar graadancienniteit 898 575 - 1 394 575
3/1 x 24 933
11/2 x 38 291
- na 12 jaar graadancienniteit 1 018 767 - 1 514 767
3/1 x 24 933
11/2 x 38 291
bemiddelingsassistent en de 626 780 - 920 651
maatschappelijk assistent 3/1 x 12 465
12/2 x 21 373
- na 9 jaar graadancienniteit 713 109 - 1 006 980
3/1 x 12 465
12/2 x 21 373
eerstaanwezend bemiddelingsassistent en 787 251 - 1 141 684
eerstaanwezend maatschappelijk assistent 1/1 x 12 465
2/1 x 21 373
14/2 x 21 373
- na 6 jaar graadancienniteit 815 746 - 1 171 179
1/1 x 12 465
2/1 x 21 373
14/2 x 21 373.
bemiddelingsadviseur 826 981 - 1 284 690
3/1 x 24 933
10/2 x 38 291
- na 4 jaar graadancienniteit 898 575 - 1 394 575
3/1 x 24 933
11/2 x 38 291
- na 12 jaar graadancienniteit 1 018 767 - 1 514 767
3/1 x 24 933
11/2 x 38 291
bemiddelingsassistent en de 626 780 - 920 651
maatschappelijk assistent 3/1 x 12 465
12/2 x 21 373
- na 9 jaar graadancienniteit 713 109 - 1 006 980
3/1 x 12 465
12/2 x 21 373
eerstaanwezend bemiddelingsassistent en 787 251 - 1 141 684
eerstaanwezend maatschappelijk assistent 1/1 x 12 465
2/1 x 21 373
14/2 x 21 373
- na 6 jaar graadancienniteit 815 746 - 1 171 179
1/1 x 12 465
2/1 x 21 373
14/2 x 21 373.
Echelle
conseiller en mediation 826 981 - 1 284 690
3/1 x 24 933
10/2 x 38 291
- apres 4 ans d'anciennete de grade 898 575 - 1 394 575
3/1 x 24 933
11/2 x 38 291
- apres 12 ans d'anciennete de grade 1 018 767 - 1 514 767
3/1 x 24 933
11/2 x 38 291
assistant en mediation et assistant social 626 780 - 920 651
3/1 x 12 465
12/2 x 21 373
- apres 9 ans d'anciennete de grade 713 109 - 1 006 980
3/1 x 12 465
12/2 x 21 373
assistant de mediation principal et assistant 787 251 - 1 141 684
social principal 1/1 x 12 465
2/1 x 21 373
14/2 x 21 373
- apres 6 ans d'anciennete de grade 815 746 - 1 171 179
1/1 x 12 465
2/1 x 21 373
14/2 x 21 373.
conseiller en mediation 826 981 - 1 284 690
3/1 x 24 933
10/2 x 38 291
- apres 4 ans d'anciennete de grade 898 575 - 1 394 575
3/1 x 24 933
11/2 x 38 291
- apres 12 ans d'anciennete de grade 1 018 767 - 1 514 767
3/1 x 24 933
11/2 x 38 291
assistant en mediation et assistant social 626 780 - 920 651
3/1 x 12 465
12/2 x 21 373
- apres 9 ans d'anciennete de grade 713 109 - 1 006 980
3/1 x 12 465
12/2 x 21 373
assistant de mediation principal et assistant 787 251 - 1 141 684
social principal 1/1 x 12 465
2/1 x 21 373
14/2 x 21 373
- apres 6 ans d'anciennete de grade 815 746 - 1 171 179
1/1 x 12 465
2/1 x 21 373
14/2 x 21 373.
HOOFDSTUK III. - Inrichting van het examen voor bemiddelingsadviseurs, bemiddelingsassistenten en maatschappelijk assistenten.
CHAPITRE III. - Organisation des épreuves de l'examen de conseiller en médiation, d'assistant en médiation et d'assistant social.
Art. 14. (Opgeheven) <KB 1998-11-20/31, art. 26, 3°, 003; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
Art. 14. (Abrogé) <AR 1998-11-20/31, art. 26, 3°, 003; En vigueur : 01-12-1998>
Art. 15. (Opgeheven) <KB 1998-11-20/31, art. 26, 3°, 003; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
Art. 15. (Abrogé) <AR 1998-11-20/31, art. 26, 3°, 003; En vigueur : 01-12-1998>
Art. 16. (Opgeheven) <KB 1998-11-20/31, art. 26, 3°, 003; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
Art. 16. (Abrogé) <AR 1998-11-20/31, art. 26, 3°, 003; En vigueur : 01-12-1998>
Art. 17. Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de maand volgend op die gedurende welke het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
Art. 17. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel il aura été publié au Moniteur belge.
Art. 18. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 17 november 1994.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
M. WATHELET
Gegeven te Brussel, 17 november 1994.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
M. WATHELET
Art. 18. Notre Ministre de la Justice est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 17 novembre 1994.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Justice,
M. WATHELET
Donné à Bruxelles, le 17 novembre 1994.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Justice,
M. WATHELET