Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
29 NOVEMBER 1993. - Koninklijk besluit tot bepaling van de eisen inzake taalkennis en tot regeling van de taalexamens voor de kandidaten voor het ambt van gerechtsdeurwaarder(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-03-2014 en tekstbijwerking tot 31-03-2014)
Titre
29 NOVEMBRE 1993. - Arrêté royal déterminant les conditions d'aptitude linguistique et organisant les examens linguistiques pour les candidats à la fonction d'huissier de justice(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-03-2014 et mise à jour au 31-03-2014)
Informations sur le document
Numac: 1993009728
Datum: 1993-11-29
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1993009728
Date: 1993-11-29
Moniteur: Voir
Table des matières
Table des matières
Tekst (20)
Texte (20)
Artikel 1. [1 Niemand kan in de gerechtelijke arrondissementen Henegouwen, Luik, Luxemburg, Namen en Waals-Brabant tot gerechtsdeurwaarder worden benoemd indien hij het bewijs niet levert van de kennis van het Frans.
   Niemand kan in de gerechtelijke arrondissementen Antwerpen, Limburg, Leuven, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen tot gerechtsdeurwaarder worden benoemd indien hij het bewijs niet levert van de kennis van het Nederlands.]1

  Niemand kan in het gerechtelijk arrondissement Eupen tot gerechtsdeurwaarder worden benoemd indien hij het bewijs niet levert van de kennis van het Duits en van het Frans.
  Niemand kan in het gerechtelijk arrondissement Brussel tot gerechtsdeurwaarder worden benoemd indien hij het bewijs niet levert van de kennis van het nederlands en van het Frans.
  
Article 1. [1 Nul ne peut être nommé huissier de justice dans les arrondissements judiciaires du Brabant wallon, de Hainaut, de Liège, de Luxembourg et de Namur, s'il ne justifie de la connaissance de la langue française.
   Nul ne peut être nommé huissier de justice dans les arrondissements judiciaires d'Anvers, de Flandre occidentale, de Flandre orientale, de Louvain et de Limbourg, s'il ne justifie de la connaissance de la langue néerlandaise.]1

  Nul ne peut être nommé huissier de justice dans l'arrondissement judiciaire d'Eupen s'il ne justifie de la connaissance de la langue allemande et de la langue française.
  Nul ne peut être nommé huissier de justice dans l'arrondissement judiciaire de Bruxelles s'il ne justifie de la connaissance de la langue française et de la langue néerlandaise.
  
Art. 2. Het bewijs van de taalkennis wordt geleverd door een examen dat een mondeling en een schriftelijk gedeelte omvat.
  Gegadigden die het getuigschrift van hoger secundair onderwijs of van als gelijkwaardig erkend onderwijs of het diploma van doctor of van licentiaat in de rechten hebben behaald zijn echter vrijgesteld van het examen tot bewijs van de kennis van de taal waarin dat getuigschrift of dat diploma gesteld is.
Art. 2. La justification de la connaissance linguistique est faite par un examen comprenant une épreuve orale et une épreuve écrite.
  Néanmoins, les récipiendaires qui ont obtenu le certificat d'études de l'enseignement secondaire du degré supérieur ou d'études reconnues équivalentes ou le diplôme de docteur ou de licencié en droit sont dispensés de l'examen justifiant de la connaissance de la langue dans laquelle ce certificat ou diplôme est rédigé.
Art. 3. De examencommissie die belast is met het afnemen van de in artikel 2 bedoelde examens bestaat uit een voorzitter gekozen onder de raadsheren in een hof van beroep of onder de magistraten van een parket-generaal en vijf leden, namelijk :
  - een magistraat;
  - een ambtenaar van het Ministerie van Justitie;
  - twee leraren van het algemeen hoger secundair onderwijs, van wie er een tot het officieel onderwijs en één tot het vrij onderwijs moet behoren :
  - een gerechtsdeurwaarder.
  De magistraten mogen werkend, emeritus-, dan wel eremagistraat zijn.
  Voor de voorzitter en voor ieder lid van de examencommissie wordt een plaatsvervanger benoemd.
  De leden van de examencommissie worden door Ons benoemd. Het lid-gerechtsdeurwaarder wordt benoemd op de voordracht van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.
Art. 3. Le jury chargé de procéder aux examens prévus par l'article 2 se compose d'un président, choisi parmi les conseillers d'une cour d'appel ou les magistrats d'un parquet général, et de cinq membres étant :
  - un magistrat;
  - un fonctionnaire du Ministère de la Justice;
  - deux professeurs de l'enseignement secondaire supérieur général, dont l'un doit appartenir à l'enseignement officiel et l'autre à l'enseignement libre;
  - un huissier de justice.
  Les magistrats peuvent être effectifs, émérites ou honoraires.
  Pour le président et pour chaque membre du jury il est nommé un suppléant.
  Les membres du jury sont nommés par Nous. Le membre-huissier de justice est nommé sur la proposition de la Chambre nationale des Huissiers de Justice.
Art. 4. De Minister van Justitie wijst onder de leden van de examencommissie een secretaris en een plaatsvervangend secretaris aan.
Art. 4. Le Ministre de la Justice désigne un secrétaire et un secrétaire suppléant parmi les membres du jury.
Art. 5. De voorzitter waakt ervoor dat de werkzaamheden regelmatig verlopen; hij zorgt voor de orde tijdens de examenzittingen.
Art. 5. Le président veille à la régularité des opérations; il a la police des séances d'examen.
Art. 6. De secretaris houdt de geschriften en maakt de processen-verbaal op die in een daartoe bestemd register worden ingeschreven.
Art. 6. Le secrétaire tient les écritures et rédige les procès-verbaux qui sont consignés dans un registre ad hoc.
Art. 7. Jaarlijks worden twee zittijden gehouden over de kennis van het Nederlands en het Frans : de eerste zittijd wordt geopend op de eerste dinsdag van de maand mei, en de tweede zittijd op de eerste dinsdag van de maand november.
  Jaarlijks wordt één zittijd gehouden over de kennis van het Duits : de zittijd wordt geopend op de eerste dinsdag van de maand december.
  Zo nodig kunnen buitengewone zittingen worden gehouden.
  De examencommissie houdt zitting in de plaats en in het lokaal aangewezen door de Minister van Justitie en op de door hem vast te stellen uren.
  Zij vergadert elke dag, uitgezonderd op zondag en wettelijke feestdagen.
  De aanwezigheid van de zes examinatoren is voor de beraadslaging vereist.
Art. 7. Il y a annuellement deux sessions d'examen portant sur la connaissance des langues française et néerlandaise : la première s'ouvre le premier mardi du mois de mai, la seconde s'ouvre le premier mardi du mois de novembre.
  Il y a annuellement une session d'examen portant sur la connaissance de la langue allemande : elle s'ouvre le premier mardi du mois de décembre.
  Des sessions extraordinaires peuvent être organisées en cas de nécessité.
  Le jury siège au lieu et dans le local qui est désigné par le Ministre de la Justice et aux heures à déterminer par lui.
  Il se réunit tous les jours, les dimanches et jours fériés légaux exceptés.
  La présence des six membres du jury est requise pour délibérer.
Art. 8. De vragen tot inschrijving worden bij ter post aangetekende brief aan de Minister van Justitie gezonden; zij vermelden de taal waarover de gegadigde wenst te worden ondervraagd.
  In een bericht dat ten minste één maand voor de opening van iedere zittijd in het Belgisch Staatsblad wordt opgenomen, wordt de termijn voor het nemen van de inschrijvingen opgegeven.
  De lijst wordt door de Minister van Justitie toegezonden aan de voorzitter van de examencommissie die, bijgestaan door de secretaris, binnen vijftien dagen tot loting overgaat om de volgorde vast te stellen waarin de gegadigden zullen worden ondervraagd.
  De Minister deelt hun bij aangetekende brief mede op welke dag zij zich moeten aanmelden.
  Tussen de dag waarop de aangetekende brief wordt toegestuurd en de dag waarop de examens plaatshebben, moet ten minste een periode van acht dagen verlopen.
Art. 8. Toute demande d'inscription est adressée par lettre recommandée au Ministre de la Justice; elle indique la langue sur la connaissance de laquelle le récipiendaire entend être interrogé.
  Un avis inséré au Moniteur belge un mois au moins avant l'ouverture de chaque session indique le délai pendant lequel les inscriptions pourront être prises.
  Le Ministre de la Justice adresse la liste au président du jury qui procède dans un délai de quinze jours avec l'assistance du secrétaire, à un tirage au sort établissant l'ordre dans lequel les récipiendaires seront examinés.
  Le Ministre les avertit par lettre recommandée du jour auquel ils seront appelés à se présenter.
  Il devra s'écouler un délai de huit jours au moins entre le jour de l'envoi de la lettre recommandée et celui où les examens doivent avoir lieu.
Art. 9. § 1. Het mondeling gedeelte vindt plaats in het openbaar. Het gaat aan het schriftelijk gedeelte vooraf.
  § 2. Het mondeling gedeelte bestaat uit :
  1° een onderhoud over een onderwerp uit het dagelijks leven;
  2° het luidop lezen van een gerechtelijke of buitengerechtelijke akte, gesteld in de taal waarover het examen loopt, gevolgd door een ondervraging over die tekst.
  De gegadigden worden beurtelings, in de volgorde vastgesteld bij de loting, in de openbare vergadering opgeroepen.
  Het mondeling gedeelte duurt een half uur.
  Wanneer alle gegadigden ondervraagd zijn en zich verwijderd hebben, beraadslaagt de examencommissie ter plaatse en beslist of zij tot het schriftelijk gedeelte kunnen toegelaten worden. De uitslag van de beraadslagingen wordt in het proces-verbaal vermeld en onmiddellijk in openbare zitting afgekondigd.
  Is het aantal gegadigden te groot om in een enkele vergadering de voormelde verrichtingen voor allen te kunnen voltrekken, dan verdeelt de examencommissie de lijst in twee of meer reeksen, in de volgorde van de loting. De examencommissie beraadslaagt tijdens de vergadering ter plaatse over het examen van de gegadigden van iedere reeks.
Art. 9. § 1. L'épreuve orale est publique. Elle précède l'épreuve écrite.
  § 2. L'épreuve orale comporte :
  1° une conversation sur un sujet de la vie courante;
  2° la lecture à haute voix d'un acte judiciaire ou extrajudiciaire rédigé dans la langue sur laquelle porte l'examen, suivie d'une interrogation sur ce texte.
  Les récipiendaires sont appelés, à tour de rôle, en séance publique, selon l'ordre qui leur a été assigné par le tirage au sort.
  L'épreuve orale a une durée d'une demi-heure.
  Tous les récipiendaires ayant été interrogés et s'étant retirés, le jury délibère séance tenante et décide s'il y a lieu de les admettre à l'examen par écrit. Le résultat de la délibération est inscrit au procès-verbal et proclame immédiatement en séance publique.
  Si le nombre des récipiendaires est trop grand pour qu'il soit possible de procéder pour tous en une seule séance aux opérations susdites, le jury divise la liste en deux ou plusieurs séries, suivant l'ordre du tirage au sort. Le jury délibère séance tenante sur l'examen des récipiendaires de chaque série.
Art. 10. De tot het schriftelijk gedeelte toegelaten gegadigden nemen plaats in de zaal, in de volgorde vastgesteld bij de loting.
  Het schriftelijk gedeelte omvat :
  1° het opstellen van een uiteenzetting van ongeveer dertig regels over een onderwerp uit het dagelijks leven;
  2° een versie van een gerechtelijke of buitengerechtelijke akte;
  3° een thema van een gerechtelijke of buitengerechtelijke akte.
  Voor elke nieuwe reeks van gegadigden zijn het onderwerp van het opstel en de tekst van de versie en het thema verschillend.
  Het schriftelijk examengedeelte duurt twee uur en heeft plaats onder toezicht van de examencommissie.
  De gegadigden mogen niet met elkaar in contact treden, noch zich van boeken, geschriften of welke aantekeningen ook bedienen.
  Na iedere examenreeks beraadslaagt de examencommissie met gesloten deuren over de uiteindelijke toelating van de gegadigde. Het resultaat van de beraadslaging wordt vermeld in het proces-verbaal. Daarin wordt verklaard dat de voorschriften van de wet en van dit koninklijk besluit zijn nageleefd. Het is ondertekend door de voorzitter en door alle leden van de examencommissie die het examen hebben afgenomen. Het wordt onmiddellijk in openbare zitting voorgelezen.
Art. 10. Les récipiendaires admis à l'examen écrit prennent place dans la salle suivant l'ordre du tirage au sort.
  L'épreuve écrite consiste :
  1° dans la rédaction d'un exposé d'une trentaine de lignes sur un sujet de la vie courante;
  2° dans la version d'un acte judiciaire ou extrajudiciaire;
  3° dans le thème d'un acte judiciaire ou extrajudiciaire.
  Le sujet de rédaction et le texte de la version et du thème sont différents à chaque série nouvelle de récipiendaires.
  L'épreuve écrite a une durée de deux heures et a lieu sous la surveillance du jury.
  Les récipiendaires ne peuvent communiquer entre eux ni se servir de livres, d'écrits ou de notes quelconques.
  Après chaque série d'examens, le jury délibère, à huis clos, sur l'admission définitive du récipiendaire. Le résultat de la délibération est inscrit au procès-verbal. Celui-ci atteste que les prescriptions de la loi et du présent et de tous les membres du jury qui ont procédé à l'examen. Lecture en est immédiatement donnée en séance publique.
Art. 11. De examencommissie besluit alleen tot toelating of tot afwijzing. Geen andere beoordeling mag aan de toelating worden toegevoegd, noch in de processen-verbaal, noch in de door de examencommissie afgegeven getuigschriften.
Art. 11. Le jury ne peut prononcer que l'admission ou l'ajournement. aucun degré de mérite ne peut être ajouté à l'admission, ni dans les procès-verbaux, ni dans les certificats délivrés par le jury.
Art. 12. De gegadigde die zich zonder wettige reden op de gestelde dag niet heeft aangemeld of de aanwezige kandidaat die zich, zonder wettige reden heeft verwijderd, wordt met de niet geslaagde kandidaten gelijkgesteld. De examencommissie oordeelt over de aangevoerde redenen.
  Worden zij geldig bevonden, dan wordt aan de gegadigde toelating verleend om zich bij het einde van de zittijd aan te melden.
Art. 12. Le récipiendaire qui s'est absenté, sans motif légitime, de se présenter au jour fixé ou qui, étant présent, s'est retiré sans motif légitime, est assimilé aux ajournés. L'appréciation des motifs appartient au jury.
  S'ils sont reconnus valables, le récipiendaire est autorisé à se présenter à la fin de la session.
Art. 13. Op straffe van nietigheid mag niemand lid zijn van de examencommissie bij een examen waaraan zijn echtgenoot, een bloedverwant of een aanverwant tot en met de vierde graad deelneemt.
Art. 13. Nul ne peut, sous peine de nullité, prendre part, en qualité de membre du jury, à l'examen de son conjoint, d'un parent ou d'un allié, jusque et y compris le quatrième degré.
Art. 14. De door de examencommissie afgegeven getuigschriften zijn gedrukt en opgesteld overeenkomstig het bij dit besluit gevoegd model.
  Zij worden ondertekend door de voorzitter en door alle leden van de examencommissie die het examen hebben bijgewoond.
  Zij worden, bekleed met het zegel van het Ministerie van Justitie en met de legalisatie van de handtekening door een gemachtigde ambtenaar van dat departement, aan de gegadigden afgegeven.
Art. 14. Les certificats délivrés par le jury sont imprimés et rédigés conformément au modèle annexé au présent arrêté.
  Ils portent la signature du président et de tous les membres du jury qui ont assisté à l'examen.
  Ils sont délivrés aux récipiendaires, revêtus du sceau du Ministère de la Justice et de la législation des signatures par un fonctionnaire délégué de ce département.
Art. 15. Het register van de processen-verbaal wordt op het einde van iedere zittijd afgesloten en aan de Minister van Justitie bezorgd.
Art. 15. Le registre des procès-verbaux est clos à la fin de chaque session et remis au Ministre de la Justice.
Art. 16. Het bedrag van de aan de voorzitter en aan de leden van de examencommissie toe te kennen vergoedingen wordt per gepresteerd uur (examenzitting, vergadering van de examencommissie, voorbereidende werkzaamheden of verbetering) als volgt bepaald :
  voorzitter : 250 frank;
  leden : 225 frank.
  De leden die verblijven buiten de agglomeratie waar de examencommissie zitting houdt, ontvangen een reiskostenvergoeding gelijk aan de prijs van een treinkaartje in eerste klasse.
  Zij ontvangen eveneens een vergoeding voor verblijfskosten, toegekend volgens het tarief vastgesteld voor het rijkspersoneel.
  De leden van de examencommissie hebben recht op de vergoeding vastgesteld voor de categorie van de rangen 10 tot 14, tenzij zij in aanmerking komen voor de vergoedingen vastgesteld voor de categorie van de rangen 15 tot 17.
  Wanneer de examens op een zaterdag plaatsvinden, wordt de woonplaats als de zetel van de administratieve standplaats beschouwd.
Art. 16. Le taux des allocations de vacation du président et des membres du jury est fixé comme suit par heure de prestation (séance d'examen, réunion du jury, travail préparatoire ou de correction) :
  président : 250 francs;
  membres : 225 francs.
  Les membres qui ne résident pas dans l'agglomération où siège le jury reçoivent une indemnité de voyage égale au prix d'un billet de chemin de fer en première classe.
  Ils reçoivent aussi une indemnité de séjour allouée aux conditions prévues pour les agents de l'Etat.
  Les membres du jury ont droit aux indemnités prévues pour la catégorie comprenant les rangs 10 à 14, à moins qu'ils ne puissent bénéficier des indemnités prévues pour la catégorie comprenant les rangs 15 à 17.
  Si les examens ont lieu un samedi, le domicile est à considérer comme siège de la résidence administrative.
Art. 17. Het koninklijk besluit van 9 september 1935 tot vaststelling van de voorwaarden betreffende de bekwaamheid op taalgebied welke vereist wordt van de kandidaten tot het ambt van pleitbezorger en dat van deurwaarder bij de onderscheiden rechtscolleges, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 november 1935, bij het besluit van de Regent van 31 maart 1948, bij de wet van 5 juli 1963, bij koninklijk besluit van 3 mei 1967, bij de wet van 10 oktober 1967 en bij het koninklijk besluit van 23 januari 1978, wordt opgeheven.
Art. 17. L'arrêté royal du 9 septembre 1935, déterminant les conditions d'aptitude linguistique auxquelles doivent satisfaire les candidats aux fonctions d'avoué et d'huissier près des diverses juridictions, modifié par l'arrêté royal du 4 novembre 1935, par l'arrêté du Régent du 31 mars 1948, par la loi du 5 juillet 1963, par l'arrêté royal du 3 mai 1967, par la loi du 10 octobre 1967 et par l'arrêté royal du 23 janvier 1978, est abrogé.
Art. 18. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 18. Notre Ministre de la Justice est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bijlage.
Annexe.
Art. N1. Bijlage 1. - MODEL VAN GETUIGSCHRIFT VAN TAALKENNIS VOOR HET UITOEFENEN VAN HET AMBT VAN GERECHTSDEURWAARDER.
Art. N1. Annexe 1 . - MODELE DU CERTIFICAT D'APTITUDE LINGUISTIQUE POUR L'EXERCICE DE LA FONCTION D'HUISSIER DE JUSTICE.