1° vervoermiddelen : voor belading bestemde gedeelten van voertuigen en aanhangwagens, van spoorvoertuigen en van luchtvaartuigen, alsmede scheepsruimen of containers voor het vervoer over land, over water of door de lucht;
2° waren : vers vlees, gehakt vlees, separatorvlees, vleesbereidingen, vleesproducten, gesmolten dierlijke vetten, kanen, gelatine, collageen en behandelde magen, blazen en darmen;
3° Verordening (EG) nr. 853/2004 van 29 april 2004 : de Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong;
4° koninklijk besluit van 16 januari 2006 : het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
Bovendien zijn de definities bedoeld in artikel 2 van de Verordening (EG) nr. 853/2004 van 29 april 2004 eveneens van toepassing voor dit besluit. ]1
§ 2. Dit besluit is van toepassing gedurende de gehele tijdspanne dat [1 de waren]1 zich in de vervoermiddelen bevinden. <KB 1998-10-09/36, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
§ 3. Dit besluit is van toepassing op het vervoer voor handels- of beroepsdoeleinden van [1 waren]1. <KB 1998-10-09/36, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
§ 4. Dit besluit is niet van toepassing op het vervoer van [1 waren]1, in transit op het Belgisch grondgebied naar een land dat geen lid is van de (EG), voor zover het vervoermiddel verzegeld is en er geen overlading gebeurt, tenzij in een douanekantoor of in een inrichting onder douaneregime. <KB 1998-10-09/36, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
§ 5. Dit besluit is niet van toepassing op het vervoer van vlees bekleed met het keurmerk waaruit blijkt dat het bestemd moet zijn voor de exclusieve behoeften van het gezin van de eigenaar van het slachtdier. [1 ...]1.
(Dit besluit is evenmin van toepassing in de gevallen van vervoer van niet met een keurmerk beklede karkassen van schapen of geiten en hun slachtafval bekomen door een particuliere slachting in een door de Minister van Landbouw op grond van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren erkende inrichting met het oog op het uitvoeren van slachtingen voorgeschreven door de ritus van een eredienst. Evenwel dient dit vervoer vergezeld te gaan van het bewijs van de slachtingsaangifte.) <KB 1998-10-09/36, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
§ 6. (Dit besluit is niet van toepassing op het vervoer door de exploitant van een verkooppunt bedoeld in artikel 1, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende de detailhandel in bepaalde levensmiddelen van dierlijke oorsprong.) <KB 2005-11-10/38, art. 27, 006; Inwerkingtreding : 03-12-2005>