Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
30 DECEMBER 1992. - Koninklijk besluit betreffende het vervoer van vers vlees, vleesprodukten en vleesbereidingen. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 06-11-1998 en tekstbijwerking tot 05-09-2012)
Titre
30 DECEMBRE 1992. - Arrêté royal relatif au transport des viandes fraîches, des produits à base de viande et des préparations de viandes. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 06-11-1998 et mise à jour au 05-09-2012)
Informations sur le document
Numac: 1992025313
Datum: 1992-12-30
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1992025313
Date: 1992-12-30
Moniteur: Voir
Tekst (33)
Texte (33)
HOOFDSTUK I. - Definities en toepassingsgebied.
CHAPITRE I. - Définitions et champ d'application.
Artikel 1. § 1. [1 Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
   1° vervoermiddelen : voor belading bestemde gedeelten van voertuigen en aanhangwagens, van spoorvoertuigen en van luchtvaartuigen, alsmede scheepsruimen of containers voor het vervoer over land, over water of door de lucht;
   2° waren : vers vlees, gehakt vlees, separatorvlees, vleesbereidingen, vleesproducten, gesmolten dierlijke vetten, kanen, gelatine, collageen en behandelde magen, blazen en darmen;
   3° Verordening (EG) nr. 853/2004 van 29 april 2004 : de Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong;
   4° koninklijk besluit van 16 januari 2006 : het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
   Bovendien zijn de definities bedoeld in artikel 2 van de Verordening (EG) nr. 853/2004 van 29 april 2004 eveneens van toepassing voor dit besluit. ]1

  § 2. Dit besluit is van toepassing gedurende de gehele tijdspanne dat [1 de waren]1 zich in de vervoermiddelen bevinden. <KB 1998-10-09/36, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
  § 3. Dit besluit is van toepassing op het vervoer voor handels- of beroepsdoeleinden van [1 waren]1. <KB 1998-10-09/36, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
  § 4. Dit besluit is niet van toepassing op het vervoer van [1 waren]1, in transit op het Belgisch grondgebied naar een land dat geen lid is van de (EG), voor zover het vervoermiddel verzegeld is en er geen overlading gebeurt, tenzij in een douanekantoor of in een inrichting onder douaneregime. <KB 1998-10-09/36, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
  § 5. Dit besluit is niet van toepassing op het vervoer van vlees bekleed met het keurmerk waaruit blijkt dat het bestemd moet zijn voor de exclusieve behoeften van het gezin van de eigenaar van het slachtdier. [1 ...]1.
  (Dit besluit is evenmin van toepassing in de gevallen van vervoer van niet met een keurmerk beklede karkassen van schapen of geiten en hun slachtafval bekomen door een particuliere slachting in een door de Minister van Landbouw op grond van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren erkende inrichting met het oog op het uitvoeren van slachtingen voorgeschreven door de ritus van een eredienst. Evenwel dient dit vervoer vergezeld te gaan van het bewijs van de slachtingsaangifte.) <KB 1998-10-09/36, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
  § 6. (Dit besluit is niet van toepassing op het vervoer door de exploitant van een verkooppunt bedoeld in artikel 1, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende de detailhandel in bepaalde levensmiddelen van dierlijke oorsprong.) <KB 2005-11-10/38, art. 27, 006; Inwerkingtreding : 03-12-2005>
  
Article 1. § 1. [1 Pour l'application du présent arrêté on entend par :
   1° moyens de transport : les parties réservées au chargement dans les véhicules automobiles et remorques, les véhicules circulant sur rails, les aéronefs, ainsi que les cales des bateaux ou les containers pour le transport par terre, voie d'eau ou air;
   2° denrées : les viandes fraîches, viandes hachées, viandes séparées mécaniquement, préparations de viandes, produits à base de viande, graisses animales fondues, cretons, gélatine, collagène et les estomacs, vessies et boyaux traités;
   3° Règlement (CE) n° 853/2004 du 29 avril 2004 : le Règlement (CE) n° 853/2004 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2004 fixant des règles spécifiques d'hygiène applicables aux denrées alimentaires d'origine animale;
   4° arrêté royal du 16 janvier 2006 : l'arrêté royal du 16 janvier 2006 fixant les modalités des agréments, des autorisations et des enregistrements préalables délivrés par l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
   En outre, les définitions visées à l'article 2 du Règlement (CE) n° 853/2004 du 29 avril 2004 sont aussi applicables pour le présent arrêté.]1

  § 2. Le présent arrêté s'applique [1 à tout le laps de temps pendant lequel]1 [1 les denrées]1 se trouvent dans le moyen de transport. <AR 1998-10-09/36, art. 1, 002; En vigueur : 01-12-1998>
  § 3. Le présent arrêté s'applique au transport à des fins commerciales ou professionelles [1 des denrées]1 (...). <AR 1998-10-09/36, art. 1, 002; En vigueur : 01-12-1998>
  § 4. Le présent arrêté ne s'applique pas au transport [1 des denrées]1 en transit sur le territoire belge à destination d'un pays non-membre de la (CE), pour autant que le moyen de transport soit scellé et qu'aucun transbordement [1 ne]1 soit effectué, sauf dans un office douanier ou dans une installation sous régime de douane. <AR 1998-10-09/36, art. 1, 002; En vigueur : 01-12-1998>
  § 5. Le présent arrêté ne s'applique pas au transport de viandes revêtues de la marque de salubrité prouvant qu'elles doivent être destinées aux besoins exclusifs du ménage du propriétaire de l'animal de boucherie. [1 ...]1.
  (Le présent arrêté ne s'applique pas davantage aux cas de transport de carcasses ovines ou caprines et des abats leur correspondant non munis d'une marque de salubrité qui ont été obtenus lors d'un abattage privé dans un établissement agréé en vertu de la loi du 14 août 1986 relative à la protection et au bien-être des animaux par le Ministre de l'Agriculture en vue d'effectuer des abattages prescrits par un rite religieux. Toutefois, ce transport doit être accompagné du récépissé de la déclaration d'abattage.) <AR 1998-10-09/36, art. 1, 002; En vigueur : 01-12-1998>
  § 6. (Cet arrêté ne s'applique pas au transport par l'exploitant d'un débit visé à l'article 1er, § 1er, 4° de l'arrêté royal du 10 novembre 2005 relatif au commerce de détail de certaines denrées alimentaires d'origine animale.) <AR 2005-11-10/38, art. 27, 006; En vigueur : 03-12-2005>
  
HOOFDSTUK II. - De vervoermiddelen.
CHAPITRE II. - Les moyens de transport.
Art. 3. § 1. [1
  ]1.
  § 2. [1
  ]1
  In de vervoermiddelen is het verboden te roken.
  
Art. 3. § 1. [1
  ]1.
  § 2. [1
  ]1.
  Il est interdit de fumer dans les moyens de transport.
  
HOOFDSTUK III. - De waren.
CHAPITRE III. - (Les denrées).
HOOFDSTUK IV. - Het vervoer.
CHAPITRE IV. - Le transport.
Art. 5. § 1. [1
  ]1.
  § 1bis. [1
  ]1.
  § 1erter. (...) <KB 2006-01-16/46, art. 104, 007 ; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  § 1erquater. (...) <KB 2006-01-16/46, art. 104, 007 ; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  § 1erquinquies. (...) <KB 2006-01-16/46, art. 104, 007 ; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  § 1sexies. [1
  ]1.
  § 2.[1
  ]1.
  Niet-gezouten of niet-gedroogde magen, darmen en blazen moeten bij een maximale inwendige temperatuur van 3 °C; worden vervoerd. Ongekoeld vervoer van dergelijke grondstoffen die nog niet volledig zijn gekoeld, naar inrichtingen die ze behandelen, is toegelaten voor zover het vervoer dezelfde dag gebeurt als de slachting der dieren waarvan ze voortkomen.
  § 3. [1
  ]1.
  
Art. 5. § 1er. [1
  ]1.
  (§ 1erbis. [1
  ]1.
  § 1erter. (...) <AR 2006-01-16/46, art. 104, 007 ; En vigueur : 15-03-2006>
  § 1erquater. (...) <AR 2006-01-16/46, art. 104, 007 ; En vigueur : 15-03-2006>
  § 1erquinquies. (...) <AR 2006-01-16/46, art. 104, 007 ; En vigueur : 15-03-2006>
  § 1ersexies. [1
  ]1.
  § 2. [1
  ]1.
  Les estomacs, boyaux et vessies qui ne sont pas salés ou séchés, doivent être transportés à une température à coeur maximale de 3 °C. Le transport non réfrigéré de telles matières premières qui ne sont pas encore tout à fait réfrigérées, vers les établissements qui les traitent, est admis pour autant que le transport se fasse le jour même de l'abattage des animaux dont elles proviennent.
  § 3. [1
  ]1.
  
Art. 5bis. [1 Met toepassing van Bijlage III, Sectie I, Hoofdstuk VII, punt 3, van de Verordening (EG) nr. 853/2004 van 29 april 2004, kan worden afgeweken van de maximale temperatuur van 3° C bij het vervoer van vers bloed van varkens van het slachthuis naar een verwerkingsinrichting voor de aanmaak van bloedproducten, voor zover het slachthuis van verzending en de inrichting van bestemming elk beschikken over een toelating verleend volgens de procedure van het koninklijk besluit van 16 januari 2006. Om deze toelating te bekomen, dient voldaan te zijn aan de voorwaarden van hoofdstuk I van de bijlage 2.
   Bij het vervoer onder dekking van deze toelating moet worden voldaan aan de voorwaarden van hoofdstuk II van de bijlage 2.]1

  
Art. 5bis. [1 En application de l'Annexe III, Section I, Chapitre VII, point 3, du Règlement (CE) n° 853/2004 du 29 avril 2004, il peut être dérogé à la température maximale de 3° C lors du transport de sang frais de porcins depuis l'abattoir vers un établissement de transformation pour la fabrication de produits sanguins, pour autant que l'abattoir d'expédition et l'établissement de destination disposent chacun d'une autorisation délivrée suivant la procédure de l'arrêté royal du 16 janvier 2006. Afin d'obtenir cette autorisation, il faut satisfaire aux conditions du chapitre Ier de l'annexe 2.
   Lors du transport sous couvert de cette autorisation, il faut satisfaire aux conditions du chapitre II de l'annexe 2.]1

  
HOOFDSTUK V. - Documenten.
CHAPITRE V. - Documents.
Art. 7. [1 § 1. Gedurende het vervoer gaan de waren vergezeld van een begeleidend handelsdocument dat minstens de volgende gegevens bevat :
   1° de aanvangsdatum van het vervoer en het tijdstip van de aanvang van het laden en van het vertrek;
   2° de identificatie van de vestigingseenheid die de waren levert;
   3° de naam van de verzender;
   4° de identificatie van de vestigingseenheid die de waren afneemt;
   5° de naam van de bestemmeling;
   6° de omschrijving van de waren naar hun aard, hun toestand, hun gewicht en in voorkomend geval het aantal verpakkingseenheden, de vermeldingen van het gezondheidsmerk of het identificatiemerk dat op de waren of op hun verpakking is aangebracht;
   7° een vermelding waarmee het vervoermiddel geïdentificeerd kan worden.
   § 2. Gedurende het vervoer van gehele karkassen van pluimvee of lagomorfen naar de plaatselijke markt voor de rechtstreekse levering aan de eindverbruiker door de veehouder die de dieren op zijn bedrijf heeft geslacht of daarvan terug, gaan deze vergezeld van het document waarin de toelating is vermeld, bedoeld in Bijlage III, 2.5, van het koninklijk besluit van 16 januari 2006. De bepalingen van § 1 zijn in dat geval niet van toepassing.]1

  
Art. 7. [1 § 1er. Au cours de leur transport, les denrées sont accompagnées d'un document d'accompagnement commercial contenant au moins les données suivantes :
   1° la date du début du transport ainsi que l'heure du début du chargement et du départ;
   2° l'identification de l'unité d'exploitation qui fournit les denrées;
   3° le nom de l'expéditeur;
   4° l'identification de l'unité d'exploitation qui prend la livraison des denrées;
   5° le nom du destinataire;
   6° la description des denrées selon leur nature, leur état, leur poids, et le cas échéant le nombre d'unités d'emballages, les mentions reprises dans la marque de salubrité ou la marque d'identification apposée sur les denrées ou leur emballage;
   7° une mention permettant d'identifier le moyen de transport.
   § 2. Au cours du transport de carcasses entières de volailles ou de lagomorphes vers le marché local pour l'approvisionnement direct du consommateur final par le producteur des animaux qui les a abattus dans son exploitation ou en y revenant, ces carcasses sont accompagnées du document par lequel a été délivrée l'autorisation, visée à l'Annexe III, 2.5, de l'arrêté royal du 16 janvier 2006. Les dispositions du § 1er ne sont pas d'application dans ce cas.]1

  
Art. 8. [1 § 1. Wanneer bij het vervoer meerdere bestemmelingen zijn betrokken, worden de waren samengebracht in zoveel partijen als er bestemmelingen zijn. Elke partij gaat vergezeld van een afzonderlijk begeleidend handelsdocument.
   § 2. Het begeleidend handelsdocument wordt afgegeven aan de exploitant van de inrichting of het verkooppunt, bedoeld in artikel 1, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende de detailhandel in bepaalde levensmiddelen van dierlijke oorsprong, waar de waren worden afgeladen.]1

  
Art. 8. [1 § 1er. Lorsque le transport concerne plusieurs destinataires, les denrées doivent être regroupées en autant de lots qu'il y a de destinataires. Chaque lot doit être accompagné d'un document d'accompagnement commercial séparé.
   § 2. Le document d'accompagnement commercial est remis à l'exploitant de l'établissement ou du débit, visé à l'article 1er, § 1er, 4°, de l'arrêté royal du 10 novembre 2005 relatif au commerce de détail de certaines denrées alimentaires d'origine animale, dans lequel les denrées sont déchargées.]1

  
HOOFDSTUK VI. - Afwijkingen.
CHAPITRE VI. - Dérogations.
HOOFDSTUK VII. - Strafbepalingen.
CHAPITRE VII. - Dispositions pénales.
Art. 13. De overtredingen van dit besluit worden gestraft met de straffen voorzien in :
  1° de artikelen 27 tot 32 van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel indien het vervoer van waren betreft die tot het toepassingsgebied van deze wet behoren;
  2° de artikelen 9 tot 14 van de wet van 15 april 1965 betreffende de keuring van en de handel in vis, gevogelte, konijnen en wild, en tot wijziging van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel indien het vervoer van waren betreft die tot het toepassingsgebied van deze wet behoren;
  3° (opgeheven) <KB 1998-10-09/36, art. 15, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
Art. 13. Les infractions au présent arrêté sont punies des peines prévues aux :
  1° articles 27 à 32 de la loi du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes s'il s'agit de transport de (denrées) appartenant au champ d'application de cette loi; <AR 1998-10-09/36, art. 15, 002; En vigueur : 01-12-1998>
  2° articles 9 à 14 de la loi du 15 avril 1965 concernant l'expertise et le commerce du poisson, des volailles, des lapins et du gibier et modifiant la loi du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes s'il s'agit de transport de (denrées) appartenant au champ d'application de cette loi; <AR 1998-10-09/36, art. 15, 002; En vigueur : 01-12-1998>
  3° (abrogé) <AR 1998-10-09/36, art. 15, 002; En vigueur : 01-12-1998>
HOOFDSTUK VIII. - Slot- en overgangsbepalingen.
CHAPITRE VIII. - Dispositions finales et transitoires.
Art. 15. Worden opgeheven :
  1°
  2°
  3°
  4°
  5°
  6°
  7°
Art. 15. sont abrogés :
  1°
  2°
  3°
  4°
  5°
  6°
  7°
Art. 18. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1993.
Art. 18. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 1993.
Art. 19. [1 Le ministre qui a la sécurité de la chaîne alimentaire dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.]1
  
Art. 19. [1 Le ministre qui a la sécurité de la chaîne alimentaire dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.]1
  
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. [1 Bijlage 1.]1
  HOOFDSTUK I. - Voorwaarden voor het bekomen van de (toelating). <KB 2006-01-16/46, art. 48, 007 ; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  1. Het slachthuis van verzending dient te beschikken over snelkoelapparatuur en koelinstallaties met voldoende koelcapaciteit die in verhouding staan tot de uitgevoerde activiteiten.
  2. De uitsnijderij van bestemming dient te beschikken over een koelinstallatie met voldoende koelcapaciteit om de verdere koeling van het varkensvlees uit te voeren.
  3. Zowel in het slachthuis van verzending als in de uitsnijderij van bestemming dient een adequaat autocontrolesysteem in werking te zijn. De autocontrole moet worden uitgebreid met maatregelen die specifiek verband houden met het vervoer van niet volledig doorkoelde varkenskarkassen, in het bijzonder door te voorzien in een traceerbaarhsysteem dat toelaat om de totale tijdsduur van het vervoer, inclusief het laden en het lossen, te verifiëren en door te voorzien in een steekproefsgewijze bemonstering voor microbiologische analyses van het varkensvlees bij ontvangst in de uitsnijderij van bestemming. [1 ...]1.
  HOOFDSTUK II. - Voorwaarden voor het uitoefenen van de (toelating). <KB 2006-01-16/46, art. 48, 007 ; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  1. Het vervoer beperkt zich tot het Belgische grondgebied.
  2. Per rit mag er slechts één slachthuis van verzending en één uitsnijderij van bestemming zijn.
  3. Het vervoer, inbegrepen het laden en het lossen, van het slachthuis van verzending naar de uitsnijderij van bestemming mag niet meer dan 2 uur bedragen.
  4. Rekening houdend met de maximale tijdsduur van 2 uur voor het vervoer van het slachthuis van verzending naar de uitsnijderij van bestemming, bedraagt de maximale afstand over de weg tussen het slachthuis van verzending en de uitsnijderij van bestemming 50 km.
  5. Voordat met het laden gestart wordt, dient door middel van snelkoeling en een verblijf van ten minste enkele uren in de koellokalen van het slachthuis de oppervlaktekoeling van het vlees en de inwendige koeling voldoende ver gevorderd te zijn : de kerntemperatuur van de karkassen, gemeten in de diepe ham, mag niet meer dan + 16 °C bedragen en de oppervlaktetemperatuur, gemeten onder de huid ter hoogte van de rug, mag niet meer dan + 9 °C bedragen.
  6. Indien het trichinenonderzoek vereist is, mogen de karkassen het slachthuis in geen geval verlaten voordat het resultaat is bekomen.
  7. Rekening houdend met de beladingsdichtheid, dienen de vervoermiddelen technisch adequaat uitgerust te zijn om de in punt 5 vermelde temperaturen te blijven respecteren tijdens het vervoer naar de uitsnijderij van bestemming.
  8. Bij het inladen van het vervoermiddel dienen de nodige voorzorgen genomen te worden om condensvorming te voorkomen. In elk geval dienen direct na het inladen de deuren van de laadruimte van het vervoermiddel te worden gesloten en dienen de koelinstallatie en de ventilator voor de luchtcirculatie in werking te worden gesteld.
  9. Bij aankomst in de uitsnijderij van bestemming, dient het uitladen van het vervoermiddel zonder verwijl te gebeuren.
  10. [1 ...]1.
  11. In de uitsnijderij van bestemming dient het vlees verder te worden gekoeld tot de maximale kerntemperatuur van + 7 °C voor karkassen en halve karkassen en van + 3 °C voor slachtafvallen. Alleen na het bereiken van deze respectievelijke temperaturen, mag het vlees worden uitgesneden, uitgebeend of met een onmiddellijke verpakking worden omhuld.
  
Art. N1. [1 Annexe 1. ]1
  CHAPITRE I. - Conditions pour l'octroi de l'autorisation.
  1. L'abattoir d'expédition doit disposer d'un équipement de refroidissement rapide et d'installations de refroidissement avec une capacité de réfrigération suffisante proportionnelle aux activités exercées.
  2. L'atelier de découpe de destination doit disposer d'une installation de refroidissement avec une capacité de refroidissement suffisante pour assurer la poursuite de la réfrigération des viandes de porc.
  3. Aussi bien à l'abattoir d'expédition qu'à l'atelier de découpe de destination, un système d'autocontrôle adéquat doit être en action. L'autocontrôle doit être élargi avec des mesures ayant un lien spécifique avec le transport de carcasses de porcs non complètement refroidies, en particulier par l'installation d'un système de traçabilité permettant de vérifier la durée totale du transport, y compris le chargement et le déchargement, et en prévoyant un échantillonnage aléatoire pour des analyses microbiologiques des viandes de porc lors de la réception dans l'atelier de découpe de destination. [1 ...]1.
  CHAPITRE II. - Conditions d'utilisation de l'autorisation.
  1. Le transport se limite au territoire belge.
  2. Par trajet, il ne peut y avoir qu'un abattoir d'expédition et un atelier de découpe de destination.
  3. Le transport, y compris le chargement et le déchargement, de l'abattoir d'expédition vers l'atelier de découpe de destination ne peut pas dépasser plus de 2 heures.
  4. Tenant compte de la durée maximale de 2 heures pour le transport de l'abattoir d'expédition vers l'atelier de découpe de destination, la distance maximale par route entre l'abattoir d'expédition et l'atelier de découpe de destination est de 50 km.
  5. Avant de procéder au chargement, la réfrigération superficielle des viandes et le refroidissement interne doivent être suffisamment avancés a l'aide d'une réfrigération rapide et d'un séjour d'au moins quelques heures dans les locaux frigorifiques de l'abattoir : la température à coeur des carcasses, mesurée au coeur du jambon, ne peut pas excéder + 16 °C et la température superficielle, mesurée sous la peau à hauteur du dos, ne peut pas dépasser + 9 °C.
  6. Si l'analyse trichinose est exigée, les carcasses peuvent uniquement quitter l'abattoir après que l'analyse trichinose ait été effectuée et que les carcasses aient été déclarées négatives à la trichinose.
  7. En tenant compte de la densité de chargement, les moyens de transport doivent être équipés de manière techniquement adéquate afin que le respect des températures mentionnées au point 5 soit maintenu durant le transport vers l'atelier de découpe de destination.
  8. Lors du chargement des moyens de transport, les précautions nécessaires doivent être prises afin d'éviter la formation de condensation. Dans tous les cas, les portes de l'espace de chargement des moyens de transport doivent directement être fermées après le chargement et l'installation de refroidissement et le ventilateur de circulation d'air doivent être actionnés.
  9. A l'arrivée à l'atelier de découpe de destination, le déchargement des moyens de transport doit se faire sans délai.
  10. [1 ...]1.
  11. La réfrigération des viandes doit être poursuivie dans l'atelier de découpe de destination jusqu'à la température à coeur maximale de + 7 °C pour les carcasses et demi-carcasses et de + 3 °C pour les abats. C'est seulement après avoir atteint ces températures respectives que les viandes peuvent être découpées, désossées ou pourvues d'un conditionnement.
  
Art. N2. [1 Bijlage 2. - Vervoer van niet volledig doorkoeld bloed van varkens
   HOOFDSTUK I. - Voorwaarden voor het bekomen van de toelating
   1. Het slachthuis van verzending dient te beschikken over koelinstallaties voor het bloed met voldoende koelcapaciteit die in verhouding staan tot de uitgevoerde activiteiten.
   2. Zowel in het slachthuis van verzending als in de inrichting van bestemming dient een adequaat autocontrolesysteem in werking te zijn. De autocontrole dient te worden uitgebreid met maatregelen die specifiek verband houden met de toepassing van het vervoer van niet volledig doorkoeld bloed, in het bijzonder door te voorzien in
   a) een traceerbaarheidssysteem dat toelaat om het tijdstip te kennen van de eerste slachting waarvan het bekomen bloed deel uitmaakt van de lading, het tijdstip van laden en lossen evenals het tijdstip van de aanvang van de verwerking;
   b) de verificatie en registratie van de temperatuur van het bloed bij laden en lossen;
   c) een bemonstering voor microbiologische analyses van het bloed bij laden in het slachthuis.
   HOOFDSTUK II. - Voorwaarden voor het uitoefenen van de toelating
   1. Bloed mag in het slachthuis worden opgehaald alvorens het de temperatuur van niet meer dan 3° C heeft bereikt onder de volgende voorwaarden :
   a) het bloed wordt opgehaald in het slachthuis en verwerkt in de inrichting van bestemming binnen een termijn van uiterlijk 24 uur na het verbloeden van het eerste dier dat die dag geslacht wordt en waarvan het bloed wordt opgevangen : de temperatuur van het bloed mag dan op het moment van de ophaling niet meer bedragen dan 7° C; of
   b) het bloed wordt opgehaald in het slachthuis na een termijn van 24 uur na het verbloeden van het eerste dier dat die dag geslacht wordt en waarvan het bloed wordt opgevangen en wordt verwerkt in de inrichting van bestemming binnen een termijn van 48 uur na het verbloeden van het eerste dier dat die dag geslacht wordt en waarvan het bloed wordt opgevangen : de temperatuur van het bloed mag dan op het moment van de ophaling niet meer bedragen dan 4° C.
   2. Indien gebruik gemaakt wordt van de in punt 1 vermelde afwijkingen, gelden bovendien de volgende voorwaarden :
   a) het vervoer dient beperkt te zijn tot het Belgisch grondgebied;
   b) bij het vervoer dient het begeleidend handelsdocument bedoeld in artikel 7, § 1, aangevuld met de vermelding : " warm vervoer bij 7° C " of " warm vervoer bij 4° C " al naargelang gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden vermeld in punt 1, a, dan wel 1, b, hierboven;
   c) per rit mogen er meerdere slachthuizen van verzending zijn, er mag slechts één inrichting van bestemming zijn;
   d) het bloed wordt verwerkt tot bloedproducten die een hittebehandeling ondergaan en waarvan elk lot wordt onderworpen aan een microbiologische controle die is beschreven in een gevalideerd autocontrolesysteem.]1

  
Art. N2. [1 Annexe 2. - Transport de sang de porcins non complètement refroidi
   CHAPITRE Ier. - Conditions pour l'obtention de l'autorisation.
   1. L'abattoir d'expédition doit disposer d'installations de réfrigération du sang avec une capacité de réfrigération suffisante, proportionnelle aux activités réalisées.
   2. Aussi bien à l'abattoir d'expédition qu'à l'établissement de destination, un système d'autocontrôle adéquat doit être opérant. L'autocontrôle doit être étendu par des mesures spécifiquement en lien avec l'application du transport de sang non entièrement réfrigéré, particulièrement en prévoyant
   a) un système de traçabilité qui permet de connaître le moment du premier abattage dont le sang appartient au chargement, le moment du chargement et du déchargement ainsi que le moment du début de la transformation;
   b) la vérification et l'enregistrement de la température du sang lors du chargement et du déchargement;
   c) un échantillonnage pour analyses microbiologiques du sang lors du chargement à l'abattoir.
   CHAPITRE II. - Conditions pour l'exercice de l'autorisation
   1. Le sang peut être recueilli à l'abattoir avant d'avoir atteint la température de 3° C aux conditions suivantes :
   a) le sang est enlevé à l'abattoir et doit être transformé à l'établissement de destination dans un délai de maximum 24 heures suivant la saignée du premier animal qui est abattu ce jour et dont le sang est collecté : au moment de l'enlèvement, la température du sang ne peut alors pas dépasser 7° C; ou
   b) le sang est enlevé à l'abattoir après un délai de 24 heures suivant la saignée du premier animal qui est abattu ce jour et dont le sang est collecté et doit être transformé à l'établissement de destination dans un délai de 48 heures suivant la saignée du premier animal qui est abattu ce jour et dont le sang est collecté : au moment de l'enlèvement, la température du sang ne peut alors pas dépasser les 4° C.
   2. S'il est fait usage des dérogations mentionnées au point 1, les conditions suivantes sont en outre d'application :
   a) le transport doit se limiter au territoire belge;
   b) lors du transport, le document d'accompagnement commercial mentionné à l'article 7, § 1er, doit être complété par la mention " transport à chaud à 7° C " ou " transport à chaud à 4° C " selon qu'il est fait utilisation de la possibilité mentionnée au point 1, a, voire 1, b, ci-dessus;
   c) par trajet, il peut y avoir plusieurs abattoirs d'expédition mais il ne peut y avoir qu'un seul établissement de destination;
   d) le sang est transformé en produits sanguins ayant subi un traitement par la chaleur et dont chaque lot est soumis à un contrôle microbiologique décrit dans un système d'autocontrôle validé.]1