Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
22 SEPTEMBER 1992. - Samenwerkingsakkoord tussen de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten betreffende het begeleidingsplan.
Titre
22 SEPTEMBRE 1992. - Accord de coopération entre l'Etat, les Communautés et les Régions concernant le plan d'accompagnement.
Informations sur le document
Numac: 1992021311
Datum: 1992-09-22
Info du document
Numac: 1992021311
Date: 1992-09-22
Table des matières
Tekst (24)
Texte (24)
TITEL I. - Begeleidingsplan.
TITRE I. - Plan d'accompagnement.
HOOFDSTUK I. - Beginselen.
CHAPITRE I. - Principes.
Artikel 1. De ondertekenende partijen verbinden zich ertoe om vanaf 1 januari 1993 volgens de in deze titel voorziene modaliteiten aan de werklozen een begeleidingsplan voor te leggen.
Article 1. Les parties signataires s'engagent à proposer aux chômeurs à partir du 1er janvier 1993 selon les modalités prévues dans le présent titre, un plan d'accompagnement.
Art. 2. § 1. Het begeleidingsplan richt zich op een verplichtende wijze tot alle uitkeringsgerechtigd volledig werklozen, verplicht ingeschreven als werkzoekenden, jonger dan 46 jaar die hun 10e maand werkloosheid aanvatten.
Op initiatief van de Gewesten kan het begeleidingsplan op een vrijblijvende wijze gericht worden tot alle uitkeringsgerechtigd volledig werklozen, ouder dan 46 jaar die eveneens hun 10e maand werkloosheid aanvatten.
De wachtperiode voor de jongeren die wachtuitkeringen genieten wordt voor dit artikel, gelijkgesteld met werkloosheid.
§ 2. De gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling maken de maandelijkse lijsten van de betrokken werklozen over aan de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening. Desgevallend wordt deze lijst in gemeenschappelijk overleg aangepast.
Op initiatief van de Gewesten kan het begeleidingsplan op een vrijblijvende wijze gericht worden tot alle uitkeringsgerechtigd volledig werklozen, ouder dan 46 jaar die eveneens hun 10e maand werkloosheid aanvatten.
De wachtperiode voor de jongeren die wachtuitkeringen genieten wordt voor dit artikel, gelijkgesteld met werkloosheid.
§ 2. De gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling maken de maandelijkse lijsten van de betrokken werklozen over aan de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening. Desgevallend wordt deze lijst in gemeenschappelijk overleg aangepast.
Art. 2. § 1. Le plan d'accompagnement s'adresse de manière obligatoire à tous les chômeurs complets indemnisés, inscrits obligatoirement comme demandeurs d'emploi, de moins de 46 ans qui commencent leur 10e mois de chômage.
A l'initiative des Régions, le plan d'accompagnement peut s'adresser de manière volontaire à tous les chômeurs complets indemnisés de plus de 46 ans qui, de même, commencent leur 10e mois de chômage.
La période d'attente des jeunes, qui bénéficient d'indemnités d'attente, est assimilée à du chômage pour l'application du présent article.
§ 2. Les services régionaux de placement transmettent les listes mensuelles des chômeurs concernés à l'Office national de l'emploi. Le cas échéant cette liste est adaptée en concertation commune.
A l'initiative des Régions, le plan d'accompagnement peut s'adresser de manière volontaire à tous les chômeurs complets indemnisés de plus de 46 ans qui, de même, commencent leur 10e mois de chômage.
La période d'attente des jeunes, qui bénéficient d'indemnités d'attente, est assimilée à du chômage pour l'application du présent article.
§ 2. Les services régionaux de placement transmettent les listes mensuelles des chômeurs concernés à l'Office national de l'emploi. Le cas échéant cette liste est adaptée en concertation commune.
Art. 3. § 1. Het begeleidingsplan bestaat uit twee fasen.
§ 2. In de eerste fase maakt de bevoegde gewestelijke dienst een diagnose op van de situatie van de betrokken werkloze en informeert hem van zijn mogelijkheden op de arbeidsmarkt.
§ 3. De gewestelijke dienst biedt de betrokken werklozen in de tweede fase die gemiddeld ten minste drie maanden duurt een actieplan aan, vervat in een begeleidingsovereenkomst, waarvan een kopie overgemaakt wordt aan de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening.
Dit actieplan houdt rekening met de leeftijd, de persoonlijke, sociale en beroepsbekwaamheden en een analyse van de mogelijkheden van de betrokkene op de arbeidsmarkt evenals de toestand van de arbeidsmarkt.
In het kader van het actieplan waarop elke werkloze van de doelgroep recht heeft, kan de gewestelijke dienst in functie van de noodwendigheden een bijzondere aandacht schenken aan bepaalde profielen.
In het kader van de uitvoering van de begeleidingsovereenkomst, organiseert de bevoegde gewestelijke dienst op regelmatige en intensieve wijze acties die kaderen in de begeleidingsplannen die voorafgaandelijk door de gewestelijke diensten ter goedkeuring voorgelegd worden aan het beheerscomité van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening.
Deze plannen bevatten inzonderheid maatregelen die betrekking hebben op oriëntatie, begeleiding, beroepsopleiding, tewerkstelling en permanente evaluatie van de begeleide werklozen.
§ 4. Ten laatste na vier maanden wordt door de gewestelijke dienst een evaluatie opgemaakt, die overgemaakt wordt aan de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening.
Voor de werklozen die een langdurend actieplan volgen wordt een latere slotevaluatie overgemaakt.
§ 2. In de eerste fase maakt de bevoegde gewestelijke dienst een diagnose op van de situatie van de betrokken werkloze en informeert hem van zijn mogelijkheden op de arbeidsmarkt.
§ 3. De gewestelijke dienst biedt de betrokken werklozen in de tweede fase die gemiddeld ten minste drie maanden duurt een actieplan aan, vervat in een begeleidingsovereenkomst, waarvan een kopie overgemaakt wordt aan de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening.
Dit actieplan houdt rekening met de leeftijd, de persoonlijke, sociale en beroepsbekwaamheden en een analyse van de mogelijkheden van de betrokkene op de arbeidsmarkt evenals de toestand van de arbeidsmarkt.
In het kader van het actieplan waarop elke werkloze van de doelgroep recht heeft, kan de gewestelijke dienst in functie van de noodwendigheden een bijzondere aandacht schenken aan bepaalde profielen.
In het kader van de uitvoering van de begeleidingsovereenkomst, organiseert de bevoegde gewestelijke dienst op regelmatige en intensieve wijze acties die kaderen in de begeleidingsplannen die voorafgaandelijk door de gewestelijke diensten ter goedkeuring voorgelegd worden aan het beheerscomité van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening.
Deze plannen bevatten inzonderheid maatregelen die betrekking hebben op oriëntatie, begeleiding, beroepsopleiding, tewerkstelling en permanente evaluatie van de begeleide werklozen.
§ 4. Ten laatste na vier maanden wordt door de gewestelijke dienst een evaluatie opgemaakt, die overgemaakt wordt aan de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening.
Voor de werklozen die een langdurend actieplan volgen wordt een latere slotevaluatie overgemaakt.
Art. 3. § 1. Le plan d'accompagnement comprend deux phases.
§ 2. Dans la première phase, le service régional compétent établit un diagnostic de la situation du chômeur concerné et l'informe de ses possibilités sur le marché de l'emploi.
§ 3. Le service régional présente aux chômeurs concernés au cours de la seconde phase, de trois mois au moins en moyenne, un programme d'action contenu dans une convention d'accompagnement dont copie est transmise à l'Office national de l'emploi.
Ce programme d'action tient compte de l'âge, des capacités personnelles, sociales et professionnelles et comprend une analyse des possibilités de l'intéressé sur le marché de l'emploi et de la situation de celui-ci.
Dans le cadre du programme d'action auquel chaque chômeur du groupe cible a droit, le service régional peut, en fonction des nécessités, réserver une attention particulière à certains profils.
Dans le cadre de la réalisation de la convention d'accompagnement, le service régional compétent organise d'une manière régulière et intensive des actions qui cadrent aux plans d'accompagnement soumis par les services régionaux préalablement à l'approbation du comité de gestion de l'Office national de l'emploi.
Ces plans contiennent, notamment, des mesures en rapport avec l'orientation, la guidance, la formation professionnelle, le placement et l'évaluation continue des chômeurs accompagnés.
§ 4. Au plus tard, après quatre mois, une évaluation est établie, par le service régional, qui est transmise à l'Office national de l'emploi.
Pour les chômeurs qui suivent un programme d'action plus long, une évaluation finale ultérieure est transmise.
§ 2. Dans la première phase, le service régional compétent établit un diagnostic de la situation du chômeur concerné et l'informe de ses possibilités sur le marché de l'emploi.
§ 3. Le service régional présente aux chômeurs concernés au cours de la seconde phase, de trois mois au moins en moyenne, un programme d'action contenu dans une convention d'accompagnement dont copie est transmise à l'Office national de l'emploi.
Ce programme d'action tient compte de l'âge, des capacités personnelles, sociales et professionnelles et comprend une analyse des possibilités de l'intéressé sur le marché de l'emploi et de la situation de celui-ci.
Dans le cadre du programme d'action auquel chaque chômeur du groupe cible a droit, le service régional peut, en fonction des nécessités, réserver une attention particulière à certains profils.
Dans le cadre de la réalisation de la convention d'accompagnement, le service régional compétent organise d'une manière régulière et intensive des actions qui cadrent aux plans d'accompagnement soumis par les services régionaux préalablement à l'approbation du comité de gestion de l'Office national de l'emploi.
Ces plans contiennent, notamment, des mesures en rapport avec l'orientation, la guidance, la formation professionnelle, le placement et l'évaluation continue des chômeurs accompagnés.
§ 4. Au plus tard, après quatre mois, une évaluation est établie, par le service régional, qui est transmise à l'Office national de l'emploi.
Pour les chômeurs qui suivent un programme d'action plus long, une évaluation finale ultérieure est transmise.
Art. 4. De nationale overheid verbindt zich ertoe om voor de werklozen bedoeld in artikel 2 die het aangeboden actieplan aanvaarden en te goeder trouw uitvoeren, de termijn van de toepassing van de artikelen 80 tot en met 88 van het koninklijk besluit van 26 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering te verlengen.
Over de werklozen die weigeren in te gaan op de aangeboden begeleidingsovereenkomst, die gedurende de uitvoering geen interesse vertonen of die door eigen toedoen falen, zullen de gegevens meegedeeld worden overeenkomstig de modaliteiten vermeld in titel II.
Over de werklozen die weigeren in te gaan op de aangeboden begeleidingsovereenkomst, die gedurende de uitvoering geen interesse vertonen of die door eigen toedoen falen, zullen de gegevens meegedeeld worden overeenkomstig de modaliteiten vermeld in titel II.
Art. 4. L'autorité nationale s'engage à prolonger le délai d'exécution des articles 80 et 88 inclus de l'arrêté royal du 26 novembre 1991 portant la réglementation du chômage, pour les chômeurs visés à l'article 2 qui acceptent et exécutent de bonne volonté le plan d'action présenté.
Les données au sujet des chômeurs qui refusent la convention d'accompagnement proposée, qui s'en désintéressent en cours d'exécution ou qui échouent de leur propre faute, seront communiquées conformément aux modalités du titre II.
Les données au sujet des chômeurs qui refusent la convention d'accompagnement proposée, qui s'en désintéressent en cours d'exécution ou qui échouent de leur propre faute, seront communiquées conformément aux modalités du titre II.
Art. 5. De nationale overheid verbindt zich ertoe om de meerkost van het begeleidingsplan voor de werklozen bedoeld in artikel 2, § 1, eerste lid, ten laste te nemen volgens de modaliteiten voorzien in bijlage. Deze financiering gebeurt met de instelling van een bijzondere bijdrage.
Art. 5. L'autorité nationale s'engage à prendre le coût supplémentaire du plan d'accompagnement des chômeurs visés à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, à sa charge, selon les modalités prévues en annexe. Ce financement se fera par l'instauration d'une cotisation spéciale.
HOOFDSTUK II. - Tewerkstellingsmaatregelen.
CHAPITRE II. - Mesures pour l'emploi.
Art. 6. De Gewesten verbinden zich ertoe om een gedeelte van de tewerkstellingsprogramma's voor te behouden ten voordele van de werklozen die een begeleidingsovereenkomst bedoeld in artikel 3, § 3, ondertekenden.
Art. 6. Les Régions s'engagent à réserver une partie des programmes d'emploi et des aides à l'embauche aux chômeurs qui ont signé une convention d'accompagnement visée à l'article 3, § 3.
Art. 7. De nationale overheid verbindt zich ertoe om een gedeelte van de stageverplichting voorzien in het koninklijk besluit nr. 230 van 21 december 1983 betreffende de stage en de inschakeling in het arbeidsproces te heroriënteren ten voordele van de werklozen die een begeleidingsovereenkomst bedoeld in artikel 3, § 3, ondertekenden.
Art. 7. L'autorité nationale s'engage à réorienter, une partie de l'obligation de stage prévue à l'arrêté royal n° 230 du 21 décembre 1983 relatif au stage et à l'insertion professionnelle des jeunes, au profit des chômeurs qui ont signé une convention d'accompagnement visée à l'article 3, § 3.
Art. 8. § 1. De nationale overheid verbindt zich ertoe om de voordelen van vrijstelling van sociale zekerheidsbijdragen voorzien in hoofdstuk VII, van titel III, van de programmawet van 30 december 1988 op de meest adekwate wijze af te stemmen op de werkgevers die werklozen aanwerven die een begeleidingsovereenkomst bedoeld in artikel 3, § 3, ondertekenden.
§ 2. De nationale overheid verbindt zich ertoe om gedurende 1993 en 1994 vanuit de begroting werkloosheid 1 000 miljoen aan te wenden aan financiële stimuli met het oog op de tewerkstelling van de werklozen die een begeleidingsovereenkomst bedoeld in artikel 3, § 3, ondertekenden.
§ 2. De nationale overheid verbindt zich ertoe om gedurende 1993 en 1994 vanuit de begroting werkloosheid 1 000 miljoen aan te wenden aan financiële stimuli met het oog op de tewerkstelling van de werklozen die een begeleidingsovereenkomst bedoeld in artikel 3, § 3, ondertekenden.
Art. 8. § 1. L'autorité nationale s'engage à cibler de la façon la plus adéquate les avantages de la dispense de cotisations de sécurité sociale prévue au chapitre VII, du titre III, de la loi programme du 30 décembre 1988 aux employeurs qui engagent des chômeurs qui ont signé une convention d'accompagnement visée à l'article 3, § 3.
§ 2. L'autorité nationale s'engage, pour les années 1993 et 1994, à affecter 1 000 millions du budget chômage à des incitants financiers en vue de l'emploi des chômeurs qui ont signé une convention d'accompagnement visée à l'article 3, § 3.
§ 2. L'autorité nationale s'engage, pour les années 1993 et 1994, à affecter 1 000 millions du budget chômage à des incitants financiers en vue de l'emploi des chômeurs qui ont signé une convention d'accompagnement visée à l'article 3, § 3.
TITEL II. - Uitwisseling van gegevens.
TITRE II. - Echanges de données.
Art. 9. Om elk van de nationale, regionale of communautaire instellingen in staat te stellen de hen opgelegde opdrachten uit te voeren, in het kader van een nauwkeurige omschrijving van hun respectieve taken, komen de ondertekenende partijen het volgende overeen :
§ 1. Het systeem van uitwisseling van inlichtingen en gegevens in verband met de weigering van werk, van een opleiding evenals de gevallen van onbeschikbaarheid voor de arbeidsmarkt, zal op een daadwerkelijke en correcte wijze toegepast worden overeenkomstig de principes voorzien in het document in bijlage.
§ 2. De aangeduide ambtenaren van het gewestelijk werkloosheidsbureau van de Rijksdienst van arbeidsvoorziening informeren zich zonodig bij de gewestelijke en/of communautaire diensten om bijkomende inlichtingen in te winnen die deel uitmaken van het dossier van de betrokken werkloze en die nuttig zijn voor hun opdracht om de toekenningsvoorwaarden van de uitkeringen te controleren.
In dit kader nemen deze ambtenaren de nodige maatregelen ten einde :
- de vertrouwelijke aard van de persoonlijke sociale gegevens waarvan zij kennis zouden krijgen;
- het gebruik van die gegevens die alleen nodig zijn voor de uitvoering van hun toezichtsopdracht te waarborgen.
§ 3. De gewestelijke en/of communautaire diensten houden ter beschikking van het betrokken werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening :
- een duplicaat van de oproepen die aan de werkzoekenden werden gestuurd in het kader van een werkaanbod en van een beroepsopleiding in het bedrijf;
- een duplicaat van de oproepen die aan de werkzoekenden werden gestuurd met verzoek een beroepsopleiding aan te vangen en met vermelding van de ingangsdatum ervan.
§ 1. Het systeem van uitwisseling van inlichtingen en gegevens in verband met de weigering van werk, van een opleiding evenals de gevallen van onbeschikbaarheid voor de arbeidsmarkt, zal op een daadwerkelijke en correcte wijze toegepast worden overeenkomstig de principes voorzien in het document in bijlage.
§ 2. De aangeduide ambtenaren van het gewestelijk werkloosheidsbureau van de Rijksdienst van arbeidsvoorziening informeren zich zonodig bij de gewestelijke en/of communautaire diensten om bijkomende inlichtingen in te winnen die deel uitmaken van het dossier van de betrokken werkloze en die nuttig zijn voor hun opdracht om de toekenningsvoorwaarden van de uitkeringen te controleren.
In dit kader nemen deze ambtenaren de nodige maatregelen ten einde :
- de vertrouwelijke aard van de persoonlijke sociale gegevens waarvan zij kennis zouden krijgen;
- het gebruik van die gegevens die alleen nodig zijn voor de uitvoering van hun toezichtsopdracht te waarborgen.
§ 3. De gewestelijke en/of communautaire diensten houden ter beschikking van het betrokken werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening :
- een duplicaat van de oproepen die aan de werkzoekenden werden gestuurd in het kader van een werkaanbod en van een beroepsopleiding in het bedrijf;
- een duplicaat van de oproepen die aan de werkzoekenden werden gestuurd met verzoek een beroepsopleiding aan te vangen en met vermelding van de ingangsdatum ervan.
Art. 9. En vue de permettre à chacun des organismes, national, régionaux ou communautaires d'accomplir les missions dont ils ont la charge, dans le cadre d'une description précise des tâches de chacun, les parties contractantes conviennent ce qui suit :
§ 1. Le système d'échange d'informations et données relatives au refus d'emploi et de formation ainsi qu'aux cas d'indisponibilité sera appliqué d'une manière effective et correcte conforme aux principes prévus au document en annexe.
§ 2. Les fonctionnaires désignés du bureau régional de l'Office national de l'emploi s'informent au besoin auprès des services régionaux et/ou communautaires en vue de recueillir les données complémentaires qui font partie du dossier du chômeur concerné et qui sont utiles à l'accomplissement de leur mission de vérification des conditions d'octroi des allocations.
Dans ce cadre, ces fonctionnaires prennent les mesures nécessaires afin de garantir :
- le caractère confidentiel des données sociales à caractère personnel dont ils obtiendraient connaissance;
- l'usage de ces données aux seules fins requises pour l'exercice de leur mission de surveillance.
§ 3. Les organismes régionaux et/ou communautaires tiennent à disposition au bureau du chômage de l'Office national de l'emploi concerné :
- un double des convocations communiquées aux demandeurs d'emploi dans le cadre de propositions de travail et de formation professionnelle en entreprise;
- un double des convocations communiquées aux demandeurs d'emploi les invitant à entamer une formation professionnelle et mentionnant la date de début de celle-ci.
§ 1. Le système d'échange d'informations et données relatives au refus d'emploi et de formation ainsi qu'aux cas d'indisponibilité sera appliqué d'une manière effective et correcte conforme aux principes prévus au document en annexe.
§ 2. Les fonctionnaires désignés du bureau régional de l'Office national de l'emploi s'informent au besoin auprès des services régionaux et/ou communautaires en vue de recueillir les données complémentaires qui font partie du dossier du chômeur concerné et qui sont utiles à l'accomplissement de leur mission de vérification des conditions d'octroi des allocations.
Dans ce cadre, ces fonctionnaires prennent les mesures nécessaires afin de garantir :
- le caractère confidentiel des données sociales à caractère personnel dont ils obtiendraient connaissance;
- l'usage de ces données aux seules fins requises pour l'exercice de leur mission de surveillance.
§ 3. Les organismes régionaux et/ou communautaires tiennent à disposition au bureau du chômage de l'Office national de l'emploi concerné :
- un double des convocations communiquées aux demandeurs d'emploi dans le cadre de propositions de travail et de formation professionnelle en entreprise;
- un double des convocations communiquées aux demandeurs d'emploi les invitant à entamer une formation professionnelle et mentionnant la date de début de celle-ci.
TITEL III. - Slotbepalingen.
TITRE III. - Dispositions finales.
Art. 10. De uitvoering van dit akkoord wordt om de drie maanden geëvalueerd in een evaluatiecomité.
Dit evaluatiecomité is samengesteld uit vertegenwoordigers aangeduid door de ondertekenende partijen.
De vergaderingen van dit comité worden voorbereid door het college van de leidende ambtenaren.
Dit evaluatiecomité is samengesteld uit vertegenwoordigers aangeduid door de ondertekenende partijen.
De vergaderingen van dit comité worden voorbereid door het college van de leidende ambtenaren.
Art. 10. L'exécution du présent accord sera évaluée tous les trois mois par un comité d'évaluation.
Ce comité d'évaluation sera composé de représentants désignés par les parties signataires.
Les réunions de ce comité seront préparées par le collège des fonctionnaires dirigeants.
Ce comité d'évaluation sera composé de représentants désignés par les parties signataires.
Les réunions de ce comité seront préparées par le collège des fonctionnaires dirigeants.
Art. 11. De in artikel 3, § 3, bedoelde begeleidingsplannen worden uiterlijk tegen 15 oktober 1992 aan de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening overgemaakt.
De Rijksdienst voor arbeidsvoorziening brengt uiterlijk op 30 november 1992 haar beslissing ter kennis aan de gewestelijke diensten.
De Rijksdienst voor arbeidsvoorziening brengt uiterlijk op 30 november 1992 haar beslissing ter kennis aan de gewestelijke diensten.
Art. 11. Les plans d'accompagnement visés à l'article 3, § 3, seront transmises par les services régionaux à l'Office national de l'emploi au plus tard le 15 octobre 1992.
L'Office national de l'emploi communique sa décision aux services régionaux au plus tard le 30 novembre 1992.
L'Office national de l'emploi communique sa décision aux services régionaux au plus tard le 30 novembre 1992.
Art. 12. Artikel 3 van het samenwerkingsakkoord van 5 juni 1991 tussen de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten betreffende de herinschakeling van langdurig werklozen wordt opgeheven.
Art. 12. L'article 3 de l'accord de coopération conclu le 5 juin 1991 entre l'Etat, les Communautés et les Régions concernant la réinsertion de chômeurs de longue durée est abrogé.
Art. 13. Dit samenwerkingsakkoord treedt in werking op de dag van de ondertekening.
Art. 13. Le présent accord de coopération entre en vigueur le jour de sa signature.
Bijlage.
Annexe.
Art. N1. Bijlage 1. Financiering.
1. Begeleidingsactiviteiten.
a) De R.V.A. verkrijgt als opvolgingskost 200 000 000 F.
b) In de loop van januari 1993 krijgen de gewestelijke diensten een voorschot ten belope van de geschatte uitgaven rekening houdend met hun aandeel van het doelpubliek voor het eerste kwartaal 1993.
De kosten van de volgende kwartalen worden uitbetaald in de loop van de maanden mei, augustus en november op basis van de eerste, de tweede en de derde evaluatie van dat jaar.
Vanaf de afrekening van het tweede kwartaal 1993 wordt rekening gehouden met de trimestriële evaluaties van de correcte uitvoering van het samenwerkingsakkoord (zowel de gegevenstransfer als het reëel aantal gerealiseerde begeleidingsplannen die aanleiding geven tot een tewerkstelling, tot een opleiding, tot een afgesloten plan zonder gevolg of tot uitwisseling van gegevens).
Voor de begeleidingsactiviteiten van de Gewesten wordt een bedrag voorzien van 1 000 000 000 F.
De uitbetaling gebeurt op basis van verantwoordingsstukken. De mogelijke intrestkosten bij te late doorstorting van de voorziene bedragen kunnen gelden als kost binnen de voorziene enveloppe.
Dit bedrag dekt de volledige begeleidingskost voor het in het akkoord omschreven doelpubliek.
2. Bijkomende beroepsopleidingen.
Een bedrag van 800 000 000 F op jaarbasis wordt proportioneel verdeeld onder de Gemeenschappen, rekening houdend met het aantal begeleidingsplannen met inhoud beroepsopleiding, ten voordele van personen die een begeleidingsovereenkomst ondertekenden.
De uitbetaling gebeurt op dezelfde wijze (met name een voorschot, een evaluatie en verantwoordingsstukken), als deze uiteengezet voor de begeleidingsactiviteiten.
Voor de berekening van het eerste voorschot wordt uitgegaan van de verdeelsleutel voorzien in de financieringswet.
De Gemeenschappen leveren de inspanning om een maximaal vormingsaanbod aan te bieden dat binnen het daartoe gereserveerde bedrag rekening houdt met alle mogelijke opleidingen.
De Vlaamse en de Franse Gemeenschap plegen overleg met het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest om het aandeel van de beroepsopleidingen georganiseerd voor de Brusselse werklozen, vast te leggen.
Transmissie van de gegevens tussen V.D.A.B., F.O.R.Em., B.G.D.A. en R.V.A.
1. Begeleidingsactiviteiten.
a) De R.V.A. verkrijgt als opvolgingskost 200 000 000 F.
b) In de loop van januari 1993 krijgen de gewestelijke diensten een voorschot ten belope van de geschatte uitgaven rekening houdend met hun aandeel van het doelpubliek voor het eerste kwartaal 1993.
De kosten van de volgende kwartalen worden uitbetaald in de loop van de maanden mei, augustus en november op basis van de eerste, de tweede en de derde evaluatie van dat jaar.
Vanaf de afrekening van het tweede kwartaal 1993 wordt rekening gehouden met de trimestriële evaluaties van de correcte uitvoering van het samenwerkingsakkoord (zowel de gegevenstransfer als het reëel aantal gerealiseerde begeleidingsplannen die aanleiding geven tot een tewerkstelling, tot een opleiding, tot een afgesloten plan zonder gevolg of tot uitwisseling van gegevens).
Voor de begeleidingsactiviteiten van de Gewesten wordt een bedrag voorzien van 1 000 000 000 F.
De uitbetaling gebeurt op basis van verantwoordingsstukken. De mogelijke intrestkosten bij te late doorstorting van de voorziene bedragen kunnen gelden als kost binnen de voorziene enveloppe.
Dit bedrag dekt de volledige begeleidingskost voor het in het akkoord omschreven doelpubliek.
2. Bijkomende beroepsopleidingen.
Een bedrag van 800 000 000 F op jaarbasis wordt proportioneel verdeeld onder de Gemeenschappen, rekening houdend met het aantal begeleidingsplannen met inhoud beroepsopleiding, ten voordele van personen die een begeleidingsovereenkomst ondertekenden.
De uitbetaling gebeurt op dezelfde wijze (met name een voorschot, een evaluatie en verantwoordingsstukken), als deze uiteengezet voor de begeleidingsactiviteiten.
Voor de berekening van het eerste voorschot wordt uitgegaan van de verdeelsleutel voorzien in de financieringswet.
De Gemeenschappen leveren de inspanning om een maximaal vormingsaanbod aan te bieden dat binnen het daartoe gereserveerde bedrag rekening houdt met alle mogelijke opleidingen.
De Vlaamse en de Franse Gemeenschap plegen overleg met het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest om het aandeel van de beroepsopleidingen georganiseerd voor de Brusselse werklozen, vast te leggen.
Transmissie van de gegevens tussen V.D.A.B., F.O.R.Em., B.G.D.A. en R.V.A.
Art. N1. Annexe 1. Financement.
1. Activités d'accompagnement.
a) L'O.N.Em. obtient comme frais de suivi 200 000 000 F.
b) En janvier 1993, les services régionaux recevront une avance à concurrence des dépenses estimées pour le premier trimestre de 1993 tenant compte de leur part du public ciblé.
Les frais des trimestres suivants seront payés dans le courant des mois de mai, août et novembre, sur la base de la première, de la seconde et de la troisième évaluation de cette année-là.
Dès le décompte du second trimestre 1993, il sera tenu compte des évaluations trimestrielles de l'exécution correcte de l'accord de coopération (aussi bien l'échange de données que le nombre réel de plans d'accompagnement réalisés qui aboutissent à une mise à l'emploi, à une formation, à un plan terminé sans suite ou un échange de données).
Pour les Régions un montant de 1 000 000 000 F est prévu pour leurs activités d'accompagnement.
Le paiement s'effectue sur base de pièces justificatives. Les éventuels frais d'intérêt en cas d'un paiement tardif des montants prévus peuvent entrer dans l'enveloppe prévue.
Ce montant couvre complètement les frais d'accompagnement pour le groupe cible décrit dans l'accord.
2. Formations professionnelles supplémentaires.
Un montant de 800 000 000 F par an sera proportionnellement réparti entre les Communautés, compte tenu du nombre de plans d'accompagnement avec un contenu de formation professionnelle, au profit de personnes qui ont signé une convention d'accompagnement.
Le paiement se fera de la même manière que celle exposée (c'est-à-dire avance, évaluation et pièces justificatives) pour les activités d'accompagnement.
Pour le calcul de la première avance l'on se basera sur la clé de répartition prévue dans la loi de financement.
Les Communautés font l'effort d'une offre de formation maximale qui tient compte de toutes les formations possibles à concurrence du montant réservé à cet effet.
La Communauté flamande et la Communauté française se concertent avec la Région de Bruxelles-Capitale concernant l'engagement de la quote-part des formations professionnelles organisées pour les chômeurs bruxellois.
Transmission des données entre V.D.A.B., F.O.R.Em., O.R.B.Em. et l'O.N.Em.
1. Activités d'accompagnement.
a) L'O.N.Em. obtient comme frais de suivi 200 000 000 F.
b) En janvier 1993, les services régionaux recevront une avance à concurrence des dépenses estimées pour le premier trimestre de 1993 tenant compte de leur part du public ciblé.
Les frais des trimestres suivants seront payés dans le courant des mois de mai, août et novembre, sur la base de la première, de la seconde et de la troisième évaluation de cette année-là.
Dès le décompte du second trimestre 1993, il sera tenu compte des évaluations trimestrielles de l'exécution correcte de l'accord de coopération (aussi bien l'échange de données que le nombre réel de plans d'accompagnement réalisés qui aboutissent à une mise à l'emploi, à une formation, à un plan terminé sans suite ou un échange de données).
Pour les Régions un montant de 1 000 000 000 F est prévu pour leurs activités d'accompagnement.
Le paiement s'effectue sur base de pièces justificatives. Les éventuels frais d'intérêt en cas d'un paiement tardif des montants prévus peuvent entrer dans l'enveloppe prévue.
Ce montant couvre complètement les frais d'accompagnement pour le groupe cible décrit dans l'accord.
2. Formations professionnelles supplémentaires.
Un montant de 800 000 000 F par an sera proportionnellement réparti entre les Communautés, compte tenu du nombre de plans d'accompagnement avec un contenu de formation professionnelle, au profit de personnes qui ont signé une convention d'accompagnement.
Le paiement se fera de la même manière que celle exposée (c'est-à-dire avance, évaluation et pièces justificatives) pour les activités d'accompagnement.
Pour le calcul de la première avance l'on se basera sur la clé de répartition prévue dans la loi de financement.
Les Communautés font l'effort d'une offre de formation maximale qui tient compte de toutes les formations possibles à concurrence du montant réservé à cet effet.
La Communauté flamande et la Communauté française se concertent avec la Région de Bruxelles-Capitale concernant l'engagement de la quote-part des formations professionnelles organisées pour les chômeurs bruxellois.
Transmission des données entre V.D.A.B., F.O.R.Em., O.R.B.Em. et l'O.N.Em.
Art. 1N1. I. Oproeping door de dienst.
Ofwel voor :
- een plaatsingsonderhoud;
- een informatiebijeenkomst;
- proeven inzake beroepsbekwaamheid;
- de psychologische dienst;
- de medische dienst;
- een onderhoud of een oriënteringscyclus voor een beroepsopleiding;
- een onderhoud tot analyse van de noden inzake beroepskwalificatie en -opleiding.
Ofwel :
op algemene wijze, voor iedere reden, dienstig om de werkzoekende hulp te verschaffen voor zijn inschakeling op de arbeidsmarkt, of zijn herinschakeling op de arbeidsmarkt, door de verbetering van zijn beroepskwalificatie of -opleiding.
De betrokkene wordt uitgenodigd gevolg te geven aan een uitnodiging die op passende manier aanduidt dat :
1. hij erop dient te antwoorden;
2. hij, indien hij hier niet op antwoordt, binnen de acht dagen terug opgeroepen zal worden om de redenen voor zijn afwezigheid uiteen te zetten;
3. zijn verplichte inschrijving als werkzoekende duidelijk inhoudt dat men van hem positieve reacties verwacht op de dringende verzoeken van de dienst.
A. De betrokkene geeft geen gevolg aan de oproeping.
1. De betrokkene wordt binnen de acht dagen terug opgeroepen :
a) De betrokkene geeft nog altijd geen gevolg aan deze nieuwe oproep. De R.V.A. wordt hiervan verwittigd alsmede van de datum van afwezigheid bij de eerste oproep.
b) De betrokkene geeft gevolg aan de nieuwe oproep. Tijdens een onderhoud wordt hij uitgenodigd de reden aan te geven voor zijn afwezigheid.
Ingeval van geldige reden : geen probleem.
Ingeval hij geen geldige reden heeft : de R.V.A. wordt hiervan verwittigd en de aangevoerde ongeldige redenen worden meegedeeld.
B. De betrokkene geeft gevolg aan de uitnodiging.
1. Hij werkt positief mee : geen probleem.
2. Hij werkt niet positief mee en heeft hiervoor geen geldige reden : hij wordt er ter plaatse duidelijk aan herinnerd dat zijn inschrijving als werkzoekende inhoudt dat men van hem positieve reacties verwacht op de dringende verzoeken van de dienst.
a) Hij reageert hierop door positief mee te werken : geen probleem.
b) Hij volhardt in zijn houding van niet-medewerking : de R.V.A. wordt verwittigd van het feit en van de omstandigheden van zijn weigering tot positieve medewerking, die eventueel indicatief zijn voor de onbeschikbaarheid op de arbeidsmarkt.
Ofwel voor :
- een plaatsingsonderhoud;
- een informatiebijeenkomst;
- proeven inzake beroepsbekwaamheid;
- de psychologische dienst;
- de medische dienst;
- een onderhoud of een oriënteringscyclus voor een beroepsopleiding;
- een onderhoud tot analyse van de noden inzake beroepskwalificatie en -opleiding.
Ofwel :
op algemene wijze, voor iedere reden, dienstig om de werkzoekende hulp te verschaffen voor zijn inschakeling op de arbeidsmarkt, of zijn herinschakeling op de arbeidsmarkt, door de verbetering van zijn beroepskwalificatie of -opleiding.
De betrokkene wordt uitgenodigd gevolg te geven aan een uitnodiging die op passende manier aanduidt dat :
1. hij erop dient te antwoorden;
2. hij, indien hij hier niet op antwoordt, binnen de acht dagen terug opgeroepen zal worden om de redenen voor zijn afwezigheid uiteen te zetten;
3. zijn verplichte inschrijving als werkzoekende duidelijk inhoudt dat men van hem positieve reacties verwacht op de dringende verzoeken van de dienst.
A. De betrokkene geeft geen gevolg aan de oproeping.
1. De betrokkene wordt binnen de acht dagen terug opgeroepen :
a) De betrokkene geeft nog altijd geen gevolg aan deze nieuwe oproep. De R.V.A. wordt hiervan verwittigd alsmede van de datum van afwezigheid bij de eerste oproep.
b) De betrokkene geeft gevolg aan de nieuwe oproep. Tijdens een onderhoud wordt hij uitgenodigd de reden aan te geven voor zijn afwezigheid.
Ingeval van geldige reden : geen probleem.
Ingeval hij geen geldige reden heeft : de R.V.A. wordt hiervan verwittigd en de aangevoerde ongeldige redenen worden meegedeeld.
B. De betrokkene geeft gevolg aan de uitnodiging.
1. Hij werkt positief mee : geen probleem.
2. Hij werkt niet positief mee en heeft hiervoor geen geldige reden : hij wordt er ter plaatse duidelijk aan herinnerd dat zijn inschrijving als werkzoekende inhoudt dat men van hem positieve reacties verwacht op de dringende verzoeken van de dienst.
a) Hij reageert hierop door positief mee te werken : geen probleem.
b) Hij volhardt in zijn houding van niet-medewerking : de R.V.A. wordt verwittigd van het feit en van de omstandigheden van zijn weigering tot positieve medewerking, die eventueel indicatief zijn voor de onbeschikbaarheid op de arbeidsmarkt.
Art. 1N1. I. Convocation par le service pour.
Soit :
- un entretien placement;
- une séance d'information;
- des épreuves de qualification professionnelle;
- le service psychologique;
- le service médical;
- un entretien ou un cycle d'orientation en vue d'une formation professionnelle;
- un entretien d'analyse des besoins en termes de qualification et formation professionnelle.
Soit :
d'une manière générale toute raison utile à apporter au demandeur d'emploi une aide propre à son insertion sur le marché de l'emploi, à sa réinsertion sur le marché de l'emploi par l'amélioration de sa qualification ou formation professionnelle.
L'intéressé est invité à donner suite à une convocation qui porte d'une manière appropriée mention :
1. de ce qu'il est tenu d'y répondre;
2. de ce que sans quoi il sera reconvoqué dans les huit jours pour exposer les motifs de son absence;
3. de ce que l'inscription comme demandeur d'emploi obligatoire implique clairement des obligations de réactions positives aux sollicitations du service.
A. L'intéressé ne donne pas suite à la convocation.
1. L'intéressé est reconvoqué dans les huit jours :
a) L'intéressé ne donne toujours pas suite à ce rappel de convocation. L'O.N.Em. est informé de ce fait de même que de la date d'absence à la première convocation.
b) L'intéressé donne suite au rappel de convocation. Reçu en entretien, il est invité à exposer les motifs de son absence.
En cas de motifs valables : pas de problèmes.
En cas de motifs non valables : l'O.N.Em. est informé de ce fait et les motifs non valables sont communiqués.
B. L'intéressé donne suite à la convocation.
1. Il collabore de façon positive : pas de problèmes.
2. Il ne collabore pas de façon positive et n'a pour cela pas de raisons valables. Sur le champ, il est informé clairement des obligations de réactions positives aux sollicitations du service, qu'implique de sa part son inscription comme demandeur d'emploi.
a) Il réagit en collaborant de façon positive : pas de problèmes. b) Il maintient son attitude de non collaboration : l'O.N.Em. est informé de ce fait et des circonstances du refus de collaboration positive, éventuellement indicatives d'indisponibilité sur le marché de l'emploi.
Soit :
- un entretien placement;
- une séance d'information;
- des épreuves de qualification professionnelle;
- le service psychologique;
- le service médical;
- un entretien ou un cycle d'orientation en vue d'une formation professionnelle;
- un entretien d'analyse des besoins en termes de qualification et formation professionnelle.
Soit :
d'une manière générale toute raison utile à apporter au demandeur d'emploi une aide propre à son insertion sur le marché de l'emploi, à sa réinsertion sur le marché de l'emploi par l'amélioration de sa qualification ou formation professionnelle.
L'intéressé est invité à donner suite à une convocation qui porte d'une manière appropriée mention :
1. de ce qu'il est tenu d'y répondre;
2. de ce que sans quoi il sera reconvoqué dans les huit jours pour exposer les motifs de son absence;
3. de ce que l'inscription comme demandeur d'emploi obligatoire implique clairement des obligations de réactions positives aux sollicitations du service.
A. L'intéressé ne donne pas suite à la convocation.
1. L'intéressé est reconvoqué dans les huit jours :
a) L'intéressé ne donne toujours pas suite à ce rappel de convocation. L'O.N.Em. est informé de ce fait de même que de la date d'absence à la première convocation.
b) L'intéressé donne suite au rappel de convocation. Reçu en entretien, il est invité à exposer les motifs de son absence.
En cas de motifs valables : pas de problèmes.
En cas de motifs non valables : l'O.N.Em. est informé de ce fait et les motifs non valables sont communiqués.
B. L'intéressé donne suite à la convocation.
1. Il collabore de façon positive : pas de problèmes.
2. Il ne collabore pas de façon positive et n'a pour cela pas de raisons valables. Sur le champ, il est informé clairement des obligations de réactions positives aux sollicitations du service, qu'implique de sa part son inscription comme demandeur d'emploi.
a) Il réagit en collaborant de façon positive : pas de problèmes. b) Il maintient son attitude de non collaboration : l'O.N.Em. est informé de ce fait et des circonstances du refus de collaboration positive, éventuellement indicatives d'indisponibilité sur le marché de l'emploi.
Art. 2N1. II. Werkaanbod.
Betrokkene wordt uitgenodigd gevolg te geven aan een oproep betreffende een werkaanbod, die dit feit vermeldt en eveneens dat hij verplicht is erop te antwoorden.
A. Betrokkene biedt zich niet aan bij de plaatsingsdienst.
De R.V.A. wordt vijftien dagen later verwittigd. In geval van een laattijdige spontane aanbieding binnen deze termijn, wordt de betrokkene tot een onderhoud uitgenodigd. De dienst onderzoekt de geldige of niet-geldige redenen van de niet-aanbieding van betrokkene op de bepaalde dag.
De beoordeling door de dienst van de geldige reden, houdt rekening met het feit dat de niet-aanbieding intussen het verlies van een daadwerkelijke tewerkstellingsmogelijkheid tot gevolge kan gehad hebben.
In geval van niet geldige redenen bevat de informatie aan de R.V.A. deze niet geldige redenen.
B. Betrokkene biedt zich aan bij de plaatsingsdienst.
1. Hij aanvaardt het werkaanbod en :
a) gaat zich aanbieden bij de werkgever waar hij aanvaard wordt : geen probleem;
b) gaat zich aanbieden bij de werkgever waar hij :
1° ofwel niet aangeworven wordt wegens redenen die aan hem te wijten zijn : de R.V.A. wordt van dit feit en van de omstandigheden van de niet-aanwerving die de werkgever verstrekt heeft of waarover de dienst geïnformeerd is of waarvan de dienst kennis heeft gekregen, beknopt verwittigd;
2° ofwel niet aanvaard wordt om redenen die niet aan hem te wijten zijn : geen probleem;
c) ofwel gaat hij zich niet aanbieden bij de werkgever : de R.V.A. wordt ervan verwittigd en zal zichzelf op de hoogte stellen of geïnformeerd worden over het verder gevolg; betrokkene wordt opnieuw opgeroepen om zijn afwezigheid bij de werkgever te rechtvaardigen :
- betrokkene biedt zich aan en tijdens een onderhoud verschaft hij een geldige reden, in welk geval er geen probleem rijst en de R.V.A. geïnformeerd wordt;
- betrokkene biedt zich aan en verschaft geen geldige redenen. De R.V.A. wordt verwittigd van de niet-geldige redenen aangevoerd door betrokkene;
- betrokkene biedt zich niet aan : de R.V.A. wordt van dit aanvullend feit verwittigd.
2. Hij weigert gevolg te geven aan het werkaanbod bij de bemiddelaar :
a) ofwel heeft hij een geldige reden en zijn er geen problemen;
b) ofwel heeft hij geen geldige reden : de R.V.A. wordt hiervan verwittigd en van de omstandigheden van de weigering tot positieve medewerking in het kader van een werkaanbod.
Betrokkene wordt uitgenodigd gevolg te geven aan een oproep betreffende een werkaanbod, die dit feit vermeldt en eveneens dat hij verplicht is erop te antwoorden.
A. Betrokkene biedt zich niet aan bij de plaatsingsdienst.
De R.V.A. wordt vijftien dagen later verwittigd. In geval van een laattijdige spontane aanbieding binnen deze termijn, wordt de betrokkene tot een onderhoud uitgenodigd. De dienst onderzoekt de geldige of niet-geldige redenen van de niet-aanbieding van betrokkene op de bepaalde dag.
De beoordeling door de dienst van de geldige reden, houdt rekening met het feit dat de niet-aanbieding intussen het verlies van een daadwerkelijke tewerkstellingsmogelijkheid tot gevolge kan gehad hebben.
In geval van niet geldige redenen bevat de informatie aan de R.V.A. deze niet geldige redenen.
B. Betrokkene biedt zich aan bij de plaatsingsdienst.
1. Hij aanvaardt het werkaanbod en :
a) gaat zich aanbieden bij de werkgever waar hij aanvaard wordt : geen probleem;
b) gaat zich aanbieden bij de werkgever waar hij :
1° ofwel niet aangeworven wordt wegens redenen die aan hem te wijten zijn : de R.V.A. wordt van dit feit en van de omstandigheden van de niet-aanwerving die de werkgever verstrekt heeft of waarover de dienst geïnformeerd is of waarvan de dienst kennis heeft gekregen, beknopt verwittigd;
2° ofwel niet aanvaard wordt om redenen die niet aan hem te wijten zijn : geen probleem;
c) ofwel gaat hij zich niet aanbieden bij de werkgever : de R.V.A. wordt ervan verwittigd en zal zichzelf op de hoogte stellen of geïnformeerd worden over het verder gevolg; betrokkene wordt opnieuw opgeroepen om zijn afwezigheid bij de werkgever te rechtvaardigen :
- betrokkene biedt zich aan en tijdens een onderhoud verschaft hij een geldige reden, in welk geval er geen probleem rijst en de R.V.A. geïnformeerd wordt;
- betrokkene biedt zich aan en verschaft geen geldige redenen. De R.V.A. wordt verwittigd van de niet-geldige redenen aangevoerd door betrokkene;
- betrokkene biedt zich niet aan : de R.V.A. wordt van dit aanvullend feit verwittigd.
2. Hij weigert gevolg te geven aan het werkaanbod bij de bemiddelaar :
a) ofwel heeft hij een geldige reden en zijn er geen problemen;
b) ofwel heeft hij geen geldige reden : de R.V.A. wordt hiervan verwittigd en van de omstandigheden van de weigering tot positieve medewerking in het kader van een werkaanbod.
Art. 2N1. II. Proposition de travail.
L'intéressé est invité à donner suite à une convocation pour une proposition de travail qui porte mention de ce fait et de ce qu'il est tenu d'y répondre.
A. L'intéressé ne se présente pas au service de placement.
L'O.N.Em. est informé quinze jours plus tard. En cas d'une présentation tardive spontanée dans ce délai, l'intéressé est reçu en entretien. Le service examine les motifs valables ou non de non présentation de l'intéressé au jour fixé.
L'appréciation du motif valable par le service, tient compte du fait que la non présentation a pu avoir, entre-temps, comme conséquence la perte d'une possibilité effective d'emploi.
En cas de motifs non valables : l'information à l'O.N.Em. contient ces motifs non valables.
B. L'intéressé se présente au service de placement.
1. Il accepte l'offre d'emploi et :
a) va se présenter chez l'employeur où il est accepté : pas de problèmes;
b) va se présenter chez l'employeur où :
1° soit il n'est pas accepté pour des motifs qui lui sont imputables : l'O.N.Em. est averti de ce fait et succinctement des circonstances du non engagement que l'employeur a fournies, ou dont le service a été informé ou dont il a pris connaissance;
2° soit il n'est pas accepté pour des motifs qui ne lui sont pas imputables : pas de problèmes;
c) soit il ne va pas se présenter chez l'employeur : l'O.N.Em. est informé de ce fait et s'informera ou sera informé du suivi ultérieur; l'intéressé est reconvoqué pour justifier de cette absence chez l'employeur :
- l'intéressé se présente. Reçu en entretien, il fournit des motifs valables auquel cas, il n'y a plus de problèmes et l'O.N.Em. est informé;
- l'intéressé se présente et ne fournit pas de motifs valables. L'O.N.Em. est informé des motifs non valables avancés par l'intéressé;
- l'intéressé ne se présente pas : l'O.N.Em. est informé de ce fait complémentaire.
2. Il refuse de donner suite à l'offre d'emploi chez le placeur :
a) soit il a un motif valable et il n'y a pas de problèmes;
b) soit il n'a pas de motif valable : l'O.N.Em. est informé de ce fait, et des circonstances de ce refus de collaboration positive dans le cadre d'une offre d'emploi.
L'intéressé est invité à donner suite à une convocation pour une proposition de travail qui porte mention de ce fait et de ce qu'il est tenu d'y répondre.
A. L'intéressé ne se présente pas au service de placement.
L'O.N.Em. est informé quinze jours plus tard. En cas d'une présentation tardive spontanée dans ce délai, l'intéressé est reçu en entretien. Le service examine les motifs valables ou non de non présentation de l'intéressé au jour fixé.
L'appréciation du motif valable par le service, tient compte du fait que la non présentation a pu avoir, entre-temps, comme conséquence la perte d'une possibilité effective d'emploi.
En cas de motifs non valables : l'information à l'O.N.Em. contient ces motifs non valables.
B. L'intéressé se présente au service de placement.
1. Il accepte l'offre d'emploi et :
a) va se présenter chez l'employeur où il est accepté : pas de problèmes;
b) va se présenter chez l'employeur où :
1° soit il n'est pas accepté pour des motifs qui lui sont imputables : l'O.N.Em. est averti de ce fait et succinctement des circonstances du non engagement que l'employeur a fournies, ou dont le service a été informé ou dont il a pris connaissance;
2° soit il n'est pas accepté pour des motifs qui ne lui sont pas imputables : pas de problèmes;
c) soit il ne va pas se présenter chez l'employeur : l'O.N.Em. est informé de ce fait et s'informera ou sera informé du suivi ultérieur; l'intéressé est reconvoqué pour justifier de cette absence chez l'employeur :
- l'intéressé se présente. Reçu en entretien, il fournit des motifs valables auquel cas, il n'y a plus de problèmes et l'O.N.Em. est informé;
- l'intéressé se présente et ne fournit pas de motifs valables. L'O.N.Em. est informé des motifs non valables avancés par l'intéressé;
- l'intéressé ne se présente pas : l'O.N.Em. est informé de ce fait complémentaire.
2. Il refuse de donner suite à l'offre d'emploi chez le placeur :
a) soit il a un motif valable et il n'y a pas de problèmes;
b) soit il n'a pas de motif valable : l'O.N.Em. est informé de ce fait, et des circonstances de ce refus de collaboration positive dans le cadre d'une offre d'emploi.
Art. 3N1. III. Beroepsopleiding.
A. Oproeping door de dienst voor :
- Deelname aan een beroepsopleiding. De analyse van deze situatie wordt geassimileerd met de niet-aanbieding bij de werkgever ter gelegenheid van een werkaanbod.
1. Betrokkene geeft geen gevolg aan een uitnodiging om een beroepsopleiding aan te vatten.
Volgens de interne modaliteiten van de bevoegde dienst van het Gewest en/of de Gemeenschap wordt de R.V.A. hiervan op de hoogte gesteld. De R.V.A. zal zichzelf informeren of geïnformeerd worden over het verder gevolg.
De bevoegde dienst van het Gewest en/of de Gemeenschap roept, in voorkomend geval, betrokkene terug op om deze afwezigheid te rechtvaardigen :
a) betrokkene biedt zich aan en tijdens een onderhoud brengt hij geldige redenen naar voor; de dienst gaat na in welke mate de aangevoerde reden en de termijn binnen dewelke hij aangevoerd werd, al dan niet een beletsel vormt voor een deelname aan de bedoelde beroepsopleiding;
b) betrokkene biedt zich aan maar voert geen geldige redenen aan. De R.V.A. wordt op de hoogte gebracht van de ongeldige redenen aangebracht door betrokkene;
c) betrokkene biedt zich niet aan : de R.V.A. wordt hiervan op de hoogte gebracht, de laattijdig spontane aanbieding van betrokkene doet procedure terug aanvatten op punt A, 1, a, hierboven.
2. Betrokkene biedt zich aan en begint de beroepsopleiding : geen probleem.
3. Betrokkene biedt zich aan waarbij hij de onmogelijkheid inroept om de voorziene beroepsopleiding aan te vatten of zijn wens om ze niet aan te vatten : zie procedure in geval van werkaanbieding punt II, B, 2, a en b.
B. Onderbreking van de beroepsopleiding.
1. Indien de beroepsopleiding van een vergoede werkloze onderbroken wordt door een beslissing van de dienst wegens gebrek aan positieve medewerking, wordt de R.V.A. verwittigd van het feit en van de omstandigheden die deze onderbreking tot gevolg gehad hebben.
2. Dezelfde inlichtingen worden aan de R.V.A. overgemaakt indien de beroepsopleiding onderbroken wordt omdat de werkloze deze verlaat.
3. Wanneer de onderbrekingen van de beroepsopleiding door " ontslag " of verlating gerechtvaardigd zijn door geldige redenen, niet te wijten aan de werkloze en die door de dienst worden aanvaard, wordt de R.V.A. hiervan beknopt verwittigd.
A. Oproeping door de dienst voor :
- Deelname aan een beroepsopleiding. De analyse van deze situatie wordt geassimileerd met de niet-aanbieding bij de werkgever ter gelegenheid van een werkaanbod.
1. Betrokkene geeft geen gevolg aan een uitnodiging om een beroepsopleiding aan te vatten.
Volgens de interne modaliteiten van de bevoegde dienst van het Gewest en/of de Gemeenschap wordt de R.V.A. hiervan op de hoogte gesteld. De R.V.A. zal zichzelf informeren of geïnformeerd worden over het verder gevolg.
De bevoegde dienst van het Gewest en/of de Gemeenschap roept, in voorkomend geval, betrokkene terug op om deze afwezigheid te rechtvaardigen :
a) betrokkene biedt zich aan en tijdens een onderhoud brengt hij geldige redenen naar voor; de dienst gaat na in welke mate de aangevoerde reden en de termijn binnen dewelke hij aangevoerd werd, al dan niet een beletsel vormt voor een deelname aan de bedoelde beroepsopleiding;
b) betrokkene biedt zich aan maar voert geen geldige redenen aan. De R.V.A. wordt op de hoogte gebracht van de ongeldige redenen aangebracht door betrokkene;
c) betrokkene biedt zich niet aan : de R.V.A. wordt hiervan op de hoogte gebracht, de laattijdig spontane aanbieding van betrokkene doet procedure terug aanvatten op punt A, 1, a, hierboven.
2. Betrokkene biedt zich aan en begint de beroepsopleiding : geen probleem.
3. Betrokkene biedt zich aan waarbij hij de onmogelijkheid inroept om de voorziene beroepsopleiding aan te vatten of zijn wens om ze niet aan te vatten : zie procedure in geval van werkaanbieding punt II, B, 2, a en b.
B. Onderbreking van de beroepsopleiding.
1. Indien de beroepsopleiding van een vergoede werkloze onderbroken wordt door een beslissing van de dienst wegens gebrek aan positieve medewerking, wordt de R.V.A. verwittigd van het feit en van de omstandigheden die deze onderbreking tot gevolg gehad hebben.
2. Dezelfde inlichtingen worden aan de R.V.A. overgemaakt indien de beroepsopleiding onderbroken wordt omdat de werkloze deze verlaat.
3. Wanneer de onderbrekingen van de beroepsopleiding door " ontslag " of verlating gerechtvaardigd zijn door geldige redenen, niet te wijten aan de werkloze en die door de dienst worden aanvaard, wordt de R.V.A. hiervan beknopt verwittigd.
Art. 3N1. III. Formation professionnelle.
A. Convocation par le service pour :
- Une entrée en formation professionnelle. L'analyse de cette situation s'assimile à la non présentation chez l'employeur à l'occasion d'une offre d'emploi.
1. L'intéressé ne donne pas suite à une convocation d'entrée en formation professionnelle.
Suivant les modalités internes au service régional et/ou communautaire compétent l'O.N.Em. est informé de ce fait. Il s'informera ou sera informé du suivi ultérieur.
Le service régional et/ou communautaire compétent reconvoque, s'il échet, l'intéressé pour justifier de cette absence.
Dans cette hypothèse :
a) l'intéressé se présente. Reçu en entretien, il fournit des motifs valables; le service examine la mesure dans laquelle le motif fourni et le délai dans lequel il a été fourni fait ou non obstacle à la participation à la formation professionnelle envisagée;
b) l'intéressé se présente et ne fournit pas de motifs valables. L'O.N.Em. est informé des motifs non valables exposés par l'intéressé;
c) l'intéressé ne se présente pas : l'O.N.Em. est informé de ce fait; la présentation tardive spontanée de l'intéressé renvoie la procédure au point A, 1, a, avant.
2. L'intéressé se présente et entame sa formation professionnelle : il n'y a pas de problèmes.
3. L'intéressé se présente tout en faisant valoir son impossibilité de ou son souhait de ne pas entamer la formation professionnelle prévue : voir la procédure en cas d'offre d'emploi point II, B, 2, a et b.
B. Interruption de formation professionnelle.
1. Lorsque la formation professionnelle d'un chômeur indemnisé est interrompue, par décision du service, pour manque de collaboration positive : l'O.N.Em. est informé du fait et des circonstances ayant entraîné cette interruption.
2. Les mêmes informations sont fournies à l'O.N.Em. en cas d'interruption de la formation professionnelle par abandon de celle-ci par le chômeur.
3. Lorsque les interruptions de formation professionnelle par " licenciement " ou abandon sont légitimées par des motifs valables acceptés le service et non imputables au chômeur, l'O.N.Em. est informé succinctement.
A. Convocation par le service pour :
- Une entrée en formation professionnelle. L'analyse de cette situation s'assimile à la non présentation chez l'employeur à l'occasion d'une offre d'emploi.
1. L'intéressé ne donne pas suite à une convocation d'entrée en formation professionnelle.
Suivant les modalités internes au service régional et/ou communautaire compétent l'O.N.Em. est informé de ce fait. Il s'informera ou sera informé du suivi ultérieur.
Le service régional et/ou communautaire compétent reconvoque, s'il échet, l'intéressé pour justifier de cette absence.
Dans cette hypothèse :
a) l'intéressé se présente. Reçu en entretien, il fournit des motifs valables; le service examine la mesure dans laquelle le motif fourni et le délai dans lequel il a été fourni fait ou non obstacle à la participation à la formation professionnelle envisagée;
b) l'intéressé se présente et ne fournit pas de motifs valables. L'O.N.Em. est informé des motifs non valables exposés par l'intéressé;
c) l'intéressé ne se présente pas : l'O.N.Em. est informé de ce fait; la présentation tardive spontanée de l'intéressé renvoie la procédure au point A, 1, a, avant.
2. L'intéressé se présente et entame sa formation professionnelle : il n'y a pas de problèmes.
3. L'intéressé se présente tout en faisant valoir son impossibilité de ou son souhait de ne pas entamer la formation professionnelle prévue : voir la procédure en cas d'offre d'emploi point II, B, 2, a et b.
B. Interruption de formation professionnelle.
1. Lorsque la formation professionnelle d'un chômeur indemnisé est interrompue, par décision du service, pour manque de collaboration positive : l'O.N.Em. est informé du fait et des circonstances ayant entraîné cette interruption.
2. Les mêmes informations sont fournies à l'O.N.Em. en cas d'interruption de la formation professionnelle par abandon de celle-ci par le chômeur.
3. Lorsque les interruptions de formation professionnelle par " licenciement " ou abandon sont légitimées par des motifs valables acceptés le service et non imputables au chômeur, l'O.N.Em. est informé succinctement.
Art. 4N1. IV. Toepassing.
De " geldige " of " niet-geldige " redenen, onderzocht door de dienst, worden door deze beoordeeld rekening houdend met de principes van de werkloosheidsverzekering in verband met de positieve beschikbaarheid op de arbeidsmarkt en in overeenstemming met de verplichtingen die de verplichte inschrijving als werkzoekende inhoudt.
In geval van twijfel wordt om de appreciatie van het werkloosheidsbureau verzocht.
Ze worden bovendien geapprecieerd, in het bijzonder, in functie van de door de diensten gevoerde specifieke acties, inzonderheid volgend uit de samenwerkingsakkoorden, gericht op het ontwikkelen van de kansen en persoonlijke mogelijkheden van inschakeling.
Met het oog op een uniforme toepassing van bovenstaande regeling wordt het college van leidend ambtenaren belast met het harmoniseren van de maatregelen en de toepassingsprocedures.
De " geldige " of " niet-geldige " redenen, onderzocht door de dienst, worden door deze beoordeeld rekening houdend met de principes van de werkloosheidsverzekering in verband met de positieve beschikbaarheid op de arbeidsmarkt en in overeenstemming met de verplichtingen die de verplichte inschrijving als werkzoekende inhoudt.
In geval van twijfel wordt om de appreciatie van het werkloosheidsbureau verzocht.
Ze worden bovendien geapprecieerd, in het bijzonder, in functie van de door de diensten gevoerde specifieke acties, inzonderheid volgend uit de samenwerkingsakkoorden, gericht op het ontwikkelen van de kansen en persoonlijke mogelijkheden van inschakeling.
Met het oog op een uniforme toepassing van bovenstaande regeling wordt het college van leidend ambtenaren belast met het harmoniseren van de maatregelen en de toepassingsprocedures.
Art. 4N1. IV. Application.
Les " motifs valables " ou " non valables " examinés par le service sont appréciés par celui-ci en tenant compte des principes de la réglementation chômage en matière de disponibilité positive sur le marché de l'emploi et en conformité avec les obligations qu'implique l'inscription obligatoire comme demandeur d'emploi.
En cas de doute, l'appréciation du bureau du chômage de l'O.N.Em. est sollicitée.
Ils sont en outre appréciés, particulièrement, en fonction des actions spécifiques, notamment, consécutives à des accords de coopération, menées par les services en vue du développement des chances et des capacités personnelles d'insertion.
En vue d'une application uniforme des règles susmentionnées, le collège des fonctionnaires dirigeants est chargé d'harmoniser ces mesures et leurs procédures d'application.
Les " motifs valables " ou " non valables " examinés par le service sont appréciés par celui-ci en tenant compte des principes de la réglementation chômage en matière de disponibilité positive sur le marché de l'emploi et en conformité avec les obligations qu'implique l'inscription obligatoire comme demandeur d'emploi.
En cas de doute, l'appréciation du bureau du chômage de l'O.N.Em. est sollicitée.
Ils sont en outre appréciés, particulièrement, en fonction des actions spécifiques, notamment, consécutives à des accords de coopération, menées par les services en vue du développement des chances et des capacités personnelles d'insertion.
En vue d'une application uniforme des règles susmentionnées, le collège des fonctionnaires dirigeants est chargé d'harmoniser ces mesures et leurs procédures d'application.