Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
11 DECEMBER 1991. - Samenwerkingsakkoord tussen de Staat, de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap inzake Middenstandsopleiding en toegang tot het beroep.
Titre
11 DECEMBRE 1991. - Accord de coopération entre l'Etat, la Communauté francaise, la Communauté flamande et la Communauté germanophone en matière de formation des Classes moyennes et d'accès à la profession.
Informations sur le document
Numac: 1992018105
Datum: 1991-12-11
Info du document
Numac: 1992018105
Date: 1991-12-11
Tekst (8)
Texte (8)
Artikel 1. Het Ministerie van Middenstand, het franstalig Instituut voor de voortdurende Vorming van de Middenstand en het Vlaams Instituut voor Zelfstandig Ondernemen zullen mekaar informeren over de opleidingsprogramma's en bepalingen betreffende de reeds gereglementeerde of nog te reglementeren beroepen, evenals over de wijzigingen die hierop betrekking hebben.
Article 1. Le Ministère des Classes moyennes, l'Institut francophone de Formation permanente des Classes moyennes et l'Institut flamand pour l'Entreprise indépendante s'informeront mutuellement à propos des programmes de formation et des dispositions relatifs aux professions déjà réglementées et à celles qui vont l'être, ainsi qu'à propos des modifications y afférentes.
Art. 2. Indien aanvullende inlichtingen noodzakelijk zijn of indien bepaalde moeilijkheden zich voordoen, zal op vraag van een van de instellingen opgenomen in artikel 1, een werkgroep bijeengeroepen worden door het Ministerie van Middenstand.
De in het eerste lid vermelde moeilijkheden zullen hoofdzakelijk het gebrek aan samenhang moeten betreffen tussen de programma's voorgesteld door de verschillende Instituten. De werkgroep zal elk nuttig voorstel aan de betrokken Ministers overmaken. Indien geen gemeenschappelijke oplossing kan worden voorgesteld, zal hiervan akte worden genomen in de notulen waarvan sprake in artikel 6 van dit akkoord.
De in het eerste lid vermelde moeilijkheden zullen hoofdzakelijk het gebrek aan samenhang moeten betreffen tussen de programma's voorgesteld door de verschillende Instituten. De werkgroep zal elk nuttig voorstel aan de betrokken Ministers overmaken. Indien geen gemeenschappelijke oplossing kan worden voorgesteld, zal hiervan akte worden genomen in de notulen waarvan sprake in artikel 6 van dit akkoord.
Art. 2. Si des informations complémentaires sont nécessaires ou si certaines difficultés se présentent, un groupe de travail sera réuni à la demande d'un des organismes visés à l'article 1er par le Ministère des Classes moyennes.
Les difficultés évoquées au premier alinéa devront principalement concerner des discordances qui pourraient apparaître dans les programmes présentés de part et d'autre par les Instituts. Le groupe de travail fera toute proposition utile aux ministres concernés. S'il ne peut proposer une solution commune, ce fait sera acté dans les procès-verbaux dont question à l'article 6 du présent accord.
Les difficultés évoquées au premier alinéa devront principalement concerner des discordances qui pourraient apparaître dans les programmes présentés de part et d'autre par les Instituts. Le groupe de travail fera toute proposition utile aux ministres concernés. S'il ne peut proposer une solution commune, ce fait sera acté dans les procès-verbaux dont question à l'article 6 du présent accord.
Art. 3. De werkgroep zal samengesteld zijn uit de volgende personen :
- een ambtenaar van het Ministerie van Middenstand belast met de toegang tot het beroep;
- de Adviseur van het Vlaams Instituut voor Zelfstandig Ondernemen, verantwoordelijk voor het betrokken beroep of opleiding;
- de Adviseur van het franstalig Instituut voor de Voortdurende Vorming van de Middenstand verantwoordelijk voor het betrokken beroep of opleiding;
- één of twee leden en eventueel de secretaris van de respectievelijke Beroepscommissies, belast met de voorbereiding van het programma van het betrokken beroep.
- een ambtenaar van het Ministerie van Middenstand belast met de toegang tot het beroep;
- de Adviseur van het Vlaams Instituut voor Zelfstandig Ondernemen, verantwoordelijk voor het betrokken beroep of opleiding;
- de Adviseur van het franstalig Instituut voor de Voortdurende Vorming van de Middenstand verantwoordelijk voor het betrokken beroep of opleiding;
- één of twee leden en eventueel de secretaris van de respectievelijke Beroepscommissies, belast met de voorbereiding van het programma van het betrokken beroep.
Art. 3. Le groupe de travail sera composé des personnes suivantes :
- un fonctionnaire du Ministère des Classes moyennes chargé de l'accès à la profession;
- le Conseiller de l'Institut flamand pour l'Entreprise indépendante responsable pour la profession ou formation concernée;
- le Conseiller de l'Institut francophone de Formation permanente des Classes moyennes responsable pour la profession ou formation concernée;
- un ou deux membres et éventuellement le Secrétaire des Commissions professionnelles respectives, chargé(s) de l'élaboration du programme de la profession concernée.
- un fonctionnaire du Ministère des Classes moyennes chargé de l'accès à la profession;
- le Conseiller de l'Institut flamand pour l'Entreprise indépendante responsable pour la profession ou formation concernée;
- le Conseiller de l'Institut francophone de Formation permanente des Classes moyennes responsable pour la profession ou formation concernée;
- un ou deux membres et éventuellement le Secrétaire des Commissions professionnelles respectives, chargé(s) de l'élaboration du programme de la profession concernée.
Art. 4. Een lid van elk van beide Instituten zal aangeduid worden als tussenpersoon voor de contacten met het Ministerie van Middenstand. Hij zal de nodige inlichtingen overmaken en antwoorden op de punctuele vragen van het Ministerie van Middenstand.
Art. 4. Un membre de chacun des deux Instituts sera désigné comme interlocuteur pour les contacts avec le Ministère des Classes moyennes. Il transmettra les informations nécessaires et répondra aux demandes ponctuelles du Ministère des Classes moyennes.
Art. 5. Zitpenningen alsook verblijfs- en verplaatsingsvergoedingen zullen aan de leden van de Beroepscommissies die deelnemen aan de werkgroepen toegekend worden. Deze uitgaven komen ten laste van de begroting van het Ministerie van Middenstand. Het bedrag van deze zitpenningen en de toekenning van deze vergoedingen zullen vastgelegd worden bij koninklijk besluit.
Art. 5. Des jetons de présence ainsi que des indemnités de séjour et de déplacement seront octroyés aux membres des Commissions professionnelles qui participent aux groupes de travail, à charge du budget du Ministère des Classes moyennes. Le montant de ces jetons et l'octroi de ces indemnités seront fixés par arrêté royal.
Art. 6. De notulen van de bijeenkomsten van de werkgroep zullen opgesteld worden door het Ministerie van Middenstand en toegezonden worden aan de Minister van Middenstand, aan de Gemeenschapsministers die bevoegd zijn voor de middenstandsopleiding, en aan de deelnemers van de bijeenkomsten.
Art. 6. Les procès-verbaux des réunions du groupe de travail seront rédigés par le Ministère des Classes moyennes et seront envoyés au Ministre des Classes moyennes, aux Ministres communautaires ayant la formation des Classes moyennes dans leurs attributions et aux participants.
Art. 7. De beschikkingen van voornoemde artikelen zullen van rechtswege uitgebreid worden tot het organisme dat zou opgericht worden door de Duitstalige Gemeenschap om de opdrachten te vervullen met betrekking tot de permanente vorming van de Middenstand. Dit organisme zal op dezelfde manier deelnemen aan de werkgroep zoals voorzien in artikel 3 voor het nederlandstalig en het franstalig instituut.
Art. 7. Les dispositions des articles précédents seront étendues de plein droit à l'organisme qui serait créé par la Communauté germanophone pour remplir des missions relatives à la formation permanente des Classes moyennes. Cet organisme participera au groupe de travail de la même manière que prévu à l'article 3 pour les instituts flamand et francophone.
Art. 8. Dit samenwerkingsakkoord treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 8. Le présent accord entre en vigueur à la date de sa publication au Moniteur belge.