Artikel 1. Wie voornemens is de toelating te vragen van effecten of waarden tot de notering aan een Belgische Effectenbeurs, waarvoor minder dan drie maanden tevoren reeds toelating tot de officiële notering aan een effectenbeurs in een andere lid-Staat van de Europese Gemeenschappen is of wordt verleend en waarvoor een prospectus en, in voorkomend geval, een aanvulling hierbij zijn opgesteld conform de regeling die door deze andere lid-Staat met toepassing van de Richtlijn 80/390/EEG werd uitgevaardigd en na goedkeuring ervan door de bevoegde overheid van deze andere lid-Staat, kan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen verzoeken om dit prospectus met eventuele aanvullingen te erkennen voor de toelating van de betrokken effecten of waarden tot de notering aan een Belgische Effectenbeurs.
Een dergelijk verzoek kan ook worden gedaan door elke persoon die voornemens is de toelating te vragen tot de notering aan een Belgische Effectenbeurs van effecten of waarden, die minder dan drie maanden tevoren reeds in een andere lid-Staat van de Europese Gemeenschappen openbaar zijn uitgegeven en waarvoor een prospectus bij openbaar aanbod en, in voorkomend geval, een aanvulling hierbij zijn opgesteld conform de regeling die door de andere lid-Staat met toepassing van artikelen 7, 8 of 12 van de Richtlijn 89/298/EEG werd uitgevaardigd, na goedkeuring hiervan door de bevoegde overheid van deze andere lid-Staat.
Een dergelijk verzoek kan ook worden gedaan door elke persoon die voornemens is effecten of waarden openbaar te koop te stellen te koop te bieden of te verkopen, die minder dan drie maanden tevoren in een andere lid-Staat van de Europese Gemeenschappen openbaar zijn uitgegeven en waarvoor een aanbiedingsprospectus en, in voorkomend geval, een aanvulling hierbij zijn opgesteld conform de regeling die door de andere lid-Staat met toepassing van de Richtlijn 89/298/EEG werd uitgevaardigd, na goedkeuring hiervan door de bevoegde overheid van deze andere lid-Staat.
(De verzoeken bedoeld in de voorgaande leden kunnen echter worden ingediend voor het prospectus door de bevoegde autoriteit van de andere Lidstaat is goedgekeurd. In dit geval zal de beslissing tot erkenning van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen gebeuren onder voorbehoud van goedkeuring van het prospectus door de bevoegde autoriteit van de andere Lidstaat en van mededeling van de documenten bedoeld in artikel 4, § 1.)
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
14 NOVEMBER 1991. - Koninklijk besluit over de wederzijdse erkenning binnen de Europese Gemeenschappen van het prospectus bij een openbaar aanbod en van het prospectus bij toelating tot de notering aan een effectenbeurs. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-12-1991 en tekstbijwerking tot 07-03-1996)
Titre
14 novembre 1991. - Arrêté royal relatif à la reconnaissance mutuelle au sein des Communautés européennes des prospectus d'offre publique et des prospectus d'admission à la cote d'une bourse de valeurs mobilières. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 03-12-1991 et mise à jour au 07-03-1996)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (18)
Texte (18)
Afdeling I. - Erkenning in België van een in een andere lid-Staat van de Europese Gemeenschappen goedgekeurd prospectus.
Section I. - Reconnaissance en Belgique d'un prospectus approuvé dans un autre Etat membre des Communautés européennes.
Article 1. Quiconque se propose de demander l'admission à la cote d'une bourse de valeurs mobilières belge, de titres ou valeurs qui ont fait ou font depuis moins de trois mois l'objet, dans un autre Etat membre des Communautés européennes, d'une admission à la cote officielle d'une Bourse de valeurs mobilières pour laquelle un prospectus et, le cas échéant, un complément de prospectuis ont été établis conformément aux dispositions prises par cet autre Etat membre en exécution de la Directive 80/390/CEE, après avoir été approuvés par l'autorité compétente de cet autre Etat membre, peut demander à la Commission bancaire et financière de reconnaître ce prospectus et ses éventuels compléments pour l'admission des titres ou valeurs concernés à la cote d'une Bourse de valeurs mobilières belge.
La même demande peut être formulée par toute personne qui se propose de demander l'admission à la cote d'une Bourse de valeurs belge de titres ou valeurs qui ont fait depuis moins de trois mois l'objet, dans un autre Etat membre des Communautés européennes, d'une émission publique pour laquelle un prospectus d'offre publique et, le cas échéant, un complément de prospectus ont été établis conformément aux dispositions prises par cet autre Etat membre en exécution des articles 7, 8 ou 12 de la Directive 89/298/CEE, après avoir été approuvés par l'autorité compétente de cet autre Etat membre.
La même demande peut également être faite par toute personne qui se propose d'exposer en vente, d'offrir en vente ou de vendre publiquement des titres ou valeurs qui ont fait depuis moins de trois mois l'objet, dans un autre Etat membre des Communautés européennes, d'une émission publique pour laquelle un prospectus d'offre publique et, le cas échéant, un complément de prospectus ont été établis conformément aux dispositions prises par cet autre Etat membre en exécution de la Directive 89/298/CEE, après avoir été approuvés par l'autorité compétente de cet autre Etat membre.
(Les demandes visées aux alinéas ci-dessus peuvent toutefois être introduites avant l'approbation du prospectus par l'autorité compétente de l'autre Etat membre. Dans ce cas, la décision de reconnaissance de la Commission bancaire et financière est prise sous la réserve de l'approbation du prospectus par l'autorité compétente de l'autre Etat membre et de la communication des documents visés à l'article 4, § 1er.)
La même demande peut être formulée par toute personne qui se propose de demander l'admission à la cote d'une Bourse de valeurs belge de titres ou valeurs qui ont fait depuis moins de trois mois l'objet, dans un autre Etat membre des Communautés européennes, d'une émission publique pour laquelle un prospectus d'offre publique et, le cas échéant, un complément de prospectus ont été établis conformément aux dispositions prises par cet autre Etat membre en exécution des articles 7, 8 ou 12 de la Directive 89/298/CEE, après avoir été approuvés par l'autorité compétente de cet autre Etat membre.
La même demande peut également être faite par toute personne qui se propose d'exposer en vente, d'offrir en vente ou de vendre publiquement des titres ou valeurs qui ont fait depuis moins de trois mois l'objet, dans un autre Etat membre des Communautés européennes, d'une émission publique pour laquelle un prospectus d'offre publique et, le cas échéant, un complément de prospectus ont été établis conformément aux dispositions prises par cet autre Etat membre en exécution de la Directive 89/298/CEE, après avoir été approuvés par l'autorité compétente de cet autre Etat membre.
(Les demandes visées aux alinéas ci-dessus peuvent toutefois être introduites avant l'approbation du prospectus par l'autorité compétente de l'autre Etat membre. Dans ce cas, la décision de reconnaissance de la Commission bancaire et financière est prise sous la réserve de l'approbation du prospectus par l'autorité compétente de l'autre Etat membre et de la communication des documents visés à l'article 4, § 1er.)
Art. 2. Wie voornemens is de toelating te vragen van effecten of waarden tot de notering aan een Belgische Effectenbeurs, waarvoor minder dan drie maanden tevoren reeds toelating tot de officiele notering aan de effectenbeurs in een andere lid-Staat van de Europese Gemeenschappen is verleend en waarvoor door de bevoegde overheid van deze andere lid-Staat een volledige vrijstelling van de verplichting tot publikatie van een prospectus is toegestaan conform de regeling die door deze andere lid-Staat met toepassing van de Richtlijn 80/390/EEG werd uitgevaardigd, kan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen verzoeken om deze vrijstelling te erkennen voor de toelating van de betrokken effecten of waarden tot de notering aan een Belgische Effectenbeurs.
Een dergelijk verzoek kan ook worden gedaan door elke persoon die voornemens is de toelating te vragen tot de notering aan een Belgische Effectenbeurs van effecten of waarden, die minder dan drie maanden tevoren reeds in een andere lid-Staat van de Europese Gemeenschappen openbaar zijn uitgegeven en waarvoor door de bevoegde overheid van deze andere lid-Staat een volledige vrijstelling van de verplichting tot publikatie van een prospectus is toegestaan conform de regeling die door deze andere lid-Staat met toepassing van artikelen 7, 8 of 12 van de Richtlijn 89/298/EEG werd uitgevaardigd.
Een deregelijk verzoek kan ook worden gedaan door elke persoon die voornemens is effecten of waarden openbaar te koop te stellen, te koop te bieden of te verkopen, die minder dan drie maanden tevoren reeds in een andere lid-Staat van de Europese Gemeenschappen openbaar zijn uitgegeven en waarvoor door de bevoegde overheid van deze andere Lid-Staat een volledige vrijstelling van de verplichting tot publikatie van een prospectus bij openbaar aanbod is toegestaan conform de regeling die door de bevoegde overheid van deze andere lid-Staat met toepassing van de Richtlijn 89/298/EEG werd uitgevaardigd.
(De verzoeken bedoeld in de voorgaande leden kunnen nochtans ingediend worden vooraleer de bevoegde overheid van de andere Lidstaat vrijstelling verleent. In dit geval zal de beslissing tot erkenning door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen genomen worden onder voorbehoud van vrijstelling door de bevoegde autoriteit van de andere Lidstaat en van de mededeling van de documenten bedoeld in artikel 4, § 1.)
Een dergelijk verzoek kan ook worden gedaan door elke persoon die voornemens is de toelating te vragen tot de notering aan een Belgische Effectenbeurs van effecten of waarden, die minder dan drie maanden tevoren reeds in een andere lid-Staat van de Europese Gemeenschappen openbaar zijn uitgegeven en waarvoor door de bevoegde overheid van deze andere lid-Staat een volledige vrijstelling van de verplichting tot publikatie van een prospectus is toegestaan conform de regeling die door deze andere lid-Staat met toepassing van artikelen 7, 8 of 12 van de Richtlijn 89/298/EEG werd uitgevaardigd.
Een deregelijk verzoek kan ook worden gedaan door elke persoon die voornemens is effecten of waarden openbaar te koop te stellen, te koop te bieden of te verkopen, die minder dan drie maanden tevoren reeds in een andere lid-Staat van de Europese Gemeenschappen openbaar zijn uitgegeven en waarvoor door de bevoegde overheid van deze andere Lid-Staat een volledige vrijstelling van de verplichting tot publikatie van een prospectus bij openbaar aanbod is toegestaan conform de regeling die door de bevoegde overheid van deze andere lid-Staat met toepassing van de Richtlijn 89/298/EEG werd uitgevaardigd.
(De verzoeken bedoeld in de voorgaande leden kunnen nochtans ingediend worden vooraleer de bevoegde overheid van de andere Lidstaat vrijstelling verleent. In dit geval zal de beslissing tot erkenning door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen genomen worden onder voorbehoud van vrijstelling door de bevoegde autoriteit van de andere Lidstaat en van de mededeling van de documenten bedoeld in artikel 4, § 1.)
Art. 2. Quiconque se propose de demander l'admission à la cote d'une Bourse de valeurs mobilières belge de titres ou valeurs qui ont fait depuis moins de trois mois l'objet, dans un autre Etat membre des Communautés européennes, d'une admission à la cote officielle d'une bourse de valeurs mobilières pour laquelle une dispense totale de l'obligation de publier un prospectus a été accordée par l'autorité compétente de cet autre Etat membre conformément aux dispositions que celui-ci a prises en exécution de la Directive 80/390/CEE peut demander à la Commission bancaire et financière de reconnaître cette dispense pour l'admission des titres ou valeurs concernés à la cote d'une Bourse de valeurs mobilières belge.
La même demande peut être formulée par toute personne qui se propose de demander l'admission à la cote d'une Bourse de valeurs mobilières belge de titre ou valeurs qui ont fait depuis moins de trois mois l'objet dans un autre Etat membre des Communautés européennes, d'une émission publique pour laquelle une dispense totale de l'obligation de publier un prospectus a été accordée par l'autorité compétente de cet autre Etat membre conformément aux dispositions qu'il a prises en exécution des articles 7, 8 ou 12 de la Directive 89/298/CEE.
La même demande peut être faite par toute personne qui se propose d'exposer en vente, d'offrir en vente ou de vendre publiquement des titres ou valeurs qui ont fait depuis moins de trois mois l'objet, dans un autre Etat membre des Communautés européennes, d'une émission publique pour laquelle une dispense totale de l'obligation de publier un prospectus d'offre publique a été accordée par l'autorité compétente conformément aux dispositions prises par cet autre Etat membre en exécution de la Directive 89/298/CEE.
(Les demandes visées aux alinéas ci-dessus peuvent toutefois être introduites avant l'octroi de la dispense par l'autorité compétente de l'autre Etat membre. Dans ce cas, la décision de reconnaissance de la Commission bancaire et financière est prise sous la réserve de l'octroi de la dispense par l'autorité compétente de l'autre Etat membre et de la communication des documents visés à l'article 4, § 1er.)
La même demande peut être formulée par toute personne qui se propose de demander l'admission à la cote d'une Bourse de valeurs mobilières belge de titre ou valeurs qui ont fait depuis moins de trois mois l'objet dans un autre Etat membre des Communautés européennes, d'une émission publique pour laquelle une dispense totale de l'obligation de publier un prospectus a été accordée par l'autorité compétente de cet autre Etat membre conformément aux dispositions qu'il a prises en exécution des articles 7, 8 ou 12 de la Directive 89/298/CEE.
La même demande peut être faite par toute personne qui se propose d'exposer en vente, d'offrir en vente ou de vendre publiquement des titres ou valeurs qui ont fait depuis moins de trois mois l'objet, dans un autre Etat membre des Communautés européennes, d'une émission publique pour laquelle une dispense totale de l'obligation de publier un prospectus d'offre publique a été accordée par l'autorité compétente conformément aux dispositions prises par cet autre Etat membre en exécution de la Directive 89/298/CEE.
(Les demandes visées aux alinéas ci-dessus peuvent toutefois être introduites avant l'octroi de la dispense par l'autorité compétente de l'autre Etat membre. Dans ce cas, la décision de reconnaissance de la Commission bancaire et financière est prise sous la réserve de l'octroi de la dispense par l'autorité compétente de l'autre Etat membre et de la communication des documents visés à l'article 4, § 1er.)
Art. 3. (lid ingetrokken)
De verzoeken om erkenning van een aanvulling bij het prospectus als bedoeld in artikel 1 (moeten worden ingediend) zodra deze aanvulling door de bevoegde overheid van de andere lid-Staat is goedgekeurd.
De verzoeken om erkenning van een aanvulling bij het prospectus als bedoeld in artikel 1 (moeten worden ingediend) zodra deze aanvulling door de bevoegde overheid van de andere lid-Staat is goedgekeurd.
Art. 3. (alinéa abrogé)
(Les demandes) de reconnaissance d'un complément de prospectus, visées à l'article 1er, doivent être introduites dès que ce complément a été approuvé par l'autorité compétente de l'autre Etat membre.
(Les demandes) de reconnaissance d'un complément de prospectus, visées à l'article 1er, doivent être introduites dès que ce complément a été approuvé par l'autorité compétente de l'autre Etat membre.
Art. 4. (§ 1.) Bij het verzoek als bedoeld in artikel 1 moet een dossier worden gevoegd dat bestaat uit:
1° het prospectus of de eventuele aanvulling waarvan de erkenning wordt gevraagd en die zijn goedgekeurd door de bevoegde overheid van de lid-Staat van oorsprong;
2° indien nodig, de vertaling met naleving van artikel 5 en
(3°) (een attest uitgaande van de controle-overheid die het prospectus waarvoor erkenning wordt gevraagd, heeft goedgekeurd;)
(4°) het stuk met de informatie als bedoeld in artikel 6.
Bij het verzoel als bedoeld in artikel 2 moet een dossier worden gevoegd dat bestaat uit:
1° de verklaring van de controle-overheid die de vrijstelling heeft toegestaan waarvan de erkenning wordt gevraagd (waaruit blijkt dat vrijstelling verleend werd, of desgevallend, een verklaring uitgaande van de controle-overheid waaruit blijkt dat de voorwaarden vereist om volledige prospectusvrijstelling te bekomen zijn vervuld);
2° naar gelang van het geval, een verklaring waaruit blijkt dat de betrokken effecten of waarden minder dan drie maanden tevoren reeds werden toegelaten tot de officiële notering aan een effectenbeurs in de lid-Staat waarvan de controle-overheid de vrijstelling heeft toegestaan waarvan de erkenning wordt gevraagd of dat de betrokken effecten of waarden minder dan drie maanden tevoren reeds openbaar werden aangeboden in de lid-Staat waarvan de controle-overheid de vrijstelling heeft toegestaan waarvan de erkenning wordt gevraagd;
3° indien nodig, de vertaling conform artikel 5, tweede lid van de in 1° en 2° bedoelde stukken en
4° de informatie als bedoeld in artikel 6.
(§ 2. Indien op het ogenblik van indiening van het verzoek bedoeld in artikel 1 de buitenlandse controle-overheid het prospectus nog niet heeft goedgekeurd, dan dient het dossier dat gevoegd wordt bij het verzoek te bevatten :
1° de reeds gekende voorwaarden en modaliteiten van de verrichting;
2° het ontwerp van prospectus dat overgemaakt werd aan de bevoegde overheid van de andere Lidstaat;
3° het ontwerp van informatiedocument bedoeld in artikel 6.
Zodra het prospectus is goedgekeurd door de bevoegde overheid van de andere Lidstaat, wordt het dossier vervolledigd overeenkomstig § 1, alinea 1.
§ 3. Indien, op het ogenblik van indiening van het verzoek bedoeld in artikel 2, de bevoegde overheid van de andere Lidstaat de volledige vrijstelling nog niet heeft verleend, dan omvat het aan het verzoek toe te voegen dossier :
1° de reeds gekende voorwaarden en modaliteiten van de verrichting;
2° het ontwerp van informatiedocument bedoeld in artikel 6.
Zodra de bevoegde overheid van de andere Lidstaat de volledige vrijstelling verleent, wordt het dossier vervolledigd overeenkomstig § 1, lid 2.)
1° het prospectus of de eventuele aanvulling waarvan de erkenning wordt gevraagd en die zijn goedgekeurd door de bevoegde overheid van de lid-Staat van oorsprong;
2° indien nodig, de vertaling met naleving van artikel 5 en
(3°) (een attest uitgaande van de controle-overheid die het prospectus waarvoor erkenning wordt gevraagd, heeft goedgekeurd;)
(4°) het stuk met de informatie als bedoeld in artikel 6.
Bij het verzoel als bedoeld in artikel 2 moet een dossier worden gevoegd dat bestaat uit:
1° de verklaring van de controle-overheid die de vrijstelling heeft toegestaan waarvan de erkenning wordt gevraagd (waaruit blijkt dat vrijstelling verleend werd, of desgevallend, een verklaring uitgaande van de controle-overheid waaruit blijkt dat de voorwaarden vereist om volledige prospectusvrijstelling te bekomen zijn vervuld);
2° naar gelang van het geval, een verklaring waaruit blijkt dat de betrokken effecten of waarden minder dan drie maanden tevoren reeds werden toegelaten tot de officiële notering aan een effectenbeurs in de lid-Staat waarvan de controle-overheid de vrijstelling heeft toegestaan waarvan de erkenning wordt gevraagd of dat de betrokken effecten of waarden minder dan drie maanden tevoren reeds openbaar werden aangeboden in de lid-Staat waarvan de controle-overheid de vrijstelling heeft toegestaan waarvan de erkenning wordt gevraagd;
3° indien nodig, de vertaling conform artikel 5, tweede lid van de in 1° en 2° bedoelde stukken en
4° de informatie als bedoeld in artikel 6.
(§ 2. Indien op het ogenblik van indiening van het verzoek bedoeld in artikel 1 de buitenlandse controle-overheid het prospectus nog niet heeft goedgekeurd, dan dient het dossier dat gevoegd wordt bij het verzoek te bevatten :
1° de reeds gekende voorwaarden en modaliteiten van de verrichting;
2° het ontwerp van prospectus dat overgemaakt werd aan de bevoegde overheid van de andere Lidstaat;
3° het ontwerp van informatiedocument bedoeld in artikel 6.
Zodra het prospectus is goedgekeurd door de bevoegde overheid van de andere Lidstaat, wordt het dossier vervolledigd overeenkomstig § 1, alinea 1.
§ 3. Indien, op het ogenblik van indiening van het verzoek bedoeld in artikel 2, de bevoegde overheid van de andere Lidstaat de volledige vrijstelling nog niet heeft verleend, dan omvat het aan het verzoek toe te voegen dossier :
1° de reeds gekende voorwaarden en modaliteiten van de verrichting;
2° het ontwerp van informatiedocument bedoeld in artikel 6.
Zodra de bevoegde overheid van de andere Lidstaat de volledige vrijstelling verleent, wordt het dossier vervolledigd overeenkomstig § 1, lid 2.)
Art. 4. (§ 1.) A la demande visée à l'article 1er est joint un dossier comprenant:
1° le prospectus ou son éventuel complément dont la reconnaissance est demandée, approuvé par l'autorité de l'Etat membre d'origine;
2° s'il y a lieu, sa traduction dans le respect de l'article 5 et
(3° un certificat émanant de l'autorité de contrôle qui a approuvé le prospectus dont la reconnaissance est demandée;)
(4°) le document d'information visé à l'article 6.
A la demande visée à l'article 2 est joint un dossier comprenant:
1° le certificat émanant de l'autorité de contrôle qui a accordé la dispense dont la reconnaissance est demandée (et attestant l'octroi de la dispense ou, le cas échéant, un certificat émanant de l'autorité de contrôle attestant que les conditions requises pour bénéficier d'une dispense totale de prospectus sont réunies;) ;
2° selon le cas, une attestation établissant que les titres ou valeurs concernés ont été admis depuis moins de trois mois à la cote officielle d'une bourse de valeurs mobilières de l'Etat membre dont l'autorité de contrôle a accordé la dispense dont la reconnaissance est demandée ou que les titres ou valeurs concernés ont fait l'objet depuis moins de trois mois d'une offre publique dans l'Etat membre dont l'autorité de contrôle a accordé la dispense dont la reconnaissance est demandée;
3° s'il y a lieu, la traduction conformément à l'article 5, alinéa 2, des pièces visées aux 1° et 2° et
4° le document d'information visé à l'article 6.
(§ 2. Si, au moment de l'introduction de la demande visée à l'article 1er, l'autorité de contrôle étrangère n'a pas encore approuvé le prospectus, le dossier à joindre à cette demande comprend :
1° les conditions et modalités de l'opération qui sont déjà connues;
2° le projet de prospectus soumis à l'autorité compétente de l'autre Etat membre;
3° le projet de document d'information visé à l'article 6.
Dès l'approbation du prospectus par l'autorité compétente de l'autre Etat membre, le dossier est complété conformément au § 1er, alinéa 1er.
§ 3. Si, au moment de l'introduction de la demande visée à l'article 2, l'autorité compétente de l'autre Etat membre n'a pas encore accordé la dispense totale, le dossier à joindre à cette demande comprend :
1° les conditions et modalités de l'opération qui sont déjà connues;
2° le projet de document d'information visé à l'article 6.
Dès l'octroi de la dispense totale par l'autorité compétente de l'autre Etat membre, le dossier est complété conformément au § 1er, alinéa 2.)
1° le prospectus ou son éventuel complément dont la reconnaissance est demandée, approuvé par l'autorité de l'Etat membre d'origine;
2° s'il y a lieu, sa traduction dans le respect de l'article 5 et
(3° un certificat émanant de l'autorité de contrôle qui a approuvé le prospectus dont la reconnaissance est demandée;)
(4°) le document d'information visé à l'article 6.
A la demande visée à l'article 2 est joint un dossier comprenant:
1° le certificat émanant de l'autorité de contrôle qui a accordé la dispense dont la reconnaissance est demandée (et attestant l'octroi de la dispense ou, le cas échéant, un certificat émanant de l'autorité de contrôle attestant que les conditions requises pour bénéficier d'une dispense totale de prospectus sont réunies;) ;
2° selon le cas, une attestation établissant que les titres ou valeurs concernés ont été admis depuis moins de trois mois à la cote officielle d'une bourse de valeurs mobilières de l'Etat membre dont l'autorité de contrôle a accordé la dispense dont la reconnaissance est demandée ou que les titres ou valeurs concernés ont fait l'objet depuis moins de trois mois d'une offre publique dans l'Etat membre dont l'autorité de contrôle a accordé la dispense dont la reconnaissance est demandée;
3° s'il y a lieu, la traduction conformément à l'article 5, alinéa 2, des pièces visées aux 1° et 2° et
4° le document d'information visé à l'article 6.
(§ 2. Si, au moment de l'introduction de la demande visée à l'article 1er, l'autorité de contrôle étrangère n'a pas encore approuvé le prospectus, le dossier à joindre à cette demande comprend :
1° les conditions et modalités de l'opération qui sont déjà connues;
2° le projet de prospectus soumis à l'autorité compétente de l'autre Etat membre;
3° le projet de document d'information visé à l'article 6.
Dès l'approbation du prospectus par l'autorité compétente de l'autre Etat membre, le dossier est complété conformément au § 1er, alinéa 1er.
§ 3. Si, au moment de l'introduction de la demande visée à l'article 2, l'autorité compétente de l'autre Etat membre n'a pas encore accordé la dispense totale, le dossier à joindre à cette demande comprend :
1° les conditions et modalités de l'opération qui sont déjà connues;
2° le projet de document d'information visé à l'article 6.
Dès l'octroi de la dispense totale par l'autorité compétente de l'autre Etat membre, le dossier est complété conformément au § 1er, alinéa 2.)
Art. 5. Als het prospectus waarvan de erkenning wordt gevraagd niet in één van de landstalen werd opgesteld, voegt de aanvrager er een integrale vertaling bij waarvoor hij verantwoordelijk is en waarvan hij de coformiteit waarborgt met het prospectus dat werd opgesteld en goedgekeurd als voorgeschreven in artikel 1.
Deze vertaling moet zijn opgesteld in ten minste één van de landstalen met naleving van de eventueel geldende Belgische rechtsregels of, bij gebrek aan dergelijke regels, in een andere taal, mits deze taal in België gangbaar is in financiële zaken en door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen is aanvaard.
Deze vertaling moet zijn opgesteld in ten minste één van de landstalen met naleving van de eventueel geldende Belgische rechtsregels of, bij gebrek aan dergelijke regels, in een andere taal, mits deze taal in België gangbaar is in financiële zaken en door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen is aanvaard.
Art. 5. Si le prospectus dont la reconnaissance est demandée n'est pas rédigé dans une des langues nationales, le demandeur y joint une traduction intégrale effectuée sous sa responsabilité et qu'il certifie conforme au prospectus établi et approuvé comme prescrit par l'article 1er.
Cette traduction doit être rédigée dans l'une des langues nationales au moins, dans le respect des règles du droit belge éventuellement applicables ou, à défaut de telles règles, dans une autre langue, à condition que cette langue soit usuelle en matière financière en Belgique et soit acceptée par la Commission bancaire et financière.
Cette traduction doit être rédigée dans l'une des langues nationales au moins, dans le respect des règles du droit belge éventuellement applicables ou, à défaut de telles règles, dans une autre langue, à condition que cette langue soit usuelle en matière financière en Belgique et soit acceptée par la Commission bancaire et financière.
Art. 6. Het stuk met de informatie als bedoeld in artikel 4 bevat de voor de Belgische markt specifieke inlichtingen, inzonderheid betreffende de fiscale regeling voor de opbrengsten, de instellingen die in België met de financiële dienst zijn belast, alsmede de wijze van bekendmaking van berichten voor het publiek.
Art. 6. Le document d'information prévu à l'article 4 comporte les renseignements spécifiques au marché belge, relatifs en particulier au statut fiscal des revenus, aux organismes financiers qui assurent le service financier en Belgique ainsi qu'au mode de publication des avis destinés au public.
Art. 7. De Commissie voor het Bank- en Financiewezen kan, op grond van het feit dat een vrijstelling of een gedeeltelijke afwijking is toegestaan door de controle-overheid die het prospectus heeft goedgekeurd dan wel volledige vrijstelling heeft verleend, de erkenning hiervan niet weigeren, indien:
1° dit soort vrijstelling of afwijking door het Belgische recht is erkend;
2° de omstandigheden die deze vrijstelling of afwijking rechtvaardigen ook in België voorkomen, en
3° aan deze vrijstelling of afwijking geen bijzondere modaliteiten of voorwaarden zijn verbonden die de Commissie voor het Bank- en Financiewezen mag weigeren in geval het prospectus waarvan de erkenning wordt gevraagd, is opgesteld conform de regeling die door een andere lid-Staat met toepassing van de Richtlijn 80/390/EEG werd uitgeaardigd, na goedkeuring door de bevoegde overheid van deze andere lid-Staat of wanneer een volledige vrijstelling van de verplichting tot publikatie van een prospectus werd verleend door de bevoegde overheid van een andere lid-Staat, overeenkomstig de door deze andere lid-Staat met toepassing van dezelfde Richtlijn uitgevaardigde nationale regeling.
Zelfs als aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden niet is voldaan, kan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen toestaan dat het haar voorgelegde prospectus in België wordt gebruikt, mits de door haar bepaalde wijzigingen worden aangebracht.
1° dit soort vrijstelling of afwijking door het Belgische recht is erkend;
2° de omstandigheden die deze vrijstelling of afwijking rechtvaardigen ook in België voorkomen, en
3° aan deze vrijstelling of afwijking geen bijzondere modaliteiten of voorwaarden zijn verbonden die de Commissie voor het Bank- en Financiewezen mag weigeren in geval het prospectus waarvan de erkenning wordt gevraagd, is opgesteld conform de regeling die door een andere lid-Staat met toepassing van de Richtlijn 80/390/EEG werd uitgeaardigd, na goedkeuring door de bevoegde overheid van deze andere lid-Staat of wanneer een volledige vrijstelling van de verplichting tot publikatie van een prospectus werd verleend door de bevoegde overheid van een andere lid-Staat, overeenkomstig de door deze andere lid-Staat met toepassing van dezelfde Richtlijn uitgevaardigde nationale regeling.
Zelfs als aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden niet is voldaan, kan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen toestaan dat het haar voorgelegde prospectus in België wordt gebruikt, mits de door haar bepaalde wijzigingen worden aangebracht.
Art. 7. Un refus de reconnaissance par la Commission bancaire et financière ne peut être justifié par une dispense ou une dérogation partielle accordée par l'autorité de contrôle qui a approuvé le prospectus ou qui a accordé la dispense totale et dont la reconnaissance est demandée, si:
1° cette dispense ou cette dérogation est d'un type reconnu par le droit belge;
2° les circonstances justifiant cette dispense ou cette dérogation existent également en Belgique, et
3° cette dispense ou cette dérogation n'est pas assortie de modalités ou de conditions particulières que la Commission bancaire et financière soit en droit de refuser dans le cas où le prospectus dont la reconnaissance est demandée a été établi conformément aux dispositions prises par un autre Etat membre en exécution de la Directive 80/390/CEE, après avoir été approuvé par l'autorité compétente de cet autre Etat membre ou lorsqu'une dispense totale de l'obligation de publier un prospectus a été accordée par l'autorité compétente d'un autre Etat membre conformément aux dispositions nationales prises par cet autre Etat membre en exécution de la même directive.
Même si les conditions visées à l'alinéa premier ne sont pas satisfaites, la Commission bancaire et financière peut autoriser, moyennant les adaptations qu'elle détermine, l'utilisation en Belgique du prospectus qui lui est soumis.
1° cette dispense ou cette dérogation est d'un type reconnu par le droit belge;
2° les circonstances justifiant cette dispense ou cette dérogation existent également en Belgique, et
3° cette dispense ou cette dérogation n'est pas assortie de modalités ou de conditions particulières que la Commission bancaire et financière soit en droit de refuser dans le cas où le prospectus dont la reconnaissance est demandée a été établi conformément aux dispositions prises par un autre Etat membre en exécution de la Directive 80/390/CEE, après avoir été approuvé par l'autorité compétente de cet autre Etat membre ou lorsqu'une dispense totale de l'obligation de publier un prospectus a été accordée par l'autorité compétente d'un autre Etat membre conformément aux dispositions nationales prises par cet autre Etat membre en exécution de la même directive.
Même si les conditions visées à l'alinéa premier ne sont pas satisfaites, la Commission bancaire et financière peut autoriser, moyennant les adaptations qu'elle détermine, l'utilisation en Belgique du prospectus qui lui est soumis.
Art. 8. De Commissie voor het Bank- en Financiewezen beschikt op de verzoeken als bedoeld in artikelen 1 en 2 binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen vanaf hun ontvangst (zonder afbreuk te doen aan de kortere termijnen voorzien in het koninklijk besluit van 13 februari 1996 ter bepaling van een versnelde en minder kostbare procedure voor de goedkeuring van het prospectus van financiële instrumenten die in de notering van een effectenbeurs worden opgenomen.).
De Commissie voor het Bank- en Financiewezen kan de gevraagde erkenning slechts weigeren wanneer de aanvrager niet voldoet aan de verplichtingen die hem op grond van dit besluit zijn opgelegd.
De erkenning van een prospectus of de aanvulling hierbij door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen dient te worden vermeld in het prospectus of de aanvulling hierbij dat/die in België moet worden gepubliceerd. Deze vermelding verwijst naar de goedkeuring door de oorspronkelijke controle-overheid die er verantwoordelijk voor is dat het prospectus of de aanvulling hierbij strookt met de nationale regeling die werd uitgevaardigd met toepassing van de Richtlijn 80/390/EEG en 89/298/EEG. Er wordt eveneens in vermeld dat deze toelating geenszins een beoordeling inhoudt van de opportuniteit en de kwaliteit van de verrichting, noch van de toestand van de persoon die ze uitvoert.
De erkenning door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen van een volledige vrijstelling van de verplichting tot publikatie van een prospectus dient te worden vermeld in het stuk met informatie als bedoeld in artikel 6.
De Commissie voor het Bank- en Financiewezen kan de gevraagde erkenning slechts weigeren wanneer de aanvrager niet voldoet aan de verplichtingen die hem op grond van dit besluit zijn opgelegd.
De erkenning van een prospectus of de aanvulling hierbij door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen dient te worden vermeld in het prospectus of de aanvulling hierbij dat/die in België moet worden gepubliceerd. Deze vermelding verwijst naar de goedkeuring door de oorspronkelijke controle-overheid die er verantwoordelijk voor is dat het prospectus of de aanvulling hierbij strookt met de nationale regeling die werd uitgevaardigd met toepassing van de Richtlijn 80/390/EEG en 89/298/EEG. Er wordt eveneens in vermeld dat deze toelating geenszins een beoordeling inhoudt van de opportuniteit en de kwaliteit van de verrichting, noch van de toestand van de persoon die ze uitvoert.
De erkenning door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen van een volledige vrijstelling van de verplichting tot publikatie van een prospectus dient te worden vermeld in het stuk met informatie als bedoeld in artikel 6.
Art. 8. La Commission bancaire et financière statue sur les demandes visées aux articles 1er et 2, dans un délai de quinze jours à compter de leur réception (, sans préjudice des délais plus courts prévus dans l'arrêté royal du 13 février 1996 fixant une procédure accélérée et moins coûteuse pour l'approbation du prospectus d'inscription d'instruments financiers à un marché d'une bourse de valeurs mobilières.).
La Commission bancaire et financière ne peut refuser la reconnaissance demandée qu'en cas de manquement aux obligations incombant au demandeur en vertu du présent arrêté.
Lorsque la Commission bancaire et financière reconnaît un prospectus ou un complément de prospectus, mention en est faite dans le prospectus ou le complément à publier en Belgique. Cette mention fait référence à l'approbation délivrée par l'autorité de contrôle initiale qui est responsable de la conformité du prospectus ou du complément de prospectus aux dispositions nationales prises en exécution des directives 80/390/CEE et 89/298/CEE. Il y est également indiqué que cette autorisation ne comporte aucune appréciation ni de l'opportun ité et de la qualité de l'opération, ni de la situation de celui qui la réalise.
Lorsque la Commission bancaire et financière reconnaît une dispense totale de l'obligation et publier un prospectus, mention en est faite dans le document d'information visé à l'article 6.
La Commission bancaire et financière ne peut refuser la reconnaissance demandée qu'en cas de manquement aux obligations incombant au demandeur en vertu du présent arrêté.
Lorsque la Commission bancaire et financière reconnaît un prospectus ou un complément de prospectus, mention en est faite dans le prospectus ou le complément à publier en Belgique. Cette mention fait référence à l'approbation délivrée par l'autorité de contrôle initiale qui est responsable de la conformité du prospectus ou du complément de prospectus aux dispositions nationales prises en exécution des directives 80/390/CEE et 89/298/CEE. Il y est également indiqué que cette autorisation ne comporte aucune appréciation ni de l'opportun ité et de la qualité de l'opération, ni de la situation de celui qui la réalise.
Lorsque la Commission bancaire et financière reconnaît une dispense totale de l'obligation et publier un prospectus, mention en est faite dans le document d'information visé à l'article 6.
Art. 9. Met uitzondering van de emittenten van effecten en waarden met maatschappelijke zetel in België kan elke persoon die de toelating vraagt van een effect tot de notering aan een Belgische Effectenbeurs, dat sedert meer dan drie maanden en minder dan zes maanden reeds tot de officiële notering in een andere lid-Staat van de Europese Gemeenschappen is toegelaten, de Commissie voor het Bank- en Financiewezen verzoeken om erkenning van het prospectus dat in deze andere lid-Staat werd opgesteld en goedgekeurd conform de regeling die door deze lid-Staat met toepassing van de Richtlijn 80/390/EEG werd uitgevaardigd.
Wanneer een dergelijk verzoek wordt gericht aan de Commissie en nadat zij het advies heeft ingewonnen van de bevoegde overheden van de andere lid-Staten die dit effect reeds tot de officiële notering aan één van hun effectenbeurzen hebben toegelaten, kan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen het haar voorgelegde prospectus erkennen, onder voorbehoud van een eventuele bijwerking, van een conform artikel 5, tweede lid gemaakte vertaling of van een aanvulling waarvan zij de inhoud bepaalt, op voorwaarde dat het aldus opgestelde of bijgewerkte prospectus het Belgisch publiek dezelfde informatie biedt als het prospectus dat conform het Belgische recht moet worden gepubliceerd voor de toelating van effecten tot de notering aan een Belgische Effectenbeurs.
De artikelen 3, 4, eerste lid, 5, 6 en 8, eerste en derde lid zijn van toepassing.
Wanneer een dergelijk verzoek wordt gericht aan de Commissie en nadat zij het advies heeft ingewonnen van de bevoegde overheden van de andere lid-Staten die dit effect reeds tot de officiële notering aan één van hun effectenbeurzen hebben toegelaten, kan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen het haar voorgelegde prospectus erkennen, onder voorbehoud van een eventuele bijwerking, van een conform artikel 5, tweede lid gemaakte vertaling of van een aanvulling waarvan zij de inhoud bepaalt, op voorwaarde dat het aldus opgestelde of bijgewerkte prospectus het Belgisch publiek dezelfde informatie biedt als het prospectus dat conform het Belgische recht moet worden gepubliceerd voor de toelating van effecten tot de notering aan een Belgische Effectenbeurs.
De artikelen 3, 4, eerste lid, 5, 6 en 8, eerste en derde lid zijn van toepassing.
Art. 9. A l'exception des émetteurs de titres et valeurs dont le siège social est établi en Belgique, quiconque demande l'admission à la cote d'une Bourse de valeurs mobilières belge pour une valeur mobilière admise, depuis plus de trois mois et moins de six mois, à la cote officielle dans un autre Etat membre des Communautés européennes, peut demander à la Commission bancaire et financière de reconnaître le prospectus qui a été établi et approuvé dans cet autre Etat membre conformément aux dispositions prises par cet Etat en exécution de la Directive 80/390/CEE.
Lorsqu'elle est saisie d'une telle demande et après avoir pris l'avis des autorités compétentes des autres Etats membres qui ont déjà admis cette valeur mobilière à la cote officielle d'une de leurs bourses de valeurs mobilières, la Commission bancaire et financière peut reconnaître le prospectus qui lui est soumis, sous réserve d'une éventuelle mise à jour, d'une traduction établie conformément à l'article 5, alinéa 2, ou d'un complément dont elle détermine le contenu, à condition que le prospectus ainsi établi ou complété offre au public belge une information équivalente à celle d'un prospectus à publier conformément au droit belge pour l'admission de valeurs mobilières à la cote d'une Bourse de valeurs mobilières belge.
Les articles 3, 4, alinéa 1er, 5, 6 et 8, alinéas 1er et 3, sont applicables.
Lorsqu'elle est saisie d'une telle demande et après avoir pris l'avis des autorités compétentes des autres Etats membres qui ont déjà admis cette valeur mobilière à la cote officielle d'une de leurs bourses de valeurs mobilières, la Commission bancaire et financière peut reconnaître le prospectus qui lui est soumis, sous réserve d'une éventuelle mise à jour, d'une traduction établie conformément à l'article 5, alinéa 2, ou d'un complément dont elle détermine le contenu, à condition que le prospectus ainsi établi ou complété offre au public belge une information équivalente à celle d'un prospectus à publier conformément au droit belge pour l'admission de valeurs mobilières à la cote d'une Bourse de valeurs mobilières belge.
Les articles 3, 4, alinéa 1er, 5, 6 et 8, alinéas 1er et 3, sont applicables.
Art. 10. Voor alle niet door de artikelen 1 tot 9 geregelde aspecten, in verband met het openbaar te koop stellen, te koop bieden en verkopen van titels en effecten waarvoor de Commissie voor het Bank- en Financiewezen een prospectus heeft erkend dat is opgesteld en goedgekeurd in de gevallen als bedoeld in artikel 1 of een vrijstelling heeft verleend in de gevallen als bedoeld in artikel 2, gelden titel II van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Art. 10. Pour tout ce qui n'est pas réglé par les articles 1 à 9, les expositions, offres et ventes et les ventes publiques de titres et valeurs pour lesquelles la Commission bancaire et financière a reconnu un prospectus établi et approuvé dans les hypothèses visées à l'article 1er ou accordé une dispense dans les hypothèses visées à l'article 2, sont régies par le titre II de l'arrêté royal n° 185 du 9 juillet 1935 sur le contrôle des banques et le régime des émissions de titres et valeurs ainsi que par ses arrêtés d'exécution.
Art. 11. Deze afdeling is niet van toepassing op het openbaar te koop stellen, te koop bieden en verkopen van effecten en waarden van emittenten met maatschappelijke zetel in België.
Art. 11. La présente section ne s'applique pas aux expositions, offres et ventes publiques de titres et valeurs d'émetteurs dont le siège social est établi en Belgique.
Afdeling II. - Samenwerking met de buitenlandse autoriteiten voor de erkening in een andere lid-Staat van de Europese Gemeenschappen van het prospectus bij toelating van effecten tot de notering aan een Belgische Effectenbeurs of van een prospectus dat in België moet worden gepubliceerd in geval van een openbaar aanbod van effecten.
Section II. - Collaboration avec les autorités étrangères pour la reconnaissance dans un autre Etat membre des Communautés européennes d'un prospectus d'admission de valeurs mobilières à la cote d'une Bourse de valeurs mobilières belge ou d'un prospectus à publier en Belgique en cas d'offre publique de valeurs mobilières.
Art. 12. Wanneer een emittent van effecten en waarden met maatschappelijke zetel in België de toelating van effecten en waarden vraagt tot de notering aan een Belgische Effectenbeurs en hij voornemens is tegelijkertijd of kort daarna een gelijkaardige toelating te vragen tot de officiële noteringen aan een of meer effectenbeurzen in andere lid-Staten van de Europese Gemeenschappen, deelt hij de bevoegde overheden van elk van deze andere lid-Staten waar hij de toelating tot de notering vraagt, in ontwerpvorm het prospectus mee dat hij daar wenst te gebruiken.
Wanneer de Commissie voor het Bank- en Financiewezen het in het eerste lid bedoelde prospectus goedkeurt, levert zij de bevoegde overheden van de andere lid-Staten waar de toelating tot de officiële notering werd gevraagd een verklaring af waarin deze goedkeuring wordt bevestigd. Als een gedeeltelijke vrijstelling of afwijking van de verplichting tot publikatie van een prospectus bij de toelating tot de officiële notering wordt verleend, wordt dat in de verklaring vermeld en gemotiveerd ten aanzien van de Richtlijn 80/390/EEG.
Wanneer de Commissie voor het Bank- en Financiewezen het in het eerste lid bedoelde prospectus goedkeurt, levert zij de bevoegde overheden van de andere lid-Staten waar de toelating tot de officiële notering werd gevraagd een verklaring af waarin deze goedkeuring wordt bevestigd. Als een gedeeltelijke vrijstelling of afwijking van de verplichting tot publikatie van een prospectus bij de toelating tot de officiële notering wordt verleend, wordt dat in de verklaring vermeld en gemotiveerd ten aanzien van de Richtlijn 80/390/EEG.
Art. 12. Lorsqu'un émetteur de titres et valeurs dont le siège social est établi en Belgique demande l'admission de titres et valeurs à la cote d'une Bourse de valeurs mobilières belge et qu'il souhaite procéder simultanément ou à une date rapprochée à une ou des demandes d'admission à la cote officielle de bourses de valeurs situées dans d'autres Etats membres des Communautés européennes, il communique aux autorités compétentes de chacun des autres Etats membres où il demande l'admission, le projet de prospectus qu'il envisage d'y utiliser.
Lorsque la Commission bancaire et financière approuve le prospectus visé à l'alinéa premier, elle délivre aux autorités compétentes des autres Etats membres où l'admission à la cote officielle est demandée un certificat attestant cette approbation. Si une dispense ou une dérogation partielle de publier un prospectus d'admission à la cote officielle a été accordée, le certificat en fait mention et en indique la justification au regard de la Directive 80/390/CEE.
Lorsque la Commission bancaire et financière approuve le prospectus visé à l'alinéa premier, elle délivre aux autorités compétentes des autres Etats membres où l'admission à la cote officielle est demandée un certificat attestant cette approbation. Si une dispense ou une dérogation partielle de publier un prospectus d'admission à la cote officielle a été accordée, le certificat en fait mention et en indique la justification au regard de la Directive 80/390/CEE.
Art. 13. Wanneer een emittent van effecten en waarden met maatschappelijke zetel in België effecten openbaar aanbiedt op het grondgebied van het Rijk en dit bod onder de toepassing valt van de Richtlijn 89/298/EEG en hij voornemens is tegelijkertijd of kort daarna een of meer gelijkaardige openbare aanbiedingen uit te brengen in één of meer lid-Staten van de Europese Gemeenschappen, deelt hij het door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen goedgekeurde prospectus mee aan de bevoegde overheden van deze andere lid-Staat of lid-Staten.
Art. 13. Lorsqu'un émetteur de titres et valeurs dont le siège social est établi en Belgique procède sur le territoire du Royaume à une offre publique de valeurs mobilières tombant dans le champ d'application de la Directive 89/298/CEE et qu'il souhaite procéder simultanément ou à une date rapprochée à une ou des offres publiques du même type dans un ou plusieurs autres Etats membres des Communautés européennes, il communique aux autorités compétentes de ce ou de ces autres Etats membres le prospectus approuvé par la Commission bancaire et financière.
Afdeling III. - Slotbepalingen.
Section III. - Dispositions finales.
Art. 14. Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 14. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 15. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 15. Notre Ministre des Finances est chargé de l'exécution du présent arrêté.