Artikel 1. (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) Voor de toepassing van dit reglement moet worden verstaan onder :
1° " gewone dienst van de begroting " : alle ontvangsten en uitgaven die ten minste één maal per financieel dienstjaar voorkomen en die de gemeente regelmatige inkomsten en een regelmatige werking waarborgen, met inbegrip van de periodieke aflossing van de schuld;
2° " buitengewone dienst van de begroting " : alle ontvangsten en uitgaven die rechtstreeks en op een duurzame wijze invloed hebben op de omvang, de waarde of de instandhouding van het patrimonium van de gemeente, uitgezonderd de normale onderhoudswerken; de term omvat eveneens de voor hetzelfde doel toegestane toelagen en leningen, die deelnemingen en beleggingen op meer dan één jaar, alsmede de vervroegde terugbetalingen van de schuld;
3° " begrotingswijziging " : elke beslissing die door de gemeenteraad aangenomen wordt na de vaststelling van de begroting en leidt tot het onstaan, de schrapping of de wijziging van één of meer begrotingskredieten;
4° " verplichte uitgave ", in tegenstelling tot " niet verplichte uitgave " : de uitgave waarvan de uitvoering voortvloeit uit verplichtingen en verbintenissen van alle aard, waarvoor een krediet op de begroting moet zijn ingeschreven;
5° " functionele en economische code " : de numerieke identificatie, bestaande uit twee reeksen van ten minste drie cijfers, die de toewijzing en de aard bepaalt van het krediet waarop ze betrekking heeft; het geheel van de functionele en economische codes vormt de functionele en economische classificatie;
6° " journaal " : boekhoudkundig register dat chronologisch en zonder compensatie alle boekhoudkundige bewerkingen vermeldt; het bestaat uit twee onderscheiden en onafhankelijke delen :
- het journaal van de budgettaire verrichtingen;
- het journaal van de algemene verrichtingen;
7° " grootboek " : boekhoudkundig register dat per rekening de verrichtingen overneemt van het journaal; het omvat twee onderscheiden delen :
- het grootboek van de budgettaire verrichtingen;
- het grootboek van de algemene verrichtingen;
8° " betalingsbevel " het geschreven bevel waarbij het college van burgemeester en schepenen opdracht geeft aan de gemeenteontvanger de vermelde som te betalen aan de aangeduide rechthebbende;
9° " gemeenteontvanger " : de plaatselijke of de gewestelijke ontvanger;
10° " ambtshalve opneming " : elke opneming die bij of krachtens de wet is voorgeschreven en die zonder de voorafgaande toestemming van de gemeente wordt gedaan in een rekening die de gemeente bij een financiële instelling heeft geopend;
11° " kasvoorraad van de gemeente " : het geheel van de gelden en de waarden die beschikbaar zijn of op maximaal één jaar belegd zijn;
12° " invorderingsrecht " : elk bedrag dat met zekerheid, door een welbepaalde derde, tijdens een bepaald dienstjaar aan de gemeente verschuldigd is;
13° " vastgelegd recht " : het invorderingsrecht dat geboekt is;
14° " wegennet " : het geheel van de openbare verkeerswegen, met inbegrip van de zate, de wegbedekking, de toebehoren, de canalisaties, de signalisatie, de kunstbouwwerken, de waterlopen en -bekkens.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
2 AUGUSTUS 1990. - Koninklijk besluit houdende het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit. (NOTA : voor de toepasselijkheid op de openbare centra voor maatschappelijk welzijn in het Waalse Gewest, zie BWG1997-05-22/37) (NOTA : opgeheven voor het Vlaams Gewest met ingang op een onbepaalde datum bij DVR2005-07-15/51, art. 303, 11°, 005 en 006; Inwerkingtreding : 01-01-2013, vastgesteld op 01-01-2014 bij BVR2010-06-25/21, art. 204, 25°, behalve wat betreft artikel 85 tot en met 90 van het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit) (NOTE : opgeheven voor het Waalse Gewest bij BWG2007-07-05/38, art. 90, 009 en 010; Inwerkingtreding : 01-01-2008) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 23-06-1994 en tekstbijwerking tot 25-06-2018)
Titre
2 AOUT 1990. - Arrêté royal portant le règlement général de la comptabilité communale. (NOTE : Pour l'applicabilité aux centres publics d'aide sociale dans la région wallonne, voir ARW1997-05-22/37) (NOTE : abrogé pour la Région flamande par DCFL2005-07-15/51, art. 303, 11°, 005 et 006; En vigueur : 01-01-2013, fixée au 01-01-2014 par AGF2010-06-25/21, art. 204, 25°, sauf en ce qui concerne les articles 85 à 90 inclus du règlement général sur la comptabilité communale) (NOTE : abrogé pour la Région wallonne par ARW2007-07-05/38, art. 90, 009 et 010; En vigueur : 01-01-2008) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 23-06-1994 et mise à jour au 25-06-2018)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
TITEL I. - Algemene bepalingen.
TITEL II. - De begroting.
HOOFDSTUK I. - Algemeenheden.
HOOFDSTUK II. - De begroting.
HOOFDSTUK III. - De begrotingswijzigingen.
Hoofdstuk IIIbis.(Vlaams Gewest) [1 Interne kre...
TITEL III. - Het patrimonium en het beheer.
HOOFDSTUK I. - Het patrimonium en de balans.
HOOFDSTUK II. - Leningen.
HOOFDSTUK III. - Thesaurie en beleggingen.
TITEL IV. - De boekhouding.
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
HOOFDSTUK II. - De ontvangsten en de opbrengsten.
Afdeling 1. - De invorderingsrechten en de opbr...
Afdeling 2. - De ontvangsten.
HOOFDSTUK III. - De uitgaven en de kosten.
Afdeling 1. - Voorafgaande bepaling.
Afdeling 2. - De vastlegging en de aanrekening ...
Afdeling 3. - Het opmaken van bevelschriften to...
Afdeling 4. - De betaling van de uitgaven.
HOOFDSTUK IV. - De jaarrekeningen.
Afdeling 1. - Afsluiting van de rekeningen.
Afdeling 2. - De vaststelling van de jaarrekeni...
TITEL V. - De gemeenteontvanger en de eindreken...
HOOFDSTUK I. - De gemeenteontvanger en de bijzo...
HOOFDSTUK II. - De eindrekening.
TITEL VI. - Diverse bepalingen.
BIJLAGE.
Table des matières
TITRE I. - Dispositions générales.
TITRE II. - Du budget.
CHAPITRE I. - Généralités.
CHAPITRE II. - Du budget.
CHAPITRE III. - Des modifications budgétaires.
Chapitre IIIbis.(Région flamande) [1 Adaptation...
TITRE III. - Du patrimoine et de la gestion.
CHAPITRE I. - Du patrimoine et du bilan.
CHAPITRE II. - Des emprunts.
CHAPITRE III. - De la trésorerie et des fonds p...
TITRE IV. - De la comptabilité.
CHAPITRE I. - Généralités.
CHAPITRE II. - Des recettes et des produits.
Section 1. - Des droits à recette et des produits.
Section 2. - Des recettes.
CHAPITRE III. - Des dépenses et des charges.
Section 1. - Disposition préliminaire.
Section 2. - De l'engagement et de l'imputation...
Section 3. - De l'établissement des mandats de ...
Section 4. - Du paiement des dépenses.
CHAPITRE IV. - Des comptes annuels.
Section 1. - De la clôture des comptes.
Section 2. - De l'établissement des comptes ann...
TITRE V. - Du receveur communal et du compte de...
CHAPITRE I. - Du receveur communal et des agent...
CHAPITRE II. - Du compte de fin de gestion.
TITRE VI. - Dispositions diverses.
ANNEXE.
Tekst (129)
Texte (129)
TITEL I. - Algemene bepalingen.
TITRE I. - Dispositions générales.
Article 1. (NOTE : voir plus loin forme(s) non fédérale(s) de cet article.) Pour l'application du présent règlement, il y a lieu d'entendre par :
1° " service ordinaire du budget " : l'ensemble des recettes et des dépenses qui se produisent une fois au moins au cours de chaque exercice financier et qui assurent à la commune des revenus et un fonctionnement réguliers, en ce compris le remboursement périodique de la dette;
2° " service extraordinaire du budget " : l'ensemble des recettes et des dépenses qui affectent directement et durablement l'importance, la valeur ou la conservation du patrimoine communal, à l'exclusion de son entretien courant; il comprend également les subsides et prêts consentis à ces mêmes fins, les participations et placements de fonds à plus d'un an, ainsi que les remboursements anticipés de la dette;
3° " modification budgétaire " : toute décision adoptée par le conseil communal après l'arrêté du budget et ayant pour effet de créer, supprimer ou modifier un ou plusieurs crédits budgétaires;
4° " dépense obligatoire ", par opposition à " dépense facultative " : la dépense dont l'exécution résulte d'obligations ou d'engagements de toute nature de la commune et qui doivent faire l'objet d'une inscription d'un crédit au budget;
5° " code fonctionnel et économique " : l'identification numérique, comprenant deux séries d'au moins trois chiffres, qui détermine la destination et la nature du crédit auquel elle se rapporte; l'ensemble des codes fonctionnels et économiques constitue la classification fonctionnelle et économique;
6° " livre-journal " : le registre comptable qui mentionne chronologiquement et sans compensation toutes les opérations comptables; il comprend deux parties distinctes :
- le livre-journal des opérations budgétaires;
- le livre-journal des opérations générales;
7° " grand livre " : le registre comptable qui mentionne par compte les opérations portées au livre-journal; il comprend deux parties distinctes :
- le grand livre des opérations budgétaires;
- le grand livre des opérations générales;
8° " mandat de paiement " : l'ordre écrit donné au receveur communal par le collège des bourgmestre et échevins de payer la somme y indiquée à l'ayant droit mentionné;
9° " receveur communal " : le receveur local ou le receveur régional;
10° " prélèvement d'office " : tout prélèvement imposé par ou en vertu de la loi et effectué sans l'autorisation de la commune sur un compte ouvert par celle-ci auprès d'un organisme financier;
11° " encaisse de la commune " : l'ensemble des fonds et valeurs disponibles ou placés à un an maximum;
12° " droit à recette " : toute somme due à la commune de manière certaine, par un tiers précisément désigné, au cours d'un exercice déterminé;
13° " droit constaté " : le droit à recette qui a fait l'objet d'un enregistrement comptable;
14° " voirie " : l'ensemble des voies de communication publiques, en ce inclus les terrassements, le revêtement, les accessoires, les canalisations, la signalisation, les ouvrages d'art, les cours d'eau et les plans d'eau.
1° " service ordinaire du budget " : l'ensemble des recettes et des dépenses qui se produisent une fois au moins au cours de chaque exercice financier et qui assurent à la commune des revenus et un fonctionnement réguliers, en ce compris le remboursement périodique de la dette;
2° " service extraordinaire du budget " : l'ensemble des recettes et des dépenses qui affectent directement et durablement l'importance, la valeur ou la conservation du patrimoine communal, à l'exclusion de son entretien courant; il comprend également les subsides et prêts consentis à ces mêmes fins, les participations et placements de fonds à plus d'un an, ainsi que les remboursements anticipés de la dette;
3° " modification budgétaire " : toute décision adoptée par le conseil communal après l'arrêté du budget et ayant pour effet de créer, supprimer ou modifier un ou plusieurs crédits budgétaires;
4° " dépense obligatoire ", par opposition à " dépense facultative " : la dépense dont l'exécution résulte d'obligations ou d'engagements de toute nature de la commune et qui doivent faire l'objet d'une inscription d'un crédit au budget;
5° " code fonctionnel et économique " : l'identification numérique, comprenant deux séries d'au moins trois chiffres, qui détermine la destination et la nature du crédit auquel elle se rapporte; l'ensemble des codes fonctionnels et économiques constitue la classification fonctionnelle et économique;
6° " livre-journal " : le registre comptable qui mentionne chronologiquement et sans compensation toutes les opérations comptables; il comprend deux parties distinctes :
- le livre-journal des opérations budgétaires;
- le livre-journal des opérations générales;
7° " grand livre " : le registre comptable qui mentionne par compte les opérations portées au livre-journal; il comprend deux parties distinctes :
- le grand livre des opérations budgétaires;
- le grand livre des opérations générales;
8° " mandat de paiement " : l'ordre écrit donné au receveur communal par le collège des bourgmestre et échevins de payer la somme y indiquée à l'ayant droit mentionné;
9° " receveur communal " : le receveur local ou le receveur régional;
10° " prélèvement d'office " : tout prélèvement imposé par ou en vertu de la loi et effectué sans l'autorisation de la commune sur un compte ouvert par celle-ci auprès d'un organisme financier;
11° " encaisse de la commune " : l'ensemble des fonds et valeurs disponibles ou placés à un an maximum;
12° " droit à recette " : toute somme due à la commune de manière certaine, par un tiers précisément désigné, au cours d'un exercice déterminé;
13° " droit constaté " : le droit à recette qui a fait l'objet d'un enregistrement comptable;
14° " voirie " : l'ensemble des voies de communication publiques, en ce inclus les terrassements, le revêtement, les accessoires, les canalisations, la signalisation, les ouvrages d'art, les cours d'eau et les plans d'eau.
Artikel 1. (Vlaams Gewest)
Voor de toepassing van dit reglement moet worden verstaan onder :
1° " gewone dienst van de begroting " : alle ontvangsten en uitgaven die ten minste één maal per financieel dienstjaar voorkomen en die de gemeente regelmatige inkomsten en een regelmatige werking waarborgen, met inbegrip van de periodieke aflossing van de schuld;
2° " buitengewone dienst van de begroting " : alle ontvangsten en uitgaven die rechtstreeks en op een duurzame wijze invloed hebben op de omvang, de waarde of de instandhouding van het patrimonium van de gemeente, uitgezonderd de normale onderhoudswerken; de term omvat eveneens de voor hetzelfde doel toegestane toelagen en leningen, die deelnemingen en beleggingen op meer dan één jaar, alsmede de vervroegde terugbetalingen van de schuld;
3° " begrotingswijziging " : elke beslissing die door de gemeenteraad aangenomen wordt na de vaststelling van de begroting en leidt tot het onstaan, de schrapping of de wijziging van één of meer begrotingskredieten;
4° " verplichte uitgave ", in tegenstelling tot " niet verplichte uitgave " : de uitgave waarvan de uitvoering voortvloeit uit verplichtingen en verbintenissen van alle aard, waarvoor een krediet op de begroting moet zijn ingeschreven;
5° " functionele en economische code " : de numerieke identificatie, bestaande uit twee reeksen van ten minste drie cijfers, die de toewijzing en de aard bepaalt van het krediet waarop ze betrekking heeft; het geheel van de functionele en economische codes vormt de functionele en economische classificatie;
6° " journaal " : boekhoudkundig register dat chronologisch en zonder compensatie alle boekhoudkundige bewerkingen vermeldt; het bestaat uit twee onderscheiden en onafhankelijke delen :
- het journaal van de budgettaire verrichtingen;
- het journaal van de algemene verrichtingen;
7° " grootboek " : boekhoudkundig register dat per rekening de verrichtingen overneemt van het journaal; het omvat twee onderscheiden delen :
- het grootboek van de budgettaire verrichtingen;
- het grootboek van de algemene verrichtingen;
8° (opgeheven)
9° " gemeenteontvanger " : de plaatselijke of de gewestelijke ontvanger;
10° " ambtshalve opneming " : elke opneming die bij of krachtens de wet is voorgeschreven en die zonder de voorafgaande toestemming van de gemeente wordt gedaan in een rekening die de gemeente bij een financiële instelling heeft geopend;
11° " kasvoorraad van de gemeente " : het geheel van de gelden en de waarden die beschikbaar zijn of op maximaal één jaar belegd zijn;
12° " invorderingsrecht " : elk bedrag dat met zekerheid, door een welbepaalde derde, tijdens een bepaald dienstjaar aan de gemeente verschuldigd is;
13° " vastgelegd recht " : het invorderingsrecht dat geboekt is;
14° " wegennet " : het geheel van de openbare verkeerswegen, met inbegrip van de zate, de wegbedekking, de toebehoren, de canalisaties, de signalisatie, de kunstbouwwerken, de waterlopen en -bekkens.
Voor de toepassing van dit reglement moet worden verstaan onder :
1° " gewone dienst van de begroting " : alle ontvangsten en uitgaven die ten minste één maal per financieel dienstjaar voorkomen en die de gemeente regelmatige inkomsten en een regelmatige werking waarborgen, met inbegrip van de periodieke aflossing van de schuld;
2° " buitengewone dienst van de begroting " : alle ontvangsten en uitgaven die rechtstreeks en op een duurzame wijze invloed hebben op de omvang, de waarde of de instandhouding van het patrimonium van de gemeente, uitgezonderd de normale onderhoudswerken; de term omvat eveneens de voor hetzelfde doel toegestane toelagen en leningen, die deelnemingen en beleggingen op meer dan één jaar, alsmede de vervroegde terugbetalingen van de schuld;
3° " begrotingswijziging " : elke beslissing die door de gemeenteraad aangenomen wordt na de vaststelling van de begroting en leidt tot het onstaan, de schrapping of de wijziging van één of meer begrotingskredieten;
4° " verplichte uitgave ", in tegenstelling tot " niet verplichte uitgave " : de uitgave waarvan de uitvoering voortvloeit uit verplichtingen en verbintenissen van alle aard, waarvoor een krediet op de begroting moet zijn ingeschreven;
5° " functionele en economische code " : de numerieke identificatie, bestaande uit twee reeksen van ten minste drie cijfers, die de toewijzing en de aard bepaalt van het krediet waarop ze betrekking heeft; het geheel van de functionele en economische codes vormt de functionele en economische classificatie;
6° " journaal " : boekhoudkundig register dat chronologisch en zonder compensatie alle boekhoudkundige bewerkingen vermeldt; het bestaat uit twee onderscheiden en onafhankelijke delen :
- het journaal van de budgettaire verrichtingen;
- het journaal van de algemene verrichtingen;
7° " grootboek " : boekhoudkundig register dat per rekening de verrichtingen overneemt van het journaal; het omvat twee onderscheiden delen :
- het grootboek van de budgettaire verrichtingen;
- het grootboek van de algemene verrichtingen;
8° (opgeheven)
9° " gemeenteontvanger " : de plaatselijke of de gewestelijke ontvanger;
10° " ambtshalve opneming " : elke opneming die bij of krachtens de wet is voorgeschreven en die zonder de voorafgaande toestemming van de gemeente wordt gedaan in een rekening die de gemeente bij een financiële instelling heeft geopend;
11° " kasvoorraad van de gemeente " : het geheel van de gelden en de waarden die beschikbaar zijn of op maximaal één jaar belegd zijn;
12° " invorderingsrecht " : elk bedrag dat met zekerheid, door een welbepaalde derde, tijdens een bepaald dienstjaar aan de gemeente verschuldigd is;
13° " vastgelegd recht " : het invorderingsrecht dat geboekt is;
14° " wegennet " : het geheel van de openbare verkeerswegen, met inbegrip van de zate, de wegbedekking, de toebehoren, de canalisaties, de signalisatie, de kunstbouwwerken, de waterlopen en -bekkens.
Article 1. (Région flamande)
Pour l'application du présent règlement, il y a lieu d'entendre par :
1° " service ordinaire du budget " : l'ensemble des recettes et des dépenses qui se produisent une fois au moins au cours de chaque exercice financier et qui assurent à la commune des revenus et un fonctionnement réguliers, en ce compris le remboursement périodique de la dette;
2° " service extraordinaire du budget " : l'ensemble des recettes et des dépenses qui affectent directement et durablement l'importance, la valeur ou la conservation du patrimoine communal, à l'exclusion de son entretien courant; il comprend également les subsides et prêts consentis à ces mêmes fins, les participations et placements de fonds à plus d'un an, ainsi que les remboursements anticipés de la dette;
3° " modification budgétaire " : toute décision adoptée par le conseil communal après l'arrêté du budget et ayant pour effet de créer, supprimer ou modifier un ou plusieurs crédits budgétaires;
4° " dépense obligatoire ", par opposition à " dépense facultative " : la dépense dont l'exécution résulte d'obligations ou d'engagements de toute nature de la commune et qui doivent faire l'objet d'une inscription d'un crédit au budget;
5° " code fonctionnel et économique " : l'identification numérique, comprenant deux séries d'au moins trois chiffres, qui détermine la destination et la nature du crédit auquel elle se rapporte; l'ensemble des codes fonctionnels et économiques constitue la classification fonctionnelle et économique;
6° " livre-journal " : le registre comptable qui mentionne chronologiquement et sans compensation toutes les opérations comptables; il comprend deux parties distinctes :
- le livre-journal des opérations budgétaires;
- le livre-journal des opérations générales;
7° " grand livre " : le registre comptable qui mentionne par compte les opérations portées au livre-journal; il comprend deux parties distinctes :
- le grand livre des opérations budgétaires;
- le grand livre des opérations générales;
8° (abrogé)
9° " receveur communal " : le receveur local ou le receveur régional;
10° " prélèvement d'office " : tout prélèvement imposé par ou en vertu de la loi et effectué sans l'autorisation de la commune sur un compte ouvert par celle-ci auprès d'un organisme financier;
11° " encaisse de la commune " : l'ensemble des fonds et valeurs disponibles ou placés à un an maximum;
12° " droit à recette " : toute somme due à la commune de manière certaine, par un tiers précisément désigné, au cours d'un exercice déterminé;
13° " droit constaté " : le droit à recette qui a fait l'objet d'un enregistrement comptable;
14° " voirie " : l'ensemble des voies de communication publiques, en ce inclus les terrassements, le revêtement, les accessoires, les canalisations, la signalisation, les ouvrages d'art, les cours d'eau et les plans d'eau.
Pour l'application du présent règlement, il y a lieu d'entendre par :
1° " service ordinaire du budget " : l'ensemble des recettes et des dépenses qui se produisent une fois au moins au cours de chaque exercice financier et qui assurent à la commune des revenus et un fonctionnement réguliers, en ce compris le remboursement périodique de la dette;
2° " service extraordinaire du budget " : l'ensemble des recettes et des dépenses qui affectent directement et durablement l'importance, la valeur ou la conservation du patrimoine communal, à l'exclusion de son entretien courant; il comprend également les subsides et prêts consentis à ces mêmes fins, les participations et placements de fonds à plus d'un an, ainsi que les remboursements anticipés de la dette;
3° " modification budgétaire " : toute décision adoptée par le conseil communal après l'arrêté du budget et ayant pour effet de créer, supprimer ou modifier un ou plusieurs crédits budgétaires;
4° " dépense obligatoire ", par opposition à " dépense facultative " : la dépense dont l'exécution résulte d'obligations ou d'engagements de toute nature de la commune et qui doivent faire l'objet d'une inscription d'un crédit au budget;
5° " code fonctionnel et économique " : l'identification numérique, comprenant deux séries d'au moins trois chiffres, qui détermine la destination et la nature du crédit auquel elle se rapporte; l'ensemble des codes fonctionnels et économiques constitue la classification fonctionnelle et économique;
6° " livre-journal " : le registre comptable qui mentionne chronologiquement et sans compensation toutes les opérations comptables; il comprend deux parties distinctes :
- le livre-journal des opérations budgétaires;
- le livre-journal des opérations générales;
7° " grand livre " : le registre comptable qui mentionne par compte les opérations portées au livre-journal; il comprend deux parties distinctes :
- le grand livre des opérations budgétaires;
- le grand livre des opérations générales;
8° (abrogé)
9° " receveur communal " : le receveur local ou le receveur régional;
10° " prélèvement d'office " : tout prélèvement imposé par ou en vertu de la loi et effectué sans l'autorisation de la commune sur un compte ouvert par celle-ci auprès d'un organisme financier;
11° " encaisse de la commune " : l'ensemble des fonds et valeurs disponibles ou placés à un an maximum;
12° " droit à recette " : toute somme due à la commune de manière certaine, par un tiers précisément désigné, au cours d'un exercice déterminé;
13° " droit constaté " : le droit à recette qui a fait l'objet d'un enregistrement comptable;
14° " voirie " : l'ensemble des voies de communication publiques, en ce inclus les terrassements, le revêtement, les accessoires, les canalisations, la signalisation, les ouvrages d'art, les cours d'eau et les plans d'eau.
Art.1bis. [1 Elke gemeente heeft de vrije keuze om haar boekhouding te houden hetzij op papier, hetzij elektronisch, hetzij door een combinatie van de twee. Dit geldt ook voor alle verplichtingen die eruit voortvloeien, zowel op het vlak van de verwerking van gegevens, van de overdracht van gegevens, van de bewaring van gegevens of van de voorlegging van gegevens.
Ongeacht haar keuze zal de gemeente ervoor zorgen alle wettelijk of reglementair verplichte garanties betreffende al de elementen van haar boekhouding in te bouwen. Derhalve, wanneer een volledig of gedeeltelijk elektronische oplossing gebruikt wordt, moeten de authenticiteit van de oorsprong van de elektronische gegevens evenals de integriteit van hun inhoud gewaarborgd worden door het plaatsen van een elektronische handtekening, overeenkomstig de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen, de elektronisch aangetekende zending en certificatiediensten. Bovendien moet de leesbaarheid van de gegevens, in naleving van voormelde principes, gedurende de volledige bewaringstermijn verzekerd zijn.
Wanneer de wet of de reglementering dit voorziet, moeten de technische middelen de weergave van de gegevens in een voorgeschreven vorm mogelijk maken.]1
Ongeacht haar keuze zal de gemeente ervoor zorgen alle wettelijk of reglementair verplichte garanties betreffende al de elementen van haar boekhouding in te bouwen. Derhalve, wanneer een volledig of gedeeltelijk elektronische oplossing gebruikt wordt, moeten de authenticiteit van de oorsprong van de elektronische gegevens evenals de integriteit van hun inhoud gewaarborgd worden door het plaatsen van een elektronische handtekening, overeenkomstig de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen, de elektronisch aangetekende zending en certificatiediensten. Bovendien moet de leesbaarheid van de gegevens, in naleving van voormelde principes, gedurende de volledige bewaringstermijn verzekerd zijn.
Wanneer de wet of de reglementering dit voorziet, moeten de technische middelen de weergave van de gegevens in een voorgeschreven vorm mogelijk maken.]1
Art.1bis. [1 Chaque commune dispose du libre choix de tenir sa comptabilité soit sur support papier, soit sur support électronique, soit en combinant les deux supports. Il en est de même pour toutes les obligations qui en découlent, que ce soit au niveau du traitement de données, de la transmission de données, de la conservation de données ou de la présentation de données.
La commune veillera, quel que soit le choix qu'elle effectue, à apporter toutes les garanties légales ou réglementaires requises concernant l'ensemble des éléments de sa comptabilité. Dès lors, en cas d'utilisation d'une solution électronique, qu'elle soit complète ou partielle, l'authenticité de l'origine des données électroniques ainsi que l'intégrité de leur contenu doivent être garanties par l'apposition d'une signature électronique, conformément à la loi du 9 juillet 2001 fixant certaines règles relatives au cadre juridique pour les signatures électroniques et les services de certification. Par ailleurs, la lisibilité des données doit, dans le respect des principes précités, être assurée pendant toute la période de conservation.
Lorsque la loi ou la réglementation le prévoit, les moyens techniques doivent permettre la restitution de données sous une forme prescrite.]1
La commune veillera, quel que soit le choix qu'elle effectue, à apporter toutes les garanties légales ou réglementaires requises concernant l'ensemble des éléments de sa comptabilité. Dès lors, en cas d'utilisation d'une solution électronique, qu'elle soit complète ou partielle, l'authenticité de l'origine des données électroniques ainsi que l'intégrité de leur contenu doivent être garanties par l'apposition d'une signature électronique, conformément à la loi du 9 juillet 2001 fixant certaines règles relatives au cadre juridique pour les signatures électroniques et les services de certification. Par ailleurs, la lisibilité des données doit, dans le respect des principes précités, être assurée pendant toute la période de conservation.
Lorsque la loi ou la réglementation le prévoit, les moyens techniques doivent permettre la restitution de données sous une forme prescrite.]1
Modifications
Art. 2. Alle door de gemeentelijke overheden getroffen uitvoerbare beslissingen in verband met de financiën worden onmiddellijk door het college van burgemeester en schepenen aan de gemeenteontvanger doorgezonden; te dien einde worden zij eensluidend verklaard met het register van de beraadslagingen en met de beslissingen van de voogdijoverheid.
Art. 2. Toutes les décision exécutoires prises par les autorités communales en matière financière sont immédiatement notifiées par le collège des bourgmestre et échevins au receveur communal; à cet effet, elles sont certifiées conformes aux registres des délibérations et aux décisions prises par l'autorité de tutelle.
Art. 3. (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) Het college van burgemeester en schepenen bepaalt op welke manier de bewijzen van de inschrijvingen of bewaargevingen, alsmede alle andere akten waaruit de rechten van de gemeente blijken, bewaard worden.
Art. 3. (NOTE : voir plus loin forme(s) non fédérale(s) de cet article.) Le collège des bourgmestre et échevins détermine le mode de conservation des titres justificatifs des inscriptions ou dépôts, ainsi que de tous autres actes établissant les droits de la commune.
Art. 3. (Vlaams Gewest)
(opgeheven)
(opgeheven)
Art. 3. (Région flamande)
(abrogé)
(abrogé)
Art. 4. De rekeningen worden, nadat het schepencollege zijn instemming heeft betuigd, door de gemeenteontvanger op naam van de gemeente geopend. Ze worden door hem beheerd en de post wordt rechtstreeks aan hem geadresseerd.
Op de verzoeken tot betaling wordt steeds het nummer van de rekening vermeld waarop het bedrag moet worden gestort.
Op de verzoeken tot betaling wordt steeds het nummer van de rekening vermeld waarop het bedrag moet worden gestort.
Art. 4. Les comptes financiers sont ouverts au nom de la commune par le receveur communal après accord du collège. Ils sont gérés par lui et la correspondance lui est directement adressée.
Dans tous les cas, les invitations à payer font mention du numéro de compte de la commune sur lequel la somme doit être versée.
Dans tous les cas, les invitations à payer font mention du numéro de compte de la commune sur lequel la somme doit être versée.
TITEL II. - De begroting.
TITRE II. - Du budget.
HOOFDSTUK I. - Algemeenheden.
CHAPITRE I. - Généralités.
Art. 5. De begroting omvat de precieze raming van alle ontvangsten en uitgaven die in de loop van het financieel dienstjaar kunnen worden gedaan, met uitzondering van de geldverrichtingen voor rekening van derden of die slechts de thesaurie treffen.
De begroting vermeldt echter slechts het resultaat van de bijzondere begrotingen van de gemeentelijke inrichtingen en diensten van industriële of commerciële aard, die als gemeentebedrijven georganiseerd zijn overeenkomstig artikel 261, § 1, van de nieuwe gemeentewet.
Binnen de begroting wordt een onderscheid gemaakt tussen de gewone en buitengewone dienst en, binnen elk van de diensten, tussen het eigenlijk financieel dienstjaar en de vorige dienstjaren.
De begroting vermeldt echter slechts het resultaat van de bijzondere begrotingen van de gemeentelijke inrichtingen en diensten van industriële of commerciële aard, die als gemeentebedrijven georganiseerd zijn overeenkomstig artikel 261, § 1, van de nieuwe gemeentewet.
Binnen de begroting wordt een onderscheid gemaakt tussen de gewone en buitengewone dienst en, binnen elk van de diensten, tussen het eigenlijk financieel dienstjaar en de vorige dienstjaren.
Art. 5. Le budget comprend l'estimation précise de toutes les recettes et de toutes les dépenses susceptibles d'être effectuées dans le courant de l'exercice financier, à l'exception des mouvements de fonds opérés pour le compte de tiers ou n'affectant que la trésorerie.
Le budget ne mentionne toutefois que le résultat des budgets particuliers des établissements et services communaux à caractère industriel ou commercial organisés en régies conformément à l'article 261, § 1er, de la nouvelle loi communale.
Il est établi au sein du budget une distinction entre le service ordinaire et le service extraordinaire et, au sein de chacun de ceux-ci entre l'exercice financier proprement dit et les exercices antérieurs.
Le budget ne mentionne toutefois que le résultat des budgets particuliers des établissements et services communaux à caractère industriel ou commercial organisés en régies conformément à l'article 261, § 1er, de la nouvelle loi communale.
Il est établi au sein du budget une distinction entre le service ordinaire et le service extraordinaire et, au sein de chacun de ceux-ci entre l'exercice financier proprement dit et les exercices antérieurs.
Art. 6. De ontvangsten en uitgaven, alsook het resultaat ervan, worden onherroepelijk op een dienstjaar en op een dienst aangerekend.
Art. 6. Les recettes et les dépenses, ainsi que leur résultat, sont irrévocablement imputés à un exercice et à un service.
Art. 7. Alle door de toezichthoudende overheid getroffen beslissingen i.v.m. de begroting worden door het college van burgemeester en schepenen aan de gemeenteraad medegedeeld.
Art. 7. Toute décision de l'autorité de tutelle en matière budgétaire est communiquée par le collège des bourgmestre et échevins au conseil communal.
HOOFDSTUK II. - De begroting.
CHAPITRE II. - Du budget.
Art. 8. Wanneer de fiscaliteit matig is, en de begrotingsmiddelen toereikend zijn, kan de gemeenteraad kredieten op zijn begroting uittrekken om die middelen te bestemmen :
1° voor de renderende beleggingen op meer dan één jaar;
2° voor de verwerving van publieke fondsen en effecten;
3° voor de vervroegde terugbetaling van de duurste leningen;
4° voor de vorming van :
a) fondsen voor risico's en kosten die in de loop van verscheidene dienstjaren invloed zouden kunnen hebben op het patrimonium;
b) gewone reserves geput uit gewone overschotten, of buitengewone reserves geput uit gewone of buitengewone overschotten;
c) buitengewone ontvangsten op te nemen op de gewone dienst, tot dekking van buitengewone uitgaven van het dienstjaar.
1° voor de renderende beleggingen op meer dan één jaar;
2° voor de verwerving van publieke fondsen en effecten;
3° voor de vervroegde terugbetaling van de duurste leningen;
4° voor de vorming van :
a) fondsen voor risico's en kosten die in de loop van verscheidene dienstjaren invloed zouden kunnen hebben op het patrimonium;
b) gewone reserves geput uit gewone overschotten, of buitengewone reserves geput uit gewone of buitengewone overschotten;
c) buitengewone ontvangsten op te nemen op de gewone dienst, tot dekking van buitengewone uitgaven van het dienstjaar.
Art. 8. Lorsque la fiscalité est modérée et que les disponibilités budgétaires sont suffisantes, le conseil communal peut inscrire à son budget des crédits en vue d'affecter ces disponibilités :
1° à des placements rémunérateurs à plus d'un an;
2° à l'acquisition de fonds publics et de valeurs de portefeuille;
3° au remboursement anticipé des emprunts les plus onéreux;
4° à la constitution :
a) de provisions pour risques et charges susceptibles d'affecter le patrimoine au cours de plusieurs exercices;
b) de réserves ordinaires prélevées sur des excédents ordinaires, ou de réserves extraordinaires prélevées sur des excédents ordinaires ou extraordinaires;
c) de recettes extraordinaires, à prélever sur le service ordinaire, pour couvrir des dépenses extraordinaires de l'exercice.
1° à des placements rémunérateurs à plus d'un an;
2° à l'acquisition de fonds publics et de valeurs de portefeuille;
3° au remboursement anticipé des emprunts les plus onéreux;
4° à la constitution :
a) de provisions pour risques et charges susceptibles d'affecter le patrimoine au cours de plusieurs exercices;
b) de réserves ordinaires prélevées sur des excédents ordinaires, ou de réserves extraordinaires prélevées sur des excédents ordinaires ou extraordinaires;
c) de recettes extraordinaires, à prélever sur le service ordinaire, pour couvrir des dépenses extraordinaires de l'exercice.
Art. 9. Het geraamde overschot of tekort van de vorige dienstjaren, dat op de begroting wordt gebracht, is het resultaat van de begroting van het voorgaande dienstjaar, aangepast door de begrotingswijzigingen.
Zodra de begrotingsrekening van dat voorgaand dienstjaar door de gemeenteraad afgesloten is, wordt het geraamde overschot of tekort dat op de begroting gebracht is, eventueel vervangen door dat welk het resultaat is van de aldus afgesloten rekening, en zulks door middel van een begrotingswijziging.
Wanneer die wijziging van die aard is dat ze een tekort veroorzaakt of vergroot, neemt de gemeenteraad de passende maatregelen om het begrotingsevenwicht te herstellen.
Zodra de begrotingsrekening van dat voorgaand dienstjaar door de gemeenteraad afgesloten is, wordt het geraamde overschot of tekort dat op de begroting gebracht is, eventueel vervangen door dat welk het resultaat is van de aldus afgesloten rekening, en zulks door middel van een begrotingswijziging.
Wanneer die wijziging van die aard is dat ze een tekort veroorzaakt of vergroot, neemt de gemeenteraad de passende maatregelen om het begrotingsevenwicht te herstellen.
Art. 9. L'excédent ou le déficit estimé des exercices antérieurs qui est porté au budget résulte du budget de l'exercice antérieur et de ses éventuelles modifications.
Aussitôt que le compte budgétaire de cet exercice antérieur est arrêté par le conseil communal, l'excédent ou le déficit estimé qui a été porté au budget est remplacé par celui résultant du compte ainsi arrêté, par voie de modification budgétaire.
Lorsque cette modification est de nature à provoquer ou à accroître un déficit, le conseil communal prend les mesures propres à rétablir l'équilibre budgétaire.
Aussitôt que le compte budgétaire de cet exercice antérieur est arrêté par le conseil communal, l'excédent ou le déficit estimé qui a été porté au budget est remplacé par celui résultant du compte ainsi arrêté, par voie de modification budgétaire.
Lorsque cette modification est de nature à provoquer ou à accroître un déficit, le conseil communal prend les mesures propres à rétablir l'équilibre budgétaire.
Art. 10. De uitgavekredieten mogen slechts worden gebruikt voor het door de begroting vooropgestelde doel.
Ze zijn beperkt, met uitzondering van de kredieten voor uitgaven welke ambtshalve worden opgenomen.
Voor de verplichte uitgaven van de gewone dienst geldt de beperking waarvan sprake in het tweede lid voor het geheel van de kredieten die dezelfde functionele en economische code dragen, elk beperkt tot de eerste drie cijfers.
Ze zijn beperkt, met uitzondering van de kredieten voor uitgaven welke ambtshalve worden opgenomen.
Voor de verplichte uitgaven van de gewone dienst geldt de beperking waarvan sprake in het tweede lid voor het geheel van de kredieten die dezelfde functionele en economische code dragen, elk beperkt tot de eerste drie cijfers.
Art. 10. Les crédits de dépenses ne peuvent être utilisés à d'autres fins que celles que leur assigne le budget.
Ils sont limitatifs, à l'exception de ceux relatifs à des dépenses prélevées d'office.
La limitation visée à l'alinéa 2 s'applique, pour les dépenses obligatoires du service ordinaire, au total des crédits portant les mêmes codes fonctionnels et économiques, chacun limité aux trois premiers chiffres.
Ils sont limitatifs, à l'exception de ceux relatifs à des dépenses prélevées d'office.
La limitation visée à l'alinéa 2 s'applique, pour les dépenses obligatoires du service ordinaire, au total des crédits portant les mêmes codes fonctionnels et économiques, chacun limité aux trois premiers chiffres.
Art. 10. (BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST)
De uitgavekredieten mogen slechts worden gebruikt voor het door de begroting vooropgestelde doel.
Ze zijn beperkt, met uitzondering van de kredieten voor uitgaven welke ambtshalve worden opgenomen.
(Voor de uitgaven van de gewone dienst geldt de beperking waarvan sprake in het tweede lid voor het geheel van de kredieten ingeschreven op dezelfde functie en dezelfde economische groep.)
Ze zijn beperkt, met uitzondering van de kredieten voor uitgaven welke ambtshalve worden opgenomen.
(Voor de uitgaven van de gewone dienst geldt de beperking waarvan sprake in het tweede lid voor het geheel van de kredieten ingeschreven op dezelfde functie en dezelfde economische groep.)
Art. 10. (REGION DE BRUXELLES-CAPITALE)
Les crédits de dépenses ne peuvent être utilisés à d'autres fins que celles que leur assigne le budget.
Ils sont limitatifs, à l'exception de ceux relatifs à des dépenses prélevées d'office.
(La limitation visée à l'alinéa 2 s'applique pour les dépenses du service ordinaire, au total des crédits inscrits à la même fonction et au même groupe économique.)
Ils sont limitatifs, à l'exception de ceux relatifs à des dépenses prélevées d'office.
(La limitation visée à l'alinéa 2 s'applique pour les dépenses du service ordinaire, au total des crédits inscrits à la même fonction et au même groupe économique.)
Art. 11. De verplichte en de niet verplichte uitgaven worden in afzonderlijke artikels opgenomen.
Art. 11. Les dépenses obligatoires et les dépenses facultatives font l'objet d'articles distincts.
Art. 12. (Federaal) Het college van burgemeester en schepenen maakt het begrotingsontwerp op na het advies te hebben ingewonnen van een commissie waarin tenmiste een daartoe aangeduid lid van het college, de gemeentesecretaris en de gemeenteontvanger zetelen.
Het advies van de commissie bedoeld in alinea 1 slaat uitsluitend op de wettelijkheid en de te verwachten financiële weerslag.
Het advies van de commissie bedoeld in alinea 1 slaat uitsluitend op de wettelijkheid en de te verwachten financiële weerslag.
Art. 12. (Fédéral) Le collège des bourgmestre et échevins établit le projet de budget après avoir recueilli l'avis d'une commission où siègent au moins un membre du collège désigné à cette fin, le secrétaire et le receveur communal.
L'avis de la commission visée à l'alinéa 1er porte exclusivement sur la légalité et les implications financières prévisibles.
L'avis de la commission visée à l'alinéa 1er porte exclusivement sur la légalité et les implications financières prévisibles.
Art. 12. (Vlaams Gewest)
[1 opgeheven]1
[1 opgeheven]1
Modifications
Art. 12. (Région flamande)
[1 abrogé]1
[1 abrogé]1
Modifications
Art. 13. Zodra de begroting definitief vastgesteld is, is ze uitvoerbaar, onverminderd de controle op de wettigheid van ontvangsten en uitgaven.
Art. 13. Une fois qu'il est définitivement arrêté, le budget est exécutoire, sans préjudice du contrôle de la légalité des recettes et dépenses qui y sont portées.
Art. 14. § 1. Voor de definitieve vaststelling van de begroting, mogen, door middel van voorlopige kredieten, uitgaven worden verricht waarvoor een uitvoerbaar krediet uitgetrokken was op de begroting van het vorige dienstjaar.
Wanneer de begroting nog niet aangenomen is, worden de voorlopige kredieten evenwel vastgesteld door de gemeenteraad, en, wanneer de wet, het decreet of de ordonnantie het voorschrijft, goedgekeurd door de toezichthoudende overheid.
§ 2. De voorlopige kredieten mogen, per verlopen of begonnen maand, niet meer bedragen dan één twaalfde :
1° van het begrotingskrediet van het vorige dienstjaar, wanneer de begroting van het dienstjaar nog niet aangenomen is;
2° van het begrotingskrediet van het lopende dienstjaar of, indien het kleiner is, van het begrotingskrediet van het vorige dienstjaar, wanneer de begroting van het dienstjaar reeds aangenomen is.
Die beperking is niet van toepassing op de uitgaven voor het bezoldigen van het personeel, voor het betalen van verzekeringspremies en van belastingen.
§ 3. De voorlopige kredieten hebben alleen betrekking op verplichte uitgaven van de gewone dienst.
Wanneer de begroting nog niet aangenomen is, worden de voorlopige kredieten evenwel vastgesteld door de gemeenteraad, en, wanneer de wet, het decreet of de ordonnantie het voorschrijft, goedgekeurd door de toezichthoudende overheid.
§ 2. De voorlopige kredieten mogen, per verlopen of begonnen maand, niet meer bedragen dan één twaalfde :
1° van het begrotingskrediet van het vorige dienstjaar, wanneer de begroting van het dienstjaar nog niet aangenomen is;
2° van het begrotingskrediet van het lopende dienstjaar of, indien het kleiner is, van het begrotingskrediet van het vorige dienstjaar, wanneer de begroting van het dienstjaar reeds aangenomen is.
Die beperking is niet van toepassing op de uitgaven voor het bezoldigen van het personeel, voor het betalen van verzekeringspremies en van belastingen.
§ 3. De voorlopige kredieten hebben alleen betrekking op verplichte uitgaven van de gewone dienst.
Art. 14. § 1. Avant l'arrêt définitif du budget, il peut être pourvu par des crédits provisoires aux dépenses pour lesquelles un crédit exécutoire était inscrit au budget de l'exercice précédent.
Toutefois, lorsque le budget n'est pas encore voté, les crédits provisoires sont arrêtés par le conseil communal et, lorsque la loi, le décret ou l'ordonnance l'exige, approuvés par l'autorité de tutelle.
§ 2. Les crédits provisoires ne peuvent excéder, par mois écoulé ou commencé, le douzième :
1° du crédit budgétaire de l'exercice précédent, lorsque le budget de l'exercice n'est pas encore voté;
2° du crédit budgétaire de l'exercice en cours ou, s'il est moins élevé, du crédit budgétaire de l'exercice précédent, lorsque le budget de l'exercice est déjà voté.
Cette restriction n'est pas applicable aux dépenses relatives à la rémunération du personnel et au paiement des primes d'assurances et des taxes.
§ 3. Les crédits provisoires ne concernent que les dépenses ordinaires obligatoires.
Toutefois, lorsque le budget n'est pas encore voté, les crédits provisoires sont arrêtés par le conseil communal et, lorsque la loi, le décret ou l'ordonnance l'exige, approuvés par l'autorité de tutelle.
§ 2. Les crédits provisoires ne peuvent excéder, par mois écoulé ou commencé, le douzième :
1° du crédit budgétaire de l'exercice précédent, lorsque le budget de l'exercice n'est pas encore voté;
2° du crédit budgétaire de l'exercice en cours ou, s'il est moins élevé, du crédit budgétaire de l'exercice précédent, lorsque le budget de l'exercice est déjà voté.
Cette restriction n'est pas applicable aux dépenses relatives à la rémunération du personnel et au paiement des primes d'assurances et des taxes.
§ 3. Les crédits provisoires ne concernent que les dépenses ordinaires obligatoires.
Art. 14. (BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST)
§ 1. Voor de definitieve vaststelling van de begroting, mogen, door middel van voorlopige kredieten, uitgaven worden verricht waarvoor een uitvoerbaar krediet uitgetrokken was op de begroting van het vorige dienstjaar.
Wanneer de begroting nog niet aangenomen is, worden de voorlopige kredieten evenwel vastgesteld door de gemeenteraad, en, wanneer de wet, het decreet of de ordonnantie het voorschrijft, goedgekeurd door de toezichthoudende overheid.
§ 2. De voorlopige kredieten mogen, per verlopen of begonnen maand, niet meer bedragen dan één twaalfde :
1° van het begrotingskrediet van het vorige dienstjaar, wanneer de begroting van het dienstjaar nog niet aangenomen is;
2° van het begrotingskrediet van het lopende dienstjaar of, indien het kleiner is, van het begrotingskrediet van het vorige dienstjaar, wanneer de begroting van het dienstjaar reeds aangenomen is.
Die beperking is niet van toepassing op de uitgaven voor het bezoldigen van het personeel, voor het betalen van verzekeringspremies en van belastingen.
§ 3. De voorlopige kredieten hebben alleen betrekking op (...) uitgaven van de gewone dienst.
Wanneer de begroting nog niet aangenomen is, worden de voorlopige kredieten evenwel vastgesteld door de gemeenteraad, en, wanneer de wet, het decreet of de ordonnantie het voorschrijft, goedgekeurd door de toezichthoudende overheid.
§ 2. De voorlopige kredieten mogen, per verlopen of begonnen maand, niet meer bedragen dan één twaalfde :
1° van het begrotingskrediet van het vorige dienstjaar, wanneer de begroting van het dienstjaar nog niet aangenomen is;
2° van het begrotingskrediet van het lopende dienstjaar of, indien het kleiner is, van het begrotingskrediet van het vorige dienstjaar, wanneer de begroting van het dienstjaar reeds aangenomen is.
Die beperking is niet van toepassing op de uitgaven voor het bezoldigen van het personeel, voor het betalen van verzekeringspremies en van belastingen.
§ 3. De voorlopige kredieten hebben alleen betrekking op (...) uitgaven van de gewone dienst.
Art. 14. (REGION DE BRUXELLES-CAPITALE)
Voir note sous TITRE> § 1. Avant l'arrêt définitif du budget, il peut être pourvu par des crédits provisoires aux dépenses pour lesquelles un crédit exécutoire était inscrit au budget de l'exercice précédent.
Toutefois, lorsque le budget n'est pas encore voté, les crédits provisoires sont arrêtés par le conseil communal et, lorsque la loi, le décret ou l'ordonnance l'exige, approuvés par l'autorité de tutelle.
§ 2. Les crédits provisoires ne peuvent excéder, par mois écoulé ou commencé, le douzième :
1° du crédit budgétaire de l'exercice précédent, lorsque le budget de l'exercice n'est pas encore voté;
2° du crédit budgétaire de l'exercice en cours ou, s'il est moins élevé, du crédit budgétaire de l'exercice précédent, lorsque le budget de l'exercice est déjà voté.
Cette restriction n'est pas applicable aux dépenses relatives à la rémunération du personnel et au paiement des primes d'assurances et des taxes.
§ 3. Les crédits provisoires ne concernent que les dépenses ordinaires (...).
Voir note sous TITRE> § 1. Avant l'arrêt définitif du budget, il peut être pourvu par des crédits provisoires aux dépenses pour lesquelles un crédit exécutoire était inscrit au budget de l'exercice précédent.
Toutefois, lorsque le budget n'est pas encore voté, les crédits provisoires sont arrêtés par le conseil communal et, lorsque la loi, le décret ou l'ordonnance l'exige, approuvés par l'autorité de tutelle.
§ 2. Les crédits provisoires ne peuvent excéder, par mois écoulé ou commencé, le douzième :
1° du crédit budgétaire de l'exercice précédent, lorsque le budget de l'exercice n'est pas encore voté;
2° du crédit budgétaire de l'exercice en cours ou, s'il est moins élevé, du crédit budgétaire de l'exercice précédent, lorsque le budget de l'exercice est déjà voté.
Cette restriction n'est pas applicable aux dépenses relatives à la rémunération du personnel et au paiement des primes d'assurances et des taxes.
§ 3. Les crédits provisoires ne concernent que les dépenses ordinaires (...).
HOOFDSTUK III. - De begrotingswijzigingen.
CHAPITRE III. - Des modifications budgétaires.
Art. 15. (Federaal) De begrotingswijzigingen zijn onderworpen aan dezelfde procedures als deze die toepasbaar zijn op de begroting.
Zij worden voor elk krediet behoorlijk gerechtvaardigd.
Zij worden voor elk krediet behoorlijk gerechtvaardigd.
Art. 15. (Fédéral) Les modifications budgétaires sont soumises aux mêmes procédures que celles applicables au budget.
Elles sont dûment justifiées pour chaque crédit budgétaire.
Elles sont dûment justifiées pour chaque crédit budgétaire.
Art. 15. (Vlaams Gewest)
[1 opgeheven]1
[1 opgeheven]1
Modifications
Art. 15. (Région flamande)
[1 abrogé]1
[1 abrogé]1
Modifications
Art. 16. Op de begrotingswijzigingen moeten zonder verwijl worden uitgetrokken, de begrotingskredieten die nodig zijn om de uitgaven die verricht zijn krachtens artikel 249 van de nieuwe gemeentewet en de ambtshalve opgenomen uitgaven te dekken, alsmede de begrotingskredieten die betrekking hebben op niet-geraamde ontvangsten.
Art. 16. Doivent être inscrits au plus tôt dans les modifications budgétaires, les crédits budgétaires nécessaires pour couvrir les dépenses effectuées en vertu de l'article 249 de la nouvelle loi communale et celles effectuées par prélèvement d'office, ainsi que les crédits budgétaires afférents à des recettes imprévues.
Hoofdstuk IIIbis.(Vlaams Gewest) [1 Interne kredietaanpassing.]1
Chapitre IIIbis.(Région flamande) [1 Adaptation interne du crédit]1
Art. 16bis. (Vlaams Gewest)
[1 Een interne kredietaanpassing van de gewone dienst is een kredietaanpassing aan de uitgaven- of ontvangstenkredieten van de gewone dienst waarbij het totaal van deze uitgaven- of ontvangstenkredieten met dezelfde twee eerste cijfers van de functionele code als vermeld in artikel 1, 5°, niet wijzigt.
Een interne kredietaanpassing van de buitengewone dienst is een kredietaanpassing aan de uitgaven- of ontvangstenkredieten van de buitengewone dienst waarbij het totaal van deze uitgaven- of ontvangstenkredieten van de artikelen met dezelfde twee eerste cijfers van de functionele code als vermeld in artikel 1, 5°, niet wijzigt, en voor zover een van de volgende voorwaarden is vervuld :
1° de kredieten kunnen maar verschoven worden voor zover de gemeenteraad daartoe beslist heeft en in bevestigend geval binnen de perken aangegeven door de gemeenteraad;
2° enkel de kredieten die resteren nadat alle erop voorziene projecten volledig zijn aangerekend, kunnen verschoven worden naar een ander begrotingsartikel.]1
[1 Een interne kredietaanpassing van de gewone dienst is een kredietaanpassing aan de uitgaven- of ontvangstenkredieten van de gewone dienst waarbij het totaal van deze uitgaven- of ontvangstenkredieten met dezelfde twee eerste cijfers van de functionele code als vermeld in artikel 1, 5°, niet wijzigt.
Een interne kredietaanpassing van de buitengewone dienst is een kredietaanpassing aan de uitgaven- of ontvangstenkredieten van de buitengewone dienst waarbij het totaal van deze uitgaven- of ontvangstenkredieten van de artikelen met dezelfde twee eerste cijfers van de functionele code als vermeld in artikel 1, 5°, niet wijzigt, en voor zover een van de volgende voorwaarden is vervuld :
1° de kredieten kunnen maar verschoven worden voor zover de gemeenteraad daartoe beslist heeft en in bevestigend geval binnen de perken aangegeven door de gemeenteraad;
2° enkel de kredieten die resteren nadat alle erop voorziene projecten volledig zijn aangerekend, kunnen verschoven worden naar een ander begrotingsartikel.]1
Art. 16bis. (Région flamande)
[1 Une adaptation interne du crédit du service ordinaire est une adaptation du crédit aux crédits de dépenses ou de recettes du service ordinaire, qui ne modifie pas le total de ces crédits de dépenses ou de recettes ayant les deux premiers chiffres identiques au code fonctionnel tel que visé à l'article 1er, 5°.
Une adaptation interne du crédit du service extraordinaire est une adaptation du crédit aux crédits de dépenses ou de recettes du service extraordinaire, qui ne modifie pas le total de ces crédits de dépenses ou de recettes des articles ayant les deux premiers chiffres identiques au code fonctionnel tel que visé à l'article 1er, 5°, dans la mesure où l'une des conditions suivantes est remplie :
1° les crédits ne peuvent être transférés que dans la mesure où le conseil communal l'a décidé et, le cas échéant, dans les limites indiquées par le conseil communal;
2° seuls les crédits restant après que tous les projets prévus y sont entièrement imputés, peuvent être transférés à un autre article budgétaire.]1
[1 Une adaptation interne du crédit du service ordinaire est une adaptation du crédit aux crédits de dépenses ou de recettes du service ordinaire, qui ne modifie pas le total de ces crédits de dépenses ou de recettes ayant les deux premiers chiffres identiques au code fonctionnel tel que visé à l'article 1er, 5°.
Une adaptation interne du crédit du service extraordinaire est une adaptation du crédit aux crédits de dépenses ou de recettes du service extraordinaire, qui ne modifie pas le total de ces crédits de dépenses ou de recettes des articles ayant les deux premiers chiffres identiques au code fonctionnel tel que visé à l'article 1er, 5°, dans la mesure où l'une des conditions suivantes est remplie :
1° les crédits ne peuvent être transférés que dans la mesure où le conseil communal l'a décidé et, le cas échéant, dans les limites indiquées par le conseil communal;
2° seuls les crédits restant après que tous les projets prévus y sont entièrement imputés, peuvent être transférés à un autre article budgétaire.]1
Modifications
TITEL III. - Het patrimonium en het beheer.
TITRE III. - Du patrimoine et de la gestion.
HOOFDSTUK I. - Het patrimonium en de balans.
CHAPITRE I. - Du patrimoine et du bilan.
Art. 17. § 1. De algemene toestand van de gemeente op 31 december van elk dienstjaar wordt bepaald door de balans.
§ 2. Het actief van de balans, dat bestaat uit de bezittingen en de vorderingen als geheel, die zijn opgebracht door het gebruik van de waarden van het passief, omvat :
1° de vaste activa, welke de goederen zijn die blijvend verworven zijn door de gemeente, namelijk :
a) de oprichtingskosten;
b) de immateriële vaste activa;
c) de materiële vaste activa die het onroerend en het roerend patrimonium omvatten;
d) de kredieten en toegekende leningen;
e) de financiële vaste activa;
2° de vlottende activa, die de bezittingen en de vorderingen van de gemeente zijn, namelijk :
a) de voorraden;
b) de vorderingen op ten hoogste één jaar;
c) de verrichtingen voor rekening van derden;
d) de geldbeleggingen op ten hoogste één jaar;
e) de liquide middelen;
f) de overlopende rekeningen.
§ 3. Het passief van de balans, dat de herkomst aangeeft van de middelen waarover de gemeente beschikt om haar doelstellingen te bereiken, omvat :
1° het eigen vermogen dat bestaat uit de middelen die de gemeente heeft geïnvesteerd en waarvan zij eigenaar is, namelijk :
a) het aanvangskapitaal;
b) de gekapitaliseerde resultaten;
c) de resultaten van de vorige dienstjaren;
d) de reserves;
e) de ontvangen investeringstoelagen;
f) de voorzieningen voor risico's en kosten;
2° het vreemd vermogen of de schuld, welke de middelen zijn die door derden ter beschikking van de gemeente worden gesteld, namelijk :
a) de schulden op meer dan één jaar;
b) de schulden op ten hoogste één jaar;
c) de verrichtingen voor rekening van derden;
d) de overlopende rekeningen.
§ 4. In de beginbalans bestaat het aanvangskapitaal uit het verschil tussen het actief en het totaal van de schulden, de reserves, het samengevoegde resultaat van de voorgaande dienstjaren, de ontvangen investeringstoelagen en de voorzieningen voor risico's en kosten.
Het verschil tussen het actief en de schulden bepaalt het nettovermogen van de gemeenten. Dit wordt elk jaar aangepast aan de inbreng van het saldo van de resultatenrekening van het afgesloten dienstjaar.
§ 5. Alle balanswaarden worden aangegeven (in euro). <KB 2000-07-20/70, art. 5, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
§ 2. Het actief van de balans, dat bestaat uit de bezittingen en de vorderingen als geheel, die zijn opgebracht door het gebruik van de waarden van het passief, omvat :
1° de vaste activa, welke de goederen zijn die blijvend verworven zijn door de gemeente, namelijk :
a) de oprichtingskosten;
b) de immateriële vaste activa;
c) de materiële vaste activa die het onroerend en het roerend patrimonium omvatten;
d) de kredieten en toegekende leningen;
e) de financiële vaste activa;
2° de vlottende activa, die de bezittingen en de vorderingen van de gemeente zijn, namelijk :
a) de voorraden;
b) de vorderingen op ten hoogste één jaar;
c) de verrichtingen voor rekening van derden;
d) de geldbeleggingen op ten hoogste één jaar;
e) de liquide middelen;
f) de overlopende rekeningen.
§ 3. Het passief van de balans, dat de herkomst aangeeft van de middelen waarover de gemeente beschikt om haar doelstellingen te bereiken, omvat :
1° het eigen vermogen dat bestaat uit de middelen die de gemeente heeft geïnvesteerd en waarvan zij eigenaar is, namelijk :
a) het aanvangskapitaal;
b) de gekapitaliseerde resultaten;
c) de resultaten van de vorige dienstjaren;
d) de reserves;
e) de ontvangen investeringstoelagen;
f) de voorzieningen voor risico's en kosten;
2° het vreemd vermogen of de schuld, welke de middelen zijn die door derden ter beschikking van de gemeente worden gesteld, namelijk :
a) de schulden op meer dan één jaar;
b) de schulden op ten hoogste één jaar;
c) de verrichtingen voor rekening van derden;
d) de overlopende rekeningen.
§ 4. In de beginbalans bestaat het aanvangskapitaal uit het verschil tussen het actief en het totaal van de schulden, de reserves, het samengevoegde resultaat van de voorgaande dienstjaren, de ontvangen investeringstoelagen en de voorzieningen voor risico's en kosten.
Het verschil tussen het actief en de schulden bepaalt het nettovermogen van de gemeenten. Dit wordt elk jaar aangepast aan de inbreng van het saldo van de resultatenrekening van het afgesloten dienstjaar.
§ 5. Alle balanswaarden worden aangegeven (in euro). <KB 2000-07-20/70, art. 5, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Art. 17. § 1. La situation générale de la commune au 31 décembre de chaque exercice est déterminée par un bilan.
§ 2. L'actif du bilan, qui est constitué de l'ensemble des avoirs et droits rassemblés par l'utilisation des valeurs du passif, comprend :
1° les actifs immobilisés, qui sont les biens acquis par la commune de façon durable, soit :
a) des frais d'établissement;
b) les immobilisations incorporelles;
c) les immobilisations corporelles comprenant le patrimoine immobilier et le patrimoine mobilier;
d) les crédits et prêts octroyés;
e) les immobilisations financières;
2° les actifs circulants, qui sont les avoirs et droits de la commune, soit :
a) les stocks;
b) les créances à un an au plus;
c) les opérations pour compte de tiers;
d) les placements de trésorerie à un an au plus;
e) les valeurs disponibles;
f) les comptes de régularisation.
§ 3. Le passif du bilan, qui donne l'origine des ressources dont la commune dispose pour réaliser ses objectifs, comprend :
1° les fonds propres, qui sont les moyens investis par la commune et dont elle est propriétaire, soit :
a) le capital initial;
b) les résultats capitalisés;
c) les résultats des exercices antérieurs;
d) les réserves;
e) les subsides d'investissement reçus;
f) les provisions pour risques et charges;
2° les fonds externes ou la dette, qui sont les moyens mis à la disposition de la commune par des tiers, soit :
a) les dettes à plus d'un an;
b) les dettes à un an au plus;
c) les opérations pour compte de tiers;
d) les comptes de régularisation.
§ 4. Au bilan de départ, le capital initial est constitué de la différence entre l'actif et le total des dettes, des réserves, du résultat cumulé des exercices antérieurs, des subsides d'investissement reçus et des provisions pour risques et charges.
La différence entre l'actif et les dettes donne la situation nette de la commune. Elle est corrigée chaque année par l'apport du solde du compte de résultats de l'exercice clôturé.
§ 5. Toutes les valeurs de bilan sont mentionnées (en euro). <AR 2000-07-20/70, art. 5, 004; En vigueur : 01-01-2002>
§ 2. L'actif du bilan, qui est constitué de l'ensemble des avoirs et droits rassemblés par l'utilisation des valeurs du passif, comprend :
1° les actifs immobilisés, qui sont les biens acquis par la commune de façon durable, soit :
a) des frais d'établissement;
b) les immobilisations incorporelles;
c) les immobilisations corporelles comprenant le patrimoine immobilier et le patrimoine mobilier;
d) les crédits et prêts octroyés;
e) les immobilisations financières;
2° les actifs circulants, qui sont les avoirs et droits de la commune, soit :
a) les stocks;
b) les créances à un an au plus;
c) les opérations pour compte de tiers;
d) les placements de trésorerie à un an au plus;
e) les valeurs disponibles;
f) les comptes de régularisation.
§ 3. Le passif du bilan, qui donne l'origine des ressources dont la commune dispose pour réaliser ses objectifs, comprend :
1° les fonds propres, qui sont les moyens investis par la commune et dont elle est propriétaire, soit :
a) le capital initial;
b) les résultats capitalisés;
c) les résultats des exercices antérieurs;
d) les réserves;
e) les subsides d'investissement reçus;
f) les provisions pour risques et charges;
2° les fonds externes ou la dette, qui sont les moyens mis à la disposition de la commune par des tiers, soit :
a) les dettes à plus d'un an;
b) les dettes à un an au plus;
c) les opérations pour compte de tiers;
d) les comptes de régularisation.
§ 4. Au bilan de départ, le capital initial est constitué de la différence entre l'actif et le total des dettes, des réserves, du résultat cumulé des exercices antérieurs, des subsides d'investissement reçus et des provisions pour risques et charges.
La différence entre l'actif et les dettes donne la situation nette de la commune. Elle est corrigée chaque année par l'apport du solde du compte de résultats de l'exercice clôturé.
§ 5. Toutes les valeurs de bilan sont mentionnées (en euro). <AR 2000-07-20/70, art. 5, 004; En vigueur : 01-01-2002>
Art. 18. De resultatenrekening omvat de vergelijkende boeking van en het verschil tussen de opbrengsten en de kosten van de gemeente tijdens een dienstjaar.
De opbrengsten en de kosten zijn van drieërlei aard :
1° De courante opbrengsten en kosten. Zij bestaan uit de vastgestelde rechten en de uitgaven aangerekend op de begrotingsposten van de gewone dienst.
2° De opbrengsten en kosten die voortvloeien uit de normale schommelingen van de balanswaarden of de rechtzettingen van de opbrengsten en de kosten. Zij komen met name voort uit :
a) de toevoegingen aan afschrijvingen en aan de voorzieningen voor risico's en kosten;
b) de wijzigingen in de voorraad;
c) de verrichtingen in verband met de boekhoudkundige rechtzetting van de aanrekening van periodieke terugbetalingen van leningen;
d) de overboekingen tussen de budgettaire diensten;
e) de inbreng van werk uitgevoerd in eigen beheer in de vaste activa.
3° De uitzonderlijke opbrengsten en kosten en reserves :
a) dergelijke opbrengsten komen met name voort uit :
- de in artikel 21 bedoelde herwaarderingen van de waarde van de goederen van de vaste activa;
- de meerwaarden gerealiseerd bij de overdracht van goederen uit de vaste activa;
- de ontvangen uitzonderlijke schadevergoedingen voor de goederen van het patrimonium;
- de onttrekkingen aan de reserves;
- enige andere uitzonderlijke inbreng van de gewone of de buitengewone dienst;
b) dergelijke kosten vinden met name hun oorsprong in :
- de in artikel 21 bedoelde herwaarderingen van de waarde van de goederen van de vaste activa;
- de uitzonderlijke meerwaarde geboekt op de openbare leningen die de gemeente heeft uitgegeven;
- het oninbaar of oninvoerbaar verklaren van gemeentelijke heffingen, vorderingen, kredieten en toegekende leningen, zoals bedoeld in artikel 55;
- de minderwaarden gerealiseerd bij de overdracht of bij verlies van goederen van de vaste activa;
- de uitzonderlijke schadeloosstellingen van derden door de gemeente;
- de toevoegingen aan de waardeverminderingen;
- de toevoegingen aan het gewoon of buitengwoon reservefonds.
In de resultatenrekening worden de volgende resultaten opgenomen :
a) batig of nadeling bedrijfssaldo : het resultaat dat blijkt uit de algemene boekhouding en wordt bepaald door het vergelijken van in 1° en 2° bedoelde kosten en opbrengsten;
b) uitzonderlijk batig of nadelig saldo : het resultaat dat blijkt uit de algemene boekhouding en wordt bepaald door het vergelijken van de in 3° bedoelde kosten en opbrengsten;
c) batig of nadelig saldo van het dienstjaar : het bedrijfsresultaat vermeerderd met het uitzonderlijk resultaat.
De opbrengsten en de kosten zijn van drieërlei aard :
1° De courante opbrengsten en kosten. Zij bestaan uit de vastgestelde rechten en de uitgaven aangerekend op de begrotingsposten van de gewone dienst.
2° De opbrengsten en kosten die voortvloeien uit de normale schommelingen van de balanswaarden of de rechtzettingen van de opbrengsten en de kosten. Zij komen met name voort uit :
a) de toevoegingen aan afschrijvingen en aan de voorzieningen voor risico's en kosten;
b) de wijzigingen in de voorraad;
c) de verrichtingen in verband met de boekhoudkundige rechtzetting van de aanrekening van periodieke terugbetalingen van leningen;
d) de overboekingen tussen de budgettaire diensten;
e) de inbreng van werk uitgevoerd in eigen beheer in de vaste activa.
3° De uitzonderlijke opbrengsten en kosten en reserves :
a) dergelijke opbrengsten komen met name voort uit :
- de in artikel 21 bedoelde herwaarderingen van de waarde van de goederen van de vaste activa;
- de meerwaarden gerealiseerd bij de overdracht van goederen uit de vaste activa;
- de ontvangen uitzonderlijke schadevergoedingen voor de goederen van het patrimonium;
- de onttrekkingen aan de reserves;
- enige andere uitzonderlijke inbreng van de gewone of de buitengewone dienst;
b) dergelijke kosten vinden met name hun oorsprong in :
- de in artikel 21 bedoelde herwaarderingen van de waarde van de goederen van de vaste activa;
- de uitzonderlijke meerwaarde geboekt op de openbare leningen die de gemeente heeft uitgegeven;
- het oninbaar of oninvoerbaar verklaren van gemeentelijke heffingen, vorderingen, kredieten en toegekende leningen, zoals bedoeld in artikel 55;
- de minderwaarden gerealiseerd bij de overdracht of bij verlies van goederen van de vaste activa;
- de uitzonderlijke schadeloosstellingen van derden door de gemeente;
- de toevoegingen aan de waardeverminderingen;
- de toevoegingen aan het gewoon of buitengwoon reservefonds.
In de resultatenrekening worden de volgende resultaten opgenomen :
a) batig of nadeling bedrijfssaldo : het resultaat dat blijkt uit de algemene boekhouding en wordt bepaald door het vergelijken van in 1° en 2° bedoelde kosten en opbrengsten;
b) uitzonderlijk batig of nadelig saldo : het resultaat dat blijkt uit de algemene boekhouding en wordt bepaald door het vergelijken van de in 3° bedoelde kosten en opbrengsten;
c) batig of nadelig saldo van het dienstjaar : het bedrijfsresultaat vermeerderd met het uitzonderlijk resultaat.
Art. 18. Le comte de résultats comprend l'enregistrement comparé et la différence entre les produits et les charges de la commune au cours de l'exercice.
Les produits et les charges sont de trois ordres :
1° Produits et charges courants : ceux-ci sont formés des droits constatés et des dépenses imputées aux articles budgétaires du service ordinaire.
2° Produits et charges résultant des variations normales des valeurs de bilan ou des redressements des charges et des produits. Ils résultent notamment :
a) des dotations aux amortissements et aux provisions pour risques et charges;
b) des variations de stocks;
c) des opérations de redressement comptable concernant l'imputation du remboursement périodique des emprunts;
d) des transferts d'un service budgétaire à l'autre;
e) des apports des travaux effectués en régie aux biens de l'actif immobilisé.
3° Produits et charges exceptionnels et réserves :
a) les produits de cette nature résultent notamment :
- de réévaluations de la valeur des biens de l'actif immobilisé visées à l'article 21;
- de plus-values réalisées lors de la cession de biens de l'actif immobilisé;
- de dédommagements exceptionnels reçus pour les biens du patrimoine;
- de prélèvements sur les réserves;
- de tout autre apport exceptionnel du service ordinaire ou du service extraordinaire;
b) les charges de cette nature résultent notamment :
- de réévaluations de la valeur des biens de l'actif immobilisé visées à l'article 21;
- de plus-values exceptionnelles enregistrées par les emprunts publics émis par la commune;
- de la mise en non-valeurs ou en irrécouvrables d'impositions communales, créances, crédits et prêts octroyés, visée à l'article 55;
- de moins-values réalisées lors de la cession ou à l'occasion de la perte de biens de l'actif immobilisé;
- de dédommagements exceptionnels de tiers par la commune;
- de dotations aux réductions de valeur;
- de dotations au fonds de réserve ordinaire ou extraordinaire.
Le compte de résultats enregistre les résultats suivants :
a) boni d'exploitation ou mali d'exploitation : le résultat dégagé par la comptabilité générale et déterminé par la comparaison des charges et des produits visés aux 1° et 2°;
b) boni ou mali exceptionnel : le résultat dégagé par la comptabilité générale et déterminé par la comparaison des charges et des produits visés au 3°;
c) boni ou mali de l'exercice : le résultat d'exploitation augmenté du résultat exceptionnel.
Les produits et les charges sont de trois ordres :
1° Produits et charges courants : ceux-ci sont formés des droits constatés et des dépenses imputées aux articles budgétaires du service ordinaire.
2° Produits et charges résultant des variations normales des valeurs de bilan ou des redressements des charges et des produits. Ils résultent notamment :
a) des dotations aux amortissements et aux provisions pour risques et charges;
b) des variations de stocks;
c) des opérations de redressement comptable concernant l'imputation du remboursement périodique des emprunts;
d) des transferts d'un service budgétaire à l'autre;
e) des apports des travaux effectués en régie aux biens de l'actif immobilisé.
3° Produits et charges exceptionnels et réserves :
a) les produits de cette nature résultent notamment :
- de réévaluations de la valeur des biens de l'actif immobilisé visées à l'article 21;
- de plus-values réalisées lors de la cession de biens de l'actif immobilisé;
- de dédommagements exceptionnels reçus pour les biens du patrimoine;
- de prélèvements sur les réserves;
- de tout autre apport exceptionnel du service ordinaire ou du service extraordinaire;
b) les charges de cette nature résultent notamment :
- de réévaluations de la valeur des biens de l'actif immobilisé visées à l'article 21;
- de plus-values exceptionnelles enregistrées par les emprunts publics émis par la commune;
- de la mise en non-valeurs ou en irrécouvrables d'impositions communales, créances, crédits et prêts octroyés, visée à l'article 55;
- de moins-values réalisées lors de la cession ou à l'occasion de la perte de biens de l'actif immobilisé;
- de dédommagements exceptionnels de tiers par la commune;
- de dotations aux réductions de valeur;
- de dotations au fonds de réserve ordinaire ou extraordinaire.
Le compte de résultats enregistre les résultats suivants :
a) boni d'exploitation ou mali d'exploitation : le résultat dégagé par la comptabilité générale et déterminé par la comparaison des charges et des produits visés aux 1° et 2°;
b) boni ou mali exceptionnel : le résultat dégagé par la comptabilité générale et déterminé par la comparaison des charges et des produits visés au 3°;
c) boni ou mali de l'exercice : le résultat d'exploitation augmenté du résultat exceptionnel.
Art. 19. Het gemeentebestuur houdt de gedetailleerde, volledige en gewaardeerde inventaris bij van al zijn goederen, bezittingen, rechten en vorderingen evenals van zijn investeringstoelagen en zijn schuld.
De inventaris vermeldt bovendien de verplichtingen die voornoemde waarden bezwaren, evenals de avals en toegestane waarborgen.
De Minister van Binnenlandse Zaken bepaalt de nomenclatuur van de inventaris, evenals de regels voor de waardebepaling.
De gemeenteontvanger registreert in de balansrekening de waarden die in de inventaris opgenomen worden en hun wijzigingen.
Te dien einde ontvangt hij van het college van burgemeester en schepenen een eensluidend verklaard afschrift van alle akten, documenten en stukken betreffende deze waarden.
De inventaris vermeldt bovendien de verplichtingen die voornoemde waarden bezwaren, evenals de avals en toegestane waarborgen.
De Minister van Binnenlandse Zaken bepaalt de nomenclatuur van de inventaris, evenals de regels voor de waardebepaling.
De gemeenteontvanger registreert in de balansrekening de waarden die in de inventaris opgenomen worden en hun wijzigingen.
Te dien einde ontvangt hij van het college van burgemeester en schepenen een eensluidend verklaard afschrift van alle akten, documenten en stukken betreffende deze waarden.
Art. 19. L'administration communale tient l'inventaire détaillé, complet et valorisé de tous ses biens, avoirs, droits et créances, ainsi que de ses subsides d'investissement et de sa dette.
L'inventaire mentionne en outre les obligations qui grèvent les valeurs susmentionnées ainsi que les avals et garanties accordés.
Le Ministre de l'Intérieur fixe la nomenclature de cet inventaire et les règles de valorisation.
Le receveur communal enregistre au compte du bilan les valeurs portées à l'inventaire et leurs variations.
Il reçoit à cet effet du collège des bourgmestre et échevins une copie certifiée conforme de tous actes, documents et pièces concernant ces valeurs.
L'inventaire mentionne en outre les obligations qui grèvent les valeurs susmentionnées ainsi que les avals et garanties accordés.
Le Ministre de l'Intérieur fixe la nomenclature de cet inventaire et les règles de valorisation.
Le receveur communal enregistre au compte du bilan les valeurs portées à l'inventaire et leurs variations.
Il reçoit à cet effet du collège des bourgmestre et échevins une copie certifiée conforme de tous actes, documents et pièces concernant ces valeurs.
Art. 19. (BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST)
Het gemeentebestuur houdt de gedetailleerde, volledige en gewaardeerde inventaris bij van al zijn goederen, bezittingen, rechten en vorderingen evenals van zijn investeringstoelagen en zijn schuld.
De inventaris vermeldt bovendien de verplichtingen die voornoemde waarden bezwaren, evenals de avals en toegestane waarborgen.
De (Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Plaatselijke Besturen) bepaalt de nomenclatuur van de inventaris, evenals de regels voor de waardebepaling.
De gemeenteontvanger registreert in de balansrekening de waarden die in de inventaris opgenomen worden en hun wijzigingen.
Te dien einde ontvangt hij van het college van burgemeester en schepenen een eensluidend verklaard afschrift van alle akten, documenten en stukken betreffende deze waarden [1 , desgevallend per elektronische zending.]1
Het gemeentebestuur houdt de gedetailleerde, volledige en gewaardeerde inventaris bij van al zijn goederen, bezittingen, rechten en vorderingen evenals van zijn investeringstoelagen en zijn schuld.
De inventaris vermeldt bovendien de verplichtingen die voornoemde waarden bezwaren, evenals de avals en toegestane waarborgen.
De (Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Plaatselijke Besturen) bepaalt de nomenclatuur van de inventaris, evenals de regels voor de waardebepaling.
De gemeenteontvanger registreert in de balansrekening de waarden die in de inventaris opgenomen worden en hun wijzigingen.
Te dien einde ontvangt hij van het college van burgemeester en schepenen een eensluidend verklaard afschrift van alle akten, documenten en stukken betreffende deze waarden [1 , desgevallend per elektronische zending.]1
Modifications
Art. 19. (REGION DE BRUXELLES-CAPITALE)
L'administration communale tient l'inventaire détaillé, complet et valorisé de tous ses biens, avoirs, droits et créances, ainsi que de ses subsides d'investissement et de sa dette.
L'inventaire mentionne en outre les obligations qui grèvent les valeurs susmentionnées ainsi que les avals et garanties accordés.
Le (Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale chargé des Pouvoirs locaux) fixe la nomenclature de cet inventaire et les règles de valorisation.
Le receveur communal enregistre au compte du bilan les valeurs portées à l'inventaire et leurs variations.
Il reçoit à cet effet du collège des bourgmestre et échevins une copie certifiée conforme de tous actes, documents et pièces concernant ces valeurs [1 , le cas échéant par voie électronique.]1
L'administration communale tient l'inventaire détaillé, complet et valorisé de tous ses biens, avoirs, droits et créances, ainsi que de ses subsides d'investissement et de sa dette.
L'inventaire mentionne en outre les obligations qui grèvent les valeurs susmentionnées ainsi que les avals et garanties accordés.
Le (Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale chargé des Pouvoirs locaux) fixe la nomenclature de cet inventaire et les règles de valorisation.
Le receveur communal enregistre au compte du bilan les valeurs portées à l'inventaire et leurs variations.
Il reçoit à cet effet du collège des bourgmestre et échevins une copie certifiée conforme de tous actes, documents et pièces concernant ces valeurs [1 , le cas échéant par voie électronique.]1
Modifications
Art. 20. In de boekhouding wordt een onderscheid gemaakt tussen de waarde van de grond en die van de onroerende goederendie zich daarop bevinden.
Art. 20. La comptabilité distingue la valeur du terrain de celle des biens immeubles qui s'y trouvent.
Art. 21. § 1. De goederen van het onroerend patrimonium worden jaarlijks geherwaardeerd, met uitzondering van het hout op stam.
De herwaardering geschiedt volgens de aard van het goed rekening houdende met :
- ofwel de index van de prijzen van de bouwsector;
- ofwel de opbrengst, voor de gemeente, van de opcentiemen op de onroerende voorheffing.
De Minister van Binnenlandse Zaken bepaalt welk van de twee criteria in elk geval moet worden toegepast.
Alleen het terrein van het wegennet wordt jaarlijks geherwaardeerd.
§ 2. Indien er zich aanzienlijke en niet-incidentele marktschommelingen voordoen, kan de Koning een uitzondelijke herwaardering van de goederen van het onrend patrimonium opleggen, op voorwaarde dat men met geen van de in paragraaf 1 bedoelde criteria kan volstaan om die schommelingen in te calculeren.
De herwaardering geschiedt volgens de aard van het goed rekening houdende met :
- ofwel de index van de prijzen van de bouwsector;
- ofwel de opbrengst, voor de gemeente, van de opcentiemen op de onroerende voorheffing.
De Minister van Binnenlandse Zaken bepaalt welk van de twee criteria in elk geval moet worden toegepast.
Alleen het terrein van het wegennet wordt jaarlijks geherwaardeerd.
§ 2. Indien er zich aanzienlijke en niet-incidentele marktschommelingen voordoen, kan de Koning een uitzondelijke herwaardering van de goederen van het onrend patrimonium opleggen, op voorwaarde dat men met geen van de in paragraaf 1 bedoelde criteria kan volstaan om die schommelingen in te calculeren.
Art. 21. § 1. Les biens du patrimoine immobilier sont réévalués annuellement, à l'exception des bois sur pied.
La réévaluation est opérée, selon la nature du bien, en fonction :
- soit de l'indice des prix à la construction;
- soit du rendement, pour la commune, du centime additionnel au précompte immobilier.
Le Ministre de l'Intérieur détermine lequel de ces deux critères doit être appliqué dans chaque cas.
En ce qui concerne la voirie, seul le terrain fait l'objet d'une réévaluation annuelle.
§ 2. Au cas où se produiraient des fluctuations importantes et non occasionnelles du marché, le Roi peut imposer une réévaluation exceptionnelle des biens du patrimoine immobilier, à condition qu'aucun des critères visés au § 1er ne puisse suffire à rendre compte de ces fluctuations.
La réévaluation est opérée, selon la nature du bien, en fonction :
- soit de l'indice des prix à la construction;
- soit du rendement, pour la commune, du centime additionnel au précompte immobilier.
Le Ministre de l'Intérieur détermine lequel de ces deux critères doit être appliqué dans chaque cas.
En ce qui concerne la voirie, seul le terrain fait l'objet d'une réévaluation annuelle.
§ 2. Au cas où se produiraient des fluctuations importantes et non occasionnelles du marché, le Roi peut imposer une réévaluation exceptionnelle des biens du patrimoine immobilier, à condition qu'aucun des critères visés au § 1er ne puisse suffire à rendre compte de ces fluctuations.
Art. 21. (BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST)
§ 1. De goederen van het onroerend patrimonium worden jaarlijks geherwaardeerd, met uitzondering van het hout op stam.
De herwaardering geschiedt volgens de aard van het goed rekening houdende met :
- ofwel de index van de prijzen van de bouwsector;
- ofwel de opbrengst, voor de gemeente, van de opcentiemen op de onroerende voorheffing.
De (Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Plaatselijke Besturen) bepaalt welk van de twee criteria in elk geval moet worden toegepast.
Alleen het terrein van het wegennet wordt jaarlijks geherwaardeerd.
§ 2. Indien er zich aanzienlijke en niet-incidentele marktschommelingen voordoen, kan de (Brusselse Hoofdstedelijke Regering) een uitzondelijke herwaardering van de goederen van het onroerend patrimonium opleggen, op voorwaarde dat men met geen van de in paragraaf 1 bedoelde criteria kan volstaan om die schommelingen in te calculeren.
De herwaardering geschiedt volgens de aard van het goed rekening houdende met :
- ofwel de index van de prijzen van de bouwsector;
- ofwel de opbrengst, voor de gemeente, van de opcentiemen op de onroerende voorheffing.
De (Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Plaatselijke Besturen) bepaalt welk van de twee criteria in elk geval moet worden toegepast.
Alleen het terrein van het wegennet wordt jaarlijks geherwaardeerd.
§ 2. Indien er zich aanzienlijke en niet-incidentele marktschommelingen voordoen, kan de (Brusselse Hoofdstedelijke Regering) een uitzondelijke herwaardering van de goederen van het onroerend patrimonium opleggen, op voorwaarde dat men met geen van de in paragraaf 1 bedoelde criteria kan volstaan om die schommelingen in te calculeren.
Art. 21. (REGION DE BRUXELLES-CAPITALE)
§ 1. Les biens du patrimoine immobilier sont réévalués annuellement, à l'exception des bois sur pied.
La réévaluation est opérée, selon la nature du bien, en fonction :
- soit de l'indice des prix à la construction;
- soit du rendement, pour la commune, du centime additionnel au précompte immobilier.
Le (Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale chargé des Pouvoirs locaux) détermine lequel de ces deux critères doit être appliqué dans chaque cas.
En ce qui concerne la voirie, seul le terrain fait l'objet d'une réévaluation annuelle.
§ 2. Au cas où se produiraient des fluctuations importantes et non occasionnelles du marché, le (Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale) peut imposer une réévaluation exceptionnelle des biens du patrimoine immobilier, à condition qu'aucun des critères visés au § 1er ne puisse suffire à rendre compte de ces fluctuations.
La réévaluation est opérée, selon la nature du bien, en fonction :
- soit de l'indice des prix à la construction;
- soit du rendement, pour la commune, du centime additionnel au précompte immobilier.
Le (Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale chargé des Pouvoirs locaux) détermine lequel de ces deux critères doit être appliqué dans chaque cas.
En ce qui concerne la voirie, seul le terrain fait l'objet d'une réévaluation annuelle.
§ 2. Au cas où se produiraient des fluctuations importantes et non occasionnelles du marché, le (Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale) peut imposer une réévaluation exceptionnelle des biens du patrimoine immobilier, à condition qu'aucun des critères visés au § 1er ne puisse suffire à rendre compte de ces fluctuations.
Art. 22. De afschrijving is jaarlijks en lineair.
De goederen worden afgeschreven overeenkomstig de bijlage van huidig besluit.
De investeringstoelagen worden op dezelfde wijze verrekend als de afschrijvingen van het goed waarvoor de toelage werd verleend.
De goederen worden afgeschreven overeenkomstig de bijlage van huidig besluit.
De investeringstoelagen worden op dezelfde wijze verrekend als de afschrijvingen van het goed waarvoor de toelage werd verleend.
Art. 22. L'amortissement est annuel et linéaire.
Les biens sont soumis à l'amortissement conformément à l'annexe au présent arrêté.
Les subsides d'investissement doivent être réduits au rythme de l'amortissement du bien auquel le subside a été affecté.
Les biens sont soumis à l'amortissement conformément à l'annexe au présent arrêté.
Les subsides d'investissement doivent être réduits au rythme de l'amortissement du bien auquel le subside a été affecté.
Art. 23. De gemeente kan voorzien in een beheer van voorraad overeenkomstig de regels vastgesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken.
Art. 23. La commune peut prévoir une gestion du stock, selon les règles fixées par le Ministre de l'Intérieur.
Art. 23. (BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST)
De gemeente kan voorzien in een beheer van voorraad overeenkomstig de regels vastgesteld door de (Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Plaatselijke Besturen).
Art. 23. (REGION DE BRUXELLES-CAPITALE)
La commune peut prévoir une gestion du stock, selon les règles fixées par le (Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale chargé des Pouvoirs locaux).
Art. 24. Wanneer kosten en opbrengsten betrekking hebben op een volgend dienstjaar, worden zij aangerekend op een overlopende rekening die geen invloed heeft op het resultaat van het dienstjaar.
Art. 24. Lorsque des charges et des produis concernent un exercice ultérieur, ils sont imputés à un compte de régularisation qui n'influence pas le résultat de l'exercice.
HOOFDSTUK II. - Leningen.
CHAPITRE II. - Des emprunts.
Art. 25. (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) Op beslissing van de gemeenteraad kan de gemeente leningen aangaan om het bedrag van de buitengewone uitgaven te dekken.
De termijn voor terugbetaling van de leningen mag niet langer lopen dan de termijn voor het afschrijven van de goederen waarvoor die leningen zijn aangegaan.
In het leningenbestand worden de terugbetalingstranches en de verschuldigde intresten per jaar en per lening vermeld volgens de vigerende rentevoet.
De termijn voor terugbetaling van de leningen mag niet langer lopen dan de termijn voor het afschrijven van de goederen waarvoor die leningen zijn aangegaan.
In het leningenbestand worden de terugbetalingstranches en de verschuldigde intresten per jaar en per lening vermeld volgens de vigerende rentevoet.
Art. 25. (NOTE : voir plus loin forme(s) non fédérale(s) de cet article.) Sur décision du conseil communal, la commune peut contracter des emprunts pour couvrir le montant des dépenses extraordinaires.
Le délai de remboursement des emprunts ne peut excéder la durée d'amortissement des biens pour lesquels ces emprunts ont été contractés.
Le fichier de la dette mentionne par année et par emprunt les tranches de remboursement et les intérêts dus, sur la base du taux en vigueur.
Le délai de remboursement des emprunts ne peut excéder la durée d'amortissement des biens pour lesquels ces emprunts ont été contractés.
Le fichier de la dette mentionne par année et par emprunt les tranches de remboursement et les intérêts dus, sur la base du taux en vigueur.
Art. 25. (Vlaams Gewest)
(lid 1 opgeheven)
De termijn voor terugbetaling van de leningen mag niet langer lopen dan de termijn voor het afschrijven van de goederen waarvoor die leningen zijn aangegaan.
In het leningenbestand worden de terugbetalingstranches en de verschuldigde intresten per jaar en per lening vermeld volgens de vigerende rentevoet.
(lid 1 opgeheven)
De termijn voor terugbetaling van de leningen mag niet langer lopen dan de termijn voor het afschrijven van de goederen waarvoor die leningen zijn aangegaan.
In het leningenbestand worden de terugbetalingstranches en de verschuldigde intresten per jaar en per lening vermeld volgens de vigerende rentevoet.
Art. 25. (Région flamande)
(alinéa 1er abrogé)
Le délai de remboursement des emprunts ne peut excéder la durée d'amortissement des biens pour lesquels ces emprunts ont été contractés.
Le fichier de la dette mentionne par année et par emprunt les tranches de remboursement et les intérêts dus, sur la base du taux en vigueur.
(alinéa 1er abrogé)
Le délai de remboursement des emprunts ne peut excéder la durée d'amortissement des biens pour lesquels ces emprunts ont été contractés.
Le fichier de la dette mentionne par année et par emprunt les tranches de remboursement et les intérêts dus, sur la base du taux en vigueur.
Art. 26. (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) Op beslissing van de gemeenteraad kan de gemeente kredietopnemingen aangaan door verdiscontering van toelagen of andere in de begroting opgenomen ontvangsten.
Art. 26. (NOTE : voir plus loin forme(s) non fédérale(s) de cet article.) Sur décision du conseil communal, la commune peut contracter des ouvertures de crédit en escomptant des subsides ou d'autres recettes prévues au budget.
Art. 26. (Vlaams Gewest)
(opgeheven)
(opgeheven)
Art. 26. (Région flamande)
(abrogé)
(abrogé)
Art. 27. (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) De ongebruikte saldi van de leningen worden bij beslissing van de gemeenteraad bestemd voor :
1° de vervroegde terugbetaling van de lening;
2° of de betaling van buitengewone uitgaven die niet gedekt zijn door daartoe overeenkomstig artikel 25, eerste lid, aangewezen ontvangsten.
Wanneer het saldo minder dan 1 percent van het aanvankelijk bedrag van de lening, en ten hoogste 30 000 frank bedraagt, levert het rechtstreeks de middelen voor de buitengewone dienst.
1° de vervroegde terugbetaling van de lening;
2° of de betaling van buitengewone uitgaven die niet gedekt zijn door daartoe overeenkomstig artikel 25, eerste lid, aangewezen ontvangsten.
Wanneer het saldo minder dan 1 percent van het aanvankelijk bedrag van de lening, en ten hoogste 30 000 frank bedraagt, levert het rechtstreeks de middelen voor de buitengewone dienst.
Art. 27. (NOTE : voir plus loin forme(s) non fédérale(s) de cet article.) Les soldes non utilisés des emprunts sont affectés par décision du conseil communal :
1° soit au remboursement anticipé de l'emprunt;
2° soit au paiement de dépenses extraordinaires non couvertes par des recettes affectées conformément à l'article 25, alinéa 1er.
Toutefois, lorsque le solde est inférieur à 1 pour cent du montant initial de l'emprunt, sans excéder 30 000 francs, il alimente directement le service extraordinaire.
1° soit au remboursement anticipé de l'emprunt;
2° soit au paiement de dépenses extraordinaires non couvertes par des recettes affectées conformément à l'article 25, alinéa 1er.
Toutefois, lorsque le solde est inférieur à 1 pour cent du montant initial de l'emprunt, sans excéder 30 000 francs, il alimente directement le service extraordinaire.
Art. 27. (Vlaams Gewest)
(opgeheven)
(opgeheven)
Art. 27. (Région flamande)
(abrogé)
(abrogé)
Art. 27. (BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST)
De ongebruikte saldi van de leningen worden bij beslissing van de gemeenteraad bestemd voor :
1° de vervroegde terugbetaling van de lening;
2° of de betaling van buitengewone uitgaven die niet gedekt zijn door daartoe overeenkomstig artikel 25, eerste lid, aangewezen ontvangsten.
Wanneer het saldo minder dan 1 percent van het aanvankelijk bedrag van de lening, en ten hoogste [1 750 euro]1 bedraagt, levert het rechtstreeks de middelen voor de buitengewone dienst.
De ongebruikte saldi van de leningen worden bij beslissing van de gemeenteraad bestemd voor :
1° de vervroegde terugbetaling van de lening;
2° of de betaling van buitengewone uitgaven die niet gedekt zijn door daartoe overeenkomstig artikel 25, eerste lid, aangewezen ontvangsten.
Wanneer het saldo minder dan 1 percent van het aanvankelijk bedrag van de lening, en ten hoogste [1 750 euro]1 bedraagt, levert het rechtstreeks de middelen voor de buitengewone dienst.
Modifications
Art. 27. (Région de Bruxelles-capitale)
Les soldes non utilisés des emprunts sont affectés par décision du conseil communal :
1° soit au remboursement anticipé de l'emprunt;
2° soit au paiement de dépenses extraordinaires non couvertes par des recettes affectées conformément à l'article 25, alinéa 1er.
Toutefois, lorsque le solde est inférieur à 1 pour cent du montant initial de l'emprunt, sans excéder [1 750 euros]1 , il alimente directement le service extraordinaire.
Les soldes non utilisés des emprunts sont affectés par décision du conseil communal :
1° soit au remboursement anticipé de l'emprunt;
2° soit au paiement de dépenses extraordinaires non couvertes par des recettes affectées conformément à l'article 25, alinéa 1er.
Toutefois, lorsque le solde est inférieur à 1 pour cent du montant initial de l'emprunt, sans excéder [1 750 euros]1 , il alimente directement le service extraordinaire.
Modifications
Art. 28. Voorafgaand aan het opmaken van de balans wordt de schuld op meer dan één jaar verminderd met de aflossingstranches die binnen het volgend jaar vervallen en worden geboekt op een rekening van de schuld op ten hoogste één jaar.
Art. 28. Préalablement à l'établissement du bilan, la dette à plus d'un an est réduite du montant des tranches de remboursement venant à échéance au cours de l'exercice suivant, lesquelles sont portées dans la dette à un an au plus.
Art. 29. De leningen, die aanleiding hebben gegeven tot de uitgifte van effecten aan toonder, worden opgenomen in een afzonderlijk bestand waarin :
a) tegenover het nummer van de uitgegeven effecten wordt vermeld :
- de datum waarop elk effct terugbetaalbaar werd gesteld;
- en, in voorkomend geval de datum waarop het effect werd ingekocht met het oog op de vervroegde terugbetaling;
b) voor iedere vervaldag wordt opgenomen :
- het aantal en de terugbetalingswaarde van de af te lossen effecten;
- het aantal en de waarde van de te betalen coupons;
- het aantal en de waarde van de ten laste van elk dienstjaar, tot aan de verjaring, terugbetaalde effecten en betaalde coupons;
- het aantal en de waarde van de verjaarde effecten en coupons.
a) tegenover het nummer van de uitgegeven effecten wordt vermeld :
- de datum waarop elk effct terugbetaalbaar werd gesteld;
- en, in voorkomend geval de datum waarop het effect werd ingekocht met het oog op de vervroegde terugbetaling;
b) voor iedere vervaldag wordt opgenomen :
- het aantal en de terugbetalingswaarde van de af te lossen effecten;
- het aantal en de waarde van de te betalen coupons;
- het aantal en de waarde van de ten laste van elk dienstjaar, tot aan de verjaring, terugbetaalde effecten en betaalde coupons;
- het aantal en de waarde van de verjaarde effecten en coupons.
Art. 29. Les emprunts qui ont donné lieu à l'émission de titres au porteur font l'objet d'un fichier spécial mentionnant :
a) en regard du numéro des titres émis :
- la date à laquelle chaque titre a été appelé au remboursement;
- s'il échet, la date de rachat en vue d'un remboursement anticipé;
b) à chaque échéance :
- le nombre et la valeur de remboursement des titres à rembourser;
- le nombre et la valeur des coupons à payer;
- le nombre et la valeur des titres remboursés et des coupons payés à charge de chaque exercice jusqu'à prescription;
- le nombre et la valeur des titres et coupons frappés de prescription.
a) en regard du numéro des titres émis :
- la date à laquelle chaque titre a été appelé au remboursement;
- s'il échet, la date de rachat en vue d'un remboursement anticipé;
b) à chaque échéance :
- le nombre et la valeur de remboursement des titres à rembourser;
- le nombre et la valeur des coupons à payer;
- le nombre et la valeur des titres remboursés et des coupons payés à charge de chaque exercice jusqu'à prescription;
- le nombre et la valeur des titres et coupons frappés de prescription.
Art. 30. § 1. Behoudens tegenbeding, kunnen de gemeenten de in artikel 29 bedoelde effecten van hun eigen leningen inkopen, evenwel uitsluitend met het oog op de vervroegde aflossing.
Het bedrag van de met dit doel in de gemeentebegroting in te schrijven kredieten wordt overgebracht naar een fonds tot terugbetaling van de openbare leningen.
Het gedeelte van de gewone annuïteiten dat overeenstemt met de normale terugbetalingswaarde en met de intresten van de vervroegde terugbetaalde obligaties en effecten, wordt op de vervaldagen naar hetzelfde fonds overgedragen.
De ingekochte effecten mogen niet opnieuw in omloop worden gebracht.
§ 2. Door het aanbrengen van een onuitwisbare stempel worden onmiddellijk vernietigd :
1° de ingekochte effecten bij de inkoop;
2° de terugbetaalde effecten bij de terugbetaling;
3° de rentecoupons, ingedeeld naar de vervaldag, bij de uitbetaling.
§ 3. Ten minste eenmaal per jaar wordt van de vernietiging van de afgeloste obligaties en effecten alsook van de daarbij behorende rentecoupons een proces-verbaal opgemaakt dat door het college van burgemeester en schepenen wordt goedgekeurd en in het gemeentearchief wordt neergelegd. Afschrift van dit proces-verbaal wordt bij de jaarrekeningen gevoegd ter verantwoording van de gedane aflossingen en betalingen.
Het bedrag van de met dit doel in de gemeentebegroting in te schrijven kredieten wordt overgebracht naar een fonds tot terugbetaling van de openbare leningen.
Het gedeelte van de gewone annuïteiten dat overeenstemt met de normale terugbetalingswaarde en met de intresten van de vervroegde terugbetaalde obligaties en effecten, wordt op de vervaldagen naar hetzelfde fonds overgedragen.
De ingekochte effecten mogen niet opnieuw in omloop worden gebracht.
§ 2. Door het aanbrengen van een onuitwisbare stempel worden onmiddellijk vernietigd :
1° de ingekochte effecten bij de inkoop;
2° de terugbetaalde effecten bij de terugbetaling;
3° de rentecoupons, ingedeeld naar de vervaldag, bij de uitbetaling.
§ 3. Ten minste eenmaal per jaar wordt van de vernietiging van de afgeloste obligaties en effecten alsook van de daarbij behorende rentecoupons een proces-verbaal opgemaakt dat door het college van burgemeester en schepenen wordt goedgekeurd en in het gemeentearchief wordt neergelegd. Afschrift van dit proces-verbaal wordt bij de jaarrekeningen gevoegd ter verantwoording van de gedane aflossingen en betalingen.
Art. 30. § 1. Sauf convention contraire, les communes peuvent acquérir les titres de leurs propres emprunts visés à l'article 29, mais uniquement en vue d'un remboursement anticipé.
Le montant des crédits budgétaires inscrits à cette fin au budget communal est transféré à un fonds de remboursement des emprunts publics.
La partie des annuités ordinaires correspondant à la valeur normale de remboursement et aux intérêts des obligations et titres remboursés anticipativement est transférée aux échéances au même fonds.
Les titres rachetés ne peuvent être remis en circulation.
§ 2. Sont annulés immédiatement par l'apposition d'une marque indélébile :
1° les titres rachetés, lors de leur rachat;
2° les titres remboursés, lors de leur remboursement;
3° les coupons d'intérêts, classés par échéance, lors de leur paiement.
§ 3. Au moins une fois par an, l'annulation des obligations et titres rachetés ou remboursés, ainsi que des coupons d'intérêts y attachés, est constatée par un procès-verbal approuvé par le collège des bourgmestre et échevins et déposé dans les archives communales. Une copie de ce procès-verbal est jointe aux comptes annuels en justification des remboursements et paiements effectués.
Le montant des crédits budgétaires inscrits à cette fin au budget communal est transféré à un fonds de remboursement des emprunts publics.
La partie des annuités ordinaires correspondant à la valeur normale de remboursement et aux intérêts des obligations et titres remboursés anticipativement est transférée aux échéances au même fonds.
Les titres rachetés ne peuvent être remis en circulation.
§ 2. Sont annulés immédiatement par l'apposition d'une marque indélébile :
1° les titres rachetés, lors de leur rachat;
2° les titres remboursés, lors de leur remboursement;
3° les coupons d'intérêts, classés par échéance, lors de leur paiement.
§ 3. Au moins une fois par an, l'annulation des obligations et titres rachetés ou remboursés, ainsi que des coupons d'intérêts y attachés, est constatée par un procès-verbal approuvé par le collège des bourgmestre et échevins et déposé dans les archives communales. Une copie de ce procès-verbal est jointe aux comptes annuels en justification des remboursements et paiements effectués.
HOOFDSTUK III. - Thesaurie en beleggingen.
CHAPITRE III. - De la trésorerie et des fonds placés.
Art. 31. Het college van burgemeester en schepenen ziet erop toe dat de kasvoorraad van de gemeente voldoende kasmiddelen omvat om te allen tijde de verbintenissen van de gemeente te kunnen nakomen en haar uitgaven te kunnen betalen.
Te dien einde waakt het er eveneens over dat de beslissingen aangaande het heffen van belastingen en de beslissingen omtrent leningen of kredietopeningen zonder verwijl worden genomen en uitgevoerd.
Te dien einde waakt het er eveneens over dat de beslissingen aangaande het heffen van belastingen en de beslissingen omtrent leningen of kredietopeningen zonder verwijl worden genomen en uitgevoerd.
Art. 31. Le collège des bourgmestre et échevins veille à ce que l'encaisse communale dispose des moyens de trésorerie suffisants pour faire face en tout temps aux engagements et dépenses de la commune.
Il veille également à ce que les décisions de lever des impôts, de contracter des emprunts ou des ouvertures de crédit, soient prises et exécutées sans délai.
Il veille également à ce que les décisions de lever des impôts, de contracter des emprunts ou des ouvertures de crédit, soient prises et exécutées sans délai.
Art. 32. De beleggingen verricht met speciale fondsen afkomstig van giften en legaten met een bepaalde bestemming, alsmede de inkomsten uit die beleggingen, worden aangerekend op de begrotingsposten die op elk van deze fondsen betrekking hebben.
Die beleggingen worden zowel in de inventaris als in de boekhouding apart beheerd.
Die beleggingen worden zowel in de inventaris als in de boekhouding apart beheerd.
Art. 32. Les placements réalisés au moyen de fonds spéciaux provenant de dons et legs ayant une destination déterminée, ainsi que les revenus de ces placements, sont imputés aux articles budgétaires propres à chacun de ces fonds.
Ces placements font l'objet d'une gestion distincte tant à l'inventaire qu'en comptabilité.
Ces placements font l'objet d'une gestion distincte tant à l'inventaire qu'en comptabilité.
Art. 33. De beleggingen mogen slechts verricht worden in effecten uitgegeven door openbare of privé-instellingen van Belgisch recht, of in deelnemingen bij genoemde instellingen.
De voorwaarden waaraan de beleggingen bij privé-instellingen worden onderworpen, worden door Ons vastgesteld.
De door de gemeente verworven effecten aan toonder, waarvoor een grootboek bestaat, worden omgezet in nominatieve inschrijvingen.
(De niet-converteerbare effecten aan toonder worden in open bewaarneming gegeven of wel bij de Deposito- en consignatiekas, of wel bij een kredietinstelling of een beleggingsonderneming die een vergunning in een Lid-Staat van de Europese Gemeenschap heeft verkregen.) <KB 1996-08-20/50, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-12-1996>
De voorwaarden waaraan de beleggingen bij privé-instellingen worden onderworpen, worden door Ons vastgesteld.
De door de gemeente verworven effecten aan toonder, waarvoor een grootboek bestaat, worden omgezet in nominatieve inschrijvingen.
(De niet-converteerbare effecten aan toonder worden in open bewaarneming gegeven of wel bij de Deposito- en consignatiekas, of wel bij een kredietinstelling of een beleggingsonderneming die een vergunning in een Lid-Staat van de Europese Gemeenschap heeft verkregen.) <KB 1996-08-20/50, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-12-1996>
Art. 33. Les placements ne peuvent être réalisés qu'en titres émis par des institutions publiques ou privées de droit belge, ou en participations dans de telles institutions.
Les conditions auxquelles sont subordonnés les placements auprès d'institutions de droit privé sont déterminées par Nous.
Les titres au porteur acquis par la commune pour lesquels il existe un grand livre sont convertis en inscriptions nominatives.
(Les titres au porteur non convertibles sont déposés à découvert soit auprès de la Caisse des dépôts et consignations, soit auprès d'un établissement de crédit ou d'une entreprise d'investissement agréé(e) dans un Etat membre de la Communauté européenne.) <AR 1996-08-20/50, art. 2, 003; En vigueur : 01-12-1996>
Les conditions auxquelles sont subordonnés les placements auprès d'institutions de droit privé sont déterminées par Nous.
Les titres au porteur acquis par la commune pour lesquels il existe un grand livre sont convertis en inscriptions nominatives.
(Les titres au porteur non convertibles sont déposés à découvert soit auprès de la Caisse des dépôts et consignations, soit auprès d'un établissement de crédit ou d'une entreprise d'investissement agréé(e) dans un Etat membre de la Communauté européenne.) <AR 1996-08-20/50, art. 2, 003; En vigueur : 01-12-1996>
Art. 33. (BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST)
De beleggingen mogen slechts verricht worden in effecten uitgegeven door openbare of privé-instellingen van Belgisch recht, of in deelnemingen bij genoemde instellingen.
De voorwaarden waaraan de beleggingen bij privé-instellingen worden onderworpen, worden door [1 de regering]1 vastgesteld.
De door de gemeente verworven effecten aan toonder, waarvoor een grootboek bestaat, worden omgezet in nominatieve inschrijvingen.
(De niet-converteerbare effecten aan toonder worden in open bewaarneming gegeven of wel bij de Deposito- en consignatiekas, of wel bij een kredietinstelling of een beleggingsonderneming die een vergunning in een Lid-Staat van de Europese Gemeenschap heeft verkregen.) <KB 1996-08-20/50, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-12-1996>
De beleggingen mogen slechts verricht worden in effecten uitgegeven door openbare of privé-instellingen van Belgisch recht, of in deelnemingen bij genoemde instellingen.
De voorwaarden waaraan de beleggingen bij privé-instellingen worden onderworpen, worden door [1 de regering]1 vastgesteld.
De door de gemeente verworven effecten aan toonder, waarvoor een grootboek bestaat, worden omgezet in nominatieve inschrijvingen.
(De niet-converteerbare effecten aan toonder worden in open bewaarneming gegeven of wel bij de Deposito- en consignatiekas, of wel bij een kredietinstelling of een beleggingsonderneming die een vergunning in een Lid-Staat van de Europese Gemeenschap heeft verkregen.) <KB 1996-08-20/50, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-12-1996>
Modifications
Art. 33. (Région de Bruxelles-capitale)
Les placements ne peuvent être réalisés qu'en titres émis par des institutions publiques ou privées de droit belge, ou en participations dans de telles institutions.
Les conditions auxquelles sont subordonnés les placements auprès d'institutions de droit privé sont déterminées par [1 le gouvernement.]1
Les titres au porteur acquis par la commune pour lesquels il existe un grand livre sont convertis en inscriptions nominatives.
(Les titres au porteur non convertibles sont déposés à découvert soit auprès de la Caisse des dépôts et consignations, soit auprès d'un établissement de crédit ou d'une entreprise d'investissement agréé(e) dans un Etat membre de la Communauté européenne.) <AR 1996-08-20/50, art. 2, 003; En vigueur : 01-12-1996>
Les placements ne peuvent être réalisés qu'en titres émis par des institutions publiques ou privées de droit belge, ou en participations dans de telles institutions.
Les conditions auxquelles sont subordonnés les placements auprès d'institutions de droit privé sont déterminées par [1 le gouvernement.]1
Les titres au porteur acquis par la commune pour lesquels il existe un grand livre sont convertis en inscriptions nominatives.
(Les titres au porteur non convertibles sont déposés à découvert soit auprès de la Caisse des dépôts et consignations, soit auprès d'un établissement de crédit ou d'une entreprise d'investissement agréé(e) dans un Etat membre de la Communauté européenne.) <AR 1996-08-20/50, art. 2, 003; En vigueur : 01-12-1996>
Modifications
Art. 34. De netto-waarde van de materiële vaste activa moet, ingeval van realisatie, zo spoedig mogelijk opnieuw worden wedersamengesteld.
De waarden en effecten van de gemeenten kunnen te gelde worden gemaakt om te vermijden dat leningen moeten worden aangegaan waarvan de lasten de inkomsten uit die waarden en effecten zouden overtreffen.
De waarden en effecten van de gemeenten kunnen te gelde worden gemaakt om te vermijden dat leningen moeten worden aangegaan waarvan de lasten de inkomsten uit die waarden en effecten zouden overtreffen.
Art. 34. La valeur nette des immobilisations corporelles doit, en cas de réalisation, être reconstituée aussi rapidement que possible.
Les valeurs et titres de la commune peuvent être réalisés en vue d'éviter des opérations d'emprunt dont les charges seraient supérieures aux revenus de ces valeurs et titres.
Les valeurs et titres de la commune peuvent être réalisés en vue d'éviter des opérations d'emprunt dont les charges seraient supérieures aux revenus de ces valeurs et titres.
Art. 35. (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) De gemeenteontvanger is verantwoordelijk voor de kasvoorraad, met uitzondering van die van de gemeentebedrijven.
De gelden van de kasvoorraad worden afzonderlijk beheerd in de boekhouding waarin alle verrichtingen worden vermeld.
De gelden van de kasvoorraad worden afzonderlijk beheerd in de boekhouding waarin alle verrichtingen worden vermeld.
Art. 35. (NOTE : voir plus loin forme(s) non fédérale(s) de cet article.) Le receveur communal est responsable de l'encaisse, à l'exception de celle des régies communales.
Les fonds de l'encaisse sont gérés de manière distincte dans les écritures comptables qui en mentionnent chaque mouvement.
Les fonds de l'encaisse sont gérés de manière distincte dans les écritures comptables qui en mentionnent chaque mouvement.
Art. 35. (Vlaams Gewest)
(opgeheven)
(opgeheven)
Art. 35. (Région flamande)
(abrogé)
(abrogé)
Art. 36. (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) § 1. De gemeenteontvanger bewaart in kas slechts het geld dat nodig is om op de nabije vervaldagen de contante betalingen te verrichten.
§ 2. De overige beschikbare kasmiddelen worden gestort op de lopende rekeningen geopend bij het Bestuur der Postcheques of bij de openbare kredietinstellingen, of worden bij die instellingen op minder dan één jaar belegd.
Indien de gemeente er echter voordeel bij heeft, mag het geld dat bij andere instellingen, dan die bedoeld in het eerste lid, is geleend, daar in deposito blijven op voorwaarde dat het de gemeente voldoende waarborgen biedt in door het college van burgemeester en schepenen aangenomen verhandelbare waarden.
§ 3. Na raadpleging van de gemeenteontvanger regelt het college van burgemeester en schepenen het beheer van de kasvoorraad.
§ 2. De overige beschikbare kasmiddelen worden gestort op de lopende rekeningen geopend bij het Bestuur der Postcheques of bij de openbare kredietinstellingen, of worden bij die instellingen op minder dan één jaar belegd.
Indien de gemeente er echter voordeel bij heeft, mag het geld dat bij andere instellingen, dan die bedoeld in het eerste lid, is geleend, daar in deposito blijven op voorwaarde dat het de gemeente voldoende waarborgen biedt in door het college van burgemeester en schepenen aangenomen verhandelbare waarden.
§ 3. Na raadpleging van de gemeenteontvanger regelt het college van burgemeester en schepenen het beheer van de kasvoorraad.
Art. 36. (NOTE : voir plus loin forme(s) non fédérale(s) de cet article.) § 1er. Le receveur communal ne conserve en caisse que les fonds nécessaires pour régler les proches échéances des paiements à effectuer en espèces.
§ 2. Les autres fonds disponibles sont versés aux comptes courants ouverts soit auprès de l'Office des chèques postaux, soit auprès des organismes publics de crédit, ou font l'objet de placements à moins d'un an auprès de ces institutions.
Toutefois, si la commune y trouve avantage, les fonds empruntés auprès d'autres établissements que ceux visés à l'alinéa 1er peuvent y rester en dépôt à la condition qu'ils fournissent à la commune des garanties suffisantes en valeurs négociables, agréées par le collège des bourgmestre et échevins.
§ 3. Après consultation du receveur communal, le collège des bourgmestre et échevins règle la gestion de l'encaisse.
§ 2. Les autres fonds disponibles sont versés aux comptes courants ouverts soit auprès de l'Office des chèques postaux, soit auprès des organismes publics de crédit, ou font l'objet de placements à moins d'un an auprès de ces institutions.
Toutefois, si la commune y trouve avantage, les fonds empruntés auprès d'autres établissements que ceux visés à l'alinéa 1er peuvent y rester en dépôt à la condition qu'ils fournissent à la commune des garanties suffisantes en valeurs négociables, agréées par le collège des bourgmestre et échevins.
§ 3. Après consultation du receveur communal, le collège des bourgmestre et échevins règle la gestion de l'encaisse.
Art. 36. (Vlaams Gewest)
§ 1. (opgeheven)
§ 2. De overige beschikbare kasmiddelen worden gestort op de lopende rekeningen geopend bij het Bestuur der Postcheques of bij de openbare kredietinstellingen, of worden bij die instellingen op minder dan één jaar belegd.
Indien de gemeente er echter voordeel bij heeft, mag het geld dat bij andere instellingen, dan die bedoeld in het eerste lid, is geleend, daar in deposito blijven op voorwaarde dat het de gemeente voldoende waarborgen biedt in door het college van burgemeester en schepenen aangenomen verhandelbare waarden.
§ 3. (opgeheven)
§ 1. (opgeheven)
§ 2. De overige beschikbare kasmiddelen worden gestort op de lopende rekeningen geopend bij het Bestuur der Postcheques of bij de openbare kredietinstellingen, of worden bij die instellingen op minder dan één jaar belegd.
Indien de gemeente er echter voordeel bij heeft, mag het geld dat bij andere instellingen, dan die bedoeld in het eerste lid, is geleend, daar in deposito blijven op voorwaarde dat het de gemeente voldoende waarborgen biedt in door het college van burgemeester en schepenen aangenomen verhandelbare waarden.
§ 3. (opgeheven)
Art. 36. (Région flamande)
§ 1er. (abrogé)
§ 2. Les autres fonds disponibles sont versés aux comptes courants ouverts soit auprès de l'Office des chèques postaux, soit auprès des organismes publics de crédit, ou font l'objet de placements à moins d'un an auprès de ces institutions.
Toutefois, si la commune y trouve avantage, les fonds empruntés auprès d'autres établissements que ceux visés à l'alinéa 1er peuvent y rester en dépôt à la condition qu'ils fournissent à la commune des garanties suffisantes en valeurs négociables, agréées par le collège des bourgmestre et échevins.
§ 3. (abrogé)
§ 1er. (abrogé)
§ 2. Les autres fonds disponibles sont versés aux comptes courants ouverts soit auprès de l'Office des chèques postaux, soit auprès des organismes publics de crédit, ou font l'objet de placements à moins d'un an auprès de ces institutions.
Toutefois, si la commune y trouve avantage, les fonds empruntés auprès d'autres établissements que ceux visés à l'alinéa 1er peuvent y rester en dépôt à la condition qu'ils fournissent à la commune des garanties suffisantes en valeurs négociables, agréées par le collège des bourgmestre et échevins.
§ 3. (abrogé)
Art. 37. (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) De gemeeteontvanger is aansprakelijk voor het intrestverlies dat zou voortspruiten uit het feit :
1° dat door zijn schuld gemeentebelastingen en -inkomsten niet tijdig werden ingevorderd;
2° dat gemeentegelden in kas werden gehouden of op niet renderende rekeningen bleven staan boven de door het college vastgestelde normen;
3° dat op de lopende rekeningen van de gemeente een negatief saldo is blijven staan wanneer de beschikbare kasmiddelen meer bedragen dan die nodig voor betalingen op nabije vervaldagen.
1° dat door zijn schuld gemeentebelastingen en -inkomsten niet tijdig werden ingevorderd;
2° dat gemeentegelden in kas werden gehouden of op niet renderende rekeningen bleven staan boven de door het college vastgestelde normen;
3° dat op de lopende rekeningen van de gemeente een negatief saldo is blijven staan wanneer de beschikbare kasmiddelen meer bedragen dan die nodig voor betalingen op nabije vervaldagen.
Art. 37. (NOTE : voir plus loin forme(s) non fédérale(s) de cet article.) Le receveur communal est responsable des pertes d'intérêts qui pourraient résulter :
1° des retards qui lui sont imputables dans le recouvrement des impositions et revenus de la commune;
2° du maintien de fonds communaux en caisse ou en comptes improductifs au-delà des normes fixées par le collège;
3° du maintien d'un solde négatif aux comptes courants lorsque les fonds restés en caisse excèdent ceux nécessaires au règlement des proches échéances de paiement.
1° des retards qui lui sont imputables dans le recouvrement des impositions et revenus de la commune;
2° du maintien de fonds communaux en caisse ou en comptes improductifs au-delà des normes fixées par le collège;
3° du maintien d'un solde négatif aux comptes courants lorsque les fonds restés en caisse excèdent ceux nécessaires au règlement des proches échéances de paiement.
Art. 37. (Vlaams Gewest)
De gemeeteontvanger is aansprakelijk voor het intrestverlies dat zou voortspruiten uit het feit :
1° dat door zijn schuld gemeentebelastingen en -inkomsten niet tijdig werden ingevorderd;
2° (opgeheven)
3° dat op de lopende rekeningen van de gemeente een negatief saldo is blijven staan wanneer de beschikbare kasmiddelen meer bedragen dan die nodig voor betalingen op nabije vervaldagen.
De gemeeteontvanger is aansprakelijk voor het intrestverlies dat zou voortspruiten uit het feit :
1° dat door zijn schuld gemeentebelastingen en -inkomsten niet tijdig werden ingevorderd;
2° (opgeheven)
3° dat op de lopende rekeningen van de gemeente een negatief saldo is blijven staan wanneer de beschikbare kasmiddelen meer bedragen dan die nodig voor betalingen op nabije vervaldagen.
Art. 37. (Région flamande)
Le receveur communal est responsable des pertes d'intérêts qui pourraient résulter :
1° des retards qui lui sont imputables dans le recouvrement des impositions et revenus de la commune;
2° (abrogé)
3° du maintien d'un solde négatif aux comptes courants lorsque les fonds restés en caisse excèdent ceux nécessaires au règlement des proches échéances de paiement.
Le receveur communal est responsable des pertes d'intérêts qui pourraient résulter :
1° des retards qui lui sont imputables dans le recouvrement des impositions et revenus de la commune;
2° (abrogé)
3° du maintien d'un solde négatif aux comptes courants lorsque les fonds restés en caisse excèdent ceux nécessaires au règlement des proches échéances de paiement.
TITEL IV. - De boekhouding.
TITRE IV. - De la comptabilité.
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Généralités.
Art. 38. (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) Het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteontvanger, onder het gezag van dit college, zijn belast met het houden van de gemeenteboekhouding.
Het college van burgemeester en schepenen stelt de gemeenteontvanger de middelen ter beschikking die noodzakelijk zijn om zijn bevoegdheden uit te oefenen.
Het college van burgemeester en schepenen stelt de gemeenteontvanger de middelen ter beschikking die noodzakelijk zijn om zijn bevoegdheden uit te oefenen.
Art. 38. (NOTE : voir plus loin forme(s) non fédérale(s) de cet article.) Le collège des bourgmestre et échevins et, sous son autorité, le receveur communal sont chargés de la tenue de la comptabilité de la commune.
Le collège des bourgmestre et échevins met à la disposition du receveur les moyens nécessaires à l'exercice de ses attributions.
Le collège des bourgmestre et échevins met à la disposition du receveur les moyens nécessaires à l'exercice de ses attributions.
Art. 38. (VLAAMS GEWEST)
(opgeheven)
(opgeheven)
Art. 38. (REGION FLAMANDE)
(abrogé)
(abrogé)
Art. 39. § 1. Alle door de wet of dit reglement vereiste boeken en bescheiden worden op papier opgemaakt in de voorgeschreven vorm, telkens wanneer ze aanleiding geven tot afsluiting, mededeling, controle, nazicht of archievering.
Elke boeking wordt gestaafd door bewijsstukken.
§ 2. Op de bewijsstukken worden vermeld :
1° een volgnummer dat overeenstemt met de boeking ervan;
2° het dienstjaar;
3° het begrotingsartikel;
4° een controlemerk van het invorderingsrecht of van de vastlegging.
De door derden afgegeven stukken die betrekking hebben op diensten of leveringen ten bate van de gemeente worden bovendien voor ontvangst geviseerd.
§ 3. De boekingen worden dag na dag bijgehouden, van 1 januari tot 31 december.
Bij elke afsluiting worden de journalen doorlopend genummerd en geparafeerd door de burgemeester of, indien het een gewestelijk ontvanger betreft, door de gouverneur.
Elke inschrijving draagt een volgnummer. Er wordt geen blanco of interlinie gelaten en er mogen geen doorhalingen, overheenschrijvingen of randaanmerkingen aangebracht worden. Elke correctie wordt aangegeven met een kenteken dat ter wille van de duidelijkheid aan het begin van de regel wordt geplaatst. Elke negatief bedrag wordt voorafgegaan door een kenteken.
§ 4. De verhogingen van de actiefrekeningen en de kostenrekeningen worden op het debet geboekt, en de verminderingen op het credit.
De verhogingen van de passiefrekeningen en de opbrengstenrekeningen worden op het credit geboekt, en de verminderingen op het debet.
De linkerzijde van de boeken vermeld de actiefrekeningen en de kostenrekeningen, alsook de debetwaarden. De rechterzijde van de boeken vermeldt de passiefrekeningen en de opbrengstenrekeningen, alsmede de creditwaarden.
Het debiteren van rekeningen heeft het crediteren van andere rekeningen tot gevolg.
§ 5. Bij de hoofdboeken kunnen hulpboeken worden geopend wanneer de omvang van de verrichtingen dat vereist. Die hulpboeken, die niet genummerd noch geparafeerd behoeven te worden, worden bijgehouden volgens dezelfde regels als de hoofdboeken.
§ 6. Op het einde van elke bladzijde en van elke maand wordt het totaal van alle boeken gemaakt. De boeken worden tenminste eens per maand afgesloten. In voorkomend geval worden de totalen overgedragen naar de volgende bladzijde of naar het volgende boek.
Bij elke afsluiting maakt de gemeenteontvanger een staat op waaruit de overeenstemming van de boekingen met de kasmiddelen blijkt.
§ 7. Zodra de boeken aan het einde van het dienstjaar afgesloten zijn, wordt hiervan een afschrift overhandigd aan het college van burgemeester en schepenen.
De boeken en bewijsstuken worden door de gemeenteontvanger bewaard tot de definitieve vaststelling van de rekening.
Ze worden gedurende dertig jaar in de gemeente bewaard. De jaarrekeningen worden voor onbeperkte duur bewaard.
Elke boeking wordt gestaafd door bewijsstukken.
§ 2. Op de bewijsstukken worden vermeld :
1° een volgnummer dat overeenstemt met de boeking ervan;
2° het dienstjaar;
3° het begrotingsartikel;
4° een controlemerk van het invorderingsrecht of van de vastlegging.
De door derden afgegeven stukken die betrekking hebben op diensten of leveringen ten bate van de gemeente worden bovendien voor ontvangst geviseerd.
§ 3. De boekingen worden dag na dag bijgehouden, van 1 januari tot 31 december.
Bij elke afsluiting worden de journalen doorlopend genummerd en geparafeerd door de burgemeester of, indien het een gewestelijk ontvanger betreft, door de gouverneur.
Elke inschrijving draagt een volgnummer. Er wordt geen blanco of interlinie gelaten en er mogen geen doorhalingen, overheenschrijvingen of randaanmerkingen aangebracht worden. Elke correctie wordt aangegeven met een kenteken dat ter wille van de duidelijkheid aan het begin van de regel wordt geplaatst. Elke negatief bedrag wordt voorafgegaan door een kenteken.
§ 4. De verhogingen van de actiefrekeningen en de kostenrekeningen worden op het debet geboekt, en de verminderingen op het credit.
De verhogingen van de passiefrekeningen en de opbrengstenrekeningen worden op het credit geboekt, en de verminderingen op het debet.
De linkerzijde van de boeken vermeld de actiefrekeningen en de kostenrekeningen, alsook de debetwaarden. De rechterzijde van de boeken vermeldt de passiefrekeningen en de opbrengstenrekeningen, alsmede de creditwaarden.
Het debiteren van rekeningen heeft het crediteren van andere rekeningen tot gevolg.
§ 5. Bij de hoofdboeken kunnen hulpboeken worden geopend wanneer de omvang van de verrichtingen dat vereist. Die hulpboeken, die niet genummerd noch geparafeerd behoeven te worden, worden bijgehouden volgens dezelfde regels als de hoofdboeken.
§ 6. Op het einde van elke bladzijde en van elke maand wordt het totaal van alle boeken gemaakt. De boeken worden tenminste eens per maand afgesloten. In voorkomend geval worden de totalen overgedragen naar de volgende bladzijde of naar het volgende boek.
Bij elke afsluiting maakt de gemeenteontvanger een staat op waaruit de overeenstemming van de boekingen met de kasmiddelen blijkt.
§ 7. Zodra de boeken aan het einde van het dienstjaar afgesloten zijn, wordt hiervan een afschrift overhandigd aan het college van burgemeester en schepenen.
De boeken en bewijsstuken worden door de gemeenteontvanger bewaard tot de definitieve vaststelling van de rekening.
Ze worden gedurende dertig jaar in de gemeente bewaard. De jaarrekeningen worden voor onbeperkte duur bewaard.
Art. 39. § 1. Tous les livres et documents requis par la loi ou par le présent règlement doivent être établis sur papier, dans la forme prescrite, chaque fois qu'ils donnent lieu à clôture, communication, contrôle, vérification ou archivage.
Toute écriture est fondée sur des pièces justificatives.
§ 2. Sur les pièces justificatives figurent :
1° un numéro d'ordre correspondant à leur comptabilisation;
2° l'exercice;
3° le numéro de l'article budgétaire;
4° une mention de contrôle du droit constaté ou de l'engagement.
Les pièces délivrées par des tiers et se rapportant à des services rendus ou à des fournitures faites à la commune sont, en outre, visées pour réception.
§ 3. Les écritures comptables sont effectuées jour par jour, du 1er janvier au 31 décembre.
Lors de chaque clôture, les livres-journaux sont cotés de façon continue et paraphés par le bourgmestre ou, si le receveur est régional, par le gouverneur.
Chaque inscription porte un numéro d'ordre. Il n'est laissé ni blanc ni interligne et il n'est permis de faire ni ratures, ni surcharges, ni transports en marge. Toute rectification est signalée par un signe distinctif placé en évidence en début de ligne. Tout montant négatif est précédé d'un signe distinctif.
§ 4. Les augmentations des postes d'actif et de charges sont portées à leur débit, et les diminutions à leur crédit.
Les augmentations des postes de passif et de produits sont portées à leur crédit, et les diminutions à leur débit.
A la gauche des livres figurent les comptes d'actif et de charges, et les valeurs débitrices. A la droite des livres figurent les comptes de passif et de produits, et les valeurs créditrices.
Les mouvements des comptes généraux débitent les uns au crédit des autres.
§ 5. Il peut être ouvert des livres auxiliaires principaux lorsque le volume des opérations le requiert. Ces livres auxiliaires, qui ne doivent pas être cotés ni paraphés, sont tenus suivant les mêmes règles que les livres principaux.
§ 6. Tous les livres sont totalisés à la fin de chaque page et de chaque mois. Ils sont clôturés au moins une fois par mois. Le cas échéant, les totaux sont reportés à la page ou au livre suivant.
lors de chaque clôture, le receveur communal dresse un document établissant la concordance des écritures avec l'encaisse.
§ 7. Tous les livres sont, sitôt clôturés à la fin de l'exercice, remis en copie au collège des bourgmestre et échevins.
Les livres et pièces justificatives sont conservés par le receveur communal jusqu'à l'arrêt définitif des comptes.
Ils sont conservés pendant trente ans dans la commune. Les comptes annuels sont conservés indéfiniment.
Toute écriture est fondée sur des pièces justificatives.
§ 2. Sur les pièces justificatives figurent :
1° un numéro d'ordre correspondant à leur comptabilisation;
2° l'exercice;
3° le numéro de l'article budgétaire;
4° une mention de contrôle du droit constaté ou de l'engagement.
Les pièces délivrées par des tiers et se rapportant à des services rendus ou à des fournitures faites à la commune sont, en outre, visées pour réception.
§ 3. Les écritures comptables sont effectuées jour par jour, du 1er janvier au 31 décembre.
Lors de chaque clôture, les livres-journaux sont cotés de façon continue et paraphés par le bourgmestre ou, si le receveur est régional, par le gouverneur.
Chaque inscription porte un numéro d'ordre. Il n'est laissé ni blanc ni interligne et il n'est permis de faire ni ratures, ni surcharges, ni transports en marge. Toute rectification est signalée par un signe distinctif placé en évidence en début de ligne. Tout montant négatif est précédé d'un signe distinctif.
§ 4. Les augmentations des postes d'actif et de charges sont portées à leur débit, et les diminutions à leur crédit.
Les augmentations des postes de passif et de produits sont portées à leur crédit, et les diminutions à leur débit.
A la gauche des livres figurent les comptes d'actif et de charges, et les valeurs débitrices. A la droite des livres figurent les comptes de passif et de produits, et les valeurs créditrices.
Les mouvements des comptes généraux débitent les uns au crédit des autres.
§ 5. Il peut être ouvert des livres auxiliaires principaux lorsque le volume des opérations le requiert. Ces livres auxiliaires, qui ne doivent pas être cotés ni paraphés, sont tenus suivant les mêmes règles que les livres principaux.
§ 6. Tous les livres sont totalisés à la fin de chaque page et de chaque mois. Ils sont clôturés au moins une fois par mois. Le cas échéant, les totaux sont reportés à la page ou au livre suivant.
lors de chaque clôture, le receveur communal dresse un document établissant la concordance des écritures avec l'encaisse.
§ 7. Tous les livres sont, sitôt clôturés à la fin de l'exercice, remis en copie au collège des bourgmestre et échevins.
Les livres et pièces justificatives sont conservés par le receveur communal jusqu'à l'arrêt définitif des comptes.
Ils sont conservés pendant trente ans dans la commune. Les comptes annuels sont conservés indéfiniment.
Art. 39. (BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST)
§ 1. [1 Alle door de wet of dit reglement vereiste boeken of bescheiden worden, telkens wanneer ze aanleiding geven tot afsluiting, mededeling, controle, nazicht of archivering, opgemaakt in de voorgeschreven vorm, hetzij op papier, hetzij op een elektronische drager.
Elke boeking wordt gestaafd door bewijsstukken.]1
§ 2. Op de bewijsstukken worden vermeld :
1° een volgnummer dat overeenstemt met de boeking ervan;
2° het dienstjaar;
3° het begrotingsartikel;
4° een controlemerk van het invorderingsrecht of van de vastlegging.
De door derden afgegeven stukken die betrekking hebben op diensten of leveringen ten bate van de gemeente worden bovendien voor ontvangst geviseerd.
(§ 2bis. De elektronische bankuittreksels worden als bewijsstukken toegelaten indien een elektronisch gekwalificeerd certificaat beschikbaar is. In dat geval worden de merktekens bepaald in § 2 van dit artikel overbodig.)
§ 3. De boekingen worden dag na dag bijgehouden, van 1 januari tot 31 december.
Bij elke afsluiting worden de journalen doorlopend genummerd en geparafeerd door de burgemeester of, indien het een gewestelijk ontvanger betreft, door de gouverneur.
Elke inschrijving draagt een volgnummer. Er wordt geen blanco of interlinie gelaten en er mogen geen doorhalingen, overheenschrijvingen of randaanmerkingen aangebracht worden. Elke correctie wordt aangegeven met een kenteken dat ter wille van de duidelijkheid aan het begin van de regel wordt geplaatst. Elke negatief bedrag wordt voorafgegaan door een kenteken.
§ 4. De verhogingen van de actiefrekeningen en de kostenrekeningen worden op het debet geboekt, en de verminderingen op het credit.
De verhogingen van de passiefrekeningen en de opbrengstenrekeningen worden op het credit geboekt, en de verminderingen op het debet.
De linkerzijde van de boeken vermeld de actiefrekeningen en de kostenrekeningen, alsook de debetwaarden. De rechterzijde van de boeken vermeldt de passiefrekeningen en de opbrengstenrekeningen, alsmede de creditwaarden.
Het debiteren van rekeningen heeft het crediteren van andere rekeningen tot gevolg.
§ 5. Bij de hoofdboeken kunnen hulpboeken worden geopend wanneer de omvang van de verrichtingen dat vereist. Die hulpboeken, die niet genummerd noch geparafeerd behoeven te worden, worden bijgehouden volgens dezelfde regels als de hoofdboeken.
§ 6. Op het einde van elke bladzijde en van elke maand wordt het totaal van alle boeken gemaakt. De boeken worden tenminste eens per maand afgesloten. In voorkomend geval worden de totalen overgedragen naar de volgende bladzijde of naar het volgende boek.
Bij elke afsluiting maakt de gemeenteontvanger een staat op waaruit de overeenstemming van de boekingen met de kasmiddelen blijkt.
§ 7. Zodra de boeken aan het einde van het dienstjaar afgesloten zijn, wordt hiervan een afschrift overhandigd aan het college van burgemeester en schepenen.
De boeken en bewijsstuken worden door de gemeenteontvanger bewaard tot de definitieve vaststelling van de rekening.
Ze worden gedurende dertig jaar in de gemeente bewaard. De jaarrekeningen worden voor onbeperkte duur bewaard.
§ 1. [1 Alle door de wet of dit reglement vereiste boeken of bescheiden worden, telkens wanneer ze aanleiding geven tot afsluiting, mededeling, controle, nazicht of archivering, opgemaakt in de voorgeschreven vorm, hetzij op papier, hetzij op een elektronische drager.
Elke boeking wordt gestaafd door bewijsstukken.]1
§ 2. Op de bewijsstukken worden vermeld :
1° een volgnummer dat overeenstemt met de boeking ervan;
2° het dienstjaar;
3° het begrotingsartikel;
4° een controlemerk van het invorderingsrecht of van de vastlegging.
De door derden afgegeven stukken die betrekking hebben op diensten of leveringen ten bate van de gemeente worden bovendien voor ontvangst geviseerd.
(§ 2bis. De elektronische bankuittreksels worden als bewijsstukken toegelaten indien een elektronisch gekwalificeerd certificaat beschikbaar is. In dat geval worden de merktekens bepaald in § 2 van dit artikel overbodig.)
§ 3. De boekingen worden dag na dag bijgehouden, van 1 januari tot 31 december.
Bij elke afsluiting worden de journalen doorlopend genummerd en geparafeerd door de burgemeester of, indien het een gewestelijk ontvanger betreft, door de gouverneur.
Elke inschrijving draagt een volgnummer. Er wordt geen blanco of interlinie gelaten en er mogen geen doorhalingen, overheenschrijvingen of randaanmerkingen aangebracht worden. Elke correctie wordt aangegeven met een kenteken dat ter wille van de duidelijkheid aan het begin van de regel wordt geplaatst. Elke negatief bedrag wordt voorafgegaan door een kenteken.
§ 4. De verhogingen van de actiefrekeningen en de kostenrekeningen worden op het debet geboekt, en de verminderingen op het credit.
De verhogingen van de passiefrekeningen en de opbrengstenrekeningen worden op het credit geboekt, en de verminderingen op het debet.
De linkerzijde van de boeken vermeld de actiefrekeningen en de kostenrekeningen, alsook de debetwaarden. De rechterzijde van de boeken vermeldt de passiefrekeningen en de opbrengstenrekeningen, alsmede de creditwaarden.
Het debiteren van rekeningen heeft het crediteren van andere rekeningen tot gevolg.
§ 5. Bij de hoofdboeken kunnen hulpboeken worden geopend wanneer de omvang van de verrichtingen dat vereist. Die hulpboeken, die niet genummerd noch geparafeerd behoeven te worden, worden bijgehouden volgens dezelfde regels als de hoofdboeken.
§ 6. Op het einde van elke bladzijde en van elke maand wordt het totaal van alle boeken gemaakt. De boeken worden tenminste eens per maand afgesloten. In voorkomend geval worden de totalen overgedragen naar de volgende bladzijde of naar het volgende boek.
Bij elke afsluiting maakt de gemeenteontvanger een staat op waaruit de overeenstemming van de boekingen met de kasmiddelen blijkt.
§ 7. Zodra de boeken aan het einde van het dienstjaar afgesloten zijn, wordt hiervan een afschrift overhandigd aan het college van burgemeester en schepenen.
De boeken en bewijsstuken worden door de gemeenteontvanger bewaard tot de definitieve vaststelling van de rekening.
Ze worden gedurende dertig jaar in de gemeente bewaard. De jaarrekeningen worden voor onbeperkte duur bewaard.
Modifications
Art. 39. (REGION DE BRUXELLES-CAPITALE)
§ 1. [1 Tous les livres et documents requis par la loi ou par le présent règlement sont, chaque fois qu'ils donnent lieu à clôture, communication, contrôle, vérification ou archivage, établis sous la forme prescrite, soit sur papier, soit sur support électronique.
Toute écriture est fondée sur des pièces justificatives.]1
§ 2. Sur les pièces justificatives figurent :
1° un numéro d'ordre correspondant à leur comptabilisation;
2° l'exercice;
3° le numéro de l'article budgétaire;
4° une mention de contrôle du droit constaté ou de l'engagement.
Les pièces délivrées par des tiers et se rapportant à des services rendus ou à des fournitures faites à la commune sont, en outre, visées pour réception.
(§ 2bis. Les extraits bancaires sous forme numérique sont admis au titre de pièces justificatives moyennant un certificat électronique qualifié. L'annotation prévue au § 2 du présent article est sans objet dans ce cas.)
§ 3. Les écritures comptables sont effectuées jour par jour, du 1er janvier au 31 décembre.
Lors de chaque clôture, les livres-journaux sont cotés de façon continue et paraphés par le bourgmestre ou, si le receveur est régional, par le gouverneur.
Chaque inscription porte un numéro d'ordre. Il n'est laissé ni blanc ni interligne et il n'est permis de faire ni ratures, ni surcharges, ni transports en marge. Toute rectification est signalée par un signe distinctif placé en évidence en début de ligne. Tout montant négatif est précédé d'un signe distinctif.
§ 4. Les augmentations des postes d'actif et de charges sont portées à leur débit, et les diminutions à leur crédit.
Les augmentations des postes de passif et de produits sont portées à leur crédit, et les diminutions à leur débit.
A la gauche des livres figurent les comptes d'actif et de charges, et les valeurs débitrices A la droite des livres figurent les comptes de passif et de produits, et les valeurs créditrices.
Les mouvements des comptes généraux débitent les uns au crédit des autres.
§ 5. Il peut être ouvert des livres auxiliaires principaux lorsque le volume des opérations le requiert. Ces livres auxiliaires, qui ne doivent pas être cotés ni paraphés, sont tenus suivant les mêmes règles que les livres principaux.
§ 6. Tous les livres sont totalisés à la fin de chaque page et de chaque mois. Ils sont clôturés au moins une fois par mois. Le cas échéant, les totaux sont reportés à la page ou au livre suivant.
lors de chaque clôture, le receveur communal dresse un document établissant la concordance des écritures avec l'encaisse.
§ 7. Tous les livres sont, sitôt clôturés à la fin de l'exercice, remis en copie au collège des bourgmestre et échevins.
Les livres et pièces justificatives sont conservés par le receveur communal jusqu'à l'arrêt définitif des comptes.
Ils sont conservés pendant trente ans dans la commune. Les comptes annuels sont conservés indéfiniment.
§ 1. [1 Tous les livres et documents requis par la loi ou par le présent règlement sont, chaque fois qu'ils donnent lieu à clôture, communication, contrôle, vérification ou archivage, établis sous la forme prescrite, soit sur papier, soit sur support électronique.
Toute écriture est fondée sur des pièces justificatives.]1
§ 2. Sur les pièces justificatives figurent :
1° un numéro d'ordre correspondant à leur comptabilisation;
2° l'exercice;
3° le numéro de l'article budgétaire;
4° une mention de contrôle du droit constaté ou de l'engagement.
Les pièces délivrées par des tiers et se rapportant à des services rendus ou à des fournitures faites à la commune sont, en outre, visées pour réception.
(§ 2bis. Les extraits bancaires sous forme numérique sont admis au titre de pièces justificatives moyennant un certificat électronique qualifié. L'annotation prévue au § 2 du présent article est sans objet dans ce cas.)
§ 3. Les écritures comptables sont effectuées jour par jour, du 1er janvier au 31 décembre.
Lors de chaque clôture, les livres-journaux sont cotés de façon continue et paraphés par le bourgmestre ou, si le receveur est régional, par le gouverneur.
Chaque inscription porte un numéro d'ordre. Il n'est laissé ni blanc ni interligne et il n'est permis de faire ni ratures, ni surcharges, ni transports en marge. Toute rectification est signalée par un signe distinctif placé en évidence en début de ligne. Tout montant négatif est précédé d'un signe distinctif.
§ 4. Les augmentations des postes d'actif et de charges sont portées à leur débit, et les diminutions à leur crédit.
Les augmentations des postes de passif et de produits sont portées à leur crédit, et les diminutions à leur débit.
A la gauche des livres figurent les comptes d'actif et de charges, et les valeurs débitrices A la droite des livres figurent les comptes de passif et de produits, et les valeurs créditrices.
Les mouvements des comptes généraux débitent les uns au crédit des autres.
§ 5. Il peut être ouvert des livres auxiliaires principaux lorsque le volume des opérations le requiert. Ces livres auxiliaires, qui ne doivent pas être cotés ni paraphés, sont tenus suivant les mêmes règles que les livres principaux.
§ 6. Tous les livres sont totalisés à la fin de chaque page et de chaque mois. Ils sont clôturés au moins une fois par mois. Le cas échéant, les totaux sont reportés à la page ou au livre suivant.
lors de chaque clôture, le receveur communal dresse un document établissant la concordance des écritures avec l'encaisse.
§ 7. Tous les livres sont, sitôt clôturés à la fin de l'exercice, remis en copie au collège des bourgmestre et échevins.
Les livres et pièces justificatives sont conservés par le receveur communal jusqu'à l'arrêt définitif des comptes.
Ils sont conservés pendant trente ans dans la commune. Les comptes annuels sont conservés indéfiniment.
Modifications
Art. 40. De budgettaire boekhouding vermeldt en verantwoordt :
1° (bij de ontvangsten : de invorderingsrechten, de onverhaalbare posten en de oninvorderbare ontvangsten); <KB 1994-05-24/33, art. 1, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
2° (bij de uitgaven : de vastleggingen en de aanrekeningen). <KB 1994-05-24/33, art. 1, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
Ze wordt gevoerd volgens de (methode van enkelvoudig boekhouden) door middel van het journaal en het grootboek van de budgettaire boekhouding. Ze geeft na afloop van elk dienstjaar de begrotingsrekening. <KB 1994-05-24/33, art. 1, 3°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
1° (bij de ontvangsten : de invorderingsrechten, de onverhaalbare posten en de oninvorderbare ontvangsten); <KB 1994-05-24/33, art. 1, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
2° (bij de uitgaven : de vastleggingen en de aanrekeningen). <KB 1994-05-24/33, art. 1, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
Ze wordt gevoerd volgens de (methode van enkelvoudig boekhouden) door middel van het journaal en het grootboek van de budgettaire boekhouding. Ze geeft na afloop van elk dienstjaar de begrotingsrekening. <KB 1994-05-24/33, art. 1, 3°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
Art. 40. La comptabilité budgétaire enregistre et justifie :
1° (en recettes : les droits à recette, les non-valeurs et les irrécouvrables); <AR 1994-05-24/33, art. 1, 1°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
2° (en dépenses : les engagements et les imputations comptables). <AR 1994-05-24/33, art. 1, 2°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
Elle est tenue en partie simple au moyen du livre-journal et du grand livre des opérations budgétaires. Elle produit le compte budgétaire à l'échéance de chaque exercice.
1° (en recettes : les droits à recette, les non-valeurs et les irrécouvrables); <AR 1994-05-24/33, art. 1, 1°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
2° (en dépenses : les engagements et les imputations comptables). <AR 1994-05-24/33, art. 1, 2°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
Elle est tenue en partie simple au moyen du livre-journal et du grand livre des opérations budgétaires. Elle produit le compte budgétaire à l'échéance de chaque exercice.
Art. 41. De algemene boekhouding registreert de veranderingen in de balanswaarden, de kosten en de opbrengsten.
Ze wordt gevoerd volgens de dubbele methode, door middel van het journaal en het grootboek van de algemene verrichtingen. Zij geeft na afloop van elk dienstjaar de balans en de resultatenrekening.
Ze wordt gevoerd volgens de dubbele methode, door middel van het journaal en het grootboek van de algemene verrichtingen. Zij geeft na afloop van elk dienstjaar de balans en de resultatenrekening.
Art. 41. La comptabilité générale enregistre les mouvements des valeurs de bilan, les charges et les produits.
Elle est tenue en partie double, au moyen du livre-journal et du grand livre des opérations générales. Elle produit le bilan et le compte des résultats à l'échéance de chaque exercice.
Elle est tenue en partie double, au moyen du livre-journal et du grand livre des opérations générales. Elle produit le bilan et le compte des résultats à l'échéance de chaque exercice.
Art. 42. Aan de algemene rekeningen van de balans worden individuele rekeningen betreffende de gemeentelijke bezittingen, schulden en vorderingen toegevoegd.
Zij worden gelijktijdig met de balansrekeningen bijgehouden.
Zij worden gelijktijdig met de balansrekeningen bijgehouden.
Art. 42. Aux comptes généraux de bilan sont adjoints les comptes particuliers des biens de la commune, de ses dettes et de ses créances.
Ils sont tenus en même temps que les comptes de bilan.
Ils sont tenus en même temps que les comptes de bilan.
Art. 43. Alle bewerkingen van de algemene en de budgettaire boekhouding worden geregistreerd tijdens het dienstjaar waarin zij zich voordoen.
De op een ander dienstjaar aan te rekenen budgettaire verrichtingen worden aangeduid door de vermelding van dat dienstjaar.
De op een ander dienstjaar aan te rekenen budgettaire verrichtingen worden aangeduid door de vermelding van dat dienstjaar.
Art. 43. Tous les mouvements de la comptabilité budgétaire et générale sont enregistrés au cours de l'exercice où ils se produisent.
Les opérations budgétaires imputables à un autre exercice sont spécifiées par l'indication de cet exercice.
Les opérations budgétaires imputables à un autre exercice sont spécifiées par l'indication de cet exercice.
Art. 44. De functionele en economische classificatie en die van de algemene en individuele rekeningen worden door de minister van Binnenlandse Zaken vastgesteld.
Hij stelt eveneens de minimale rekeningenstelsels die op de classificatie en die rekeningen gebaseerd zijn, alsook de boekhoudkundige documenten die moeten worden bijgehouden, vast.
Hij stelt eveneens de minimale rekeningenstelsels die op de classificatie en die rekeningen gebaseerd zijn, alsook de boekhoudkundige documenten die moeten worden bijgehouden, vast.
Art. 44. La classification fonctionnelle et économique et celle des comptes généraux et particuliers sont arrêtées par le Ministre de l'Intérieur.
Il arrête également les plans comptables minima fondés sur cette classification et ces comptes, ainsi que les documents comptables à tenir.
Il arrête également les plans comptables minima fondés sur cette classification et ces comptes, ainsi que les documents comptables à tenir.
Art. 44. (BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST)
De functionele en economische classificatie en die van de algemene en individuele rekeningen worden door de (Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Plaatselijke Besturen) vastgesteld.
Hij stelt eveneens de minimale rekeningenstelsels die op de classificatie en die rekeningen gebaseerd zijn, alsook de boekhoudkundige documenten die moeten worden bijgehouden, vast.
Hij stelt eveneens de minimale rekeningenstelsels die op de classificatie en die rekeningen gebaseerd zijn, alsook de boekhoudkundige documenten die moeten worden bijgehouden, vast.
Art. 44. (REGION DE BRUXELLES-CAPITALE)
La classification fonctionnelle et économique et celle des comptes généraux et particuliers sont arrêtées par le (Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale chargé des Pouvoirs locaux).
Il arrête également les plans comptables minima fondés sur cette classification et ces comptes, ainsi que les documents comptables à tenir.
Il arrête également les plans comptables minima fondés sur cette classification et ces comptes, ainsi que les documents comptables à tenir.
HOOFDSTUK II. - De ontvangsten en de opbrengsten.
CHAPITRE II. - Des recettes et des produits.
Afdeling 1. - De invorderingsrechten en de opbrengsten.
Section 1. - Des droits à recette et des produits.
Art. 45. (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) § 1. Alleen het college van burgemeester en schepenen stelt het invorderingsrecht vast.
§ 2. Wanneer het recht niet door de wet of door een bewijskrachtig document wordt aangetoond, maakt het college van burgemeester en schepenen een invorderingsstaat op die het samen met alle bewijsstukken van het recht en van de vaststelling ervan aan de gemeenteontvanger bezorgt.
Op de invorderingsstaat wordt de naam en het adres van de schuldenaar, de aard en het bedrag van de vordering, alsook het dienstjaar en het begrotingsartikel vermeld.
Er kan een collectieve invorderingsstaat worden opgemaakt wanneer de boekhoudkundige verantwoording en aanrekening voor verscheidene vorderingen gemeenschappelijk zijn.
§ 3. Op de bewijsstukken worden het dienstjaar en het begrotingsartikel, waarop de ontvangsten worden aangerekend vermeld.
§ 2. Wanneer het recht niet door de wet of door een bewijskrachtig document wordt aangetoond, maakt het college van burgemeester en schepenen een invorderingsstaat op die het samen met alle bewijsstukken van het recht en van de vaststelling ervan aan de gemeenteontvanger bezorgt.
Op de invorderingsstaat wordt de naam en het adres van de schuldenaar, de aard en het bedrag van de vordering, alsook het dienstjaar en het begrotingsartikel vermeld.
Er kan een collectieve invorderingsstaat worden opgemaakt wanneer de boekhoudkundige verantwoording en aanrekening voor verscheidene vorderingen gemeenschappelijk zijn.
§ 3. Op de bewijsstukken worden het dienstjaar en het begrotingsartikel, waarop de ontvangsten worden aangerekend vermeld.
Art. 45. (NOTE : voir plus loin forme(s) non fédérale(s) de cet article.) § 1er. Seul le collège des bourgmestre et échevins constate les droits à recette.
§ 2. Lorsque le droit n'est pas établi par la loi ou par un document faisant foi, le collège des bourgmestre et échevins établit un état de recouvrement et le transmet au receveur communal avec toutes les pièces justificatives du droit et de sa constatation.
L'état de recouvrement mentionne le nom et l'adresse du redevable, la nature et le montant de la créance, ainsi que l'exercice et l'article budgétaires.
Un état de recouvrement collectif peut être établi lorsque la justification et l'imputation sont communes à plusieurs créances.
§ 3. Les pièces justificatives sont complétées par la mention de l'exercice et de l'article budgétaires auxquels les recettes sont imputées.
§ 2. Lorsque le droit n'est pas établi par la loi ou par un document faisant foi, le collège des bourgmestre et échevins établit un état de recouvrement et le transmet au receveur communal avec toutes les pièces justificatives du droit et de sa constatation.
L'état de recouvrement mentionne le nom et l'adresse du redevable, la nature et le montant de la créance, ainsi que l'exercice et l'article budgétaires.
Un état de recouvrement collectif peut être établi lorsque la justification et l'imputation sont communes à plusieurs créances.
§ 3. Les pièces justificatives sont complétées par la mention de l'exercice et de l'article budgétaires auxquels les recettes sont imputées.
Art. 45. (Vlaams Gewest)
§ 1. (opgeheven)
§ 2. Wanneer het recht niet door de wet of door een bewijskrachtig document wordt aangetoond, maakt het college van burgemeester en schepenen een invorderingsstaat op die het samen met alle bewijsstukken van het recht en van de vaststelling ervan aan de gemeenteontvanger bezorgt.
Op de invorderingsstaat wordt de naam en het adres van de schuldenaar, de aard en het bedrag van de vordering, alsook het dienstjaar en het begrotingsartikel vermeld.
Er kan een collectieve invorderingsstaat worden opgemaakt wanneer de boekhoudkundige verantwoording en aanrekening voor verscheidene vorderingen gemeenschappelijk zijn.
§ 3. Op de bewijsstukken worden het dienstjaar en het begrotingsartikel, waarop de ontvangsten worden aangerekend vermeld.
§ 1. (opgeheven)
§ 2. Wanneer het recht niet door de wet of door een bewijskrachtig document wordt aangetoond, maakt het college van burgemeester en schepenen een invorderingsstaat op die het samen met alle bewijsstukken van het recht en van de vaststelling ervan aan de gemeenteontvanger bezorgt.
Op de invorderingsstaat wordt de naam en het adres van de schuldenaar, de aard en het bedrag van de vordering, alsook het dienstjaar en het begrotingsartikel vermeld.
Er kan een collectieve invorderingsstaat worden opgemaakt wanneer de boekhoudkundige verantwoording en aanrekening voor verscheidene vorderingen gemeenschappelijk zijn.
§ 3. Op de bewijsstukken worden het dienstjaar en het begrotingsartikel, waarop de ontvangsten worden aangerekend vermeld.
Art. 45. (Région flamande)
§ 1er. (abrogé)
§ 2. Lorsque le droit n'est pas établi par la loi ou par un document faisant foi, le collège des bourgmestre et échevins établit un état de recouvrement et le transmet au receveur communal avec toutes les pièces justificatives du droit et de sa constatation.
L'état de recouvrement mentionne le nom et l'adresse du redevable, la nature et le montant de la créance, ainsi que l'exercice et l'article budgétaires.
Un état de recouvrement collectif peut être établi lorsque la justification et l'imputation sont communes à plusieurs créances.
§ 3. Les pièces justificatives sont complétées par la mention de l'exercice et de l'article budgétaires auxquels les recettes sont imputées.
§ 1er. (abrogé)
§ 2. Lorsque le droit n'est pas établi par la loi ou par un document faisant foi, le collège des bourgmestre et échevins établit un état de recouvrement et le transmet au receveur communal avec toutes les pièces justificatives du droit et de sa constatation.
L'état de recouvrement mentionne le nom et l'adresse du redevable, la nature et le montant de la créance, ainsi que l'exercice et l'article budgétaires.
Un état de recouvrement collectif peut être établi lorsque la justification et l'imputation sont communes à plusieurs créances.
§ 3. Les pièces justificatives sont complétées par la mention de l'exercice et de l'article budgétaires auxquels les recettes sont imputées.
Art. 46. § 1. Elk invorderingsrecht wordt onmiddellijk geboekt.
§ 2. In de volgende gevallen wordt het invorderingsrecht vastgesteld :
1° zodra de gemeenteontvanger de uitvoerbare belastingkohieren ontvangt;
2° wanneer andere personeelsleden van de gemeente de bedragen die contant geïnd zijn voor rekening van de gemeente, aan (de gemeenteontvanger) storten; <KB 1994-05-24/33, art. 2, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
3° (op het ogenblik dat de gemeenteraad de voorwaarden aanvaardt die de kredietinstelling voor het leningscontract heeft gesteld); <KB 1994-05-24/33, art. 2, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
4° zodra de voorschotten op de nettowinsten van de gemeentebedrijven worden gestort en, voor het saldo toegekend aan de gemeente, zodra (de bedrijfsrekeningen door de gemeenteraad goedgekeurd zijn); <KB 1994-05-24/33, art. 2, 3°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
5° (bij de kennisgeving van de dividenden en winstaandelen en van het aandeel van de gemeente in het Gemeentefonds); <KB 1994-05-24/33, art. 2, 4°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
6° (op de vervaldag van de intresten); <KB 1994-05-24/33, art. 2, 5°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
(7° bij het afsluiten van de jaarrekening voor de inkomsten van de gemeente geïnd door de bemiddeling van de ontvangers der directe belastingen, voor de bedragen die ten bate van het af te sluiten dienstjaar aan de gemeente toegekend en nog te innen zijn, met uitsluiting dus van de rechten waarvan de invordering nog hangende is.) <KB 1994-05-24/33, art. 2, 6°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
§ 3. Bij de ontvangst waarvan het invorderingsrecht of de verantwoording niet voorafgaandelijk vastgesteld zijn, legt de gemeenteontvanger aan het college van burgemeester en schepenen een invorderingsstaat in tweevoud voor. Hiervan bezorgt het college hem een voor akkoord ondertekend exemplaar terug.
§ 2. In de volgende gevallen wordt het invorderingsrecht vastgesteld :
1° zodra de gemeenteontvanger de uitvoerbare belastingkohieren ontvangt;
2° wanneer andere personeelsleden van de gemeente de bedragen die contant geïnd zijn voor rekening van de gemeente, aan (de gemeenteontvanger) storten; <KB 1994-05-24/33, art. 2, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
3° (op het ogenblik dat de gemeenteraad de voorwaarden aanvaardt die de kredietinstelling voor het leningscontract heeft gesteld); <KB 1994-05-24/33, art. 2, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
4° zodra de voorschotten op de nettowinsten van de gemeentebedrijven worden gestort en, voor het saldo toegekend aan de gemeente, zodra (de bedrijfsrekeningen door de gemeenteraad goedgekeurd zijn); <KB 1994-05-24/33, art. 2, 3°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
5° (bij de kennisgeving van de dividenden en winstaandelen en van het aandeel van de gemeente in het Gemeentefonds); <KB 1994-05-24/33, art. 2, 4°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
6° (op de vervaldag van de intresten); <KB 1994-05-24/33, art. 2, 5°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
(7° bij het afsluiten van de jaarrekening voor de inkomsten van de gemeente geïnd door de bemiddeling van de ontvangers der directe belastingen, voor de bedragen die ten bate van het af te sluiten dienstjaar aan de gemeente toegekend en nog te innen zijn, met uitsluiting dus van de rechten waarvan de invordering nog hangende is.) <KB 1994-05-24/33, art. 2, 6°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
§ 3. Bij de ontvangst waarvan het invorderingsrecht of de verantwoording niet voorafgaandelijk vastgesteld zijn, legt de gemeenteontvanger aan het college van burgemeester en schepenen een invorderingsstaat in tweevoud voor. Hiervan bezorgt het college hem een voor akkoord ondertekend exemplaar terug.
Art. 46. § 1. Tout droit à recette est immédiatement enregistré en comptabilité.
§ 2. Dans les cas suivants, le droit à recette est constaté :
1° dès la réception par le receveur communal des rôles exécutoires d'imposition;
2° lors du versement par d'autres agents communaux (au receveur communal) des sommes perçues au comptant pour compte de la commune; <AR 1994-05-24/33, art. 2, 1°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
3° lorsqu'est prise la décision par laquelle le conseil communal accepte les conditions mises par l'organisme de crédit au contrat d'emprunt;
4° dès le versement des acomptes sur les bénéfices nets des régies et, à l'égard du solde attribué à la commune, dès (l'approbation par le conseil communal des comptes de la régie); <AR 1994-05-24/33, art. 2, 3°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
5° (lors de la notification, pour les dividendes, les parts bénéficiaires et la part attribuée dans le Fonds des communes); <AR 1994-05-24/33, art. 2, 4°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
6° (à l'échéance, pour les intérêts); <AR 1994-05-24/33, art. 2, 5°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
(7° à la clôture des comptes annuels, pour les recettes perçues à l'intervention des receveurs des contributions directes, les montants relatifs à l'exercice de clôture qui sont attribués à la commune et qui restent à percevoir, à l'exclusion des droits dont la perception est en instance.) <AR 1994-05-24/33, art. 2, 6°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
§ 3. Lorsque la recette est perçue sans droit ni justificatif préalables, le receveur communal soumet au collège des bourgmestre et échevins un état de recouvrement en double exemplaire, dont le collège lui restitue un exemplaire signe pour accord.
§ 2. Dans les cas suivants, le droit à recette est constaté :
1° dès la réception par le receveur communal des rôles exécutoires d'imposition;
2° lors du versement par d'autres agents communaux (au receveur communal) des sommes perçues au comptant pour compte de la commune; <AR 1994-05-24/33, art. 2, 1°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
3° lorsqu'est prise la décision par laquelle le conseil communal accepte les conditions mises par l'organisme de crédit au contrat d'emprunt;
4° dès le versement des acomptes sur les bénéfices nets des régies et, à l'égard du solde attribué à la commune, dès (l'approbation par le conseil communal des comptes de la régie); <AR 1994-05-24/33, art. 2, 3°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
5° (lors de la notification, pour les dividendes, les parts bénéficiaires et la part attribuée dans le Fonds des communes); <AR 1994-05-24/33, art. 2, 4°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
6° (à l'échéance, pour les intérêts); <AR 1994-05-24/33, art. 2, 5°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
(7° à la clôture des comptes annuels, pour les recettes perçues à l'intervention des receveurs des contributions directes, les montants relatifs à l'exercice de clôture qui sont attribués à la commune et qui restent à percevoir, à l'exclusion des droits dont la perception est en instance.) <AR 1994-05-24/33, art. 2, 6°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
§ 3. Lorsque la recette est perçue sans droit ni justificatif préalables, le receveur communal soumet au collège des bourgmestre et échevins un état de recouvrement en double exemplaire, dont le collège lui restitue un exemplaire signe pour accord.
Art. 47. De algemene rekeningen worden tegelijkertijd met de vaststelling van de rechten in de budgettaire boekhouding bijgehouden.
Art. 47. Les comptes généraux sont tenus à jour en même temps que la constatation des droits en comptabilité budgétaire.
Art. 48. De leveringen, werkzaamheden of diensten die de gemeente voor rekening van derden heeft verricht, geven aanleiding tot het opmaken van facturen, schuldvorderingen of invorderingsstaten in tweevoud. Op de facturen en de schuldvorderingen worden alle inlichtingen vermeldt die op elke invorderingsstaat moeten staan.
Er is echter geen factuur of schuldvordering vereist voor rechten die ter plaatse en contant betaalbaar zijn tegen kwijting of enig ander bewijsstuk.
Er is echter geen factuur of schuldvordering vereist voor rechten die ter plaatse en contant betaalbaar zijn tegen kwijting of enig ander bewijsstuk.
Art. 48. Les fournitures, travaux ou services effectués par la commune au bénéfice de tiers donnent lieu à l'établissement de factures, de déclarations de créance ou d'états de recouvrement en double exemplaire. Les factures et déclarations de créance mentionnent tous les renseignements qui doivent figurer sur tout état de recouvrement.
Toutefois, aucune facture ni déclaration de créance n'est requise pour les droits payables sur place et en espèces contre délivrance d'une quittance ou de tout autre document de preuve.
Toutefois, aucune facture ni déclaration de créance n'est requise pour les droits payables sur place et en espèces contre délivrance d'une quittance ou de tout autre document de preuve.
Art. 49. De rechten kunnen voorlopig worden vastgesteld in de budgettaire boekhouding alhoewel ze nog geen invorderingsrechten uitmaken.
Deze worden door invorderingsrechten vervangen op het ogenblik van de vaststelling.
De voorlopige invorderingsrechten worden in elk geval geschrapt bij de afsluiting van het dienstjaar.
Deze worden door invorderingsrechten vervangen op het ogenblik van de vaststelling.
De voorlopige invorderingsrechten worden in elk geval geschrapt bij de afsluiting van het dienstjaar.
Art. 49. Les droits peuvent être provisoirement constatés en comptabilité budgétaire, encore qu'ils ne constituent pas des droits à recette.
Ces droits sont remplacés par des droits à recette lors de leur constatation.
Les droits provisoirement constatés sont en tout cas annulés à la clôture de l'exercice.
Ces droits sont remplacés par des droits à recette lors de leur constatation.
Les droits provisoirement constatés sont en tout cas annulés à la clôture de l'exercice.
Art. 50. Het grootboek van de budgettaire boekhouding vermeldt (voor) elk begrotingsartikel van de ontvangsten : <KB 1994-05-24/33, art. 3, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
1° (de omschrijving en het bedrag van het begrotingskrediet); <KB 1994-05-24/33, art. 3, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
2° (de datum en het nummer van het basisdocument dat het bewijs levert van het invorderingsrecht, de onverhaalbare post of de oninvorderbare ontvangst en, in voorkomend geval, het nummer van de individuele rekening;) <KB 1994-05-24/33, art. 3, 3°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
3° het bedrag van de invorderingsrechten, onverhaalbare posten en oninvorderbare ontvangsten die dag na dag genummerd zijn, waarbij ze worden onderscheiden van de voorlopig vastgestelde rechten;
4° het verschil tussen het begrotingskrediet en het totaal van de invorderingsrechten verminderd met de oninvorderbare ontvangsten en de onverhaalbare posten;
5° (...) <KB 1994-05-24/33, art. 3, 4°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
1° (de omschrijving en het bedrag van het begrotingskrediet); <KB 1994-05-24/33, art. 3, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
2° (de datum en het nummer van het basisdocument dat het bewijs levert van het invorderingsrecht, de onverhaalbare post of de oninvorderbare ontvangst en, in voorkomend geval, het nummer van de individuele rekening;) <KB 1994-05-24/33, art. 3, 3°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
3° het bedrag van de invorderingsrechten, onverhaalbare posten en oninvorderbare ontvangsten die dag na dag genummerd zijn, waarbij ze worden onderscheiden van de voorlopig vastgestelde rechten;
4° het verschil tussen het begrotingskrediet en het totaal van de invorderingsrechten verminderd met de oninvorderbare ontvangsten en de onverhaalbare posten;
5° (...) <KB 1994-05-24/33, art. 3, 4°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
Art. 50. Le grand livre des opérations budgétaires mentionne en regard de chaque article budgétaire de recettes :
1° (le libellé et le montant du crédit budgétaire); <AR 1994-05-24/33, art. 3, 2°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
2° (la date et le numéro de la pièce principale justifiant le droit à recette, la non-valeur ou l'irrécouvrable et, le cas échéant, le numéro du compte particulier;) <AR 1994-05-24/33, art. 3, 3°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
3° le montant des droits à recette, des non-valeurs et des irrécouvrables numérotés au jour le jour en les distinguant des droits provisoirement constatés;
4° la différence entre le crédit budgétaire et le total des droits à recette, sous déduction des irrécouvrables et des non-valeurs;
5° (...) <AR 1994-05-24/33, art. 3, 4°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
1° (le libellé et le montant du crédit budgétaire); <AR 1994-05-24/33, art. 3, 2°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
2° (la date et le numéro de la pièce principale justifiant le droit à recette, la non-valeur ou l'irrécouvrable et, le cas échéant, le numéro du compte particulier;) <AR 1994-05-24/33, art. 3, 3°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
3° le montant des droits à recette, des non-valeurs et des irrécouvrables numérotés au jour le jour en les distinguant des droits provisoirement constatés;
4° la différence entre le crédit budgétaire et le total des droits à recette, sous déduction des irrécouvrables et des non-valeurs;
5° (...) <AR 1994-05-24/33, art. 3, 4°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
Art. 51. De gemeenteontvanger houdt de individuele rekeningen bij van de schuldenaren die benevens hun identiteit, volgende inlichtingen bevatten :
1° de datum, het bedrag en het nummer van het vastgesteld recht;
2° de datum, het bedrag en de refertes van de inningen;
3° onwaarden en de oninvorderbare rechten.
De rechten vastgesteld bij middel van kohieren of collectieve invorderingstaten mogen ingeschreven worden in een globale rekening per belasting of retributie en per dienstjaar.
1° de datum, het bedrag en het nummer van het vastgesteld recht;
2° de datum, het bedrag en de refertes van de inningen;
3° onwaarden en de oninvorderbare rechten.
De rechten vastgesteld bij middel van kohieren of collectieve invorderingstaten mogen ingeschreven worden in een globale rekening per belasting of retributie en per dienstjaar.
Art. 51. Le receveur communal tient à l'égard de chaque redevable un compte particulier qui mentionne, outre l'identité du redevable :
1° la date, le montant et le numéro du droit constaté;
2° la date, le montant et la référence des recouvrements;
3° les non-valeurs et irrécouvrables.
Les droits établis par voie de rôles ou de relevés collectifs peuvent être enregistrés dans un compte global par taxe ou redevance et par exercice.
1° la date, le montant et le numéro du droit constaté;
2° la date, le montant et la référence des recouvrements;
3° les non-valeurs et irrécouvrables.
Les droits établis par voie de rôles ou de relevés collectifs peuvent être enregistrés dans un compte global par taxe ou redevance et par exercice.
Afdeling 2. - De ontvangsten.
Section 2. - Des recettes.
Art. 52. Zodra de gemeenteontvanger in het bezit is van de documenten die de rechten van de gemeente vaststellen, controleert hij de regelmatigheid van deze documenten en van hun bewijsstukken evenals hun aanrekening in de budgettaire en algemene boekhouding.
Art. 52. Dès qu'il est en possession des documents constatant les droits de la commune, le receveur communal contrôle la régularité de ces documents et de leurs justificatifs, ainsi que leur imputation en comptabilité budgétaire et générale.
Art. 53. De gemeenteontvanger geeft geregeld aan het college van burgemeester en schepenen schriftelijk kennis van de tegen schuldenaars ingestelde vervolgingen (inzake belastingen). <KB 1994-05-24/33, art. 4, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
Als een schuldenaar niet betaald binnen de toegestane termijnen en als er geen titel tot dadelijke uitwinning is, brengt de gemeenteontvanger het college van burgemeester en schepenen daarvan schriftelijk op de hoogte met het oog op de eventuele toepassing van artikel 270 van de nieuwe gemeentewet.
(Bij beslissing van het college van burgemeester en schepenen, genomen op basis van een verslag van de gemeenteontvanger, worden de vorderingen van de gemeente, waarvan de invorderbaarheid twijfelachtig is, in de algemene beoekhouding overgeboekt naar een rekening " dubieuze debiteuren ".) <KB 1994-05-24/33, art. 4, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
Als een schuldenaar niet betaald binnen de toegestane termijnen en als er geen titel tot dadelijke uitwinning is, brengt de gemeenteontvanger het college van burgemeester en schepenen daarvan schriftelijk op de hoogte met het oog op de eventuele toepassing van artikel 270 van de nieuwe gemeentewet.
(Bij beslissing van het college van burgemeester en schepenen, genomen op basis van een verslag van de gemeenteontvanger, worden de vorderingen van de gemeente, waarvan de invorderbaarheid twijfelachtig is, in de algemene beoekhouding overgeboekt naar een rekening " dubieuze debiteuren ".) <KB 1994-05-24/33, art. 4, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
Art. 53. Le receveur communal porte régulièrement par écrit à la connaissance du collège des bourgmestre et échevins les poursuites entamées en matière de taxes.
Si un débiteur ne s'exécute pas dans les délais impartis et s'il n'existe pas de titre portant exécution parée, le receveur communal en informe par écrit le collège des bourgmestre et échevins, en vue de l'application éventuelle de l'article 270 de la nouvelle loi communale.
(Les créances de la commune dont la perception est devenue incertaine seront transférées dans un compte " débiteurs douteux " de la comptabilité générale, sur base de la décision du collège des bourgmestre et échevins prise sur rapport du receveur communal.) <AR 1994-05-24/33, art. 4, 2°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
Si un débiteur ne s'exécute pas dans les délais impartis et s'il n'existe pas de titre portant exécution parée, le receveur communal en informe par écrit le collège des bourgmestre et échevins, en vue de l'application éventuelle de l'article 270 de la nouvelle loi communale.
(Les créances de la commune dont la perception est devenue incertaine seront transférées dans un compte " débiteurs douteux " de la comptabilité générale, sur base de la décision du collège des bourgmestre et échevins prise sur rapport du receveur communal.) <AR 1994-05-24/33, art. 4, 2°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
Art. 54. § 1. De gemeenteontvanger boekt de geïnde invorderingsrechten.
Hij boekt tevens de onrechtmatig geïnde bedragen.
§ 2. Wanneer de bedragen in gereed geld worden betaald, geeft de gemeenteontvanger een kwijting of enig ander bewijs van betaling.
Hij boekt tevens de onrechtmatig geïnde bedragen.
§ 2. Wanneer de bedragen in gereed geld worden betaald, geeft de gemeenteontvanger een kwijting of enig ander bewijs van betaling.
Art. 54. § 1. Le receveur communal comptabilise les droits à recette recouvrés.
Il comptabilise également les sommes indûment recouvrées.
§ 2. Lorsque les montants sont versés en espèces, le receveur communal délivre une quittance ou toute autre preuve de paiement.
Il comptabilise également les sommes indûment recouvrées.
§ 2. Lorsque les montants sont versés en espèces, le receveur communal délivre une quittance ou toute autre preuve de paiement.
Art. 55. § 1. De gemeenteontvanger boekt als onverhaalbare post de ontheffingen en verminderingen die behoorlijk zijn toegestaan door het college van burgemeester en schepenen, dat hem kennis geeft van de toestemmingen.
§ 2. De gemeenteontvanger boekt als oninvorderbare ontvangsten :
1° de bedragen te betalen door schuldenaren wier insolventie bewezen is door onverschillig welke bewijsstukken;
2° de vastgestelde rechten die wegens materiële vergissingen vervallen.
De belastingen, geheven ten laste van insolvente belastingplichtigen, mogen eerst als oninvorderbare ontvangsten worden geboekt op de datum waarop het kohier verjaart.
§ 2. De gemeenteontvanger boekt als oninvorderbare ontvangsten :
1° de bedragen te betalen door schuldenaren wier insolventie bewezen is door onverschillig welke bewijsstukken;
2° de vastgestelde rechten die wegens materiële vergissingen vervallen.
De belastingen, geheven ten laste van insolvente belastingplichtigen, mogen eerst als oninvorderbare ontvangsten worden geboekt op de datum waarop het kohier verjaart.
Art. 55. § 1. Le receveur communal porte en non-valeurs les dégrèvements et remises dûment autorisés par le collège des bourgmestre et échevins, qui lui notifie les autorisations.
§ 2. Le receveur communal porte en irrécouvrables :
1° les sommes dues par des redevables dont l'insolvabilité est établie par toutes pièces probantes;
2° les droits constatés tombant en annulation du chef d'erreurs matérielles.
Les impositions frappant des contribuables insolvables ne peuvent être portées en irrécouvrables qu'à la date de la prescription du rôle.
§ 2. Le receveur communal porte en irrécouvrables :
1° les sommes dues par des redevables dont l'insolvabilité est établie par toutes pièces probantes;
2° les droits constatés tombant en annulation du chef d'erreurs matérielles.
Les impositions frappant des contribuables insolvables ne peuvent être portées en irrécouvrables qu'à la date de la prescription du rôle.
HOOFDSTUK III. - De uitgaven en de kosten.
CHAPITRE III. - Des dépenses et des charges.
Afdeling 1. - Voorafgaande bepaling.
Section 1. - Disposition préliminaire.
Art. 55bis. (Vlaams Gewest)
[1 In een gemeente waarvan het inwonersaantal 20 000 inwoners of minder bedraagt, kunnen de verrichtingen waarvan het bedrag niet hoger is dan 7.500 euro, belasting over de toegevoegde waarde niet inbegrepen, door de gemeenteraad uitgesloten worden van de visumverplichting.
In een gemeente waarvan het inwonersaantal meer dan 20 000 inwoners maar niet meer dan 35 000 inwoners bedraagt, kunnen de verrichtingen waarvan het bedrag niet hoger is dan 25.000 euro, belasting over de toegevoegde waarde niet inbegrepen, door de gemeenteraad uitgesloten worden van de visumverplichting.
In een gemeente waarvan het inwonersaantal meer dan 35 000 inwoners bedraagt, kunnen de verrichtingen waarvan het bedrag niet hoger is dan 67.000 euro, belasting over de toegevoegde waarde niet inbegrepen, door de gemeenteraad uitgesloten worden van de visumverplichting.
In afwijking van het eerste tot en met het derde lid, kunnen de aanstellingen waarvan de duur niet meer bedraagt dan één jaar, door de gemeenteraad uitgesloten worden van de visumverplichting. Contracten van onbepaalde duur worden voor de toepassing van deze bepaling gelijkgesteld met een aanstelling van meer dan één jaar. Bij opeenvolgende contracten voor dezelfde functie moet de totale duur worden aangenomen voor de toepassing van deze bepaling.
In afwijking van het eerste tot en met het derde lid kunnen investeringssubsidies door de gemeenteraad niet worden uitgesloten van de visumverplichting.]1
[1 In een gemeente waarvan het inwonersaantal 20 000 inwoners of minder bedraagt, kunnen de verrichtingen waarvan het bedrag niet hoger is dan 7.500 euro, belasting over de toegevoegde waarde niet inbegrepen, door de gemeenteraad uitgesloten worden van de visumverplichting.
In een gemeente waarvan het inwonersaantal meer dan 20 000 inwoners maar niet meer dan 35 000 inwoners bedraagt, kunnen de verrichtingen waarvan het bedrag niet hoger is dan 25.000 euro, belasting over de toegevoegde waarde niet inbegrepen, door de gemeenteraad uitgesloten worden van de visumverplichting.
In een gemeente waarvan het inwonersaantal meer dan 35 000 inwoners bedraagt, kunnen de verrichtingen waarvan het bedrag niet hoger is dan 67.000 euro, belasting over de toegevoegde waarde niet inbegrepen, door de gemeenteraad uitgesloten worden van de visumverplichting.
In afwijking van het eerste tot en met het derde lid, kunnen de aanstellingen waarvan de duur niet meer bedraagt dan één jaar, door de gemeenteraad uitgesloten worden van de visumverplichting. Contracten van onbepaalde duur worden voor de toepassing van deze bepaling gelijkgesteld met een aanstelling van meer dan één jaar. Bij opeenvolgende contracten voor dezelfde functie moet de totale duur worden aangenomen voor de toepassing van deze bepaling.
In afwijking van het eerste tot en met het derde lid kunnen investeringssubsidies door de gemeenteraad niet worden uitgesloten van de visumverplichting.]1
Art. 55bis. (Région flamande)
[1 Dans une commune dont le nombre d'habitants s'élève à 20 000 habitants ou moins, les opérations dont le montant ne dépasse pas 7.500 euros, la taxe sur la valeur ajoutée non comprise, peuvent être exemptées de l'obligation de visa par le conseil communal.
Dans une commune dont le nombre d'habitants est supérieur à 20 000 habitants mais inférieur à 35 000 habitants, les opérations dont le montant ne dépasse pas 25.000 euros, la taxe sur la valeur ajoutée non comprise, peuvent être exemptées de l'obligation de visa par le conseil communal.
Dans une commune dont le nombre d'habitants est supérieur à 35 000 habitants, les opérations dont le montant ne dépasse pas 67.000 euros, la taxe sur la valeur ajoutée non comprise, peuvent être exemptées de l'obligation de visa par le conseil communal.
Par dérogation aux alinéas premier à trois inclus, les désignations dont la durée ne dépasse pas un an, peuvent être exemptées de l'obligation de visa par le conseil communal. Pour l'application de la présente disposition, les contrats à durée indéterminée sont assimilés à une désignation de plus d'un an. En cas de contrats consécutifs pour la même fonction, la durée totale doit être prise en compte pour l'application de la présente disposition.
Par dérogation aux alinéas premier à trois inclus, des subventions d'investissement ne peuvent pas être exemptées de l'obligation de visa par le conseil communal.]1
[1 Dans une commune dont le nombre d'habitants s'élève à 20 000 habitants ou moins, les opérations dont le montant ne dépasse pas 7.500 euros, la taxe sur la valeur ajoutée non comprise, peuvent être exemptées de l'obligation de visa par le conseil communal.
Dans une commune dont le nombre d'habitants est supérieur à 20 000 habitants mais inférieur à 35 000 habitants, les opérations dont le montant ne dépasse pas 25.000 euros, la taxe sur la valeur ajoutée non comprise, peuvent être exemptées de l'obligation de visa par le conseil communal.
Dans une commune dont le nombre d'habitants est supérieur à 35 000 habitants, les opérations dont le montant ne dépasse pas 67.000 euros, la taxe sur la valeur ajoutée non comprise, peuvent être exemptées de l'obligation de visa par le conseil communal.
Par dérogation aux alinéas premier à trois inclus, les désignations dont la durée ne dépasse pas un an, peuvent être exemptées de l'obligation de visa par le conseil communal. Pour l'application de la présente disposition, les contrats à durée indéterminée sont assimilés à une désignation de plus d'un an. En cas de contrats consécutifs pour la même fonction, la durée totale doit être prise en compte pour l'application de la présente disposition.
Par dérogation aux alinéas premier à trois inclus, des subventions d'investissement ne peuvent pas être exemptées de l'obligation de visa par le conseil communal.]1
Art. 56. (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) Behoudens de bij de wet of onderhavig reglement bepaalde uitzondering, kan geen uitgave aangezuiverd worden dan na de definitieve vastlegging, de aanrekening op een begrotingsrekening, de registratie in de algemene rekeningen betreffnde de inkomende facturen, de aanrekening op de algemene en individuele rekeningen, de betaalbaarstelling door het college van burgemeester en schepenen en het opmaken van een bevelschrift tot betaling overeenkomstig artikel 250 van de nieuwe gemeentewet.
Art. 56. (NOTE : voir plus loin forme(s) non fédérale(s) de cet article.) Sauf exception établie par la loi ou le présent règlement, nulle dépense ne peut être acquittée qu'après son engagement définitif, son imputation aux articles budgétaires, l'enregistrement dans les comptes généraux des factures entrantes, son imputation aux comptes généraux et particuliers, son ordonnancement par le collège des bourgmestre et échevins et l'établissement d'un mandat de paiement conformément à l'article 250 de la nouvelle loi communale.
Art. 56. (Vlaams Gewest)
Behoudens de bij de wet of onderhavig reglement bepaalde uitzondering, kan geen uitgave aangezuiverd worden dan na de definitieve vastlegging, de aanrekening op een begrotingsrekening, de registratie in de algemene rekeningen betreffende de inkomende facturen, de aanrekening op de algemene en individuele rekeningen (...).
Behoudens de bij de wet of onderhavig reglement bepaalde uitzondering, kan geen uitgave aangezuiverd worden dan na de definitieve vastlegging, de aanrekening op een begrotingsrekening, de registratie in de algemene rekeningen betreffende de inkomende facturen, de aanrekening op de algemene en individuele rekeningen (...).
Art. 56. (Région flamande)
Sauf exception établie par la loi ou le présent règlement, nulle dépense ne peut être acquittée qu'après son engagement définitif, son imputation aux articles budgétaires, l'enregistrement dans les comptes généraux des factures entrantes, son imputation aux comptes généraux et particuliers (...)
Sauf exception établie par la loi ou le présent règlement, nulle dépense ne peut être acquittée qu'après son engagement définitif, son imputation aux articles budgétaires, l'enregistrement dans les comptes généraux des factures entrantes, son imputation aux comptes généraux et particuliers (...)
Afdeling 2. - De vastlegging en de aanrekening van de uitgaven en de kosten.
Section 2. - De l'engagement et de l'imputation des dépenses et des charges.
Art. 57. (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) Alleen het college van burgemeester en schepenen is bevoegd om tot vastleggingen over te gaan.
De vastlegging is het gevolg van een verplichting voortvloeiend uit de wet, een overeenkomst of een eenzijdige beslissing van de gemeenteoverheid.
Door de vastlegging wordt het volledige of het gedeeltelijke begrotingskrediet uitsluitend voor een welbepaalde bestemming voorbehouden.
Een vastlegging omvat :
1° de naam van de schuldeiser of rechthebbende;
2° het vermoedelijk bedrag;
3° het dienstjaar en het budgettair artikel.
De vastlegging is het gevolg van een verplichting voortvloeiend uit de wet, een overeenkomst of een eenzijdige beslissing van de gemeenteoverheid.
Door de vastlegging wordt het volledige of het gedeeltelijke begrotingskrediet uitsluitend voor een welbepaalde bestemming voorbehouden.
Een vastlegging omvat :
1° de naam van de schuldeiser of rechthebbende;
2° het vermoedelijk bedrag;
3° het dienstjaar en het budgettair artikel.
Art. 57. (NOTE : voir plus loin forme(s) non fédérale(s) de cet article.) Le collège des bourgmestre et échevins est seul habilité à procéder à des engagements.
L'engagement procède d'une obligation résultant de la loi, d'une convention ou d'une décision unilatérale de l'autorité communale.
L'engagement réserve tout ou partie d'un crédit budgétaire à une fin exclusive de toute autre destination.
L'engagement mentionne :
1° le nom du créancier ou de l'ayant droit;
2° le montant présumé;
3° l'exercice et l'article budgétaire.
L'engagement procède d'une obligation résultant de la loi, d'une convention ou d'une décision unilatérale de l'autorité communale.
L'engagement réserve tout ou partie d'un crédit budgétaire à une fin exclusive de toute autre destination.
L'engagement mentionne :
1° le nom du créancier ou de l'ayant droit;
2° le montant présumé;
3° l'exercice et l'article budgétaire.
Art. 57. (Vlaams Gewest)
(lid 1 opgeheven)
De vastlegging is het gevolg van een verplichting voortvloeiend uit de wet, een overeenkomst of een eenzijdige beslissing van de gemeenteoverheid.
Door de vastlegging wordt het volledige of het gedeeltelijke begrotingskrediet uitsluitend voor een welbepaalde bestemming voorbehouden.
Een vastlegging omvat :
1° de naam van de schuldeiser of rechthebbende;
2° het vermoedelijk bedrag;
3° het dienstjaar en het budgettair artikel.
(lid 1 opgeheven)
De vastlegging is het gevolg van een verplichting voortvloeiend uit de wet, een overeenkomst of een eenzijdige beslissing van de gemeenteoverheid.
Door de vastlegging wordt het volledige of het gedeeltelijke begrotingskrediet uitsluitend voor een welbepaalde bestemming voorbehouden.
Een vastlegging omvat :
1° de naam van de schuldeiser of rechthebbende;
2° het vermoedelijk bedrag;
3° het dienstjaar en het budgettair artikel.
Art. 57. (Région flamande)
(alinéa 1er)
L'engagement procède d'une obligation résultant de la loi, d'une convention ou d'une décision unilatérale de l'autorité communale.
L'engagement réserve tout ou partie d'un crédit budgétaire à une fin exclusive de toute autre destination.
L'engagement mentionne :
1° le nom du créancier ou de l'ayant droit;
2° le montant présumé;
3° l'exercice et l'article budgétaire.
(alinéa 1er)
L'engagement procède d'une obligation résultant de la loi, d'une convention ou d'une décision unilatérale de l'autorité communale.
L'engagement réserve tout ou partie d'un crédit budgétaire à une fin exclusive de toute autre destination.
L'engagement mentionne :
1° le nom du créancier ou de l'ayant droit;
2° le montant présumé;
3° l'exercice et l'article budgétaire.
Art.57_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
[1 § 1. Het college van burgemeester en schepenen gaat over tot de vastleggingen.
In afwijking van het eerste lid gaat de gemeentesecretaris of de bij naam aangewezen ambtenaar over tot de vastleggingen in de volgende gevallen :
1° voor de opdrachten van beperkte waarde bedoeld in artikel 92 van de wet inzake overheidsopdrachten van 17 juni 2016, wanneer de gemeenteraad gebruikgemaakt heeft van de delegering waarin artikel 234, § 4 of 5, van de nieuwe gemeentewet voorziet en binnen de grenzen van de verstrekte delegering;
2° voor opdrachten tegen prijslijst van het type bestelopdrachten of voorraadopdrachten, wanneer de gemeenteraad gebruikgemaakt heeft van de delegering waarin artikel 236, § 4, van de nieuwe gemeentewet voorziet en binnen de grenzen van de verstrekte delegering;
In afwijking van het eerste lid gaan de burgemeester (of zijn/haar vervanger) en de gemeentesecretaris (of zijn/haar vervanger) over tot de noodzakelijke vastleggingen in toepassing van artikel 236, § 5, van de nieuwe gemeentewet.
§ 2. De vastlegging is het gevolg van een verplichting voortvloeiend uit de wet, een overeenkomst of een eenzijdige beslissing van de gemeenteoverheid of, in voorkomend geval, van een of meerdere personen aangewezen in § 1.
§ 3. Door de vastlegging wordt het volledige of het gedeeltelijke begrotingskrediet aan een welbepaalde bestemming voorbehouden, met uitsluiting van alle andere.
De vastlegging vermeldt :
1° de naam van de schuldeiser of rechthebbende;
2° het vermoedelijke bedrag;
3° het begrotingsjaar en begrotingsartikel.]1
[1 § 1. Het college van burgemeester en schepenen gaat over tot de vastleggingen.
In afwijking van het eerste lid gaat de gemeentesecretaris of de bij naam aangewezen ambtenaar over tot de vastleggingen in de volgende gevallen :
1° voor de opdrachten van beperkte waarde bedoeld in artikel 92 van de wet inzake overheidsopdrachten van 17 juni 2016, wanneer de gemeenteraad gebruikgemaakt heeft van de delegering waarin artikel 234, § 4 of 5, van de nieuwe gemeentewet voorziet en binnen de grenzen van de verstrekte delegering;
2° voor opdrachten tegen prijslijst van het type bestelopdrachten of voorraadopdrachten, wanneer de gemeenteraad gebruikgemaakt heeft van de delegering waarin artikel 236, § 4, van de nieuwe gemeentewet voorziet en binnen de grenzen van de verstrekte delegering;
In afwijking van het eerste lid gaan de burgemeester (of zijn/haar vervanger) en de gemeentesecretaris (of zijn/haar vervanger) over tot de noodzakelijke vastleggingen in toepassing van artikel 236, § 5, van de nieuwe gemeentewet.
§ 2. De vastlegging is het gevolg van een verplichting voortvloeiend uit de wet, een overeenkomst of een eenzijdige beslissing van de gemeenteoverheid of, in voorkomend geval, van een of meerdere personen aangewezen in § 1.
§ 3. Door de vastlegging wordt het volledige of het gedeeltelijke begrotingskrediet aan een welbepaalde bestemming voorbehouden, met uitsluiting van alle andere.
De vastlegging vermeldt :
1° de naam van de schuldeiser of rechthebbende;
2° het vermoedelijke bedrag;
3° het begrotingsjaar en begrotingsartikel.]1
Modifications
Art.57_REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 § 1er. Le collège des bourgmestre et échevins procède aux engagements.
Par exception à l'alinéa 1er, le secrétaire communal ou le fonctionnaire nommément désigné procède aux engagements dans les cas suivants :
1° pour les marchés de faible montant visés à l'article 92 de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics, lorsque le conseil communal a fait usage de la délégation prévue à l'article 234, § 4 ou 5, de la Nouvelle loi communale et dans les limites de la délégation donnée;
2° pour les marchés à bordereau de prix du type marchés sujets à commande ou marchés stocks, lorsque le collège des bourgmestre et échevins a fait usage de la délégation prévue à l'article 236, § 4, de la Nouvelle loi communale et dans les limites de la délégation donnée.
Par exception à l'alinéa 1er, le bourgmestre (ou son remplaçant) et le secrétaire communal (ou son remplaçant) procèdent aux engagements nécessaires en application de l'article 236, § 5, de la Nouvelle loi communale.
§ 2. L'engagement procède d'une obligation résultant de la loi, d'une convention ou d'une décision unilatérale de l'autorité communale ou, le cas échéant, d'une ou plusieurs personne(s) désignée(s) au § 1er.
§ 3. L'engagement réserve tout ou partie d'un crédit budgétaire à une fin exclusive de toute autre destination.
L'engagement mentionne :
1° le nom du créancier ou de l'ayant droit;
2° le montant présumé;
3° l'exercice et l'article budgétaire.]1
[1 § 1er. Le collège des bourgmestre et échevins procède aux engagements.
Par exception à l'alinéa 1er, le secrétaire communal ou le fonctionnaire nommément désigné procède aux engagements dans les cas suivants :
1° pour les marchés de faible montant visés à l'article 92 de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics, lorsque le conseil communal a fait usage de la délégation prévue à l'article 234, § 4 ou 5, de la Nouvelle loi communale et dans les limites de la délégation donnée;
2° pour les marchés à bordereau de prix du type marchés sujets à commande ou marchés stocks, lorsque le collège des bourgmestre et échevins a fait usage de la délégation prévue à l'article 236, § 4, de la Nouvelle loi communale et dans les limites de la délégation donnée.
Par exception à l'alinéa 1er, le bourgmestre (ou son remplaçant) et le secrétaire communal (ou son remplaçant) procèdent aux engagements nécessaires en application de l'article 236, § 5, de la Nouvelle loi communale.
§ 2. L'engagement procède d'une obligation résultant de la loi, d'une convention ou d'une décision unilatérale de l'autorité communale ou, le cas échéant, d'une ou plusieurs personne(s) désignée(s) au § 1er.
§ 3. L'engagement réserve tout ou partie d'un crédit budgétaire à une fin exclusive de toute autre destination.
L'engagement mentionne :
1° le nom du créancier ou de l'ayant droit;
2° le montant présumé;
3° l'exercice et l'article budgétaire.]1
Modifications
Art. 58. De ambtshalve opnemingen en de afnemingen bedoeld in artikel 71 worden aangerekend op het dienstjaar waarin ze worden gedaan.
Art. 58. Les prélèvements d'office et les prélèvements visés a l'article 71 sont imputés à l'exercice au cours duquel ils ont lieu.
Art. 59. Een uitgave kan voorlopig vastgesteld worden indien het college van burgemeester en schepenen besluit een begrotingskrediet geheel of gedeeltelijk te bestemmen voor de uitvoering van een voorzienbare verbintenis van de gemeente.
Deze vastlegging wordt opgenomen in de begrotingsartikelen; ze wordt geheel of gedeeltelijk vervangen door een definitieve vastlegging en, vervalt in elk geval bij de afsluiting van he dienstjaar.
Deze vastlegging wordt opgenomen in de begrotingsartikelen; ze wordt geheel of gedeeltelijk vervangen door een definitieve vastlegging en, vervalt in elk geval bij de afsluiting van he dienstjaar.
Art. 59. (NOTE : voir plus loin forme(s) non fédérale(s) de cet article.) L'engagement d'une dépense peut être effectué à titre provisoire si le collège des bourgmestre et échevins décide de réserver tout ou partie d'un crédit budgétaire à l'exécution d'une obligation prévisible de la commune.
Cet engagement est acté dans les articles budgétaires; il est remplacé en tout ou en partie par un engagement définitif et, en tout cas, annulé à la clôture de l'exercice.
Cet engagement est acté dans les articles budgétaires; il est remplacé en tout ou en partie par un engagement définitif et, en tout cas, annulé à la clôture de l'exercice.
Art. 59. (Vlaams Gewest)
(opgeheven)
(opgeheven)
Art. 59. (Région flamande)
(abrogé)
(abrogé)
Art. 60. (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) Wanneer de betalingen door een factuur kunnen gestaafd worden, plaatst de betrokken dienst elke bestelling door middel van een bestelbon die voor de verzending door het college van burgemeester en schepenen geviseerd wordt.
De factuur, die de schuldeiser, in tweevoud aan het college van burgemeester en schepenen richt, dient vergezeld te zijn van de bestelbon.
De factuur, die de schuldeiser, in tweevoud aan het college van burgemeester en schepenen richt, dient vergezeld te zijn van de bestelbon.
Art. 60. (NOTE : voir plus loin forme(s) non fédérale(s) de cet article.) Lorsque les dépenses peuvent être justifiées par une simple facture acceptée, le service intéressé par la dépense effectue toute commande au moyen d'un bon de commande visé par le collège des bourgmestre et échevins, préalablement à son envoi.
Le créancier de la commune doit produire une facture, en double exemplaire, accompagnée du bon de commande et adressée au collège des bourgmestre et échevins.
Le créancier de la commune doit produire une facture, en double exemplaire, accompagnée du bon de commande et adressée au collège des bourgmestre et échevins.
Art. 60. (Vlaams Gewest)
Wanneer de betalingen door een factuur kunnen gestaafd worden, plaatst de betrokken dienst elke bestelling door middel van een bestelbon (...).
De factuur, die de schuldeiser, in tweevoud aan het college van burgemeester en schepenen richt, dient vergezeld te zijn van de bestelbon.
Wanneer de betalingen door een factuur kunnen gestaafd worden, plaatst de betrokken dienst elke bestelling door middel van een bestelbon (...).
De factuur, die de schuldeiser, in tweevoud aan het college van burgemeester en schepenen richt, dient vergezeld te zijn van de bestelbon.
Art. 60. (Région flamande)
Lorsque les dépenses peuvent être justifiées par une simple facture acceptée, le service intéressé par la dépense effectue toute commande au moyen d'un bon de commande (...).
Le créancier de la commune doit produire une facture, en double exemplaire, accompagnée du bon de commande et adressée au collège des bourgmestre et échevins.
Lorsque les dépenses peuvent être justifiées par une simple facture acceptée, le service intéressé par la dépense effectue toute commande au moyen d'un bon de commande (...).
Le créancier de la commune doit produire une facture, en double exemplaire, accompagnée du bon de commande et adressée au collège des bourgmestre et échevins.
Art.60_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
[1 § 1. Elke bestelling moet geplaatst worden met een bestelbon die vooraleer hij wordt opgestuurd geviseerd wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De bestelbonnen kunnen voor dit visum aan het college voorgelegd worden op basis van een overzichtslijst die voor elke bestelbon minstens het volgende vermeldt :
1° het nummer van de bestelbon;
2° het nummer van de vastlegging op de begroting;
3° de informatie waarin het tweede lid van paragraaf 3 van artikel 57 voorziet.
§ 2. In afwijking van § 1 beschikt/beschikken de persoon/personen aangewezen in het tweede en derde lid van § 1 van artikel 57, in de gevallen bedoeld in het tweede en derde lid van § 1 van artikel 57, over de mogelijkheid de bestelbon uit te schrijven en te zenden, binnen de grenzen van de raming voor de opdracht en de beschikbare begrotingskredieten. De gemeenten zijn verbonden door de bestelbonnen die in die omstandigheden zijn uitgeschreven. Het college van burgemeester en schepenen wordt ervan op de hoogte gebracht tijdens zijn eerstvolgende vergadering.
De bestelbonnen kunnen ter informatie voorgelegd worden aan het college of de raad, naargelang het geval, op basis van een overzichtslijst die voor elke bestelbon minimaal de informatie vermeldt die terug te vinden is in § 1, tweede lid, alsook de identificatie van de auteur(s) van de vastlegging op de begroting.
§ 3. De schuldeiser van de gemeente verstrekt een factuur, samen met de bestelbon, en richt die aan het college van burgemeester en schepenen of aan de dienst die daartoe wordt aangewezen op de bestelbon.
De schuldeiser mag gebruikmaken van de elektronische factuur in de zin van artikel 2 van Richtlijn 2014/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake elektronische facturering bij overheidsopdrachten als de wet dit oplegt of als de aanbestedende overheid het toestaat, en volgens de nadere regels die ze daartoe vastlegt.]1
[1 § 1. Elke bestelling moet geplaatst worden met een bestelbon die vooraleer hij wordt opgestuurd geviseerd wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De bestelbonnen kunnen voor dit visum aan het college voorgelegd worden op basis van een overzichtslijst die voor elke bestelbon minstens het volgende vermeldt :
1° het nummer van de bestelbon;
2° het nummer van de vastlegging op de begroting;
3° de informatie waarin het tweede lid van paragraaf 3 van artikel 57 voorziet.
§ 2. In afwijking van § 1 beschikt/beschikken de persoon/personen aangewezen in het tweede en derde lid van § 1 van artikel 57, in de gevallen bedoeld in het tweede en derde lid van § 1 van artikel 57, over de mogelijkheid de bestelbon uit te schrijven en te zenden, binnen de grenzen van de raming voor de opdracht en de beschikbare begrotingskredieten. De gemeenten zijn verbonden door de bestelbonnen die in die omstandigheden zijn uitgeschreven. Het college van burgemeester en schepenen wordt ervan op de hoogte gebracht tijdens zijn eerstvolgende vergadering.
De bestelbonnen kunnen ter informatie voorgelegd worden aan het college of de raad, naargelang het geval, op basis van een overzichtslijst die voor elke bestelbon minimaal de informatie vermeldt die terug te vinden is in § 1, tweede lid, alsook de identificatie van de auteur(s) van de vastlegging op de begroting.
§ 3. De schuldeiser van de gemeente verstrekt een factuur, samen met de bestelbon, en richt die aan het college van burgemeester en schepenen of aan de dienst die daartoe wordt aangewezen op de bestelbon.
De schuldeiser mag gebruikmaken van de elektronische factuur in de zin van artikel 2 van Richtlijn 2014/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake elektronische facturering bij overheidsopdrachten als de wet dit oplegt of als de aanbestedende overheid het toestaat, en volgens de nadere regels die ze daartoe vastlegt.]1
Modifications
Art.60_REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 § 1er. Toute commande doit être effectuée au moyen d'un bon de commande visé par le collège des bourgmestre et échevins préalablement à son envoi.
Les bons de commande peuvent être soumis au collège pour visa sur base d'une liste récapitulative mentionnant pour chaque bon de commande au minimum :
1° le numéro du bon de commande;
2° le numéro de l'engagement budgétaire;
3° les informations prévues à l'alinéa 2 du paragraphe 3 de l'article 57.
§ 2. Par exception au § 1er, dans les cas visés aux alinéas 2 et 3 du § 1er de l'article 57, la ou les personne(s) désignée(s) aux alinéas 2 et 3 du § 1er de l'article 57 ont la possibilité d'émettre et envoyer le bon de commande, dans les limites de l'estimation du marché et des crédits budgétaires disponibles. Les bons de commande émis dans ces conditions engagent valablement la commune. Le collège des bourgmestre et échevins en est informé lors de sa prochaine séance.
Les bons de commande peuvent être soumis au collège ou au conseil, selon le cas, pour information sur base d'une liste récapitulative mentionnant pour chaque bon de commande au minimum les informations reprises au § 1er, alinéa 2, ainsi que l'identification du ou des auteur(s) de l'engagement budgétaire.
§ 3. Le créancier de la commune produit une facture accompagnée du bon de commande et l'adresse au collège des bourgmestre et échevins ou au service désigné à cet effet dans le bon de commande.
Il peut faire usage de la facture électronique au sens de l'article 2 de la Directive 2014/55/UE du Parlement européen et du Conseil du 16 avril 2014 relative à la facturation électronique dans le cadre des marchés publics lorsque la loi l'impose ou lorsque le pouvoir adjudicateur l'autorise et selon les modalités prévues par ce dernier.]1
[1 § 1er. Toute commande doit être effectuée au moyen d'un bon de commande visé par le collège des bourgmestre et échevins préalablement à son envoi.
Les bons de commande peuvent être soumis au collège pour visa sur base d'une liste récapitulative mentionnant pour chaque bon de commande au minimum :
1° le numéro du bon de commande;
2° le numéro de l'engagement budgétaire;
3° les informations prévues à l'alinéa 2 du paragraphe 3 de l'article 57.
§ 2. Par exception au § 1er, dans les cas visés aux alinéas 2 et 3 du § 1er de l'article 57, la ou les personne(s) désignée(s) aux alinéas 2 et 3 du § 1er de l'article 57 ont la possibilité d'émettre et envoyer le bon de commande, dans les limites de l'estimation du marché et des crédits budgétaires disponibles. Les bons de commande émis dans ces conditions engagent valablement la commune. Le collège des bourgmestre et échevins en est informé lors de sa prochaine séance.
Les bons de commande peuvent être soumis au collège ou au conseil, selon le cas, pour information sur base d'une liste récapitulative mentionnant pour chaque bon de commande au minimum les informations reprises au § 1er, alinéa 2, ainsi que l'identification du ou des auteur(s) de l'engagement budgétaire.
§ 3. Le créancier de la commune produit une facture accompagnée du bon de commande et l'adresse au collège des bourgmestre et échevins ou au service désigné à cet effet dans le bon de commande.
Il peut faire usage de la facture électronique au sens de l'article 2 de la Directive 2014/55/UE du Parlement européen et du Conseil du 16 avril 2014 relative à la facturation électronique dans le cadre des marchés publics lorsque la loi l'impose ou lorsque le pouvoir adjudicateur l'autorise et selon les modalités prévues par ce dernier.]1
Modifications
Art. 61. De vastleggingen van die uitgaven worden in het grootboek van de budgettaire boekhouding ingeschreven zodra ze worden gedaan overeenkomstig artikel 57.
De ambtshalve opnemingen en de afnemingen bedoeld in artikel 71 worden ingeschreven op de datum van ontvangst van de rekeninguittreksels die er betrekking op hebben.
De dotaties aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn bedoeld in artikel 255, 16°, van de nieuwe gemeentewet, worden ingeschreven op de datum van de kenniseving van de definitieve vaststelling van de gemeentebegroting.
De ambtshalve opnemingen en de afnemingen bedoeld in artikel 71 worden ingeschreven op de datum van ontvangst van de rekeninguittreksels die er betrekking op hebben.
De dotaties aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn bedoeld in artikel 255, 16°, van de nieuwe gemeentewet, worden ingeschreven op de datum van de kenniseving van de definitieve vaststelling van de gemeentebegroting.
Art. 61. Les engagements de dépenses sont portés au grand livre des opérations budgétaires dès qu'il y est procédé conformément à l'article 57.
Les prélèvements d'office et les prélèvements visés à l'article 71 sont inscrits à la date de réception des extraits de compte qui s'y rapportent.
Les dotations au centre public d'aide sociale visées à l'article 255, 16°, de la nouvelle loi communale sont inscrites à la date de la notification de l'arrêt définitif du budget de la commune.
Les prélèvements d'office et les prélèvements visés à l'article 71 sont inscrits à la date de réception des extraits de compte qui s'y rapportent.
Les dotations au centre public d'aide sociale visées à l'article 255, 16°, de la nouvelle loi communale sont inscrites à la date de la notification de l'arrêt définitif du budget de la commune.
Art. 61. (BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST)
De vastleggingen van die uitgaven worden in het grootboek van de budgettaire boekhouding ingeschreven zodra ze worden gedaan overeenkomstig artikel 57.
De ambtshalve opnemingen en de afnemingen bedoeld in artikel 71 worden ingeschreven op de datum van ontvangst van de rekeninguittreksels die er betrekking op hebben.
De dotaties aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn bedoeld in artikel 255, 16°, van de nieuwe gemeentewet, worden ingeschreven op de datum van de kenniseving van de definitieve vaststelling van de gemeentebegroting.
De vastleggingen van die uitgaven worden in het grootboek van de budgettaire boekhouding ingeschreven zodra ze worden gedaan overeenkomstig artikel 57.
De ambtshalve opnemingen en de afnemingen bedoeld in artikel 71 worden ingeschreven op de datum van ontvangst van de rekeninguittreksels die er betrekking op hebben.
De dotaties aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn bedoeld in artikel 255, 16°, van de nieuwe gemeentewet, worden ingeschreven op de datum van de kenniseving van de definitieve vaststelling van de gemeentebegroting.
Art. 61. (Région de Bruxelles-capitale)
Les engagements de dépenses sont portés au grand livre des opérations budgétaires dès qu'il y est procédé conformément à l'article 57.
Les prélèvements d'office et les prélèvements visés à l'article 71 sont inscrits à la date de réception des extraits de compte qui s'y rapportent.
Les dotations au [1 centre public d'action sociale]1 visées à l'article 255, 16°, de la nouvelle loi communale sont inscrites à la date de la notification de l'arrêt définitif du budget de la commune.
Les engagements de dépenses sont portés au grand livre des opérations budgétaires dès qu'il y est procédé conformément à l'article 57.
Les prélèvements d'office et les prélèvements visés à l'article 71 sont inscrits à la date de réception des extraits de compte qui s'y rapportent.
Les dotations au [1 centre public d'action sociale]1 visées à l'article 255, 16°, de la nouvelle loi communale sont inscrites à la date de la notification de l'arrêt définitif du budget de la commune.
Modifications
Art. 62. (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) Het budgettair grootboek vermeldt voor (elk begrotingsartikel) van de uitgaven : <KB 1994-05-24/33, art. 62, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
1° (de omschrijving en het bedrag van het begrotingskrediet); <KB 1994-05-24/33, art. 5, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
2° de datum en het nummer van het basisdocument en, (in voorkomend geval), het nummer van de individuele rekening; <KB 1994-05-24/33, art. 5, 3°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
3° het bedrag van de dag na dag genummerde vastleggingen, op elk begrotingskrediet (waarbij) een onderscheid wordt gemaakt tussen de voorlopige vastleggingen en de definitieve vastleggingen; <KB 1994-05-24/33, art. 5, 4°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
4° het aangerekend bedrag op elke vastlegging;
5° het saldo van het begrotingskrediet;
6° (...) <KB 1994-05-24/33, art. 5, 5°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
1° (de omschrijving en het bedrag van het begrotingskrediet); <KB 1994-05-24/33, art. 5, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
2° de datum en het nummer van het basisdocument en, (in voorkomend geval), het nummer van de individuele rekening; <KB 1994-05-24/33, art. 5, 3°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
3° het bedrag van de dag na dag genummerde vastleggingen, op elk begrotingskrediet (waarbij) een onderscheid wordt gemaakt tussen de voorlopige vastleggingen en de definitieve vastleggingen; <KB 1994-05-24/33, art. 5, 4°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
4° het aangerekend bedrag op elke vastlegging;
5° het saldo van het begrotingskrediet;
6° (...) <KB 1994-05-24/33, art. 5, 5°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
Art. 62. (NOTE : voir plus loin forme(s) non fédérale(s) de cet article.) Le grand livre des opérations budgétaires mentionne, en regard de chaque compte de dépenses :
1° (le libellé et le montant du crédit budgétaire); <AR 1994-05-24/33, art. 5, 2°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
2° la date et le numéro de la pièce principale et, (le cas échéant), le numéro de compte particulier; <AR 1994-05-24/33, art. 5, 3°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
3° le montant des engagements numérotés, au jour le jour, sur chaque crédit budgétaire, en distinguant les engagements provisoires des engagements définitifs;
4° le montant impute sur chaque engagement;
5° le solde du crédit budgétaire;
6° (...) <AR 1994-05-24/33, art. 5, 5°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
1° (le libellé et le montant du crédit budgétaire); <AR 1994-05-24/33, art. 5, 2°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
2° la date et le numéro de la pièce principale et, (le cas échéant), le numéro de compte particulier; <AR 1994-05-24/33, art. 5, 3°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
3° le montant des engagements numérotés, au jour le jour, sur chaque crédit budgétaire, en distinguant les engagements provisoires des engagements définitifs;
4° le montant impute sur chaque engagement;
5° le solde du crédit budgétaire;
6° (...) <AR 1994-05-24/33, art. 5, 5°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
Art. 62. (Vlaams Gewest)
Het budgettair grootboek vermeldt voor (elk begrotingsartikel) van de uitgaven : <KB 1994-05-24/33, art. 62, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
1° (de omschrijving en het bedrag van het begrotingskrediet); <KB 1994-05-24/33, art. 5, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
2° de datum en het nummer van het basisdocument en, (in voorkomend geval), het nummer van de individuele rekening; <KB 1994-05-24/33, art. 5, 3°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
3° het bedrag van de dag na dag genummerde vastleggingen, op elk begrotingskrediet (...)
4° het aangerekend bedrag op elke vastlegging;
5° het saldo van het begrotingskrediet;
6° (...) <KB 1994-05-24/33, art. 5, 5°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
Het budgettair grootboek vermeldt voor (elk begrotingsartikel) van de uitgaven : <KB 1994-05-24/33, art. 62, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
1° (de omschrijving en het bedrag van het begrotingskrediet); <KB 1994-05-24/33, art. 5, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
2° de datum en het nummer van het basisdocument en, (in voorkomend geval), het nummer van de individuele rekening; <KB 1994-05-24/33, art. 5, 3°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
3° het bedrag van de dag na dag genummerde vastleggingen, op elk begrotingskrediet (...)
4° het aangerekend bedrag op elke vastlegging;
5° het saldo van het begrotingskrediet;
6° (...) <KB 1994-05-24/33, art. 5, 5°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
Art. 62. (Région flamande)
Le grand livre des opérations budgétaires mentionne, en regard de chaque compte de dépenses :
1° (le libellé et le montant du crédit budgétaire); <AR 1994-05-24/33, art. 5, 2°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
2° la date et le numéro de la pièce principale et, (le cas échéant), le numéro de compte particulier; <AR 1994-05-24/33, art. 5, 3°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
3° le montant des engagements numérotés, au jour le jour, sur chaque crédit budgétaire (...);
4° le montant impute sur chaque engagement;
5° le solde du crédit budgétaire;
6° (...) <AR 1994-05-24/33, art. 5, 5°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
Le grand livre des opérations budgétaires mentionne, en regard de chaque compte de dépenses :
1° (le libellé et le montant du crédit budgétaire); <AR 1994-05-24/33, art. 5, 2°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
2° la date et le numéro de la pièce principale et, (le cas échéant), le numéro de compte particulier; <AR 1994-05-24/33, art. 5, 3°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
3° le montant des engagements numérotés, au jour le jour, sur chaque crédit budgétaire (...);
4° le montant impute sur chaque engagement;
5° le solde du crédit budgétaire;
6° (...) <AR 1994-05-24/33, art. 5, 5°, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
Art. 63. Het college van burgemeester en schepenen boekt onmiddellijk de facturen of de documenten die deze vervangen tijdelijk in de desbetreffende algemen rekeningen. Die boeking geschiedt zodanig dat de vervaldatum altijd gemakkelijk kan worden nagekeken.
De facturen worden voor ontvangst getekend door het personeelslid dat met de controle op de leveringen of de gepresteerde diensten belast is.
De facturen worden voor ontvangst getekend door het personeelslid dat met de controle op de leveringen of de gepresteerde diensten belast is.
Art. 63. Le collège des bourgmestre et échevins procède immédiatement à l'enregistrement temporaire des factures ou documents en tenant lieu dans les comptes généraux y afférents. L'enregistrement se fait de telle sorte que la date d'échéance soit aisément consultable à tout moment.
Les factures sont visées pour réception par l'agent chargé du contrôle des fournitures ou des services prestés.
Les factures sont visées pour réception par l'agent chargé du contrôle des fournitures ou des services prestés.
Art. 64. (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) De facturen en andere uitgavedocumenten worden aan de gemeenteontvanger overgemaakt samen met alle stukken tot staving van de regelmatigheid van de uitgaven die hiermee gepaard gaan.
Na onderzoek van deze documenten, gaat de gemeenteontvanger over tot de aanrekening op de budgettaire en algemene rekeningen, of zendt hij ze aan het college terug indien hij niet akkoord gaat.
Door de aanrekening in de algemene rekeningen worden de kosten en de balanswijzigingen, die daaraan verbonden zijn, geregistreerd en de inschrijving bedoeld bij artikel 63 tegengeboekt.
Door de aanrekening wordt het werkelijk verschuldigd bedrag, ingevolge de vastlegging, op de begrotingsrekeningen geboekt en indien nodig de vastlegging aangepast.
Na onderzoek van deze documenten, gaat de gemeenteontvanger over tot de aanrekening op de budgettaire en algemene rekeningen, of zendt hij ze aan het college terug indien hij niet akkoord gaat.
Door de aanrekening in de algemene rekeningen worden de kosten en de balanswijzigingen, die daaraan verbonden zijn, geregistreerd en de inschrijving bedoeld bij artikel 63 tegengeboekt.
Door de aanrekening wordt het werkelijk verschuldigd bedrag, ingevolge de vastlegging, op de begrotingsrekeningen geboekt en indien nodig de vastlegging aangepast.
Art. 64. (NOTE : voir plus loin forme(s) non fédérale(s) de cet article.) Les factures et autres pièces de dépenses sont transmises au receveur communal, avec tous les documents justificatifs de la régularité de la dépense qu'elles entraînent.
Le receveur communal, après avoir contrôlé ces documents, procède à l'imputation aux comptes budgétaires et généraux ou, en cas de désaccord, les transmet au collège.
L'imputation aux comptes généraux consiste à enregistrer la charge et les mouvements du bilan liés à la dépense et à contre passer l'enregistrement visé à l'article 63.
L'imputation aux comptes budgétaires consiste à y porter la somme réellement due en suite de l'engagement et, s'il échet, a corriger l'engagement.
Le receveur communal, après avoir contrôlé ces documents, procède à l'imputation aux comptes budgétaires et généraux ou, en cas de désaccord, les transmet au collège.
L'imputation aux comptes généraux consiste à enregistrer la charge et les mouvements du bilan liés à la dépense et à contre passer l'enregistrement visé à l'article 63.
L'imputation aux comptes budgétaires consiste à y porter la somme réellement due en suite de l'engagement et, s'il échet, a corriger l'engagement.
Art. 64. (Vlaams Gewest)
(lid 1 opgeheven)
(lid 2 opgeheven)
Door de aanrekening in de algemene rekeningen worden de kosten en de balanswijzigingen, die daaraan verbonden zijn, geregistreerd en de inschrijving bedoeld bij artikel 63 tegengeboekt.
Door de aanrekening wordt het werkelijk verschuldigd bedrag, ingevolge de vastlegging, op de begrotingsrekeningen geboekt en indien nodig de vastlegging aangepast.
(lid 1 opgeheven)
(lid 2 opgeheven)
Door de aanrekening in de algemene rekeningen worden de kosten en de balanswijzigingen, die daaraan verbonden zijn, geregistreerd en de inschrijving bedoeld bij artikel 63 tegengeboekt.
Door de aanrekening wordt het werkelijk verschuldigd bedrag, ingevolge de vastlegging, op de begrotingsrekeningen geboekt en indien nodig de vastlegging aangepast.
Art. 64. (Région flamande)
(alinéa 1er abrogé)
(alinéa 2 abrogé)
L'imputation aux comptes généraux consiste à enregistrer la charge et les mouvements du bilan liés à la dépense et à contre passer l'enregistrement visé à l'article 63.
L'imputation aux comptes budgétaires consiste à y porter la somme réellement due en suite de l'engagement et, s'il échet, à corriger l'engagement.
(alinéa 1er abrogé)
(alinéa 2 abrogé)
L'imputation aux comptes généraux consiste à enregistrer la charge et les mouvements du bilan liés à la dépense et à contre passer l'enregistrement visé à l'article 63.
L'imputation aux comptes budgétaires consiste à y porter la somme réellement due en suite de l'engagement et, s'il échet, à corriger l'engagement.
Afdeling 3. - Het opmaken van bevelschriften tot betaling.
Section 3. - De l'établissement des mandats de paiement.
Art. 65. (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) § 1. Op de bevelschriften tot betaling worden vermeld :
1° de datum van uitgifte;
2° het lopende dienstjaar;
3° het begrotingsartikel;
4° het oorspronkelijk dienstjaar;
5° de aard van de uitgave;
6° het nummer van de vastlegging;
7° de rechthebbenden;
8° het te betalen bedrag.
In voorkomend geval kan op het bevelschrift tot betaling ook de wijze van betaling worden vermeld.
De bevelschriften die in gereed geld of bij postassignatie moeten worden betaald aan instellingen zonder rechtspersoonlijkheid maken melding van de naam, de voornaam en de hoedanigheid van twee personen belast met het innen van het geld.
Bij collectieve bevelschriften tot betaling wordt tot staving ook een staat met een opsomming van de uitgaven gevoegd.
§ 2. Alle verantwoordingsstukken worden bij het bevelschrift tot betaling gevoegd en blijven erbij.
De verantwoordingsstukken betreffende verscheidene opeenvolgende bevelschriften worden bij het eerste gevoegd.
§ 3. Wijzigingen van de vermeldingen op een bevelschrift tot betaling moeten worden ondertekend door de personen bedoeld in artikel 250 van de nieuwe gemeentewet.
1° de datum van uitgifte;
2° het lopende dienstjaar;
3° het begrotingsartikel;
4° het oorspronkelijk dienstjaar;
5° de aard van de uitgave;
6° het nummer van de vastlegging;
7° de rechthebbenden;
8° het te betalen bedrag.
In voorkomend geval kan op het bevelschrift tot betaling ook de wijze van betaling worden vermeld.
De bevelschriften die in gereed geld of bij postassignatie moeten worden betaald aan instellingen zonder rechtspersoonlijkheid maken melding van de naam, de voornaam en de hoedanigheid van twee personen belast met het innen van het geld.
Bij collectieve bevelschriften tot betaling wordt tot staving ook een staat met een opsomming van de uitgaven gevoegd.
§ 2. Alle verantwoordingsstukken worden bij het bevelschrift tot betaling gevoegd en blijven erbij.
De verantwoordingsstukken betreffende verscheidene opeenvolgende bevelschriften worden bij het eerste gevoegd.
§ 3. Wijzigingen van de vermeldingen op een bevelschrift tot betaling moeten worden ondertekend door de personen bedoeld in artikel 250 van de nieuwe gemeentewet.
Art. 65. (NOTE : voir plus loin forme(s) non fédérale(s) de cet article.) § 1er. Les mandats de paiement mentionnent :
1° la date de leur émission;
2° l'exercice en cours;
3° l'article du budget;
4° l'exercice d'origine;
5° la nature de la dépense;
6° le numéro de l'engagement;
7° les ayants droit;
8° la somme à payer.
Le cas échéant, le mandat peut également indiquer le mode de paiement.
Les mandats à payer en espèces ou par assignation postale à des organismes non dotés de la personnalité juridique font mention du nom, du prénom et de la qualité de deux personnes chargées de l'encaissement des fonds.
Les mandats collectifs sont en outre appuyés d'un état mentionnant le détail des dépenses.
§ 2. Toutes les pièces justificatives sont jointes au mandat de paiement et y restent attachées.
Les pièces justificatives relatives à plusieurs mandats successifs sont jointes au premier d'entre eux.
§ 3. Les modifications apportées aux écritures figurant sur les mandants de paiement doivent être signées par les personnes visées à l'article 250 de la nouvelle loi communale.
1° la date de leur émission;
2° l'exercice en cours;
3° l'article du budget;
4° l'exercice d'origine;
5° la nature de la dépense;
6° le numéro de l'engagement;
7° les ayants droit;
8° la somme à payer.
Le cas échéant, le mandat peut également indiquer le mode de paiement.
Les mandats à payer en espèces ou par assignation postale à des organismes non dotés de la personnalité juridique font mention du nom, du prénom et de la qualité de deux personnes chargées de l'encaissement des fonds.
Les mandats collectifs sont en outre appuyés d'un état mentionnant le détail des dépenses.
§ 2. Toutes les pièces justificatives sont jointes au mandat de paiement et y restent attachées.
Les pièces justificatives relatives à plusieurs mandats successifs sont jointes au premier d'entre eux.
§ 3. Les modifications apportées aux écritures figurant sur les mandants de paiement doivent être signées par les personnes visées à l'article 250 de la nouvelle loi communale.
Art. 65. (Vlaams Gewest)
(opgeheven)
(opgeheven)
Art. 65. (Région flamande)
(abrogé)
(abrogé)
Art. 66. (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) Er behoeft geen bevelschrift tot betaling te worden opgemaakt :
- bij betaling van een ontvangst, gedaan ten voordele van een derde;
- bij terugbetaling aan een derde van een bedrag dat hij ten onrechte heeft betaald;
- wanneer voor de uitgave een amtshalve opneming of een afneming bedoeld in artikel 71 wordt gedaan.
- bij betaling van een ontvangst, gedaan ten voordele van een derde;
- bij terugbetaling aan een derde van een bedrag dat hij ten onrechte heeft betaald;
- wanneer voor de uitgave een amtshalve opneming of een afneming bedoeld in artikel 71 wordt gedaan.
Art. 66. (NOTE : voir plus loin forme(s) non fédérale(s) de cet article.) Il n'y a pas lieu d'établir un mandat de paiement :
- lors du paiement d'une recette effectuée pour le compte d'un tiers;
- lors du remboursement à un tiers d'une somme qu'il a payée erronément;
- lorsque la dépense fait l'objet d'un prélèvement d'office ou d'un prélèvement visé à l'article 71.
- lors du paiement d'une recette effectuée pour le compte d'un tiers;
- lors du remboursement à un tiers d'une somme qu'il a payée erronément;
- lorsque la dépense fait l'objet d'un prélèvement d'office ou d'un prélèvement visé à l'article 71.
Art. 66. (Vlaams Gewest)
(opgeheven)
(opgeheven)
Art. 66. (Région flamande)
(abrogé)
(abrogé)
Art. 67. De gemeenteontvanger registreert in de boekhouding de betalingen in uitvoering.
Art. 67. Le receveur communal porte dans la comptabilité les paiements en cours d'exécution.
Afdeling 4. - De betaling van de uitgaven.
Section 4. - Du paiement des dépenses.
Art. 68. (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) De gemeenteontvanger stuurt elk niet regelmatig bevelschrift aan het college van burgemeester en schepenen terug, met vermelding van de redenen waarop de weigering tot betalen steunt.
Art. 68. (NOTE : voir plus loin forme(s) non fédérale(s) de cet article.) Le receveur communal renvoie au collège des bourgmestre et échevins tout mandat non régulier, en faisant connaître les motifs pour lesquels il refuse le paiement.
Art. 68. (Vlaams Gewest)
(opgeheven)
(opgeheven)
Art. 68. (Région flamande)
(abrogé)
(abrogé)
Art. 69. § 1. Het nummer van de financiële rekening van de schuldeisers van de gemeente moet vermeld worden op de contracten, facturen, schuldvorderingen en andere documenten betreffende de voor leveringen, werken of om het even welke prestaties, uit te keren bedragen.
§ 2. Iedere schuldeiser kan vragen dat het bedrag van zijn schuldvordering gestort wordt op een financiële rekening waarvan hij geen titularis is. Deze aanvraag kan door een brief geschieden of door de vermelding op de factuur of de schuldvordering van de te crediteren rekening gevolgd door de naam van de titularis. Deze gegevens worden op het betalingsbevel overgenomen.
Bestaat er twijfel omtrent de authenticiteit van de handtekening op de documenten waardoor de schuldeiser vraagt het hem verschuldigde bedrag op een rekening te storten waarvan hij geen titularis is, dan kan de wettiging van die handtekening worden gevergd.
§ 2. Iedere schuldeiser kan vragen dat het bedrag van zijn schuldvordering gestort wordt op een financiële rekening waarvan hij geen titularis is. Deze aanvraag kan door een brief geschieden of door de vermelding op de factuur of de schuldvordering van de te crediteren rekening gevolgd door de naam van de titularis. Deze gegevens worden op het betalingsbevel overgenomen.
Bestaat er twijfel omtrent de authenticiteit van de handtekening op de documenten waardoor de schuldeiser vraagt het hem verschuldigde bedrag op een rekening te storten waarvan hij geen titularis is, dan kan de wettiging van die handtekening worden gevergd.
Art. 69. § 1er. Le numéro du compte financier des créanciers de la commune doit être indiqué sur les contrats, factures, déclarations de créance et autres pièces relatives à la liquidation des sommes dues pour livraisons, fournitures, travaux ou prestations quelconques.
§ 2. Tout créancier peut demander que le montant de sa créance soit versé à un compte financier dont il n'est pas le titulaire. Cette demande peut être faite soit par correspondance, soit par la mention sur la facture ou sur la déclaration de créance du numéro du compte à créditer, suivi du nom du titulaire de ce compte. Ces indications sont reproduites sur le mandat de paiement.
En cas de doute sur l'authenticité de la signature des pièces par lesquelles le créancier demande de verser le montant de sa créance à un compte dont il n'est pas le titulaire, la législation de cette signature peut être exigée.
§ 2. Tout créancier peut demander que le montant de sa créance soit versé à un compte financier dont il n'est pas le titulaire. Cette demande peut être faite soit par correspondance, soit par la mention sur la facture ou sur la déclaration de créance du numéro du compte à créditer, suivi du nom du titulaire de ce compte. Ces indications sont reproduites sur le mandat de paiement.
En cas de doute sur l'authenticité de la signature des pièces par lesquelles le créancier demande de verser le montant de sa créance à un compte dont il n'est pas le titulaire, la législation de cette signature peut être exigée.
Art. 70. § 1. De bevelschriften betreffende de betaling van interest of de aflossing van leningsbewijzen aan toonder worden, bij elke vervaldag, opgesteld ten voordele van de financiële instelling die met deze opdracht belast is.
Het bedrag ervan wordt gestort op een door deze instelling, op naam van de gemeente geopende rekening. Aan de gemeente wordt periodiek verantwoording over de op die rekening verrichte betalingen gedaan.
In geval van verjaring worden de onbenutte geldsommen aan de gemeente terugbetaald.
§ 2. Indien de gemeente zelf die dienst verzekert, worden de sommen die moeten dienen voor de betaling van intrest en de aflossing van leningsbewijzen aan toonder, op elke vervaldag bij een bevelschrift tot betaling overgebracht naar het fonds tot delging van de schuld.
Het fonds wordt gedebiteerd met het bedrag van de betaalde coupons en van de afgeloste effecten op het ogenblik van de betaling ervan.
Het bedrag ervan wordt gestort op een door deze instelling, op naam van de gemeente geopende rekening. Aan de gemeente wordt periodiek verantwoording over de op die rekening verrichte betalingen gedaan.
In geval van verjaring worden de onbenutte geldsommen aan de gemeente terugbetaald.
§ 2. Indien de gemeente zelf die dienst verzekert, worden de sommen die moeten dienen voor de betaling van intrest en de aflossing van leningsbewijzen aan toonder, op elke vervaldag bij een bevelschrift tot betaling overgebracht naar het fonds tot delging van de schuld.
Het fonds wordt gedebiteerd met het bedrag van de betaalde coupons en van de afgeloste effecten op het ogenblik van de betaling ervan.
Art. 70. § 1. Les mandats relatifs à la liquidation des intérêts ou au remboursement de titres d'emprunts au porteur sont, à chaque échéance, établis au nom de l'institution financière chargée de ce service.
Leur montant est versé au compte courant ouvert au nom de la commune par cette institution. La commune reçoit périodiquement la justification des paiements à charge de ce compte.
En cas de prescription, les sommes restées sans emploi sont remboursées à la commune.
§ 2. Si la commune effectue elle-même ce service, les sommes à affecter à la liquidation des intérêts et au remboursement des titres d'emprunts au porteur sont transférées à chaque échéance au fonds de remboursement de la dette, par mandat de paiement.
Le fonds est débité du montant des coupons payés et des titres remboursés lors de leur paiement.
Leur montant est versé au compte courant ouvert au nom de la commune par cette institution. La commune reçoit périodiquement la justification des paiements à charge de ce compte.
En cas de prescription, les sommes restées sans emploi sont remboursées à la commune.
§ 2. Si la commune effectue elle-même ce service, les sommes à affecter à la liquidation des intérêts et au remboursement des titres d'emprunts au porteur sont transférées à chaque échéance au fonds de remboursement de la dette, par mandat de paiement.
Le fonds est débité du montant des coupons payés et des titres remboursés lors de leur paiement.
Art. 71. (Federaal) De kosten voor het beheer van de financiële rekeningen worden rechtstreeks van de rekening van de gemeente afgenomen.
Art. 71. (Fédéral) Les frais inhérents à la gestion des comptes financiers sont prélevés directement sur le compte de la commune.
Art. 71. (Vlaams Gewest)
[1 § 1. De personen, vermeld in artikel 163, § 3, van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, zijn de kredietinstellingen en de financiële instellingen die erkend zijn overeenkomstig de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen.
De opeisbare schulden die aangegaan zijn door de gemeente bij die personen kunnen in mindering gebracht worden op de rekeningen van de gemeente.
§ 2. De opeisbare schulden voortkomende uit verbintenissen uit leasingovereenkomsten zijn opeisbare schulden als vermeld in artikel 163, § 3, van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005.
De opeisbare schulden die aldus aangegaan zijn door de gemeente kunnen, als dat zo overeengekomen werd tussen het bestuur en de leasinggever, in mindering gebracht worden op de rekeningen van de gemeente.
§ 3. De aan de Vlaamse overheid verschuldigde bijdrage door de gemeente voor het salaris, de kantoor-, de vormings- en de reiskosten van de gewestelijk ontvanger en de aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten verschuldigde sommen zijn opeisbare schulden, vermeld in artikel 163, § 3, van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005.]1
[1 § 1. De personen, vermeld in artikel 163, § 3, van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, zijn de kredietinstellingen en de financiële instellingen die erkend zijn overeenkomstig de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen.
De opeisbare schulden die aangegaan zijn door de gemeente bij die personen kunnen in mindering gebracht worden op de rekeningen van de gemeente.
§ 2. De opeisbare schulden voortkomende uit verbintenissen uit leasingovereenkomsten zijn opeisbare schulden als vermeld in artikel 163, § 3, van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005.
De opeisbare schulden die aldus aangegaan zijn door de gemeente kunnen, als dat zo overeengekomen werd tussen het bestuur en de leasinggever, in mindering gebracht worden op de rekeningen van de gemeente.
§ 3. De aan de Vlaamse overheid verschuldigde bijdrage door de gemeente voor het salaris, de kantoor-, de vormings- en de reiskosten van de gewestelijk ontvanger en de aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten verschuldigde sommen zijn opeisbare schulden, vermeld in artikel 163, § 3, van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005.]1
Modifications
Art. 71. (Région flamande)
[1 § 1er. Les personnes visées à l'article 163, § 3, du Décret communal du 15 juillet 2005, sont les établissements de crédit et les établissements financiers qui sont agréés conformément à la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit.
Les dettes exigibles contractées par la commune auprès de ces personnes, peuvent être déduites des comptes de la commune.
§ 2. Les dettes exigibles provenant d'engagements de conventions de leasing sont des dettes exigibles telles que visées à l'article 163, § 3, du Décret communal du 15 juillet 2005.
Les dettes exigibles ainsi contractées par la commune peuvent, si l'administration et le donneur en leasing l'ont convenu ainsi, être déduites des comptes de la commune.
§ 3. La contribution due par la commune à l'autorité flamande pour le traitement, les frais de bureau, de formation et de parcours du receveur régional, ainsi que les sommes dues à l'Office national de Sécurité sociale des administrations provinciales et locales sont des dettes exigibles, visées à l'article 163, § 3, du Décret communal du 15 juillet 2005.]1
[1 § 1er. Les personnes visées à l'article 163, § 3, du Décret communal du 15 juillet 2005, sont les établissements de crédit et les établissements financiers qui sont agréés conformément à la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit.
Les dettes exigibles contractées par la commune auprès de ces personnes, peuvent être déduites des comptes de la commune.
§ 2. Les dettes exigibles provenant d'engagements de conventions de leasing sont des dettes exigibles telles que visées à l'article 163, § 3, du Décret communal du 15 juillet 2005.
Les dettes exigibles ainsi contractées par la commune peuvent, si l'administration et le donneur en leasing l'ont convenu ainsi, être déduites des comptes de la commune.
§ 3. La contribution due par la commune à l'autorité flamande pour le traitement, les frais de bureau, de formation et de parcours du receveur régional, ainsi que les sommes dues à l'Office national de Sécurité sociale des administrations provinciales et locales sont des dettes exigibles, visées à l'article 163, § 3, du Décret communal du 15 juillet 2005.]1
Modifications
HOOFDSTUK IV. - De jaarrekeningen.
CHAPITRE IV. - Des comptes annuels.
Afdeling 1. - Afsluiting van de rekeningen.
Section 1. - De la clôture des comptes.
Art. 72. Voor de jaarlijkse afsluiting van de rekeningen worden de wedden van het onderwijzend personeel van de gemeente die als tegenwaarde van de gewone toelagen rechtstreeks aan de belanghebbenden worden betaald, gelijktijdig als uitgave en als ontvangst geboekt.
Art. 72. Préalablement à la clôture annuelle des comptes, les traitements des membres du personnel enseignant de la commune payés directement aux intéressés, en contre-valeur des subsides ordinaires accordés, sont comptabilisés simultanément en dépenses et en recettes.
Art. 73. Tussen 1 december van het af te sluiten begrotingsjaar en 15 februari van het volgend jaar, worden de volgende verrichtingen gedaan :
1° de opgave van de beschikbare begrotingskredieten wordt aan de beherende beambten of diensten bezorgd;
2° dezen overhandigen aan de gemeenteontvanger de stukken betreffende de niet afgehandelde aanrekeningen, waarvan de inschrijving in de begrotingsartikelen zo vlug mogelijk moet worden verricht;
3° de gemeenteontvanger stelt daarna de lijst van de lopende vastleggingen op en laat die door de beheerders aanvullen, die er de af te sluiten vastleggingen op vermelden;
4° de aanzuivering van de begrotingsartikelen geschiedt door het optellen van de afgesloten vastleggingen en door elke niet-afgesloten vastlegging apart te vermelden;
5° er wordt een eerste voorlopige opgave met de toestand van de begrotingskredieten, de vastleggingen en de aanrekeningen opgemaakt en toegezonden aan de beheerders die er de nog te verrichten vastleggingen en aanrekeningen op aantekenen;
6° op grond van die voorlopige opgave boekt de gemeenteontvanger definitief en afzonderlijk :
a) de afgesloten vastleggingen;
b) de af te trekken vastleggingen;
c) het totaal van de vastleggingen;
d) de niet-afgesloten vastgelegde kredieten die naar het volgende dienstjaar moeten worden overgedragen;
e) de ongebruikte kredieten;
7° het college van burgemeester en schepenen stelt onverwijld, per vastlegging en per begrotingsartikel de lijst op van de over te dragen kredieten en vastleggingen;
8° de in ten 7° bedoelde overdrachten worden ingeschreven in de begrotingsartikelen van het volgende dienstjaar.
1° de opgave van de beschikbare begrotingskredieten wordt aan de beherende beambten of diensten bezorgd;
2° dezen overhandigen aan de gemeenteontvanger de stukken betreffende de niet afgehandelde aanrekeningen, waarvan de inschrijving in de begrotingsartikelen zo vlug mogelijk moet worden verricht;
3° de gemeenteontvanger stelt daarna de lijst van de lopende vastleggingen op en laat die door de beheerders aanvullen, die er de af te sluiten vastleggingen op vermelden;
4° de aanzuivering van de begrotingsartikelen geschiedt door het optellen van de afgesloten vastleggingen en door elke niet-afgesloten vastlegging apart te vermelden;
5° er wordt een eerste voorlopige opgave met de toestand van de begrotingskredieten, de vastleggingen en de aanrekeningen opgemaakt en toegezonden aan de beheerders die er de nog te verrichten vastleggingen en aanrekeningen op aantekenen;
6° op grond van die voorlopige opgave boekt de gemeenteontvanger definitief en afzonderlijk :
a) de afgesloten vastleggingen;
b) de af te trekken vastleggingen;
c) het totaal van de vastleggingen;
d) de niet-afgesloten vastgelegde kredieten die naar het volgende dienstjaar moeten worden overgedragen;
e) de ongebruikte kredieten;
7° het college van burgemeester en schepenen stelt onverwijld, per vastlegging en per begrotingsartikel de lijst op van de over te dragen kredieten en vastleggingen;
8° de in ten 7° bedoelde overdrachten worden ingeschreven in de begrotingsartikelen van het volgende dienstjaar.
Art. 73. Entre le 1er décembre de l'exercice budgétaire à clôturer et le 15 février de l'année suivante, il est procédé aux opérations suivantes :
1° le relevé des soldes disponibles sur les crédits budgétaires est remis aux agents ou services gestionnaires;
2° ceux-ci remettent au receveur communal les pièces en cours d'imputation dont l'enregistrement aux articles budgétaires doit être effectué le plus rapidement possible;
3° le receveur communal établit ensuite la liste des engagements en cours et la fait compléter par les gestionnaires, qui y mentionnent les engagements à clôturer;
4° l'apurement des articles budgétaires est effectué en totalisant les engagements clôturés et en mettant en évidence chaque engagement non clôturé.
5° un premier relevé provisoire de la situation des crédits budgétaires, engagements et imputations est établi et transmis aux gestionnaires qui y portent les engagements et les imputations restant à effectuer;
6° sur la base de ce relevé provisoire, le receveur communal comptabilise définitivement et de manière distincte :
a) les engagements clôturés;
b) les engagements en réduction;
c) le total des engagements;
d) les crédits engagés, non clôturés et à reporter à l'exercice suivant;
e) les crédits sans emploi;
7° le collège des bourgmestre et échevins arrête aussitôt la liste des crédits et engagements à reporter, par engagement et par article budgétaire;
8° les reports visés au 7° sont inscrits aux articles budgétaires de l'exercice suivant.
1° le relevé des soldes disponibles sur les crédits budgétaires est remis aux agents ou services gestionnaires;
2° ceux-ci remettent au receveur communal les pièces en cours d'imputation dont l'enregistrement aux articles budgétaires doit être effectué le plus rapidement possible;
3° le receveur communal établit ensuite la liste des engagements en cours et la fait compléter par les gestionnaires, qui y mentionnent les engagements à clôturer;
4° l'apurement des articles budgétaires est effectué en totalisant les engagements clôturés et en mettant en évidence chaque engagement non clôturé.
5° un premier relevé provisoire de la situation des crédits budgétaires, engagements et imputations est établi et transmis aux gestionnaires qui y portent les engagements et les imputations restant à effectuer;
6° sur la base de ce relevé provisoire, le receveur communal comptabilise définitivement et de manière distincte :
a) les engagements clôturés;
b) les engagements en réduction;
c) le total des engagements;
d) les crédits engagés, non clôturés et à reporter à l'exercice suivant;
e) les crédits sans emploi;
7° le collège des bourgmestre et échevins arrête aussitôt la liste des crédits et engagements à reporter, par engagement et par article budgétaire;
8° les reports visés au 7° sont inscrits aux articles budgétaires de l'exercice suivant.
Afdeling 2. - De vaststelling van de jaarrekeningen.
Section 2. - De l'établissement des comptes annuels.
Art. 74. Na de afsluiting van de grootboeken en nadat het college van burgemeester en schepenen de lijst van de naar het volgende dienstjaar overgedragen begrotingskredieten en vastleggingen opgesteld heeft, maakt de gemeenteontvanger de begrotingsrekening op.
Art. 74. Après la clôture des grands livres et l'arrêt par le collège des bourgmestre et échevins de la liste des crédits budgétaires et des engagements reportés à l'exercice suivant, le receveur communal dresse le compte budgétaire.
Art. 75. § 1. De begrotingsrekening recapituleert elk begrotingsartikel van het grootboek van de begrotingsverrichtingen en maakt het totaal van de begrotingsartikelen in de volgorde van de functionele en economische indeling van de begroting.
Ze vermeldt :
1° het begrotingsresultaat, dat is het verschil tussen enerzijds de vastgestelde rechten, verminderd met de onverhaalbare posten en de oninvorderbare ontvangsten, en anderzijds de vastleggingen;
2° het boekhoudkundig resultaat, dat is het verschil tussen enerzijds de vastgestelde rechten, verminderd met de onverhaalbare posten en oninvorderbare ontvangsten, en anderzijds de aangerekende uitgaven.
Het boekhoudkundig resultaat vormt het saldo dat naar het volgende dienstjaar moet worden overgedragen. In dat resultaat zijn de gecumuleerde boekhoudkundige resultaten van de voorgaande dienstjaren begrepen.
§ 2. Bij de begrotingsrekening worden gevoegd :
1° de lijst per artikel van de naar het volgende dienstjaar over te dragen begrotingskredieten en vastleggingen;
2° (de lijst per individuele rekening en per dienstjaar van de nog te innen vastgestelde invorderingsrechten, waarbij de dubieuze debiteuren afzonderlijk worden vermeld.) <KB 1994-05-24/33, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
Ze vermeldt :
1° het begrotingsresultaat, dat is het verschil tussen enerzijds de vastgestelde rechten, verminderd met de onverhaalbare posten en de oninvorderbare ontvangsten, en anderzijds de vastleggingen;
2° het boekhoudkundig resultaat, dat is het verschil tussen enerzijds de vastgestelde rechten, verminderd met de onverhaalbare posten en oninvorderbare ontvangsten, en anderzijds de aangerekende uitgaven.
Het boekhoudkundig resultaat vormt het saldo dat naar het volgende dienstjaar moet worden overgedragen. In dat resultaat zijn de gecumuleerde boekhoudkundige resultaten van de voorgaande dienstjaren begrepen.
§ 2. Bij de begrotingsrekening worden gevoegd :
1° de lijst per artikel van de naar het volgende dienstjaar over te dragen begrotingskredieten en vastleggingen;
2° (de lijst per individuele rekening en per dienstjaar van de nog te innen vastgestelde invorderingsrechten, waarbij de dubieuze debiteuren afzonderlijk worden vermeld.) <KB 1994-05-24/33, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8>
Art. 75. § 1. Le compte budgétaire récapitule chaque article budgétaire du grand livre des opérations budgétaires et établit la somme des articles budgétaires selon la classification fonctionnelle et économique.
Il mentionne :
1° le résultat budgétaire, soit la différence entre, d'une part, les droits constatés diminués des non-valeurs et irrécouvrables et, d'autre part, les engagements;
2° les résultats comptable, soit la différence entre, d'une part, les droits constatés diminués des non-valeurs et irrécouvrables et, d'autre part, les imputations de dépenses.
Le résultat comptable constitue le solde à reporter à l'exercice suivant. Ce résultat inclut les résultats comptables cumulés des exercices antérieurs.
§ 2. Au compte budgétaire sont jointes :
1° la liste par article des crédits budgétaires et des engagements à reporter à l'exercice suivant;
2° (la liste par compte particulier et pas exercice des droits constatés à recouvrer et dans laquelle les débiteurs douteux sont mentionnés séparément.) <AR 1994-05-24/33, art. 6, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
Il mentionne :
1° le résultat budgétaire, soit la différence entre, d'une part, les droits constatés diminués des non-valeurs et irrécouvrables et, d'autre part, les engagements;
2° les résultats comptable, soit la différence entre, d'une part, les droits constatés diminués des non-valeurs et irrécouvrables et, d'autre part, les imputations de dépenses.
Le résultat comptable constitue le solde à reporter à l'exercice suivant. Ce résultat inclut les résultats comptables cumulés des exercices antérieurs.
§ 2. Au compte budgétaire sont jointes :
1° la liste par article des crédits budgétaires et des engagements à reporter à l'exercice suivant;
2° (la liste par compte particulier et pas exercice des droits constatés à recouvrer et dans laquelle les débiteurs douteux sont mentionnés séparément.) <AR 1994-05-24/33, art. 6, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>
Art. 76. Het opmaken van de balans wordt voorafgegaan door de herwaardering bedoeld in artikel 21, § 1, de afschrijvingen bedoeld in artikel 22 en het opmaken van de inventaris op 31 december.
Art. 76. Avant l'établissement du bilan, il est procédé à la réévaluation visée à l'article 21, § 1er, aux amortissements visés à l'article 22 et à l'établissement de l'inventaire, arrêté au 31 décembre.
Art. 77. De resultatenrekening en de balans worden opgemaakt op basis van de saldi van de definitieve balans van de algemene rekeningen.
Art. 77. Le compte de résultats et le bilan sont établis sur la base des soldes de la balance définitive des comptes généraux
Art. 78. De door de gemeenteontvanger ondertekende jaarrekeningen, worden samen met de rekeningen van de agenten bedoeld in artikel 138 van de nieuwe gemeentewet, vóór 1 maart van het volgende dienstjaar aan het college van burgemeester en schepenen toegezonden.
Na verificatie bevestigt het college dat alle handelingen waarvoor het bevoegd is, correct zijn opgenomen in de rekeningen.
Na verificatie bevestigt het college dat alle handelingen waarvoor het bevoegd is, correct zijn opgenomen in de rekeningen.
Art. 78. Les comptes annuels, signés par le receveur communal, auxquels sont annexés les comptes des agents visés à l'article 138 de la nouvelle loi communale, sont transmis au collège des bourgmestre et échevins avant le 1er mars de l'exercice suivant.
Après vérification, le collège certifie que tous les actes relevant de sa compétence ont été correctement portés aux comptes.
Après vérification, le collège certifie que tous les actes relevant de sa compétence ont été correctement portés aux comptes.
Art. 79. De definitief vastgestelde rekeningen worden voor kennisgeving aan de gemeenteontvanger bezorgd.
De schrifturen van de boeken worden in voorkomend geval aangepast aan de vastgestelde rekeningen.
De stukken betreffende de aangenomen uitgaven worden geperforeerd of voorzien van een onuitwisbaar merkteken door de overheid belast met de definitieve vaststelling.
De schrifturen van de boeken worden in voorkomend geval aangepast aan de vastgestelde rekeningen.
De stukken betreffende de aangenomen uitgaven worden geperforeerd of voorzien van een onuitwisbaar merkteken door de overheid belast met de definitieve vaststelling.
Art. 79. Les comptes définitivement arrêtés sont notifiés au receveur communal.
Les écritures des livres sont, s'il y a lieu, rectifiées conformément aux comptes arrêtés.
Les pièces des dépenses admises en compte sont perforées ou revêtues d'une marque indélébile par l'autorité chargée de l'arrêt définitif.
Les écritures des livres sont, s'il y a lieu, rectifiées conformément aux comptes arrêtés.
Les pièces des dépenses admises en compte sont perforées ou revêtues d'une marque indélébile par l'autorité chargée de l'arrêt définitif.
TITEL V. - De gemeenteontvanger en de eindrekening.
TITRE V. - Du receveur communal et du compte de fin de gestion.
HOOFDSTUK I. - De gemeenteontvanger en de bijzondere ontvangers.
CHAPITRE I. - Du receveur communal et des agents spéciaux de perception.
Art. 80. De gemeenteontvanger overhandigt aan het einde van elke maand aan het college van burgemeester en schepenen het in artikel 39, paragraaf 6, tweede lid, bedoelde stuk waaruit de overeenstemming tussen de boekingen blijkt.
Art. 80. Le receveur communal transmet au collège des bourgmestre et échevins, à la fin de chaque mois, le document établissant la concordance des écritures, visé à l'article 39, § 6, alinéa 2.
Art. 81. (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) Het nazicht van de kasmiddelen geschiedt zonder voorafgaande waarschuwing.
De met het nazicht belaste overheid kan toegang eisen tot de kantoren van de gemeenteontvanger, zelfs wanneer ze in diens privéwoning ingericht zijn. Ze kan zich zonder afbruek te doen aan haar verantwoordelijkheid laten vergezellen door een deskundige en door iemand die de verrichtingen in verband met het nazicht moet bijhouden.
Bij dat nazicht moet de gemeenteontvanger alle boeken, bescheiden en waarden overleggen en alle inlichtingen verstrekken omtrent zijn beheer en het vermogen van de gemeente.
De met het nazicht belaste overheid kan toegang eisen tot de kantoren van de gemeenteontvanger, zelfs wanneer ze in diens privéwoning ingericht zijn. Ze kan zich zonder afbruek te doen aan haar verantwoordelijkheid laten vergezellen door een deskundige en door iemand die de verrichtingen in verband met het nazicht moet bijhouden.
Bij dat nazicht moet de gemeenteontvanger alle boeken, bescheiden en waarden overleggen en alle inlichtingen verstrekken omtrent zijn beheer en het vermogen van de gemeente.
Art. 81. (NOTE : voir plus loin forme(s) non fédérale(s) de cet article.) La vérification de l'encaisse a lieu sans avertissement préalable.
L'autorité chargée de la vérification peut exiger l'accès aux bureaux du receveur communal, même s'ils sont établis à son domicile privé. Elle peut se faire accompagner, sans dégager aucunement sa responsabilité, d'un technicien et d'une personne chargée de tenir les écritures de la vérification.
Lors de cette vérification, le receveur communal est tenu de présenter tous livres, pièces, valeurs, et de fournir tous renseignements sur sa gestion et sur l'avoir de la commune.
L'autorité chargée de la vérification peut exiger l'accès aux bureaux du receveur communal, même s'ils sont établis à son domicile privé. Elle peut se faire accompagner, sans dégager aucunement sa responsabilité, d'un technicien et d'une personne chargée de tenir les écritures de la vérification.
Lors de cette vérification, le receveur communal est tenu de présenter tous livres, pièces, valeurs, et de fournir tous renseignements sur sa gestion et sur l'avoir de la commune.
Art. 81. (Vlaams Gewest)
(opgeheven)
(opgeheven)
Art. 81. (Région flamande)
(abrogé)
(abrogé)
Art. 82. (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) Ten einde de juistheid van de rekeningen te behouden in geval van tekort, diefstal of verlies, zal een vordering ten belope van hetzelfde bedrag worden geboekt in de algemene boekhouding.
Zodra de definitieve beslissing hieromtrent genotificeerd is, zal de gemeenteontvanger in voorkomend geval het bedrag waarvoor hij ontlasting bekwam, in uitgave brengen.
Zodra de definitieve beslissing hieromtrent genotificeerd is, zal de gemeenteontvanger in voorkomend geval het bedrag waarvoor hij ontlasting bekwam, in uitgave brengen.
Art. 82. (NOTE : voir plus loin forme(s) non fédérale(s) de cet article.) En vue d'assurer l'exactitude des comptes en cas de déficit, de vol ou de perte, une créance d'un même montant est ouverte en comptabilité générale.
Dès notification de la décision définitive prise à ce sujet, le receveur communal porte, le cas échéant, en dépense le montant pour lequel il a obtenu décharge.
Dès notification de la décision définitive prise à ce sujet, le receveur communal porte, le cas échéant, en dépense le montant pour lequel il a obtenu décharge.
Art. 82. (Vlaams Gewest)
(opgeheven)
(opgeheven)
Art. 82. (Région flamande)
(abrogé)
(abrogé)
Art. 83. De gemeenteontvanger is verantwoordelijk voor de hem toevertrouwde akten, titels en documenten.
Hij moet :
1° het college van burgemeester en schepenen ten minste zes maanden van tevoren in kennis stellen van het aflopen van de contracten;
2° verhinderen dat de rechten van de gemeente verjaren en waken over het behouden van de domeinen, voorrechten en hypotheken;
3° de inschrijving op het kantoor der hypotheken vorderen voor alle daarvoor in aanmerking komende titels;
4° het college van burgemeester en schepenen verwittigen van diefstal of verlies van de akten, titels en bescheiden die hem toevertrouwd zijn.
De gemeenteontvanger mag zich niet van de de hem toevertrouwde boeken en bescheiden ontdoen noch er, zonder toestemming van het college van burgemeester en schepenen afschrift of uittreksel van geven, behoudens wat de belastingkohieren betreft.
Hij moet :
1° het college van burgemeester en schepenen ten minste zes maanden van tevoren in kennis stellen van het aflopen van de contracten;
2° verhinderen dat de rechten van de gemeente verjaren en waken over het behouden van de domeinen, voorrechten en hypotheken;
3° de inschrijving op het kantoor der hypotheken vorderen voor alle daarvoor in aanmerking komende titels;
4° het college van burgemeester en schepenen verwittigen van diefstal of verlies van de akten, titels en bescheiden die hem toevertrouwd zijn.
De gemeenteontvanger mag zich niet van de de hem toevertrouwde boeken en bescheiden ontdoen noch er, zonder toestemming van het college van burgemeester en schepenen afschrift of uittreksel van geven, behoudens wat de belastingkohieren betreft.
Art. 83. Le receveur communal est responsable des actes, titres et documents qui lui sont confiés.
Il est tenu :
1° d'avertir le collège des bourgmestre et échevins de l'expiration des contrats, au moins six mois à l'avance;
2° d'empêcher la prescription des droits de la commune, et de veiller à la conservation des domaines, privilèges et hypothèques;
3° de requérir l'inscription au bureau des hypothèques de tous titres qui en sont susceptibles;
4° d'avertir le collège des bourgmestre et échevins du vol ou de la perte des actes, titres et documents qui lui sont confiés.
Le receveur communal ne peut se dessaisir des livres et documents qui lui sont confiés, ni en délivrer des copies ou extraits, excepté des rôles d'imposition, sans y être autorisé par le collège des bourgmestre et échevins.
Il est tenu :
1° d'avertir le collège des bourgmestre et échevins de l'expiration des contrats, au moins six mois à l'avance;
2° d'empêcher la prescription des droits de la commune, et de veiller à la conservation des domaines, privilèges et hypothèques;
3° de requérir l'inscription au bureau des hypothèques de tous titres qui en sont susceptibles;
4° d'avertir le collège des bourgmestre et échevins du vol ou de la perte des actes, titres et documents qui lui sont confiés.
Le receveur communal ne peut se dessaisir des livres et documents qui lui sont confiés, ni en délivrer des copies ou extraits, excepté des rôles d'imposition, sans y être autorisé par le collège des bourgmestre et échevins.
Art. 84. (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) De overeenkomstig artikel 138 van de nieuwe gemeentewet aangestelde bijzondere ontvangers zijn mutatis mutandis onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 80 tot 83 en 85 tot 88.
Art. 84. (NOTE : voir plus loin forme(s) non fédérale(s) de cet article.) Les agents spéciaux de perception institués conformément à l'article 138 de la nouvelle loi communale sont, mutatis mutandis, soumis aux dispositions des articles 80 à 83 et 85 à 88.
Art. 84. (Vlaams Gewest)
(opgeheven)
(opgeheven)
Art. 84. (Région flamande)
(abrogé)
(abrogé)
HOOFDSTUK II. - De eindrekening.
CHAPITRE II. - Du compte de fin de gestion.
Art. 85. § 1. De ontslagnemende gemeenteontvanger blijft zijn dienst waarnemen tot aan de ambtsaanvaarding van zijn opvolger.
Op dat ogenblik maakt hij, in drievoud, een inventaris op van de registers, de documenten, de boeken, het meubilair, het materieel en andere voorwerpen die ter beschikking van de gemeenteontvanger zijn gesteld. Het derde exemplaar berust in het archief van de gemeente of in dat van het provinciaal gouvernement wanneeer het een gewestelijk ontvanger betreft.
§ 2. Bij overlijden, afzetting of schorsing van de plaatselijke ontvanger, of wanneer hij zich in de onmogelijkheid bevindt om de eindrekening op te maken, worden alle vereiste bewarende maatregelen getroffen en wordt de voormelde inventaris, opgemaakt door bemiddeling van het college van burgemeester en schepenen.
Zodra de vervanger aangewezen is wordt hem die inventaris ter hand gesteld.
Op dat ogenblik maakt hij, in drievoud, een inventaris op van de registers, de documenten, de boeken, het meubilair, het materieel en andere voorwerpen die ter beschikking van de gemeenteontvanger zijn gesteld. Het derde exemplaar berust in het archief van de gemeente of in dat van het provinciaal gouvernement wanneeer het een gewestelijk ontvanger betreft.
§ 2. Bij overlijden, afzetting of schorsing van de plaatselijke ontvanger, of wanneer hij zich in de onmogelijkheid bevindt om de eindrekening op te maken, worden alle vereiste bewarende maatregelen getroffen en wordt de voormelde inventaris, opgemaakt door bemiddeling van het college van burgemeester en schepenen.
Zodra de vervanger aangewezen is wordt hem die inventaris ter hand gesteld.
Art. 85. § 1. Le receveur communal démissionnaire ne cesse ses fonctions que lors de l'installation de son successeur.
Il dresse à ce moment un inventaire en triple expédition des documents, livres, mobilier, matériel et objets remis au nouveau receveur communal. Cet inventaire est signé par les deux receveurs qui en gardent chacun une expédition. La troisième expédition est déposée aux archives de la commune ou du gouvernement provincial, lorsqu'il s'agit d'un receveur régional.
§ En cas de décès, révocation, suspension du receveur local, ou s'il se trouve dans l'impossibilité de dresser le compte de fin de gestion, toutes les mesures conservatoires requises sont prises et l'inventaire est dressé à l'intervention du collège des bourgmestre et échevins.
Dès que le remplaçant est désigné, cet inventaire lui est remis.
Il dresse à ce moment un inventaire en triple expédition des documents, livres, mobilier, matériel et objets remis au nouveau receveur communal. Cet inventaire est signé par les deux receveurs qui en gardent chacun une expédition. La troisième expédition est déposée aux archives de la commune ou du gouvernement provincial, lorsqu'il s'agit d'un receveur régional.
§ En cas de décès, révocation, suspension du receveur local, ou s'il se trouve dans l'impossibilité de dresser le compte de fin de gestion, toutes les mesures conservatoires requises sont prises et l'inventaire est dressé à l'intervention du collège des bourgmestre et échevins.
Dès que le remplaçant est désigné, cet inventaire lui est remis.
Art. 86. § 1. Na de inventaris wordt de eindrekening opgemaakt, ondertekend en gewaarmerkt door de uittredende gemeenteontvanger, en onder voorbehoud aanvaard door de nieuwe gemeenteontvanger.
§ 2. Wanneer de uittredende plaatselijke ontvanger de einderekening te laat afgeeft of weigert af te geven aan de opvolger, maant het college van burgemeester en schepenen hem aan zijn verplichtingen na te komen.
De aanmaning geschiedt bij gerechtsdeurwaardersexploot dat de uitvoeringstermijn vaststelt.
Is de aanmaning bij het verstrijken van die termijn zonder gevolg gebleven, dan maakt het college van burgemeester en schepenen de eindrekening op volgens de gegevens die in zijn bezit zijn.
De aanmanings- en expertisekosten zijn in de eindrekening ten laste van de uittredende ontvanger aangerekend.
Een exemplaar van de rekening wordt de uittredende gemeenteontvanger ter hand gesteld met verzoek zijn opmerkingen te formuleren binnen dertig dagen.
§ 3. Bij overlijden of afzetting van de plaatselijke ontvanger, of wanneer de uittredende plaatselijke ontvanger zich in de onmogelijkheid bevindt om de eindrekening op te maken, maakt het college van burgemeester en schepenen die rekening op.
Een exemplaar van de rekening wordt de uittredende ontvanger of aan zijn rechtverkrijgende ter hand gesteld, met verzoek hun opmerkingen te formuleren binnen dertig dagen.
§ 4. De eindrekening wordt, in voorkomend geval samen met de opmerkingen van de uittredende plaatselijke ontvanger of zijn rechtverkrijgenden, voorgelegd aan de gemeenteraad, die ze voorlopig afsluit.
§ 2. Wanneer de uittredende plaatselijke ontvanger de einderekening te laat afgeeft of weigert af te geven aan de opvolger, maant het college van burgemeester en schepenen hem aan zijn verplichtingen na te komen.
De aanmaning geschiedt bij gerechtsdeurwaardersexploot dat de uitvoeringstermijn vaststelt.
Is de aanmaning bij het verstrijken van die termijn zonder gevolg gebleven, dan maakt het college van burgemeester en schepenen de eindrekening op volgens de gegevens die in zijn bezit zijn.
De aanmanings- en expertisekosten zijn in de eindrekening ten laste van de uittredende ontvanger aangerekend.
Een exemplaar van de rekening wordt de uittredende gemeenteontvanger ter hand gesteld met verzoek zijn opmerkingen te formuleren binnen dertig dagen.
§ 3. Bij overlijden of afzetting van de plaatselijke ontvanger, of wanneer de uittredende plaatselijke ontvanger zich in de onmogelijkheid bevindt om de eindrekening op te maken, maakt het college van burgemeester en schepenen die rekening op.
Een exemplaar van de rekening wordt de uittredende ontvanger of aan zijn rechtverkrijgende ter hand gesteld, met verzoek hun opmerkingen te formuleren binnen dertig dagen.
§ 4. De eindrekening wordt, in voorkomend geval samen met de opmerkingen van de uittredende plaatselijke ontvanger of zijn rechtverkrijgenden, voorgelegd aan de gemeenteraad, die ze voorlopig afsluit.
Art. 86. § 1. Après l'inventaire, le compte de fin de gestion est dressé, signé et certifié exact par le receveur communal sortant, et accepté sous réserve par le receveur communal entrant.
§ 2. En cas de retard ou de refus du receveur local sortant de remettre au successeur le compte de fin de gestion, le collège des bourgmestre et échevins le met en demeure de satisfaire à ses obligations.
Cette mise en demeure est faite par exploit d'huissier de justice qui fixe le délai d'exécution.
Si, à l'expiration de ce délai, la sommation est restée sans suite, le collège des bourgmestre et échevins dresse le compte de fin de gestion d'après les éléments en sa possession.
Les frais de sommation et d'expert sont imputés au compte de fin de gestion à charge du receveur sortant.
Un exemplaire du compte est transmis au receveur sortant, avec invitation à formuler ses observations dans les trente jours.
§ 3. En cas de décès ou de révocation du receveur local, ou si le receveur local sortant se trouve dans l'impossibilité de dresser le compte de fin de gestion, le collège des bourgmestre et échevins le dresse.
Un exemplaire du compte est transmis au receveur sortant ou à ses ayants cause, avec invitation à formuler leurs observations dans les trente jours.
§ 4. Le compte de fin de gestion, accompagné, s'il échet, des observations du receveur local sortant ou de ses ayants cause, est soumis au conseil communal, qui l'arrête.
§ 2. En cas de retard ou de refus du receveur local sortant de remettre au successeur le compte de fin de gestion, le collège des bourgmestre et échevins le met en demeure de satisfaire à ses obligations.
Cette mise en demeure est faite par exploit d'huissier de justice qui fixe le délai d'exécution.
Si, à l'expiration de ce délai, la sommation est restée sans suite, le collège des bourgmestre et échevins dresse le compte de fin de gestion d'après les éléments en sa possession.
Les frais de sommation et d'expert sont imputés au compte de fin de gestion à charge du receveur sortant.
Un exemplaire du compte est transmis au receveur sortant, avec invitation à formuler ses observations dans les trente jours.
§ 3. En cas de décès ou de révocation du receveur local, ou si le receveur local sortant se trouve dans l'impossibilité de dresser le compte de fin de gestion, le collège des bourgmestre et échevins le dresse.
Un exemplaire du compte est transmis au receveur sortant ou à ses ayants cause, avec invitation à formuler leurs observations dans les trente jours.
§ 4. Le compte de fin de gestion, accompagné, s'il échet, des observations du receveur local sortant ou de ses ayants cause, est soumis au conseil communal, qui l'arrête.
Art. 87. De artikelen 85, § 2 en 86, §§ 2 tot 4, zijn van toepassing op de gewestelijke ontvanger, onder voorbehoud dat de bevoedheden door deze bepalingen toevertrouwd aan het college van burgemeester en schepenen of aan de gemeenteraad worden uitgeoefend door de provinciegouverneur.
Art. 87. Les articles 85, § 2, et 86, §§ 2 à 4, sont applicables au receveur régional, sous la réserve que les attributions confiées par ces dispositions au collège des bourgmestre et échevins ou au conseil communal sont exercées par le gouverneur de la province.
Art. 88. De eindrekening omvat :
1° de uitkomst van de laatst definitief vastgestelde jaarrekeningen;
2° de daaropvolgende niet definitief vastgestelde jaarrekeningen;
3° de verrichtingen die nog niet in de jaarrekening zijn opgenomen.
Ze vermeldt dat de fondsen, waarden, effecten en boekhoudingsstukken overhandigd werden aan de aantredende gemeenteontvanger en dat hij de verbintenis aangaat in de volgende jaarrekeningen de verrichtingen, aangehaald in alinea 1, 3°, te verantwoorden, onder voorbehoud van alle rechten in geval van vergissing, verzuim, valsheid in geschriften of onnodige herhalingen.
Indien een kastekort wordt vastgesteld wordt een vordering ten belope van het bedrag van het tekort geboekt in de algemene boekhouding ten laste van de uittredende gemeenteontvanger.
Een afschrift van de eindrekening wordt, na de vaststelling ervan, overhandigd aan :
1° de uittredende gemeenteontvanger of aan zijn rechtverkrijgenden;
2° de nieuwe gemeenteontvanger;
3° het college van burgemeester en schepenen.
1° de uitkomst van de laatst definitief vastgestelde jaarrekeningen;
2° de daaropvolgende niet definitief vastgestelde jaarrekeningen;
3° de verrichtingen die nog niet in de jaarrekening zijn opgenomen.
Ze vermeldt dat de fondsen, waarden, effecten en boekhoudingsstukken overhandigd werden aan de aantredende gemeenteontvanger en dat hij de verbintenis aangaat in de volgende jaarrekeningen de verrichtingen, aangehaald in alinea 1, 3°, te verantwoorden, onder voorbehoud van alle rechten in geval van vergissing, verzuim, valsheid in geschriften of onnodige herhalingen.
Indien een kastekort wordt vastgesteld wordt een vordering ten belope van het bedrag van het tekort geboekt in de algemene boekhouding ten laste van de uittredende gemeenteontvanger.
Een afschrift van de eindrekening wordt, na de vaststelling ervan, overhandigd aan :
1° de uittredende gemeenteontvanger of aan zijn rechtverkrijgenden;
2° de nieuwe gemeenteontvanger;
3° het college van burgemeester en schepenen.
Art. 88. Le compte de fin de gestion comprend :
1° les résultats des derniers comptes annuels arrêtes définitivement;
2° les comptes annuels des exercices ultérieurs qui ne sont pas arrêtés définitivement;
3° les opérations qui ne sont pas encore portées dans un compte annuel.
Il mentionne que les fonds, valeurs, titres et documents comptables justificatifs ont été remis au receveur communal entrant, et que celui-ci s'engage à rendre compte des opérations visées à l'alinéa 1er, 3°, dans les comptes annuels à présenter ultérieurement, sous réserve de tous droits en cas d'erreur, omission, faux ou double emploi.
En cas de déficit de caisse, une créance du montant du déficit est ouverte en comptabilité générale à charge du receveur communal sortant.
Une expédition du compte de fin de gestion est remise, après qu'il ait été arrêté :
1° au receveur communal sortant ou à ses ayants cause;
2° au receveur communal entrant;
3° au collège des bourgmestre et échevins.
1° les résultats des derniers comptes annuels arrêtes définitivement;
2° les comptes annuels des exercices ultérieurs qui ne sont pas arrêtés définitivement;
3° les opérations qui ne sont pas encore portées dans un compte annuel.
Il mentionne que les fonds, valeurs, titres et documents comptables justificatifs ont été remis au receveur communal entrant, et que celui-ci s'engage à rendre compte des opérations visées à l'alinéa 1er, 3°, dans les comptes annuels à présenter ultérieurement, sous réserve de tous droits en cas d'erreur, omission, faux ou double emploi.
En cas de déficit de caisse, une créance du montant du déficit est ouverte en comptabilité générale à charge du receveur communal sortant.
Une expédition du compte de fin de gestion est remise, après qu'il ait été arrêté :
1° au receveur communal sortant ou à ses ayants cause;
2° au receveur communal entrant;
3° au collège des bourgmestre et échevins.
Art. 89. Zodra de eindrekening definitief werd vastgesteld wordt de boekhouding, zo daar aanleiding toe bestaat, ermede in overeenstemming gebracht.
Art. 89. Dès qu'il a été statué définitivement sur le compte de fin de gestion, les écritures comptables sont modifiées en conséquence, s'il y a lieu.
Art. 90. Het deficit ten bezware der gewestelijke ontvangers wordt door het bij koninklijk besluit van 16 maart 1935 ingestelde waarborgfonds voor het beheer van de gewestelijke gemeenteontvangers, aan de gemeente terugbetaald en door de Administratie van de belasting op de toegevoegde waarde, de registratie en domeinen ten laste van de gewestelijke ontvangers in debet teruggevorderd.
Art. 90. Le déficit mis à charge des receveurs régionaux est remboursé à la commune par le Fonds de garantie institué par l'arrêté royal du 16 mars 1935 relatif au Fonds de garantie de la gestion des receveurs communaux régionaux, et récupère sur les receveurs régionaux en débet par l'Administration de la taxe sur la valeur ajoutée, de l'enregistrement et des domaines.
TITEL VI. - Diverse bepalingen.
TITRE VI. - Dispositions diverses.
Art. 91. De jaarrekeningen en de eindrekeningen kunnen niet meer gewijzigd worden nadat zij defintief vastgesteld zijn.
Bij vergissing, verzuim, valsheid in geschriften of onnodige herhalingen kunnen de gemeenteontvanger of de gemeenteraad evenwel binnen de dertig jaren die volgen op hun definitieve vaststelling, de herziening van deze rekeningen aanvragen bij de overheid die bevoegd is om ze definitief vast te stellen.
De aanvraag bepaalt nauwkeurig de feiten die de herziening rechtvaardigen.
Bij vergissing, verzuim, valsheid in geschriften of onnodige herhalingen kunnen de gemeenteontvanger of de gemeenteraad evenwel binnen de dertig jaren die volgen op hun definitieve vaststelling, de herziening van deze rekeningen aanvragen bij de overheid die bevoegd is om ze definitief vast te stellen.
De aanvraag bepaalt nauwkeurig de feiten die de herziening rechtvaardigen.
Art. 91. Les comptes annuels et les comptes de fin de gestion ne peuvent plus être modifiés lorsque ces comptes ont été arrêtés définitivement.
Toutefois, en cas d'erreur, omission, faux ou double emploi, le receveur communal ou le conseil communal peuvent, au cours des trente ans qui suivent l'arrêt définitif de ces comptes, demander leur révision à l'autorité habilitée à les arrêter définitivement.
La demande précise les faits qui justifient la révision.
Toutefois, en cas d'erreur, omission, faux ou double emploi, le receveur communal ou le conseil communal peuvent, au cours des trente ans qui suivent l'arrêt définitif de ces comptes, demander leur révision à l'autorité habilitée à les arrêter définitivement.
La demande précise les faits qui justifient la révision.
Art. 92. Op de datum van de inwerkingtreding van dit reglement :
1° wordt het kasgeldfonds overgeboekt naar het gewone reservefonds;
2° maakt de gemeente een inventaris en een beginbalans op.
1° wordt het kasgeldfonds overgeboekt naar het gewone reservefonds;
2° maakt de gemeente een inventaris en een beginbalans op.
Art. 92. A la date d'entrée en vigueur du présent règlement :
1° le fonds de roulement est transféré au fonds de réserve ordinaire;
2° la commune dresse un inventaire et un bilan de départ.
1° le fonds de roulement est transféré au fonds de réserve ordinaire;
2° la commune dresse un inventaire et un bilan de départ.
Art. 92bis. <INGEVOEGD bij KB 29-10-1990, art. 1>. Op de datum van inwerkingtreding van dit besluit worden ten aanzien van elke gemeente, wat haar betreft, opgeheven :
1° het besluit van 19 vendémiaire jaar XII " relatif aux poursuites à exercer par les receveurs des communes et ceux des hôpitaux pour la recette et perception de ces établissements ", in zoverre het betrekking heeft op de gemeenteontvangers;
2° het koninklijk besluit van 3 mei 1819 " relatif à la présentation et à l'apurement des comptes des receveurs muncipaux ";
3° het koninklijk besluit van 16 juli 1828 " contenant des dispositions au sujet des poursuites à l'occasion du recouvrement des taxes municipales ";
4° het besluit van de Regent van 10 februari 1945 houdende algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit, gewijzigd bij het besluit van de Regent van 28 februari 1947, bij het koninklijk besluit van 16 november 1953, bij de wet van 5 juli 1963 en bij het koninklijk besluit van 15 december 1987.
1° het besluit van 19 vendémiaire jaar XII " relatif aux poursuites à exercer par les receveurs des communes et ceux des hôpitaux pour la recette et perception de ces établissements ", in zoverre het betrekking heeft op de gemeenteontvangers;
2° het koninklijk besluit van 3 mei 1819 " relatif à la présentation et à l'apurement des comptes des receveurs muncipaux ";
3° het koninklijk besluit van 16 juli 1828 " contenant des dispositions au sujet des poursuites à l'occasion du recouvrement des taxes municipales ";
4° het besluit van de Regent van 10 februari 1945 houdende algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit, gewijzigd bij het besluit van de Regent van 28 februari 1947, bij het koninklijk besluit van 16 november 1953, bij de wet van 5 juli 1963 en bij het koninklijk besluit van 15 december 1987.
Art. 92bis. Sont abrogés, à l'égard de chaque commune, à la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté, en ce qui la concerne :
1° l'arrêté du 19 vendémiaire an XII relatif aux poursuites à exercer par les receveurs des communes et ceux des hôpitaux pour la recette et perception de ces établissements, en tant qu'il est relatif aux receveurs communaux;
2° l'arrêté royal du 3 mai 1819 relatif à la présentation et à l'apurement des comptes des receveurs municipaux;
3° l'arrêté royal du 16 juillet 1828 contenant des dispositions au sujet des poursuites à l'occasion du recouvrement des taxes municipales;
4° l'arrêté du Régent du 10 février 1945 portant règlement général sur la comptabilité communale, modifié par l'arrêté du Régent du 28 février 1947, par l'arrêté royal du 16 novembre 1953, par la loi du 5 juillet 1963 et par l'arrêté royal du 15 décembre 1987.
1° l'arrêté du 19 vendémiaire an XII relatif aux poursuites à exercer par les receveurs des communes et ceux des hôpitaux pour la recette et perception de ces établissements, en tant qu'il est relatif aux receveurs communaux;
2° l'arrêté royal du 3 mai 1819 relatif à la présentation et à l'apurement des comptes des receveurs municipaux;
3° l'arrêté royal du 16 juillet 1828 contenant des dispositions au sujet des poursuites à l'occasion du recouvrement des taxes municipales;
4° l'arrêté du Régent du 10 février 1945 portant règlement général sur la comptabilité communale, modifié par l'arrêté du Régent du 28 février 1947, par l'arrêté royal du 16 novembre 1953, par la loi du 5 juillet 1963 et par l'arrêté royal du 15 décembre 1987.
Art. 93. Dit besluit treedt op 1 januari 1995 in werking, onverminderd de voorschriften van artikel 12, § 2, 1° en 2°, van de wet van 27 mei 1989 houdende wijziging van de nieuwe gemeentewet.
Voor de bij artikel 12, § 3, van dezelfde wet, bedoelde gemeenten echter treedt dit besluit in werking op de in uitvoering van deze bepaling vastgestelde datum.
Voor de bij artikel 12, § 3, van dezelfde wet, bedoelde gemeenten echter treedt dit besluit in werking op de in uitvoering van deze bepaling vastgestelde datum.
Art. 93. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 1995, sans préjudice des dispositions prévues à l'article 12, § 2, 1° et 2°, de la loi du 27 mai 1989 modifiant la nouvelle loi communale.
Toutefois, à l'égard des communes visées à l'article 12, § 3, de la même loi, le présent arrêté entre en vigueur à la date arrêtée en exécution de cette disposition.
Toutefois, à l'égard des communes visées à l'article 12, § 3, de la même loi, le présent arrêté entre en vigueur à la date arrêtée en exécution de cette disposition.
Art. 94. Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 94. Notre Ministre de l'Intérieur est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. <KB 1994-05-24/33, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995. Zie ook KB 1994-05-24/33, art. 8> Afschrijvingsduur van de goederen volgens hun aard.
Art. N. <AR 1994-05-24/33, art. 7, 002; En vigueur : 01-01-1995. Voir aussi AR 1994-05-24/33, art. 8>. Durée des amortissements des biens selon leur nature.