Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
4 MAART 1987. - Besluit van de Executieve houdende vaststelling, voor 1987 en 1988, van de objectieve criteria voor de verdeling van het Bijzonder Fonds voor Maatschappelijk welzijn onder de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van de Duitstalige Gemeenschap.
Titre
4 MARS 1987. - Arrêté de l'Exécutif portant fixation des critères objectifs de répartition du Fonds spécial d'Aide sociale entre les centres publics d'aide sociale de la Communauté germanophone pour les années 1987 et 1988.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. Dit besluit regelt voor 1987 en 1988 de verdeling van het gedeelte van het Bijzonder Fonds voor Maatschappelijk Welzijn van het Waalse Gewest, dat aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van de Duitstalige Gemeenschap toekomt.
Article 1. Le présent arrêté règle, pour les année 1987 et 1988, la répartition de la part du Fonds spécial d'Aide sociale de la Région wallonne revenant aux centres publics d'aide sociale de la Communauté germanophone.
Art. 2. Voor het jaar 1986 wordt 100 pct van het Bijzonder Fonds voor Maatschappelijk Welzijn als volgt onder de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van de Duitstalige Gemeenschap verdeeld:
§ 1. _ 15 pct. op basis van het aantal maatschappelijke werkers die op 31 juli 1986 een volledige of een deeltijdbaan hadden;
§ 2. _ 31 pct. op basis van de netto-uitgaven voor het jaar 1986 ten gevolge van de uitbetaling van het bestaansminimum bij toepassing van de wet van 7 augustus 1974 en ten gevolge van de toekenning van elke andere financiële steun;
§ 3. _ 45 pct. op basis van de nettokosten ontstaan in de loop van het jaar 1986 ten gevolge van de plaatsing van bejaarden in een bejaardentehuis of verzorgingscentrum;
§ 4. _ 5 pct. op basis van de nettokosten ontstaan door het aantal uren die in de loop van het jaar 1986 door de dienst voor gezins- en bejaardenhulp werden gepresteerd hetzij door de eigen dienst van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, hetzij door openbare of privé-diensten, waarmee het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een schriftelijke overeenkomst heeft getroffen;
§ 5. _ 2 pct. op basis van het aantal maaltijden, die op initiatief van het centrum tijdens het jaar 1986 werden uitgedeeld, en op basis van de daarmee verbonden nettokosten;
§ 6. _ 2 pct. op basis van de uitgaven, die voor de openbare centra voor maatschappelijk welzijn bij toepassing van artikel 60, § 7 van de wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn tijdens het jaar 1986 ontstaan zijn.
§ 1. _ 15 pct. op basis van het aantal maatschappelijke werkers die op 31 juli 1986 een volledige of een deeltijdbaan hadden;
§ 2. _ 31 pct. op basis van de netto-uitgaven voor het jaar 1986 ten gevolge van de uitbetaling van het bestaansminimum bij toepassing van de wet van 7 augustus 1974 en ten gevolge van de toekenning van elke andere financiële steun;
§ 3. _ 45 pct. op basis van de nettokosten ontstaan in de loop van het jaar 1986 ten gevolge van de plaatsing van bejaarden in een bejaardentehuis of verzorgingscentrum;
§ 4. _ 5 pct. op basis van de nettokosten ontstaan door het aantal uren die in de loop van het jaar 1986 door de dienst voor gezins- en bejaardenhulp werden gepresteerd hetzij door de eigen dienst van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, hetzij door openbare of privé-diensten, waarmee het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een schriftelijke overeenkomst heeft getroffen;
§ 5. _ 2 pct. op basis van het aantal maaltijden, die op initiatief van het centrum tijdens het jaar 1986 werden uitgedeeld, en op basis van de daarmee verbonden nettokosten;
§ 6. _ 2 pct. op basis van de uitgaven, die voor de openbare centra voor maatschappelijk welzijn bij toepassing van artikel 60, § 7 van de wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn tijdens het jaar 1986 ontstaan zijn.
Art. 2. Pour l'année 1987, 100 p.c. du Fonds spécial d'aide sociale sont répartis comme suit entre les centres publics d'aide sociale de la Communauté germanophone:
§ 1er. _ 15 p.c. sur base du nombre de travailleurs sociaux en service soit à temps plein, soit à temps partiel à la date du 31 juillet 1986;
§ 2. _ 31 p.c. sur base des charges nettes supportées pour l'année 1986 par suite du paiement du minimum de moyens d'existence en application de la loi du 7 août 1974 et par suite de l'octroi de tout autre soutien financier;
§ 3. _ 45 p.c. sur base des charges nettes résultant du placement de personnes âgées dans des maisons de repos durant l'année 1986;
§ 4. _ 5 p.c. sur base des charges nettes résultant des heures prestées durant l'année 1986 par le service d'aide aux familles et aux personnes âgées soit par le service appartenant au centre public d'aide sociale, soit par les services publics ou privés avec lesquels le centre public d'aide sociale a conclu un accord écrit;
§ 5. _ 2 p.c. sur base du nombre de repas distribués à l'initiative des centres au cours de l'année 1986 ainsi que des charges nettes y afférentes;
§ 6. _ 2 p.c. sur base des dépenses qui incombent aux centres publics d'aide sociale au cours de l'année 1986 en application de l'article 60, § 7 de la loi du 8 juillet 1976 relative aux centres publics d'aide sociale.
§ 1er. _ 15 p.c. sur base du nombre de travailleurs sociaux en service soit à temps plein, soit à temps partiel à la date du 31 juillet 1986;
§ 2. _ 31 p.c. sur base des charges nettes supportées pour l'année 1986 par suite du paiement du minimum de moyens d'existence en application de la loi du 7 août 1974 et par suite de l'octroi de tout autre soutien financier;
§ 3. _ 45 p.c. sur base des charges nettes résultant du placement de personnes âgées dans des maisons de repos durant l'année 1986;
§ 4. _ 5 p.c. sur base des charges nettes résultant des heures prestées durant l'année 1986 par le service d'aide aux familles et aux personnes âgées soit par le service appartenant au centre public d'aide sociale, soit par les services publics ou privés avec lesquels le centre public d'aide sociale a conclu un accord écrit;
§ 5. _ 2 p.c. sur base du nombre de repas distribués à l'initiative des centres au cours de l'année 1986 ainsi que des charges nettes y afférentes;
§ 6. _ 2 p.c. sur base des dépenses qui incombent aux centres publics d'aide sociale au cours de l'année 1986 en application de l'article 60, § 7 de la loi du 8 juillet 1976 relative aux centres publics d'aide sociale.
Art. 3. Voor het jaar 1988 wordt 100 pct. van het Bijzonder Fonds voor Maatschappelijk Welzijn als volgt onder de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van de Duitstalige Gemeenschap verdeeld:
§ 1. _ 15 pct. op basis van het aantal maatschappelijke werkers die per 31 juli 1987 een volledige of een deeltijdbaan hadden;
§ 2. _ 31 pct. op basis van de netto-uitgaven voor het jaar 1987 ten gevolge van de uitbetaling van het bestaansminimum bij toepassing van de wet van 7 augustus 1974 en ten gevolge van de toekenning van elke andere financiële steun;
§ 3. _ 45 pct. op basis van de nettokosten ontstaan in de loop van het jaar 1987 ten gevolge van de plaatsing van bejaarden in een bejaardentehuis of verzorgingscentrum;
§ 4. _ 5 pct. op basis van de nettokosten ontstaan door het aantal uren die in de loop van het jaar 1987 door de dienst voor gezins- en bejaardenhulp werden gepresteerd hetzij door de eigen dienst van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, hetzij door openbare of privé-diensten, waarmee het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een schriftelijk welzijn een schriftelijke overeenkomst heeft getroffen;
§ 5. _ 2 pct. op basis van het aantal maaltijden die op initiatief van het centrum tijdens het jaar 1987 werden uitgedeeld, en op basis van de daarmee verbonden nettokosten;
§ 6. _ 2 pct. op basis van de uitgaven die voor de openbare centra voor maatschappelijk welzijn bij toepassing van artikel 60, § 7 van de wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn tijdens het jaar 1987 ontstaan zijn.
§ 1. _ 15 pct. op basis van het aantal maatschappelijke werkers die per 31 juli 1987 een volledige of een deeltijdbaan hadden;
§ 2. _ 31 pct. op basis van de netto-uitgaven voor het jaar 1987 ten gevolge van de uitbetaling van het bestaansminimum bij toepassing van de wet van 7 augustus 1974 en ten gevolge van de toekenning van elke andere financiële steun;
§ 3. _ 45 pct. op basis van de nettokosten ontstaan in de loop van het jaar 1987 ten gevolge van de plaatsing van bejaarden in een bejaardentehuis of verzorgingscentrum;
§ 4. _ 5 pct. op basis van de nettokosten ontstaan door het aantal uren die in de loop van het jaar 1987 door de dienst voor gezins- en bejaardenhulp werden gepresteerd hetzij door de eigen dienst van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, hetzij door openbare of privé-diensten, waarmee het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een schriftelijk welzijn een schriftelijke overeenkomst heeft getroffen;
§ 5. _ 2 pct. op basis van het aantal maaltijden die op initiatief van het centrum tijdens het jaar 1987 werden uitgedeeld, en op basis van de daarmee verbonden nettokosten;
§ 6. _ 2 pct. op basis van de uitgaven die voor de openbare centra voor maatschappelijk welzijn bij toepassing van artikel 60, § 7 van de wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn tijdens het jaar 1987 ontstaan zijn.
Art. 3. Pour l'année 1988, 100 % du Fonds spécial d'Aide sociale sont répartis comme suit entre les centres publics d'aide sociale de la Communauté germanophone:
§ 1. _ 15 p.c. sur base du nombre de travailleurs sociaux en service soit à temps plein, soit à temps partiel à la date du 31 juillet 1987;
§ 2. _ 31 p.c. sur base des charges nettes supportées pour l'année 1987 par suite du paiement du minimum de moyens d'existence en application de la loi du 7 août 1974 et par suite de l'octroi de tout autre soutien financier;
§ 3. _ 45 p.c. sur base des charges nettes résultant du placement de personnes âgées dans des maisons de repos et de soins durant l'année 1987;
§ 4. _ 5 p.c. sur base des charges nettes résultant des heures prestées durant l'année 1987 par le service d'aide aux familles et aux personnes âgées, soit par le service appartenant au centre public d'aide sociale, soit par les services publics ou privées avec lesquels le centre public d'aide sociale a conclu un accord écrit;
§ 5. _ 2 p.c. sur base du nombre de repas distribués à l'initiative des centres au cours de l'année 1987 ainsi que des charges nettes y afférentes;
§ 6. _ 2 p.c. sur base des dépenses qui incombent aux centres publics d'aide sociale au cours de l'année 1987 en application de l'article 60, § 7 de la loi du 8 juillet 1976 relative aux centres publics d'aide sociale.
§ 1. _ 15 p.c. sur base du nombre de travailleurs sociaux en service soit à temps plein, soit à temps partiel à la date du 31 juillet 1987;
§ 2. _ 31 p.c. sur base des charges nettes supportées pour l'année 1987 par suite du paiement du minimum de moyens d'existence en application de la loi du 7 août 1974 et par suite de l'octroi de tout autre soutien financier;
§ 3. _ 45 p.c. sur base des charges nettes résultant du placement de personnes âgées dans des maisons de repos et de soins durant l'année 1987;
§ 4. _ 5 p.c. sur base des charges nettes résultant des heures prestées durant l'année 1987 par le service d'aide aux familles et aux personnes âgées, soit par le service appartenant au centre public d'aide sociale, soit par les services publics ou privées avec lesquels le centre public d'aide sociale a conclu un accord écrit;
§ 5. _ 2 p.c. sur base du nombre de repas distribués à l'initiative des centres au cours de l'année 1987 ainsi que des charges nettes y afférentes;
§ 6. _ 2 p.c. sur base des dépenses qui incombent aux centres publics d'aide sociale au cours de l'année 1987 en application de l'article 60, § 7 de la loi du 8 juillet 1976 relative aux centres publics d'aide sociale.
Art. 4. Indien met betrekking tot één van de criteria het aandeel van het sociaal fonds van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn hoger is dan de effectieve lasten, wordt het verschil tussen aandeel en lasten bij het totaal aandeel voor de plaatsing van bejaarden opgeteld.
Art. 4. Au cas ou la part du Fonds social d'un centre public d'aide sociale se rapportant à un des critères est supérieure aux charges effectives, la différence entre la part et les charges sera ajoutée à la part globale destinée au placement des personnes âgées.
Art. 5. § 1. De Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de vereffening van de bedragen die aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn toekomen. De hiervoor vereiste numerieke gegevens worden hem verstrekt door de Executieve van de Duitstalige Gemeenschap op basis van de inlichtingen verzameld via de bij dit besluit gevoegde vragenlijst.
§ 2. Een voorschot gelijk aan 75 pct. van het aandeel van het Bijzonder Fonds voor Maatschappelijk Welzijn, dat aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn tijdens het laatste en het voorlaatste jaar toegekend werd, zal in de loop van het eerste kwartaal van het jaar aan ieder openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn gestort worden.
Het bedrag van dit voorschot zal in mindering gebracht worden van het aandeel dat aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn toekomt en het saldo zal gestort worden in de loop van het volgende jaar.
§ 2. Een voorschot gelijk aan 75 pct. van het aandeel van het Bijzonder Fonds voor Maatschappelijk Welzijn, dat aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn tijdens het laatste en het voorlaatste jaar toegekend werd, zal in de loop van het eerste kwartaal van het jaar aan ieder openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn gestort worden.
Het bedrag van dit voorschot zal in mindering gebracht worden van het aandeel dat aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn toekomt en het saldo zal gestort worden in de loop van het volgende jaar.
Art. 5. § 1. Le Ministre de l'Intérieur est chargé de la liquidation des montants revenant aux centres publics d'aide sociale. Les relevés numériques nécessaires à cet effet lui sont transmis par l'Exécutif de la Communauté Germanophone, sur base des données rassemblées au moyen du questionnaire annexé au présent arrêté.
§ 2. Une avance égale à 75 p.c. de la part du Fonds spécial d'Aide sociale, qui a été attribuée cette dernière et cette avant-dernière année aux centres publics d'aide sociale sera versée à chaque centre public d'aide sociale au cours du premier trimestre de l'année. Le montant de cette avance sera déduit de la part revenant aux centres publics d'aide sociale et le solde sera versé au cours de l'année suivante.
§ 2. Une avance égale à 75 p.c. de la part du Fonds spécial d'Aide sociale, qui a été attribuée cette dernière et cette avant-dernière année aux centres publics d'aide sociale sera versée à chaque centre public d'aide sociale au cours du premier trimestre de l'année. Le montant de cette avance sera déduit de la part revenant aux centres publics d'aide sociale et le solde sera versé au cours de l'année suivante.
Art. 6. § 1. Wordt na de verdeling vastgesteld dat een vergissing werd begaan ten nadele van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, dan wordt de som die het heeft moeten derven, aan dit centrum toegekend bij de overeenkomende verdeling betreffende een daaropvolgend jaar. Die som wordt berekend volgens de grondslagen van de verdeling waarbij de vergissing werd begaan.
§ 2. Indien een vergissing ten voordele van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn begaan werd, dan wordt de ten onrechte toegekende som bij de verdeling betreffende een daaropvolgend jaar afgerekend van het totaal aandeel dat aan het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn toekomt, en onder de andere openbare centra voor maatschappelijk welzijn verdeeld, volgens de criteria, die geldig waren bij de foutieve berekening.
§ 2. Indien een vergissing ten voordele van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn begaan werd, dan wordt de ten onrechte toegekende som bij de verdeling betreffende een daaropvolgend jaar afgerekend van het totaal aandeel dat aan het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn toekomt, en onder de andere openbare centra voor maatschappelijk welzijn verdeeld, volgens de criteria, die geldig waren bij de foutieve berekening.
Art. 6. § 1. Si après répartition, il est constaté qu'une erreur a été commise au détriment d'un centre public d'aide sociale, la somme dont celui-ci a été privé, lui est alloué à l'occasion de la répartition correspondante afférente à une année ultérieure.
Cette somme est calculée suivant les bases de la répartition au cours de laquelle l'erreur a été commise.
§ 2. Si une erreur a été commise en faveur d'un centre public d'aide sociale le montant excédentaire sera déduit de l'ensemble de la part revenant au centre public d'aide sociale concerné lors de la répartition au cours d'une année suivante et répartie entre les autres centres publics d'aide sociale selon les critères utilisés lors du calcul erroné.
Cette somme est calculée suivant les bases de la répartition au cours de laquelle l'erreur a été commise.
§ 2. Si une erreur a été commise en faveur d'un centre public d'aide sociale le montant excédentaire sera déduit de l'ensemble de la part revenant au centre public d'aide sociale concerné lors de la répartition au cours d'une année suivante et répartie entre les autres centres publics d'aide sociale selon les critères utilisés lors du calcul erroné.
Art. 7. Dit besluit treedt op 1 januari 1987 in werking.
Art. 7. Le présent arrêté produit ses effets à partir du 1er janvier 1987.
Art. 8. Onze Gemeenschapsminister van Jeugd, Sport, Volwassenenvorming en Sociale Aangelegenheden is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 8. Notre Ministre Communautaire de la Jeunesse du Sport, de la Formation des Adultes et des Affaires sociales est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Art. N1. Bijlage 1: VRAGENLIJST BETREFFENDE DE VERDELING VAN HET BIJZONDER FONDS VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN DIE IN 1987 VOOR DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP IS VOORZIEN.
Art. N1. Annexe 1: QUESTIONNAIRE RELATIF A LA REPARTITION DU FONDS SPECIAL DE L'AIDE SOCIALE PREVUE EN FAVEUR DE LA COMMUNAUTE GERMANOPHONE POUR L'ANNEE 1987.
Art. N2. Bijlage 2: VRAGENLIJST BETREFFENDE DE VERDELING VAN HET BIJZONDER FONDS VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN DIE IN 1988 VOOR DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP IS VOORZIEN.
Art. N2. Annexe 2: QUESTIONNAIRE RELATIF A LA REPARTITION DU FONDS SPECIAL DE L'AIDE SOCIALE PREVUE EN FAVEUR DE LA COMMUNAUTE GERMANOPHONE POUR L'ANNEE 1988.