Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
1 SEPTEMBER 1986. - Koninklijk besluit betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van de portefeuillemaatschappijen. - (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-01-1987 en tekstbijwerking tot 30-08-2000)
Titre
1 SEPTEMBRE 1986. - Arrêté royal relatif aux comptes annuels et aux comptes consolidés des sociétés à portefeuille. - (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 01-01-1987 et mise à jour au 30-08-2000)
Informations sur le document
Numac: 1986004045
Datum: 1986-09-01
Info du document
Numac: 1986004045
Date: 1986-09-01
Table des matières
Tekst (23)
Texte (23)
DEEL 1. - Toepassingsgebied.
SECTION 1. - Champ d'application.
Artikel 1. De bepalingen van dit besluit gelden voor de ondernemingen bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 64 van 10 november 1967 tot regeling van het statuut van de portefeuillemaatschappijen.
Article 1. Sont soumises aux dispositions du présent arrêté les entreprises visées à l'article premier de l'arrêté royal n° 64 du 10 novembre 1967 organisant le statut des sociétés à portefeuille.
DEEL 2. - Jaarrekening van de portefeuillemaatschappijen.
SECTION 2. - Comptes annuels des sociétés à portefeuille.
Art.2. <KB 1991-11-25/45, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 15-12-1991> De portefeuillemaatschappijen stellen hun jaarrekening op overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen, met uitzondering van de artikelen 1, 7, § 2, 25, tweede lid, 37, tweede lid en 46bis, § 4, alsook van hoofdstuk II van de bijlage. Bovendien mogen de portefeuillemaatschappijen, naast de twee schema's voor de resultatenrekening opgenomen in hoofdstuk I, afdeling 2 en 2bis van de bijlage bij het koninklijk besluit van 8 oktober 1976, voor hun resultatenrekening ook gebruik maken van het bij dit besluit gevoegde schema.
Art.2. <AR 1991-11-25/45, art. 1, 002; En vigueur : 15-12-1991> Les sociétés à portefeuille établissent leurs comptes annuels conformément à l'arrêté royal du 8 octobre 1976 relatif aux comptes annuels des entreprises à l'exception des articles 1er, 7, § 2, 25, alinéa 2, 37, alinéa 2 et 46bis, § 4, ainsi que du chapitre II de l'annexe. De plus, outre les deux schémas de compte de résultats prévus au chapitre 1er, sections 2 et 2bis de l'annexe à l'arrêté royal du 8 octobre 1976, les sociétés à portefeuille ont la faculté de présenter leur compte de résultats dans la forme du schéma figurant en annexe au présent arrêté.
Art.3. <KB 1998-11-26/36, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1999> De jaarrekening wordt uitgedrukt (...) in duizenden euro. De jaarrekening vermeldt dit uitdrukkelijk. <KB 2000-07-20/63, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Art.3. <AR 1998-11-26/36, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-1999> Les comptes annuels sont présentés (...) en milliers d'euros. Les comptes annuels en font explicitement mention. <AR 2000-07-20/63, art. 6, 004; En vigueur : 01-01-2002>
Art.4. De (Commissie voor het Bank- en Financiewezen) heeft de bevoegdheid om in bijzondere gevallen afwijkingen van het bepaalde in artikel 2 toe te staan. <KB 1991-11-25/45, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 15-12-1991>
Het gebruik van deze bevoegdheid mag evenwel niet indruisen tegen de richtlijn 78/660/EEG. Wordt dergelijke afwijking aan een portefeuillemaatschappij verleend, dan vermeldt en verantwoordt zij deze afwijking in haar jaarrekening.
Het gebruik van deze bevoegdheid mag evenwel niet indruisen tegen de richtlijn 78/660/EEG. Wordt dergelijke afwijking aan een portefeuillemaatschappij verleend, dan vermeldt en verantwoordt zij deze afwijking in haar jaarrekening.
Art.4. La Commission bancaire (et financière) le pouvoir d'autoriser, dans les cas spéciaux, des dérogations aux dispositions de l'article 2. <AR 1991-11-25/45, art. 2, 002; En vigueur : 15-12-1991>L'usage de ce pouvoir ne peut porter préjudice à la directive 78/660/C.E.E. La société a portefeuille à qui une dérogation est accordée mentionne et justifie celle-ci dans l'annexe à ses comptes annuels.
DEEL 3. - Geconsolideerde jaarrekening van de portefeuillemaatschappijen.
SECTION 3. - Comptes consolidés des sociétés à portefeuille.
Art.5. <KB 1991-11-25/45, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 15-12-1991> Onverminderd artikel 6 van dit besluit is elke portefeuillemaatschappij verplicht een geconsolideerde jaarrekening en een geconsolideerd jaarverslag op te stellen.
De geconsolideerde jaarrekening en het geconsolideerde jaarverslag worden opgesteld door het bestuursorgaan van de portefeuillemaatschappij.
De geconsolideerde jaarrekening en het geconsolideerde jaarverslag worden opgesteld door het bestuursorgaan van de portefeuillemaatschappij.
Art.5. <AR 1991-11-25/45, art. 3, 002; En vigueur : 15-12-1991> Sans préjudice de l'article 6 du présent arrêté, toute société à portefeuille est tenue d'établir des comptes consolidés et un rapport de gestion consolidé.
Les comptes consolidés et le rapport de gestion consolidé sont établis par l'organe d'administration de la société à portefeuille.
Les comptes consolidés et le rapport de gestion consolidé sont établis par l'organe d'administration de la société à portefeuille.
Art.6. <KB 1991-11-25/45, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 15-12-1991> Het koninklijk besluit van 6 maart 1990 op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingen is van toepassing, met uitzondering van de artikelen 1, 7, 9, 77, 78, 79 en 80.
Art.6. <AR 1991-11-25/45, art. 3, 002; En vigueur : 15-12-1991> L'arrêté royal du 6 mars 1990 relatif aux comptes consolidés des entreprises est applicable, à l'exception des articles 1er, 7, 9, 77, 78, 79 et 80.
Art.7. <KB 1991-11-25/45, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 15-12-1991> Een portefeuillemaatschappij die haar resultatenrekening voorstelt volgens het schema dat bij dit besluit is gevoegd, mag voor haar geconsolideerde resultatenrekening hetzelfde schema volgen, voor zover de verplichting van artikel 20, eerste lid van het koninklijk besluit van 6 maart 1990 wordt in acht genomen.
Art.7. <AR 1991-11-25/45, art. 3, 002; En vigueur : 15-12-1991> Une société à portefeuille qui présente son compte de résultats dans la forme du schéma figurant en annexe au présent arrêté peut établir son compte de résultats consolidé dans la même forme dans la mesure où l'obligation prévue par l'article 20, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 6 mars 1990 est respectée.
Art.8. (NOTA : vorig art. 14) <KB 1991-11-25/45, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 15-12-1991> De Commissie voor het Bank- en Financiewezen kan in bijzondere gevallen afwijkingen toestaan van deel III en IV. Het aanwenden van deze bevoegdheid mag evenwel niet indruisen tegen de richtlijn 83/349/EEGWordt dergelijke afwijking aan een portefeuillemaatschappij verleend, dan vermeldt en verantwoordt zij deze afwijking in de toelichting bij haar geconsolideerde jaarrekening.
Art.8. (NOTE : anciennement art. 14.) <AR 1991-11-25/45, art. 4, 002; En vigueur : 15-12-1991> La Commission bancaire et financière peut, dans des cas spéciaux, autoriser des dérogations aux dispositions des sections III et IV. L'usage de ce pouvoir ne peut porter préjudice a la directive 83/349/Cee.
La société a portefeuille à qui une dérogation est accordée mentionne et justifie celle-ci dans l'annexe à ses comptes consolidés.
La société a portefeuille à qui une dérogation est accordée mentionne et justifie celle-ci dans l'annexe à ses comptes consolidés.
DEEL 4. _ Slotbepalingen.
SECTION 4. _ Dispositions finales.
Art.9. (NOTA : vorig art. 15) <KB 1991-11-25/45, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 15-12-1991>Deel III van dit besluit is voor het eerst van toepassing op de geconsolideerde jaarrekening opgesteld aan het einde van het boekjaar dat ingaat na 30 juni 1991
Art.9. (NOTE : anciennement art. 15) <AR 1991-11-25/45, art. 5, 002; En vigueur : 15-12-1991> La section III du présent arrêté s'applique pour la première fois aux comptes consolides établis au terme de l'exercice qui prend cours après le 30 juin 1991.
Art.10. § 1. (NOTA : vorig art. 16) <KB 1991-11-25/45, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 15-12-1991> De verplichting om cijfers over het voorgaande boekjaar te vermelden geldt niet voor de geconsolideerde jaarrekening over het eerste boekjaar waarin de bepalingen van deel III van dit besluit van toepassing zijn op een portefeuillemaatschappij als bedoeld in artikel 1.
§ 2. Portefeuillemaatschappijen die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit reeds een geconsolideerde jaar-rekening opstelden en openbaar maakten, hebben de mogelijkheid de bepalingen van deel III van dit besluit niet met terugwerkende kracht, via aanpassing van de betrokken posten uit de geconsolideerde balans, toe te passen.
Indien een portefeuillemaatschappij de bepalingen van deel III van dit besluit met terugwerkende kracht toepast via aanpassing van de betrokken posten uit de geconsolideerde balans, wordt de invloedvan deze aanpassing hetzij verrekend via de geconsolideerde resultatenrekening over het eerste boekjaar waarvoor de aangepaste posten worden openbaargemaakt, hetzij rechtstreeks toegerekend aan de geconsolideerde reserves van dit zelfde boekjaar. De invloed van deze aanpassing op het geconsolideerde resultaat of op de geconsolideerde reserves evenals op de andere belangrijke posten uit de geconsolideerde jaarrekening, wordt aangeduid onder de waarderingsregels in de toelichting bij de eerste geconsolideerde jaarrekening die wordt opgesteld en openbaargemaakt overeenkomstig deel III van dit besluit.
§ 3. Portefeuillemaatschappijen die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit reeds een geconsolideerde jaarrekening opstelden en openbaar maakten mogen :
1°) de positieve en negatieve consolidatieverschillen die voor de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 1 september 1986 betreffende de jaarrekeningen de geconsolideerde jaarrekening van de portefeuillemaatschappijen, bij de eerste consolidatie van de portefeuillemaatschappij zijn vastgesteld en die rechtstreeks aan de reserves werden toegerekend, als zodanig in deze post handhaven;
2°) de positieve consolidatieverschillen die voor de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 1 september 1986 betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van de portefeuillemaatschappijen, maar na de eerste consolidatie van de portefeuillemaatschappij zijn vastgesteld en die sindsdien niet ten laste van de geconsolideerde resultatenrekening werden afgeschreven, rechtstreeks en integraal toerekenen aan de geconsolideerde reserves.
Voor de overige consolidatieverschillen gelden de voorschriften van artikel 52 van het koninklijk besluit van 6 maart 1990.
§ 2. Portefeuillemaatschappijen die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit reeds een geconsolideerde jaar-rekening opstelden en openbaar maakten, hebben de mogelijkheid de bepalingen van deel III van dit besluit niet met terugwerkende kracht, via aanpassing van de betrokken posten uit de geconsolideerde balans, toe te passen.
Indien een portefeuillemaatschappij de bepalingen van deel III van dit besluit met terugwerkende kracht toepast via aanpassing van de betrokken posten uit de geconsolideerde balans, wordt de invloedvan deze aanpassing hetzij verrekend via de geconsolideerde resultatenrekening over het eerste boekjaar waarvoor de aangepaste posten worden openbaargemaakt, hetzij rechtstreeks toegerekend aan de geconsolideerde reserves van dit zelfde boekjaar. De invloed van deze aanpassing op het geconsolideerde resultaat of op de geconsolideerde reserves evenals op de andere belangrijke posten uit de geconsolideerde jaarrekening, wordt aangeduid onder de waarderingsregels in de toelichting bij de eerste geconsolideerde jaarrekening die wordt opgesteld en openbaargemaakt overeenkomstig deel III van dit besluit.
§ 3. Portefeuillemaatschappijen die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit reeds een geconsolideerde jaarrekening opstelden en openbaar maakten mogen :
1°) de positieve en negatieve consolidatieverschillen die voor de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 1 september 1986 betreffende de jaarrekeningen de geconsolideerde jaarrekening van de portefeuillemaatschappijen, bij de eerste consolidatie van de portefeuillemaatschappij zijn vastgesteld en die rechtstreeks aan de reserves werden toegerekend, als zodanig in deze post handhaven;
2°) de positieve consolidatieverschillen die voor de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 1 september 1986 betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van de portefeuillemaatschappijen, maar na de eerste consolidatie van de portefeuillemaatschappij zijn vastgesteld en die sindsdien niet ten laste van de geconsolideerde resultatenrekening werden afgeschreven, rechtstreeks en integraal toerekenen aan de geconsolideerde reserves.
Voor de overige consolidatieverschillen gelden de voorschriften van artikel 52 van het koninklijk besluit van 6 maart 1990.
Art.10. (NOTE : anciennement art. 16) <AR 1991-11-25/45, art. 6, 002; En vigueur : 15-12-1991> § 1er. L'obligation de mentionner les chiffres relatifs a l'exercice précèdent n'est pas applicable aux comptes consolides du premier exercice auquel s'appliquent, pour une société a portefeuille visée a l'article 1er, les dispositions de la section III du présent arrêté.
§ 2. Les sociétés a portefeuille qui établissaient et publiaient déjà des comptes consolides avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, ont la faculté de ne pas appliquer les dispositions de la section III du présent arrêté de manière rétroactive en redressant les rubriques concernées du bilan consolide.
Si une société a portefeuille applique les dispositions de la section III du présent arrêté de manière rétroactive en redressant les rubriques concernées du bilan consolide, l'influence de ce redressement est soit répercutée par le biais du compte de résultats consolide du premier exercice pour lequel les rubriques redressées sont publiées, soit directement imputée aux réserves consolidées de ce même exercice. Les répercussions de ce redressement sur le résultat consolide ou sur les réserves consolidées, ainsi que sur les autres rubriques importantes des comptes consolides, sont indiquées, parmi les règles d'évaluation, dans l'annexe aux premiers comptes consolides établis et publies conformément a la section III du présent arrêté.
§ 3. Les sociétés a portefeuille qui établissaient et publiaient déjà des comptes consolides avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, peuvent :
1°) maintenir tels quels dans les réserves les écarts de consolidation positifs et négatifs constates avant l'entrée en vigueur de l'arrêté royal du 1er septembre 1986 relatif aux comptes annuels et aux comptes consolides des sociétés a portefeuille, lors de la première consolidation de la société a portefeuille, et qui avaient été directement imputes a cette rubrique;
2°) imputer directement et intégralement aux réserves consolidées les écarts de consolidation positifs constates avant l'entrée en vigueur de l'arrêté royal du 1er septembre 1986 relatif aux comptes annuels et aux comptes consolides des sociétés a portefeuille, mais après la première consolidation de la société a portefeuille, et qui n'ont pas, depuis lors, fait l'objet d'amortissements à charge du compte de résultats consolidé.
Les autres écarts de consolidation sont régis par les dispositions de l'article 52 de l'arrêté royal du 6 mars 1990.
§ 2. Les sociétés a portefeuille qui établissaient et publiaient déjà des comptes consolides avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, ont la faculté de ne pas appliquer les dispositions de la section III du présent arrêté de manière rétroactive en redressant les rubriques concernées du bilan consolide.
Si une société a portefeuille applique les dispositions de la section III du présent arrêté de manière rétroactive en redressant les rubriques concernées du bilan consolide, l'influence de ce redressement est soit répercutée par le biais du compte de résultats consolide du premier exercice pour lequel les rubriques redressées sont publiées, soit directement imputée aux réserves consolidées de ce même exercice. Les répercussions de ce redressement sur le résultat consolide ou sur les réserves consolidées, ainsi que sur les autres rubriques importantes des comptes consolides, sont indiquées, parmi les règles d'évaluation, dans l'annexe aux premiers comptes consolides établis et publies conformément a la section III du présent arrêté.
§ 3. Les sociétés a portefeuille qui établissaient et publiaient déjà des comptes consolides avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, peuvent :
1°) maintenir tels quels dans les réserves les écarts de consolidation positifs et négatifs constates avant l'entrée en vigueur de l'arrêté royal du 1er septembre 1986 relatif aux comptes annuels et aux comptes consolides des sociétés a portefeuille, lors de la première consolidation de la société a portefeuille, et qui avaient été directement imputes a cette rubrique;
2°) imputer directement et intégralement aux réserves consolidées les écarts de consolidation positifs constates avant l'entrée en vigueur de l'arrêté royal du 1er septembre 1986 relatif aux comptes annuels et aux comptes consolides des sociétés a portefeuille, mais après la première consolidation de la société a portefeuille, et qui n'ont pas, depuis lors, fait l'objet d'amortissements à charge du compte de résultats consolidé.
Les autres écarts de consolidation sont régis par les dispositions de l'article 52 de l'arrêté royal du 6 mars 1990.
Art.11. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.11. <AR 1991-11-25/45, art. 8, 002; En vigueur : 15-12-1991> Notre Ministre des Finances est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Art.14.
Art.14.
Art.15.
Art.15.
Art.16.
Art.16.
Art.18.
Art.18.
Art. N. Bijlage bij het koninklijk besluit betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van de portefeuillemaatschappijen.
Art. N. Annexe à l'arrêté royal relatif aux comptes annuels et aux comptes consolidés des sociétés à portefeuille.
Resultaten (facultatief schema)
Kosten
Kosten
Modifications
A. Kosten van schulden
B. Andere financiele kosten
C. Diensten en diverses goederen
D. Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen
E. Diverse lopende kosten
F. Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, immateriele
vaste activa en materiele vaste activa
G. Waardeverminderingen :
1) op financiele vaste activa
2) op vlottende activa
H. Voorzieningen voor risico's en kosten
I. Minderwaarden bij realisatie :
1) van materiele en immateriele vaste activa
2) van financiele vaste activa
3) van vlottende activa
J. Uitzonderlijke kosten
K. Belastingen
L. Winst van het boekjaar
M. Overboeking naar de belastingvrije reserves
N. Te bestemmen winst van het boekjaar
Opbrengsten
-----------
A. Opbrengsten uit financiele vaste activa :
1) dividenden
2) interesten
B. Opbrengsten uit vlottende activa
C. Andere financiele opbrengsten
D. Opbrengsten uit geleverde diensten
E. Andere lopende opbrengsten
F. Terugneming van afschrijvingen en waardeverminderingen op materiele en
immateriele vaste activa
G. Terugneming van waardeverminderingen :
1) op financiele vaste activa
2) op vlottende activa
H. Terugneming van voorzieningen voor risico's en kosten
I. Meerwaarden bij realisatie :
1) van materiele en immateriele vaste activa
2) van financiele vaste activa
3) van vlottende activa
J. Uitzonderlijke opbrengsten
K. Regularisering van belastingen en terugneming van voorzieningen
voor belastingen
L. Verlies van het boekjaar
---------------- Resultaatverwerking --------------
A. Te bestemmen winstsaldo (te verwerken verliessaldo)
1) Te bestemmen winst (te verwerken verlies) van het boekjaar
2) Overgedragen winst (overgedragen verlies) van het vorige boekjaar
B. Ontrekking aan de eigen middelen :
1) aan het kapitaal en aan de uitgiftepremies
2) aan de reserves
C. [Toevoeging aan het eigen vermogen :
1) aan het kapitaal en aan de uitgiftepremies
D. Over te dragen resultaat :
1) over te dragen winst
2) over te dragen verlies
E. Tussenkomst van de vennoten in het verlies
F. Uit te keren winst :
1) vergoeding van het kapitaal
2) bestuurders of zaakvoerders
3) andere rechthebbenden
---------------------------
Resultats (schema a option)
Charges
Charges
Modifications
A. Charges des dettes
B. Autres charges financieres
C. Services et biens divers
D. Remunerations, charges sociales et pensions
E. Charges diverses courantes
F. Amortissements et reductions de valeur sur frais d'etablissement,
immobilisations incorporelles et immobilisations corporelles
G. Reductions de valeur :
1) sur immobilisations financieres
2) sur actifs circulants
H. Provisions pour risques et charges
I. Moins-values sur realisations :
1) d'immobilisations incorporelles et corporelles
2) d'immobilisations financieres
3) d'actifs circulants
J. Charges exceptionnelles
K. Impots
L. Benefice de l'exercice
M. Transfert aux reserves immunisees
N. Benefice de l'exercice a affecter
Produits
--------
A. Produits des immobilisations financieres :
1) dividendes
2) interets
B. Produits des actifs circulants
C. Autres produits financiers
D. Produits des services prestes
E. Autres produits courants
F. Reprises d'amortissements et de reductions de valeur sur immobilisations
incorporelles et corporelles
G. Reprises de reductions de valeur :
1) sur immobilisation financieres
2) sur actifs circulants
H. Reprises de provisions pour risques et charges
I. Plus-values sur realisations :
1) d'immobilisations incorporelles et corporelles
2) d'immobilisations financiere
3) d'actifs circulants
J. Produits exceptionnels
K. Regularisation d'impots et reprises de provisions fiscales
L. Perte de l'exercice
M. [Prelevements sur les reserves immunisees]
------------------ Affectations et prelevements -----------------
A. Benefice (perte) a affecter
1) benefice (perte) de l'exercice a affecter
2) Benefice reporte (perte reportee) de l'exercice precedent
B. Prelevement sur les capitaux propres :
1) sur le capital et sur les primes d'emission
2) sur les reserves
C. [Affectations aux capitaux propres :
1) au capital et aux primes d'emission,
D. Resultat a reporter :
1) benefice a reporter
2) perte a reporter
E. Intervention d'associes dans la perte
F. Benefice a distribuer :
1) remuneration du capital
2) administrateurs ou gerants
3) autres allocataires
---------------------------------