Artikel 1. <KB 31-10-1985, art. 1; Inwerkingtreding : 20-09-1985> Voor de toepassing van dit besluit wordt beschouwd als vlees :
1° het varkensvlees al dan niet opgeslagen in het kader van de verordening (EEG) nr. 772/85, (EEG) nr. 978/85 en (EEG) nr. 1477/85, waarvoor een thermische behandeling is voorgeschreven bij :
a) de artikelen 2.6 en 4.7 in fine van het ministerieel besluit van 16 april 1985 houdende tijdelijke beschermende maatregelen van gezondheidspolitie met het oog op de voorkoming van de uitbreiding van de Afrikaanse varkenspest;
b) de artikelen 2.2. en 3.7. in fine van het ministerieel besluit van 21 juni 1985 houdende tijdelijke maatregelen ter bestrijding van de Afrikaanse varkenspest;
2° het overige vlees bekomen van varkens afkomstig van gemeenten, delen van gemeenten of beschermingszones gelegen in de infectiezone en geslacht in deze infectiezone tussen 16 januari 1985 of de datum waarop het grondgebied werd opgenomen in de infectiezone en de datum waarop het grondgebied uit deze zone werd gelicht, met uitzondering van het vlees dat rechtstreeks voor het verbruik wordt bestemd voor de lokale behoeften.
Door infectiezone wordt verstaan de infectiezone achtereenvolgens bepaald door :
a) het ministerieel besluit van 21 maart 1985 houdende tijdelijke beschermende maatregelen van gezondheidspolitie met het oog op de voorkoming van de uitbreiding van de Afrikaanse varkenspest;
b) het ministerieel besluit van 16 april 1985 houdende tijdelijke beschermende maatregelen van gezondheidspolitie met het oog op de voorkoming van de uitbreiding van de Afrikaanse varkenspest alsmede de wijzigingsbesluiten;
c) het ministerieel besluit van 21 juni 1985 houdende tijdelijke maatregelen ter bestrijding van de Afrikaanse varkenspest, alsmede de wijzigingsbesluiten.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
16 SEPTEMBER 1985. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor de verwerking van het varkensvlees, opgeslagen in het kader van de Verordeningen (EEG) n° 772/85, (EEG) n° 978/85 en (EEG) n° 1477/85 en van het varkensvlees waarvoor een thermische behandeling is voorgeschreven of dient te worden voorgeschreven.
Titre
16 SEPTEMBRE 1985. - Arrêté royal fixant les conditions de transformation des viandes porcines stockées au titre des règlements (CEE) n° 772/85, (CEE) n° 978/85 et (CEE) n° 1477/85 et des viandes porcines pour lesquelles un traitement thermique a été imposé ou doit être imposé.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (20)
Texte (20)
Article 1. <AR 31-10-1985, art. 1; En vigueur : 20-09-1985> Pour l'application du présent arrêté sont à considérer comme viandes :
1° les viandes porcines qu'elles soient stockées ou non au titre des règlements (CEE) n° 772/85, (CEE) n° 978/85 et (CEE) n° 1477/85, pour lesquelles un traitement thermique est imposé par :
a) les articles 2.6 et 4.7 in fine de l'arrêté ministériel du 16 avril 1985 portant des mesures conservatoires temporaires de police sanitaire en vue de prévenir l'extension de la peste porcine africaine;
b) les articles 2.2. et 3.7. in fine de l'arrêté ministériel du 21 juin 1985 portant des mesures temporaires en vue de la lutte contre la peste porcine africaine;
2° les autres viandes obtenues à partir de porcs provenant des communes, parties de communes ou zones de protection situées dans la zone d'infection et abattus dans cette zone d'infection entre le 16 janvier 1985, ou la date à laquelle le territoire a été incorporé à cette zone d'infection, et la date à laquelle le territoire a quitté cette zone, à l'exclusion des viandes mises directement en consommation pour les besoins locaux.
Par zone d'infection on entend la zone d'infection définie successivement par :
a) l'arrêté ministériel du 21 mars 1985 portant des mesures conservatoires temporaires de police sanitaire en vue de prévenir l'extension de la peste porcine africaine;
b) l'arrêté ministériel du 16 avril 1985 portant des mesures conservatoires temporaires de police sanitaire en vue de prévenir l'extension de la peste porcine africaine ainsi que les arrêtés qui le modifient;
c) l'arrêté ministériel du 21 juin 1985 portant des mesures temporaires en vue de la lutte contre la peste porcine africaine ainsi que les arrêtés qui le modifient.
1° les viandes porcines qu'elles soient stockées ou non au titre des règlements (CEE) n° 772/85, (CEE) n° 978/85 et (CEE) n° 1477/85, pour lesquelles un traitement thermique est imposé par :
a) les articles 2.6 et 4.7 in fine de l'arrêté ministériel du 16 avril 1985 portant des mesures conservatoires temporaires de police sanitaire en vue de prévenir l'extension de la peste porcine africaine;
b) les articles 2.2. et 3.7. in fine de l'arrêté ministériel du 21 juin 1985 portant des mesures temporaires en vue de la lutte contre la peste porcine africaine;
2° les autres viandes obtenues à partir de porcs provenant des communes, parties de communes ou zones de protection situées dans la zone d'infection et abattus dans cette zone d'infection entre le 16 janvier 1985, ou la date à laquelle le territoire a été incorporé à cette zone d'infection, et la date à laquelle le territoire a quitté cette zone, à l'exclusion des viandes mises directement en consommation pour les besoins locaux.
Par zone d'infection on entend la zone d'infection définie successivement par :
a) l'arrêté ministériel du 21 mars 1985 portant des mesures conservatoires temporaires de police sanitaire en vue de prévenir l'extension de la peste porcine africaine;
b) l'arrêté ministériel du 16 avril 1985 portant des mesures conservatoires temporaires de police sanitaire en vue de prévenir l'extension de la peste porcine africaine ainsi que les arrêtés qui le modifient;
c) l'arrêté ministériel du 21 juin 1985 portant des mesures temporaires en vue de la lutte contre la peste porcine africaine ainsi que les arrêtés qui le modifient.
Art. 2. Het vlees opgeslagen in toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 772/85, (EEG) nr. 978/85 en (EEG) nr. 1477/85 mag de opslagruimte slechts verlaten nadat de Belgische Dienst voor Bedrijfsleven en Landbouw hiertoe schriftelijk de toelating verleend heeft en, voor zover, de aangewezen kontroledienst, die door de opslaghouder 48 uur op voorhand werd verwittigd, in staat is de uitslag effectief te kontroleren.
Art. 2. Les viandes stockées en application des règlements (CEE) n° 772/85, (CEE) n° 978/85 et (CEE) n° 1477/85 ne peuvent être enlevées des locaux de stockage qu'après autorisation écrite de l'Office belge de l'Economie et de l'Agriculture, et pour autant que le responsable du stockage ait prévenu 48 heures d'avance le service de contrôle désigné et que celui-ci soit en mesure de contrôler effectivement le déstockage.
Art. 3. § 1. Het vlees bedoeld bij artikel 1 mag slechts worden vervoerd naar een door de Staatssecretaris voor Volksgezondheid en Leefmilieu aangewezen erkende uitsnijderij of erkende vleeswarenfabriek waar de in toepassing van artikel 9 opgelegde warmtebehandeling wordt uitgevoerd.
Dit vervoer mag slechts verricht worden onder dekking van een vervoerdokument opgesteld volgens het model opgenomen als bijlage van dit besluit.
De ambtenaar die dit dokument heeft ingevuld, verwittigt onmiddellijk telefonisch de kontrole-dierenarts van de uitsnijderij of van de vleeswarenfabriek en zendt hem ter bevestiging, binnen de 24 uur, een dubbel van het vervoerdokument.
Onder dezelfde voorwaarden zendt hij binnen 24 uur hetzelfde document aan de bevoegde inspecteur van de Inspectie van de Vleeshandel.
§ 2. Het vervoermiddel waarbij het bij artikel 1 bedoelde vlees wordt vervoerd, wordt vóór het vertrek door de verantwoordelijke ambtenaar verzegeld.
Dit vervoer mag slechts verricht worden onder dekking van een vervoerdokument opgesteld volgens het model opgenomen als bijlage van dit besluit.
De ambtenaar die dit dokument heeft ingevuld, verwittigt onmiddellijk telefonisch de kontrole-dierenarts van de uitsnijderij of van de vleeswarenfabriek en zendt hem ter bevestiging, binnen de 24 uur, een dubbel van het vervoerdokument.
Onder dezelfde voorwaarden zendt hij binnen 24 uur hetzelfde document aan de bevoegde inspecteur van de Inspectie van de Vleeshandel.
§ 2. Het vervoermiddel waarbij het bij artikel 1 bedoelde vlees wordt vervoerd, wordt vóór het vertrek door de verantwoordelijke ambtenaar verzegeld.
Art. 3. § 1. Les viandes visées à l'article 1er ne peuvent être transportées que vers un atelier de découpe agréé ou un atelier de préparation des viandes agréées désigné par le Secrétaire d'Etat à la Santé publique et à l'Environnement et où est effectué le traitement thermique imposé en application de l'article 9.
Ce transport ne peut être effectué que sous le couvert d'un document de transport répondant au modèle repris en annexe au présent arrêté.
Le fonctionnaire qui a complété ce document, avertit immédiatement par téléphone le vétérinaire de contrôle de l'atelier de découpe ou de l'atelier de préparation des viandes et lui envoie pour confirmation, dans les 24 heures, un double du document de transport.
Dans les mêmes conditions, il envoie dans les 24 heures le même document à l'inspecteur compétent de l'Inspection du Commerce des Viandes.
§ 2. Le véhicule de transport utilisé pour les viandes visées à l'article 1er doit être scellé avant le départ par le fonctionnaire responsable.
Ce transport ne peut être effectué que sous le couvert d'un document de transport répondant au modèle repris en annexe au présent arrêté.
Le fonctionnaire qui a complété ce document, avertit immédiatement par téléphone le vétérinaire de contrôle de l'atelier de découpe ou de l'atelier de préparation des viandes et lui envoie pour confirmation, dans les 24 heures, un double du document de transport.
Dans les mêmes conditions, il envoie dans les 24 heures le même document à l'inspecteur compétent de l'Inspection du Commerce des Viandes.
§ 2. Le véhicule de transport utilisé pour les viandes visées à l'article 1er doit être scellé avant le départ par le fonctionnaire responsable.
Art. 4. Bij aankomst in de uitsnijderij of vleeswarenfabriek mag de verzegeling slechts verbroken worden door de bevoegde kontrole-dierenarts die de gelijkvormigheid van de aangevoerde waar met het vervoerdokument kontroleert.
Art. 4. A l'arrivée à l'atelier de découpe ou à l'atelier de préparation des viandes, les scellés ne peuvent être brisés que par le vétérinaire de contrôle désigné qui contrôle la conformité au document de transport, de la marchandise acheminée.
Art. 5. Het uitsnijden en de warmtebehandeling van het bij artikel 1 bedoelde vlees mogen slechts geschieden onder permanent toezicht van de kontrole-dierenarts bij alle verwerkingsverrichtingen. De kontrole-dierenarts ziet toe op de naleving van de bepalingen van de verordeningen (EEG) nr. 2121/85 en (EEG) nr. 2122/85 alsmede van hun bijlage.
Art. 5. La découpe et le traitement thermique des viandes visées à l'article 1er ne peuvent avoir lieu que sous la surveillance permanente du vétérinaire de contrôle, lors de toutes les opérations de transformation. Le vétérinaire de contrôle surveille le respect des dispositions des règlements (CEE) n° 2121/85 et (CEE) n° 2122/85, ainsi que de leurs annexes.
Art. 6. Het is verboden het vervoer of de verrichtingen bedoeld bij dit besluit te laten verlopen, indien zich ander vlees of vleesprodukten dan deze bedoeld bij artikel 1 in het vervoermiddel of in de gebruikte versnijdings- of verwerkingsruimten bevinden.
Art. 6. Il est interdit de laisser effectuer le transport ou les manipulations visés par le présent arrêté si d'autres viandes ou produits de viandes que ceux visés à l'article 1er se trouvent dans le véhicule de transport ou dans les locaux de découpe ou de transformation concernés.
Art. 7. Indien het uitsnijden en het ontbenen van het vlees (bedoeld in artikel 1) en de warmtebehandeling opgelegd in toepassing van artikel 9 niet plaatsvinden in dezelfde vleeswarenfabriek, past de bevoegde kontrole-dierenarts de bepalingen van artikel 3 toe voor het vervoer van het vlees naar de vleeswarenfabriek waar de warmtebehandeling zal plaatsvinden.
Art. 7. Lorsque la découpe, le désossage des viandes (visées à l'article 1er) et le traitement thermique prescrit en application de l'article 9 ne sont pas effectués dans le même atelier de préparation, le vétérinaire de contrôle compétent applique les dispositions de l'article 3 pour le transport des viandes vers l'atelier de préparation où aura lieu le traitement thermique.
Art. 8. § 1. De bij het versnijden vrijgekomen beenderen, de belangrijkste lymfeklieren en andere versnijdingsafvallen worden onder toezicht van de bevoegde kontrole-dierenarts gedenatureerd.
Zij mogen slechts door de diensten van het erkend destructiebedrijf voor vernietiging worden afgevoerd.
§ 2. De kontrole-dierenarts verwittigt de inspecteur van de vleeshandel na elke hoeveelheid vlees die hij ongeschikt voor menselijke consumptie bevonden heeft. De inspecteur van de vleeshandel deelt zijn beslissing terzake mede aan de Belgische Dienst voor Bedrijfsleven en Landbouw.
Bedoelde hoeveelheid wordt geïdentificeerd door middel van het nummer van het opslagcontract dat met de Belgische Dienst voor Bedrijfsleven en Landbouw werd gesloten.
Zij mogen slechts door de diensten van het erkend destructiebedrijf voor vernietiging worden afgevoerd.
§ 2. De kontrole-dierenarts verwittigt de inspecteur van de vleeshandel na elke hoeveelheid vlees die hij ongeschikt voor menselijke consumptie bevonden heeft. De inspecteur van de vleeshandel deelt zijn beslissing terzake mede aan de Belgische Dienst voor Bedrijfsleven en Landbouw.
Bedoelde hoeveelheid wordt geïdentificeerd door middel van het nummer van het opslagcontract dat met de Belgische Dienst voor Bedrijfsleven en Landbouw werd gesloten.
Art. 8. § 1. Les os issus de la découpe, les principaux ganglions lymphatiques et les autres déchets de la découpe sont dénaturés sous la surveillance du vétérinaire de contrôle désigné.
Ils ne peuvent être enlevés que par les services de l'usine de destruction agréée en vue de leur destruction.
§ 2. Le vétérinaire de contrôle informe l'inspecteur du commerce des viandes de chaque quantité de viande qu'il a trouvée impropre à la consommation humaine. L'inspecteur du commerce des viandes informe de sa décision l'Office belge de l'Economie et de l'Agriculture.
La quantité visée doit être identifiée au moyen du numéro du contrat de stockage qui avait été conclu avec l'Office belge de l'Economie et de l'Agriculture.
Ils ne peuvent être enlevés que par les services de l'usine de destruction agréée en vue de leur destruction.
§ 2. Le vétérinaire de contrôle informe l'inspecteur du commerce des viandes de chaque quantité de viande qu'il a trouvée impropre à la consommation humaine. L'inspecteur du commerce des viandes informe de sa décision l'Office belge de l'Economie et de l'Agriculture.
La quantité visée doit être identifiée au moyen du numéro du contrat de stockage qui avait été conclu avec l'Office belge de l'Economie et de l'Agriculture.
Art. 9. § 1. De warmtebehandeling voor het bij artikel 1 bedoelde vlees moet aan de volgende voorwaarden voldoen :
- het produkt moet gedurende tenminste vier uur op een temperatuur van tenminste 60 °C blijven; in deze tijd moet de temperatuur gedurende tenminste 30 minuten opgevoerd worden tot tenminste 70 °C;
- de temperatuur van een representatief monster van elke partij van het produkt moet voortdurend worden geregistreerd met behulp van automatische apparatuur voor temperatuurregistratie die de kerntemperatuur van het produkt en de temperatuur binnen de verwarmingsapparatuur registreert.
§ 2. De thermogrammen worden tenminste twee jaar door de eigenaar van de vleeswarenfabriek bewaard en moeten op elk verzoek aan de bevoegde ambtenaren worden voorgelegd.
- het produkt moet gedurende tenminste vier uur op een temperatuur van tenminste 60 °C blijven; in deze tijd moet de temperatuur gedurende tenminste 30 minuten opgevoerd worden tot tenminste 70 °C;
- de temperatuur van een representatief monster van elke partij van het produkt moet voortdurend worden geregistreerd met behulp van automatische apparatuur voor temperatuurregistratie die de kerntemperatuur van het produkt en de temperatuur binnen de verwarmingsapparatuur registreert.
§ 2. De thermogrammen worden tenminste twee jaar door de eigenaar van de vleeswarenfabriek bewaard en moeten op elk verzoek aan de bevoegde ambtenaren worden voorgelegd.
Art. 9. § 1. Le traitement thermique des viandes visées à l'article 1er doit satisfaire aux conditions suivantes :
- le produit doit être maintenu à une température d'au moins 60 °C pour un temps minimum de quatre heures pendant lequel la température doit atteindre au moins 70 °C pendant un temps minimum de 30 minutes;
- la température d'un nombre représentatif d'échantillon de chaque lot de produits doit être contrôlée en permanence au moyen d'un appareil automatique d'enregistrement de température qui enregistre la température au coeur du produit et à l'intérieur des appareils de chauffage;
§ 2. Les thermogrammes doivent être conservés pendant au moins deux ans par le propriétaire de l'atelier de préparation des viandes et doivent être présentés à chaque demande aux fonctionnaires compétents.
- le produit doit être maintenu à une température d'au moins 60 °C pour un temps minimum de quatre heures pendant lequel la température doit atteindre au moins 70 °C pendant un temps minimum de 30 minutes;
- la température d'un nombre représentatif d'échantillon de chaque lot de produits doit être contrôlée en permanence au moyen d'un appareil automatique d'enregistrement de température qui enregistre la température au coeur du produit et à l'intérieur des appareils de chauffage;
§ 2. Les thermogrammes doivent être conservés pendant au moins deux ans par le propriétaire de l'atelier de préparation des viandes et doivent être présentés à chaque demande aux fonctionnaires compétents.
Art. 10. Het is eenieder verboden vleesprodukten die in toepassing van dit besluit zijn vervaardigd met vlees gemerkt met het nationaal stempelmerk uit te voeren.
Dit verbod moet blijken uit een op iedere kleinste verpakking, op onuitwisbare wijze, aangebrachte vermelding die luidt :
" K.B. 16/9/85 ".
Dit verbod moet blijken uit een op iedere kleinste verpakking, op onuitwisbare wijze, aangebrachte vermelding die luidt :
" K.B. 16/9/85 ".
Art. 10. Il est interdit à quiconque d'exporter des produits de viandes qui, en application du présent arrêté, ont été fabriqués à partir de viandes marquées de l'estampille nationale.
Cette interdiction doit apparaître sur chacun des plus petits emballages, de façon indélébile, en y portant la mention :
" A.R. 16/9/85 ".
Cette interdiction doit apparaître sur chacun des plus petits emballages, de façon indélébile, en y portant la mention :
" A.R. 16/9/85 ".
Art. 11. Op iedere kleinste verpakking van vleesprodukten die in toepassing van dit besluit zijn vervaardigd met vlees gemerkt met een communautair stempelmerk moet een bijzonder bijkomend stempelmerk " 3-85 " aangebracht worden naast het communautair stempelmerk.
Art. 11. Sur chacun des plus petits emballages de produits de viandes qui, en application au présent arrêté ont été fabriqués à partir de viandes marquées de l'estampille communautaire doit être apposée une estampille supplémentaire distincte " 3-85 " à côté de l'estampille communautaire.
Art. 12. Alle erelonen en onkosten voortvloeiend uit de toepassing van de artikelen 4 tot en met 11 zijn ten laste van de uitbater van de uitsnijderij en/of de vleeswarenfabriek naargelang het geval.
Art. 12. Tous les honoraires et frais découlant de l'application des articles 4 à 11 inclus sont à charge de l'exploitant de l'atelier de découpe et/ou de l'atelier de préparation des viandes suivant le cas.
Art. 13. Het attest, vereist in uitvoering van artikel 11, eerste lid, van de Verordeningen (EEG) nr. 2121/85 en (EEG) nr. 2122/85, wordt in drievoud door de kontrole-dierenarts opgesteld.
Het origineel wordt rechtstreeks aan de Belgische Dienst voor Bedrijfsleven en Landbouw overgemaakt, een exemplaar wordt aan de opslaghouder overgemaakt en een exemplaar wordt aan de Inspectie van de Vleeshandel overgemaakt.
Het origineel wordt rechtstreeks aan de Belgische Dienst voor Bedrijfsleven en Landbouw overgemaakt, een exemplaar wordt aan de opslaghouder overgemaakt en een exemplaar wordt aan de Inspectie van de Vleeshandel overgemaakt.
Art. 13. L'attestation exigée en exécution de l'article 11, premier alinéa, du Règlement (CEE) n° 2121/85 et (CEE) n° 2122/85 est complétée en triple exemplaire par le vétérinaire de contrôle.
L'original est transmis directement à l'Office belge de l'Economie et de l'Agriculture, un exemplaire est transmis au stockeur et un exemplaire à l'Inspection du Commerce des Viandes.
L'original est transmis directement à l'Office belge de l'Economie et de l'Agriculture, un exemplaire est transmis au stockeur et un exemplaire à l'Inspection du Commerce des Viandes.
Art. 13bis. <INGEVOEGD bij KB 1988-05-03/33, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 28-12-1985> In afwijking van de artikelen 3, § 1, 9, § 1, 10, 11 en 12 kan het varkensvlees, bedoeld bij artikel 1, overeenkomstig verordening (EEG) nr. 2858/85, betreffende de verkoop van door het Belgische interventiebureau in het kader van de verordeningen (EEG) nr. 772/85, (EEG) nr. 978/85 en (EEG) nr. 1477/85 opgeslagen varkensvlees, artikel 12, lid 2aa, zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 3698/85, verwerkt worden in bedrijven door de Minister van Landbouw erkend, in toepassing van het koninklijk besluit d.d. 20 september 1958, houdende maatregelen van diergeneeskundige politie betreffende de invoer, de vervaardiging, de fabricage, het vervoer en de verhandeling van beenderen, alsmede van melen en andere produkten van dierlijke oorsprong. Deze verwerking gebeurt onder toezicht van de Diergeneeskundige Dienst.
Art. 13bis. En dérogation aux articles 3, § 1er, 9, § 1er, 10, 11 et 12, la viande porcine visée à l'article 1er, conformément au règlement (CEE), n° 2858/85, relatif à l'achat par l'organisme belge d'intervention dans le cadre des règlements (CEE), n° 772/85, (CEE) n° 978/85 et (CEE) n° 1477/85, au sujet des viandes de porc en frigo, article 13, § 2aa, ainsi qu'il a été modifié par le règlement (CEE) n° 3698/85, peut être transformée dans les exploitations agréées par le Ministère de l'Agriculture, en application de l'arrêté royal du 20 septembre 1958 portant des mesures de police vétérinaire relatives à l'importation, la préparation, la fabrication, le transport et le commerce des os, ainsi que des farines et autres produits d'origine animale. Cette transformation se fait sous le contrôle du Service vétérinaire.
Art. 13ter. <INGEVOEGD bij KB 1988-05-03/33, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 26-05-1988> Het varkensvlees bedoeld bij artikel 1 moet ten laatste op de twintigste dag na de inwerkingtreding van dit besluit worden behandeld, volgens de modaliteiten bepaald bij de artikelen 2 tot en met 13bis. Bij het overschrijden van deze datum wordt bedoeld vlees van ambtswege verwijderd en in het bevoegde destructiebedrijf vernietigd, onder toezicht van de Diergeneeskundige Dienst. De kosten hieraan verbonden zijn volledig ten laste van de eigenaar van het vlees.
Art. 13ter. La viande de porc visée à l'article 1er, doit être traitée au plus tard le vingtième jour après l'entrée en vigueur du présent arrêté selon les modalités des articles 2 à 13bis compris. En cas de dépassement de cette date, la viande susvisée sera enlevée et détruite d'office par une usine de destruction agréée, sous le contrôle du Service vétérinaire. Les frais qui en découlent sont entièrement à charge du propriétaire de la viande.
Art. 14. Overtredingen van dit besluit worden opgespoord door de overheidspersonen genoemd in artikel 5 van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijprodukten en door de inspecteurs en kontroleurs van de Inspectie van de Vleeshandel bij het Ministerie van Volksgezondheid.
Art. 14. Les infractions au présent arrêté sont recherchées par les autorités désignées à l'article 5 de la loi du 28 mars 1975 relative au commerce des produits de l'agriculture, de l'horticulture et de la pêche maritime et par les inspecteurs et contrôleurs de l'Inspection du Commerce des Viandes du Ministère de la Santé publique.
Art. 15. Inbreuken op de bepalingen van dit besluit worden gestraft overeenkomstig artikel 6 van bovengenoemde wet van 28 maart 1975 en overeenkomstig artikel 28 van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel.
Art. 15. Les infractions aux dispositions du présent arrêté sont punies conformément à l'article 6 de la loi du 28 mars 1975 précitée et conformément à l'article 28 de la loi du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes.
Art. 16. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 16. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 17. Onze Minister van Buitenlandse Betrekkingen, Onze Minister van Sociale Zaken, Onze Staatssecretaris voor Landbouw en Onze Staatssecretaris voor Volksgezondheid en Leefmilieu zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 17. Notre Ministre des Relations extérieures, Notre Ministre des Affaires sociales, Notre Secrétaire d'Etat à l'Agriculture et Notre Secrétaire d'Etat à la Santé publique et à l'Environnement sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
Art. N. BIJLAGE : Vervoerdokument. (Toepassing van de artikelen 3, § 1 en 7 van het K.B.).
(Dokument) Op te maken in drie exemplaren : het origineel begeleidt de zending en moet door de vervoerder onmiddellijk worden afgegeven aan de kontrole-dierenarts van de uitsnijderij en/of de vleeswarenfabriek, die het samen met het hem toegestuurde duplicaat gedurende twee jaar bewaart.
(Dokument) Op te maken in drie exemplaren : het origineel begeleidt de zending en moet door de vervoerder onmiddellijk worden afgegeven aan de kontrole-dierenarts van de uitsnijderij en/of de vleeswarenfabriek, die het samen met het hem toegestuurde duplicaat gedurende twee jaar bewaart.
Art. N. ANNEXE : Document de transport. (Application des articles 3, § 1, et 7 de l'A.R.).
(Document) A rédiger en triple exemplaire : l'original accompagne l'envoi et doit être transmis immédiatement par le transporteur ou vétérinaire de contrôle de l'atelier de découpe et/ou de l'atelier de préparation des viandes, qui le garde ensemble avec le double qui lui a été envoyé, pendant deux ans.
(Document) A rédiger en triple exemplaire : l'original accompagne l'envoi et doit être transmis immédiatement par le transporteur ou vétérinaire de contrôle de l'atelier de découpe et/ou de l'atelier de préparation des viandes, qui le garde ensemble avec le double qui lui a été envoyé, pendant deux ans.