Artikel 1. Buiten de militaire technische bijstand welke een Staat aan een vreemde Staat verleent, en onverminderd de internationale verplichtingen van een Staat of zijn deelneming aan internationale politieoperaties waartoe besloten wordt door publiekrechtelijke instellingen waarvan de Staat lid is, worden de aanwerving van personen ten behoeve van vreemde legers of troepen die zich op het grondgebied van een vreemde Staat bevinden, en alle handelingen die zodanige aanwerving kunnen uitlokken of vergemakkelijken, gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar.
Er is evenwel geen sprake van een strafbaar feit ingeval :
1° van de aanwerving door een Staat van zijn eigen onderdanen; of
2° van de aanwerving door een Staat, op zijn grondgebied, van een vreemdeling als regelmatig lid van de strijdkrachten van die Staat, voorzover hij niet later wordt ingezet, buiten het grondgebied van die Staat, op een andere wijze dan in het kader van militaire technische bijstand die een Staat aan een andere Staat verleent en onverminderd de internationale verplichtingen van die Staat of zijn deelneming aan internationale politieoperaties waartoe besloten wordt door publiek rechterlijke instellingen waarvan het lid is; onverminderd de toepassing van de artikelen 135quater en 135quinquies van het Strafwetboek.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
1 AUGUSTUS 1979. - Wet betreffende diensten bij een vreemde leger- of troepenmacht die zich op het grondgebied van een vreemde Staat bevindt. - (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 24-08-1979 en tekstbijwerking tot 23-06-2003.)
Titre
1 AOUT 1979. - Loi concernant les services dans une armée ou une troupe étrangère se trouvant sur le territoire d'un Etat étranger. - (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 24-08-1979 et mise à jour au 23-06-2003.)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (7)
Texte (7)
Article 1. A l'exception de l'assistance technique militaire accordée à un Etat par un Etat étranger et sans préjudice des obligations internationales d'un Etat ou de sa participation à des opérations de police internationales décidées par des organisations de droit public dont il est membre, le recrutement et tous actes de nature à provoquer ou faciliter le recrutement de personnes au profit d'une armée ou d'une troupe étrangère se trouvant sur le territoire d'un Etat étranger sera puni d'un emprisonnement de trois mois à deux ans.
Il n'y a toutefois pas d'infraction lorsqu'il s'agit :
1° du recrutement, par un Etat, de ses propres ressortissants; ou
2° du recrutement par un Etat, sur son territoire, d'un étranger en tant que membre régulier des forces armées de cet Etat, pour autant qu'il ne soit pas utilisé ultérieurement, hors du territoire de cet Etat, autrement que dans le cadre de l'assistance technique militaire accordée à un Etat par un autre Etat et sans préjudice des obligations internationales de l'Etat de recrutement ou de sa participation à des opérations de police internationales décidées par des organisations de droit public dont il est membre; sans préjudice de l'application des articles 135quater et 135quinquies du Code pénal.
Il n'y a toutefois pas d'infraction lorsqu'il s'agit :
1° du recrutement, par un Etat, de ses propres ressortissants; ou
2° du recrutement par un Etat, sur son territoire, d'un étranger en tant que membre régulier des forces armées de cet Etat, pour autant qu'il ne soit pas utilisé ultérieurement, hors du territoire de cet Etat, autrement que dans le cadre de l'assistance technique militaire accordée à un Etat par un autre Etat et sans préjudice des obligations internationales de l'Etat de recrutement ou de sa participation à des opérations de police internationales décidées par des organisations de droit public dont il est membre; sans préjudice de l'application des articles 135quater et 135quinquies du Code pénal.
Art. 2. De dienstneming, het vertrek of de doorreis van personen met het oog op dienst bij een vreemde leger of troepenmacht die zich op het grondgebied van een vreemde Staat bevindt wordt, in de gevallen bepaald in een met redenen omkleed en in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit, gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar.
Er is evenwel geen sprake van een strafbaar feit ingeval de aangeworven persoon een persoon is als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van deze wet.
Er is evenwel geen sprake van een strafbaar feit ingeval de aangeworven persoon een persoon is als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van deze wet.
Art. 2. L'engagement, le départ ou le transit de personnes en vue de servir dans une armée ou une troupe étrangère se trouvant sur le territoire d'un Etat étranger sera puni, dans les cas prévus par arrêté royal motivé et délibéré en Conseil des Ministres, d'un emprisonnement de trois mois à deux ans.
Il n'y aura toutefois pas d'infraction si la personne recrutée est une personne visée à l'article 1er, alinéa 2, de la présente loi.
Il n'y aura toutefois pas d'infraction si la personne recrutée est une personne visée à l'article 1er, alinéa 2, de la présente loi.
Art. 3. De poging tot inbreuk bedoeld in artikel 1 of in de besluiten genomen houdende toepassing van artikel 2 wordt gestraft met de straf welke geldt voor de gepleegde inbreuk.
Art. 3. La tentative de commettre une infraction visée à l'article 1er ou aux arrêtés pris en exécution de l'article 2 sera punie de la peine prévue pour l'infraction consommée.
Art. 4. Al de bepalingen van het eerste boek van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing op de misdrijven bedoeld in deze wet.
Art. 4. Toutes les dispositions du livre premier du Code pénal, y compris le chapitre VII et l'article 85, sont applicables aux infractions prévues par la présente loi.
Art. 5. De correctionele rechtbanken nemen van deze misdrijven kennis, behoudens toepassing van de wet van 15 juni 1899, houdende titel I van het Wetboek van militaire strafrechtspleging en van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming.
Art. 5. Les tribunaux correctionnels connaissent de ces infractions sous réserve de l'application de la loi du 15 juin 1899 comprenant le titre premier du Code de procédure pénale militaire et de la loi du 8 avril 1965 relative à la protection de la jeunesse.
Art. 6.
Art. 6.
Art. 7. Artikel 135ter van het Strafwetboek en het besluit van de Souvereine Vorst van 9 februari 1815 dat ronseling met opsluiting straft, zijn opgeheven.
Art. 7. L'article 135ter du Code pénal et l'arrêté du Prince Souverain du 9 février 1815 qui punit de la réclusion le crime d'embauchage sont abrogés.