Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
18 DECEMBER 1973. - Koninklijk besluit tot bepaling van de wijze waarop de ongeschiktheid van sommige personen wordt vastgesteld voor de toepassing van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders (NOTA : opgeheven voor de Federale Staat bij KB1991-05-03/38, art. 17, 005; Inwerkingtreding : 01-04-1991, nochtans van toepassing blijft voor de ouder of de persoon bedoeld bij artikel 62, § 3, eerste lid, 1°, c en tweede lid, van de samengeordende wetten, waarvan de ongeschiktheid werd vastgesteld vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit.Voormeld koninklijk besluit blijft eveneens van toepassing voor de gehandicapte kinderen die gerechtigd waren op kinderbijslag bij toepassing van de artikelen 47, 56septies en 63 van de samengeordende wetten, zoals ze bestonden vóór de wijziging bij de wet van 29 deember 1990, tot zolang naar aanleiding van een aanvraag tot herziening of een ambtshalve herziening een nieuwe beslissing te hunnen opzichte genomen wordt.) (NOTA : opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap bij BDG2018-11-29/14, art. 46,9°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2019) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-02-1986 en tekstbijwerking tot 27-12-2018)
Titre
18 DECEMBRE 1973. - Arrêté royal fixant le mode de constatation de l'incapacité de certaines personnes pour l'application des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés (NOTE : abrogé pour l'Etat Fédéral par AR1991-05-03/38, art. 17, 005; En vigueur : 01-04-1991, reste toutefois d'application pour le parent ou la personne visée à l'article 62, § 3, alinéas 1er, 1°, c et 2 des lois coordonnées, dont l'incapacité aurait été constatée avant la date d'entrée en vigueur du pésent arrêté.L'arrêté royal AR 1973-12-18/01 reste également d'application pour les enfants handicapés qui bénéficiaient d'allocations familiales en application des articles 47, 56septies et 63 des lois coordonnées tels qu'ils existaient avant d'avoir été modifiés par la loi du 29 décembre 1990, jusqu'à ce que, à l'occasion d'une demande en révision ou d'une révision d'office, une nouvelle décision soit prise à leur égard.) (NOTE : abrogé pour la Communauté germanophone par ACG2018-11-29/14, art. 46,9°, 006; En vigueur : 01-01-2019) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 04-02-1986 et mise à jour au 27-12-2018)
Informations sur le document
Numac: 1973121801
Datum: 1973-12-18
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1973121801
Date: 1973-12-18
Moniteur: Voir
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. Worden vastgesteld (...) door een geneesheer van de dienst voor geneeskundige controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, aangesteld door Onze Minister van Sociale Voorzorg :
  1° (de ontoereikendheid of vermindering van de lichamelijke of geestelijke geschiktheid van een kind bedoeld bij artikel 47 of 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders); <KB 1987-11-12/30, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-07-1987>
  2° (de ongeschiktheid van de ouder of van de persoon bedoeld bij artikel 62, § 3, eerste lid, 1°, c, en tweede lid van dezelfde wetten.) <KB 1987-06-24/31, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-04-1987>
  3° (...) <KB 1987-11-12/30, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-07-1987>De aangestelde geneesheer kan, op verzoek van de betrokken partijen of van de instelling die de kinderbijslag verschuldigd is, zijn beslissing herzien telkens zijn goede trouw misbruikt werd of wanneer een nieuw element het rechtvaardigt.
Article 1. Sont constatées (...) par un médecin du service du contrôle médical de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité, désigné par Notre Ministre de la Prévoyance sociale :
  1° (l'insuffisance ou la diminution de la capacité physique ou mentale d'un enfant visé à l'article 47 ou 63 des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés); <AR 1987-11-12/30, art. 1, 004; En vigueur : 01-07-1987>
  2° (l'incapacité du parent ou de la personne visés à l'article 62, § 3, alinéa 1er, 1°, c, et alinéa 2 des mêmes lois.) <AR 1987-06-24/31, art. 1, 003; En vigueur : 01-04-1987>
  3° (...) <AR 1987-11-12/30, art. 2, 004; En vigueur : 01-07-1987>Le médecin désigné peut, à la demande des parties intéressées ou de l'organisme débiteur des allocations familiales, revoir sa décision chaque fois que sa bonne foi a été surprise ou lorsqu'un élément nouveau le justifie.
Art. 2. Het verzoek tot vaststelling van de ongeschiktheid moet bij de bevoegde kinderbijslaginstelling ingediend worden. Deze gaat na of alle toekenningsvoorwaarden van de kinderbijslag, andere dan die betreffende de ongeschiktheid, vervuld zijn en, in bevestigend geval, zendt zij het verzoek door naar (de dienst voor geneeskundige controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering).
Art. 2. La demande de constatation de l'incapacité doit être introduite auprès de l'organisme d'allocations familiales compétent. Celui-ci vérifie si toutes les conditions d'octroi des allocations familiales, autres que celles relatives à l'incapacité, sont réunis et, dans l'affirmative, transmet la demande (au service du contrôle médical de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité).
Art. 3. De aanvragen tot vaststelling van de ontoereikendheid of de vermindering van de lichamelijke of geestelijke geschiktheid of van de ongeschiktheid van een in de artikelen 47 of 63 van evengenoemde samengeordende wetten bedoeld kind, die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit bij de vrederechter aanhangig zijn, worden vóór 1 februari 1974 overgemaakt aan de medico-sociale dienst van het Ministerie van Sociale Voorzorg.
Art. 3. Les demandes de constatation de l'insuffisance ou de la diminution de la capacité physique ou mentale ou de l'incapacité d'un enfant visé aux articles 47 ou 63 des lois coordonnées précitées, pendantes à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté devant le juge de paix, sont transmises par celui-ci au service médico-social du Ministère de la Prévoyance sociale avant le 1er février 1974.
Art. 4. Het koninklijk besluit van 29 juni 1967 tot bepaling van de wijze waarop de ongeschiktheid van zekere personen wordt vastgesteld, voor de toepassing van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, wordt opgeheven.
Art. 4. L'arrêté royal du 29 juin 1967 fixant le mode de constatation de l'incapacité de certaines personnes pour l'application des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés est abrogé.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1974.
Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 1974.
Art. 6. Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Sociale Voorzorg zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Notre Ministre de la Justice et Notre Ministre de la Prévoyance sociale sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.