Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
15 JUNI 1972. - Koninklijk besluit ter bepaling van de toekenningsmodaliteiten van een uitkering voor hulp van derden ten gunste van zwaar gehandicapten.
Titre
15 JUIN 1972. - Arrêté royal déterminant les modalités d'octroi d'une indemnité pour l'aide d'une tierce personne au profit des handicapés graves
Informations sur le document
Numac: 1972061501
Datum: 1972-06-15
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1972061501
Date: 1972-06-15
Moniteur: Voir
Tekst (19)
Texte (19)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan:
1° onder "uitkering": de uitkering voor hulp van derden ten gunste van zwaar gehandicapten;
2° onder "wet": de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan de minder-validen ;
3° onder "algemeen reglement": het koninklijk besluit van 17 november 1969 houdende algemeen reglement betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan de minder-validen.
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, il y a lieu d'entendre :
1° par "indemnité" : l'indemnité pour l'aide d'une tierce personne au profit des handicapés graves ;
2° par "loi" : la loi du 27 juin 1969 relative à l'octroi d'allocations aux handicapés ;
3° par "règlement général" : l'arrêté royal du 17 novembre 1969 portant règlement général relatif à l'octroi d'allocations aux handicapés.
Art. 2. Een uitkering wordt onder de bij dit besluit voorziene voorwaarden toegekend :
a) aan de rechthebbenden van de door de wet bedoelde gewone tegemoetkoming, berekend op grond van een blijvende arbeidsongeschiktheid van 100 pct.;
b) aan de rechthebbenden van de door de wet bedoelde aanvullende tegemoetkoming, onverminderd het tweede lid) indien de gewone tegemoetkoming van de betrokkenen berekend was op grond van een blijvende arbeidsongeschiktheid van 100 pct.
c) aan de rechthebbenden van de bij de wet bedoelde bijzondere tegemoetkoming.
(Een uitkering mag eveneens worden toegekend wanneer de aanvullende tegemoetkoming niet wordt toegestaan of geschrapt is op grond van het artikel 8 van de wet en het bedrag ervan is vastgesteld overeenkomstig het artikel 3, tweede lid.) (toegevoegd)
Art. 2. Une indemnité est accordée dans les conditions prévues par le présent arrêté :
a) aux bénéficiaires de l'allocation ordinaire visée par la loi et calculée sur base d'une incapacité permanente de travail de 100 p.c. ;
b) (aux bénéficiaires de l'allocation complémentaire visée par la loi, sans préjudice de l'alinéa 2) si l'allocation ordinaire des intéressés était calculée sur base d'une incapacité permanente de travail de 100 p.c.;
c) aux bénéficiaires de l'allocation spéciale visée par la loi.
(Une indemnité peut également être octroyée lorsque l'allocation complémentaire n'est pas accordée ou est supprimée sur base de l'article 8 de la loi et son montant est établi conformément à l'article 3, alinéa 2.)
Art. 3. Het jaarbedrag van de uitkering is vastgesteld op 6 000 F ; het is evenwel beperkt tot het jaarbedrag van de gewone of bijzondere tegemoetkoming waarop betrokkene aanspraak kan maken. (Voor het in het artikel 2, tweede lid, bedoeld geval, wordt het verjaarbedrag van de uitkering, vastgesteld overeenkomstig het eerste en het derde lid, verminderd met het verschil tussen het bedrag van de overeenkomstig het artikel 8 van de wet in aanmerking genomen prestaties en het bedrag van de gewone tegemoetkoming waarop de minder-valide recht zou hebben.)
Het bedrag van de uitkering schommelt overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld; het is gekoppeld aan het indexcijfer 114,20 van de consumptieprijzen.
Art. 3. Le montant annuel de l'indemnité est fixé à 6 000 francs ; il est toutefois limité au montant annuel de l'allocation ordinaire ou spéciale auquel peut prétendre l'intéressé.
(Dans le cas visé à l'article 2, alinéa 2, le montant annuel de l'indemnité, établi conformément aux alinéas 1er et 3, est diminué de la différence entre le montant des prestations prises en considération conformément à l'article 8 de la loi et le montant de l'allocation ordinaire à laquelle le handicapé aurait droit.)
Le montant de l'indemnité varie conformément aux dispositions de la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du Trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants ; il est rattaché à l'indice 114,20 des prix à la consommation.
Art. 4. § 1. De aanvraag om tegemoetkoming geldt als aanvraag om uitkering voor zover betrokkene een tegemoetkoming bekomt, berekend op grond van een blijvende arbeidsongeschiktheid van 100 pct.
De dienst voor tegemoetkomingen aan de minder-validen van het Ministerie van Sociale Voorzorg is gelast met het administratief onderzoek van de rechten op de uitkering, evenwel zoals voorzien in artikel 7 van het algemeen reglement.
Het recht op de uitkering gaat in de eerste dag van de maand waarin de aanvrager de in dit besluit voorziene voorwaarden vervult.
Wanneer het bepalen van de rechten op de aanvullende tegemoetkoming van de rechthebbende die een gewone tegemoetkoming geniet, berekend op grond van een blijvende arbeidsongeschiktheid van 100 pct., ambtshalve is geschied, worden de eventuele rechten op de uitkering door evengenoemde dienst ambtshalve onderzocht.
§ 2. Indien de aanvrager meent dat zijn toestand zodanig gewijzigd is dat het de toekenning of de vermeerdering van de uitkering verantwoordt, kan een nieuwe aanvraag om uitkering worden ingediend.
Deze nieuwe aanvraag moet per ter post aangetekend schrijven worden ingediend bij de in § 1 bedoelde dienst.
De beslissing van deze nieuwe aanvraag heeft uitwerking de eerste dag van de maand volgend op die in de loop van dewelke ze is ingediend.
Art. 4. § 1er. La demande d'allocation vaut demande d'indemnité pour autant que l'intéressé obtienne une allocation calculée sur la base d'une incapacité permanente de travail de 100 p.c.
Le service des allocations pour handicapés du Ministère de la Prévoyance sociale procède à l'instruction administrative des droits à l'indemnité, le cas échéant de la manière prévue à l'article 7 du règlement général.
Le droit à l'indemnité prend cours à partir du premier jour du mois au cours duquel le demandeur satisfait aux conditions prévues par le présent arrêté.
Lorsqu'il est procédé d'office à la détermination des droits à l'allocation complémentaire du bénéficiaire d'une allocation ordinaire calculée sur la base d'une incapacité permanente de travail de 100 p.c., les droits éventuels à l'indemnité sont examinés d'office par le service précité.
§ 2. Une nouvelle demande d'indemnité peut être introduite lorsque, selon le demandeur, une modification dans sa situation est intervenue qui justifie l'octroi ou l'augmentation de l'indemnité.
Cette nouvelle demande doit être introduite par lettre recommandée à la poste, auprès du service visé au § 1er.
La décision afférente à cette nouvelle demande produit ses effets le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel elle est introduite.
Art. 5. De bepalingen van het artikel 46 van het algemeen reglement zijn van toepassing op de beslissingen die genomen worden ten opzichte van de rechten op de uitkering.
Art. 5. Les dispositions de l'article 46 du règlement général sont applicables aux décisions prises à l'égard des droits à l'indemnité.
Art. 6. De uitkering wordt niet toegekend wanneer de minder-valide of zijn echtgenoot een gelijkaardige prestatie geniet krachtens een andere wetgeving.
Art. 6. L'indemnité n'est pas accordée lorsque le handicapé ou son conjoint bénéficie d'une prestation de même nature en vertu d'une autre législation.
Art. 7. De uitkering wordt niet toegekend aan de minder-valide die tot een godsdienstige of lekengemeenschap behoort.
Art. 7. L'indemnité n'est pas accordée au handicapé qui appartient à une communauté religieuse ou laïque.
Art. 8. Wonen de echtelieden samen en kunnen zij beiden de uitkering bekomen, dan wordt het kleinste bedrag van de uitkering met de helft verminderd ; zijn de twee uitkeringen gelijk, dan wordt iedere uitkering met 25 pct. verminderd.
(Voor de toepassing van het vorig lid, wordt de in artikel 43bis van het algemeen reglement bedoelde tegemoetkoming voor hulp van derde gelijkgesteld met de uitkering.) (toegevoegd)
Art. 8. Lorsque les conjoints habitent ensemble et peuvent obtenir tous deux l'indemnité, le montant de l'indemnité la moins élevée est réduit de moitié ; lorsque les deux indemnités sont égales, chacune d'elles est réduite de 25 p.c.
(Pour l'application de l'alinéa précédent, l'allocation pour l'aide d'une tierce personne visée à l'article 43bis du règlement général est assimilée à l'indemnité.)
Art. 9. Wanneer het artikel 54 van het algemeen reglement wordt toegepast, wordt, voor de toepassing van het artikel 2, de rechthebbende geacht de tegemoetkoming te genieten gedurende het in evengenoemd artikel 54 bedoeld tijdvak.
Art. 9. Lorsqu'il est fait application de l'article 54 du règlement général, le bénéficiaire est, pour l'application de l'article 2, censé bénéficier de l'allocation pendant la période visée par l'article 54 précité.
Art. 10. De uitkering wordt betaald volgens de in de artikelen 48 en 49 van het algemeen reglement voorziene modaliteiten, door de dienst die de tegemoetkoming die betrokkene geniet, betaalt.
Art. 10. L'indemnité est payée, selon les modalités prévues par les articles 48 et 49 du règlement général, par le service qui paie l'allocation dont bénéficie l'intéressé.
Art. 11. De uitkering wordt niet betaalt aan de rechthebbende voor de duur van zijn verblijf in een verzorgingsinrichting of in een tehuis voor ouden van dagen.
De bepalingen van de artikelen 8, 56, 57, eerste lid, 58 en 59 van het algemeen reglement worden op de uitkering toegepast.
Art. 11. L'indemnité n'est pas payée, pendant la durée de son séjour, au bénéficiaire séjournant dans une institution de soins ou dans un home pour personnes âgées.
Les dispositions des articles 8, 56, 57, alinéa 1er, 58 et 59 du règlement général sont applicables à l'indemnité.
Art. 12. De uitkeringsgerechtigde moet een verklaring indienen zodra er zich wijzigingen voordoen in zijn toestand die het bedrag van de uitkering zouden kunnen verminderen ; deze verklaring moet per ter post aangetekend schrijven worden gezonden naar de in artikel 4, § 1, bedoelde dienst en moet de datum en de aard van de wijziging die zich in de toestand van de minder-valide heeft voorgedaan, vermelden.
De beslissing die uit deze verklaring voortvloeit, heeft uitwerking de eerste dag van de maand volgend op die in de loop van dewelke de wijziging, die deze verklaring verantwoordt, zich heeft voorgedaan.
Art. 12. Le bénéficiaire de l'indemnité doit introduire une déclaration dès que des modifications de sa situation sont susceptibles de diminuer le montant de l'indemnité ; cette déclaration doit être adressée, par lettre recommandée à la poste, au service visé à l'article 4, § 1er, et doit renseigner la date ainsi que la nature de la modification survenue dans la situation du handicapé.
La décision consécutive à cette déclaration produit ses effets le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel survient la modification justifiant cette déclaration.
Art. 13. Voor de toepassing van de artikelen 18, 21, 22, 27, 29 en 31 van de wet wordt de uitkering gelijkgesteld met de gewone tegemoetkoming.
Art. 13. L'indemnité est assimilée à l'allocation ordinaire pour l'application des articles 18, 21, 22, 27, 29 et 31 de la loi.
Art. 14. De uitkering wordt niet in aanmerking genomen voor de toepassing van de artikelen 14 en 20 van het algemeen reglement.
Art. 14. L'indemnité n'est pas prise en considération pour l'application des articles 14 et 20 du règlement général.
Art. 15. (opgeheven)
Art. 15. (abrogé) .
Art. 16. § 1. De rechten op de uitkering worden ambtshalve onderzocht voor de personen van wie het recht op de tegemoetkoming, berekend op grond van een blijvende arbeidsongeschiktheid van 100 pct., op de datum van inwerkingtreding van dit besluit nog niet het voorwerp was van een administratieve beslissing. In dit geval, gaat de uitkering in op dezelfde datum als de tegemoetkoming en, ten vroegste, op 1 oktober 1972.
§ 2. De rechten op de uitkering worden ambtshalve onderzocht voor de personen die op 1 oktober 1972 een gewone of bijzondere tegemoetkoming genieten, berekend op grond van een blijvende arbeidsongeschiktheid van 100 pct. In dit geval, gaat de uitkering in ten vroegste op 1 oktober 1972.
§ 3. Wanneer op 1 oktober 1972 een aanvullende tegemoetkoming berekend op grond van een blijvende arbeidsongeschiktheid van 100 pct. wordt betaald, moet voor het toekennen van de uitkering een aanvraag rechtstreeks aan de in artikel 4, § 1, bedoelde dienst worden gezonden per ter post aangetekend schrijven. Aldus gaat de uitkering in de eerste dag van de maand volgend op die in de loop van dewelke de aanvraag is ingediend ; zo deze aanvraag evenwel is ingediend vóór 1 april 1973, heeft zij uitwerking vanaf 1 oktober 1972.
Art. 16. § 1er. Les droits à l'indemnité sont examinés d'office dans le chef des personnes dont le droit à l'allocation calculée sur la base d'une incapacité permanente de travail de 100 p.c., n'a pas encore fait l'objet d'une décision administrative à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté. Dans ce cas, l'indemnité prend cours à la même date que l'allocation et, au plus tôt, le 1er octobre 1972.
§ 2. Les droits à l'indemnité sont examinés d'office dans le chef des personnes qui bénéficient au 1er octobre 1972 d'une allocation ordinaire ou spéciale calculée sur la base d'une incapacité permanente de travail de 100 p.c. Dans ce cas, l'indemnité prend cours au plus tôt le 1er octobre 1972.
§ 3. Lorsqu'une allocation complémentaire, calculée sur la base d'une incapacité permanente de travail de 100 p.c., est payée au 1er octobre 1972, l'octroi de l'indemnité est subordonné à l'introduction d'une demande, par lettre recommandée à la poste, directement auprès du service visé à l'article 4, § 1er. L'indemnité prend alors cours le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel la demande est introduite ; toutefois, si cette demande est introduite avant le 1er avril 1973, elle produit ses effets le 1er octobre 1972.
Art. 17. De uitgaven die uit de toepassing van dit besluit voortvloeien, zijn ten laste van het Rijk.
Art. 17. Les dépenses résultant de l'application du présent arrêté sont à charge de l'Etat.
Art. 18. Dit besluit heeft uitwerking op 1 oktober 1972.
Art. 18. Le présent arrêté produit ses effets le 1er octobre 1972.
Art. 19. Onze Minister van Sociale Voorzorg is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 19. Notre Ministre de la Prévoyance sociale est chargé de l'exécution du présent arrêté.