Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
21 MEI 1965. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement van de strafinrichtingen.(NOTA : opgeheven voor de Franse gemeenschap bij DFG2019-03-14/24, art. 149, 026; Inwerkingtreding : 23-04-2019)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-02-1991 en tekstbijwerking tot 29-08-2019)
Titre
21 MAI 1965. - Arrêté royal portant règlement général des établissements pénitentiaires. (NOTE : abrogé pour la Communauté française par DCFR2019-03-14/24, art. 149, 026; En vigueur : 23-04-2019) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 05-02-1991 et mise à jour au 29-08-2019)
Informations sur le document
Numac: 1965052101
Datum: 1965-05-21
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1965052101
Date: 1965-05-21
Moniteur: Voir
Table des matières
TITEL I. - DE STRAFINRICHTINGEN. HOOFDSTUK I. - Definities en algemene bepalingen. HOOFDSTUK II. - Bezoek aan de inrichtingen. Afdeling 1. - Door de parlementsleden. Afdeling 2. - Door andere overheden. Afdeling 3. - Door andere personen. HOOFDSTUK III. - Beroepsopleiding van het perso... TITEL II. - REGIME VAN DE GEDETINEERDEN. HOOFDSTUK I. - Algemene regels. HOOFDSTUK II. - Opneming in de inrichting. HOOFDSTUK III. - (Briefwisseling, bezoek en geb... Afdeling 1. - Briefwisseling. Afdeling 2. - Bezoeken. Onderafdeling 1. - Door leden van het personeel... Onderafdeling 2. - Door advocaten. Onderafdeling 3. - Door andere personen die nie... Afdeling 3. - (Gebruik van de telefoon). HOOFDSTUK IV. - Zedelijk en godsdienstig regime. Afdeling 1. - Zedelijkheidsdossier. Afdeling 2. - (Personeelscollege). Afdeling 3. - Uitoefening van de eredienst of d... Afdeling 4. - Katholieke eredienst. Afdeling 5. - (Morele consulenten). HOOFDSTUK V. - Algemene ontwikkeling en beroeps... HOOFDSTUK VI. - Arbeid en reservefonds. Afdeling. - Arbeid. Afdeling 2. - Reservefonds. HOOFDSTUK VIbis. - Uitoefening van een activite... HOOFDSTUK VII. - Kantine. HOOFDSTUK VIII. - Strafkledij. HOOFDSTUK IX. - Tuchtregime. Afdeling 1. - Tuchtregels. Afdeling 2. - Straffen. HOOFDSTUK X. - Regels eigen aan bepaalde gedeti... Afdeling 1. - Verdachten, beklaagden en beschul... Afdeling 2. - Veroordeelden wegens politiek mis... Afdeling 3. - Abnormalen, recidivisten en landl... HOOFDSTUK XI. - Geneeskundige diensten. Afdeling 1. - Gewone geneeskunde. Afdeling 2. - Psychiatrie. Afdeling 3. - Maatregelen die dienen te worden ... HOOFDSTUK XII. - Veiligheid en handhaving van d... Afdeling 1. - Als gevaarlijk aangeschreven gede... Afdeling 2. - (Gewelddaden, daden van wederspan... HOOFDSTUK XIII. - Administratieve voorschriften. Afdeling 1. - Opsluiting van vrouwen met hun ki... Afdeling 2. - Sterfgevallen. Afdeling 3. - Genade en voorwaardelijke invrijh... Afdeling 4. - Invrijheidstellingen en overbreng... Onderafdeling 1. - Invrijheidstellingen. Onderafdeling 2. - Overbrengingen. TITEL III. - (INSPECTIE EN TOEZICHT.) HOOFDSTUK I. - Inspectie. HOOFDSTUK II. - Toezicht Afdeling 1. - Algemene bepaling Afdeling 2. - Centrale Toezichtsraad voor het G... Onderafdeling 1. - Oprichting en taakomschrijving Onderafdeling 2. - Samenstelling van de Central... Onderafdeling 3. - Werking Afdeling 3. - Commissies van Toezicht Onderafdeling 1. Onderafdeling 2. Onderafdeling 3. Onderafdeling 4. TITEL IV. - SLOTBEPALINGEN. BIJLAGEN.
Table des matières
TITRE PREMIER. - DES ETABLISSEMENTS PENITENTIAI... CHAPITRE PREMIER. - Définitions et dispositions... CHAPITRE II. - Visite des établissements. Section première. - Par les membres du Parlement. Section 2. - Par d'autres autorités. Section 3. - Par d'autres personnes. CHAPITRE III. - Formation professionnelle du pe... TITRE II. - REGIME DES DETENUS. CHAPITRE PREMIER. - Règles générales. CHAPITRE II. - Entrée à l'établissement. CHAPITRE III. - (Correspondance, visites et usa... Section première. - Correspondance. Section 2. - Visites. Sous-section première. - (Par des membres du pe... Sous-section 2. - Par les avocats. Sous-section 3. - Par d'autres personnes étrang... Section 3. - Usage du téléphone). CHAPITRE IV. - Régime moral et religieux. Section première. - Dossier moral. Section 2. - (Conférence du personnel). Section 3. - (Pratique des cultes ou de l'assis... Section 4. - Culte catholique. Section 5. - Conseillers moraux. CHAPITRE V. - Formation générale et professionn... CHAPITRE VI. - Travail et fonds de réserve. Section première. - Travail. Section 2. - Fonds de réserve. CHAPITRE VIbis. - Exercice d'une activité néces... CHAPITRE VII. - Cantine. CHAPITRE VIII. - Costume pénitentiaire. CHAPITRE IX. - Régime disciplinaire. Section première. - Règles de discipline. Section 2. - Punitions. CHAPITRE X. - Règles particulières à certains d... Section première. - Inculpés, prévenus et accuses. Section 2. - Condamnés pour infraction politiqu... Section 3. - Anormaux, récidivistes et vagabonds. CHAPITRE XI. - Services médicaux. Section première. - Médecine ordinaire. Section 2. - Médecine mentale. Section 3. - Mesures à prendre à l'égard de cer... CHAPITRE XII. - Sûreté et maintien de l'ordre. Section première. - Détenus reputés dangereux. Section 2. - (Actes de violences, de rébellion ... CHAPITRE XIII. - Prescriptions administratives. Section première. - Détention de femmes accompa... Section 2. - Décès. Section 3. - Grâce et libération conditionnelle. Section 4. - Mises en liberté et transfèrements. Sous-section première: mises en liberté. Sous-section 2. - Transfèrements. TITRE III. - (INSPECTION ET SURVEILLANCE.) CHAPITRE PREMIER. - Inspection. CHAPITRE II. - Surveillance Section 1. - Disposition générale Section 2. - Conseil central de surveillance pé... Sous-section 1. - Création et missions Sous-section 2. - Composition du Conseil centra... Sous-section 3. - Fonctionnement Section 3. - Commissions de Surveillance Sous-section 1. Sous-section 2. Sous-section 3. Sous-section 4. TITRE IV. - DISPOSITIONS FINALES. ANNEXES.
Tekst (229)
Texte (229)
TITEL I. - DE STRAFINRICHTINGEN.
TITRE PREMIER. - DES ETABLISSEMENTS PENITENTIAIRES.
HOOFDSTUK I. - Definities en algemene bepalingen.
CHAPITRE PREMIER. - Définitions et dispositions générales.
Artikel 1. Dit reglement doelt op de strafinrichtingen die hierna inrichtingen worden genoemd.
Article 1. Sont visés par le présent règlement les établissements pénitentiaires dénommés ci-après établissements.
HOOFDSTUK II. - Bezoek aan de inrichtingen.
CHAPITRE II. - Visite des établissements.
Afdeling 1. - Door de parlementsleden.
Section première. - Par les membres du Parlement.
Afdeling 2. - Door andere overheden.
Section 2. - Par d'autres autorités.
Afdeling 3. - Door andere personen.
Section 3. - Par d'autres personnes.
HOOFDSTUK III. - Beroepsopleiding van het personeel.
CHAPITRE III. - Formation professionnelle du personnel.
Art. 9. De beroepsopleiding en de voortgezette beroepsopleiding van het gezamenlijk personeel van de strafinrichtingen worden georganiseerd, inzonderheid met het oog op de voorbereiding van de statutaire examens.
Art. 9. La formation et le perfectionnement professionnels de l'ensemble du personnel des établissements pénitentiaires sont organisés, notamment en vue de la préparation aux épreuves statutaires.
Art. 10. Om het administratief personeel vertrouwd te maken met de werkwijze van de verschillende diensten, schrijft de (adviseur-gevangenisdirecteur) onder meer periodieke veranderingen van bevoegdheden voor. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 014; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
  Van zijn kant, neemt de hoofdbewaarder, in de inrichting zelf en onder het gezag van de (adviseur-gevangenisdirecteur), de verantwoordelijkheid op zich van de beroepsopleiding van het bewaarderspersoneel. De pas aangeworven personeelsleden worden door zijn zorg en zo spoedig mogelijk op de hoogte gebracht van de voornaamste aspecten van hun taak. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 014; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
Art. 10. Pour initier le personnel administratif au fonctionnement des divers services, le (conseiller-directeur de prisons) prescrit notamment des changements périodiques d'attributions. <AR 2006-12-28/43, art. 15, 014; En vigueur : 01-12-2004>
  De son côté, le chef-surveillant assume, dans l'établissement même et sous l'autorité du (conseiller-directeur de prisons), la responsabilité de la formation professionnelle du personnel de surveillance. Les agents nouvellement recrutés sont, par ses soins et dans le plus bref délai, mis au courant des principaux aspects de leur mission. <AR 2006-12-28/43, art. 15, 014; En vigueur : 01-12-2004>
Art. 11. Elke inrichting is voorzien van een vakbibliotheek.
Art. 11. Chaque établissement est doté d'une bibliothèque professionnelle.
Art. 12. Het instituut voor voortgezette opleiding van de kaders van de strafinrichtingen, dat voor het gezamenlijk personeel wordt opgericht, beschikt over een documentatie en over werken die betrekking hebben op de criminologische wetenschappen en op de penitentiaire techniek.
  Ten behoeve van al de categorieën van het personeel worden, in het kader van dit instituut, geregeld studiedagen en reeksen van cursussen ingericht.
Art. 12. L'institut de perfectionnement des cadres pénitentiaires, établi pour l'ensemble du personnel, est pourvu d'une documentation et d'ouvrages intéressant les sciences criminologiques et la technique pénitentiaire.
  Des journées d'étude et des sessions de cours au bénéfice de toutes les catégories d'agents sont périodiquement organisées dans le cadre de cet institut.
TITEL II. - REGIME VAN DE GEDETINEERDEN.
TITRE II. - REGIME DES DETENUS.
HOOFDSTUK I. - Algemene regels.
CHAPITRE PREMIER. - Règles générales.
HOOFDSTUK II. - Opneming in de inrichting.
CHAPITRE II. - Entrée à l'établissement.
HOOFDSTUK III. - (Briefwisseling, bezoek en gebruik van de telefoon).
CHAPITRE III. - (Correspondance, visites et usages du téléphone).
Afdeling 1. - Briefwisseling.
Section première. - Correspondance.
Art. 18. De (adviseur-gevangenisdirecteur) doet zonder verwijl aan de onderzoeksrechter de brieven komen die geadresseerd zijn aan de beklaagden aan wie verbod tot vrij verkeer werd opgelegd. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 014; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
  De brieven geschreven door verdachten, beklaagden en beschuldigden aan wie dit verbod niet werd opgelegd en de brieven die aan hen zijn geadresseerd, worden enkel aan de rechterlijke overheden toegezonden indien dezen de (adviseur-gevangenisdirecteur) bevel hebben gegeven er beslag op te leggen. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 014; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
Art. 18. Le (conseiller-directeur de prisons) transmet immédiatement au juge d'instruction les lettres adressées à des prévenus à qui il a été défendu de communiquer. <AR 2006-12-28/43, art. 15, 014; En vigueur : 01-12-2004>
  Les lettres écrites par des inculpés, accusés et prévenus non soumis à cette défense et celles qui leur sont adressées ne sont transmises aux autorités judiciaires que si celles-ci ont ordonné au (conseiller-directeur de prisons) de les saisir. <AR 2006-12-28/43, art. 15, 014; En vigueur : 01-12-2004>
Afdeling 2. - Bezoeken.
Section 2. - Visites.
Onderafdeling 1. - Door leden van het personeel, de aalmoezeniers, de islamconsulenten en de moreel consulenten
Sous-section première. - (Par des membres du personnel, les aumôniers, les conseillers islamiques et les conseillers moraux)
Onderafdeling 2. - Door advocaten.
Sous-section 2. - Par les avocats.
Onderafdeling 3. - Door andere personen die niet tot het bestuur behoren.
Sous-section 3. - Par d'autres personnes étrangères à l'administration.
Afdeling 3. - (Gebruik van de telefoon).
Section 3. - Usage du téléphone).
HOOFDSTUK IV. - Zedelijk en godsdienstig regime.
CHAPITRE IV. - Régime moral et religieux.
Afdeling 1. - Zedelijkheidsdossier.
Section première. - Dossier moral.
Art. 36. Voor elke veroordeelde, die één of meer veroordelingen heeft opgelopen welke samen meer dan drie maanden gevangenisstraf bedragen, wordt een zedelijkheidsdossier aangelegd dat wordt samengesteld op de door de Minister voorgeschreven wijze.
  Dit dossier bevat al de inlichtingen omtrent de zedelijkheid van de gedetineerden vóór en tijdens hun hechtenis.
Art. 36. Il est ouvert à tout condamné ayant encouru une ou plusieurs condamnations qui, réunies, dépassent trois mois d'emprisonnement, un dossier moral constitué de la manière prescrite par le Ministre.
  Ce dossier contient tous les renseignements sur la moralité des détenus avant et pendant la détention.
Afdeling 2. - (Personeelscollege).
Section 2. - (Conférence du personnel).
Afdeling 3. - Uitoefening van de eredienst of de niet- confessionele morele dienstverlening en religieuze of morele bijstand op grond van de verklaringen van de gedetineerden overeenkomstig artikel 16, tweede lid.
Section 3. - (Pratique des cultes ou de l'assistance morale non-confessionnelle et assistance morale ou religieuse sur la base des déclarations faites par les détenus conformément à l'article 16, alinéa 2.)
Afdeling 4. - Katholieke eredienst.
Section 4. - Culte catholique.
Afdeling 5. - (Morele consulenten).
Section 5. - Conseillers moraux.
HOOFDSTUK V. - Algemene ontwikkeling en beroepsopleiding.
CHAPITRE V. - Formation générale et professionnelle.
HOOFDSTUK VI. - Arbeid en reservefonds.
CHAPITRE VI. - Travail et fonds de réserve.
Afdeling. - Arbeid.
Section première. - Travail.
Afdeling 2. - Reservefonds.
Section 2. - Fonds de réserve.
Art. 70. Onder voorbehoud van de eventuele toepassing van artikel 78 wordt het door een ontvluchte gedetineerde nagelaten bezit op zijn naam gestort in de Deposito- en Consignatiekas.
Art. 70. Sous réserve de l'application éventuelle de l'article 78, l'avoir délaissé par un détenu évadé est versé à son nom à la Caisse des dépôts et consignations.
Art. 71. Het geld dat door buitenlandse gedetineerden bij hun binnenkomen in de inrichting in bewaring werd gegeven, of dat hun later toegezonden wordt zonder bijzondere bestemming, wordt bij hun vertrek in beslag genomen ten belope van het bedrag van de gerechtskosten en de geldboeten.
  Alleen zij die bij het verstrijken van hun straf onmiddellijk terug naar de grens worden geleid, worden ten opzichte van de toepassing van voorgaande bepaling als vreemdelingen beschouwd.
Art. 71. Les fonds déposés par les détenus étrangers au pays lors de leur entrée à l'établissement ou qui leur sont envoyés dans la suite, sans destination spéciale, sont saisis au moment de la sortie jusqu'à concurrence du montant des frais de justice et des amendes.
  Sont seuls considérés comme étrangers au point de vue de l'application de la disposition qui précède ceux qui, à l'expiration de leur peine, sont immédiatement reconduits à la frontière.
HOOFDSTUK VIbis. - Uitoefening van een activiteit die verkeer met buiten vergt.
CHAPITRE VIbis. - Exercice d'une activité nécessitant des échanges avec l'extérieur.
HOOFDSTUK VII. - Kantine.
CHAPITRE VII. - Cantine.
HOOFDSTUK VIII. - Strafkledij.
CHAPITRE VIII. - Costume pénitentiaire.
HOOFDSTUK IX. - Tuchtregime.
CHAPITRE IX. - Régime disciplinaire.
Afdeling 1. - Tuchtregels.
Section première. - Règles de discipline.
Art. 78. Onder voorbehoud van eventuele tuchtstraffen zijn de gedetineerden die uit kwaadaardigheid of nalatigheid kledingstukken, beddegoed of meubelstukken, boeken, gereedschappen, tuigen en grondstoffen die te hunner beschikking zijn gesteld, vernielen of beschadigen, of enige schade toebrengen, verplicht de veroorzaakte schade, die dadelijk en zo juist mogelijk wordt vastgesteld, te vergoeden.
  Uit dien hoofde mogen door de (adviseur-gevangenisdirecteur) te bepalen bedragen van de hun verschuldigde sommen worden afgehouden. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 015; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
Art. 78. Sous réserve de sanctions disciplinaires éventuelles, les détenus qui, par méchanceté ou négligence, détruisent ou détériorent les effets d'habillement, de couchage, ou d'ameublement, les livres, outils, instruments et matières premières mis à leur disposition ou provoquent des dégâts, sont tenus de payer la valeur du dommage causé, laquelle est fixée immédiatement et aussi justement que possible.
  Des retenues dont le montant est fixé par le (conseiller-directeur de prisons) peuvent de ce chef, être opérées sur les sommes qui leur sont dues. <AR 2006-12-28/43, art. 15, 015; En vigueur : 01-12-2004>
Afdeling 2. - Straffen.
Section 2. - Punitions.
Art. 89. (Opgeheven) <KB 1986-02-07, art. 7>
Art. 89. (abrogé) <AR 1986-02-07, art.7>
HOOFDSTUK X. - Regels eigen aan bepaalde gedetineerden.
CHAPITRE X. - Règles particulières à certains détenus.
Afdeling 1. - Verdachten, beklaagden en beschuldigden.
Section première. - Inculpés, prévenus et accuses.
Art. 92. Ten aanzien van het regime waaraan de beklaagde onderworpen is, heeft het wettelijk uitgevaardigde verbod van vrij verkeer, uitgesproken door de onderzoeksrechter, geen ander gevolg dan de ontzegging van elke omgang met personen van buiten, (behalve met zijn advocaat,) dit is inzonderheid (...) met zijn familie, of met de andere gedetineerden; voor het overige moet de verdachte, ten opzichte van wie deze maatregel getroffen werd behandeld worden zoals de andere beklaagden; hij mag onder meer naar de individuele wandelplaats en naar de kapel gaan en het bezoek ontvangen van de aalmoezenier, (islamconsulent) of van de ((moreel consulent)) en van de personeelsleden van de inrichting. <KB 1995-09-26/33, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 29-10-1995> <KB 1990-12-04/37, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 15-02-1991> <KB 2001-03-23/32, art. 17, 009; Inwerkingtreding : 01-04-2001>
Art. 92. L'interdiction de communiquer, légalement ordonnée par le juge d'instruction, n'a, quant au régime auquel le prévenu est soumis, d'autre effet que de lui interdire toute communication avec des personnes du dehors, (hormis son avocat), c'est-à-dire notamment (...) avec sa famille ou avec les autres détenus; l'inculpé qui est l'objet de cette mesure doit, pour le surplus, être traité comme les autres prévenus : il peut entre autre se rendre au préau individuel, à la chapelle et recevoir la visite de l'aumônier, (du conseiller islamique) ou du conseiller moral et des agents de l'établissement. <AR 1995-09-26/33, art. 3, 006; En vigueur : 29-10-1995> <AR 2001-03-23/32, art. 17,009; En vigueur : 01-04-2001>
Afdeling 2. - Veroordeelden wegens politiek misdrijf, misdrijf samenhangend met een politiek misdrijf, persmisdrijf of tweegevecht.
Section 2. - Condamnés pour infraction politique, infraction connexe à une infraction politique, délit de presse ou duel.
Afdeling 3. - Abnormalen, recidivisten en landlopers.
Section 3. - Anormaux, récidivistes et vagabonds.
Art. 95. Behoudens bijzondere bepalingen, is dit reglement van toepassing op de geïnterneerden van alle categorieën.
Art. 95. Sauf dispositions particulières, le présent règlement est applicable aux internés de toutes catégories.
HOOFDSTUK XI. - Geneeskundige diensten.
CHAPITRE XI. - Services médicaux.
Afdeling 1. - Gewone geneeskunde.
Section première. - Médecine ordinaire.
Art. 96. De zieke gedetineerden ontvangen van de geneesheer van de inrichting de verzorging die hun toestand vereist.
  De beklaagden en beschuldigden mogen, met de toestemming van de (adviseur-gevangenisdirecteur), op eigen kosten een beroep doen op een door hun gekozen geneesheer. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 015; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
  In dit geval zijn ook de artsenijrecepten te hunnen laste.
  De recepten van niet tot de inrichting behorende geneesheren worden medegedeeld aan de geneesheer die aan de inrichting is verbonden; de geneesheer kan zich tegen de uitvoering ervan verzetten als ze strijdig zijn met de wet of met een verordening tot uitvoering daarvan.
  Indien de niet tot de inrichting behorende geneesheer en de geneesheer die aan de inrichting verbonden is het niet eens zijn, wordt de betwisting voor scheidsrechterlijke beslissing voorgelegd aan de geneesheer-inspecteur van de strafinrichtingen. In afwachting van diens beslissing heeft het advies van de geneesheer der inrichting de overhand.
Art. 96. Les détenus malades reçoivent du médecin de l'établissement les soins que leur état réclame.
  Les prévenus et accusés peuvent, avec l'autorisation du (conseiller-directeur de prisons), faire appel à leurs frais à l'intervention d'un médecin de leur choix. <AR 2006-12-28/43, art. 15, 015; En vigueur : 01-12-2004>
  Dans ce cas, les prescriptions pharmaceutiques sont aussi à leur charge.
  Les ordonnances des médecins étrangers à l'établissement sont communiquées au médecin attaché à cet établissement; le médecin peut s'opposer à leur exécution, si elles sont contraires à la loi ou à un règlement pris en exécution de celle-ci.
  En cas de désaccord entre le médecin étranger à l'établissement et le médecin attaché à celui-ci, la contestation est soumise à l'arbitrage du médecin inspecteur des établissements pénitentiaires. En attendant la décision de celui-ci, l'avis du médecin de l'établissement prévaut.
Art. 97. Zo de gedetineerde aangetast is door een aandoening, die niet behoorlijk in de inrichting kan behandeld worden, mag de (adviseur-gevangenisdirecteur), op het advies van de geneesheer aan de Minister de toelating vragen om de gedetineerde naar het penitentiair genees- en heelkundig centrum over te brengen. Wanneer het een verdachte, een beklaagde of een beschuldigde betreft, wordt de toestemming gevraagd van het bevoegde parket. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 015; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
  In geval van een ernstige aandoening, die niet gedurende de hechtenis kan behandeld worden, dan vraagt de (adviseur-gevangenisdirecteur) op dezelfde wijze de toelating om de zieke naar een ziekenhuis over te brengen of, zo die gedetineerde een veroordeelde is, om hem voorlopig in vrijheid te stellen. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 015; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
  Moet de gedetineerde in een ziekenhuis een heelkundige behandeling ondergaan die zijn leven in gevaar brengt, dan geeft de (adviseur-gevangenisdirecteur) daarvan onmiddellijk kennis aan de naaste familieleden door bemiddeling van de gemeenteoverheid van de woonplaats van de betrokkene. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 015; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
Art. 97. Si le détenu est atteint d'une affection qui ne peut être traitée convenablement à l'établissement, le (conseiller-directeur de prisons) peut, sur l'avis du médecin, solliciter du Ministre l'autorisation de transférer le détenu au centre médico-chirurgical pénitentiaire. S'il s'agit d'un inculpé, d'un prévenu ou d'un accusé, l'accord du parquet compétent est recueilli. <AR 2006-12-28/43, art. 15, 015; En vigueur : 01-12-2004>
  Dans le cas d'une affection grave dont le traitement ne peut être réalisé en detention, le (conseiller-directeur de prisons) sollicite dans les memes conditions l'autorisation de transférer le malade dans un hôpital ou, si ce détenu est un condamné, de le libérer provisoirement. <AR 2006-12-28/43, art. 15, 015; En vigueur : 01-12-2004>
  Si le détenu doit subir dans un hôpital une intervention chirurgicale mettant sa vie en danger, le (conseiller-directeur de prisons) en informe immédiatement les proches parents par l'intermédiaire des autorités communales du domicile de l'intéressé. <AR 2006-12-28/43, art. 15, 015; En vigueur : 01-12-2004>
Art. 98. Wanneer een gedetineerde naar een ziekenhuis wordt overgebracht, moet dit als een bijhuis van de strafinrichting worden beschouwd en zorgt de (adviseur-gevangenisdirecteur) van deze instelling, zo nodig, voor de bewaking van de overgebrachte gedetineerde. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 015; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
Art. 98. Lorsqu'un détenu est transféré dans un hôpital, celui-ci doit être considéré comme une succursale de l'établissement pénitentiaire et la garde du détenu transféré est, s'il y a lieu, assurée par les soins de la direction de cet établissement.
Afdeling 2. - Psychiatrie.
Section 2. - Médecine mentale.
Art. 99. Het geneeskundig onderzoek met betrekking tot de geestestoestand van de gedetineerden wordt opgedragen aan de (adviseurs-generaal-geneesheren-antropologen) wier activiteit wordt gecoördineerd en nagegaan door de directeur van de antropologische dienst der strafinrichtingen. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 015; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
Art. 99. Les vérifications médicales relatives à l'état mental des détenus sont confiées aux (conseillers généraux-médecins anthropologues) dont l'activité est coordonnée et surveillée par le directeur du service d'anthropologie pénitentiaire. <AR 2006-12-28/43, art. 15, 015; En vigueur : 01-12-2004>
Art. 100. De (adviseur-generaal-geneesheer-antropoloog) regelt al wat betrekking heeft op de behandeling van de gedetineerden, die aan zijn observatie onderworpen zijn. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 015; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
  Wanneer de (adviseurs-generaal-geneesheren-antropologen) niet in de gemeente wonen, verlenen de geneesheren van de gewone dienst hun medewerking, door toezicht te houden op de toepassing van de voorgeschreven behandeling en door de gedetineerde de vereiste verzorging te verstrekken die voor zijn lichamelijke staat dringend nodig is. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 015; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
Art. 100. Le (conseiller général-médecin anthropologue) règle tout ce qui est relatif au traitement des détenus soumis à son observation. <AR 2006-12-28/43, art. 15, 015; En vigueur : 01-12-2004>
  Les médecins du service ordinaire prêtent leur concours aux (conseillers généraux médecins anthropologues) lorsque ceux-ci n'habitent pas la localité, en surveillant l'application du traitement prescrit et en donnant au detenu les soins que réclamerait d'urgence son état physique. <AR 2006-12-28/43, art. 15, 015; En vigueur : 01-12-2004>
Art. 101. De (adviseur-generaal-geneesheer-antropoloog) mag kennis nemen van het opsluitingsdossier van elk aan zijn onderzoek onderworpen gedetineerde; het personeel van de inrichting verstrekt hem, betreffende deze zelfde gedetineerden, alle inlichtingen en documenten, die nuttig geacht worden voor het vervullen van zijn ambt. Door bemiddeling van de Minister en met inachtneming van de gebruikelijke procedure kan hij inzage vragen van de gerechtelijke dossiers van de aan zijn onderzoek onderworpen gedetineerden. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 015; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
Art. 101. Le (conseiller général-médecin anthropologue) peut prendre connaissance du dossier d'écrou de chacun des détenus soumis à son examen; le personnel de l'établissement lui fournit, concernant ces mêmes détenus, tous les renseignements et documents jugés utiles à l'accomplissement de sa fonction. Il peut demander à l'intervention du Ministre et selon la procédure habituelle communication des dossiers judiciaires des détenus soumis à son examen. <AR 2006-12-28/43, art. 15, 015; En vigueur : 01-12-2004>
Afdeling 3. - Maatregelen die dienen te worden aangetroffen t.o.v. sommige gedetineerden.
Section 3. - Mesures à prendre à l'égard de certains détenus.
Art. 102. Wanneer een verdachte, een beklaagde of een beschuldigde geestesstoornissen vertoont, wanneer hij een poging tot zelfmoord heeft gedaan, of wanneer hij aan epilepsie lijdt, wordt dit zonder verwijl ter kennis gebracht van de rechterlijke overheid die zulke maatregel treft, als zij geraden acht.
Art. 102. Lorsqu'un inculpé, un prévenu ou un accusé présente des troubles mentaux, qu'il a tenté de se suicider ou qu'il est atteint d'épilepsie, avis en est donné sans retard à l'autorité judiciaire qui prend telle mesure que de conseil.
Art. 103. De veroordeelden wier geestestoestand tot gevolg zou kunnen hebben dat de wet tot bescherming van de maatschappij wordt toegepast, worden ter beschikking van de (adviseur-generaal-geneesheer-antropoloog) naar de psychiatrische afdeling gezonden. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 015; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
Art. 103. Les condamnés dont l'état mental pourrait entraîner l'application de la loi de défense sociale sont envoyés à l'annexe psychiatrique à la disposition du (conseiller général-médecin anthropologue). <AR 2006-12-28/43, art. 15, 015; En vigueur : 01-12-2004>
Art. 104. In geval van behoorlijk vastgestelde krankzinnigheid en wanneer de bepalingen van de wet tot bescherming van de maatschappij van 1 juli 1964 niet toepasselijk zijn, zendt de (adviseur-gevangenisdirecteur), met het oog op opsluiting in een gesticht voor geesteszieken, het geneeskundig getuigschrift over aan de gemeenteoverheid. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 015; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
Art. 104. En cas d'aliénation mentale dûment constatée et lorsque les dispositions de la loi de défense sociale du 1er juillet 1964 ne sont pas applicables, le (conseiller-directeur de prisons) transmet le certificat médical à l'autorité communale en vue de collocation. <AR 2006-12-28/43, art. 15, 015; En vigueur : 01-12-2004>
HOOFDSTUK XII. - Veiligheid en handhaving van de orde.
CHAPITRE XII. - Sûreté et maintien de l'ordre.
Afdeling 1. - Als gevaarlijk aangeschreven gedetineerden.
Section première. - Détenus reputés dangereux.
Art. 105. De klederen van de als gevaarlijk aangeschreven gedetineerden, alsook de voorwerpen waarvan misbruik mocht kunnen worden gemaakt, worden elke avond uit hun cellen weggenomen en de volgende morgen teruggegeven.
Art. 105. Les vêtements des détenus réputés dangereux ainsi que les objets dont il pourrait être fait mauvais usage, sont retirés chaque soir des cellules pour être restitués le lendemain matin.
Art. 106. De cellen van de aan een bijzondere bewaking onderworpen gedetineerde, mogen 's nachts verlicht blijven.
Art. 106. Les cellules des détenus soumis à une surveillance spéciale peuvent rester éclairées pendant la nuit.
Art. 106bis.   (NOTA : bij arrest nr 58.310 van 21 februari 1996, heeft de Raad van State de koninklijk besluiten 1993-10-22/32 en 1995-02-06/35 vernietigd)
  <INGEVOEGD bij KB 1993-10-22/32, art. 1; Inwerkingtreding : 07-01-1994> § 1. Als gevaarlijk aangeschreven beklaagden en veroordeelden kunnen in een kwartier met verscherpte beveiliging worden geplaatst.
  § 2. De beslissing tot plaatsing moet gebaseerd zijn op één van de hierna opgesomde elementen :
  1. Indicaties op grond van het misdrijf :
  - uitzonderlijk gewelddadig karakter van het misdrijf;
  - misdrijven die maatschappelijk voor grote beroering hebben gezorgd (terreurdaden, seriemoorden...).
  2. Indicaties op grond van het vluchtgevaar :
  - voorgaande ontvluchting en op pogingen tot ontvluchting met geweld vanuit een gesloten inrichting of bij overbrenging;
  - voorbereiding tot ontvluchting met hulp van buiten vanuit een gesloten inrichting.
  3. Indicaties op grond van het gedrag tijdens de detentie :
  - herhaalde en zeer ernstige gewelddaden;
  - herhaald en ernstig aanzetten tot of meewerken aan oproer of zware ordeverstoring.
  § 3. De beslissing moet de duur van het verblijf vastleggen, dat maximum 6 maanden mag bedragen, met een eventuele verlenging.
  § 4. Het verblijf op de kwartier met verscherpte beveiliging en de noodzaak tot behoud op deze afdeling zullen het voorwerp uitmaken van evaluaties.
  (§ 5. Het regime op het kwartier met verscherpte beveiliging dient op zulke wijze toegepast te worden dat het geen afbreuk doet aan de menselijke waardigheid van de gedetineerden.
  Om de gevolgen van de veiligheidsvereisten te milderen dienen materiële compensaties te worden verleend, vastgesteld door de Minister van Justitie.
  § 6. De bezoeken gaan door in een individuele cel-spreekkamer achter glas. Voor en na elk bezoek wordt de gedetineerde grondig gefouilleerd.
  § 7. De gedetineerden mogen niet telefoneren, hun briefwisseling wordt gecontroleerd overeenkomstig artikel 20 en volgende.
  § 8. De dagelijkse wandeling bedraagt minstens één uur en kan in beperkt gezelschap plaatsvinden.
  § 9. Zonder afbreuk te doen aan de toepassing van artikel 96 ontvangen de gedetineerden ten minste twee maal per maand het bezoek van de geneesheer.
  De psychiater, de (adviseur-psycholoog) en de maatschappelijk assistent volgen de gedetineerden met bijzondere aandacht. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 015; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
  § 10. De dagindeling van de gedetineerden alsook de vormgeving van de regimeaspecten zijn vastgelegd in een huishoudelijk reglement.
  Dit reglement wordt ter kennis gebracht van betrokken gedetineerden bij hun aankomst in het kwartier.) <KB 1995-02-06/35, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 20-06-1995>
Art. 106bis.   (NOTE : par arrêt n° 58.310 du 21 février 1996, le Conseil d'Etat a annulé les arrêtés royaux 1993-10-22/32 et 1995-02-06/35 modifiant l'article 106bis du présent arrêté)
   § 1. (Les prévenus et condamnés) réputés dangereux peuvent être placés dans un quartier de sécurité renforcée.
  § 2. La décision de placement doit être fondée sur un des éléments énumérés ci-après :
  1. Indications fondées sur le délit :
  - caractère exceptionnellement violent du délit;
  - délits qui ont causé une grande inquiétude dans la société (actes terroristes, assassinats en série...).
  2. Indications au niveau du risque d'évasion :
  - antécédents en matière d'évasion ou de tentative d'évasion avec violence d'un établissement fermé ou lors d'un transfèrement;
  - préparation d'évasion d'un établissement fermé avec aide extérieure.
  3. Indications fournies par le comportement pendant la détention :
  - actes de violence répétés et très graves;
  - participation ou incitations répétées et graves à participer à une émeute ou à d'importants troubles de l'ordre.
  § 3. La décision doit fixer la durée de séjour, laquelle ne peut excéder 6 mois; elle est éventuellement renouvelable.
  § 4. Le séjour dans un quartier de sécurité renforcée et la nécessite de garder un détenu dans cette section feront l'objet d'évaluations.
  (§ 5. Le régime en quartier de sécurité renforcée doit être organisé de manière à ne pas porter atteinte à la dignité humaine des détenus.
  Pour atténuer les désagréments liés aux impératifs sécuritaires des compensations matérielles fixées par le Ministre de la Justice doivent être accordées.
  § 6. Les visites ont lieu dans une cellule-parloir individuelle derrière une vitre. Une fouille corporelle approfondie du détenu est effectuée avant et après la visite.
  § 7. Les détenus ne peuvent téléphoner, leur correspondance est contrôlee conformément aux articles 20 et suivants.
  § 8. La promenade quotidienne dure au moins une heure et peut se dérouler en compagnie limitée.
  § 9. Sans préjudice de l'application de l'article 96, les détenus reçoivent au moins deux fois par mois la visite du médecin.
  Le psychiatre, le (conseiller-psychologue) et l'assistant social suivent les détenus avec une attention particulière. <AR 2006-12-28/43, art. 15, 015; En vigueur : 01-12-2004>
  § 10. L'emploi du temps des détenus ainsi que les modalités d'application du régime sont réglés dans un règlement d'ordre intérieur.
  Ce règlement est porté à la connaissance des détenus concernés dès leur arrivée au quartier.) <AR 1995-02-06/35, art. 1, 005; En vigueur : 20-06-1995>
Afdeling 2. - (Gewelddaden, daden van wederspannigheid en daden van erge tuchteloosheid.)
Section 2. - (Actes de violences, de rébellion et d'indiscipline grave.)
HOOFDSTUK XIII. - Administratieve voorschriften.
CHAPITRE XIII. - Prescriptions administratives.
Afdeling 1. - Opsluiting van vrouwen met hun kinderen.
Section première. - Détention de femmes accompagnées d'enfants.
Afdeling 2. - Sterfgevallen.
Section 2. - Décès.
Art. 113. De (adviseur-gevangenisdirecteur) geeft aanstonds bericht van het overlijden van een gedetineerde, zo nodig per telegram, aan de burgemeester van de gemeente waar de overledene zijn woonplaats had, met verzoek de verwanten van de overledene daarvan onverwijld kennis te geven. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 015; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
  Betreft het een vreemdeling of een Staatloze dan wordt van zijn overlijden rechtstreeks aan het Bestuur van de Openbare Veiligheid bericht gegeven.
  De (adviseur-gevangenisdirecteur) maakt de inventaris op van de klederen, verschillende voorwerpen en papieren, door de overledene nagelaten, opdat er rekenschap zou kunnen van gegeven worden aan zijn erfgenamen en aan zijn opvolgers. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 015; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
Art. 113. Le (conseiller-directeur de prisons) donne avis immédiat du décès d'un détenu, au besoin par télégramme, au bourgmestre de la commune où le défunt avait son domicile, en lui demandant d'informer sans délai les parents du décédé. <AR 2006-12-28/43, art. 15, 015; En vigueur : 01-12-2004>
  S'il s'agit d'un étranger ou d'un apatride, avis du décès est donné directement à l'administration de la Sûreté publique.
  Le (conseiller-directeur de prisons) dresse l'inventaire des effets, objets divers et papiers délaissés par le défunt afin qu'il puisse en être rendu compte à ses héritiers et aux successeurs. <AR 2006-12-28/43, art. 15, 015; En vigueur : 01-12-2004>
Afdeling 3. - Genade en voorwaardelijke invrijheidstelling.
Section 3. - Grâce et libération conditionnelle.
Art. 115. <KB 2003-04-04/75, art. 4, 011; Inwerkingtreding : 26-05-2003> De (adviseur-gevangenisdirecteur) kan het initiatief nemen voor genadevoorstellen ten voordele van gedetineerden wanneer er bijzondere omstandigheden zijn en wanneer hij meent dat deze gedetineerden waardig zijn om in de clementie van de Koning aanbevolen te worden. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 015; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
Art. 115. <AR 2003-04-04/75, art. 4, 011; En vigueur : 26-05-2003> Le (conseiller-directeur de prisons) peut prendre l'initiative des propositions de grâce en faveur de détenus lorsqu'il existe des circonstances particulières et lorsqu'il estime ces détenus dignes d'être recommandés à la clémence royale. <AR 2006-12-28/43, art. 15, 015; En vigueur : 01-12-2004>
Afdeling 4. - Invrijheidstellingen en overbrengingen.
Section 4. - Mises en liberté et transfèrements.
Onderafdeling 1. - Invrijheidstellingen.
Sous-section première: mises en liberté.
Art. 119. De (adviseur-gevangenisdirecteur) is ertoe gehouden de gedetineerden, wier straf verstreken is en wier gevangenzetting niet meer door een hechtenisbewijs is gerechtvaardigd, onmiddellijk in vrijheid te stellen. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 015; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
Art. 119. Le (conseiller-directeur de prisons) est tenu de mettre immédiatement en liberté les détenus dont la peine est expirée et dont l'incarcération n'est plus justifiée par un titre de détention. <AR 2006-12-28/43, art. 15, 015; En vigueur : 01-12-2004>
Art. 120. Met het oog op de invrijheidstelling ter terechtzetting van beklaagden of beschuldigden die vrijgesproken worden en niet om een andere reden vastgehouden worden, overhandigen de (adviseur-gevangenisdirecteurs) aan de beambten, die ermee belast zijn enige gedetineerde, die opgeroepen wordt voor een vonnisgerecht te verschijnen, uit de gevangenis te halen, een ondergetekende nota, waarin de reden van de hechtenis is vermeld en die overeenstemt met het door de Minister voorgeschreven model. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 015; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
Art. 120. En vue de la mise en liberté à l'audience des prevenus ou accusés acquittés et non retenus pour autre cause, les (conseillers-directeurs de prisons) remettent aux agents chargés de l'extraction de tout détenu appelé à comparaître devant une juridiction de jugement, une note signée mentionnant la cause de la détention et conforme au modèle arrêté par le Ministre. <AR 2006-12-28/43, art. 15, 015; En vigueur : 01-12-2004>
Art. 124. Van de vrijheidstelling der gedetineerden wordt aan de bevoegde overheden bericht gegeven, hetzij door middel van het dagverslag, hetzij door een bijzonder formulier, volgens de door de Minister vast te stellen regelen.
Art. 124. Il est donné avis de la libération des détenus aux autorités compétentes, soit par la voie du rapport journalier, soit par une formule spéciale, suivant les règles arrêtées par le Ministre.
Art. 125. Indien het de invrijheidgestelde gedetineerde aan geldmiddelen ontbreekt om naar zijn woonplaats of zijn verblijfplaats terug te keren, waakt de (adviseur-gevangenisdirecteur) ervoor dat hem een reisbewijs wordt bezorgd of, zo dit niet mogelijk is, een som die gelijk is aan de verplaatsingskosten. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 015; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
Art. 125. Si le détenu mis en liberté manque de ressources pour retourner au lieu de son domicile ou de sa résidence, le (conseiller-directeur de prisons) veille à lui accorder un titre de voyage ou, si cela n'est pas possible, une somme équivalente aux frais de déplacement. <AR 2006-12-28/43, art. 15, 015; En vigueur : 01-12-2004>
Onderafdeling 2. - Overbrengingen.
Sous-section 2. - Transfèrements.
TITEL III. - (INSPECTIE EN TOEZICHT.)
TITRE III. - (INSPECTION ET SURVEILLANCE.)
HOOFDSTUK I. - Inspectie.
CHAPITRE PREMIER. - Inspection.
Art. 128. De inrichtingen zijn onderworpen aan de inspectie van de ambtenaren van het Ministerie van Justitie, overeenkomstig de voor dit departement geldende onderrichtingen.
  Bovendien worden zij ter uitvoering van de artikelen 611 en 612 van het Wetboek van strafvordering bezocht door de onderzoeksrechters, de voorzitters van de hoven van assisen, de provinciegouverneurs en de burgemeesters.
Art. 128. Les établissements sont soumis à l'inspection des fonctionnaires du Ministère de la Justice, conformément aux instructions en vigueur dans ce Département.
  Ils sont visités en outre par les juges d'instruction, les présidents des cours d'assises, les gouverneurs de province et les bourgmestres, en exécution des articles 611 et 612 du Code d'instruction criminelle.
HOOFDSTUK II. - Toezicht
CHAPITRE II. - Surveillance
Afdeling 1. - Algemene bepaling
Section 1. - Disposition générale
Afdeling 2. - Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen
Section 2. - Conseil central de surveillance pénitentiaire
Onderafdeling 1. - Oprichting en taakomschrijving
Sous-section 1. - Création et missions
Onderafdeling 2. - Samenstelling van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen en benoeming van haar leden
Sous-section 2. - Composition du Conseil central de Surveillance pénitentiaire et nomination de ses membres
Onderafdeling 3. - Werking
Sous-section 3. - Fonctionnement
Afdeling 3. - Commissies van Toezicht
Section 3. - Commissions de Surveillance
Onderafdeling 1.
Sous-section 1.
Onderafdeling 2.
Sous-section 2.
Onderafdeling 3.
Sous-section 3.
Onderafdeling 4.
Sous-section 4.
TITEL IV. - SLOTBEPALINGEN.
TITRE IV. - DISPOSITIONS FINALES.
Art. 139. In al de niet bij het reglement bepaalde gevallen, nemen de (adviseur-gevangenisdirecteur) de maatregelen die hen door de omstandigheden en de voorzichtigheid worden ingegeven, behoudens de verplichting de Minister daarvan onmiddellijk kennis te geven. <KB 2006-12-28/43, art. 15, 015; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
  (Nota : Inwerkingtreding van art. 1 tot 139 vastgesteld op 1 juli 1965 door 1965-06-21/31, art. 1)
Art. 139. Dans tous les cas non prévus par le règlement, les (conseillers-directeurs de prisons) prennent telles mesures que les circonstances et la prudence leur suggèrent, sauf à en informer immédiatement le Ministre. <AR 2006-12-28/43, art. 15, 015; En vigueur : 01-12-2004>
  (Note : Entrée en vigueur des art. 1 à 139 fixée au 1er juillet 1965 par AM 1965-06-21/31, art. 1)
Art. 140. Opgeheven wordt het koninklijk besluit van 30 september 1905, houdende algemeen reglement van de gevangenissen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1912, 6 september 1912, 20 februari 1914, 30 juli 1919, 24 maart 1920, 3 mei 1920, 11 juli 1921, 6 september 1921, 12 december 1921, 10 januari 1923, 9 februari 1927, 14 november 1929, 24 september 1931, 23 oktober 1931, 26 augustus 1935, 12 februari 1936 en 9 mei 1938, bij de besluiten van de Regent van 11 januari 1945, 17 februari 1947 en 11 april 1950, en bij de koninklijke besluiten van 7 november 1951, 8 april 1954 en 10 november 1964.
  (Nota : Inwerkingtreding op 1 september 1971 door MB 1971-07-12/30, art. 1)
Art. 140. L'arrêté royal du 30 septembre 1905 portant règlement général des prisons, modifié par les arrêtés royaux des 25 mars 1912, 6 septembre 1912, 20 février 1914, 30 juillet 1919, 24 mars 1920, 3 mai 1920, 11 juillet 1921, 6 septembre 1921, 12 décembre 1921, 10 janvier 1923, 9 février 1927, 14 novembre 1929, 24 septembre 1931, 23 octobre 1931, 26 août 1935, 12 février 1936 et 9 mai 1938, les arrêtés du Régent des 11 janvier 1945, 17 février 1947 et 11 avril 1950, les arrêtés royaux des 7 novembre 1951, 8 avril 1954 et 10 novembre 1964 est abrogé.
  (Note : Entrée en vigueur fixée le 1er septembre 1971 par AM 1971-07-12/30, art. 1)
Art. 141. De Minister van Justitie stelt voor ieder van de bepalingen van dit besluit de datum van inwerkingtreding vast.
Art. 141. Le Ministre de la Justice fixe la date de l'entrée en vigueur de chacune des dispositions du présent arrêté.
Art. 142. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 142. Notre Ministre de la Justice est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijvoegsel (met betrekking tot artikel 16). (Bijlage niet opgenomen om technische redenen ; zie B.St. 25-05-1965, p. 6298)
Art. N1. Annexe (relative à l'article 16). (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. 25-05-1965, p. 6298)
Art. N2. Bijlage. Zedelijke en godsdienstige bijstand. (Bijlage niet opgenomen om technische redenen ; zie B.St. 25-05-1965, p. 6298)
  Gewijzigd door :
  <KB 2001-03-23/32, art. 18; Inwerkingtreding : 01-04-2001>
Art. N2. Annexe. Assistance morale et religieuse. (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. 25-05-1965, p. 6298)
  Modifié par :
  <AR 2001-03-23/32, art. 18; En vigueur : 01-04-2001>