Artikel 1. Voor de toepassing van deze wet moet worden verstaan onder :
1° " gas " : elke brandstof die gasvormig is bij een temperatuur van 15 graden Celsius en onder een (absloute druk van 1,01325 bar);
2° [12 "aardgas": elke gasvormige brandstof die hoofdzakelijk bestaat uit methaan [16 ...]16, met inbegrip van vloeibaar aardgas, afgekort "LNG";]12
3° " m3 " : genormaliseerde kubieke meter, zijnde de hoeveelheid droog rijk gas die, tegen een temperatuur van nul graden Celsius en onder absolute druk van 1,01325 bar, een volume van één kubieke meter inneemt;
4° (...)
5° " gasonderneming " : elke natuurlijke of rechtspersoon die gas produceert, vervoert, verdeelt, levert, aankoopt of opslaat of meerdere van deze werkzaamheden uitoefent, behalve eindafnemers;
5°bis. [2 " aardgasonderneming " : natuurlijke persoon of rechtspersoon die ten minste een van de volgende functies vervult : productie, transmissie, distributie, telling, levering, aankoop of opslag van aardgas, met inbegrip van LNG, en die verantwoordelijk is voor de met deze functies verband houdende commerciële, technische en/of onderhoudswerkzaamheden, maar die geen eindafnemer is;]2
[9 5° ter. "tussenpersoon": elke andere natuurlijke of rechtspersoon dan een producent of een distributienetbeheerder die gas koopt met het oog op de doorverkoop ervan;
5° quater. "tussenpersoon inzake groepsaankopen": elke andere natuurlijke of rechtspersoon dan een leveringsonderneming die rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken is bij het analyseren van contracten, bij het uitvoeren van prijsvergelijkingen waarbij al dan niet van contract kan worden veranderd, bij het samenbrengen van leveranciers en eindafnemers, bij het organiseren van groepsaankopen, bij het toewijzen van energieleveringen aan leveranciers en/of bij het sluiten van energiecontracten voor eindafnemers;]9
6° " upstream-installaties " : alle leidingen en andere installaties gebouwd of geëxploiteerd als onderdeel van een olie- of aardgasproductieproject, of gebruikt om aardgas afkomstig van één of meer olie- of aardgasproductieplaatsen te vervoeren naar een verwerkingsinstallatie of - terminal of aanlandingsterminal;
7° [2 " vervoer " : vervoer van aardgas alsook van biogas en gas voortkomend uit biomassa en andere types van gas in de zin van de bepalingen van artikel 2, § 4, door een net dat vooral bestaat uit hogedrukpijpleidingen, anders dan een upstreampijpleidingnet en dan het gedeelte van hogedrukpijpleidingen dat in de eerste plaats voor lokale aardgasdistributie wordt gebruikt, met het oog op de belevering van afnemers, de levering zelf niet inbegrepen;]2
7°bis [2 ...]2;
8° " vervoerinstallaties " : alle leidingen, met inbegrip van de directe leidingen en de upstream-installaties, en alle opslagmiddelen, LNG- installaties, gebouwen, machines en accessoire inrichtingen die bestemd zijn of gebruikt worden voor een van de in artikel 2, § 1, vermelde doeleinden;
9° " vervoeronderneming " : elke natuurlijke of rechtspersoon die gasvervoer verricht;
10° (" vervoersnet " : elk geheel van vervoersinstallaties dat geëxploiteerd wordt door één van de beheerders of door eenzelfde vervoersonderneming, met uitsluiting van de upstreaminstallaties en directe leidingen;)
(10°bis " aardgasvervoersnet " : eenvervoersinstallatie uitsluitend voor het vervoer van aardgas [2 alsook van biogas en gas voortkomend uit biomassa of andere types van gas in de zin van de bepalingen van artikel 2, § 4,]2 en die geëxploiteerd wordt door de met het vervoer van aardgas belaste beheerder, met uitsluiting van de upstream-installaties;)
11° " vervoervergunning " : de vergunning bedoeld in artikel 3;
12° " gasdistributie " : de werkzaamheid die erin bestaat gas via plaatselijke pijpleidingnetten te leveren aan afnemers gevestigd op het grondgebied van één of meer bepaalde gemeenten (, de levering zelf niet inbegrepen);
(12°bis " gasdistributie-installaties " : de leidingen, [2 de distributienetten,]2 de opslagmiddelen, de gebouwen, de machines en, in het algemeen, alle toestellen die nodig zijn voor de aardgasdistributie.)
13° [2 distributienetbeheerder" : een natuurlijke of rechtspersoon die, overeenkomstig de gewestelijke wetgevingen, de distributie verricht van en verantwoordelijk is voor de exploitatie, het onderhoud en, indien nodig, de ontwikkeling van een distributienet in een gegeven zone en, desgevallend, van de interconnecties met andere netten, en die belast is met het waarborgen van het netvermogen op lange termijn om aan een redelijke vraag naar gasdistributie te voldoen;]2
14° (" aardgaslevering " : de verkoop, wederverkoop daaronder inbegrepen, aan klanten van aardgas, met inbegrip van LNG;)
15° (" leveringsonderneming " : elke natuurlijke of rechtspersoon die de aardgaslevering verricht;)
16° " leveringsvergunning " : de vergunning bedoeld in artikel 15/3;
17° (" geïnterconnecteerd net " : elk samenstel van met elkaar verbonden vervoersnetten;)
18° " directe leiding " : elke leiding voor gasvervoer die fysisch geen deel uitmaakt van het geïnterconnecteerd net;
19° (" verwante onderneming " : een verbonden of geassocieerde onderneming in de zin van het Wetboek van vennootschappen [2 en/of een bedrijf dat aan dezelfde aandeelhouders toebehoort]2;)
20° [3 "verbruikslocatie" : verbruiksinstallaties op een topografisch geïdentificeerde plaats, waarvan het aardgas dat dient voor hun bevoorrading wordt afgenomen van een aardgasvervoersnet, en/of van een distributienet en/of van een directe leiding door eenzelfde netgebruiker;]3
21° " netgebruiker " : elke natuurlijke of rechtspersoon die levert aan of afneemt van het betrokken net;
22° " afnemer " : elke eindafnemer, elke [2 distributienetbeheerder]2 en elke leveringsonderneming;
23° " eindafnemer " : elke natuurlijke of rechtspersoon die gas koopt voor eigen gebruik [2 Elke eindafnemer is een in aanmerking komende afnemer]2;
24° [4 "Verordening (EU) nr. 1227/2011" : de Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie, alsmede de gedelegeerde en uitvoeringshandelingen die de Europese Commissie op grond van deze verordening vaststelt;]4
25° [2 Richtlijn 2009/73/EG " : de Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG;]2
[1 25°bis " Verordening (EG) nr. 715/2009 " : Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005;
25°ter " Verordening (EU) nr. 994/2010 " : Verordening (EU) nr. 994/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gaslevering en houdende intrekking van Richtlijn 2004/67/EG;]1
[2 25° bis " Verordening (EG) nr. 715/2009 " : Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005;
25° ter " Verordening (EG) nr. 713/2009 " : Verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot oprichting van een Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators;
" 25° quater " ACER " : Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators, ingesteld door Verordening (EG) nr. 713/2009;
25° quinquies " Verordening (EU) nr. 994/2010" : de Verordening (EU) nr. 994/2010 van 20 oktober 2010 van het Europees Parlement en van de Raad betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gaslevering en houdende intrekking van Richtlijn 2004/67/EG van de Raad;]2
[5 25° sexies : "Verordening (EU) nr. 312/2014" : de Verordening (EU) nr. 312/2014 van de Commissie van 26 maart 2014 tot vaststelling van een netcode inzake gasbalancering van transmissienetten;]5
26° " wet van 29 april 1999 " : de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;
(26bis " wet van 18 juli 1975 " : de wet van 18 juli 1975 betreffende het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ bestemd voor het opslaan van gas; ";)
27° " minister " : de federale minister bevoegd voor Energie;
(27°bis " Bestuur Energie " : de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie;)
28° " Commissie " : de Commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas, bedoeld in artikel 15/14;
29° [4 "FSMA" : Autoriteit voor financiële diensten en markten opgericht door de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;]4
[4 29° bis "Administratie Kwaliteit en Veiligheid" : de Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid van de Federale Overheidsdienst - Economie, K.M.O., Middenstand en Energie;]4
30° " gedragscode " : de code vastgesteld in uitvoering van (artikel 15/5undecies);
[4 30° bis "Technische Codes voor vervoerinstallaties" : de codes bedoeld in artikel 17, § 2, van deze wet;]4
31° (beheerder van het aardgasvervoersnet " : de beheerder van het aardgasvervoersnet die werd aangewezen conform artikel 8 of artikel 8/1;)
(32° " opslaginstallatie voor aardgas " : de installaties eigendom van en/of geëxploiteerd door een beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas, gebruikt voor de opslag van aardgas, met inbegrip van de LNG-installaties specifiek gebruikt voor de opslag van aardgas; met uitsluiting van de opslaginstallaties gebruikt voor de productieactiviteiten, alsook de opslaginstallaties die uitsluitend voorbehouden zijn voor de beheerder van het aardgasvervoersnet voor de voltooiing van zijn taken;
33° [2 beheerder van de opslag " : een natuurlijke of rechtspersoon die de opslag verzorgt en verantwoordelijk is voor de exploitatie van de opslaginstallatie;]2
34° " LNG-installatie " : een terminal, eigendom van en/of geëxploiteerd door een beheerder van LNG-installatie, die voor het vloeibaar maken van aardgas, de invoer of de verlading, en de hervergassing van LNG gebruikt wordt, met inbegrip van ondersteunende diensten en de tijdelijke opslag van aardgas die nodig zijn voor het hervergassingsproces van LNG en de daaropvolgende doorlevering aan het aardgasvervoersnet met uitsluiting van de LNG-installaties specifiek gebruikt voor de opslag van aardgas;
35° [2 " beheerder van de LNG-installatie " : iedere natuurlijke of rechtspersoon die aardgas vloeibaar maakt of de invoer, verlading of hervergassing van LNG verricht en die verantwoordelijk is voor het beheer van een LNG-installatie;]2
36° " ondersteunende diensten " : alle diensten die nodig zijn voor de toegang tot de aardgasvervoers- en/of distributienetten en/of LNG-installaties en/of opslaginstallaties en voor de exploitatie ervan, met inbegrip van het opvangen van fluctuaties in systeembelasting en menging, maar uitgezonderd installaties die uitsluitend ten dienste staan van de beheerder van het aardgasvervoersnet bij de uitoefening van zijn functies;
37° " opslag van aardgas in leidingen " : de aardgasopslag door samendrukking in de aardgasvervoersnetten en in de distributienetten voor aardgas, maar met uitsluiting van de installaties die voorbehouden zijn voor de beheerder van het aardgasvervoersnet bij de uitoefening van zijn functies;
38° [2 " verticaal geïntegreerde onderneming " : aardgasbedrijf of groep van aardgasondernemingen waarin dezelfde persoon of dezelfde personen, direct of indirect, het recht hebben zeggenschap uit te oefenen en waarbij het bedrijf of de groep van bedrijven ten minste één van de functies van vervoer, distributie, LNG of opslag en ten minste één van de functies van productie of levering van aardgas verricht;]2
39° " horizontaal geïntegreerde onderneming " : een onderneming die ten minste één van de volgende functies verzekert : productie, vervoer, distributie, levering of opslag van aardgas en daarnaast ook een niet op het gebied van aardgas liggende activiteit verricht;
40° " veiligheid " : de technische veiligheid;
41° [2 " nieuwe installatie " : een aardgasinstallatie die ten laatste op 4 augustus 2003 niet afgewerkt is;]2
42° " de beheerders " : de volgende drie operatoren : de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie;
43° " gecombineerde netbeheerder " : beheerder belast met het beheer van minstens twee van de volgende installaties of netten :
a) het aardgasvervoersnet;
b) de opslaginstallatie voor aardgas;
c) de LNG-installatie;
44° " niet-uitvoerende bestuurder " : elke bestuurder die geen directiefunctie vervult bij de beheerders of bij een van hun dochterondernemingen;
45° " onafhankelijke bestuurder " : elke niet-uitvoerende bestuurder die :
a) beantwoordt aan de voorwaarden van het artikel 524, § 4, van het wetboek van Vennootschappen en
b) tijdens de vierentwintig maanden die zijn aanstelling voorafgegaan zijn geen functie of activiteit heeft uitgeoefend, al dan niet bezoldigd, ten dienste van één van de netwerkeigenaars, van één van de beheerders, van een tussenpersoon, van een leverancier, van een producent of van een dominerende aandeelhouder;
c) tijdens de negen maanden, die zijn aanstelling voorafgegaan zijn, geen functie of activiteit heeft uitgeoefend, al dan niet bezoldigd, ten dienste van een distributeur;
46° [4 "Vergoedingsfonds" : het Vergoedingsfonds voor vervangende tussenkomst bedoeld in artikel 13/1 van deze wet;]4;
47° [4 "kosten voor maatregelen betreffende het behoud van de vervoerinstallatie" : de kosten voor maatregelen betreffende de vervoerinstallatie, die noodzakelijk zijn om het behoud of de bescherming ervan te verzekeren, zonder dat de ligging of het tracé van die vervoerinstallatie wordt gewijzigd;]4;
48° [4 "kosten voor de wijziging van de ligging of het tracé van de vervoerinstallatie" : de voorbereidende kosten, de materiaalkost van de vervoerinstallatie en de kosten die verband houden met de uitvoering;]4;
49° [4 49° "voorbereidende kosten" : de kosten die noodzakelijk zijn alvorens de wijziging van de ligging of het tracé van een vervoerinstallatie kan worden aangevat, in het bijzonder de kosten voor de studie en het ontwerp van een nieuwe ligging of van een nieuw tracé van de vervoerinstallatie alsook die van een nieuwe infrastructuur, de kosten die verband houden met de procedure voor de wijziging van de vervoervergunning, alsook de eventuele kosten voor de verwerving van rechten op de terreinen waarop de nieuwe ligging of het nieuwe tracé betrekking heeft;]4;
[4 49° bis "de materiaalkost van de vervoerinstallatie" : de kost van de onderdelen van de vervoerleiding en het directe toebehoren (onder meer pompen en afsluiters) die moeten vervangen of toegevoegd worden naar aanleiding van de wijziging van de ligging of het tracé van een vervoerinstallatie die buiten werking is gesteld alsook van de reactivatie van de vervoerinstallatie, de ontmantelingskosten alsook de test- en controlekosten van de installatie;
49° ter "kosten die verband houden met de uitvoering" : de kost voor het uitvoeren van de werken tot wijziging van de ligging of het tracé van een vervoerinstallatie, de kost van de aanvullende werken (onder meer de tijdelijke maatregelen m.b.t. de omlegging van de vervoerinstallatie), de materiaalkost andere dan de kost van de vervoerinstallatie, de kosten voor de buitengebruikstelling en het opnieuw in gebruik stellen van de vervoerinstallatie, de kosten voor de ontmanteling, alsook de kosten met betrekking tot de testen en het toezicht van de vervoerinstallatie;]4
(50° hub : elke plaats waar netgebruikers aardgas op het vervoersnet fysisch ter beschikking kunnen stellen met het oog op doorverkoop en waarbij deze operaties vanuit technisch en commercieel oogpunt logistiek ondersteund worden door een dienstenleverancier die onder andere de opvolging van de eigendomsoverdrachten verzekert;
51° belangrijkste voorwaarden : het standaardcontract voor de toegang tot het vervoersnet en de daarmee verbonden operationele regels.)
[2 52° " huishoudelijke afnemer " : een afnemer die aardgas aankoopt voor zijn eigen huishoudelijk gebruik, met uitsluiting van handels- of beroepsactiviteiten;
53° " niet-huishoudelijke afnemer " : een natuurlijke of rechtspersoon die aardgas aankoopt dat niet voor zijn huishoudelijk gebruik is bestemd;
54° [10 "beschermde residentiële afnemer": een huishoudelijke afnemer met een laag inkomen of in een onzekere situatie, zoals gedefinieerd in artikel 15/10, § 2/2;]10
55° " kwetsbare afnemer " : elke beschermde huishoudelijke afnemer in de zin van het punt 54° evenals elke eindafnemer die door de Gewesten als kwetsbaar wordt beschouwd;
56° " gesloten industrieel net " : een net binnen een geografisch afgebakende industriële of commerciële locatie of een locatie met gedeelde diensten dat in de eerste plaats bestemd is om de eindafnemers die op deze locatie gevestigd zijn te bedienen, dat geen huishoudelijke afnemers bevoorraadt en waarin :
a) de exploitatie of het productieproces van de gebruikers van dat net om specifieke technische of veiligheidsredenen geïntegreerd is; of
b) het aardgas wordt gedistribueerd aan de eigenaar of beheerder van het gesloten distributienet of de daarmee verwante bedrijven;
57° " beheerder van gesloten industrieel net " : natuurlijke of rechtspersoon, eigenaar van een gesloten industrieel net, of die beschikt over een gebruiksrecht op een dergelijk net. De natuurlijke of rechtspersoon die een eindafnemer via zijn aansluitingspunt aan het aardgasvervoersnet zonder financiële prestatie of compensatie laat afnemen, is geen beheerder van een gesloten industrieel net;
58° " gebruiker van een gesloten industrieel net " : een eindafnemer aangesloten op een gesloten industrieel net;
59° " transactie " : alle verrichtingen die leiden tot een controlewijziging van de beheerder van het aardgasvervoersnet en die van aard zijn om de naleving van de eisen van onafhankelijkheid van de artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2 in het gedrang te brengen en die met toepassing van artikel 8, § 4bis aan de Commissie moeten worden meegedeeld,
60° [12 "interconnector": een vervoersleiding die een grens tussen lidstaten overschrijdt of overspant met de bedoeling de nationale vervoersnetten van die lidstaten aan elkaar te koppelen, of een vervoersleiding tussen een lidstaat en een derde land tot aan het grondgebied van de lidstaten of tot aan de territoriale wateren van die lidstaat;]12
[6 60° bis: "beheerder van een interconnector": een natuurlijke of rechtspersoon die het beheer van een interconnector verzorgt en aangewezen is overeenkomstig artikel 8/1bis.]6
61° " aardgasderivaat " : een financieel instrument, bedoeld in de bepalingen die de punten 5, 6 en 7 van deel C van bijlage I bij Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten omzetten, wanneer het genoemde instrument betrekking heeft op aardgas;
62° " variabele energieprijs " : de prijs van de energiecomponent binnen een variabel contract die de leverancier aanrekent aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s en die met regelmatige tussenpozen geïndexeerd wordt op basis van een contractueel overeengekomen indexeringsformule (exclusief nettarieven, taksen en heffingen);
63° [11 kmo's : de eindafnemers met een jaarlijks verbruik van minder dan 100 MWh gas voor het geheel, per eindafnemer, van hun toegangspunten op het transmissie-/vervoersnet en/of distributienet.]11 [4 ;]4 ]2
[4 64° "voorwetenschap" : elke voorwetenschap in de betekenis van artikel 2, (1), van de Verordening (EU) nr. 1227/2011;
65° "marktmanipulatie" : elke marktmanipulatie in de betekenis van artikel 2, (2), van de Verordening (EU) nr. 1227/2011;
66° "poging tot markmanipulatie" : elke poging tot marktmanipulatie in de betekenis van artikel 2, (3), van de Verordening (EU) nr. 1227/2011;
67° "Voor groothandel bestemde energieproducten" : elk voor de groothandel bestemd energieproduct in de betekenis van artikel 2, (4), van de Verordening (EU) nr. 1227/2011;
68° "verbruikscapaciteit" : de verbruikscapaciteit in de betekenis van artikel 2, (5), van de Verordening (EU) nr. 1227/2011;
69° "groothandelsmarkt voor energie" : de groothandelsmarkt voor energie in de betekenis van artikel 2, (6), van de Verordening (EU) nr. 1227/2011;]4
[4 70° "bebouwde grond" : de grond waarop zich een gebouw bevindt dat hoofdzakelijk of uitsluitend als functie heeft om personen op duurzame wijze in onder te brengen;
71° "niet bebouwde grond" : elke andere grond dan deze bedoeld in 70° ;
72° "ondoordringbare muur" : de muur die bestemd is om de toegang tot een private grond te verhinderen;
73° "ondoordringbare omheining" : de omheining gelijkwaardig aan een muur bestemd om de toegang tot een private grond te verhinderen. De omheiningen van weilanden, velden of bossen worden, ongeacht het gebruikte materiaal, niet beschouwd als ondoordringbare omheiningen.]4
[7 74° "elektronische communicatienetwerk met hoge snelheid" : een elektronisch communicatienetwerk dat breedband-toegangsdiensten kan leveren met snelheden van minstens 30 Mbps;
75° "niet-actieve infrastructuur" : elke vervoerleiding, elk gesloten industrieel net, elke directe leiding, die niet bestemd is om zelf gasachtige producten en andere door middel van leidingen te vervoeren, alsook alle gebouwen, machines en bijhorende toestellen bestemd of gebruikt voor een van de doeleinden opgesomd in artikel 2, § 1, die elementen van een elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid kunnen onderbrengen zonder dat zij zelf een actief element van het netwerk worden;]7
[8 76° "instantie voor geschillenbeslechting inzake netwerkinfrastructuur" : de instantie voor geschillenbeslechting opgericht door het samenwerkingsakkoord van 1 december 2016 om te zorgen voor de gedeeltelijke omzetting van de richtlijn 2014/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake maatregelen ter verlaging van de kosten van de aanleg van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid;]8
[7 77° "centraal informatiepunt" : het KLIM-CICC-systeem (Federaal Kabels en leidingen Informatie Meldpunt - Point de Contact fédéral Information Câbles et Conduites) en elk ander centraal elektronisch informatiepunt dat aanleiding geeft tot dezelfde informatierechten en -plichten, opgericht of ontworpen bij decreet of ordonnantie;
78° "civiele werken" : het product van een geheel van bouwkundige of civieltechnische werken dat bestemd is om als zodanig een economische of technische functie te vervullen en dat een of meer elementen van een niet-actieve infrastructuur omvat;]7
[10 79° "netten voor warmtevoorziening op afstand": geheel van leidingen voor de warmtevoorziening vanuit een centrale productie-installatie om het verwarmen van gebouwen en de levering van huishoudelijk warm water te garanderen;]10
[13 80° "actief product" : het aanbod van een energieleveringscontract aan huishoudelijke afnemers en/of kmo's dat door hen kan worden onderschreven via de website of app van de leverancier en/of via prijsvergelijkers, al dan niet aangevuld met andere publieke kanalen;
81° "goedkoopste equivalent product" : het aanbod van een standaardcontract voor levering van aardgas aan huishoudelijke afnemers en/of kmo's dat de laagste prijs draagt binnen het gamma van de leverancier en dat dezelfde kenmerken heeft als het lopende contract van de afnemer, met name op het vlak van vaste of variabele prijs, duurtijd van de overeenkomst in geval van een bepaalde duur, diensten die zijn inbegrepen in de overeenkomst, exclusief online of niet, groene of grijze energie;]13
[14 82° "reserveprijs": de minimumprijs waartegen de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas akkoord gaat om de opslagcapaciteit te verkopen en waartegen hij de veiling start;
83° "Verordening (EU) 2017/1938": Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid en houdende intrekking van Verordening (EU) nr. 994/2010;]14
[15 84° "vaste vergoeding": forfaitaire vergoeding voor administratieve kosten of abonnementskosten die leveranciers of tussenpersonen kunnen aanrekenen aan eindafnemers;
85° "warmtebedrijf": elke natuurlijke of rechtspersoon die via netten voor warmtevoorziening op afstand warmte levert.]15
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
12 APRIL 1965. - Wet betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen. (NOTA : opgeheven voor het Waalse Gewest, wat betreft de milieubescherming voor de in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning bedoelde inrichtingen, bij DWG 1999-03-11/39, art. 175; Inwerkingtreding : 01-10-2002) (NOTA : Art. 9 ; 13 ; 15/1 gewijzigd met ingang op een onbepaalde datum bij W2014-05-08/23, art. 23; 27; 28, 035; Inwerkingtreding : onbepaald ) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 23-09-1987 en tekstbijwerking tot 19-01-2026)
Titre
12 AVRIL 1965. - Loi relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations. (NOTE : abrogé pour la Région wallonne par DRW 1999-03-11/39, art. 175; En vigueur : 01-10-2002, en ce qui concerne la protection de l'environnement pour les établissements visés par le décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement) (NOTE : Les art 9 ; 13 ; 15/1 modifiés avec effet à une date indéterminée par L2014-05-08/23, art. 23; 27 ; 28, 035; En vigueur : indéterminée ) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 23-09-1987 et mise à jour au 19-01-2026)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK I. - Definities.
HOOFDSTUK II. - Draagwijdte van deze wet.
HOOFDSTUK III. - (Bepalingen betreffende de ver...
Afdeling 1-Vervoersvergunningen [1 ...]1
Afdeling 2. - [1 Certificering en aanwijzing va...
Onderafdeling 1. - [1 Certificerings- en aanwij...
Onderafdeling 2. - Niet-definitief stelsel
Onderafdeling 3. - Voorwaarden die de beheerder...
HOOFDSTUK IV. - (Rechten en verplichtingen van ...
Afdeling I. [1 Rechten en verplichtingen ingevo...
Afdeling II. - Beheerder van het aardgasvervoer...
Afdeling III. - [1 Gemeenschappelijke balanceri...
Afdeling IV. [1 - Toegang tot niet-actieve infr...
HOOFDSTUK IVbis. - (Leveringsverunningen).
HOOFDSTUK IVbis. - (Toegang tot het aardgasverv...
HOOFDSTUK IVquater. - (Tarifering, openbare die...
HOOFDSTUK IVquinquies. - (Toezicht op de zekerh...
HOOFDSTUK IVsexies. - (Reguleringsinstantie, ge...
HOOFDSTUK IVsepties- Rechtsmiddelen tegen de be...
Afdeling 1. - Geschillen die ressorteren onder ...
Afdeling 2. - Geschillen die ressorteren onder ...
HOOFDSTUK IVocties. - Bevoegdheid tot schorsing...
HOOFDSTUK IVnovies. - Openbaarheid van de besli...
HOOFDSTUK IVdecies. [1 - De Energienorm.]1
HOOFDSTUK IVundecies. [1 - Uitzonderlijke solid...
HOOFDSTUK V. - [1 Uitvoering van de wet, de vei...
HOOFDSTUK VI. - (Sancties).
HOOFDSTUK VII. - (Diverse bepalingen).
BIJLAGE.
Table des matières
CHAPITRE I. - Définitions.
CHAPITRE II. - Champ d'application de la présen...
CHAPITRE III. - (Dispositions relatives aux aut...
Section 1re. - Autorisations de transport [1 ...]1
Section 2. - [1 Section 2. Certification et dés...
Sous-section 1re. [1 Procédures de certificatio...
Sous-section 2. - Régime non définitif
Sous-section 3. - Conditions à respecter par le...
CHAPITRE IV. - (Droits et obligations du titula...
Section 1re. - [1 Droits et Obligations découla...
Section II. - Gestionnaire du réseau de transpo...
Section III. - [1 Entreprise commune d'équilibr...
Section IV. [1 - Accès aux infrastructures non ...
CHAPITRE IVbis. - (Autorisations de fourniture).
CHAPITRE IVter. - (Accès au réseau de transport...
CHAPITRE IVquater. - (Tarification, obligations...
CHAPITRE IVquinquies. - (Surveillance de la séc...
CHAPITRE IVsexies. - (Autorité de régulation, r...
CHAPITRE IVsepties- Voies de recours contre les...
Section 1re. - Litiges relevant de la compétenc...
Section 2. - Litiges relevant de la compétence ...
CHAPITRE IVocties. - Pouvoir de suspension du C...
CHAPITRE IVnovies. - Publicité des décisions de...
CHAPITRE IVdecies. [1 - La norme énergétique.]1
CHAPITRE IVundecies. [1 - Contribution exceptio...
CHAPITRE V. - [1 Exécution de la loi, règles de...
CHAPITRE VI. -(Sanctions).
CHAPITRE VII. - (Dispositions diverses).
ANNEXE
Tekst (148)
Texte (148)
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE I. - Définitions.
Article 1. Pour l'application de la présente loi, il y a lieu d'entendre par :
1° " gaz " : tout produit combustible qui est à l'état gazeux à la température de 15 degrés centigrades Celsius et à la (pression absolue de 1,01325 bar);
2° [12 "gaz naturel": tout produit combustible gazeux constitué essentiellement de méthane [16 ...]16, y compris le gaz naturel liquéfié, en abrégé "GNL";]12
3° " m3 " : mètre cube normalisé, soit la quantité de gaz riche sec qui, à une température de zéro degré Celsius et sous une pression absolue de 1,01325 bar, occupe un volume d'un mètre cube;
4° (...)
5° " entreprise de gaz " : toute personne physique ou morale qui effectue la production, le transport, la distribution, la fourniture, l'achat ou le stockage de gaz ou plusieurs de ces activités, à l'exclusion des clients finals;
5°bis. [2 entreprise de gaz naturel " : toute personne physique ou morale qui remplit au moins une des fonctions suivantes : la production, le transport, la distribution, le comptage, la fourniture, l'achat ou le stockage de gaz naturel, y compris le GNL, et qui assure les missions commerciales, techniques et/ou d'entretien liées à ces fonctions, mais qui n'est pas client final;]2
[9 5° ter. "intermédiaire": toute personne physique ou morale, autre qu'un producteur ou un gestionnaire de réseau de distribution, qui achète du gaz en vue de la revente;
5° quater. "intermédiaire en achats groupés": toute personne physique ou morale, autre qu'une entreprise de fourniture, directement ou indirectement impliquée dans l'analyse de contrats, dans l'exécution de comparaisons de prix avec possibilité ou non de changer de contrat, dans la mise en contact de fournisseurs et d'utilisateurs finals, dans l'organisation d'achats groupés, dans l'attribution de fournitures d'énergie à des fournisseurs et/ou dans la conclusion de contrats énergétiques pour des utilisateurs finals;]9
6° " installations en amont " : toutes canalisations et autres installations construites ou exploitées dans le cadre d'un projet de production de pétrole ou de gaz naturel, ou utilisées pour transporter du gaz naturel d'un ou plusieurs sites de production de pétrole ou de gaz naturel vers une usine ou un terminal de traitement ou d'atterrage final;
7° [2 transport " : le transport de gaz naturel ainsi que de biogaz et de gaz issu de la biomasse ou autres types de gaz dans le respect des dispositions de l'article 2, § 4, via un réseau principalement constitué de gazoducs à haute pression, autre qu'un réseau de gazoducs en amont et autre que la partie des gazoducs à haute pression utilisée principalement pour la distribution du gaz naturel à des fins de fourniture à des clients, mais ne comprenant pas la fourniture;]2
7°bis [2 ...]2;
8° " installations de transport " : toutes canalisations, y compris les conduites directes et les installations en amont, et tous les moyens de stockage, installations de GNL, bâtiments, machines et appareils accessoires destinés ou utilisés à l'une des fins énumérées à l'article 2, § 1er;
9° " entreprise de transport " : toute personne physique ou morale qui effectue le transport de gaz;
10° (" réseau de transport " : tout ensemble d'installations de transport exploité par un des gestionnaires ou par une même entreprise de transport, à l'exclusion des installations en amont et des conduites directes;)
(10°bis " réseau de transport de gaz naturel " : une installation de transport visant uniquement à l'acheminement du gaz naturel [2 ainsi que de biogaz et de gaz issu de la biomasse ou autres types de gaz dans le respect des dispositions de l'article 2, § 4,]2 et exploitée par le gestionnaire chargé de l'acheminement du gaz naturel à l'exclusion des installations en amont;)
11° " autorisation de transport " : l'autorisation visée à l'article 3;
12° " distribution de gaz " : l'activité ayant pour objet de fournir du gaz, par la voie de réseaux locaux de canalisations, à des clients établis sur le territoire d'une ou plusieurs communes déterminées (, mais ne comprenant pas la fourniture);
(12°bis " installations de distribution de gaz " : les canalisations, [2 réseaux de distributions, ]2 moyens de stockage, bâtiments, machines et, d'une manière générale, tous appareils nécessaires à la distribution de gaz naturel.)
13° [2 gestionnaire de réseau de distribution " : une personne physique ou morale qui, conformément aux législations régionales, effectue la distribution et est responsable de l'exploitation, de la maintenance et, si nécessaire, du développement du réseau de distribution dans une zone donnée et, le cas échéant, de ses interconnexions avec d'autres réseaux, et chargée de garantir la capacité à long terme du réseau à satisfaire une demande raisonnable de distribution de gaz;]2;
14° (" fourniture de gaz naturel " : la vente, y compris la revente, à des clients de gaz naturel, y compris de GNL;)
15° (" entreprise de fourniture " : toute personne physique ou morale qui effectue la fourniture du gaz naturel;)
16° " autorisation de fourniture " : l'autorisation visée à l'article 15/3;
17° (" réseau interconnecté " : tout ensemble de réseaux de transport reliés entre eux;)
18° " conduite directe " : toute canalisation pour le transport de gaz qui ne fait pas partie physiquement du réseau interconnecté;
19° (" entreprise liée " : une entreprise liée ou associée dans le sens du Code des Sociétés [2 et/ou une entreprise appartenant aux mêmes actionnaires]2;)
20° [3 "site de consommation" : installations de consommation situées dans un lieu topographiquement identifié, dont le gaz naturel servant à leur alimentation est prélevé d'un réseau de transport de gaz naturel, et/ou d'un réseau de distribution et/ou d'une conduite directe par un même utilisateur de réseau;]3
21° " utilisateur du réseau " : toute personne physique ou morale qui alimente le réseau en question ou est desservie par ce réseau;
22° " client " : tout client final, [2 tout gestionnaire de réseau de distribution]2 et toute entreprise de fourniture;
23° " client final " : toute personne physique ou morale qui achète du gaz pour son propre usage. [2 Tout client final est éligible;]2;
24° [4 "Règlement (UE) n° 1227/2011 " : le Règlement (UE) n° 1227/2011 du Parlement Européen et du Conseil du 25 octobre 2011 concernant l'intégrité et la transparence du marché de gros de l'énergie, ainsi que les actes délégués et d'exécution établis par la Commission européenne sur la base de ce Règlement;]4
25° [2 Directive 2009/73/CE " : la Directive 2009/73/CE du Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009 concernant des règles communes pour le marché intérieur du gaz naturel et abrogeant la Directive 2003/55/CE;]2
[1 25°bis " Règlement (CE) n° 715/2009 " : le Règlement (CE) n° 715/2009 du Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009 concernant les conditions d'accès aux réseaux de transport de gaz naturel et abrogeant le Règlement (CE) n° 1775/2005;
25°ter " Règlement (UE) n° 994/2010 " : le Règlement (UE) n° 994/2010 du Parlement européen et du Conseil du 20 octobre 2010 concernant des mesures visant à garantir la sécurité de l'approvisionnement en gaz naturel et abrogeant la Directive 2004/67/CE;]1
[2 25°bis " Règlement (CE) n° 715/2009 " : le Règlement (CE) n° 715/2009 du Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009 concernant les conditions d'accès aux réseaux de transport de gaz naturel et abrogeant le Règlement (CE) n° 1775/2005;
25° ter " Règlement (CE) n° 713/2009 " : le Règlement (CE) n° 713/2009 du Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009 instituant une agence de coopération des régulateurs de l'énergie;
25° quater " ACER " : l'agence de coopération des régulateurs de l'énergie instituée par le Règlement (CE) n° 713/2009;
25° quinquies " Règlement (UE) n° 994/2010 " : le Règlement (UE) n° 994/2010 du 20 octobre 2010 du Parlement européen et du Conseil concernant des mesures visant à garantir la sécurité de l'approvisionnement en gaz naturel et abrogeant la Directive 2004/67/CE du Conseil;]2
[5 25° sexies : "Règlement (UE) n° 312/2014" : le Règlement (UE) n° 312/2014 de la Commission du 26 mars 2014 relatif à l'établissement d'un code de réseau sur l'équilibrage des réseaux de transport de gaz;]5
26° " loi du 29 avril 1999, " : la loi du 29 avril 1999, relative à l'organisation du marché de l'électricité;
(26°bis " loi du 18 juillet 1975 " : la loi du 18 juillet 1975 relative à la recherche et à l'exploitation des sites-réservoirs souterrains destinés au stockage de gaz;)
27° " ministre " : le ministre fédéral qui a l'Energie dans ses attributions;
(27°bis " Administration de l'Energie " : la Direction générale de l'Energie du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie;)
28° (...)
29° [4 "FSMA" : Autorité des services et marchés financiers instituée par la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers;]4
[4 29° bis "Administration de la Qualité et Sécurité" : la Direction générale de la Qualité et Sécurité du Service Public Fédéral - Economie, P.M.E., Classes Moyennes et Energie;]4
30° " code de bonne conduite " : le code établi en application de (l'article 15/5undecies);
[4 30° bis "Codes techniques des installations de transport" : les codes visés à l'article 17, § 2, de la présente loi;]4
31° (gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel " : le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel désigné conformément à l'article 8 ou à l'article 8/1;)
(32° " installation de stockage de gaz naturel " : installations, propriétés de et/ou exploitées par un gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel, utilisée pour le stockage de gaz naturel, y compris les installations de GNL utilisées spécifiquement pour le stockage de gaz naturel; à l'exclusion des installations de stockage utilisées pour des activités de production, ainsi que les installations de stockage exclusivement réservées au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel dans l'accomplissement de ses tâches;
33° [2 gestionnaire de stockage " : une personne physique ou morale qui effectue le stockage et est responsable de l'exploitation d'une installation de stockage;]2
34° " installation de GNL " : un terminal propriété de et/ou exploité par un gestionnaire d'installation de GNL, utilisé pour la liquéfaction du gaz naturel ou l'importation, le déchargement et la regazéification du GNL, comprenant les services auxiliaires et le stockage temporaire de gaz naturel nécessaires pour le processus de regazéification du GNL et sa fourniture ultérieure au réseau de transport de gaz naturel, mais ne comprenant pas les installations de GNL utilisées spécifiquement pour le stockage de gaz naturel;
35° [2 " gestionnaire d'installation de GNL " : toute personne physique ou morale qui effectue la liquéfaction du gaz naturel ou l'importation, le déchargement et regazéfication du GNL, et qui est responsable de l'exploitation d'une installation de GNL;]2
36° " services auxiliaires " : tous les services nécessaires à l'accès à des réseaux de transport de gaz naturel et/ou de distribution et/ou d'installations de GNL et/ou de stockage, et à leur exploitation, y compris les dispositifs d'équilibrage des charges et de mélanges, mais à l'exclusion des installations réservées exclusivement au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel dans l'accomplissement de ses tâches;
37° " stockage de gaz naturel en canalisations " : le stockage du gaz naturel par compression dans les réseaux de transport de gaz naturel et de distribution de gaz naturel, mais à l'exclusion des installations réservées au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel dans l'accomplissement de ses tâches;
38° [2 entreprise verticalement intégrée " : une entreprise de gaz naturel ou un groupe d'entreprises de gaz naturel qui confie directement ou indirectement à la même personne ou aux mêmes personnes l'exercice du contrôle et qui exerce au moins une des fonctions suivantes : transport, distribution, GNL ou stockage, et au moins une des fonctions suivantes : production ou fourniture de gaz naturel;]2
39° " entreprise intégrée horizontalement " : une entreprise assurant au moins une des fonctions suivantes : production, transport, distribution, fourniture ou stockage de gaz naturel, ainsi qu'une activité en dehors du secteur du gaz naturel;
40° " sécurité " : la sécurité technique;
41° [2 " nouvelle installation " : une installation de gaz naturel qui n'est pas achevée au plus tard le 4 août 2003;]2
42° " les gestionnaires " : les trois opérateurs suivants : le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL;
43° " gestionnaire de réseau combiné " : gestionnaire chargé de la gestion d'au moins de deux installations ou réseaux suivants :
a) le réseau de transport de gaz naturel;
b) l'installation de stockage de gaz naturel;
c) l'installation de GNL;
44° " administrateur non exécutif " : tout administrateur qui n'assume pas de fonction de direction au sein des gestionnaires ou de l'une de leurs filiales;
45° " administrateur indépendant " : tout administrateur non exécutif qui :
a) répond aux conditions de l'article 524, § 4, du Code des Sociétés et
b) n'a pas exercé pendant les vingt-quatre mois précédant sa désignation une fonction ou activité, rémunérée ou non, au service de l'un des propriétaires du réseau, d'une des gestionnaires, d'un intermédiaire, d'un fournisseur, d'un producteur ou d'un actionnaire dominant;
c) n'a pas exercé pendant les neuf mois précédant sa désignation une fonction ou activité, rémunérée ou non, au service d'un distributeur;
46° [4 "Fonds d'indemnisation" : le Fonds d'indemnisation d'intervention subsidiaire visé par l'article 13/1er de la présente loi;]4;
47° [4 "coût des mesures pour le maintien de l'installation de transport" : le coût des mesures liées à l'installation de transport qui sont nécessaires pour en assurer le maintien ou la protection, sans modification de son implantation ou de son tracé;]4;
48° [4 "coût de la modification de l'implantation ou du tracé de l'installation de transport" : les coûts préparatoires, le coût des matériaux de l'installation de transport et les coûts d'exécution;]4;
49° [4 "coûts préparatoires" : les coûts nécessaires avant de pouvoir mettre en oeuvre une modification de l'implantation ou du tracé d'une installation de transport, en particulier les frais d'étude et de conception d'une nouvelle implantation ou d'un nouveau tracé ainsi que d'une nouvelle infrastructure, les coûts liés à la procédure de modification de l'autorisation de transport, ainsi que les éventuels frais d'acquisition de droits sur les terrains concernés par la nouvelle implantation ou le nouveau tracé;]4
[4 49° bis "coût des matériaux de l'installation de transport" : le coût des éléments de la canalisation et des accessoires directs du transport (notamment les pompes et vannes), qui doivent être remplacés ou ajoutés lors de la modification de l'implantation ou du tracé d'une installation de transport mise hors service ainsi que de remise en service de l'installation de transport, les coûts de démantèlement ainsi que les frais d'épreuve de l'installation et de surveillance de l'installation;
49° ter "coûts d'exécution" : le coût de la mise en oeuvre des travaux de modification de l'implantation ou du tracé d'une installation de transport, le coût des travaux accessoires (notamment les mesures temporaires liées à la déviation de l'installation), le coût des matériaux autres que ceux de l'installation de transport, les coûts de mise hors service ainsi que de remise en service de l'installation de transport, les coûts de démantèlement ainsi que les frais d'épreuve de l'installation et de surveillance de l'installation;]4
(50° hub : tout endroit permettant aux utilisateurs du réseau de transport de mettre physiquement du gaz naturel à disposition dans l'optique d'une revente, étant entendu que ces opérations y sont, d'un point de vue technique et commercial, soutenues au niveau logistique par un fournisseur de services assurant, entre autres, le suivi des transferts de propriété;
51° conditions principales : le contrat standard d'accès au réseau de transport et les règles opérationnelles y afférentes.)
[2 52° " client résidentiel " : un client achetant du gaz naturel pour sa propre consommation domestique, ce qui exclut les activités commerciales ou professionnelles;
53° " client non résidentiel " : une personne physique ou morale achetant du gaz naturel non destiné à son usage domestique;
54° [10 "client protégé résidentiel": un client résidentiel à revenus modestes ou à situation précaire, tel que défini à l'article 15/10, § 2/2;]10
55° " client vulnérable " : tout client protégé résidentiel au sens du point 54° ainsi que tout client final considéré comme vulnérable par les Régions;
56° " réseau fermé industriel " : un réseau à l'intérieur d'un site industriel, commercial ou de partage de services géographiquement délimité destiné en premier lieu à desservir les clients finals établis sur ce site, n'approvisionnant pas de clients résidentiels et dans lequel :
a) pour des raisons spécifiques ayant trait à la technique ou à la sécurité, les opérations ou le processus de production des utilisateurs de ce réseau sont intégrés; ou
b) le gaz naturel est fourni essentiellement au propriétaire ou au gestionnaire du réseau fermé industriel ou aux entreprises qui leur sont liées;
57° " gestionnaire de réseau fermé industriel " : personne physique ou morale propriétaire d'un réseau fermé industriel ou disposant d'un droit d'usage sur un tel réseau. La personne physique ou morale qui laisse passer sans prestation ni contrepartie financière quelconque un client final situé en aval de son point de raccordement au réseau de transport de gaz naturel n'est pas un gestionnaire de réseau fermé industriel;
58° " utilisateur de réseau fermé industriel " : un client final raccordé à un réseau fermé industriel;
59° " transaction " : toute opération conduisant à un changement de contrôle du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel susceptible de compromettre le respect des exigences d'indépendance prévues aux articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2 et qui doit être notifiée à la commission en application de l'article 8, § 4bis ;
60° [12 "interconnexion": une ligne de transport qui traverse ou franchit une frontière entre des Etats membres afin de relier entre eux les réseaux de transport nationaux de ces Etats membres, ou une ligne de transport entre un Etat membre et un pays tiers jusqu'au territoire des Etats membres ou aux eaux territoriales dudit Etat membre;]12
[6 60° bis: "gestionnaire d'une interconnexion": une personne physique ou morale qui gère une interconnexion et est désignée conformément à l'article 8/1bis.]6
61° " instrument dérivé sur le gaz " : un instrument financier visé par les dispositions qui mettent en oeuvre l'annexe Ire, section C, points 5, 6 ou 7, de la Directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 avril 2004 concernant les marchés d'instruments financiers, lorsque ledit instrument porte sur le gaz naturel;
62° " prix variable de l'énergie " : le prix de la composante énergétique dans un contrat variable que le fournisseur facture aux clients finals résidentiels et P.M.E. et qui est indexé à intervalles réguliers sur la base d'une formule d'indexation convenue contractuellement (hors tarifs de réseau, taxes et redevances);
63° "[11 PME : les clients finals présentant une consommation annuelle de moins de 100 MWh de gaz pour l'ensemble, par client final, de leurs points de raccordement au réseau de transport et/ou de distribution.]11]4 ]2
[4 64° "information privilégiée" : toute information privilégiée au sens de l'article 2, (1), du Règlement (UE) n° 1227/2011;
65° "manipulations de marché" : toutes manipulations de marché au sens de l'article 2, (2), du Règlement (UE) n° 1227/2011;
66° "tentative de manipulations de marché" : toute tentative de manipulations de marché au sens de l'article 2, (3), du Règlement (UE) n° 1227/2011;
67° "produits énergétiques de gros " : tout produit énergétique de gros au sens de l'article 2, (4), du Règlement (UE) n° 1227/2011;
68° "capacité de consommation" : la capacité de consommation au sens de l'article 2, (5), du Règlement (UE) n° 1227/2011;
69° "marché de gros de l'énergie" : le marché de gros de l'énergie au sens de l'article 2, (6), du Règlement (UE) n° 1227/2011;]4
[4 70° "terrain bâti" : le terrain sur lequel se trouve un bâtiment dont la fonction principale ou exclusive implique d'abriter de manière durable des personnes;
71° "terrain non bâti" : tout terrain autre que celui visé au 70° ;
72° "mur infranchissable" : le mur destiné à empêcher l'accès à un terrain privé;
73° "clôture infranchissable" : la clôture équivalente à un mur destinée à empêcher l'accès à un terrain privé. Les clôtures de prairies, de champs, ou de bois, quel que soit le matériau utilisé, ne sont pas considérées comme des clôtures infranchissables;]4
[7 74° "réseau de communications électroniques à haut débit" : un réseau de communications électroniques pouvant fournir des services d'accès au haut débit à une vitesse supérieure ou égale à 30 Mbit/s;
75° "infrastructures non actives" : toute canalisation de transport, tout réseau fermé industriel, toute conduite directe, qui ne sont pas destinés à acheminer eux-mêmes des produits gazeux et autres par canalisations ainsi que tous bâtiments, machines et appareils accessoires destinés ou utilisés à l'une des fins énumérées à l'article 2, § 1er, qui sont susceptibles d'accueillir les éléments d'un réseau de communications électroniques à haut débit sans devenir eux-mêmes un élément actif de ce réseau;]7
[8 76° "organe de règlement des litiges en matière d'infrastructures de réseaux" : l'organe de règlement des litiges institué par l'accord de coopération du 1er décembre 2016 en vue de transposer partiellement la directive 2014/61/UE du parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 relative à des mesures visant à réduire le coût du déploiement de réseaux de communications électroniques à haut débit;]8
[7 77° "point d'information unique" : le système KLIM - CICC (Federaal Kabels en leidingen Informatie Meldpunt - Point de Contact fédéral Information Câbles et Conduites) et tout autre point d'information électronique unique donnant lieu aux mêmes obligations et droits d'information, créé ou désigné par décret ou ordonnance;
78° "travaux de génie civil" : le résultat d'un ensemble de travaux de bâtiment ou de génie civil, destiné à remplir par lui-même une fonction économique ou technique et qui comporte un ou plusieurs éléments d'une infrastructure non-active;]7
[10 79° "réseaux de distribution de chaleur à distance": ensemble de canalisations assurant la distribution de chaleur fournie à partir d'une installation centrale de production en vue d'assurer le chauffage de bâtiments et la livraison d'eau chaude sanitaire;]10
[13 80° "produit actif" : l'offre d'un contrat pour la fourniture d'énergie aux clients résidentiels et/ ou aux PME, qui peut être souscrite par ceux-ci sur le site web ou l'application du fournisseur et/ou via des comparateurs de prix, et aussi éventuellement par d'autres canaux publics;
81° "produit équivalent le moins cher" : l'offre de contrat standard pour la fourniture de gaz naturel aux clients résidentiels et/ou aux PME la moins chère de la gamme du fournisseur et ayant les mêmes caractéristiques que le contrat en cours du client, notamment en ce qui concerne les critères suivants : prix fixe ou variable, durée du contrat en cas de durée déterminée, services compris dans le contrat, contrat exclusivement en ligne ou non, énergie verte ou grise;]13
[14 82° "prix de réserve": le prix minimum auquel le gestionnaire de l'installation de stockage de gaz naturel accepte de vendre la capacité de stockage et auquel il démarre les enchères;
83° "Règlement (UE) 2017/1938": Règlement (UE) 2017/1938 du Parlement européen et du Conseil du 25 octobre 2017 concernant des mesures visant à garantir la sécurité de l'approvisionnement en gaz naturel et abrogeant le règlement (UE) n° 994/2010;]14
[15 84° "redevance fixe": un forfait fixe pour couvrir les coûts administratif ou droit d'abonnement qui peut être prélevé par les fournisseurs ou les intermédiaires sur les clients finals;
85° "entreprise de chaleur": toute personne physique ou morale qui fournit du chaleur par le biais de réseaux de distribution de chaleur à distance.]15
1° " gaz " : tout produit combustible qui est à l'état gazeux à la température de 15 degrés centigrades Celsius et à la (pression absolue de 1,01325 bar);
2° [12 "gaz naturel": tout produit combustible gazeux constitué essentiellement de méthane [16 ...]16, y compris le gaz naturel liquéfié, en abrégé "GNL";]12
3° " m3 " : mètre cube normalisé, soit la quantité de gaz riche sec qui, à une température de zéro degré Celsius et sous une pression absolue de 1,01325 bar, occupe un volume d'un mètre cube;
4° (...)
5° " entreprise de gaz " : toute personne physique ou morale qui effectue la production, le transport, la distribution, la fourniture, l'achat ou le stockage de gaz ou plusieurs de ces activités, à l'exclusion des clients finals;
5°bis. [2 entreprise de gaz naturel " : toute personne physique ou morale qui remplit au moins une des fonctions suivantes : la production, le transport, la distribution, le comptage, la fourniture, l'achat ou le stockage de gaz naturel, y compris le GNL, et qui assure les missions commerciales, techniques et/ou d'entretien liées à ces fonctions, mais qui n'est pas client final;]2
[9 5° ter. "intermédiaire": toute personne physique ou morale, autre qu'un producteur ou un gestionnaire de réseau de distribution, qui achète du gaz en vue de la revente;
5° quater. "intermédiaire en achats groupés": toute personne physique ou morale, autre qu'une entreprise de fourniture, directement ou indirectement impliquée dans l'analyse de contrats, dans l'exécution de comparaisons de prix avec possibilité ou non de changer de contrat, dans la mise en contact de fournisseurs et d'utilisateurs finals, dans l'organisation d'achats groupés, dans l'attribution de fournitures d'énergie à des fournisseurs et/ou dans la conclusion de contrats énergétiques pour des utilisateurs finals;]9
6° " installations en amont " : toutes canalisations et autres installations construites ou exploitées dans le cadre d'un projet de production de pétrole ou de gaz naturel, ou utilisées pour transporter du gaz naturel d'un ou plusieurs sites de production de pétrole ou de gaz naturel vers une usine ou un terminal de traitement ou d'atterrage final;
7° [2 transport " : le transport de gaz naturel ainsi que de biogaz et de gaz issu de la biomasse ou autres types de gaz dans le respect des dispositions de l'article 2, § 4, via un réseau principalement constitué de gazoducs à haute pression, autre qu'un réseau de gazoducs en amont et autre que la partie des gazoducs à haute pression utilisée principalement pour la distribution du gaz naturel à des fins de fourniture à des clients, mais ne comprenant pas la fourniture;]2
7°bis [2 ...]2;
8° " installations de transport " : toutes canalisations, y compris les conduites directes et les installations en amont, et tous les moyens de stockage, installations de GNL, bâtiments, machines et appareils accessoires destinés ou utilisés à l'une des fins énumérées à l'article 2, § 1er;
9° " entreprise de transport " : toute personne physique ou morale qui effectue le transport de gaz;
10° (" réseau de transport " : tout ensemble d'installations de transport exploité par un des gestionnaires ou par une même entreprise de transport, à l'exclusion des installations en amont et des conduites directes;)
(10°bis " réseau de transport de gaz naturel " : une installation de transport visant uniquement à l'acheminement du gaz naturel [2 ainsi que de biogaz et de gaz issu de la biomasse ou autres types de gaz dans le respect des dispositions de l'article 2, § 4,]2 et exploitée par le gestionnaire chargé de l'acheminement du gaz naturel à l'exclusion des installations en amont;)
11° " autorisation de transport " : l'autorisation visée à l'article 3;
12° " distribution de gaz " : l'activité ayant pour objet de fournir du gaz, par la voie de réseaux locaux de canalisations, à des clients établis sur le territoire d'une ou plusieurs communes déterminées (, mais ne comprenant pas la fourniture);
(12°bis " installations de distribution de gaz " : les canalisations, [2 réseaux de distributions, ]2 moyens de stockage, bâtiments, machines et, d'une manière générale, tous appareils nécessaires à la distribution de gaz naturel.)
13° [2 gestionnaire de réseau de distribution " : une personne physique ou morale qui, conformément aux législations régionales, effectue la distribution et est responsable de l'exploitation, de la maintenance et, si nécessaire, du développement du réseau de distribution dans une zone donnée et, le cas échéant, de ses interconnexions avec d'autres réseaux, et chargée de garantir la capacité à long terme du réseau à satisfaire une demande raisonnable de distribution de gaz;]2;
14° (" fourniture de gaz naturel " : la vente, y compris la revente, à des clients de gaz naturel, y compris de GNL;)
15° (" entreprise de fourniture " : toute personne physique ou morale qui effectue la fourniture du gaz naturel;)
16° " autorisation de fourniture " : l'autorisation visée à l'article 15/3;
17° (" réseau interconnecté " : tout ensemble de réseaux de transport reliés entre eux;)
18° " conduite directe " : toute canalisation pour le transport de gaz qui ne fait pas partie physiquement du réseau interconnecté;
19° (" entreprise liée " : une entreprise liée ou associée dans le sens du Code des Sociétés [2 et/ou une entreprise appartenant aux mêmes actionnaires]2;)
20° [3 "site de consommation" : installations de consommation situées dans un lieu topographiquement identifié, dont le gaz naturel servant à leur alimentation est prélevé d'un réseau de transport de gaz naturel, et/ou d'un réseau de distribution et/ou d'une conduite directe par un même utilisateur de réseau;]3
21° " utilisateur du réseau " : toute personne physique ou morale qui alimente le réseau en question ou est desservie par ce réseau;
22° " client " : tout client final, [2 tout gestionnaire de réseau de distribution]2 et toute entreprise de fourniture;
23° " client final " : toute personne physique ou morale qui achète du gaz pour son propre usage. [2 Tout client final est éligible;]2;
24° [4 "Règlement (UE) n° 1227/2011 " : le Règlement (UE) n° 1227/2011 du Parlement Européen et du Conseil du 25 octobre 2011 concernant l'intégrité et la transparence du marché de gros de l'énergie, ainsi que les actes délégués et d'exécution établis par la Commission européenne sur la base de ce Règlement;]4
25° [2 Directive 2009/73/CE " : la Directive 2009/73/CE du Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009 concernant des règles communes pour le marché intérieur du gaz naturel et abrogeant la Directive 2003/55/CE;]2
[1 25°bis " Règlement (CE) n° 715/2009 " : le Règlement (CE) n° 715/2009 du Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009 concernant les conditions d'accès aux réseaux de transport de gaz naturel et abrogeant le Règlement (CE) n° 1775/2005;
25°ter " Règlement (UE) n° 994/2010 " : le Règlement (UE) n° 994/2010 du Parlement européen et du Conseil du 20 octobre 2010 concernant des mesures visant à garantir la sécurité de l'approvisionnement en gaz naturel et abrogeant la Directive 2004/67/CE;]1
[2 25°bis " Règlement (CE) n° 715/2009 " : le Règlement (CE) n° 715/2009 du Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009 concernant les conditions d'accès aux réseaux de transport de gaz naturel et abrogeant le Règlement (CE) n° 1775/2005;
25° ter " Règlement (CE) n° 713/2009 " : le Règlement (CE) n° 713/2009 du Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009 instituant une agence de coopération des régulateurs de l'énergie;
25° quater " ACER " : l'agence de coopération des régulateurs de l'énergie instituée par le Règlement (CE) n° 713/2009;
25° quinquies " Règlement (UE) n° 994/2010 " : le Règlement (UE) n° 994/2010 du 20 octobre 2010 du Parlement européen et du Conseil concernant des mesures visant à garantir la sécurité de l'approvisionnement en gaz naturel et abrogeant la Directive 2004/67/CE du Conseil;]2
[5 25° sexies : "Règlement (UE) n° 312/2014" : le Règlement (UE) n° 312/2014 de la Commission du 26 mars 2014 relatif à l'établissement d'un code de réseau sur l'équilibrage des réseaux de transport de gaz;]5
26° " loi du 29 avril 1999, " : la loi du 29 avril 1999, relative à l'organisation du marché de l'électricité;
(26°bis " loi du 18 juillet 1975 " : la loi du 18 juillet 1975 relative à la recherche et à l'exploitation des sites-réservoirs souterrains destinés au stockage de gaz;)
27° " ministre " : le ministre fédéral qui a l'Energie dans ses attributions;
(27°bis " Administration de l'Energie " : la Direction générale de l'Energie du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie;)
28° (...)
29° [4 "FSMA" : Autorité des services et marchés financiers instituée par la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers;]4
[4 29° bis "Administration de la Qualité et Sécurité" : la Direction générale de la Qualité et Sécurité du Service Public Fédéral - Economie, P.M.E., Classes Moyennes et Energie;]4
30° " code de bonne conduite " : le code établi en application de (l'article 15/5undecies);
[4 30° bis "Codes techniques des installations de transport" : les codes visés à l'article 17, § 2, de la présente loi;]4
31° (gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel " : le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel désigné conformément à l'article 8 ou à l'article 8/1;)
(32° " installation de stockage de gaz naturel " : installations, propriétés de et/ou exploitées par un gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel, utilisée pour le stockage de gaz naturel, y compris les installations de GNL utilisées spécifiquement pour le stockage de gaz naturel; à l'exclusion des installations de stockage utilisées pour des activités de production, ainsi que les installations de stockage exclusivement réservées au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel dans l'accomplissement de ses tâches;
33° [2 gestionnaire de stockage " : une personne physique ou morale qui effectue le stockage et est responsable de l'exploitation d'une installation de stockage;]2
34° " installation de GNL " : un terminal propriété de et/ou exploité par un gestionnaire d'installation de GNL, utilisé pour la liquéfaction du gaz naturel ou l'importation, le déchargement et la regazéification du GNL, comprenant les services auxiliaires et le stockage temporaire de gaz naturel nécessaires pour le processus de regazéification du GNL et sa fourniture ultérieure au réseau de transport de gaz naturel, mais ne comprenant pas les installations de GNL utilisées spécifiquement pour le stockage de gaz naturel;
35° [2 " gestionnaire d'installation de GNL " : toute personne physique ou morale qui effectue la liquéfaction du gaz naturel ou l'importation, le déchargement et regazéfication du GNL, et qui est responsable de l'exploitation d'une installation de GNL;]2
36° " services auxiliaires " : tous les services nécessaires à l'accès à des réseaux de transport de gaz naturel et/ou de distribution et/ou d'installations de GNL et/ou de stockage, et à leur exploitation, y compris les dispositifs d'équilibrage des charges et de mélanges, mais à l'exclusion des installations réservées exclusivement au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel dans l'accomplissement de ses tâches;
37° " stockage de gaz naturel en canalisations " : le stockage du gaz naturel par compression dans les réseaux de transport de gaz naturel et de distribution de gaz naturel, mais à l'exclusion des installations réservées au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel dans l'accomplissement de ses tâches;
38° [2 entreprise verticalement intégrée " : une entreprise de gaz naturel ou un groupe d'entreprises de gaz naturel qui confie directement ou indirectement à la même personne ou aux mêmes personnes l'exercice du contrôle et qui exerce au moins une des fonctions suivantes : transport, distribution, GNL ou stockage, et au moins une des fonctions suivantes : production ou fourniture de gaz naturel;]2
39° " entreprise intégrée horizontalement " : une entreprise assurant au moins une des fonctions suivantes : production, transport, distribution, fourniture ou stockage de gaz naturel, ainsi qu'une activité en dehors du secteur du gaz naturel;
40° " sécurité " : la sécurité technique;
41° [2 " nouvelle installation " : une installation de gaz naturel qui n'est pas achevée au plus tard le 4 août 2003;]2
42° " les gestionnaires " : les trois opérateurs suivants : le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL;
43° " gestionnaire de réseau combiné " : gestionnaire chargé de la gestion d'au moins de deux installations ou réseaux suivants :
a) le réseau de transport de gaz naturel;
b) l'installation de stockage de gaz naturel;
c) l'installation de GNL;
44° " administrateur non exécutif " : tout administrateur qui n'assume pas de fonction de direction au sein des gestionnaires ou de l'une de leurs filiales;
45° " administrateur indépendant " : tout administrateur non exécutif qui :
a) répond aux conditions de l'article 524, § 4, du Code des Sociétés et
b) n'a pas exercé pendant les vingt-quatre mois précédant sa désignation une fonction ou activité, rémunérée ou non, au service de l'un des propriétaires du réseau, d'une des gestionnaires, d'un intermédiaire, d'un fournisseur, d'un producteur ou d'un actionnaire dominant;
c) n'a pas exercé pendant les neuf mois précédant sa désignation une fonction ou activité, rémunérée ou non, au service d'un distributeur;
46° [4 "Fonds d'indemnisation" : le Fonds d'indemnisation d'intervention subsidiaire visé par l'article 13/1er de la présente loi;]4;
47° [4 "coût des mesures pour le maintien de l'installation de transport" : le coût des mesures liées à l'installation de transport qui sont nécessaires pour en assurer le maintien ou la protection, sans modification de son implantation ou de son tracé;]4;
48° [4 "coût de la modification de l'implantation ou du tracé de l'installation de transport" : les coûts préparatoires, le coût des matériaux de l'installation de transport et les coûts d'exécution;]4;
49° [4 "coûts préparatoires" : les coûts nécessaires avant de pouvoir mettre en oeuvre une modification de l'implantation ou du tracé d'une installation de transport, en particulier les frais d'étude et de conception d'une nouvelle implantation ou d'un nouveau tracé ainsi que d'une nouvelle infrastructure, les coûts liés à la procédure de modification de l'autorisation de transport, ainsi que les éventuels frais d'acquisition de droits sur les terrains concernés par la nouvelle implantation ou le nouveau tracé;]4
[4 49° bis "coût des matériaux de l'installation de transport" : le coût des éléments de la canalisation et des accessoires directs du transport (notamment les pompes et vannes), qui doivent être remplacés ou ajoutés lors de la modification de l'implantation ou du tracé d'une installation de transport mise hors service ainsi que de remise en service de l'installation de transport, les coûts de démantèlement ainsi que les frais d'épreuve de l'installation et de surveillance de l'installation;
49° ter "coûts d'exécution" : le coût de la mise en oeuvre des travaux de modification de l'implantation ou du tracé d'une installation de transport, le coût des travaux accessoires (notamment les mesures temporaires liées à la déviation de l'installation), le coût des matériaux autres que ceux de l'installation de transport, les coûts de mise hors service ainsi que de remise en service de l'installation de transport, les coûts de démantèlement ainsi que les frais d'épreuve de l'installation et de surveillance de l'installation;]4
(50° hub : tout endroit permettant aux utilisateurs du réseau de transport de mettre physiquement du gaz naturel à disposition dans l'optique d'une revente, étant entendu que ces opérations y sont, d'un point de vue technique et commercial, soutenues au niveau logistique par un fournisseur de services assurant, entre autres, le suivi des transferts de propriété;
51° conditions principales : le contrat standard d'accès au réseau de transport et les règles opérationnelles y afférentes.)
[2 52° " client résidentiel " : un client achetant du gaz naturel pour sa propre consommation domestique, ce qui exclut les activités commerciales ou professionnelles;
53° " client non résidentiel " : une personne physique ou morale achetant du gaz naturel non destiné à son usage domestique;
54° [10 "client protégé résidentiel": un client résidentiel à revenus modestes ou à situation précaire, tel que défini à l'article 15/10, § 2/2;]10
55° " client vulnérable " : tout client protégé résidentiel au sens du point 54° ainsi que tout client final considéré comme vulnérable par les Régions;
56° " réseau fermé industriel " : un réseau à l'intérieur d'un site industriel, commercial ou de partage de services géographiquement délimité destiné en premier lieu à desservir les clients finals établis sur ce site, n'approvisionnant pas de clients résidentiels et dans lequel :
a) pour des raisons spécifiques ayant trait à la technique ou à la sécurité, les opérations ou le processus de production des utilisateurs de ce réseau sont intégrés; ou
b) le gaz naturel est fourni essentiellement au propriétaire ou au gestionnaire du réseau fermé industriel ou aux entreprises qui leur sont liées;
57° " gestionnaire de réseau fermé industriel " : personne physique ou morale propriétaire d'un réseau fermé industriel ou disposant d'un droit d'usage sur un tel réseau. La personne physique ou morale qui laisse passer sans prestation ni contrepartie financière quelconque un client final situé en aval de son point de raccordement au réseau de transport de gaz naturel n'est pas un gestionnaire de réseau fermé industriel;
58° " utilisateur de réseau fermé industriel " : un client final raccordé à un réseau fermé industriel;
59° " transaction " : toute opération conduisant à un changement de contrôle du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel susceptible de compromettre le respect des exigences d'indépendance prévues aux articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2 et qui doit être notifiée à la commission en application de l'article 8, § 4bis ;
60° [12 "interconnexion": une ligne de transport qui traverse ou franchit une frontière entre des Etats membres afin de relier entre eux les réseaux de transport nationaux de ces Etats membres, ou une ligne de transport entre un Etat membre et un pays tiers jusqu'au territoire des Etats membres ou aux eaux territoriales dudit Etat membre;]12
[6 60° bis: "gestionnaire d'une interconnexion": une personne physique ou morale qui gère une interconnexion et est désignée conformément à l'article 8/1bis.]6
61° " instrument dérivé sur le gaz " : un instrument financier visé par les dispositions qui mettent en oeuvre l'annexe Ire, section C, points 5, 6 ou 7, de la Directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 avril 2004 concernant les marchés d'instruments financiers, lorsque ledit instrument porte sur le gaz naturel;
62° " prix variable de l'énergie " : le prix de la composante énergétique dans un contrat variable que le fournisseur facture aux clients finals résidentiels et P.M.E. et qui est indexé à intervalles réguliers sur la base d'une formule d'indexation convenue contractuellement (hors tarifs de réseau, taxes et redevances);
63° "[11 PME : les clients finals présentant une consommation annuelle de moins de 100 MWh de gaz pour l'ensemble, par client final, de leurs points de raccordement au réseau de transport et/ou de distribution.]11]4 ]2
[4 64° "information privilégiée" : toute information privilégiée au sens de l'article 2, (1), du Règlement (UE) n° 1227/2011;
65° "manipulations de marché" : toutes manipulations de marché au sens de l'article 2, (2), du Règlement (UE) n° 1227/2011;
66° "tentative de manipulations de marché" : toute tentative de manipulations de marché au sens de l'article 2, (3), du Règlement (UE) n° 1227/2011;
67° "produits énergétiques de gros " : tout produit énergétique de gros au sens de l'article 2, (4), du Règlement (UE) n° 1227/2011;
68° "capacité de consommation" : la capacité de consommation au sens de l'article 2, (5), du Règlement (UE) n° 1227/2011;
69° "marché de gros de l'énergie" : le marché de gros de l'énergie au sens de l'article 2, (6), du Règlement (UE) n° 1227/2011;]4
[4 70° "terrain bâti" : le terrain sur lequel se trouve un bâtiment dont la fonction principale ou exclusive implique d'abriter de manière durable des personnes;
71° "terrain non bâti" : tout terrain autre que celui visé au 70° ;
72° "mur infranchissable" : le mur destiné à empêcher l'accès à un terrain privé;
73° "clôture infranchissable" : la clôture équivalente à un mur destinée à empêcher l'accès à un terrain privé. Les clôtures de prairies, de champs, ou de bois, quel que soit le matériau utilisé, ne sont pas considérées comme des clôtures infranchissables;]4
[7 74° "réseau de communications électroniques à haut débit" : un réseau de communications électroniques pouvant fournir des services d'accès au haut débit à une vitesse supérieure ou égale à 30 Mbit/s;
75° "infrastructures non actives" : toute canalisation de transport, tout réseau fermé industriel, toute conduite directe, qui ne sont pas destinés à acheminer eux-mêmes des produits gazeux et autres par canalisations ainsi que tous bâtiments, machines et appareils accessoires destinés ou utilisés à l'une des fins énumérées à l'article 2, § 1er, qui sont susceptibles d'accueillir les éléments d'un réseau de communications électroniques à haut débit sans devenir eux-mêmes un élément actif de ce réseau;]7
[8 76° "organe de règlement des litiges en matière d'infrastructures de réseaux" : l'organe de règlement des litiges institué par l'accord de coopération du 1er décembre 2016 en vue de transposer partiellement la directive 2014/61/UE du parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 relative à des mesures visant à réduire le coût du déploiement de réseaux de communications électroniques à haut débit;]8
[7 77° "point d'information unique" : le système KLIM - CICC (Federaal Kabels en leidingen Informatie Meldpunt - Point de Contact fédéral Information Câbles et Conduites) et tout autre point d'information électronique unique donnant lieu aux mêmes obligations et droits d'information, créé ou désigné par décret ou ordonnance;
78° "travaux de génie civil" : le résultat d'un ensemble de travaux de bâtiment ou de génie civil, destiné à remplir par lui-même une fonction économique ou technique et qui comporte un ou plusieurs éléments d'une infrastructure non-active;]7
[10 79° "réseaux de distribution de chaleur à distance": ensemble de canalisations assurant la distribution de chaleur fournie à partir d'une installation centrale de production en vue d'assurer le chauffage de bâtiments et la livraison d'eau chaude sanitaire;]10
[13 80° "produit actif" : l'offre d'un contrat pour la fourniture d'énergie aux clients résidentiels et/ ou aux PME, qui peut être souscrite par ceux-ci sur le site web ou l'application du fournisseur et/ou via des comparateurs de prix, et aussi éventuellement par d'autres canaux publics;
81° "produit équivalent le moins cher" : l'offre de contrat standard pour la fourniture de gaz naturel aux clients résidentiels et/ou aux PME la moins chère de la gamme du fournisseur et ayant les mêmes caractéristiques que le contrat en cours du client, notamment en ce qui concerne les critères suivants : prix fixe ou variable, durée du contrat en cas de durée déterminée, services compris dans le contrat, contrat exclusivement en ligne ou non, énergie verte ou grise;]13
[14 82° "prix de réserve": le prix minimum auquel le gestionnaire de l'installation de stockage de gaz naturel accepte de vendre la capacité de stockage et auquel il démarre les enchères;
83° "Règlement (UE) 2017/1938": Règlement (UE) 2017/1938 du Parlement européen et du Conseil du 25 octobre 2017 concernant des mesures visant à garantir la sécurité de l'approvisionnement en gaz naturel et abrogeant le règlement (UE) n° 994/2010;]14
[15 84° "redevance fixe": un forfait fixe pour couvrir les coûts administratif ou droit d'abonnement qui peut être prélevé par les fournisseurs ou les intermédiaires sur les clients finals;
85° "entreprise de chaleur": toute personne physique ou morale qui fournit du chaleur par le biais de réseaux de distribution de chaleur à distance.]15
(NOTA : bij arrest nr 117/2013 van 07-08-2013 (B.S. 27-09-2013, eerste editie, p. 68336-68380), heeft het Grondwettelijk Hof de woorden « in de eerste plaats » en « , dat geen huishoudelijke afnemers bevoorraadt » in artikel 1, 56° vernietigd en de tweede zin in artikel 1, 57° vernietigd)
Modifications
(NOTE : par son arrêt n°117/2013 du 07-08-2013 (M.B.27-09-2013, première édition, p. 68294-68336), la Cour constitutionnelle a annulé les mots « en premier lieu » et « , n'approvisionnant pas de clients résidentiels, » à l'article 1er, 56° et a annulé la deuxième phrase à l'article 1er, 57°)
Modifications
HOOFDSTUK II. - Draagwijdte van deze wet.
CHAPITRE II. - Champ d'application de la présente loi.
Art. 2. § 1. De bouw en de exploitatie van vervoerinstallaties zijn aan de voorschriften van deze wet onderworpen indien deze installaties zijn bestemd of worden gebruikt :
1° voor de bevoorrading in gas van [1 distributienetbeheerders]1;
2° voor één van de hierna vermelde doeleinden :
a) de bevoorrading in gas van eindafnemers van wie de gasafname aan iedere leveringsaansluiting bestendig minimum één miljoen m3 per jaar bedraagt;
b) het vervoer van gas zonder distributie of levering van gas op het Belgisch grondgebied;
c) de bevoorrading van een onderneming in gas waarvan de chemische samenstelling of de fysische eigenschappen (met uitzondering van het stikstofgehalte) verschillen van die van het gas geleverd door de distributieonderneming die de betrokken gemeente bevoorraadt;
d) de bevoorrading in gas van een eindafnemer aan wie de [1 distributienetbeheerder]1 die de betrokken gemeente bevoorraadt, niet een voldoende hoeveelheid gas levert overeenkomstig de algemene voorwaarden van het abonnement of van het bevoorradings- of leveringscontract, inzonderheid binnen de termijn die voor de uitvoering van de leveringen in voornoemde algemene voorwaarden is gesteld;
e) de bevordering van het meest economische verbruik van onvermijdelijke gassen;
f) de bevoorrading in gas van een onderneming in moeilijkheden door middel van tijdelijke installaties en gedurende de tijd die strikt nodig is voor het uitvoeren van de noodzakelijke herstellingen;
g) de verbinding tussen installaties voor gasproductie en de verschillende exploitatiezetels van eenzelfde onderneming;
h) de verbinding tussen productie-, vervoer- of distributie-installaties met het oog op uitwisseling, wederzijdse hulp of een beter benutten van deze installaties;
i) de verbinding tussen gasvelden, tussen gasfabrieken, tussen gasvelden of gasfabrieken en samendrukkings- of ontspanningsstations, tussen samendrukkingsstations, tussen ontspanningsstations of tussen samendrukkings- en ontspanningsstations.
§ 2. De levering van (aardgas) is aan de voorschriften van deze wet onderworpen indien zij gebeurt ter bevoorrading van distributieondernemingen, enerzijds, of van eindafnemers van wie de (aardgasafname) aan iedere leveringsaansluiting bestendig minimum één miljoen m3 per jaar bedraagt, anderzijds.
§ 3. De Koning kan het toepassingsgebied van deze wet of van sommige bepalingen ervan bij een in Ministerraad overlegd besluit uitbreiden :
1° tot de bouw en de exploitatie van andere installaties voor gasvervoer dan deze bedoeld in § 1, of tot andere leveringen van gas dan deze bedoeld in § 2;
2° tot de bouw en de exploitatie van leidingen voor het vervoer van andere producten dan gas.
[1 § 4. De door deze wet opgestelde regels voor aardgas, met inbegrip van LNG, zijn eveneens van toepassing, op niet-discriminerende wijze, op biogas en gas uit biomassa of andere gassoorten, in de mate dat het technisch mogelijk is om deze veilig te injecteren en te vervoeren over het aardgasvervoersnet en in de mate dat deze gassoorten in overeenstemming zijn met de toepassing van artikel 15/5undecies aangenomen gedragscode, en ook verenigbaar zijn met de kwaliteitsnormen die op het aardgasvervoersnet vereist worden.]1
[2 § 5. Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald in de wet van 11 juli 2023 betreffende het vervoer van waterstof door middel van leidingen, zijn de bepalingen van deze wet niet van toepassing op het vervoer van waterstof.]2
1° voor de bevoorrading in gas van [1 distributienetbeheerders]1;
2° voor één van de hierna vermelde doeleinden :
a) de bevoorrading in gas van eindafnemers van wie de gasafname aan iedere leveringsaansluiting bestendig minimum één miljoen m3 per jaar bedraagt;
b) het vervoer van gas zonder distributie of levering van gas op het Belgisch grondgebied;
c) de bevoorrading van een onderneming in gas waarvan de chemische samenstelling of de fysische eigenschappen (met uitzondering van het stikstofgehalte) verschillen van die van het gas geleverd door de distributieonderneming die de betrokken gemeente bevoorraadt;
d) de bevoorrading in gas van een eindafnemer aan wie de [1 distributienetbeheerder]1 die de betrokken gemeente bevoorraadt, niet een voldoende hoeveelheid gas levert overeenkomstig de algemene voorwaarden van het abonnement of van het bevoorradings- of leveringscontract, inzonderheid binnen de termijn die voor de uitvoering van de leveringen in voornoemde algemene voorwaarden is gesteld;
e) de bevordering van het meest economische verbruik van onvermijdelijke gassen;
f) de bevoorrading in gas van een onderneming in moeilijkheden door middel van tijdelijke installaties en gedurende de tijd die strikt nodig is voor het uitvoeren van de noodzakelijke herstellingen;
g) de verbinding tussen installaties voor gasproductie en de verschillende exploitatiezetels van eenzelfde onderneming;
h) de verbinding tussen productie-, vervoer- of distributie-installaties met het oog op uitwisseling, wederzijdse hulp of een beter benutten van deze installaties;
i) de verbinding tussen gasvelden, tussen gasfabrieken, tussen gasvelden of gasfabrieken en samendrukkings- of ontspanningsstations, tussen samendrukkingsstations, tussen ontspanningsstations of tussen samendrukkings- en ontspanningsstations.
§ 2. De levering van (aardgas) is aan de voorschriften van deze wet onderworpen indien zij gebeurt ter bevoorrading van distributieondernemingen, enerzijds, of van eindafnemers van wie de (aardgasafname) aan iedere leveringsaansluiting bestendig minimum één miljoen m3 per jaar bedraagt, anderzijds.
§ 3. De Koning kan het toepassingsgebied van deze wet of van sommige bepalingen ervan bij een in Ministerraad overlegd besluit uitbreiden :
1° tot de bouw en de exploitatie van andere installaties voor gasvervoer dan deze bedoeld in § 1, of tot andere leveringen van gas dan deze bedoeld in § 2;
2° tot de bouw en de exploitatie van leidingen voor het vervoer van andere producten dan gas.
[1 § 4. De door deze wet opgestelde regels voor aardgas, met inbegrip van LNG, zijn eveneens van toepassing, op niet-discriminerende wijze, op biogas en gas uit biomassa of andere gassoorten, in de mate dat het technisch mogelijk is om deze veilig te injecteren en te vervoeren over het aardgasvervoersnet en in de mate dat deze gassoorten in overeenstemming zijn met de toepassing van artikel 15/5undecies aangenomen gedragscode, en ook verenigbaar zijn met de kwaliteitsnormen die op het aardgasvervoersnet vereist worden.]1
[2 § 5. Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald in de wet van 11 juli 2023 betreffende het vervoer van waterstof door middel van leidingen, zijn de bepalingen van deze wet niet van toepassing op het vervoer van waterstof.]2
Art. 2. § 1er. La construction et l'exploitation d'installations de transport sont soumises aux prescriptions de la présente loi si ces installations sont destinées ou utilisées :
1° aux fins d'alimenter en gaz des [1 gestionnaires de réseau de distribution]1;
2° à l'une des fins énumérées ci-après :
a) alimenter en gaz des clients finals dont les prélèvements de gaz en chaque point de fourniture atteignent en permanence un minimum d'un million de m3 par an;
b) effectuer le transport de gaz sans distribution ni fourniture de gaz sur le territoire belge;
c) alimenter une entreprise en gaz dont la composition chimique ou les caractéristiques physiques (autres que la teneur en azote) sont différentes de celles du gaz fourni par [1 le gestionnaire de réseau de distribution]1 desservant la commune en question;
d) alimenter en gaz un client final auquel l'entreprise de distribution desservant la commune en question ne fournit pas de gaz en quantité suffisante aux conditions générales de l'abonnement ou du contrat d'approvisionnement ou de livraison, notamment dans le délai prévu pour les livraisons dans lesdites conditions générales;
e) favoriser l'utilisation la plus économique de gaz fatals;
f) alimenter en gaz une entreprise en difficulté par la voie d'installations provisoires et pendant le temps strictement nécessaire pour effectuer les réparations requises;
g) relier des installations de production de gaz aux différents sièges d'exploitation d'une même entreprise;
h) interconnecter des installations de production, de transport ou de distribution en vue d'un échange, d'une entraide ou d'une meilleure utilisation de ces installations;
i) relier des gisements de gaz, des usines productrices de gaz, des gisements ou des usines productrices de gaz à des postes de compression ou à des postes de détente, des postes de compression, des postes de détente, ou des postes de compression à des postes de détente.
§ 2. La fourniture de (gaz naturel) est soumise aux prescriptions de la présente loi si elle est effectuée aux fins d'alimenter des entreprises de distribution, d'une part, ou des clients finals dont les prélèvements de gaz en chaque point de fourniture atteignent en permanence un minimum d'un million de m3 par an, d'autre part.
§ 3. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, étendre le champ d'application de la présente loi ou de certaines de ses dispositions :
1° à la construction et à l'exploitation d'installations servant au transport de gaz autres que celles visées au § 1er, ou à des fournitures de gaz autres que celles visées au § 2;
2° à la construction et à l'exploitation de canalisations servant au transport de produits autres que des gaz.
[1 § 4. Les règles établies par la présente loi pour le gaz naturel, y compris le GNL, s'appliquent également, de manière non discriminatoire, au biogaz et au gaz issu de la biomasse ou à d'autres types de gaz, dans la mesure où il est techniquement possible de les injecter et de les transporter en toute sécurité dans le réseau de gaz naturel et dans la mesure où ces types de gaz sont conformes au code de bonne conduite adopté en application de l'article 15/5undecies, ainsi que compatibles avec les normes de qualité exigées sur le réseau de transport de gaz naturel.]1
[2 § 5. Sauf mention expresse contraire dans la loi du 11 juillet 2023 relative au transport d'hydrogène par canalisations, les dispositions de la présente loi ne s'appliquent pas au transport d'hydrogène.]2
1° aux fins d'alimenter en gaz des [1 gestionnaires de réseau de distribution]1;
2° à l'une des fins énumérées ci-après :
a) alimenter en gaz des clients finals dont les prélèvements de gaz en chaque point de fourniture atteignent en permanence un minimum d'un million de m3 par an;
b) effectuer le transport de gaz sans distribution ni fourniture de gaz sur le territoire belge;
c) alimenter une entreprise en gaz dont la composition chimique ou les caractéristiques physiques (autres que la teneur en azote) sont différentes de celles du gaz fourni par [1 le gestionnaire de réseau de distribution]1 desservant la commune en question;
d) alimenter en gaz un client final auquel l'entreprise de distribution desservant la commune en question ne fournit pas de gaz en quantité suffisante aux conditions générales de l'abonnement ou du contrat d'approvisionnement ou de livraison, notamment dans le délai prévu pour les livraisons dans lesdites conditions générales;
e) favoriser l'utilisation la plus économique de gaz fatals;
f) alimenter en gaz une entreprise en difficulté par la voie d'installations provisoires et pendant le temps strictement nécessaire pour effectuer les réparations requises;
g) relier des installations de production de gaz aux différents sièges d'exploitation d'une même entreprise;
h) interconnecter des installations de production, de transport ou de distribution en vue d'un échange, d'une entraide ou d'une meilleure utilisation de ces installations;
i) relier des gisements de gaz, des usines productrices de gaz, des gisements ou des usines productrices de gaz à des postes de compression ou à des postes de détente, des postes de compression, des postes de détente, ou des postes de compression à des postes de détente.
§ 2. La fourniture de (gaz naturel) est soumise aux prescriptions de la présente loi si elle est effectuée aux fins d'alimenter des entreprises de distribution, d'une part, ou des clients finals dont les prélèvements de gaz en chaque point de fourniture atteignent en permanence un minimum d'un million de m3 par an, d'autre part.
§ 3. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, étendre le champ d'application de la présente loi ou de certaines de ses dispositions :
1° à la construction et à l'exploitation d'installations servant au transport de gaz autres que celles visées au § 1er, ou à des fournitures de gaz autres que celles visées au § 2;
2° à la construction et à l'exploitation de canalisations servant au transport de produits autres que des gaz.
[1 § 4. Les règles établies par la présente loi pour le gaz naturel, y compris le GNL, s'appliquent également, de manière non discriminatoire, au biogaz et au gaz issu de la biomasse ou à d'autres types de gaz, dans la mesure où il est techniquement possible de les injecter et de les transporter en toute sécurité dans le réseau de gaz naturel et dans la mesure où ces types de gaz sont conformes au code de bonne conduite adopté en application de l'article 15/5undecies, ainsi que compatibles avec les normes de qualité exigées sur le réseau de transport de gaz naturel.]1
[2 § 5. Sauf mention expresse contraire dans la loi du 11 juillet 2023 relative au transport d'hydrogène par canalisations, les dispositions de la présente loi ne s'appliquent pas au transport d'hydrogène.]2
HOOFDSTUK III. - (Bepalingen betreffende de vervoersvergunningen en de beheerders)
CHAPITRE III. - (Dispositions relatives aux autorisations de transport et aux gestionnaires)
Afdeling 1-Vervoersvergunningen [1 ...]1
Section 1re. - Autorisations de transport [1 ...]1
Art. 3. Onverminderd de bepalingen van de wet van 18 juli 1975 betreffende het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ bestemd voor het opslaan van gas en de bepalingen van [1 hoofdstuk IV ]1 van deze wet, zijn de bouw en de exploitatie van elke vervoerinstallatie onderworpen aan de voorafgaande toekenning van een individuele vergunning door de minister.
Wat de directe leidingen betreft, wordt, onverminderd de andere criteria bepaald met toepassing van artikel 4, 1°, de toekenning van een vervoervergunning onderworpen aan het ontbreken van een aanbod tot gebruik van het geïnterconnecteerd net tegen redelijke economische en technische voorwaarden [1 na raadpleging van de aardgasvervoersnetbeheerder]1.
[2 Met de vervoersvergunningen toegekend voor het vervoer van aardgas mogen ook biogas, gas uit biomassa of andere gassoorten, evenals mengelingen van deze gassen met aardgas, worden geïnjecteerd in en vervoerd via het aardgasvervoersnet, in de mate dat deze injectie technisch mogelijk is, dat deze gassen veilig kunnen worden vervoerd over dit net en dat deze gassen of de bekomen mengelingen verenigbaar zijn met de kwaliteitsnormen die op het vermelde net vereist worden.]2
Wat de directe leidingen betreft, wordt, onverminderd de andere criteria bepaald met toepassing van artikel 4, 1°, de toekenning van een vervoervergunning onderworpen aan het ontbreken van een aanbod tot gebruik van het geïnterconnecteerd net tegen redelijke economische en technische voorwaarden [1 na raadpleging van de aardgasvervoersnetbeheerder]1.
[2 Met de vervoersvergunningen toegekend voor het vervoer van aardgas mogen ook biogas, gas uit biomassa of andere gassoorten, evenals mengelingen van deze gassen met aardgas, worden geïnjecteerd in en vervoerd via het aardgasvervoersnet, in de mate dat deze injectie technisch mogelijk is, dat deze gassen veilig kunnen worden vervoerd over dit net en dat deze gassen of de bekomen mengelingen verenigbaar zijn met de kwaliteitsnormen die op het vermelde net vereist worden.]2
Art. 3. Sans préjudice des dispositions de la loi du 18 juillet 1975 relative à la recherche et à l'exploitation des sites-réservoirs souterrains destinés au stockage de gaz et des dispositions du chapitre [1 chapitre IV]1 de la présente loi, la construction et l'exploitation de toute installation de transport sont soumises à l'octroi préalable d'une autorisation individuelle délivrée par le ministre.
En ce qui concerne les conduites directes, sans préjudice des autres critères fixés en application de l'article 4, 1°, l'octroi d'une autorisation de transport est subordonné à l'absence d'une offre d'utilisation du réseau interconnecté à des conditions économiques et techniques raisonnables [1 après consultation du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel.]1.
[2 Avec les autorisations de transport accordées pour le transport de gaz naturel, peuvent également être injectés dans le réseau de transport de gaz naturel et être transportés par le biais de celui-ci, du biogaz, du gaz provenant de la biomasse ou d'autres types de gaz, ainsi que les mélanges de ces gaz avec du gaz naturel, dans la mesure où cette injection est techniquement possible, où ces gaz peuvent être transportés en toute sécurité sur ce réseau et où ces gaz ou les mélanges obtenus sont compatibles avec les normes de qualité requises sur le réseau mentionné.]2
En ce qui concerne les conduites directes, sans préjudice des autres critères fixés en application de l'article 4, 1°, l'octroi d'une autorisation de transport est subordonné à l'absence d'une offre d'utilisation du réseau interconnecté à des conditions économiques et techniques raisonnables [1 après consultation du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel.]1.
[2 Avec les autorisations de transport accordées pour le transport de gaz naturel, peuvent également être injectés dans le réseau de transport de gaz naturel et être transportés par le biais de celui-ci, du biogaz, du gaz provenant de la biomasse ou d'autres types de gaz, ainsi que les mélanges de ces gaz avec du gaz naturel, dans la mesure où cette injection est techniquement possible, où ces gaz peuvent être transportés en toute sécurité sur ce réseau et où ces gaz ou les mélanges obtenus sont compatibles avec les normes de qualité requises sur le réseau mentionné.]2
Art. 4. Na advies van de Commissie bepaalt de Koning :
1° de criteria voor de toekenning van de vervoervergunningen, die inzonderheid betrekking kunnen hebben op :
a) de veiligheid en de bedrijfszekerheid van het geïnterconnecteerd net en de directe leidingen;
b) de professionele betrouwbaarheid en ervaring van de aanvrager, zijn technische en financiële capaciteit en de kwaliteit van zijn organisatie;
c) de interconnectie van het net, alsook het onderhoud en de verbetering van de interoperabiliteit van netten;
d) de openbare dienstverplichtingen bedoeld in artikel 15/11, 1°;
2° de procedure voor de toekenning van de vervoervergunningen, inzonderheid de vorm van de aanvraag, het onderzoek van het dossier en de vergoeding die hiervoor moet worden betaald, [1 , de redenen waarom een vergunning kan worden geweigerd]1 en de termijnen waarbinnen de minister moet beslissen en zijn beslissing aan de aanvrager moet meedelen;
3° de gevallen waarin de minister de vervoervergunning kan herzien of intrekken en de toepasselijke procedures;
4° wat er met de vervoervergunning gebeurt in geval van overdracht van de vervoerinstallatie of in geval van controlewijziging, fusie of splitsing van de houder en, in voorkomend geval, de te vervullen voorwaarden en de te volgen procedures voor het behoud of de hernieuwing van de vervoervergunning in deze gevallen.
[2 5° de handelingen en werken van minimaal belang die vrijgesteld zijn van een vervoervergunning of onderworpen zijn aan een verplichting tot verklaring.]2
(De voorwaarden van de vervoersvergunningen, bedoeld in het eerste lid kunnen een onderscheid voorzien tussen de bouw en de exploitatie wanneer het gaat om aardgasvervoersinstallaties.)
[1 De toekenningsprocedure van de in het eerste lid bedoelde vervoervergunningen houdt, in voorkomend geval, rekening met het belang van het project voor de interne aardgasmarkt.
De redenen tot weigering van een vergunning moeten objectief en niet-discriminerend zijn. Zij worden aan de aanvrager meegedeeld. De motivering voor de weigering wordt ter informatie ter kennis gebracht aan de Europese Commissie overgemaakt.]1
1° de criteria voor de toekenning van de vervoervergunningen, die inzonderheid betrekking kunnen hebben op :
a) de veiligheid en de bedrijfszekerheid van het geïnterconnecteerd net en de directe leidingen;
b) de professionele betrouwbaarheid en ervaring van de aanvrager, zijn technische en financiële capaciteit en de kwaliteit van zijn organisatie;
c) de interconnectie van het net, alsook het onderhoud en de verbetering van de interoperabiliteit van netten;
d) de openbare dienstverplichtingen bedoeld in artikel 15/11, 1°;
2° de procedure voor de toekenning van de vervoervergunningen, inzonderheid de vorm van de aanvraag, het onderzoek van het dossier en de vergoeding die hiervoor moet worden betaald, [1 , de redenen waarom een vergunning kan worden geweigerd]1 en de termijnen waarbinnen de minister moet beslissen en zijn beslissing aan de aanvrager moet meedelen;
3° de gevallen waarin de minister de vervoervergunning kan herzien of intrekken en de toepasselijke procedures;
4° wat er met de vervoervergunning gebeurt in geval van overdracht van de vervoerinstallatie of in geval van controlewijziging, fusie of splitsing van de houder en, in voorkomend geval, de te vervullen voorwaarden en de te volgen procedures voor het behoud of de hernieuwing van de vervoervergunning in deze gevallen.
[2 5° de handelingen en werken van minimaal belang die vrijgesteld zijn van een vervoervergunning of onderworpen zijn aan een verplichting tot verklaring.]2
(De voorwaarden van de vervoersvergunningen, bedoeld in het eerste lid kunnen een onderscheid voorzien tussen de bouw en de exploitatie wanneer het gaat om aardgasvervoersinstallaties.)
[1 De toekenningsprocedure van de in het eerste lid bedoelde vervoervergunningen houdt, in voorkomend geval, rekening met het belang van het project voor de interne aardgasmarkt.
De redenen tot weigering van een vergunning moeten objectief en niet-discriminerend zijn. Zij worden aan de aanvrager meegedeeld. De motivering voor de weigering wordt ter informatie ter kennis gebracht aan de Europese Commissie overgemaakt.]1
Art. 4. Après avis de la Commission, le Roi fixe :
1° les critères d'octroi des autorisations de transport, qui peuvent notamment porter sur :
a) la sécurité et la sûreté du réseau interconnecté et des conduites directes;
b) l'honorabilité et l'expérience professionnelles du demandeur, ses capacités techniques et financières et la qualité de son organisation;
c) l'interconnexion du réseau, ainsi que le maintien et l'amélioration de l'interopérabilité des réseaux;
d) les obligations de service public visées à l'article 15/11, 1°;
2° la procédure d'octroi des autorisations de transport, notamment la forme de la demande, l'instruction du dossier et la redevance à payer pour celle-ci, ainsi que [1 les raisons pour lesquelles une autorisation peut être refusée et]1 les délais dans lesquels le ministre doit statuer et notifier sa décision au demandeur :
3° les cas dans lesquels le ministre peut réviser ou retirer l'autorisation de transport et les procédures applicables;
4° le sort de l'autorisation de transport en cas de transfert de l'installation de transport ou en cas de changement de contrôle, fusion ou scission du titulaire et, le cas échéant, les conditions à remplir et les procédures à suivre pour le maintien ou le renouvellement de l'autorisation de transport dans ces cas.
[2 5° les actes et travaux de minime importance qui sont dispensés d'une autorisation de transport ou soumis à une obligation de déclaration.]2
(Les conditions des autorisations de transport visées à l'alinéa 1er peuvent prévoir une distinction entre la construction et l'exploitation lorsqu'il s'agit d'installations de transport de gaz naturel.)
[1 La procédure d'octroi des autorisations de transport visée à l'alinéa 1er tient compte, le cas échéant, de l'importance du projet pour le marché intérieur du gaz naturel.
Les raisons pour lesquelles une autorisation peut être refusée sont objectives et non discriminatoires. Elles sont communiquées au demandeur. La motivation du refus est notifiée à la Commission européenne pour information.]1
1° les critères d'octroi des autorisations de transport, qui peuvent notamment porter sur :
a) la sécurité et la sûreté du réseau interconnecté et des conduites directes;
b) l'honorabilité et l'expérience professionnelles du demandeur, ses capacités techniques et financières et la qualité de son organisation;
c) l'interconnexion du réseau, ainsi que le maintien et l'amélioration de l'interopérabilité des réseaux;
d) les obligations de service public visées à l'article 15/11, 1°;
2° la procédure d'octroi des autorisations de transport, notamment la forme de la demande, l'instruction du dossier et la redevance à payer pour celle-ci, ainsi que [1 les raisons pour lesquelles une autorisation peut être refusée et]1 les délais dans lesquels le ministre doit statuer et notifier sa décision au demandeur :
3° les cas dans lesquels le ministre peut réviser ou retirer l'autorisation de transport et les procédures applicables;
4° le sort de l'autorisation de transport en cas de transfert de l'installation de transport ou en cas de changement de contrôle, fusion ou scission du titulaire et, le cas échéant, les conditions à remplir et les procédures à suivre pour le maintien ou le renouvellement de l'autorisation de transport dans ces cas.
[2 5° les actes et travaux de minime importance qui sont dispensés d'une autorisation de transport ou soumis à une obligation de déclaration.]2
(Les conditions des autorisations de transport visées à l'alinéa 1er peuvent prévoir une distinction entre la construction et l'exploitation lorsqu'il s'agit d'installations de transport de gaz naturel.)
[1 La procédure d'octroi des autorisations de transport visée à l'alinéa 1er tient compte, le cas échéant, de l'importance du projet pour le marché intérieur du gaz naturel.
Les raisons pour lesquelles une autorisation peut être refusée sont objectives et non discriminatoires. Elles sont communiquées au demandeur. La motivation du refus est notifiée à la Commission européenne pour information.]1
Art. 5. (Opgeheven)
Art. 5. (Abrogé)
Art. 6. (Opgeheven)
Art. 6. (Abrogé)
Art. 7. (De vervoervergunning) wordt slechts verleend na voorafgaande raadpleging van de gemeente of van de provincie op wier openbaar domein de gasvervoerinstallaties komen. Komen die installaties op het openbaar domein van verschillende gemeenten, dan wordt bovendien de bestendige deputatie geraadpleegd. De Koning bepaalt de termijn binnen welke het advies moet worden gegeven.
Art. 7. (L'autorisation de transport) n'est accordée qu'après avis de la commune ou de la province sur le domaine public de laquelle les installations de transport de gaz seront établies. Si ces installations sont implantées sur le domaine public de plusieurs communes, la députation permanente est en outre consultée. Le Roi fixe le délai dans lequel l'avis doit être donné.
Afdeling 2. - [1 Certificering en aanwijzing van de beheerders]1
Section 2. - [1 Section 2. Certification et désignation des gestionnaires]1
Onderafdeling 1. - [1 Certificerings- en aanwijzingsprocedure van de beheerders - Definitief stelsel ]1
Sous-section 1re. [1 Procédures de certification et de désignation des gestionnaires - Régime définitif.]1
Art. 8. § 1. Het beheer van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie wordt verzekerd, overeenkomstig deze Afdeling, respectievelijk en alleen door de volgende beheerders :
1° de beheerder van het aardgasvervoersnet;
2° de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas;
3° de beheerder van de LNG-installatie.
§ 2. De minister maakt een bericht bekend in het Belgisch Staatsblad waarbij elke houder van één of meer vergunningen voor aardgasvervoer, aardgasopslag met inbegrip van de vergunningen die zijn afgeleverd met toepassing van de wet van 18 juli 1975 en de uitvoeringsbesluiten ervan of LNG-installatie, wordt uitgenodigd om bij de minister zijn kandidatuur in te dienen binnen een termijn van drie maanden teneinde, naargelang van het geval, te worden aangesteld als beheerder van het aardgasvervoersnet, beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas of beheerder van de LNG-installatie.
De houder van een aardgasvervoersvergunning, die kandidaat is voor het beheer van het aardgasvervoersnet dient [4 de volledige eigendom te hebben van het volledige betreffende vervoersnet, welk een deel of het geheel van het nationale grondgebied kan dekken]4.
De minister deelt de kandidaturen mee aan de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen en de Commissie, die een advies uitbrengen binnen veertig dagen, vanaf de ontvangst van de mededeling van de kandidatuurstelling.
§ 3. [1 De kandidaat dient aan te tonen dat hij beantwoordt aan de onafhankelijkheidseisen van de artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2.
Indien de onafhankelijkheidsvoorwaarden bedoeld in de artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2 door de moedermaatschappij, die zelf beheerder is, worden vervuld dan moet de dochtermaatschappij, die zelf beheerder is, zich daar eveneens naar schikken.]1
§ 4. Na advies van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen inzake de in § 3 bedoelde criteria, na advies van de Commissie inzake de overige criteria, en na beraadslaging in Ministerraad, wijst de minister, uiterlijk negen maanden na de bekendmaking van het in § 2 bedoelde bericht, na voorstel van één of meer houders van een aardgasvervoersvergunning aan :
1 de beheerder die belast is met het beheer van het aardgasvervoersnet;
2 de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie, voor een hernieuwbare termijn van twintig jaar.
De benoeming van de beheerder vervalt in geval van faillissement of ontbinding.
[1 § 4bis. Vooraleer een onderneming tot aardgasvervoersnetbeheerder wordt aangewezen, wordt ze gecertificeerd overeenkomstig de procedure bedoeld in § 4ter.
De identiteit van de aangewezen netbeheerder wordt aan de Europese Commissie meegedeeld.
De vervoersnetbeheerder die definitief werd aangewezen vóór de bekendmaking van de wet van [2 8 januari 2012]2 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen wordt geacht gecertificeerd te zijn. De commissie kan op ieder ogenblik een certificeringsprocedure openen overeenkomstig § 4ter.
Voorafgaand aan elke transactie die een nieuwe evaluatie van de manier waarop hij zich schikt naar de vereisten voorzien bij artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, kan verantwoorden, geeft de aardgasvervoersnetbeheerder aan de commissie kennis van zijn voornemen om deze transactie te ondernemen. Dergelijke transacties kunnen slechts worden voortgezet mits voorafgaande certificering volgens de procedure die bepaald wordt in § 4ter. Ingeval van sluiting van een transactie die een nieuwe evaluatie zou kunnen verantwoorden van de manier waarop de aardgasvervoersnetbeheerder zich schikt naar de vereisten voorzien bij artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, zonder voorafgaande certificering, stelt de commissie de aardgasvervoersnetbeheerder in gebreke zich te schikken naar de vereisten krachtens § 4ter. De aanwijzing van de aardgasvervoersnetbeheerder wordt herroepen bij gebrek aan regularisatie volgens deze procedure.
De kennisgeving op ieder ogenblik aan de commissie van de afstand van de betrokken transactie doet de certificeringsprocedure bedoeld in § 4ter vervallen.
§ 4ter. De commissie ziet erop toe dat de vereisten voorzien in de artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, steeds door de aardgasvervoersnetbeheerder worden nageleefd. Hiertoe opent zij een certificeringprocedure :
a) wanneer een kandidaat-aardgasvervoersnetbeheerder de commissie hierom verzoekt;
b) in geval van kennisgeving vanwege de aardgasvervoersnetbeheerder met toepassing van § 4bis ;
c) op eigen initiatief, wanneer zij kennis heeft van het feit dat een voorziene wijziging in de bevoegdheden of invloed uitgeoefend op de aardgasvervoersnetbeheerder een overtreding zou kunnen uitmaken van de bepalingen van de artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, of wanneer zij redenen heeft om te geloven dat een dergelijke overtreding kan gepleegd zijn; of
d) op met redenen omkleed verzoek van de Europese Commissie.
De commissie brengt de minister op de hoogte van het openen van een certificeringsprocedure evenals de aardgasvervoernetbeheerder wanneer zij op eigen initiatief handelt of op met redenen omkleed verzoek van de Europese Commissie.
Het verzoek tot certificering van een kandidaat-aardgasvervoersnetbeheerder evenals de kennisgeving van een aardgasvervoersnetbeheerder bedoeld in het eerste lid, b) geschiedt via aangetekende brief met ontvangstbewijs en vermeldt alle nuttige en noodzakelijke informatie. Desgevallend vraagt de commissie aan de kandidaat-aardgasvervoersnetbeheerder of aan de aardgasvervoersnetbeheerder om aanvullende informatie over te zenden binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de aanvraag.
Wanneer zij op eigen initiatief of op met redenen omkleed verzoek van de Europese Commissie handelt, vermeldt de commissie in haar schrijven de vermoede gebreken op de bepalingen voorzien bij artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, of maakt zij de motivering van de Europese Commissie over.
Na desgevallend de aardgasvervoersnetbeheerder ertoe te hebben uitgenodigd binnen een termijn van dertig werkdagen tegemoet te komen aan de tekortkomingen vermoedt of aan de motivering van de Europese Commissie, besluit de commissie tot een ontwerpbeslissing over de certificering van de aardgasvervoersnetbeheerder binnen vier maanden volgend op de datum van de aanvraag van de kandidaat-aardgasvervoersnetbeheerder, de datum van de kennisgeving van de aardgasvervoersnetbeheerder, de datum waarop zij de minister op de hoogte heeft gebracht, wanneer zij op eigen initiatief handelt, of de datum van het verzoek van de Europese Commissie. De certificering wordt geacht te zijn toegekend bij het verstrijken van deze periode. De uitdrukkelijke of stilzwijgende ontwerpbeslissing van de commissie wordt pas definitief na het afsluiten van de procedure die bepaald wordt in het zesde tot het negende lid.
De commissie geeft onverwijld kennis aan de Europese Commissie van haar uitdrukkelijke of stilzwijgende ontwerpbeslissing betreffende de certificering van de aardgasvervoersnetbeheerder, vergezeld van alle nuttige informatie betreffende deze ontwerpbeslissing. De Europese Commissie geeft een advies overeenkomstig de procedure voorzien in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 715/2009.
Nadat ze het uitdrukkelijk of stilzwijgend advies van de Europese Commissie heeft ontvangen, wijst de commissie en deelt deze aan de minister onverwijld en ten laatste binnen de maand na het advies van de Europese Commissie, haar definitieve beslissing van certificering mede, met motivering met betrekking tot het naleven van de vereisten van artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2. De commissie houdt bij haar beslissing zo veel mogelijk rekening met het advies van de Europese Commissie. De beslissing van de commissie en het advies van de Europese Commissie worden samen in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
Bovenvermelde certificeringprocedure vervalt wanneer :
a) er afstand werd gedaan van de transactie die ter kennis werd gebracht aan de commissie met toepassing van § 4bis ; of
b) de commissie beslist, op basis van de door de aardgasvervoernetbeheerder aangebrachte verbeteringen, de certificeringsprocedure op te heffen.
[3 Indien de procedure wordt opgestart op gemotiveerde beslissing van de Europese Commissie, informeert de commissie, desgevallend, de Europese Commissie over het vervallen van de certificeringsprocedure voorzien in het achtste lid.]3
De commissie en de Europese Commissie kunnen bij de aardgasvervoersnetbeheerder en bij de bedrijven die werkzaam zijn in de productie en/of de levering van aardgas, alle nuttige informatie opvragen voor de vervulling van hun taken met toepassing van deze paragraaf. Zij zorgen voor de vertrouwelijke behandeling van de commercieel gevoelige informatie.
§ 4quater. Wanneer de certificering wordt aangevraagd door een eigenaar of een beheerder van een aardgasvervoersnet waarop een of meer personen van een of meer derde landen zeggenschap uitoefenen, brengt de commissie de Europese Commissie hiervan op de hoogte.
De commissie brengt de Europese Commissie ook onmiddellijk op de hoogte van elke situatie die tot gevolg zou hebben dat een of meer personen van een of meer derde landen de controle verwerven over een aardgasvervoersnet of over een aardgasvervoersnetbeheerder.
Vóór de sluiting ervan brengt de aardgasvervoersnetbeheerder de commissie op de hoogte van elke [3 omstandigheid]3 die tot gevolg zou hebben dat een of meer personen van een of meer derde landen de controle over het aardgasvervoersnet of de aardgasvervoersnetbeheerder verwerven. [3 Dergelijke omstandigheden kunnen]3 kan slechts worden voortgezet middels de certificering volgens deze paragraaf. In geval van [3 het voortbestaan van deze omstandigheden]3 zonder certificering stelt de commissie de aardgasvervoersnetbeheerder in gebreke zich te schikken naar de vereisten van artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, krachtens deze paragraaf. De aanwijzing van de aardgasvervoersnetbeheerder wordt herroepen bij gebrek aan regularisatie volgens deze procedure.
De kennisgeving op elk ogenblik aan de commissie van de afstand van het ontwerp van transactie [3 of het verdwijnen van elke situatie zoals bedoeld in het tweede lid]3 doet de certificeringsprocedure van deze paragraaf vervallen.
De commissie neemt een ontwerp van beslissing aan betreffende de certificering van de aardgasvervoersnetbeheerder binnen vier maanden volgend op de datum van de kennisgeving waartoe deze laatste is overgegaan. Zij weigert om de certificering toe te kennen indien niet is aangetoond :
a) dat de betrokken entiteit zich schikt naar de vereisten voorzien in de artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2; en
b) dat de toekenning van de certificering de bevoorradingszekerheid inzake energie van België of van de Europese Gemeenschap niet in gevaar brengt. Wanneer zij deze kwestie onderzoekt, houdt de commissie rekening met :
1° de rechten en plichten van de Europese Gemeenschap die voortvloeien uit het internationaal recht ten aanzien van dit derde land, met inbegrip van alle akkoorden afgesloten met een of meer derde landen waarbij de Europese Gemeenschap partij is en die het probleem van de bevoorradingszekerheid inzake energie behandelt;
2° de rechten en plichten van België ten aanzien van dit derde land die voortvloeien uit de met dit land afgesloten akkoorden, voor zover zij in overeenstemming zijn met de communautaire wetgeving; en
3° andere bijzondere feiten en omstandigheden van dit geval alsook van het betrokken derde land.
De commissie geeft de Europese Commissie onverwijld kennis van haar ontwerp van beslissing, evenals van alle nuttige informatie in verband hiermee.
Alvorens haar definitieve beslissing te nemen, vraagt de commissie het advies van de Europese Commissie om te vernemen of :
a) de betreffende entiteit zich schikt naar de vereisten voorzien in de artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2; en
b) de toekenning van de certificering de bevoorradingszekerheid inzake energie van de Europese Gemeenschap niet in gevaar brengt.
De Europese Commissie onderzoekt de vraag zodra zij deze ontvangt en brengt haar advies aan de commissie uit binnen twee maanden na ontvangst van de vraag.
Voor de opstelling van haar advies, kan de Europese Commissie de mening vragen van het ACER, van de Belgische Staat en van de belanghebbende partijen. Indien de Europese Commissie een dergelijk verzoek doet, wordt de termijn van twee maanden met twee bijkomende maanden verlengd.
Indien de Europese Commissie geen advies verleent binnen de periode bepaald in het achtste en het negende lid, wordt zij geacht geen bezwaren te hebben opgeworpen tegen het ontwerp van beslissing van de commissie.
De commissie beschikt over een termijn van twee maanden na verloop van de in het achtste en het negende lid bedoelde termijn om haar definitieve beslissing aangaande de certificering te nemen. Hiertoe houdt de commissie maximaal rekening met het advies van de Europese Commissie. In elk geval heeft de commissie het recht om de certificering te weigeren indien dit de bevoorradingszekerheid inzake energie van België of de bevoorradingszekerheid inzake energie van een andere Lidstaat in gevaar brengt.
De definitieve beslissing van de commissie en het advies van de Europese Commissie worden samen gepubliceerd. Wanneer de definitieve beslissing van het advies van de Europese Commissie verschilt, geeft en publiceert de commissie, samen met de beslissing, de motivering van deze beslissing.
§ 4quinquies. De in § § 4bis, 4ter en 4quater bedoelde certificeringprocedures worden op identieke wijze toegepast en volgens dezelfde vormen voor de beheerders van opslaginstallaties voor aardgas en LNG installaties.
De beheerders van de aardgasopslaginstallatie en van de LNG installatie die definitief werden aangewezen vóór de bekendmaking van de wet van [2 8 januari 2012]2 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen worden geacht gecertificeerd te zijn. De commissie kan op ieder ogenblik een certificeringsprocedure openen overeenkomstig artikel 8, § 4bis. ".
De identiteit van de aangewezen beheerders voor aardgasopslaginstallaties en LNG installaties wordt aan de Europese Commissie medegedeeld.]1
§ 5. Bij gebrek aan een kandidatuur binnen drie maanden na de datum van bekendmaking van een bericht van de minister in het Belgisch Staatsblad of in geval de kandidaturen niet overeenkomstig de wet zijn, wijst de minister de betrokken beheerder(s) aan na beraadslaging in de Ministerraad [1 en na certificering door de commissie, in overeenstemming met de procedure bedoeld in § § 4bis, 4ter en 4quater. De identiteit van de aangewezen beheerders wordt aan de Europese Commissie medegedeeld.]1
§ 6. De kandidaten die worden aangewezen overeenkomstig § 4 of, in voorkomend geval, overeenkomstig § 5, krijgen respectievelijk de volgende benaming :
1° beheerder van het aardgasvervoersnet;
2° beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas;
3° beheerder van de LNG-installatie.
§ 7. [1 Na de betrokken netbeheerder gehoord te hebben, na beraadslaging in de Ministerraad, en na advies van de commissie, kan de minister de aanwijzing van elke in § 6 bedoelde beheerder herroepen indien :
1° de beheerder ernstig tekortschiet in de verplichtingen die hem krachtens deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgelegd;
2° de voorwaarden voor de onafhankelijkheid van de beheerder, zoals bedoeld in de artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, niet zijn vervuld en, in het geval van de beheerder van het aardgasvervoersnet, in voorkomend geval, heeft geleid tot de afwezigheid van de certificering met toepassing van de procedure bedoeld in § § 4bis, 4ter en 4quater ;
3° de onafhankelijkheid van deze beheerder door fusie, splitsing of significante wijzigingen in het aandeelhouderschap in het gedrang zou kunnen komen en, in voorkomend geval, heeft geleid tot de weigering van de certificering met toepassing, van § § 4bis en 4ter.]1
§ 8. Elke in § 1 bedoelde beheerder kan de functie van gecombineerd netbeheerder vervullen.
1° de beheerder van het aardgasvervoersnet;
2° de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas;
3° de beheerder van de LNG-installatie.
§ 2. De minister maakt een bericht bekend in het Belgisch Staatsblad waarbij elke houder van één of meer vergunningen voor aardgasvervoer, aardgasopslag met inbegrip van de vergunningen die zijn afgeleverd met toepassing van de wet van 18 juli 1975 en de uitvoeringsbesluiten ervan of LNG-installatie, wordt uitgenodigd om bij de minister zijn kandidatuur in te dienen binnen een termijn van drie maanden teneinde, naargelang van het geval, te worden aangesteld als beheerder van het aardgasvervoersnet, beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas of beheerder van de LNG-installatie.
De houder van een aardgasvervoersvergunning, die kandidaat is voor het beheer van het aardgasvervoersnet dient [4 de volledige eigendom te hebben van het volledige betreffende vervoersnet, welk een deel of het geheel van het nationale grondgebied kan dekken]4.
De minister deelt de kandidaturen mee aan de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen en de Commissie, die een advies uitbrengen binnen veertig dagen, vanaf de ontvangst van de mededeling van de kandidatuurstelling.
§ 3. [1 De kandidaat dient aan te tonen dat hij beantwoordt aan de onafhankelijkheidseisen van de artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2.
Indien de onafhankelijkheidsvoorwaarden bedoeld in de artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2 door de moedermaatschappij, die zelf beheerder is, worden vervuld dan moet de dochtermaatschappij, die zelf beheerder is, zich daar eveneens naar schikken.]1
§ 4. Na advies van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen inzake de in § 3 bedoelde criteria, na advies van de Commissie inzake de overige criteria, en na beraadslaging in Ministerraad, wijst de minister, uiterlijk negen maanden na de bekendmaking van het in § 2 bedoelde bericht, na voorstel van één of meer houders van een aardgasvervoersvergunning aan :
1 de beheerder die belast is met het beheer van het aardgasvervoersnet;
2 de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie, voor een hernieuwbare termijn van twintig jaar.
De benoeming van de beheerder vervalt in geval van faillissement of ontbinding.
[1 § 4bis. Vooraleer een onderneming tot aardgasvervoersnetbeheerder wordt aangewezen, wordt ze gecertificeerd overeenkomstig de procedure bedoeld in § 4ter.
De identiteit van de aangewezen netbeheerder wordt aan de Europese Commissie meegedeeld.
De vervoersnetbeheerder die definitief werd aangewezen vóór de bekendmaking van de wet van [2 8 januari 2012]2 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen wordt geacht gecertificeerd te zijn. De commissie kan op ieder ogenblik een certificeringsprocedure openen overeenkomstig § 4ter.
Voorafgaand aan elke transactie die een nieuwe evaluatie van de manier waarop hij zich schikt naar de vereisten voorzien bij artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, kan verantwoorden, geeft de aardgasvervoersnetbeheerder aan de commissie kennis van zijn voornemen om deze transactie te ondernemen. Dergelijke transacties kunnen slechts worden voortgezet mits voorafgaande certificering volgens de procedure die bepaald wordt in § 4ter. Ingeval van sluiting van een transactie die een nieuwe evaluatie zou kunnen verantwoorden van de manier waarop de aardgasvervoersnetbeheerder zich schikt naar de vereisten voorzien bij artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, zonder voorafgaande certificering, stelt de commissie de aardgasvervoersnetbeheerder in gebreke zich te schikken naar de vereisten krachtens § 4ter. De aanwijzing van de aardgasvervoersnetbeheerder wordt herroepen bij gebrek aan regularisatie volgens deze procedure.
De kennisgeving op ieder ogenblik aan de commissie van de afstand van de betrokken transactie doet de certificeringsprocedure bedoeld in § 4ter vervallen.
§ 4ter. De commissie ziet erop toe dat de vereisten voorzien in de artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, steeds door de aardgasvervoersnetbeheerder worden nageleefd. Hiertoe opent zij een certificeringprocedure :
a) wanneer een kandidaat-aardgasvervoersnetbeheerder de commissie hierom verzoekt;
b) in geval van kennisgeving vanwege de aardgasvervoersnetbeheerder met toepassing van § 4bis ;
c) op eigen initiatief, wanneer zij kennis heeft van het feit dat een voorziene wijziging in de bevoegdheden of invloed uitgeoefend op de aardgasvervoersnetbeheerder een overtreding zou kunnen uitmaken van de bepalingen van de artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, of wanneer zij redenen heeft om te geloven dat een dergelijke overtreding kan gepleegd zijn; of
d) op met redenen omkleed verzoek van de Europese Commissie.
De commissie brengt de minister op de hoogte van het openen van een certificeringsprocedure evenals de aardgasvervoernetbeheerder wanneer zij op eigen initiatief handelt of op met redenen omkleed verzoek van de Europese Commissie.
Het verzoek tot certificering van een kandidaat-aardgasvervoersnetbeheerder evenals de kennisgeving van een aardgasvervoersnetbeheerder bedoeld in het eerste lid, b) geschiedt via aangetekende brief met ontvangstbewijs en vermeldt alle nuttige en noodzakelijke informatie. Desgevallend vraagt de commissie aan de kandidaat-aardgasvervoersnetbeheerder of aan de aardgasvervoersnetbeheerder om aanvullende informatie over te zenden binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de aanvraag.
Wanneer zij op eigen initiatief of op met redenen omkleed verzoek van de Europese Commissie handelt, vermeldt de commissie in haar schrijven de vermoede gebreken op de bepalingen voorzien bij artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, of maakt zij de motivering van de Europese Commissie over.
Na desgevallend de aardgasvervoersnetbeheerder ertoe te hebben uitgenodigd binnen een termijn van dertig werkdagen tegemoet te komen aan de tekortkomingen vermoedt of aan de motivering van de Europese Commissie, besluit de commissie tot een ontwerpbeslissing over de certificering van de aardgasvervoersnetbeheerder binnen vier maanden volgend op de datum van de aanvraag van de kandidaat-aardgasvervoersnetbeheerder, de datum van de kennisgeving van de aardgasvervoersnetbeheerder, de datum waarop zij de minister op de hoogte heeft gebracht, wanneer zij op eigen initiatief handelt, of de datum van het verzoek van de Europese Commissie. De certificering wordt geacht te zijn toegekend bij het verstrijken van deze periode. De uitdrukkelijke of stilzwijgende ontwerpbeslissing van de commissie wordt pas definitief na het afsluiten van de procedure die bepaald wordt in het zesde tot het negende lid.
De commissie geeft onverwijld kennis aan de Europese Commissie van haar uitdrukkelijke of stilzwijgende ontwerpbeslissing betreffende de certificering van de aardgasvervoersnetbeheerder, vergezeld van alle nuttige informatie betreffende deze ontwerpbeslissing. De Europese Commissie geeft een advies overeenkomstig de procedure voorzien in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 715/2009.
Nadat ze het uitdrukkelijk of stilzwijgend advies van de Europese Commissie heeft ontvangen, wijst de commissie en deelt deze aan de minister onverwijld en ten laatste binnen de maand na het advies van de Europese Commissie, haar definitieve beslissing van certificering mede, met motivering met betrekking tot het naleven van de vereisten van artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2. De commissie houdt bij haar beslissing zo veel mogelijk rekening met het advies van de Europese Commissie. De beslissing van de commissie en het advies van de Europese Commissie worden samen in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
Bovenvermelde certificeringprocedure vervalt wanneer :
a) er afstand werd gedaan van de transactie die ter kennis werd gebracht aan de commissie met toepassing van § 4bis ; of
b) de commissie beslist, op basis van de door de aardgasvervoernetbeheerder aangebrachte verbeteringen, de certificeringsprocedure op te heffen.
[3 Indien de procedure wordt opgestart op gemotiveerde beslissing van de Europese Commissie, informeert de commissie, desgevallend, de Europese Commissie over het vervallen van de certificeringsprocedure voorzien in het achtste lid.]3
De commissie en de Europese Commissie kunnen bij de aardgasvervoersnetbeheerder en bij de bedrijven die werkzaam zijn in de productie en/of de levering van aardgas, alle nuttige informatie opvragen voor de vervulling van hun taken met toepassing van deze paragraaf. Zij zorgen voor de vertrouwelijke behandeling van de commercieel gevoelige informatie.
§ 4quater. Wanneer de certificering wordt aangevraagd door een eigenaar of een beheerder van een aardgasvervoersnet waarop een of meer personen van een of meer derde landen zeggenschap uitoefenen, brengt de commissie de Europese Commissie hiervan op de hoogte.
De commissie brengt de Europese Commissie ook onmiddellijk op de hoogte van elke situatie die tot gevolg zou hebben dat een of meer personen van een of meer derde landen de controle verwerven over een aardgasvervoersnet of over een aardgasvervoersnetbeheerder.
Vóór de sluiting ervan brengt de aardgasvervoersnetbeheerder de commissie op de hoogte van elke [3 omstandigheid]3 die tot gevolg zou hebben dat een of meer personen van een of meer derde landen de controle over het aardgasvervoersnet of de aardgasvervoersnetbeheerder verwerven. [3 Dergelijke omstandigheden kunnen]3 kan slechts worden voortgezet middels de certificering volgens deze paragraaf. In geval van [3 het voortbestaan van deze omstandigheden]3 zonder certificering stelt de commissie de aardgasvervoersnetbeheerder in gebreke zich te schikken naar de vereisten van artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, krachtens deze paragraaf. De aanwijzing van de aardgasvervoersnetbeheerder wordt herroepen bij gebrek aan regularisatie volgens deze procedure.
De kennisgeving op elk ogenblik aan de commissie van de afstand van het ontwerp van transactie [3 of het verdwijnen van elke situatie zoals bedoeld in het tweede lid]3 doet de certificeringsprocedure van deze paragraaf vervallen.
De commissie neemt een ontwerp van beslissing aan betreffende de certificering van de aardgasvervoersnetbeheerder binnen vier maanden volgend op de datum van de kennisgeving waartoe deze laatste is overgegaan. Zij weigert om de certificering toe te kennen indien niet is aangetoond :
a) dat de betrokken entiteit zich schikt naar de vereisten voorzien in de artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2; en
b) dat de toekenning van de certificering de bevoorradingszekerheid inzake energie van België of van de Europese Gemeenschap niet in gevaar brengt. Wanneer zij deze kwestie onderzoekt, houdt de commissie rekening met :
1° de rechten en plichten van de Europese Gemeenschap die voortvloeien uit het internationaal recht ten aanzien van dit derde land, met inbegrip van alle akkoorden afgesloten met een of meer derde landen waarbij de Europese Gemeenschap partij is en die het probleem van de bevoorradingszekerheid inzake energie behandelt;
2° de rechten en plichten van België ten aanzien van dit derde land die voortvloeien uit de met dit land afgesloten akkoorden, voor zover zij in overeenstemming zijn met de communautaire wetgeving; en
3° andere bijzondere feiten en omstandigheden van dit geval alsook van het betrokken derde land.
De commissie geeft de Europese Commissie onverwijld kennis van haar ontwerp van beslissing, evenals van alle nuttige informatie in verband hiermee.
Alvorens haar definitieve beslissing te nemen, vraagt de commissie het advies van de Europese Commissie om te vernemen of :
a) de betreffende entiteit zich schikt naar de vereisten voorzien in de artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2; en
b) de toekenning van de certificering de bevoorradingszekerheid inzake energie van de Europese Gemeenschap niet in gevaar brengt.
De Europese Commissie onderzoekt de vraag zodra zij deze ontvangt en brengt haar advies aan de commissie uit binnen twee maanden na ontvangst van de vraag.
Voor de opstelling van haar advies, kan de Europese Commissie de mening vragen van het ACER, van de Belgische Staat en van de belanghebbende partijen. Indien de Europese Commissie een dergelijk verzoek doet, wordt de termijn van twee maanden met twee bijkomende maanden verlengd.
Indien de Europese Commissie geen advies verleent binnen de periode bepaald in het achtste en het negende lid, wordt zij geacht geen bezwaren te hebben opgeworpen tegen het ontwerp van beslissing van de commissie.
De commissie beschikt over een termijn van twee maanden na verloop van de in het achtste en het negende lid bedoelde termijn om haar definitieve beslissing aangaande de certificering te nemen. Hiertoe houdt de commissie maximaal rekening met het advies van de Europese Commissie. In elk geval heeft de commissie het recht om de certificering te weigeren indien dit de bevoorradingszekerheid inzake energie van België of de bevoorradingszekerheid inzake energie van een andere Lidstaat in gevaar brengt.
De definitieve beslissing van de commissie en het advies van de Europese Commissie worden samen gepubliceerd. Wanneer de definitieve beslissing van het advies van de Europese Commissie verschilt, geeft en publiceert de commissie, samen met de beslissing, de motivering van deze beslissing.
§ 4quinquies. De in § § 4bis, 4ter en 4quater bedoelde certificeringprocedures worden op identieke wijze toegepast en volgens dezelfde vormen voor de beheerders van opslaginstallaties voor aardgas en LNG installaties.
De beheerders van de aardgasopslaginstallatie en van de LNG installatie die definitief werden aangewezen vóór de bekendmaking van de wet van [2 8 januari 2012]2 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen worden geacht gecertificeerd te zijn. De commissie kan op ieder ogenblik een certificeringsprocedure openen overeenkomstig artikel 8, § 4bis. ".
De identiteit van de aangewezen beheerders voor aardgasopslaginstallaties en LNG installaties wordt aan de Europese Commissie medegedeeld.]1
§ 5. Bij gebrek aan een kandidatuur binnen drie maanden na de datum van bekendmaking van een bericht van de minister in het Belgisch Staatsblad of in geval de kandidaturen niet overeenkomstig de wet zijn, wijst de minister de betrokken beheerder(s) aan na beraadslaging in de Ministerraad [1 en na certificering door de commissie, in overeenstemming met de procedure bedoeld in § § 4bis, 4ter en 4quater. De identiteit van de aangewezen beheerders wordt aan de Europese Commissie medegedeeld.]1
§ 6. De kandidaten die worden aangewezen overeenkomstig § 4 of, in voorkomend geval, overeenkomstig § 5, krijgen respectievelijk de volgende benaming :
1° beheerder van het aardgasvervoersnet;
2° beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas;
3° beheerder van de LNG-installatie.
§ 7. [1 Na de betrokken netbeheerder gehoord te hebben, na beraadslaging in de Ministerraad, en na advies van de commissie, kan de minister de aanwijzing van elke in § 6 bedoelde beheerder herroepen indien :
1° de beheerder ernstig tekortschiet in de verplichtingen die hem krachtens deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgelegd;
2° de voorwaarden voor de onafhankelijkheid van de beheerder, zoals bedoeld in de artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, niet zijn vervuld en, in het geval van de beheerder van het aardgasvervoersnet, in voorkomend geval, heeft geleid tot de afwezigheid van de certificering met toepassing van de procedure bedoeld in § § 4bis, 4ter en 4quater ;
3° de onafhankelijkheid van deze beheerder door fusie, splitsing of significante wijzigingen in het aandeelhouderschap in het gedrang zou kunnen komen en, in voorkomend geval, heeft geleid tot de weigering van de certificering met toepassing, van § § 4bis en 4ter.]1
§ 8. Elke in § 1 bedoelde beheerder kan de functie van gecombineerd netbeheerder vervullen.
Art. 8. § 1er. La gestion du réseau de transport de gaz naturel, de l'installation de stockage de gaz naturel et de l'installation de GNL est assurée, conformément à la présente section, respectivement et uniquement par les gestionnaires suivants :
1° le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel;
2° le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel;
3° le gestionnaire d'installation de GNL.
§ 2. Le ministre publie un avis au Moniteur belge invitant tout titulaire d'une ou de plusieurs autorisations de transport de gaz naturel, de stockage de gaz naturel, en ce compris les autorisations délivrées en application de la loi du 18 juillet 1975 et de ses arrêtés d'exécution, ou d'installation de GNL, à introduire sa candidature, dans un délai de trois mois, auprès du ministre, pour être désigné, selon le cas, gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel ou gestionnaire d'installations de GNL.
Le titulaire d'une autorisation de transport de gaz naturel, qui est candidat à la gestion du réseau de transport de gaz naturel [4 doit être propriétaire de l'ensemble du réseau de transport concerné dans son intégralité qui peut couvrir tout ou partie du territoire national]4.
Le ministre communique les candidatures à la Commission bancaire, financière et des Assurances et à la Commission qui émettent un avis endéans les quarante jours à dater à partir de la réception de la communication de la candidature.
§ 3. [1 Le candidat doit établir qu'il répond aux exigences d'indépendance des articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2.
Si les conditions d'indépendance visées aux articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2 sont remplies par la société mère, elle-même gestionnaire, sa filiale, elle-même gestionnaire, doit également s'y conformer.]1
§ 4. Après avis de la Commission bancaire, financière et des Assurances concernant les critères visés dans le § 3, après l'avis de la Commission concernant les autres critères, et après délibération en Conseil des ministres, le ministre désigne, au plus tard neuf mois après la publication de l'avis visé au § 2, après proposition d'un ou plusieurs titulaires d'une autorisation de transport de gaz naturel :
1 le gestionnaire chargé de la gestion du réseau de transport de gaz naturel;
2 le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL, pour un terme renouvelable de vingt ans.
La désignation du gestionnaire prend fin en cas de faillite ou dissolution.
[1 § 4bis. Avant qu'une entreprise ne soit désignée comme gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, elle est certifiée conformément à la procédure visée au § 4ter.
L'identité du gestionnaire du réseau désigné est communiquée à la Commission européenne.
Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel définitivement désigné avant la publication de la loi du [2 8 janvier 2012]2 portant modification de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations est réputé certifié. La commission peut à tout instant ouvrir une procédure de certification conformément au § 4ter.
Préalablement à toute transaction pouvant justifier une réévaluation de la manière dont il se conforme aux exigences prévues aux articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2, le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel notifie à la commission son intention d'entreprendre cette transaction. De telles transactions ne peuvent se poursuivre que moyennant certification préalable suivant la procédure fixée au § 4ter. En cas de conclusion d'une transaction pouvant justifier une réévaluation de la manière dont le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel se conforme aux exigences prévues aux articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2 sans certification préalable, la commission met en demeure le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel de se conformer à ces exigences en vertu du § 4ter. Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel est révoqué à défaut de régularisation suivant cette procédure.
La notification à tout instant à la commission de l'abandon de la transaction concernée rend la procédure de certification visée au § 4ter caduque.
§ 4ter. La commission veille au respect constant par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel des exigences prévues aux articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2. Elle ouvre une procédure de certification à cet effet :
a) lorsqu'un candidat gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel en fait la demande à la commission;
b) en cas de notification de la part du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel en application du § 4bis ;
c) de sa propre initiative, lorsqu'elle a connaissance du fait qu'une modification prévue des pouvoirs ou de l'influence exercée sur le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel risque d'entraîner une infraction aux dispositions des articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2, ou lorsqu'elle a des motifs de croire qu'une telle infraction a pu être commise; ou
d) sur demande motivée de la Commission européenne.
La commission informe le ministre de l'ouverture d'une procédure de certification ainsi que le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel lorsqu'elle agit de sa propre initiative ou sur demande motivée de la Commission européenne.
La demande de certification d'un candidat gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel ainsi que la notification d'un gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel visée à l'alinéa 1er, b), s'effectue par lettre recommandée avec accusé de réception et mentionne toutes les informations utiles et nécessaires. Le cas échéant, la commission demande au candidat gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel ou au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel de transmettre des informations complémentaires dans un délai de trente jours à compter de la demande.
Lorsqu'elle agit de sa propre initiative ou sur demande motivée de la Commission européenne, la commission mentionne dans son courrier les manquements présumés aux dispositions prévues par les articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2, ou relaye la motivation de la Commission européenne.
Après avoir le cas échéant invité le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel à répondre, dans un délai de trente jours ouvrables, aux manquements qu'elle présume ou à la motivation de la Commission européenne, la commission arrête un projet de décision sur la certification du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel dans les quatre mois qui suivent la date de la demande du candidat gestionnaire de réseau de transport de gaz naturel, la date de la notification du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, la date où elle a informé le ministre, lorsqu'elle agit de sa propre initiative, ou la date de la demande de la Commission européenne. La certification est réputée accordée à l'issue de cette période. Le projet de décision explicite ou tacite de la commission ne devient définitif qu'après la conclusion de la procédure définie aux alinéas 6 à 9.
La commission notifie sans délai à la Commission européenne son projet de décision explicite ou tacite relative à la certification du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, accompagné de toutes les informations utiles relatives à ce projet de décision. La Commission européenne rend un avis conformément à la procédure prévue à l'article 3 du Règlement (CE) n° 715/2009.
Après avoir réceptionné l'avis explicite ou tacite de la Commission européenne, la commission rend et communique au ministre, dans les plus brefs délais et au plus tard dans le mois de l'avis de la Commission européenne, sa décision définitive de certification, motivée en ce qui concerne le respect des exigences des articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2. La commission tient le plus grand compte dans sa décision de l'avis de la Commission européenne. La décision de la commission et l'avis de la Commission européenne sont publiés ensemble au Moniteur belge.
La procédure de certification susvisée devient caduque lorsque :
a) la transaction notifiée à la commission en application du § 4bis est abandonnée; ou
b) la commission décide, compte tenu des rectifications apportées par le gestionnaire de réseau de transport de gaz naturel, d'abandonner la procédure de certification en cours.
[3 Lorsque la procédure est initiée sur décision motivée de la Commission européenne, la commission informe, le cas échéant, la Commission européenne du caractère caduc de la procédure de certification tel que prévu à l'alinéa 8.]3
La commission et la Commission européenne peuvent exiger du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel et des entreprises actives dans la production et/ou la fourniture de gaz naturel, toutes informations utiles à l'accomplissement de leurs tâches en application du présent paragraphe. Elles veillent à préserver la confidentialité des informations commercialement sensibles.
§ 4quater. Lorsque la certification est demandée par un propriétaire ou un gestionnaire de réseau de transport de gaz naturel sur lequel une ou plusieurs personnes d'un ou de plusieurs pays tiers exercent un contrôle, la commission en informe la Commission européenne.
La commission notifie également sans délai à la Commission européenne toute situation qui aurait pour effet qu'une ou plusieurs personnes d'un ou de plusieurs pays tiers acquièrent le contrôle d'un réseau de transport de gaz naturel ou d'un gestionnaire de réseau de transport de gaz naturel.
Préalablement à sa conclusion, le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel notifie à la commission toute [3 situation]3 qui aurait pour effet qu'une ou plusieurs personnes d'un ou de plusieurs pays tiers acquièrent le contrôle du réseau de transport de gaz naturel ou du gestionnaire de réseau de transport de gaz naturel. Une telle [3 situation]3 ne peut se poursuivre que moyennant certification suivant le présent paragraphe. En cas de [3 persistance d'une telle situation]3 sans certification, la commission met en demeure le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel de se conformer aux exigences des articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2 en vertu du présent paragraphe. Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel est révoqué à défaut de régularisation suivant cette procédure.
La notification à tout instant à la commission de l'abandon du projet de transaction [3 ou de la disparition de toute situation visée à l'alinéa 2]3 rend la procédure de certification du présent paragraphe caduque.
La commission adopte un projet de décision relatif à la certification du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel dans les quatre mois suivant la date de la notification à laquelle celui-ci a procédé. Elle refuse d'accorder la certification s'il n'a pas été démontré :
a) que l'entité concernée se conforme aux exigences prévues aux articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2; et
b) que l'octroi de la certification ne mettra pas en péril la sécurité de l'approvisionnement énergétique de la Belgique ou de la Communauté européenne. Lorsqu'elle examine cette question, la commission prend en considération :
1° les droits et les obligations de la Communauté européenne découlant du droit international à l'égard de ce pays tiers, y compris tout accord conclu avec un ou plusieurs pays tiers auquel la Communauté européenne est partie et qui traite de la question de la sécurité de l'approvisionnement énergétique;
2° les droits et les obligations de la Belgique à l'égard de ce pays tiers découlant d'accords conclus avec celui-ci, dans la mesure où ils sont conformes à la législation communautaire; et
3° d'autres faits particuliers et circonstances du cas d'espèce ainsi que du pays tiers concerné.
La commission notifie sans délai à la Commission européenne son projet de décision, ainsi que toutes les informations utiles y afférentes.
Avant de prendre définitivement sa décision, la commission demande l'avis de la Commission européenne pour savoir si :
a) l'entité concernée se conforme aux exigences prévues aux articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2; et
b) l'octroi de la certification ne met pas en péril la sécurité de l'approvisionnement énergétique de la Communauté européenne.
La Commission européenne examine la demande dès sa réception. Dans les deux mois suivant la réception de la demande, elle rend son avis à la commission.
Pour l'établissement de son avis, la Commission européenne peut demander l'opinion de l'ACER, de l'Etat belge et des parties intéressées.Dans le cas où la Commission européenne fait une telle demande, le délai de deux mois est prolongé de deux mois supplémentaires.
Si la Commission européenne ne rend pas d'avis durant la période visée aux alinéas 8 et 9, elle est réputée ne pas avoir soulevé d'objections à l'encontre du projet de décision de la commission.
La commission dispose d'un délai de deux mois après l'expiration du délai visé aux alinéas 8 et 9 pour adopter sa décision définitive concernant la certification. Pour ce faire, la commission tient le plus grand compte de l'avis de la Commission européenne. En tout état de cause, la commission a le droit de refuser d'octroyer la certification si cela met en péril la sécurité de l'approvisionnement énergétique de la Belgique ou la sécurité de l'approvisionnement énergétique d'un autre Etat membre.
La décision définitive de la commission et l'avis de la Commission européenne sont publiés ensemble. Lorsque la décision définitive diffère de l'avis de la Commission européenne, la commission fournit et publie avec la décision la motivation de cette décision.
§ 4quinquies. Les procédures de certification visées au § § 4bis, 4ter et 4quater s'appliquent de manière identique et selon les mêmes formes pour les gestionnaires d'installation de stockage de gaz naturel et d'installation de GNL.
Les gestionnaires d'installation de stockage de gaz naturel et d'installation de GNL définitivement désignés avant la publication de la loi du [2 8 janvier 2012]2 portant modifications de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et de la loi du du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations sont réputés certifiés. La commission peut à tout instant ouvrir une procédure de certification conformément à l'article 8, § 4bis. ".
L'identité des gestionnaires d'installation de stockage de gaz naturel et d'installation de GNL désignés est communiquée à la Commission européenne.]1
§ 5. A défaut de candidature dans les trois mois qui suivent la date de publication d'un avis du ministre au Moniteur belge ou en cas de candidatures non conformes à la loi, le ministre désigne le(s) gestionnaire(s) concerné(s) après délibération en Conseil des Ministres [1 et après certification par la commission, conformément à la procédure visée aux § § 4bis, 4ter et 4quater. L'identité des gestionnaires désignés est communiquée à la Commission européenne.]1
§ 6. Les candidats désignés conformément au § 4 ou, le cas échéant, conformément au § 5, sont dénommés respectivement :
1° gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel;
2° gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel;
3° gestionnaire d'installation de GNL.
§ 7. [1 Le ministre, après avoir entendu le gestionnaire concerné, après délibération en Conseil des ministres, et après l'avis de la commission, peut révoquer toute désignation de gestionnaire visée au § 6 en cas de :
1° manquement grave du gestionnaire aux obligations qui lui sont imposées en vertu de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution;
2° non-respect des conditions d'indépendance du gestionnaire, telles que visées aux articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2 et, dans le cas d'un gestionnaire de réseau de transport de gaz, ayant conduit, le cas échéant, à une absence de certification en application de la procédure visée aux § § 4bis, 4ter et 4quater ;
3° fusion, scission ou changement significatif dans l'actionnariat de celui-ci qui est susceptible de compromettre son indépendance et ayant, le cas échéant, conduit à un refus de certification en application des § § 4bis et 4ter.]1
§ 8. Chaque gestionnaire visé au § 1er peut exercer la fonction de gestionnaire de réseau combiné.
1° le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel;
2° le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel;
3° le gestionnaire d'installation de GNL.
§ 2. Le ministre publie un avis au Moniteur belge invitant tout titulaire d'une ou de plusieurs autorisations de transport de gaz naturel, de stockage de gaz naturel, en ce compris les autorisations délivrées en application de la loi du 18 juillet 1975 et de ses arrêtés d'exécution, ou d'installation de GNL, à introduire sa candidature, dans un délai de trois mois, auprès du ministre, pour être désigné, selon le cas, gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel ou gestionnaire d'installations de GNL.
Le titulaire d'une autorisation de transport de gaz naturel, qui est candidat à la gestion du réseau de transport de gaz naturel [4 doit être propriétaire de l'ensemble du réseau de transport concerné dans son intégralité qui peut couvrir tout ou partie du territoire national]4.
Le ministre communique les candidatures à la Commission bancaire, financière et des Assurances et à la Commission qui émettent un avis endéans les quarante jours à dater à partir de la réception de la communication de la candidature.
§ 3. [1 Le candidat doit établir qu'il répond aux exigences d'indépendance des articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2.
Si les conditions d'indépendance visées aux articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2 sont remplies par la société mère, elle-même gestionnaire, sa filiale, elle-même gestionnaire, doit également s'y conformer.]1
§ 4. Après avis de la Commission bancaire, financière et des Assurances concernant les critères visés dans le § 3, après l'avis de la Commission concernant les autres critères, et après délibération en Conseil des ministres, le ministre désigne, au plus tard neuf mois après la publication de l'avis visé au § 2, après proposition d'un ou plusieurs titulaires d'une autorisation de transport de gaz naturel :
1 le gestionnaire chargé de la gestion du réseau de transport de gaz naturel;
2 le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL, pour un terme renouvelable de vingt ans.
La désignation du gestionnaire prend fin en cas de faillite ou dissolution.
[1 § 4bis. Avant qu'une entreprise ne soit désignée comme gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, elle est certifiée conformément à la procédure visée au § 4ter.
L'identité du gestionnaire du réseau désigné est communiquée à la Commission européenne.
Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel définitivement désigné avant la publication de la loi du [2 8 janvier 2012]2 portant modification de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations est réputé certifié. La commission peut à tout instant ouvrir une procédure de certification conformément au § 4ter.
Préalablement à toute transaction pouvant justifier une réévaluation de la manière dont il se conforme aux exigences prévues aux articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2, le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel notifie à la commission son intention d'entreprendre cette transaction. De telles transactions ne peuvent se poursuivre que moyennant certification préalable suivant la procédure fixée au § 4ter. En cas de conclusion d'une transaction pouvant justifier une réévaluation de la manière dont le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel se conforme aux exigences prévues aux articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2 sans certification préalable, la commission met en demeure le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel de se conformer à ces exigences en vertu du § 4ter. Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel est révoqué à défaut de régularisation suivant cette procédure.
La notification à tout instant à la commission de l'abandon de la transaction concernée rend la procédure de certification visée au § 4ter caduque.
§ 4ter. La commission veille au respect constant par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel des exigences prévues aux articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2. Elle ouvre une procédure de certification à cet effet :
a) lorsqu'un candidat gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel en fait la demande à la commission;
b) en cas de notification de la part du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel en application du § 4bis ;
c) de sa propre initiative, lorsqu'elle a connaissance du fait qu'une modification prévue des pouvoirs ou de l'influence exercée sur le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel risque d'entraîner une infraction aux dispositions des articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2, ou lorsqu'elle a des motifs de croire qu'une telle infraction a pu être commise; ou
d) sur demande motivée de la Commission européenne.
La commission informe le ministre de l'ouverture d'une procédure de certification ainsi que le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel lorsqu'elle agit de sa propre initiative ou sur demande motivée de la Commission européenne.
La demande de certification d'un candidat gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel ainsi que la notification d'un gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel visée à l'alinéa 1er, b), s'effectue par lettre recommandée avec accusé de réception et mentionne toutes les informations utiles et nécessaires. Le cas échéant, la commission demande au candidat gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel ou au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel de transmettre des informations complémentaires dans un délai de trente jours à compter de la demande.
Lorsqu'elle agit de sa propre initiative ou sur demande motivée de la Commission européenne, la commission mentionne dans son courrier les manquements présumés aux dispositions prévues par les articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2, ou relaye la motivation de la Commission européenne.
Après avoir le cas échéant invité le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel à répondre, dans un délai de trente jours ouvrables, aux manquements qu'elle présume ou à la motivation de la Commission européenne, la commission arrête un projet de décision sur la certification du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel dans les quatre mois qui suivent la date de la demande du candidat gestionnaire de réseau de transport de gaz naturel, la date de la notification du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, la date où elle a informé le ministre, lorsqu'elle agit de sa propre initiative, ou la date de la demande de la Commission européenne. La certification est réputée accordée à l'issue de cette période. Le projet de décision explicite ou tacite de la commission ne devient définitif qu'après la conclusion de la procédure définie aux alinéas 6 à 9.
La commission notifie sans délai à la Commission européenne son projet de décision explicite ou tacite relative à la certification du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, accompagné de toutes les informations utiles relatives à ce projet de décision. La Commission européenne rend un avis conformément à la procédure prévue à l'article 3 du Règlement (CE) n° 715/2009.
Après avoir réceptionné l'avis explicite ou tacite de la Commission européenne, la commission rend et communique au ministre, dans les plus brefs délais et au plus tard dans le mois de l'avis de la Commission européenne, sa décision définitive de certification, motivée en ce qui concerne le respect des exigences des articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2. La commission tient le plus grand compte dans sa décision de l'avis de la Commission européenne. La décision de la commission et l'avis de la Commission européenne sont publiés ensemble au Moniteur belge.
La procédure de certification susvisée devient caduque lorsque :
a) la transaction notifiée à la commission en application du § 4bis est abandonnée; ou
b) la commission décide, compte tenu des rectifications apportées par le gestionnaire de réseau de transport de gaz naturel, d'abandonner la procédure de certification en cours.
[3 Lorsque la procédure est initiée sur décision motivée de la Commission européenne, la commission informe, le cas échéant, la Commission européenne du caractère caduc de la procédure de certification tel que prévu à l'alinéa 8.]3
La commission et la Commission européenne peuvent exiger du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel et des entreprises actives dans la production et/ou la fourniture de gaz naturel, toutes informations utiles à l'accomplissement de leurs tâches en application du présent paragraphe. Elles veillent à préserver la confidentialité des informations commercialement sensibles.
§ 4quater. Lorsque la certification est demandée par un propriétaire ou un gestionnaire de réseau de transport de gaz naturel sur lequel une ou plusieurs personnes d'un ou de plusieurs pays tiers exercent un contrôle, la commission en informe la Commission européenne.
La commission notifie également sans délai à la Commission européenne toute situation qui aurait pour effet qu'une ou plusieurs personnes d'un ou de plusieurs pays tiers acquièrent le contrôle d'un réseau de transport de gaz naturel ou d'un gestionnaire de réseau de transport de gaz naturel.
Préalablement à sa conclusion, le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel notifie à la commission toute [3 situation]3 qui aurait pour effet qu'une ou plusieurs personnes d'un ou de plusieurs pays tiers acquièrent le contrôle du réseau de transport de gaz naturel ou du gestionnaire de réseau de transport de gaz naturel. Une telle [3 situation]3 ne peut se poursuivre que moyennant certification suivant le présent paragraphe. En cas de [3 persistance d'une telle situation]3 sans certification, la commission met en demeure le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel de se conformer aux exigences des articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2 en vertu du présent paragraphe. Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel est révoqué à défaut de régularisation suivant cette procédure.
La notification à tout instant à la commission de l'abandon du projet de transaction [3 ou de la disparition de toute situation visée à l'alinéa 2]3 rend la procédure de certification du présent paragraphe caduque.
La commission adopte un projet de décision relatif à la certification du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel dans les quatre mois suivant la date de la notification à laquelle celui-ci a procédé. Elle refuse d'accorder la certification s'il n'a pas été démontré :
a) que l'entité concernée se conforme aux exigences prévues aux articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2; et
b) que l'octroi de la certification ne mettra pas en péril la sécurité de l'approvisionnement énergétique de la Belgique ou de la Communauté européenne. Lorsqu'elle examine cette question, la commission prend en considération :
1° les droits et les obligations de la Communauté européenne découlant du droit international à l'égard de ce pays tiers, y compris tout accord conclu avec un ou plusieurs pays tiers auquel la Communauté européenne est partie et qui traite de la question de la sécurité de l'approvisionnement énergétique;
2° les droits et les obligations de la Belgique à l'égard de ce pays tiers découlant d'accords conclus avec celui-ci, dans la mesure où ils sont conformes à la législation communautaire; et
3° d'autres faits particuliers et circonstances du cas d'espèce ainsi que du pays tiers concerné.
La commission notifie sans délai à la Commission européenne son projet de décision, ainsi que toutes les informations utiles y afférentes.
Avant de prendre définitivement sa décision, la commission demande l'avis de la Commission européenne pour savoir si :
a) l'entité concernée se conforme aux exigences prévues aux articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2; et
b) l'octroi de la certification ne met pas en péril la sécurité de l'approvisionnement énergétique de la Communauté européenne.
La Commission européenne examine la demande dès sa réception. Dans les deux mois suivant la réception de la demande, elle rend son avis à la commission.
Pour l'établissement de son avis, la Commission européenne peut demander l'opinion de l'ACER, de l'Etat belge et des parties intéressées.Dans le cas où la Commission européenne fait une telle demande, le délai de deux mois est prolongé de deux mois supplémentaires.
Si la Commission européenne ne rend pas d'avis durant la période visée aux alinéas 8 et 9, elle est réputée ne pas avoir soulevé d'objections à l'encontre du projet de décision de la commission.
La commission dispose d'un délai de deux mois après l'expiration du délai visé aux alinéas 8 et 9 pour adopter sa décision définitive concernant la certification. Pour ce faire, la commission tient le plus grand compte de l'avis de la Commission européenne. En tout état de cause, la commission a le droit de refuser d'octroyer la certification si cela met en péril la sécurité de l'approvisionnement énergétique de la Belgique ou la sécurité de l'approvisionnement énergétique d'un autre Etat membre.
La décision définitive de la commission et l'avis de la Commission européenne sont publiés ensemble. Lorsque la décision définitive diffère de l'avis de la Commission européenne, la commission fournit et publie avec la décision la motivation de cette décision.
§ 4quinquies. Les procédures de certification visées au § § 4bis, 4ter et 4quater s'appliquent de manière identique et selon les mêmes formes pour les gestionnaires d'installation de stockage de gaz naturel et d'installation de GNL.
Les gestionnaires d'installation de stockage de gaz naturel et d'installation de GNL définitivement désignés avant la publication de la loi du [2 8 janvier 2012]2 portant modifications de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et de la loi du du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations sont réputés certifiés. La commission peut à tout instant ouvrir une procédure de certification conformément à l'article 8, § 4bis. ".
L'identité des gestionnaires d'installation de stockage de gaz naturel et d'installation de GNL désignés est communiquée à la Commission européenne.]1
§ 5. A défaut de candidature dans les trois mois qui suivent la date de publication d'un avis du ministre au Moniteur belge ou en cas de candidatures non conformes à la loi, le ministre désigne le(s) gestionnaire(s) concerné(s) après délibération en Conseil des Ministres [1 et après certification par la commission, conformément à la procédure visée aux § § 4bis, 4ter et 4quater. L'identité des gestionnaires désignés est communiquée à la Commission européenne.]1
§ 6. Les candidats désignés conformément au § 4 ou, le cas échéant, conformément au § 5, sont dénommés respectivement :
1° gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel;
2° gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel;
3° gestionnaire d'installation de GNL.
§ 7. [1 Le ministre, après avoir entendu le gestionnaire concerné, après délibération en Conseil des ministres, et après l'avis de la commission, peut révoquer toute désignation de gestionnaire visée au § 6 en cas de :
1° manquement grave du gestionnaire aux obligations qui lui sont imposées en vertu de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution;
2° non-respect des conditions d'indépendance du gestionnaire, telles que visées aux articles 8/3 à 8/6 et 15/1, § 2 et, dans le cas d'un gestionnaire de réseau de transport de gaz, ayant conduit, le cas échéant, à une absence de certification en application de la procédure visée aux § § 4bis, 4ter et 4quater ;
3° fusion, scission ou changement significatif dans l'actionnariat de celui-ci qui est susceptible de compromettre son indépendance et ayant, le cas échéant, conduit à un refus de certification en application des § § 4bis et 4ter.]1
§ 8. Chaque gestionnaire visé au § 1er peut exercer la fonction de gestionnaire de réseau combiné.
Onderafdeling 2. - Niet-definitief stelsel
Sous-section 2. - Régime non définitif
Art. 8/1. § 1. In afwijking van artikel 8 wordt de aardgasonderneming die op 1 juli 2004 houder is van één of meer aardgasvervoersvergunningen met toepassing van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, of van vergunningen voor de aardgasopslag, met inbegrip van de vergunningen afgeleverd met toepassing van de wet van 18 juli 1975 en de uitvoeringsbesluiten ervan, van rechtswege benoemd vanaf de datum van inwerkingtreding van dit artikel, tot, naargelang van het geval :
1° beheerder van het aardgasvervoersnet;
2° beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas;
3° beheerder van de LNG-installatie.
Elk van deze drie benoemingen geldt tot de definitieve aanwijzing van de betrokken beheerder, overeenkomstig artikel 8, of tot de weigering van de minister deze benoeming te aanvaarden.
§ 2. Elke in § 1 bedoelde beheerder kan de functie van gecombineerd netbeheerder vervullen.
1° beheerder van het aardgasvervoersnet;
2° beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas;
3° beheerder van de LNG-installatie.
Elk van deze drie benoemingen geldt tot de definitieve aanwijzing van de betrokken beheerder, overeenkomstig artikel 8, of tot de weigering van de minister deze benoeming te aanvaarden.
§ 2. Elke in § 1 bedoelde beheerder kan de functie van gecombineerd netbeheerder vervullen.
Art. 8/1. § 1er. Par dérogation à l'article 8, l'entreprise de gaz naturel titulaire, au 1er juillet 2004, d'une ou plusieurs autorisations de transport de gaz naturel en application de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution ou d'autorisations de stockage de gaz naturel, en ce compris les autorisations délivrées par application de la loi du 18 juillet 1975 et de ses arrêtés d'exécution, est désignée à partir de la date d'entrée en vigueur de cet article, par l'effet de la loi, selon le cas :
1° gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel;
2° gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel;
3° gestionnaire d'installation de GNL.
Chacune de ces trois désignations vaut jusqu'à la désignation définitive du gestionnaire concerné, conformément à l'article 8, ou jusqu'au refus du ministre à accepter cette désignation.
§ 2. Chaque gestionnaire visé au § 1er peut exercer la fonction de gestionnaire de réseau combiné.
1° gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel;
2° gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel;
3° gestionnaire d'installation de GNL.
Chacune de ces trois désignations vaut jusqu'à la désignation définitive du gestionnaire concerné, conformément à l'article 8, ou jusqu'au refus du ministre à accepter cette désignation.
§ 2. Chaque gestionnaire visé au § 1er peut exercer la fonction de gestionnaire de réseau combiné.
Art. 8/1bis. [1 Vooraleer een natuurlijke of rechtspersoon tot beheerder van een interconnector wordt aangewezen, wordt ze gecertificeerd overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 8, § 4ter.]1
Art. 8/1bis. [1 Avant qu'une personne physique ou morale soit désignée comme gestionnaire d'une interconnexion, elle est certifiée conformément à la procédure visée à l'article 8, § 4ter.]1
Modifications
Onderafdeling 3. - Voorwaarden die de beheerders dienen na te leven
Sous-section 3. - Conditions à respecter par les gestionnaires
Art. 8/2. De hiernavolgende voorwaarden zijn van toepassing voor elk van de drie in de artikelen 8 en 8/1 bedoelde beheerders, ongeacht of deze een beursgenoteerde onderneming is of niet :
1° ze zijn opgericht in de vorm van een naamloze vennootschap, met maatschappelijke zetel en centrale administratie in een staat die behoort tot de Europese Economische Ruimte;
2° zij dienen te voldoen aan alle voorwaarden die bepaald zijn bij de wet van 2 augustus 2002 houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen.
1° ze zijn opgericht in de vorm van een naamloze vennootschap, met maatschappelijke zetel en centrale administratie in een staat die behoort tot de Europese Economische Ruimte;
2° zij dienen te voldoen aan alle voorwaarden die bepaald zijn bij de wet van 2 augustus 2002 houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen.
Art. 8/2. Les conditions ci-après s'appliquent à chacun des trois gestionnaires visés aux articles 8 et 8/1, que celui-ci soit une société cotée en bourse ou pas :
1° ils doivent être constitués sous la forme d'une société anonyme, ayant son siège social et son administration centrale dans un Etat faisant partie de l'Espace économique européen,
2° ils doivent remplir toutes les conditions prévues par la loi du 2 août 2002 modifiant le Code des sociétés et la loi du 2 mars 1989 relative à la publicité des participations importantes, dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition.
1° ils doivent être constitués sous la forme d'une société anonyme, ayant son siège social et son administration centrale dans un Etat faisant partie de l'Espace économique européen,
2° ils doivent remplir toutes les conditions prévues par la loi du 2 août 2002 modifiant le Code des sociétés et la loi du 2 mars 1989 relative à la publicité des participations importantes, dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition.
Art. 8/3. § 1. [2 De raad van bestuur is uitsluitend samengesteld uit niet-uitvoerende bestuurders, met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder, en minstens voor een derde uit onafhankelijke bestuurders.
Deze laatsten worden gekozen ten dele om hun kennis inzake financieel beheer en ten dele om hun nuttige technische kennis en in het bijzonder, om hun relevante kennis van de energiesector.
De commissie geeft een eensluidend advies betreffende de onafhankelijkheid van de onafhankelijke bestuurders, en wel ten laatste binnen dertig dagen na de ontvangst van de kennisgeving van de benoeming van deze onafhankelijke bestuurders door het bevoegd orgaan van de beheerder.
De raad van bestuur is minstens voor een derde samengesteld uit leden van een ander geslacht dan dat van de overige leden.
De beheerders mogen, rechtstreeks of onrechtstreeks, geen vennootsrechten hebben, onder welke vorm dan ook, in een onderneming die gas of elektriciteit levert of produceert. De aardgasvervoersnetbeheerder kan een deelname voor zijn rekening nemen in een onderneming die een buitenlands aardgasvervoersnet beheert van een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap voor zover deze onderneming overeenstemt met een van de juridische vormen die bepaald is bij Richtlijn 2009/73/EG en een dergelijke participatie dezelfde waarborgen verschaft als de waarborgen die aanwezig zijn bij de netbeheerder voor aardgas krachtens deze wet. De vervoersnetbeheerder deelt zulke participatie mee aan de commissie alsook iedere ermee verband houdende wijziging.]2
[1 § 1/1. [2 De ondernemingen die aardgas leveren, ondernemingen die aardgas produceren, producenten van elektriciteit, leveranciers van elektriciteit of de tussenpersonen mogen, alleen of gezamenlijk, rechtstreeks of onrechtstreeks, geen deel van het kapitaal van de maatschappij en geen aandelen van de maatschappij aanhouden. Aan de aandelen van deze ondernemingen kan geen stemrecht worden verbonden.]2
[2 De in de productie en/of de levering van gas of elektriciteit, rechtstreeks of onrechtstreeks, actieve ondernemingen mogen de leden van de raad van bestuur, van de comités die binnen de raad van bestuur worden opgericht van het directiecomité van de beheerder van het aardgasvervoersnet en van elke andere wettelijke vertegenwoordiger van de maatschappij niet benoemen.
Het is eenzelfde natuurlijke persoon niet toegelaten om lid te zijn van de raad van toezicht, de raad van bestuur of de organen die wettelijk de onderneming vertegenwoordigen en tegelijkertijd van een onderneming die werkzaam is in de productie of levering van aardgas en van de aardgasvervoersnetbeheerder.]2
De statuten van de vennootschap en de aandeelhoudersovereenkomsten mogen geen bijzondere rechten toekennen aan producenten, houders van een leveringsvergunning of tussenpersonen of de met die ondernemingen verbonden ondernemingen.
De commissie gaat na of de eventuele overeenkomst die tussen de aandeelhouders van de beheerder werd gesloten de, in artikel 8/5 bepaalde, minimumcriteria inzake onafhankelijkheid, en de in overeenstemming met artikel 15/5undecies, § 1, tweede lid, 3° en 5°, bepaalde maatregelen inzake vertrouwelijkheid en non-discriminatie in acht neemt.]1
[2 § 1/2. Dezelfde persoon of personen zijn niet gemachtigd om :
a) rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap te hebben in een onderneming die rechtstreeks of onrechtstreeks een van de volgende functies waarneemt : productie of levering van aardgas of van elektriciteit, en rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap of bevoegdheden te hebben in de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van een opslaginstallatie van aardgas en/of de beheerder van een LNG installatie;
b) rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap te hebben op de beheerder van het aardgasvervoersnet, beheerder van een opslaginstallatie van aardgas en/of beheerder van LNG installatie en rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap of bevoegdheden te hebben in een bedrijf dat rechtstreeks of onrechtstreeks een van de volgende functies uitoefent : productie of levering van aardgas of elektriciteit.
De in het eerste lid, a) en b), bedoelde bevoegdheden omvatten met name :
(i) het recht om stemrechten uit te oefenen, of
(ii) de bevoegdheid om leden van de raad van bestuur, van het directiecomité of van wettelijke vertegenwoordigers van de bedrijf aan te wijzen, of
(iii) het bezitten van een meerderheidsaandeel.
§ 1/3. De aangewezen beheerders tellen in hun raad van bestuur en directiecomités twee regeringscommissarissen waarvan de bevoegdheden bepaald zijn bij het koninklijk besluit van 16 juni 1994 tot invoering ten voordele van de Staat van een bijzonder aandeel in Distrigas en de wet van 26 juni 2002 tot regeling van de bijzondere rechten verbonden aan de bijzondere aandelen ten voordele van de Staat in de NV Distrigas en de NV Fluxys. Deze twee commissarissen komen voort uit twee verschillende taalrollen. In afwijking van het koninklijk besluit van 16 juni 1994 tot invoering ten voordele van de Staat van een bijzonder aandeel in Distrigas en van de wet van 26 juni 2002 tot regeling van de bijzondere rechten verbonden aan de bijzondere aandelen ten voordele van de Staat in de NV Distrigas en de NV Fluxys worden de commissarissen die worden benoemd in toepassing van deze bepalingen benoemd door de Ministerraad. De bijzondere rechten bij bedoelde beheerders worden uitgeoefend door de minister die bevoegd is voor energie.
§ 1/4. Het bijzondere aandeel ten voordele van de Staat in de NV Distrigas, zoals vermeld in § 1/3 en in de wet van 26 juni 2002 tot regeling van de bijzondere rechten verbonden aan de bijzondere aandelen ten voordele van de Staat in de N.V. Distrigas en de NV Fluxys, wordt opgeheven, enkel voor wat betreft de NV Distrigas.]2
§ 2. De raad van bestuur richt uit zijn midden minstens een auditcomité, een vergoedingscomité en een corporate governance comité op. De comités zijn samengesteld uit minstens drie leden.
Het auditcomité, het vergoedingscomité en elk ander comité dat binnen de raad van bestuur wordt opgericht, zijn uitsluitend samengesteld uit niet-uitvoerende bestuurders en minstens voor één derde uit onafhankelijke bestuurders.
Het corporate governance comité is minstens voor twee derde samengesteld uit onafhankelijke bestuurders. Het voorzitterschap wordt waargenomen door een onafhankelijke bestuurder.
§ 3. Het auditcomité is belast met de volgende taken :
1° de rekeningen onderzoeken en de budgetcontrole waarnemen;
2° de auditwerkzaamheden opvolgen;
3° de betrouwbaarheid van de financiële informatie evalueren;
4° het organiseren en toezicht houden op de interne controle;
5° de efficiëntie van de interne risicobeheersingsystemen controleren.
Het auditcomité is bevoegd om onderzoek in te stellen in elke aangelegenheid die onder zijn bevoegdheden valt, mits inachtneming van de wettelijke beperkingen inzake de toegang tot commerciële gegevens en andere vertrouwelijke gegevens betreffende de gebruikers van het aardgasvervoersnetwerk, de aardgas stockage-installatie en de LNG-installatie. Te dien einde beschikt het over de nodige werkmiddelen, heeft het toegang tot alle informatie, met uitzondering van commerciële gegevens betreffende de netgebruikers, en kan het interne en externe deskundigen om advies vragen.
§ 4. Het vergoedingscomité is desgevallend belast met het opstellen van aanbevelingen ter attentie van de raad van bestuur inzake de bezoldiging van de leden van het directiecomité en van de gedelegeerd bestuurder, rekening houdend met artikel 8/5, 4°.
§ 5. Het corporate governance comité is desgevallend belast met de volgende taken :
1° aan de raad van bestuur advies verlenen inzake de onafhankelijkheid van de kandidaten voor het mandaat van onafhankelijke bestuurder en inzake de benoeming van de gedelegeerd bestuurder en, in voorkomend geval, van de leden van het directiecomité;
Indien de raad van bestuur het advies van het corporate governance comité inzake de benoeming van de onafhankelijke bestuurders niet volgt, motiveert de raad zijn beslissing na voorafgaandelijk overleg met de voorzitter van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen, die het advies van de Commissie vraagt indien het ingeroepen gebrek aan onafhankelijkheid de producteurs en de leveranciers van aardgas betreft;
Indien de raad van bestuur, bij het voorstellen van kandidaten voor het mandaat van onafhankelijke bestuurder, van gedelegeerd bestuurder en, in voorkomend geval, van de leden van het directiecomité aan de algemene vergadering van aandeelhouders, het advies van het corporate governance comité niet volgt, moet de raad zijn beslissing motiveren na overleg te hebben gepleegd met de voorzitter van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen;
2° zich uitspreken over de gevallen van onverenigbaarheid in hoofde van de directieleden en van de personeelsleden;
3° toezien op de toepassing van de bepalingen van dit artikel, door de doeltreffendheid ervan te evalueren ten aanzien van de eisen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de beheerders zoals bepaald in de gedragscode en elk jaar een verslag hierover aan de Commissie voorleggen.
§ 6. Na advies van het corporate governance comité benoemt de raad van bestuur een gedelegeerd bestuurder of een voorzitter van het directiecomité overeenkomstig artikel 524bis van het Wetboek van vennootschappen.
§ 7. Na advies van de het corporate governance comité stelt de gedelegeerd bestuurder of de voorzitter van het directiecomité aan de raad van bestuur de benoeming voor van de leden van het directiecomité.
De bepalingen van deze paragraaf zijn voor de eerste maal van toepassing op de benoemingen en hernieuwingen van de mandaten na de inwerkingtreding van dit artikel.
§ 8. De raad van bestuur oefent met name de volgende bevoegdheden uit :
1° hij bepaalt het algemeen beleid van de vennootschap;
2° hij oefent de bevoegdheden uit die hem door of krachtens het Wetboek van vennootschappen worden toegekend of die hem gedelegeerd worden zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden die respectievelijk worden gedelegeerd of toegekend aan de gedelegeerd bestuurder of desgevallend het directiecomité;
3° hij houdt een algemeen toezicht op de gedelegeerd bestuurder en het directiecomité, met inachtneming van de wettelijke beperkingen inzake de toegang tot de commerciële en andere vertrouwelijke gegevens betreffende de gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en de verwerking ervan;
§ 9. De gedelegeerd bestuurder of de voorzitter van het directiecomité en diens directiecomité, oefenen onder andere de volgende bevoegdheden uit :
1° het dagelijks bestuur van de beheerders;
2° de andere bevoegdheden gedelegeerd door de raad van bestuur;
3° de bevoegdheden die hun door de statuten worden toegewezen.
Deze laatsten worden gekozen ten dele om hun kennis inzake financieel beheer en ten dele om hun nuttige technische kennis en in het bijzonder, om hun relevante kennis van de energiesector.
De commissie geeft een eensluidend advies betreffende de onafhankelijkheid van de onafhankelijke bestuurders, en wel ten laatste binnen dertig dagen na de ontvangst van de kennisgeving van de benoeming van deze onafhankelijke bestuurders door het bevoegd orgaan van de beheerder.
De raad van bestuur is minstens voor een derde samengesteld uit leden van een ander geslacht dan dat van de overige leden.
De beheerders mogen, rechtstreeks of onrechtstreeks, geen vennootsrechten hebben, onder welke vorm dan ook, in een onderneming die gas of elektriciteit levert of produceert. De aardgasvervoersnetbeheerder kan een deelname voor zijn rekening nemen in een onderneming die een buitenlands aardgasvervoersnet beheert van een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap voor zover deze onderneming overeenstemt met een van de juridische vormen die bepaald is bij Richtlijn 2009/73/EG en een dergelijke participatie dezelfde waarborgen verschaft als de waarborgen die aanwezig zijn bij de netbeheerder voor aardgas krachtens deze wet. De vervoersnetbeheerder deelt zulke participatie mee aan de commissie alsook iedere ermee verband houdende wijziging.]2
[1 § 1/1. [2 De ondernemingen die aardgas leveren, ondernemingen die aardgas produceren, producenten van elektriciteit, leveranciers van elektriciteit of de tussenpersonen mogen, alleen of gezamenlijk, rechtstreeks of onrechtstreeks, geen deel van het kapitaal van de maatschappij en geen aandelen van de maatschappij aanhouden. Aan de aandelen van deze ondernemingen kan geen stemrecht worden verbonden.]2
[2 De in de productie en/of de levering van gas of elektriciteit, rechtstreeks of onrechtstreeks, actieve ondernemingen mogen de leden van de raad van bestuur, van de comités die binnen de raad van bestuur worden opgericht van het directiecomité van de beheerder van het aardgasvervoersnet en van elke andere wettelijke vertegenwoordiger van de maatschappij niet benoemen.
Het is eenzelfde natuurlijke persoon niet toegelaten om lid te zijn van de raad van toezicht, de raad van bestuur of de organen die wettelijk de onderneming vertegenwoordigen en tegelijkertijd van een onderneming die werkzaam is in de productie of levering van aardgas en van de aardgasvervoersnetbeheerder.]2
De statuten van de vennootschap en de aandeelhoudersovereenkomsten mogen geen bijzondere rechten toekennen aan producenten, houders van een leveringsvergunning of tussenpersonen of de met die ondernemingen verbonden ondernemingen.
De commissie gaat na of de eventuele overeenkomst die tussen de aandeelhouders van de beheerder werd gesloten de, in artikel 8/5 bepaalde, minimumcriteria inzake onafhankelijkheid, en de in overeenstemming met artikel 15/5undecies, § 1, tweede lid, 3° en 5°, bepaalde maatregelen inzake vertrouwelijkheid en non-discriminatie in acht neemt.]1
[2 § 1/2. Dezelfde persoon of personen zijn niet gemachtigd om :
a) rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap te hebben in een onderneming die rechtstreeks of onrechtstreeks een van de volgende functies waarneemt : productie of levering van aardgas of van elektriciteit, en rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap of bevoegdheden te hebben in de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van een opslaginstallatie van aardgas en/of de beheerder van een LNG installatie;
b) rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap te hebben op de beheerder van het aardgasvervoersnet, beheerder van een opslaginstallatie van aardgas en/of beheerder van LNG installatie en rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap of bevoegdheden te hebben in een bedrijf dat rechtstreeks of onrechtstreeks een van de volgende functies uitoefent : productie of levering van aardgas of elektriciteit.
De in het eerste lid, a) en b), bedoelde bevoegdheden omvatten met name :
(i) het recht om stemrechten uit te oefenen, of
(ii) de bevoegdheid om leden van de raad van bestuur, van het directiecomité of van wettelijke vertegenwoordigers van de bedrijf aan te wijzen, of
(iii) het bezitten van een meerderheidsaandeel.
§ 1/3. De aangewezen beheerders tellen in hun raad van bestuur en directiecomités twee regeringscommissarissen waarvan de bevoegdheden bepaald zijn bij het koninklijk besluit van 16 juni 1994 tot invoering ten voordele van de Staat van een bijzonder aandeel in Distrigas en de wet van 26 juni 2002 tot regeling van de bijzondere rechten verbonden aan de bijzondere aandelen ten voordele van de Staat in de NV Distrigas en de NV Fluxys. Deze twee commissarissen komen voort uit twee verschillende taalrollen. In afwijking van het koninklijk besluit van 16 juni 1994 tot invoering ten voordele van de Staat van een bijzonder aandeel in Distrigas en van de wet van 26 juni 2002 tot regeling van de bijzondere rechten verbonden aan de bijzondere aandelen ten voordele van de Staat in de NV Distrigas en de NV Fluxys worden de commissarissen die worden benoemd in toepassing van deze bepalingen benoemd door de Ministerraad. De bijzondere rechten bij bedoelde beheerders worden uitgeoefend door de minister die bevoegd is voor energie.
§ 1/4. Het bijzondere aandeel ten voordele van de Staat in de NV Distrigas, zoals vermeld in § 1/3 en in de wet van 26 juni 2002 tot regeling van de bijzondere rechten verbonden aan de bijzondere aandelen ten voordele van de Staat in de N.V. Distrigas en de NV Fluxys, wordt opgeheven, enkel voor wat betreft de NV Distrigas.]2
§ 2. De raad van bestuur richt uit zijn midden minstens een auditcomité, een vergoedingscomité en een corporate governance comité op. De comités zijn samengesteld uit minstens drie leden.
Het auditcomité, het vergoedingscomité en elk ander comité dat binnen de raad van bestuur wordt opgericht, zijn uitsluitend samengesteld uit niet-uitvoerende bestuurders en minstens voor één derde uit onafhankelijke bestuurders.
Het corporate governance comité is minstens voor twee derde samengesteld uit onafhankelijke bestuurders. Het voorzitterschap wordt waargenomen door een onafhankelijke bestuurder.
§ 3. Het auditcomité is belast met de volgende taken :
1° de rekeningen onderzoeken en de budgetcontrole waarnemen;
2° de auditwerkzaamheden opvolgen;
3° de betrouwbaarheid van de financiële informatie evalueren;
4° het organiseren en toezicht houden op de interne controle;
5° de efficiëntie van de interne risicobeheersingsystemen controleren.
Het auditcomité is bevoegd om onderzoek in te stellen in elke aangelegenheid die onder zijn bevoegdheden valt, mits inachtneming van de wettelijke beperkingen inzake de toegang tot commerciële gegevens en andere vertrouwelijke gegevens betreffende de gebruikers van het aardgasvervoersnetwerk, de aardgas stockage-installatie en de LNG-installatie. Te dien einde beschikt het over de nodige werkmiddelen, heeft het toegang tot alle informatie, met uitzondering van commerciële gegevens betreffende de netgebruikers, en kan het interne en externe deskundigen om advies vragen.
§ 4. Het vergoedingscomité is desgevallend belast met het opstellen van aanbevelingen ter attentie van de raad van bestuur inzake de bezoldiging van de leden van het directiecomité en van de gedelegeerd bestuurder, rekening houdend met artikel 8/5, 4°.
§ 5. Het corporate governance comité is desgevallend belast met de volgende taken :
1° aan de raad van bestuur advies verlenen inzake de onafhankelijkheid van de kandidaten voor het mandaat van onafhankelijke bestuurder en inzake de benoeming van de gedelegeerd bestuurder en, in voorkomend geval, van de leden van het directiecomité;
Indien de raad van bestuur het advies van het corporate governance comité inzake de benoeming van de onafhankelijke bestuurders niet volgt, motiveert de raad zijn beslissing na voorafgaandelijk overleg met de voorzitter van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen, die het advies van de Commissie vraagt indien het ingeroepen gebrek aan onafhankelijkheid de producteurs en de leveranciers van aardgas betreft;
Indien de raad van bestuur, bij het voorstellen van kandidaten voor het mandaat van onafhankelijke bestuurder, van gedelegeerd bestuurder en, in voorkomend geval, van de leden van het directiecomité aan de algemene vergadering van aandeelhouders, het advies van het corporate governance comité niet volgt, moet de raad zijn beslissing motiveren na overleg te hebben gepleegd met de voorzitter van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen;
2° zich uitspreken over de gevallen van onverenigbaarheid in hoofde van de directieleden en van de personeelsleden;
3° toezien op de toepassing van de bepalingen van dit artikel, door de doeltreffendheid ervan te evalueren ten aanzien van de eisen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de beheerders zoals bepaald in de gedragscode en elk jaar een verslag hierover aan de Commissie voorleggen.
§ 6. Na advies van het corporate governance comité benoemt de raad van bestuur een gedelegeerd bestuurder of een voorzitter van het directiecomité overeenkomstig artikel 524bis van het Wetboek van vennootschappen.
§ 7. Na advies van de het corporate governance comité stelt de gedelegeerd bestuurder of de voorzitter van het directiecomité aan de raad van bestuur de benoeming voor van de leden van het directiecomité.
De bepalingen van deze paragraaf zijn voor de eerste maal van toepassing op de benoemingen en hernieuwingen van de mandaten na de inwerkingtreding van dit artikel.
§ 8. De raad van bestuur oefent met name de volgende bevoegdheden uit :
1° hij bepaalt het algemeen beleid van de vennootschap;
2° hij oefent de bevoegdheden uit die hem door of krachtens het Wetboek van vennootschappen worden toegekend of die hem gedelegeerd worden zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden die respectievelijk worden gedelegeerd of toegekend aan de gedelegeerd bestuurder of desgevallend het directiecomité;
3° hij houdt een algemeen toezicht op de gedelegeerd bestuurder en het directiecomité, met inachtneming van de wettelijke beperkingen inzake de toegang tot de commerciële en andere vertrouwelijke gegevens betreffende de gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en de verwerking ervan;
§ 9. De gedelegeerd bestuurder of de voorzitter van het directiecomité en diens directiecomité, oefenen onder andere de volgende bevoegdheden uit :
1° het dagelijks bestuur van de beheerders;
2° de andere bevoegdheden gedelegeerd door de raad van bestuur;
3° de bevoegdheden die hun door de statuten worden toegewezen.
Art. 8/3. § 1er. [2 Le conseil d'administration est composé exclusivement d'administrateurs non exécutifs, à l'exception de l'administrateur délégué, et pour le tiers au moins d'administrateurs indépendants.
Ces derniers sont choisis en partie pour leurs connaissances en matière de gestion financière et en partie pour leurs connaissances utiles en matière technique et, particulièrement pour leur connaissance pertinente du secteur de l'énergie.
La commission rend un avis conforme relatif à l'indépendance des administrateurs indépendants et ce, au plus tard dans les trente jours de la réception de la notification de la nomination de ces administrateurs indépendants par l'organe compétent du gestionnaire.
Le conseil d'administration est composé pour un tiers au moins de membres de sexe différent de celui des autres membres.
Les gestionnaires ne peuvent détenir, directement ou indirectement, des droits d'associé, quelle qu'en soit la forme, dans une entreprise de fourniture ou de production de gaz ou d'électricité. Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel peut prendre une participation dans une entreprise gérant un réseau de transport de gaz naturel étranger d'un autre Etat membre de la Communauté européenne, pour autant que cette entreprise corresponde à l'une des formes juridiques fixées par la Directive 2009/73/CE et qu'une telle participation procure les mêmes garanties que celles présentes dans le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel en vertu de la présente loi. Le gestionnaire du réseau de transport communique à la commission une telle participation ainsi que toute modification y afférente.]2
[1 § 1er/1. [2 Les entreprises de fourniture de gaz naturel, les entreprises de production de gaz naturel, les producteurs d'électricité, les fournisseurs d'électricité ou les intermédiaires ne peuvent détenir seuls ou conjointement, directement ou indirectement, aucune part du capital de la société ni aucune action de la société. Les actions de ces entreprises ne peuvent être assorties d'un droit de vote.]2
[2 Les entreprises actives, directement ou indirectement, dans la production et/ou la fourniture de gaz ou d'électricité ne peuvent pas désigner les membres du conseil d'administration, des comités constitués en son sein, du comité de direction du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, et de tout autre organe représentant légalement la société.
Une même personne physique n'est pas autorisée à être membre du conseil de surveillance, du conseil d'administration ou des organes représentant légalement l'entreprise, et simultanément d'une entreprise assurant la production ou la fourniture de gaz naturel et du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel.]2
Les statuts de la société et les conventions d'actionnaires ne peuvent octroyer de droits particuliers aux producteurs, titulaires d'une autorisation de fourniture ou intermédiaires ou aux entreprises liées aux entreprises concernées.
La commission vérifie si la convention éventuelle conclue entre les actionnaires du gestionnaire respecte les critères minimaux, stipulés dans l'article 8/5 en matière d'indépendance et les mesures prises en accord de l'article 15/5undecies, § 1er, alinéa 2, 3° et 5°, en matière de confidentialité et de non-discrimination.]1
[2 § 1er/2. La ou les mêmes personnes ne sont pas autorisées :
a) à exercer un contrôle direct ou indirect sur une entreprise assurant, directement ou indirectement, une des fonctions suivantes : production ou fourniture de gaz naturel ou d'électricité, et un contrôle direct ou indirect ou un quelconque pouvoir sur le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et/ou le gestionnaire d'installation de GNL;
b) à exercer un contrôle direct ou indirect sur le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et/ou le gestionnaire d'installation de GNL, et un contrôle direct ou indirect ou un quelconque pouvoir sur une entreprise assurant, directement et indirectement, une des fonctions suivantes : production ou fourniture de gaz naturel ou d'électricité.
Les pouvoirs visés à l'alinéa 1er, a) et b), visent en particulier :
(i) le pouvoir d'exercer des droits de vote, ou
(ii) le pouvoir de désigner les membres du conseil d'administration, du comité de direction ou de tout organe représentant légalement l'entreprise, ou
(iii) la détention d'une part majoritaire.
§ 1er/3. Les gestionnaires désignés comptent au sein de leurs conseils d'administration et comités de direction deux commissaires du gouvernement dont les pouvoirs sont arrêtés par l'arrêté royal du 16 juin 1994 instituant au profit de l'Etat une action spécifique de Distrigaz et la loi du 26 juin 2002 portant réglementation des droits spéciaux attachés aux actions spécifiques au profit de l'Etat dans la SA Distrigaz et la SA Fluxys. Ces deux commissaires sont issus de deux rôles linguistiques différents. Par dérogation à l'arrêté royal du 16 juin 1994 instituant au profit de l'Etat une action spécifique de Distrigaz et à la loi du 26 juin 2002 portant réglementation des droits spéciaux attachés aux actions spécifiques au profit de l'Etat dans la SA Distrigaz et la SA Fluxys, les commissaires nommés en application de ces dispositions sont nommés par le Conseil des ministres. Les droits spéciaux au sein des gestionnaires susvisés sont exercés par le ministre ayant l'énergie dans ses attributions.
§ 1er/4. L'action spéciale en faveur de l'état dans la SA Distrigaz, telle que mentionnée au § 1/3 et dans la loi du 26 juin 2002 portant réglementation des droits spéciaux attachés aux actions spécifiques au profit de l'Etat dans la SA Distrigaz et la SA Fluxys est supprimée, uniquement en ce qui concerne la SA Distrigaz.]2
§ 2. Le conseil d'administration constitue en son sein au moins un comité d'audit, un comité de rémunération et un comité de gouvernance d'entreprise. Les comités sont composés d'au moins trois membres.
Le comité d'audit, le comité de rémunération et tout autre comité constitué au sein du conseil d'administration sont composés exclusivement d'administrateurs non-exécutifs et pour un tiers au moins d'administrateurs indépendants.
Le comité de gouvernance d'entreprise est composé d'au moins deux tiers d'administrateurs indépendants. La présidence sera assurée par un administrateur indépendant.
§ 3. Le comité d'audit est chargé des tâches suivantes :
1° examiner les comptes et assurer le contrôle du budget;
2° assurer le suivi des travaux d'audit;
3° évaluer la fiabilité de l'information financière;
4° organiser et surveiller le contrôle interne;
5° vérifier l'efficacité des systèmes internes de gestion des risques.
Le comité d'audit a le pouvoir d'enquêter dans toute matière qui relève de ses attributions, dans le respect des restrictions légales en ce qui concerne l'accès aux données commerciales et autres données confidentielles relatives aux utilisateurs du réseau de transport de gaz naturel, de l'installation de stockage de gaz naturel et de l'installation de GNL. A cette fin, il dispose des ressources nécessaires, a accès à toute information, à l'exception des données commerciales relatives aux utilisateurs du réseau, et peut demander des avis d'experts internes et externes des attributions dans le respect des restriction légales.
§ 4. Le comité de rémunération est chargé, le cas échéant, de formuler des recommandations à l'intention du conseil d'administration au sujet de la rémunération des membres du comité de direction et de l'administrateur délégué, en tenant compte de l'article 8/5, 4°.
§ 5. Le comité de gouvernance d'entreprise est, le cas échéant, chargé des tâches suivantes :
1° rendre un avis au conseil d'administration sur l'indépendance des candidats au mandat d'administrateur indépendant et sur la nomination de l'administrateur délégué et, le cas échéant, sur les membres du comité de direction;
Dans le cas où le conseil d'administration ne suit pas l'avis du comité de gouvernance d'entreprise en ce qui concerne la nomination des administrateurs indépendants, le conseil motive sa décision après avoir consulté préalablement le Président de la Commission bancaire, financière et des Assurances, lequel requiert l'avis de la Commission si le défaut d'indépendance allégué concerne des producteurs et fournisseurs de gaz naturel;
Dans le cas où, en proposant à l'assemblée générale des actionnaires des candidats au mandat d'administrateur indépendant, au mandat d'administrateur délégué et, le cas échéant des membres du comité de direction, le conseil d'administration ne suit pas l'avis du comité de gouvernance d'entreprise, le conseil motive sa proposition après avoir consulté le président de la Commission bancaire, financière et des Assurances;
2° se prononcer sur les cas d'incompatibilité dans le chef des membres de la direction et du personnel;
3° veiller à l'application des dispositions du présent article, en évaluer l'efficacité au regard des objectifs d'indépendance et d'impartialité des gestionnaires tel que défini dans le code de bonne conduite et soumettre chaque année un rapport à ce sujet à la Commission.
§ 6. Après avis du comité de gouvernance d'entreprise, le conseil d'administration nomme un administrateur délégué ou un président du comité de direction conformément à l'article 524bis du Code des Sociétés.
§ 7. Après avis du comité de gouvernance d'entreprise, l'administrateur délégué ou le président du comité de direction propose au conseil d'administration la nomination des membres du comité de direction.
Les dispositions du présent paragraphe ne s'appliquent pour la première fois qu'aux nominations et renouvellements de mandats postérieurs à l'entrée en vigueur du présent article.
§ 8. Le conseil d'administration exerce notamment les pouvoirs suivants :
1° il définit la politique générale de la société;
2° il exerce les pouvoirs qui lui sont attribués par ou en vertu du Code des Sociétés ou qui lui sont délégués sans préjudice des pouvoirs délégués ou attribués respectivement à l'administrateur délégué ou, le cas échéant, au comité de direction;
3° il assure une surveillance générale sur l'administrateur délégué et le comité de direction dans le respect des restrictions légales en ce qui concerne l'accès aux données commerciales et autres données confidentielles relatives aux utilisateurs du réseau de transport de gaz naturel, de l'installation de stockage de gaz naturel et de l'installation de GNL et au traitement de celles-ci;
§ 9. L'administrateur délégué ou le président du comité de direction et son comité de direction, exercent notamment les pouvoirs suivants :
1° la gestion journalière des gestionnaires;
2° les autres pouvoirs délégués par le conseil d'administration;
3° les pouvoirs qui leurs sont attribués statutairement.
Ces derniers sont choisis en partie pour leurs connaissances en matière de gestion financière et en partie pour leurs connaissances utiles en matière technique et, particulièrement pour leur connaissance pertinente du secteur de l'énergie.
La commission rend un avis conforme relatif à l'indépendance des administrateurs indépendants et ce, au plus tard dans les trente jours de la réception de la notification de la nomination de ces administrateurs indépendants par l'organe compétent du gestionnaire.
Le conseil d'administration est composé pour un tiers au moins de membres de sexe différent de celui des autres membres.
Les gestionnaires ne peuvent détenir, directement ou indirectement, des droits d'associé, quelle qu'en soit la forme, dans une entreprise de fourniture ou de production de gaz ou d'électricité. Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel peut prendre une participation dans une entreprise gérant un réseau de transport de gaz naturel étranger d'un autre Etat membre de la Communauté européenne, pour autant que cette entreprise corresponde à l'une des formes juridiques fixées par la Directive 2009/73/CE et qu'une telle participation procure les mêmes garanties que celles présentes dans le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel en vertu de la présente loi. Le gestionnaire du réseau de transport communique à la commission une telle participation ainsi que toute modification y afférente.]2
[1 § 1er/1. [2 Les entreprises de fourniture de gaz naturel, les entreprises de production de gaz naturel, les producteurs d'électricité, les fournisseurs d'électricité ou les intermédiaires ne peuvent détenir seuls ou conjointement, directement ou indirectement, aucune part du capital de la société ni aucune action de la société. Les actions de ces entreprises ne peuvent être assorties d'un droit de vote.]2
[2 Les entreprises actives, directement ou indirectement, dans la production et/ou la fourniture de gaz ou d'électricité ne peuvent pas désigner les membres du conseil d'administration, des comités constitués en son sein, du comité de direction du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, et de tout autre organe représentant légalement la société.
Une même personne physique n'est pas autorisée à être membre du conseil de surveillance, du conseil d'administration ou des organes représentant légalement l'entreprise, et simultanément d'une entreprise assurant la production ou la fourniture de gaz naturel et du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel.]2
Les statuts de la société et les conventions d'actionnaires ne peuvent octroyer de droits particuliers aux producteurs, titulaires d'une autorisation de fourniture ou intermédiaires ou aux entreprises liées aux entreprises concernées.
La commission vérifie si la convention éventuelle conclue entre les actionnaires du gestionnaire respecte les critères minimaux, stipulés dans l'article 8/5 en matière d'indépendance et les mesures prises en accord de l'article 15/5undecies, § 1er, alinéa 2, 3° et 5°, en matière de confidentialité et de non-discrimination.]1
[2 § 1er/2. La ou les mêmes personnes ne sont pas autorisées :
a) à exercer un contrôle direct ou indirect sur une entreprise assurant, directement ou indirectement, une des fonctions suivantes : production ou fourniture de gaz naturel ou d'électricité, et un contrôle direct ou indirect ou un quelconque pouvoir sur le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et/ou le gestionnaire d'installation de GNL;
b) à exercer un contrôle direct ou indirect sur le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et/ou le gestionnaire d'installation de GNL, et un contrôle direct ou indirect ou un quelconque pouvoir sur une entreprise assurant, directement et indirectement, une des fonctions suivantes : production ou fourniture de gaz naturel ou d'électricité.
Les pouvoirs visés à l'alinéa 1er, a) et b), visent en particulier :
(i) le pouvoir d'exercer des droits de vote, ou
(ii) le pouvoir de désigner les membres du conseil d'administration, du comité de direction ou de tout organe représentant légalement l'entreprise, ou
(iii) la détention d'une part majoritaire.
§ 1er/3. Les gestionnaires désignés comptent au sein de leurs conseils d'administration et comités de direction deux commissaires du gouvernement dont les pouvoirs sont arrêtés par l'arrêté royal du 16 juin 1994 instituant au profit de l'Etat une action spécifique de Distrigaz et la loi du 26 juin 2002 portant réglementation des droits spéciaux attachés aux actions spécifiques au profit de l'Etat dans la SA Distrigaz et la SA Fluxys. Ces deux commissaires sont issus de deux rôles linguistiques différents. Par dérogation à l'arrêté royal du 16 juin 1994 instituant au profit de l'Etat une action spécifique de Distrigaz et à la loi du 26 juin 2002 portant réglementation des droits spéciaux attachés aux actions spécifiques au profit de l'Etat dans la SA Distrigaz et la SA Fluxys, les commissaires nommés en application de ces dispositions sont nommés par le Conseil des ministres. Les droits spéciaux au sein des gestionnaires susvisés sont exercés par le ministre ayant l'énergie dans ses attributions.
§ 1er/4. L'action spéciale en faveur de l'état dans la SA Distrigaz, telle que mentionnée au § 1/3 et dans la loi du 26 juin 2002 portant réglementation des droits spéciaux attachés aux actions spécifiques au profit de l'Etat dans la SA Distrigaz et la SA Fluxys est supprimée, uniquement en ce qui concerne la SA Distrigaz.]2
§ 2. Le conseil d'administration constitue en son sein au moins un comité d'audit, un comité de rémunération et un comité de gouvernance d'entreprise. Les comités sont composés d'au moins trois membres.
Le comité d'audit, le comité de rémunération et tout autre comité constitué au sein du conseil d'administration sont composés exclusivement d'administrateurs non-exécutifs et pour un tiers au moins d'administrateurs indépendants.
Le comité de gouvernance d'entreprise est composé d'au moins deux tiers d'administrateurs indépendants. La présidence sera assurée par un administrateur indépendant.
§ 3. Le comité d'audit est chargé des tâches suivantes :
1° examiner les comptes et assurer le contrôle du budget;
2° assurer le suivi des travaux d'audit;
3° évaluer la fiabilité de l'information financière;
4° organiser et surveiller le contrôle interne;
5° vérifier l'efficacité des systèmes internes de gestion des risques.
Le comité d'audit a le pouvoir d'enquêter dans toute matière qui relève de ses attributions, dans le respect des restrictions légales en ce qui concerne l'accès aux données commerciales et autres données confidentielles relatives aux utilisateurs du réseau de transport de gaz naturel, de l'installation de stockage de gaz naturel et de l'installation de GNL. A cette fin, il dispose des ressources nécessaires, a accès à toute information, à l'exception des données commerciales relatives aux utilisateurs du réseau, et peut demander des avis d'experts internes et externes des attributions dans le respect des restriction légales.
§ 4. Le comité de rémunération est chargé, le cas échéant, de formuler des recommandations à l'intention du conseil d'administration au sujet de la rémunération des membres du comité de direction et de l'administrateur délégué, en tenant compte de l'article 8/5, 4°.
§ 5. Le comité de gouvernance d'entreprise est, le cas échéant, chargé des tâches suivantes :
1° rendre un avis au conseil d'administration sur l'indépendance des candidats au mandat d'administrateur indépendant et sur la nomination de l'administrateur délégué et, le cas échéant, sur les membres du comité de direction;
Dans le cas où le conseil d'administration ne suit pas l'avis du comité de gouvernance d'entreprise en ce qui concerne la nomination des administrateurs indépendants, le conseil motive sa décision après avoir consulté préalablement le Président de la Commission bancaire, financière et des Assurances, lequel requiert l'avis de la Commission si le défaut d'indépendance allégué concerne des producteurs et fournisseurs de gaz naturel;
Dans le cas où, en proposant à l'assemblée générale des actionnaires des candidats au mandat d'administrateur indépendant, au mandat d'administrateur délégué et, le cas échéant des membres du comité de direction, le conseil d'administration ne suit pas l'avis du comité de gouvernance d'entreprise, le conseil motive sa proposition après avoir consulté le président de la Commission bancaire, financière et des Assurances;
2° se prononcer sur les cas d'incompatibilité dans le chef des membres de la direction et du personnel;
3° veiller à l'application des dispositions du présent article, en évaluer l'efficacité au regard des objectifs d'indépendance et d'impartialité des gestionnaires tel que défini dans le code de bonne conduite et soumettre chaque année un rapport à ce sujet à la Commission.
§ 6. Après avis du comité de gouvernance d'entreprise, le conseil d'administration nomme un administrateur délégué ou un président du comité de direction conformément à l'article 524bis du Code des Sociétés.
§ 7. Après avis du comité de gouvernance d'entreprise, l'administrateur délégué ou le président du comité de direction propose au conseil d'administration la nomination des membres du comité de direction.
Les dispositions du présent paragraphe ne s'appliquent pour la première fois qu'aux nominations et renouvellements de mandats postérieurs à l'entrée en vigueur du présent article.
§ 8. Le conseil d'administration exerce notamment les pouvoirs suivants :
1° il définit la politique générale de la société;
2° il exerce les pouvoirs qui lui sont attribués par ou en vertu du Code des Sociétés ou qui lui sont délégués sans préjudice des pouvoirs délégués ou attribués respectivement à l'administrateur délégué ou, le cas échéant, au comité de direction;
3° il assure une surveillance générale sur l'administrateur délégué et le comité de direction dans le respect des restrictions légales en ce qui concerne l'accès aux données commerciales et autres données confidentielles relatives aux utilisateurs du réseau de transport de gaz naturel, de l'installation de stockage de gaz naturel et de l'installation de GNL et au traitement de celles-ci;
§ 9. L'administrateur délégué ou le président du comité de direction et son comité de direction, exercent notamment les pouvoirs suivants :
1° la gestion journalière des gestionnaires;
2° les autres pouvoirs délégués par le conseil d'administration;
3° les pouvoirs qui leurs sont attribués statutairement.
(NOTA : bij arrest nr 117/2013 van 07-08-2013( B.S. 27-09-2013, eerste editie, p. 68336-68380), heeft het Grondwettelijk Hof de woord « natuurlijke » in artikel 8/3, § 1/1, derde lid vernietigd)
(NOTE : par son arrêt n°117/2013 du 07-08-2013 (M.B. 27-09-2013, première édition, p. 68294-68336), la Cour constitutionnelle a annulé le mot « physique à l'article 8/3, § 1, L 3)
Art. 8/4. Indien de beheerder van het aardgasvervoersnet tot een verticaal geïntegreerde onderneming behoort, moet hij onafhankelijk zijn, tenminste wat zijn rechtsvorm, zijn organisatie en zijn beslissingsproces betreft, van andere activiteiten die niet gebonden zijn aan de vervoersactiviteit.
Art. 8/4. Si le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel fait partie d'une entreprise intégrée verticalement, il doit être indépendant, au moins en ce qui concerne sa forme légale, son organisation et son processus de décision, des autres activités non liées à l'activité de transport.
Art. 8/5. Teneinde de onafhankelijkheid van de in artikel 8/4 bedoelde beheerder van het aardgasvervoersnet te waarborgen, gelden de volgende minimumcriteria :
1° De personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer mogen geen deel uitmaken van de structuren van de geïntegreerde aardgasonderneming die rechtstreeks of onrechtstreeks belast zijn met het dagelijks beheer van de productie-, de distributie- en de leveringsactiviteiten van aardgas.
2° Er worden passende maatregelen genomen om er voor te zorgen dat rekening wordt gehouden met de professionele belangen van de in 1 bedoelde personen, op zodanige wijze dat gewaarborgd is dat zij in alle onafhankelijkheid kunnen functioneren.
3° De beheerder van het aardgasvervoersnet beschikt over effectieve bevoegdheden om, onafhankelijk van zijn aandeelhouders, besluiten te nemen met betrekking tot de activa die nodig zijn voor de exploitatie, het onderhoud en de ontwikkeling van het vervoersnet.
4° De beheerder van het aardgasvervoersnet mag van zijn moedermaatschappij geen instructies ontvangen betreffende het dagelijks beheer, noch wat betreft de individuele beslissingen met betrekking tot de bouw of de modernisering van de aardgasvervoersleidingen die de grenzen van het jaarlijkse globale budget of van gelijk welk gelijkaardig document dat deze heeft goedgekeurd, niet overschrijden.
1° De personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer mogen geen deel uitmaken van de structuren van de geïntegreerde aardgasonderneming die rechtstreeks of onrechtstreeks belast zijn met het dagelijks beheer van de productie-, de distributie- en de leveringsactiviteiten van aardgas.
2° Er worden passende maatregelen genomen om er voor te zorgen dat rekening wordt gehouden met de professionele belangen van de in 1 bedoelde personen, op zodanige wijze dat gewaarborgd is dat zij in alle onafhankelijkheid kunnen functioneren.
3° De beheerder van het aardgasvervoersnet beschikt over effectieve bevoegdheden om, onafhankelijk van zijn aandeelhouders, besluiten te nemen met betrekking tot de activa die nodig zijn voor de exploitatie, het onderhoud en de ontwikkeling van het vervoersnet.
4° De beheerder van het aardgasvervoersnet mag van zijn moedermaatschappij geen instructies ontvangen betreffende het dagelijks beheer, noch wat betreft de individuele beslissingen met betrekking tot de bouw of de modernisering van de aardgasvervoersleidingen die de grenzen van het jaarlijkse globale budget of van gelijk welk gelijkaardig document dat deze heeft goedgekeurd, niet overschrijden.
Art. 8/5. Afin de garantir l'indépendance du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, visé à l'article 8/4, les critères minimaux suivants sont en vigueur :
1° Les personnes responsables de la gestion ne peuvent pas faire partie des structures de l'entreprise intégrée de gaz naturel qui sont directement ou indirectement chargées de la gestion quotidienne des activités de production, de distribution et de fourniture de gaz naturel.
2° Des mesures appropriées doivent être prises pour que les intérêts professionnels des personnes, visées au 1, soient pris en considération de manière à leur permettre d'agir en toute indépendance.
3° Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel dispose de pouvoirs effectifs afin de prendre, indépendamment de ses actionnaires, des décisions en ce qui concerne les éléments d'actifs nécessaires pour l'exploitation, l'entretien et le développement du réseau de transport.
4° Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel ne peut recevoir de sa société mère d'instructions au sujet de la gestion journalière ni en ce qui concerne des décisions individuelles relatives à la construction ou à la modernisation de canalisations de transport de gaz naturel qui n'excèdent pas les limites du budget global annuel que celle-ci a approuvé ou de tout document équivalent.
1° Les personnes responsables de la gestion ne peuvent pas faire partie des structures de l'entreprise intégrée de gaz naturel qui sont directement ou indirectement chargées de la gestion quotidienne des activités de production, de distribution et de fourniture de gaz naturel.
2° Des mesures appropriées doivent être prises pour que les intérêts professionnels des personnes, visées au 1, soient pris en considération de manière à leur permettre d'agir en toute indépendance.
3° Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel dispose de pouvoirs effectifs afin de prendre, indépendamment de ses actionnaires, des décisions en ce qui concerne les éléments d'actifs nécessaires pour l'exploitation, l'entretien et le développement du réseau de transport.
4° Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel ne peut recevoir de sa société mère d'instructions au sujet de la gestion journalière ni en ce qui concerne des décisions individuelles relatives à la construction ou à la modernisation de canalisations de transport de gaz naturel qui n'excèdent pas les limites du budget global annuel que celle-ci a approuvé ou de tout document équivalent.
Art. 8/5bis. [1 De beheerders behandelen de commercieel gevoelige informatie waarvan zij kennis krijgen bij de uitoefening van hun activiteiten vertrouwelijk en zorgen ervoor dat geen informatie over deze activiteiten, die commercieel gunstig kan zijn, op discriminerende wijze wordt vrijgegeven.
De beheerders bezorgen geen van de bovengenoemde informatiegegevens aan ondernemingen die werkzaam zijn in de productie en de levering van gas.
Zij zullen ook hun eigen personeel niet aan die ondernemingen overdragen.
Wanneer de beheerders aardgas verkopen aan, of aankopen van een verbonden of geassocieerde onderneming, maken zij geen misbruik van de commercieel gevoelige informatie die zij van derden hebben verkregen in het kader van de verlening van of de onderhandelingen over toegang tot het aardgasvervoersnet.
De informatie die noodzakelijk is voor een efficiënte concurrentie en voor een goede marktwerking wordt openbaar gemaakt. Deze verplichting doet geen afbreuk aan de bescherming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie.]1
De beheerders bezorgen geen van de bovengenoemde informatiegegevens aan ondernemingen die werkzaam zijn in de productie en de levering van gas.
Zij zullen ook hun eigen personeel niet aan die ondernemingen overdragen.
Wanneer de beheerders aardgas verkopen aan, of aankopen van een verbonden of geassocieerde onderneming, maken zij geen misbruik van de commercieel gevoelige informatie die zij van derden hebben verkregen in het kader van de verlening van of de onderhandelingen over toegang tot het aardgasvervoersnet.
De informatie die noodzakelijk is voor een efficiënte concurrentie en voor een goede marktwerking wordt openbaar gemaakt. Deze verplichting doet geen afbreuk aan de bescherming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie.]1
Art. 8/5bis. [1 Les gestionnaires préservent la confidentialité des informations commercialement sensibles dont ils ont connaissance au cours de l'exécution de leurs activités et empêchent que des informations sur ces activités, qui peuvent être commercialement avantageuses, soient divulguées de manière discriminatoire.
Les gestionnaires s'abstiennent de transférer les informations susvisées à des entreprises actives dans la production et la fourniture de gaz.
Ils s'abstiennent également de transférer leur personnel à de telles entreprises.
Les gestionnaires, lorsqu'ils vendent ou achètent du gaz à une entreprise liée ou associée, n'exploitent pas de façon abusive les informations commercialement sensibles obtenues de tiers lors de l'octroi de leur accès au réseau ou de la négociation de leur accès au réseau.
Les informations nécessaires à une concurrence effective et au bon fonctionnement du marché sont rendues publiques. Cette obligation ne porte pas atteinte à la protection de la confidentialité des informations commercialement sensibles.]1
Les gestionnaires s'abstiennent de transférer les informations susvisées à des entreprises actives dans la production et la fourniture de gaz.
Ils s'abstiennent également de transférer leur personnel à de telles entreprises.
Les gestionnaires, lorsqu'ils vendent ou achètent du gaz à une entreprise liée ou associée, n'exploitent pas de façon abusive les informations commercialement sensibles obtenues de tiers lors de l'octroi de leur accès au réseau ou de la négociation de leur accès au réseau.
Les informations nécessaires à une concurrence effective et au bon fonctionnement du marché sont rendues publiques. Cette obligation ne porte pas atteinte à la protection de la confidentialité des informations commercialement sensibles.]1
Modifications
Art. 8/6. [1 De artikel en 8, 8/1, 8/2, 8/3, 8/4, 8/5 en 8/5bis zijn van toepassing op de gecombineerde netbeheerder.]1
Modifications
Art. 8/6. [1 Les articles 8, 8/1, 8/2, 8/3, 8/4, 8/5 et 8/5bis s'appliquent au gestionnaire de réseau combiné.]1
Modifications
HOOFDSTUK IV. - (Rechten en verplichtingen van de houder van een vervoersvergunning en van de beheerders)
CHAPITRE IV. - (Droits et obligations du titulaire d'autorisation de transport et des gestionnaires)
Afdeling I. [1 Rechten en verplichtingen ingevolge de vervoervergunning, verklaring van openbaar nut en wijziging van het tracé]1
Section 1re. - [1 Droits et Obligations découlant de l'autorisation de transport, déclaration d'utilité publique et modification du tracé]1
Art. 8/7. [1 Onder voorbehoud van artikel 4 worden alle vervoerinstallaties, ongeacht de begunstigde ervan, en alle werken uitgevoerd voor de aanleg en de uitbating van deze installaties, op onweerlegbare wijze geacht van openbaar nut te zijn.
De Koning bepaalt de nadere regels van het eerste lid van dit artikel.]1
De Koning bepaalt de nadere regels van het eerste lid van dit artikel.]1
Art. 8/7. [1 Sans préjudice de l'article 4 les installations de transport, quel qu'en soit le bénéficiaire, et tous les travaux réalisés aux fins de l'installation et de l'exploitation de celles-ci, sont réputés, de manière irréfragable, d'utilité publique.
Le Roi définit les modalités de l'alinéa 1er du présent article.]1
Le Roi définit les modalités de l'alinéa 1er du présent article.]1
Art. 9. De (houder van een vervoervergunning) heeft het recht alle werken uit te voeren, onder, op of boven het openbaar domein, die nodig zijn voor de oprichting, de werking en het onderhoud in goede staat van de gasvervoerinstallaties. Deze werken moeten worden uitgevoerd overeenkomstig (de voorwaarden die in de vervoervergunning zijn vermeld), en met inachtneming van alle ter zake geldende wets- en verordeningsbepalingen.
Wanneer 's lands belang het vereist, heeft de Koning het recht de ligging of het tracé van de gasvervoerinstallatie en de desbetreffende werken te doen wijzigen. De kosten van deze wijzigingen komen ten laste van degene die de gasvervoerinstallatie exploiteert.
Ditzelfde recht bezitten ook de Staat, de provincie en de gemeente ten aanzien van de gasvervoerinstallaties op hun openbaar domein opgericht. De aldus verrichte wijzigingen geschieden op kosten van degene die de gasvervoerinstallatie exploiteert, indien zij zijn opgelegd hetzij terwille van de openbare veiligheid, hetzij terwille van de vrijwaring van het landschapsschoon, hetzij in het belang van een openbare dienst of van de waterlopen, kanalen en openbare wegen, hetzij wegens verandering in de toegangen tot de eigendommen gelegen langs de openbare weg. In de andere gevallen komen de kosten ten laste van de Staat, de provincie of de gemeente; deze laatste kunnen dan een voorafgaande prijsberekening vragen; als er onenigheid is over de prijs van de uit te voeren werken, kunnen zij ze zelf uitvoeren.
Wanneer 's lands belang het vereist, heeft de Koning het recht de ligging of het tracé van de gasvervoerinstallatie en de desbetreffende werken te doen wijzigen. De kosten van deze wijzigingen komen ten laste van degene die de gasvervoerinstallatie exploiteert.
Ditzelfde recht bezitten ook de Staat, de provincie en de gemeente ten aanzien van de gasvervoerinstallaties op hun openbaar domein opgericht. De aldus verrichte wijzigingen geschieden op kosten van degene die de gasvervoerinstallatie exploiteert, indien zij zijn opgelegd hetzij terwille van de openbare veiligheid, hetzij terwille van de vrijwaring van het landschapsschoon, hetzij in het belang van een openbare dienst of van de waterlopen, kanalen en openbare wegen, hetzij wegens verandering in de toegangen tot de eigendommen gelegen langs de openbare weg. In de andere gevallen komen de kosten ten laste van de Staat, de provincie of de gemeente; deze laatste kunnen dan een voorafgaande prijsberekening vragen; als er onenigheid is over de prijs van de uit te voeren werken, kunnen zij ze zelf uitvoeren.
Art. 9. Le (titulaire d'une autorisation de transport) a le droit d'exécuter sous ou sur le domaine public ou au-dessus de celui-ci tous travaux nécessaires à l'établissement, au fonctionnement et à l'entretien en bon état des installations de transport de gaz. Ces travaux doivent être exécutés conformément (aux conditions stipulées dans l'autorisation de transport), et dans le respect de toutes dispositions légales et réglementaires en vigueur en la matière.
Lorsque l'intérêt national le commande, le Roi a le droit de faire modifier l'implantation ou le tracé de l'installation de transport de gaz ainsi que les ouvrages qui s'y rapportent. Le coût de ces modifications est à la charge de l'exploitant de l'installation de transport de gaz.
L'Etat, les provinces et les communes possèdent le même droit en ce qui concerne les installations de transport de gaz établies sur leur domaine public. Les modifications ainsi produites sont réalisées aux frais de l'exploitant de l'installation de transport de gaz lorsqu'elles sont imposées soit pour un motif de sécurité publique, soit pour préserver la beauté d'un site, soit dans l'intérêt d'un service public ou des cours d'eau, canaux et voies publiques, soit en raison de changements apportés aux accès des propriétés situées en bordure de la voie publique. Dans les autres cas, elles sont à la charge de l'Etat, de la province ou de la commune, qui peuvent alors exiger un devis préalable et, en cas de désaccord sur le prix des travaux à exécuter, procéder eux-mêmes à cette exécution.
Lorsque l'intérêt national le commande, le Roi a le droit de faire modifier l'implantation ou le tracé de l'installation de transport de gaz ainsi que les ouvrages qui s'y rapportent. Le coût de ces modifications est à la charge de l'exploitant de l'installation de transport de gaz.
L'Etat, les provinces et les communes possèdent le même droit en ce qui concerne les installations de transport de gaz établies sur leur domaine public. Les modifications ainsi produites sont réalisées aux frais de l'exploitant de l'installation de transport de gaz lorsqu'elles sont imposées soit pour un motif de sécurité publique, soit pour préserver la beauté d'un site, soit dans l'intérêt d'un service public ou des cours d'eau, canaux et voies publiques, soit en raison de changements apportés aux accès des propriétés situées en bordure de la voie publique. Dans les autres cas, elles sont à la charge de l'Etat, de la province ou de la commune, qui peuvent alors exiger un devis préalable et, en cas de désaccord sur le prix des travaux à exécuter, procéder eux-mêmes à cette exécution.
(NOTA : bij arrest nr 08/2016 van 21-01-2016 (B.St. 17-03-2016, p. 18178), heeft het Grondwettelijk Hof het achtste tot elfde lid van artikel 9 vernietigd, ingevoegd bij artikel 23 van W 2014-05-08/23, in zoverre zij van toepassing zijn op het openbaar domein bedoeld in artikel 6, § 1, X, eerste lid, 1° tot 5°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen)
(NOTE : par son arrêt n° 08/2016 du 21-01-2016 (M.B. 17-03-2016, p. 18170), la Cour constitutionnelle a annulé les alinéas 8 à 11 de cet article 9 modifié à une date indéterminée par L 2014-05-08/23, art. 23, en tant qu'ils s'appliquent au domaine public visé à l'article 6,§1, X, alinéa, 1° à 5°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles)
Art. 10. Na onderzoek kan de Koning van openbaar nut verklaren het oprichten van een gasvervoerinstallatie onder, op of boven [1 het geheel of een deel van de private niet bebouwde gronden en die niet volledig omsloten zijn met een ondoordringbare muur of omheining]1.
Deze verklaring van openbaar nut verleent aan (de houder van een vervoervergunning), ten voordele van wie zij wordt gedaan, het recht gasvervoerinstallaties op te richten onder, op of boven deze private gronden, het toezicht op deze installaties te houden en de werken uit te voeren die nodig zijn voor de werking en het onderhoud ervan, onder de voorwaarden welke in die verklaring zijn genoemd.
[1 met de uitvoering van de werken van aanleg van de vervoerinstallatie mag slechts een aanvang worden genomen]1 twee maanden nadat de belanghebbende eigenaars en huurders op de hoogte zijn gebracht bij ter post aangetekend schrijven.
Deze verklaring van openbaar nut verleent aan (de houder van een vervoervergunning), ten voordele van wie zij wordt gedaan, het recht gasvervoerinstallaties op te richten onder, op of boven deze private gronden, het toezicht op deze installaties te houden en de werken uit te voeren die nodig zijn voor de werking en het onderhoud ervan, onder de voorwaarden welke in die verklaring zijn genoemd.
[1 met de uitvoering van de werken van aanleg van de vervoerinstallatie mag slechts een aanvang worden genomen]1 twee maanden nadat de belanghebbende eigenaars en huurders op de hoogte zijn gebracht bij ter post aangetekend schrijven.
Art. 10. Le Roi peut, après enquête, déclarer qu'il y a utilité publique à établir des installations de transport de gaz sous, sur ou au-dessus [1 de tout ou partie de terrains privés non bâtis qui ne sont pas entièrement enclos de murs ou de clôtures infranchissables]1.
Cette déclaration d'utilité publique confère au (titulaire d'une autorisation de transport) au profit de qui elle est faite, le droit d'établir de telles installations sous, sur ou au-dessus de ces terrains privés, d'en assurer la surveillance et exécuter les travaux nécessaires à leur fonctionnement et à leur entretien, le tout aux conditions déterminées dans ladite déclaration.
[1 les travaux de pose des installations de transport ne peuvent être entamés]1 qu'après l'expiration d'un délai de deux mois à dater de la notification qui en est faite aux propriétaires et locataires intéressés, par lettre recommandée à la poste.
Cette déclaration d'utilité publique confère au (titulaire d'une autorisation de transport) au profit de qui elle est faite, le droit d'établir de telles installations sous, sur ou au-dessus de ces terrains privés, d'en assurer la surveillance et exécuter les travaux nécessaires à leur fonctionnement et à leur entretien, le tout aux conditions déterminées dans ladite déclaration.
[1 les travaux de pose des installations de transport ne peuvent être entamés]1 qu'après l'expiration d'un délai de deux mois à dater de la notification qui en est faite aux propriétaires et locataires intéressés, par lettre recommandée à la poste.
Art. 11. [1 Het gebruik waartoe het openbaar domein of privéterreinen die gedeeltelijk worden bezet, is bestemd, moet worden geëerbiedigd.]1 Deze bezetting brengt generlei bezitsberoving mee, maar vormt een wettelijke erfdienstbaarheid van openbaar nut die elke daad verbiedt welke de gasvervoerinstallatie of de exploitatie ervan kan schaden.
[1 ...]1.
[1 ...]1.
[1 ...]1.
[1 ...]1.
Art. 11. [1 L'occupation partielle du domaine public ou des terrains privés doit respecter l'usage auquel ceux-ci sont affectés.]1 Elle n'entraîne aucune dépossession mais est constitutive d'une servitude légale d'utilité publique interdisant tout acte de nature à nuire aux installations de transport de gaz ou à leur exploitation.
[1 ...]1.
[1 ...]1.
[1 ...]1.
[1 ...]1.
Art. 12. [1 De eigenaar van het private erf dat met de erfdienstbaarheid zoals voorzien in artikel 11 is bezwaard, kan binnen de termijn door de Koning bepaald, aan de minister laten weten dat hij aan de gerechtigde van die erfdienstbaarheid vraagt het bezette gedeelte van het terrein aan te kopen.
Wanneer tussen de eigenaar van het bezwaarde erf en de houder van een vervoervergunning geen overeenstemming wordt bereikt over een verkoop in der minne, is het hiernavolgende artikel 14 van toepassing.
De vervoerinstallaties moeten worden verplaatst of, zo nodig, weggenomen op verzoek van de eigenaar van het bezwaarde erf of van degene die het recht heeft om er bouwwerken op uit te voeren of om het te omsluiten met een ondoordringbare muur of omheining.
Indien de betrokkenen waarvan sprake in het derde lid dit recht uitoefenen zonder de verplaatsing of het wegnemen van de vervoerinstallaties te eisen, behoudt de gerechtigde op de erfdienstbaarheid het recht om het toezicht op deze installaties uit te oefenen en om de werken uit te voeren die nodig zijn voor hun werking, hun onderhoud en hun herstelling.
De kosten veroorzaakt door het verplaatsen of wegnemen van de vervoerinstallaties komen ten laste van de gerechtigde op de erfdienstbaarheid; echter, de in het derde lid vermelde personen moeten minstens zes maanden voor zij de voorgenomen werken aanvangen, de gerechtigde op de erfdienstbaarheid hiervan schriftelijk verwittigen.]1
Wanneer tussen de eigenaar van het bezwaarde erf en de houder van een vervoervergunning geen overeenstemming wordt bereikt over een verkoop in der minne, is het hiernavolgende artikel 14 van toepassing.
De vervoerinstallaties moeten worden verplaatst of, zo nodig, weggenomen op verzoek van de eigenaar van het bezwaarde erf of van degene die het recht heeft om er bouwwerken op uit te voeren of om het te omsluiten met een ondoordringbare muur of omheining.
Indien de betrokkenen waarvan sprake in het derde lid dit recht uitoefenen zonder de verplaatsing of het wegnemen van de vervoerinstallaties te eisen, behoudt de gerechtigde op de erfdienstbaarheid het recht om het toezicht op deze installaties uit te oefenen en om de werken uit te voeren die nodig zijn voor hun werking, hun onderhoud en hun herstelling.
De kosten veroorzaakt door het verplaatsen of wegnemen van de vervoerinstallaties komen ten laste van de gerechtigde op de erfdienstbaarheid; echter, de in het derde lid vermelde personen moeten minstens zes maanden voor zij de voorgenomen werken aanvangen, de gerechtigde op de erfdienstbaarheid hiervan schriftelijk verwittigen.]1
Art. 12. [1 Le propriétaire du fonds privé grevé de la servitude prévue à l'article 11 peut, dans le délai fixé par le Roi, informer le ministre qu'il demande au bénéficiaire de cette servitude d'acheter la partie occupée du terrain.
Si aucun accord de vente amiable n'intervient entre le propriétaire du fonds grevé et le titulaire d'une autorisation de transport, les dispositions de l'article 14 ci-après trouvent application.
Les installations de transport de gaz doivent être déplacées et, s'il y a lieu, enlevées à la requête du propriétaire du fonds grevé ou de celui qui est en droit d'y ériger des constructions ou de l'enclore d'un mur infranchissable ou d'une clôture.
Si les intéressés dont mention à l'alinéa 3 usent de ce droit sans exiger le déplacement ou l'enlèvement des installations de transport de gaz, le bénéficiaire de la servitude conserve le droit d'exercer la surveillance de ces installations et d'exécuter les travaux nécessaires à leur fonctionnement, à leur entretien et à leur réparation.
Les coûts du déplacement ou de l'enlèvement des installations de transport sont à la charge du bénéficiaire de la servitude. Les personnes toutefois mentionnées à l'alinéa 3 sont tenues de prévenir le bénéficiaire de la servitude par écrit au moins six mois avant d'entreprendre les travaux projetés.]1
Si aucun accord de vente amiable n'intervient entre le propriétaire du fonds grevé et le titulaire d'une autorisation de transport, les dispositions de l'article 14 ci-après trouvent application.
Les installations de transport de gaz doivent être déplacées et, s'il y a lieu, enlevées à la requête du propriétaire du fonds grevé ou de celui qui est en droit d'y ériger des constructions ou de l'enclore d'un mur infranchissable ou d'une clôture.
Si les intéressés dont mention à l'alinéa 3 usent de ce droit sans exiger le déplacement ou l'enlèvement des installations de transport de gaz, le bénéficiaire de la servitude conserve le droit d'exercer la surveillance de ces installations et d'exécuter les travaux nécessaires à leur fonctionnement, à leur entretien et à leur réparation.
Les coûts du déplacement ou de l'enlèvement des installations de transport sont à la charge du bénéficiaire de la servitude. Les personnes toutefois mentionnées à l'alinéa 3 sont tenues de prévenir le bénéficiaire de la servitude par écrit au moins six mois avant d'entreprendre les travaux projetés.]1
Art. 13. De gerechtigde op de erfdienstbaarheid, bepaald in artikel 11, is verplicht een vergoeding te betalen aan de eigenaar van het erf dat met deze erfdienstbaarheid bezwaard is of aan hen die de werkelijke rechten bezitten welke aan dit erf verbonden zijn.
Deze vergoeding kan ineens uitbetaald worden, en geldt dan als een forfaitaire vergoeding; zij kan ook worden uitbetaald in de vorm van een jaarlijkse vooruit te betalen uitkering.
De (houder van een vervoervergunning) moet bovendien de schade vergoeden die berokkend wordt door de werken welke hij uitvoert voor de oprichting of gedurende de exploitatie van zijn gasvervoerinstallaties, alsook de schade aan derden berokkend, hetzij uit hoofde van de werken, hetzij door de benuttiging van het erf dat met de erfdienstbaarheid bezwaard is; de vergoedingen voor de berokkende schade komen volledig ten laste van deze houder; zij zijn verschuldigd aan de personen aan wie de schade berokkend wordt; hun bedrag wordt vastgesteld hetzij in der minne, hetzij door de rechtbanken.
Deze vergoeding kan ineens uitbetaald worden, en geldt dan als een forfaitaire vergoeding; zij kan ook worden uitbetaald in de vorm van een jaarlijkse vooruit te betalen uitkering.
De (houder van een vervoervergunning) moet bovendien de schade vergoeden die berokkend wordt door de werken welke hij uitvoert voor de oprichting of gedurende de exploitatie van zijn gasvervoerinstallaties, alsook de schade aan derden berokkend, hetzij uit hoofde van de werken, hetzij door de benuttiging van het erf dat met de erfdienstbaarheid bezwaard is; de vergoedingen voor de berokkende schade komen volledig ten laste van deze houder; zij zijn verschuldigd aan de personen aan wie de schade berokkend wordt; hun bedrag wordt vastgesteld hetzij in der minne, hetzij door de rechtbanken.
Art. 13. Le bénéficiaire de la servitude prévue à l'article 11 est tenu au paiement d'une indemnité au profit du propriétaire du fonds grevé de cette servitude ou de détenteurs de droits réels attachés à ce fonds.
Cette indemnité peut faire l'objet d'un paiement unique, auquel cas elle tient lieu d'indemnité forfaitaire; elle est également payable sous la forme d'une redevance annuelle à régler par anticipation.
Le (titulaire d'une autorisation de transport) est en outre tenu à réparation des dommages causés par les travaux auxquels il a procédé lors de l'établissement ou de l'exploitation de ses installations, ainsi qu'à l'indemnisation des dommages causés à des tiers, soit du fait de ses travaux, soit de l'utilisation du fond grevé de la servitude; les indemnités du chef des dommages causés sont entièrement à charge de ce titulaire; elle sont dues aux personnes qui subissent ces dommages; leur montant est déterminé soit à l'amiable, soit par les tribunaux.
Cette indemnité peut faire l'objet d'un paiement unique, auquel cas elle tient lieu d'indemnité forfaitaire; elle est également payable sous la forme d'une redevance annuelle à régler par anticipation.
Le (titulaire d'une autorisation de transport) est en outre tenu à réparation des dommages causés par les travaux auxquels il a procédé lors de l'établissement ou de l'exploitation de ses installations, ainsi qu'à l'indemnisation des dommages causés à des tiers, soit du fait de ses travaux, soit de l'utilisation du fond grevé de la servitude; les indemnités du chef des dommages causés sont entièrement à charge de ce titulaire; elle sont dues aux personnes qui subissent ces dommages; leur montant est déterminé soit à l'amiable, soit par les tribunaux.
Art. 14. De (houder van een vervoervergunning), ten voordele van wie een koninklijk besluit van verklaring van openbaar nut is vastgesteld, kan, wanneer hij het vraagt en binnen de perken van dit laatste besluit door de Koning worden gemachtigd in naam van de Staat maar op eigen kosten de nodige onteigeningen te verrichten. De spoedprocedure bepaald in artikel 5 van de wet van 26 juli 1962 betreffende de onteigeningen ten algemenen nutte en de concessies voor de bouw van de autosnelwegen is van toepassing op deze onteigeningen.
Art. 14. Le (titulaire d'une autorisation de transport), au profit duquel un arrêté royal de déclaration d'utilité publique a été pris, peut, sur sa demande et dans les limites de cet arrêté, être autorisé par le Roi à poursuivre au nom de l'Etat mais à ses frais les expropriations nécessaires. La procédure d'urgence prévue à l'article 5 de la loi du 26 juillet 1962 relative aux expropriations pour cause d'utilité publique et aux concessions en vue de la construction des autoroutes, est applicable à ces expropriations.
Art. 15. De (houder van een vervoervergunning) is verplicht zonder verwijl gevolg te geven aan elk met redenen omkleed verzoek van de bevoegde overheid om binnen de termijn van achtenveertig uur een einde te maken aan de stoornissen of schadelijke gevolgen die uit zijn gasvervoerexploitatie voortvloeien.
Wanneer aan deze stoornissen of schadelijke gevolgen geen einde is gemaakt binnen de gestelde termijn, neemt de Minister tot wiens bevoegdheid de energie behoort zelf de nodige maatregelen; zo nodig, geeft hij bevel tot wijziging of tot verplaatsing van de gasvervoerinstallaties. De bevelen van de Minister worden uitgevoerd op kosten en risico van de betrokken (vervoeronderneming).
(De houder van een vervoersvergunning met betrekking tot andere producten dan aardgas dient zijn vervoerinstallaties te onderhouden en te ontwikkelen tegen economisch aanvaardbare voorwaarden en met eerbiediging van het leefmilieu.)
Wanneer aan deze stoornissen of schadelijke gevolgen geen einde is gemaakt binnen de gestelde termijn, neemt de Minister tot wiens bevoegdheid de energie behoort zelf de nodige maatregelen; zo nodig, geeft hij bevel tot wijziging of tot verplaatsing van de gasvervoerinstallaties. De bevelen van de Minister worden uitgevoerd op kosten en risico van de betrokken (vervoeronderneming).
(De houder van een vervoersvergunning met betrekking tot andere producten dan aardgas dient zijn vervoerinstallaties te onderhouden en te ontwikkelen tegen economisch aanvaardbare voorwaarden en met eerbiediging van het leefmilieu.)
Art. 15. Le (titulaire d'une autorisation de transport) est tenu de déférer, sans délai, à toute demande motivée de l'autorité compétente aux fins de faire cesser, dans le délai de quarante-huit heures les perturbations ou conséquences dommageables qui résultent de son exploitation de transport de gaz.
S'il n'est pas mis un terme à ces perturbations ou conséquences dommageables dans le délai fixé, le Ministre qui a l'énergie dans ses attributions prend lui-même les mesures qui s'imposent; il ordonne, s'il y a lieu, la modification ou le déplacement des installations de transport de gaz. Les ordonnances du Ministre sont exécutées aux frais, risques et périls (de l'entreprise de transport intéressée).
(Le titulaire d'une autorisation de transport relative à d'autres produits que le gaz naturel doit entretenir et développer ses installations de transport dans des conditions économiquement acceptables et dans le respect de l'environnement.)
S'il n'est pas mis un terme à ces perturbations ou conséquences dommageables dans le délai fixé, le Ministre qui a l'énergie dans ses attributions prend lui-même les mesures qui s'imposent; il ordonne, s'il y a lieu, la modification ou le déplacement des installations de transport de gaz. Les ordonnances du Ministre sont exécutées aux frais, risques et périls (de l'entreprise de transport intéressée).
(Le titulaire d'une autorisation de transport relative à d'autres produits que le gaz naturel doit entretenir et développer ses installations de transport dans des conditions économiquement acceptables et dans le respect de l'environnement.)
Afdeling II. - Beheerder van het aardgasvervoersnet, beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en beheerder van de LNG-installatie
Section II. - Gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et gestionnaire d'installation de GNL
Art. 15/1. § 1. De beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie zijn respectievelijk gehouden :
1° de installaties, waarvan zij van rechtswege eigenaar zijn of waarop zij een recht hebben dat hun het genot garandeert van de infrastructuren en toestellen, te exploiteren, te onderhouden en te ontwikkelen op economisch aanvaardbare, veilige, betrouwbare en efficiënte wijze [1 en de gepaste middelen te verzekeren om aan de verplichtingen inzake de ondersteunende diensten te beantwoorden]1;
2° de installaties, rechtstreeks verbonden aan het aardgasvervoersnetwerk en waarvan zij geen eigenaar zijn of waarop zij geen recht hebben als bedoeld in 1, die het voorwerp hebben uitgemaakt van een vervoersvergunning na de aanstelling van de beheerders, te exploiteren, te onderhouden en te ontwikkelen op economisch aanvaardbare, veilige, betrouwbare en efficiënte wijze overeenkomstig deze wet en die niet bedoeld worden in 1 [1 en de gepaste middelen te verzekeren om aan de verplichtingen inzake de ondersteunende diensten te beantwoorden]1;
3° te beschikken over een organisatie die hen toelaat hun respectievelijke taken redelijkerwijze te vervullen;
4° alle vereiste aandacht te besteden aan het respecteren van het milieu bij de vervulling van hun taken;
5° zich te onthouden van alle discriminatie tussen de gebruikers of de categorieën van gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallaties voor aardgas of de LNG-installatie, onder andere ten gunste van verwante ondernemingen;
6° aan de andere beheerders van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas, de LNG-installatie en/of de aardgasdistributie, voldoende informatie te verstrekken om te waarborgen dat het aardgasvervoer, de aardgasopslag en de LNG-activiteiten kunnen geschieden op een wijze die verenigbaar is met een veilige en efficiënte werking van de geïnterconnecteerde netten;
7° aan de gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie de informatie te verstrekken die ze nodig hebben voor een efficiënte toegang tot het net en deze installaties, overeenkomstig de gedragscode;
8° zich te onthouden van activiteiten van productie of verkoop van aardgas of van bemiddeling inzake aardgas andere dan de verkopen of aankopen die genoodzaakt zijn door hun activiteiten om het evenwicht te verzekeren als beheerder van het aardgasvervoersnet, als beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas of als beheerder van de LNG-installatie, overeenkomstig de gedragscode.
9° alle redelijke middelen aan te wenden om een belangrijk en accidenteel onevenwicht van de respectievelijke gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie te compenseren.
(9°bis de secundaire markt te organiseren waarop netgebruikers onderling capaciteit en flexibiliteit verhandelen en waarop de beheerders eveneens capaciteit en flexibiliteit kunnen kopen.)
10° erop toe te zien om een taalevenwicht te bereiken en te behouden bij de hernieuwing van de mandaten van de leden van de raad van bestuur, de leden van het directiecomité.
[1 11° de commissie en de Algemene Directie Energie op de hoogte te brengen van elk incident dat op hun net en/of installaties voorvalt;
12° te beschikken over een elektronisch platform voor de organisatie van de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallaties voor aardgas en de LNG-installaties en te zorgen voor de toegang van de commissie en de Algemene Directie Energie tot die elektronische platforms.]1
De houders van een vervoersvergunning die niet vallen binnen het toepassingsgebied beoogd in punten 1° en 2°, exploiteren zelf hun leidingen zonder tussenkomst van de beheerders.
§ 2. De beheerder van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie mag, noch rechtstreeks noch onrechtstreeks aan aandelen verbonden rechten hebben in ondernemingen voor de exploratie, de productie of de levering van aardgas of voor bemiddeling inzake aardgas.
§ 3. De beheerder van het aardgasvervoersnet is gehouden :
1° het technisch beheer van de aardgasstromen op zijn net te organiseren, om het mogelijk te maken dat het aardgasnet in evenwicht wordt gehouden, en waarbij hij over het evenwicht waakt, het in stand houdt en desgevallend herstelt met alle redelijke middelen waarover hij beschikt;
2° alle middelen aan te wenden om alle redelijke acties te ondernemen om de effecten te vermijden of te verhelpen die worden teweeggebracht door een noodsituatie die te maken heeft met de veiligheid en de betrouwbaarheid van het net en waaraan de beheerder het hoofd moet bieden of die wordt ingeroepen door een gebruiker of gelijk welke betrokken persoon;
3° zich de energie aan te schaffen die hij gebruikt in het raam van de vervulling van zijn taken [1 volgens transparante, niet-discriminerende regels en op basis van de regels van de markt]1.
[1 4° voldoende grensoverschrijdende capaciteit te voorzien om de Europese vervoersinfrastructuur te integreren en tegemoet te komen aan alle economisch redelijke en technisch realiseerbare vragen, en rekening te houden met de bevoorradingszekerheid inzake aardgas;
5° te beschikken over een of meer regionaal geïntegreerde netten, zoals bedoeld in artikel 12, § 3 van Verordening (EG) nr. 715/2009, die twee of meer lidstaten dekken, om de capaciteit te verdelen en de veiligheid van het net te controleren;
6° in geval van weigering tot toegang tot het aardgasvervoersnet omwille van een te lage capaciteit of het ontbreken van een verbinding, over te gaan tot de nodige verbeteringen, in de mate dat dit economisch verantwoord is of wanneer een mogelijke afnemer aangeeft dat hij bereid is om deze ten laste te nemen;
7° een ontwerp van regels voor het beheer van de congestie op te stellen dat hij aan de commissie en de Algemene Directie Energie betekent. De commissie keurt dit ontwerp goed en kan hem op gemotiveerde wijze verzoeken deze regels te wijzigen mits het naleven van de regels voor de congestie die bepaald zijn door de buurlanden waarvan de interconnectie betrokken is en in overleg met het ACER. De commissie publiceert op haar internetsite de regels voor het beheer van de congestie. De implementering van de regels wordt gemonitord door de commissie in overleg met de Algemene Directie Energie;
8° erop toezien dat, wanneer de afnemers die op het aardgasvervoersnet zijn aangesloten van leverancier willen veranderen, in overeenstemming met de duur en de modaliteiten van hun contracten en zonder deze op de helling te zetten, deze overstap binnen een maximumtermijn van drie wekenwordt uitgevoerd.]1
[3 § 3/1. De beheerder van het aardgasvervoernet richt een Vergoedingsfonds op als vervangende tussenkomst, hierna genoemd "het Vergoedingsfonds". Het Vergoedingsfonds keert onafhankelijk van de toewijzing van aansprakelijkheden voor "rekening van wie het zal toekomen" een vergoeding uit aan het slachtoffer van een lichamelijk letsel van een ongeval op het netwerk van de beheerder van het aardgasvervoernetwerk dat geen vergoeding kan verkrijgen indien dit letsel uitsluitend verband houdt met de activiteit van een derde, een fout van het slachtoffer, een toevallige gebeurtenis of overmacht. Het Fonds komt ook tussen in het geval van bewezen fout van de vervoernetbeheerder conform artikel 6.5 van het Burgerlijk Wetboek.
Het Vergoedingsfonds vergoedt eveneens de economische en morele gevolgen van lichamelijke letsels en overlijden. De organismen die wettelijk in de plaats worden gesteld hebben geen recht op verhaal tegen het Fonds.
Het Vergoedingsfonds wordt voor alle administratieve en rechtshandelingen vertegenwoordigd door de beheerder van het aardgasvervoersnet. Het heeft geen rechtspersoonlijkheid.
De Koning kan, bij een in ministerraad overlegd besluit, de oprichting van dergelijk fonds uitbreiden tot de andere houders van een vervoervergunning.".
§ 3/2. Het totale bedrag van de vergoedingen dat het Vergoedingsfonds kan uitkeren krachtens § 3/1 om lichamelijk letsel te vergoeden, overschrijdt het bedrag van 30 miljoen euro per kalenderjaar niet. Onder de voorwaarden die door de Koning worden bepaald komt het Vergoedingsfonds tussen voor de slachtoffers of hun nabestaanden van een ongeval dat zich in België heeft voorgedaan in de gevallen bedoeld in § 3/1 van dit artikel van deze wet. Het leidende principe van de dading wordt ook door de Koning vastgesteld.
Onverminderd artikel 4 van de voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering, moet het Vergoedingsfonds elke persoon vergoeden die lichamelijke schade heeft geleden in de gevallen bedoeld in § 3/1 en dit, onafhankelijk van de toewijzing van de aansprakelijkheden. Het vergoedt ook de economische en morele gevolgen van lichamelijke letsels en van overlijden. De organismen die wettelijk in de plaats worden gesteld, hebben geen recht op verhaal tegen het Fonds.
Het Vergoedingsfonds moet ook elke persoon vergoeden die lichamelijke schade heeft geleden in de gevallen bedoeld in § 3/1.
Wanneer het Vergoedingsfonds tussenkomt, moeten de vergoedingen voortkomen uit een procedure van minnelijke schadevergoeding die de waarde heeft van een dading of van een gerechtelijke beslissing.
Het Vergoedingsfonds wordt in de rechten gesteld van het slachtoffer tegen elke persoon waartegen dit slachtoffer een recht op schadevergoeding kan laten gelden zonder afbreuk te doen aan artikel 1252 van het Burgerlijk Wetboek. Het Vergoedingsfonds heeft bovendien recht op de interesten tegen de wettelijke rentevoet in burgerlijke zaken en op de incassokosten.
Wanneer het Vergoedingsfonds een schikking treft met het slachtoffer, dan geldt de aanvaarding van het aanbod tot vergoeding door het slachtoffer of, in geval van overlijden, zijn nabestaanden, als een dading in de zin van artikel 2044 van het Burgerlijk Wetboek.
De rechten op een vergoeding voorzien in dit artikel doven uit wanneer er binnen de periode van 3 jaar die volgt op de datum waarop de schade wordt geleden geen verzoek tot dading wordt gedaan of geen rechtsvordering wordt ingesteld in toepassing van de bepalingen van de paragrafen 3/1 en 3/2.
Het Fonds is vrijgesteld van alle verplichtingen als het bewijst dat de schade voortvloeit uit een daad van oorlog of terrorisme.
§ 3/3. De bijdragen aan het Vergoedingsfonds worden gestort door de beheerder van het aardgasvervoernet onder de voorwaarden die door de Koning worden bepaald. Deze bijdragen maken een openbare dienstverplichting uit die niet in rekening wordt genomen in het mechanisme van het fonds voorzien in artikel 15/11. De bijdragen zijn een kost in de zin van artikel 15/5bis, § 5, 2°, en deze kost kan uit zichzelf niet bijdragen tot een verhoging van het tarief.]3
§ 4. De on- en offshore installaties [1 ...]1 en de Zeepipe Terminal (ZPT) die gelegen zijn op het Belgische grondgebied, worden beheerd samen met de upstream-installaties waarvan zij integraal deel uitmaken overeenkomstig de internationale verdragen. Zij worden niet beheerd door de beheerders beoogd in deze wet.
[1 § 5. De beheerders van een aardgasvervoersnet, van de opslaginstallatie voor aardgas en van de LNG-installatie stellen elk jaar een investeringsplan voor de volgende tien jaar op en zenden dit over aan de commissie en de Algemene Directie Energie.
De beheerders duiden in hun investeringsplannen de investeringen aan die onderworpen zijn aan een open-seasonprocedure. De commissie en de Algemene Directie Energie kunnen ieder afzonderlijk, maar mits de andere op de hoogte wordt gehouden, aan de beheerders in een met redenen omkleed verzoek vragen om een open-seasonprocedure te organiseren voor investeringen die ze niet hadden voorzien.
De minister kan bovendien de commissie vragen om zich uit te spreken over de noodzaak om al dan niet de met toepassing van artikel 15/5bis vastgestelde tariefmethodologie om de financieringsmiddelen van de overwogen investeringen te waarborgen te herzien.
[4 Het investeringsplan omvat eveneens een evaluatie van de noodzaak tot uitbreiding van het bestaande aardgasvervoersnet om de integratie van gas uit hernieuwbare bronnen te vergemakkelijken en houdt rekening met de bevindingen en conclusies die resulteren uit voornoemde evaluatie.]4
§ 6. De beheerders van het aardgasvervoersnet, van een opslaginstallatie voor aardgas en van een LNG-installatie streven naar het bevorderen van energie-efficiëntie op hun net of installatie [2 overeenkomstig de in de Gewesten geldende wet- en regelgeving]2.
[2 ...]2
[2 ...]2
§ 7. De beheerders van het aardgasvervoersnet, van opslaginstallatie voor aardgas en van een LNG-installatie werken bij de uitoefening van hun opdrachten samen met het ACER, op vraag van deze laatste, alsook met het Europees netwerk van aardgasvervoersnetbeheerders, om de verenigbaarheid van de reglementaire kaders tussen de regio's van de Europese Gemeenschap te garanderen, zoals bepaald door artikel 12, § 3 van Verordening (EG) nr. 715/2009.
§ 8. De beheerders van het vervoersnet voor aardgas, van de opslaginstallatie van aardgas en van een LNG installatie zenden aan de Algemene Directie Energie een afschrift over met het geheel van de informatie die zij gehouden zijn aan de commissie over te zenden in het kader van de gedragscode bedoeld bij artikel 15/5undecies.]1
1° de installaties, waarvan zij van rechtswege eigenaar zijn of waarop zij een recht hebben dat hun het genot garandeert van de infrastructuren en toestellen, te exploiteren, te onderhouden en te ontwikkelen op economisch aanvaardbare, veilige, betrouwbare en efficiënte wijze [1 en de gepaste middelen te verzekeren om aan de verplichtingen inzake de ondersteunende diensten te beantwoorden]1;
2° de installaties, rechtstreeks verbonden aan het aardgasvervoersnetwerk en waarvan zij geen eigenaar zijn of waarop zij geen recht hebben als bedoeld in 1, die het voorwerp hebben uitgemaakt van een vervoersvergunning na de aanstelling van de beheerders, te exploiteren, te onderhouden en te ontwikkelen op economisch aanvaardbare, veilige, betrouwbare en efficiënte wijze overeenkomstig deze wet en die niet bedoeld worden in 1 [1 en de gepaste middelen te verzekeren om aan de verplichtingen inzake de ondersteunende diensten te beantwoorden]1;
3° te beschikken over een organisatie die hen toelaat hun respectievelijke taken redelijkerwijze te vervullen;
4° alle vereiste aandacht te besteden aan het respecteren van het milieu bij de vervulling van hun taken;
5° zich te onthouden van alle discriminatie tussen de gebruikers of de categorieën van gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallaties voor aardgas of de LNG-installatie, onder andere ten gunste van verwante ondernemingen;
6° aan de andere beheerders van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas, de LNG-installatie en/of de aardgasdistributie, voldoende informatie te verstrekken om te waarborgen dat het aardgasvervoer, de aardgasopslag en de LNG-activiteiten kunnen geschieden op een wijze die verenigbaar is met een veilige en efficiënte werking van de geïnterconnecteerde netten;
7° aan de gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie de informatie te verstrekken die ze nodig hebben voor een efficiënte toegang tot het net en deze installaties, overeenkomstig de gedragscode;
8° zich te onthouden van activiteiten van productie of verkoop van aardgas of van bemiddeling inzake aardgas andere dan de verkopen of aankopen die genoodzaakt zijn door hun activiteiten om het evenwicht te verzekeren als beheerder van het aardgasvervoersnet, als beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas of als beheerder van de LNG-installatie, overeenkomstig de gedragscode.
9° alle redelijke middelen aan te wenden om een belangrijk en accidenteel onevenwicht van de respectievelijke gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie te compenseren.
(9°bis de secundaire markt te organiseren waarop netgebruikers onderling capaciteit en flexibiliteit verhandelen en waarop de beheerders eveneens capaciteit en flexibiliteit kunnen kopen.)
10° erop toe te zien om een taalevenwicht te bereiken en te behouden bij de hernieuwing van de mandaten van de leden van de raad van bestuur, de leden van het directiecomité.
[1 11° de commissie en de Algemene Directie Energie op de hoogte te brengen van elk incident dat op hun net en/of installaties voorvalt;
12° te beschikken over een elektronisch platform voor de organisatie van de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallaties voor aardgas en de LNG-installaties en te zorgen voor de toegang van de commissie en de Algemene Directie Energie tot die elektronische platforms.]1
De houders van een vervoersvergunning die niet vallen binnen het toepassingsgebied beoogd in punten 1° en 2°, exploiteren zelf hun leidingen zonder tussenkomst van de beheerders.
§ 2. De beheerder van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie mag, noch rechtstreeks noch onrechtstreeks aan aandelen verbonden rechten hebben in ondernemingen voor de exploratie, de productie of de levering van aardgas of voor bemiddeling inzake aardgas.
§ 3. De beheerder van het aardgasvervoersnet is gehouden :
1° het technisch beheer van de aardgasstromen op zijn net te organiseren, om het mogelijk te maken dat het aardgasnet in evenwicht wordt gehouden, en waarbij hij over het evenwicht waakt, het in stand houdt en desgevallend herstelt met alle redelijke middelen waarover hij beschikt;
2° alle middelen aan te wenden om alle redelijke acties te ondernemen om de effecten te vermijden of te verhelpen die worden teweeggebracht door een noodsituatie die te maken heeft met de veiligheid en de betrouwbaarheid van het net en waaraan de beheerder het hoofd moet bieden of die wordt ingeroepen door een gebruiker of gelijk welke betrokken persoon;
3° zich de energie aan te schaffen die hij gebruikt in het raam van de vervulling van zijn taken [1 volgens transparante, niet-discriminerende regels en op basis van de regels van de markt]1.
[1 4° voldoende grensoverschrijdende capaciteit te voorzien om de Europese vervoersinfrastructuur te integreren en tegemoet te komen aan alle economisch redelijke en technisch realiseerbare vragen, en rekening te houden met de bevoorradingszekerheid inzake aardgas;
5° te beschikken over een of meer regionaal geïntegreerde netten, zoals bedoeld in artikel 12, § 3 van Verordening (EG) nr. 715/2009, die twee of meer lidstaten dekken, om de capaciteit te verdelen en de veiligheid van het net te controleren;
6° in geval van weigering tot toegang tot het aardgasvervoersnet omwille van een te lage capaciteit of het ontbreken van een verbinding, over te gaan tot de nodige verbeteringen, in de mate dat dit economisch verantwoord is of wanneer een mogelijke afnemer aangeeft dat hij bereid is om deze ten laste te nemen;
7° een ontwerp van regels voor het beheer van de congestie op te stellen dat hij aan de commissie en de Algemene Directie Energie betekent. De commissie keurt dit ontwerp goed en kan hem op gemotiveerde wijze verzoeken deze regels te wijzigen mits het naleven van de regels voor de congestie die bepaald zijn door de buurlanden waarvan de interconnectie betrokken is en in overleg met het ACER. De commissie publiceert op haar internetsite de regels voor het beheer van de congestie. De implementering van de regels wordt gemonitord door de commissie in overleg met de Algemene Directie Energie;
8° erop toezien dat, wanneer de afnemers die op het aardgasvervoersnet zijn aangesloten van leverancier willen veranderen, in overeenstemming met de duur en de modaliteiten van hun contracten en zonder deze op de helling te zetten, deze overstap binnen een maximumtermijn van drie wekenwordt uitgevoerd.]1
[3 § 3/1. De beheerder van het aardgasvervoernet richt een Vergoedingsfonds op als vervangende tussenkomst, hierna genoemd "het Vergoedingsfonds". Het Vergoedingsfonds keert onafhankelijk van de toewijzing van aansprakelijkheden voor "rekening van wie het zal toekomen" een vergoeding uit aan het slachtoffer van een lichamelijk letsel van een ongeval op het netwerk van de beheerder van het aardgasvervoernetwerk dat geen vergoeding kan verkrijgen indien dit letsel uitsluitend verband houdt met de activiteit van een derde, een fout van het slachtoffer, een toevallige gebeurtenis of overmacht. Het Fonds komt ook tussen in het geval van bewezen fout van de vervoernetbeheerder conform artikel 6.5 van het Burgerlijk Wetboek.
Het Vergoedingsfonds vergoedt eveneens de economische en morele gevolgen van lichamelijke letsels en overlijden. De organismen die wettelijk in de plaats worden gesteld hebben geen recht op verhaal tegen het Fonds.
Het Vergoedingsfonds wordt voor alle administratieve en rechtshandelingen vertegenwoordigd door de beheerder van het aardgasvervoersnet. Het heeft geen rechtspersoonlijkheid.
De Koning kan, bij een in ministerraad overlegd besluit, de oprichting van dergelijk fonds uitbreiden tot de andere houders van een vervoervergunning.".
§ 3/2. Het totale bedrag van de vergoedingen dat het Vergoedingsfonds kan uitkeren krachtens § 3/1 om lichamelijk letsel te vergoeden, overschrijdt het bedrag van 30 miljoen euro per kalenderjaar niet. Onder de voorwaarden die door de Koning worden bepaald komt het Vergoedingsfonds tussen voor de slachtoffers of hun nabestaanden van een ongeval dat zich in België heeft voorgedaan in de gevallen bedoeld in § 3/1 van dit artikel van deze wet. Het leidende principe van de dading wordt ook door de Koning vastgesteld.
Onverminderd artikel 4 van de voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering, moet het Vergoedingsfonds elke persoon vergoeden die lichamelijke schade heeft geleden in de gevallen bedoeld in § 3/1 en dit, onafhankelijk van de toewijzing van de aansprakelijkheden. Het vergoedt ook de economische en morele gevolgen van lichamelijke letsels en van overlijden. De organismen die wettelijk in de plaats worden gesteld, hebben geen recht op verhaal tegen het Fonds.
Het Vergoedingsfonds moet ook elke persoon vergoeden die lichamelijke schade heeft geleden in de gevallen bedoeld in § 3/1.
Wanneer het Vergoedingsfonds tussenkomt, moeten de vergoedingen voortkomen uit een procedure van minnelijke schadevergoeding die de waarde heeft van een dading of van een gerechtelijke beslissing.
Het Vergoedingsfonds wordt in de rechten gesteld van het slachtoffer tegen elke persoon waartegen dit slachtoffer een recht op schadevergoeding kan laten gelden zonder afbreuk te doen aan artikel 1252 van het Burgerlijk Wetboek. Het Vergoedingsfonds heeft bovendien recht op de interesten tegen de wettelijke rentevoet in burgerlijke zaken en op de incassokosten.
Wanneer het Vergoedingsfonds een schikking treft met het slachtoffer, dan geldt de aanvaarding van het aanbod tot vergoeding door het slachtoffer of, in geval van overlijden, zijn nabestaanden, als een dading in de zin van artikel 2044 van het Burgerlijk Wetboek.
De rechten op een vergoeding voorzien in dit artikel doven uit wanneer er binnen de periode van 3 jaar die volgt op de datum waarop de schade wordt geleden geen verzoek tot dading wordt gedaan of geen rechtsvordering wordt ingesteld in toepassing van de bepalingen van de paragrafen 3/1 en 3/2.
Het Fonds is vrijgesteld van alle verplichtingen als het bewijst dat de schade voortvloeit uit een daad van oorlog of terrorisme.
§ 3/3. De bijdragen aan het Vergoedingsfonds worden gestort door de beheerder van het aardgasvervoernet onder de voorwaarden die door de Koning worden bepaald. Deze bijdragen maken een openbare dienstverplichting uit die niet in rekening wordt genomen in het mechanisme van het fonds voorzien in artikel 15/11. De bijdragen zijn een kost in de zin van artikel 15/5bis, § 5, 2°, en deze kost kan uit zichzelf niet bijdragen tot een verhoging van het tarief.]3
§ 4. De on- en offshore installaties [1 ...]1 en de Zeepipe Terminal (ZPT) die gelegen zijn op het Belgische grondgebied, worden beheerd samen met de upstream-installaties waarvan zij integraal deel uitmaken overeenkomstig de internationale verdragen. Zij worden niet beheerd door de beheerders beoogd in deze wet.
[1 § 5. De beheerders van een aardgasvervoersnet, van de opslaginstallatie voor aardgas en van de LNG-installatie stellen elk jaar een investeringsplan voor de volgende tien jaar op en zenden dit over aan de commissie en de Algemene Directie Energie.
De beheerders duiden in hun investeringsplannen de investeringen aan die onderworpen zijn aan een open-seasonprocedure. De commissie en de Algemene Directie Energie kunnen ieder afzonderlijk, maar mits de andere op de hoogte wordt gehouden, aan de beheerders in een met redenen omkleed verzoek vragen om een open-seasonprocedure te organiseren voor investeringen die ze niet hadden voorzien.
De minister kan bovendien de commissie vragen om zich uit te spreken over de noodzaak om al dan niet de met toepassing van artikel 15/5bis vastgestelde tariefmethodologie om de financieringsmiddelen van de overwogen investeringen te waarborgen te herzien.
[4 Het investeringsplan omvat eveneens een evaluatie van de noodzaak tot uitbreiding van het bestaande aardgasvervoersnet om de integratie van gas uit hernieuwbare bronnen te vergemakkelijken en houdt rekening met de bevindingen en conclusies die resulteren uit voornoemde evaluatie.]4
§ 6. De beheerders van het aardgasvervoersnet, van een opslaginstallatie voor aardgas en van een LNG-installatie streven naar het bevorderen van energie-efficiëntie op hun net of installatie [2 overeenkomstig de in de Gewesten geldende wet- en regelgeving]2.
[2 ...]2
[2 ...]2
§ 7. De beheerders van het aardgasvervoersnet, van opslaginstallatie voor aardgas en van een LNG-installatie werken bij de uitoefening van hun opdrachten samen met het ACER, op vraag van deze laatste, alsook met het Europees netwerk van aardgasvervoersnetbeheerders, om de verenigbaarheid van de reglementaire kaders tussen de regio's van de Europese Gemeenschap te garanderen, zoals bepaald door artikel 12, § 3 van Verordening (EG) nr. 715/2009.
§ 8. De beheerders van het vervoersnet voor aardgas, van de opslaginstallatie van aardgas en van een LNG installatie zenden aan de Algemene Directie Energie een afschrift over met het geheel van de informatie die zij gehouden zijn aan de commissie over te zenden in het kader van de gedragscode bedoeld bij artikel 15/5undecies.]1
Art. 15/1. § 1er. Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL sont respectivement tenus :
1° d'exploiter, entretenir et de développer, de façon économiquement acceptable, sûre, fiable et efficace, les installations, dont ils sont propriétaires ou sur lesquelles ils détiennent un droit leur garantissant la jouissance des infrastructures et des équipements dont ils sont responsables [1 et assurer les moyens appropriés pour répondre aux obligations de services auxiliaires]1;
2° d'exploiter, d'entretenir et de développer, de façon économiquement acceptable, sûre, fiable et efficace, les installations de transport raccordées directement au réseau de transport de gaz naturel et dont ils sont pas propriétaires et sur lesquelles ils ne détiennent pas de droit visé au 1, qui ont fait l'objet d'une autorisation de transport après la désignation des gestionnaires, conformément à la présente loi et qui ne sont pas visées par le 1 [1 et assurer les moyens appropriés pour répondre aux obligations de services auxiliaires]1;
3° de disposer d'une organisation leur permettant de remplir raisonnablement leurs missions respectives;
4° d'accorder toute l'attention requise au respect de l'environnement lorsqu'ils exécutent leurs missions;
5° de s'abstenir de toute discrimination entre les utilisateurs ou les catégories d'utilisateurs du réseau de transport de gaz naturel, d'installations de stockage de gaz naturel ou d'installations de GNL, notamment en faveur d'entreprises liées;
6° de fournir aux autres gestionnaires du réseau de transport de gaz naturel, d'installation de stockage de gaz naturel, d'installation de GNL et/ou de distribution de gaz naturel, des informations suffisantes pour garantir que le transport de gaz naturel, le stockage de gaz naturel et les activités de GNL peuvent se faire d'une manière compatible avec un fonctionnement sûr et efficace des réseaux interconnectés;
7° de fournir aux utilisateurs du réseau de transport de gaz naturel, d'installation de stockage de gaz naturel ou d'installation de GNL les informations dont ils ont besoin pour un accès efficace au réseau et à ces installations, conformément au code de bonne conduite;
8° de ne pas s'engager dans des activités de production ou de vente de gaz naturel ou d'intermédiation en matière de gaz naturel autres que des ventes ou des achats nécessités par leurs activités de maintien de l'équilibre en tant que gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, de gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel, de gestionnaire d'installation de GNL, conformément au code de bonne conduite.
9° de mettre en oeuvre tous les moyens raisonnables afin de compenser un déséquilibre important et accidentel des utilisateurs respectifs du réseau de transport de gaz naturel, de l'installation de stockage de gaz naturel ou de l'installation de GNL.
(9°bis d'organiser le marché secondaire sur lequel les utilisateurs du réseau négocient entre eux la capacité et la flexibilité et sur lequel le gestionnaires peuvent également acheter de la capacité et de la flexibilité.)
10° de veiller à atteindre et maintenir un équilibre linguistique lors du renouvellement des mandats des membres du conseil d'administration et du comité de direction.
[1 11° d'informer la commission et la Direction générale de l'Energie de tout incident survenant sur leurs réseaux et/ou installations;
12° de disposer d'une plateforme électronique organisant l'accès au réseau de transport de gaz naturel, aux installations de stockage de gaz naturel et aux installations de GNL et de garantir l'accès de la commission et de la Direction générale de l'Energie à ces plateformes électroniques.]1
Les titulaires d'une autorisation de transport qui ne rentrent pas dans le champs d'application des points 1° et 2°, exploitent eux-mêmes leurs canalisations sans l'intervention des gestionnaires.
§ 2. Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, d'installation de stockage de gaz naturel et d'installation de GNL ne peut pas détenir, ni directement ni indirectement, des droits associés à des actions ou parts dans des sociétés d'exploration, de production ou de fourniture de gaz naturel ou d'intermédiation en matière de gaz naturel.
§ 3. Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel est tenu :
1° d'organiser la gestion technique des flux de gaz naturel sur son réseau afin de permettre que le réseau de gaz naturel soit maintenu en équilibre et en surveillant, maintenant et, le cas échéant, en rétablissant l'équilibre avec tous les moyens raisonnables dont il dispose;
2° de mettre en oeuvre tous les moyens afin d'entreprendre toutes actions raisonnables afin d'éviter ou de remédier aux effets engendrés par une situation d'urgence pour la sécurité et la fiabilité du réseau et à laquelle il fait face ou qui est invoquée par un utilisateur ou toute personne concernée;
3° de se procurer l'énergie qu'il utilise dans le cadre de l'accomplissement de ses tâches [1 selon des règles transparentes, non discriminatoires et reposant sur les règles du marché]1.
[1 4° de construire des capacités transfrontalières suffisantes en vue d'intégrer l'infrastructure européenne de transport en accédant à toutes les demandes de capacité économiquement raisonnables et techniquement réalisables, et en prenant en compte la sécurité de l'approvisionnement en gaz naturel;
5° de disposer d'un ou de plusieurs réseaux intégrés au niveau régional, tel que visé à l'article 12, § 3 du Règlement (CE) n° 715/2009, couvrant deux Etats membres ou plus, pour répartir les capacités et contrôler la sécurité du réseau;
6° en cas de refus d'accès au réseau de transport de gaz naturel en raison d'un manque de capacité ou d'un manque de connexion, de procéder aux améliorations nécessaires dans la mesure où cela se justifie économiquement ou lorsqu'un client potentiel indique qu'il est disposé à les prendre en charge;
7° d'établir un projet de règles de gestion de la congestion qu'il notifie à la commission et à la Direction générale de l'Energie. La commission approuve ce projet et peut lui demander, de façon motivée, de modifier ces règles dans le respect des règles de congestion fixées par les pays voisins dont l'interconnexion est concernée et en concertation avec l'ACER. La commission publie sur son site Internet les règles de gestion de la congestion. La mise en oeuvre de ces règles est surveillée par la commission en concertation avec la Direction générale de l'Energie;
8° de veiller à ce que, lorsque les clients raccordés au réseau de transport de gaz naturel souhaitent changer de fournisseur, sans remettre en cause et dans le respect de la durée et des modalités de leurs contrats, ce changement soit effectué dans un délai de maximum trois semaines.]1
[3 § 3/1er. Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel établit un Fonds d'indemnisation d'intervention subsidiaire, ci-après dénommé "le Fonds d'indemnisation". Le Fonds d'indemnisation indemnise, indépendamment de l'imputation des responsabilités, pour "le compte de qui il appartiendra" la victime d'un dommage corporel d'un accident survenu sur le réseau du gestionnaire de transport de gaz naturel qui ne peut obtenir réparation si ce dommage est exclusivement lié à l'activité d'un tiers, à une faute de la victime, un cas fortuit ou de force majeure. Le Fonds d'indemnisation intervient également dans les cas d'une faute prouvée du gestionnaire de réseau de transport conformément à l'article 6.5 du Code civil.
Le Fonds d'indemnisation indemnise également les conséquences économiques et morales des lésions corporelles et du décès. Les organismes légalement subrogés n'ont pas de droit de recours contre le Fonds.
Le Fonds d'indemnisation est représenté par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel pour tous les actes administratifs et juridiques. Il n'a pas la personnalité juridique.
Le Roi peut, par arrêté royal délibéré en conseil des ministres, étendre l'établissement d'un tel fonds aux autres titulaires d'une autorisation de transport.".
§ 3/2. Le montant total des indemnités que le Fonds d'indemnisation peut verser en vertu du § 3/1er pour réparation des dommages corporels n'excède pas 30 millions d'Euros par année civile. Le Fonds d'indemnisation intervient aux conditions fixées par le Roi pour les victimes ou les ayants droit des victimes d'un accident survenu en Belgique dans les cas visés au § 3/1er du présent article de la présente loi. Le principe directeur de la transaction est également arrêté par le Roi.
Sans préjudice de l'article 4 du titre préliminaire du Code d'Instruction Criminelle, le Fonds d'indemnisation est tenu d'indemniser toute personne ayant subi un dommage corporel dans les cas visés au § 3/1er et ce, indépendamment de l'imputation des responsabilités. Il indemnise également les conséquences économiques et morales des lésions corporelles et du décès. Les organismes légalement subrogés n'ont pas de droit de recours contre le Fonds.
Le Fonds d'indemnisation est également tenu d'indemniser toute personne ayant subi un dommage corporel dans les cas visés au § 3/1er.
Lorsque le Fonds d'indemnisation intervient, les indemnités doivent résulter d'une procédure d'indemnisation amiable, ayant valeur de transaction ou d'une décision juridictionnelle.
Le Fonds d'indemnisation est subrogé dans les droits de la victime contre toute personne à l'égard de laquelle cette victime peut faire valoir un droit à l'indemnisation sans préjudice de l'article 1252 du Code civil. Le Fonds a droit en outre à des intérêts au taux légal en matière civile et à des frais de recouvrement.
Lorsque le Fonds d'indemnisation transige avec la victime, l'acceptation de l'offre d'indemnisation par ladite victime ou, en cas de décès, de ses ayants droit vaut transaction au sens de l'article 2044 du Code civil.
Les droits à indemnisation prévus au présent article s'éteignent à défaut d'une demande de transaction ou à défaut d'action en justice en application des dispositions des paragraphes 3/1er et 3/2, dans les 3 ans qui suivent la date à laquelle le dommage est survenu .
Le Fonds est exonéré de toute obligation s'il prouve que le dommage résulte d'un acte de guerre ou de terrorisme.
§ 3/3. Les contributions au Fonds d'indemnisation sont versées par le gestionnaire de réseau de transport de gaz naturel aux conditions fixées par le Roi. Ces contributions constituent une obligation de service public qui n'est pas prise en charge dans le mécanisme du fonds prévu à l'article 15/11. Les contributions sont un coût au sens de l'article 15/5bis, § 5, 2°, et ce coût par lui-même ne peut pas contribuer à une augmentation de tarif.]3
§ 4. Les installations onshore et offshore [1 ...]1 et du Zeepipe Terminal (ZPT) situées sur territoire belge, sont gérées avec les installations en amont dont elles font partie intégrante conformément aux traités internationaux. Ces installations ne sont pas gérées par les gestionnaires visés par la présente loi.
[1 § 5. Les gestionnaires du réseau de transport de gaz naturel, d'installation de stockage de gaz naturel et d'installation de GNL établissent chaque année un plan d'investissements pour les dix années à venir et le notifient à la commission et à la Direction générale de l'Energie.
Les gestionnaires indiquent dans leurs plans d'investissements les investissements sujets au lancement d'une procédure d'open season. La commission et la Direction générale de l'Energie peuvent, chacune séparément et en tenant l'autre informée, demander aux gestionnaires de façon motivée d'organiser une procédure d'open season pour des investissements qu'ils n'avaient pas prévus.
Le ministre peut en outre demander à la commission de se prononcer sur la nécessité de réviser ou non les méthodologies tarifaires fixées en application de l'article 15/5bis pour garantir les moyens de financement des investissements envisagés.
[4 Le plan d'investissement contient également une évaluation de la nécessité d'étendre le réseau de transport de gaz naturel existant afin de faciliter l'intégration du gaz provenant de sources renouvelables et tient compte des observations et des conclusions qui résultent de l'évaluation précitée.]4
§ 6. Les gestionnaires du réseau de transport de gaz naturel, d'installation de stockage de gaz naturel et d'installation de GNL veillent à promouvoir l'efficacité énergétique sur leur réseau ou installation et [2 conformément à la législation et la réglementation en vigueur dans les Régions]2.
[2 ...]2
[2 ...]2
§ 7. Les gestionnaires du réseau de transport de gaz naturel, d'installation de stockage de gaz naturel et d'installation de GNL coopèrent dans l'exercice de leurs missions avec l'ACER, à la demande de cette dernière, ainsi qu'avec le réseau européen de gestionnaires de réseau de transport de gaz naturel, pour garantir la compatibilité des cadres réglementaires entre les régions de la Communauté européenne définie par l'article 12, § 3 du Règlement (CE) n° 715/2009.
§ 8. Les gestionnaires du réseau de transport de gaz naturel, d'installation de stockage de gaz naturel et d'installation de GNL transmettent à la Direction générale de l'Energie copie de l'ensemble des informations qu'ils sont tenus de transmettre à la commission dans le cadre du code de bonne conduite visé à l'article 15/5undecies.]1
1° d'exploiter, entretenir et de développer, de façon économiquement acceptable, sûre, fiable et efficace, les installations, dont ils sont propriétaires ou sur lesquelles ils détiennent un droit leur garantissant la jouissance des infrastructures et des équipements dont ils sont responsables [1 et assurer les moyens appropriés pour répondre aux obligations de services auxiliaires]1;
2° d'exploiter, d'entretenir et de développer, de façon économiquement acceptable, sûre, fiable et efficace, les installations de transport raccordées directement au réseau de transport de gaz naturel et dont ils sont pas propriétaires et sur lesquelles ils ne détiennent pas de droit visé au 1, qui ont fait l'objet d'une autorisation de transport après la désignation des gestionnaires, conformément à la présente loi et qui ne sont pas visées par le 1 [1 et assurer les moyens appropriés pour répondre aux obligations de services auxiliaires]1;
3° de disposer d'une organisation leur permettant de remplir raisonnablement leurs missions respectives;
4° d'accorder toute l'attention requise au respect de l'environnement lorsqu'ils exécutent leurs missions;
5° de s'abstenir de toute discrimination entre les utilisateurs ou les catégories d'utilisateurs du réseau de transport de gaz naturel, d'installations de stockage de gaz naturel ou d'installations de GNL, notamment en faveur d'entreprises liées;
6° de fournir aux autres gestionnaires du réseau de transport de gaz naturel, d'installation de stockage de gaz naturel, d'installation de GNL et/ou de distribution de gaz naturel, des informations suffisantes pour garantir que le transport de gaz naturel, le stockage de gaz naturel et les activités de GNL peuvent se faire d'une manière compatible avec un fonctionnement sûr et efficace des réseaux interconnectés;
7° de fournir aux utilisateurs du réseau de transport de gaz naturel, d'installation de stockage de gaz naturel ou d'installation de GNL les informations dont ils ont besoin pour un accès efficace au réseau et à ces installations, conformément au code de bonne conduite;
8° de ne pas s'engager dans des activités de production ou de vente de gaz naturel ou d'intermédiation en matière de gaz naturel autres que des ventes ou des achats nécessités par leurs activités de maintien de l'équilibre en tant que gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, de gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel, de gestionnaire d'installation de GNL, conformément au code de bonne conduite.
9° de mettre en oeuvre tous les moyens raisonnables afin de compenser un déséquilibre important et accidentel des utilisateurs respectifs du réseau de transport de gaz naturel, de l'installation de stockage de gaz naturel ou de l'installation de GNL.
(9°bis d'organiser le marché secondaire sur lequel les utilisateurs du réseau négocient entre eux la capacité et la flexibilité et sur lequel le gestionnaires peuvent également acheter de la capacité et de la flexibilité.)
10° de veiller à atteindre et maintenir un équilibre linguistique lors du renouvellement des mandats des membres du conseil d'administration et du comité de direction.
[1 11° d'informer la commission et la Direction générale de l'Energie de tout incident survenant sur leurs réseaux et/ou installations;
12° de disposer d'une plateforme électronique organisant l'accès au réseau de transport de gaz naturel, aux installations de stockage de gaz naturel et aux installations de GNL et de garantir l'accès de la commission et de la Direction générale de l'Energie à ces plateformes électroniques.]1
Les titulaires d'une autorisation de transport qui ne rentrent pas dans le champs d'application des points 1° et 2°, exploitent eux-mêmes leurs canalisations sans l'intervention des gestionnaires.
§ 2. Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, d'installation de stockage de gaz naturel et d'installation de GNL ne peut pas détenir, ni directement ni indirectement, des droits associés à des actions ou parts dans des sociétés d'exploration, de production ou de fourniture de gaz naturel ou d'intermédiation en matière de gaz naturel.
§ 3. Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel est tenu :
1° d'organiser la gestion technique des flux de gaz naturel sur son réseau afin de permettre que le réseau de gaz naturel soit maintenu en équilibre et en surveillant, maintenant et, le cas échéant, en rétablissant l'équilibre avec tous les moyens raisonnables dont il dispose;
2° de mettre en oeuvre tous les moyens afin d'entreprendre toutes actions raisonnables afin d'éviter ou de remédier aux effets engendrés par une situation d'urgence pour la sécurité et la fiabilité du réseau et à laquelle il fait face ou qui est invoquée par un utilisateur ou toute personne concernée;
3° de se procurer l'énergie qu'il utilise dans le cadre de l'accomplissement de ses tâches [1 selon des règles transparentes, non discriminatoires et reposant sur les règles du marché]1.
[1 4° de construire des capacités transfrontalières suffisantes en vue d'intégrer l'infrastructure européenne de transport en accédant à toutes les demandes de capacité économiquement raisonnables et techniquement réalisables, et en prenant en compte la sécurité de l'approvisionnement en gaz naturel;
5° de disposer d'un ou de plusieurs réseaux intégrés au niveau régional, tel que visé à l'article 12, § 3 du Règlement (CE) n° 715/2009, couvrant deux Etats membres ou plus, pour répartir les capacités et contrôler la sécurité du réseau;
6° en cas de refus d'accès au réseau de transport de gaz naturel en raison d'un manque de capacité ou d'un manque de connexion, de procéder aux améliorations nécessaires dans la mesure où cela se justifie économiquement ou lorsqu'un client potentiel indique qu'il est disposé à les prendre en charge;
7° d'établir un projet de règles de gestion de la congestion qu'il notifie à la commission et à la Direction générale de l'Energie. La commission approuve ce projet et peut lui demander, de façon motivée, de modifier ces règles dans le respect des règles de congestion fixées par les pays voisins dont l'interconnexion est concernée et en concertation avec l'ACER. La commission publie sur son site Internet les règles de gestion de la congestion. La mise en oeuvre de ces règles est surveillée par la commission en concertation avec la Direction générale de l'Energie;
8° de veiller à ce que, lorsque les clients raccordés au réseau de transport de gaz naturel souhaitent changer de fournisseur, sans remettre en cause et dans le respect de la durée et des modalités de leurs contrats, ce changement soit effectué dans un délai de maximum trois semaines.]1
[3 § 3/1er. Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel établit un Fonds d'indemnisation d'intervention subsidiaire, ci-après dénommé "le Fonds d'indemnisation". Le Fonds d'indemnisation indemnise, indépendamment de l'imputation des responsabilités, pour "le compte de qui il appartiendra" la victime d'un dommage corporel d'un accident survenu sur le réseau du gestionnaire de transport de gaz naturel qui ne peut obtenir réparation si ce dommage est exclusivement lié à l'activité d'un tiers, à une faute de la victime, un cas fortuit ou de force majeure. Le Fonds d'indemnisation intervient également dans les cas d'une faute prouvée du gestionnaire de réseau de transport conformément à l'article 6.5 du Code civil.
Le Fonds d'indemnisation indemnise également les conséquences économiques et morales des lésions corporelles et du décès. Les organismes légalement subrogés n'ont pas de droit de recours contre le Fonds.
Le Fonds d'indemnisation est représenté par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel pour tous les actes administratifs et juridiques. Il n'a pas la personnalité juridique.
Le Roi peut, par arrêté royal délibéré en conseil des ministres, étendre l'établissement d'un tel fonds aux autres titulaires d'une autorisation de transport.".
§ 3/2. Le montant total des indemnités que le Fonds d'indemnisation peut verser en vertu du § 3/1er pour réparation des dommages corporels n'excède pas 30 millions d'Euros par année civile. Le Fonds d'indemnisation intervient aux conditions fixées par le Roi pour les victimes ou les ayants droit des victimes d'un accident survenu en Belgique dans les cas visés au § 3/1er du présent article de la présente loi. Le principe directeur de la transaction est également arrêté par le Roi.
Sans préjudice de l'article 4 du titre préliminaire du Code d'Instruction Criminelle, le Fonds d'indemnisation est tenu d'indemniser toute personne ayant subi un dommage corporel dans les cas visés au § 3/1er et ce, indépendamment de l'imputation des responsabilités. Il indemnise également les conséquences économiques et morales des lésions corporelles et du décès. Les organismes légalement subrogés n'ont pas de droit de recours contre le Fonds.
Le Fonds d'indemnisation est également tenu d'indemniser toute personne ayant subi un dommage corporel dans les cas visés au § 3/1er.
Lorsque le Fonds d'indemnisation intervient, les indemnités doivent résulter d'une procédure d'indemnisation amiable, ayant valeur de transaction ou d'une décision juridictionnelle.
Le Fonds d'indemnisation est subrogé dans les droits de la victime contre toute personne à l'égard de laquelle cette victime peut faire valoir un droit à l'indemnisation sans préjudice de l'article 1252 du Code civil. Le Fonds a droit en outre à des intérêts au taux légal en matière civile et à des frais de recouvrement.
Lorsque le Fonds d'indemnisation transige avec la victime, l'acceptation de l'offre d'indemnisation par ladite victime ou, en cas de décès, de ses ayants droit vaut transaction au sens de l'article 2044 du Code civil.
Les droits à indemnisation prévus au présent article s'éteignent à défaut d'une demande de transaction ou à défaut d'action en justice en application des dispositions des paragraphes 3/1er et 3/2, dans les 3 ans qui suivent la date à laquelle le dommage est survenu .
Le Fonds est exonéré de toute obligation s'il prouve que le dommage résulte d'un acte de guerre ou de terrorisme.
§ 3/3. Les contributions au Fonds d'indemnisation sont versées par le gestionnaire de réseau de transport de gaz naturel aux conditions fixées par le Roi. Ces contributions constituent une obligation de service public qui n'est pas prise en charge dans le mécanisme du fonds prévu à l'article 15/11. Les contributions sont un coût au sens de l'article 15/5bis, § 5, 2°, et ce coût par lui-même ne peut pas contribuer à une augmentation de tarif.]3
§ 4. Les installations onshore et offshore [1 ...]1 et du Zeepipe Terminal (ZPT) situées sur territoire belge, sont gérées avec les installations en amont dont elles font partie intégrante conformément aux traités internationaux. Ces installations ne sont pas gérées par les gestionnaires visés par la présente loi.
[1 § 5. Les gestionnaires du réseau de transport de gaz naturel, d'installation de stockage de gaz naturel et d'installation de GNL établissent chaque année un plan d'investissements pour les dix années à venir et le notifient à la commission et à la Direction générale de l'Energie.
Les gestionnaires indiquent dans leurs plans d'investissements les investissements sujets au lancement d'une procédure d'open season. La commission et la Direction générale de l'Energie peuvent, chacune séparément et en tenant l'autre informée, demander aux gestionnaires de façon motivée d'organiser une procédure d'open season pour des investissements qu'ils n'avaient pas prévus.
Le ministre peut en outre demander à la commission de se prononcer sur la nécessité de réviser ou non les méthodologies tarifaires fixées en application de l'article 15/5bis pour garantir les moyens de financement des investissements envisagés.
[4 Le plan d'investissement contient également une évaluation de la nécessité d'étendre le réseau de transport de gaz naturel existant afin de faciliter l'intégration du gaz provenant de sources renouvelables et tient compte des observations et des conclusions qui résultent de l'évaluation précitée.]4
§ 6. Les gestionnaires du réseau de transport de gaz naturel, d'installation de stockage de gaz naturel et d'installation de GNL veillent à promouvoir l'efficacité énergétique sur leur réseau ou installation et [2 conformément à la législation et la réglementation en vigueur dans les Régions]2.
[2 ...]2
[2 ...]2
§ 7. Les gestionnaires du réseau de transport de gaz naturel, d'installation de stockage de gaz naturel et d'installation de GNL coopèrent dans l'exercice de leurs missions avec l'ACER, à la demande de cette dernière, ainsi qu'avec le réseau européen de gestionnaires de réseau de transport de gaz naturel, pour garantir la compatibilité des cadres réglementaires entre les régions de la Communauté européenne définie par l'article 12, § 3 du Règlement (CE) n° 715/2009.
§ 8. Les gestionnaires du réseau de transport de gaz naturel, d'installation de stockage de gaz naturel et d'installation de GNL transmettent à la Direction générale de l'Energie copie de l'ensemble des informations qu'ils sont tenus de transmettre à la commission dans le cadre du code de bonne conduite visé à l'article 15/5undecies.]1
(NOTA : bij arrest nr 117/2013 van 07-08-2013, heeft het Grondwettelijk Hof de woorden « in overleg met de Algemene Directie Energie » in artikel 15/1, § 3, 7° vernietigd)
(NOTE : par son arrêt n°117/2013 du 07-08-2013, la Cour constitutionnelle a annulé les mots « en concertation avec la Direction générale de l'Energie » à l'article 15/1, § 3, 7°)
Art. 15/2. Na advies van de Commissie kan de minister elke vervoeronderneming verplichten om de verbindingen of verbeteringen die hij nodig acht, uit te voeren, voorzover deze economisch verantwoord zijn of zo een afnemer zich ertoe verbindt de betreffende meerkost op zich te nemen.
Art. 15/2. Après avis de la Commission, le ministre peut imposer à toute entreprise de transport l'obligation de procéder aux connexions ou améliorations qu'il estime nécessaires, dans la mesure où celles-ci sont économiquement justifiées ou si un client s'engage à prendre en charge leur surcoût.
Afdeling III. - [1 Gemeenschappelijke balancerings-onderneming]1
Section III. - [1 Entreprise commune d'équilibrage]1
Art. 15/2bis. [1 § 1. Onverminderd artikel 15/2quater kan de beheerder van het aardgasvervoersnet het beheer voor het in evenwicht houden van het aardgasvervoersnet aan een gemeenschappelijke onderneming, opgericht met één of meerdere beheerders van aardgasvervoersnetten van andere lidstaten, overdragen. Enkel de beheerder van het aardgasvervoersnet en de beheerders van de aardgasvervoersnetten van één of meerdere lidstaten, die gecertificeerd zijn overeenkomstig de artikelen 9 en 10, van de Richtlijn 2009/73/EG of die ontheven zijn van certificering overeenkomstig artikel 49, (6), van de Richtlijn 2009/73/EG, kunnen deelnemen aan de bedoelde gemeenschappelijke onderneming.
§ 2. De gemeenschappelijke onderneming wordt opgericht onder de vorm van een naamloze vennootschap met maatschappelijke zetel gevestigd in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte.
De artikelen 8/3, § 1/1, derde tot vijfde lid, 8/4 en 8/5 zijn van toepassing op de gemeenschappelijke onderneming.
§ 3. De gemeenschappelijke onderneming ontwerpt en implementeert een nalevingsprogramma met de maatregelen die moeten worden genomen om discriminerend en concurrentieverstorend gedrag uit te sluiten. Dit nalevingsprogramma noemt de specifieke verplichtingen op, die opgelegd zijn aan de werknemers, opdat de doelstelling van uitsluiting van discriminerend en concurrentieverstorend gedrag behaald wordt.
Het nalevingsprogramma bepaalt eveneens de te nemen voorzorgen door de gemeenschappelijke onderneming teneinde de vertrouwelijkheid te bewaren van de commerciële gegevens betreffende de netgebruikers actief in de balanceringszone waarvoor de gemeenschappelijke onderneming de verantwoordelijkheid draagt.
Het nalevingsprogramma wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het ACER na advies van de Commissie.
Elke wijziging van het nalevingsprogramma wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het ACER na advies van de Commissie.]1
§ 2. De gemeenschappelijke onderneming wordt opgericht onder de vorm van een naamloze vennootschap met maatschappelijke zetel gevestigd in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte.
De artikelen 8/3, § 1/1, derde tot vijfde lid, 8/4 en 8/5 zijn van toepassing op de gemeenschappelijke onderneming.
§ 3. De gemeenschappelijke onderneming ontwerpt en implementeert een nalevingsprogramma met de maatregelen die moeten worden genomen om discriminerend en concurrentieverstorend gedrag uit te sluiten. Dit nalevingsprogramma noemt de specifieke verplichtingen op, die opgelegd zijn aan de werknemers, opdat de doelstelling van uitsluiting van discriminerend en concurrentieverstorend gedrag behaald wordt.
Het nalevingsprogramma bepaalt eveneens de te nemen voorzorgen door de gemeenschappelijke onderneming teneinde de vertrouwelijkheid te bewaren van de commerciële gegevens betreffende de netgebruikers actief in de balanceringszone waarvoor de gemeenschappelijke onderneming de verantwoordelijkheid draagt.
Het nalevingsprogramma wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het ACER na advies van de Commissie.
Elke wijziging van het nalevingsprogramma wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het ACER na advies van de Commissie.]1
Art. 15/2bis. [1 § 1er. Sans préjudice de l'article 15/2quater, le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel peut déléguer la gestion du maintien de l'équilibre du réseau de transport de gaz naturel à une entreprise commune, établie avec un ou plusieurs gestionnaires de réseaux de transport de gaz naturel d'autres Etats membres. Seuls le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel et les gestionnaires des réseaux de transport de gaz naturel d'un ou de plusieurs Etats membres, qui sont certifiés conformément aux articles 9 et 10 de la Directive 2009/73/CE, ou qui sont exemptés de certification par l'article 49, (6), de la Directive 2009/73/CE, peuvent participer à ladite entreprise commune.
§ 2. L'entreprise commune est constituée sous la forme d'une société anonyme, ayant son siège social dans un Etat membre de l'Espace économique européen.
Les articles 8/3, § 1er/1, alinéas 3 à 5, 8/4 et 8/5 s'appliquent à l'entreprise commune.
§ 3. L'entreprise commune établit et met en oeuvre un programme d'engagements qui contient les mesures à prendre pour garantir que les pratiques discriminatoires et anticoncurrentielles sont exclues. Ce programme d'engagements énumère les obligations spécifiques imposées aux employés pour que l'objectif d'exclusion des pratiques discriminatoires et anticoncurrentielles soit atteint.
Le programme d'engagements détermine aussi les précautions à prendre par l'entreprise commune en vue de préserver la confidentialité des données commerciales relatives aux utilisateurs du réseau actifs dans la zone d'équilibrage dont l'entreprise commune assume la responsabilité.
Le programme d'engagements est soumis pour approbation à l'ACER, après avis de la Commission.
Toute modification du programme d'engagements est soumis pour approbation à l'ACER, après avis de la Commission.]1
§ 2. L'entreprise commune est constituée sous la forme d'une société anonyme, ayant son siège social dans un Etat membre de l'Espace économique européen.
Les articles 8/3, § 1er/1, alinéas 3 à 5, 8/4 et 8/5 s'appliquent à l'entreprise commune.
§ 3. L'entreprise commune établit et met en oeuvre un programme d'engagements qui contient les mesures à prendre pour garantir que les pratiques discriminatoires et anticoncurrentielles sont exclues. Ce programme d'engagements énumère les obligations spécifiques imposées aux employés pour que l'objectif d'exclusion des pratiques discriminatoires et anticoncurrentielles soit atteint.
Le programme d'engagements détermine aussi les précautions à prendre par l'entreprise commune en vue de préserver la confidentialité des données commerciales relatives aux utilisateurs du réseau actifs dans la zone d'équilibrage dont l'entreprise commune assume la responsabilité.
Le programme d'engagements est soumis pour approbation à l'ACER, après avis de la Commission.
Toute modification du programme d'engagements est soumis pour approbation à l'ACER, après avis de la Commission.]1
Modifications
Art. 15/2ter. [1 § 1. De gemeenschappelijke onderneming als bedoeld in artikel 15/2bis benoemt, na goedkeuring van de Commissie, een natuurlijke of rechtspersoon, "nalevingsfunctionaris" genoemd.
De Commissie kan de goedkeuring, als bedoeld in het eerste lid, weigeren vanwege een gebrek aan onafhankelijkheid of aan beroepsbekwaamheid.
Indien een aandeelhouder van de gemeenschappelijke onderneming een beheerder van een aardgasvervoersnet in een andere lidstaat is, die deel uitmaakt van een verticaal geïntegreerd bedrijf, mag de nalevingsfunctionaris in het jaar voor zijn benoeming door de gemeenschappelijke onderneming, direct noch indirect, een professionele activiteit of verantwoordelijkheid uitgeoefend hebben, geen belang of zakelijke betrekkingen gehad hebben met een vestiging van het verticaal geïntegreerd bedrijf dat functies van productie of levering verricht of een onderdeel daarvan en/of met de aandeelhouders die er zeggenschap over uitoefenen, andere dan de beheerder van een aardgasvervoersnet. Dit verbod geldt ook na beëindiging van de benoeming gedurende ten minste achttien maanden.
De voorwaarden betreffende het mandaat of de arbeidsvoorwaarden, met inbegrip van de duur van zijn mandaat, van de nalevingsfunctionaris worden voor goedkeuring voorgelegd aan de Commissie. Deze voorwaarden waarborgen de onafhankelijkheid van de nalevingsfunctionaris, onder meer door hem te voorzien van alle middelen die nodig zijn om zijn taken te vervullen. Het mandaat van de nalevingsfunctionaris kan drie jaar niet overschrijden en mag hernieuwd worden.
Tijdens de volledige duur van zijn mandaat mag de nalevingsfunctionaris - direct noch indirect - een professionele positie, verantwoordelijkheid of belang hebben in de aandeelhouders van de gemeenschappelijke onderneming of in de aandeelhouders die er zeggenschap over uitoefenen.
De Commissie geeft instructie aan de gemeenschappelijke onderneming om de nalevingsfunctionaris in geval van gebrek aan onafhankelijkheid of beroepsbekwaamheid te ontheffen van zijn functie.
§ 2. De nalevingsfunctionaris woont alle relevante vergaderingen van de gemeenschappelijke onderneming bij, in het bijzonder wanneer het balanceringsmodel wordt behandeld, specifiek betreffende de tarieven, het balanceringscontract, de transparantie, de balancering, aankoop en verkoop van energie die nodig is voor het netevenwicht van de balanceringszone waarvoor de gemeenschappelijke onderneming verantwoordelijk is.
De nalevingsfunctionaris heeft zonder voorafgaande aankondiging toegang tot alle relevante gegevens, tot de kantoren van de gemeenschappelijke onderneming en tot alle informatie die voor de uitvoering van zijn taken noodzakelijk is.
§ 3. De nalevingsfunctionaris wordt belast met de volgende taken :
1° toezien op de tenuitvoerlegging van het nalevingsprogramma door de gemeenschappelijke onderneming;
2° opstellen van een verslag over de commerciële en financiële betrekkingen tussen de gemeenschappelijke onderneming en het verticaal geïntegreerde bedrijf of een onderdeel ervan en/of met de aandeelhouders die er zeggenschap over uitoefenen, anders dan de vervoersnetbeheerder. Zo nodig formuleert de nalevingsfunctionaris aanbevelingen over het nalevingsprogramma en somt de maatregelen op die zijn genomen in uitvoering van het nalevingsprogramma. Dit verslag wordt uiterlijk op 1 maart van elk jaar aan de Commissie meegedeeld;
3° de Commissie onverwijld in kennis stellen van elke inbreuk bij de uitvoering van het nalevingsprogramma.]1
De Commissie kan de goedkeuring, als bedoeld in het eerste lid, weigeren vanwege een gebrek aan onafhankelijkheid of aan beroepsbekwaamheid.
Indien een aandeelhouder van de gemeenschappelijke onderneming een beheerder van een aardgasvervoersnet in een andere lidstaat is, die deel uitmaakt van een verticaal geïntegreerd bedrijf, mag de nalevingsfunctionaris in het jaar voor zijn benoeming door de gemeenschappelijke onderneming, direct noch indirect, een professionele activiteit of verantwoordelijkheid uitgeoefend hebben, geen belang of zakelijke betrekkingen gehad hebben met een vestiging van het verticaal geïntegreerd bedrijf dat functies van productie of levering verricht of een onderdeel daarvan en/of met de aandeelhouders die er zeggenschap over uitoefenen, andere dan de beheerder van een aardgasvervoersnet. Dit verbod geldt ook na beëindiging van de benoeming gedurende ten minste achttien maanden.
De voorwaarden betreffende het mandaat of de arbeidsvoorwaarden, met inbegrip van de duur van zijn mandaat, van de nalevingsfunctionaris worden voor goedkeuring voorgelegd aan de Commissie. Deze voorwaarden waarborgen de onafhankelijkheid van de nalevingsfunctionaris, onder meer door hem te voorzien van alle middelen die nodig zijn om zijn taken te vervullen. Het mandaat van de nalevingsfunctionaris kan drie jaar niet overschrijden en mag hernieuwd worden.
Tijdens de volledige duur van zijn mandaat mag de nalevingsfunctionaris - direct noch indirect - een professionele positie, verantwoordelijkheid of belang hebben in de aandeelhouders van de gemeenschappelijke onderneming of in de aandeelhouders die er zeggenschap over uitoefenen.
De Commissie geeft instructie aan de gemeenschappelijke onderneming om de nalevingsfunctionaris in geval van gebrek aan onafhankelijkheid of beroepsbekwaamheid te ontheffen van zijn functie.
§ 2. De nalevingsfunctionaris woont alle relevante vergaderingen van de gemeenschappelijke onderneming bij, in het bijzonder wanneer het balanceringsmodel wordt behandeld, specifiek betreffende de tarieven, het balanceringscontract, de transparantie, de balancering, aankoop en verkoop van energie die nodig is voor het netevenwicht van de balanceringszone waarvoor de gemeenschappelijke onderneming verantwoordelijk is.
De nalevingsfunctionaris heeft zonder voorafgaande aankondiging toegang tot alle relevante gegevens, tot de kantoren van de gemeenschappelijke onderneming en tot alle informatie die voor de uitvoering van zijn taken noodzakelijk is.
§ 3. De nalevingsfunctionaris wordt belast met de volgende taken :
1° toezien op de tenuitvoerlegging van het nalevingsprogramma door de gemeenschappelijke onderneming;
2° opstellen van een verslag over de commerciële en financiële betrekkingen tussen de gemeenschappelijke onderneming en het verticaal geïntegreerde bedrijf of een onderdeel ervan en/of met de aandeelhouders die er zeggenschap over uitoefenen, anders dan de vervoersnetbeheerder. Zo nodig formuleert de nalevingsfunctionaris aanbevelingen over het nalevingsprogramma en somt de maatregelen op die zijn genomen in uitvoering van het nalevingsprogramma. Dit verslag wordt uiterlijk op 1 maart van elk jaar aan de Commissie meegedeeld;
3° de Commissie onverwijld in kennis stellen van elke inbreuk bij de uitvoering van het nalevingsprogramma.]1
Art. 15/2ter. [1 § 1er. L'entreprise commune visée à l'article 15/2bis nomme, après approbation de la Commission, une personne physique ou morale, dénommée "cadre chargé du respect des engagements".
La Commission peut refuser l'approbation visée à l'alinéa 1er au motif d'un manque d'indépendance ou de capacités professionnelles.
Si un actionnaire de l'entreprise commune est un gestionnaire d'un réseau de transport de gaz naturel dans un autre Etat membre qui fait partie d'une entreprise verticalement intégrée, le cadre chargé du respect des engagements ne peut pas, directement ou indirectement, dans l'année précédant sa désignation par l'entreprise commune, avoir exercé une activité ou une responsabilité professionnelle, avoir détenu un intérêt ou avoir entretenu une relation commerciale auprès de ou avec l'entreprise verticalement intégrée qui assure une fonction de production ou de fourniture, ou une partie de celle-ci et/ou ses actionnaires qui la contrôlent, autres que le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel. Cette interdiction vaut aussi après la cessation des fonctions, durant au moins dix-huit mois.
Les conditions régissant le mandat ou les conditions d'emploi, y compris la durée de son mandat, du cadre chargé du respect des engagements sont soumises à l'approbation de la Commission. Ces conditions garantissent l'indépendance du cadre chargé du respect des engagements, notamment en lui fournissant toutes les ressources nécessaires à l'exercice de ses fonctions. Le mandat du cadre chargé du respect des engagements n'excède pas une durée de trois ans et peut être renouvelé.
Pendant toute la durée de son mandat, le cadre chargé du respect des engagements ne peut - directement ou indirectement - exercer d'emploi ou de responsabilité professionnelle ou avoir un intérêt dans les actionnaires de l'entreprise commune ou dans les actionnaires qui la contrôlent.
La Commission donne instruction à l'entreprise commune de démettre le cadre chargé du respect des engagements en cas de manquement en matière d'indépendance ou de capacités professionnelles.
§ 2. Le cadre chargé du respect des engagements assiste à toutes les réunions pertinentes de l'entreprise commune, en particulier lorsqu'il est question du modèle d'équilibrage, spécialement pour ce qui concerne les tarifs, le contrat d'équilibrage, la transparence, l'équilibrage, l'achat et la vente d'énergie qui est nécessaire pour l'équilibre du réseau de la zone d'équilibrage pour laquelle l'entreprise commune est responsable.
Le cadre chargé du respect des engagements a accès à toutes les données pertinentes, aux locaux de l'entreprise commune et à toutes les informations qui sont nécessaires pour l'exécution de ses tâches, sans annonce préalable.
§ 3. Le cadre chargé du respect des engagements s'acquitte des tâches suivantes :
1° surveiller la mise en oeuvre du programme d'engagements par l'entreprise commune;
2° établir un rapport sur les relations commerciales et financières entre l'entreprise commune et l'entreprise verticalement intégrée ou une partie de celle-ci et/ou avec les actionnaires qui exercent un contrôle, autres que le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel. Le cas échéant, le cadre chargé du respect des engagements formule des recommandations concernant le programme d'engagements et énonce les mesures qui ont été prises en exécution du programme d'engagements. Ce rapport est communiqué au plus tard le 1er mars de chaque année à la Commission;
3° porter à la connaissance de la Commission sans délai tout manquement dans la mise en oeuvre du programme d'engagements.]1
La Commission peut refuser l'approbation visée à l'alinéa 1er au motif d'un manque d'indépendance ou de capacités professionnelles.
Si un actionnaire de l'entreprise commune est un gestionnaire d'un réseau de transport de gaz naturel dans un autre Etat membre qui fait partie d'une entreprise verticalement intégrée, le cadre chargé du respect des engagements ne peut pas, directement ou indirectement, dans l'année précédant sa désignation par l'entreprise commune, avoir exercé une activité ou une responsabilité professionnelle, avoir détenu un intérêt ou avoir entretenu une relation commerciale auprès de ou avec l'entreprise verticalement intégrée qui assure une fonction de production ou de fourniture, ou une partie de celle-ci et/ou ses actionnaires qui la contrôlent, autres que le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel. Cette interdiction vaut aussi après la cessation des fonctions, durant au moins dix-huit mois.
Les conditions régissant le mandat ou les conditions d'emploi, y compris la durée de son mandat, du cadre chargé du respect des engagements sont soumises à l'approbation de la Commission. Ces conditions garantissent l'indépendance du cadre chargé du respect des engagements, notamment en lui fournissant toutes les ressources nécessaires à l'exercice de ses fonctions. Le mandat du cadre chargé du respect des engagements n'excède pas une durée de trois ans et peut être renouvelé.
Pendant toute la durée de son mandat, le cadre chargé du respect des engagements ne peut - directement ou indirectement - exercer d'emploi ou de responsabilité professionnelle ou avoir un intérêt dans les actionnaires de l'entreprise commune ou dans les actionnaires qui la contrôlent.
La Commission donne instruction à l'entreprise commune de démettre le cadre chargé du respect des engagements en cas de manquement en matière d'indépendance ou de capacités professionnelles.
§ 2. Le cadre chargé du respect des engagements assiste à toutes les réunions pertinentes de l'entreprise commune, en particulier lorsqu'il est question du modèle d'équilibrage, spécialement pour ce qui concerne les tarifs, le contrat d'équilibrage, la transparence, l'équilibrage, l'achat et la vente d'énergie qui est nécessaire pour l'équilibre du réseau de la zone d'équilibrage pour laquelle l'entreprise commune est responsable.
Le cadre chargé du respect des engagements a accès à toutes les données pertinentes, aux locaux de l'entreprise commune et à toutes les informations qui sont nécessaires pour l'exécution de ses tâches, sans annonce préalable.
§ 3. Le cadre chargé du respect des engagements s'acquitte des tâches suivantes :
1° surveiller la mise en oeuvre du programme d'engagements par l'entreprise commune;
2° établir un rapport sur les relations commerciales et financières entre l'entreprise commune et l'entreprise verticalement intégrée ou une partie de celle-ci et/ou avec les actionnaires qui exercent un contrôle, autres que le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel. Le cas échéant, le cadre chargé du respect des engagements formule des recommandations concernant le programme d'engagements et énonce les mesures qui ont été prises en exécution du programme d'engagements. Ce rapport est communiqué au plus tard le 1er mars de chaque année à la Commission;
3° porter à la connaissance de la Commission sans délai tout manquement dans la mise en oeuvre du programme d'engagements.]1
Modifications
Art. 15/2quater. [1 § 1. In het geval dat de beheerder van het aardgasvervoersnet het beheer voor het in evenwicht houden van het aardgasvervoersnet aan een gemeenschappelijke onderneming overdraagt, overeenkomstig artikel 15/2bis, blijft de beheerder van het aardgasvervoersnet verantwoordelijk voor de systeemintegriteit en het operationeel beheer van zijn net inbegrepen de incidenten en de noodsituaties, waarvoor hij de specifieke maatregelen ten uitvoer legt die voorzien zijn in deze wet, de Verordening (EU) nr. 994/2010 en de uitvoeringsbesluiten.
§ 2. Elke wijziging of uitbreiding van de balanceringszone waarvan het beheer voor het behoud van het evenwicht van het aardgasvervoersnet aan een gemeenschappelijke onderneming wordt overgedragen overeenkomstig artikel 15/2bis, eerste lid, is slechts effectief als ze door de beheerder van het aardgasvervoersnet genotificeerd is bij de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake aardgas bedoeld in artikel 15/13, § 6, uiterlijk binnen een periode van zes maanden voor haar inwerkingtreding.
Deze kennisgeving omvat ten minste de volgende elementen :
1° een volledige beschrijving van de wijziging of uitbreiding van de voorgestelde balanceringszone;
2° het detail van de impact van deze wijziging op de rol, de taken en verantwoordelijkheden van de beheerder van het aardgasvervoersnet; en
3° een volledige beoordeling van de gevolgen van deze wijziging voor de bevoorradingszekerheid van het land en het werk van monitoring hiervan dat continu moet kunnen worden uitgevoerd door de bevoegde autoriteit.
De tenuitvoerlegging door de gemeenschappelijke onderneming van een balanceringszone die de grenzen van België overschrijdt, alsook elke wijziging of uitbreiding van een dergelijke grensoverschrijdende balanceringszone, mag de bevoorradingszekerheid van België op geen enkele wijze negatief beïnvloeden, geen afbreuk doen aan de ter beschikking stelling door de beheerder van het aardgasvervoersnet van real-time data, die het de bevoegde overheid mogelijk maken om een constante monitoring van de bevoorradingszekerheid te garanderen, noch de soevereine uitoefening door de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake aardgas bepaald in artikel 15/13, § 6, van zijn bevoegdheden beperken in de domeinen als bedoeld in deze wet en de Verordening (EU) nr. 994/2010.]1
§ 2. Elke wijziging of uitbreiding van de balanceringszone waarvan het beheer voor het behoud van het evenwicht van het aardgasvervoersnet aan een gemeenschappelijke onderneming wordt overgedragen overeenkomstig artikel 15/2bis, eerste lid, is slechts effectief als ze door de beheerder van het aardgasvervoersnet genotificeerd is bij de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake aardgas bedoeld in artikel 15/13, § 6, uiterlijk binnen een periode van zes maanden voor haar inwerkingtreding.
Deze kennisgeving omvat ten minste de volgende elementen :
1° een volledige beschrijving van de wijziging of uitbreiding van de voorgestelde balanceringszone;
2° het detail van de impact van deze wijziging op de rol, de taken en verantwoordelijkheden van de beheerder van het aardgasvervoersnet; en
3° een volledige beoordeling van de gevolgen van deze wijziging voor de bevoorradingszekerheid van het land en het werk van monitoring hiervan dat continu moet kunnen worden uitgevoerd door de bevoegde autoriteit.
De tenuitvoerlegging door de gemeenschappelijke onderneming van een balanceringszone die de grenzen van België overschrijdt, alsook elke wijziging of uitbreiding van een dergelijke grensoverschrijdende balanceringszone, mag de bevoorradingszekerheid van België op geen enkele wijze negatief beïnvloeden, geen afbreuk doen aan de ter beschikking stelling door de beheerder van het aardgasvervoersnet van real-time data, die het de bevoegde overheid mogelijk maken om een constante monitoring van de bevoorradingszekerheid te garanderen, noch de soevereine uitoefening door de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake aardgas bepaald in artikel 15/13, § 6, van zijn bevoegdheden beperken in de domeinen als bedoeld in deze wet en de Verordening (EU) nr. 994/2010.]1
Art. 15/2quater. [1 1er. Dans l'hypothèse où le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel délègue la gestion du maintien de l'équilibre du réseau de transport de gaz naturel à une entreprise commune conformément à l'article 15/2bis, le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel garde la responsabilité de l'intégrité du système et de la gestion opérationnelle de son réseau en ce compris les incidents et les situations d'urgence, pour lesquels il exécute les mesures spécifiques prévues par la présente loi, le Règlement (UE) n° 994/2010 et les arrêtés d'exécution.
§ 2. Toute modification ou extension de la zone d'équilibrage dont la gestion du maintien de l'équilibre du réseau de transport de gaz naturel est déléguée à une entreprise commune conformément à l'article 15/2bis, alinéa 1er, n'est effective que pour autant qu'elle ait été notifiée par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel à l'Autorité fédérale pour la sécurité de l'approvisionnement en gaz visée à l'article 15/13, § 6, au plus tard dans un délai de six mois avant son entrée en vigueur.
Cette notification comprend au moins les éléments suivants :
1° une description complète de la modification ou de l'extension de la zone d'équilibrage envisagée;
2° le détail de l'impact de cette modification sur le rôle, les tâches et les responsabilités du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel; et
3° une évaluation complète des conséquences de cette modification sur la sécurité d'approvisionnement du pays et le travail de monitoring de celle-ci devant pouvoir être réalisé en continu par l'autorité compétente.
La mise en oeuvre par l'entreprise commune d'une zone d'équilibrage dépassant les frontières de la Belgique, de même que toute modification ou extension d'une telle zone d'équilibrage transfrontalière, ne peut d'aucune manière affecter négativement la sécurité d'approvisionnement de la Belgique, porter préjudice à la mise à disposition par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel de données en temps réels permettant à l'autorité compétente d'assurer le monitoring constant de la sécurité d'approvisionnement, ni restreindre l'exercice souverain par l'Autorité fédérale pour la sécurité de l'approvisionnement en gaz visée à l'article 15/13, § 6, de ses compétences dans les domaines visés par la présente loi et le Règlement (UE) n° 994/2010.]1
§ 2. Toute modification ou extension de la zone d'équilibrage dont la gestion du maintien de l'équilibre du réseau de transport de gaz naturel est déléguée à une entreprise commune conformément à l'article 15/2bis, alinéa 1er, n'est effective que pour autant qu'elle ait été notifiée par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel à l'Autorité fédérale pour la sécurité de l'approvisionnement en gaz visée à l'article 15/13, § 6, au plus tard dans un délai de six mois avant son entrée en vigueur.
Cette notification comprend au moins les éléments suivants :
1° une description complète de la modification ou de l'extension de la zone d'équilibrage envisagée;
2° le détail de l'impact de cette modification sur le rôle, les tâches et les responsabilités du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel; et
3° une évaluation complète des conséquences de cette modification sur la sécurité d'approvisionnement du pays et le travail de monitoring de celle-ci devant pouvoir être réalisé en continu par l'autorité compétente.
La mise en oeuvre par l'entreprise commune d'une zone d'équilibrage dépassant les frontières de la Belgique, de même que toute modification ou extension d'une telle zone d'équilibrage transfrontalière, ne peut d'aucune manière affecter négativement la sécurité d'approvisionnement de la Belgique, porter préjudice à la mise à disposition par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel de données en temps réels permettant à l'autorité compétente d'assurer le monitoring constant de la sécurité d'approvisionnement, ni restreindre l'exercice souverain par l'Autorité fédérale pour la sécurité de l'approvisionnement en gaz visée à l'article 15/13, § 6, de ses compétences dans les domaines visés par la présente loi et le Règlement (UE) n° 994/2010.]1
Modifications
Art. 15/2quinquies. [1 § 1. Op de gemeenschappelijke onderneming zijn van toepassing de Verordening (EU) nr. 312/2014, evenals alle bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten die verband houden met balanceringsactiviteiten van de gemeenschappelijke onderneming als bedoeld in artikel 15/2bis, voor zover deze niet strijdig zijn met de Verordening (EU) nr. 312/2014.
Op de gemeenschappelijke onderneming zijn in het bijzonder van toepassing de artikelen 15/16, 15/18, 15/18bis, 15/20, 15/20bis, 15/21, 15/22, 18, 19, 19bis, 20, 20/1, 20/1bis, 20/2 en 23.
§ 2. De Commissie is, ten aanzien van de gemeenschappelijke onderneming, als bedoeld in artikel 15/2bis, bevoegd voor de uitvoering van de taken opgenoemd in artikel 15/14, § 2, tweede lid, met uitzondering van punten 26°, 30°, 31°, 32° en 33°, voor zover zij verband houden met balanceringsactiviteiten uit te voeren door de gemeenschappelijke onderneming.
De Commissie bekrachtigt, op voorstel van de gemeenschappelijke onderneming :
1° het balanceringscontract en, in voorkomend geval, de balanceringscode die de rechten en verplichtingen van de gemeenschappelijke onderneming en de netgebruikers in het kader van de balanceringsactiviteit beheerst.
Het balanceringscontract en, in voorkomend geval, de balanceringscode bevatten in elk geval op gedetailleerde wijze :
a) de definities van de in het balanceringscontract gebruikte terminologie;
b) het voorwerp van het balanceringscontract;
c) de voorwaarden waaraan de balanceringsactiviteit door de gemeenschappelijke onderneming geleverd wordt;
d) de rechten en plichten verbonden aan de geleverde balanceringsactiviteit;
e) de facturatie en betalingsmodaliteiten;
f) de financiële garanties en andere waarborgen;
g) de bepalingen inzake de aansprakelijkheid van de gemeenschappelijke onderneming en de netgebruikers;
h) de impact van situaties van overmacht op de rechten en plichten van de partijen;
i) de bepalingen in verband met de verhandelbaarheid en overdracht van het balanceringscontract;
j) de duur van het balanceringscontract;
k) de bepalingen inzake opschorting en opzeg van het balanceringscontract, met uitzondering van uitdrukkelijk ontbindende bedingen in hoofde van de gemeenschappelijke onderneming;
l) overeengekomen vormen inzake kennisgevingen tussen partijen;
m) de bepalingen die van toepassing zijn wanneer de netgebruiker foutieve en onvolledige informatie geeft;
n) het stelsel van geschillenregeling;
o) het toepasselijke recht;
p) de regels en procedures die van toepassing zijn op de geïntegreerde balanceringszone en het balanceringsmodel.
2° het balanceringsprogramma, dat het balanceringsmodel beschrijft;
3° de balanceringstarieven.
Het voorstel van het balanceringscontract, van het balanceringsprogramma en van de balanceringscode, evenals de eventuele wijzigingen ervan, worden door de gemeenschappelijke onderneming opgesteld na raadpleging door deze laatste van de netgebruikers. Daartoe richt de gemeenschappelijke onderneming een overlegstructuur op binnen dewelke zij de netgebruikers kan ontmoeten. De gemeenschappelijke onderneming stelt een verslag op over de raadpleging dat zij toevoegt aan de documenten die ter goedkeuring worden voorgelegd. Voor zover dat de gemeenschappelijke onderneming nog niet zou zijn opgericht ten tijde van de eerste raadpleging van de netgebruikers inzake het balanceringscontract, het balanceringsprogramma en de balanceringscode, zal deze raadpleging worden uitgevoerd door de beheerder van het aardgasvervoersnet. De Commissie kan, rekening houdend met gewijzigde marktomstandigheden, met inbegrip van nieuwe of gewijzigde wet- of regelgeving, en/of met haar evaluatie van de marktwerking, de gemeenschappelijke onderneming de opdracht geven het goedgekeurde balanceringscontract, het balanceringsprogramma en de balanceringscode aan te passen en daartoe een voorstel tot wijziging ter goedkeuring voor te leggen aan haar.
Artikel 15/5bis, §§ 1, 7 en 8, 10 en 11, 13 en 14, is mutatis mutandis van toepassing op het tariefvoorstel ingediend door de gemeenschappelijke onderneming, op de balanceringstarieven en op hun goedkeuring door de Commissie.
§ 3. Wanneer een balanceringszone de grenzen van België overschrijdt, werkt de Commissie onderling samen met ACER en met de regulerende instanties van de betrokken lidstaten om toezicht te houden op het in evenwicht houden van deze balanceringszone.
De Commissie en de bevoegde regulerende instanties van de andere betrokken lidstaten kunnen een akkoord afsluiten in toepassing van artikel 15/14quater, § 1, vierde lid, met het oog op de regulering van de voornoemde gemeenschappelijke onderneming.]1
Op de gemeenschappelijke onderneming zijn in het bijzonder van toepassing de artikelen 15/16, 15/18, 15/18bis, 15/20, 15/20bis, 15/21, 15/22, 18, 19, 19bis, 20, 20/1, 20/1bis, 20/2 en 23.
§ 2. De Commissie is, ten aanzien van de gemeenschappelijke onderneming, als bedoeld in artikel 15/2bis, bevoegd voor de uitvoering van de taken opgenoemd in artikel 15/14, § 2, tweede lid, met uitzondering van punten 26°, 30°, 31°, 32° en 33°, voor zover zij verband houden met balanceringsactiviteiten uit te voeren door de gemeenschappelijke onderneming.
De Commissie bekrachtigt, op voorstel van de gemeenschappelijke onderneming :
1° het balanceringscontract en, in voorkomend geval, de balanceringscode die de rechten en verplichtingen van de gemeenschappelijke onderneming en de netgebruikers in het kader van de balanceringsactiviteit beheerst.
Het balanceringscontract en, in voorkomend geval, de balanceringscode bevatten in elk geval op gedetailleerde wijze :
a) de definities van de in het balanceringscontract gebruikte terminologie;
b) het voorwerp van het balanceringscontract;
c) de voorwaarden waaraan de balanceringsactiviteit door de gemeenschappelijke onderneming geleverd wordt;
d) de rechten en plichten verbonden aan de geleverde balanceringsactiviteit;
e) de facturatie en betalingsmodaliteiten;
f) de financiële garanties en andere waarborgen;
g) de bepalingen inzake de aansprakelijkheid van de gemeenschappelijke onderneming en de netgebruikers;
h) de impact van situaties van overmacht op de rechten en plichten van de partijen;
i) de bepalingen in verband met de verhandelbaarheid en overdracht van het balanceringscontract;
j) de duur van het balanceringscontract;
k) de bepalingen inzake opschorting en opzeg van het balanceringscontract, met uitzondering van uitdrukkelijk ontbindende bedingen in hoofde van de gemeenschappelijke onderneming;
l) overeengekomen vormen inzake kennisgevingen tussen partijen;
m) de bepalingen die van toepassing zijn wanneer de netgebruiker foutieve en onvolledige informatie geeft;
n) het stelsel van geschillenregeling;
o) het toepasselijke recht;
p) de regels en procedures die van toepassing zijn op de geïntegreerde balanceringszone en het balanceringsmodel.
2° het balanceringsprogramma, dat het balanceringsmodel beschrijft;
3° de balanceringstarieven.
Het voorstel van het balanceringscontract, van het balanceringsprogramma en van de balanceringscode, evenals de eventuele wijzigingen ervan, worden door de gemeenschappelijke onderneming opgesteld na raadpleging door deze laatste van de netgebruikers. Daartoe richt de gemeenschappelijke onderneming een overlegstructuur op binnen dewelke zij de netgebruikers kan ontmoeten. De gemeenschappelijke onderneming stelt een verslag op over de raadpleging dat zij toevoegt aan de documenten die ter goedkeuring worden voorgelegd. Voor zover dat de gemeenschappelijke onderneming nog niet zou zijn opgericht ten tijde van de eerste raadpleging van de netgebruikers inzake het balanceringscontract, het balanceringsprogramma en de balanceringscode, zal deze raadpleging worden uitgevoerd door de beheerder van het aardgasvervoersnet. De Commissie kan, rekening houdend met gewijzigde marktomstandigheden, met inbegrip van nieuwe of gewijzigde wet- of regelgeving, en/of met haar evaluatie van de marktwerking, de gemeenschappelijke onderneming de opdracht geven het goedgekeurde balanceringscontract, het balanceringsprogramma en de balanceringscode aan te passen en daartoe een voorstel tot wijziging ter goedkeuring voor te leggen aan haar.
Artikel 15/5bis, §§ 1, 7 en 8, 10 en 11, 13 en 14, is mutatis mutandis van toepassing op het tariefvoorstel ingediend door de gemeenschappelijke onderneming, op de balanceringstarieven en op hun goedkeuring door de Commissie.
§ 3. Wanneer een balanceringszone de grenzen van België overschrijdt, werkt de Commissie onderling samen met ACER en met de regulerende instanties van de betrokken lidstaten om toezicht te houden op het in evenwicht houden van deze balanceringszone.
De Commissie en de bevoegde regulerende instanties van de andere betrokken lidstaten kunnen een akkoord afsluiten in toepassing van artikel 15/14quater, § 1, vierde lid, met het oog op de regulering van de voornoemde gemeenschappelijke onderneming.]1
Art. 15/2quinquies. [1 § 1er. Le Règlement (UE) n° 312/2014, ainsi que toutes les dispositions de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution, qui concernent les activités d'équilibrage de l'entreprise commune visée à l'article 15/2bis, dans la mesure où elles ne sont pas en contradiction avec le Règlement (UE) n° 312/2014, s'appliquent à l'entreprise commune.
Plus spécialement, les articles 15/16, 15/18, 15/18bis, 15/20, 15/20bis, 15/21, 15/22, 18, 19, 19bis, 20, 20/1, 20/1bis, 20/2 et 23 s'appliquent à l'entreprise commune.
§ 2. La Commission est compétente pour exercer, à l'égard de l'entreprise commune visée à l'article 15/2bis, les tâches énoncées à l'article 15/14, § 2, alinéa 2, à l'exception des points 26°, 30°, 31°, 32° et 33°, dans la mesure où elles sont en rapport avec les activités d'équilibrage à exercer par l'entreprise commune.
La Commission approuve, sur proposition de l'entreprise commune :
1° le contrat d'équilibrage et, le cas échéant, le code d'équilibrage qui régit les droits et obligations de l'entreprise commune et des utilisateurs du réseau dans le cadre de l'activité d'équilibrage.
Le contrat d'équilibrage et, le cas échéant, le code d'équilibrage contiennent en tout cas d'une manière détaillée :
a) les définitions de la terminologie utilisée dans le contrat d'équilibrage;
b) l'objet du contrat d'équilibrage;
c) les conditions auxquelles l'activité d'équilibrage est fournie par l'entreprise commune;
d) les droits et obligations liés à l'activité d'équilibrage fournie;
e) la facturation et les modalités de paiement;
f) les garanties financières et autres garanties;
g) les dispositions relatives à la responsabilité de l'entreprise commune et des utilisateurs du réseau;
h) l'impact des cas de force majeure sur les droits et obligations des parties;
i) les dispositions relatives à la négociabilité et à la cession du contrat d'équilibrage;
j) la durée du contrat d'équilibrage;
k) les dispositions relatives à la suspension et à la résiliation du contrat d'équilibrage, à l'exception des clauses résolutoires expresses dans le chef de l'entreprise commune;
l) les modes de notification convenus entre les parties;
m) les dispositions applicables lorsque l'utilisateur du réseau fournit des informations erronées ou incomplètes;
n) le régime de résolution de conflits;
o) le droit applicable;
p) les règles et procédures qui s'appliquent à la zone d'équilibrage intégrée et au modèle d'équilibrage.
2° le programme d'équilibrage, qui décrit le modèle d'équilibrage;
3° les tarifs d'équilibrage.
La proposition du contrat d'équilibrage, du programme d'équilibrage et du code d'équilibrage, de même que leurs éventuelles modifications, sont établis par l'entreprise commune après consultation par celle-ci des utilisateurs du réseau. A cet effet, l'entreprise commune crée une structure de concertation au sein de laquelle elle peut rencontrer les utilisateurs du réseau. L'entreprise commune rédige un rapport sur cette consultation qu'elle joint aux documents soumis à approbation. Dans la mesure où l'entreprise commune ne serait pas encore constituée au moment de la consultation initiale des utilisateurs du réseau sur le contrat d'équilibrage, le programme d'équilibrage et le code d'équilibrage, cette consultation sera effectuée par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel. La Commission peut, compte tenu des modifications des circonstances du marché, en ce compris une législation ou réglementation nouvelle ou modifiée, et/ou compte tenu de son évaluation du fonctionnement du marché, charger l'entreprise commune d'adapter le contrat d'équilibrage, le programme d'équilibrage et le code d'équilibrage approuvés et de lui soumettre pour approbation une proposition de modification à cet effet.
L'article 15/5bis, §§ 1er, 7 et 8, 10 et 11, 13 et 14, est applicable mutatis mutandis à la proposition tarifaire introduite par l'entreprise commune, aux tarifs d'équilibrage et à leur approbation par la Commission.
§ 3. Lorsque la zone d'équilibrage dépasse les frontières de la Belgique, la Commission coopère avec l'ACER et avec les autorités de régulation des Etats membres concernés pour contrôler le maintien à l'équilibre de cette zone d'équilibrage.
La Commission et les autorités de régulation compétentes des autres Etats membres concernés peuvent convenir d'un accord en application de l'article 15/14quater, § 1er, alinéa 4, pour la régulation de ladite entreprise commune.]1
Plus spécialement, les articles 15/16, 15/18, 15/18bis, 15/20, 15/20bis, 15/21, 15/22, 18, 19, 19bis, 20, 20/1, 20/1bis, 20/2 et 23 s'appliquent à l'entreprise commune.
§ 2. La Commission est compétente pour exercer, à l'égard de l'entreprise commune visée à l'article 15/2bis, les tâches énoncées à l'article 15/14, § 2, alinéa 2, à l'exception des points 26°, 30°, 31°, 32° et 33°, dans la mesure où elles sont en rapport avec les activités d'équilibrage à exercer par l'entreprise commune.
La Commission approuve, sur proposition de l'entreprise commune :
1° le contrat d'équilibrage et, le cas échéant, le code d'équilibrage qui régit les droits et obligations de l'entreprise commune et des utilisateurs du réseau dans le cadre de l'activité d'équilibrage.
Le contrat d'équilibrage et, le cas échéant, le code d'équilibrage contiennent en tout cas d'une manière détaillée :
a) les définitions de la terminologie utilisée dans le contrat d'équilibrage;
b) l'objet du contrat d'équilibrage;
c) les conditions auxquelles l'activité d'équilibrage est fournie par l'entreprise commune;
d) les droits et obligations liés à l'activité d'équilibrage fournie;
e) la facturation et les modalités de paiement;
f) les garanties financières et autres garanties;
g) les dispositions relatives à la responsabilité de l'entreprise commune et des utilisateurs du réseau;
h) l'impact des cas de force majeure sur les droits et obligations des parties;
i) les dispositions relatives à la négociabilité et à la cession du contrat d'équilibrage;
j) la durée du contrat d'équilibrage;
k) les dispositions relatives à la suspension et à la résiliation du contrat d'équilibrage, à l'exception des clauses résolutoires expresses dans le chef de l'entreprise commune;
l) les modes de notification convenus entre les parties;
m) les dispositions applicables lorsque l'utilisateur du réseau fournit des informations erronées ou incomplètes;
n) le régime de résolution de conflits;
o) le droit applicable;
p) les règles et procédures qui s'appliquent à la zone d'équilibrage intégrée et au modèle d'équilibrage.
2° le programme d'équilibrage, qui décrit le modèle d'équilibrage;
3° les tarifs d'équilibrage.
La proposition du contrat d'équilibrage, du programme d'équilibrage et du code d'équilibrage, de même que leurs éventuelles modifications, sont établis par l'entreprise commune après consultation par celle-ci des utilisateurs du réseau. A cet effet, l'entreprise commune crée une structure de concertation au sein de laquelle elle peut rencontrer les utilisateurs du réseau. L'entreprise commune rédige un rapport sur cette consultation qu'elle joint aux documents soumis à approbation. Dans la mesure où l'entreprise commune ne serait pas encore constituée au moment de la consultation initiale des utilisateurs du réseau sur le contrat d'équilibrage, le programme d'équilibrage et le code d'équilibrage, cette consultation sera effectuée par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel. La Commission peut, compte tenu des modifications des circonstances du marché, en ce compris une législation ou réglementation nouvelle ou modifiée, et/ou compte tenu de son évaluation du fonctionnement du marché, charger l'entreprise commune d'adapter le contrat d'équilibrage, le programme d'équilibrage et le code d'équilibrage approuvés et de lui soumettre pour approbation une proposition de modification à cet effet.
L'article 15/5bis, §§ 1er, 7 et 8, 10 et 11, 13 et 14, est applicable mutatis mutandis à la proposition tarifaire introduite par l'entreprise commune, aux tarifs d'équilibrage et à leur approbation par la Commission.
§ 3. Lorsque la zone d'équilibrage dépasse les frontières de la Belgique, la Commission coopère avec l'ACER et avec les autorités de régulation des Etats membres concernés pour contrôler le maintien à l'équilibre de cette zone d'équilibrage.
La Commission et les autorités de régulation compétentes des autres Etats membres concernés peuvent convenir d'un accord en application de l'article 15/14quater, § 1er, alinéa 4, pour la régulation de ladite entreprise commune.]1
Modifications
Afdeling IV. [1 - Toegang tot niet-actieve infrastructuur met het oog op de aanleg van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid en coördinatie van civieltechnische werken]1
Section IV. [1 - Accès aux infrastructures non actives en vue du déploiement des réseaux de communications électroniques à haut débit et coordination des travaux de génie civil]1
Art. 15/2sexies. [1 § 1. Elke beheerder van niet-actieve infrastructuur heeft het recht ondernemingen die elektronische communicatienetwerken aanbieden of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, toegang te geven tot zijn niet-actieve infrastructuur met het oog op de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid.
§ 2. Op schriftelijk verzoek van een onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, willigt de beheerder van niet-actieve infrastructuur de redelijke verzoeken om toegang tot zijn niet-actieve infrastructuur in onder billijke en redelijke eisen en voorwaarden met inbegrip van de prijs, met het oog op de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid. Dat schriftelijke verzoek bevat een nadere omschrijving van de elementen van het project waarvoor om toegang wordt verzocht, met inbegrip van een tijdschema.
§ 3. Elke weigering om toegang te verlenen, is gebaseerd op objectieve, transparante en evenredige criteria, zoals :
1° de technische geschiktheid van de niet-actieve infrastructuur waarvoor om toegang wordt verzocht voor het onderbrengen van de in paragraaf 2 bedoelde elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid;
2° de beschikbaarheid van ruimte om andere elementen van het vervoernet, van het gesloten industrieel net of van de directe leiding van de beheerder van niet-actieve infrastructuur te huisvesten, de toekomstige behoeften aan ruimte van de beheerder inbegrepen, of om de in paragraaf 2 bedoelde elementen van de elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid te huisvesten, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de toekomstige behoeften aan ruimte, die afdoende moeten worden aangetoond, van de onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, die het verzoek heeft ingediend of met de elementen van netwerken van andere ondernemingen;
3° overwegingen met betrekking tot veiligheid en volksgezondheid;
4° de integriteit en veiligheid van de niet-actieve infrastructuur, met name van [3 kritieke entiteit]3 bedoeld in [3 de wet van 19 december 2025 betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten]3;
5° het risico van ernstige verstoring van de geplande elektronische communicatiediensten wanneer andere diensten via de niet-actieve infrastructuur worden verstrekt;
6° de vraag of de beheerder van de niet-actieve infrastructuur beschikt over levensvatbare alternatieve middelen voor het verlenen van wholesaletoegang tot de fysieke niet-actieve infrastructuur die geschikt zijn voor het aanbieden van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid, op voorwaarde dat de toegang onder billijke en redelijke voorwaarden wordt verleend.
Uiterlijk twee maanden vanaf de datum van ontvangst van het volledige verzoek om toegang geeft de beheerder van de niet-actieve infrastructuur de redenen voor de weigering op.
§ 4. [2 Indien uiterlijk twee maanden vanaf de datum van ontvangst van het verzoek, toegang wordt geweigerd of geen overeenstemming wordt bereikt over specifieke eisen en voorwaarden, met inbegrip van de prijs, heeft elke partij het recht deze kwestie door te verwijzen naar de instantie voor geschillenbeslechting inzake netwerkinfrastructuur.]2
Het eerste lid is van toepassing onverminderd de mogelijkheid voor elke partij om bij geschillen de zaak aanhangig te maken bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, die beslist als in kort geding, overeenkomstig de procedure die bepaald is in artikel 15/2decies.
§ 5. Dit artikel laat het eigendomsrecht van de eigenaar van de niet-actieve infrastructuur, indien de beheerder van de niet-actieve infrastructuur niet de eigenaar is, alsmede het eigendomsrecht van derden, zoals landeigenaren en eigenaren van privaat eigendom, onverlet. Dit artikel laat eveneens de verplichting voor de onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, om de toelatingen en vergunningen te bekomen die vereist zijn voor de aanleg van de bestanddelen van zijn elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid, onverlet.]1
§ 2. Op schriftelijk verzoek van een onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, willigt de beheerder van niet-actieve infrastructuur de redelijke verzoeken om toegang tot zijn niet-actieve infrastructuur in onder billijke en redelijke eisen en voorwaarden met inbegrip van de prijs, met het oog op de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid. Dat schriftelijke verzoek bevat een nadere omschrijving van de elementen van het project waarvoor om toegang wordt verzocht, met inbegrip van een tijdschema.
§ 3. Elke weigering om toegang te verlenen, is gebaseerd op objectieve, transparante en evenredige criteria, zoals :
1° de technische geschiktheid van de niet-actieve infrastructuur waarvoor om toegang wordt verzocht voor het onderbrengen van de in paragraaf 2 bedoelde elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid;
2° de beschikbaarheid van ruimte om andere elementen van het vervoernet, van het gesloten industrieel net of van de directe leiding van de beheerder van niet-actieve infrastructuur te huisvesten, de toekomstige behoeften aan ruimte van de beheerder inbegrepen, of om de in paragraaf 2 bedoelde elementen van de elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid te huisvesten, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de toekomstige behoeften aan ruimte, die afdoende moeten worden aangetoond, van de onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, die het verzoek heeft ingediend of met de elementen van netwerken van andere ondernemingen;
3° overwegingen met betrekking tot veiligheid en volksgezondheid;
4° de integriteit en veiligheid van de niet-actieve infrastructuur, met name van [3 kritieke entiteit]3 bedoeld in [3 de wet van 19 december 2025 betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten]3;
5° het risico van ernstige verstoring van de geplande elektronische communicatiediensten wanneer andere diensten via de niet-actieve infrastructuur worden verstrekt;
6° de vraag of de beheerder van de niet-actieve infrastructuur beschikt over levensvatbare alternatieve middelen voor het verlenen van wholesaletoegang tot de fysieke niet-actieve infrastructuur die geschikt zijn voor het aanbieden van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid, op voorwaarde dat de toegang onder billijke en redelijke voorwaarden wordt verleend.
Uiterlijk twee maanden vanaf de datum van ontvangst van het volledige verzoek om toegang geeft de beheerder van de niet-actieve infrastructuur de redenen voor de weigering op.
§ 4. [2 Indien uiterlijk twee maanden vanaf de datum van ontvangst van het verzoek, toegang wordt geweigerd of geen overeenstemming wordt bereikt over specifieke eisen en voorwaarden, met inbegrip van de prijs, heeft elke partij het recht deze kwestie door te verwijzen naar de instantie voor geschillenbeslechting inzake netwerkinfrastructuur.]2
Het eerste lid is van toepassing onverminderd de mogelijkheid voor elke partij om bij geschillen de zaak aanhangig te maken bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, die beslist als in kort geding, overeenkomstig de procedure die bepaald is in artikel 15/2decies.
§ 5. Dit artikel laat het eigendomsrecht van de eigenaar van de niet-actieve infrastructuur, indien de beheerder van de niet-actieve infrastructuur niet de eigenaar is, alsmede het eigendomsrecht van derden, zoals landeigenaren en eigenaren van privaat eigendom, onverlet. Dit artikel laat eveneens de verplichting voor de onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, om de toelatingen en vergunningen te bekomen die vereist zijn voor de aanleg van de bestanddelen van zijn elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid, onverlet.]1
Art.15/2sexies.[1 § 1er. Le gestionnaire d'infrastructures non actives a le droit d'offrir aux entreprises fournissant ou autorisées à fournir des réseaux de communications électroniques l'accès à ses infrastructures non actives en vue du déploiement d'éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit.
§ 2. En réponse à une demande écrite formulée par une entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics, le gestionnaire d'infrastructures non actives fait droit à toute demande raisonnable d'accès à ses infrastructures non actives selon des modalités et des conditions équitables et raisonnables, y compris au niveau du prix, en vue du déploiement d'éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit. Cette demande écrite indique de manière détaillée les éléments du projet pour lequel l'accès est demandé, y compris un échéancier précis.
§ 3. Tout refus d'accès est fondé sur des critères objectifs, transparents et proportionnés, tels que :
1° la capacité technique de l'infrastructure non active à laquelle l'accès a été demandé d'accueillir les éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit visés au paragraphe 2;
2° l'espace disponible pour accueillir des autres éléments du réseau de transport, du réseau fermé industriel ou de la conduite directe du gestionnaire d'infrastructures non actives, y compris les besoins futurs d'espace dudit gestionnaire, ou pour accueillir les éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit visés au paragraphe 2, y compris les besoins futurs d'espace de l'entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics qui a introduit la demande ou les éléments de réseaux d'autres entreprises, lesquels ont été démontrés de manière suffisante;
3° des considérations de sûreté et de santé publique;
4° l'intégrité et la sécurité de l'infrastructure non active, en particulier de celle constituant une [3 entité critique]3 visée par [3 la loi du 19 décembre 2025 relative à la résilience des entités critiques]3;
5° le risque d'interférence grave entre les services de communications électroniques en projet et les autres services fournis à l'aide des infrastructures non actives;
6° la disponibilité d'autres moyens viables de fourniture en gros d'accès physique à l'infrastructure non active, offerts par le gestionnaire d'infrastructures non actives et adaptés à la fourniture de réseaux de communications électroniques à haut débit, pour autant que l'accès soit offert selon des modalités et des conditions équitables et raisonnables.
Le gestionnaire d'infrastructures non actives indique les raisons de son refus dans un délai de deux mois à compter de la date de réception de la demande d'accès complète.
§ 4. [2 Si l'accès est refusé ou si aucun accord n'a été trouvé sur les modalités et conditions spécifiques, y compris le prix, dans un délai de deux mois à compter de la date de réception de la demande d'accès, chaque partie est habilitée à porter l'affaire devant l'organe de règlement des litiges en matière d'infrastructures de réseaux.]2
L'alinéa 1er est applicable sans préjudice de la possibilité pour toute partie, en cas de litige, de saisir le tribunal de première instance de Bruxelles, statuant comme en référé, conformément à la procédure fixée par l'article 15/2decies.
§ 5. Le présent article s'entend sans préjudice du droit de propriété du propriétaire de l'infrastructure non-active lorsque le gestionnaire d'infrastructures non actives n'est pas le propriétaire ainsi que du droit de propriété de tout autre tiers, tels que les propriétaires fonciers et les propriétaires privés. Le présent article s'entend également sans préjudice de l'obligation pour l'entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics d'obtenir les permis et autorisations requis pour la pose des éléments constitutifs de son réseau de communications électroniques à haut débit.]1
§ 2. En réponse à une demande écrite formulée par une entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics, le gestionnaire d'infrastructures non actives fait droit à toute demande raisonnable d'accès à ses infrastructures non actives selon des modalités et des conditions équitables et raisonnables, y compris au niveau du prix, en vue du déploiement d'éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit. Cette demande écrite indique de manière détaillée les éléments du projet pour lequel l'accès est demandé, y compris un échéancier précis.
§ 3. Tout refus d'accès est fondé sur des critères objectifs, transparents et proportionnés, tels que :
1° la capacité technique de l'infrastructure non active à laquelle l'accès a été demandé d'accueillir les éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit visés au paragraphe 2;
2° l'espace disponible pour accueillir des autres éléments du réseau de transport, du réseau fermé industriel ou de la conduite directe du gestionnaire d'infrastructures non actives, y compris les besoins futurs d'espace dudit gestionnaire, ou pour accueillir les éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit visés au paragraphe 2, y compris les besoins futurs d'espace de l'entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics qui a introduit la demande ou les éléments de réseaux d'autres entreprises, lesquels ont été démontrés de manière suffisante;
3° des considérations de sûreté et de santé publique;
4° l'intégrité et la sécurité de l'infrastructure non active, en particulier de celle constituant une [3 entité critique]3 visée par [3 la loi du 19 décembre 2025 relative à la résilience des entités critiques]3;
5° le risque d'interférence grave entre les services de communications électroniques en projet et les autres services fournis à l'aide des infrastructures non actives;
6° la disponibilité d'autres moyens viables de fourniture en gros d'accès physique à l'infrastructure non active, offerts par le gestionnaire d'infrastructures non actives et adaptés à la fourniture de réseaux de communications électroniques à haut débit, pour autant que l'accès soit offert selon des modalités et des conditions équitables et raisonnables.
Le gestionnaire d'infrastructures non actives indique les raisons de son refus dans un délai de deux mois à compter de la date de réception de la demande d'accès complète.
§ 4. [2 Si l'accès est refusé ou si aucun accord n'a été trouvé sur les modalités et conditions spécifiques, y compris le prix, dans un délai de deux mois à compter de la date de réception de la demande d'accès, chaque partie est habilitée à porter l'affaire devant l'organe de règlement des litiges en matière d'infrastructures de réseaux.]2
L'alinéa 1er est applicable sans préjudice de la possibilité pour toute partie, en cas de litige, de saisir le tribunal de première instance de Bruxelles, statuant comme en référé, conformément à la procédure fixée par l'article 15/2decies.
§ 5. Le présent article s'entend sans préjudice du droit de propriété du propriétaire de l'infrastructure non-active lorsque le gestionnaire d'infrastructures non actives n'est pas le propriétaire ainsi que du droit de propriété de tout autre tiers, tels que les propriétaires fonciers et les propriétaires privés. Le présent article s'entend également sans préjudice de l'obligation pour l'entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics d'obtenir les permis et autorisations requis pour la pose des éléments constitutifs de son réseau de communications électroniques à haut débit.]1
Art. 15/2septies. [1 § 1. Iedere onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan een vergunning voor het aanbieden van openbare communicatienetwerken is verleend, heeft op verzoek recht op toegang tot de volgende minimuminformatie met betrekking tot de bestaande niet-actieve infrastructuur van de beheerder van een niet-actieve infrastructuur, teneinde overeenkomstig artikel 15/2sexies, § 2, een verzoek om toegang tot niet-actieve infrastructuur in te dienen :
1° locatie en route;
2° aard en huidig gebruik van de infrastructuur; en
3° een contactpunt.
De onderneming die om toegang verzoekt, specificeert het gebied waarin wordt overwogen om elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid aan te leggen.
Een beperking van de toegang tot de in het eerste lid 1 bedoelde minimuminformatie wordt gemotiveerd en uitsluitend toegestaan indien dit noodzakelijk wordt geacht met het oog op de veiligheid en integriteit van de niet-actieve infrastructuur, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de openbare veiligheid, de vertrouwelijkheid en de bescherming van handels- en bedrijfsgeheimen.
§ 2. Indien de in paragraaf 1 bedoelde minimuminformatie niet via het centrale informatiepunt beschikbaar is, biedt de beheerder van de niet-actieve infrastructuur op specifiek schriftelijk verzoek van een onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan vergunning voor het aanbieden van openbare communicatienetwerken is verleend, toegang aan tot dergelijke informatie.
In dat verzoek wordt gespecificeerd in welk gebied de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid wordt overwogen.
Toegang tot informatie moet binnen twee maanden vanaf de datum van ontvangst van het schriftelijk verzoek worden verleend, waarbij evenredige, niet-discriminerende en transparante voorwaarden worden gehanteerd, onverminderd de beperkingen overeenkomstig paragraaf 1.
§ 3. Op specifiek, schriftelijk verzoek van een onderneming die openbare communicatie-netwerken aanbiedt of waaraan vergunning voor het aanbieden van openbare communicatienetwerken is verleend, gaat de beheerder van een niet-actieve infrastructuur in op redelijke verzoeken tot inspecties ter plaatse van specifieke elementen van zijn niet-actieve infrastructuur. In dat verzoek worden de elementen van het betrokken netwerk gespecificeerd met het oog op de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid.
Inspecties ter plaatse van de gespecificeerde elementen van de niet-actieve infrastructuur moeten uiterlijk één maand vanaf de datum van ontvangst van het schriftelijk verzoek worden toegestaan, waarbij evenredige, niet-discriminerende en transparante voorwaarden worden gehanteerd, onverminderd de beperkingen overeenkomstig paragraaf 1. De personen die de toestemming gekregen hebben moeten de procedures en veiligheidsmaatregelen die hun worden meegedeeld, nauwgezet naleven.
§ 4. [2 Wanneer een geschil ontstaat in verband met de in dit artikel vermelde rechten en verplichtingen, heeft elke partij bij het geschil het recht het geschil door te verwijzen naar de instantie voor geschillenbeslechting inzake netwerkinfrastructuur.]2
Het eerste lid is van toepassing onverminderd de mogelijkheid voor elke partij om bij geschillen de zaak aanhangig te maken bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, die beslist als in kort geding, overeenkomstig de procedure die bepaald is in artikel 15/2decies.
§ 5. Wanneer zij overeenkomstig dit artikel toegang krijgen tot informatie, nemen de ondernemingen die openbare communicatienetwerken aanbieden of waaraan vergunning voor het aanbieden van openbare communicatienetwerken is verleend, de nodige maatregelen ter bescherming van vertrouwelijkheid en handels- en bedrijfsgeheimen.]1
1° locatie en route;
2° aard en huidig gebruik van de infrastructuur; en
3° een contactpunt.
De onderneming die om toegang verzoekt, specificeert het gebied waarin wordt overwogen om elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid aan te leggen.
Een beperking van de toegang tot de in het eerste lid 1 bedoelde minimuminformatie wordt gemotiveerd en uitsluitend toegestaan indien dit noodzakelijk wordt geacht met het oog op de veiligheid en integriteit van de niet-actieve infrastructuur, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de openbare veiligheid, de vertrouwelijkheid en de bescherming van handels- en bedrijfsgeheimen.
§ 2. Indien de in paragraaf 1 bedoelde minimuminformatie niet via het centrale informatiepunt beschikbaar is, biedt de beheerder van de niet-actieve infrastructuur op specifiek schriftelijk verzoek van een onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan vergunning voor het aanbieden van openbare communicatienetwerken is verleend, toegang aan tot dergelijke informatie.
In dat verzoek wordt gespecificeerd in welk gebied de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid wordt overwogen.
Toegang tot informatie moet binnen twee maanden vanaf de datum van ontvangst van het schriftelijk verzoek worden verleend, waarbij evenredige, niet-discriminerende en transparante voorwaarden worden gehanteerd, onverminderd de beperkingen overeenkomstig paragraaf 1.
§ 3. Op specifiek, schriftelijk verzoek van een onderneming die openbare communicatie-netwerken aanbiedt of waaraan vergunning voor het aanbieden van openbare communicatienetwerken is verleend, gaat de beheerder van een niet-actieve infrastructuur in op redelijke verzoeken tot inspecties ter plaatse van specifieke elementen van zijn niet-actieve infrastructuur. In dat verzoek worden de elementen van het betrokken netwerk gespecificeerd met het oog op de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid.
Inspecties ter plaatse van de gespecificeerde elementen van de niet-actieve infrastructuur moeten uiterlijk één maand vanaf de datum van ontvangst van het schriftelijk verzoek worden toegestaan, waarbij evenredige, niet-discriminerende en transparante voorwaarden worden gehanteerd, onverminderd de beperkingen overeenkomstig paragraaf 1. De personen die de toestemming gekregen hebben moeten de procedures en veiligheidsmaatregelen die hun worden meegedeeld, nauwgezet naleven.
§ 4. [2 Wanneer een geschil ontstaat in verband met de in dit artikel vermelde rechten en verplichtingen, heeft elke partij bij het geschil het recht het geschil door te verwijzen naar de instantie voor geschillenbeslechting inzake netwerkinfrastructuur.]2
Het eerste lid is van toepassing onverminderd de mogelijkheid voor elke partij om bij geschillen de zaak aanhangig te maken bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, die beslist als in kort geding, overeenkomstig de procedure die bepaald is in artikel 15/2decies.
§ 5. Wanneer zij overeenkomstig dit artikel toegang krijgen tot informatie, nemen de ondernemingen die openbare communicatienetwerken aanbieden of waaraan vergunning voor het aanbieden van openbare communicatienetwerken is verleend, de nodige maatregelen ter bescherming van vertrouwelijkheid en handels- en bedrijfsgeheimen.]1
Art.15/2septies. [1 § 1er. Toute entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics a le droit, afin de demander l'accès à une infrastructure non active conformément à l'article 15/2sexies, § 2, d'accéder, sur simple demande, aux informations minimales suivantes relatives aux infrastructures non actives existantes du gestionnaire d'infrastructures non actives :
1° l'emplacement et le tracé;
2° le type et l'utilisation actuelle des infrastructures; et
3° un point de contact.
L'entreprise qui demande l'accès précise la zone dans laquelle elle envisage le déploiement d'éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit.
Une limitation de l'accès aux informations minimales visées à l'alinéa 1er est motivée et n'est autorisée que lorsque cela est nécessaire pour des raisons liées à la sécurité et à l'intégrité des infrastructures non-actives, à la sécurité nationale, à la santé publique ou à la sûreté, à la confidentialité ou aux secrets commerciaux et d'affaires.
§ 2. Lorsque les informations minimales visées au paragraphe 1er ne sont pas disponibles par l'intermédiaire du point d'information unique, le gestionnaire d'infrastructures non actives donne accès à ces informations sur demande spécifique formulée par écrit par une entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics.
Cette demande précise la zone concernée par un éventuel déploiement d'éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit.
L'accès aux informations est accordé dans un délai de deux mois à compter de la date de réception de la demande écrite, selon des modalités proportionnées, non discriminatoires et transparentes, sans préjudice des restrictions prévues en vertu du paragraphe 1er.
§ 3. En réponse à la demande écrite spécifique formulée par une entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics, le gestionnaire d'infrastructures non actives fait droit aux demandes raisonnables d'enquête sur place sur des éléments spécifiques de ses infrastructures non actives. Cette demande précise les éléments de réseau concernés par le déploiement d'éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit.
L'autorisation d'effectuer des enquêtes sur place sur des éléments spécifiés de l'infrastructure non active est accordée, selon des modalités proportionnées, non discriminatoires et transparentes, dans un délai d'un mois à partir de la date de réception de la demande écrite et sans préjudice des restrictions prévues en vertu du paragraphe 1er. Les personnes ayant reçu l'autorisation devront respecter scrupuleusement les procédures et mesures de sécurité qui leur seront communiquées.
§ 4. [2 En cas de litige concernant les droits et obligations prévus dans le présent article, chacune des parties a le droit de porter le litige devant l'organe de règlement des litiges en matière d'infrastructures de réseaux.]2
L'alinéa 1er est applicable sans préjudice de la possibilité pour toute partie, en cas de litige, de saisir le tribunal de première instance de Bruxelles, statuant comme en référé, conformément à la procédure fixée par l'article 15/2decies.
§ 5. Lorsqu'elles obtiennent l'accès aux informations en vertu du présent article, les entreprises fournissant ou autorisées à fournir des réseaux de communications publics prennent les mesures appropriées pour assurer le respect de la confidentialité et des secrets commerciaux et d'affaires.]1
1° l'emplacement et le tracé;
2° le type et l'utilisation actuelle des infrastructures; et
3° un point de contact.
L'entreprise qui demande l'accès précise la zone dans laquelle elle envisage le déploiement d'éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit.
Une limitation de l'accès aux informations minimales visées à l'alinéa 1er est motivée et n'est autorisée que lorsque cela est nécessaire pour des raisons liées à la sécurité et à l'intégrité des infrastructures non-actives, à la sécurité nationale, à la santé publique ou à la sûreté, à la confidentialité ou aux secrets commerciaux et d'affaires.
§ 2. Lorsque les informations minimales visées au paragraphe 1er ne sont pas disponibles par l'intermédiaire du point d'information unique, le gestionnaire d'infrastructures non actives donne accès à ces informations sur demande spécifique formulée par écrit par une entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics.
Cette demande précise la zone concernée par un éventuel déploiement d'éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit.
L'accès aux informations est accordé dans un délai de deux mois à compter de la date de réception de la demande écrite, selon des modalités proportionnées, non discriminatoires et transparentes, sans préjudice des restrictions prévues en vertu du paragraphe 1er.
§ 3. En réponse à la demande écrite spécifique formulée par une entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics, le gestionnaire d'infrastructures non actives fait droit aux demandes raisonnables d'enquête sur place sur des éléments spécifiques de ses infrastructures non actives. Cette demande précise les éléments de réseau concernés par le déploiement d'éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit.
L'autorisation d'effectuer des enquêtes sur place sur des éléments spécifiés de l'infrastructure non active est accordée, selon des modalités proportionnées, non discriminatoires et transparentes, dans un délai d'un mois à partir de la date de réception de la demande écrite et sans préjudice des restrictions prévues en vertu du paragraphe 1er. Les personnes ayant reçu l'autorisation devront respecter scrupuleusement les procédures et mesures de sécurité qui leur seront communiquées.
§ 4. [2 En cas de litige concernant les droits et obligations prévus dans le présent article, chacune des parties a le droit de porter le litige devant l'organe de règlement des litiges en matière d'infrastructures de réseaux.]2
L'alinéa 1er est applicable sans préjudice de la possibilité pour toute partie, en cas de litige, de saisir le tribunal de première instance de Bruxelles, statuant comme en référé, conformément à la procédure fixée par l'article 15/2decies.
§ 5. Lorsqu'elles obtiennent l'accès aux informations en vertu du présent article, les entreprises fournissant ou autorisées à fournir des réseaux de communications publics prennent les mesures appropriées pour assurer le respect de la confidentialité et des secrets commerciaux et d'affaires.]1
Art. 15/2octies. [1 § 1. Onverminderd iedere bepaling ter regulering van de coördinatie van civieltechnische werken in het openbaar domein, ingevoerd bij decreet of ordonnantie, heeft de beheerder van een niet-actieve infrastructuur het recht om met ondernemingen die elektronische communicatienetwerken aanbieden of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, te onderhandelen over overeenkomsten met betrekking tot de coördinatie van civieltechnische werken met het oog op de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid.
§ 2. De beheerder van een niet-actieve infrastructuur die, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk met overheidsgeld gefinancierde civiele werken uitvoert, voldoet aan elk redelijk verzoek om onder transparante en niet-discriminerende voorwaarden de civiele werken te coördineren, die gedaan worden door ondernemingen die openbare communicatienetwerken aanbieden of waaraan vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, met het oog op de aanleg van elementen van elektronische-communicatienetwerken met hoge snelheid.
Dat verzoek kan worden ingewilligd, mits :
1° dit geen aanvullende kosten, daaronder begrepen kosten door bijkomende vertragingen, met zich zal meebrengen voor de oorspronkelijk geplande civiele werken;
2° dit geen belemmering zal vormen voor de controle over de coördinatie van de werken;
3° het verzoek om coördinatie zo spoedig mogelijk wordt gedaan, en in ieder geval ten minste één maand voordat het definitieve project wordt ingediend bij de bevoegde vergunningverlenende autoriteiten.
§ 3. [2 Indien binnen een maand vanaf de datum van ontvangst van het formele verzoek om overleg overeenkomstig § 2 geen overeenstemming is bereikt over de coördinatie van civiele werken, heeft elke partij het recht de zaak door te verwijzen naar de instantie voor geschillenbeslechting inzake netwerkinfrastructuur.]2
Het eerste lid is van toepassing onverminderd de mogelijkheid voor elke partij om bij geschillen de zaak aanhangig te maken bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, die beslist als in kort geding, overeenkomstig de procedure die bepaald is in artikel 15/2decies.]1
§ 2. De beheerder van een niet-actieve infrastructuur die, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk met overheidsgeld gefinancierde civiele werken uitvoert, voldoet aan elk redelijk verzoek om onder transparante en niet-discriminerende voorwaarden de civiele werken te coördineren, die gedaan worden door ondernemingen die openbare communicatienetwerken aanbieden of waaraan vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, met het oog op de aanleg van elementen van elektronische-communicatienetwerken met hoge snelheid.
Dat verzoek kan worden ingewilligd, mits :
1° dit geen aanvullende kosten, daaronder begrepen kosten door bijkomende vertragingen, met zich zal meebrengen voor de oorspronkelijk geplande civiele werken;
2° dit geen belemmering zal vormen voor de controle over de coördinatie van de werken;
3° het verzoek om coördinatie zo spoedig mogelijk wordt gedaan, en in ieder geval ten minste één maand voordat het definitieve project wordt ingediend bij de bevoegde vergunningverlenende autoriteiten.
§ 3. [2 Indien binnen een maand vanaf de datum van ontvangst van het formele verzoek om overleg overeenkomstig § 2 geen overeenstemming is bereikt over de coördinatie van civiele werken, heeft elke partij het recht de zaak door te verwijzen naar de instantie voor geschillenbeslechting inzake netwerkinfrastructuur.]2
Het eerste lid is van toepassing onverminderd de mogelijkheid voor elke partij om bij geschillen de zaak aanhangig te maken bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, die beslist als in kort geding, overeenkomstig de procedure die bepaald is in artikel 15/2decies.]1
Art.15/2octies.[1 § 1er. Sans préjudice de toute disposition établie par décret ou par ordonnance régissant la coordination de travaux de génie civil sur le domaine public, le gestionnaire d'infrastructures non actives a le droit de négocier des accords en ce qui concerne la coordination des travaux de génie civil avec les entreprises fournissant ou autorisées à fournir des réseaux de communications électroniques en vue du déploiement d'éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit.
§ 2. Lorsque le gestionnaire d'infrastructures non actives effectue directement ou indirectement des travaux de génie civil entièrement ou partiellement financés par des fonds publics, il fait droit à toute demande raisonnable de coordination, selon des modalités transparentes et non discriminatoires, des travaux de génie civil émanant d'entreprises fournissant ou autorisées à fournir des réseaux de communications publics en vue du déploiement d'éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit.
Il est satisfait à cette demande, pour autant que :
1° cela n'entraîne pas de coûts supplémentaires, y compris en raison de retards supplémentaires, pour les travaux de génie civil envisagés initialement;
2° que cela ne fasse pas obstacle au contrôle de la coordination des travaux;
3° que la demande de coordination soit introduite dans les plus brefs délais et, en tout état de cause, un mois au moins avant le dépôt du projet définitif auprès des autorités compétentes en matière de délivrance d'autorisations.
§ 3. [2 Si un accord relatif à la coordination des travaux de génie civil en vertu du paragraphe 2 n'a pu être conclu dans un délai d'un mois à compter de la date de réception de la demande de négociation formelle, chacune des parties est habilitée à porter l'affaire devant l'organe de règlement des litiges en matière d'infrastructures de réseaux.]2
L'alinéa 1er est applicable sans préjudice de la possibilité pour toute partie, en cas de litige, de saisir le tribunal de première instance de Bruxelles, statuant comme en référé, conformément à la procédure fixée par l'article 15/2decies.]1
§ 2. Lorsque le gestionnaire d'infrastructures non actives effectue directement ou indirectement des travaux de génie civil entièrement ou partiellement financés par des fonds publics, il fait droit à toute demande raisonnable de coordination, selon des modalités transparentes et non discriminatoires, des travaux de génie civil émanant d'entreprises fournissant ou autorisées à fournir des réseaux de communications publics en vue du déploiement d'éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit.
Il est satisfait à cette demande, pour autant que :
1° cela n'entraîne pas de coûts supplémentaires, y compris en raison de retards supplémentaires, pour les travaux de génie civil envisagés initialement;
2° que cela ne fasse pas obstacle au contrôle de la coordination des travaux;
3° que la demande de coordination soit introduite dans les plus brefs délais et, en tout état de cause, un mois au moins avant le dépôt du projet définitif auprès des autorités compétentes en matière de délivrance d'autorisations.
§ 3. [2 Si un accord relatif à la coordination des travaux de génie civil en vertu du paragraphe 2 n'a pu être conclu dans un délai d'un mois à compter de la date de réception de la demande de négociation formelle, chacune des parties est habilitée à porter l'affaire devant l'organe de règlement des litiges en matière d'infrastructures de réseaux.]2
L'alinéa 1er est applicable sans préjudice de la possibilité pour toute partie, en cas de litige, de saisir le tribunal de première instance de Bruxelles, statuant comme en référé, conformément à la procédure fixée par l'article 15/2decies.]1
Art. 15/2novies. [1 § 1. Met het oog op onderhandelingen over overeenkomsten met betrekking tot de coördinatie van civiele werken als bedoeld in artikel 15/2octies, stelt de beheerder van een niet-actieve infrastructuur, op specifiek schriftelijk ingediend verzoek van een onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan vergunning voor het aanbieden van openbare communicatienetwerken is verleend, de volgende minimuminformatie ter beschikking over lopende of geplande civiele werken met betrekking tot zijn niet-actieve infrastructuur waarvoor een vergunning is verleend, waarvoor een vergunningsprocedure loopt of waarvoor binnen de komende zes maanden een eerste aanvraag voor een vergunning bij de bevoegde vergunningverlenende autoriteiten zal worden ingediend :
1° de locatie en het type werkzaamheden;
2° de betrokken elementen van de niet-actieve infrastructuur;
3° de geraamde datum voor de aanvang van de werkzaamheden en de duur; en
4° een contactpunt.
In haar verzoek vermeldt de onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan vergunning voor het aanbieden van openbare communicatienetwerken is verleend, het gebied waarin de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid wordt overwogen. De beheerder van een niet-actieve infrastructuur verleent uiterlijk twee weken vanaf de datum van ontvangst van het schriftelijke verzoek de gevraagde informatie, onder evenredige, niet-discriminerende en transparante voorwaarden.
Een beperking van de toegang tot de minimuminformatie wordt gemotiveerd en uitsluitend toegestaan indien dit noodzakelijk wordt geacht met het oog op de veiligheid en integriteit van de niet-actieve infrastructuur, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de openbare veiligheid, de vertrouwelijkheid en de bescherming van handels- en bedrijfsgeheimen.
§ 2. De beheerder van een niet-actieve infrastructuur kan het verzoek overeenkomstig § 1 weigeren in de volgende gevallen :
1° hij heeft de gevraagde informatie in elektronisch formaat openbaar gemaakt, of
2° de toegang tot dergelijke informatie is mogelijk via het centraal informatiepunt.
§ 3. De beheerder van een niet-actieve infrastructuur stelt de in § 1 bedoelde minimuminformatie waar om is verzocht, ter beschikking via het centraal informatiepunt.
§ 4. [2 Wanneer een geschil ontstaat in verband met de in dit artikel vermelde rechten en verplichtingen, heeft elke partij bij het geschil het recht het geschil door te verwijzen naar de instantie voor geschillenbeslechting inzake netwerkinfrastructuur.]2
Het eerste lid is van toepassing onverminderd de mogelijkheid voor elke partij om bij geschillen de zaak aanhangig te maken bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, die beslist als in kort geding, overeenkomstig de procedure die bepaald is in artikel 15/2decies.]1
1° de locatie en het type werkzaamheden;
2° de betrokken elementen van de niet-actieve infrastructuur;
3° de geraamde datum voor de aanvang van de werkzaamheden en de duur; en
4° een contactpunt.
In haar verzoek vermeldt de onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan vergunning voor het aanbieden van openbare communicatienetwerken is verleend, het gebied waarin de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid wordt overwogen. De beheerder van een niet-actieve infrastructuur verleent uiterlijk twee weken vanaf de datum van ontvangst van het schriftelijke verzoek de gevraagde informatie, onder evenredige, niet-discriminerende en transparante voorwaarden.
Een beperking van de toegang tot de minimuminformatie wordt gemotiveerd en uitsluitend toegestaan indien dit noodzakelijk wordt geacht met het oog op de veiligheid en integriteit van de niet-actieve infrastructuur, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de openbare veiligheid, de vertrouwelijkheid en de bescherming van handels- en bedrijfsgeheimen.
§ 2. De beheerder van een niet-actieve infrastructuur kan het verzoek overeenkomstig § 1 weigeren in de volgende gevallen :
1° hij heeft de gevraagde informatie in elektronisch formaat openbaar gemaakt, of
2° de toegang tot dergelijke informatie is mogelijk via het centraal informatiepunt.
§ 3. De beheerder van een niet-actieve infrastructuur stelt de in § 1 bedoelde minimuminformatie waar om is verzocht, ter beschikking via het centraal informatiepunt.
§ 4. [2 Wanneer een geschil ontstaat in verband met de in dit artikel vermelde rechten en verplichtingen, heeft elke partij bij het geschil het recht het geschil door te verwijzen naar de instantie voor geschillenbeslechting inzake netwerkinfrastructuur.]2
Het eerste lid is van toepassing onverminderd de mogelijkheid voor elke partij om bij geschillen de zaak aanhangig te maken bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, die beslist als in kort geding, overeenkomstig de procedure die bepaald is in artikel 15/2decies.]1
Art.15/2novies.[1 § 1er. Afin de négocier des accords de coordination des travaux de génie civil visés à l'article 15/2octies, le gestionnaire d'infrastructures non actives met à disposition, lorsqu'une demande en ce sens lui est adressée par écrit par une entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics, les informations minimales suivantes sur les travaux de génie civil en cours ou prévus relatifs à ses infrastructures non actives et pour lesquels une autorisation a été accordée, une procédure de délivrance d'autorisation est en cours ou une première introduction de demande d'autorisation auprès des autorités compétentes est envisagée dans les six mois suivants :
1° l'emplacement et le type de travaux;
2° les éléments de l'infrastructure non-active concernés;
3° la date estimée de début des travaux et la durée de ces derniers; et
4° un point de contact.
L'entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics précise, dans sa demande, la zone dans laquelle elle envisage un déploiement d'éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit. Dans un délai de deux semaines à compter de la date de réception de la demande écrite, le gestionnaire d'infrastructures non actives fournit les informations demandées selon des modalités proportionnées, non discriminatoires et transparentes.
Une limitation de l'accès aux informations minimales est motivée et n'est autorisée que lorsque cela est jugé nécessaire pour des raisons liées à la sécurité et à l'intégrité des réseaux, à la sécurité nationale, à la santé publique ou à la sûreté, à la confidentialité ou à des secrets commerciaux et d'affaires.
§ 2. Le gestionnaire d'infrastructures non actives peut refuser la demande présentée en vertu du paragraphe 1er :
1° s'il a mis les informations demandées à la disposition du public sous forme électronique; ou
2° s'il est possible d'accéder à ces informations par l'intermédiaire du point d'information unique.
§ 3. Le gestionnaire d'infrastructures non-actives met à disposition les informations minimales requises visées au paragraphe 1, par l'intermédiaire du point d'information unique.
§ 4. [2 En cas de litige concernant les droits et obligations prévus dans le présent article, chacune des parties a le droit de porter le litige devant l'organe de règlement des litiges en matière d'infrastructures de réseaux.]2
L'alinéa 1er est applicable sans préjudice de la possibilité pour toute partie, en cas de litige, de saisir le tribunal de première instance de Bruxelles, statuant comme en référé, conformément à la procédure fixée par l'article 15/2decies.]1
1° l'emplacement et le type de travaux;
2° les éléments de l'infrastructure non-active concernés;
3° la date estimée de début des travaux et la durée de ces derniers; et
4° un point de contact.
L'entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics précise, dans sa demande, la zone dans laquelle elle envisage un déploiement d'éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit. Dans un délai de deux semaines à compter de la date de réception de la demande écrite, le gestionnaire d'infrastructures non actives fournit les informations demandées selon des modalités proportionnées, non discriminatoires et transparentes.
Une limitation de l'accès aux informations minimales est motivée et n'est autorisée que lorsque cela est jugé nécessaire pour des raisons liées à la sécurité et à l'intégrité des réseaux, à la sécurité nationale, à la santé publique ou à la sûreté, à la confidentialité ou à des secrets commerciaux et d'affaires.
§ 2. Le gestionnaire d'infrastructures non actives peut refuser la demande présentée en vertu du paragraphe 1er :
1° s'il a mis les informations demandées à la disposition du public sous forme électronique; ou
2° s'il est possible d'accéder à ces informations par l'intermédiaire du point d'information unique.
§ 3. Le gestionnaire d'infrastructures non-actives met à disposition les informations minimales requises visées au paragraphe 1, par l'intermédiaire du point d'information unique.
§ 4. [2 En cas de litige concernant les droits et obligations prévus dans le présent article, chacune des parties a le droit de porter le litige devant l'organe de règlement des litiges en matière d'infrastructures de réseaux.]2
L'alinéa 1er est applicable sans préjudice de la possibilité pour toute partie, en cas de litige, de saisir le tribunal de première instance de Bruxelles, statuant comme en référé, conformément à la procédure fixée par l'article 15/2decies.]1
Art. 15/2decies. [1 § 1. Het beroep bedoeld in artikel 15/2sexies, § 4, tweede lid, 15/2septies, § 4, tweede lid, 15/2octies, § 3, tweede lid, of 15/2novies, § 4, tweede lid, wordt op straffe van onontvankelijkheid die ambtshalve wordt uitgesproken, ingesteld bij verzoekschrift dat ondertekend wordt en ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel wordt neergelegd. Het verzoekschrift wordt ter griffie neergelegd in evenveel exemplaren als er partijen in de zaak zijn.
§ 2. Binnen de drie werkdagen die volgen op de neerlegging van het verzoekschrift wordt het verzoekschrift door de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel bij gerechtsbrief betekend aan de partijen die door eiser voor de zaak worden opgeroepen.
Op elk ogenblik kan de rechtbank van eerste aanleg te Brussel voor de zaak alle andere personen ambtshalve oproepen wier situatie door het beroep kan worden aangetast, om in het geding tussen te komen.
§ 3. De rechtbank van eerste aanleg te Brussel bepaalt de termijnen binnen dewelke de partijen elkaar hun geschreven opmerkingen bezorgen en daarvan ter griffie kopie neerleggen. De rechtbank bepaalt eveneens de datum van de debatten.
De rechtbank van eerste aanleg te Brussel beslist binnen een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf de neerlegging van het verzoekschrift bedoeld in paragraaf 1.]1
§ 2. Binnen de drie werkdagen die volgen op de neerlegging van het verzoekschrift wordt het verzoekschrift door de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel bij gerechtsbrief betekend aan de partijen die door eiser voor de zaak worden opgeroepen.
Op elk ogenblik kan de rechtbank van eerste aanleg te Brussel voor de zaak alle andere personen ambtshalve oproepen wier situatie door het beroep kan worden aangetast, om in het geding tussen te komen.
§ 3. De rechtbank van eerste aanleg te Brussel bepaalt de termijnen binnen dewelke de partijen elkaar hun geschreven opmerkingen bezorgen en daarvan ter griffie kopie neerleggen. De rechtbank bepaalt eveneens de datum van de debatten.
De rechtbank van eerste aanleg te Brussel beslist binnen een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf de neerlegging van het verzoekschrift bedoeld in paragraaf 1.]1
Art.15/2decies. [1 § 1er. Le recours visé à l'article 15/2sexies, § 4, alinéa 2, 15/2septies, § 4, alinéa 2, 15/2octies, § 3, alinéa 2, ou 15/2novies, § 4, alinéa 2, est formé, sous peine d'irrecevabilité, qui est prononcée d'office, par requête signée et déposée au greffe du tribunal de première instance de Bruxelles. La requête est déposée au greffe en autant d'exemplaires que de parties à la cause.
§ 2. Dans les trois jours ouvrables qui suivent le dépôt de la requête, la requête est notifiée, par pli judiciaire, par le greffe du tribunal de première instance de Bruxelles à toutes les parties appelées à la cause par le demandeur.
A tout moment, le tribunal de première instance de Bruxelles peut d'office appeler à la cause toutes autres personnes dont la situation risque d'être affectée par le recours, à intervenir dans l'instance.
§ 3. Le tribunal de première instance de Bruxelles fixe les délais dans lesquels les parties se communiquent leurs observations écrites et en déposent copie au greffe. Le tribunal fixe également la date des débats.
Le tribunal de première instance de Bruxelles statue dans un délai de soixante jours à compter du dépôt de la requête visée au paragraphe 1er.]1
§ 2. Dans les trois jours ouvrables qui suivent le dépôt de la requête, la requête est notifiée, par pli judiciaire, par le greffe du tribunal de première instance de Bruxelles à toutes les parties appelées à la cause par le demandeur.
A tout moment, le tribunal de première instance de Bruxelles peut d'office appeler à la cause toutes autres personnes dont la situation risque d'être affectée par le recours, à intervenir dans l'instance.
§ 3. Le tribunal de première instance de Bruxelles fixe les délais dans lesquels les parties se communiquent leurs observations écrites et en déposent copie au greffe. Le tribunal fixe également la date des débats.
Le tribunal de première instance de Bruxelles statue dans un délai de soixante jours à compter du dépôt de la requête visée au paragraphe 1er.]1
Modifications
HOOFDSTUK IVbis. - (Leveringsverunningen).
CHAPITRE IVbis. - (Autorisations de fourniture).
Art. 15/3. De (gebruikelijke) levering van aardgas aan in België gevestigde afnemers is onderworpen aan de voorafgaande toekenning van een individuele vergunning door de minister behalve indien zij wordt verricht door een [1 distributienetbeheerder]1 binnen haar eigen distributienet.
[1 Bij de toekenning van een vergunning krachtens het eerste lid wordt rekening gehouden met de vergunningen voor levering afgeleverd door de Gewesten of andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte.]1
[1 Bij de toekenning van een vergunning krachtens het eerste lid wordt rekening gehouden met de vergunningen voor levering afgeleverd door de Gewesten of andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte.]1
Modifications
Art. 15/3. La fourniture habituelle de gaz naturel à des clients établis en Belgique est soumise à l'octroi préalable d'une autorisation individuelle délivrée par le ministre sauf lorsqu'elle est effectuée par [1 un gestionnaire de réseau de distribution]1 sur son propre réseau de distribution.
[1 L'octroi d'une autorisation en vertu du premier alinéa tient compte des autorisations de fourniture délivrées par les régions ou d'autres Etats membres de l'Espace économique européen.]1
[1 L'octroi d'une autorisation en vertu du premier alinéa tient compte des autorisations de fourniture délivrées par les régions ou d'autres Etats membres de l'Espace économique européen.]1
Modifications
Art. 15/4. Na advies van de Commissie bepaalt de Koning :
1° de criteria voor de toekenning van de leveringsvergunningen, die inzonderheid betrekking kunnen hebben op :
a) de professionele betrouwbaarheid en ervaring van de aanvrager, zijn technische en financiële capaciteit en de kwaliteit van zijn organisatie [1 , meer bepaald inzake transactie en aanpassing en eenvormigheid met de vereisten voor bevoorradingszekerheid]1;
b) de capaciteit van de aanvrager om aan de behoeften van zijn afnemers te voldoen;
c) de openbare dienstverplichtingen bedoeld in artikel 15/11, 2°;
2° de procedure voor de toekenning van de leveringsvergunningen, inzonderheid de vorm van de aanvraag, het onderzoek van het dossier en de vergoeding die hiervoor moet worden betaald, en de termijnen waarbinnen de minister moet beslissen en zijn beslissing aan de aanvrager moet meedelen;
3° de gevallen waarin de minister de leveringsvergunning kan herzien of intrekken en de toepasselijke procedures;
4° wat er met de leveringsvergunning gebeurt in geval van controlewijziging, fusie of splitsing van de houder en, in voorkomend geval, de te vervullen voorwaarden en de te volgen procedures voor het behoud of de hernieuwing van de leveringsvergunning in deze gevallen.
1° de criteria voor de toekenning van de leveringsvergunningen, die inzonderheid betrekking kunnen hebben op :
a) de professionele betrouwbaarheid en ervaring van de aanvrager, zijn technische en financiële capaciteit en de kwaliteit van zijn organisatie [1 , meer bepaald inzake transactie en aanpassing en eenvormigheid met de vereisten voor bevoorradingszekerheid]1;
b) de capaciteit van de aanvrager om aan de behoeften van zijn afnemers te voldoen;
c) de openbare dienstverplichtingen bedoeld in artikel 15/11, 2°;
2° de procedure voor de toekenning van de leveringsvergunningen, inzonderheid de vorm van de aanvraag, het onderzoek van het dossier en de vergoeding die hiervoor moet worden betaald, en de termijnen waarbinnen de minister moet beslissen en zijn beslissing aan de aanvrager moet meedelen;
3° de gevallen waarin de minister de leveringsvergunning kan herzien of intrekken en de toepasselijke procedures;
4° wat er met de leveringsvergunning gebeurt in geval van controlewijziging, fusie of splitsing van de houder en, in voorkomend geval, de te vervullen voorwaarden en de te volgen procedures voor het behoud of de hernieuwing van de leveringsvergunning in deze gevallen.
Modifications
Art. 15/4. Après avis de la Commission, le Roi fixe :
1° les critères d'octroi des autorisations de fourniture, qui peuvent notamment porter sur :
a) l'honorabilité et l'expérience professionnelles du demandeur, ses capacités techniques et financières et la qualité de son organisation;
b) la capacité du demandeur de satisfaire les besoins de ses clients [1 notamment en matière de transaction et d'ajustement et de conformité aux exigences de sécurité d'approvisionnement]1;
c) les obligations de service public visées à l'article 15/11, 2°;
2° la procédure d'octroi des autorisations de fourniture, notamment la forme de la demande, l'instruction du dossier et la redevance à payer pour celle-ci, ainsi que les délais dans lesquels le ministre doit statuer et notifier sa décision au demandeur;
3° les cas dans lesquels le ministre peut réviser ou retirer l'autorisation de fourniture et les procédures applicables;
4° le sort de l'autorisation de fourniture en cas de changement de contrôle, fusion ou scission du titulaire et, le cas échéant, les conditions à remplir et les procédures à suivre pour le maintien ou le renouvellement de l'autorisation de fourniture dans ces cas.
1° les critères d'octroi des autorisations de fourniture, qui peuvent notamment porter sur :
a) l'honorabilité et l'expérience professionnelles du demandeur, ses capacités techniques et financières et la qualité de son organisation;
b) la capacité du demandeur de satisfaire les besoins de ses clients [1 notamment en matière de transaction et d'ajustement et de conformité aux exigences de sécurité d'approvisionnement]1;
c) les obligations de service public visées à l'article 15/11, 2°;
2° la procédure d'octroi des autorisations de fourniture, notamment la forme de la demande, l'instruction du dossier et la redevance à payer pour celle-ci, ainsi que les délais dans lesquels le ministre doit statuer et notifier sa décision au demandeur;
3° les cas dans lesquels le ministre peut réviser ou retirer l'autorisation de fourniture et les procédures applicables;
4° le sort de l'autorisation de fourniture en cas de changement de contrôle, fusion ou scission du titulaire et, le cas échéant, les conditions à remplir et les procédures à suivre pour le maintien ou le renouvellement de l'autorisation de fourniture dans ces cas.
Modifications
Art. 15/4bis. [1 De leveranciers zien erop toe dat hun afnemers alle relevante gegevens betreffende hun verbruik krijgen.
De leveranciers zorgen ervoor dat zij een hoog beschermingsniveau aan hun eindafnemers die op het aardgasvervoersnet zijn aangesloten, garanderen, meer bepaald inzake de transparantie van de voorwaarden van de contracten, de algemene informatie en de mechanismen voor geschillenbeslechting. ".
[2 De leveranciers zijn voor hun huishoudelijke afnemers bereikbaar op werkdagen per telefoon ten minste van 9u00 tot 17u00, zonder meerkost voor de oproeper, en per elektronische post, ongeacht de contractuele voorwaarden en de interne organisatie van de dienst die de communicatie met de klanten verzekert.
De leveranciers bevestigen mondelinge afspraken die gemaakt worden met de huishoudelijke afnemers die financiële of contractuele relevantie hebben voor de consument, binnen 2 werkdagen per brief, per elektronische post of per SMS, naargelang de aard van de afspraak.
In afwijking van het derde lid, kan een leverancier contracten aanbieden waarbij de mogelijkheid tot contact per telefoon niet is inbegrepen, op voorwaarde dat:
a. de huishoudelijke afnemer hierover voorafgaandelijk aan het sluiten van de overeenkomst duidelijk,ondubbelzinnig en schriftelijk is geïnformeerd;
b. de huishoudelijke afnemer hiermee uitdrukkelijk en schriftelijk instemt;
c. De contracten worden duidelijk en ondubbelzinnig gecommercialiseerd onder een benaming die het uitsluitend digitale karakter van de dienstverlening weergeeft;
d. de leverancier steeds bereikbaar blijft per elektronische post conform het derde lid.
Onverminderd het vijfde lid, voorziet de leverancier voor huishoudelijke afnemers die kiezen voor een contract met uitsluitend digitaal karakter op een duidelijke en toegankelijke plaats in zijn onlineklantenportaal een functie waarmee de huishoudelijke afnemer kan verzoeken om telefonisch gecontacteerd te worden. De leverancier neemt naar aanleiding van een dergelijk verzoek telefonisch contact op met de huishoudelijke afnemer binnen een termijn van twee werkdagen na ontvangst van het verzoek of later als de huishoudelijke afnemer dat verzoekt.]2
De leveranciers passen op hun eindafnemers de tarieven toe die werden goedgekeurd met toepassing van de artikel en 15/5 tot 15/5ter en 15/5quinquies en vermelden op duidelijke en gedetailleerde wijze het bedrag van ieder element dat de eindprijs uitmaakt.]1
De leveranciers zorgen ervoor dat zij een hoog beschermingsniveau aan hun eindafnemers die op het aardgasvervoersnet zijn aangesloten, garanderen, meer bepaald inzake de transparantie van de voorwaarden van de contracten, de algemene informatie en de mechanismen voor geschillenbeslechting. ".
[2 De leveranciers zijn voor hun huishoudelijke afnemers bereikbaar op werkdagen per telefoon ten minste van 9u00 tot 17u00, zonder meerkost voor de oproeper, en per elektronische post, ongeacht de contractuele voorwaarden en de interne organisatie van de dienst die de communicatie met de klanten verzekert.
De leveranciers bevestigen mondelinge afspraken die gemaakt worden met de huishoudelijke afnemers die financiële of contractuele relevantie hebben voor de consument, binnen 2 werkdagen per brief, per elektronische post of per SMS, naargelang de aard van de afspraak.
In afwijking van het derde lid, kan een leverancier contracten aanbieden waarbij de mogelijkheid tot contact per telefoon niet is inbegrepen, op voorwaarde dat:
a. de huishoudelijke afnemer hierover voorafgaandelijk aan het sluiten van de overeenkomst duidelijk,ondubbelzinnig en schriftelijk is geïnformeerd;
b. de huishoudelijke afnemer hiermee uitdrukkelijk en schriftelijk instemt;
c. De contracten worden duidelijk en ondubbelzinnig gecommercialiseerd onder een benaming die het uitsluitend digitale karakter van de dienstverlening weergeeft;
d. de leverancier steeds bereikbaar blijft per elektronische post conform het derde lid.
Onverminderd het vijfde lid, voorziet de leverancier voor huishoudelijke afnemers die kiezen voor een contract met uitsluitend digitaal karakter op een duidelijke en toegankelijke plaats in zijn onlineklantenportaal een functie waarmee de huishoudelijke afnemer kan verzoeken om telefonisch gecontacteerd te worden. De leverancier neemt naar aanleiding van een dergelijk verzoek telefonisch contact op met de huishoudelijke afnemer binnen een termijn van twee werkdagen na ontvangst van het verzoek of later als de huishoudelijke afnemer dat verzoekt.]2
De leveranciers passen op hun eindafnemers de tarieven toe die werden goedgekeurd met toepassing van de artikel en 15/5 tot 15/5ter en 15/5quinquies en vermelden op duidelijke en gedetailleerde wijze het bedrag van ieder element dat de eindprijs uitmaakt.]1
Art. 15/4bis. [1 Les fournisseurs veillent à fournir à leurs clients toutes les données pertinentes concernant leurs consommations.
Les fournisseurs veillent à garantir un niveau élevé de protection de leurs clients finals raccordés au réseau de transport de gaz naturel, notamment en ce qui concerne la transparence des termes et conditions des contrats, l'information générale et les mécanismes de règlement des litiges.
[2 Les fournisseurs permettent à leurs clients résidentiels de les joindre les jours ouvrables par téléphone au minimum de 9h00 à 17h00, sans frais supplémentaires pour l'appelant, ainsi que par courrier électronique, indépendamment des conditions contractuelles et de l'organisation interne du service qui assure la communication avec les clients.
Les fournisseurs confirment, dans les deux jours ouvrables, les accords verbaux conclus avec les clients résidentiels qui ont une incidence financière ou contractuelle pour le consommateur, par courrier, courrier électronique ou SMS, selon la nature de l'accord.
Par dérogation à l'alinéa 3, un fournisseur peut proposer des contrats qui ne prévoient pas la possibilité de le contacter par téléphone, pour autant:
a. que le client résidentiel en ait été informé clairement, sans équivoque et par écrit, préalablement à la conclusion du contrat;
b. que le client résidentiel y consente expressément par écrit;
c. que les contrats soient commercialisés de manière claire et non équivoque sous un intitulé qui exprime le caractère exclusivement numérique du service;
d. que le fournisseur reste joignable à tout moment par courrier électronique, conformément à l'alinéa 3.
Sans préjudice de l'alinéa 5, le fournisseur met à la disposition des clients résidentiels qui optent pour un contrat à caractère exclusivement numérique, dans un espace clairement identifié et accessible de son portail client en ligne, une fonction permettant au client résidentiel de demander à être contacté par téléphone. A la suite de cette demande, le fournisseur contacte le client résidentiel par téléphone dans un délai de deux jours ouvrables à compter de la réception de la demande, ou ultérieurement si le client résidentiel en fait la demande.]2
Les fournisseurs appliquent aux clients finals les tarifs approuvés en application des articles 15/5 à 15/5ter et 15/5quinquies et mentionnent de manière claire et détaillée le montant de chaque élément constitutif du prix final.]1
Les fournisseurs veillent à garantir un niveau élevé de protection de leurs clients finals raccordés au réseau de transport de gaz naturel, notamment en ce qui concerne la transparence des termes et conditions des contrats, l'information générale et les mécanismes de règlement des litiges.
[2 Les fournisseurs permettent à leurs clients résidentiels de les joindre les jours ouvrables par téléphone au minimum de 9h00 à 17h00, sans frais supplémentaires pour l'appelant, ainsi que par courrier électronique, indépendamment des conditions contractuelles et de l'organisation interne du service qui assure la communication avec les clients.
Les fournisseurs confirment, dans les deux jours ouvrables, les accords verbaux conclus avec les clients résidentiels qui ont une incidence financière ou contractuelle pour le consommateur, par courrier, courrier électronique ou SMS, selon la nature de l'accord.
Par dérogation à l'alinéa 3, un fournisseur peut proposer des contrats qui ne prévoient pas la possibilité de le contacter par téléphone, pour autant:
a. que le client résidentiel en ait été informé clairement, sans équivoque et par écrit, préalablement à la conclusion du contrat;
b. que le client résidentiel y consente expressément par écrit;
c. que les contrats soient commercialisés de manière claire et non équivoque sous un intitulé qui exprime le caractère exclusivement numérique du service;
d. que le fournisseur reste joignable à tout moment par courrier électronique, conformément à l'alinéa 3.
Sans préjudice de l'alinéa 5, le fournisseur met à la disposition des clients résidentiels qui optent pour un contrat à caractère exclusivement numérique, dans un espace clairement identifié et accessible de son portail client en ligne, une fonction permettant au client résidentiel de demander à être contacté par téléphone. A la suite de cette demande, le fournisseur contacte le client résidentiel par téléphone dans un délai de deux jours ouvrables à compter de la réception de la demande, ou ultérieurement si le client résidentiel en fait la demande.]2
Les fournisseurs appliquent aux clients finals les tarifs approuvés en application des articles 15/5 à 15/5ter et 15/5quinquies et mentionnent de manière claire et détaillée le montant de chaque élément constitutif du prix final.]1
Art. 15/4ter. [1 De leveranciers zien erop toe het gebruik van aardgas te optimaliseren, door hen, met name, diensten voor energiebeheer aan te bieden.]1
Art. 15/4ter. [1 Les fournisseurs veillent à optimiser l'utilisation du gaz naturel, en leur proposant, notamment, des services de gestion de l'énergie.]1
Modifications
Art. 15/4quater. [1 De leveranciers stellen de relevante gegevens ter beschikking van de federale instanties, met inbegrip van de commissie, de [2 Belgische Mededingingsautoriteit]2 en de Europese Commissie, voor de uitvoering van hun taken, gedurende minstens vijf jaar, in verband met alle transacties met betrekking tot de contracten voor de levering van aardgas of van aardgasderivaten afgesloten met grootafnemers en beheerders van aardgasvervoersnet, alsook met beheerders van aardgasopslag- en LNG-installaties.
De gegevens omvatten bijzonderheden betreffende de kenmerken van de betrokken transacties, zoals looptijd, leverings- en betalingsregels, hoeveelheden, uitvoeringsdata en -tijdstippen, transactieprijzen en middelen om de betrokken grootafnemer te identificeren, alsmede de vereiste gegevens over alle openstaande aardgasleveringscontracten en aardgasderivaten.
De commissie kan bepaalde van deze gegevens ter beschikking stellen van de marktpartijen, voor zover er geen commercieel gevoelige, vertrouwelijke informatie en/of informatie met een persoonlijk karakter over bepaalde marktpartijen of transacties wordt bekendgemaakt. Dit lid is niet van toepassing op informatie betreffende de financiële instrumenten die vallen onder Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad, zoals deze naar Belgisch recht is omgezet. Wanneer de in het eerste lid bedoelde overheden inzage nodig hebben in de gegevens die worden bewaard door de entiteiten die onder voorgaande richtlijn vallen, verstrekken deze entiteiten hen de gevraagde gegevens.
De Europese Commissie stelt de richtsnoeren vast met toepassing van artikel 44.5 van Richtlijn 2009/73/EG. Deze paragraaf is van toepassing op transacties in aardgasderivaten van leveranciers, enerzijds, met grootafnemers, aardgasvervoersnetbeheerders, alsmede de beheerders van aardgasopslag- en LNG-installaties, anderzijds, op basis van deze richtsnoeren.]1
De gegevens omvatten bijzonderheden betreffende de kenmerken van de betrokken transacties, zoals looptijd, leverings- en betalingsregels, hoeveelheden, uitvoeringsdata en -tijdstippen, transactieprijzen en middelen om de betrokken grootafnemer te identificeren, alsmede de vereiste gegevens over alle openstaande aardgasleveringscontracten en aardgasderivaten.
De commissie kan bepaalde van deze gegevens ter beschikking stellen van de marktpartijen, voor zover er geen commercieel gevoelige, vertrouwelijke informatie en/of informatie met een persoonlijk karakter over bepaalde marktpartijen of transacties wordt bekendgemaakt. Dit lid is niet van toepassing op informatie betreffende de financiële instrumenten die vallen onder Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad, zoals deze naar Belgisch recht is omgezet. Wanneer de in het eerste lid bedoelde overheden inzage nodig hebben in de gegevens die worden bewaard door de entiteiten die onder voorgaande richtlijn vallen, verstrekken deze entiteiten hen de gevraagde gegevens.
De Europese Commissie stelt de richtsnoeren vast met toepassing van artikel 44.5 van Richtlijn 2009/73/EG. Deze paragraaf is van toepassing op transacties in aardgasderivaten van leveranciers, enerzijds, met grootafnemers, aardgasvervoersnetbeheerders, alsmede de beheerders van aardgasopslag- en LNG-installaties, anderzijds, op basis van deze richtsnoeren.]1
Art. 15/4quater. [1 Les fournisseurs tiennent à la disposition des autorités fédérales, y compris de la commission, de [2 l'Autorité belge de la concurrence ]2 et de la Commission européenne, aux fins d'exécution de leurs tâches, pour une durée de cinq ans, les données pertinentes relatives à toutes les transactions portant sur des contrats de fourniture de gaz ou des instruments dérivés sur le gaz passés avec des clients grossistes et les gestionnaires du réseau de transport de gaz naturel, ainsi qu'avec les gestionnaires d'installations de stockage de gaz naturel et de GNL.
Les données comprennent des informations sur les caractéristiques des transactions pertinentes, telles que les règles relatives à la durée, à la livraison et à la liquidation, la quantité, la date et l'heure de l'exécution, le prix de la transaction et le moyen d'identifier le client grossiste concerné, ainsi que les informations requises concernant tous les contrats de fourniture de gaz naturel et instruments dérivés sur le gaz naturel non liquidés.
La commission peut mettre certaines de ces données à la disposition des acteurs du marché, pour autant que ne soient pas divulguées des informations commercialement sensibles, confidentielles et/ou à caractère personnel, sur des acteurs du marché ou des transactions déterminés. Le présent alinéa ne s'applique pas aux informations relatives aux instruments financiers qui relèvent de la Directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 avril 2004 concernant les marchés d'instruments financiers, modifiant les Directive s 85/611/CEE et 93/6/CEE du Conseil et la Directive 2000/12/CE du Parlement européen et du Conseil et abrogeant la Directive 93/22/CEE du Conseil, telle que transposée en droit belge. Lorsque les autorités visées au premier alinéa ont besoin d'accéder aux données détenues par des entités relevant de la Directive qui précède, ces entités leur fournissent les données demandées.
La Commission européenne adopte des orientations en application de l'article 44.5 de la Directive 2009/73/CE. Le présent paragraphe s'applique aux transactions portant sur des instruments dérivés sur le gaz entre des fournisseurs, d'une part, et des clients grossistes, le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel et les gestionnaires d'installations de stockage de gaz naturel ou de GNL, d'autre part, sur la base de ces orientations.]1
Les données comprennent des informations sur les caractéristiques des transactions pertinentes, telles que les règles relatives à la durée, à la livraison et à la liquidation, la quantité, la date et l'heure de l'exécution, le prix de la transaction et le moyen d'identifier le client grossiste concerné, ainsi que les informations requises concernant tous les contrats de fourniture de gaz naturel et instruments dérivés sur le gaz naturel non liquidés.
La commission peut mettre certaines de ces données à la disposition des acteurs du marché, pour autant que ne soient pas divulguées des informations commercialement sensibles, confidentielles et/ou à caractère personnel, sur des acteurs du marché ou des transactions déterminés. Le présent alinéa ne s'applique pas aux informations relatives aux instruments financiers qui relèvent de la Directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 avril 2004 concernant les marchés d'instruments financiers, modifiant les Directive s 85/611/CEE et 93/6/CEE du Conseil et la Directive 2000/12/CE du Parlement européen et du Conseil et abrogeant la Directive 93/22/CEE du Conseil, telle que transposée en droit belge. Lorsque les autorités visées au premier alinéa ont besoin d'accéder aux données détenues par des entités relevant de la Directive qui précède, ces entités leur fournissent les données demandées.
La Commission européenne adopte des orientations en application de l'article 44.5 de la Directive 2009/73/CE. Le présent paragraphe s'applique aux transactions portant sur des instruments dérivés sur le gaz entre des fournisseurs, d'une part, et des clients grossistes, le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel et les gestionnaires d'installations de stockage de gaz naturel ou de GNL, d'autre part, sur la base de ces orientations.]1
HOOFDSTUK IVbis. - (Toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallaties voor aardgas en de LNG-installatie)
CHAPITRE IVter. - (Accès au réseau de transport de gaz naturel et aux installations de stockage de gaz naturel et de GNL)
Art. 15/5. (De afnemers en de houders van leveringsvergunningen hebben toegang tot elk netwerk voor het aardgasvervoer, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie op basis van de tarieven vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 15/5bis en goedgekeurd door de Commissie.
(Tweede lid opgeheven))
(...)
§ 3. (...)
§ 4. (...)
§ 5. (...)
§ 6. (...)
(Tweede lid opgeheven))
(...)
§ 3. (...)
§ 4. (...)
§ 5. (...)
§ 6. (...)
Art. 15/5. (Les clients et les titulaires d'autorisations de fourniture peuvent accéder à tout réseau de transport de gaz naturel, d'installation de stockage de gaz naturel et d'installation de GNL sur la base des tarifs établis conformément aux dispositions de l'article 15/5bis et approuvés par la Commission.
(Alinéa 2 abrogé))
(...)
§ 3. (...)
§ 4. (...)
§ 5. (...)
§ 6. (...)
(Alinéa 2 abrogé))
(...)
§ 3. (...)
§ 4. (...)
§ 5. (...)
§ 6. (...)
Art. 15/5bis. [1 § 1. De aansluiting, het gebruik van het net en/of installatie van de aardgasvervoersnetbeheerder, van de aardgasopslaginstallatiebeheerder of van de LNG-installatiebeheerder en, desgevallend, de door deze beheerders aangeboden diensten in toepassing van de gedragscode die overeenkomstig artikel 15/5undecies werd aangenomen, maken het voorwerp uit van tarieven.
§ 2. Na gestructureerd, gedocumenteerd en transparant overleg met de betrokken beheerders, stelt de commissie de tariefmethodologie op die de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie moeten gebruiken voor het opstellen van hun tariefvoorstellen.
De tariefmethodologie preciseert met name :
(i) de definitie van de categorieën van kosten die worden gedekt door de tarieven;
(ii) de categorieën van kosten waarop, in voorkomend geval, de bevorderende regelgeving betrekking heeft;
(iii) de regels voor de evolutie na verloop van tijd voor de categorieën van kosten bedoeld in (i), met inbegrip van de methode voor de bepaling van de parameters die voorkomen in de evolutieformules;
(iv) de regels voor de toewijzing van de kosten aan categorieën van netgebruikers;
(v) de algemene tariefstructuur en de tariefcomponenten.
Het overleg met de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie maakt het voorwerp uit van een akkoord tussen de commissie en deze beheerders. Bij gebrek aan akkoord wordt het overleg ten minste gehouden als volgt :
1° de commissie stuurt de oproeping voor de bovenbedoelde overlegvergaderingen, alsook de documentatie betreffende de agendapunten van deze vergaderingen naar de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie, binnen een redelijke termijn voorafgaand aan de vergadering in kwestie. De oproeping vermeldt de plaats, de datum en het uur van de vergadering, alsook de punten van de dagorde;
2° na de vergadering stelt de commissie een ontwerp van proces-verbaal op van de vergadering waarin de naar voren geschoven argumenten van de verschillende partijen en de vastgestelde punten waarover overeenstemming en waarover geen overeenstemming bestaat, worden opgenomen, die zij ter goedkeuring verzendt naar de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie binnen een redelijke termijn na de vergadering;
3° binnen een redelijke termijn na de ontvangst van het door de partijen goedgekeurde proces-verbaal van de commissie versturen de beheerders, indien nodig nadat zij hierover overleg gepleegd hebben, hun formeel advies naar de commissie over de tariefmethodologie dat het resultaat is van dit overleg, waarbij desgevallend de eventuele resterende punten waarover geen overeenstemming werd bereikt worden benadrukt.
In afwijking van de voorgaande bepalingen, kan de tariefmethodologie worden opgesteld door de commissie volgens een vastgestelde procedure gemeenschappelijk akkoord met de aardgasvervoersnetbeheerder, de aardgasopslaginstallatiebeheerder en de LNG-installatiebeheerder op basis van een uitdrukkelijk, transparant en niet-discriminerend akkoord.
§ 3. De commissie deelt aan de Kamer van volksvertegenwoordigers haar ontwerp van tariefmethodologie, het geheel van de stukken met betrekking tot het overleg met de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie alsook alle documenten die zij noodzakelijk acht voor de motivering van haar beslissing met betrekking tot de tariefmethodologie mee, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige informatie met betrekking tot de leveranciers of de netgebruikers, de persoonsgegevens en/of de gegevens waarvan de vertrouwelijkheid beschermd wordt krachtens bijzondere wetgeving.
De commissie publiceert op haar website de toepasselijke tariefmethodologie, het geheel van de stukken met betrekking tot het overleg met de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie en alle documenten die zij nuttig acht voor de motivering van haar beslissing betreffende de tariefmethodologie, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie betreffende leveranciers of net- en/of installatiegebruikers, van persoonsgegevens en/of van gegevens waarvan de vertrouwelijkheid is beschermd krachtens specifieke regelgevingen.
§ 4. De tariefmethodologie vastgesteld krachtens § 3 en die van toepassing is op de vaststelling van het tariefvoorstel wordt meegedeeld aan de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie ten laatste zes maanden vóór de datum waarop het tariefvoorstel moet worden ingediend bij de commissie. De wijzingen moeten gemotiveerd worden.
De tariefmethodologie blijft van toepassing gedurende de hele tariefperiode, met inbegrip van de opmaak van eindbalans die betrekking heeft op deze periode. Wijzigingen aangebracht gedurende de tariefperiode aan de vastgestelde tariefmethodologie, zijn overeenkomstig § 2 slechts van toepassing vanaf de volgende tariefperiode, behoudens uitdrukkelijk, transparant en niet-discriminerend akkoord tussen de commissie en de beheerders.
§ 5. De commissie stelt de tariefmethodologie op met inachtneming van volgende richtsnoeren :
1° de tariefmethodologie moet exhaustief en transparant zijn teneinde het de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie mogelijk te maken om hun tariefvoorstellen op deze enkele basis op te stellen. Het bevat de elementen die verplicht moeten voorkomen in het tariefvoorstel. Het definieert rapporteringsmodellen die moeten worden gebruikt door deze beheerders;
2° de tariefmethodologie moet toelaten om op efficiënte wijze het geheel van de kosten te dekken die noodzakelijk of efficiënt zijn voor de uitvoering van de wettelijke of reglementaire verplichtingen die aan de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie worden opgelegd alsook voor de uitoefening van hun activiteiten;
3° de tariefmethodologie stelt het aantal jaren voor de gereguleerde periode vast die aanvangt op 1 januari. De jaartarieven die hieruit voortvloeien worden vastgesteld in toepassing van de tariefmethodologie die op deze periode van toepassing is;
4° de tariefmethodologie maakt de evenwichtige ontwikkeling van het aardgasvervoersnet, van de aardgasopslaginstallatie en/of LNG-installatie mogelijk, in overeenstemming met het investeringsplan van de beheerders van dit net en deze installaties zoals, in voorkomend geval, goedgekeurd door de bevoegde reguleringsinstanties;
5° de eventuele criteria voor de verwerping van bepaalde kosten zijn niet-discriminerend en transparant;
6° de tarieven zijn niet-discriminerend en proportioneel. Zij respecteren een transparante toewijzing van de kosten;
7° de structuur van de tarieven begunstigt het rationeel gebruik van energie en infrastructuren;
8° de verschillende tarieven zijn uniform op het grondgebied dat door de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie bediend wordt;
9° de normale vergoeding van de kapitalen die geïnvesteerd zijn in de gereguleerde activa moet de aardgasvervoersnetbeheerder, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en van de LNG-installatie in staat stellen om de investeringen te doen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun opdrachten;
in geval van onderscheid in behandeling wat de vergoeding van de kapitalen of de duur van de afschrijvingen tussen de netbeheerders betreft, wordt het onderscheid naar behoren gemotiveerd door de commissie;
10° de flexibiliteitdiensten worden verzekerd op de meest kostenefficiënte wijze en bieden geëigende maatregelen tot stimulatie voor de gebruikers om hun injecties in overeenstemming te brengen met hun afnames. De aan deze diensten verbonden tarieven zijn billijk, niet discriminerend en gebaseerd op objectieve criteria;
11° de kosten voor de openbare dienstverplichtingen die worden opgelegd door de wet, het decreet of de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden verrekend in de tarieven op een transparante en niet-disciminerende wijze, overeenkomstig de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen;
12° de belastingen, taksen, heffingen en bijdragen van alle aard die worden opgelegd door de wet, het decreet of de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan worden automatisch toegevoegd aan de tarieven binnen de termijnen die worden bepaald door de procedure van invoering en goedkeuring van de tarieven. De commissie kan de conformiteit van deze kosten met de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen controleren;
13° de aankopen van goederen en diensten die verricht worden met inachtneming van de wetgeving inzake overheidsopdrachten worden verondersteld te zijn verricht aan de marktprijs desgevallend onder voorbehoud van de beoordelingsbevoegdheid van de commissie;
14° de methodologie bepaalt de nadere regels voor de integratie en controle van de gestrande kosten bestaande uit de niet-gekapitaliseerde lasten voor het aanvullend pensioen of het pensioen van de publieke sector, die worden betaald aan personeelsleden die een gereguleerde activiteit van aardgasvervoer of van aardgas- of LNG-opslag hebben verricht, die verschuldigd zijn voor de jaren vóór de liberalisering krachtens statuten, collectieve arbeidsovereenkomsten of andere voldoende geformaliseerde overeenkomsten, die werden goedgekeurd vóór 30 april 1999, of die worden betaald aan hun rechthebbenden of vergoed aan hun werkgever door een beheerder van het aardgasvervoersnet, van de aardgasopslaginstallatie of van de LNG-installatie, die in de tarieven kunnen worden opgenomen;
15° voor de bepaling van de saldi (positief of negatief) waarvan zij de verdeling bepaalt voor de volgende gereguleerde periode, stelt de commissie de kostencategorieën vast die niet zijn onderworpen aan een eventuele bevorderende regelgeving die gereguleerde schulden of schuldvorderingen uitmaken en die worden gerecupereerd of teruggegeven via de tarieven van de volgende gereguleerde periode;
16° iedere controlemethode van de kosten die gebaseerd is op vergelijkende technieken moet rekening houden met de bestaande objectieve verschillen tussen de beheerders en die niet weggewerkt kunnen worden op initiatief van de betrokken beheerder.
Iedere beslissing die gebruik maakt van vergelijkende technieken integreert kwalitatieve parameters en is gebaseerd op homogene, transparante, betrouwbare gegevens en gegevens die gepubliceerd zijn of integraal meedeelbaar zijn in de motivering van de beslissing van de commissie.
Het redelijk karakter van de kosten wordt beoordeeld door vergelijking met de overeenstemmende kosten van bedrijven die vergelijkbare activiteiten uitoefenen onder soortgelijke omstandigheden, rekening houdende onder andere met de reglementaire of gereguleerde specificiteiten die bestaan in de uitgevoerde internationale vergelijkingen;
17° de productiviteitsinspanningen die eventueel aan de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie worden opgelegd, mogen op korte of op lange termijn de veiligheid van personen en goederen en de continuïteit van de levering niet in het gedrang brengen;
18° de kruissubsidiëring tussen gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten is niet toegelaten;
19° de tarieven moedigen de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie aan om de prestaties te verbeteren, de integratie van de markt en de bevoorradingszekerheid te bevorderen en aan onderzoek en ontwikkeling te doen die nodig zijn voor hun activiteiten;
20° de kosten bedoeld in de punten 11°, 12° en 14° en de financiële lasten en de andere kosten dan deze bedoeld in § 2 (ii) worden noch onderworpen aan beslissingen die gesteund zijn op methodes van vergelijking, noch aan een bevorderende regelgeving;
21° de tariefmethodologie die van toepassing is op uitbreidingen van installaties of op de nieuwe installaties voor het vervoer van aardgas voor de opslag en de uitbreidingen van installaties of nieuwe installaties voor het vervoer van aardgas van LNG alsook de uitbreidingen van installaties of nieuwe installaties voor het vervoer van aardgas mogen afwijken van de tarieven voor aansluiting en gebruik van het aardgasvervoersnet teneinde de ontwikkeling ervan op lange termijn mogelijk te maken;
22° de tarieven strekken ertoe een juist evenwicht te bieden tussen de kwaliteit van de gepresteerde diensten en de prijzen die door de eindafnemers worden gedragen;
[3 de tarieven bevatten geen prikkels die de algehele efficiëntie (inclusief de energie- efficiëntie) aantasten of die de marktdeelname van de vraagrespons in verband met balancerings- en nevendiensten kunnen belemmeren. De tarieven beogen de efficiëntie aangaande het ontwerp en het beheer van infrastructuur te verbeteren.]3
De commissie kan de conformiteit van de kosten van de aardgasvervoersnetbeheerder, aardgasopslaginstallatiebeheerder en LNG-installatiebeheerder met de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen controleren.
§ 6. De beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie stellen hun tariefvoorstellen op met inachtneming van de tariefmethodologie die werd opgesteld door de commissie en voeren deze in met inachtneming van de invoerings- en goedkeuringsprocedure voor de tarieven.
§ 7. De commissie onderzoekt het tariefvoorstel, beslist over de goedkeuring van deze en deelt haar gemotiveerde beslissing mee aan de beheerder met inachtneming van de invoerings- en goedkeuringsprocedure voor de tarieven.
§ 8. De invoerings- en goedkeuringsprocedure voor de tariefvoorstellen maakt het voorwerp uit van een akoord tussen de de commissie en de aardgasvervoersnetbeheerder, de aardgasopslaginstallatiebeheerder en de LNG-installatiebeheerder. Bij gebrek aan een akkoord, is de procedure als volgt :
1° de beheerder dient binnen een redelijke termijn voor het einde van het laatste jaar van elke lopende gereguleerde periode zijn tariefvoorstel in, vergezeld van het budget, voor de volgende gereguleerde periode in de vorm van het rapporteringsmodel dat vastgesteld wordt door de commissie overeenkomst § 5;
2° het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, wordt per drager en tegen ontvangstbevestiging in drie exemplaren overgezonden aan de commissie. De beheerder zendt eveneens een elektronische versie over op basis waarvan de commissie, indien nodig, het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, kan bewerken;
3° binnen een redelijke termijn na ontvangst van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, bevestigt de commissie aan de beheerder, bij een brief per drager met ontvangstbevestiging, evenals per e-mail, de volledigheid van het dossier of bezorgt zij hem een lijst van bijkomende inlichtingen die het moet verstrekken.
Binnen een redelijke termijn na ontvangst van de brief bedoeld in het voorgaande lid waarin hem door de commissie om bijkomende inlichtingen wordt gevraagd, verstrekt de beheerder aan de commissie, in drie exemplaren per drager met ontvangstbewijs, de gevraagde bijkomende inlichtingen. De beheerder bezorgt eveneens een elektronische versie van de antwoorden en bijkomende gegevens aan de commissie;
4° binnen een redelijke termijn na ontvangst van het tariefvoorstel bedoeld in het 2° of, in voorkomend geval, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de antwoorden en de bijkomende inlichtingen van de netbeheerder, bedoeld in 3°, brengt de commissie de beheerder, per brief per drager en tegen ontvangstbevestiging, op de hoogte van haar beslissing tot goedkeuring of van haar ontwerp van beslissing tot weigering van het betrokken tariefvoorstel, vergezeld van het budget.
In haar ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, geeft de commissie op gemotiveerde wijze aan welke punten de beheerder moet aanpassen om een beslissing tot goedkeuring van de commissie te verkrijgen. De commissie heeft de bevoegdheid om aan de beheerder te vragen om zijn tariefvoorstel te wijzigen om ervoor te zorgen dat dit proportioneel is en op niet-discriminerende wijze wordt toegepast;
5° indien de commissie het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, van de beheerder afwijst in haar ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, kan deze beheerder binnen een redelijke termijn, na de ontvangst van dit ontwerp van beslissing, zijn bezwaren hieromtrent meedelen aan de commissie.
Deze bezwaren worden per drager en tegen ontvangstbevestiging overhandigd aan de commissie, eveneens onder elektronische vorm.
Op zijn verzoek wordt de beheerder, binnen een redelijke termijn na ontvangst van het ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, gehoord door de commissie.
Desgevallend, dient de beheerder, binnen een redelijke termijn, na ontvangst van het ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van budget, per drager en tegen ontvangstbevestiging in drie exemplaren, zijn aangepast tariefvoorstel, vergezeld van het budget, in bij de commissie. De beheerder bezorgt eveneens een elektronische kopie aan de commissie.
Binnen een redelijke termijn na verzending door de commissie van het ontwerp van de beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, of, in voorkomend geval, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de bezwaren alsook van het aangepaste tariefvoorstel, vergezeld van het budget, brengt de commissie de beheerder per brief per drager en tegen ontvangstbevestiging, evenals elektronisch, op de hoogte van haar beslissing tot goedkeuring of weigering van het desgevallend aangepaste tariefvoorstel, vergezeld van het budget;
6° indien de beheerder zijn verplichtingen niet nakomt binnen de termijnen zoals bedoeld in de punten 1° tot 5°, of indien de commissie een beslissing heeft genomen tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het aangepaste budget, of van het aangepaste tariefvoorstel, vergezeld van budget, zijn voorlopige tarieven van kracht tot alle bezwaren van deze beheerder of van de commissie zijn uitgeput of totdat over de twistpunten tussen de commissie en de beheerder een akkoord wordt bereikt. De commissie is bevoegd om te besluiten tot passende compenserende maatregelen na overleg met de beheerder, indien de definitieve tarieven afwijken van de tijdelijke tarieven;
7° in het geval van overgang naar nieuwe diensten en/of aanpassing van bestaande diensten kan de beheerder binnen de gereguleerde periode aan de commissie een geactualiseerd tariefvoorstel ter goedkeuring voorleggen. Dit geactualiseerde tariefvoorstel houdt rekening met het door de commissie goedgekeurde tariefvoorstel, zonder de integriteit van de bestaande tariefstructuur te wijzigen.
Het geactualiseerd voorstel wordt door de beheerder ingediend en door de commissie behandeld overeenkomstig de geldende procedure, bedoeld in de punten 1° tot 6°, met dien verstande dat de bedoelde termijnen gehalveerd worden;
8° indien er zich tijdens een gereguleerde periode uitzonderlijke omstandigheden voordoen, onafhankelijk van de wil van de beheerder, kan deze op elk ogenblik binnen de gereguleerde periode een gemotiveerde vraag tot herziening van zijn tariefvoorstel ter goedkeuring voorleggen aan de commissie wat de komende jaren van de gereguleerde periode betreft.
De gemotiveerde vraag tot herziening van het tariefvoorstel wordt ingediend door de beheerder en door de commissie behandeld overeenkomstig de toepasselijke procedure bedoeld in de punten 1° tot 6°, met dien verstande dat de bedoelde termijnen gehalveerd worden;
9° de commissie past, onverminderd haar mogelijkheid om de kosten te controleren in het licht van de toepasselijke en reglementaire bepalingen, de tarieven van de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie aan aan alle wijzigingen van openbare dienstverplichtingen, onder andere gewestelijke, die op hen van toepassing zijn, uiterlijk drie maanden na het overzenden van dergelijke wijzigingen door deze beheerders. De beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie zenden deze wijzigingen zo spoedig mogelijk over aan de commissie naar aanleiding van hun inwerkingtredingen;
10° de commissie publiceert op haar website, op een transparante wijze, de stand van zaken van de goedkeuringsprocedure van de tariefvoorstellen evenals, in voorkomend geval, de tariefvoorstellen die neergelegd worden door de netbeheerders.
§ 9. De commissie stelt een tariefmethodologie op en oefent haar tariefbevoegdheid uit om aldus een stabiele en voorzienbare regulering te bevorderen die bijdraagt tot de goede werking van de vrijgemaakte markt en die de financiële markt in staat stelt om met een redelijke zekerheid de waarde van de beheerder te bepalen. Ze waakt over het behoud van de continuïteit van de beslissingen die zij heeft genomen in de loop van de voorgaande gereguleerde periodes, met name inzake de waardering van gereguleerde activa.
§ 10. De commissie oefent haar tariefbevoegdheid uit rekening houdend met het algemene energiebeleid zoals tot uiting komt in de Europese, federale en gewestelijke wet- en regelgeving.
§ 11. Omwille van de transparantie in de doorberekening van de kosten aan de eindafnemers worden de verschillende elementen van het tarief onderscheiden op de factuur, met name wat de openbare dienstverplichtingen en hun inhoud betreft.
[2 § 11/1. [6 Voor de facturatie aan de eindafnemers gelden de volgende verplichtingen:
1° de leveranciers en tussenpersonen bezorgen de eindafnemers al hun facturen en factureringsinformatie gratis;
2° de leveranciers en tussenpersonen geven aan de eindafnemers de mogelijkheid om te kiezen voor elektronische facturen en factureringsinformatie, en voor flexibele regelingen voor de feitelijke betaling van de facturen;
3° indien het leveringscontract voorziet in een toekomstige wijziging van het product of de prijs, of in een korting, vermelden de leveranciers en tussenpersonen dit samen met de datum waarop de wijziging in werking treedt op de factuur.
Na raadpleging van de Bijzondere raadgevende commissie Verbruik, bedoeld in het Koninklijk besluit van 13 december 2017 houdende oprichting van de bijzondere raadgevende commissie Verbruik "binnen de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en tot opheffing van de Commissie voor Milieu-etikettering en milieureclame, stelt de Koning de nadere minimumvereisten vast waaraan de facturen en factureringsinformatie moeten voldoen.]6
[8 Onverminderd de verplichtingen in het eerste lid, en onverminderd artikel 1108 van het oud Burgerlijk Wetboek en artikel VI.84 van het Wetboek van Economisch Recht, gelden de volgende verplichtingen voor de facturatie van voorschotten aan de huishoudelijke afnemers:
1° de leverancier komt overeen met de huishoudelijke afnemer wat de berekeningswijze omtrent de voorschotten zijn;
2° binnen de overeengekomen berekeningswijze kunnen de leverancier en de huishoudelijk afnemer het bedrag van de voorschotten te allen tijde wijzigen;
3° bij de vaststelling van het bedrag van de voorschotten, bij elke wijziging van dit bedrag op initiatief van de leverancier, en bij elke weigering door de leverancier van een voorstel tot wijziging door de huishoudelijk afnemer, verschaft de leverancier aan de huishoudelijke afnemer een verantwoording van de toegepaste berekeningswijze, waarbij het niet voldoende is om enkel te verwijzen naar het verondersteld verbruik van de huishoudelijke afnemer;
4° de wijziging van het bedrag van de voorschotten op voorstel van de leverancier wordt slechts aangerekend indien de huishoudelijke afnemer zich hiertegen niet verzet binnen 15 dagen na kennisgeving door de leverancier van het initiatief tot wijziging en de verantwoording vereist in de bepaling onder 3° ;
5° elk beding of elke voorwaarde in een overeenkomst tussen de leverancier en de huishoudelijke afnemer die, alleen of in samenhang met een of meer andere bedingen of voorwaarden, afbreuk doet aan de bepaling onder 4°, is van rechtswege nietig.]8
[10 § 11/1/1. Met inachtneming van boek VI van het Wetboek van economisch recht, moet het contract tussen de eindafnemer en zijn leverancier ten minste de volgende elementen bevatten:
1° de identiteit en het adres van de leverancier, met inbegrip van het ondernemingsnummer en de firmanaam;
2° de geleverde diensten, de aangeboden kwaliteitsniveaus van de diensten en de benodigde tijd voor de eerste aansluiting;
3° de aangeboden soorten onderhoudsdiensten;
4° de wijze waarop de meest recente informatie over alle geldende prijzen, onderhoudskosten en gebundelde producten of diensten kan worden verkregen;
5° de duur van de overeenkomst, de voorwaarden voor verlenging en opzegging van het contract en diensten, met inbegrip van producten of diensten die gebundeld zijn met die diensten en of kosteloze opzegging van het contract is toegestaan;
6° alle vergoedingen en terugbetalingsregelingen die gelden indien de contractuele kwaliteitsniveaus van de diensten niet worden gehaald, met inbegrip van een onnauwkeurige of een te late facturering;
7° de methode voor het inleiden van een buitengerechtelijke geschillenbeslechtingsprocedure overeenkomstig artikel 26 van Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU;
8° de informatie over consumentenrechten, met inbegrip van informatie over klachtenbehandeling en alle in deze bepaling bedoelde informatie, welke duidelijk wordt meegedeeld op de factuur of op de websites van de leverancier;
De contractuele voorwaarden zijn eerlijk en vooraf bekend. In ieder geval wordt deze informatie voorafgaand aan de sluiting of bevestiging van het contract verstrekt. Indien het contract door middel van tussenpersonen wordt gesloten, wordt de in deze bepaling vastgelegde informatie eveneens verstrekt voorafgaand aan de ondertekening van het contract.]10
[10 § 11/1/2. Met inachtneming van boek VI van het Wetboek van economisch recht en onverminderd andere bij of krachtens de wet voorgeschreven precontractuele informatievoorschriften, verstrekt de leverancier en, indien de overeenkomst wordt afgesloten via een tussenpersoon, ook de tussenpersoon, aan de huishoudelijke afnemer op een duurzame drager ten minste de volgende informatie, naast de in paragraaf 11/1/1 bedoelde informatie, op duidelijke, leesbare, begrijpelijke en ondubbelzinnige wijze voordat de huishoudelijke afnemer door een overeenkomst tot levering van gas wordt gebonden:
1° de voornaamste kenmerken van het goed;
2° het telefoonnummer en e-mailadres van de leverancier. Daarnaast bevat de informatie, wanneer de leverancier andere vormen van onlinecommunicatie verstrekt waarmee de huishoudelijke afnemer de schriftelijke correspondentie met de leverancier, waaronder de datum en het tijdstip van dergelijke correspondentie, op een duurzame gegevensdrager kan bewaren, gedetailleerde informatie over deze andere vormen. Al deze door de leverancier aangeboden communicatiemethoden stellen de huishoudelijke afnemer in staat snel contact met de leverancier op te nemen en efficiënt met hem te communiceren;
3° wanneer dat verschilt van het overeenkomstig de bepaling onder 1° verstrekte adres, het geografisch adres van de bedrijfsvestiging van de leverancier waaraan de huishoudelijke afnemer eventuele klachten kan richten;
4° een lijst van alle actieve producten van de leverancier, met maximaal twee A4 pagina's per product;
5° een tariefkaart en, indien mogelijk, een vergelijking van de voorwaarden van de door de leverancier aangeboden overeenkomst voor de levering van gas met de voorwaarden van de lopende overeenkomst voor de levering van gas van de huishoudelijke afnemer;
6° een hyperlink naar de website van zowel de commissie als de regionale regulatoren met de informatie over de instrumenten die de aanbiedingen van de leveranciers vergelijken;
7° de betalings- en uitvoeringsvoorwaarden;
8° de voorwaarden, de termijn en de modaliteiten voor de uitoefening van het herroepingsrecht overeenkomstig paragraaf 11/1/3, alsmede het modelformulier voor herroeping opgenomen in bijlage 1 bij deze wet;
9° de informatie dat ingeval de huishoudelijke afnemer het herroepingsrecht uitoefent nadat hij een verzoek overeenkomstig paragraaf 11/1/3, vierde lid, heeft gedaan, de huishoudelijke afnemer ertoe gehouden is de leverancier redelijke kosten te vergoeden overeenkomstig paragraaf 11/1/3, tiende lid;
10° in voorkomend geval, het bestaan van het sectoraal akkoord bedoeld in paragraaf 11/2 en het bestaan van gedragscodes betreffende de relaties tussen leverancier en huishoudelijke afnemer en hoe daarvan kopie verkrijgbaar is;
11° de andere contractuele voorwaarden.
De in het eerste lid bedoelde informatie vormt een integraal onderdeel van de overeenkomst tussen de leverancier en de huishoudelijke afnemer en wordt niet gewijzigd, tenzij de partijen bij de overeenkomst uitdrukkelijk anders overeenkomen.
De leverancier verstrekt de huishoudelijke afnemer een kopie van de ondertekende overeenkomst of de bevestiging van de overeenkomst op papier of, indien de huishoudelijke afnemer hiermee instemt, op een andere duurzame gegevensdrager. Deze kopie of bevestiging omvat alle informatie waarnaar wordt verwezen in het eerste lid en in het eerste lid van paragraaf 11/1/1.
De bewijslast voor de naleving van de in de huidige paragraaf bedoelde informatievoorschriften ligt bij de leverancier.]10
[10 § 11/1/3. De huishoudelijke afnemer beschikt over een termijn van veertien dagen om de overeenkomst tot levering van gas zonder opgave van redenen te herroepen, en zonder andere kosten te moeten dragen dan die bepaald in het tiende lid. Onverminderd het tweede lid, verstrijkt de herroepingstermijn veertien dagen vanaf de dag waarop de overeenkomst wordt gesloten.
Indien de leverancier de huishoudelijke afnemer niet de ingevolge paragraaf 11/1/2, eerste lid, 8°, verplichte informatie over het herroepingsrecht heeft verstrekt, loopt de herroepingstermijn af twaalf maanden na het einde van de oorspronkelijke overeenkomstig het eerste lid vastgestelde herroepingstermijn.
Indien de leverancier de in paragraaf 11/1/2, eerste lid, 8°, bedoelde informatie aan de huishoudelijke afnemer heeft verstrekt binnen twaalf maanden vanaf de dag waarop de overeenkomst bedoeld in het eerste lid wordt gesloten, verstrijkt de herroepingstermijn veertien dagen vanaf de dag waarop de huishoudelijke afnemer die informatie heeft ontvangen.
Wanneer de huishoudelijke afnemer wenst dat de levering van gas aanvangt tijdens de in het eerste lid bepaalde herroepingstermijn, en de overeenkomst voor de huishoudelijke afnemer een betalingsverplichting inhoudt, vereist de leverancier dat de huishoudelijke afnemer daar uitdrukkelijk om verzoekt.
Voor het verstrijken van de herroepingstermijn stelt de huishoudelijke afnemer de leverancier op de hoogte van zijn beslissing de overeenkomst te herroepen. Daartoe kan de huishoudelijke afnemer:
1° gebruikmaken van het modelformulier voor herroeping, opgenomen in bijlage 1 van deze wet; of
2° een andere ondubbelzinnige verklaring afgeven waarin hij verklaart de overeenkomst te herroepen.
De huishoudelijke afnemer heeft zijn herroepingsrecht binnen de het eerste en het tweede lid bedoelde herroepingstermijn uitgeoefend indien hij de mededeling betreffende de uitoefening van het herroepingsrecht verzendt voordat deze termijn is verstreken.
De leverancier kan, naast de in het vijfde lid bedoelde mogelijkheden, de huishoudelijke afnemer de mogelijkheid bieden het modelformulier voor herroeping opgenomen in bijlage 1 van deze wet, of een andere ondubbelzinnige verklaring op de website van de leverancier elektronisch in te vullen en toe te zenden. In deze gevallen deelt de leverancier de huishoudelijke afnemer onverwijld en op een duurzame gegevensdrager de bevestiging van de ontvangst van de herroeping mee.
De bewijslast ten aanzien van de uitoefening van het herroepingsrecht overeenkomstig het vijfde, zesde en zevende lid ligt bij de huishoudelijke afnemer.
De leverancier vergoedt alle van de huishoudelijke afnemer ontvangen betalingen, onverwijld en in elk geval veertien dagen na de dag waarop hij wordt geïnformeerd van de beslissing van de huishoudelijke afnemer om de overeenkomst overeenkomstig het vijfde, zesde en zevende lid te herroepen. De leverancier verricht de terugbetaling onder gebruikmaking van hetzelfde betaalmiddel als hetgeen door de huishoudelijke afnemer tijdens de oorspronkelijke transactie werd gebruikt, tenzij de huishoudelijke afnemer uitdrukkelijk met een ander betaalmiddel heeft ingestemd en met dien verstande dat de huishoudelijke afnemer als gevolg van zulke terugbetaling geen kosten mag hebben.
Indien een huishoudelijke afnemer het herroepingsrecht uitoefent nadat hij een uitdrukkelijk verzoek overeenkomstig het vierde lid heeft gedaan, betaalt hij de leverancier een bedrag dat evenredig is aan hetgeen reeds is geleverd op het moment dat hij de leverancier ervan in kennis heeft gesteld dat hij zijn herroepingsrecht uitoefent, vergeleken met de volledige uitvoering van de overeenkomst. Het evenredige bedrag dat de huishoudelijke afnemer aan de leverancier moet betalen wordt berekend op grondslag van de totale prijs zoals vastgelegd in de overeenkomst. Als de totale prijs excessief is, wordt het evenredige bedrag berekend op grondslag van de marktwaarde van het geleverde.
De huishoudelijke afnemer draagt geen kosten voor de levering die geheel of ten dele tijdens de herroepingstermijn is verleend, indien:
1° de leverancier heeft nagelaten de informatie overeenkomstig paragraaf 11/1/2, eerste lid, 8° of 9°, te verstrekken; of
2° de huishoudelijke afnemer er niet uitdrukkelijk om heeft verzocht met de uitvoering van de levering van gas te beginnen tijdens de herroepingstermijn overeenkomstig het vierde lid.
Tenzij anders bepaald in deze paragraaf, kan de huishoudelijke afnemer in geen enkel opzicht aansprakelijk worden gesteld ingevolge de uitoefening van zijn herroepingsrecht.
De uitoefening van het herroepingsrecht beëindigt de verplichting voor de partijen om de overeenkomst uit te voeren. De uitoefening door de huishoudelijke afnemer van zijn herroepingsrecht overeenkomstig deze paragraaf stelt automatisch een einde aan elke aanvullende overeenkomst, zonder kosten voor de huishoudelijke afnemer, behoudens de kosten bedoeld in het tiende lid.]10
§ 11/2. Op voorstel van de minister en de minister bevoegd voor Consumentenbescherming, worden de bepalingen vervat in het sectoraal akkoord " de consument in de vrijgemaakte elektriciteits- en gasmarkt " voor 1 januari 2013 vervolledigd, zodat onder andere volgende punten worden geregeld :
a) de invoering van de mogelijkheid voor de consument om de slot- en afrekeningsfacturen uit de eventuele bankdomiciliëring te sluiten;
b) de mededeling aan de consument van elke wijziging van de voorwaarden van de overeenkomst in zijn nadeel op zo'n wijze dat zijn aandacht hierop uitdrukkelijk wordt gevestigd, met de vermelding dat de wijziging de consument het recht verleent om binnen een redelijke termijn de overeenkomst op te zeggen zonder opzegtermijn en zonder kosten.
Indien de wijzigingen aan het akkoord op het einde van de termijn bepaald in het eerste lid niet zijn aangenomen, dan bepaalt de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de verplichtingen die aan de gasleveranciers worden opgelegd inzake bescherming van de consumenten.
[7 § 11/2/1. Wanneer het contract van bepaalde duur van een huishoudelijke afnemer of kmo ten einde loopt, bezorgt de leverancier, ten minste twee maanden voor de einddatum van de overeenkomst, een overzicht van al zijn op dat ogenblik actieve producten. De leverancier wijst er de huishoudelijke afnemer of kmo uitdrukkelijk en op een duidelijk zichtbare manier op dat hij via de websites van de gewestelijke regulatoren kan nagaan wat het goedkoopste product is. Dit gebeurt via een ondubbelzinnige mededeling met opgave van de hyperlink naar de juiste webpagina van de betrokken regulator waar de prijsvergelijking kan worden gemaakt. Dit overzicht wordt aan de huishoudelijke afnemer of kmo ter kennis gebracht via hetzelfde middel waarmee gebruikelijk met de klant wordt gecommuniceerd in verband met de lopende overeenkomst.
Wanneer het bijbehorende product niet langer een actief product is, of wanneer de prijs van het product verschilt van de huidige prijs van het actieve product, dient de leverancier de huishoudelijke afnemer of kmo hierover te informeren, samen met de communicatie zoals bedoeld in het vorige lid. De leverancier legt de huishoudelijke afnemer of kmo hierbij een nieuw contractvoorstel voor. De leverancier legt duidelijk, ondubbelzinnig en op een specifieke wijze uit waarin de nieuw voorgestelde voorwaarden verschillen van de bestaande overeenkomst. Daarbij verzoekt de leverancier de klant zijn instemming met het nieuwe voorstel uitdrukkelijk te bevestigen via brief of een andere duurzame gegevensdrager.
Wanneer de huishoudelijke afnemer of kmo tegen de einddatum van de lopende overeenkomst op dit verzoek niet heeft gereageerd, zal de leverancier het op dat ogenblik goedkoopste equivalent product van bepaalde duur dat hij op de markt aanbiedt, toepassen.
De leverancier brengt de huishoudelijke afnemer of kmo hiervan uitdrukkelijk op de hoogte via brief of een andere duurzame gegevensdrager. Een bevestiging is niet vereist, wanneer bij het voorstel tot contractvernieuwing de leverancier het goedkoopste equivalent product heeft aangeboden en heeft gemeld dat er zonder reactie een overzetting naar dit product zal gebeuren.
§ 11/2/2. Wanneer het contract van onbepaalde duur van een huishoudelijke afnemer of kmo niet langer een actief product is en niet aan een contractuele prijsgarantie onderhevig is, bezorgt de leverancier de huishoudelijke afnemer of kmo ten minste twee maanden op voorhand een overzicht van al zijn huidige actieve producten. De leverancier wijst er de huishoudelijke afnemer of kmo uitdrukkelijk en op een duidelijk zichtbare manier op dat hij via de websites van de gewestelijke regulatoren kan nagaan wat het goedkoopste product is. Dit gebeurt via een ondubbelzinnige mededeling met opgave van de hyperlink naar de juiste webpagina van de betrokken regulator waar de prijsvergelijking kan worden gemaakt. Dit overzicht wordt aan de huishoudelijke consument of kmo ter kennis gebracht via hetzelfde middel waarmee gebruikelijk met de huishoudelijke afnemer of kmo wordt gecommuniceerd in verband met de lopende overeenkomst. De leverancier legt de huishoudelijke afnemer of kmo hierbij een nieuw contractvoorstel voor. De leverancier legt duidelijk, ondubbelzinnig en op een specifieke wijze uit waarin de nieuw voorgestelde voorwaarden verschillen van de bestaande overeenkomst. Daarbij verzoekt de leverancier de huishoudelijke afnemer of kmo zijn instemming met het nieuwe voorstel uitdrukkelijk te bevestigen via brief of een andere duurzame gegevensdrager.
Een bevestiging is niet vereist, wanneer bij het voorstel tot contractvernieuwing de leverancier het goedkoopste equivalent product heeft aangeboden en heeft gemeld dat er zonder reactie een overzetting naar dit product zal gebeuren.
Wanneer de huishoudelijke afnemer of kmo twee maanden na ontvangst van het schrijven op dit verzoek niet heeft gereageerd, zal de leverancier het op dat ogenblik goedkoopste equivalent product dat hij op de markt aanbiedt, toepassen. De leverancier brengt de huishoudelijke afnemer of kmo hiervan uitdrukkelijk op de hoogte via brief of een andere duurzame gegevensdrager.]7
§ 11/3. De huishoudelijke afnemer of de K.M.O. heeft het recht een overeenkomst, zowel van bepaalde duur als van onbepaalde duur, voor de continue levering van gas op elk ogenblik te beëindigen mits het naleven van een opzegtermijn van een maand.
Elk contractueel beding dat afbreuk doet aan dit recht, is van rechtswege nietig.
De leverancier waarmee de huishoudelijke afnemer of de K.M.O. een overeenkomst tot continue levering van gas sluit, wordt verondersteld gemandateerd te zijn om het recht bedoeld in het eerste lid uit te oefenen, tenzij uitdrukkelijke, andersluidende overeenkomst.
Wanneer de huishoudelijke afnemer of de K.M.O. gebruik maakt van het recht dat hem wordt toegekend krachtens het eerste lid, mag hem hiervoor geen enkele vergoeding in rekening worden gebracht.
[9 § 11/3/1. Wanneer een overeenkomst voor de levering van aardgas aan variabele energieprijs met een vaste vergoeding, wordt stopgezet door een huishoudelijke afnemer krachtens paragraaf 11/3, eerste lid, en dit na minder dan zes maanden na de aanvang van de levering onder de overeenkomst, kan een vaste vergoeding worden aangerekend voor een periode van maximaal zes maanden.
Wanneer een overeenkomst voor de levering van aardgas aan variabele energieprijs met een vaste vergoeding, wordt stopgezet door een huishoudelijke afnemer krachtens paragraaf 11/3, eerste lid, en dit na meer dan zes maanden na de aanvang van de levering onder de overeenkomst, wordt een vaste vergoeding aangerekend naar rato van het aantal leveringsdagen.]9
§ 11/4. [10 De inbreuken op dit artikel en zijn uitvoeringsbesluiten worden opgespoord en vastgesteld overeenkomstig de bepalingen bedoeld in boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht.]10]2
§ 12. De boekhouding van de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie wordt gehouden volgens een uniform analytisch boekhoudkundig plan per activiteit dat wordt opgesteld op voorstel van de beheerders en dat wordt goedgekeurd door de commissie of dat, bij gebrek aan een voorstel vóór 1 oktober 2011, wordt opgesteld door de commissie in overleg met de beheerders.
§ 13. De commissie publiceert en bewaart de tarieven en hun motivering binnen de drie werkdagen na hun goedkeuring op haar website, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie betreffende leveranciers of net- en/of installatiegebruikers, van persoonsgegevens en/of van gegevens waarvan de vertrouwelijkheid is beschermd krachtens specifieke wetgevingen.
De beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie delen zo spoedig mogelijk aan de gebruikers van hun net en/of installatie de tarieven mede die zij moeten toepassen en stellen deze ter beschikking van alle personen die hierom verzoeken. Zij publiceren die tevens zo spoedig mogelijk op hun website, samen met een berekeningsmodule die de praktische toepassing van de tarieven preciseert.
De toegepaste tarieven mogen geen terugwerkende kracht hebben.
§ 14. Tegen de door de commissie vastgestelde tariefmethodologie alsook de door haar genomen beslissingen betreffende de tariefvoorstellen in uitvoering van deze tariefmethodologie, kan een beroep worden ingesteld door elke persoon die een belang aantoont bij het [5 Marktenhof]5 met toepassing van artikel 15/20.
Zulk beroep kan met name worden ingesteld indien :
- de beslissing van de commissie de richtsnoeren bedoeld in dit artikel niet in acht neemt;
- de beslissing van de commissie niet in overeenstemming is met het algemene energiebeleid, zoals gedefinieerd in de Europese, federale en gewestelijke wet- en regelgeving;
- de beslissing van de commissie niet de noodzakelijke middelen waarborgt voor de realisatie van de investeringen van de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie en de instandhouding van hun infrastructuren of voor de uitvoering van hun wettelijke taken.]1
[4 § 15. De aansluiting op en het gebruik van een interconnector en, desgevallend, de door de beheerder van een interconnector aangeboden diensten overeenkomstig artikel 15/5undecies, § 3, maken vanaf 1 oktober 2018 het voorwerp uit van een tariefmethodologie die overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf wordt vastgesteld door de commissie.
Na overleg met de beheerders van de interconnectoren en met de regulerende instanties van de andere lidstaten van de Europese Unie waarvan het territorium door de interconnecties wordt doorkruist, en na een gestructureerde, gedocumenteerde en transparante raadpleging van de markt, stelt de commissie de tariefmethodologie vast, die de basis vormt van de tarieven.
De tariefmethodologie bevat minstens regels met betrekking tot:
a) de principes die de tarieven bepalen;
b) de indienings- en goedkeuringsprocedure voor de tariefverslagen, inhoudende een afrekening van de werkelijke kosten en opbrengsten met betrekking tot de voorbije tariefperiode.
De tarieven en de onderliggende tariefmethodologie zijn objectief, transparant, niet-discriminerend en conform met de Verordening (EG) nr. 715/2009 en elke juridisch bindende beslissing van de Europese Commissie en/of ACER.
De beheerder van een interconnector stelt zijn tarieven op met inachtneming van de door de commissie vastgestelde tariefmethodologie. De commissie en de beheerder van een interconnector publiceren, minstens op hun respectievelijke websites, de vastgestelde methodologie. De beheerder van een interconnector publiceert ook de tarieven vóór hun inwerkingtreding en stelt deze ter beschikking van alle personen die hierom verzoeken.
De commissie is bevoegd om zo nodig van de beheerder van een interconnector te verlangen dat hij de in deze paragraaf bedoelde tarieven wijzigt om ervoor te zorgen dat deze evenredig zijn en op niet-discriminerende wijze worden toegepast.
In geval van weigering of vertraging bij de vaststelling van de in deze paragraaf bedoelde tariefmethodologie en/of tarieven, heeft de commissie de bevoegdheid, na kennisgeving aan de beheerder van een interconnector, om de tariefmethodologie en/of tarieven voorlopig vast te stellen en een beslissing te nemen over passende compensatiemaatregelen indien de definitieve tariefmethodologie en/of tarieven afwijken van de voorlopige vastgestelde tariefmethodologie en/of tarieven.
Tegen de door de commissie vastgestelde tariefmethodologie en/of vastgestelde voorlopige tarieven, kan een beroep worden ingesteld door elke persoon die een belang aantoont bij het [5 Marktenhof]5 overeenkomstig artikel 15/20.
Ongeacht zijn eigendomsregeling of rechtsvorm houdt de beheerder van een interconnector zich bij de opstelling, indiening voor accountantscontrole en publicatie van zijn jaarrekening aan de nationale voorschriften inzake de jaarrekening van kapitaalvennootschappen die zijn vastgesteld uit hoofde van de Vierde Richtlijn 78/660/EEG van de Raad van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 44, lid 2, sub g), van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen. Bij de accountantscontrole wordt in het bijzonder nagegaan dat de verplichting tot voorkoming van discriminatie en kruissubsidies, zoals bedoeld in het tiende lid, wordt nagekomen.
Om discriminatie, kruissubsidiëring en concurrentievervalsing te voorkomen, voert de beheerder van een interconnector intern een afzonderlijke boekhouding voor al zijn transmissie-, distributie-, LNG- en opslagactiviteiten, zoals dit zou moeten gebeuren indien die activiteiten door verschillende ondernemingen worden uitgevoerd. Hij stelt ook al dan niet geconsolideerde jaarrekeningen op voor andere activiteiten op het gebied van gas, die geen verband houden met transmissie, distributie, LNG of opslag. In voorkomend geval voert hij een boekhouding op geconsolideerde basis voor zijn andere, niet op gasgebied liggende activiteiten. Deze interne boekhoudingen bevatten per activiteit een balans en een winst-en-verliesrekening.
Onverminderd de nationaal geldende boekhoudvoorschriften specificeert de beheerder van een interconnector in zijn interne boekhouding welke regels hij bij de opstelling van de in het tiende lid bedoelde afzonderlijke rekeningen volgt voor de toerekening van de activa en passiva, de lasten en baten, alsmede de regels voor de afschrijving. Deze interne regels mogen slechts in uitzonderlijke gevallen worden gewijzigd. Dergelijke wijzigingen worden vermeld en naar behoren gemotiveerd.
De beheerder van een interconnector specificeert in de toelichting bij de jaarrekening alle significante verrichtingen met verbonden of geassocieerde ondernemingen tijdens het betrokken boekjaar.]4
§ 2. Na gestructureerd, gedocumenteerd en transparant overleg met de betrokken beheerders, stelt de commissie de tariefmethodologie op die de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie moeten gebruiken voor het opstellen van hun tariefvoorstellen.
De tariefmethodologie preciseert met name :
(i) de definitie van de categorieën van kosten die worden gedekt door de tarieven;
(ii) de categorieën van kosten waarop, in voorkomend geval, de bevorderende regelgeving betrekking heeft;
(iii) de regels voor de evolutie na verloop van tijd voor de categorieën van kosten bedoeld in (i), met inbegrip van de methode voor de bepaling van de parameters die voorkomen in de evolutieformules;
(iv) de regels voor de toewijzing van de kosten aan categorieën van netgebruikers;
(v) de algemene tariefstructuur en de tariefcomponenten.
Het overleg met de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie maakt het voorwerp uit van een akkoord tussen de commissie en deze beheerders. Bij gebrek aan akkoord wordt het overleg ten minste gehouden als volgt :
1° de commissie stuurt de oproeping voor de bovenbedoelde overlegvergaderingen, alsook de documentatie betreffende de agendapunten van deze vergaderingen naar de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie, binnen een redelijke termijn voorafgaand aan de vergadering in kwestie. De oproeping vermeldt de plaats, de datum en het uur van de vergadering, alsook de punten van de dagorde;
2° na de vergadering stelt de commissie een ontwerp van proces-verbaal op van de vergadering waarin de naar voren geschoven argumenten van de verschillende partijen en de vastgestelde punten waarover overeenstemming en waarover geen overeenstemming bestaat, worden opgenomen, die zij ter goedkeuring verzendt naar de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie binnen een redelijke termijn na de vergadering;
3° binnen een redelijke termijn na de ontvangst van het door de partijen goedgekeurde proces-verbaal van de commissie versturen de beheerders, indien nodig nadat zij hierover overleg gepleegd hebben, hun formeel advies naar de commissie over de tariefmethodologie dat het resultaat is van dit overleg, waarbij desgevallend de eventuele resterende punten waarover geen overeenstemming werd bereikt worden benadrukt.
In afwijking van de voorgaande bepalingen, kan de tariefmethodologie worden opgesteld door de commissie volgens een vastgestelde procedure gemeenschappelijk akkoord met de aardgasvervoersnetbeheerder, de aardgasopslaginstallatiebeheerder en de LNG-installatiebeheerder op basis van een uitdrukkelijk, transparant en niet-discriminerend akkoord.
§ 3. De commissie deelt aan de Kamer van volksvertegenwoordigers haar ontwerp van tariefmethodologie, het geheel van de stukken met betrekking tot het overleg met de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie alsook alle documenten die zij noodzakelijk acht voor de motivering van haar beslissing met betrekking tot de tariefmethodologie mee, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige informatie met betrekking tot de leveranciers of de netgebruikers, de persoonsgegevens en/of de gegevens waarvan de vertrouwelijkheid beschermd wordt krachtens bijzondere wetgeving.
De commissie publiceert op haar website de toepasselijke tariefmethodologie, het geheel van de stukken met betrekking tot het overleg met de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie en alle documenten die zij nuttig acht voor de motivering van haar beslissing betreffende de tariefmethodologie, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie betreffende leveranciers of net- en/of installatiegebruikers, van persoonsgegevens en/of van gegevens waarvan de vertrouwelijkheid is beschermd krachtens specifieke regelgevingen.
§ 4. De tariefmethodologie vastgesteld krachtens § 3 en die van toepassing is op de vaststelling van het tariefvoorstel wordt meegedeeld aan de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie ten laatste zes maanden vóór de datum waarop het tariefvoorstel moet worden ingediend bij de commissie. De wijzingen moeten gemotiveerd worden.
De tariefmethodologie blijft van toepassing gedurende de hele tariefperiode, met inbegrip van de opmaak van eindbalans die betrekking heeft op deze periode. Wijzigingen aangebracht gedurende de tariefperiode aan de vastgestelde tariefmethodologie, zijn overeenkomstig § 2 slechts van toepassing vanaf de volgende tariefperiode, behoudens uitdrukkelijk, transparant en niet-discriminerend akkoord tussen de commissie en de beheerders.
§ 5. De commissie stelt de tariefmethodologie op met inachtneming van volgende richtsnoeren :
1° de tariefmethodologie moet exhaustief en transparant zijn teneinde het de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie mogelijk te maken om hun tariefvoorstellen op deze enkele basis op te stellen. Het bevat de elementen die verplicht moeten voorkomen in het tariefvoorstel. Het definieert rapporteringsmodellen die moeten worden gebruikt door deze beheerders;
2° de tariefmethodologie moet toelaten om op efficiënte wijze het geheel van de kosten te dekken die noodzakelijk of efficiënt zijn voor de uitvoering van de wettelijke of reglementaire verplichtingen die aan de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie worden opgelegd alsook voor de uitoefening van hun activiteiten;
3° de tariefmethodologie stelt het aantal jaren voor de gereguleerde periode vast die aanvangt op 1 januari. De jaartarieven die hieruit voortvloeien worden vastgesteld in toepassing van de tariefmethodologie die op deze periode van toepassing is;
4° de tariefmethodologie maakt de evenwichtige ontwikkeling van het aardgasvervoersnet, van de aardgasopslaginstallatie en/of LNG-installatie mogelijk, in overeenstemming met het investeringsplan van de beheerders van dit net en deze installaties zoals, in voorkomend geval, goedgekeurd door de bevoegde reguleringsinstanties;
5° de eventuele criteria voor de verwerping van bepaalde kosten zijn niet-discriminerend en transparant;
6° de tarieven zijn niet-discriminerend en proportioneel. Zij respecteren een transparante toewijzing van de kosten;
7° de structuur van de tarieven begunstigt het rationeel gebruik van energie en infrastructuren;
8° de verschillende tarieven zijn uniform op het grondgebied dat door de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie bediend wordt;
9° de normale vergoeding van de kapitalen die geïnvesteerd zijn in de gereguleerde activa moet de aardgasvervoersnetbeheerder, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en van de LNG-installatie in staat stellen om de investeringen te doen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun opdrachten;
in geval van onderscheid in behandeling wat de vergoeding van de kapitalen of de duur van de afschrijvingen tussen de netbeheerders betreft, wordt het onderscheid naar behoren gemotiveerd door de commissie;
10° de flexibiliteitdiensten worden verzekerd op de meest kostenefficiënte wijze en bieden geëigende maatregelen tot stimulatie voor de gebruikers om hun injecties in overeenstemming te brengen met hun afnames. De aan deze diensten verbonden tarieven zijn billijk, niet discriminerend en gebaseerd op objectieve criteria;
11° de kosten voor de openbare dienstverplichtingen die worden opgelegd door de wet, het decreet of de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden verrekend in de tarieven op een transparante en niet-disciminerende wijze, overeenkomstig de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen;
12° de belastingen, taksen, heffingen en bijdragen van alle aard die worden opgelegd door de wet, het decreet of de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan worden automatisch toegevoegd aan de tarieven binnen de termijnen die worden bepaald door de procedure van invoering en goedkeuring van de tarieven. De commissie kan de conformiteit van deze kosten met de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen controleren;
13° de aankopen van goederen en diensten die verricht worden met inachtneming van de wetgeving inzake overheidsopdrachten worden verondersteld te zijn verricht aan de marktprijs desgevallend onder voorbehoud van de beoordelingsbevoegdheid van de commissie;
14° de methodologie bepaalt de nadere regels voor de integratie en controle van de gestrande kosten bestaande uit de niet-gekapitaliseerde lasten voor het aanvullend pensioen of het pensioen van de publieke sector, die worden betaald aan personeelsleden die een gereguleerde activiteit van aardgasvervoer of van aardgas- of LNG-opslag hebben verricht, die verschuldigd zijn voor de jaren vóór de liberalisering krachtens statuten, collectieve arbeidsovereenkomsten of andere voldoende geformaliseerde overeenkomsten, die werden goedgekeurd vóór 30 april 1999, of die worden betaald aan hun rechthebbenden of vergoed aan hun werkgever door een beheerder van het aardgasvervoersnet, van de aardgasopslaginstallatie of van de LNG-installatie, die in de tarieven kunnen worden opgenomen;
15° voor de bepaling van de saldi (positief of negatief) waarvan zij de verdeling bepaalt voor de volgende gereguleerde periode, stelt de commissie de kostencategorieën vast die niet zijn onderworpen aan een eventuele bevorderende regelgeving die gereguleerde schulden of schuldvorderingen uitmaken en die worden gerecupereerd of teruggegeven via de tarieven van de volgende gereguleerde periode;
16° iedere controlemethode van de kosten die gebaseerd is op vergelijkende technieken moet rekening houden met de bestaande objectieve verschillen tussen de beheerders en die niet weggewerkt kunnen worden op initiatief van de betrokken beheerder.
Iedere beslissing die gebruik maakt van vergelijkende technieken integreert kwalitatieve parameters en is gebaseerd op homogene, transparante, betrouwbare gegevens en gegevens die gepubliceerd zijn of integraal meedeelbaar zijn in de motivering van de beslissing van de commissie.
Het redelijk karakter van de kosten wordt beoordeeld door vergelijking met de overeenstemmende kosten van bedrijven die vergelijkbare activiteiten uitoefenen onder soortgelijke omstandigheden, rekening houdende onder andere met de reglementaire of gereguleerde specificiteiten die bestaan in de uitgevoerde internationale vergelijkingen;
17° de productiviteitsinspanningen die eventueel aan de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie worden opgelegd, mogen op korte of op lange termijn de veiligheid van personen en goederen en de continuïteit van de levering niet in het gedrang brengen;
18° de kruissubsidiëring tussen gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten is niet toegelaten;
19° de tarieven moedigen de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie aan om de prestaties te verbeteren, de integratie van de markt en de bevoorradingszekerheid te bevorderen en aan onderzoek en ontwikkeling te doen die nodig zijn voor hun activiteiten;
20° de kosten bedoeld in de punten 11°, 12° en 14° en de financiële lasten en de andere kosten dan deze bedoeld in § 2 (ii) worden noch onderworpen aan beslissingen die gesteund zijn op methodes van vergelijking, noch aan een bevorderende regelgeving;
21° de tariefmethodologie die van toepassing is op uitbreidingen van installaties of op de nieuwe installaties voor het vervoer van aardgas voor de opslag en de uitbreidingen van installaties of nieuwe installaties voor het vervoer van aardgas van LNG alsook de uitbreidingen van installaties of nieuwe installaties voor het vervoer van aardgas mogen afwijken van de tarieven voor aansluiting en gebruik van het aardgasvervoersnet teneinde de ontwikkeling ervan op lange termijn mogelijk te maken;
22° de tarieven strekken ertoe een juist evenwicht te bieden tussen de kwaliteit van de gepresteerde diensten en de prijzen die door de eindafnemers worden gedragen;
[3 de tarieven bevatten geen prikkels die de algehele efficiëntie (inclusief de energie- efficiëntie) aantasten of die de marktdeelname van de vraagrespons in verband met balancerings- en nevendiensten kunnen belemmeren. De tarieven beogen de efficiëntie aangaande het ontwerp en het beheer van infrastructuur te verbeteren.]3
De commissie kan de conformiteit van de kosten van de aardgasvervoersnetbeheerder, aardgasopslaginstallatiebeheerder en LNG-installatiebeheerder met de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen controleren.
§ 6. De beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie stellen hun tariefvoorstellen op met inachtneming van de tariefmethodologie die werd opgesteld door de commissie en voeren deze in met inachtneming van de invoerings- en goedkeuringsprocedure voor de tarieven.
§ 7. De commissie onderzoekt het tariefvoorstel, beslist over de goedkeuring van deze en deelt haar gemotiveerde beslissing mee aan de beheerder met inachtneming van de invoerings- en goedkeuringsprocedure voor de tarieven.
§ 8. De invoerings- en goedkeuringsprocedure voor de tariefvoorstellen maakt het voorwerp uit van een akoord tussen de de commissie en de aardgasvervoersnetbeheerder, de aardgasopslaginstallatiebeheerder en de LNG-installatiebeheerder. Bij gebrek aan een akkoord, is de procedure als volgt :
1° de beheerder dient binnen een redelijke termijn voor het einde van het laatste jaar van elke lopende gereguleerde periode zijn tariefvoorstel in, vergezeld van het budget, voor de volgende gereguleerde periode in de vorm van het rapporteringsmodel dat vastgesteld wordt door de commissie overeenkomst § 5;
2° het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, wordt per drager en tegen ontvangstbevestiging in drie exemplaren overgezonden aan de commissie. De beheerder zendt eveneens een elektronische versie over op basis waarvan de commissie, indien nodig, het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, kan bewerken;
3° binnen een redelijke termijn na ontvangst van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, bevestigt de commissie aan de beheerder, bij een brief per drager met ontvangstbevestiging, evenals per e-mail, de volledigheid van het dossier of bezorgt zij hem een lijst van bijkomende inlichtingen die het moet verstrekken.
Binnen een redelijke termijn na ontvangst van de brief bedoeld in het voorgaande lid waarin hem door de commissie om bijkomende inlichtingen wordt gevraagd, verstrekt de beheerder aan de commissie, in drie exemplaren per drager met ontvangstbewijs, de gevraagde bijkomende inlichtingen. De beheerder bezorgt eveneens een elektronische versie van de antwoorden en bijkomende gegevens aan de commissie;
4° binnen een redelijke termijn na ontvangst van het tariefvoorstel bedoeld in het 2° of, in voorkomend geval, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de antwoorden en de bijkomende inlichtingen van de netbeheerder, bedoeld in 3°, brengt de commissie de beheerder, per brief per drager en tegen ontvangstbevestiging, op de hoogte van haar beslissing tot goedkeuring of van haar ontwerp van beslissing tot weigering van het betrokken tariefvoorstel, vergezeld van het budget.
In haar ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, geeft de commissie op gemotiveerde wijze aan welke punten de beheerder moet aanpassen om een beslissing tot goedkeuring van de commissie te verkrijgen. De commissie heeft de bevoegdheid om aan de beheerder te vragen om zijn tariefvoorstel te wijzigen om ervoor te zorgen dat dit proportioneel is en op niet-discriminerende wijze wordt toegepast;
5° indien de commissie het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, van de beheerder afwijst in haar ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, kan deze beheerder binnen een redelijke termijn, na de ontvangst van dit ontwerp van beslissing, zijn bezwaren hieromtrent meedelen aan de commissie.
Deze bezwaren worden per drager en tegen ontvangstbevestiging overhandigd aan de commissie, eveneens onder elektronische vorm.
Op zijn verzoek wordt de beheerder, binnen een redelijke termijn na ontvangst van het ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, gehoord door de commissie.
Desgevallend, dient de beheerder, binnen een redelijke termijn, na ontvangst van het ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van budget, per drager en tegen ontvangstbevestiging in drie exemplaren, zijn aangepast tariefvoorstel, vergezeld van het budget, in bij de commissie. De beheerder bezorgt eveneens een elektronische kopie aan de commissie.
Binnen een redelijke termijn na verzending door de commissie van het ontwerp van de beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, of, in voorkomend geval, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de bezwaren alsook van het aangepaste tariefvoorstel, vergezeld van het budget, brengt de commissie de beheerder per brief per drager en tegen ontvangstbevestiging, evenals elektronisch, op de hoogte van haar beslissing tot goedkeuring of weigering van het desgevallend aangepaste tariefvoorstel, vergezeld van het budget;
6° indien de beheerder zijn verplichtingen niet nakomt binnen de termijnen zoals bedoeld in de punten 1° tot 5°, of indien de commissie een beslissing heeft genomen tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het aangepaste budget, of van het aangepaste tariefvoorstel, vergezeld van budget, zijn voorlopige tarieven van kracht tot alle bezwaren van deze beheerder of van de commissie zijn uitgeput of totdat over de twistpunten tussen de commissie en de beheerder een akkoord wordt bereikt. De commissie is bevoegd om te besluiten tot passende compenserende maatregelen na overleg met de beheerder, indien de definitieve tarieven afwijken van de tijdelijke tarieven;
7° in het geval van overgang naar nieuwe diensten en/of aanpassing van bestaande diensten kan de beheerder binnen de gereguleerde periode aan de commissie een geactualiseerd tariefvoorstel ter goedkeuring voorleggen. Dit geactualiseerde tariefvoorstel houdt rekening met het door de commissie goedgekeurde tariefvoorstel, zonder de integriteit van de bestaande tariefstructuur te wijzigen.
Het geactualiseerd voorstel wordt door de beheerder ingediend en door de commissie behandeld overeenkomstig de geldende procedure, bedoeld in de punten 1° tot 6°, met dien verstande dat de bedoelde termijnen gehalveerd worden;
8° indien er zich tijdens een gereguleerde periode uitzonderlijke omstandigheden voordoen, onafhankelijk van de wil van de beheerder, kan deze op elk ogenblik binnen de gereguleerde periode een gemotiveerde vraag tot herziening van zijn tariefvoorstel ter goedkeuring voorleggen aan de commissie wat de komende jaren van de gereguleerde periode betreft.
De gemotiveerde vraag tot herziening van het tariefvoorstel wordt ingediend door de beheerder en door de commissie behandeld overeenkomstig de toepasselijke procedure bedoeld in de punten 1° tot 6°, met dien verstande dat de bedoelde termijnen gehalveerd worden;
9° de commissie past, onverminderd haar mogelijkheid om de kosten te controleren in het licht van de toepasselijke en reglementaire bepalingen, de tarieven van de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie aan aan alle wijzigingen van openbare dienstverplichtingen, onder andere gewestelijke, die op hen van toepassing zijn, uiterlijk drie maanden na het overzenden van dergelijke wijzigingen door deze beheerders. De beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie zenden deze wijzigingen zo spoedig mogelijk over aan de commissie naar aanleiding van hun inwerkingtredingen;
10° de commissie publiceert op haar website, op een transparante wijze, de stand van zaken van de goedkeuringsprocedure van de tariefvoorstellen evenals, in voorkomend geval, de tariefvoorstellen die neergelegd worden door de netbeheerders.
§ 9. De commissie stelt een tariefmethodologie op en oefent haar tariefbevoegdheid uit om aldus een stabiele en voorzienbare regulering te bevorderen die bijdraagt tot de goede werking van de vrijgemaakte markt en die de financiële markt in staat stelt om met een redelijke zekerheid de waarde van de beheerder te bepalen. Ze waakt over het behoud van de continuïteit van de beslissingen die zij heeft genomen in de loop van de voorgaande gereguleerde periodes, met name inzake de waardering van gereguleerde activa.
§ 10. De commissie oefent haar tariefbevoegdheid uit rekening houdend met het algemene energiebeleid zoals tot uiting komt in de Europese, federale en gewestelijke wet- en regelgeving.
§ 11. Omwille van de transparantie in de doorberekening van de kosten aan de eindafnemers worden de verschillende elementen van het tarief onderscheiden op de factuur, met name wat de openbare dienstverplichtingen en hun inhoud betreft.
[2 § 11/1. [6 Voor de facturatie aan de eindafnemers gelden de volgende verplichtingen:
1° de leveranciers en tussenpersonen bezorgen de eindafnemers al hun facturen en factureringsinformatie gratis;
2° de leveranciers en tussenpersonen geven aan de eindafnemers de mogelijkheid om te kiezen voor elektronische facturen en factureringsinformatie, en voor flexibele regelingen voor de feitelijke betaling van de facturen;
3° indien het leveringscontract voorziet in een toekomstige wijziging van het product of de prijs, of in een korting, vermelden de leveranciers en tussenpersonen dit samen met de datum waarop de wijziging in werking treedt op de factuur.
Na raadpleging van de Bijzondere raadgevende commissie Verbruik, bedoeld in het Koninklijk besluit van 13 december 2017 houdende oprichting van de bijzondere raadgevende commissie Verbruik "binnen de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en tot opheffing van de Commissie voor Milieu-etikettering en milieureclame, stelt de Koning de nadere minimumvereisten vast waaraan de facturen en factureringsinformatie moeten voldoen.]6
[8 Onverminderd de verplichtingen in het eerste lid, en onverminderd artikel 1108 van het oud Burgerlijk Wetboek en artikel VI.84 van het Wetboek van Economisch Recht, gelden de volgende verplichtingen voor de facturatie van voorschotten aan de huishoudelijke afnemers:
1° de leverancier komt overeen met de huishoudelijke afnemer wat de berekeningswijze omtrent de voorschotten zijn;
2° binnen de overeengekomen berekeningswijze kunnen de leverancier en de huishoudelijk afnemer het bedrag van de voorschotten te allen tijde wijzigen;
3° bij de vaststelling van het bedrag van de voorschotten, bij elke wijziging van dit bedrag op initiatief van de leverancier, en bij elke weigering door de leverancier van een voorstel tot wijziging door de huishoudelijk afnemer, verschaft de leverancier aan de huishoudelijke afnemer een verantwoording van de toegepaste berekeningswijze, waarbij het niet voldoende is om enkel te verwijzen naar het verondersteld verbruik van de huishoudelijke afnemer;
4° de wijziging van het bedrag van de voorschotten op voorstel van de leverancier wordt slechts aangerekend indien de huishoudelijke afnemer zich hiertegen niet verzet binnen 15 dagen na kennisgeving door de leverancier van het initiatief tot wijziging en de verantwoording vereist in de bepaling onder 3° ;
5° elk beding of elke voorwaarde in een overeenkomst tussen de leverancier en de huishoudelijke afnemer die, alleen of in samenhang met een of meer andere bedingen of voorwaarden, afbreuk doet aan de bepaling onder 4°, is van rechtswege nietig.]8
[10 § 11/1/1. Met inachtneming van boek VI van het Wetboek van economisch recht, moet het contract tussen de eindafnemer en zijn leverancier ten minste de volgende elementen bevatten:
1° de identiteit en het adres van de leverancier, met inbegrip van het ondernemingsnummer en de firmanaam;
2° de geleverde diensten, de aangeboden kwaliteitsniveaus van de diensten en de benodigde tijd voor de eerste aansluiting;
3° de aangeboden soorten onderhoudsdiensten;
4° de wijze waarop de meest recente informatie over alle geldende prijzen, onderhoudskosten en gebundelde producten of diensten kan worden verkregen;
5° de duur van de overeenkomst, de voorwaarden voor verlenging en opzegging van het contract en diensten, met inbegrip van producten of diensten die gebundeld zijn met die diensten en of kosteloze opzegging van het contract is toegestaan;
6° alle vergoedingen en terugbetalingsregelingen die gelden indien de contractuele kwaliteitsniveaus van de diensten niet worden gehaald, met inbegrip van een onnauwkeurige of een te late facturering;
7° de methode voor het inleiden van een buitengerechtelijke geschillenbeslechtingsprocedure overeenkomstig artikel 26 van Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU;
8° de informatie over consumentenrechten, met inbegrip van informatie over klachtenbehandeling en alle in deze bepaling bedoelde informatie, welke duidelijk wordt meegedeeld op de factuur of op de websites van de leverancier;
De contractuele voorwaarden zijn eerlijk en vooraf bekend. In ieder geval wordt deze informatie voorafgaand aan de sluiting of bevestiging van het contract verstrekt. Indien het contract door middel van tussenpersonen wordt gesloten, wordt de in deze bepaling vastgelegde informatie eveneens verstrekt voorafgaand aan de ondertekening van het contract.]10
[10 § 11/1/2. Met inachtneming van boek VI van het Wetboek van economisch recht en onverminderd andere bij of krachtens de wet voorgeschreven precontractuele informatievoorschriften, verstrekt de leverancier en, indien de overeenkomst wordt afgesloten via een tussenpersoon, ook de tussenpersoon, aan de huishoudelijke afnemer op een duurzame drager ten minste de volgende informatie, naast de in paragraaf 11/1/1 bedoelde informatie, op duidelijke, leesbare, begrijpelijke en ondubbelzinnige wijze voordat de huishoudelijke afnemer door een overeenkomst tot levering van gas wordt gebonden:
1° de voornaamste kenmerken van het goed;
2° het telefoonnummer en e-mailadres van de leverancier. Daarnaast bevat de informatie, wanneer de leverancier andere vormen van onlinecommunicatie verstrekt waarmee de huishoudelijke afnemer de schriftelijke correspondentie met de leverancier, waaronder de datum en het tijdstip van dergelijke correspondentie, op een duurzame gegevensdrager kan bewaren, gedetailleerde informatie over deze andere vormen. Al deze door de leverancier aangeboden communicatiemethoden stellen de huishoudelijke afnemer in staat snel contact met de leverancier op te nemen en efficiënt met hem te communiceren;
3° wanneer dat verschilt van het overeenkomstig de bepaling onder 1° verstrekte adres, het geografisch adres van de bedrijfsvestiging van de leverancier waaraan de huishoudelijke afnemer eventuele klachten kan richten;
4° een lijst van alle actieve producten van de leverancier, met maximaal twee A4 pagina's per product;
5° een tariefkaart en, indien mogelijk, een vergelijking van de voorwaarden van de door de leverancier aangeboden overeenkomst voor de levering van gas met de voorwaarden van de lopende overeenkomst voor de levering van gas van de huishoudelijke afnemer;
6° een hyperlink naar de website van zowel de commissie als de regionale regulatoren met de informatie over de instrumenten die de aanbiedingen van de leveranciers vergelijken;
7° de betalings- en uitvoeringsvoorwaarden;
8° de voorwaarden, de termijn en de modaliteiten voor de uitoefening van het herroepingsrecht overeenkomstig paragraaf 11/1/3, alsmede het modelformulier voor herroeping opgenomen in bijlage 1 bij deze wet;
9° de informatie dat ingeval de huishoudelijke afnemer het herroepingsrecht uitoefent nadat hij een verzoek overeenkomstig paragraaf 11/1/3, vierde lid, heeft gedaan, de huishoudelijke afnemer ertoe gehouden is de leverancier redelijke kosten te vergoeden overeenkomstig paragraaf 11/1/3, tiende lid;
10° in voorkomend geval, het bestaan van het sectoraal akkoord bedoeld in paragraaf 11/2 en het bestaan van gedragscodes betreffende de relaties tussen leverancier en huishoudelijke afnemer en hoe daarvan kopie verkrijgbaar is;
11° de andere contractuele voorwaarden.
De in het eerste lid bedoelde informatie vormt een integraal onderdeel van de overeenkomst tussen de leverancier en de huishoudelijke afnemer en wordt niet gewijzigd, tenzij de partijen bij de overeenkomst uitdrukkelijk anders overeenkomen.
De leverancier verstrekt de huishoudelijke afnemer een kopie van de ondertekende overeenkomst of de bevestiging van de overeenkomst op papier of, indien de huishoudelijke afnemer hiermee instemt, op een andere duurzame gegevensdrager. Deze kopie of bevestiging omvat alle informatie waarnaar wordt verwezen in het eerste lid en in het eerste lid van paragraaf 11/1/1.
De bewijslast voor de naleving van de in de huidige paragraaf bedoelde informatievoorschriften ligt bij de leverancier.]10
[10 § 11/1/3. De huishoudelijke afnemer beschikt over een termijn van veertien dagen om de overeenkomst tot levering van gas zonder opgave van redenen te herroepen, en zonder andere kosten te moeten dragen dan die bepaald in het tiende lid. Onverminderd het tweede lid, verstrijkt de herroepingstermijn veertien dagen vanaf de dag waarop de overeenkomst wordt gesloten.
Indien de leverancier de huishoudelijke afnemer niet de ingevolge paragraaf 11/1/2, eerste lid, 8°, verplichte informatie over het herroepingsrecht heeft verstrekt, loopt de herroepingstermijn af twaalf maanden na het einde van de oorspronkelijke overeenkomstig het eerste lid vastgestelde herroepingstermijn.
Indien de leverancier de in paragraaf 11/1/2, eerste lid, 8°, bedoelde informatie aan de huishoudelijke afnemer heeft verstrekt binnen twaalf maanden vanaf de dag waarop de overeenkomst bedoeld in het eerste lid wordt gesloten, verstrijkt de herroepingstermijn veertien dagen vanaf de dag waarop de huishoudelijke afnemer die informatie heeft ontvangen.
Wanneer de huishoudelijke afnemer wenst dat de levering van gas aanvangt tijdens de in het eerste lid bepaalde herroepingstermijn, en de overeenkomst voor de huishoudelijke afnemer een betalingsverplichting inhoudt, vereist de leverancier dat de huishoudelijke afnemer daar uitdrukkelijk om verzoekt.
Voor het verstrijken van de herroepingstermijn stelt de huishoudelijke afnemer de leverancier op de hoogte van zijn beslissing de overeenkomst te herroepen. Daartoe kan de huishoudelijke afnemer:
1° gebruikmaken van het modelformulier voor herroeping, opgenomen in bijlage 1 van deze wet; of
2° een andere ondubbelzinnige verklaring afgeven waarin hij verklaart de overeenkomst te herroepen.
De huishoudelijke afnemer heeft zijn herroepingsrecht binnen de het eerste en het tweede lid bedoelde herroepingstermijn uitgeoefend indien hij de mededeling betreffende de uitoefening van het herroepingsrecht verzendt voordat deze termijn is verstreken.
De leverancier kan, naast de in het vijfde lid bedoelde mogelijkheden, de huishoudelijke afnemer de mogelijkheid bieden het modelformulier voor herroeping opgenomen in bijlage 1 van deze wet, of een andere ondubbelzinnige verklaring op de website van de leverancier elektronisch in te vullen en toe te zenden. In deze gevallen deelt de leverancier de huishoudelijke afnemer onverwijld en op een duurzame gegevensdrager de bevestiging van de ontvangst van de herroeping mee.
De bewijslast ten aanzien van de uitoefening van het herroepingsrecht overeenkomstig het vijfde, zesde en zevende lid ligt bij de huishoudelijke afnemer.
De leverancier vergoedt alle van de huishoudelijke afnemer ontvangen betalingen, onverwijld en in elk geval veertien dagen na de dag waarop hij wordt geïnformeerd van de beslissing van de huishoudelijke afnemer om de overeenkomst overeenkomstig het vijfde, zesde en zevende lid te herroepen. De leverancier verricht de terugbetaling onder gebruikmaking van hetzelfde betaalmiddel als hetgeen door de huishoudelijke afnemer tijdens de oorspronkelijke transactie werd gebruikt, tenzij de huishoudelijke afnemer uitdrukkelijk met een ander betaalmiddel heeft ingestemd en met dien verstande dat de huishoudelijke afnemer als gevolg van zulke terugbetaling geen kosten mag hebben.
Indien een huishoudelijke afnemer het herroepingsrecht uitoefent nadat hij een uitdrukkelijk verzoek overeenkomstig het vierde lid heeft gedaan, betaalt hij de leverancier een bedrag dat evenredig is aan hetgeen reeds is geleverd op het moment dat hij de leverancier ervan in kennis heeft gesteld dat hij zijn herroepingsrecht uitoefent, vergeleken met de volledige uitvoering van de overeenkomst. Het evenredige bedrag dat de huishoudelijke afnemer aan de leverancier moet betalen wordt berekend op grondslag van de totale prijs zoals vastgelegd in de overeenkomst. Als de totale prijs excessief is, wordt het evenredige bedrag berekend op grondslag van de marktwaarde van het geleverde.
De huishoudelijke afnemer draagt geen kosten voor de levering die geheel of ten dele tijdens de herroepingstermijn is verleend, indien:
1° de leverancier heeft nagelaten de informatie overeenkomstig paragraaf 11/1/2, eerste lid, 8° of 9°, te verstrekken; of
2° de huishoudelijke afnemer er niet uitdrukkelijk om heeft verzocht met de uitvoering van de levering van gas te beginnen tijdens de herroepingstermijn overeenkomstig het vierde lid.
Tenzij anders bepaald in deze paragraaf, kan de huishoudelijke afnemer in geen enkel opzicht aansprakelijk worden gesteld ingevolge de uitoefening van zijn herroepingsrecht.
De uitoefening van het herroepingsrecht beëindigt de verplichting voor de partijen om de overeenkomst uit te voeren. De uitoefening door de huishoudelijke afnemer van zijn herroepingsrecht overeenkomstig deze paragraaf stelt automatisch een einde aan elke aanvullende overeenkomst, zonder kosten voor de huishoudelijke afnemer, behoudens de kosten bedoeld in het tiende lid.]10
§ 11/2. Op voorstel van de minister en de minister bevoegd voor Consumentenbescherming, worden de bepalingen vervat in het sectoraal akkoord " de consument in de vrijgemaakte elektriciteits- en gasmarkt " voor 1 januari 2013 vervolledigd, zodat onder andere volgende punten worden geregeld :
a) de invoering van de mogelijkheid voor de consument om de slot- en afrekeningsfacturen uit de eventuele bankdomiciliëring te sluiten;
b) de mededeling aan de consument van elke wijziging van de voorwaarden van de overeenkomst in zijn nadeel op zo'n wijze dat zijn aandacht hierop uitdrukkelijk wordt gevestigd, met de vermelding dat de wijziging de consument het recht verleent om binnen een redelijke termijn de overeenkomst op te zeggen zonder opzegtermijn en zonder kosten.
Indien de wijzigingen aan het akkoord op het einde van de termijn bepaald in het eerste lid niet zijn aangenomen, dan bepaalt de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de verplichtingen die aan de gasleveranciers worden opgelegd inzake bescherming van de consumenten.
[7 § 11/2/1. Wanneer het contract van bepaalde duur van een huishoudelijke afnemer of kmo ten einde loopt, bezorgt de leverancier, ten minste twee maanden voor de einddatum van de overeenkomst, een overzicht van al zijn op dat ogenblik actieve producten. De leverancier wijst er de huishoudelijke afnemer of kmo uitdrukkelijk en op een duidelijk zichtbare manier op dat hij via de websites van de gewestelijke regulatoren kan nagaan wat het goedkoopste product is. Dit gebeurt via een ondubbelzinnige mededeling met opgave van de hyperlink naar de juiste webpagina van de betrokken regulator waar de prijsvergelijking kan worden gemaakt. Dit overzicht wordt aan de huishoudelijke afnemer of kmo ter kennis gebracht via hetzelfde middel waarmee gebruikelijk met de klant wordt gecommuniceerd in verband met de lopende overeenkomst.
Wanneer het bijbehorende product niet langer een actief product is, of wanneer de prijs van het product verschilt van de huidige prijs van het actieve product, dient de leverancier de huishoudelijke afnemer of kmo hierover te informeren, samen met de communicatie zoals bedoeld in het vorige lid. De leverancier legt de huishoudelijke afnemer of kmo hierbij een nieuw contractvoorstel voor. De leverancier legt duidelijk, ondubbelzinnig en op een specifieke wijze uit waarin de nieuw voorgestelde voorwaarden verschillen van de bestaande overeenkomst. Daarbij verzoekt de leverancier de klant zijn instemming met het nieuwe voorstel uitdrukkelijk te bevestigen via brief of een andere duurzame gegevensdrager.
Wanneer de huishoudelijke afnemer of kmo tegen de einddatum van de lopende overeenkomst op dit verzoek niet heeft gereageerd, zal de leverancier het op dat ogenblik goedkoopste equivalent product van bepaalde duur dat hij op de markt aanbiedt, toepassen.
De leverancier brengt de huishoudelijke afnemer of kmo hiervan uitdrukkelijk op de hoogte via brief of een andere duurzame gegevensdrager. Een bevestiging is niet vereist, wanneer bij het voorstel tot contractvernieuwing de leverancier het goedkoopste equivalent product heeft aangeboden en heeft gemeld dat er zonder reactie een overzetting naar dit product zal gebeuren.
§ 11/2/2. Wanneer het contract van onbepaalde duur van een huishoudelijke afnemer of kmo niet langer een actief product is en niet aan een contractuele prijsgarantie onderhevig is, bezorgt de leverancier de huishoudelijke afnemer of kmo ten minste twee maanden op voorhand een overzicht van al zijn huidige actieve producten. De leverancier wijst er de huishoudelijke afnemer of kmo uitdrukkelijk en op een duidelijk zichtbare manier op dat hij via de websites van de gewestelijke regulatoren kan nagaan wat het goedkoopste product is. Dit gebeurt via een ondubbelzinnige mededeling met opgave van de hyperlink naar de juiste webpagina van de betrokken regulator waar de prijsvergelijking kan worden gemaakt. Dit overzicht wordt aan de huishoudelijke consument of kmo ter kennis gebracht via hetzelfde middel waarmee gebruikelijk met de huishoudelijke afnemer of kmo wordt gecommuniceerd in verband met de lopende overeenkomst. De leverancier legt de huishoudelijke afnemer of kmo hierbij een nieuw contractvoorstel voor. De leverancier legt duidelijk, ondubbelzinnig en op een specifieke wijze uit waarin de nieuw voorgestelde voorwaarden verschillen van de bestaande overeenkomst. Daarbij verzoekt de leverancier de huishoudelijke afnemer of kmo zijn instemming met het nieuwe voorstel uitdrukkelijk te bevestigen via brief of een andere duurzame gegevensdrager.
Een bevestiging is niet vereist, wanneer bij het voorstel tot contractvernieuwing de leverancier het goedkoopste equivalent product heeft aangeboden en heeft gemeld dat er zonder reactie een overzetting naar dit product zal gebeuren.
Wanneer de huishoudelijke afnemer of kmo twee maanden na ontvangst van het schrijven op dit verzoek niet heeft gereageerd, zal de leverancier het op dat ogenblik goedkoopste equivalent product dat hij op de markt aanbiedt, toepassen. De leverancier brengt de huishoudelijke afnemer of kmo hiervan uitdrukkelijk op de hoogte via brief of een andere duurzame gegevensdrager.]7
§ 11/3. De huishoudelijke afnemer of de K.M.O. heeft het recht een overeenkomst, zowel van bepaalde duur als van onbepaalde duur, voor de continue levering van gas op elk ogenblik te beëindigen mits het naleven van een opzegtermijn van een maand.
Elk contractueel beding dat afbreuk doet aan dit recht, is van rechtswege nietig.
De leverancier waarmee de huishoudelijke afnemer of de K.M.O. een overeenkomst tot continue levering van gas sluit, wordt verondersteld gemandateerd te zijn om het recht bedoeld in het eerste lid uit te oefenen, tenzij uitdrukkelijke, andersluidende overeenkomst.
Wanneer de huishoudelijke afnemer of de K.M.O. gebruik maakt van het recht dat hem wordt toegekend krachtens het eerste lid, mag hem hiervoor geen enkele vergoeding in rekening worden gebracht.
[9 § 11/3/1. Wanneer een overeenkomst voor de levering van aardgas aan variabele energieprijs met een vaste vergoeding, wordt stopgezet door een huishoudelijke afnemer krachtens paragraaf 11/3, eerste lid, en dit na minder dan zes maanden na de aanvang van de levering onder de overeenkomst, kan een vaste vergoeding worden aangerekend voor een periode van maximaal zes maanden.
Wanneer een overeenkomst voor de levering van aardgas aan variabele energieprijs met een vaste vergoeding, wordt stopgezet door een huishoudelijke afnemer krachtens paragraaf 11/3, eerste lid, en dit na meer dan zes maanden na de aanvang van de levering onder de overeenkomst, wordt een vaste vergoeding aangerekend naar rato van het aantal leveringsdagen.]9
§ 11/4. [10 De inbreuken op dit artikel en zijn uitvoeringsbesluiten worden opgespoord en vastgesteld overeenkomstig de bepalingen bedoeld in boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht.]10]2
§ 12. De boekhouding van de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie wordt gehouden volgens een uniform analytisch boekhoudkundig plan per activiteit dat wordt opgesteld op voorstel van de beheerders en dat wordt goedgekeurd door de commissie of dat, bij gebrek aan een voorstel vóór 1 oktober 2011, wordt opgesteld door de commissie in overleg met de beheerders.
§ 13. De commissie publiceert en bewaart de tarieven en hun motivering binnen de drie werkdagen na hun goedkeuring op haar website, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie betreffende leveranciers of net- en/of installatiegebruikers, van persoonsgegevens en/of van gegevens waarvan de vertrouwelijkheid is beschermd krachtens specifieke wetgevingen.
De beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie delen zo spoedig mogelijk aan de gebruikers van hun net en/of installatie de tarieven mede die zij moeten toepassen en stellen deze ter beschikking van alle personen die hierom verzoeken. Zij publiceren die tevens zo spoedig mogelijk op hun website, samen met een berekeningsmodule die de praktische toepassing van de tarieven preciseert.
De toegepaste tarieven mogen geen terugwerkende kracht hebben.
§ 14. Tegen de door de commissie vastgestelde tariefmethodologie alsook de door haar genomen beslissingen betreffende de tariefvoorstellen in uitvoering van deze tariefmethodologie, kan een beroep worden ingesteld door elke persoon die een belang aantoont bij het [5 Marktenhof]5 met toepassing van artikel 15/20.
Zulk beroep kan met name worden ingesteld indien :
- de beslissing van de commissie de richtsnoeren bedoeld in dit artikel niet in acht neemt;
- de beslissing van de commissie niet in overeenstemming is met het algemene energiebeleid, zoals gedefinieerd in de Europese, federale en gewestelijke wet- en regelgeving;
- de beslissing van de commissie niet de noodzakelijke middelen waarborgt voor de realisatie van de investeringen van de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de aardgasopslaginstallatie en de beheerder van de LNG-installatie en de instandhouding van hun infrastructuren of voor de uitvoering van hun wettelijke taken.]1
[4 § 15. De aansluiting op en het gebruik van een interconnector en, desgevallend, de door de beheerder van een interconnector aangeboden diensten overeenkomstig artikel 15/5undecies, § 3, maken vanaf 1 oktober 2018 het voorwerp uit van een tariefmethodologie die overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf wordt vastgesteld door de commissie.
Na overleg met de beheerders van de interconnectoren en met de regulerende instanties van de andere lidstaten van de Europese Unie waarvan het territorium door de interconnecties wordt doorkruist, en na een gestructureerde, gedocumenteerde en transparante raadpleging van de markt, stelt de commissie de tariefmethodologie vast, die de basis vormt van de tarieven.
De tariefmethodologie bevat minstens regels met betrekking tot:
a) de principes die de tarieven bepalen;
b) de indienings- en goedkeuringsprocedure voor de tariefverslagen, inhoudende een afrekening van de werkelijke kosten en opbrengsten met betrekking tot de voorbije tariefperiode.
De tarieven en de onderliggende tariefmethodologie zijn objectief, transparant, niet-discriminerend en conform met de Verordening (EG) nr. 715/2009 en elke juridisch bindende beslissing van de Europese Commissie en/of ACER.
De beheerder van een interconnector stelt zijn tarieven op met inachtneming van de door de commissie vastgestelde tariefmethodologie. De commissie en de beheerder van een interconnector publiceren, minstens op hun respectievelijke websites, de vastgestelde methodologie. De beheerder van een interconnector publiceert ook de tarieven vóór hun inwerkingtreding en stelt deze ter beschikking van alle personen die hierom verzoeken.
De commissie is bevoegd om zo nodig van de beheerder van een interconnector te verlangen dat hij de in deze paragraaf bedoelde tarieven wijzigt om ervoor te zorgen dat deze evenredig zijn en op niet-discriminerende wijze worden toegepast.
In geval van weigering of vertraging bij de vaststelling van de in deze paragraaf bedoelde tariefmethodologie en/of tarieven, heeft de commissie de bevoegdheid, na kennisgeving aan de beheerder van een interconnector, om de tariefmethodologie en/of tarieven voorlopig vast te stellen en een beslissing te nemen over passende compensatiemaatregelen indien de definitieve tariefmethodologie en/of tarieven afwijken van de voorlopige vastgestelde tariefmethodologie en/of tarieven.
Tegen de door de commissie vastgestelde tariefmethodologie en/of vastgestelde voorlopige tarieven, kan een beroep worden ingesteld door elke persoon die een belang aantoont bij het [5 Marktenhof]5 overeenkomstig artikel 15/20.
Ongeacht zijn eigendomsregeling of rechtsvorm houdt de beheerder van een interconnector zich bij de opstelling, indiening voor accountantscontrole en publicatie van zijn jaarrekening aan de nationale voorschriften inzake de jaarrekening van kapitaalvennootschappen die zijn vastgesteld uit hoofde van de Vierde Richtlijn 78/660/EEG van de Raad van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 44, lid 2, sub g), van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen. Bij de accountantscontrole wordt in het bijzonder nagegaan dat de verplichting tot voorkoming van discriminatie en kruissubsidies, zoals bedoeld in het tiende lid, wordt nagekomen.
Om discriminatie, kruissubsidiëring en concurrentievervalsing te voorkomen, voert de beheerder van een interconnector intern een afzonderlijke boekhouding voor al zijn transmissie-, distributie-, LNG- en opslagactiviteiten, zoals dit zou moeten gebeuren indien die activiteiten door verschillende ondernemingen worden uitgevoerd. Hij stelt ook al dan niet geconsolideerde jaarrekeningen op voor andere activiteiten op het gebied van gas, die geen verband houden met transmissie, distributie, LNG of opslag. In voorkomend geval voert hij een boekhouding op geconsolideerde basis voor zijn andere, niet op gasgebied liggende activiteiten. Deze interne boekhoudingen bevatten per activiteit een balans en een winst-en-verliesrekening.
Onverminderd de nationaal geldende boekhoudvoorschriften specificeert de beheerder van een interconnector in zijn interne boekhouding welke regels hij bij de opstelling van de in het tiende lid bedoelde afzonderlijke rekeningen volgt voor de toerekening van de activa en passiva, de lasten en baten, alsmede de regels voor de afschrijving. Deze interne regels mogen slechts in uitzonderlijke gevallen worden gewijzigd. Dergelijke wijzigingen worden vermeld en naar behoren gemotiveerd.
De beheerder van een interconnector specificeert in de toelichting bij de jaarrekening alle significante verrichtingen met verbonden of geassocieerde ondernemingen tijdens het betrokken boekjaar.]4
Modifications
Art. 15/5bis. [1 § 1er. Le raccordement, l'utilisation du réseau et/ou de l'installation du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, du gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et du gestionnaire d'installation de GNL et, le cas échéant, les services offerts par ces gestionnaires en application du code de bonne conduite adopté conformément à l'article 15/5undecies, font l'objet de tarifs.
§ 2. Après concertation structurée, documentée et transparente avec les gestionnaires concernés, la commission établit la méthodologie tarifaire que doivent utiliser le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL pour l'établissement de leurs propositions tarifaires.
La méthodologie tarifaire précise notamment :
(i) la définition des catégories de coûts qui sont couverts par les tarifs;
(ii) les catégories de coûts sur lesquelles porte, le cas échéant, la régulation incitative;
(iii) les règles d'évolution au cours du temps des catégories de coûts visées en (i), y compris la méthode de détermination des paramètres figurant dans les formules dévolution;
(iv) les règles d'allocation des coûts aux catégories d'utilisateurs du réseau;
(v) la structure tarifaire générale et les composants tarifaires.
La concertation avec le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL fait l'objet d'un accord entre la commission et lesdits gestionnaires. à défaut d'accord, la concertation est tenue au minimum comme suit :
1° la commission envoie au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, au gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et au gestionnaire d'installation de GNL la convocation aux réunions de concertation visées ci-dessus ainsi que la documentation relative aux points mis à l'ordre du jour de ces réunions dans un délai raisonnable avant lesdites réunions. La convocation mentionne le lieu, la date et l'heure de la réunion, ainsi que les points mis à l'ordre du jour;
2° à la suite de la réunion, la commission établit un projet de procès-verbal de réunion reprenant les arguments avancés par les différentes parties et les points d'accords et de désaccords constatés qu'elle transmet, pour approbation, au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, au gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et au gestionnaire d'installation de GNL dans un délai raisonnable suivant la réunion;
3° dans un délai raisonnable suivant la réception du procès-verbal de la commission approuvé par les parties, les gestionnaires, au besoin après s'être concertés, envoient à la commission leur avis formel sur la méthodologie tarifaire résultant de cette concertation, en soulignant le cas échéant les éventuels points de désaccords subsistants.
Par dérogation aux dispositions qui précèdent, la méthodologie tarifaire peut être établie par la commission suivant une procédure déterminée de commun accord avec le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL sur la base d'un accord explicite, transparent et non-discriminatoire.
§ 3. La commission communique à la Chambre des représentants son projet de méthodologie tarifaire, l'intégralité des pièces relatives à la concertation avec le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL ainsi que tous les documents qu'elle estime nécessaires à la motivation de sa décision relative à la méthodologie tarifaire, tout en préservant la confidentialité des informations commercialement sensibles concernant des fournisseurs ou des utilisateurs du réseau, des données à caractère personnel et/ou des données dont la confidentialité est protégée en vertu de législations spécifiques.
La commission publie sur son site web la méthodologie tarifaire applicable, l'intégralité des pièces relatives à la concertation avec le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL et tous documents qu'elle estime utiles à la motivation de sa décision relative à la méthodologie tarifaire, tout en préservant la confidentialité des informations commercialement sensibles concernant des fournisseurs ou des utilisateurs du réseau et/ou des installations, des données à caractère personnel et/ou des données dont la confidentialité est protégée en vertu de législations spécifiques.
§ 4. La méthodologie tarifaire fixée en vertu du § 3 et applicable à l'établissement de la proposition tarifaire est communiquée au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, au gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et au gestionnaire d'installation de GNL au plus tard six mois avant la date à laquelle la proposition tarifaire doit être introduite auprès de la commission. Les modifications doivent être motivées.
La méthodologie tarifaire reste en vigueur pendant toute la période tarifaire, en ce compris la clôture des soldes relatifs à cette période. Des modifications apportées à la méthodologie tarifaire fixée en cours de période tarifaire, conformément au § 2, s'appliquent seulement à partir de la période tarifaire suivante, sauf accord explicite, transparent et non-discriminatoire entre la commission et les gestionnaires.
§ 5. La commission établit la méthodologie tarifaire dans le respect des lignes directrices suivantes :
1° la méthodologie tarifaire doit être exhaustive et transparente, de manière à permettre au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, au gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et au gestionnaire d'installation de GNL d'établir leurs propositions tarifaires sur cette seule base. Elle comprend les éléments qui doivent obligatoirement figurer dans la proposition tarifaire. Elle définit les modèles de rapport à utiliser par ces gestionnaires;
2° la méthodologie tarifaire doit permettre de couvrir de manière efficiente l'ensemble des coûts nécessaires ou efficaces à l'exécution des obligations légales ou réglementaires qui incombent au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, au gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et au gestionnaire d'installation de GNL ainsi que pour l'exercice de leurs activités;
3° la méthodologie tarifaire fixe le nombre d'années de la période régulatoire débutant au 1er janvier. Les tarifs annuels qui en résultent sont déterminés en application de la méthodologie tarifaire applicable pour cette période;
4° la méthodologie tarifaire permet le développement équilibré du réseau de transport de gaz naturel, d'installation de stockage de gaz naturel et/ou d'installation de GNL, conformément au plan d'investissements des gestionnaires de ce réseau et de ces installations tels qu'approuvés, le cas échéant, par les autorités compétentes;
5° les éventuels critères de rejet de certains coûts sont non-discriminatoires et transparents;
6° les tarifs sont non discriminatoires et proportionnés. Ils respectent une allocation transparente des coûts;
7° la structure des tarifs favorise l'utilisation rationnelle de l'énergie et des infrastructures;
8° les différents tarifs sont uniformes sur le territoire desservi par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL;
9° la rémunération normale des capitaux investis dans les actifs régulés doit permettre au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, au gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et au gestionnaire d'installation de GNL de réaliser les investissements nécessaires à l'exercice de leurs missions;
en cas de différence de traitement quant à la rémunération des capitaux, ou aux durées d'amortissement entre gestionnaires, la différence est dûment motivée par la commission;
10° les services de flexibilité sont assurés de la manière la plus efficace en termes de coûts et fournissent aux utilisateurs des éléments d'incitation appropriés pour qu'ils équilibrent leur injection et leur prélèvement. Les tarifs associés à ces services sont équitables non discriminatoires, et fondés sur des critères objectifs;
11° les coûts nets des missions de service public imposées par la loi, le décret ou l'ordonnance et leurs arrêtés d'exécution sont pris en compte dans les tarifs de manière transparente et non discriminatoire, conformément aux dispositions législatives et réglementaires applicables;
12° les impôts, taxes, surcharges et contributions de toutes natures imposées par la loi, le décret ou l'ordonnance et leurs arrêtés d'exécution sont ajoutés aux tarifs automatiquement et dans les délais prévus par la procédure d'introduction et d'approbation des tarifs. La commission peut contrôler la conformité de ces coûts avec les dispositions législatives et réglementaires applicables;
13° les achats de biens et de services réalisés dans le respect de la législation sur les marchés publics sont réputés réalisés au prix du marché, sous réserve, le cas échéant, du pouvoir d'appréciation de la commission;
14° la méthodologie détermine les modalités d'intégration et de contrôle des coûts échoués constitués par les charges de pension complémentaire ou de pension du secteur public non capitalisées, versées à des agents ayant presté une activité régulée de transport de gaz naturel, de stockage de gaz naturel ou de GNL, dues pour les années antérieures à la libéralisation en vertu des statuts, de conventions collectives du travail ou d'autres conventions suffisamment formalisées, approuvés avant le 30 avril 1999, ou versées à leurs ayants droit ou remboursées à leur employeur par un gestionnaire de réseau de transport de gaz naturel, d'installation de stockage de gaz naturel ou d'installation de GNL, qui peuvent être intégrés aux tarifs;
15° pour la détermination des soldes (positifs ou négatifs) dont elle décide la répartition pour la période régulatoire suivante, la commission fixe les catégories de coûts non soumises à une éventuelle régulation incitative qui constituent des dettes ou des créances régulatoires et qui sont récupérées par ou rendues au travers les tarifs applicables au cours de la période régulatoire suivante;
16° toute méthode de contrôle des coûts reposant sur des techniques de comparaison doit tenir compte des différences objectives existant entre gestionnaires et qui ne peuvent être éliminées à l'initiative du gestionnaire concerné.
Toute décision utilisant des techniques de comparaison intègre des paramètres qualitatifs et est basée sur des données homogènes, transparentes, fiables et publiées ou intégralement communicables dans la motivation de la décision de la commission.
Le caractère raisonnable des coûts est apprécié par comparaison avec les coûts correspondants d'entreprises exerçant des activités similaires dans des conditions analogues, en tenant compte notamment des spécificités réglementaires ou régulatoires existantes dans les comparaisons internationales effectuées;
17° les efforts de productivité éventuellement imposés au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, au gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et au gestionnaire d'installation de GNL ne peuvent mettre en péril, à court ou à long terme, la sécurité des personnes ou des biens et la continuité de la fourniture;
18° la subsidiation croisée entre activités régulées et non régulées n'est pas autorisée;
19° les tarifs encouragent le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL à améliorer les performances, à favoriser l'intégration du marché et la sécurité de l'approvisionnement et à mener la recherche et le développement nécessaires à leurs activités;
20° les coûts visés aux points 11°, 12° et 14° et les charges financières ainsi que les coûts autres que ceux visés au § 2 (ii) ne sont soumis ni à des décisions basées sur des méthodes de comparaison, ni à une régulation incitative;
21° la méthodologie tarifaire applicable aux extensions d'installations ou aux nouvelles installations de transport de gaz naturel pour le stockage et les extensions d'installations ou les nouvelles installations de transport de gaz naturel de GNL ainsi que les extensions d'installations ou les nouvelles installations de transport de gaz naturel peut déroger aux tarifs de raccordement et d'utilisation du réseau de transport de gaz naturel afin d'en permettre le développement à long terme;
22° les tarifs visent à offrir un juste équilibre entre la qualité des services prestés et les prix supportés par les clients finals;
[3 23° les tarifs ne contiennent aucune incitation préjudiciable à l'efficacité globale (y compris l'efficacité énergétique) ou qui pourrait faire obstacle à la participation des effacements de la consommation, aux marchés d'ajustement et à la fourniture de services auxiliaires. Les tarifs visent à améliorer l'efficacité en ce qui concerne tant la conception que l'exploitation des infrastructures.]3
La commission peut contrôler la conformité des coûts du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, du gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et du gestionnaire d'installation de GNL avec les dispositions législatives et réglementaires applicables.
§ 6. Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL établissent leurs propositions tarifaires dans le respect de la méthodologie tarifaire établie par la commission et introduisent celles-ci dans le respect de la procédure d'introduction et d'approbation des tarifs.
§ 7. La commission examine la proposition tarifaire, décide de l'approbation de celle-ci et communique sa décision motivée au gestionnaire dans le respect de la procédure d'introduction et d'approbation des tarifs.
§ 8. La procédure d'introduction et d'approbation des propositions tarifaires fait l'objet d'un accord entre la commission et le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel ainsi que le gestionnaire d'installation de GNL. à défaut d'accord, la procédure est la suivante :
1° le gestionnaire soumet, dans un délai raisonnable avant la fin de la dernière année de chaque période régulatoire en cours, sa proposition tarifaire accompagnée du budget pour la période régulatoire suivante sous la forme du modèle de rapport fixée par la commission conformément au § 5;
2° la proposition tarifaire, accompagnée du budget, est transmise en trois exemplaires par porteur avec accusé de réception à la commission. Le gestionnaire transmet également une version électronique sur laquelle la commission peut, au besoin retravailler la proposition tarifaire accompagnée du budget;
3° dans un délai raisonnable suivant la réception de la proposition tarifaire accompagnée du budget, la commission confirme au gestionnaire, par lettre par porteur avec accusé de réception, ainsi que par courrier électronique, que le dossier est complet ou elle lui fait parvenir une liste des informations complémentaires qu'il devra fournir.
Dans un délai raisonnable suivant la réception de la lettre visée à l'alinéa précèdent dans laquelle des informations complémentaires lui ont été demandées, le gestionnaire transmet ces informations à la commission en trois exemplaires, par lettre par porteur avec accusé de réception. Le gestionnaire transmet également une version électronique des réponses et des renseignements complémentaires à la commission;
4° dans un délai raisonnable suivant la réception de la proposition tarifaire visée au 2° ou, le cas échéant, dans un délai raisonnable suivant la réception des réponses et des informations complémentaires du gestionnaire visées au 3°, la commission informe le gestionnaire par lettre par porteur avec accusé de réception, de sa décision d'approbation ou de son projet de décision de refus de la proposition tarifaire concerné accompagnée du budget.
Dans son projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget, la commission indique de manière motivée les points que le gestionnaire doit adapter pour obtenir une décision d'approbation de la commission. La commission est habilitée à demander au gestionnaire de modifier sa proposition tarifaire pour faire en sorte que celle-ci soit proportionnée et appliquée de manière non-discriminatoire;
5° si la commission refuse la proposition tarifaire accompagnée du budget du gestionnaire dans son projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget, ce gestionnaire peut communiquer ses objections à ce sujet à la commission dans un délai raisonnable suivant la réception de ce projet de décision.
Ces objections sont transmises à la commission par porteur avec accusé de réception, ainsi que sous forme électronique.
Le gestionnaire est entendu, à sa demande, dans un délai raisonnable après réception du projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget par la commission.
Le cas échéant, le gestionnaire soumet, dans un délai raisonnable suivant la réception du projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget, à la commission par porteur avec accusé de réception, en trois exemplaires sa proposition tarifaire adaptée accompagnée du budget. Le gestionnaire remet aussi une copie électronique à la commission.
Dans un délai raisonnable suivant l'envoi par la commission du projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget ou, le cas échéant, dans un délai raisonnable après réception des objections ainsi que de la proposition tarifaire adaptée accompagnée du budget, la commission informe le gestionnaire, par lettre par porteur avec accusé de réception, ainsi que par voie électronique, de sa décision d'approbation ou de sa décision de refus de la proposition tarifaire, le cas échéant adaptée, accompagnée du budget;
6° si le gestionnaire ne respecte pas ses obligations dans les délais visés aux points 1° à 5°, ou si la commission a pris la décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget ou de la proposition tarifaire adaptée accompagnée du budget adapté, des tarifs provisoires sont d'application jusqu'à ce que toutes les objections de ce gestionnaire ou de la commission soient épuisées ou jusqu'à ce qu'un accord soit conclu entre la commission et le gestionnaire sur les points litigieux. La commission est habilitée, après concertation avec le gestionnaire, à arrêter des mesures compensatoires appropriées lorsque les tarifs définitifs s'écartent de ces tarifs provisoires;
7° en cas de passage à de nouveaux services et/ou d'adaptation de services existants, le gestionnaire peut soumettre une proposition tarifaire actualisée à l'approbation de la commission dans la période régulatoire. Cette proposition tarifaire actualisée tient compte de la proposition tarifaire approuvée par la commission, sans altérer l'intégrité de la structure tarifaire existante.
La proposition actualisée est introduite par le gestionnaire et traitée par la commission conformément à la procédure applicable, visée aux points 1° à 6°, étant entendu que les délais visés sont réduits de moitié;
8° si des circonstances exceptionnelles surviennent au cours d'une période régulatoire indépendamment de la volonté du gestionnaire, celui-ci peut à tout moment de la période régulatoire soumettre à l'approbation de la commission une demande motivée de révision de sa proposition tarifaire, pour ce qui concerne les années suivantes de la période régulatoire.
La demande motivée de révision de la proposition tarifaire est introduite par le gestionnaire et traitée par la commission suivant la procédure applicable visée aux points 1° à 6°, étant entendu que les délais visés sont réduits de moitié;
9° la commission adapte, sans préjudice de sa possibilité de contrôler les coûts sur la base des dispositions légales et réglementaires applicables, les tarifs du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, du gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et du gestionnaire d'installation de GNL à toutes modifications des obligations de service public, notamment régionales, qui leur sont applicables, au plus tard dans les trois mois de la transmission par ces gestionnaires de telles modifications. Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL transmettent ces modifications à la commission dans le meilleur délai suite à leurs entrées en vigueur;
10° la commission publie sur son site Internet, de manière transparente, l'état de la procédure d'adoption des propositions tarifaires ainsi que, le cas échéant, les propositions tarifaires déposées par le gestionnaire du réseau.
§ 9. La commission établit la méthodologie tarifaire et exerce sa compétence tarifaire de manière à favoriser une régulation stable et prévisible contribuant au bon fonctionnement du marché libéralisé, et permettant au marché financier de déterminer avec une sécurité raisonnable la valeur du gestionnaire. Elle veille à maintenir la continuité des décisions qu'elle a prises au cours des périodes régulatoires antérieures, notamment en matière d'évaluation des actifs régulés.
§ 10. La commission exerce sa compétence tarifaire en tenant compte de la politique générale de l'énergie telle que définie dans la législation et la réglementation européenne, fédérale et régionale.
§ 11. Dans un souci de transparence dans la répercussion des coûts au client final, les différents éléments du tarif sont distingués sur la facture, en particulier en ce qui concerne les obligations de service public et leur contenu.
[2 § 11/1. [6 es obligations suivantes s'appliquent à la facturation aux clients finals :
1° les fournisseurs et les intermédiaires fournissent gratuitement aux clients finals toutes leurs factures et les informations de facturation ;
2° les fournisseurs et les intermédiaires donnent aux clients finals la possibilité d'opter pour des factures et des informations de facturation électroniques et pour des modalités souples de paiement effectif des factures ;
3° lorsque le contrat de fourniture prévoit une modification future du produit ou du prix, ou une remise, les fournisseurs et intermédiaires doivent l'indiquer sur la facture, ainsi que la date à laquelle la modification prend effet.
Après avoir consulté la Commission consultative Spéciale Consommation, visé à l'arrêté royal du 13 décembre 2017 portant création de la Commission consultative spéciale Consommation "au sein du Conseil central de l'économie et portant suppression de la Commission pour l'étiquetage et la publicité écologiques, le Roi fixe les autres exigences minimales auxquelles doivent répondre les factures et les informations de facturation.]6
[8 Sans préjudice aux obligations à l'alinéa 1er, et sans préjudice à l'article 1108 de l'ancien Code civil et l'article VI.84 du Code de droit économique, les obligations suivantes s'appliquent à la facturation des acomptes aux clients résidentiels:
1° le fournisseur convient avec le client résidentiel le mode de calcul relatifs aux acomptes;
2° dans le cadre du mode de calcul convenu, le fournisseur et le client résidentiel peuvent modifier le montant des acomptes à tout moment;
3° lors de la fixation du montant des acomptes, lors de chaque modification de ce montant à l'initiative du fournisseur, et de tout refus par le fournisseur d'accepter une proposition de modification de la part du client résidentiel, le fournisseur transmet au client résidentiel une justification sur le mode de calcul utilisé, pour lequel il n'est pas suffisant de se référer uniquement à la consommation présumée du client résidentiel;
4° la modification du montant des acomptes sur proposition du fournisseur est seulement appliquée si le client résidentiel ne s'y oppose pas dans les 15 jours suivant la notification par le fournisseur de l'initiative de la modification et de la justification exigée au 3° ;
5° toute clause ou toute condition dans un contrat entre le fournisseur et le client résidentiel qui, à elle seule ou combinée avec une ou plusieurs autres clauses ou conditions, déroge à la disposition sous 4°, est nulle de plein droit.]8
[10 § 11/1/1. Sous réserve du respect du livre VI du Code de droit économique, le contrat entre le client final et son fournisseur comprend au moins les éléments suivants:
1° l'identité et l'adresse du fournisseur, y compris le numéro d'entreprise et le nom commercial;
2° les services fournis, les niveaux de qualité des services offerts, ainsi que le délai nécessaire au raccordement initial;
3° les types de services de maintenance offerts;
4° les moyens par lesquels des informations actualisées sur l'ensemble des prix applicables, les redevances de maintenance et les produits ou services groupés peuvent être obtenues;
5° la durée du contrat, les conditions de renouvellement et de résiliation du contrat et d'interruption des services, y compris des produits ou services qui sont groupés avec ces services, et si une résiliation du contrat sans frais est autorisée;
6° les compensations et les formules de remboursement éventuellement applicables dans le cas où les niveaux de qualité des services prévus dans le contrat ne sont pas atteints, y compris une facturation inexacte ou tardive;
7° les modalités de lancement d'une procédure extra-judiciaire de règlement des litiges conformément à l'article 26 de la directive (UE) 2019/944 du Parlement européen et du Conseil du 5 juin 2019 concernant des règles communes pour le marché intérieur de l'électricité et modifiant la directive 2012/27/UE;
8° la communication de façon claire, sur la facture ou sur les sites internet du fournisseur, d'informations concernant les droits des consommateurs, notamment des informations sur les modalités de traitement des plaintes et toutes les informations visées par la présente disposition;
Les conditions contractuelles sont équitables et communiquées à l'avance. En tout état de cause, ces informations sont fournies avant la conclusion ou la confirmation du contrat. Lorsque le contrat est conclu par le biais d'intermédiaires, les informations relatives aux éléments visés par cette disposition sont également communiquées avant la conclusion du contrat.]10
[10 § 11/1/2. Sous réserve du respect du livre VI du Code de droit économique et sans préjudice des autres exigences prescrites par ou en vertu de la loi, en matière d'informations précontractuelles, le fournisseur ainsi que l'intermédiaire, lorsque le contrat est conclu par le biais d'un intermédiaire, fournit, en plus des informations prévues au paragraphe 11/1/1, sur un support durable, au client résidentiel, de manière claire, lisible, compréhensible et non ambiguë, avant que le client résidentiel ne soit lié par un contrat de fourniture de gaz, au moins les informations suivantes:
1° les principales caractéristiques du bien;
2° le numéro de téléphone du fournisseur et son adresse électronique. En outre, lorsque le fournisseur fournit d'autres moyens de communication en ligne qui garantissent au client résidentiel d'être en mesure de conserver tous les échanges écrits avec le fournisseur sur un support durable, y compris la date et l'heure desdits échanges, les informations contiennent également des indications détaillées concernant ces autres moyens. Tous ces moyens de communication fournis par le fournisseur permettent au client résidentiel de le contacter rapidement et de communiquer avec lui efficacement;
3° si elle diffère de l'adresse fournie conformément au 1°, l'adresse géographique du siège commercial du fournisseur à laquelle le client résidentiel peut adresser une éventuelle réclamation;
4° l'énumération de tous les produits actifs du fournisseur, avec un maximum de deux pages A4 par produit;
5° une carte tarifaire et, si possible, une comparaison des conditions du contrat de fourniture de gaz proposé par le fournisseur avec les conditions du contrat de fourniture de gaz actuel du client résidentiel;
6° un lien vers le site internet de la commission et des régulateurs régionaux avec les informations relatives aux outils de comparaison des offres des fournisseurs;
7° les modalités de paiement et d'exécution;
8° les conditions, le délai et les modalités d'exercice du droit de rétractation conformément au paragraphe 11/1/3 ainsi que le modèle de formulaire de rétractation figurant à l'annexe 1 de la présente loi;
9° l'information qu'au cas où le client résidentiel exercerait le droit de rétractation après avoir présenté une demande conformément au paragraphe 11/1/3, alinéa 4, le client résidentiel est tenu de payer des frais raisonnables au fournisseur, conformément au paragraphe 11/1/3, alinéa 10;
10° le cas échéant, l'existence de l'accord sectoriel visé au paragraphe 11/2 et l'existence de codes de conduite ayant trait aux relations entre fournisseur et client résidentiel et comment en obtenir une copie;
11° les autres conditions contractuelles.
Les informations visées à l'alinéa 1er font partie intégrante du contrat entre le fournisseur et le client résidentiel et ne peuvent pas être modifiées à moins que les parties contractantes n'en décident autrement de manière expresse.
Le fournisseur fournit au client résidentiel une copie du contrat signé ou la confirmation du contrat sur papier ou, moyennant accord du client résidentiel, sur un autre support durable. Cette copie ou confirmation comprend toutes les informations visées à l'alinéa 1er et à l'alinéa 1er du paragraphe 11/1/1.
La charge de la preuve concernant le respect des obligations d'information visées au présent paragraphe incombe au fournisseur.]10
[10 § 11/1/3. Le client résidentiel dispose d'un délai de quatorze jours pour se rétracter d'un contrat pour la fourniture de gaz, sans avoir à motiver sa décision et sans encourir d'autres coûts que ceux prévus à l'alinéa 10. Sans préjudice de l'alinéa 2, le délai de rétractation expire après une période de quatorze jours à compter du jour de la conclusion du contrat.
Si le fournisseur omet d'informer le client résidentiel de son droit de rétractation comme l'exige le paragraphe 11/1/2, alinéa 1er, 8°, le délai de rétractation expire au terme d'une période de douze mois à compter de la fin du délai de rétractation initial, déterminé conformément à l'alinéa 1er.
Si le fournisseur a communiqué au client résidentiel les informations prévues au paragraphe 11/1/2, alinéa 1er, 8°, dans un délai de douze mois à compter du jour de la conclusion du contrat visé à l'alinéa 1er, le délai de rétractation expire au terme d'une période de quatorze jours à compter du jour où le client résidentiel a reçu ces informations.
Lorsque le client résidentiel veut que la fourniture de gaz commence pendant le délai de rétractation prévu à l'alinéa 1er, et que le contrat soumet le client résidentiel à une obligation de payer, le fournisseur exige du client résidentiel qu'il en fasse la demande expresse.
Le client résidentiel informe le fournisseur, avant l'expiration du délai de rétractation, de sa décision de se rétracter du contrat. Pour ce faire, le client résidentiel peut soit:
1° utiliser le modèle de formulaire de rétractation figurant à l'annexe 1 de la présente loi; ou
2° faire une autre déclaration dénuée d'ambiguïté exposant sa décision de se rétracter du contrat.
Le client résidentiel a exercé son droit de rétractation dans le délai de rétractation visé aux alinéas 1er et 2 s'il adresse la communication concernant l'exercice du droit de rétractation avant l'expiration de ce délai.
Le fournisseur peut donner au client résidentiel, en plus des possibilités visées à l'alinéa 5, la faculté de remplir et de transmettre en ligne, sur le site internet du fournisseur, soit le modèle de formulaire de rétractation figurant à l'annexe 1 de la présente loi, soit une autre déclaration dénuée d'ambiguïté. Dans ces cas, le fournisseur communique sans délai au client résidentiel un accusé de réception de la rétractation sur un support durable.
La charge de la preuve concernant l'exercice du droit de rétractation conformément aux alinéas 5, 6 et 7 incombe au client résidentiel.
Le fournisseur rembourse tous les paiements reçus de la part du client résidentiel, sans retard excessif et en tout état de cause dans les quatorze jours suivant celui où il est informé de la décision du client résidentiel de se rétracter du contrat conformément aux l'alinéas 5, 6 et 7. Le fournisseur effectue le remboursement en utilisant le même moyen de paiement que celui utilisé par le client résidentiel pour la transaction initiale, sauf accord exprès du client résidentiel pour un autre moyen de paiement et pour autant que le remboursement n'occasionne pas de frais pour le client résidentiel.
Lorsque le client résidentiel exerce son droit de rétractation après avoir présenté une demande expresse conformément à l'alinéa 4, il paie au fournisseur un montant qui est proportionnel à ce qui a été fourni jusqu'au moment où il a informé le fournisseur de l'exercice du droit de rétractation par rapport à l'ensemble des prestations prévues par le contrat. Le montant proportionnel à payer par le client résidentiel au fournisseur est calculé sur la base du prix total convenu dans le contrat. Si le prix total est excessif, le montant approprié est calculé sur la base de la valeur marchande de ce qui a été fourni.
Le client résidentiel n'est redevable d'aucun coût pour la fourniture, en tout ou partie, pendant le délai de rétractation, lorsque :
1° le fournisseur a omis de fournir les informations visées au paragraphe 11/1/2, alinéa 1er, 8° ou 9° ; ou
2° le client résidentiel n'a pas expressément demandé que la fourniture de gaz commence pendant le délai de rétractation conformément à l'alinéa 4.
Sauf disposition contraire du présent paragraphe, le client résidentiel n'encourt aucune responsabilité du fait de l'exercice du droit de rétractation.
L'exercice du droit de rétractation a pour effet d'éteindre l'obligation des parties d'exécuter le contrat. L'exercice par le client résidentiel de son droit de rétractation conformément au présent paragraphe a pour effet de mettre automatiquement fin à tout contrat accessoire, sans frais pour le client résidentiel, à l'exception de ceux visés à alinéa 10.]10
§ 11/2. Sur proposition du ministre et du ministre compétent pour la protection de la Consommation, les dispositions contenues dans l'accord sectoriel " le consommateur dans le marché libéralisé de l'électricité et du gaz " sont complétées avant le 1er janvier 2013, de manière à régler notamment les points suivants :
a) l'introduction de la faculté pour le consommateur d'exclure les factures de clôture et de décompte de la domiciliation bancaire éventuelle;
b) la communication au consommateur de chaque modification des conditions du contrat à son détriment d'une telle façon que son attention y soit attirée explicitement, en indiquant que ce changement lui octroie le droit de mettre fin au contrat dans un délai raisonnable sans préavis et sans frais.
Si les modifications à l'accord ne sont pas adoptées au terme du délai fixé à l'alinéa 1er, le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les obligations qui incombent aux fournisseurs de gaz en matière de protection des consommateurs.
[7 § 11/2/1. Lorsque le contrat à durée déterminée d'un client résidentiel ou d'une PME arrive à expiration, le fournisseur fournit au moins deux mois avant la date d'expiration du contrat, un aperçu de tous ses produits qui sont actifs à ce moment. Le fournisseur informe le client résidentiel ou la PME expressément et d'une façon bien visible qu'il peut vérifier sur les sites internet des régulateurs régionaux quel est le produit le moins cher. Cette information a lieu par le biais d'une communication sans ambiguïté reprenant un hyperlien vers la page internet du régulateur concerné sur laquelle la comparaison des prix peut être effectuée. Cet aperçu est fourni au client résidentiel ou à la PME par les mêmes moyens que ceux normalement utilisés pour communiquer avec le client dans le cadre du contrat en cours.
Lorsque le produit correspondant n'est plus un produit actif ou lorsque le prix du produit diffère du prix actuel du produit actif, le fournisseur en informe le client résidentiel ou la PME au moment de la communication visée à l'alinéa précédent. Le fournisseur transmet en même temps au client résidentiel ou à la PME une nouvelle proposition de contrat. Le fournisseur explique clairement, sans équivoque et de façon spécifique en quoi les nouvelles conditions proposées diffèrent du contrat existant. Le fournisseur demande au client de confirmer explicitement son accord sur la nouvelle proposition par lettre ou sur tout autre support durable.
Si le client résidentiel ou la PME n'a pas réagi à cette demande avant la date de fin du contrat en cours, le fournisseur lui attribue le produit équivalent le moins cher à durée déterminée qu'il propose sur le marché à ce moment-là.
Le fournisseur en informe explicitement le client résidentiel ou la PME par lettre ou sur tout autre support durable. Une confirmation n'est pas exigée si, lors de la nouvelle proposition de contrat, le fournisseur a proposé le produit équivalent au tarif le moins cher et a mentionné qu'en l'absence de réaction, ce produit serait attribué.
§ 11/2/2. Lorsque le contrat à durée indéterminée d'un client résidentiel ou d'une PME concerne un produit qui n'est plus actif et n'est pas soumis à une garantie contractuelle de prix, le fournisseur communique au client résidentiel ou à la PME au moins deux mois à l'avance un aperçu de tous ses produits actifs actuels. Le fournisseur informe le client résidentiel ou la PME expressément et d'une façon bien visible qu'il peut vérifier sur les sites internet des régulateurs régionaux quel est le produit le moins cher. Cette information doit avoir lieu par le biais d'une communication sans ambiguïté reprenant un hyperlien vers la page internet du régulateur concerné sur laquelle la comparaison des prix peut être effectuée. Cet aperçu est fourni au client résidentiel ou à la PME par les mêmes moyens que ceux normalement utilisés pour communiquer avec le client résidentiel ou la PME dans le cadre du contrat en cours. Le fournisseur transmet en même temps au client résidentiel ou à la PME une nouvelle proposition de contrat. Le fournisseur explique clairement, sans équivoque et de façon spécifique en quoi les nouvelles conditions proposées diffèrent du contrat existant. Le fournisseur demande au client résidentiel ou à la PME de confirmer explicitement son accord sur la nouvelle proposition par lettre ou sur tout autre support durable.
Une confirmation n'est pas exigée si, lors de la nouvelle proposition de contrat, le fournisseur a proposé le produit équivalent au tarif le moins cher et a mentionné qu'en l'absence de réaction, ce produit serait attribué.
Si le client résidentiel ou la PME n'a pas réagi à cette demande deux mois après la réception du courrier, le fournisseur lui attribue le produit équivalent le moins cher qu'il propose sur le marché à ce moment-là. Le fournisseur en informe explicitement le client résidentiel ou la PME par lettre ou sur tout autre support durable.]7
§ 11/3. Le client résidentiel ou la P.M.E. a le droit de mettre fin à tout moment à un contrat de fourniture continue de gaz, qu'il soit à durée déterminée ou à durée indéterminée, en respectant un délai de préavis d'un mois.
Toute clause contractuelle qui porte préjudice à ce droit, est nulle de plein droit.
Sauf convention contraire expresse, le fournisseur avec lequel le client résidentiel ou la P.M.E. conclut un contrat de fourniture continue de gaz est présumé être mandaté pour exercer le droit visé à l'alinéa 1er.
Lorsque le client résidentiel ou la P.M.E. fait utilisation du droit lui octroyé par l'alinéa 1er, aucune indemnité ne peut lui être portée en compte.
[9 § 11/3/1. Lorsqu'un contrat de fourniture de gaz naturel à un prix énergétique variable assorti d'une redevance fixe, est résilié par un client résidentiel en vertu du paragraphe 11/3, alinéa 1er, après moins de six mois à compter du début de la fourniture en vertu du contrat, une redevance fixe peut être facturée pour une période maximale de six mois.
Lorsqu'un contrat de fourniture de gaz naturel à un prix énergétique variable assorti d'une redevance fixe, est résilié par un client résidentiel conformément au paragraphe 11/3, alinéa 1er, après plus de six mois à compter du début de la fourniture au titre du contrat, une redevance fixe est facturée au prorata du nombre de jours de livraison.]9
§ 11/4. [10 Les infractions au présent article et ses arrêtés d'exécutions sont recherchées et constatées conformément aux dispositions du livre XV, titre 1er, chapitre 1er, du Code de droit économique.]10]2
§ 12. La comptabilité du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, du gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et du gestionnaire d'installation de GNL est tenue selon un plan comptable analytique uniforme par activité, établi sur proposition des gestionnaires et approuvé par la commission, ou, a défaut de proposition avant le 1er octobre 2011, établi par la commission en concertation avec les gestionnaires.
§ 13. La commission publie dans les trois jours ouvrables de leur approbation et maintient sur son site les tarifs et leur motivation, tout en préservant la confidentialité des informations commercialement sensibles concernant des fournisseurs ou des utilisateurs du réseau et/ou des installations, des données à caractère personnel et/ou des données dont la confidentialité est protégée en vertu de législations spécifiques.
Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL communiquent, dans les plus brefs délais, aux utilisateurs de leur réseau et/ou installation les tarifs qu'ils doivent appliquer et les mettent à la disposition de toutes les personnes qui en font la demande. Ils les communiquent également dans les plus brefs délais sur leur site internet, avec un module de calcul précisant l'application pratique des tarifs.
Les tarifs appliqués ne peuvent pas avoir d'effet rétroactif.
§ 14. La méthodologie tarifaire fixée par la commission ainsi que les décisions relatives aux propositions tarifaires prises par elle en application de cette méthodologie tarifaire peuvent faire l'objet d'un recours devant la [5 Cour des marchés]5 par toute personne justifiant d'un intérêt en application de l'article 15/20.
Un tel recours peut notamment être introduit lorsque :
- la décision de la commission ne respecte pas les orientations visées au présent article;
- la décision de la commission ne respecte pas la politique générale de l'énergie telle que définie dans la législation et la réglementation européenne, fédérale et régionale;
- la décision de la commission ne garantit pas les moyens nécessaires pour la réalisation des investissements du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, du gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et du gestionnaire d'installation de GNL et le maintien en état de leurs infrastructures ou l'exécution de leurs missions légales.]1
[4 § 15. Le raccordement à - et l'utilisation d'une interconnexion et, le cas échéant, les services offerts par le gestionnaire d'une interconnexion conformément à l'article 15/5undecies, § 3, font à partir du 1er octobre 2018 l'objet d'une méthodologie tarifaire fixée par la commission conformément aux dispositions du présent paragraphe.
Après concertation avec les gestionnaires des interconnexions et avec les autorités de régulation des autres Etats membres de l'Union européenne dont le territoire est traversé par les interconnexions, et après une consultation structurée, documentée et transparente du marché, la commission fixe la méthodologie tarifaire qui constitue la base des tarifs.
La méthodologie tarifaire comporte au moins des règles concernant:
a) les principes de détermination des tarifs;
b) la procédure d'introduction et d'approbation des rapports tarifaires, qui contiennent un décompte des coûts réels et des recettes portant sur la période tarifaire écoulée.
Les tarifs et la méthodologie tarifaire sous-jacente sont objectifs, transparents, non-discriminatoires et conformes au Règlement (EU) n° 715/2009 ainsi qu'avec toute décision juridiquement contraignante de la Commission européenne et/ou d'ACER.
Le gestionnaire d'une interconnexion élabore ses tarifs dans le respect de la méthodologie tarifaire fixée par la commission. La commission et le gestionnaire d'une interconnexion publient, au moins sur leurs sites internet respectifs, la méthodologie fixée. Le gestionnaire d'une interconnexion publie également les tarifs avant leur entrée en vigueur et les met à disposition de toutes les personnes qui en font la demande.
La commission est compétente, le cas échéant, pour exiger du gestionnaire d'une interconnexion qu'il modifie les tarifs visés au présent paragraphe de manière à ce que ceux-ci soient proportionnés et fassent l'objet d'une application non-discriminatoire.
En cas de refus ou de retard dans la fixation de la méthodologie tarifaire et/ou des tarifs visés au présent paragraphe, la commission est habilitée, après notification au gestionnaire d'une interconnexion, à fixer une méthodologie tarifaire et/ou des tarifs provisoires et à prendre une décision sur les mesures compensatoires appropriées si la méthodologie tarifaire et/ou les tarifs définitifs diffèrent de la méthodologie tarifaire et/ou des tarifs fixés provisoirement.
Un recours peut être introduit auprès de la [5 Cour des marchés]5 par toute personne concernée à l'encontre de la méthodologie tarifaire fixée et/ou des tarifs provisoires fixés par la commission, et ce conformément à l'article 15/20.
Quel que soit son régime de propriété ou sa forme juridique, lorsqu'il établit, introduit pour contrôle auprès de son réviseur et publie ses comptes annuels, le gestionnaire d'une interconnexion respecte les prescriptions nationales en matière de comptes annuels des sociétés de capitaux déterminées en exécution de la quatrième directive 78/660/CEE du Conseil, du 25 juillet 1978, fondée sur l'article 44, paragraphe 2, sous g) du Traité et concernant les comptes annuels de certaines formes de sociétés. Lors de leur contrôle des comptes, les réviseurs vérifient en particulier que les obligations en matière de prévention des discriminations et des subsides croisés, telles que visées à l'alinéa 10, sont respectées.
Afin d'éviter des discriminations, des subventions croisées et des distorsions de concurrence, le gestionnaire d'une interconnexion tient, dans sa comptabilité interne, des comptes séparés pour chacune de ses activités de transport, de distribution, de GNL et de stockage, comme cela devrait être le cas si ces activités étaient exercées par des entreprises distinctes. Il établit également des comptes annuels, consolidés ou non, pour ses autres activités dans le secteur du gaz, qui n'ont aucun rapport avec le transport, la distribution, le GNL ou le stockage. Le cas échéant, il tient des comptes consolidés pour d'autres activités en dehors du secteur du gaz. Il fait figurer dans la comptabilité interne un bilan et un compte de résultats pour chaque activité.
Sans préjudice des prescriptions comptables nationales applicables, le gestionnaire d'une interconnexion indique dans sa comptabilité interne les règles qu'il applique pour l'imputation des actifs et des passifs, des charges et produits ainsi que pour les amortissements lors de l'établissement des comptes séparés visés à l'alinéa 10. Ces règles internes ne peuvent être modifiées qu'à titre exceptionnel. De telles modifications sont indiquées et dûment motivées.
Dans son rapport sur les comptes annuels, le gestionnaire d'une interconnexion identifie toutes les transactions significatives effectuées avec des entreprises liées ou associées au cours de l'exercice concerné.]4
§ 2. Après concertation structurée, documentée et transparente avec les gestionnaires concernés, la commission établit la méthodologie tarifaire que doivent utiliser le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL pour l'établissement de leurs propositions tarifaires.
La méthodologie tarifaire précise notamment :
(i) la définition des catégories de coûts qui sont couverts par les tarifs;
(ii) les catégories de coûts sur lesquelles porte, le cas échéant, la régulation incitative;
(iii) les règles d'évolution au cours du temps des catégories de coûts visées en (i), y compris la méthode de détermination des paramètres figurant dans les formules dévolution;
(iv) les règles d'allocation des coûts aux catégories d'utilisateurs du réseau;
(v) la structure tarifaire générale et les composants tarifaires.
La concertation avec le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL fait l'objet d'un accord entre la commission et lesdits gestionnaires. à défaut d'accord, la concertation est tenue au minimum comme suit :
1° la commission envoie au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, au gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et au gestionnaire d'installation de GNL la convocation aux réunions de concertation visées ci-dessus ainsi que la documentation relative aux points mis à l'ordre du jour de ces réunions dans un délai raisonnable avant lesdites réunions. La convocation mentionne le lieu, la date et l'heure de la réunion, ainsi que les points mis à l'ordre du jour;
2° à la suite de la réunion, la commission établit un projet de procès-verbal de réunion reprenant les arguments avancés par les différentes parties et les points d'accords et de désaccords constatés qu'elle transmet, pour approbation, au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, au gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et au gestionnaire d'installation de GNL dans un délai raisonnable suivant la réunion;
3° dans un délai raisonnable suivant la réception du procès-verbal de la commission approuvé par les parties, les gestionnaires, au besoin après s'être concertés, envoient à la commission leur avis formel sur la méthodologie tarifaire résultant de cette concertation, en soulignant le cas échéant les éventuels points de désaccords subsistants.
Par dérogation aux dispositions qui précèdent, la méthodologie tarifaire peut être établie par la commission suivant une procédure déterminée de commun accord avec le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL sur la base d'un accord explicite, transparent et non-discriminatoire.
§ 3. La commission communique à la Chambre des représentants son projet de méthodologie tarifaire, l'intégralité des pièces relatives à la concertation avec le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL ainsi que tous les documents qu'elle estime nécessaires à la motivation de sa décision relative à la méthodologie tarifaire, tout en préservant la confidentialité des informations commercialement sensibles concernant des fournisseurs ou des utilisateurs du réseau, des données à caractère personnel et/ou des données dont la confidentialité est protégée en vertu de législations spécifiques.
La commission publie sur son site web la méthodologie tarifaire applicable, l'intégralité des pièces relatives à la concertation avec le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL et tous documents qu'elle estime utiles à la motivation de sa décision relative à la méthodologie tarifaire, tout en préservant la confidentialité des informations commercialement sensibles concernant des fournisseurs ou des utilisateurs du réseau et/ou des installations, des données à caractère personnel et/ou des données dont la confidentialité est protégée en vertu de législations spécifiques.
§ 4. La méthodologie tarifaire fixée en vertu du § 3 et applicable à l'établissement de la proposition tarifaire est communiquée au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, au gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et au gestionnaire d'installation de GNL au plus tard six mois avant la date à laquelle la proposition tarifaire doit être introduite auprès de la commission. Les modifications doivent être motivées.
La méthodologie tarifaire reste en vigueur pendant toute la période tarifaire, en ce compris la clôture des soldes relatifs à cette période. Des modifications apportées à la méthodologie tarifaire fixée en cours de période tarifaire, conformément au § 2, s'appliquent seulement à partir de la période tarifaire suivante, sauf accord explicite, transparent et non-discriminatoire entre la commission et les gestionnaires.
§ 5. La commission établit la méthodologie tarifaire dans le respect des lignes directrices suivantes :
1° la méthodologie tarifaire doit être exhaustive et transparente, de manière à permettre au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, au gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et au gestionnaire d'installation de GNL d'établir leurs propositions tarifaires sur cette seule base. Elle comprend les éléments qui doivent obligatoirement figurer dans la proposition tarifaire. Elle définit les modèles de rapport à utiliser par ces gestionnaires;
2° la méthodologie tarifaire doit permettre de couvrir de manière efficiente l'ensemble des coûts nécessaires ou efficaces à l'exécution des obligations légales ou réglementaires qui incombent au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, au gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et au gestionnaire d'installation de GNL ainsi que pour l'exercice de leurs activités;
3° la méthodologie tarifaire fixe le nombre d'années de la période régulatoire débutant au 1er janvier. Les tarifs annuels qui en résultent sont déterminés en application de la méthodologie tarifaire applicable pour cette période;
4° la méthodologie tarifaire permet le développement équilibré du réseau de transport de gaz naturel, d'installation de stockage de gaz naturel et/ou d'installation de GNL, conformément au plan d'investissements des gestionnaires de ce réseau et de ces installations tels qu'approuvés, le cas échéant, par les autorités compétentes;
5° les éventuels critères de rejet de certains coûts sont non-discriminatoires et transparents;
6° les tarifs sont non discriminatoires et proportionnés. Ils respectent une allocation transparente des coûts;
7° la structure des tarifs favorise l'utilisation rationnelle de l'énergie et des infrastructures;
8° les différents tarifs sont uniformes sur le territoire desservi par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL;
9° la rémunération normale des capitaux investis dans les actifs régulés doit permettre au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, au gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et au gestionnaire d'installation de GNL de réaliser les investissements nécessaires à l'exercice de leurs missions;
en cas de différence de traitement quant à la rémunération des capitaux, ou aux durées d'amortissement entre gestionnaires, la différence est dûment motivée par la commission;
10° les services de flexibilité sont assurés de la manière la plus efficace en termes de coûts et fournissent aux utilisateurs des éléments d'incitation appropriés pour qu'ils équilibrent leur injection et leur prélèvement. Les tarifs associés à ces services sont équitables non discriminatoires, et fondés sur des critères objectifs;
11° les coûts nets des missions de service public imposées par la loi, le décret ou l'ordonnance et leurs arrêtés d'exécution sont pris en compte dans les tarifs de manière transparente et non discriminatoire, conformément aux dispositions législatives et réglementaires applicables;
12° les impôts, taxes, surcharges et contributions de toutes natures imposées par la loi, le décret ou l'ordonnance et leurs arrêtés d'exécution sont ajoutés aux tarifs automatiquement et dans les délais prévus par la procédure d'introduction et d'approbation des tarifs. La commission peut contrôler la conformité de ces coûts avec les dispositions législatives et réglementaires applicables;
13° les achats de biens et de services réalisés dans le respect de la législation sur les marchés publics sont réputés réalisés au prix du marché, sous réserve, le cas échéant, du pouvoir d'appréciation de la commission;
14° la méthodologie détermine les modalités d'intégration et de contrôle des coûts échoués constitués par les charges de pension complémentaire ou de pension du secteur public non capitalisées, versées à des agents ayant presté une activité régulée de transport de gaz naturel, de stockage de gaz naturel ou de GNL, dues pour les années antérieures à la libéralisation en vertu des statuts, de conventions collectives du travail ou d'autres conventions suffisamment formalisées, approuvés avant le 30 avril 1999, ou versées à leurs ayants droit ou remboursées à leur employeur par un gestionnaire de réseau de transport de gaz naturel, d'installation de stockage de gaz naturel ou d'installation de GNL, qui peuvent être intégrés aux tarifs;
15° pour la détermination des soldes (positifs ou négatifs) dont elle décide la répartition pour la période régulatoire suivante, la commission fixe les catégories de coûts non soumises à une éventuelle régulation incitative qui constituent des dettes ou des créances régulatoires et qui sont récupérées par ou rendues au travers les tarifs applicables au cours de la période régulatoire suivante;
16° toute méthode de contrôle des coûts reposant sur des techniques de comparaison doit tenir compte des différences objectives existant entre gestionnaires et qui ne peuvent être éliminées à l'initiative du gestionnaire concerné.
Toute décision utilisant des techniques de comparaison intègre des paramètres qualitatifs et est basée sur des données homogènes, transparentes, fiables et publiées ou intégralement communicables dans la motivation de la décision de la commission.
Le caractère raisonnable des coûts est apprécié par comparaison avec les coûts correspondants d'entreprises exerçant des activités similaires dans des conditions analogues, en tenant compte notamment des spécificités réglementaires ou régulatoires existantes dans les comparaisons internationales effectuées;
17° les efforts de productivité éventuellement imposés au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, au gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et au gestionnaire d'installation de GNL ne peuvent mettre en péril, à court ou à long terme, la sécurité des personnes ou des biens et la continuité de la fourniture;
18° la subsidiation croisée entre activités régulées et non régulées n'est pas autorisée;
19° les tarifs encouragent le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL à améliorer les performances, à favoriser l'intégration du marché et la sécurité de l'approvisionnement et à mener la recherche et le développement nécessaires à leurs activités;
20° les coûts visés aux points 11°, 12° et 14° et les charges financières ainsi que les coûts autres que ceux visés au § 2 (ii) ne sont soumis ni à des décisions basées sur des méthodes de comparaison, ni à une régulation incitative;
21° la méthodologie tarifaire applicable aux extensions d'installations ou aux nouvelles installations de transport de gaz naturel pour le stockage et les extensions d'installations ou les nouvelles installations de transport de gaz naturel de GNL ainsi que les extensions d'installations ou les nouvelles installations de transport de gaz naturel peut déroger aux tarifs de raccordement et d'utilisation du réseau de transport de gaz naturel afin d'en permettre le développement à long terme;
22° les tarifs visent à offrir un juste équilibre entre la qualité des services prestés et les prix supportés par les clients finals;
[3 23° les tarifs ne contiennent aucune incitation préjudiciable à l'efficacité globale (y compris l'efficacité énergétique) ou qui pourrait faire obstacle à la participation des effacements de la consommation, aux marchés d'ajustement et à la fourniture de services auxiliaires. Les tarifs visent à améliorer l'efficacité en ce qui concerne tant la conception que l'exploitation des infrastructures.]3
La commission peut contrôler la conformité des coûts du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, du gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et du gestionnaire d'installation de GNL avec les dispositions législatives et réglementaires applicables.
§ 6. Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL établissent leurs propositions tarifaires dans le respect de la méthodologie tarifaire établie par la commission et introduisent celles-ci dans le respect de la procédure d'introduction et d'approbation des tarifs.
§ 7. La commission examine la proposition tarifaire, décide de l'approbation de celle-ci et communique sa décision motivée au gestionnaire dans le respect de la procédure d'introduction et d'approbation des tarifs.
§ 8. La procédure d'introduction et d'approbation des propositions tarifaires fait l'objet d'un accord entre la commission et le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel ainsi que le gestionnaire d'installation de GNL. à défaut d'accord, la procédure est la suivante :
1° le gestionnaire soumet, dans un délai raisonnable avant la fin de la dernière année de chaque période régulatoire en cours, sa proposition tarifaire accompagnée du budget pour la période régulatoire suivante sous la forme du modèle de rapport fixée par la commission conformément au § 5;
2° la proposition tarifaire, accompagnée du budget, est transmise en trois exemplaires par porteur avec accusé de réception à la commission. Le gestionnaire transmet également une version électronique sur laquelle la commission peut, au besoin retravailler la proposition tarifaire accompagnée du budget;
3° dans un délai raisonnable suivant la réception de la proposition tarifaire accompagnée du budget, la commission confirme au gestionnaire, par lettre par porteur avec accusé de réception, ainsi que par courrier électronique, que le dossier est complet ou elle lui fait parvenir une liste des informations complémentaires qu'il devra fournir.
Dans un délai raisonnable suivant la réception de la lettre visée à l'alinéa précèdent dans laquelle des informations complémentaires lui ont été demandées, le gestionnaire transmet ces informations à la commission en trois exemplaires, par lettre par porteur avec accusé de réception. Le gestionnaire transmet également une version électronique des réponses et des renseignements complémentaires à la commission;
4° dans un délai raisonnable suivant la réception de la proposition tarifaire visée au 2° ou, le cas échéant, dans un délai raisonnable suivant la réception des réponses et des informations complémentaires du gestionnaire visées au 3°, la commission informe le gestionnaire par lettre par porteur avec accusé de réception, de sa décision d'approbation ou de son projet de décision de refus de la proposition tarifaire concerné accompagnée du budget.
Dans son projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget, la commission indique de manière motivée les points que le gestionnaire doit adapter pour obtenir une décision d'approbation de la commission. La commission est habilitée à demander au gestionnaire de modifier sa proposition tarifaire pour faire en sorte que celle-ci soit proportionnée et appliquée de manière non-discriminatoire;
5° si la commission refuse la proposition tarifaire accompagnée du budget du gestionnaire dans son projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget, ce gestionnaire peut communiquer ses objections à ce sujet à la commission dans un délai raisonnable suivant la réception de ce projet de décision.
Ces objections sont transmises à la commission par porteur avec accusé de réception, ainsi que sous forme électronique.
Le gestionnaire est entendu, à sa demande, dans un délai raisonnable après réception du projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget par la commission.
Le cas échéant, le gestionnaire soumet, dans un délai raisonnable suivant la réception du projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget, à la commission par porteur avec accusé de réception, en trois exemplaires sa proposition tarifaire adaptée accompagnée du budget. Le gestionnaire remet aussi une copie électronique à la commission.
Dans un délai raisonnable suivant l'envoi par la commission du projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget ou, le cas échéant, dans un délai raisonnable après réception des objections ainsi que de la proposition tarifaire adaptée accompagnée du budget, la commission informe le gestionnaire, par lettre par porteur avec accusé de réception, ainsi que par voie électronique, de sa décision d'approbation ou de sa décision de refus de la proposition tarifaire, le cas échéant adaptée, accompagnée du budget;
6° si le gestionnaire ne respecte pas ses obligations dans les délais visés aux points 1° à 5°, ou si la commission a pris la décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget ou de la proposition tarifaire adaptée accompagnée du budget adapté, des tarifs provisoires sont d'application jusqu'à ce que toutes les objections de ce gestionnaire ou de la commission soient épuisées ou jusqu'à ce qu'un accord soit conclu entre la commission et le gestionnaire sur les points litigieux. La commission est habilitée, après concertation avec le gestionnaire, à arrêter des mesures compensatoires appropriées lorsque les tarifs définitifs s'écartent de ces tarifs provisoires;
7° en cas de passage à de nouveaux services et/ou d'adaptation de services existants, le gestionnaire peut soumettre une proposition tarifaire actualisée à l'approbation de la commission dans la période régulatoire. Cette proposition tarifaire actualisée tient compte de la proposition tarifaire approuvée par la commission, sans altérer l'intégrité de la structure tarifaire existante.
La proposition actualisée est introduite par le gestionnaire et traitée par la commission conformément à la procédure applicable, visée aux points 1° à 6°, étant entendu que les délais visés sont réduits de moitié;
8° si des circonstances exceptionnelles surviennent au cours d'une période régulatoire indépendamment de la volonté du gestionnaire, celui-ci peut à tout moment de la période régulatoire soumettre à l'approbation de la commission une demande motivée de révision de sa proposition tarifaire, pour ce qui concerne les années suivantes de la période régulatoire.
La demande motivée de révision de la proposition tarifaire est introduite par le gestionnaire et traitée par la commission suivant la procédure applicable visée aux points 1° à 6°, étant entendu que les délais visés sont réduits de moitié;
9° la commission adapte, sans préjudice de sa possibilité de contrôler les coûts sur la base des dispositions légales et réglementaires applicables, les tarifs du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, du gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et du gestionnaire d'installation de GNL à toutes modifications des obligations de service public, notamment régionales, qui leur sont applicables, au plus tard dans les trois mois de la transmission par ces gestionnaires de telles modifications. Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL transmettent ces modifications à la commission dans le meilleur délai suite à leurs entrées en vigueur;
10° la commission publie sur son site Internet, de manière transparente, l'état de la procédure d'adoption des propositions tarifaires ainsi que, le cas échéant, les propositions tarifaires déposées par le gestionnaire du réseau.
§ 9. La commission établit la méthodologie tarifaire et exerce sa compétence tarifaire de manière à favoriser une régulation stable et prévisible contribuant au bon fonctionnement du marché libéralisé, et permettant au marché financier de déterminer avec une sécurité raisonnable la valeur du gestionnaire. Elle veille à maintenir la continuité des décisions qu'elle a prises au cours des périodes régulatoires antérieures, notamment en matière d'évaluation des actifs régulés.
§ 10. La commission exerce sa compétence tarifaire en tenant compte de la politique générale de l'énergie telle que définie dans la législation et la réglementation européenne, fédérale et régionale.
§ 11. Dans un souci de transparence dans la répercussion des coûts au client final, les différents éléments du tarif sont distingués sur la facture, en particulier en ce qui concerne les obligations de service public et leur contenu.
[2 § 11/1. [6 es obligations suivantes s'appliquent à la facturation aux clients finals :
1° les fournisseurs et les intermédiaires fournissent gratuitement aux clients finals toutes leurs factures et les informations de facturation ;
2° les fournisseurs et les intermédiaires donnent aux clients finals la possibilité d'opter pour des factures et des informations de facturation électroniques et pour des modalités souples de paiement effectif des factures ;
3° lorsque le contrat de fourniture prévoit une modification future du produit ou du prix, ou une remise, les fournisseurs et intermédiaires doivent l'indiquer sur la facture, ainsi que la date à laquelle la modification prend effet.
Après avoir consulté la Commission consultative Spéciale Consommation, visé à l'arrêté royal du 13 décembre 2017 portant création de la Commission consultative spéciale Consommation "au sein du Conseil central de l'économie et portant suppression de la Commission pour l'étiquetage et la publicité écologiques, le Roi fixe les autres exigences minimales auxquelles doivent répondre les factures et les informations de facturation.]6
[8 Sans préjudice aux obligations à l'alinéa 1er, et sans préjudice à l'article 1108 de l'ancien Code civil et l'article VI.84 du Code de droit économique, les obligations suivantes s'appliquent à la facturation des acomptes aux clients résidentiels:
1° le fournisseur convient avec le client résidentiel le mode de calcul relatifs aux acomptes;
2° dans le cadre du mode de calcul convenu, le fournisseur et le client résidentiel peuvent modifier le montant des acomptes à tout moment;
3° lors de la fixation du montant des acomptes, lors de chaque modification de ce montant à l'initiative du fournisseur, et de tout refus par le fournisseur d'accepter une proposition de modification de la part du client résidentiel, le fournisseur transmet au client résidentiel une justification sur le mode de calcul utilisé, pour lequel il n'est pas suffisant de se référer uniquement à la consommation présumée du client résidentiel;
4° la modification du montant des acomptes sur proposition du fournisseur est seulement appliquée si le client résidentiel ne s'y oppose pas dans les 15 jours suivant la notification par le fournisseur de l'initiative de la modification et de la justification exigée au 3° ;
5° toute clause ou toute condition dans un contrat entre le fournisseur et le client résidentiel qui, à elle seule ou combinée avec une ou plusieurs autres clauses ou conditions, déroge à la disposition sous 4°, est nulle de plein droit.]8
[10 § 11/1/1. Sous réserve du respect du livre VI du Code de droit économique, le contrat entre le client final et son fournisseur comprend au moins les éléments suivants:
1° l'identité et l'adresse du fournisseur, y compris le numéro d'entreprise et le nom commercial;
2° les services fournis, les niveaux de qualité des services offerts, ainsi que le délai nécessaire au raccordement initial;
3° les types de services de maintenance offerts;
4° les moyens par lesquels des informations actualisées sur l'ensemble des prix applicables, les redevances de maintenance et les produits ou services groupés peuvent être obtenues;
5° la durée du contrat, les conditions de renouvellement et de résiliation du contrat et d'interruption des services, y compris des produits ou services qui sont groupés avec ces services, et si une résiliation du contrat sans frais est autorisée;
6° les compensations et les formules de remboursement éventuellement applicables dans le cas où les niveaux de qualité des services prévus dans le contrat ne sont pas atteints, y compris une facturation inexacte ou tardive;
7° les modalités de lancement d'une procédure extra-judiciaire de règlement des litiges conformément à l'article 26 de la directive (UE) 2019/944 du Parlement européen et du Conseil du 5 juin 2019 concernant des règles communes pour le marché intérieur de l'électricité et modifiant la directive 2012/27/UE;
8° la communication de façon claire, sur la facture ou sur les sites internet du fournisseur, d'informations concernant les droits des consommateurs, notamment des informations sur les modalités de traitement des plaintes et toutes les informations visées par la présente disposition;
Les conditions contractuelles sont équitables et communiquées à l'avance. En tout état de cause, ces informations sont fournies avant la conclusion ou la confirmation du contrat. Lorsque le contrat est conclu par le biais d'intermédiaires, les informations relatives aux éléments visés par cette disposition sont également communiquées avant la conclusion du contrat.]10
[10 § 11/1/2. Sous réserve du respect du livre VI du Code de droit économique et sans préjudice des autres exigences prescrites par ou en vertu de la loi, en matière d'informations précontractuelles, le fournisseur ainsi que l'intermédiaire, lorsque le contrat est conclu par le biais d'un intermédiaire, fournit, en plus des informations prévues au paragraphe 11/1/1, sur un support durable, au client résidentiel, de manière claire, lisible, compréhensible et non ambiguë, avant que le client résidentiel ne soit lié par un contrat de fourniture de gaz, au moins les informations suivantes:
1° les principales caractéristiques du bien;
2° le numéro de téléphone du fournisseur et son adresse électronique. En outre, lorsque le fournisseur fournit d'autres moyens de communication en ligne qui garantissent au client résidentiel d'être en mesure de conserver tous les échanges écrits avec le fournisseur sur un support durable, y compris la date et l'heure desdits échanges, les informations contiennent également des indications détaillées concernant ces autres moyens. Tous ces moyens de communication fournis par le fournisseur permettent au client résidentiel de le contacter rapidement et de communiquer avec lui efficacement;
3° si elle diffère de l'adresse fournie conformément au 1°, l'adresse géographique du siège commercial du fournisseur à laquelle le client résidentiel peut adresser une éventuelle réclamation;
4° l'énumération de tous les produits actifs du fournisseur, avec un maximum de deux pages A4 par produit;
5° une carte tarifaire et, si possible, une comparaison des conditions du contrat de fourniture de gaz proposé par le fournisseur avec les conditions du contrat de fourniture de gaz actuel du client résidentiel;
6° un lien vers le site internet de la commission et des régulateurs régionaux avec les informations relatives aux outils de comparaison des offres des fournisseurs;
7° les modalités de paiement et d'exécution;
8° les conditions, le délai et les modalités d'exercice du droit de rétractation conformément au paragraphe 11/1/3 ainsi que le modèle de formulaire de rétractation figurant à l'annexe 1 de la présente loi;
9° l'information qu'au cas où le client résidentiel exercerait le droit de rétractation après avoir présenté une demande conformément au paragraphe 11/1/3, alinéa 4, le client résidentiel est tenu de payer des frais raisonnables au fournisseur, conformément au paragraphe 11/1/3, alinéa 10;
10° le cas échéant, l'existence de l'accord sectoriel visé au paragraphe 11/2 et l'existence de codes de conduite ayant trait aux relations entre fournisseur et client résidentiel et comment en obtenir une copie;
11° les autres conditions contractuelles.
Les informations visées à l'alinéa 1er font partie intégrante du contrat entre le fournisseur et le client résidentiel et ne peuvent pas être modifiées à moins que les parties contractantes n'en décident autrement de manière expresse.
Le fournisseur fournit au client résidentiel une copie du contrat signé ou la confirmation du contrat sur papier ou, moyennant accord du client résidentiel, sur un autre support durable. Cette copie ou confirmation comprend toutes les informations visées à l'alinéa 1er et à l'alinéa 1er du paragraphe 11/1/1.
La charge de la preuve concernant le respect des obligations d'information visées au présent paragraphe incombe au fournisseur.]10
[10 § 11/1/3. Le client résidentiel dispose d'un délai de quatorze jours pour se rétracter d'un contrat pour la fourniture de gaz, sans avoir à motiver sa décision et sans encourir d'autres coûts que ceux prévus à l'alinéa 10. Sans préjudice de l'alinéa 2, le délai de rétractation expire après une période de quatorze jours à compter du jour de la conclusion du contrat.
Si le fournisseur omet d'informer le client résidentiel de son droit de rétractation comme l'exige le paragraphe 11/1/2, alinéa 1er, 8°, le délai de rétractation expire au terme d'une période de douze mois à compter de la fin du délai de rétractation initial, déterminé conformément à l'alinéa 1er.
Si le fournisseur a communiqué au client résidentiel les informations prévues au paragraphe 11/1/2, alinéa 1er, 8°, dans un délai de douze mois à compter du jour de la conclusion du contrat visé à l'alinéa 1er, le délai de rétractation expire au terme d'une période de quatorze jours à compter du jour où le client résidentiel a reçu ces informations.
Lorsque le client résidentiel veut que la fourniture de gaz commence pendant le délai de rétractation prévu à l'alinéa 1er, et que le contrat soumet le client résidentiel à une obligation de payer, le fournisseur exige du client résidentiel qu'il en fasse la demande expresse.
Le client résidentiel informe le fournisseur, avant l'expiration du délai de rétractation, de sa décision de se rétracter du contrat. Pour ce faire, le client résidentiel peut soit:
1° utiliser le modèle de formulaire de rétractation figurant à l'annexe 1 de la présente loi; ou
2° faire une autre déclaration dénuée d'ambiguïté exposant sa décision de se rétracter du contrat.
Le client résidentiel a exercé son droit de rétractation dans le délai de rétractation visé aux alinéas 1er et 2 s'il adresse la communication concernant l'exercice du droit de rétractation avant l'expiration de ce délai.
Le fournisseur peut donner au client résidentiel, en plus des possibilités visées à l'alinéa 5, la faculté de remplir et de transmettre en ligne, sur le site internet du fournisseur, soit le modèle de formulaire de rétractation figurant à l'annexe 1 de la présente loi, soit une autre déclaration dénuée d'ambiguïté. Dans ces cas, le fournisseur communique sans délai au client résidentiel un accusé de réception de la rétractation sur un support durable.
La charge de la preuve concernant l'exercice du droit de rétractation conformément aux alinéas 5, 6 et 7 incombe au client résidentiel.
Le fournisseur rembourse tous les paiements reçus de la part du client résidentiel, sans retard excessif et en tout état de cause dans les quatorze jours suivant celui où il est informé de la décision du client résidentiel de se rétracter du contrat conformément aux l'alinéas 5, 6 et 7. Le fournisseur effectue le remboursement en utilisant le même moyen de paiement que celui utilisé par le client résidentiel pour la transaction initiale, sauf accord exprès du client résidentiel pour un autre moyen de paiement et pour autant que le remboursement n'occasionne pas de frais pour le client résidentiel.
Lorsque le client résidentiel exerce son droit de rétractation après avoir présenté une demande expresse conformément à l'alinéa 4, il paie au fournisseur un montant qui est proportionnel à ce qui a été fourni jusqu'au moment où il a informé le fournisseur de l'exercice du droit de rétractation par rapport à l'ensemble des prestations prévues par le contrat. Le montant proportionnel à payer par le client résidentiel au fournisseur est calculé sur la base du prix total convenu dans le contrat. Si le prix total est excessif, le montant approprié est calculé sur la base de la valeur marchande de ce qui a été fourni.
Le client résidentiel n'est redevable d'aucun coût pour la fourniture, en tout ou partie, pendant le délai de rétractation, lorsque :
1° le fournisseur a omis de fournir les informations visées au paragraphe 11/1/2, alinéa 1er, 8° ou 9° ; ou
2° le client résidentiel n'a pas expressément demandé que la fourniture de gaz commence pendant le délai de rétractation conformément à l'alinéa 4.
Sauf disposition contraire du présent paragraphe, le client résidentiel n'encourt aucune responsabilité du fait de l'exercice du droit de rétractation.
L'exercice du droit de rétractation a pour effet d'éteindre l'obligation des parties d'exécuter le contrat. L'exercice par le client résidentiel de son droit de rétractation conformément au présent paragraphe a pour effet de mettre automatiquement fin à tout contrat accessoire, sans frais pour le client résidentiel, à l'exception de ceux visés à alinéa 10.]10
§ 11/2. Sur proposition du ministre et du ministre compétent pour la protection de la Consommation, les dispositions contenues dans l'accord sectoriel " le consommateur dans le marché libéralisé de l'électricité et du gaz " sont complétées avant le 1er janvier 2013, de manière à régler notamment les points suivants :
a) l'introduction de la faculté pour le consommateur d'exclure les factures de clôture et de décompte de la domiciliation bancaire éventuelle;
b) la communication au consommateur de chaque modification des conditions du contrat à son détriment d'une telle façon que son attention y soit attirée explicitement, en indiquant que ce changement lui octroie le droit de mettre fin au contrat dans un délai raisonnable sans préavis et sans frais.
Si les modifications à l'accord ne sont pas adoptées au terme du délai fixé à l'alinéa 1er, le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les obligations qui incombent aux fournisseurs de gaz en matière de protection des consommateurs.
[7 § 11/2/1. Lorsque le contrat à durée déterminée d'un client résidentiel ou d'une PME arrive à expiration, le fournisseur fournit au moins deux mois avant la date d'expiration du contrat, un aperçu de tous ses produits qui sont actifs à ce moment. Le fournisseur informe le client résidentiel ou la PME expressément et d'une façon bien visible qu'il peut vérifier sur les sites internet des régulateurs régionaux quel est le produit le moins cher. Cette information a lieu par le biais d'une communication sans ambiguïté reprenant un hyperlien vers la page internet du régulateur concerné sur laquelle la comparaison des prix peut être effectuée. Cet aperçu est fourni au client résidentiel ou à la PME par les mêmes moyens que ceux normalement utilisés pour communiquer avec le client dans le cadre du contrat en cours.
Lorsque le produit correspondant n'est plus un produit actif ou lorsque le prix du produit diffère du prix actuel du produit actif, le fournisseur en informe le client résidentiel ou la PME au moment de la communication visée à l'alinéa précédent. Le fournisseur transmet en même temps au client résidentiel ou à la PME une nouvelle proposition de contrat. Le fournisseur explique clairement, sans équivoque et de façon spécifique en quoi les nouvelles conditions proposées diffèrent du contrat existant. Le fournisseur demande au client de confirmer explicitement son accord sur la nouvelle proposition par lettre ou sur tout autre support durable.
Si le client résidentiel ou la PME n'a pas réagi à cette demande avant la date de fin du contrat en cours, le fournisseur lui attribue le produit équivalent le moins cher à durée déterminée qu'il propose sur le marché à ce moment-là.
Le fournisseur en informe explicitement le client résidentiel ou la PME par lettre ou sur tout autre support durable. Une confirmation n'est pas exigée si, lors de la nouvelle proposition de contrat, le fournisseur a proposé le produit équivalent au tarif le moins cher et a mentionné qu'en l'absence de réaction, ce produit serait attribué.
§ 11/2/2. Lorsque le contrat à durée indéterminée d'un client résidentiel ou d'une PME concerne un produit qui n'est plus actif et n'est pas soumis à une garantie contractuelle de prix, le fournisseur communique au client résidentiel ou à la PME au moins deux mois à l'avance un aperçu de tous ses produits actifs actuels. Le fournisseur informe le client résidentiel ou la PME expressément et d'une façon bien visible qu'il peut vérifier sur les sites internet des régulateurs régionaux quel est le produit le moins cher. Cette information doit avoir lieu par le biais d'une communication sans ambiguïté reprenant un hyperlien vers la page internet du régulateur concerné sur laquelle la comparaison des prix peut être effectuée. Cet aperçu est fourni au client résidentiel ou à la PME par les mêmes moyens que ceux normalement utilisés pour communiquer avec le client résidentiel ou la PME dans le cadre du contrat en cours. Le fournisseur transmet en même temps au client résidentiel ou à la PME une nouvelle proposition de contrat. Le fournisseur explique clairement, sans équivoque et de façon spécifique en quoi les nouvelles conditions proposées diffèrent du contrat existant. Le fournisseur demande au client résidentiel ou à la PME de confirmer explicitement son accord sur la nouvelle proposition par lettre ou sur tout autre support durable.
Une confirmation n'est pas exigée si, lors de la nouvelle proposition de contrat, le fournisseur a proposé le produit équivalent au tarif le moins cher et a mentionné qu'en l'absence de réaction, ce produit serait attribué.
Si le client résidentiel ou la PME n'a pas réagi à cette demande deux mois après la réception du courrier, le fournisseur lui attribue le produit équivalent le moins cher qu'il propose sur le marché à ce moment-là. Le fournisseur en informe explicitement le client résidentiel ou la PME par lettre ou sur tout autre support durable.]7
§ 11/3. Le client résidentiel ou la P.M.E. a le droit de mettre fin à tout moment à un contrat de fourniture continue de gaz, qu'il soit à durée déterminée ou à durée indéterminée, en respectant un délai de préavis d'un mois.
Toute clause contractuelle qui porte préjudice à ce droit, est nulle de plein droit.
Sauf convention contraire expresse, le fournisseur avec lequel le client résidentiel ou la P.M.E. conclut un contrat de fourniture continue de gaz est présumé être mandaté pour exercer le droit visé à l'alinéa 1er.
Lorsque le client résidentiel ou la P.M.E. fait utilisation du droit lui octroyé par l'alinéa 1er, aucune indemnité ne peut lui être portée en compte.
[9 § 11/3/1. Lorsqu'un contrat de fourniture de gaz naturel à un prix énergétique variable assorti d'une redevance fixe, est résilié par un client résidentiel en vertu du paragraphe 11/3, alinéa 1er, après moins de six mois à compter du début de la fourniture en vertu du contrat, une redevance fixe peut être facturée pour une période maximale de six mois.
Lorsqu'un contrat de fourniture de gaz naturel à un prix énergétique variable assorti d'une redevance fixe, est résilié par un client résidentiel conformément au paragraphe 11/3, alinéa 1er, après plus de six mois à compter du début de la fourniture au titre du contrat, une redevance fixe est facturée au prorata du nombre de jours de livraison.]9
§ 11/4. [10 Les infractions au présent article et ses arrêtés d'exécutions sont recherchées et constatées conformément aux dispositions du livre XV, titre 1er, chapitre 1er, du Code de droit économique.]10]2
§ 12. La comptabilité du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, du gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et du gestionnaire d'installation de GNL est tenue selon un plan comptable analytique uniforme par activité, établi sur proposition des gestionnaires et approuvé par la commission, ou, a défaut de proposition avant le 1er octobre 2011, établi par la commission en concertation avec les gestionnaires.
§ 13. La commission publie dans les trois jours ouvrables de leur approbation et maintient sur son site les tarifs et leur motivation, tout en préservant la confidentialité des informations commercialement sensibles concernant des fournisseurs ou des utilisateurs du réseau et/ou des installations, des données à caractère personnel et/ou des données dont la confidentialité est protégée en vertu de législations spécifiques.
Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL communiquent, dans les plus brefs délais, aux utilisateurs de leur réseau et/ou installation les tarifs qu'ils doivent appliquer et les mettent à la disposition de toutes les personnes qui en font la demande. Ils les communiquent également dans les plus brefs délais sur leur site internet, avec un module de calcul précisant l'application pratique des tarifs.
Les tarifs appliqués ne peuvent pas avoir d'effet rétroactif.
§ 14. La méthodologie tarifaire fixée par la commission ainsi que les décisions relatives aux propositions tarifaires prises par elle en application de cette méthodologie tarifaire peuvent faire l'objet d'un recours devant la [5 Cour des marchés]5 par toute personne justifiant d'un intérêt en application de l'article 15/20.
Un tel recours peut notamment être introduit lorsque :
- la décision de la commission ne respecte pas les orientations visées au présent article;
- la décision de la commission ne respecte pas la politique générale de l'énergie telle que définie dans la législation et la réglementation européenne, fédérale et régionale;
- la décision de la commission ne garantit pas les moyens nécessaires pour la réalisation des investissements du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, du gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et du gestionnaire d'installation de GNL et le maintien en état de leurs infrastructures ou l'exécution de leurs missions légales.]1
[4 § 15. Le raccordement à - et l'utilisation d'une interconnexion et, le cas échéant, les services offerts par le gestionnaire d'une interconnexion conformément à l'article 15/5undecies, § 3, font à partir du 1er octobre 2018 l'objet d'une méthodologie tarifaire fixée par la commission conformément aux dispositions du présent paragraphe.
Après concertation avec les gestionnaires des interconnexions et avec les autorités de régulation des autres Etats membres de l'Union européenne dont le territoire est traversé par les interconnexions, et après une consultation structurée, documentée et transparente du marché, la commission fixe la méthodologie tarifaire qui constitue la base des tarifs.
La méthodologie tarifaire comporte au moins des règles concernant:
a) les principes de détermination des tarifs;
b) la procédure d'introduction et d'approbation des rapports tarifaires, qui contiennent un décompte des coûts réels et des recettes portant sur la période tarifaire écoulée.
Les tarifs et la méthodologie tarifaire sous-jacente sont objectifs, transparents, non-discriminatoires et conformes au Règlement (EU) n° 715/2009 ainsi qu'avec toute décision juridiquement contraignante de la Commission européenne et/ou d'ACER.
Le gestionnaire d'une interconnexion élabore ses tarifs dans le respect de la méthodologie tarifaire fixée par la commission. La commission et le gestionnaire d'une interconnexion publient, au moins sur leurs sites internet respectifs, la méthodologie fixée. Le gestionnaire d'une interconnexion publie également les tarifs avant leur entrée en vigueur et les met à disposition de toutes les personnes qui en font la demande.
La commission est compétente, le cas échéant, pour exiger du gestionnaire d'une interconnexion qu'il modifie les tarifs visés au présent paragraphe de manière à ce que ceux-ci soient proportionnés et fassent l'objet d'une application non-discriminatoire.
En cas de refus ou de retard dans la fixation de la méthodologie tarifaire et/ou des tarifs visés au présent paragraphe, la commission est habilitée, après notification au gestionnaire d'une interconnexion, à fixer une méthodologie tarifaire et/ou des tarifs provisoires et à prendre une décision sur les mesures compensatoires appropriées si la méthodologie tarifaire et/ou les tarifs définitifs diffèrent de la méthodologie tarifaire et/ou des tarifs fixés provisoirement.
Un recours peut être introduit auprès de la [5 Cour des marchés]5 par toute personne concernée à l'encontre de la méthodologie tarifaire fixée et/ou des tarifs provisoires fixés par la commission, et ce conformément à l'article 15/20.
Quel que soit son régime de propriété ou sa forme juridique, lorsqu'il établit, introduit pour contrôle auprès de son réviseur et publie ses comptes annuels, le gestionnaire d'une interconnexion respecte les prescriptions nationales en matière de comptes annuels des sociétés de capitaux déterminées en exécution de la quatrième directive 78/660/CEE du Conseil, du 25 juillet 1978, fondée sur l'article 44, paragraphe 2, sous g) du Traité et concernant les comptes annuels de certaines formes de sociétés. Lors de leur contrôle des comptes, les réviseurs vérifient en particulier que les obligations en matière de prévention des discriminations et des subsides croisés, telles que visées à l'alinéa 10, sont respectées.
Afin d'éviter des discriminations, des subventions croisées et des distorsions de concurrence, le gestionnaire d'une interconnexion tient, dans sa comptabilité interne, des comptes séparés pour chacune de ses activités de transport, de distribution, de GNL et de stockage, comme cela devrait être le cas si ces activités étaient exercées par des entreprises distinctes. Il établit également des comptes annuels, consolidés ou non, pour ses autres activités dans le secteur du gaz, qui n'ont aucun rapport avec le transport, la distribution, le GNL ou le stockage. Le cas échéant, il tient des comptes consolidés pour d'autres activités en dehors du secteur du gaz. Il fait figurer dans la comptabilité interne un bilan et un compte de résultats pour chaque activité.
Sans préjudice des prescriptions comptables nationales applicables, le gestionnaire d'une interconnexion indique dans sa comptabilité interne les règles qu'il applique pour l'imputation des actifs et des passifs, des charges et produits ainsi que pour les amortissements lors de l'établissement des comptes séparés visés à l'alinéa 10. Ces règles internes ne peuvent être modifiées qu'à titre exceptionnel. De telles modifications sont indiquées et dûment motivées.
Dans son rapport sur les comptes annuels, le gestionnaire d'une interconnexion identifie toutes les transactions significatives effectuées avec des entreprises liées ou associées au cours de l'exercice concerné.]4
Modifications
Art. 15/5ter. [1 De aansluiting, het gebruik van de netten en, desgevallend, de ondersteunende diensten, van de distributienetbeheerder maken het voorwerp uit van tarieven.
§ 2. Na overleg met de regionale regulatoren, en na gestructureerd, gedocumenteerd en transparant overleg met de distributienetbeheerders, stelt de commissie de tariefmethodologie op die deze beheerders moeten gebruiken voor het opstellen van hun tariefvoorstellen.
De tariefmethodologie preciseert onder andere :
(i) de definitie van de categorieën van kosten die worden gedekt door de tarieven;
(ii) de categorieën van kosten waarop de bevorderende regelgeving betrekking kan hebben;
(iii) de regels voor de evolutie na verloop van tijd van de categorieën van kosten bedoeld in (i), met inbegrip van de methode voor de bepaling van de parameters die voorkomen in de evolutieformules;
(iv) de regels voor de toewijzing van de kosten aan categorieën van netgebruikers;
(v) de algemene tariefstructuur en de tariefdragers.
Het overleg met de distributienetbeheerders maakt het voorwerp uit van een akkoord tussen de commissie en deze beheerders. Bij gebrek aan een akkoord, wordt het overleg ten minste gehouden als volgt :
1° de commissie stuurt de oproeping voor bovenbedoelde overlegvergaderingen, samen met de documentatie betreffende de agendapunten deze vergaderingen, naar de distributienetbeheerders, in de taal van de distributienetbeheerder, binnen een redelijke termijn vóór de vergadering in kwestie. De oproeping vermeldt de plaats, de datum en het uur van de vergadering, alsook de punten van de dagorde;
2° na de vergadering stelt de commissie een ontwerp van proces-verbaal waarin de argumenten werden opgenomen die naar voren werden gebracht door de verschillende partijen alsook de vastgestelde punten waarover overeenstemming en waarover geen overeenstemming bestaat; zij zendt dit verslag over aan de distributienetbeheerders, in de taal van de distributienetbeheerder, binnen een redelijke termijn na de vergadering;
3° binnen een redelijke termijn na de ontvangst van het door de partijen goedgekeurde proces-verbaal van de commissie versturen de distributienetbeheerders, indien nodig nadat zij hierover overleg gepleegd hebben, naar de commissie hun formeel advies over de tariefmethodologie dat het resultaat is van dit overleg, waarbij desgevallend de eventuele resterende punten waarover geen overeenstemming werd bereikt worden benadrukt, zowel ten aanzien van het voorstel van de commissie als tussen hen.
In afwijking van de voorgaande bepalingen, kan de tariefmethodologie worden opgesteld door de commissie volgens een procedure vastgesteld in gemeenschappelijk akkoord met de distributienetbeheerders op basis van een uitdrukkelijk, transparant en niet-discriminerend akkoord.
§ 3. De commissie deelt aan de Kamer van volksvertegenwoordigers haar ontwerp van tariefmethodologie, het geheel van de stukken met betrekking tot het overleg met de distributienetbeheerders alsook alle documenten die zij noodzakelijk acht voor de motivering van haar beslissing met betrekking tot de tariefmethodologie mee, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige informatie met betrekking tot de leveranciers of de netgebruikers, de persoonsgegevens en/of de gegevens waarvan de vertrouwelijkheid beschermd wordt krachtens bijzondere wetgeving.
De commissie publiceert op haar website de toepasselijke tariefmethodologie, het geheel van de stukken met betrekking tot overleg met de distributienetbeheerders en alle documenten die zij nuttig acht voor de motivering van haar beslissing betreffende de tariefmethodologie, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie betreffende leveranciers of netgebruikers, van persoonsgegevens en/of van gegevens waarvan de vertrouwelijkheid is beschermd krachtens specifieke wetgevingen.
§ 4. De tariefmethodologie die is vastgesteld krachtens § 3 en die van toepassing is op de vaststelling van de tariefvoorstellen, wordt meegedeeld aan de distributienetbeheerders ten laatste zes maanden vóór de datum waarop het tariefvoorstel moet worden ingediend bij de commissie.
Deze tariefmethodologie blijft van toepassing gedurende de hele tariefperiode, met inbegrip van de eindbalans die betrekking heeft op deze periode. Wijzigingen die gedurende de periode zijn aangebracht aan de tariefmethodologie, conform de bepalingen van § 2, zijn slechts van toepassing vanaf de volgende tariefperiode, behoudens uitdrukkelijk transparant en niet-discriminerend akkoord tussen de commissie en de distributienetbeheerders. De wijzingen moeten afdoende gemotiveerd worden.
§ 5. De commissie stelt de tariefmethodologie op met inachtneming van de volgende richtsnoeren :
1° de tariefmethodologie moet exhaustief en transparant zijn teneinde het de distributienetbeheerders mogelijk te maken om hun tariefvoorstellen op deze enkele basis op te stellen. Het bevat de elementen die verplicht moeten voorkomen in het tariefvoorstel. Het definieert de rapporteringsmodellen die moeten worden gebruikt door deze beheerders;
2° de tariefmethodologie moet het mogelijk maken om op efficiënte wijze het geheel van de kosten te dekken die noodzakelijk of efficiënt zijn voor de uitvoering van de wettelijke of reglementaire verplichtingen die aan de distributienetbeheerders worden opgelegd, alsook voor de uitoefening van de activiteiten van de beheerder;
3° de tariefmethodologie stelt het aantal jaren van de gereguleerde periode vast die aanvangt op 1 januari. De jaartarieven die hieruit voortvloeien worden vastgesteld met toepassing van de tariefmethodologie die op deze periode van toepassing is;
4° de tariefmethodologie maakt de evenwichtige ontwikkeling van de distributienetten mogelijk, in overeenstemming met de verschillende investeringsplannen van deze beheerders zoals, in voorkomend geval, goedgekeurd door de bevoegde reguleringsoverheden;
5° de eventuele criteria voor de verwerping van bepaalde kosten zijn niet-discriminerend en transparant;
6° de tarieven zijn niet-discriminerend en evenredig. Zij nemen een transparante toewijzing van de kosten in acht;
7° de structuur van de tarieven bevordert het rationeel gebruik van energie en infrastructuren;
8° [2 De verschillende tarieven worden gevormd op basis van een uniforme structuur op het grondgebied dat is aangesloten door de distributienetbeheerder. In geval van fusie van distributienetbeheerders, kunnen verschillende tarieven verder worden toegepast in elke geografische zone die is aangesloten door de voormalige distributienetbeheerders, om de door de fusie beoogde rationalisering mogelijk te maken.]2
9° de normale vergoeding van de in de gereguleerde activa geïnvesteerde kapitalen moet de distributienetbeheerders toelaten om de investeringen te doen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun opdrachten;
10° de nettokosten voor de openbare dienstverplichtingen die worden opgelegd door de wet, het decreet of de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan en die niet worden gefinancierd door belastingen, taksen, bijdragen en heffingen bedoeld in 11°, worden verrekend in de tarieven op een transparante en niet-discriminerende wijze conform de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen;
11° de belastingen, taksen, heffingen en bijdragen van alle aard die worden opgelegd door de wet, het decreet of de ordonnantie en hun uitvoeringsbesluiten worden automatisch toegevoegd aan de tarieven binnen de termijnen die worden bepaald door de procedure van invoering en goedkeuring van de tarieven. De commissie kan deze kosten controleren in het licht van de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen;
12° de aankopen van goederen en diensten die verricht worden met inachtneming van de wetgeving inzake overheidsopdrachten worden verondersteld te zijn verricht aan de marktprijs, desgevallend onder voorbehoud van de beoordelingsbevoegdheid van de commissie;
13° de methodologie bepaalt de nadere regels voor de integratie en controle van de gestrande kosten bestaande uit de niet-gekapitaliseerde lasten voor het aanvullend pensioen of het pensioen van de publieke sector, die worden betaald aan personeelsleden die een gereguleerde gasdistributieactiviteit hebben verricht, die verschuldigd zijn voor de jaren vóór de liberalisering krachtens de statuten, collectieve arbeidsovereenkomsten of andere voldoende geformaliseerde overeenkomsten, die werden goedgekeurd vóór 30 april 1999, die worden betaald aan hun rechthebbenden of vergoed aan hun werkgever door een beheerder van het distributienet, die in de tarieven kunnen worden opgenomen;
14° voor de bepaling van de positieve of negatieve saldi, waarvan zij de verdeling bepaalt voor de volgende gereguleerde periode, stelt de commissie de kosten vast bedoeld in 10°, 11° en 13° en de andere kosten dan deze bedoeld in § 2 (ii) die worden gerecupereerd of teruggegeven via de tarieven van de volgende periode;
15° onder voorbehoud van de conformiteitscontrole van de commissie, maken de tarieven het mogelijk voor de distributienetbeheerder wiens efficiëntie rond het marktgemiddelde ligt om de totaliteit van zijn kosten en een normale vergoeding van de kapitalen in te vorderen. Iedere controlemethode van de kosten die gebaseerd is op vergelijkende technieken moet rekening houden met de bestaande objectieve verschillen tussen de distributienetbeheerders die niet weggewerkt kunnen worden op initiatief van de betrokken beheerder.
Iedere beslissing die gebruik maakt van vergelijkende technieken integreert kwalitatieve parameters en is gebaseerd op homogene, transparante, betrouwbare gegevens en gegevens die gepubliceerd zijn of integraal mededeelbaar zijn in de motivering van de beslissing van de commissie.
Eventuele vergelijkingen met andere distributienetbeheerders moeten gemaakt worden tussen bedrijven met dezelfde activiteiten die werken in vergelijkbare omstandigheden;
16° de productiviteitsinspanningen die eventueel aan de distributienetbeheerders worden opgelegd mogen op korte of op lange termijn de veiligheid van personen en goederen noch de continuïteit van de levering niet in het gedrang brengen;
17° de kruissubsidiëring tussen gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten is niet toegelaten;
18° de tarieven moedigen de distributienetbeheerders aan om de prestaties te verbeteren, de integratie van de markt en de bevoorradingszekerheid te bevorderen en aan onderzoek en ontwikkeling te doen die nodig zijn voor hun activiteiten, daarbij rekening houdend met name met hun investeringsplannen zoals, desgevallend, goedgekeurd door de bevoegde gewestelijke instanties;
19° de kosten bedoeld in 10°, 11° en 13° worden onderworpen noch aan beslissingen die gesteund zijn op methodes van vergelijking, noch aan een bevorderende regelgeving;
20° de tarieven strekken ertoe een juist evenwicht te bieden tussen de kwaliteit van de gepresteerde diensten en de prijzen die door de eindafnemers worden gedragen.
De commissie kan de kosten van de distributienetbeheerders met de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen controleren.
§ 6. De distributienetbeheerders stellen hun tariefvoorstellen op met inachtneming van de tariefmethodologie die werd opgesteld door de commissie en voeren deze in met inachtneming van de invoerings- en goedkeuringsprocedure voor de tarieven.
§ 7. De commissie onderzoekt het tariefvoorstel, beslist over de goedkeuring van deze en deelt haar gemotiveerde beslissing mee aan de distributienetbeheerder met inachtneming van de invoerings- en goedkeuringsprocedure voor de tarieven.
§ 8. De invoerings- en goedkeuringsprocedure voor de tariefvoorstellen maken het voorwerp uit van een akoord tussen de de commissie en de de distributienetbeheerders. Bij gebrek aan een akkoord is de procedure als volgt :
1° de distributienetbeheerder dient binnen een redelijke termijn voor het einde van het laatste jaar van elke lopende gereguleerde periode zijn tariefvoorstel in, vergezeld van het budget, voor de volgende gereguleerde periode in de vorm van het rapporteringsmodel dat overeenkomstig § 5 vastgesteld wordt door de commissie;
2° het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, wordt per drager en tegen ontvangstbevestiging in drie exemplaren overgezonden aan de commissie. De distributienetbeheerder zendt eveneens een elektronische versie over op basis waarvan de commissie het tariefvoorstel, vergezeld van budget, kan bewerken indien nodig;
3° binnen een redelijke termijn na ontvangst van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, bevestigt de commissie aan de distributienetbeheerder bij een brief per drager met ontvangstbevestiging, evenals per e-mail, de volledigheid van het dossier of bezorgt zij hem een lijst van bijkomende inlichtingen die hij moet verstrekken.
Binnen een redelijke termijn, na ontvangst van de hierboven bedoelde brief waarin aan de distributienetbeheerder door de commissie om bijkomende inlichtingen wordt gevraagd, verstrekt de betrokken beheerder aan de commissie in drie exemplaren per drager met ontvangstbewijs de gevraagde bijkomende inlichtingen. De distributienetbeheerder bezorgt eveneens een elektronische versie van de antwoorden en bijkomende gegevens aan de commissie;
4° binnen een redelijke termijn na ontvangst van het tariefvoorstel bedoeld in het 2° of, in voorkomend geval, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de antwoorden en de bijkomende inlichtingen van de distributienetbeheerder, bedoeld in het 3°, brengt de commissie deze beheerder per brief per drager en tegen ontvangstbevestiging op de hoogte van haar beslissing tot goedkeuring of van haar ontwerp van beslissing tot weigering van het betrokken tariefvoorstel, vergezeld van het betrokken budget.
In haar ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, geeft de commissie op gemotiveerde wijze aan welke punten de distributienetbeheerder moet aanpassen om een beslissing tot goedkeuring van de commissie te verkrijgen. De commissie heeft de bevoegdheid om aan de distributienetbeheerder te vragen om zijn tariefvoorstel te wijzigen om ervoor te zorgen dat dit proportioneel is en op niet-discriminerende wijze wordt toegepast;
5° indien de commissie het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, van de distributienetbeheerder afwijst in haar ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, kan deze beheerder, binnen een redelijke termijn na de ontvangst van dit ontwerp van beslissing, zijn bezwaren hieromtrent meedelen aan de commissie.
Deze bezwaren worden per drager en tegen ontvangstbevestiging overhandigd aan de commissie, eveneens onder elektronische vorm.
Op zijn verzoek wordt de distributienetbeheerder, binnen de 20 werkdagen na ontvangst van het ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van budget, gehoord door de commissie.
Desgevallend, dient de distributienetbeheerder, binnen een redelijke termijn, na ontvangst van het ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, per drager en tegen ontvangstbevestiging in drie exemplaren, zijn aangepast tariefvoorstel, vergezeld van het budget, in bij de commissie. De distributienetbeheerder bezorgt eveneens een elektronische kopie aan de commissie.
Binnen een redelijke termijn na verzending door de commissie van het ontwerp van de beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, of, in voorkomend geval, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de bezwaren en het aangepaste tariefvoorstel, vergezeld van het budget, brengt de commissie de distributienetbeheerder per brief per drager en tegen ontvangstbevestiging, evenals elektronisch, op de hoogte van haar beslissing tot goedkeuring of van haar beslissing tot weigering van het desgevallend aangepaste tariefvoorstel, vergezeld van het budget;
6° indien de distributienetbeheerder zijn verplichtingen niet nakomt binnen de termijnen zoals bepaald in de 1° tot 5°, of indien de commissie een beslissing heeft genomen tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, of van het aangepaste tariefvoorstel, vergezeld van het aangepaste budget, zijn voorlopige tarieven van kracht tot alle bezwaren van deze netbeheerder of van de commissie zijn uitgeput of totdat over de twistpunten tussen de commissie en de distributienetbeheerder een akkoord wordt bereikt. De commissie is bevoegd om te besluiten tot passende compenserende maatregelen na overleg met de distributienetbeheerder indien de definitieve tarieven afwijken van de tijdelijke tarieven;
7° in het geval van de overgang naar nieuwe diensten en/of een aanpassing van bestaande diensten kan de distributienetbeheerder binnen de gereguleerde periode aan de commissie een geactualiseerd tariefvoorstel ter goedkeuring voorleggen. Dit geactualiseerd tariefvoorstel houdt rekening met het door de commissie goedgekeurde tariefvoorstel, zonder de integriteit van de bestaande tariefstructuur te wijzigen.
Het geactualiseerde voorstel wordt door de distributienetbeheerder ingediend en door de commissie behandeld overeenkomstig de geldende procedure, bedoeld in de 1° tot 6°, met dien verstande dat de bedoelde termijnen gehalveerd worden;
8° indien er zich tijdens een gereguleerde periode uitzonderlijke omstandigheden voordoen, onafhankelijk van de wil van de distributienetbeheerder, kan deze op elk ogenblik binnen de gereguleerde periode een gemotiveerde vraag tot herziening van zijn tariefvoorstel ter goedkeuring voorleggen aan de commissie wat de komende jaren van de gereguleerde periode betreft.
Het gemotiveerde verzoek tot herziening van het tariefvoorstel wordt door de distributienetbeheerder ingediend en door de commissie behandeld overeenkomstig de toepasselijke procedure bedoeld in de 1° tot 6°, met dien verstande dat de bedoelde termijnen gehalveerd worden;
9° de commissie past, onverminderd haar mogelijkheid om de kosten te controleren in het licht van de toepasselijke en reglementaire bepalingen, de tarieven van de distributienetbeheerders aan aan alle wijzigingen van openbare, onder andere gewestelijke, dienstverplichtingen die op hen van toepassing zijn, uiterlijk drie maanden na het overzenden door deze beheerders van dergelijk wijzigingen. De distributienetbeheerders maken deze wijzigingen zo spoedig mogelijk over aan de commissie naar aanleiding van hun inwerkingtredingen;
10° de commissie publiceert op haar website, op een transparante wijze, de stand van zaken van de goedkeuringsprocedure van de tariefvoorstellen evenals, in voorkomend geval, de tariefvoorstellen die neergelegd worden door de netbeheerders.
§ 9. De commissie stelt een tariefmethodologie op en oefent haar tariefbevoegdheid uit om aldus een stabiele en voorzienbare regulering te bevorderen die bijdraagt tot de goede werking van de vrijgemaakte markt en die de financiële markt in staat stelt om met een redelijke zekerheid de waarde van de distributienetbeheerder te bepalen. Ze waakt over het behoud van de continuïteit van de beslissingen die zij heeft genomen in de loop van de voorgaande gereguleerde periodes, onder andere inzake de waardering van de gereguleerde activa.
§ 10. De commissie oefent haar tariefbevoegdheid uit rekening houdend met het algemene energiebeleid zoals gedefinieerd in de Europese, federale en gewestelijke wet- en regelgeving.
§ 11. Omwille van de transparantie in de doorberekening van de kosten aan de eindafnemers worden de verschillende elementen van het tarief onderscheiden op de factuur, met name wat de openbare dienstverplichtingen en hun inhoud betreft.
§ 12. De boekhouding van de distributienetbeheerders wordt gehouden volgens een uniform analytisch boekhoudkundig plan per activiteit dat wordt opgesteld door een of meerdere beheerders die minstens vijfenzeventig procent van de bedrijven die dezelfde activiteit uitoefenen vertegenwoordigen en dat wordt goedgekeurd door de commissie of dat, bij gebreke aan een voorstel vóór 1 oktober 2011, wordt opgesteld door de commissie na overleg met de distributienetbeheerders.
§ 13. De commissie publiceert en bewaart de tarieven en hun motivering binnen de drie werkdagen op haar website, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie betreffende leveranciers of netgebruikers, van persoonsgegevens en/of van gegevens waarvan de vertrouwelijkheid is beschermd krachtens specifieke wetgevingen.
De distributienetbeheerders delen zo spoedig mogelijk aan de gebruikers van hun netten de tarieven mede die zij moeten toepassen en stellen deze ter beschikking van alle personen die hierom verzoeken. Zij publiceren die tevens zo spoedig mogelijk op hun website, samen met een berekeningsmodule die de praktische toepassing van de tarieven preciseert. De toegepaste tarieven mogen geen terugwerkende kracht hebben.
§ 14. Tegen de door de commissie vastgestelde tariefmethodologie alsook tegen de door haar genomen beslissingen betreffende de tariefvoorstellen in uitvoering van deze tariefmethodologie, kan een beroep worden ingesteld door elke persoon die een belang aantoont bij het [3 Marktenhof]3 met toepassing van artikel 15/20.
Zulk beroep kan onder andere worden ingesteld indien :
- de beslissing van de commissie de richtsnoeren bedoeld in dit artikel niet in acht neemt;
- de beslissing van de commissie niet in overeenstemming is met het algemene energiebeleid, zoals gedefinieerd in de Europese, federale en gewestelijke wet- en regelgeving;
- de beslissing van de commissie niet de noodzakelijke middelen waarborgt voor de realisatie van de investeringen van de distributienetbeheerders of voor de uitvoering van hun wettelijke taak.]1
§ 2. Na overleg met de regionale regulatoren, en na gestructureerd, gedocumenteerd en transparant overleg met de distributienetbeheerders, stelt de commissie de tariefmethodologie op die deze beheerders moeten gebruiken voor het opstellen van hun tariefvoorstellen.
De tariefmethodologie preciseert onder andere :
(i) de definitie van de categorieën van kosten die worden gedekt door de tarieven;
(ii) de categorieën van kosten waarop de bevorderende regelgeving betrekking kan hebben;
(iii) de regels voor de evolutie na verloop van tijd van de categorieën van kosten bedoeld in (i), met inbegrip van de methode voor de bepaling van de parameters die voorkomen in de evolutieformules;
(iv) de regels voor de toewijzing van de kosten aan categorieën van netgebruikers;
(v) de algemene tariefstructuur en de tariefdragers.
Het overleg met de distributienetbeheerders maakt het voorwerp uit van een akkoord tussen de commissie en deze beheerders. Bij gebrek aan een akkoord, wordt het overleg ten minste gehouden als volgt :
1° de commissie stuurt de oproeping voor bovenbedoelde overlegvergaderingen, samen met de documentatie betreffende de agendapunten deze vergaderingen, naar de distributienetbeheerders, in de taal van de distributienetbeheerder, binnen een redelijke termijn vóór de vergadering in kwestie. De oproeping vermeldt de plaats, de datum en het uur van de vergadering, alsook de punten van de dagorde;
2° na de vergadering stelt de commissie een ontwerp van proces-verbaal waarin de argumenten werden opgenomen die naar voren werden gebracht door de verschillende partijen alsook de vastgestelde punten waarover overeenstemming en waarover geen overeenstemming bestaat; zij zendt dit verslag over aan de distributienetbeheerders, in de taal van de distributienetbeheerder, binnen een redelijke termijn na de vergadering;
3° binnen een redelijke termijn na de ontvangst van het door de partijen goedgekeurde proces-verbaal van de commissie versturen de distributienetbeheerders, indien nodig nadat zij hierover overleg gepleegd hebben, naar de commissie hun formeel advies over de tariefmethodologie dat het resultaat is van dit overleg, waarbij desgevallend de eventuele resterende punten waarover geen overeenstemming werd bereikt worden benadrukt, zowel ten aanzien van het voorstel van de commissie als tussen hen.
In afwijking van de voorgaande bepalingen, kan de tariefmethodologie worden opgesteld door de commissie volgens een procedure vastgesteld in gemeenschappelijk akkoord met de distributienetbeheerders op basis van een uitdrukkelijk, transparant en niet-discriminerend akkoord.
§ 3. De commissie deelt aan de Kamer van volksvertegenwoordigers haar ontwerp van tariefmethodologie, het geheel van de stukken met betrekking tot het overleg met de distributienetbeheerders alsook alle documenten die zij noodzakelijk acht voor de motivering van haar beslissing met betrekking tot de tariefmethodologie mee, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige informatie met betrekking tot de leveranciers of de netgebruikers, de persoonsgegevens en/of de gegevens waarvan de vertrouwelijkheid beschermd wordt krachtens bijzondere wetgeving.
De commissie publiceert op haar website de toepasselijke tariefmethodologie, het geheel van de stukken met betrekking tot overleg met de distributienetbeheerders en alle documenten die zij nuttig acht voor de motivering van haar beslissing betreffende de tariefmethodologie, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie betreffende leveranciers of netgebruikers, van persoonsgegevens en/of van gegevens waarvan de vertrouwelijkheid is beschermd krachtens specifieke wetgevingen.
§ 4. De tariefmethodologie die is vastgesteld krachtens § 3 en die van toepassing is op de vaststelling van de tariefvoorstellen, wordt meegedeeld aan de distributienetbeheerders ten laatste zes maanden vóór de datum waarop het tariefvoorstel moet worden ingediend bij de commissie.
Deze tariefmethodologie blijft van toepassing gedurende de hele tariefperiode, met inbegrip van de eindbalans die betrekking heeft op deze periode. Wijzigingen die gedurende de periode zijn aangebracht aan de tariefmethodologie, conform de bepalingen van § 2, zijn slechts van toepassing vanaf de volgende tariefperiode, behoudens uitdrukkelijk transparant en niet-discriminerend akkoord tussen de commissie en de distributienetbeheerders. De wijzingen moeten afdoende gemotiveerd worden.
§ 5. De commissie stelt de tariefmethodologie op met inachtneming van de volgende richtsnoeren :
1° de tariefmethodologie moet exhaustief en transparant zijn teneinde het de distributienetbeheerders mogelijk te maken om hun tariefvoorstellen op deze enkele basis op te stellen. Het bevat de elementen die verplicht moeten voorkomen in het tariefvoorstel. Het definieert de rapporteringsmodellen die moeten worden gebruikt door deze beheerders;
2° de tariefmethodologie moet het mogelijk maken om op efficiënte wijze het geheel van de kosten te dekken die noodzakelijk of efficiënt zijn voor de uitvoering van de wettelijke of reglementaire verplichtingen die aan de distributienetbeheerders worden opgelegd, alsook voor de uitoefening van de activiteiten van de beheerder;
3° de tariefmethodologie stelt het aantal jaren van de gereguleerde periode vast die aanvangt op 1 januari. De jaartarieven die hieruit voortvloeien worden vastgesteld met toepassing van de tariefmethodologie die op deze periode van toepassing is;
4° de tariefmethodologie maakt de evenwichtige ontwikkeling van de distributienetten mogelijk, in overeenstemming met de verschillende investeringsplannen van deze beheerders zoals, in voorkomend geval, goedgekeurd door de bevoegde reguleringsoverheden;
5° de eventuele criteria voor de verwerping van bepaalde kosten zijn niet-discriminerend en transparant;
6° de tarieven zijn niet-discriminerend en evenredig. Zij nemen een transparante toewijzing van de kosten in acht;
7° de structuur van de tarieven bevordert het rationeel gebruik van energie en infrastructuren;
8° [2 De verschillende tarieven worden gevormd op basis van een uniforme structuur op het grondgebied dat is aangesloten door de distributienetbeheerder. In geval van fusie van distributienetbeheerders, kunnen verschillende tarieven verder worden toegepast in elke geografische zone die is aangesloten door de voormalige distributienetbeheerders, om de door de fusie beoogde rationalisering mogelijk te maken.]2
9° de normale vergoeding van de in de gereguleerde activa geïnvesteerde kapitalen moet de distributienetbeheerders toelaten om de investeringen te doen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun opdrachten;
10° de nettokosten voor de openbare dienstverplichtingen die worden opgelegd door de wet, het decreet of de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan en die niet worden gefinancierd door belastingen, taksen, bijdragen en heffingen bedoeld in 11°, worden verrekend in de tarieven op een transparante en niet-discriminerende wijze conform de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen;
11° de belastingen, taksen, heffingen en bijdragen van alle aard die worden opgelegd door de wet, het decreet of de ordonnantie en hun uitvoeringsbesluiten worden automatisch toegevoegd aan de tarieven binnen de termijnen die worden bepaald door de procedure van invoering en goedkeuring van de tarieven. De commissie kan deze kosten controleren in het licht van de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen;
12° de aankopen van goederen en diensten die verricht worden met inachtneming van de wetgeving inzake overheidsopdrachten worden verondersteld te zijn verricht aan de marktprijs, desgevallend onder voorbehoud van de beoordelingsbevoegdheid van de commissie;
13° de methodologie bepaalt de nadere regels voor de integratie en controle van de gestrande kosten bestaande uit de niet-gekapitaliseerde lasten voor het aanvullend pensioen of het pensioen van de publieke sector, die worden betaald aan personeelsleden die een gereguleerde gasdistributieactiviteit hebben verricht, die verschuldigd zijn voor de jaren vóór de liberalisering krachtens de statuten, collectieve arbeidsovereenkomsten of andere voldoende geformaliseerde overeenkomsten, die werden goedgekeurd vóór 30 april 1999, die worden betaald aan hun rechthebbenden of vergoed aan hun werkgever door een beheerder van het distributienet, die in de tarieven kunnen worden opgenomen;
14° voor de bepaling van de positieve of negatieve saldi, waarvan zij de verdeling bepaalt voor de volgende gereguleerde periode, stelt de commissie de kosten vast bedoeld in 10°, 11° en 13° en de andere kosten dan deze bedoeld in § 2 (ii) die worden gerecupereerd of teruggegeven via de tarieven van de volgende periode;
15° onder voorbehoud van de conformiteitscontrole van de commissie, maken de tarieven het mogelijk voor de distributienetbeheerder wiens efficiëntie rond het marktgemiddelde ligt om de totaliteit van zijn kosten en een normale vergoeding van de kapitalen in te vorderen. Iedere controlemethode van de kosten die gebaseerd is op vergelijkende technieken moet rekening houden met de bestaande objectieve verschillen tussen de distributienetbeheerders die niet weggewerkt kunnen worden op initiatief van de betrokken beheerder.
Iedere beslissing die gebruik maakt van vergelijkende technieken integreert kwalitatieve parameters en is gebaseerd op homogene, transparante, betrouwbare gegevens en gegevens die gepubliceerd zijn of integraal mededeelbaar zijn in de motivering van de beslissing van de commissie.
Eventuele vergelijkingen met andere distributienetbeheerders moeten gemaakt worden tussen bedrijven met dezelfde activiteiten die werken in vergelijkbare omstandigheden;
16° de productiviteitsinspanningen die eventueel aan de distributienetbeheerders worden opgelegd mogen op korte of op lange termijn de veiligheid van personen en goederen noch de continuïteit van de levering niet in het gedrang brengen;
17° de kruissubsidiëring tussen gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten is niet toegelaten;
18° de tarieven moedigen de distributienetbeheerders aan om de prestaties te verbeteren, de integratie van de markt en de bevoorradingszekerheid te bevorderen en aan onderzoek en ontwikkeling te doen die nodig zijn voor hun activiteiten, daarbij rekening houdend met name met hun investeringsplannen zoals, desgevallend, goedgekeurd door de bevoegde gewestelijke instanties;
19° de kosten bedoeld in 10°, 11° en 13° worden onderworpen noch aan beslissingen die gesteund zijn op methodes van vergelijking, noch aan een bevorderende regelgeving;
20° de tarieven strekken ertoe een juist evenwicht te bieden tussen de kwaliteit van de gepresteerde diensten en de prijzen die door de eindafnemers worden gedragen.
De commissie kan de kosten van de distributienetbeheerders met de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen controleren.
§ 6. De distributienetbeheerders stellen hun tariefvoorstellen op met inachtneming van de tariefmethodologie die werd opgesteld door de commissie en voeren deze in met inachtneming van de invoerings- en goedkeuringsprocedure voor de tarieven.
§ 7. De commissie onderzoekt het tariefvoorstel, beslist over de goedkeuring van deze en deelt haar gemotiveerde beslissing mee aan de distributienetbeheerder met inachtneming van de invoerings- en goedkeuringsprocedure voor de tarieven.
§ 8. De invoerings- en goedkeuringsprocedure voor de tariefvoorstellen maken het voorwerp uit van een akoord tussen de de commissie en de de distributienetbeheerders. Bij gebrek aan een akkoord is de procedure als volgt :
1° de distributienetbeheerder dient binnen een redelijke termijn voor het einde van het laatste jaar van elke lopende gereguleerde periode zijn tariefvoorstel in, vergezeld van het budget, voor de volgende gereguleerde periode in de vorm van het rapporteringsmodel dat overeenkomstig § 5 vastgesteld wordt door de commissie;
2° het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, wordt per drager en tegen ontvangstbevestiging in drie exemplaren overgezonden aan de commissie. De distributienetbeheerder zendt eveneens een elektronische versie over op basis waarvan de commissie het tariefvoorstel, vergezeld van budget, kan bewerken indien nodig;
3° binnen een redelijke termijn na ontvangst van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, bevestigt de commissie aan de distributienetbeheerder bij een brief per drager met ontvangstbevestiging, evenals per e-mail, de volledigheid van het dossier of bezorgt zij hem een lijst van bijkomende inlichtingen die hij moet verstrekken.
Binnen een redelijke termijn, na ontvangst van de hierboven bedoelde brief waarin aan de distributienetbeheerder door de commissie om bijkomende inlichtingen wordt gevraagd, verstrekt de betrokken beheerder aan de commissie in drie exemplaren per drager met ontvangstbewijs de gevraagde bijkomende inlichtingen. De distributienetbeheerder bezorgt eveneens een elektronische versie van de antwoorden en bijkomende gegevens aan de commissie;
4° binnen een redelijke termijn na ontvangst van het tariefvoorstel bedoeld in het 2° of, in voorkomend geval, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de antwoorden en de bijkomende inlichtingen van de distributienetbeheerder, bedoeld in het 3°, brengt de commissie deze beheerder per brief per drager en tegen ontvangstbevestiging op de hoogte van haar beslissing tot goedkeuring of van haar ontwerp van beslissing tot weigering van het betrokken tariefvoorstel, vergezeld van het betrokken budget.
In haar ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, geeft de commissie op gemotiveerde wijze aan welke punten de distributienetbeheerder moet aanpassen om een beslissing tot goedkeuring van de commissie te verkrijgen. De commissie heeft de bevoegdheid om aan de distributienetbeheerder te vragen om zijn tariefvoorstel te wijzigen om ervoor te zorgen dat dit proportioneel is en op niet-discriminerende wijze wordt toegepast;
5° indien de commissie het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, van de distributienetbeheerder afwijst in haar ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, kan deze beheerder, binnen een redelijke termijn na de ontvangst van dit ontwerp van beslissing, zijn bezwaren hieromtrent meedelen aan de commissie.
Deze bezwaren worden per drager en tegen ontvangstbevestiging overhandigd aan de commissie, eveneens onder elektronische vorm.
Op zijn verzoek wordt de distributienetbeheerder, binnen de 20 werkdagen na ontvangst van het ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van budget, gehoord door de commissie.
Desgevallend, dient de distributienetbeheerder, binnen een redelijke termijn, na ontvangst van het ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, per drager en tegen ontvangstbevestiging in drie exemplaren, zijn aangepast tariefvoorstel, vergezeld van het budget, in bij de commissie. De distributienetbeheerder bezorgt eveneens een elektronische kopie aan de commissie.
Binnen een redelijke termijn na verzending door de commissie van het ontwerp van de beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, of, in voorkomend geval, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de bezwaren en het aangepaste tariefvoorstel, vergezeld van het budget, brengt de commissie de distributienetbeheerder per brief per drager en tegen ontvangstbevestiging, evenals elektronisch, op de hoogte van haar beslissing tot goedkeuring of van haar beslissing tot weigering van het desgevallend aangepaste tariefvoorstel, vergezeld van het budget;
6° indien de distributienetbeheerder zijn verplichtingen niet nakomt binnen de termijnen zoals bepaald in de 1° tot 5°, of indien de commissie een beslissing heeft genomen tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, of van het aangepaste tariefvoorstel, vergezeld van het aangepaste budget, zijn voorlopige tarieven van kracht tot alle bezwaren van deze netbeheerder of van de commissie zijn uitgeput of totdat over de twistpunten tussen de commissie en de distributienetbeheerder een akkoord wordt bereikt. De commissie is bevoegd om te besluiten tot passende compenserende maatregelen na overleg met de distributienetbeheerder indien de definitieve tarieven afwijken van de tijdelijke tarieven;
7° in het geval van de overgang naar nieuwe diensten en/of een aanpassing van bestaande diensten kan de distributienetbeheerder binnen de gereguleerde periode aan de commissie een geactualiseerd tariefvoorstel ter goedkeuring voorleggen. Dit geactualiseerd tariefvoorstel houdt rekening met het door de commissie goedgekeurde tariefvoorstel, zonder de integriteit van de bestaande tariefstructuur te wijzigen.
Het geactualiseerde voorstel wordt door de distributienetbeheerder ingediend en door de commissie behandeld overeenkomstig de geldende procedure, bedoeld in de 1° tot 6°, met dien verstande dat de bedoelde termijnen gehalveerd worden;
8° indien er zich tijdens een gereguleerde periode uitzonderlijke omstandigheden voordoen, onafhankelijk van de wil van de distributienetbeheerder, kan deze op elk ogenblik binnen de gereguleerde periode een gemotiveerde vraag tot herziening van zijn tariefvoorstel ter goedkeuring voorleggen aan de commissie wat de komende jaren van de gereguleerde periode betreft.
Het gemotiveerde verzoek tot herziening van het tariefvoorstel wordt door de distributienetbeheerder ingediend en door de commissie behandeld overeenkomstig de toepasselijke procedure bedoeld in de 1° tot 6°, met dien verstande dat de bedoelde termijnen gehalveerd worden;
9° de commissie past, onverminderd haar mogelijkheid om de kosten te controleren in het licht van de toepasselijke en reglementaire bepalingen, de tarieven van de distributienetbeheerders aan aan alle wijzigingen van openbare, onder andere gewestelijke, dienstverplichtingen die op hen van toepassing zijn, uiterlijk drie maanden na het overzenden door deze beheerders van dergelijk wijzigingen. De distributienetbeheerders maken deze wijzigingen zo spoedig mogelijk over aan de commissie naar aanleiding van hun inwerkingtredingen;
10° de commissie publiceert op haar website, op een transparante wijze, de stand van zaken van de goedkeuringsprocedure van de tariefvoorstellen evenals, in voorkomend geval, de tariefvoorstellen die neergelegd worden door de netbeheerders.
§ 9. De commissie stelt een tariefmethodologie op en oefent haar tariefbevoegdheid uit om aldus een stabiele en voorzienbare regulering te bevorderen die bijdraagt tot de goede werking van de vrijgemaakte markt en die de financiële markt in staat stelt om met een redelijke zekerheid de waarde van de distributienetbeheerder te bepalen. Ze waakt over het behoud van de continuïteit van de beslissingen die zij heeft genomen in de loop van de voorgaande gereguleerde periodes, onder andere inzake de waardering van de gereguleerde activa.
§ 10. De commissie oefent haar tariefbevoegdheid uit rekening houdend met het algemene energiebeleid zoals gedefinieerd in de Europese, federale en gewestelijke wet- en regelgeving.
§ 11. Omwille van de transparantie in de doorberekening van de kosten aan de eindafnemers worden de verschillende elementen van het tarief onderscheiden op de factuur, met name wat de openbare dienstverplichtingen en hun inhoud betreft.
§ 12. De boekhouding van de distributienetbeheerders wordt gehouden volgens een uniform analytisch boekhoudkundig plan per activiteit dat wordt opgesteld door een of meerdere beheerders die minstens vijfenzeventig procent van de bedrijven die dezelfde activiteit uitoefenen vertegenwoordigen en dat wordt goedgekeurd door de commissie of dat, bij gebreke aan een voorstel vóór 1 oktober 2011, wordt opgesteld door de commissie na overleg met de distributienetbeheerders.
§ 13. De commissie publiceert en bewaart de tarieven en hun motivering binnen de drie werkdagen op haar website, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie betreffende leveranciers of netgebruikers, van persoonsgegevens en/of van gegevens waarvan de vertrouwelijkheid is beschermd krachtens specifieke wetgevingen.
De distributienetbeheerders delen zo spoedig mogelijk aan de gebruikers van hun netten de tarieven mede die zij moeten toepassen en stellen deze ter beschikking van alle personen die hierom verzoeken. Zij publiceren die tevens zo spoedig mogelijk op hun website, samen met een berekeningsmodule die de praktische toepassing van de tarieven preciseert. De toegepaste tarieven mogen geen terugwerkende kracht hebben.
§ 14. Tegen de door de commissie vastgestelde tariefmethodologie alsook tegen de door haar genomen beslissingen betreffende de tariefvoorstellen in uitvoering van deze tariefmethodologie, kan een beroep worden ingesteld door elke persoon die een belang aantoont bij het [3 Marktenhof]3 met toepassing van artikel 15/20.
Zulk beroep kan onder andere worden ingesteld indien :
- de beslissing van de commissie de richtsnoeren bedoeld in dit artikel niet in acht neemt;
- de beslissing van de commissie niet in overeenstemming is met het algemene energiebeleid, zoals gedefinieerd in de Europese, federale en gewestelijke wet- en regelgeving;
- de beslissing van de commissie niet de noodzakelijke middelen waarborgt voor de realisatie van de investeringen van de distributienetbeheerders of voor de uitvoering van hun wettelijke taak.]1
Art. 15/5ter. [1 Le raccordement, l'utilisation des réseaux et, le cas échéant, les services auxiliaires, des gestionnaires de réseau de distribution font l'objet de tarifs.
§ 2. Après concertation avec les régulateurs régionaux et après concertation structurée, documentée et transparente avec les gestionnaires de réseau de distribution, la commission établit la méthodologie tarifaire que doivent appliquer ces gestionnaires pour l'établissement de leurs propositions tarifaires.
La méthodologie tarifaire précise notamment :
(i) la définition des catégories de coûts qui sont couverts par les tarifs;
(ii) les catégories de coûts sur lesquelles peut porter la régulation incitative;
(iii) les règles d'évolution au cours du temps des catégories de coûts visées en (i), y compris la méthode de détermination des paramètres figurant dans les formules dévolution;
(iv) les règles d'allocation des coûts aux catégories d'utilisateurs du réseau;
(v) la structure tarifaire générale et les composants tarifaires.
La concertation avec les gestionnaires de réseau de distribution fait l'objet d'un accord entre la commission et ledits gestionnaires. à défaut d'accord, la concertation est tenue au minimum comme suit :
1° la commission envoie aux gestionnaires de réseau de distribution, dans la langue du gestionnaire du réseau de distribution, la convocation aux réunions de concertation ainsi que la documentation relative aux points mis à l'ordre du jour de ces réunions dans un délai raisonnable avant lesdites réunions. La convocation mentionne le lieu, la date et l'heure de la réunion, ainsi que les points mis à l'ordre du jour;
2° à la suite de la réunion, la commission établit un projet de procès-verbal de réunion reprenant les arguments avancés par les différentes parties et les points d'accord et de désaccord constatés; elle transmet ce rapport, pour approbation, aux gestionnaires de réseau de distribution, dans la langue du gestionnaire du réseau de distribution dans un délai raisonnable suivant la réunion;
3° dans un délai raisonnable suivant la réception du procès-verbal de la commission approuvé par les parties, les gestionnaires de réseau de distribution, au besoin après s'être concertés, envoient à la commission leur avis formel sur la méthodologie tarifaire résultant de cette concertation, en soulignant le cas échéant les éventuels points de désaccord subsistants, tant par rapport à la proposition de la commission qu'entre eux.
Par dérogation aux dispositions qui précèdent, la méthodologie tarifaire peut être établie par la commission suivant une procédure déterminée de commun accord avec les gestionnaires de réseau de distribution sur la base d'un accord explicite, transparent et non-discriminatoire.
§ 3. La commission communique à la Chambre des représentants son projet de méthodologie tarifaire, l'intégralité des pièces relatives à la concertation avec les gestionnaires de réseau de distribution ainsi que tous les documents qu'elle estime nécessaire à la motivation de sa décision relative à la méthodologie tarifaire, tout en préservant la confidentialité des informations commercialement sensibles concernant des fournisseurs ou des utilisateurs du réseau, des données à caractère personnel et/ou des données dont la confidentialité est protégée en vertu de législations spécifiques.
La commission publie sur son site la méthodologie tarifaire applicable, l'intégralité des pièces relatives à la concertation avec les gestionnaires de réseau de distribution et tous documents qu'elle estime utiles à la motivation de sa décision relative à la méthodologie tarifaire, tout en préservant la confidentialité des informations commercialement sensibles concernant des fournisseurs ou des utilisateurs du réseau, des données à caractère personnel et/ou des données dont la confidentialité est protégée en vertu de législations spécifiques.
§ 4. La méthodologie tarifaire fixée en vertu du § 3 et applicable à l'établissement des propositions tarifaires est communiquée aux gestionnaires de réseau de distribution au plus tard six mois avant la date à laquelle la proposition tarifaire doit être introduite auprès de la commission.
Cette méthodologie tarifaire reste en vigueur pendant toute la période tarifaire, en ce compris la clôture des soldes relatifs à cette période. Des modifications de la méthodologie tarifaire apportées en cours de période, conformément aux dispositions du § 2, s'appliquent seulement à partir de la période tarifaire suivante, sauf accord explicite, transparent et non-discriminatoire entre la commission et les gestionnaires de réseau de distribution. Les modifications doivent être motivées.
§ 5. La commission établit la méthodologie tarifaire dans le respect des lignes directrices suivantes :
1° la méthodologie tarifaire doit être exhaustive et transparente, de manière à permettre aux gestionnaires de réseau de distribution d'établir leurs propositions tarifaires sur cette seule base. Elle comprend les éléments qui doivent obligatoirement figurer dans la proposition tarifaire. Elle définit les modèles de rapport à utiliser par ces gestionnaires;
2° la méthodologie tarifaire doit permettre de couvrir de manière efficiente l'ensemble des coûts nécessaires ou efficaces pour l'exécution des obligations légales ou réglementaires qui incombent aux gestionnaires de réseau de distribution, ainsi que pour l'exercice de leurs activités;
3° la méthodologie tarifaire fixe le nombre d'années de la période régulatoire débutant au 1er janvier. Les tarifs annuels qui en résultent sont déterminés en application de la méthodologie tarifaire applicable pour cette période;
4° la méthodologie tarifaire permet le développement équilibré des réseaux de distribution, conformément aux différents plans d'investissements de ces gestionnaires tels qu'approuvés, le cas échéant, par les autorités compétentes;
5° les éventuels critères de rejet de certains coûts sont non-discriminatoires et transparents;
6° les tarifs sont non discriminatoires et proportionnés. Ils respectent une allocation transparente des coûts;
7° la structure des tarifs favorise l'utilisation rationnelle de l'énergie et des infrastructures;
8° [2 Les différents tarifs sont conçus sur la base d'une structure uniforme sur le territoire desservi par le gestionnaire du réseau de distribution. En cas de fusion de gestionnaires de réseaux de distribution, des tarifs différents peuvent continuer à être appliqués dans chaque zone géographique desservie par les anciens gestionnaires de réseaux de distribution, afin de permettre la rationalisation visée par la fusion.]2
9° la rémunération normale des capitaux investis dans les actifs régulés doit permettre aux gestionnaires de réseau de distribution de réaliser les investissements nécessaires à l'exercice de leurs missions;
10° les coûts nets des missions de service public imposées par la loi, le décret ou l'ordonnance et leurs arrêtés d'exécution et non financés par des impôts, taxes, contributions et surcharges visés au 11°, sont pris en compte dans les tarifs de manière transparente et non discriminatoire conformément aux dispositions législatives et réglementaires applicables;
11° les impôts, taxes, surcharges et contributions de toute nature imposée par la loi, le décret ou l'ordonnance et leurs arrêtés d'exécution sont ajoutés aux tarifs automatiquement et dans les délais prévus par la procédure d'introduction et d'approbation des tarifs. La commission peut contrôler ces coûts sur la base des dispositions législatives et réglementaires applicables;
12° les achats de biens et services réalisés dans le respect de la législation sur les marchés publics sont réputés réalisés au prix du marché, sous réserve, le cas échéant, du pouvoir d'appréciation de la commission;
13° la méthodologie détermine les modalités d'intégration et de contrôle des coûts échoués constitués par les charges de pension complémentaire ou de pension du secteur public non capitalisées, versées à des agents ayant presté une activité régulée de distribution de gaz naturel, dues pour les années antérieures à la libéralisation en vertu des statuts, de conventions collectives du travail ou d'autres conventions suffisamment formalisées, approuvés avant le 30 avril 1999, ou versées à leurs ayants droit ou remboursées à leur employeur par un gestionnaire de réseau de distribution, peuvent être intégrés aux tarifs;
14° pour la détermination des soldes, positifs ou négatifs, dont elle décide la répartition pour la période régulatoire suivante, la commission fixe les coûts visés aux 10°, 11° et 13° ainsi que les coûts autres que ceux visés au § 2 (ii) qui sont récupérés ou rendus dans les tarifs de la période suivante;
15° sous réserve du contrôle de conformité de la commission, les tarifs permettent au gestionnaire de réseau de distribution dont l'efficacité se situe dans la moyenne du marché de recouvrer la totalité de ses coûts et une rémunération normale des capitaux. Toute méthode de contrôle des coûts reposant sur des techniques de comparaison doit tenir compte des différences objectives existant entre gestionnaires de réseau de distribution et qui ne peuvent être éliminées à l'initiative du gestionnaire concerné.
Toute décision utilisant des techniques de comparaison intègre des paramètres qualitatifs et est basée sur des données homogènes, transparentes, fiables et publiées ou intégralement communicables dans la motivation de la décision de la commission.
Toute comparaison avec d'autres gestionnaires de réseau de distribution est réalisée entre des sociétés ayant des activités similaires opérant dans des circonstances analogues;
16° les efforts de productivité éventuellement imposés aux gestionnaires de réseau de distribution ne peuvent mettre en péril à court ou à long terme la sécurité des personnes ou des biens ni la continuité de la fourniture;
17° la subsidiation croisée entre activités régulées et non régulées n'est pas autorisée;
18° les tarifs encouragent les gestionnaires de réseau de distribution à améliorer les performances, à favoriser l'intégration du marché et la sécurité de l'approvisionnement et à mener la recherche et le développement nécessaires à leurs activités, en tenant notamment compte de leurs plans d'investissement tels qu'approuvés, le cas échéant, par les autorités régionales compétentes;
19° les coûts visés aux 10°, 11° et 13° ne sont soumis ni à des décisions basées sur des méthodes de comparaison, ni à une régulation incitative;
20° les tarifs visent à offrir un juste équilibre entre la qualité des services prestés et les prix supportés par les clients finals.
La commission peut contrôler les coûts des gestionnaires de réseau de distribution sur la base des dispositions législatives et réglementaires applicables.
§ 6. Les gestionnaires de réseau de distribution établissent leurs propositions tarifaires dans le respect de la méthodologie tarifaire établie par la commission et introduisent celles-ci dans le respect de la procédure d'introduction et d'approbation des tarifs.
§ 7. La commission examine la proposition tarifaire, décide de l'approbation de celle-ci et communique sa décision motivée au gestionnaire de réseau de distribution dans le respect de la procédure d'introduction et d'approbation des tarifs.
§ 8. La procédure d'introduction et d'approbation des propositions tarifaires fait l'objet d'un accord entre la commission et les gestionnaires de réseau de distribution. à défaut d'accord, la procédure est la suivante :
1° le gestionnaire de réseau de distribution soumet, dans un délai raisonnable avant la fin de la dernière année de chaque période régulatoire en cours, sa proposition tarifaire accompagnée du budget pour la période régulatoire suivante sous la forme du modèle de rapport fixé par la commission conformément au § 5;
2° la proposition tarifaire accompagnée du budget est transmise en trois exemplaires par porteur avec accusé de réception à la commission. Le gestionnaire de réseau de distribution transmet également une version électronique sur la base de laquelle la commission peut, au besoin, retravailler la proposition tarifaire accompagnée du budget;
3° dans un délai raisonnable suivant la réception de la proposition tarifaire accompagnée du budget, la commission confirme au gestionnaire de réseau de distribution, par lettre par porteur avec accusé de réception, ainsi que par courrier électronique, que le dossier est complet ou elle lui fait parvenir une liste des informations complémentaires qu'il devra fournir.
Dans un délai raisonnable suivant la réception de la lettre susvisée dans laquelle des informations complémentaires lui ont été demandées, le gestionnaire de réseau de distribution transmet ces informations à la commission en trois exemplaires par lettre par porteur avec accusé de réception. Le gestionnaire de réseau de distribution transmet également une version électronique des réponses et des renseignements complémentaires à la commission;
4° dans les un délai raisonnable suivant la réception de la proposition tarifaire visée au 2° ou, le cas échéant, dans un délai raisonnable suivant la réception des réponses et des informations complémentaires du gestionnaire de réseau de distribution visées au 3°, la commission informe ce gestionnaire par lettre par porteur avec accusé de réception, de sa décision d'approbation ou de son projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget concerné.
Dans son projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget, la commission indique de manière motivée les points que le gestionnaire de réseau de distribution doit adapter pour obtenir une décision d'approbation de la commission. La commission est habilitée à demander au gestionnaire du réseau de distribution de modifier sa proposition tarifaire pour faire en sorte que celle-ci soit proportionnée et appliquée de manière non-discriminatoire;
5° si la commission refuse la proposition tarifaire accompagnée du budget du gestionnaire de réseau de distribution dans son projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget, ce gestionnaire peut communiquer ses objections à ce sujet à la commission dans un délai raisonnable suivant la réception de ce projet de décision.
Ces objections sont transmises à la commission par porteur avec accusé de réception, ainsi que sous forme électronique.
Le gestionnaire de réseau de distribution est entendu, à sa demande, dans les 20 jours ouvrables après réception du projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget par la commission.
Le cas échéant, le gestionnaire de réseau de distribution soumet, dans un délai raisonnable suivant la réception du projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget, à la commission par porteur avec accusé de réception, en trois exemplaires sa proposition tarifaire adaptée accompagnée du budget. Le gestionnaire de réseau de distribution remet aussi une copie électronique à la commission.
Dans un délai raisonnable suivant l'envoi par la commission du projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget ou, le cas échéant, dans un délai raisonnable après réception des objections ainsi que de la proposition tarifaire adaptée accompagnée du budget, la commission informe le gestionnaire de réseau de distribution, par lettre par porteur avec accusé de réception, ainsi que par voie électronique, de sa décision d'approbation ou de sa décision de refus de la proposition tarifaire, le cas échéant adaptée, accompagnée du budget;
6° si le gestionnaire de réseau de distribution ne respecte pas ses obligations dans les délais visés aux 1° à 5°, ou si la commission a pris la décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget ou de la proposition tarifaire adaptée accompagnée du budget adaptée, des tarifs provisoires sont d'application jusqu'à ce que toutes les objections de ce gestionnaire ou de la commission soient épuisées ou jusqu'à ce qu'un accord soit conclu entre la commission et le gestionnaire de réseau de distribution sur les points litigieux. La commission est habilitée, après concertation avec le gestionnaire de réseau de distribution, à arrêter des mesures compensatoires appropriées lorsque les tarifs définitifs s'écartent de ces tarifs provisoires;
7° en cas de passage à de nouveaux services et/ou d'adaptation de services existants, le gestionnaire de réseau de distribution peut soumettre une proposition tarifaire actualisée à l'approbation de la commission dans la période régulatoire. Cette proposition tarifaire actualisée tient compte de la proposition tarifaire approuvée par la commission, sans altérer l'intégrité de la structure tarifaire existante.
La proposition actualisée est introduite par le gestionnaire de réseau de distribution et traitée par la commission conformément à la procédure applicable, visée aux 1° à 6° qui précèdent, étant entendu que les délais visés sont réduits de moitié;
8° si des circonstances exceptionnelles surviennent au cours d'une période régulatoire indépendamment de la volonté du gestionnaire de réseau de distribution, celui-ci peut à tout moment de la période régulatoire soumettre à l'approbation de la commission une demande motivée de révision de sa proposition tarifaire, pour ce qui concerne les années suivantes de la période régulatoire.
La demande motivée de révision de la proposition tarifaire est introduite par le gestionnaire de réseau de distribution et traitée par la commission suivant la procédure applicable visée aux 1° à 6° étant entendu que les délais visés sont réduits de moitié;
9° la commission adapte, sans préjudice de sa possibilité de contrôler les coûts sur la base des dispositions légales et réglementaires applicables, les tarifs des gestionnaires de réseau de distribution à toutes modifications des obligations de service public, notamment régionales, qui leur sont applicables, au plus tard dans les trois mois de la transmission par ces gestionnaires de telles modifications. Les gestionnaires de réseau de distribution transmettent ces modifications à la commission dans le meilleur délai suite à leurs entrées en vigueur;
10° la commission publie sur son site Internet, de manière transparente, l'état de la procédure d'adoption des propositions tarifaires ainsi que, le cas échéant, les propositions tarifaires déposées par le gestionnaire du réseau.
§ 9. La commission établit la méthodologie tarifaire et exerce sa compétence tarifaire de manière à favoriser une régulation stable et prévisible contribuant au bon fonctionnement du marché libéralisé, et permettant au marché financier de déterminer avec une sécurité raisonnable la valeur du gestionnaire de réseau de distribution. Elle veille à maintenir la continuité des décisions qu'elle a prises au cours des périodes régulatoires antérieures, notamment en matière d'évaluation des actifs régulés.
§ 10. La commission exerce sa compétence tarifaire en tenant compte de la politique générale de l'énergie telle que définie dans la législation et la réglementation européenne, fédérale et régionale.
§ 11. Dans un souci de transparence dans la répercussion des coûts au client final, les différents éléments du tarif sont distingués sur la facture, en particulier en ce qui concerne les obligations de service public et leur contenu.
§ 12. La comptabilité des gestionnaires de réseau de distribution est tenue selon un plan comptable analytique uniforme par activité, établi sur proposition d'un ou plusieurs gestionnaires représentant au moins septante-cinq pour cent des entreprises exerçant la même activité et approuvé par la commission ou à défaut de proposition avant le 1er octobre 2011, établi par la commission après concertation avec les gestionnaires de réseau de distribution.
§ 13. La commission publie dans les trois jours ouvrables de leur approbation et maintient sur son site les tarifs et leur motivation, tout en préservant la confidentialité des informations commercialement sensibles concernant des fournisseurs ou des utilisateurs du réseau, des données à caractère personnel et/ou des données dont la confidentialité est protégée en vertu de législations spécifiques.
Les gestionnaires de réseau de distribution communiquent, dans les plus brefs délais, aux utilisateurs de leurs réseaux les tarifs qu'ils doivent appliquer et les mettent à la disposition de toutes les personnes qui en font la demande. Ils les communiquent également dans les plus brefs délais sur leur site Internet, avec un module de calcul précisant l'application pratique des tarifs. Les tarifs appliqués ne peuvent pas avoir d'effet rétroactif.
§ 14. La méthodologie tarifaire fixée par la commission ainsi que les décisions relatives aux propositions tarifaires prises par elle en application de cette méthodologie tarifaire peuvent faire l'objet d'un recours devant la [3 Cour des marchés]3 par toute personne justifiant d'un intérêt en application de l'article 15/20.
Un tel recours peut notamment être introduit lorsque :
- la décision de la commission ne respecte pas les orientations visées au présent article;
- la décision de la commission ne respecte pas la politique générale de l'énergie telle que définie dans la législation et la réglementation européenne, fédérale et régionale;
- la décision de la commission ne garantit pas les moyens nécessaires pour la réalisation des investissements des gestionnaires de réseau de distribution ou l'exécution de leur mission légale.]1
§ 2. Après concertation avec les régulateurs régionaux et après concertation structurée, documentée et transparente avec les gestionnaires de réseau de distribution, la commission établit la méthodologie tarifaire que doivent appliquer ces gestionnaires pour l'établissement de leurs propositions tarifaires.
La méthodologie tarifaire précise notamment :
(i) la définition des catégories de coûts qui sont couverts par les tarifs;
(ii) les catégories de coûts sur lesquelles peut porter la régulation incitative;
(iii) les règles d'évolution au cours du temps des catégories de coûts visées en (i), y compris la méthode de détermination des paramètres figurant dans les formules dévolution;
(iv) les règles d'allocation des coûts aux catégories d'utilisateurs du réseau;
(v) la structure tarifaire générale et les composants tarifaires.
La concertation avec les gestionnaires de réseau de distribution fait l'objet d'un accord entre la commission et ledits gestionnaires. à défaut d'accord, la concertation est tenue au minimum comme suit :
1° la commission envoie aux gestionnaires de réseau de distribution, dans la langue du gestionnaire du réseau de distribution, la convocation aux réunions de concertation ainsi que la documentation relative aux points mis à l'ordre du jour de ces réunions dans un délai raisonnable avant lesdites réunions. La convocation mentionne le lieu, la date et l'heure de la réunion, ainsi que les points mis à l'ordre du jour;
2° à la suite de la réunion, la commission établit un projet de procès-verbal de réunion reprenant les arguments avancés par les différentes parties et les points d'accord et de désaccord constatés; elle transmet ce rapport, pour approbation, aux gestionnaires de réseau de distribution, dans la langue du gestionnaire du réseau de distribution dans un délai raisonnable suivant la réunion;
3° dans un délai raisonnable suivant la réception du procès-verbal de la commission approuvé par les parties, les gestionnaires de réseau de distribution, au besoin après s'être concertés, envoient à la commission leur avis formel sur la méthodologie tarifaire résultant de cette concertation, en soulignant le cas échéant les éventuels points de désaccord subsistants, tant par rapport à la proposition de la commission qu'entre eux.
Par dérogation aux dispositions qui précèdent, la méthodologie tarifaire peut être établie par la commission suivant une procédure déterminée de commun accord avec les gestionnaires de réseau de distribution sur la base d'un accord explicite, transparent et non-discriminatoire.
§ 3. La commission communique à la Chambre des représentants son projet de méthodologie tarifaire, l'intégralité des pièces relatives à la concertation avec les gestionnaires de réseau de distribution ainsi que tous les documents qu'elle estime nécessaire à la motivation de sa décision relative à la méthodologie tarifaire, tout en préservant la confidentialité des informations commercialement sensibles concernant des fournisseurs ou des utilisateurs du réseau, des données à caractère personnel et/ou des données dont la confidentialité est protégée en vertu de législations spécifiques.
La commission publie sur son site la méthodologie tarifaire applicable, l'intégralité des pièces relatives à la concertation avec les gestionnaires de réseau de distribution et tous documents qu'elle estime utiles à la motivation de sa décision relative à la méthodologie tarifaire, tout en préservant la confidentialité des informations commercialement sensibles concernant des fournisseurs ou des utilisateurs du réseau, des données à caractère personnel et/ou des données dont la confidentialité est protégée en vertu de législations spécifiques.
§ 4. La méthodologie tarifaire fixée en vertu du § 3 et applicable à l'établissement des propositions tarifaires est communiquée aux gestionnaires de réseau de distribution au plus tard six mois avant la date à laquelle la proposition tarifaire doit être introduite auprès de la commission.
Cette méthodologie tarifaire reste en vigueur pendant toute la période tarifaire, en ce compris la clôture des soldes relatifs à cette période. Des modifications de la méthodologie tarifaire apportées en cours de période, conformément aux dispositions du § 2, s'appliquent seulement à partir de la période tarifaire suivante, sauf accord explicite, transparent et non-discriminatoire entre la commission et les gestionnaires de réseau de distribution. Les modifications doivent être motivées.
§ 5. La commission établit la méthodologie tarifaire dans le respect des lignes directrices suivantes :
1° la méthodologie tarifaire doit être exhaustive et transparente, de manière à permettre aux gestionnaires de réseau de distribution d'établir leurs propositions tarifaires sur cette seule base. Elle comprend les éléments qui doivent obligatoirement figurer dans la proposition tarifaire. Elle définit les modèles de rapport à utiliser par ces gestionnaires;
2° la méthodologie tarifaire doit permettre de couvrir de manière efficiente l'ensemble des coûts nécessaires ou efficaces pour l'exécution des obligations légales ou réglementaires qui incombent aux gestionnaires de réseau de distribution, ainsi que pour l'exercice de leurs activités;
3° la méthodologie tarifaire fixe le nombre d'années de la période régulatoire débutant au 1er janvier. Les tarifs annuels qui en résultent sont déterminés en application de la méthodologie tarifaire applicable pour cette période;
4° la méthodologie tarifaire permet le développement équilibré des réseaux de distribution, conformément aux différents plans d'investissements de ces gestionnaires tels qu'approuvés, le cas échéant, par les autorités compétentes;
5° les éventuels critères de rejet de certains coûts sont non-discriminatoires et transparents;
6° les tarifs sont non discriminatoires et proportionnés. Ils respectent une allocation transparente des coûts;
7° la structure des tarifs favorise l'utilisation rationnelle de l'énergie et des infrastructures;
8° [2 Les différents tarifs sont conçus sur la base d'une structure uniforme sur le territoire desservi par le gestionnaire du réseau de distribution. En cas de fusion de gestionnaires de réseaux de distribution, des tarifs différents peuvent continuer à être appliqués dans chaque zone géographique desservie par les anciens gestionnaires de réseaux de distribution, afin de permettre la rationalisation visée par la fusion.]2
9° la rémunération normale des capitaux investis dans les actifs régulés doit permettre aux gestionnaires de réseau de distribution de réaliser les investissements nécessaires à l'exercice de leurs missions;
10° les coûts nets des missions de service public imposées par la loi, le décret ou l'ordonnance et leurs arrêtés d'exécution et non financés par des impôts, taxes, contributions et surcharges visés au 11°, sont pris en compte dans les tarifs de manière transparente et non discriminatoire conformément aux dispositions législatives et réglementaires applicables;
11° les impôts, taxes, surcharges et contributions de toute nature imposée par la loi, le décret ou l'ordonnance et leurs arrêtés d'exécution sont ajoutés aux tarifs automatiquement et dans les délais prévus par la procédure d'introduction et d'approbation des tarifs. La commission peut contrôler ces coûts sur la base des dispositions législatives et réglementaires applicables;
12° les achats de biens et services réalisés dans le respect de la législation sur les marchés publics sont réputés réalisés au prix du marché, sous réserve, le cas échéant, du pouvoir d'appréciation de la commission;
13° la méthodologie détermine les modalités d'intégration et de contrôle des coûts échoués constitués par les charges de pension complémentaire ou de pension du secteur public non capitalisées, versées à des agents ayant presté une activité régulée de distribution de gaz naturel, dues pour les années antérieures à la libéralisation en vertu des statuts, de conventions collectives du travail ou d'autres conventions suffisamment formalisées, approuvés avant le 30 avril 1999, ou versées à leurs ayants droit ou remboursées à leur employeur par un gestionnaire de réseau de distribution, peuvent être intégrés aux tarifs;
14° pour la détermination des soldes, positifs ou négatifs, dont elle décide la répartition pour la période régulatoire suivante, la commission fixe les coûts visés aux 10°, 11° et 13° ainsi que les coûts autres que ceux visés au § 2 (ii) qui sont récupérés ou rendus dans les tarifs de la période suivante;
15° sous réserve du contrôle de conformité de la commission, les tarifs permettent au gestionnaire de réseau de distribution dont l'efficacité se situe dans la moyenne du marché de recouvrer la totalité de ses coûts et une rémunération normale des capitaux. Toute méthode de contrôle des coûts reposant sur des techniques de comparaison doit tenir compte des différences objectives existant entre gestionnaires de réseau de distribution et qui ne peuvent être éliminées à l'initiative du gestionnaire concerné.
Toute décision utilisant des techniques de comparaison intègre des paramètres qualitatifs et est basée sur des données homogènes, transparentes, fiables et publiées ou intégralement communicables dans la motivation de la décision de la commission.
Toute comparaison avec d'autres gestionnaires de réseau de distribution est réalisée entre des sociétés ayant des activités similaires opérant dans des circonstances analogues;
16° les efforts de productivité éventuellement imposés aux gestionnaires de réseau de distribution ne peuvent mettre en péril à court ou à long terme la sécurité des personnes ou des biens ni la continuité de la fourniture;
17° la subsidiation croisée entre activités régulées et non régulées n'est pas autorisée;
18° les tarifs encouragent les gestionnaires de réseau de distribution à améliorer les performances, à favoriser l'intégration du marché et la sécurité de l'approvisionnement et à mener la recherche et le développement nécessaires à leurs activités, en tenant notamment compte de leurs plans d'investissement tels qu'approuvés, le cas échéant, par les autorités régionales compétentes;
19° les coûts visés aux 10°, 11° et 13° ne sont soumis ni à des décisions basées sur des méthodes de comparaison, ni à une régulation incitative;
20° les tarifs visent à offrir un juste équilibre entre la qualité des services prestés et les prix supportés par les clients finals.
La commission peut contrôler les coûts des gestionnaires de réseau de distribution sur la base des dispositions législatives et réglementaires applicables.
§ 6. Les gestionnaires de réseau de distribution établissent leurs propositions tarifaires dans le respect de la méthodologie tarifaire établie par la commission et introduisent celles-ci dans le respect de la procédure d'introduction et d'approbation des tarifs.
§ 7. La commission examine la proposition tarifaire, décide de l'approbation de celle-ci et communique sa décision motivée au gestionnaire de réseau de distribution dans le respect de la procédure d'introduction et d'approbation des tarifs.
§ 8. La procédure d'introduction et d'approbation des propositions tarifaires fait l'objet d'un accord entre la commission et les gestionnaires de réseau de distribution. à défaut d'accord, la procédure est la suivante :
1° le gestionnaire de réseau de distribution soumet, dans un délai raisonnable avant la fin de la dernière année de chaque période régulatoire en cours, sa proposition tarifaire accompagnée du budget pour la période régulatoire suivante sous la forme du modèle de rapport fixé par la commission conformément au § 5;
2° la proposition tarifaire accompagnée du budget est transmise en trois exemplaires par porteur avec accusé de réception à la commission. Le gestionnaire de réseau de distribution transmet également une version électronique sur la base de laquelle la commission peut, au besoin, retravailler la proposition tarifaire accompagnée du budget;
3° dans un délai raisonnable suivant la réception de la proposition tarifaire accompagnée du budget, la commission confirme au gestionnaire de réseau de distribution, par lettre par porteur avec accusé de réception, ainsi que par courrier électronique, que le dossier est complet ou elle lui fait parvenir une liste des informations complémentaires qu'il devra fournir.
Dans un délai raisonnable suivant la réception de la lettre susvisée dans laquelle des informations complémentaires lui ont été demandées, le gestionnaire de réseau de distribution transmet ces informations à la commission en trois exemplaires par lettre par porteur avec accusé de réception. Le gestionnaire de réseau de distribution transmet également une version électronique des réponses et des renseignements complémentaires à la commission;
4° dans les un délai raisonnable suivant la réception de la proposition tarifaire visée au 2° ou, le cas échéant, dans un délai raisonnable suivant la réception des réponses et des informations complémentaires du gestionnaire de réseau de distribution visées au 3°, la commission informe ce gestionnaire par lettre par porteur avec accusé de réception, de sa décision d'approbation ou de son projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget concerné.
Dans son projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget, la commission indique de manière motivée les points que le gestionnaire de réseau de distribution doit adapter pour obtenir une décision d'approbation de la commission. La commission est habilitée à demander au gestionnaire du réseau de distribution de modifier sa proposition tarifaire pour faire en sorte que celle-ci soit proportionnée et appliquée de manière non-discriminatoire;
5° si la commission refuse la proposition tarifaire accompagnée du budget du gestionnaire de réseau de distribution dans son projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget, ce gestionnaire peut communiquer ses objections à ce sujet à la commission dans un délai raisonnable suivant la réception de ce projet de décision.
Ces objections sont transmises à la commission par porteur avec accusé de réception, ainsi que sous forme électronique.
Le gestionnaire de réseau de distribution est entendu, à sa demande, dans les 20 jours ouvrables après réception du projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget par la commission.
Le cas échéant, le gestionnaire de réseau de distribution soumet, dans un délai raisonnable suivant la réception du projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget, à la commission par porteur avec accusé de réception, en trois exemplaires sa proposition tarifaire adaptée accompagnée du budget. Le gestionnaire de réseau de distribution remet aussi une copie électronique à la commission.
Dans un délai raisonnable suivant l'envoi par la commission du projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget ou, le cas échéant, dans un délai raisonnable après réception des objections ainsi que de la proposition tarifaire adaptée accompagnée du budget, la commission informe le gestionnaire de réseau de distribution, par lettre par porteur avec accusé de réception, ainsi que par voie électronique, de sa décision d'approbation ou de sa décision de refus de la proposition tarifaire, le cas échéant adaptée, accompagnée du budget;
6° si le gestionnaire de réseau de distribution ne respecte pas ses obligations dans les délais visés aux 1° à 5°, ou si la commission a pris la décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du budget ou de la proposition tarifaire adaptée accompagnée du budget adaptée, des tarifs provisoires sont d'application jusqu'à ce que toutes les objections de ce gestionnaire ou de la commission soient épuisées ou jusqu'à ce qu'un accord soit conclu entre la commission et le gestionnaire de réseau de distribution sur les points litigieux. La commission est habilitée, après concertation avec le gestionnaire de réseau de distribution, à arrêter des mesures compensatoires appropriées lorsque les tarifs définitifs s'écartent de ces tarifs provisoires;
7° en cas de passage à de nouveaux services et/ou d'adaptation de services existants, le gestionnaire de réseau de distribution peut soumettre une proposition tarifaire actualisée à l'approbation de la commission dans la période régulatoire. Cette proposition tarifaire actualisée tient compte de la proposition tarifaire approuvée par la commission, sans altérer l'intégrité de la structure tarifaire existante.
La proposition actualisée est introduite par le gestionnaire de réseau de distribution et traitée par la commission conformément à la procédure applicable, visée aux 1° à 6° qui précèdent, étant entendu que les délais visés sont réduits de moitié;
8° si des circonstances exceptionnelles surviennent au cours d'une période régulatoire indépendamment de la volonté du gestionnaire de réseau de distribution, celui-ci peut à tout moment de la période régulatoire soumettre à l'approbation de la commission une demande motivée de révision de sa proposition tarifaire, pour ce qui concerne les années suivantes de la période régulatoire.
La demande motivée de révision de la proposition tarifaire est introduite par le gestionnaire de réseau de distribution et traitée par la commission suivant la procédure applicable visée aux 1° à 6° étant entendu que les délais visés sont réduits de moitié;
9° la commission adapte, sans préjudice de sa possibilité de contrôler les coûts sur la base des dispositions légales et réglementaires applicables, les tarifs des gestionnaires de réseau de distribution à toutes modifications des obligations de service public, notamment régionales, qui leur sont applicables, au plus tard dans les trois mois de la transmission par ces gestionnaires de telles modifications. Les gestionnaires de réseau de distribution transmettent ces modifications à la commission dans le meilleur délai suite à leurs entrées en vigueur;
10° la commission publie sur son site Internet, de manière transparente, l'état de la procédure d'adoption des propositions tarifaires ainsi que, le cas échéant, les propositions tarifaires déposées par le gestionnaire du réseau.
§ 9. La commission établit la méthodologie tarifaire et exerce sa compétence tarifaire de manière à favoriser une régulation stable et prévisible contribuant au bon fonctionnement du marché libéralisé, et permettant au marché financier de déterminer avec une sécurité raisonnable la valeur du gestionnaire de réseau de distribution. Elle veille à maintenir la continuité des décisions qu'elle a prises au cours des périodes régulatoires antérieures, notamment en matière d'évaluation des actifs régulés.
§ 10. La commission exerce sa compétence tarifaire en tenant compte de la politique générale de l'énergie telle que définie dans la législation et la réglementation européenne, fédérale et régionale.
§ 11. Dans un souci de transparence dans la répercussion des coûts au client final, les différents éléments du tarif sont distingués sur la facture, en particulier en ce qui concerne les obligations de service public et leur contenu.
§ 12. La comptabilité des gestionnaires de réseau de distribution est tenue selon un plan comptable analytique uniforme par activité, établi sur proposition d'un ou plusieurs gestionnaires représentant au moins septante-cinq pour cent des entreprises exerçant la même activité et approuvé par la commission ou à défaut de proposition avant le 1er octobre 2011, établi par la commission après concertation avec les gestionnaires de réseau de distribution.
§ 13. La commission publie dans les trois jours ouvrables de leur approbation et maintient sur son site les tarifs et leur motivation, tout en préservant la confidentialité des informations commercialement sensibles concernant des fournisseurs ou des utilisateurs du réseau, des données à caractère personnel et/ou des données dont la confidentialité est protégée en vertu de législations spécifiques.
Les gestionnaires de réseau de distribution communiquent, dans les plus brefs délais, aux utilisateurs de leurs réseaux les tarifs qu'ils doivent appliquer et les mettent à la disposition de toutes les personnes qui en font la demande. Ils les communiquent également dans les plus brefs délais sur leur site Internet, avec un module de calcul précisant l'application pratique des tarifs. Les tarifs appliqués ne peuvent pas avoir d'effet rétroactif.
§ 14. La méthodologie tarifaire fixée par la commission ainsi que les décisions relatives aux propositions tarifaires prises par elle en application de cette méthodologie tarifaire peuvent faire l'objet d'un recours devant la [3 Cour des marchés]3 par toute personne justifiant d'un intérêt en application de l'article 15/20.
Un tel recours peut notamment être introduit lorsque :
- la décision de la commission ne respecte pas les orientations visées au présent article;
- la décision de la commission ne respecte pas la politique générale de l'énergie telle que définie dans la législation et la réglementation européenne, fédérale et régionale;
- la décision de la commission ne garantit pas les moyens nécessaires pour la réalisation des investissements des gestionnaires de réseau de distribution ou l'exécution de leur mission légale.]1
Art. 15/5ter_VLAAMS_GEWEST. [1 ...]1
Modifications
Art. 15/5ter _REGION_FLAMANDE. [1 ...]1
Modifications
Art. 15/5quater. [1 De commissie motiveert en rechtvaardigt volledig en op omstandige wijze de tariefbeslissingen, zowel op het vlak van de tariefmethodologieën als op het vlak van de tariefvoorstellen, teneinde de jurisdictionele controle ervan mogelijk te maken. Indien een beslissing op economische of technische overwegingen steunt, maakt de motivering melding van alle elementen die de beslissing rechtvaardigen.
Indien deze beslissingen op een vergelijking steunen, omvat de motivering alle gegevens die in aanmerking werden genomen om deze vergelijking te maken.
Krachtens haar transparantie- en motiveringsplicht publiceert de commissie op haar website de handelingen met individuele of collectieve draagwijdte die werden aangenomen in uitvoering van haar opdrachten krachtens artikel en 15/5bis tot 15/5quinquies, alsook iedere gerelateerde voorbereidende handeling, expertiseverslag, commentaar van de geraadpleegde partijen. Bij het verzekeren van deze openbaarheid vrijwaart zij de vertrouwelijkheid van de commerciële gevoelige informatie en/of informatie met een persoonlijk karakter. De commissie stelt hiertoe, na overleg met de betrokken aardgasbedrijven, richtsnoeren op die de informatie identificeren die binnen het toepassingsgebied van de vertrouwelijkheid vallen.
De commissie hecht aan haar definitieve handeling een commentaar dat de beslissing om de commentaren van de geconsulteerde partijen al dan niet in aanmerking te nemen rechtvaardigt.]1
Indien deze beslissingen op een vergelijking steunen, omvat de motivering alle gegevens die in aanmerking werden genomen om deze vergelijking te maken.
Krachtens haar transparantie- en motiveringsplicht publiceert de commissie op haar website de handelingen met individuele of collectieve draagwijdte die werden aangenomen in uitvoering van haar opdrachten krachtens artikel en 15/5bis tot 15/5quinquies, alsook iedere gerelateerde voorbereidende handeling, expertiseverslag, commentaar van de geraadpleegde partijen. Bij het verzekeren van deze openbaarheid vrijwaart zij de vertrouwelijkheid van de commerciële gevoelige informatie en/of informatie met een persoonlijk karakter. De commissie stelt hiertoe, na overleg met de betrokken aardgasbedrijven, richtsnoeren op die de informatie identificeren die binnen het toepassingsgebied van de vertrouwelijkheid vallen.
De commissie hecht aan haar definitieve handeling een commentaar dat de beslissing om de commentaren van de geconsulteerde partijen al dan niet in aanmerking te nemen rechtvaardigt.]1
Modifications
Art. 15/5quater. [1 La commission motive et justifie pleinement ainsi que de manière circonstanciée ses décisions en matière tarifaire, tant au niveau des méthodologies tarifaires que des propositions tarifaires, afin d'en permettre le contrôle juridictionnel. Lorsqu'une décision repose sur des motifs de nature économique ou technique, la motivation reprend tous les éléments qui justifient cette décision.
Lorsque ces décisions reposent sur une comparaison, la motivation comprend toutes les données prises en compte pour établir cette comparaison.
En vertu de son obligation de transparence et de motivation, la commission publie, sur son site Internet, les actes de portée individuelle ou collective adoptés en exécution de ses missions en vertu des articles 15/5bis à 15/5quinquies, ainsi que tout acte préparatoire, rapport d'experts, commentaire des parties consultées y afférents. Elle assure cette publicité en préservant la confidentialité des informations commercialement sensibles et/ou des données à caractère personnel. La commission établit à cette fin, après consultation des entreprises de gaz naturel concernées, des lignes directrices identifiant les informations tombant dans le champ de la confidentialité.
La commission joint à son acte définitif un commentaire justifiant la prise en compte ou non des commentaires émis par les parties consultées.]1
Lorsque ces décisions reposent sur une comparaison, la motivation comprend toutes les données prises en compte pour établir cette comparaison.
En vertu de son obligation de transparence et de motivation, la commission publie, sur son site Internet, les actes de portée individuelle ou collective adoptés en exécution de ses missions en vertu des articles 15/5bis à 15/5quinquies, ainsi que tout acte préparatoire, rapport d'experts, commentaire des parties consultées y afférents. Elle assure cette publicité en préservant la confidentialité des informations commercialement sensibles et/ou des données à caractère personnel. La commission établit à cette fin, après consultation des entreprises de gaz naturel concernées, des lignes directrices identifiant les informations tombant dans le champ de la confidentialité.
La commission joint à son acte définitif un commentaire justifiant la prise en compte ou non des commentaires émis par les parties consultées.]1
Modifications
Art. 15/5quater_VLAAMS_GEWEST. [1 ...]1
Modifications
Art. 15/5quater _REGION_FLAMANDE. [1 ...]1
Modifications
Art. 15/5quinquies. [1 § 1. De koninklijke besluiten van 8 juni 2007 betreffende de algemene tariefstructuur en de basisprincipes en procedures inzake de tarieven en de boekhouding van de beheerders bedoeld in de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, en actief op het Belgisch grondgebied voor hun uitbreidingen van installaties of nieuwe aardgasvervoersinstallaties voor opslag van aardgas en voor hun uitbreidingen van installaties of nieuwe aardgasvervoersinstallaties voor LNG, alsook voor hun uitbreidingen van installaties of nieuwe aardgasvervoersnetten voor de capaciteit bestemd voor doorvoer, noodzakelijk om de ontwikkeling op lange termijn van deze installaties toe te laten, en betreffende de methodologie voor het vaststellen van het totale inkomen dat de billijke marge bevat, betreffende de algemene tariefstructuur, de basisprincipes en procedures inzake tarieven, de procedures, de bekendmaking van de tarieven, de jaarverslagen, de boekhouding, de kostenbeheersing, betreffende de inkomensverschillen van de beheerders en de objectieve indexeringsformule bedoeld in de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, alsook het koninklijk besluit van 2 september 2008 betreffende de regels met betrekking tot de vaststelling van en de controle op het totaal inkomen en de billijke winstmarge, de algemene tariefstructuur, het saldo tussen kosten en ontvangsten en de basisprincipes en procedures inzake het voorstel en de goedkeuring van de tarieven, van de rapportering en kostenbeheersing door de beheerders van de distributienetten voor aardgas, zoals bekrachtigd door de wet van 15 december 2009 houdende bekrachtiging van diverse koninklijke besluiten genomen krachtens de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, worden opgeheven.
§ 2. Als overgangsmaatregel, kan de commissie de tarieven die bestaan op de datum van de bekendmaking van de wet van 8 januari 2012 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, verlengen of elke andere overgangsmaatregel treffen die zij dienstig zou achten ten gevolge van de inwerkingtreding van de voormelde wet tot de goedkeuring van de tariefmethodologie met toepassing van voormelde artikel 15/5bis en 15/5ter. Wanneer zij gebruik maakt van deze paragraaf, houdt de commissie rekening met de richtsnoeren van artikel 15/5bis, § 5, evenals met deze van artikel 15/5ter, § 5.]1
§ 2. Als overgangsmaatregel, kan de commissie de tarieven die bestaan op de datum van de bekendmaking van de wet van 8 januari 2012 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, verlengen of elke andere overgangsmaatregel treffen die zij dienstig zou achten ten gevolge van de inwerkingtreding van de voormelde wet tot de goedkeuring van de tariefmethodologie met toepassing van voormelde artikel 15/5bis en 15/5ter. Wanneer zij gebruik maakt van deze paragraaf, houdt de commissie rekening met de richtsnoeren van artikel 15/5bis, § 5, evenals met deze van artikel 15/5ter, § 5.]1
Modifications
Art. 15/5quinquies. [1 § 1er. Les arrêtés royaux du 8 juin 2007 relatif à la structure tarifaire générale et aux principes de base et procédures en matière de tarifs et de comptabilité des gestionnaires visés à la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations et actifs sur le territoire belge, pour leurs extensions d'installations ou leurs nouvelles installations de transport de gaz naturel pour le stockage de gaz naturel et leurs extensions d'installations ou leurs nouvelles installations de transport de gaz naturel de GNL, ainsi que pour leurs extensions d'installations ou leurs nouvelles installations de transport de gaz naturel pour la capacité destinée au transit et nécessaires pour permettre le développement à long terme de ces installations et relatif à la méthodologie pour déterminer le revenu total comprenant la marge équitable, à la structure tarifaire générale, aux principes de base en matière de tarifs, aux procédures, à la publication des tarifs, aux rapports annuels, à la comptabilité, à la maîtrise des coûts, aux écarts de revenu des gestionnaires et à la formule objective d'indexation visés par la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisation, ainsi que l'arrêté royal du 2 septembre 2008 relatif aux règles en matière de fixation et de contrôle du revenu total et de la marge bénéficiaire équitable, de la structure tarifaire générale, du solde entre les coûts et les recettes et des principes de base et procédures en matière de proposition et d'approbation des tarifs, du rapport et de la maîtrise des coûts par les gestionnaires des réseaux de distribution de gaz naturel, tel que confirmé par la loi du 15 décembre 2009 portant confirmation de divers arrêtés royaux pris en vertu de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations, sont abrogés.
§ 2. à titre transitoire, la commission peut prolonger les tarifs existant à la date de la publication de la loi du 8 janvier 2012 portant modifications de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations ou prendre toutes autres mesures transitoires qu'elle jugerait utile suite à l'entrée en vigueur de la loi précitée jusqu'à l'adoption de méthodologies tarifaires en application des articles 15/5bis et 15/5ter qui précèdent. Lorsqu'elle fait usage du présent paragraphe, la commission tient compte des lignes directrices de l'article 15/5bis, § 5, ainsi que de celles de l'article 15/5ter, § 5.]1
§ 2. à titre transitoire, la commission peut prolonger les tarifs existant à la date de la publication de la loi du 8 janvier 2012 portant modifications de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations ou prendre toutes autres mesures transitoires qu'elle jugerait utile suite à l'entrée en vigueur de la loi précitée jusqu'à l'adoption de méthodologies tarifaires en application des articles 15/5bis et 15/5ter qui précèdent. Lorsqu'elle fait usage du présent paragraphe, la commission tient compte des lignes directrices de l'article 15/5bis, § 5, ainsi que de celles de l'article 15/5ter, § 5.]1
Modifications
Art. 15/5quinquies_VLAAMS_GEWEST. [1 § 1. De koninklijke besluiten van 8 juni 2007 betreffende de algemene tariefstructuur en de basisprincipes en procedures inzake de tarieven en de boekhouding van de beheerders bedoeld in de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, en actief op het Belgisch grondgebied voor hun uitbreidingen van installaties of nieuwe aardgasvervoersinstallaties voor opslag van aardgas en voor hun uitbreidingen van installaties of nieuwe aardgasvervoersinstallaties voor LNG, alsook voor hun uitbreidingen van installaties of nieuwe aardgasvervoersnetten voor de capaciteit bestemd voor doorvoer, noodzakelijk om de ontwikkeling op lange termijn van deze installaties toe te laten, en betreffende de methodologie voor het vaststellen van het totale inkomen dat de billijke marge bevat, betreffende de algemene tariefstructuur, de basisprincipes en procedures inzake tarieven, de procedures, de bekendmaking van de tarieven, de jaarverslagen, de boekhouding, de kostenbeheersing, betreffende de inkomensverschillen van de beheerders en de objectieve indexeringsformule bedoeld in de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, alsook het koninklijk besluit van 2 september 2008 betreffende de regels met betrekking tot de vaststelling van en de controle op het totaal inkomen en de billijke winstmarge, de algemene tariefstructuur, het saldo tussen kosten en ontvangsten en de basisprincipes en procedures inzake het voorstel en de goedkeuring van de tarieven, van de rapportering en kostenbeheersing door de beheerders van de distributienetten voor aardgas, zoals bekrachtigd door de wet van 15 december 2009 houdende bekrachtiging van diverse koninklijke besluiten genomen krachtens de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, worden opgeheven.
§ 2. [2 ...]2]1
§ 2. [2 ...]2]1
Art. 15/5quinquies _REGION_FLAMANDE.
[1 § 1er. Les arrêtés royaux du 8 juin 2007 relatif à la structure tarifaire générale et aux principes de base et procédures en matière de tarifs et de comptabilité des gestionnaires visés à la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations et actifs sur le territoire belge, pour leurs extensions d'installations ou leurs nouvelles installations de transport de gaz naturel pour le stockage de gaz naturel et leurs extensions d'installations ou leurs nouvelles installations de transport de gaz naturel de GNL, ainsi que pour leurs extensions d'installations ou leurs nouvelles installations de transport de gaz naturel pour la capacité destinée au transit et nécessaires pour permettre le développement à long terme de ces installations et relatif à la méthodologie pour déterminer le revenu total comprenant la marge équitable, à la structure tarifaire générale, aux principes de base en matière de tarifs, aux procédures, à la publication des tarifs, aux rapports annuels, à la comptabilité, à la maîtrise des coûts, aux écarts de revenu des gestionnaires et à la formule objective d'indexation visés par la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisation, ainsi que l'arrêté royal du 2 septembre 2008 relatif aux règles en matière de fixation et de contrôle du revenu total et de la marge bénéficiaire équitable, de la structure tarifaire générale, du solde entre les coûts et les recettes et des principes de base et procédures en matière de proposition et d'approbation des tarifs, du rapport et de la maîtrise des coûts par les gestionnaires des réseaux de distribution de gaz naturel, tel que confirmé par la loi du 15 décembre 2009 portant confirmation de divers arrêtés royaux pris en vertu de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations, sont abrogés.
§ 2. [2 ...]2]1
[1 § 1er. Les arrêtés royaux du 8 juin 2007 relatif à la structure tarifaire générale et aux principes de base et procédures en matière de tarifs et de comptabilité des gestionnaires visés à la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations et actifs sur le territoire belge, pour leurs extensions d'installations ou leurs nouvelles installations de transport de gaz naturel pour le stockage de gaz naturel et leurs extensions d'installations ou leurs nouvelles installations de transport de gaz naturel de GNL, ainsi que pour leurs extensions d'installations ou leurs nouvelles installations de transport de gaz naturel pour la capacité destinée au transit et nécessaires pour permettre le développement à long terme de ces installations et relatif à la méthodologie pour déterminer le revenu total comprenant la marge équitable, à la structure tarifaire générale, aux principes de base en matière de tarifs, aux procédures, à la publication des tarifs, aux rapports annuels, à la comptabilité, à la maîtrise des coûts, aux écarts de revenu des gestionnaires et à la formule objective d'indexation visés par la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisation, ainsi que l'arrêté royal du 2 septembre 2008 relatif aux règles en matière de fixation et de contrôle du revenu total et de la marge bénéficiaire équitable, de la structure tarifaire générale, du solde entre les coûts et les recettes et des principes de base et procédures en matière de proposition et d'approbation des tarifs, du rapport et de la maîtrise des coûts par les gestionnaires des réseaux de distribution de gaz naturel, tel que confirmé par la loi du 15 décembre 2009 portant confirmation de divers arrêtés royaux pris en vertu de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations, sont abrogés.
§ 2. [2 ...]2]1
Art. 15/5sexies.
Art. 15/5sexies.
Art. 15/5septies.
Art. 15/5septies.
Art. 15/5octies.
Art. 15/5octies.
Art. 15/5nonies.
Art. 15/5nonies.
Art. 15/5decies.
Art. 15/5decies.
Art. 15/5undecies. § 1. [2 Na raadpleging van de netgebruikers en van de netbeheerder, stelt de commissie een gedragscode vast met betrekking tot het beheer van het aardgasvervoersnet en in het bijzonder met betrekking tot:
1° de voorwaarden voor de aansluiting op het vervoersnet en voor de toegang ertoe, alsook voor de toegang tot de opslaginstallatie voor aardgas en tot de LNG-installatie;
2° de voorwaarden inzake de verstrekking van balanceringsdiensten;
3° de voorwaarden inzake de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuren, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer.]2
De gedragscode bepaalt :
1° de procedures en regels inzake [2 de indiening en de behandeling van de aanvraag van aansluiting en]2 van toegang tot het net;
2° de gegevens die de gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie aan de beheerder van het aardgasvervoersnet, aan de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en aan de beheerder van de LNG-installatie moeten verstrekken;
3° de voorzorgsmaatregelen die de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie dienen te nemen om de vertrouwelijkheid van de commerciële gegevens met betrekking tot de gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie te beschermen;
4° de termijnen waarbinnen de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie moeten antwoorden op de aanvragen om toe te treden [2 en aan te sluiten op]2 tot hun net en hun installatie;
5° de maatregelen om elke discriminatie tussen gebruikers of categorieën gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie te vermijden;
6° [2 ...]2
7° de basisbeginselen met betrekking tot de rechten en verplichtingen van, enerzijds, de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie, en, anderzijds, de gebruikers voor de toegang tot [2 en de aansluiting op]2 het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie;
8° de basisbeginselen met betrekking tot facturering [2 die verband houdt met aansluiting op en toegang tot het vervoersnet]2;
9° de basisbeginselen met betrekking tot de rechten en verplichtingen van, enerzijds, de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie en, anderzijds, de gebruikers van het desbetreffende aardgasvervoersnet, van de opslaginstallatie voor aardgas of van de LNG-installatie inzake het gebruik ervan en meer bepaald, inzake onderhandelingen over de toegang tot vervoer, over het congestiebeheer en over de publicatie van informatie;
10° maatregelen die in het verbintenissenprogramma moeten worden opgenomen om te waarborgen dat ieder discriminerend gedrag is uitgesloten en om te voorzien in een adequaat toezicht op de naleving ervan. Het programma bevat de specifieke verplichtingen van de werknemers ter verwezenlijking van die doelstelling. De persoon of instantie die verantwoordelijk is voor het toezicht op het verbintenissenprogramma dient bij de Commissie jaarlijks een verslag in waarin de genomen maatregelen worden uiteengezet. Dit verslag wordt gepubliceerd;
11° de vereisten inzake onafhankelijkheid van het personeel van de beheerders ten opzichte van de producenten, distributeurs, leveranciers en tussenpersonen.
(12° de regels en de organisatie van de secundaire markt waarvan sprake in artikel 15/1, § 1, 9°bis;
13° de basisprincipes betreffende de organisatie van de toegang tot de hubs;)
[3 14° de verplichting voor de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie om technische voorschriften bekend te maken overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2009/73/EG, met name met betrekking tot netaansluitingsregels die voorschriften voor gaskwaliteit, geurtoevoeging en gasdruk bevatten en om de aansluitingstarieven voor gas uit hernieuwbare bronnen bekend te maken; die tarieven moeten gebaseerd zijn op objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria.]3
De toekenning en het behoud van elke vervoers- of leveringsvergunning zijn onderworpen aan het naleven van de gedragscode.
[2 § 1/1. Op voorstel van de commissie en na overleg met de netbeheerder, bepaalt de Koning:
1° de vereisten inzake onafhankelijkheid van de personeelsleden en van het directiecomité van de netbeheerder ten opzichte van de gebruikers van het net en tussenpersonen
2° de maatregelen ter voorkoming van elke discriminatie tussen netgebruikers of categorieën van netgebruikers en, in het bijzonder, elke discriminatie ten gunste van met de netbeheerder verbonden ondernemingen.]2
[2 § 1/2. De commissie en de Algemene Directie Energie informeren elkaar regelmatig en minstens twee maal per jaar over hun werkzaamheden betreffende de gedragscode en betreffende de uitvoering van deze wet.]2
§ 2. Onverminderd elke wettelijke verplichting om gegevens bekend te maken, bewaren de aardgasondernemingen de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens die zij van derden verkregen hebben in het kader van de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie of van onderhandelingen hierover. Zij onthouden zich ervan deze gegevens te gebruiken voor hun eigen verkopen of aankopen van aardgas.
[1 § 3. De beheerder van een interconnector is gehouden de volgende verplichtingen te respecteren:
1° hij ontwikkelt, exploiteert en onderhoudt de interconnector en houdt toezicht op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de doeltreffendheid van de interconnector, en dit in economisch aanvaardbare omstandigheden, met respect voor het milieu en de energie-efficiëntie;
2° op de beheerder van een interconnector zijn van toepassing de netwerkcodes en de Europese richtlijnen, vastgesteld op basis van de Verordening (EG) nr. 715/2009, rekening houdende met de specifieke aard van de interconnector;
3° alle netgebruikers hebben toegang tot de interconnector en de vervoersdiensten op korte en op lange termijn en dit op een niet-discriminerende en transparante wijze, met gebruikmaking van een transportcontract;
4° de voorwaarden voor toegang tot de interconnector en de vervoersdiensten, inclusief de procedures voor toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, moeten bevorderlijk zijn voor een efficiënte grensoverschrijdende handel in gas en voor de concurrentie. Zij streven naar convergentie met de voorwaarden voor toegang tot de vervoersdiensten, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, van de aansluitende vervoersnetten.
Ruim voor de inwerkingtreding stelt de beheerder van een interconnector een transportcontract op dat op een gedetailleerde wijze bovenvermelde verplichtingen uiteenzet. Het transportcontract bestaat uit een toegangscontract, een toegangsreglement en een toegangsprogramma. Na raadpleging van de markt wordt het transportcontract door de beheerder van een interconnector bij de commissie ingediend voor goedkeuring.
De commissie is bevoegd om zo nodig van de beheerder van een interconnector te verlangen dat hij de voorwaarden van het transportcontract wijzigt om ervoor te zorgen dat deze evenredig zijn en op niet-discriminerende wijze worden toegepast.
Iedere wijziging van het transportcontract, op initiatief van de beheerder van een interconnector of op vraag van de commissie, kan pas in werking treden na raadpleging van de markt en mits goedkeuring door de commissie.]1
1° de voorwaarden voor de aansluiting op het vervoersnet en voor de toegang ertoe, alsook voor de toegang tot de opslaginstallatie voor aardgas en tot de LNG-installatie;
2° de voorwaarden inzake de verstrekking van balanceringsdiensten;
3° de voorwaarden inzake de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuren, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer.]2
De gedragscode bepaalt :
1° de procedures en regels inzake [2 de indiening en de behandeling van de aanvraag van aansluiting en]2 van toegang tot het net;
2° de gegevens die de gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie aan de beheerder van het aardgasvervoersnet, aan de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en aan de beheerder van de LNG-installatie moeten verstrekken;
3° de voorzorgsmaatregelen die de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie dienen te nemen om de vertrouwelijkheid van de commerciële gegevens met betrekking tot de gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie te beschermen;
4° de termijnen waarbinnen de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie moeten antwoorden op de aanvragen om toe te treden [2 en aan te sluiten op]2 tot hun net en hun installatie;
5° de maatregelen om elke discriminatie tussen gebruikers of categorieën gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie te vermijden;
6° [2 ...]2
7° de basisbeginselen met betrekking tot de rechten en verplichtingen van, enerzijds, de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie, en, anderzijds, de gebruikers voor de toegang tot [2 en de aansluiting op]2 het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie;
8° de basisbeginselen met betrekking tot facturering [2 die verband houdt met aansluiting op en toegang tot het vervoersnet]2;
9° de basisbeginselen met betrekking tot de rechten en verplichtingen van, enerzijds, de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie en, anderzijds, de gebruikers van het desbetreffende aardgasvervoersnet, van de opslaginstallatie voor aardgas of van de LNG-installatie inzake het gebruik ervan en meer bepaald, inzake onderhandelingen over de toegang tot vervoer, over het congestiebeheer en over de publicatie van informatie;
10° maatregelen die in het verbintenissenprogramma moeten worden opgenomen om te waarborgen dat ieder discriminerend gedrag is uitgesloten en om te voorzien in een adequaat toezicht op de naleving ervan. Het programma bevat de specifieke verplichtingen van de werknemers ter verwezenlijking van die doelstelling. De persoon of instantie die verantwoordelijk is voor het toezicht op het verbintenissenprogramma dient bij de Commissie jaarlijks een verslag in waarin de genomen maatregelen worden uiteengezet. Dit verslag wordt gepubliceerd;
11° de vereisten inzake onafhankelijkheid van het personeel van de beheerders ten opzichte van de producenten, distributeurs, leveranciers en tussenpersonen.
(12° de regels en de organisatie van de secundaire markt waarvan sprake in artikel 15/1, § 1, 9°bis;
13° de basisprincipes betreffende de organisatie van de toegang tot de hubs;)
[3 14° de verplichting voor de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie om technische voorschriften bekend te maken overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2009/73/EG, met name met betrekking tot netaansluitingsregels die voorschriften voor gaskwaliteit, geurtoevoeging en gasdruk bevatten en om de aansluitingstarieven voor gas uit hernieuwbare bronnen bekend te maken; die tarieven moeten gebaseerd zijn op objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria.]3
De toekenning en het behoud van elke vervoers- of leveringsvergunning zijn onderworpen aan het naleven van de gedragscode.
[2 § 1/1. Op voorstel van de commissie en na overleg met de netbeheerder, bepaalt de Koning:
1° de vereisten inzake onafhankelijkheid van de personeelsleden en van het directiecomité van de netbeheerder ten opzichte van de gebruikers van het net en tussenpersonen
2° de maatregelen ter voorkoming van elke discriminatie tussen netgebruikers of categorieën van netgebruikers en, in het bijzonder, elke discriminatie ten gunste van met de netbeheerder verbonden ondernemingen.]2
[2 § 1/2. De commissie en de Algemene Directie Energie informeren elkaar regelmatig en minstens twee maal per jaar over hun werkzaamheden betreffende de gedragscode en betreffende de uitvoering van deze wet.]2
§ 2. Onverminderd elke wettelijke verplichting om gegevens bekend te maken, bewaren de aardgasondernemingen de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens die zij van derden verkregen hebben in het kader van de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie of van onderhandelingen hierover. Zij onthouden zich ervan deze gegevens te gebruiken voor hun eigen verkopen of aankopen van aardgas.
[1 § 3. De beheerder van een interconnector is gehouden de volgende verplichtingen te respecteren:
1° hij ontwikkelt, exploiteert en onderhoudt de interconnector en houdt toezicht op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de doeltreffendheid van de interconnector, en dit in economisch aanvaardbare omstandigheden, met respect voor het milieu en de energie-efficiëntie;
2° op de beheerder van een interconnector zijn van toepassing de netwerkcodes en de Europese richtlijnen, vastgesteld op basis van de Verordening (EG) nr. 715/2009, rekening houdende met de specifieke aard van de interconnector;
3° alle netgebruikers hebben toegang tot de interconnector en de vervoersdiensten op korte en op lange termijn en dit op een niet-discriminerende en transparante wijze, met gebruikmaking van een transportcontract;
4° de voorwaarden voor toegang tot de interconnector en de vervoersdiensten, inclusief de procedures voor toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, moeten bevorderlijk zijn voor een efficiënte grensoverschrijdende handel in gas en voor de concurrentie. Zij streven naar convergentie met de voorwaarden voor toegang tot de vervoersdiensten, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, van de aansluitende vervoersnetten.
Ruim voor de inwerkingtreding stelt de beheerder van een interconnector een transportcontract op dat op een gedetailleerde wijze bovenvermelde verplichtingen uiteenzet. Het transportcontract bestaat uit een toegangscontract, een toegangsreglement en een toegangsprogramma. Na raadpleging van de markt wordt het transportcontract door de beheerder van een interconnector bij de commissie ingediend voor goedkeuring.
De commissie is bevoegd om zo nodig van de beheerder van een interconnector te verlangen dat hij de voorwaarden van het transportcontract wijzigt om ervoor te zorgen dat deze evenredig zijn en op niet-discriminerende wijze worden toegepast.
Iedere wijziging van het transportcontract, op initiatief van de beheerder van een interconnector of op vraag van de commissie, kan pas in werking treden na raadpleging van de markt en mits goedkeuring door de commissie.]1
Art. 15/5undecies. § 1er. [2 Après consultation des utilisateurs du réseau et du gestionnaire du réseau, la commission établit un code de bonne conduite en matière de gestion du réseau de transport de gaz naturel, et en particulier en ce qui concerne :
1° les conditions de raccordement au réseau de transport et d'accès à celui-ci, ainsi que d'accès à l'installation de stockage de gaz naturel et à l'installation de GNL ;
2° les conditions de la prestation de services d'équilibrage ;
3° les conditions de l'accès aux infrastructures transfrontalières, y compris les procédures d'attribution des capacités et de gestion de la congestion.]2
Le code de bonne conduite définit :
1° les procédures et modalités [2 d'introduction et de traitement de la demande de raccordement et]2 d'accès au réseau;
2° les informations a fournir par les utilisateurs du réseau de transport de gaz naturel, de l'installation de stockage de gaz naturel et de l'installation de GNL au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, au gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et au gestionnaire d'installation de GNL;
3° les précautions à prendre par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL en vue de préserver la confidentialité des données commerciales relatives aux utilisateurs du réseau de transport de gaz naturel, de l'installation de stockage de gaz naturel of de l'installation de GNL;
4° les délais dans lesquels le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL doivent répondre aux demandes d'accès [2 et de raccordement]2 à leur réseau et à leur installation;
5° les mesures visant à éviter toute discrimination entre des utilisateurs ou catégories d'utilisateurs du réseau de transport de gaz naturel, de l'installation de stockage de gaz naturel ou de l'installation de GNL;
6° [2 ...]2
7° les principes de base relatifs aux droits et obligations, d'une part, du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, du gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et du gestionnaire d'installation de GNL et, d'autre part, des utilisateurs du réseau de transport de gaz naturel, de l'installation de stockage de gaz naturel ou de l'installation de GNL, pour l'accès [2 et le raccordement]2 à ceux ci;
8° les principes de base en matière de facturation [2 liée au raccordement et à l'accès au réseau de transport]2;
9° les principes de base relatifs aux droits et obligations, d'une part, du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, du gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et du gestionnaire d'installation de GNL et, d'autre part, les utilisateurs du réseau de transport de gaz naturel, de l'installation de stockage de gaz naturel ou de l'installation de GNL en matière d'utilisation de ceux-ci, notamment en matière de négociation pour l'accès aux capacites de transports, pour la gestion des congestions et pour la publication d'information;
10° [2 ...]2
11° [2 ...]2
(12° les règles et l'organisation du marché secondaire visées à l'article 15/1, § 1er, 9°bis ;
13° les principes de base relatifs à l'organisation de l'accès aux hubs;)
[3 14° l'obligation pour le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL de publier des prescriptions techniques conformément à l'article 8 de la directive 2009/73/CE, en particulier des règles de connexion au réseau comportant des prescriptions en matière de qualité, d'odoration et de pression du gaz et de publier leurs tarifs de connexion de gaz issu de sources renouvelables, lesquels doivent se fonder sur des critères objectifs, transparents et non discriminatoires.]3
L'octroi et le maintien de toute autorisation de transport ou de fourniture sont subordonnés au respect du code de bonne conduite.
[2 § 1/1. Sur proposition de la commission et après concertation avec le gestionnaire du réseau, le Roi définit :
1° les exigences en matière d'indépendance des membres du personnel et du comité de direction du gestionnaire du réseau à l'égard des utilisateurs du réseau et intermédiaires ;
2° les mesures visant à éviter toute discrimination entre des utilisateurs ou catégories d'utilisateurs du réseau et, en particulier, toute discrimination en faveur d'entreprises liées au gestionnaire du réseau.]2
[2 § 1/2. La commission et la Direction générale de l'Energie s'informent régulièrement et au moins deux fois par an de leurs activités concernant le code de bonne conduite et concernant l'exécution de la présente loi.]2
§ 2. Sans préjudice de toute obligation légale de divulguer des informations, les entreprises de gaz naturel préservent la confidentialité des informations commercialement sensibles qu'elles ont obtenues de tiers dans le cadre de l'accès au réseau de transport de gaz naturel, à l'installation de stockage de gaz naturel ou à l'installation de GNL ou de négociations à ce sujet. Elles s'abstiennent d'exploiter ces informations pour leurs propres ventes ou achats de gaz naturel.
[1 § 3. Le gestionnaire d'une interconnexion est tenu de respecter les obligations suivantes:
1° il développe, exploite et entretient l'interconnexion et en contrôle la sécurité, la fiabilité et l'efficacité de l'interconnexion, et ce dans des conditions économiquement acceptables, dans le respect de l'environnement et de l'efficacité énergétique;
2° les codes de réseau et les directives européennes adoptées sur la base du règlement (CE) n° 715/2009 sont applicables au gestionnaire d'une interconnexion, étant tenu compte de la nature particulière d'une interconnexion;
3° tous les utilisateurs du réseau ont accès à l'interconnexion et aux services de transport à court et à long terme et ce d'une manière non-discriminatoire et transparente, en utilisant un contrat de transport;
4° les conditions d'accès à l'interconnexion et aux services de transport, y compris les procédures d'allocation de capacité et de gestion de la congestion, doivent favoriser l'efficacité des échanges de gaz transfrontaliers et la concurrence. Elles visent à converger avec les conditions d'accès aux services de transport, y compris les procédures d'allocation de capacité et de gestion de la congestion, des réseaux de transport interconnectés.
Avant son entrée en vigueur, le gestionnaire d'une interconnexion élabore un contrat de transport qui définit de manière détaillée les obligations mentionnées ci-dessus. Le contrat de transport est composé d'un contrat d'accès, d'un règlement d'accès et d'un programme d'accès. Après consultation du marché, le contrat de transport est soumis à l'approbation de la commission par le gestionnaire d'une interconnexion.
La commission est compétente pour, le cas échéant, exiger de la part d'un gestionnaire d'une interconnexion de modifier les conditions du contrat de transport afin de veiller à ce que celles-ci soient proportionnées et appliquées d'une manière non-discriminatoire.
Toute modification du contrat de transport, à l'initiative du gestionnaire d'une interconnexion ou à la demande de la commission, ne peut entrer en vigueur qu'après une consultation du marché et sous réserve d'une approbation par la commission.]1
1° les conditions de raccordement au réseau de transport et d'accès à celui-ci, ainsi que d'accès à l'installation de stockage de gaz naturel et à l'installation de GNL ;
2° les conditions de la prestation de services d'équilibrage ;
3° les conditions de l'accès aux infrastructures transfrontalières, y compris les procédures d'attribution des capacités et de gestion de la congestion.]2
Le code de bonne conduite définit :
1° les procédures et modalités [2 d'introduction et de traitement de la demande de raccordement et]2 d'accès au réseau;
2° les informations a fournir par les utilisateurs du réseau de transport de gaz naturel, de l'installation de stockage de gaz naturel et de l'installation de GNL au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, au gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et au gestionnaire d'installation de GNL;
3° les précautions à prendre par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL en vue de préserver la confidentialité des données commerciales relatives aux utilisateurs du réseau de transport de gaz naturel, de l'installation de stockage de gaz naturel of de l'installation de GNL;
4° les délais dans lesquels le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL doivent répondre aux demandes d'accès [2 et de raccordement]2 à leur réseau et à leur installation;
5° les mesures visant à éviter toute discrimination entre des utilisateurs ou catégories d'utilisateurs du réseau de transport de gaz naturel, de l'installation de stockage de gaz naturel ou de l'installation de GNL;
6° [2 ...]2
7° les principes de base relatifs aux droits et obligations, d'une part, du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, du gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et du gestionnaire d'installation de GNL et, d'autre part, des utilisateurs du réseau de transport de gaz naturel, de l'installation de stockage de gaz naturel ou de l'installation de GNL, pour l'accès [2 et le raccordement]2 à ceux ci;
8° les principes de base en matière de facturation [2 liée au raccordement et à l'accès au réseau de transport]2;
9° les principes de base relatifs aux droits et obligations, d'une part, du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, du gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et du gestionnaire d'installation de GNL et, d'autre part, les utilisateurs du réseau de transport de gaz naturel, de l'installation de stockage de gaz naturel ou de l'installation de GNL en matière d'utilisation de ceux-ci, notamment en matière de négociation pour l'accès aux capacites de transports, pour la gestion des congestions et pour la publication d'information;
10° [2 ...]2
11° [2 ...]2
(12° les règles et l'organisation du marché secondaire visées à l'article 15/1, § 1er, 9°bis ;
13° les principes de base relatifs à l'organisation de l'accès aux hubs;)
[3 14° l'obligation pour le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel et le gestionnaire d'installation de GNL de publier des prescriptions techniques conformément à l'article 8 de la directive 2009/73/CE, en particulier des règles de connexion au réseau comportant des prescriptions en matière de qualité, d'odoration et de pression du gaz et de publier leurs tarifs de connexion de gaz issu de sources renouvelables, lesquels doivent se fonder sur des critères objectifs, transparents et non discriminatoires.]3
L'octroi et le maintien de toute autorisation de transport ou de fourniture sont subordonnés au respect du code de bonne conduite.
[2 § 1/1. Sur proposition de la commission et après concertation avec le gestionnaire du réseau, le Roi définit :
1° les exigences en matière d'indépendance des membres du personnel et du comité de direction du gestionnaire du réseau à l'égard des utilisateurs du réseau et intermédiaires ;
2° les mesures visant à éviter toute discrimination entre des utilisateurs ou catégories d'utilisateurs du réseau et, en particulier, toute discrimination en faveur d'entreprises liées au gestionnaire du réseau.]2
[2 § 1/2. La commission et la Direction générale de l'Energie s'informent régulièrement et au moins deux fois par an de leurs activités concernant le code de bonne conduite et concernant l'exécution de la présente loi.]2
§ 2. Sans préjudice de toute obligation légale de divulguer des informations, les entreprises de gaz naturel préservent la confidentialité des informations commercialement sensibles qu'elles ont obtenues de tiers dans le cadre de l'accès au réseau de transport de gaz naturel, à l'installation de stockage de gaz naturel ou à l'installation de GNL ou de négociations à ce sujet. Elles s'abstiennent d'exploiter ces informations pour leurs propres ventes ou achats de gaz naturel.
[1 § 3. Le gestionnaire d'une interconnexion est tenu de respecter les obligations suivantes:
1° il développe, exploite et entretient l'interconnexion et en contrôle la sécurité, la fiabilité et l'efficacité de l'interconnexion, et ce dans des conditions économiquement acceptables, dans le respect de l'environnement et de l'efficacité énergétique;
2° les codes de réseau et les directives européennes adoptées sur la base du règlement (CE) n° 715/2009 sont applicables au gestionnaire d'une interconnexion, étant tenu compte de la nature particulière d'une interconnexion;
3° tous les utilisateurs du réseau ont accès à l'interconnexion et aux services de transport à court et à long terme et ce d'une manière non-discriminatoire et transparente, en utilisant un contrat de transport;
4° les conditions d'accès à l'interconnexion et aux services de transport, y compris les procédures d'allocation de capacité et de gestion de la congestion, doivent favoriser l'efficacité des échanges de gaz transfrontaliers et la concurrence. Elles visent à converger avec les conditions d'accès aux services de transport, y compris les procédures d'allocation de capacité et de gestion de la congestion, des réseaux de transport interconnectés.
Avant son entrée en vigueur, le gestionnaire d'une interconnexion élabore un contrat de transport qui définit de manière détaillée les obligations mentionnées ci-dessus. Le contrat de transport est composé d'un contrat d'accès, d'un règlement d'accès et d'un programme d'accès. Après consultation du marché, le contrat de transport est soumis à l'approbation de la commission par le gestionnaire d'une interconnexion.
La commission est compétente pour, le cas échéant, exiger de la part d'un gestionnaire d'une interconnexion de modifier les conditions du contrat de transport afin de veiller à ce que celles-ci soient proportionnées et appliquées d'une manière non-discriminatoire.
Toute modification du contrat de transport, à l'initiative du gestionnaire d'une interconnexion ou à la demande de la commission, ne peut entrer en vigueur qu'après une consultation du marché et sous réserve d'une approbation par la commission.]1
Art. 15/5duodecies. § 1. De nieuwe grote aardgasinstallaties, namelijk de interconnecties met de buurlanden, de LNG-installaties en de opslaginstallaties [1 evenals de significante capaciteitsverhogingen van de bestaande installaties en de wijzigingen van deze installaties ter bevordering van de ontwikkeling van nieuwe gasbevoorradingsbronnen,]1 kunnen [3 voor een vastgestelde periode]3 genieten van een afwijking van de bepalingen van dit hoofdstuk en van de bepalingen inzake [3 de certificering en]3 de tarifaire methodologie, met uitzondering van de artikelen (...) 15/7, 15/8 en 15/9. Deze afwijking wordt verleend door de Koning, [1 op voorstel van de ]1 [3 Commissie]3 in de mate dat :
1° de investering de concurrentie in de aardgaslevering moet versterken en de bevoorradingszekerheid moet verbeteren;
2° het risiconiveau dat verbonden is aan de investering dusdanig is dat deze investering niet gerealiseerd zou zijn als geen afwijking was toegestaan;
3° de installatie de eigendom is van een natuurlijke of rechtspersoon die op zijn minst qua rechtsvorm gescheiden is van de netbeheerders in wier netwerk die installatie wordt gebouwd;
4° de tarieven worden geïnd bij de gebruikers van de betrokken installatie;
5° de afwijking geen afbreuk doet aan de concurrentie of de goede werking van de [3 relevante markten waarop de investering waarschijnlijk een effect zal hebben, van het efficiënte functioneren van de interne markt voor aardgas, van het efficiënte functioneren van de betrokken gereguleerde systemen of van de leverings- en bevoorradingszekerheid inzake aardgas in de Europese Unie]3.
[1 § 1bis. De aanvraag tot afwijking § 1 wordt ingediend bij de minister die dit behandelt op basis van de in § § 1ter tot 4 vastgelegde procedure.
§ 1ter. [3 Voordat een besluit over de afwijking wordt genomen raadpleegt de Commissie:
1° de nationale regulerende instanties van de lidstaten wier markten waarschijnlijk een effect zullen ondervinden van de nieuwe infrastructuur; en
2° de nationale regulerende instanties van de derde landen wier betrokken infrastructuur verbonden is met het Unienet dat onder het rechtsgebied van België valt en begint of eindigt in een of meer derde landen.
De Commissie bepaalt een redelijke termijn waarbinnen de autoriteiten van derde landen moeten reageren. Die termijn mag niet langer zijn dan drie maanden. Indien de geraadpleegde autoriteiten van de derde landen niet binnen die termijn reageren, maakt de Commissie haar voorstel over aan de Koning met het oog op een beslissing.]3]1
[3 § 1quater. Wanneer de infrastructuur in kwestie is gelegen op het grondgebied van meer dan één lidstaat, zijn het tweede tot en met het vierde lid van toepassing.
Indien ACER een advies aan de Commissie doet toekomen, kan de Koning, op voorstel van de Commissie, het vereiste besluit nemen op basis van dit advies binnen een termijn van twee maanden vanaf de datum waarop de laatste van de regulerende instanties een verzoek om een afwijking heeft ontvangen.
Indien alle betrokken regulerende instanties binnen zes maanden vanaf de datum waarop de laatste regulerende instantie het verzoek om een ontheffing heeft ontvangen, overeenstemming hebben bereikt over dit verzoek, informeert de Commissie ACER hierover.
Indien de betrokken infrastructuur een vervoersleiding is tussen een lidstaat en een derde land en het eerste connectiepunt zich in België bevindt, kan de Commissie, alvorens een voorstel tot afwijking aan de Koning over te maken, de relevante bevoegde autoriteit van dat derde land raadplegen, teneinde ervoor te zorgen dat, wat de betrokken infrastructuur betreft, het Unierecht consequent wordt toegepast op het grondgebied en, in voorkomend geval, in de territoriale wateren van die lidstaat. Indien de geraadpleegde autoriteiten van het derde land niet binnen een redelijke of vastgelegde termijn van ten hoogste drie maanden reageren, maakt de Commissie haar voorstel aan de Koning over met het oog op een beslissing.]3
§ 2. [1 De afwijking kan gelden voor het geheel of gedeelten van, respectievelijk, de nieuwe installatie of de significant verhoogde bestaande installatie.]1
Bij de beslissing over de afwijking wordt per geval nagegaan of er voorwaarden gesteld moeten worden met betrekking tot de duur van de afwijking en de niet-discriminerende toegang [1 tot de infrastructuur ]1.
Hierbij wordt rekening gehouden met [1 , in het bijzonder]1, de aan te leggen extra capaciteit of de wijziging van de bestaande capaciteit, de looptijd van het project en de nationale omstandigheden.
§ 3. [1 Alvorens een afwijking toe te staan, kan [2 de commissie]2 , de regels en mechanismen vastleggen voor het beheer en de toewijzing van capaciteit. De regels vereisen dat alle mogelijke gebruikers van de infrastructuur worden uitgenodigd om hun wens duidelijk te maken om capaciteit contractueel vast te leggen vóór tot de toewijzing van de capaciteit van de nieuwe infrastructuur wordt overgegaan, ook voor hun eigen gebruik.
De regels voor het congestiebeheer omvatten de verplichting om niet op de markt gebruikte capaciteit aan te bieden en vereisen dat de gebruikers van de infrastructuur over de capaciteit die zij hebben afgesloten op de secundaire markt kunnen onderhandelen. Bij de beoordeling van de in § 1, 1°, 2° en 5°, bedoelde criteria, wordt rekening gehouden met de resultaten van deze procedure van toewijzing van capaciteit.
De beslissing tot afwijking, met inbegrip van de in § 2 bedoelde voorwaarden, wordt behoorlijk met redenen omkleed en gepubliceerd [2 op de website van de commissie]2 .]1
§ 4. [1 [2 De commissie]2 maakt aan de Europese Commissie een afschrift over van elke aanvraag tot afwijking, onmiddellijk na de ontvangst hiervan. [2 Zij]2 geeft onverwijld kennis aan de Europese Commissie van de beslissing evenals van alle nuttige informatie in verband hiermee [2 , met name deze bedoeld in artikel 36, (8), van Richtlijn 2009/73/EG ]2 . Deze informatie kan aan de Europese Commissie in samengevoegde vorm worden meegedeeld om haar in staat te stellen om haar beslissing behoorlijk te staven. [2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2 ]1
1° de investering de concurrentie in de aardgaslevering moet versterken en de bevoorradingszekerheid moet verbeteren;
2° het risiconiveau dat verbonden is aan de investering dusdanig is dat deze investering niet gerealiseerd zou zijn als geen afwijking was toegestaan;
3° de installatie de eigendom is van een natuurlijke of rechtspersoon die op zijn minst qua rechtsvorm gescheiden is van de netbeheerders in wier netwerk die installatie wordt gebouwd;
4° de tarieven worden geïnd bij de gebruikers van de betrokken installatie;
5° de afwijking geen afbreuk doet aan de concurrentie of de goede werking van de [3 relevante markten waarop de investering waarschijnlijk een effect zal hebben, van het efficiënte functioneren van de interne markt voor aardgas, van het efficiënte functioneren van de betrokken gereguleerde systemen of van de leverings- en bevoorradingszekerheid inzake aardgas in de Europese Unie]3.
[1 § 1bis. De aanvraag tot afwijking § 1 wordt ingediend bij de minister die dit behandelt op basis van de in § § 1ter tot 4 vastgelegde procedure.
§ 1ter. [3 Voordat een besluit over de afwijking wordt genomen raadpleegt de Commissie:
1° de nationale regulerende instanties van de lidstaten wier markten waarschijnlijk een effect zullen ondervinden van de nieuwe infrastructuur; en
2° de nationale regulerende instanties van de derde landen wier betrokken infrastructuur verbonden is met het Unienet dat onder het rechtsgebied van België valt en begint of eindigt in een of meer derde landen.
De Commissie bepaalt een redelijke termijn waarbinnen de autoriteiten van derde landen moeten reageren. Die termijn mag niet langer zijn dan drie maanden. Indien de geraadpleegde autoriteiten van de derde landen niet binnen die termijn reageren, maakt de Commissie haar voorstel over aan de Koning met het oog op een beslissing.]3]1
[3 § 1quater. Wanneer de infrastructuur in kwestie is gelegen op het grondgebied van meer dan één lidstaat, zijn het tweede tot en met het vierde lid van toepassing.
Indien ACER een advies aan de Commissie doet toekomen, kan de Koning, op voorstel van de Commissie, het vereiste besluit nemen op basis van dit advies binnen een termijn van twee maanden vanaf de datum waarop de laatste van de regulerende instanties een verzoek om een afwijking heeft ontvangen.
Indien alle betrokken regulerende instanties binnen zes maanden vanaf de datum waarop de laatste regulerende instantie het verzoek om een ontheffing heeft ontvangen, overeenstemming hebben bereikt over dit verzoek, informeert de Commissie ACER hierover.
Indien de betrokken infrastructuur een vervoersleiding is tussen een lidstaat en een derde land en het eerste connectiepunt zich in België bevindt, kan de Commissie, alvorens een voorstel tot afwijking aan de Koning over te maken, de relevante bevoegde autoriteit van dat derde land raadplegen, teneinde ervoor te zorgen dat, wat de betrokken infrastructuur betreft, het Unierecht consequent wordt toegepast op het grondgebied en, in voorkomend geval, in de territoriale wateren van die lidstaat. Indien de geraadpleegde autoriteiten van het derde land niet binnen een redelijke of vastgelegde termijn van ten hoogste drie maanden reageren, maakt de Commissie haar voorstel aan de Koning over met het oog op een beslissing.]3
§ 2. [1 De afwijking kan gelden voor het geheel of gedeelten van, respectievelijk, de nieuwe installatie of de significant verhoogde bestaande installatie.]1
Bij de beslissing over de afwijking wordt per geval nagegaan of er voorwaarden gesteld moeten worden met betrekking tot de duur van de afwijking en de niet-discriminerende toegang [1 tot de infrastructuur ]1.
Hierbij wordt rekening gehouden met [1 , in het bijzonder]1, de aan te leggen extra capaciteit of de wijziging van de bestaande capaciteit, de looptijd van het project en de nationale omstandigheden.
§ 3. [1 Alvorens een afwijking toe te staan, kan [2 de commissie]2 , de regels en mechanismen vastleggen voor het beheer en de toewijzing van capaciteit. De regels vereisen dat alle mogelijke gebruikers van de infrastructuur worden uitgenodigd om hun wens duidelijk te maken om capaciteit contractueel vast te leggen vóór tot de toewijzing van de capaciteit van de nieuwe infrastructuur wordt overgegaan, ook voor hun eigen gebruik.
De regels voor het congestiebeheer omvatten de verplichting om niet op de markt gebruikte capaciteit aan te bieden en vereisen dat de gebruikers van de infrastructuur over de capaciteit die zij hebben afgesloten op de secundaire markt kunnen onderhandelen. Bij de beoordeling van de in § 1, 1°, 2° en 5°, bedoelde criteria, wordt rekening gehouden met de resultaten van deze procedure van toewijzing van capaciteit.
De beslissing tot afwijking, met inbegrip van de in § 2 bedoelde voorwaarden, wordt behoorlijk met redenen omkleed en gepubliceerd [2 op de website van de commissie]2 .]1
§ 4. [1 [2 De commissie]2 maakt aan de Europese Commissie een afschrift over van elke aanvraag tot afwijking, onmiddellijk na de ontvangst hiervan. [2 Zij]2 geeft onverwijld kennis aan de Europese Commissie van de beslissing evenals van alle nuttige informatie in verband hiermee [2 , met name deze bedoeld in artikel 36, (8), van Richtlijn 2009/73/EG ]2 . Deze informatie kan aan de Europese Commissie in samengevoegde vorm worden meegedeeld om haar in staat te stellen om haar beslissing behoorlijk te staven. [2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2 ]1
Art. 15/5duodecies. § 1er. Les nouvelles grandes installations de gaz naturel, c'est-à-dire les interconnexions avec les Etats voisins, les installations de GNL et de stockage [1 , ainsi que les augmentations significatives de la capacité des installations existantes et les modifications de ces installations permettant le développement de nouvelles sources d'approvisionnement en gaz,]1 peuvent bénéficier [3 , pour une période déterminée,]3 d'une dérogation aux dispositions du présent chapitre et à celles de [3 la certification et de]3 la méthodologie tarifaire, à l'exception des articles (...) 15/7, 15/8 et 15/9. Cette dérogation est octroyée par le Roi, [1 sur proposition ]1 [3 de la Commission]3 dans la mesure où :
1° l'investissement doit renforcer la concurrence dans la fourniture de gaz naturel et améliorer la sécurité d'approvisionnement;
2° le niveau de risque lié à l'investissement est tel que cet investissement ne serait pas réalisé si une dérogation n'était pas accordée;
3° l'installation appartient à une personne physique ou morale qui est distincte, au moins sur le plan de la forme juridique, des gestionnaires de reseau au sein desquels cette installation est construite;
4° les tarifs sont perçus auprès des utilisateurs de l'installation concernée;
5° la dérogation ne porte pas atteinte à la concurrence ou au bon fonctionnement [3 des marchés pertinents sur lesquels l'investissement est susceptible d'avoir un effet, le fonctionnement efficace du marché intérieur du gaz naturel, le fonctionnement efficace des systèmes réglementés pertinents ou la sécurité de fourniture et d'approvisionnement en gaz naturel dans l'Union européenne]3.
[1 § 1erbis. La demande de dérogation en vertu du § 1er est introduite auprès du ministre qui l'instruit sur la base de la procédure fixée aux § § 1erter à 4.
§ 1erter. [3 Avant qu'une décision ne soit prise sur la dérogation, la Commission consulte:
1° les autorités nationales de régulation des Etats membres dont les marchés sont susceptibles d'être affectés par la nouvelle infrastructure; et
2° les autorités nationales de régulation des pays tiers dont l'infrastructure concernée est connectée au réseau de l'Union sous la juridiction de la Belgique et commence ou se termine dans un ou plusieurs pays tiers.
La Commission fixe un délai raisonnable dans lequel les autorités des pays tiers sont tenues de réagir. Ce délai ne peut excéder trois mois. Si les autorités des pays tiers consultées ne réagissent pas dans ce délai, la Commission soumet sa proposition au Roi en vue d'une décision.]3]1
[3 § 1quater. Lorsque l'infrastructure en question est située sur le territoire de plus d'un Etat membre, les alinéas 2 à 4 s'appliquent.
Si l'ACER envoie un avis à la Commission, le Roi peut, sur proposition de la Commission, prendre la décision requise sur la base de cet avis dans un délai de deux mois à compter de la date à laquelle la dernière des autorités de régulation a reçu une demande de dérogation.
Si toutes les autorités de régulation concernées sont parvenues à un accord sur cette demande dans un délai de six mois à compter de la date à laquelle la dernière autorité de régulation a reçu la demande de dérogation, la Commission en informe l'ACER.
Si l'infrastructure concernée est une ligne de transport entre un Etat membre et un pays tiers et si le premier point de connexion se situe en Belgique, la Commission peut, avant de transmettre une proposition de dérogation au Roi, consulter l'autorité compétente concernée de ce pays tiers afin de garantir, en ce qui concerne l'infrastructure concernée, l'application cohérente du droit de l'Union sur le territoire et, le cas échéant, dans les eaux territoriales de cet Etat membre. Si les autorités consultées du pays tiers ne réagissent pas dans un délai raisonnable ou fixé n'excédant pas trois mois, la Commission transmet sa proposition au Roi en vue d'une décision.]3
§ 2. [1 La dérogation peut couvrir tout ou partie, respectivement, de la nouvelle installation ou de l'installation existante augmentée de manière significative.]1
Dans la décision concernant l'octroi d'une dérogation, il convient de prendre en compte, au cas par cas, la nécessité d'imposer des conditions concernant la durée de la dérogation et l'accès sans discrimination [1 à l'infrastructure]1.
Il est tenu compte [1 , en particulier]1, de la capacité additionnelle à construire ou de la modification de la capacité existante, de la perspective du projet et des circonstances nationales.
§ 3. [1 Avant d'accorder une dérogation, [2 la commission]2 peut arrêter les règles et les mécanismes relatifs à la gestion et à l'attribution des capacités. Les règles exigent que tous les utilisateurs potentiels de l'infrastructure soient invités à manifester leur souhait de contracter des capacités avant que l'allocation de la capacité de la nouvelle infrastructure n'ait lieu, y compris pour leur propre usage.
Les règles de gestion de la congestion incluent l'obligation d'offrir les capacités inutilisées sur le marché et exigent que les utilisateurs de l'infrastructure puissent négocier leurs capacités souscrites sur le marché secondaire. Dans l'appréciation des critères visés au § 1er, 1°, 2° et 5°, il est tenu compte des résultats de cette procédure d'attribution des capacités.
La décision de dérogation, y compris les conditions visées au § 2, est dûment motivée et publiée [2 sur le site internet de la commission]2 .]1
[1 § 4. [2 La commission]2 transmet sans délai à la Commission européenne une copie de chaque demande de dérogation, dès sa réception. [2 Elle]2 notifie sans délai à la Commission européenne la décision ainsi que toutes les informations utiles y afférentes [2 notamment celles visées à l'article 36, (8), de la Directive 2009/73/CE]2 . Ces informations peuvent être communiquées à la Commission européenne sous une forme agrégée pour lui permettre de fonder convenablement sa décision. [2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2 ]1
1° l'investissement doit renforcer la concurrence dans la fourniture de gaz naturel et améliorer la sécurité d'approvisionnement;
2° le niveau de risque lié à l'investissement est tel que cet investissement ne serait pas réalisé si une dérogation n'était pas accordée;
3° l'installation appartient à une personne physique ou morale qui est distincte, au moins sur le plan de la forme juridique, des gestionnaires de reseau au sein desquels cette installation est construite;
4° les tarifs sont perçus auprès des utilisateurs de l'installation concernée;
5° la dérogation ne porte pas atteinte à la concurrence ou au bon fonctionnement [3 des marchés pertinents sur lesquels l'investissement est susceptible d'avoir un effet, le fonctionnement efficace du marché intérieur du gaz naturel, le fonctionnement efficace des systèmes réglementés pertinents ou la sécurité de fourniture et d'approvisionnement en gaz naturel dans l'Union européenne]3.
[1 § 1erbis. La demande de dérogation en vertu du § 1er est introduite auprès du ministre qui l'instruit sur la base de la procédure fixée aux § § 1erter à 4.
§ 1erter. [3 Avant qu'une décision ne soit prise sur la dérogation, la Commission consulte:
1° les autorités nationales de régulation des Etats membres dont les marchés sont susceptibles d'être affectés par la nouvelle infrastructure; et
2° les autorités nationales de régulation des pays tiers dont l'infrastructure concernée est connectée au réseau de l'Union sous la juridiction de la Belgique et commence ou se termine dans un ou plusieurs pays tiers.
La Commission fixe un délai raisonnable dans lequel les autorités des pays tiers sont tenues de réagir. Ce délai ne peut excéder trois mois. Si les autorités des pays tiers consultées ne réagissent pas dans ce délai, la Commission soumet sa proposition au Roi en vue d'une décision.]3]1
[3 § 1quater. Lorsque l'infrastructure en question est située sur le territoire de plus d'un Etat membre, les alinéas 2 à 4 s'appliquent.
Si l'ACER envoie un avis à la Commission, le Roi peut, sur proposition de la Commission, prendre la décision requise sur la base de cet avis dans un délai de deux mois à compter de la date à laquelle la dernière des autorités de régulation a reçu une demande de dérogation.
Si toutes les autorités de régulation concernées sont parvenues à un accord sur cette demande dans un délai de six mois à compter de la date à laquelle la dernière autorité de régulation a reçu la demande de dérogation, la Commission en informe l'ACER.
Si l'infrastructure concernée est une ligne de transport entre un Etat membre et un pays tiers et si le premier point de connexion se situe en Belgique, la Commission peut, avant de transmettre une proposition de dérogation au Roi, consulter l'autorité compétente concernée de ce pays tiers afin de garantir, en ce qui concerne l'infrastructure concernée, l'application cohérente du droit de l'Union sur le territoire et, le cas échéant, dans les eaux territoriales de cet Etat membre. Si les autorités consultées du pays tiers ne réagissent pas dans un délai raisonnable ou fixé n'excédant pas trois mois, la Commission transmet sa proposition au Roi en vue d'une décision.]3
§ 2. [1 La dérogation peut couvrir tout ou partie, respectivement, de la nouvelle installation ou de l'installation existante augmentée de manière significative.]1
Dans la décision concernant l'octroi d'une dérogation, il convient de prendre en compte, au cas par cas, la nécessité d'imposer des conditions concernant la durée de la dérogation et l'accès sans discrimination [1 à l'infrastructure]1.
Il est tenu compte [1 , en particulier]1, de la capacité additionnelle à construire ou de la modification de la capacité existante, de la perspective du projet et des circonstances nationales.
§ 3. [1 Avant d'accorder une dérogation, [2 la commission]2 peut arrêter les règles et les mécanismes relatifs à la gestion et à l'attribution des capacités. Les règles exigent que tous les utilisateurs potentiels de l'infrastructure soient invités à manifester leur souhait de contracter des capacités avant que l'allocation de la capacité de la nouvelle infrastructure n'ait lieu, y compris pour leur propre usage.
Les règles de gestion de la congestion incluent l'obligation d'offrir les capacités inutilisées sur le marché et exigent que les utilisateurs de l'infrastructure puissent négocier leurs capacités souscrites sur le marché secondaire. Dans l'appréciation des critères visés au § 1er, 1°, 2° et 5°, il est tenu compte des résultats de cette procédure d'attribution des capacités.
La décision de dérogation, y compris les conditions visées au § 2, est dûment motivée et publiée [2 sur le site internet de la commission]2 .]1
[1 § 4. [2 La commission]2 transmet sans délai à la Commission européenne une copie de chaque demande de dérogation, dès sa réception. [2 Elle]2 notifie sans délai à la Commission européenne la décision ainsi que toutes les informations utiles y afférentes [2 notamment celles visées à l'article 36, (8), de la Directive 2009/73/CE]2 . Ces informations peuvent être communiquées à la Commission européenne sous une forme agrégée pour lui permettre de fonder convenablement sa décision. [2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2 ]1
Art. 15/6. De eindafnemers aangesloten op het aardgasvervoersnet en de leveranciers die hun klanten bevoorraden via een aardgasdistributienet evenals de distributieondernemingen hebben vanaf 1 juli 2004 recht op toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG installatie.
[1 De beheerders van het aardgasvervoersnet en van de opslaginstallatie voor aardgas publiceren op hun websites de opslaginstallaties of een gedeelte ervan en de opslaginstallaties in leidingen waarop de aan het vervoersnet aangesloten eindafnemers toegang kunnen krijgen.]1
[1 De beheerders van het aardgasvervoersnet en van de opslaginstallatie voor aardgas publiceren op hun websites de opslaginstallaties of een gedeelte ervan en de opslaginstallaties in leidingen waarop de aan het vervoersnet aangesloten eindafnemers toegang kunnen krijgen.]1
Modifications
Art. 15/6. Les clients finals raccordés au réseau de transport de gaz naturel et les fournisseurs qui alimentent leurs clients par un réseau de gaz naturel ainsi que les entreprises de distribution ont le droit d'accès à partir du 1er juillet 2004 au réseau de transport de gaz naturel, à l'installation de stockage de gaz naturel et à l'installation de GNL.
[1 Les gestionnaires du réseau de transport de gaz naturel et d'installation de stockage de gaz naturel publient sur leurs sites Internet les installations de stockage ou partie de celles-ci et les installations de stockage en conduite auxquelles les clients finals raccordés au réseau de transport peuvent accéder.]1
[1 Les gestionnaires du réseau de transport de gaz naturel et d'installation de stockage de gaz naturel publient sur leurs sites Internet les installations de stockage ou partie de celles-ci et les installations de stockage en conduite auxquelles les clients finals raccordés au réseau de transport peuvent accéder.]1
Modifications
Art. 15/7. § 1. De vervoerondernemingen kunnen de toegang tot het vervoernet enkel geldig weigeren in de mate dat :
1° het net niet over de nodige capaciteit beschikt om het vervoer te verzekeren;
2° de toegang tot het net de goede uitvoering van een openbare dienstverplichting door de betrokken vervoeronderneming zou verhinderen;
3° [1 de toegang tot het net voor de betrokken vervoersonderneming economische en financiële moeilijkheden meebrengt of zou meebrengen wegens " take-or-pay " verbintenissen die zij in het kader van een of meer gasaankoopcontracten heeft aanvaard overeenkomstig de in § 3 vastgelegde procedure.]1
§ 2. Elke weigering van toegang tot het vervoernet in uitvoering van § 1 [1 moet naar behoren met redenen worden omkleed en verantwoord]1.
[1 De beheerders delen aan de commissie hun gemotiveerde beslissing tot weigering van toegang mee.]1
[1 § 3. Elke weigering tot toegang in uitvoering van § 1, 3° wordt ter goedkeuring aan de commissie voorgelegd.
Wanneer een vervoersonderneming de toegang tot haar vervoersnet op grond hiervan weigert, richt zij onverwijld een verzoek om ontheffing aan de commissie, die beslist op basis van de volgende procedure.
De verzoeken om ontheffing worden vergezeld van alle nuttige informatie over de aard en het belang van het probleem en over de inspanningen die de vervoersonderneming geleverd heeft om het probleem op te lossen. Indien er geen andere redelijke oplossing voorhanden is en rekening houdend de criteria die volgen uit het vijfde lid, kan de commissie beslissen om een ontheffing toe te staan.
De commissie brengt haar beslissing om een ontheffing toe te kennen onverwijld ter kennis van de Europese Commissie, samen met alle nuttige informatie in verband met de ontheffing. Deze informatie kan in samengevoegde vorm aan de Europese Commissie worden meegedeeld om haar in staat te stellen om haar beslissing behoorlijk te staven. Binnen acht weken na de ontvangst van deze kennisgeving kan de Europese Commissie aan de commissie vragen om de beslissing tot toekenning van een ontheffing te wijzigen of in te trekken. Indien de commissie niet binnen een termijn van vier weken aan dit verzoek gevolg geeft, wordt onverwijld een definitieve beslissing genomen volgens de raadplegingsprocedure bedoeld in artikel 51, § 2 van Richtlijn 2009/73/EG.
Om over de in deze paragraaf bedoelde ontheffingen te beslissen, houden de commissie en de Europese Commissie onder andere rekening met de volgende criteria :
a) het streven om een concurrerende gasmarkt tot stand te brengen;
b) de noodzaak om openbare dienstverplichtingen na te komen en de bevoorradingszekerheid te waarborgen;
c) de positie van de vervoersonderneming op de gasmarkt en de bestaande concurrentiesituatie op die markt;
d) de ernst van de economische en financiële moeilijkheden die de aardgasondernemingen en de vervoersondernemingen of de eindafnemers ondervinden;
e) de data van ondertekening en de voorwaarden van het (de) betrokken contract(en), met inbegrip van de mate waarin deze rekening houden met marktveranderingen;
f) de inspanningen die zijn geleverd om het probleem op te lossen;
g) de mate waarin de vervoersonderneming bij de aanvaarding van de betrokken " take-or-pay " verplichtingen, gelet op de bepalingen van deze richtlijn, redelijkerwijs had kunnen verwachten dat zich ernstige moeilijkheden zouden kunnen voordoen;
h) de mate waarin het net gekoppeld is aan andere netten en de mate van interoperabiliteit van die netten; en
i) de gevolgen die de toekenning van een ontheffing kan hebben op de correcte toepassing van deze wet wat de goede werking van de interne markt voor aardgas betreft.
Een beslissing inzake een verzoek tot ontheffing met betrekking tot de " take-or-pay " contracten die vóór 4 augustus 2003 zijn afgesloten, mag niet tot gevolg hebben dat er geen andere rendabele afzetmogelijkheden kunnen worden gevonden. Ernstige moeilijkheden zullen in elk geval niet geacht worden te bestaan zolang de verkoop van aardgas niet terugloopt tot beneden de gegarandeerde minimumafname die in " take-or-pay " contracten voor gasaankoop vastgelegd is of voor zover het betrokken " take-or-pay " contract voor gasaankoop kan worden aangepast of de aardgasonderneming in staat is andere afzetmogelijkheden te vinden.
De aardgasondernemingen waaraan krachtens deze paragraaf geen ontheffing is toegekend, mogen toegang tot het net niet of niet langer weigeren op grond van " take-or-pay " verbintenissen die zij in een gasaankoopcontract hebben aanvaard.
Elke krachtens deze paragraaf toegekende ontheffing wordt naar behoren gemotiveerd en wordt door de Europese Commissie bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.]1
1° het net niet over de nodige capaciteit beschikt om het vervoer te verzekeren;
2° de toegang tot het net de goede uitvoering van een openbare dienstverplichting door de betrokken vervoeronderneming zou verhinderen;
3° [1 de toegang tot het net voor de betrokken vervoersonderneming economische en financiële moeilijkheden meebrengt of zou meebrengen wegens " take-or-pay " verbintenissen die zij in het kader van een of meer gasaankoopcontracten heeft aanvaard overeenkomstig de in § 3 vastgelegde procedure.]1
§ 2. Elke weigering van toegang tot het vervoernet in uitvoering van § 1 [1 moet naar behoren met redenen worden omkleed en verantwoord]1.
[1 De beheerders delen aan de commissie hun gemotiveerde beslissing tot weigering van toegang mee.]1
[1 § 3. Elke weigering tot toegang in uitvoering van § 1, 3° wordt ter goedkeuring aan de commissie voorgelegd.
Wanneer een vervoersonderneming de toegang tot haar vervoersnet op grond hiervan weigert, richt zij onverwijld een verzoek om ontheffing aan de commissie, die beslist op basis van de volgende procedure.
De verzoeken om ontheffing worden vergezeld van alle nuttige informatie over de aard en het belang van het probleem en over de inspanningen die de vervoersonderneming geleverd heeft om het probleem op te lossen. Indien er geen andere redelijke oplossing voorhanden is en rekening houdend de criteria die volgen uit het vijfde lid, kan de commissie beslissen om een ontheffing toe te staan.
De commissie brengt haar beslissing om een ontheffing toe te kennen onverwijld ter kennis van de Europese Commissie, samen met alle nuttige informatie in verband met de ontheffing. Deze informatie kan in samengevoegde vorm aan de Europese Commissie worden meegedeeld om haar in staat te stellen om haar beslissing behoorlijk te staven. Binnen acht weken na de ontvangst van deze kennisgeving kan de Europese Commissie aan de commissie vragen om de beslissing tot toekenning van een ontheffing te wijzigen of in te trekken. Indien de commissie niet binnen een termijn van vier weken aan dit verzoek gevolg geeft, wordt onverwijld een definitieve beslissing genomen volgens de raadplegingsprocedure bedoeld in artikel 51, § 2 van Richtlijn 2009/73/EG.
Om over de in deze paragraaf bedoelde ontheffingen te beslissen, houden de commissie en de Europese Commissie onder andere rekening met de volgende criteria :
a) het streven om een concurrerende gasmarkt tot stand te brengen;
b) de noodzaak om openbare dienstverplichtingen na te komen en de bevoorradingszekerheid te waarborgen;
c) de positie van de vervoersonderneming op de gasmarkt en de bestaande concurrentiesituatie op die markt;
d) de ernst van de economische en financiële moeilijkheden die de aardgasondernemingen en de vervoersondernemingen of de eindafnemers ondervinden;
e) de data van ondertekening en de voorwaarden van het (de) betrokken contract(en), met inbegrip van de mate waarin deze rekening houden met marktveranderingen;
f) de inspanningen die zijn geleverd om het probleem op te lossen;
g) de mate waarin de vervoersonderneming bij de aanvaarding van de betrokken " take-or-pay " verplichtingen, gelet op de bepalingen van deze richtlijn, redelijkerwijs had kunnen verwachten dat zich ernstige moeilijkheden zouden kunnen voordoen;
h) de mate waarin het net gekoppeld is aan andere netten en de mate van interoperabiliteit van die netten; en
i) de gevolgen die de toekenning van een ontheffing kan hebben op de correcte toepassing van deze wet wat de goede werking van de interne markt voor aardgas betreft.
Een beslissing inzake een verzoek tot ontheffing met betrekking tot de " take-or-pay " contracten die vóór 4 augustus 2003 zijn afgesloten, mag niet tot gevolg hebben dat er geen andere rendabele afzetmogelijkheden kunnen worden gevonden. Ernstige moeilijkheden zullen in elk geval niet geacht worden te bestaan zolang de verkoop van aardgas niet terugloopt tot beneden de gegarandeerde minimumafname die in " take-or-pay " contracten voor gasaankoop vastgelegd is of voor zover het betrokken " take-or-pay " contract voor gasaankoop kan worden aangepast of de aardgasonderneming in staat is andere afzetmogelijkheden te vinden.
De aardgasondernemingen waaraan krachtens deze paragraaf geen ontheffing is toegekend, mogen toegang tot het net niet of niet langer weigeren op grond van " take-or-pay " verbintenissen die zij in een gasaankoopcontract hebben aanvaard.
Elke krachtens deze paragraaf toegekende ontheffing wordt naar behoren gemotiveerd en wordt door de Europese Commissie bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.]1
Modifications
Art. 15/7. § 1er. Les entreprises de transport ne peuvent valablement refuser l'accès à leur réseau de transport que dans la mesure où :
1° le réseau n'a pas la capacité nécessaire pour assurer le transport;
2° l'accès au réseau empêcherait la bonne exécution d'une obligation de service public à charge de l'entreprise de transport en question;
3° [1 l'accès au réseau crée ou créerait des difficultés économiques et financières pour l'entreprise de transport en question en raison des engagements " take-or-pay " qu'elle a acceptés dans le cadre d'un ou de plusieurs contrats d'achat de gaz conformément à la procédure fixée au § 3.]1
§ 2. Tout refus d'accès au réseau de transport en application du § 1er [1 doit être dûment motivé et justifié]1.
[1 Les gestionnaires communiquent à la commission leurs décisions motivées de refus d'accès.]1
[1 § 3. Tout refus d'accès en application du § 1er, 3° est soumis à l'autorisation de la commission.
Lorsqu'une entreprise de transport refuse l'accès à son réseau de transport sur cette base, elle adresse sans délai une demande de dérogation à la commission, qui statue sur la base de la procédure suivante.
Les demandes de dérogation sont accompagnées de toutes les informations utiles sur la nature et l'importance du problème et sur les efforts déployés par l'entreprise de transport pour le résoudre. Si aucune autre solution raisonnable ne se présente et compte tenu des critères qui suivent à l'alinéa 5, la commission peut décider d'accorder une dérogation.
La commission notifie sans délai à la Commission européenne sa décision d'accorder une dérogation, assortie de toutes les informations utiles concernant celle-ci. Ces informations peuvent être communiquées à la Commission européenne sous une forme agrégée pour lui permettre de fonder convenablement sa décision. Dans un délai de huit semaines à compter de la réception de cette notification, la Commission européenne peut demander que la commission modifie ou retire la décision d'octroi d'une dérogation. Si la commission ne donne pas suite à cette demande dans un délai de quatre semaines, une décision définitive est prise sans tarder selon la procédure de consultation visée à l'article 51, § 2 de la Directive 2009/73/CE.
Pour statuer sur les dérogations visées au présent paragraphe, la commission et la Commission européenne tiennent compte, notamment, des critères suivants :
a) l'objectif consistant à réaliser un marché concurrentiel du gaz;
b) la nécessité de remplir les obligations de service public et de garantir la sécurité d'approvisionnement;
c) la situation de l'entreprise de transport sur le marché du gaz et la situation réelle de concurrence sur ce marché;
d) la gravité des difficultés économiques et financières que connaissent les entreprises de gaz naturel et les entreprises de transport ou les clients finals;
e) les dates de signature et les conditions du contrat ou des contrats en question, y compris la mesure dans laquelle elles permettent de tenir compte de l'évolution du marché;
f) les efforts déployés pour résoudre le problème;
g) la mesure dans laquelle, au moment d'accepter les engagements " take or pay " en question, l'entreprise de transport aurait raisonnablement pu prévoir, vu les dispositions de la présente directive, que des difficultés graves étaient susceptibles de se produire;
h) le niveau de connexion du réseau à d'autres réseaux et le degré d'interopérabilité de ces réseaux; et
i) l'incidence qu'aurait l'octroi d'une dérogation sur l'application correcte de la présente loi en ce qui concerne le bon fonctionnement du marché intérieur du gaz naturel.
Une décision sur une demande de dérogation concernant des contrats " take or pay ", conclus avant le 4 août 2003, ne devrait pas mener à une situation dans laquelle il est impossible de trouver d'autres débouchés rentables. En tout état de cause, des difficultés graves ne sont pas censées exister tant que les ventes de gaz naturel ne tombent pas au dessous du niveau des garanties de demande minimale figurant dans des contrats " take or pay " d'achat de gaz ou dans la mesure où soit le contrat " take or pay " pertinent d'achat de gaz peut être adapté, soit l'entreprise de gaz naturel peut trouver d'autres débouchés.
Les entreprises de gaz naturel qui n'ont pas bénéficié d'une dérogation en vertu du présent paragraphe ne peuvent pas ou ne peuvent plus refuser l'accès au réseau en raison d'engagements " take or pay " acceptés dans un contrat d'achat de gaz.
Toute dérogation accordée au titre du présent paragraphe est dûment motivée et fait l'objet d'une publication au Journal officiel de l'Union européenne par la Commission européenne.]1
1° le réseau n'a pas la capacité nécessaire pour assurer le transport;
2° l'accès au réseau empêcherait la bonne exécution d'une obligation de service public à charge de l'entreprise de transport en question;
3° [1 l'accès au réseau crée ou créerait des difficultés économiques et financières pour l'entreprise de transport en question en raison des engagements " take-or-pay " qu'elle a acceptés dans le cadre d'un ou de plusieurs contrats d'achat de gaz conformément à la procédure fixée au § 3.]1
§ 2. Tout refus d'accès au réseau de transport en application du § 1er [1 doit être dûment motivé et justifié]1.
[1 Les gestionnaires communiquent à la commission leurs décisions motivées de refus d'accès.]1
[1 § 3. Tout refus d'accès en application du § 1er, 3° est soumis à l'autorisation de la commission.
Lorsqu'une entreprise de transport refuse l'accès à son réseau de transport sur cette base, elle adresse sans délai une demande de dérogation à la commission, qui statue sur la base de la procédure suivante.
Les demandes de dérogation sont accompagnées de toutes les informations utiles sur la nature et l'importance du problème et sur les efforts déployés par l'entreprise de transport pour le résoudre. Si aucune autre solution raisonnable ne se présente et compte tenu des critères qui suivent à l'alinéa 5, la commission peut décider d'accorder une dérogation.
La commission notifie sans délai à la Commission européenne sa décision d'accorder une dérogation, assortie de toutes les informations utiles concernant celle-ci. Ces informations peuvent être communiquées à la Commission européenne sous une forme agrégée pour lui permettre de fonder convenablement sa décision. Dans un délai de huit semaines à compter de la réception de cette notification, la Commission européenne peut demander que la commission modifie ou retire la décision d'octroi d'une dérogation. Si la commission ne donne pas suite à cette demande dans un délai de quatre semaines, une décision définitive est prise sans tarder selon la procédure de consultation visée à l'article 51, § 2 de la Directive 2009/73/CE.
Pour statuer sur les dérogations visées au présent paragraphe, la commission et la Commission européenne tiennent compte, notamment, des critères suivants :
a) l'objectif consistant à réaliser un marché concurrentiel du gaz;
b) la nécessité de remplir les obligations de service public et de garantir la sécurité d'approvisionnement;
c) la situation de l'entreprise de transport sur le marché du gaz et la situation réelle de concurrence sur ce marché;
d) la gravité des difficultés économiques et financières que connaissent les entreprises de gaz naturel et les entreprises de transport ou les clients finals;
e) les dates de signature et les conditions du contrat ou des contrats en question, y compris la mesure dans laquelle elles permettent de tenir compte de l'évolution du marché;
f) les efforts déployés pour résoudre le problème;
g) la mesure dans laquelle, au moment d'accepter les engagements " take or pay " en question, l'entreprise de transport aurait raisonnablement pu prévoir, vu les dispositions de la présente directive, que des difficultés graves étaient susceptibles de se produire;
h) le niveau de connexion du réseau à d'autres réseaux et le degré d'interopérabilité de ces réseaux; et
i) l'incidence qu'aurait l'octroi d'une dérogation sur l'application correcte de la présente loi en ce qui concerne le bon fonctionnement du marché intérieur du gaz naturel.
Une décision sur une demande de dérogation concernant des contrats " take or pay ", conclus avant le 4 août 2003, ne devrait pas mener à une situation dans laquelle il est impossible de trouver d'autres débouchés rentables. En tout état de cause, des difficultés graves ne sont pas censées exister tant que les ventes de gaz naturel ne tombent pas au dessous du niveau des garanties de demande minimale figurant dans des contrats " take or pay " d'achat de gaz ou dans la mesure où soit le contrat " take or pay " pertinent d'achat de gaz peut être adapté, soit l'entreprise de gaz naturel peut trouver d'autres débouchés.
Les entreprises de gaz naturel qui n'ont pas bénéficié d'une dérogation en vertu du présent paragraphe ne peuvent pas ou ne peuvent plus refuser l'accès au réseau en raison d'engagements " take or pay " acceptés dans un contrat d'achat de gaz.
Toute dérogation accordée au titre du présent paragraphe est dûment motivée et fait l'objet d'une publication au Journal officiel de l'Union européenne par la Commission européenne.]1
Modifications
Art. 15/8. Onverminderd lopende contracten en de verplichtingen van België krachtens internationale verdragen, bepaalt de Koning, bij een besluit, vastgesteld in de Ministerraad, na advies van de Commissie, in welke mate en tegen welke voorwaarden de bepalingen van deze wet van toepassing zijn op aardgasondernemingen die ressorteren onder het recht van Staten die geen lid zijn van de Europese Unie.
Art. 15/8. Sans préjudice des contrats en cours et des engagements de la Belgique en vertu de traités internationaux, le Roi, par arrêté délibére en Conseil des ministres, après avis de la Commission, détermine dans quelle mesure et à quelles conditions les dispositions de la présente loi s'appliquent à des entreprises de gaz naturel qui relèvent du droit d'Etats qui ne sont pas membre de l'Union européenne.
Art. 15/8bis. [1 Technische overeenkomsten over kwesties in verband met de exploitatie van vervoersleidingen tussen België en een derde land, gesloten door de beheerder van het aardgasvervoersnet en andere marktdeelnemers die onder Belgische jurisdictie vallen met beheerders van aardgasvervoersnetten of andere entiteiten in derde landen, blijven van kracht of mogen worden afgesloten voor zover ze in overeenstemming zijn met de Europese wetgeving, met deze wet en met de beslissingen van de Commissie. Van deze technische overeenkomsten wordt kennisgegeven aan de Commissie en aan de regulerende instanties van de betrokken lidstaten.]1
Art. 15/8bis. [1 Les accords techniques sur des questions relatives à l'exploitation des lignes de transport entre la Belgique et un pays tiers, conclus par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel et d'autres acteurs du marché sous juridiction belge avec des gestionnaires de réseaux de transport ou d'autres entités dans des pays tiers, restent en vigueur ou peuvent être conclus à condition qu'ils soient conformes à la législation européenne, à la présente loi et aux décisions de la Commission. Ces accords techniques sont notifiés à la Commission et aux autorités de régulation des Etats membres concernés.]1
Modifications
Art. 15/9. Na advies van de Commissie en raadpleging van de betrokken vervoerondernemingen, neemt de Koning de nodige maatregelen opdat de gasondernemingen (...) toegang kunnen bekomen tot de upstreaminstallaties[1 ...]1.
[1 Deze maatregelen passen de doelstellingen toe inzake eerlijke en vrije toegang, de totstandbrenging van een competitieve markt voor aardgas en het vermijden van misbruik van dominante marktposities, rekening houdend met de bevoorradingszekerheid en -regelmaat, de beschikbare of redelijkerwijs beschikbaar te maken capaciteit en de bescherming van het milieu. Hierbij wordt rekening gehouden met de volgende elementen :
a) de noodzaak om toegang te weigeren wanneer er sprake is van een redelijkerwijs niet te verhelpen onverenigbaarheid van technische specificaties;
b) de noodzaak om redelijkerwijs niet te verhelpen problemen te vermijden die de huidige en in de toekomst voorziene doelmatige productie van koolwaterstoffen in het gedrang zouden kunnen brengen, met inbegrip van de productie in winningsgebieden met een zwakke economische levensvatbaarheid;
c) de noodzaak om rekening te houden met de redelijke en naar behoren gerechtvaardigde behoeften van de eigenaar of beheerder van het upstreampijpleidingnet voor het vervoer en de verwerking van aardgas en met de belangen van alle andere betrokken gebruikers van het upstreampijpleidingnet of van de verwerkings- of behandelingsinstallaties; en
d) de noodzaak om, overeenkomstig de Gemeenschapswetgeving, hun wettelijke en bestuursrechtelijke procedures toe te passen voor het verlenen van toestemming voor productie of upstreamontwikkeling.]1
[1 Deze maatregelen passen de doelstellingen toe inzake eerlijke en vrije toegang, de totstandbrenging van een competitieve markt voor aardgas en het vermijden van misbruik van dominante marktposities, rekening houdend met de bevoorradingszekerheid en -regelmaat, de beschikbare of redelijkerwijs beschikbaar te maken capaciteit en de bescherming van het milieu. Hierbij wordt rekening gehouden met de volgende elementen :
a) de noodzaak om toegang te weigeren wanneer er sprake is van een redelijkerwijs niet te verhelpen onverenigbaarheid van technische specificaties;
b) de noodzaak om redelijkerwijs niet te verhelpen problemen te vermijden die de huidige en in de toekomst voorziene doelmatige productie van koolwaterstoffen in het gedrang zouden kunnen brengen, met inbegrip van de productie in winningsgebieden met een zwakke economische levensvatbaarheid;
c) de noodzaak om rekening te houden met de redelijke en naar behoren gerechtvaardigde behoeften van de eigenaar of beheerder van het upstreampijpleidingnet voor het vervoer en de verwerking van aardgas en met de belangen van alle andere betrokken gebruikers van het upstreampijpleidingnet of van de verwerkings- of behandelingsinstallaties; en
d) de noodzaak om, overeenkomstig de Gemeenschapswetgeving, hun wettelijke en bestuursrechtelijke procedures toe te passen voor het verlenen van toestemming voor productie of upstreamontwikkeling.]1
Modifications
Art. 15/9. Après avis de la Commission et consultation des entreprises de transport concernées, le Roi prend les mesures nécessaires en vue d'assurer que les entreprises de gaz (...) puissent obtenir l'accès aux installations en amont [1 ...]1).
[1 Ces mesures appliquent les objectifs que constituent un accès juste et ouvert, la création d'un marché concurrentiel du gaz naturel et la prévention des abus de position dominante, en tenant compte de la sécurité et de la régularité des approvisionnements, des capacités qui sont ou peuvent raisonnablement être rendues disponibles et de la protection de l'environnement. Les éléments suivants sont pris en compte :
a) la nécessité de refuser l'accès lorsqu'il y a, dans les spécifications techniques, une incompatibilité qui ne peut être raisonnablement surmontée;
b) la nécessité d'éviter les difficultés qui ne sont pas raisonnablement surmontables et qui pourraient porter préjudice à l'efficacité de la production, actuelle et prévue pour l'avenir, d'hydrocarbures, y compris sur des gisements dont la viabilité économique est faible;
c) la nécessité de respecter les besoins raisonnables et dûment justifiés du propriétaire ou du gestionnaire du réseau de gazoducs en amont en matière de transport et de traitement du gaz et les intérêts de tous les autres utilisateurs du réseau de gazoducs en amont ou des installations de traitement ou de manutention qui pourraient être concernés; et
d) la nécessité d'appliquer, conformément au droit communautaire, leur législation et leurs procédures administratives en matière d'octroi d'autorisations de production ou de développement en amont.]1
[1 Ces mesures appliquent les objectifs que constituent un accès juste et ouvert, la création d'un marché concurrentiel du gaz naturel et la prévention des abus de position dominante, en tenant compte de la sécurité et de la régularité des approvisionnements, des capacités qui sont ou peuvent raisonnablement être rendues disponibles et de la protection de l'environnement. Les éléments suivants sont pris en compte :
a) la nécessité de refuser l'accès lorsqu'il y a, dans les spécifications techniques, une incompatibilité qui ne peut être raisonnablement surmontée;
b) la nécessité d'éviter les difficultés qui ne sont pas raisonnablement surmontables et qui pourraient porter préjudice à l'efficacité de la production, actuelle et prévue pour l'avenir, d'hydrocarbures, y compris sur des gisements dont la viabilité économique est faible;
c) la nécessité de respecter les besoins raisonnables et dûment justifiés du propriétaire ou du gestionnaire du réseau de gazoducs en amont en matière de transport et de traitement du gaz et les intérêts de tous les autres utilisateurs du réseau de gazoducs en amont ou des installations de traitement ou de manutention qui pourraient être concernés; et
d) la nécessité d'appliquer, conformément au droit communautaire, leur législation et leurs procédures administratives en matière d'octroi d'autorisations de production ou de développement en amont.]1
Modifications
Art. 15/9bis. [1 § 1. Elke natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is of beschikt over een gebruiksrecht op een net dat beantwoordt aan de criteria van een gesloten industrieel net dat uitsluitend is aangesloten op het aardgasvervoersnet, dat geen deel uitmaakt van een distributienet en zoals bepaald bij artikel 1, 56°, mag dit net aan de commissie en aan de minister binnen een termijn van zes maanden volgend op de bekendmaking van de wet van [2 8 januari 2012]2 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, aanmelden en zich verbinden tot het naleven van de bepalingen die krachtens deze wet op hem van toepassing zijn. Door deze aanmelding verwerft hij de hoedanigheid van beheerder van een industrieel gesloten net. De Algemene Directie Energie controleert, na advies van de commissie en van de aardgasvervoersnetbeheerder, de technische conformiteit van het aangemelde gesloten industrieel net met het aardgasvervoersnet. Hiertoe bezorgt de beheerder van het gesloten industrieel net, binnen de zes maanden na zijn melding, aan de Algemene Directie Energie het bewijs van de technische conformiteit van zijn gesloten industrieel net met het aardgasvervoersnet. Een kopie van dit verslag wordt meegedeeld aan de aardgasvervoersnetbeheerder alsook aan de commissie.
De minister kan, na advies van de commissie en van de aardgasvervoersnetbeheerder, de hoedanigheid van beheerder van een gesloten industrieel net toekennen aan de natuurlijke of rechtspersoon, die eigenaar is van of een gebruiksrecht bezit op een net dat beantwoordt aan de criteria van een gesloten industrieel net dat uitsluitend is aangesloten op het aardgasvervoersnet, dat geen deel uitmaakt van een distributienet en zoals bepaald bij artikel 1, 56° die hierom verzoekt na de bekendmaking van de wet van [2 8 januari 2012]2 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen en die de criteria die door deze wet voorzien zijn, naleeft.
De Algemene Directie Energie publiceert en actualiseert op haar internetsite de lijst van beheerders van gesloten industriële netten.
§ 2. In afwijking van de bepalingen van deze wet en onder andere van de artikel en 3 tot 8/6, 15/1, 15/3 tot 15/5quinquies, 15/5duodecies en 15/12, moeten de beheerders van gesloten industriële netten zich slechts aan de volgende verplichtingen houden :
a) de beheerder van een gesloten industrieel net onthoudt zich, in het kader van deze functie, van elke discriminatie tussen de gebruikers van zijn gesloten industrieel net;
b) de beheerder van een gesloten industrieel net garandeert aan de gebruikers van zijn gesloten industrieel net het recht om hun aardgas bij de leverancier van hun keuze aan te schaffen en om van leverancier te veranderen, met naleving van en zonder de duur en de modaliteiten van hun contracten op de helling te zetten, binnen maximaal drie weken. De gebruiker van een gesloten industrieel net kan de beheerder van dit net gelasten om,namens hem en voor zijn rekening, zijn in aanmerking komen uit te oefenen. Om rechtsgeldig te zijn, moet dit mandaat uitdrukkelijk worden voorzien en kunnen herzien worden per contractuele periode;
c) de beheerder van een gesloten industrieel net bepaalt de modaliteiten voor de aansluiting en de toegang tot dit net in een contract met de gebruikers van het gesloten industrieel net. Deze contracten stellen onder andere :
1° de minimale technische vereisten inzake het ontwerp en de werking van de op het gesloten industrieel net aangesloten installaties, het maximale aansluitingsvermogen en de kenmerken van de geleverde voorzieningen;
2° de commerciële modaliteiten voor de aansluiting op en de toegang tot het gesloten industrieel net;
3° de voorwaarden voor onderbreking van de aansluiting wegens niet-naleving van de contractuele verplichtingen of omwille van de veiligheid van het gesloten industrieel net.
Deze contracten moeten transparant en niet-discriminerend zijn. Zij moeten eveneens bepalen dat de commissie bevoegd is in geval van betwisting door een gebruiker van het gesloten industrieel net van de op dit net toegepaste tarieven. Iedere beslissing van de commissie ter zake kan het voorwerp uitmaken van een beroep bij het [3 Marktenhof]3 overeenkomstig artikel 15/20.
De afsluiting van deze contracten is afhankelijk van de vestiging van de gebruiker van het gesloten industrieel net op het gesloten industrieel net;
d) iedere beheerder van een gesloten industrieel net bezorgt de gebruikers van het gesloten industrieel net dat hij beheert :
1° een gedetailleerde en duidelijke factuur, gebaseerd op hun verbruik of eigen injecties en op de in dit artikel bedoelde tariefbeginselen en/of tarieven;
2° een juiste verdeling, op hun facturen, van de meerkosten toegepast op de facturen voor aardgasvervoer, in overeenstemming met de meerkostbeginselen;
3° de mededeling van de relevante gegevens van hun verbruik en/of injecties, evenals de informatie voor een efficiënte toegang tot het net;
e) de beheerder van een gesloten industrieel net garandeert de vertrouwelijke behandeling van de commercieel gevoelige informatie van de gebruikers van zijn net dat hij beheert, waarvan hij kennis heeft in het kader van zijn activiteiten, uitgezonderd elke wettelijke verplichting tot het vrijgeven van informatie;
f) de beheerder van een gesloten industrieel net bewijst de technische conformiteit van zijn gesloten industrieel net waaronder het aardgasontvangststation van dit net, met de voor dit net relevante bepalingen van de gedragscode;
g) de beheerder van een gesloten industrieel net exploiteert en onderhoudt zijn net en houdt hierbij toezicht, gelet op de kenmerken van het gesloten industrieel net, op de veiligheid, betrouwbaarheid en doeltreffendheid van dit net, en dit in economisch aanvaardbare omstandigheden, met respect voor het milieu en de energie-efficiëntie.
§ 3. In afwijking van de bepalingen van deze wet en met name haar artikel en 15/5 tot 15/5quinquies, past iedere beheerder van een gesloten industrieel net alsook iedere beheerder van een gesloten distributienet, voor zover de toepasselijke regionale bepalingen een regime van gesloten distributienet implementeert, voor de aansluiting, de toegang en de ondersteunende diensten van toepassing op dit net, tariefbeginselen en/of tarieven toe in overeenstemming met de volgende richtsnoeren :
1° de tariefbeginselen en/of tarieven zijn niet-discriminerend, gebaseerd op de kosten en een redelijke winstmarge;
2° de tariefbeginselen en/of tarieven zijn transparant; zij worden uitgewerkt in functie van hun parameters en worden vooraf door de beheerder van het gesloten industrieel of het gesloten distributienet overgemaakt aan de netgebruikers en de bevoegde regulatoren;
3° het tarief dat door de beheerder van een gesloten industrieel net of van het gesloten distributienet op de gebruikers van dit net wordt toegepast, omvat de kosten voor toegang, aansluiting en ondersteunende diensten, alsook, desgevallend, de kosten die verband houden met de bijkomende lasten die het gesloten industrieel net of van het gesloten distributienet moet dragen om het net waarop hij aangesloten is te gebruiken. De beheerder van het gesloten industrieel net wordt gelijkgesteld met de netgebruikers die geen distributienetbeheerders zijn voor de toepassing van de tarieven die toegepast worden door de aardgasvervoersnetbeheerder aan de beheerder van het industrieel gesloten net;
4° de afschrijvingstermijnen en de winstmarges worden door de beheerder van het gesloten industrieel net of van het gesloten distributienet gekozen binnen de marges tussen de waarden die hij toepast in zijn belangrijkste bedrijfssector en de marges die worden toegepast in de distributienetten;
5° de tariefbeginselen zijn, wat de aansluiting, versterking en vernieuwing van de uitrusting van het gesloten industrieel net of van het gesloten distributienet betreft, afhankelijk van de mate van socialisering of individualisering van de investeringen eigen aan de locatie, rekening houdend met het aantal gebruikers van het gesloten industrieel net of van het gesloten distributienet.
§ 4. De gevallen van gemengde gesloten netten die zowel federale als regionale bevoegdheden impliceren maken het voorwerp uit van overleg met de Gewesten.]1
De minister kan, na advies van de commissie en van de aardgasvervoersnetbeheerder, de hoedanigheid van beheerder van een gesloten industrieel net toekennen aan de natuurlijke of rechtspersoon, die eigenaar is van of een gebruiksrecht bezit op een net dat beantwoordt aan de criteria van een gesloten industrieel net dat uitsluitend is aangesloten op het aardgasvervoersnet, dat geen deel uitmaakt van een distributienet en zoals bepaald bij artikel 1, 56° die hierom verzoekt na de bekendmaking van de wet van [2 8 januari 2012]2 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen en die de criteria die door deze wet voorzien zijn, naleeft.
De Algemene Directie Energie publiceert en actualiseert op haar internetsite de lijst van beheerders van gesloten industriële netten.
§ 2. In afwijking van de bepalingen van deze wet en onder andere van de artikel en 3 tot 8/6, 15/1, 15/3 tot 15/5quinquies, 15/5duodecies en 15/12, moeten de beheerders van gesloten industriële netten zich slechts aan de volgende verplichtingen houden :
a) de beheerder van een gesloten industrieel net onthoudt zich, in het kader van deze functie, van elke discriminatie tussen de gebruikers van zijn gesloten industrieel net;
b) de beheerder van een gesloten industrieel net garandeert aan de gebruikers van zijn gesloten industrieel net het recht om hun aardgas bij de leverancier van hun keuze aan te schaffen en om van leverancier te veranderen, met naleving van en zonder de duur en de modaliteiten van hun contracten op de helling te zetten, binnen maximaal drie weken. De gebruiker van een gesloten industrieel net kan de beheerder van dit net gelasten om,namens hem en voor zijn rekening, zijn in aanmerking komen uit te oefenen. Om rechtsgeldig te zijn, moet dit mandaat uitdrukkelijk worden voorzien en kunnen herzien worden per contractuele periode;
c) de beheerder van een gesloten industrieel net bepaalt de modaliteiten voor de aansluiting en de toegang tot dit net in een contract met de gebruikers van het gesloten industrieel net. Deze contracten stellen onder andere :
1° de minimale technische vereisten inzake het ontwerp en de werking van de op het gesloten industrieel net aangesloten installaties, het maximale aansluitingsvermogen en de kenmerken van de geleverde voorzieningen;
2° de commerciële modaliteiten voor de aansluiting op en de toegang tot het gesloten industrieel net;
3° de voorwaarden voor onderbreking van de aansluiting wegens niet-naleving van de contractuele verplichtingen of omwille van de veiligheid van het gesloten industrieel net.
Deze contracten moeten transparant en niet-discriminerend zijn. Zij moeten eveneens bepalen dat de commissie bevoegd is in geval van betwisting door een gebruiker van het gesloten industrieel net van de op dit net toegepaste tarieven. Iedere beslissing van de commissie ter zake kan het voorwerp uitmaken van een beroep bij het [3 Marktenhof]3 overeenkomstig artikel 15/20.
De afsluiting van deze contracten is afhankelijk van de vestiging van de gebruiker van het gesloten industrieel net op het gesloten industrieel net;
d) iedere beheerder van een gesloten industrieel net bezorgt de gebruikers van het gesloten industrieel net dat hij beheert :
1° een gedetailleerde en duidelijke factuur, gebaseerd op hun verbruik of eigen injecties en op de in dit artikel bedoelde tariefbeginselen en/of tarieven;
2° een juiste verdeling, op hun facturen, van de meerkosten toegepast op de facturen voor aardgasvervoer, in overeenstemming met de meerkostbeginselen;
3° de mededeling van de relevante gegevens van hun verbruik en/of injecties, evenals de informatie voor een efficiënte toegang tot het net;
e) de beheerder van een gesloten industrieel net garandeert de vertrouwelijke behandeling van de commercieel gevoelige informatie van de gebruikers van zijn net dat hij beheert, waarvan hij kennis heeft in het kader van zijn activiteiten, uitgezonderd elke wettelijke verplichting tot het vrijgeven van informatie;
f) de beheerder van een gesloten industrieel net bewijst de technische conformiteit van zijn gesloten industrieel net waaronder het aardgasontvangststation van dit net, met de voor dit net relevante bepalingen van de gedragscode;
g) de beheerder van een gesloten industrieel net exploiteert en onderhoudt zijn net en houdt hierbij toezicht, gelet op de kenmerken van het gesloten industrieel net, op de veiligheid, betrouwbaarheid en doeltreffendheid van dit net, en dit in economisch aanvaardbare omstandigheden, met respect voor het milieu en de energie-efficiëntie.
§ 3. In afwijking van de bepalingen van deze wet en met name haar artikel en 15/5 tot 15/5quinquies, past iedere beheerder van een gesloten industrieel net alsook iedere beheerder van een gesloten distributienet, voor zover de toepasselijke regionale bepalingen een regime van gesloten distributienet implementeert, voor de aansluiting, de toegang en de ondersteunende diensten van toepassing op dit net, tariefbeginselen en/of tarieven toe in overeenstemming met de volgende richtsnoeren :
1° de tariefbeginselen en/of tarieven zijn niet-discriminerend, gebaseerd op de kosten en een redelijke winstmarge;
2° de tariefbeginselen en/of tarieven zijn transparant; zij worden uitgewerkt in functie van hun parameters en worden vooraf door de beheerder van het gesloten industrieel of het gesloten distributienet overgemaakt aan de netgebruikers en de bevoegde regulatoren;
3° het tarief dat door de beheerder van een gesloten industrieel net of van het gesloten distributienet op de gebruikers van dit net wordt toegepast, omvat de kosten voor toegang, aansluiting en ondersteunende diensten, alsook, desgevallend, de kosten die verband houden met de bijkomende lasten die het gesloten industrieel net of van het gesloten distributienet moet dragen om het net waarop hij aangesloten is te gebruiken. De beheerder van het gesloten industrieel net wordt gelijkgesteld met de netgebruikers die geen distributienetbeheerders zijn voor de toepassing van de tarieven die toegepast worden door de aardgasvervoersnetbeheerder aan de beheerder van het industrieel gesloten net;
4° de afschrijvingstermijnen en de winstmarges worden door de beheerder van het gesloten industrieel net of van het gesloten distributienet gekozen binnen de marges tussen de waarden die hij toepast in zijn belangrijkste bedrijfssector en de marges die worden toegepast in de distributienetten;
5° de tariefbeginselen zijn, wat de aansluiting, versterking en vernieuwing van de uitrusting van het gesloten industrieel net of van het gesloten distributienet betreft, afhankelijk van de mate van socialisering of individualisering van de investeringen eigen aan de locatie, rekening houdend met het aantal gebruikers van het gesloten industrieel net of van het gesloten distributienet.
§ 4. De gevallen van gemengde gesloten netten die zowel federale als regionale bevoegdheden impliceren maken het voorwerp uit van overleg met de Gewesten.]1
Art. 15/9bis. [1 § 1er. Toute personne physique ou morale propriétaire ou disposant d'un droit d'usage sur un réseau répondant aux critères d'un réseau fermé industriel raccordé exclusivement au réseau de transport de gaz naturel, ne faisant pas partie d'un réseau de distribution et tel que défini à l'article 1er, 56°, peut déclarer à la commission et au ministre ce réseau dans un délai de six mois suivant la publication de la loi du [2 8 janvier 2012]2 portant modification de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et de la loi du du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations et s'engager au respect des dispositions s'appliquant à lui en vertu la présente loi. Par cette déclaration, il acquiert la qualité de gestionnaire de réseau fermé industriel. La Direction générale de l'Energie vérifie, après avis de la commission et du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, la conformité technique du réseau fermé industriel déclaré avec le réseau de transport de gaz naturel. à cette fin, le gestionnaire de réseau fermé industriel fournit, dans les six mois de sa déclaration, à la Direction générale de l'Energie la preuve de la conformité technique de son réseau fermé industriel avec le réseau de transport de gaz naturel. Une copie de ce rapport est adressée au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel ainsi qu'à la commission.
Le ministre peut conférer, après avis de la commission et du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, la qualité de gestionnaire de réseau fermé industriel à la personne physique ou morale, propriétaire ou disposant d'un droit d'usage sur un réseau répondant aux critères d'un réseau fermé industriel raccordé exclusivement au réseau de transport de gaz naturel, ne faisant pas partie d'un réseau de distribution et tel que défini à l'article 1er, 56° qui en fait la demande après la publication de la loi du [2 8 janvier 2012]2 portant modification de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et de la loi du du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations et qui respecte les critères prévus par la présente loi.
La Direction générale de l'Energie publie et met à jour sur son site Internet la liste des gestionnaires de réseaux fermés industriels.
§ 2. Par dérogation aux dispositions de la présente loi et notamment de ses articles 3 à 8/6, 15/1, 15/3 à 15/5quinquies, 15/5duodecies et 15/12, les gestionnaires de réseaux fermés industriels ne sont tenus qu'aux obligations suivantes :
a) tout gestionnaire de réseau fermé industriel s'abstient, dans le cadre de cette fonction, de discrimination entre les utilisateurs de son réseau fermé industriel;
b) tout gestionnaire de réseau fermé industriel assure aux utilisateurs de son réseau fermé industriel le droit de se procurer leur gaz naturel auprès des fournisseurs de leurs choix et de changer de fournisseurs, sans remettre en cause et dans le respect de la durée et des modalités de leurs contrats, dans un délai maximum de trois semaines. Tout utilisateur d'un réseau fermé industriel peut mandater le gestionnaire de ce réseau d'exercer, en son nom et pour son compte, son éligibilité. Pour être valable, ce mandat doit être prévu de manière expresse et pouvoir être revu par période contractuelle;
c) tout gestionnaire de réseau fermé industriel modalise le raccordement et l'accès à ce réseau par contrat avec les utilisateurs du réseau fermé industriel. Ces contrats précisent notamment :
1° les exigences techniques minimales de conception et de fonctionnement des installations raccordées au réseau fermé industriel, les puissances maximales au raccordement et les caractéristiques des alimentations fournies;
2° les modalités commerciales du raccordement au réseau fermé industriel et d'accès à celui-ci;
3° les conditions de coupure du raccordement pour non-respect des engagements contractuels ou pour la sécurité du réseau fermé industriel.
Ces contrats doivent être transparents et non discriminatoires. Ils doivent également prévoir que la commission est compétente en cas de contestation par un utilisateur du réseau fermé industriel des tarifs appliqués sur ce réseau. Toute décision de la commission en la matière peut faire l'objet d'un recours devant la [3 Cour des marchés]3 en application de l'article 15/20.
La conclusion de ces contrats est conditionnée par l'implantation de l'utilisateur du réseau fermé industriel sur le réseau fermé industriel;
d) tout gestionnaire de réseau fermé industriel remet aux utilisateurs du réseau fermé industriel qu'il gère :
1° une facturation détaillée et claire, basée sur leurs consommations ou injections propres et sur les principes tarifaires et/ou les tarifs susvisés au présent article;
2° une juste répartition, sur leurs factures, des surcoûts appliqués sur les factures de transport de gaz naturel, dans le respect des principes de chaque surcoût;
3° la communication des données pertinentes de leurs consommations et/ou injections ainsi que les informations permettant un accès efficace au réseau;
e) tout gestionnaire de réseau fermé industriel préserve la confidentialité des informations commercialement sensibles des utilisateurs de son réseau dont il a connaissance dans le cadre de ses activités, sauf toute obligation légale de divulguer des informations;
f) tout gestionnaire de réseau fermé industriel démontre la conformité technique de son réseau fermé industriel, dont la station de réception du gaz naturel de ce réseau, avec les dispositions pertinentes pour ce réseau du code de bonne conduite;
g) tout gestionnaire de réseau fermé industriel exploite et entretient son réseau en veillant, vu les caractéristiques du réseau fermé industriel, à assurer sa sécurité, sa fiabilité et son efficacité, ce, dans des conditions économiques acceptables, le respect de l'environnement et de l'efficacité énergétique.
§ 3. Par dérogation aux dispositions de la présente loi et notamment de ses articles 15/5 à 15/5quinquies, tout gestionnaire de réseau fermé industriel ainsi que tout gestionnaire de réseau fermé de distribution, pour autant que les dispositions régionales applicables mettent en oeuvre un régime de réseau fermé de distribution, applique, pour le raccordement, l'accès et les services auxiliaires applicables à ce réseau, des principes tarifaires et/ou tarifs qui respectent les orientations suivantes :
1° les principes tarifaires et/ou tarifs sont non discriminatoires, basés sur les coûts et une marge bénéficiaire raisonnable;
2° les principes tarifaires et/ou tarifs sont transparents et élaborés en fonction de leurs paramètres et communiqués à l'avance par le gestionnaire de réseau fermé industriel ou du réseau fermé de distribution aux utilisateurs du réseau et aux régulateurs compétents;
3° le tarif appliqué par le gestionnaire du réseau fermé industriel ou de distribution aux utilisateurs de ce réseau comprend les coûts d'accès, de raccordement, et de services auxiliaires ainsi que, le cas échéant, les coûts liés aux surcharges que le réseau fermé industriel ou de distribution doit supporter pour utiliser le réseau auquel il est raccordé. Le gestionnaire du réseau fermé industriel est assimilé aux utilisateurs du réseau autres que les gestionnaires de réseau de distribution pour l'application des tarifs pratiqués par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel au gestionnaire du réseau fermé industriel;
4° les durées d'amortissement et les marges bénéficiaires sont choisies par le gestionnaire du réseau fermé industriel ou de distribution dans les plages entre les valeurs qu'il applique dans son principal secteur d'activités et celles appliquées dans les réseaux de distribution;
5° les principes tarifaires quant au raccordement, au renforcement et au renouvellement d'équipements du réseau fermé industriel ou de distribution dépendent du degré de socialisation ou d'individualisation des investissements propre au site, compte tenu du nombre d'utilisateurs du réseau fermé industriel ou de distribution.
§ 4. Les cas de réseaux fermés mixtes, qui impliquent à la fois les compétences fédérales et régionales, font l'objet d'une concertation avec les Régions.]1
Le ministre peut conférer, après avis de la commission et du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, la qualité de gestionnaire de réseau fermé industriel à la personne physique ou morale, propriétaire ou disposant d'un droit d'usage sur un réseau répondant aux critères d'un réseau fermé industriel raccordé exclusivement au réseau de transport de gaz naturel, ne faisant pas partie d'un réseau de distribution et tel que défini à l'article 1er, 56° qui en fait la demande après la publication de la loi du [2 8 janvier 2012]2 portant modification de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et de la loi du du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations et qui respecte les critères prévus par la présente loi.
La Direction générale de l'Energie publie et met à jour sur son site Internet la liste des gestionnaires de réseaux fermés industriels.
§ 2. Par dérogation aux dispositions de la présente loi et notamment de ses articles 3 à 8/6, 15/1, 15/3 à 15/5quinquies, 15/5duodecies et 15/12, les gestionnaires de réseaux fermés industriels ne sont tenus qu'aux obligations suivantes :
a) tout gestionnaire de réseau fermé industriel s'abstient, dans le cadre de cette fonction, de discrimination entre les utilisateurs de son réseau fermé industriel;
b) tout gestionnaire de réseau fermé industriel assure aux utilisateurs de son réseau fermé industriel le droit de se procurer leur gaz naturel auprès des fournisseurs de leurs choix et de changer de fournisseurs, sans remettre en cause et dans le respect de la durée et des modalités de leurs contrats, dans un délai maximum de trois semaines. Tout utilisateur d'un réseau fermé industriel peut mandater le gestionnaire de ce réseau d'exercer, en son nom et pour son compte, son éligibilité. Pour être valable, ce mandat doit être prévu de manière expresse et pouvoir être revu par période contractuelle;
c) tout gestionnaire de réseau fermé industriel modalise le raccordement et l'accès à ce réseau par contrat avec les utilisateurs du réseau fermé industriel. Ces contrats précisent notamment :
1° les exigences techniques minimales de conception et de fonctionnement des installations raccordées au réseau fermé industriel, les puissances maximales au raccordement et les caractéristiques des alimentations fournies;
2° les modalités commerciales du raccordement au réseau fermé industriel et d'accès à celui-ci;
3° les conditions de coupure du raccordement pour non-respect des engagements contractuels ou pour la sécurité du réseau fermé industriel.
Ces contrats doivent être transparents et non discriminatoires. Ils doivent également prévoir que la commission est compétente en cas de contestation par un utilisateur du réseau fermé industriel des tarifs appliqués sur ce réseau. Toute décision de la commission en la matière peut faire l'objet d'un recours devant la [3 Cour des marchés]3 en application de l'article 15/20.
La conclusion de ces contrats est conditionnée par l'implantation de l'utilisateur du réseau fermé industriel sur le réseau fermé industriel;
d) tout gestionnaire de réseau fermé industriel remet aux utilisateurs du réseau fermé industriel qu'il gère :
1° une facturation détaillée et claire, basée sur leurs consommations ou injections propres et sur les principes tarifaires et/ou les tarifs susvisés au présent article;
2° une juste répartition, sur leurs factures, des surcoûts appliqués sur les factures de transport de gaz naturel, dans le respect des principes de chaque surcoût;
3° la communication des données pertinentes de leurs consommations et/ou injections ainsi que les informations permettant un accès efficace au réseau;
e) tout gestionnaire de réseau fermé industriel préserve la confidentialité des informations commercialement sensibles des utilisateurs de son réseau dont il a connaissance dans le cadre de ses activités, sauf toute obligation légale de divulguer des informations;
f) tout gestionnaire de réseau fermé industriel démontre la conformité technique de son réseau fermé industriel, dont la station de réception du gaz naturel de ce réseau, avec les dispositions pertinentes pour ce réseau du code de bonne conduite;
g) tout gestionnaire de réseau fermé industriel exploite et entretient son réseau en veillant, vu les caractéristiques du réseau fermé industriel, à assurer sa sécurité, sa fiabilité et son efficacité, ce, dans des conditions économiques acceptables, le respect de l'environnement et de l'efficacité énergétique.
§ 3. Par dérogation aux dispositions de la présente loi et notamment de ses articles 15/5 à 15/5quinquies, tout gestionnaire de réseau fermé industriel ainsi que tout gestionnaire de réseau fermé de distribution, pour autant que les dispositions régionales applicables mettent en oeuvre un régime de réseau fermé de distribution, applique, pour le raccordement, l'accès et les services auxiliaires applicables à ce réseau, des principes tarifaires et/ou tarifs qui respectent les orientations suivantes :
1° les principes tarifaires et/ou tarifs sont non discriminatoires, basés sur les coûts et une marge bénéficiaire raisonnable;
2° les principes tarifaires et/ou tarifs sont transparents et élaborés en fonction de leurs paramètres et communiqués à l'avance par le gestionnaire de réseau fermé industriel ou du réseau fermé de distribution aux utilisateurs du réseau et aux régulateurs compétents;
3° le tarif appliqué par le gestionnaire du réseau fermé industriel ou de distribution aux utilisateurs de ce réseau comprend les coûts d'accès, de raccordement, et de services auxiliaires ainsi que, le cas échéant, les coûts liés aux surcharges que le réseau fermé industriel ou de distribution doit supporter pour utiliser le réseau auquel il est raccordé. Le gestionnaire du réseau fermé industriel est assimilé aux utilisateurs du réseau autres que les gestionnaires de réseau de distribution pour l'application des tarifs pratiqués par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel au gestionnaire du réseau fermé industriel;
4° les durées d'amortissement et les marges bénéficiaires sont choisies par le gestionnaire du réseau fermé industriel ou de distribution dans les plages entre les valeurs qu'il applique dans son principal secteur d'activités et celles appliquées dans les réseaux de distribution;
5° les principes tarifaires quant au raccordement, au renforcement et au renouvellement d'équipements du réseau fermé industriel ou de distribution dépendent du degré de socialisation ou d'individualisation des investissements propre au site, compte tenu du nombre d'utilisateurs du réseau fermé industriel ou de distribution.
§ 4. Les cas de réseaux fermés mixtes, qui impliquent à la fois les compétences fédérales et régionales, font l'objet d'une concertation avec les Régions.]1
Art. 15/9bis_VLAAMS_GEWEST. [1 § 1. Elke natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is of beschikt over een gebruiksrecht op een net dat beantwoordt aan de criteria van een gesloten industrieel net dat uitsluitend is aangesloten op het aardgasvervoersnet, dat geen deel uitmaakt van een distributienet en zoals bepaald bij artikel 1, 56°, mag dit net aan de commissie en aan de minister binnen een termijn van zes maanden volgend op de bekendmaking van de wet van [2 8 januari 2012]2 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, aanmelden en zich verbinden tot het naleven van de bepalingen die krachtens deze wet op hem van toepassing zijn. Door deze aanmelding verwerft hij de hoedanigheid van beheerder van een industrieel gesloten net. De Algemene Directie Energie controleert, na advies van de commissie en van de aardgasvervoersnetbeheerder, de technische conformiteit van het aangemelde gesloten industrieel net met het aardgasvervoersnet. Hiertoe bezorgt de beheerder van het gesloten industrieel net, binnen de zes maanden na zijn melding, aan de Algemene Directie Energie het bewijs van de technische conformiteit van zijn gesloten industrieel net met het aardgasvervoersnet. Een kopie van dit verslag wordt meegedeeld aan de aardgasvervoersnetbeheerder alsook aan de commissie.
De minister kan, na advies van de commissie en van de aardgasvervoersnetbeheerder, de hoedanigheid van beheerder van een gesloten industrieel net toekennen aan de natuurlijke of rechtspersoon, die eigenaar is van of een gebruiksrecht bezit op een net dat beantwoordt aan de criteria van een gesloten industrieel net dat uitsluitend is aangesloten op het aardgasvervoersnet, dat geen deel uitmaakt van een distributienet en zoals bepaald bij artikel 1, 56° die hierom verzoekt na de bekendmaking van de wet van [2 8 januari 2012]2 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen en die de criteria die door deze wet voorzien zijn, naleeft.
De Algemene Directie Energie publiceert en actualiseert op haar internetsite de lijst van beheerders van gesloten industriële netten.
§ 2. In afwijking van de bepalingen van deze wet en onder andere van de artikel en 3 tot 8/6, 15/1, 15/3 tot 15/5quinquies, 15/5duodecies en 15/12, moeten de beheerders van gesloten industriële netten zich slechts aan de volgende verplichtingen houden :
a) de beheerder van een gesloten industrieel net onthoudt zich, in het kader van deze functie, van elke discriminatie tussen de gebruikers van zijn gesloten industrieel net;
b) de beheerder van een gesloten industrieel net garandeert aan de gebruikers van zijn gesloten industrieel net het recht om hun aardgas bij de leverancier van hun keuze aan te schaffen en om van leverancier te veranderen, met naleving van en zonder de duur en de modaliteiten van hun contracten op de helling te zetten, binnen maximaal drie weken. De gebruiker van een gesloten industrieel net kan de beheerder van dit net gelasten om,namens hem en voor zijn rekening, zijn in aanmerking komen uit te oefenen. Om rechtsgeldig te zijn, moet dit mandaat uitdrukkelijk worden voorzien en kunnen herzien worden per contractuele periode;
c) de beheerder van een gesloten industrieel net bepaalt de modaliteiten voor de aansluiting en de toegang tot dit net in een contract met de gebruikers van het gesloten industrieel net. Deze contracten stellen onder andere :
1° de minimale technische vereisten inzake het ontwerp en de werking van de op het gesloten industrieel net aangesloten installaties, het maximale aansluitingsvermogen en de kenmerken van de geleverde voorzieningen;
2° de commerciële modaliteiten voor de aansluiting op en de toegang tot het gesloten industrieel net;
3° de voorwaarden voor onderbreking van de aansluiting wegens niet-naleving van de contractuele verplichtingen of omwille van de veiligheid van het gesloten industrieel net.
Deze contracten moeten transparant en niet-discriminerend zijn. Zij moeten eveneens bepalen dat de commissie bevoegd is in geval van betwisting door een gebruiker van het gesloten industrieel net van de op dit net toegepaste tarieven. Iedere beslissing van de commissie ter zake kan het voorwerp uitmaken van een beroep bij het [4 Marktenhof]4 overeenkomstig artikel 15/20.
De afsluiting van deze contracten is afhankelijk van de vestiging van de gebruiker van het gesloten industrieel net op het gesloten industrieel net;
d) iedere beheerder van een gesloten industrieel net bezorgt de gebruikers van het gesloten industrieel net dat hij beheert :
1° een gedetailleerde en duidelijke factuur, gebaseerd op hun verbruik of eigen injecties en op de in dit artikel bedoelde tariefbeginselen en/of tarieven;
2° een juiste verdeling, op hun facturen, van de meerkosten toegepast op de facturen voor aardgasvervoer, in overeenstemming met de meerkostbeginselen;
3° de mededeling van de relevante gegevens van hun verbruik en/of injecties, evenals de informatie voor een efficiënte toegang tot het net;
e) de beheerder van een gesloten industrieel net garandeert de vertrouwelijke behandeling van de commercieel gevoelige informatie van de gebruikers van zijn net dat hij beheert, waarvan hij kennis heeft in het kader van zijn activiteiten, uitgezonderd elke wettelijke verplichting tot het vrijgeven van informatie;
f) de beheerder van een gesloten industrieel net bewijst de technische conformiteit van zijn gesloten industrieel net waaronder het aardgasontvangststation van dit net, met de voor dit net relevante bepalingen van de gedragscode;
g) de beheerder van een gesloten industrieel net exploiteert en onderhoudt zijn net en houdt hierbij toezicht, gelet op de kenmerken van het gesloten industrieel net, op de veiligheid, betrouwbaarheid en doeltreffendheid van dit net, en dit in economisch aanvaardbare omstandigheden, met respect voor het milieu en de energie-efficiëntie.
§ 3. [3 ...]3
§ 4. De gevallen van gemengde gesloten netten die zowel federale als regionale bevoegdheden impliceren maken het voorwerp uit van overleg met de Gewesten.]1
De minister kan, na advies van de commissie en van de aardgasvervoersnetbeheerder, de hoedanigheid van beheerder van een gesloten industrieel net toekennen aan de natuurlijke of rechtspersoon, die eigenaar is van of een gebruiksrecht bezit op een net dat beantwoordt aan de criteria van een gesloten industrieel net dat uitsluitend is aangesloten op het aardgasvervoersnet, dat geen deel uitmaakt van een distributienet en zoals bepaald bij artikel 1, 56° die hierom verzoekt na de bekendmaking van de wet van [2 8 januari 2012]2 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen en die de criteria die door deze wet voorzien zijn, naleeft.
De Algemene Directie Energie publiceert en actualiseert op haar internetsite de lijst van beheerders van gesloten industriële netten.
§ 2. In afwijking van de bepalingen van deze wet en onder andere van de artikel en 3 tot 8/6, 15/1, 15/3 tot 15/5quinquies, 15/5duodecies en 15/12, moeten de beheerders van gesloten industriële netten zich slechts aan de volgende verplichtingen houden :
a) de beheerder van een gesloten industrieel net onthoudt zich, in het kader van deze functie, van elke discriminatie tussen de gebruikers van zijn gesloten industrieel net;
b) de beheerder van een gesloten industrieel net garandeert aan de gebruikers van zijn gesloten industrieel net het recht om hun aardgas bij de leverancier van hun keuze aan te schaffen en om van leverancier te veranderen, met naleving van en zonder de duur en de modaliteiten van hun contracten op de helling te zetten, binnen maximaal drie weken. De gebruiker van een gesloten industrieel net kan de beheerder van dit net gelasten om,namens hem en voor zijn rekening, zijn in aanmerking komen uit te oefenen. Om rechtsgeldig te zijn, moet dit mandaat uitdrukkelijk worden voorzien en kunnen herzien worden per contractuele periode;
c) de beheerder van een gesloten industrieel net bepaalt de modaliteiten voor de aansluiting en de toegang tot dit net in een contract met de gebruikers van het gesloten industrieel net. Deze contracten stellen onder andere :
1° de minimale technische vereisten inzake het ontwerp en de werking van de op het gesloten industrieel net aangesloten installaties, het maximale aansluitingsvermogen en de kenmerken van de geleverde voorzieningen;
2° de commerciële modaliteiten voor de aansluiting op en de toegang tot het gesloten industrieel net;
3° de voorwaarden voor onderbreking van de aansluiting wegens niet-naleving van de contractuele verplichtingen of omwille van de veiligheid van het gesloten industrieel net.
Deze contracten moeten transparant en niet-discriminerend zijn. Zij moeten eveneens bepalen dat de commissie bevoegd is in geval van betwisting door een gebruiker van het gesloten industrieel net van de op dit net toegepaste tarieven. Iedere beslissing van de commissie ter zake kan het voorwerp uitmaken van een beroep bij het [4 Marktenhof]4 overeenkomstig artikel 15/20.
De afsluiting van deze contracten is afhankelijk van de vestiging van de gebruiker van het gesloten industrieel net op het gesloten industrieel net;
d) iedere beheerder van een gesloten industrieel net bezorgt de gebruikers van het gesloten industrieel net dat hij beheert :
1° een gedetailleerde en duidelijke factuur, gebaseerd op hun verbruik of eigen injecties en op de in dit artikel bedoelde tariefbeginselen en/of tarieven;
2° een juiste verdeling, op hun facturen, van de meerkosten toegepast op de facturen voor aardgasvervoer, in overeenstemming met de meerkostbeginselen;
3° de mededeling van de relevante gegevens van hun verbruik en/of injecties, evenals de informatie voor een efficiënte toegang tot het net;
e) de beheerder van een gesloten industrieel net garandeert de vertrouwelijke behandeling van de commercieel gevoelige informatie van de gebruikers van zijn net dat hij beheert, waarvan hij kennis heeft in het kader van zijn activiteiten, uitgezonderd elke wettelijke verplichting tot het vrijgeven van informatie;
f) de beheerder van een gesloten industrieel net bewijst de technische conformiteit van zijn gesloten industrieel net waaronder het aardgasontvangststation van dit net, met de voor dit net relevante bepalingen van de gedragscode;
g) de beheerder van een gesloten industrieel net exploiteert en onderhoudt zijn net en houdt hierbij toezicht, gelet op de kenmerken van het gesloten industrieel net, op de veiligheid, betrouwbaarheid en doeltreffendheid van dit net, en dit in economisch aanvaardbare omstandigheden, met respect voor het milieu en de energie-efficiëntie.
§ 3. [3 ...]3
§ 4. De gevallen van gemengde gesloten netten die zowel federale als regionale bevoegdheden impliceren maken het voorwerp uit van overleg met de Gewesten.]1
Art. 15/9bis _REGION_FLAMANDE.
[1 § 1er. Toute personne physique ou morale propriétaire ou disposant d'un droit d'usage sur un réseau répondant aux critères d'un réseau fermé industriel raccordé exclusivement au réseau de transport de gaz naturel, ne faisant pas partie d'un réseau de distribution et tel que défini à l'article 1er, 56°, peut déclarer à la commission et au ministre ce réseau dans un délai de six mois suivant la publication de la loi du [2 8 janvier 2012]2 portant modification de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et de la loi du du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations et s'engager au respect des dispositions s'appliquant à lui en vertu la présente loi. Par cette déclaration, il acquiert la qualité de gestionnaire de réseau fermé industriel. La Direction générale de l'Energie vérifie, après avis de la commission et du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, la conformité technique du réseau fermé industriel déclaré avec le réseau de transport de gaz naturel. à cette fin, le gestionnaire de réseau fermé industriel fournit, dans les six mois de sa déclaration, à la Direction générale de l'Energie la preuve de la conformité technique de son réseau fermé industriel avec le réseau de transport de gaz naturel. Une copie de ce rapport est adressée au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel ainsi qu'à la commission.
Le ministre peut conférer, après avis de la commission et du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, la qualité de gestionnaire de réseau fermé industriel à la personne physique ou morale, propriétaire ou disposant d'un droit d'usage sur un réseau répondant aux critères d'un réseau fermé industriel raccordé exclusivement au réseau de transport de gaz naturel, ne faisant pas partie d'un réseau de distribution et tel que défini à l'article 1er, 56° qui en fait la demande après la publication de la loi du [2 8 janvier 2012]2 portant modification de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et de la loi du du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations et qui respecte les critères prévus par la présente loi.
La Direction générale de l'Energie publie et met à jour sur son site Internet la liste des gestionnaires de réseaux fermés industriels.
§ 2. Par dérogation aux dispositions de la présente loi et notamment de ses articles 3 à 8/6, 15/1, 15/3 à 15/5quinquies, 15/5duodecies et 15/12, les gestionnaires de réseaux fermés industriels ne sont tenus qu'aux obligations suivantes :
a) tout gestionnaire de réseau fermé industriel s'abstient, dans le cadre de cette fonction, de discrimination entre les utilisateurs de son réseau fermé industriel;
b) tout gestionnaire de réseau fermé industriel assure aux utilisateurs de son réseau fermé industriel le droit de se procurer leur gaz naturel auprès des fournisseurs de leurs choix et de changer de fournisseurs, sans remettre en cause et dans le respect de la durée et des modalités de leurs contrats, dans un délai maximum de trois semaines. Tout utilisateur d'un réseau fermé industriel peut mandater le gestionnaire de ce réseau d'exercer, en son nom et pour son compte, son éligibilité. Pour être valable, ce mandat doit être prévu de manière expresse et pouvoir être revu par période contractuelle;
c) tout gestionnaire de réseau fermé industriel modalise le raccordement et l'accès à ce réseau par contrat avec les utilisateurs du réseau fermé industriel. Ces contrats précisent notamment :
1° les exigences techniques minimales de conception et de fonctionnement des installations raccordées au réseau fermé industriel, les puissances maximales au raccordement et les caractéristiques des alimentations fournies;
2° les modalités commerciales du raccordement au réseau fermé industriel et d'accès à celui-ci;
3° les conditions de coupure du raccordement pour non-respect des engagements contractuels ou pour la sécurité du réseau fermé industriel.
Ces contrats doivent être transparents et non discriminatoires. Ils doivent également prévoir que la commission est compétente en cas de contestation par un utilisateur du réseau fermé industriel des tarifs appliqués sur ce réseau. Toute décision de la commission en la matière peut faire l'objet d'un recours devant la [4 Cour des marchés]4 en application de l'article 15/20.
La conclusion de ces contrats est conditionnée par l'implantation de l'utilisateur du réseau fermé industriel sur le réseau fermé industriel;
d) tout gestionnaire de réseau fermé industriel remet aux utilisateurs du réseau fermé industriel qu'il gère :
1° une facturation détaillée et claire, basée sur leurs consommations ou injections propres et sur les principes tarifaires et/ou les tarifs susvisés au présent article;
2° une juste répartition, sur leurs factures, des surcoûts appliqués sur les factures de transport de gaz naturel, dans le respect des principes de chaque surcoût;
3° la communication des données pertinentes de leurs consommations et/ou injections ainsi que les informations permettant un accès efficace au réseau;
e) tout gestionnaire de réseau fermé industriel préserve la confidentialité des informations commercialement sensibles des utilisateurs de son réseau dont il a connaissance dans le cadre de ses activités, sauf toute obligation légale de divulguer des informations;
f) tout gestionnaire de réseau fermé industriel démontre la conformité technique de son réseau fermé industriel, dont la station de réception du gaz naturel de ce réseau, avec les dispositions pertinentes pour ce réseau du code de bonne conduite;
g) tout gestionnaire de réseau fermé industriel exploite et entretient son réseau en veillant, vu les caractéristiques du réseau fermé industriel, à assurer sa sécurité, sa fiabilité et son efficacité, ce, dans des conditions économiques acceptables, le respect de l'environnement et de l'efficacité énergétique.
§ 3. [3 ...]3
§ 4. Les cas de réseaux fermés mixtes, qui impliquent à la fois les compétences fédérales et régionales, font l'objet d'une concertation avec les Régions.]1
[1 § 1er. Toute personne physique ou morale propriétaire ou disposant d'un droit d'usage sur un réseau répondant aux critères d'un réseau fermé industriel raccordé exclusivement au réseau de transport de gaz naturel, ne faisant pas partie d'un réseau de distribution et tel que défini à l'article 1er, 56°, peut déclarer à la commission et au ministre ce réseau dans un délai de six mois suivant la publication de la loi du [2 8 janvier 2012]2 portant modification de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et de la loi du du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations et s'engager au respect des dispositions s'appliquant à lui en vertu la présente loi. Par cette déclaration, il acquiert la qualité de gestionnaire de réseau fermé industriel. La Direction générale de l'Energie vérifie, après avis de la commission et du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, la conformité technique du réseau fermé industriel déclaré avec le réseau de transport de gaz naturel. à cette fin, le gestionnaire de réseau fermé industriel fournit, dans les six mois de sa déclaration, à la Direction générale de l'Energie la preuve de la conformité technique de son réseau fermé industriel avec le réseau de transport de gaz naturel. Une copie de ce rapport est adressée au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel ainsi qu'à la commission.
Le ministre peut conférer, après avis de la commission et du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, la qualité de gestionnaire de réseau fermé industriel à la personne physique ou morale, propriétaire ou disposant d'un droit d'usage sur un réseau répondant aux critères d'un réseau fermé industriel raccordé exclusivement au réseau de transport de gaz naturel, ne faisant pas partie d'un réseau de distribution et tel que défini à l'article 1er, 56° qui en fait la demande après la publication de la loi du [2 8 janvier 2012]2 portant modification de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et de la loi du du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations et qui respecte les critères prévus par la présente loi.
La Direction générale de l'Energie publie et met à jour sur son site Internet la liste des gestionnaires de réseaux fermés industriels.
§ 2. Par dérogation aux dispositions de la présente loi et notamment de ses articles 3 à 8/6, 15/1, 15/3 à 15/5quinquies, 15/5duodecies et 15/12, les gestionnaires de réseaux fermés industriels ne sont tenus qu'aux obligations suivantes :
a) tout gestionnaire de réseau fermé industriel s'abstient, dans le cadre de cette fonction, de discrimination entre les utilisateurs de son réseau fermé industriel;
b) tout gestionnaire de réseau fermé industriel assure aux utilisateurs de son réseau fermé industriel le droit de se procurer leur gaz naturel auprès des fournisseurs de leurs choix et de changer de fournisseurs, sans remettre en cause et dans le respect de la durée et des modalités de leurs contrats, dans un délai maximum de trois semaines. Tout utilisateur d'un réseau fermé industriel peut mandater le gestionnaire de ce réseau d'exercer, en son nom et pour son compte, son éligibilité. Pour être valable, ce mandat doit être prévu de manière expresse et pouvoir être revu par période contractuelle;
c) tout gestionnaire de réseau fermé industriel modalise le raccordement et l'accès à ce réseau par contrat avec les utilisateurs du réseau fermé industriel. Ces contrats précisent notamment :
1° les exigences techniques minimales de conception et de fonctionnement des installations raccordées au réseau fermé industriel, les puissances maximales au raccordement et les caractéristiques des alimentations fournies;
2° les modalités commerciales du raccordement au réseau fermé industriel et d'accès à celui-ci;
3° les conditions de coupure du raccordement pour non-respect des engagements contractuels ou pour la sécurité du réseau fermé industriel.
Ces contrats doivent être transparents et non discriminatoires. Ils doivent également prévoir que la commission est compétente en cas de contestation par un utilisateur du réseau fermé industriel des tarifs appliqués sur ce réseau. Toute décision de la commission en la matière peut faire l'objet d'un recours devant la [4 Cour des marchés]4 en application de l'article 15/20.
La conclusion de ces contrats est conditionnée par l'implantation de l'utilisateur du réseau fermé industriel sur le réseau fermé industriel;
d) tout gestionnaire de réseau fermé industriel remet aux utilisateurs du réseau fermé industriel qu'il gère :
1° une facturation détaillée et claire, basée sur leurs consommations ou injections propres et sur les principes tarifaires et/ou les tarifs susvisés au présent article;
2° une juste répartition, sur leurs factures, des surcoûts appliqués sur les factures de transport de gaz naturel, dans le respect des principes de chaque surcoût;
3° la communication des données pertinentes de leurs consommations et/ou injections ainsi que les informations permettant un accès efficace au réseau;
e) tout gestionnaire de réseau fermé industriel préserve la confidentialité des informations commercialement sensibles des utilisateurs de son réseau dont il a connaissance dans le cadre de ses activités, sauf toute obligation légale de divulguer des informations;
f) tout gestionnaire de réseau fermé industriel démontre la conformité technique de son réseau fermé industriel, dont la station de réception du gaz naturel de ce réseau, avec les dispositions pertinentes pour ce réseau du code de bonne conduite;
g) tout gestionnaire de réseau fermé industriel exploite et entretient son réseau en veillant, vu les caractéristiques du réseau fermé industriel, à assurer sa sécurité, sa fiabilité et son efficacité, ce, dans des conditions économiques acceptables, le respect de l'environnement et de l'efficacité énergétique.
§ 3. [3 ...]3
§ 4. Les cas de réseaux fermés mixtes, qui impliquent à la fois les compétences fédérales et régionales, font l'objet d'une concertation avec les Régions.]1
HOOFDSTUK IVquater. - (Tarifering, openbare dienstverplichtingen, boekhouding).
CHAPITRE IVquater. - (Tarification, obligations de service public, comptabilité).
Art. 15/10. § 1. (Na advies van de commissie en beraadslaging in Ministerraad kan de federale minister bevoegd voor economie, maximumprijzen vaststellen voor de levering van aardgas aan eindafnemers en voor het aandeel van de aardgaslevering aan distributiebedrijven (...).)
§ 2. (Na advies van de commissie en overleg met de gewesten kan de federale minister bevoegd voor economie, na beraadslaging in Ministerraad, maximumprijzen vaststellen per kWh die op het gehele grondgebied gelden voor de levering van aardgas aan residentiële [5 beschermde afnemers]5 [2 ...]2. Deze maximumprijzen omvatten geen enkel forfaitair bedrag of vergoeding.
(Aardgasondernemingen) verzekeren de bevoorrading van residentiële [5 beschermde afnemers]5 tegen de maximumprijzen bepaald krachtens het eerste lid en voeren een afzonderlijke boekhouding voor deze activiteit.
[1 ...]1.
[1 ...]1.
[1 ...]1.
[1 ...]1.
De bepalingen van de wet van 22 januari 1945 op de economische reglementering en de prijzen zijn van toepassing, met uitzondering van artikel 2, § 4, laatste lid, en § 5, voor de bepaling van de maximumprijzen bedoeld in paragraaf 1 en in het eerste lid.)
[2 § 2/1. Na advies van de commissie en na overleg met de gewesten, kan de Koning, na beraadslaging in de Ministerraad, maximumprijzen vaststellen per kWh, die op het gehele grondgebied gelden voor de levering van warmte door middel van netten voor warmtevoorziening op afstand aan beschermde residentiële afnemers. Deze maximumprijzen omvatten geen enkel forfaitair bedrag of vergoeding.
Na advies van de commissie, bepaalt de Koning de regels voor het financieringsmechanisme en het bepalen van de werkelijke nettokosten voor de ondernemingen die warmte door middel van netten voor warmtevoorziening op afstand leveren, als gevolg van de in het eerste lid bedoelde activiteiten, en van hun betrokkenheid bij de tenlasteneming [6 , alsook desgevallend de in acht te nemen procedure voor het bekomen van een vergoeding, met inbegrip van de termijnen en de gevolgen bij overtreding]6. Elk besluit dat voor dit doel wordt genomen, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad, indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.]2
[6 Warmtebedrijven verzekeren de bevoorrading van beschermde residentiële afnemer tegen de maximumprijzen bepaald krachtens het eerste lid en voeren een afzonderlijke boekhouding voor deze activiteit.]6
[2 § 2/2. Voor de toepassing van de maximumprijzen bedoeld in §§ 2 en 2/1, wordt beschouwd als beschermde residentiële afnemer, [7 elke huishoudelijke afnemer die kan bewijzen]7 dat hijzelf of iedere persoon die onder hetzelfde dak leeft een beslissing geniet tot toekenning van:
1° door het OCMW,
a) het leefloon toegekend in toepassing van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
b) een financiële maatschappelijke dienstverlening, die geheel of gedeeltelijk door de Federale Staat ten laste wordt genomen op grond van artikel 5 van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
c) een wachtuitkering op het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, de inkomensgarantie voor ouderen of de uitkering voor personen met een handicap;
2° door de FOD Sociale Zekerheid Directie Generaal Personen met een Handicap,
a) de inkomensvervangende tegemoetkoming bedoeld in artikel 2, § 1, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
b) de integratietegemoetkoming bedoeld in artikel 2, § 2, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
c) een tegemoetkoming, bedoeld in de wet van 27 februari 1987 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
d) een aanvullende tegemoetkoming, bedoeld in dezelfde wet;
e) de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden bedoeld in artikel 2, § 3, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
f) ten minste 4 punten in pijler 1 bedoeld in artikel 6, § 2, 1°, van het koninklijk besluit van 28 maart 2003 tot uitvoering van de artikelen 47, 56septies en 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders en van artikel 88 van de programmawet (I) van 24 december 2002;
3° door een instelling van een gewest of een gemeenschap, een tegemoetkoming voor de hulp aan bejaarden die de Koning gelijkstelt met de in 2°, e), bedoelde tegemoetkoming;
4° op basis van een decreet of een ordonnantie genomen beslissing tot [7 toekenning]7 van een aantal punten of een score aan een kind die de Koning gelijkstelt met een in 2°, f), bedoelde beslissing;
5° door de Federale Pensioendienst,
a) het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, bedoeld in de wet van 1 april 1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden;
b) de inkomensgarantie voor ouderen, bedoeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen;
c) een tegemoetkoming voor hulp van derden, als bedoeld in de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan mindervaliden;
d) een tegemoetkoming ter aanvulling van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, bedoeld in de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan mindervaliden;
[4 6° ...]4
Wordt eveneens als een beschermde residentiële afnemer beschouwd voor de toepassing van de maximumprijzen bedoeld in §§ 2 en 2/1, iedere huurder die een woongelegenheid betrekt in appartementsgebouwen waarvan de verwarming met aardgas plaatsvindt door middel van een collectieve installatie, of waarvan de aansluiting op het net voor warmtevoorziening collectief is, wanneer de woningen in huur zijn gegeven, in het kader van een sociaal beleid, door huisvestingsinstanties zoals de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen, de door die laatste erkende sociale huisvestingsmaatschappijen, sociale verhuurkantoren als zodanig erkend door de gewestelijke regeringen, het Vlaams Woningfonds, het "Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie", het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn.
Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, kan de lijst van beschermde residentiële afnemers, bedoeld in het eerste en tweede lid, door de Koning gewijzigd [3 of aangevuld]3 worden . Elk besluit dat voor dit doel wordt genomen, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad, indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.]2
[7 § 2/3. De toepassing van de maximumprijzen bedoeld in paragraaf 2 en paragraaf 2/1 is niet van toepassing op:
1° tweede verblijfsplaatsen;
2° gemeenschappelijke delen van appartementsgebouwen;
3° professionele klanten;
4° occasionele klanten, tijdelijke aansluitingen.]7
§ 3. De maximumprijzen bedoeld in § 1 en 2 worden zodanig vastgesteld dat :
1° kruissubsidies tussen categorieën van afnemers worden vermeden;
2° wordt gewaarborgd dat een billijk deel van de productiviteitsstijging ingevolge de openstelling van de aardgasmarkt op evenwichtige wijze ten goede komt van residentiële en professionele afnemers, waaronder de kleine en middelgrote ondernemingen, in de vorm van een vermindering van de tarieven;
3° de tarieven voor de in 2° bedoelde afnemers worden behouden op het niveau van de beste tariefpraktijken in hetzelfde marktsegment in de andere lidstaten van de Europese Unie, rekening houdend met de bijzondere kenmerken van de distributiesector;
4° het principe wordt geëerbiedigd volgens welk de prijzen bedoeld in § 2 worden afgestemd op de marktwaarde van aardgas in verhouding tot vervangingsproducten.
(5° het recht van toegang tot energie, goed van eerste levensbehoefte, wordt gewaarborgd daar waar aardgasnetten bestaan of op een economisch redelijke wijze ontwikkeld kunnen worden, waarbij in het bijzonder, in het kader van de openstelling van de aardgasmarkt voor concurrentie, de continuïteit van de sociale voordelen toepasbaar op bepaalde categorieën residentiële verbruikers inzake aansluitingen en tarieven wordt verzekerd;)
(6° erop wordt toegezien dat eindafnemers genieten van de voordelen die uit het afschrijvingsbeleid gevoerd in het gereguleerde systeem zullen voortvloeien;)
(7° de transparantie in termen van tarieven wordt gewaarborgd en de rationele consumptiegedragingen worden bevorderd.)
[6 § 4. Wanneer voor de levering van aardgas of warmte aan een huishoudelijke afnemer niet langer de maximumprijzen, bedoeld in paragrafen 2 of 2/1, van toepassing zijn, brengt de leverancier de huishoudelijke afnemer hiervan onverwijld in kennis en bezorgt een overzicht van al zijn op dat ogenblik actieve producten. De leverancier van aardgas wijst de huishoudelijke afnemer op zijn vrije keuze tussen het overzicht van al zijn actieve producten. De leverancier van aardgas wijst tevens op een duidelijk zichtbare manier op het feit dat de huishoudelijk afnemer via de websites van de gewestelijke regulatoren kan nagaan wat het goedkoopste product is en dat de huishoudelijke afnemer steeds het recht heeft om te veranderen van leverancier overeenkomstig artikel 15/5bis, § 11/3. Dit gebeurt via een ondubbelzinnige mededeling met opgave van de hyperlink naar de juiste webpagina van de betrokken regulator waar de prijsvergelijking kan worden gemaakt. De kennisgeving, dit overzicht en de informatie inzake gewestelijke regulatoren en het recht krachtens artikel 15/5bis, § 11/3, worden aan de huishoudelijke afnemer ter kennis gebracht via hetzelfde middel waarmee werd gecommuniceerd wanneer die afnemer nog de toepassing van de maximumprijzen bedoeld in de paragrafen 2 of 2/1 genoot.
Wanneer voor de levering van aardgas aan een huishoudelijk afnemer niet langer de maximumprijzen, bedoeld in de paragrafen 2 of 2/1, van toepassing zijn, past de leverancier het op dat ogenblik goedkoopste equivalent product toe van het product dat van toepassing was tijdens de periode dat de huishoudelijk afnemer de toepassing van de maximumprijzen, bedoeld in de paragrafen 2 of 2/1, genoot.]6
§ 2. (Na advies van de commissie en overleg met de gewesten kan de federale minister bevoegd voor economie, na beraadslaging in Ministerraad, maximumprijzen vaststellen per kWh die op het gehele grondgebied gelden voor de levering van aardgas aan residentiële [5 beschermde afnemers]5 [2 ...]2. Deze maximumprijzen omvatten geen enkel forfaitair bedrag of vergoeding.
(Aardgasondernemingen) verzekeren de bevoorrading van residentiële [5 beschermde afnemers]5 tegen de maximumprijzen bepaald krachtens het eerste lid en voeren een afzonderlijke boekhouding voor deze activiteit.
[1 ...]1.
[1 ...]1.
[1 ...]1.
[1 ...]1.
De bepalingen van de wet van 22 januari 1945 op de economische reglementering en de prijzen zijn van toepassing, met uitzondering van artikel 2, § 4, laatste lid, en § 5, voor de bepaling van de maximumprijzen bedoeld in paragraaf 1 en in het eerste lid.)
[2 § 2/1. Na advies van de commissie en na overleg met de gewesten, kan de Koning, na beraadslaging in de Ministerraad, maximumprijzen vaststellen per kWh, die op het gehele grondgebied gelden voor de levering van warmte door middel van netten voor warmtevoorziening op afstand aan beschermde residentiële afnemers. Deze maximumprijzen omvatten geen enkel forfaitair bedrag of vergoeding.
Na advies van de commissie, bepaalt de Koning de regels voor het financieringsmechanisme en het bepalen van de werkelijke nettokosten voor de ondernemingen die warmte door middel van netten voor warmtevoorziening op afstand leveren, als gevolg van de in het eerste lid bedoelde activiteiten, en van hun betrokkenheid bij de tenlasteneming [6 , alsook desgevallend de in acht te nemen procedure voor het bekomen van een vergoeding, met inbegrip van de termijnen en de gevolgen bij overtreding]6. Elk besluit dat voor dit doel wordt genomen, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad, indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.]2
[6 Warmtebedrijven verzekeren de bevoorrading van beschermde residentiële afnemer tegen de maximumprijzen bepaald krachtens het eerste lid en voeren een afzonderlijke boekhouding voor deze activiteit.]6
[2 § 2/2. Voor de toepassing van de maximumprijzen bedoeld in §§ 2 en 2/1, wordt beschouwd als beschermde residentiële afnemer, [7 elke huishoudelijke afnemer die kan bewijzen]7 dat hijzelf of iedere persoon die onder hetzelfde dak leeft een beslissing geniet tot toekenning van:
1° door het OCMW,
a) het leefloon toegekend in toepassing van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
b) een financiële maatschappelijke dienstverlening, die geheel of gedeeltelijk door de Federale Staat ten laste wordt genomen op grond van artikel 5 van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
c) een wachtuitkering op het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, de inkomensgarantie voor ouderen of de uitkering voor personen met een handicap;
2° door de FOD Sociale Zekerheid Directie Generaal Personen met een Handicap,
a) de inkomensvervangende tegemoetkoming bedoeld in artikel 2, § 1, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
b) de integratietegemoetkoming bedoeld in artikel 2, § 2, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
c) een tegemoetkoming, bedoeld in de wet van 27 februari 1987 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
d) een aanvullende tegemoetkoming, bedoeld in dezelfde wet;
e) de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden bedoeld in artikel 2, § 3, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
f) ten minste 4 punten in pijler 1 bedoeld in artikel 6, § 2, 1°, van het koninklijk besluit van 28 maart 2003 tot uitvoering van de artikelen 47, 56septies en 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders en van artikel 88 van de programmawet (I) van 24 december 2002;
3° door een instelling van een gewest of een gemeenschap, een tegemoetkoming voor de hulp aan bejaarden die de Koning gelijkstelt met de in 2°, e), bedoelde tegemoetkoming;
4° op basis van een decreet of een ordonnantie genomen beslissing tot [7 toekenning]7 van een aantal punten of een score aan een kind die de Koning gelijkstelt met een in 2°, f), bedoelde beslissing;
5° door de Federale Pensioendienst,
a) het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, bedoeld in de wet van 1 april 1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden;
b) de inkomensgarantie voor ouderen, bedoeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen;
c) een tegemoetkoming voor hulp van derden, als bedoeld in de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan mindervaliden;
d) een tegemoetkoming ter aanvulling van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, bedoeld in de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan mindervaliden;
[4 6° ...]4
Wordt eveneens als een beschermde residentiële afnemer beschouwd voor de toepassing van de maximumprijzen bedoeld in §§ 2 en 2/1, iedere huurder die een woongelegenheid betrekt in appartementsgebouwen waarvan de verwarming met aardgas plaatsvindt door middel van een collectieve installatie, of waarvan de aansluiting op het net voor warmtevoorziening collectief is, wanneer de woningen in huur zijn gegeven, in het kader van een sociaal beleid, door huisvestingsinstanties zoals de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen, de door die laatste erkende sociale huisvestingsmaatschappijen, sociale verhuurkantoren als zodanig erkend door de gewestelijke regeringen, het Vlaams Woningfonds, het "Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie", het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn.
Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, kan de lijst van beschermde residentiële afnemers, bedoeld in het eerste en tweede lid, door de Koning gewijzigd [3 of aangevuld]3 worden . Elk besluit dat voor dit doel wordt genomen, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad, indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.]2
[7 § 2/3. De toepassing van de maximumprijzen bedoeld in paragraaf 2 en paragraaf 2/1 is niet van toepassing op:
1° tweede verblijfsplaatsen;
2° gemeenschappelijke delen van appartementsgebouwen;
3° professionele klanten;
4° occasionele klanten, tijdelijke aansluitingen.]7
§ 3. De maximumprijzen bedoeld in § 1 en 2 worden zodanig vastgesteld dat :
1° kruissubsidies tussen categorieën van afnemers worden vermeden;
2° wordt gewaarborgd dat een billijk deel van de productiviteitsstijging ingevolge de openstelling van de aardgasmarkt op evenwichtige wijze ten goede komt van residentiële en professionele afnemers, waaronder de kleine en middelgrote ondernemingen, in de vorm van een vermindering van de tarieven;
3° de tarieven voor de in 2° bedoelde afnemers worden behouden op het niveau van de beste tariefpraktijken in hetzelfde marktsegment in de andere lidstaten van de Europese Unie, rekening houdend met de bijzondere kenmerken van de distributiesector;
4° het principe wordt geëerbiedigd volgens welk de prijzen bedoeld in § 2 worden afgestemd op de marktwaarde van aardgas in verhouding tot vervangingsproducten.
(5° het recht van toegang tot energie, goed van eerste levensbehoefte, wordt gewaarborgd daar waar aardgasnetten bestaan of op een economisch redelijke wijze ontwikkeld kunnen worden, waarbij in het bijzonder, in het kader van de openstelling van de aardgasmarkt voor concurrentie, de continuïteit van de sociale voordelen toepasbaar op bepaalde categorieën residentiële verbruikers inzake aansluitingen en tarieven wordt verzekerd;)
(6° erop wordt toegezien dat eindafnemers genieten van de voordelen die uit het afschrijvingsbeleid gevoerd in het gereguleerde systeem zullen voortvloeien;)
(7° de transparantie in termen van tarieven wordt gewaarborgd en de rationele consumptiegedragingen worden bevorderd.)
[6 § 4. Wanneer voor de levering van aardgas of warmte aan een huishoudelijke afnemer niet langer de maximumprijzen, bedoeld in paragrafen 2 of 2/1, van toepassing zijn, brengt de leverancier de huishoudelijke afnemer hiervan onverwijld in kennis en bezorgt een overzicht van al zijn op dat ogenblik actieve producten. De leverancier van aardgas wijst de huishoudelijke afnemer op zijn vrije keuze tussen het overzicht van al zijn actieve producten. De leverancier van aardgas wijst tevens op een duidelijk zichtbare manier op het feit dat de huishoudelijk afnemer via de websites van de gewestelijke regulatoren kan nagaan wat het goedkoopste product is en dat de huishoudelijke afnemer steeds het recht heeft om te veranderen van leverancier overeenkomstig artikel 15/5bis, § 11/3. Dit gebeurt via een ondubbelzinnige mededeling met opgave van de hyperlink naar de juiste webpagina van de betrokken regulator waar de prijsvergelijking kan worden gemaakt. De kennisgeving, dit overzicht en de informatie inzake gewestelijke regulatoren en het recht krachtens artikel 15/5bis, § 11/3, worden aan de huishoudelijke afnemer ter kennis gebracht via hetzelfde middel waarmee werd gecommuniceerd wanneer die afnemer nog de toepassing van de maximumprijzen bedoeld in de paragrafen 2 of 2/1 genoot.
Wanneer voor de levering van aardgas aan een huishoudelijk afnemer niet langer de maximumprijzen, bedoeld in de paragrafen 2 of 2/1, van toepassing zijn, past de leverancier het op dat ogenblik goedkoopste equivalent product toe van het product dat van toepassing was tijdens de periode dat de huishoudelijk afnemer de toepassing van de maximumprijzen, bedoeld in de paragrafen 2 of 2/1, genoot.]6
Modifications
Art. 15/10. § 1er. (Après avis de la commission et délibération en Conseil des Ministres, le ministre fédéral qui a l'économie dans ses attributions peut fixer des prix maximaux pour la fourniture de gaz naturel à des clients finals et pour la part de la fourniture de gaz naturel aux entreprises de distribution (...).)
§ 2. (Après avis de la commission et concertation avec les régions, le ministre fédéral qui a l'économie dans ses attributions peut, après délibération en Conseil des Ministres, fixer des prix maximaux par kWh, valables sur l'ensemble du territoire, pour la fourniture de gaz naturel à des clients protégés résidentiels [2 ...]2. Ces prix maximaux ne comprennent aucun montant forfaitaire ni aucune redevance.
Les (entreprises de gaz naturel) assurent l'approvisionnement des clients protégés résidentiels aux prix maximaux fixés selon l'alinéa 1 et tiennent une comptabilité séparée de cette activité.
[1 ...]1.
[1 ...]1.
[1 ...]1.
[1 ...]1.
Les dispositions de la loi du 22 janvier 1945 sur la réglementation économique et les prix sont applicables, à l'exception de l'article 2, § 4, dernier alinéa, et § 5, pour la fixation des prix maximaux visés au § 1 et à l'alinéa 1.)
[2 § 2/1. Après avis de la commission et après concertation avec les régions, le Roi peut, après délibération en Conseil des ministres, fixer des prix maximaux par kWh, valables sur l'ensemble du territoire, pour la fourniture de chaleur au moyen de réseaux de distribution de chaleur à distance à des clients protégés résidentiels. Ces prix maximaux ne comprennent aucun montant forfaitaire ni aucune redevance.
Après avis de la commission, le Roi arrête les règles du mécanisme de financement et de détermination du coût réel net, pour les entreprises fournissant de la chaleur au moyen de réseaux de distribution de chaleur à distance, résultant de l'activité visée à l'alinéa 1er, et de leur intervention pour sa prise en charge [5 , ainsi que, le cas échéant, la procédure à prendre en compte pour obtenir une indemnité, en ce compris les délais et les conséquences en cas d'infraction]5. Tout arrêté pris dans ce but est censé ne jamais avoir produit d'effets s'il n'a pas été confirmé par la loi dans les douze mois de sa date d'entrée en vigueur.]2
[5 Les entreprises de chaleur assurent l'approvisionnement des clients protégés résidentiels aux prix maximaux fixés selon l'alinéa 1er et tiennent une comptabilité séparée de cette activité.]5
[2 § 2/2. Pour l'application des prix maximaux visés aux §§ 2 et 2/1, est considéré comme étant un client protégé résidentiel, tout client résidentiel qui peut prouver que lui-même ou que toute personne vivant sous le même toit bénéficie d'une décision d'octroi:
1° par le CPAS,
a) du revenu d'intégration accordé en vertu de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale;
b) d'une aide sociale financière dispensée et prise en charge totalement ou partiellement par l'Etat conformément à l'article 5 de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'aide sociale;
c) d'une allocation d'attente soit du revenu garanti aux personnes âgées, soit de la garantie de revenus aux personnes âgées, soit d'une allocation pour personnes avec un handicap;
2° par le SPF Sécurité Sociale Direction Générale Personnes Handicapées,
a) de l'allocation de remplacement de revenus prévue à l'article 2, § 1er, de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées;
b) de l'allocation d'intégration visée à l'article 2, § 2, de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées;
c) d'une allocation telle que visée dans la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapés;
d) d'une allocation complémentaire telle que visée dans la même loi;
e) de l'allocation d'aide aux personnes âgées visée à l'article 2, § 3, de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées;
f) au moins 4 points dans le pilier P1 visé à l'article 6, § 2, 1°, de l'arrêté royal du 28 mars 2003 portant exécution des articles 47, 56septies et 63 des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés et de l'article 88 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002;
3° par une institution d'une région ou d'une communauté, d'une allocation d'aide aux personnes âgées que le Roi assimile à une allocation visée à l'article 2°, e);
4° une décision prise sur base d'un décret ou une ordonnance octroyant un certain nombre de points ou un score à un enfant, assimilée par le Roi à une décision visée au 2°, f);
5° par le Service Fédéral des Pensions,
a) du revenu garanti aux personnes âgées, en vertu de la loi du 1er avril 1969 instituant un revenu garanti aux personnes âgées;
b) de la garantie de revenus aux personnes âgées, en vertu de la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées;
c) d'une allocation pour l'aide d'une tierce personne, telle que visée dans la loi du 27 juin 1969 relative à l'octroi d'allocations aux handicapés;
d) d'une allocation de complément du revenu garanti aux personnes âgées, telle que visée dans la loi du 27 juin 1969 relative à l'octroi d'allocations aux handicapés;
[4 6° ...]4
Est également considéré comme un client protégé résidentiel pour l'application des prix maximaux visés aux §§ 2 et 2/1, tout locataire qui habite dans un immeuble à appartements dont le chauffage au gaz naturel est assuré par une installation collective ou dont le raccordement au réseau de distribution de chaleur est collectif, lorsque les logements sont donnés en location, dans le cadre d'une politique sociale, par des organismes de logement tels que les sociétés régionales de logement, les sociétés de logement social agréées par celles-ci, les agences immobilières sociales agréées par les gouvernements régionaux, le "Vlaams Woningfonds", le Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie, le Fonds du Logement de la Région de Bruxelles-Capitale et les Centres publics d'aide sociale.
Par arrêté délibéré en Conseil des ministres, la liste des clients protégés résidentiels, visés aux alinéas 1er et 2, peut être modifiée [3 ou complétée]3 par le Roi. Tout arrêté pris dans ce but est censé ne jamais avoir produit d'effets s'il n'a pas été confirmé par la loi dans les douze mois de sa date d'entrée en vigueur.]2
[6 § 2/3. L'application des prix maximaux visés au paragraphe 2 et paragraphe 2/1 ne s'appliquent pas aux:
1° résidences secondaires;
2° parties communes des immeubles résidentiels;
3° clients professionnels;
4° clients occasionnels, raccordements provisoires.]6
§ 3. Les prix maximaux visés aux §§ 1er et 2 sont fixés de manière à :
1° éviter des subsides croisés entre catégories de clients;
2° assurer qu'une partie équitable des gains de productivité résultant de l'ouverture du marché du gaz naturel reviennent de manière équilibrée aux clients résidentiels et professionnels, dont les petites et moyennes entreprises, sous forme d'une baisse des tarifs;
3° maintenir les tarifs appliqués aux clients vises au 2° au niveau des meilleures pratiques tarifaires sur le même segment du marché dans les autres Etats membres de l'Union européenne, compte tenu des spécificités du secteur de la distribution;
4° respecter le principe d'alignement des prix visés au § 2 sur la valeur du marché du gaz naturel en relation avec des produits de substitution.
(5° garantir, là où des réseaux de gaz naturel existent ou peuvent d'une façon économiquement raisonnable être développés, le droit à l'accès à l'énergie, bien de première nécessité, en veillant notamment à assurer, dans le cadre de l'ouverture du marché du gaz naturel à la concurrence, la continuité des avantages sociaux applicables à certaines catégories de consommateurs résidentiels en matière de raccordement et en matière tarifaire;)
(6° veiller à ce que les consommateurs finaux bénéficient des avantages qui résulteront de la politique d'amortissement pratiquée dans le système régulé;)
(7° assurer la transparence des termes tarifaires et favoriser les comportements de consommation rationnels.)
[5 § 4. Lorsque les prix maximaux visés aux paragraphes 2 ou 2/1 ne s'appliquent plus à la fourniture de gaz naturel ou de chaleur à un client résidentiel, le fournisseur en informe le client résidentiel expressément et d'une façon bien visible et lui fournit une liste de tous ses produits actuellement actifs. Le fournisseur informe le client résidentiel qu'il est libre de choisir parmi la liste de tous ses produits actifs. Le fournisseur attire également l'attention du client résidentiel, de manière clairement visible, sur le fait qu'il peut vérifier sur les sites internet des régulateurs régionaux quel est le produit le moins cher et sur le fait que le client résidentiel a toujours le droit de changer de fournisseur conformément à l'article 15/5bis, § 11/3. Cette information a lieu par le biais d'une communication sans ambiguïté reprenant un hyperlien vers la page internet du régulateur concerné sur laquelle la comparaison des prix peut être effectuée. La notification, cet aperçu et les informations sur les régulateurs régionaux et le droit visé à l'article 15/5bis, § 11/3, sont fournis au client résidentiel les mêmes moyens que ceux utilisés lorsque ce client bénéficiait encore de l'application des prix maximaux visés aux paragraphes 2 ou 2/1.
Lorsque les prix maximaux, visés aux paragraphes 2 ou 2/1, ne s'appliquent plus à la fourniture de gaz naturel ou de chaleur, à un client résidentiel, le fournisseur applique à ce moment-là le produit équivalent le moins cher du produit qui était applicable pendant la période où le client résidentiel a bénéficié des prix maximaux, visés aux paragraphes 2 ou 2/1.]5
§ 2. (Après avis de la commission et concertation avec les régions, le ministre fédéral qui a l'économie dans ses attributions peut, après délibération en Conseil des Ministres, fixer des prix maximaux par kWh, valables sur l'ensemble du territoire, pour la fourniture de gaz naturel à des clients protégés résidentiels [2 ...]2. Ces prix maximaux ne comprennent aucun montant forfaitaire ni aucune redevance.
Les (entreprises de gaz naturel) assurent l'approvisionnement des clients protégés résidentiels aux prix maximaux fixés selon l'alinéa 1 et tiennent une comptabilité séparée de cette activité.
[1 ...]1.
[1 ...]1.
[1 ...]1.
[1 ...]1.
Les dispositions de la loi du 22 janvier 1945 sur la réglementation économique et les prix sont applicables, à l'exception de l'article 2, § 4, dernier alinéa, et § 5, pour la fixation des prix maximaux visés au § 1 et à l'alinéa 1.)
[2 § 2/1. Après avis de la commission et après concertation avec les régions, le Roi peut, après délibération en Conseil des ministres, fixer des prix maximaux par kWh, valables sur l'ensemble du territoire, pour la fourniture de chaleur au moyen de réseaux de distribution de chaleur à distance à des clients protégés résidentiels. Ces prix maximaux ne comprennent aucun montant forfaitaire ni aucune redevance.
Après avis de la commission, le Roi arrête les règles du mécanisme de financement et de détermination du coût réel net, pour les entreprises fournissant de la chaleur au moyen de réseaux de distribution de chaleur à distance, résultant de l'activité visée à l'alinéa 1er, et de leur intervention pour sa prise en charge [5 , ainsi que, le cas échéant, la procédure à prendre en compte pour obtenir une indemnité, en ce compris les délais et les conséquences en cas d'infraction]5. Tout arrêté pris dans ce but est censé ne jamais avoir produit d'effets s'il n'a pas été confirmé par la loi dans les douze mois de sa date d'entrée en vigueur.]2
[5 Les entreprises de chaleur assurent l'approvisionnement des clients protégés résidentiels aux prix maximaux fixés selon l'alinéa 1er et tiennent une comptabilité séparée de cette activité.]5
[2 § 2/2. Pour l'application des prix maximaux visés aux §§ 2 et 2/1, est considéré comme étant un client protégé résidentiel, tout client résidentiel qui peut prouver que lui-même ou que toute personne vivant sous le même toit bénéficie d'une décision d'octroi:
1° par le CPAS,
a) du revenu d'intégration accordé en vertu de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale;
b) d'une aide sociale financière dispensée et prise en charge totalement ou partiellement par l'Etat conformément à l'article 5 de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'aide sociale;
c) d'une allocation d'attente soit du revenu garanti aux personnes âgées, soit de la garantie de revenus aux personnes âgées, soit d'une allocation pour personnes avec un handicap;
2° par le SPF Sécurité Sociale Direction Générale Personnes Handicapées,
a) de l'allocation de remplacement de revenus prévue à l'article 2, § 1er, de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées;
b) de l'allocation d'intégration visée à l'article 2, § 2, de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées;
c) d'une allocation telle que visée dans la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapés;
d) d'une allocation complémentaire telle que visée dans la même loi;
e) de l'allocation d'aide aux personnes âgées visée à l'article 2, § 3, de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées;
f) au moins 4 points dans le pilier P1 visé à l'article 6, § 2, 1°, de l'arrêté royal du 28 mars 2003 portant exécution des articles 47, 56septies et 63 des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés et de l'article 88 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002;
3° par une institution d'une région ou d'une communauté, d'une allocation d'aide aux personnes âgées que le Roi assimile à une allocation visée à l'article 2°, e);
4° une décision prise sur base d'un décret ou une ordonnance octroyant un certain nombre de points ou un score à un enfant, assimilée par le Roi à une décision visée au 2°, f);
5° par le Service Fédéral des Pensions,
a) du revenu garanti aux personnes âgées, en vertu de la loi du 1er avril 1969 instituant un revenu garanti aux personnes âgées;
b) de la garantie de revenus aux personnes âgées, en vertu de la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées;
c) d'une allocation pour l'aide d'une tierce personne, telle que visée dans la loi du 27 juin 1969 relative à l'octroi d'allocations aux handicapés;
d) d'une allocation de complément du revenu garanti aux personnes âgées, telle que visée dans la loi du 27 juin 1969 relative à l'octroi d'allocations aux handicapés;
[4 6° ...]4
Est également considéré comme un client protégé résidentiel pour l'application des prix maximaux visés aux §§ 2 et 2/1, tout locataire qui habite dans un immeuble à appartements dont le chauffage au gaz naturel est assuré par une installation collective ou dont le raccordement au réseau de distribution de chaleur est collectif, lorsque les logements sont donnés en location, dans le cadre d'une politique sociale, par des organismes de logement tels que les sociétés régionales de logement, les sociétés de logement social agréées par celles-ci, les agences immobilières sociales agréées par les gouvernements régionaux, le "Vlaams Woningfonds", le Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie, le Fonds du Logement de la Région de Bruxelles-Capitale et les Centres publics d'aide sociale.
Par arrêté délibéré en Conseil des ministres, la liste des clients protégés résidentiels, visés aux alinéas 1er et 2, peut être modifiée [3 ou complétée]3 par le Roi. Tout arrêté pris dans ce but est censé ne jamais avoir produit d'effets s'il n'a pas été confirmé par la loi dans les douze mois de sa date d'entrée en vigueur.]2
[6 § 2/3. L'application des prix maximaux visés au paragraphe 2 et paragraphe 2/1 ne s'appliquent pas aux:
1° résidences secondaires;
2° parties communes des immeubles résidentiels;
3° clients professionnels;
4° clients occasionnels, raccordements provisoires.]6
§ 3. Les prix maximaux visés aux §§ 1er et 2 sont fixés de manière à :
1° éviter des subsides croisés entre catégories de clients;
2° assurer qu'une partie équitable des gains de productivité résultant de l'ouverture du marché du gaz naturel reviennent de manière équilibrée aux clients résidentiels et professionnels, dont les petites et moyennes entreprises, sous forme d'une baisse des tarifs;
3° maintenir les tarifs appliqués aux clients vises au 2° au niveau des meilleures pratiques tarifaires sur le même segment du marché dans les autres Etats membres de l'Union européenne, compte tenu des spécificités du secteur de la distribution;
4° respecter le principe d'alignement des prix visés au § 2 sur la valeur du marché du gaz naturel en relation avec des produits de substitution.
(5° garantir, là où des réseaux de gaz naturel existent ou peuvent d'une façon économiquement raisonnable être développés, le droit à l'accès à l'énergie, bien de première nécessité, en veillant notamment à assurer, dans le cadre de l'ouverture du marché du gaz naturel à la concurrence, la continuité des avantages sociaux applicables à certaines catégories de consommateurs résidentiels en matière de raccordement et en matière tarifaire;)
(6° veiller à ce que les consommateurs finaux bénéficient des avantages qui résulteront de la politique d'amortissement pratiquée dans le système régulé;)
(7° assurer la transparence des termes tarifaires et favoriser les comportements de consommation rationnels.)
[5 § 4. Lorsque les prix maximaux visés aux paragraphes 2 ou 2/1 ne s'appliquent plus à la fourniture de gaz naturel ou de chaleur à un client résidentiel, le fournisseur en informe le client résidentiel expressément et d'une façon bien visible et lui fournit une liste de tous ses produits actuellement actifs. Le fournisseur informe le client résidentiel qu'il est libre de choisir parmi la liste de tous ses produits actifs. Le fournisseur attire également l'attention du client résidentiel, de manière clairement visible, sur le fait qu'il peut vérifier sur les sites internet des régulateurs régionaux quel est le produit le moins cher et sur le fait que le client résidentiel a toujours le droit de changer de fournisseur conformément à l'article 15/5bis, § 11/3. Cette information a lieu par le biais d'une communication sans ambiguïté reprenant un hyperlien vers la page internet du régulateur concerné sur laquelle la comparaison des prix peut être effectuée. La notification, cet aperçu et les informations sur les régulateurs régionaux et le droit visé à l'article 15/5bis, § 11/3, sont fournis au client résidentiel les mêmes moyens que ceux utilisés lorsque ce client bénéficiait encore de l'application des prix maximaux visés aux paragraphes 2 ou 2/1.
Lorsque les prix maximaux, visés aux paragraphes 2 ou 2/1, ne s'appliquent plus à la fourniture de gaz naturel ou de chaleur, à un client résidentiel, le fournisseur applique à ce moment-là le produit équivalent le moins cher du produit qui était applicable pendant la période où le client résidentiel a bénéficié des prix maximaux, visés aux paragraphes 2 ou 2/1.]5
Modifications
Art. 15/10bis. [1 § 1. Teneinde de controle waarin § 3 voorziet te kunnen uitvoeren, stelt de commissie voor elke leverancier voor elk variabel contracttype, evenals elk nieuw contracttype, en in overleg met hen, binnen twee maanden na de bekendmaking van de wet van [3 8 januari 2012]3 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, een gegevensbank op teneinde de methodologie voor de berekening van de variabele energieprijzen te registreren, waaronder de parameters en de indexeringsformules die daarbij gehanteerd worden. Hiertoe kan de commissie extra informatie opvragen in het kader van haar opdracht.
§ 2. De variabele energieprijs voor de levering van aardgas aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s kan maximaal vier keer per jaar, steeds voor de eerste dag van een trimester, geïndexeerd worden.
Binnen drie werkdagen volgend op de indexering publiceren de leveranciers voor contracten met variabele energieprijzen, de desbetreffende indexeringsformules voor de levering van aardgas aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s op hun website alsook de eventuele wijzigingen aan die formules.
§ 3. Binnen vijf dagen na elke indexering, die geschiedt na de registratie van de variabele energieprijzen overeenkomstig § 1, bezorgt elke leverancier aan de commissie een overzicht van de wijze waarop deze werd aangepast op grond van de door de leverancier gehanteerde indexeringsformule. De commissie gaat na of de door de leverancier gehanteerde indexeringsformule correct werd toegepast en in overeenstemming is met de gegevens die zijn doorgegeven in het kader van § 1. [2 De commissie gaat tevens na of de door de leverancier gehanteerde indexeringsformule conform de exhaustieve lijst van toegelaten criteria is, bedoeld in § 4bis.]2
§ 4. De commissie stelt [3 ...]3, vast of de in § 1 bedoelde formule voor de indexering van de energiecomponent voor levering van aardgas met variabele energieprijs aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s correct werd toegepast. [2 De commissie stelt tevens vast of de indexeringsformule zoals bedoeld in § 1 conform de exhaustieve lijst van toegelaten criteria is, bedoeld in § 4bis.]2
De commissie doet op eigen initiatief een vaststelling ingeval een leverancier geen aangifte doet van de gegevens bedoeld in § 2 binnen de bovenvermelde termijnen, nadat hij in gebreke is gesteld om zijn aangifteplicht krachtens § 3 na te komen.
De commissie zendt per aangetekende brief met ontvangstmelding haar vaststelling over aan de leverancier binnen vijf werkdagen volgend op diens verklaring bedoeld in § 3 of volgend op de datum waarop zij op eigen initiatief is tussengekomen overeenkomstig het tweede lid. De leverancier heeft het recht de vaststelling door de commissie te betwisten binnen vijf werkdagen na de ontvangst van de vaststelling. Betwistingen worden voorgelegd aan een neutraal en door beide partijen aanvaard lid van het Belgisch Instituut voor Bedrijfsrevisoren, dat binnen dertig dagen en op kosten van de in het ongelijk gestelde partij een bindende vaststelling doet of de indexeringsformule van de energiecomponent voor levering van elektriciteit met variabele energieprijs aan huishoudelijke afnemers en K.M.O.'s [2 correct werd toegepast en of deze indexeringsformule conform de exhaustieve lijst van toegelaten criteria is, bedoeld in § 4bis]2.
[2 Nadat de in het eerste lid vermelde vaststelling definitief is geworden, maant de commissie de leverancier aan om de betrokken klanten te crediteren voor het teveel aangerekende deel van de energiecomponent. De commissie legt aan de leverancier tevens een administratieve geldboete op ter hoogte van het totaal bedrag dat aan de klanten gecrediteerd dient te worden.]2
[2 § 4bis. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad legt de Koning, na voorstel van de commissie, een exhaustieve lijst vast van toegelaten criteria met het oog op de uitwerking door elkeen van de leveranciers van de indexeringsparameters opdat deze beantwoorden aan transparante, objectieve en niet-discriminatoire criteria en de werkelijke bevoorradingskosten vertegenwoordigen.
Met het oog op de monitoring, brengt de commissie jaarlijks verslag uit aan de regering betreffende de evolutie van de indexeringsparameters van de leveranciers.]2
§ 5. De leverancier geeft elke stijging van de variabele energieprijs aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s die niet het gevolg is van een beslissing van de bevoegde overheid, van de regulator, van de aardgasvervoersnetbeheerder, van de beheerder van de aardgasopslaginstallatie, van de LNG-installatie, van de distributienetbeheerders of die niet voortvloeit uit de toepassing van de § § 2 tot 4, per aangetekende brief met ontvangstmelding aan bij de commissie.
De melding aan de commissie gaat vergezeld van een motivering van de prijsstijging zoals bedoeld in het eerste lid van deze paragraaf.
De inwerkingtreding van de stijging zoals vermeld in het eerste lid wordt geschorst gedurende de duur van de in deze paragraaf bepaalde procedure.
De commissie [3 ...]3 oordeelt of de motivering van de stijging gerechtvaardigd is aan de hand van objectieve parameters, onder andere op basis van een permanente vergelijking van de energiecomponent voor de levering van elektriciteit en aardgas aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s met het gemiddelde van de energiecomponent in de zone Noordwest Europa.
Op initiatief van de commissie [3 ...]3 wordt een beslissing genomen door de commissie in geval een leverancier geen aangifte doet binnen de bovenvermelde termijnen, nadat hij per aangetekende brief met ontvangstmelding in gebreke is gesteld om zijn aangifteplicht krachtens het eerste lid na te komen.
De commissie zendt, na advies vande Nationale Bank van België, haar beslissing over aan de leverancier binnen vijf werkdagen volgend op diens verklaring bedoeld in het eerste lid of volgend op de datum waarop zij op eigen initiatief is tussengekomen overeenkomstig het vijfde lid.
Indien de opwaartse aanpassing van de energiecomponent niet rechtvaardig is, knoopt de leverancier onderhandelingen aan met de commissie [3 ...]3 met het oog op het afsluiten van een akkoord over de variabele prijs voor de energiecomponent voor de levering aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s. De commissie overlegt met de Nationale Bank van België.
In geval van mislukking van de onderhandelingen binnen een termijn van twintig dagen vanaf de ontvangst door de commissie van voormelde aangifte, kan de commissie [3 ...]3 het geheel of een deel van de geplande stijging verwerpen. De commissie motiveert en deelt haar beslissing per aangetekende brief met ontvangstmelding mee aan de leverancier, onverminderd de rechtsmiddelen van de leveranciers overeenkomstig artikel 15/20.
De leveranciers publiceren de goedgekeurde stijging van hun energiecomponent voor levering van elektriciteit aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s op hun website na afloop van deze procedure binnen vijf werkdagen na de kennisneming van de beslissing van de commissie.
Indien de commissie vaststelt dat de leveranciers hun verplichtingen krachtens deze paragraaf niet naleven binnen een termijn van twee maanden na de mededeling van haar beslissing aan de betrokken leverancier, kan ze deze leverancier in gebreke stellen om zich te schikken naar zijn verplichtingen. Indien de leverancier nalaat om dit te doen binnen een termijn van drie maanden na deze ingebrekestelling, kan de commissie hem een administratieve boete opleggen, in afwijking van artikel 20/2. Deze boete mag niet hoger zijn dan 150.000 euro.
[3 De commissie neemt de strikte vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens en/of persoonsgegevens in acht.]3
§ 6. De administratieve geldboetes worden gestort in het Fonds ter vermindering van de federale bijdrage, opgericht door artikel 20bis, § 6, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt.
§ 7. Het mechanisme ingevoerd door dit artikel maakt het voorwerp uit van een jaarlijkse monitoring door de commissie en de Nationale Bank van België teneinde onder andere de risico's te identificeren van de marktverstorende effecten.
Tot 31 december 2014, kan de Koning bij belangrijke marktverstorende effecten, op elk moment beslissen om een einde te stellen aan het mechanisme van huidig artikel , op voorstel van de minister bij besluit overlegd in Ministerraad op basis van de monitoring en het jaarverslag van de commissie en de Nationale Bank bedoelde in het eerste lid.
Ten laatste zes maanden vóór 31 december 2014, stellen de commissie en de Nationale Bank van België een evaluatierapport op over dit mechanisme ingesteld door dit artikel . Op basis van dit rapport kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de minister, het verlengen met een nieuwe periode van drie jaar, indien nodig vernieuwbaar volgens een identieke procedure, indien hij vaststelt dat de transparantie- en mededingingsvoorwaarden nog steeds niet vervuld zijn en dat de bescherming van de consument nog steeds niet gewaarborgd is. Op basis van de monitoring en het jaarverslag van de commissie en de Nationale Bank bedoeld in het eerste lid, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de minister, op elk moment besluiten om aan het mechanisme van dit artikel een eind te maken in aanwezigheid van belangrijke marktverstorende effect.]1
§ 2. De variabele energieprijs voor de levering van aardgas aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s kan maximaal vier keer per jaar, steeds voor de eerste dag van een trimester, geïndexeerd worden.
Binnen drie werkdagen volgend op de indexering publiceren de leveranciers voor contracten met variabele energieprijzen, de desbetreffende indexeringsformules voor de levering van aardgas aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s op hun website alsook de eventuele wijzigingen aan die formules.
§ 3. Binnen vijf dagen na elke indexering, die geschiedt na de registratie van de variabele energieprijzen overeenkomstig § 1, bezorgt elke leverancier aan de commissie een overzicht van de wijze waarop deze werd aangepast op grond van de door de leverancier gehanteerde indexeringsformule. De commissie gaat na of de door de leverancier gehanteerde indexeringsformule correct werd toegepast en in overeenstemming is met de gegevens die zijn doorgegeven in het kader van § 1. [2 De commissie gaat tevens na of de door de leverancier gehanteerde indexeringsformule conform de exhaustieve lijst van toegelaten criteria is, bedoeld in § 4bis.]2
§ 4. De commissie stelt [3 ...]3, vast of de in § 1 bedoelde formule voor de indexering van de energiecomponent voor levering van aardgas met variabele energieprijs aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s correct werd toegepast. [2 De commissie stelt tevens vast of de indexeringsformule zoals bedoeld in § 1 conform de exhaustieve lijst van toegelaten criteria is, bedoeld in § 4bis.]2
De commissie doet op eigen initiatief een vaststelling ingeval een leverancier geen aangifte doet van de gegevens bedoeld in § 2 binnen de bovenvermelde termijnen, nadat hij in gebreke is gesteld om zijn aangifteplicht krachtens § 3 na te komen.
De commissie zendt per aangetekende brief met ontvangstmelding haar vaststelling over aan de leverancier binnen vijf werkdagen volgend op diens verklaring bedoeld in § 3 of volgend op de datum waarop zij op eigen initiatief is tussengekomen overeenkomstig het tweede lid. De leverancier heeft het recht de vaststelling door de commissie te betwisten binnen vijf werkdagen na de ontvangst van de vaststelling. Betwistingen worden voorgelegd aan een neutraal en door beide partijen aanvaard lid van het Belgisch Instituut voor Bedrijfsrevisoren, dat binnen dertig dagen en op kosten van de in het ongelijk gestelde partij een bindende vaststelling doet of de indexeringsformule van de energiecomponent voor levering van elektriciteit met variabele energieprijs aan huishoudelijke afnemers en K.M.O.'s [2 correct werd toegepast en of deze indexeringsformule conform de exhaustieve lijst van toegelaten criteria is, bedoeld in § 4bis]2.
[2 Nadat de in het eerste lid vermelde vaststelling definitief is geworden, maant de commissie de leverancier aan om de betrokken klanten te crediteren voor het teveel aangerekende deel van de energiecomponent. De commissie legt aan de leverancier tevens een administratieve geldboete op ter hoogte van het totaal bedrag dat aan de klanten gecrediteerd dient te worden.]2
[2 § 4bis. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad legt de Koning, na voorstel van de commissie, een exhaustieve lijst vast van toegelaten criteria met het oog op de uitwerking door elkeen van de leveranciers van de indexeringsparameters opdat deze beantwoorden aan transparante, objectieve en niet-discriminatoire criteria en de werkelijke bevoorradingskosten vertegenwoordigen.
Met het oog op de monitoring, brengt de commissie jaarlijks verslag uit aan de regering betreffende de evolutie van de indexeringsparameters van de leveranciers.]2
§ 5. De leverancier geeft elke stijging van de variabele energieprijs aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s die niet het gevolg is van een beslissing van de bevoegde overheid, van de regulator, van de aardgasvervoersnetbeheerder, van de beheerder van de aardgasopslaginstallatie, van de LNG-installatie, van de distributienetbeheerders of die niet voortvloeit uit de toepassing van de § § 2 tot 4, per aangetekende brief met ontvangstmelding aan bij de commissie.
De melding aan de commissie gaat vergezeld van een motivering van de prijsstijging zoals bedoeld in het eerste lid van deze paragraaf.
De inwerkingtreding van de stijging zoals vermeld in het eerste lid wordt geschorst gedurende de duur van de in deze paragraaf bepaalde procedure.
De commissie [3 ...]3 oordeelt of de motivering van de stijging gerechtvaardigd is aan de hand van objectieve parameters, onder andere op basis van een permanente vergelijking van de energiecomponent voor de levering van elektriciteit en aardgas aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s met het gemiddelde van de energiecomponent in de zone Noordwest Europa.
Op initiatief van de commissie [3 ...]3 wordt een beslissing genomen door de commissie in geval een leverancier geen aangifte doet binnen de bovenvermelde termijnen, nadat hij per aangetekende brief met ontvangstmelding in gebreke is gesteld om zijn aangifteplicht krachtens het eerste lid na te komen.
De commissie zendt, na advies vande Nationale Bank van België, haar beslissing over aan de leverancier binnen vijf werkdagen volgend op diens verklaring bedoeld in het eerste lid of volgend op de datum waarop zij op eigen initiatief is tussengekomen overeenkomstig het vijfde lid.
Indien de opwaartse aanpassing van de energiecomponent niet rechtvaardig is, knoopt de leverancier onderhandelingen aan met de commissie [3 ...]3 met het oog op het afsluiten van een akkoord over de variabele prijs voor de energiecomponent voor de levering aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s. De commissie overlegt met de Nationale Bank van België.
In geval van mislukking van de onderhandelingen binnen een termijn van twintig dagen vanaf de ontvangst door de commissie van voormelde aangifte, kan de commissie [3 ...]3 het geheel of een deel van de geplande stijging verwerpen. De commissie motiveert en deelt haar beslissing per aangetekende brief met ontvangstmelding mee aan de leverancier, onverminderd de rechtsmiddelen van de leveranciers overeenkomstig artikel 15/20.
De leveranciers publiceren de goedgekeurde stijging van hun energiecomponent voor levering van elektriciteit aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s op hun website na afloop van deze procedure binnen vijf werkdagen na de kennisneming van de beslissing van de commissie.
Indien de commissie vaststelt dat de leveranciers hun verplichtingen krachtens deze paragraaf niet naleven binnen een termijn van twee maanden na de mededeling van haar beslissing aan de betrokken leverancier, kan ze deze leverancier in gebreke stellen om zich te schikken naar zijn verplichtingen. Indien de leverancier nalaat om dit te doen binnen een termijn van drie maanden na deze ingebrekestelling, kan de commissie hem een administratieve boete opleggen, in afwijking van artikel 20/2. Deze boete mag niet hoger zijn dan 150.000 euro.
[3 De commissie neemt de strikte vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens en/of persoonsgegevens in acht.]3
§ 6. De administratieve geldboetes worden gestort in het Fonds ter vermindering van de federale bijdrage, opgericht door artikel 20bis, § 6, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt.
§ 7. Het mechanisme ingevoerd door dit artikel maakt het voorwerp uit van een jaarlijkse monitoring door de commissie en de Nationale Bank van België teneinde onder andere de risico's te identificeren van de marktverstorende effecten.
Tot 31 december 2014, kan de Koning bij belangrijke marktverstorende effecten, op elk moment beslissen om een einde te stellen aan het mechanisme van huidig artikel , op voorstel van de minister bij besluit overlegd in Ministerraad op basis van de monitoring en het jaarverslag van de commissie en de Nationale Bank bedoelde in het eerste lid.
Ten laatste zes maanden vóór 31 december 2014, stellen de commissie en de Nationale Bank van België een evaluatierapport op over dit mechanisme ingesteld door dit artikel . Op basis van dit rapport kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de minister, het verlengen met een nieuwe periode van drie jaar, indien nodig vernieuwbaar volgens een identieke procedure, indien hij vaststelt dat de transparantie- en mededingingsvoorwaarden nog steeds niet vervuld zijn en dat de bescherming van de consument nog steeds niet gewaarborgd is. Op basis van de monitoring en het jaarverslag van de commissie en de Nationale Bank bedoeld in het eerste lid, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de minister, op elk moment besluiten om aan het mechanisme van dit artikel een eind te maken in aanwezigheid van belangrijke marktverstorende effect.]1
Modifications
Art. 15/10bis. [1 § 1er. Afin de pouvoir effectuer le contrôle prévu au § 3, la commission établit pour chaque fournisseur, pour tout contrat-type variable ainsi que tout nouveau contrat-type, et en concertation avec ceux-ci, dans les deux mois suivant la publication de la loi du [3 8 janvier 2012]3 portant modifications de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations, une base de données afin d'enregistrer la méthodologie de calcul des prix variables de l'énergie, notamment les formules d'indexation et les paramètres qu'ils utilisent. A cet effet, la commission peut requérir des informations supplémentaires dans le cadre de sa mission.
§ 2. Le prix variable de l'énergie pour la fourniture de gaz naturel aux clients finals résidentiels et PME peut être indexé au maximum quatre fois par an, à chaque fois le 1er jour d'un trimestre.
Dans les trois jours ouvrables suivant une indexation, les fournisseurs publient pour les contrats à prix variable de l'énergie, les formules d'indexation pour la fourniture de gaz naturel à des clients finals résidentiels et P.M.E. sur leur site internet, ainsi que les éventuelles modifications apportées à ces formules.
§ 3. Dans les cinq jours suivant chaque indexation, qui s'effectue après l'enregistrement des prix variables de l'énergie conformément au § 1er, chaque fournisseur fournit à la commission un aperçu de la façon dont elle a été adaptée sur la base de la formule d'indexation utilisée par le fournisseur. La commission vérifie si la formule d'indexation utilisée par le fournisseur a été appliquée correctement et si elle est conforme aux données telles que transmises dans le cadre du § 1er. [2 La commission examine également si la formule d'indexation appliquée par le fournisseur est conforme à la liste exhaustive des critères admis visée au § 4bis.]2
§ 4. La commission constate [3 ...]3 si la formule d'indexation visée au § 1er, la composante énergétique pour la fourniture de gaz naturel à prix variable de l'énergie aux clients finals résidentiels et P.M.E. a été correctement appliquée. [2 La commission détermine également si la formule d'indexation visée au § 1er, est conforme à la liste exhaustive de critères admis visée au § 4bis.]2
La commission fait de sa propre initiative une constatation si un fournisseur ne déclare pas les données visées au § 2 dans les délais précités, après qu'il a été mis en demeure de respecter son devoir de déclaration en vertu du § 3.
La commission transmet, par recommandé avec accusé de réception, sa constatation au fournisseur dans les cinq jours ouvrables suivant sa déclaration visée au § 3 ou suivant la date à laquelle elle est intervenue de sa propre initiative conformément à l'alinéa 2. Le fournisseur a le droit de contester la constatation effectuée par la commission dans les cinq jours ouvrables suivant la réception de la constatation. Les contestations sont soumises à un membre neutre et accepté par les deux parties de l'Institut belge des réviseurs d'entreprises, qui effectue dans un délai de trente jours et aux frais de la partie succombante une constatation contraignante établissant si la formule d'indexation de la composante énergétique pour la fourniture d'électricité à prix variable de l'énergie aux clients résidentiels et P.M.E. a été [2 correctement appliquée et si cette formule d'indexation est conforme à la liste exhaustive fixant les critères admis visée au § 4bis.]2.
[2 Lorsque la constatation de la commission visée à l'alinéa 1er est définitive, la commission met en demeure le fournisseur de créditer les clients concernés pour la partie de la composante énergétique facturée en trop. La commission impose également au fournisseur une amende administrative à hauteur du montant total devant être crédité aux clients concernés.]2
[2 § 4bis. Par arrêté délibéré en Conseil des ministres, le Roi adopte, après proposition de la commission, une liste exhaustive de critères admis en vue de l'élaboration par chacun des fournisseurs des paramètres d'indexation afin que ceux-ci répondent à des critères transparents, objectifs et non-discriminatoires et soient représentatifs des coûts réels d'approvisionnement.
A des fins de monitoring, la commission transmet annuellement au gouvernement un rapport relatif à l'évolution des paramètres d'indexation des fournisseurs.]2
§ 5. Le fournisseur notifie à la commission, par recommandé avec accusé de réception, toute hausse du prix variable de l'énergie applicable aux clients finals résidentiels et aux P.M.E., qui ne résulte pas d'une décision de l'autorité compétente, du régulateur, du gestionnaire de réseau de transport de gaz naturel, du gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel, d'installation GNL, de gestionnaires de réseau de distribution ou qui ne découle pas de l'application des § § 2 à 4.
La notification à la commission s'accompagne d'une motivation de la hausse du prix, visée à l'alinéa 1er.
L'entrée en vigueur de la hausse visée à l'alinéa 1er est suspendue pendant la durée de la procédure prévue au présent paragraphe.
La commission [3
]3 juge si la motivation de la hausse est justifiée à l'aune de paramètres objectifs, notamment sur la base d'une comparaison permanente de la composante énergétique pour la fourniture d'électricité et de gaz aux clients finals résidentiels et aux P.M.E. avec la moyenne de la composante énergétique dans la zone d'Europe du Nord-Ouest.
à l'initiative de la commission [3
]3 une décision est prise par la commission à défaut de notification par un fournisseur dans les délais précités, après l'avoir mis en demeure, par recommandé avec accusé de réception, de respecter son devoir de notification en vertu de l'alinéa 1er.
La commission [3
]3 communique sa décision au fournisseur dans les cinq jours ouvrables suivant sa déclaration visée à l'alinéa 1er ou suivant la date à laquelle elle est intervenue de sa propre initiative conformément à l'alinéa 5.
Si l'adaptation à la hausse de la composante énergétique n'est pas justifiée, le fournisseur entre en négociations avec la commission en vue de conclure un accord sur le prix variable de la composante énergétique pour la fourniture aux clients finals résidentiels et aux P.M.E..[3
]3.
En cas d'échec des négociations dans un délai de vingt jours à compter de la réception par la commission de la notification précitée, la commission peut rejeter [3
]3 tout ou partie de la hausse prévue. La commission motive et transmet sa décision au fournisseur, par recommandé avec accusé de réception et sans préjudice des voies de recours des fournisseurs conformément à l'article 15/20.
Les fournisseurs publient la hausse approuvée de leur composante énergétique pour la fourniture d'électricité aux clients finals résidentiels et aux PME sur leur site internet à l'issue de cette procédure dans les cinq jours ouvrables suivant la prise de connaissance de la décision de la commission.
En cas de constat par la commission du non-respect par les fournisseurs de leurs obligations en vertu du présent paragraphe dans un délai de deux mois suivant la communication de sa décision au fournisseur concerné, la commission peut mettre en demeure ledit fournisseur de se conformer à ses obligations. Si le fournisseur omet de le faire dans un délai de trois mois suivant cette mise en demeure, la commission peut lui infliger une amende administrative, par dérogation à l'article 20/2. Cette amende ne peut excéder 150.000 euros.
[3 La commission respecte la stricte confidentialité des données sensibles sur le plan commercial et/ou des données personnelles.]3
§ 6. Les amendes administratives sont injectées dans le Fonds de réduction de la cotisation fédérale institué par l'article 20bis, § 6, de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité.
§ 7. Le mécanisme instauré par le présent article fait l'objet d'un monitoring et d'un rapport annuel de la commission et de la Banque nationale de Belgique afin notamment d'identifier les risques d'effets perturbateurs sur le marché.
Jusqu'au 31 décembre 2014, en présence d'importants effets perturbateurs sur le marché, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres sur proposition du ministre, à tout instant décider de mettre fin au mécanisme du présent article sur la base du monitoring et du rapport annuel susvisé à l'alinéa 1er.
Au plus tard six mois avant le 31 décembre 2014, la commission et la Banque nationale de Belgique réalisent un rapport d'évaluation du mécanisme instauré par le présent article. Sur la base de ce rapport, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres sur proposition du ministre, le prolonger d'une nouvelle période de trois ans, au besoin renouvelable selon une procédure identique, s'il constate que les conditions de transparence et de concurrence ne sont toujours pas remplies et que la protection du consommateur n'est ainsi toujours pas garantie. Sur la base du monitoring et du rapport annuel de la commission et de la Banque nationale susvisés à l'alinéa 1er, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres sur proposition du ministre, à tout instant, décider de mettre fin au mécanisme du présent article en présence d'importants effets perturbateurs sur le marché.]1
§ 2. Le prix variable de l'énergie pour la fourniture de gaz naturel aux clients finals résidentiels et PME peut être indexé au maximum quatre fois par an, à chaque fois le 1er jour d'un trimestre.
Dans les trois jours ouvrables suivant une indexation, les fournisseurs publient pour les contrats à prix variable de l'énergie, les formules d'indexation pour la fourniture de gaz naturel à des clients finals résidentiels et P.M.E. sur leur site internet, ainsi que les éventuelles modifications apportées à ces formules.
§ 3. Dans les cinq jours suivant chaque indexation, qui s'effectue après l'enregistrement des prix variables de l'énergie conformément au § 1er, chaque fournisseur fournit à la commission un aperçu de la façon dont elle a été adaptée sur la base de la formule d'indexation utilisée par le fournisseur. La commission vérifie si la formule d'indexation utilisée par le fournisseur a été appliquée correctement et si elle est conforme aux données telles que transmises dans le cadre du § 1er. [2 La commission examine également si la formule d'indexation appliquée par le fournisseur est conforme à la liste exhaustive des critères admis visée au § 4bis.]2
§ 4. La commission constate [3 ...]3 si la formule d'indexation visée au § 1er, la composante énergétique pour la fourniture de gaz naturel à prix variable de l'énergie aux clients finals résidentiels et P.M.E. a été correctement appliquée. [2 La commission détermine également si la formule d'indexation visée au § 1er, est conforme à la liste exhaustive de critères admis visée au § 4bis.]2
La commission fait de sa propre initiative une constatation si un fournisseur ne déclare pas les données visées au § 2 dans les délais précités, après qu'il a été mis en demeure de respecter son devoir de déclaration en vertu du § 3.
La commission transmet, par recommandé avec accusé de réception, sa constatation au fournisseur dans les cinq jours ouvrables suivant sa déclaration visée au § 3 ou suivant la date à laquelle elle est intervenue de sa propre initiative conformément à l'alinéa 2. Le fournisseur a le droit de contester la constatation effectuée par la commission dans les cinq jours ouvrables suivant la réception de la constatation. Les contestations sont soumises à un membre neutre et accepté par les deux parties de l'Institut belge des réviseurs d'entreprises, qui effectue dans un délai de trente jours et aux frais de la partie succombante une constatation contraignante établissant si la formule d'indexation de la composante énergétique pour la fourniture d'électricité à prix variable de l'énergie aux clients résidentiels et P.M.E. a été [2 correctement appliquée et si cette formule d'indexation est conforme à la liste exhaustive fixant les critères admis visée au § 4bis.]2.
[2 Lorsque la constatation de la commission visée à l'alinéa 1er est définitive, la commission met en demeure le fournisseur de créditer les clients concernés pour la partie de la composante énergétique facturée en trop. La commission impose également au fournisseur une amende administrative à hauteur du montant total devant être crédité aux clients concernés.]2
[2 § 4bis. Par arrêté délibéré en Conseil des ministres, le Roi adopte, après proposition de la commission, une liste exhaustive de critères admis en vue de l'élaboration par chacun des fournisseurs des paramètres d'indexation afin que ceux-ci répondent à des critères transparents, objectifs et non-discriminatoires et soient représentatifs des coûts réels d'approvisionnement.
A des fins de monitoring, la commission transmet annuellement au gouvernement un rapport relatif à l'évolution des paramètres d'indexation des fournisseurs.]2
§ 5. Le fournisseur notifie à la commission, par recommandé avec accusé de réception, toute hausse du prix variable de l'énergie applicable aux clients finals résidentiels et aux P.M.E., qui ne résulte pas d'une décision de l'autorité compétente, du régulateur, du gestionnaire de réseau de transport de gaz naturel, du gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel, d'installation GNL, de gestionnaires de réseau de distribution ou qui ne découle pas de l'application des § § 2 à 4.
La notification à la commission s'accompagne d'une motivation de la hausse du prix, visée à l'alinéa 1er.
L'entrée en vigueur de la hausse visée à l'alinéa 1er est suspendue pendant la durée de la procédure prévue au présent paragraphe.
La commission [3
]3 juge si la motivation de la hausse est justifiée à l'aune de paramètres objectifs, notamment sur la base d'une comparaison permanente de la composante énergétique pour la fourniture d'électricité et de gaz aux clients finals résidentiels et aux P.M.E. avec la moyenne de la composante énergétique dans la zone d'Europe du Nord-Ouest.
à l'initiative de la commission [3
]3 une décision est prise par la commission à défaut de notification par un fournisseur dans les délais précités, après l'avoir mis en demeure, par recommandé avec accusé de réception, de respecter son devoir de notification en vertu de l'alinéa 1er.
La commission [3
]3 communique sa décision au fournisseur dans les cinq jours ouvrables suivant sa déclaration visée à l'alinéa 1er ou suivant la date à laquelle elle est intervenue de sa propre initiative conformément à l'alinéa 5.
Si l'adaptation à la hausse de la composante énergétique n'est pas justifiée, le fournisseur entre en négociations avec la commission en vue de conclure un accord sur le prix variable de la composante énergétique pour la fourniture aux clients finals résidentiels et aux P.M.E..[3
]3.
En cas d'échec des négociations dans un délai de vingt jours à compter de la réception par la commission de la notification précitée, la commission peut rejeter [3
]3 tout ou partie de la hausse prévue. La commission motive et transmet sa décision au fournisseur, par recommandé avec accusé de réception et sans préjudice des voies de recours des fournisseurs conformément à l'article 15/20.
Les fournisseurs publient la hausse approuvée de leur composante énergétique pour la fourniture d'électricité aux clients finals résidentiels et aux PME sur leur site internet à l'issue de cette procédure dans les cinq jours ouvrables suivant la prise de connaissance de la décision de la commission.
En cas de constat par la commission du non-respect par les fournisseurs de leurs obligations en vertu du présent paragraphe dans un délai de deux mois suivant la communication de sa décision au fournisseur concerné, la commission peut mettre en demeure ledit fournisseur de se conformer à ses obligations. Si le fournisseur omet de le faire dans un délai de trois mois suivant cette mise en demeure, la commission peut lui infliger une amende administrative, par dérogation à l'article 20/2. Cette amende ne peut excéder 150.000 euros.
[3 La commission respecte la stricte confidentialité des données sensibles sur le plan commercial et/ou des données personnelles.]3
§ 6. Les amendes administratives sont injectées dans le Fonds de réduction de la cotisation fédérale institué par l'article 20bis, § 6, de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité.
§ 7. Le mécanisme instauré par le présent article fait l'objet d'un monitoring et d'un rapport annuel de la commission et de la Banque nationale de Belgique afin notamment d'identifier les risques d'effets perturbateurs sur le marché.
Jusqu'au 31 décembre 2014, en présence d'importants effets perturbateurs sur le marché, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres sur proposition du ministre, à tout instant décider de mettre fin au mécanisme du présent article sur la base du monitoring et du rapport annuel susvisé à l'alinéa 1er.
Au plus tard six mois avant le 31 décembre 2014, la commission et la Banque nationale de Belgique réalisent un rapport d'évaluation du mécanisme instauré par le présent article. Sur la base de ce rapport, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres sur proposition du ministre, le prolonger d'une nouvelle période de trois ans, au besoin renouvelable selon une procédure identique, s'il constate que les conditions de transparence et de concurrence ne sont toujours pas remplies et que la protection du consommateur n'est ainsi toujours pas garantie. Sur la base du monitoring et du rapport annuel de la commission et de la Banque nationale susvisés à l'alinéa 1er, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres sur proposition du ministre, à tout instant, décider de mettre fin au mécanisme du présent article en présence d'importants effets perturbateurs sur le marché.]1
Modifications
Art. 15/10ter. [1 Voor de toepassing van de boete bedoeld in artikel 15/10bis, § § 4 en 5, deelt de commissie aan de betrokken leverancier haar bezwaren mee. De leverancier kan zijn opmerkingen meedelen binnen een termijn van vijftien dagen volgend op de verzenddatum. De commissie organiseert vervolgens een hoorzitting tijdens welke de leverancier zijn opmerkingen kan uiten. De commissie neemt haar eindbeslissing binnen vijf dagen volgend op de hoorzitting.]1
Art. 15/10ter. [1 Aux fins de l'amende visée à l'article 15/10bis, § § 4 et 5, la commission communique au fournisseur concerné ses griefs. Le fournisseur peut faire part de ses observations dans un délai de quinze jours suivant la date d'envoi. La commission convoque ensuite une audience au cours de laquelle le fournisseur peut exprimer ses observations. La commission prend sa décision finale dans les cinq jours suivant l'audience.]1
Modifications
Art. 15/11. (§ 1.) Bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de Commissie, kan de Koning :
1° (de houders van een vervoersvergunning openbare dienstverplichtingen opleggen inzake investeringen, ten gunste van afnemers (...), op basis van een voorafgaande studie met betrekking tot de capaciteit van het aardgasvervoersnet en in de mate dat deze investeringen economisch verantwoord zijn [2 , evenals alle andere openbare dienstverplichtingen voor hun activiteiten op het vervoersnet, de aardgasopslaginstallatie of de LNG-installatie inzake bevoorradingszekerheid [3 ...]3 die rekening houden met de criteria en de verplichtingen inzake bevoorradingszekerheid die voortvloeien uit de toepassing van de maatregelen die getroffen werden in het raam van Verordening (EU) nr. 994/2010]2;)
2° de houders van een leveringsvergunning openbare dienstverplichtingen opleggen inzake regelmaat en kwaliteit van leveringen van aardgas en inzake bevoorrading van distributieondernemingen, en andere afnemers, (...) [2 [3 ...]3 die rekening houden met de criteria en de verplichtingen inzake bevoorradingszekerheid die voortvloeien uit de toepassing van de maatregelen die getroffen werden in het raam van Verordening (EU) nr. 994/2010 voor hun activiteiten op het vervoersnet, de aardgasopslaginstallatie of de LNG-installatie]2;
(3° een fonds oprichten, onder beheer van de Commissie, dat :
a) de volledige of een deel van de reële netto-kosten van de openbare dienstverplichtingen bedoeld in het 1° en het 2° ten laste neemt, voor zover deze kosten een onbillijke last zou vertegenwoordigen voor de ondernemingen die tot deze verplichtingen gehouden zijn. In voorkomend geval wordt de berekening van de kosten bedoeld in 3°, a), door elke betrokken onderneming gedaan, overeenkomstig de door de Commissie opgestelde methodologie, en door deze laatste geverifieerd;
b) wordt gefinancierd [4 ...]4 door middel van heffingen,[4 ...]4 op de hoeveelheden, uitgedrukt in energie-eenheden, geleverd aan alle of aan objectief bepaalde categorieën van aardgasverbruikers, volgens de nadere regels bepaald door hetzelfde besluit.
Elk besluit dat krachtens 3°, b), wordt vastgesteld, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen de (twaalf) maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.)
[4 In het kader van wat in het eerste lid wordt bepaald houdt de Koning rekening met het investeringsprogramma vervat in het indicatieve plan bedoeld in artikel 15/13, § 2, 3°.]4
[4 ...]4.
[4 ...]4.
[8 ...]8
[4 ...]4.
[4 ...]4.
[4 ...]4.
[4 § 1bis. [8 Dit artikel regelt de financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden met de regulering van en de controle op de gasmarkt.
De volgende doelstellingen worden gedekt door de ontvangsten voortvloeiend uit de bijzondere accijns bepaald in artikel 419, i) van de programmawet van 27 december 2004, voor aardgas van de GN-codes 2711 11 00 en 2711 21 00:
1° de gedeeltelijke financiering van de werkingskosten van de commissie, zoals bedoeld in artikel 15/15, § 4, en dit onverminderd de overige bepalingen van artikel 15/15, § 4;
2° de gedeeltelijke financiering van de uitvoering van de maatregelen van begeleiding en maatschappelijke steunverlening inzake energie, bepaald bij de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering;
3° de financiering van de werkelijke nettokosten voortvloeiend uit de toepassing van de maximum prijzen voor de levering van aardgas aan de beschermde residentiële afnemers bedoeld in artikel 15/10, § 2/2, eerste lid, 1° tot en met 5°, en tweede lid, van deze wet, en in artikel 4/1 van de programmawet van 27 april 2007;
[9 4° de financiering van de werkelijke nettokosten voortvloeiend uit de toepassing van de maximumprijzen voor de levering van warmte aan de beschermde residentiële afnemers bedoeld in artikel 15/10, § 2/1.]9
Als het totaal van de ontvangsten voortvloeiend uit de bijzondere accijns bepaald in artikel 419, i) van de programmawet van 27 december 2004 voor aardgas van de GN-codes 2711 11 00 en 2711 21 00 niet toereikend is om het totaalbedrag van de nettolasten ter realisatie van de doelstellingen, bedoeld in het tweede lid, te dekken, dan worden de ontvangsten aangewend voortvloeiend uit de verhoging van de bijzondere accijns bepaald in artikel 419, onderdeel e) i) en onderdeel f) i) van de programmawet van 27 december 2004, laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 25 december 2017, voor gasolie van de GN codes 2710 19 41, 2710 19 45 en 2710 19 49, ten belope van een bedrag van 7 euro per 1 000 liter bij 15 ° C.
Als het totaalbedrag uit de in het tweede en derde lid vermelde bedragen niet toereikend is om het totaalbedrag van de nettolasten ter realisatie van de doelstellingen bedoeld in het tweede lid te dekken, wordt een gedeelte van de ontvangsten voortvloeiend uit het bijzonder accijnsrecht bepaald in artikel 419, onderdeel j) van de programmawet van 27 december 2004 voor steenkool, cokes en bruinkool van de GN codes 2701, 2702 et 2704 bijkomend toegewezen.
Als het totaalbedrag uit de in het tweede, derde en vierde lid vermelde bedragen niet toereikend is om het totaalbedrag van de nettolasten ter realisatie van de doelstellingen bedoeld in het tweede lid te dekken, wordt een deel van de opbrengst van de vennootschapsbelastingen bijkomend toegewezen.
De codes van de in deze paragraaf bedoelde gecombineerde nomenclatuur verwijzen naar die welke zijn vastgesteld in de Verordening EEG nr. 2031/2001 van de Europese Commissie van 6 augustus 2001 tot wijziging van bijlage I van de Verordening EEG nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief.]8
[6 § 1bis/1. De financiering van de werkelijke nettokosten die voortvloeien uit de toepassing van de maximumprijzen voor de levering van gas aan de andere door de Koning, overeenkomstig artikel 15/10, § 2/2, derde lid, aangewezen beschermde residentiële afnemers, komt ten laste van de staatsbegroting, die de daartoe voorziene middelen toekent aan het fonds bedoeld in paragraaf 1ter, 3°, door middel van een herverdelingsbesluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad.]6
[7 § 1bis/2. Een bijkomende financiering voor het jaar 2021 van de doelstellingen voorzien in artikel 6, tweede lid, van de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering, wordt gedragen door de Staatsbegroting, die de daartoe voorziene middelen voorziet via het fonds, bedoeld in artikel 15/11, § 1ter, 2°.
Deze bijkomende financiering wordt bij voorrang toegekend aan personen die niet vallen onder het stelsel van maximumprijzen voor de beschermde residentiële afnemers, zoals bepaald in artikel 15/10, § 2/2, van deze wet.]7
§ 1ter. [8 Onverminderd het tweede lid, bepaalt de Koning, bij een in de Ministerraad overlegd besluit, de bedragen van de in paragraaf 1bis, tweede tot en met vijfde lid, bedoelde ontvangsten, in voorkomend geval rekening houdend met de saldi van de vorige begrotingsjaren, die moeten worden gestort:]8
1° [8 ...]8
2° in het fonds dat beheerd wordt door de commissie, bedoeld onder § 1, eerste lid, 3°, met het oog op de gedeeltelijke financiering van de maatregelen bedoeld in de bepaling onder § 1bis, zevende lid, 2°, waarvan de middelen te dien einde, ter beschikking gesteld worden van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering;
3° in een fonds dat beheerd wordt door de commissie ten behoeve van beschermde residentiële [10 afnemers]10, zoals bedoeld in [6 artikel 15/10, § 2/2]6 [14 , en de eenmalige forfaitaire tegemoetkomingen]14.
[8 Het bedrag van de in paragraaf 1bis, tweede tot en met vijfde lid, bedoelde ontvangsten, dat bestemd is ter dekking van de werkingskosten van de commissie, met inbegrip van de reserve, voor een bepaald begrotingsjaar, vastgesteld overeenkomstig artikel 15/15, § 4, wordt, op verzoek, uiterlijk op 15 januari van het betreffende begrotingsjaar gestort in een door de commissie beheerd fonds.
Indien, op het ogenblik dat de commissie om middelen verzoekt, haar begroting voor het betrokken begrotingsjaar nog niet is goedgekeurd overeenkomstig artikel 25, § 3, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, wordt op eenvoudig verzoek, uiterlijk op 15 januari van het betrokken begrotingsjaar, een voorschot ten belope van 50 % van de begroting van het vorige jaar betaald.]8
§ 1quater. [8 Onverminderd artikel 15/15, § 4, bepaalt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie:
1° de procedure en de berekeningswijze die wordt toegepast ter bepaling van de middelen die nodig zijn ter realisatie van de doelstellingen, bedoeld in paragraaf 1bis, tweede lid;
2° de modaliteiten voor het beheer van de fondsen, bedoeld in paragraaf 1ter door de commissie.]8
[8 § 1quater/1. Onverminderd paragraaf 1ter, sluiten de Federale Staat en de commissie een protocol tot vaststelling van de nadere regels voor de terbeschikkingstelling van de in paragraaf 1bis, tweede tot en met vijfde lid, bedoelde middelen met het oog op de nakoming van de in lid 2 bedoelde verplichtingen, en tot precisering van alle daarmee verband houdende en andere rechten en plichten van beide contractpartijen, in het bijzonder de onafhankelijkheid van de commissie bij de uitvoering van haar begroting.]8
§ 1erquinquies. [5 Na advies]5 van de commissie, bepaalt de Koning de regels voor het bepalen van de werkelijke nettokosten voor de aardgasondernemingen, als gevolg van de in artikel 15/10, § 2 bedoelde activiteiten, en van hun betrokkenheid bij de tenlasteneming [15 , alsook desgevallend de in acht te nemen procedure voor het bekomen van een vergoeding, met inbegrip van de termijnen en de gevolgen bij overtreding]15.
Elk besluit dat voor dit doel wordt genomen, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad, indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.
[5 Na advies]5 van de commissie, kan de Koning de regels wijzigen, vervangen of opheffen, die zijn vastgelegd door het koninklijk besluit van 21 januari 2004 tot vaststelling van de nadere regels voor de compensatie van de werkelijke nettokost die voortvloeit uit de toepassing van de sociale maximumprijzen in de aardgasmarkt en de tussenkomstregels voor het ten laste nemen hiervan, zoals bevestigd door de wet van 27 december 2004.]4
§ 2. [1 De beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas wijst de capaciteiten van deze opslaginstallatie toe aan de hand van transparante en niet-discriminerende criteria toe, en op basis van door de commissie goedgekeurde toewijzingsregels [10 ...]10.
Deze criteria houden rekening met de bepalingen van de gedragscode aanvaard in uitvoering van artikel 15/5undecies, en die van toepassing zijn voor de toewijzing op korte, middellange en lange termijn van de opslagcapaciteiten.
[11 In het geval van een toewijzing van de opslagcapaciteiten door middel van openbare veilingen, kan de reserveprijs lager liggen dan de tarieven bedoeld in de artikelen 15/5 en 15/5bis.]11
Het opgezette tariefmechanisme moet elke vorm van speculatie voorkomen.
De derdetoegangsdiensten worden door de beheerder van de opslaginstallatie aan de opslaggebruiker aangeboden overeenkomstig artikel 15 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De beheerder van de opslaginstallatie respecteert eveneens de transparantievereisten zoals bepaald in artikel 19 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De mechanismen inzake capaciteitsallocatie en de procedures inzake congestiebeheer geschieden in respect van artikel 17 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De commissie keurt de toegangsvoorwaarden voor opslag goed en houdt toezicht op de toepassing ervan.]1
§ 3. [1 In uitvoering van [12 artikel 6]12 van [12 Verordening (EU) 2017/1938]12, kan de Bevoegde Instantie in uitvoering van dit reglement de gasondernemingen die beschermde klanten in de zin van deze [12 Verordening (EU) 2017/1938]12 bevoorraden, de verplichting opleggen om aan te tonen dat zij over voldoende en snel beschikbare volumes aardgas, waaronder aardgas opgeslagen in opslaginstallaties, beschikken om bovenvermelde klanten te bevoorraden;]1
[1 § 4. De gebruiker van een opslaginstallatie, die opslagcapaciteit gereserveerd heeft, dient capaciteiten en opgeslagen gasvolumes onmiddellijk en tijdelijk ter beschikking te stellen van de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas, in geval van onderbreking of verslechtering van de aardgaslevering op de Belgische markt hetgeen overeenkomt met een noodsituatie in de zin van [13 artikel 11, lid 1, c), van Verordening (EU) 2017/1938 voor beschermde afnemers in de zin van voornoemde verordening]13.
In dergelijke noodsituaties, zijn de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas evenals de beheerder van het aardgasvervoersnet gehouden tot de openbare dienstverplichting om bij voorrang dit gas toe te wijzen aan de bevoorrading van de beschermde klanten, in de zin van de [13 Verordening (EU) 2017/1938]13.
De beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas vergoedt de betrokken gebruikers van de opslaginstallatie voor de gebruikte hoeveelheid gas of geeft aan deze gebruikers een hoeveelheid gas terug die overeenkomt met de hoeveelheid die is gebruikt in de noodsituatie.]1
1° (de houders van een vervoersvergunning openbare dienstverplichtingen opleggen inzake investeringen, ten gunste van afnemers (...), op basis van een voorafgaande studie met betrekking tot de capaciteit van het aardgasvervoersnet en in de mate dat deze investeringen economisch verantwoord zijn [2 , evenals alle andere openbare dienstverplichtingen voor hun activiteiten op het vervoersnet, de aardgasopslaginstallatie of de LNG-installatie inzake bevoorradingszekerheid [3 ...]3 die rekening houden met de criteria en de verplichtingen inzake bevoorradingszekerheid die voortvloeien uit de toepassing van de maatregelen die getroffen werden in het raam van Verordening (EU) nr. 994/2010]2;)
2° de houders van een leveringsvergunning openbare dienstverplichtingen opleggen inzake regelmaat en kwaliteit van leveringen van aardgas en inzake bevoorrading van distributieondernemingen, en andere afnemers, (...) [2 [3 ...]3 die rekening houden met de criteria en de verplichtingen inzake bevoorradingszekerheid die voortvloeien uit de toepassing van de maatregelen die getroffen werden in het raam van Verordening (EU) nr. 994/2010 voor hun activiteiten op het vervoersnet, de aardgasopslaginstallatie of de LNG-installatie]2;
(3° een fonds oprichten, onder beheer van de Commissie, dat :
a) de volledige of een deel van de reële netto-kosten van de openbare dienstverplichtingen bedoeld in het 1° en het 2° ten laste neemt, voor zover deze kosten een onbillijke last zou vertegenwoordigen voor de ondernemingen die tot deze verplichtingen gehouden zijn. In voorkomend geval wordt de berekening van de kosten bedoeld in 3°, a), door elke betrokken onderneming gedaan, overeenkomstig de door de Commissie opgestelde methodologie, en door deze laatste geverifieerd;
b) wordt gefinancierd [4 ...]4 door middel van heffingen,[4 ...]4 op de hoeveelheden, uitgedrukt in energie-eenheden, geleverd aan alle of aan objectief bepaalde categorieën van aardgasverbruikers, volgens de nadere regels bepaald door hetzelfde besluit.
Elk besluit dat krachtens 3°, b), wordt vastgesteld, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen de (twaalf) maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.)
[4 In het kader van wat in het eerste lid wordt bepaald houdt de Koning rekening met het investeringsprogramma vervat in het indicatieve plan bedoeld in artikel 15/13, § 2, 3°.]4
[4 ...]4.
[4 ...]4.
[8 ...]8
[4 ...]4.
[4 ...]4.
[4 ...]4.
[4 § 1bis. [8 Dit artikel regelt de financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden met de regulering van en de controle op de gasmarkt.
De volgende doelstellingen worden gedekt door de ontvangsten voortvloeiend uit de bijzondere accijns bepaald in artikel 419, i) van de programmawet van 27 december 2004, voor aardgas van de GN-codes 2711 11 00 en 2711 21 00:
1° de gedeeltelijke financiering van de werkingskosten van de commissie, zoals bedoeld in artikel 15/15, § 4, en dit onverminderd de overige bepalingen van artikel 15/15, § 4;
2° de gedeeltelijke financiering van de uitvoering van de maatregelen van begeleiding en maatschappelijke steunverlening inzake energie, bepaald bij de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering;
3° de financiering van de werkelijke nettokosten voortvloeiend uit de toepassing van de maximum prijzen voor de levering van aardgas aan de beschermde residentiële afnemers bedoeld in artikel 15/10, § 2/2, eerste lid, 1° tot en met 5°, en tweede lid, van deze wet, en in artikel 4/1 van de programmawet van 27 april 2007;
[9 4° de financiering van de werkelijke nettokosten voortvloeiend uit de toepassing van de maximumprijzen voor de levering van warmte aan de beschermde residentiële afnemers bedoeld in artikel 15/10, § 2/1.]9
Als het totaal van de ontvangsten voortvloeiend uit de bijzondere accijns bepaald in artikel 419, i) van de programmawet van 27 december 2004 voor aardgas van de GN-codes 2711 11 00 en 2711 21 00 niet toereikend is om het totaalbedrag van de nettolasten ter realisatie van de doelstellingen, bedoeld in het tweede lid, te dekken, dan worden de ontvangsten aangewend voortvloeiend uit de verhoging van de bijzondere accijns bepaald in artikel 419, onderdeel e) i) en onderdeel f) i) van de programmawet van 27 december 2004, laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 25 december 2017, voor gasolie van de GN codes 2710 19 41, 2710 19 45 en 2710 19 49, ten belope van een bedrag van 7 euro per 1 000 liter bij 15 ° C.
Als het totaalbedrag uit de in het tweede en derde lid vermelde bedragen niet toereikend is om het totaalbedrag van de nettolasten ter realisatie van de doelstellingen bedoeld in het tweede lid te dekken, wordt een gedeelte van de ontvangsten voortvloeiend uit het bijzonder accijnsrecht bepaald in artikel 419, onderdeel j) van de programmawet van 27 december 2004 voor steenkool, cokes en bruinkool van de GN codes 2701, 2702 et 2704 bijkomend toegewezen.
Als het totaalbedrag uit de in het tweede, derde en vierde lid vermelde bedragen niet toereikend is om het totaalbedrag van de nettolasten ter realisatie van de doelstellingen bedoeld in het tweede lid te dekken, wordt een deel van de opbrengst van de vennootschapsbelastingen bijkomend toegewezen.
De codes van de in deze paragraaf bedoelde gecombineerde nomenclatuur verwijzen naar die welke zijn vastgesteld in de Verordening EEG nr. 2031/2001 van de Europese Commissie van 6 augustus 2001 tot wijziging van bijlage I van de Verordening EEG nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief.]8
[6 § 1bis/1. De financiering van de werkelijke nettokosten die voortvloeien uit de toepassing van de maximumprijzen voor de levering van gas aan de andere door de Koning, overeenkomstig artikel 15/10, § 2/2, derde lid, aangewezen beschermde residentiële afnemers, komt ten laste van de staatsbegroting, die de daartoe voorziene middelen toekent aan het fonds bedoeld in paragraaf 1ter, 3°, door middel van een herverdelingsbesluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad.]6
[7 § 1bis/2. Een bijkomende financiering voor het jaar 2021 van de doelstellingen voorzien in artikel 6, tweede lid, van de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering, wordt gedragen door de Staatsbegroting, die de daartoe voorziene middelen voorziet via het fonds, bedoeld in artikel 15/11, § 1ter, 2°.
Deze bijkomende financiering wordt bij voorrang toegekend aan personen die niet vallen onder het stelsel van maximumprijzen voor de beschermde residentiële afnemers, zoals bepaald in artikel 15/10, § 2/2, van deze wet.]7
§ 1ter. [8 Onverminderd het tweede lid, bepaalt de Koning, bij een in de Ministerraad overlegd besluit, de bedragen van de in paragraaf 1bis, tweede tot en met vijfde lid, bedoelde ontvangsten, in voorkomend geval rekening houdend met de saldi van de vorige begrotingsjaren, die moeten worden gestort:]8
1° [8 ...]8
2° in het fonds dat beheerd wordt door de commissie, bedoeld onder § 1, eerste lid, 3°, met het oog op de gedeeltelijke financiering van de maatregelen bedoeld in de bepaling onder § 1bis, zevende lid, 2°, waarvan de middelen te dien einde, ter beschikking gesteld worden van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering;
3° in een fonds dat beheerd wordt door de commissie ten behoeve van beschermde residentiële [10 afnemers]10, zoals bedoeld in [6 artikel 15/10, § 2/2]6 [14 , en de eenmalige forfaitaire tegemoetkomingen]14.
[8 Het bedrag van de in paragraaf 1bis, tweede tot en met vijfde lid, bedoelde ontvangsten, dat bestemd is ter dekking van de werkingskosten van de commissie, met inbegrip van de reserve, voor een bepaald begrotingsjaar, vastgesteld overeenkomstig artikel 15/15, § 4, wordt, op verzoek, uiterlijk op 15 januari van het betreffende begrotingsjaar gestort in een door de commissie beheerd fonds.
Indien, op het ogenblik dat de commissie om middelen verzoekt, haar begroting voor het betrokken begrotingsjaar nog niet is goedgekeurd overeenkomstig artikel 25, § 3, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, wordt op eenvoudig verzoek, uiterlijk op 15 januari van het betrokken begrotingsjaar, een voorschot ten belope van 50 % van de begroting van het vorige jaar betaald.]8
§ 1quater. [8 Onverminderd artikel 15/15, § 4, bepaalt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie:
1° de procedure en de berekeningswijze die wordt toegepast ter bepaling van de middelen die nodig zijn ter realisatie van de doelstellingen, bedoeld in paragraaf 1bis, tweede lid;
2° de modaliteiten voor het beheer van de fondsen, bedoeld in paragraaf 1ter door de commissie.]8
[8 § 1quater/1. Onverminderd paragraaf 1ter, sluiten de Federale Staat en de commissie een protocol tot vaststelling van de nadere regels voor de terbeschikkingstelling van de in paragraaf 1bis, tweede tot en met vijfde lid, bedoelde middelen met het oog op de nakoming van de in lid 2 bedoelde verplichtingen, en tot precisering van alle daarmee verband houdende en andere rechten en plichten van beide contractpartijen, in het bijzonder de onafhankelijkheid van de commissie bij de uitvoering van haar begroting.]8
§ 1erquinquies. [5 Na advies]5 van de commissie, bepaalt de Koning de regels voor het bepalen van de werkelijke nettokosten voor de aardgasondernemingen, als gevolg van de in artikel 15/10, § 2 bedoelde activiteiten, en van hun betrokkenheid bij de tenlasteneming [15 , alsook desgevallend de in acht te nemen procedure voor het bekomen van een vergoeding, met inbegrip van de termijnen en de gevolgen bij overtreding]15.
Elk besluit dat voor dit doel wordt genomen, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad, indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.
[5 Na advies]5 van de commissie, kan de Koning de regels wijzigen, vervangen of opheffen, die zijn vastgelegd door het koninklijk besluit van 21 januari 2004 tot vaststelling van de nadere regels voor de compensatie van de werkelijke nettokost die voortvloeit uit de toepassing van de sociale maximumprijzen in de aardgasmarkt en de tussenkomstregels voor het ten laste nemen hiervan, zoals bevestigd door de wet van 27 december 2004.]4
§ 2. [1 De beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas wijst de capaciteiten van deze opslaginstallatie toe aan de hand van transparante en niet-discriminerende criteria toe, en op basis van door de commissie goedgekeurde toewijzingsregels [10 ...]10.
Deze criteria houden rekening met de bepalingen van de gedragscode aanvaard in uitvoering van artikel 15/5undecies, en die van toepassing zijn voor de toewijzing op korte, middellange en lange termijn van de opslagcapaciteiten.
[11 In het geval van een toewijzing van de opslagcapaciteiten door middel van openbare veilingen, kan de reserveprijs lager liggen dan de tarieven bedoeld in de artikelen 15/5 en 15/5bis.]11
Het opgezette tariefmechanisme moet elke vorm van speculatie voorkomen.
De derdetoegangsdiensten worden door de beheerder van de opslaginstallatie aan de opslaggebruiker aangeboden overeenkomstig artikel 15 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De beheerder van de opslaginstallatie respecteert eveneens de transparantievereisten zoals bepaald in artikel 19 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De mechanismen inzake capaciteitsallocatie en de procedures inzake congestiebeheer geschieden in respect van artikel 17 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De commissie keurt de toegangsvoorwaarden voor opslag goed en houdt toezicht op de toepassing ervan.]1
§ 3. [1 In uitvoering van [12 artikel 6]12 van [12 Verordening (EU) 2017/1938]12, kan de Bevoegde Instantie in uitvoering van dit reglement de gasondernemingen die beschermde klanten in de zin van deze [12 Verordening (EU) 2017/1938]12 bevoorraden, de verplichting opleggen om aan te tonen dat zij over voldoende en snel beschikbare volumes aardgas, waaronder aardgas opgeslagen in opslaginstallaties, beschikken om bovenvermelde klanten te bevoorraden;]1
[1 § 4. De gebruiker van een opslaginstallatie, die opslagcapaciteit gereserveerd heeft, dient capaciteiten en opgeslagen gasvolumes onmiddellijk en tijdelijk ter beschikking te stellen van de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas, in geval van onderbreking of verslechtering van de aardgaslevering op de Belgische markt hetgeen overeenkomt met een noodsituatie in de zin van [13 artikel 11, lid 1, c), van Verordening (EU) 2017/1938 voor beschermde afnemers in de zin van voornoemde verordening]13.
In dergelijke noodsituaties, zijn de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas evenals de beheerder van het aardgasvervoersnet gehouden tot de openbare dienstverplichting om bij voorrang dit gas toe te wijzen aan de bevoorrading van de beschermde klanten, in de zin van de [13 Verordening (EU) 2017/1938]13.
De beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas vergoedt de betrokken gebruikers van de opslaginstallatie voor de gebruikte hoeveelheid gas of geeft aan deze gebruikers een hoeveelheid gas terug die overeenkomt met de hoeveelheid die is gebruikt in de noodsituatie.]1
Modifications
Art. 15/11. (§ 1er.) Par arrêté délibéré en Conseil des ministres, après avis de la Commission, le Roi peut :
1° (imposer aux titulaires d'une autorisation de transport des obligations de service public en matière d'investissement, en faveur des clients (...), sur base d'une étude préalable des besoins relatifs à la capacité du réseau de transport de gaz naturel et dans la mesure où ces investissements sont économiquement justifiés [2 , ainsi que toutes autres obligations de service public pour leurs activités sur le réseau de transport, l'installation de stockage de gaz naturel ou l'installation de GNL en matière de sécurité d'approvisionnement [3 ...]3 , qui tiennent compte des critères et des obligations en matière de sécurité d'approvisionnement découlant de l'application des mesures prises dans le cadre du Règlement (UE) n° 994/2010;]2;)
2° imposer aux titulaires d'une autorisation de fourniture des obligations de service public en matière de régularité et de qualité des fournitures de gaz naturel, ainsi qu'en matière d'approvisionnement d'entreprises de distribution et d'autres clients, (...) [2 [3 ...]3 qui tiennent compte des critères et des obligations en matière de sécurité d'approvisionnement découlant de l'application des mesures prises dans le cadre du Règlement (UE) n° 994/2010 pour leurs activités sur le réseau de transport, l'installation de stockage de gaz naturel ou l'installation de GNL;]2.
(3° organiser un fonds, à gérer par la Commission, qui :
a) prend en charge tout ou une partie du coût réel net des obligations de service public visées aux 1° et 2°, dans la mesure où ce coût représenterait une charge inéquitable pour les entreprises tenues par ces obligations. Le cas échéant, le calcul des coûts et pertes visés au 3°, a) est effectué par chaque entreprise concernée, conformément à la méthodologie établie par la Commission, et vérifié par celle-ci;
b) est financé [4 ...]4 au moyen de prélèvements, effectués dans le cadre de l'autorisation de fourniture précitée, [4 ...]4 exprimés en unités d'énergie, à l'ensemble, ou à des catégories objectivement définies, de consommateurs de gaz naturel, selon les modalités fixées par le même arrêté.
Tout arrêté pris en vertu du 3°, b), est censé ne jamais avoir produit d'effets s'il n'a pas été confirmé par la loi dans les (douze) mois de sa date d'entrée en vigueur.)
[4 Dans le cadre de ce qui est déterminé à l'alinéa 1er, le Roi tient compte du programme d'investissements contenu dans le plan indicatif visé à l'article 15/13, § 2, 3°.]4
[4 ...]4.
[4 ...]4.
[8 ...]8
[4 ...]4.
[4 ...]4.
[4 ...]4.
[4 § 1erbis. [8 Le présent article organise le financement de certaines obligations de service public et des coûts liés à la régulation et au contrôle du marché de l'électricité.
Les objectifs suivants sont couverts par les recettes résultant du droit d'accise spécial fixé à l'article 419, i), de la loi-programme du 27 décembre 2004, pour gaz naturel des codes NC 2711 11 00 et 2711 21 00:
1° le financement partiel des frais de fonctionnement de la commission, visés à l'article 15/15, § 4, et ceci sans préjudice des autres dispositions de l'article 15/15, § 4;
2° le financement partiel de la mise en oeuvre des mesures de guidance et d'aide sociale en matière d'énergie, prévues dans la loi du 4 septembre 2002 visant à confier aux centres publics d'aide sociale la mission de guidance et d'aide sociale financière dans le cadre de la fourniture d'énergie aux personnes les plus démunies;
3° le financement du coût réel net résultant de l'application des prix maximaux pour la fourniture de gaz naturel aux clients protégés résidentiels, visés à l'article 15/10, § 2/2, alinéa 1er, 1° à 5° et alinéa 2, de la présente loi, et à l'article 4/1 de la loi-programme du 27 avril 2007;
[9 4° au financement du coût réel net résultant de l'application des prix maximaux pour la fourniture de chaleur aux clients protégés résidentiels visés à l'article 15/10, § 2/1.]9
Si le total des recettes résultant du droit d'accise spécial fixé à l'article 419, i), de la loi-programme du 27 décembre 2004 pour gaz naturel des codes NC 2711 11 00 et 2711 21 00 ne suffit pas pour couvrir le montant total des charges nettes de la réalisation des objectifs visés à l'alinéa 2, les recettes résultant de l'augmentation du droit d'accise spécial fixé à l'article 419, point e) i) et point f) i) de la loi-programme du 27 décembre 2004, modifié en dernier lieu par loi-programme du 25 décembre 2017, pour le gasoil des codes NC 2710 19 41, 2710 19 45 et 2710 19 49, à concurrence d'un montant de 7 euros par 1 000 litres à 15 ° C.
Si le total des sommes, provenant des alinéas 2 et 3, ne suffit pas pour couvrir le montant total des charges nettes de la réalisation des objectifs, visés à l'alinéa 2, il est affecté en complément une partie des recettes résultant du droit d'accise spécial fixé à l'article 419, point j) de la loi-programme du 27 décembre 2004 pour la houille, le coke et le lignite des codes NC 2701, 2702 et 2704.
Si le total des sommes provenant des alinéas 2, 3 et 4 ne suffit pas pour couvrir le montant total des charges nettes de la réalisation des objectifs, visés à l'alinéa 2, il est affecté en complément une partie du produit de l'impôt des sociétés.
Les codes de la nomenclature combinée, visée dans le présent paragraphe, sont ceux figurant dans le Règlement CEE n° 2031/2001 de la Commission européenne du 6 août 2001 modifiant l'annexe Ire du Règlement CEE n° 2658/87 du Conseil relatif à la nomenclature tarifaire et statistique et au tarif douanier commun.]8
[6 § 1erbis/1. Le financement du coût net réel résultant de l'application des prix maximaux pour la fourniture de gaz aux autres clients protégés résidentiels désignés par le Roi conformément à l'article 15/10, § 2/2, alinéa 3, est supporté par le budget de l'Etat qui affecte par arrêté de répartition délibéré en Conseil des ministres les moyens prévus à cet effet au fonds visé à paragraphe 1erter, 3°.]6
[7 § 1erbis/2. Un financement complémentaire pour l'année 2021 des objectifs prévus dans l'article 6, alinéa 2 de la loi du 4 septembre 2002 visant à confier aux centres publics d'aide sociale la mission de guidance et d'aide sociale financière dans le cadre de la fourniture d'énergie aux personnes les plus démunies, est supporté par le budget de l'Etat à travers les moyens prévus à cet effet au fonds visé à l'article 15/11, § 1erter, 2°.
Ce financement complémentaire est alloué prioritairement aux personnes qui ne sont pas couvertes par le système de prix maximaux pour les clients protégés résidentiels tel que prévu par l'article 15/10, § 2/2, de cette loi.]7
§ 1erter. [8 Sans préjudice de l'alinéa 2, le Roi détermine, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, les montants des recettes, visées au paragraphe 1erbis, alinéas 2 à 5, en tenant compte le cas échéant, des soldes relatifs aux exercices précédents, qui sont versés:]8
1° [8 ...]8
2° dans le fonds, géré par la commission, visé au § 1er, alinéa 1er, 3°, en vue du financement partiel des mesures visées au § 1erbis, alinéa 7, 2°, dont les moyens sont, à cette fin, mis à la disposition des centres publics d'aide sociale, conformément aux dispositions de la loi du 4 septembre 2002 visant à confier aux centres publics d'aide sociale la mission de guidance et d'aide sociale financière dans le cadre de la fourniture d'énergie aux personnes les plus démunies;
3° dans un fonds géré par la commission au bénéfice des clients protégés résidentiels tels que visés à [6 l'article 15/10, § 2/2]6 [14 , et les indemnités forfaitaires uniques]14.
[8 Le montant des recettes, visées au paragraphe 1erbis, alinéas 2 à 5, destinées à couvrir les frais de fonctionnement de la commission, y compris la réserve, pour un exercice considéré, fixés conformément à l'article 15/15, § 4, est versé, sur simple demande, dans un fonds géré par la commission, au plus tard le 15 janvier de l'exercice considéré.
Si, lors de l'appel de fonds par la commission, son budget pour l'exercice considéré n'est pas encore approuvé conformément à l'article 25, § 3, de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité, une avance correspondant à 50 % du budget de l'année précédente est versée sur simple demande, au plus tard le 15 janvier de l'exercice considéré.]8
§ 1erquater. [8 Sans préjudice de l'article 15/15, § 4, le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, sur proposition de la commission:
1° la procédure et la méthode de calcul qui est applicable en vue de déterminer les ressources nécessaires à la réalisation des objectifs visés au paragraphe 1erbis, alinéa 2;
2° les modalités de gestion des fonds, visés au paragraphe 1ter par la commission.]8
[8 § 1erquater/1. Sans préjudice du paragraphe 1erter, l'Etat fédéral et la commission concluent un protocole déterminant les modalités de mise à disposition des ressources, visées au paragraphe 1erbis, alinéas 2 à 5, en vue de satisfaire aux obligations visées à l'alinéa 2, et de préciser tous les droits et obligations connexes et autres des deux parties contractantes, notamment l'autonomie de la commission dans l'exécution de son budget.]8
§ 1erquinquies. [5 Après avis]5 de la commission, le Roi arrête les règles de détermination du coût réel net, pour les entreprises de gaz naturel, résultant de l'activité visée à l'article 15/10, § 2, et de leur intervention pour sa prise en charge [15 , ainsi que, le cas échéant, la procédure à prendre en compte pour obtenir une indemnité, en ce compris les délais et conséquences en cas d'infraction]15.
Tout arrêté pris dans ce but est censé ne jamais avoir produit d'effets s'il n'a pas été confirmé par la loi dans les douze mois de sa date d'entrée en vigueur.
[5 Après avis]5 de la commission, le Roi peut modifier, remplacer ou supprimer les règles fixées par l'arrêté royal du 21 janvier 2004 déterminant les modalités de compensation du coût réel net découlant de l'application des prix maxima sociaux sur le marché du gaz naturel et les règles d'intervention pour leur prise en charge, tel que confirmé par la loi-programme du 27 décembre 2004.]4
§ 2. [1 Le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel alloue les capacités de cette installation de stockage à l'aide de critères transparents et non discriminatoires, et sur la base des règles d'allocation [10 ...]10 [10 approuvées]10 par la commission.
Ces critères tiennent compte des dispositions du code de bonne conduite adopté en exécution de l'article 15/5undecies applicables pour l'allocation à court, moyen et long terme des capacités de stockage.
[11 Dans le cas d'une allocation des capacités de stockage via des enchères publiques, le prix de réserve peut être inférieur aux tarifs visés aux articles 15/5 et 15/5bis.]11
Le mécanisme tarifaire mis en place doit éviter toute spéculation.
Les services d'accès des tiers sont offerts par le gestionnaire d'installation de stockage à l'utilisateur de stockage conformément à l'article 15 du Règlement (CE) n° 715/2009. Le gestionnaire de l'installation de stockage respecte également les exigences de transparence fixées à l'article 19 du Règlement (CE) n° 715/2009. Les mécanismes d'attribution des capacités et des procédures de gestion de congestion se font dans le respect de l'article 17 du Règlement (CE) n° 715/2009. La commission approuve les conditions d'accès au stockage et en surveille l'application.]1
§ 3. [1 En exécution de [12 l'article 6]12 du [12 Règlement (UE) 2017/1938]12, l'Autorité compétente en exécution dudit règlement est en mesure d'obliger les entreprises de gaz naturel qui approvisionnent des clients protégés au sens de ce [12 Règlement (UE) 2017/1938]12, à démontrer qu'ils disposent de quantités suffisantes et rapidement disponibles de gaz naturel, dont le gaz naturel stocké dans les installations de stockage, afin d'approvisionner les clients susmentionnés]1
[1 § 4. L'utilisateur d'une installation de stockage, ayant réservé de la capacité de stockage, doit mettre les capacités concernées et les volumes de gaz stockés, immédiatement et temporairement, à la disposition du gestionnaire de l'installation de stockage de gaz naturel, en cas d'interruption ou de détérioration de la fourniture du marché belge en gaz naturel correspondant à une situation d'urgence au sens de [13 l'article 11, l'alinéa 1er, c), du Règlement (UE) 2017/1938 pour les clients protégés au sens dudit règlement]13.
Dans de telles situations d'urgence, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel ainsi que le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel sont tenus à l'obligation de service public d'affecter par priorité ce gaz à l'approvisionnement des clients protégés au sens du [13 Règlement (UE) 2017/1938]13.
Le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel rembourse les utilisateurs concernés de l'installation de stockage pour les quantités de gaz utilisées ou restitue à ces utilisateurs une quantité de gaz naturel équivalente à celle utilisée lors de la situation d'urgence.]1
1° (imposer aux titulaires d'une autorisation de transport des obligations de service public en matière d'investissement, en faveur des clients (...), sur base d'une étude préalable des besoins relatifs à la capacité du réseau de transport de gaz naturel et dans la mesure où ces investissements sont économiquement justifiés [2 , ainsi que toutes autres obligations de service public pour leurs activités sur le réseau de transport, l'installation de stockage de gaz naturel ou l'installation de GNL en matière de sécurité d'approvisionnement [3 ...]3 , qui tiennent compte des critères et des obligations en matière de sécurité d'approvisionnement découlant de l'application des mesures prises dans le cadre du Règlement (UE) n° 994/2010;]2;)
2° imposer aux titulaires d'une autorisation de fourniture des obligations de service public en matière de régularité et de qualité des fournitures de gaz naturel, ainsi qu'en matière d'approvisionnement d'entreprises de distribution et d'autres clients, (...) [2 [3 ...]3 qui tiennent compte des critères et des obligations en matière de sécurité d'approvisionnement découlant de l'application des mesures prises dans le cadre du Règlement (UE) n° 994/2010 pour leurs activités sur le réseau de transport, l'installation de stockage de gaz naturel ou l'installation de GNL;]2.
(3° organiser un fonds, à gérer par la Commission, qui :
a) prend en charge tout ou une partie du coût réel net des obligations de service public visées aux 1° et 2°, dans la mesure où ce coût représenterait une charge inéquitable pour les entreprises tenues par ces obligations. Le cas échéant, le calcul des coûts et pertes visés au 3°, a) est effectué par chaque entreprise concernée, conformément à la méthodologie établie par la Commission, et vérifié par celle-ci;
b) est financé [4 ...]4 au moyen de prélèvements, effectués dans le cadre de l'autorisation de fourniture précitée, [4 ...]4 exprimés en unités d'énergie, à l'ensemble, ou à des catégories objectivement définies, de consommateurs de gaz naturel, selon les modalités fixées par le même arrêté.
Tout arrêté pris en vertu du 3°, b), est censé ne jamais avoir produit d'effets s'il n'a pas été confirmé par la loi dans les (douze) mois de sa date d'entrée en vigueur.)
[4 Dans le cadre de ce qui est déterminé à l'alinéa 1er, le Roi tient compte du programme d'investissements contenu dans le plan indicatif visé à l'article 15/13, § 2, 3°.]4
[4 ...]4.
[4 ...]4.
[8 ...]8
[4 ...]4.
[4 ...]4.
[4 ...]4.
[4 § 1erbis. [8 Le présent article organise le financement de certaines obligations de service public et des coûts liés à la régulation et au contrôle du marché de l'électricité.
Les objectifs suivants sont couverts par les recettes résultant du droit d'accise spécial fixé à l'article 419, i), de la loi-programme du 27 décembre 2004, pour gaz naturel des codes NC 2711 11 00 et 2711 21 00:
1° le financement partiel des frais de fonctionnement de la commission, visés à l'article 15/15, § 4, et ceci sans préjudice des autres dispositions de l'article 15/15, § 4;
2° le financement partiel de la mise en oeuvre des mesures de guidance et d'aide sociale en matière d'énergie, prévues dans la loi du 4 septembre 2002 visant à confier aux centres publics d'aide sociale la mission de guidance et d'aide sociale financière dans le cadre de la fourniture d'énergie aux personnes les plus démunies;
3° le financement du coût réel net résultant de l'application des prix maximaux pour la fourniture de gaz naturel aux clients protégés résidentiels, visés à l'article 15/10, § 2/2, alinéa 1er, 1° à 5° et alinéa 2, de la présente loi, et à l'article 4/1 de la loi-programme du 27 avril 2007;
[9 4° au financement du coût réel net résultant de l'application des prix maximaux pour la fourniture de chaleur aux clients protégés résidentiels visés à l'article 15/10, § 2/1.]9
Si le total des recettes résultant du droit d'accise spécial fixé à l'article 419, i), de la loi-programme du 27 décembre 2004 pour gaz naturel des codes NC 2711 11 00 et 2711 21 00 ne suffit pas pour couvrir le montant total des charges nettes de la réalisation des objectifs visés à l'alinéa 2, les recettes résultant de l'augmentation du droit d'accise spécial fixé à l'article 419, point e) i) et point f) i) de la loi-programme du 27 décembre 2004, modifié en dernier lieu par loi-programme du 25 décembre 2017, pour le gasoil des codes NC 2710 19 41, 2710 19 45 et 2710 19 49, à concurrence d'un montant de 7 euros par 1 000 litres à 15 ° C.
Si le total des sommes, provenant des alinéas 2 et 3, ne suffit pas pour couvrir le montant total des charges nettes de la réalisation des objectifs, visés à l'alinéa 2, il est affecté en complément une partie des recettes résultant du droit d'accise spécial fixé à l'article 419, point j) de la loi-programme du 27 décembre 2004 pour la houille, le coke et le lignite des codes NC 2701, 2702 et 2704.
Si le total des sommes provenant des alinéas 2, 3 et 4 ne suffit pas pour couvrir le montant total des charges nettes de la réalisation des objectifs, visés à l'alinéa 2, il est affecté en complément une partie du produit de l'impôt des sociétés.
Les codes de la nomenclature combinée, visée dans le présent paragraphe, sont ceux figurant dans le Règlement CEE n° 2031/2001 de la Commission européenne du 6 août 2001 modifiant l'annexe Ire du Règlement CEE n° 2658/87 du Conseil relatif à la nomenclature tarifaire et statistique et au tarif douanier commun.]8
[6 § 1erbis/1. Le financement du coût net réel résultant de l'application des prix maximaux pour la fourniture de gaz aux autres clients protégés résidentiels désignés par le Roi conformément à l'article 15/10, § 2/2, alinéa 3, est supporté par le budget de l'Etat qui affecte par arrêté de répartition délibéré en Conseil des ministres les moyens prévus à cet effet au fonds visé à paragraphe 1erter, 3°.]6
[7 § 1erbis/2. Un financement complémentaire pour l'année 2021 des objectifs prévus dans l'article 6, alinéa 2 de la loi du 4 septembre 2002 visant à confier aux centres publics d'aide sociale la mission de guidance et d'aide sociale financière dans le cadre de la fourniture d'énergie aux personnes les plus démunies, est supporté par le budget de l'Etat à travers les moyens prévus à cet effet au fonds visé à l'article 15/11, § 1erter, 2°.
Ce financement complémentaire est alloué prioritairement aux personnes qui ne sont pas couvertes par le système de prix maximaux pour les clients protégés résidentiels tel que prévu par l'article 15/10, § 2/2, de cette loi.]7
§ 1erter. [8 Sans préjudice de l'alinéa 2, le Roi détermine, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, les montants des recettes, visées au paragraphe 1erbis, alinéas 2 à 5, en tenant compte le cas échéant, des soldes relatifs aux exercices précédents, qui sont versés:]8
1° [8 ...]8
2° dans le fonds, géré par la commission, visé au § 1er, alinéa 1er, 3°, en vue du financement partiel des mesures visées au § 1erbis, alinéa 7, 2°, dont les moyens sont, à cette fin, mis à la disposition des centres publics d'aide sociale, conformément aux dispositions de la loi du 4 septembre 2002 visant à confier aux centres publics d'aide sociale la mission de guidance et d'aide sociale financière dans le cadre de la fourniture d'énergie aux personnes les plus démunies;
3° dans un fonds géré par la commission au bénéfice des clients protégés résidentiels tels que visés à [6 l'article 15/10, § 2/2]6 [14 , et les indemnités forfaitaires uniques]14.
[8 Le montant des recettes, visées au paragraphe 1erbis, alinéas 2 à 5, destinées à couvrir les frais de fonctionnement de la commission, y compris la réserve, pour un exercice considéré, fixés conformément à l'article 15/15, § 4, est versé, sur simple demande, dans un fonds géré par la commission, au plus tard le 15 janvier de l'exercice considéré.
Si, lors de l'appel de fonds par la commission, son budget pour l'exercice considéré n'est pas encore approuvé conformément à l'article 25, § 3, de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité, une avance correspondant à 50 % du budget de l'année précédente est versée sur simple demande, au plus tard le 15 janvier de l'exercice considéré.]8
§ 1erquater. [8 Sans préjudice de l'article 15/15, § 4, le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, sur proposition de la commission:
1° la procédure et la méthode de calcul qui est applicable en vue de déterminer les ressources nécessaires à la réalisation des objectifs visés au paragraphe 1erbis, alinéa 2;
2° les modalités de gestion des fonds, visés au paragraphe 1ter par la commission.]8
[8 § 1erquater/1. Sans préjudice du paragraphe 1erter, l'Etat fédéral et la commission concluent un protocole déterminant les modalités de mise à disposition des ressources, visées au paragraphe 1erbis, alinéas 2 à 5, en vue de satisfaire aux obligations visées à l'alinéa 2, et de préciser tous les droits et obligations connexes et autres des deux parties contractantes, notamment l'autonomie de la commission dans l'exécution de son budget.]8
§ 1erquinquies. [5 Après avis]5 de la commission, le Roi arrête les règles de détermination du coût réel net, pour les entreprises de gaz naturel, résultant de l'activité visée à l'article 15/10, § 2, et de leur intervention pour sa prise en charge [15 , ainsi que, le cas échéant, la procédure à prendre en compte pour obtenir une indemnité, en ce compris les délais et conséquences en cas d'infraction]15.
Tout arrêté pris dans ce but est censé ne jamais avoir produit d'effets s'il n'a pas été confirmé par la loi dans les douze mois de sa date d'entrée en vigueur.
[5 Après avis]5 de la commission, le Roi peut modifier, remplacer ou supprimer les règles fixées par l'arrêté royal du 21 janvier 2004 déterminant les modalités de compensation du coût réel net découlant de l'application des prix maxima sociaux sur le marché du gaz naturel et les règles d'intervention pour leur prise en charge, tel que confirmé par la loi-programme du 27 décembre 2004.]4
§ 2. [1 Le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel alloue les capacités de cette installation de stockage à l'aide de critères transparents et non discriminatoires, et sur la base des règles d'allocation [10 ...]10 [10 approuvées]10 par la commission.
Ces critères tiennent compte des dispositions du code de bonne conduite adopté en exécution de l'article 15/5undecies applicables pour l'allocation à court, moyen et long terme des capacités de stockage.
[11 Dans le cas d'une allocation des capacités de stockage via des enchères publiques, le prix de réserve peut être inférieur aux tarifs visés aux articles 15/5 et 15/5bis.]11
Le mécanisme tarifaire mis en place doit éviter toute spéculation.
Les services d'accès des tiers sont offerts par le gestionnaire d'installation de stockage à l'utilisateur de stockage conformément à l'article 15 du Règlement (CE) n° 715/2009. Le gestionnaire de l'installation de stockage respecte également les exigences de transparence fixées à l'article 19 du Règlement (CE) n° 715/2009. Les mécanismes d'attribution des capacités et des procédures de gestion de congestion se font dans le respect de l'article 17 du Règlement (CE) n° 715/2009. La commission approuve les conditions d'accès au stockage et en surveille l'application.]1
§ 3. [1 En exécution de [12 l'article 6]12 du [12 Règlement (UE) 2017/1938]12, l'Autorité compétente en exécution dudit règlement est en mesure d'obliger les entreprises de gaz naturel qui approvisionnent des clients protégés au sens de ce [12 Règlement (UE) 2017/1938]12, à démontrer qu'ils disposent de quantités suffisantes et rapidement disponibles de gaz naturel, dont le gaz naturel stocké dans les installations de stockage, afin d'approvisionner les clients susmentionnés]1
[1 § 4. L'utilisateur d'une installation de stockage, ayant réservé de la capacité de stockage, doit mettre les capacités concernées et les volumes de gaz stockés, immédiatement et temporairement, à la disposition du gestionnaire de l'installation de stockage de gaz naturel, en cas d'interruption ou de détérioration de la fourniture du marché belge en gaz naturel correspondant à une situation d'urgence au sens de [13 l'article 11, l'alinéa 1er, c), du Règlement (UE) 2017/1938 pour les clients protégés au sens dudit règlement]13.
Dans de telles situations d'urgence, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel ainsi que le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel sont tenus à l'obligation de service public d'affecter par priorité ce gaz à l'approvisionnement des clients protégés au sens du [13 Règlement (UE) 2017/1938]13.
Le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel rembourse les utilisateurs concernés de l'installation de stockage pour les quantités de gaz utilisées ou restitue à ces utilisateurs une quantité de gaz naturel équivalente à celle utilisée lors de la situation d'urgence.]1
Modifications
Art. 15/11bis.
Art. 15/11bis.
Art. 15/11ter.
Art. 15/11ter.
Art. 15/12. § 1. De wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen en de uitvoeringsbesluiten ervan, alsmede de artikelen 64 tot 66, 77 (met uitzondering van het zesde lid), 80, 80bis en 177bis van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen zijn van toepassing op de (aardgasondernemingen) die vennootschappen of organismen naar Belgisch recht zijn, ongeacht hun rechtsvorm. De jaarrekening van deze ondernemingen specifieert in de toelichting alle significante verrichtingen met verbonden of geassocieerde ondernemingen tijdens het betrokken boekjaar.
[1 § 1bis. De ondernemingen bedoeld in § 1 houden in hun interne boekhouding aparte rekeningen voor de activiteiten die verband houden met hun openbare dienstverplichtingen.]1
§ 2. De ondernemingen bedoeld in § 1 die verticaal of horizontaal geïntegreerd zijn, houden in hun interne boekhouding afzonderlijke rekeningen voor hun activiteiten van vervoer, distributie en opslag van aardgas [2 en de LNG-activiteiten]2 en, in voorkomend geval, voor het geheel van hun activiteiten (), zoals zij zouden moeten doen indien deze activiteiten door juridisch onderscheiden ondernemingen werden uitgevoerd.
[2 De inkomsten uit de eigendom van het vervoers- of distributienetnet worden in de boekhouding vermeld.]2
De interne boekhouding van de ondernemingen bedoeld in het eerste lid bevat een balans en een resultatenrekening voor elke categorie van activiteiten en specifieert de regels voor de toerekening van de activa en passiva en de opbrengsten en kosten die bij de opstelling van de afzonderlijke rekeningen werden toegepast. Deze regels mogen slechts in uitzonderlijke gevallen worden gewijzigd en deze wijzigingen moeten worden vermeld en naar behoren gemotiveerd.
§ 3. De commissie kan bepalen dat de ondernemingen bedoeld in § 1 of bepaalde categorieën ervan haar periodiek cijfermatige of descriptieve gegevens overmaken betreffende hun financiële of commerciële betrekkingen met verbonden of geassocieerde ondernemingen, teneinde de commissie in de mogelijkheid te stellen na te gaan of deze relaties niet van aard zijn de wezenlijke belangen van de consumenten of de correcte uitvoering van de openbare dienstverplichtingen van de betrokken onderneming te schaden.
Elk besluit dat voor de (aardgassector) wordt vastgesteld krachtens artikel 11, 2°, van voornoemde wet van 17 juli 1975, en elke afwijking die aan (aardgasondernemingen) wordt toegestaan met toepassing van artikel 15 van dezelfde wet, is onderworpen aan het voorafgaande advies van de commissie.
[1 § 3bis. De commissie garandeert de vertrouwelijke behandeling van de commercieel gevoelige informatie en/of persoonsgegevens, uitgezonderd elke wettelijke verplichting tot het vrijgeven van informatie.]1
(§ 4. De gecombineerde netbeheerder voert een afzonderlijke boekhouding voor elk type van activiteit.)
[1 § 1bis. De ondernemingen bedoeld in § 1 houden in hun interne boekhouding aparte rekeningen voor de activiteiten die verband houden met hun openbare dienstverplichtingen.]1
§ 2. De ondernemingen bedoeld in § 1 die verticaal of horizontaal geïntegreerd zijn, houden in hun interne boekhouding afzonderlijke rekeningen voor hun activiteiten van vervoer, distributie en opslag van aardgas [2 en de LNG-activiteiten]2 en, in voorkomend geval, voor het geheel van hun activiteiten (), zoals zij zouden moeten doen indien deze activiteiten door juridisch onderscheiden ondernemingen werden uitgevoerd.
[2 De inkomsten uit de eigendom van het vervoers- of distributienetnet worden in de boekhouding vermeld.]2
De interne boekhouding van de ondernemingen bedoeld in het eerste lid bevat een balans en een resultatenrekening voor elke categorie van activiteiten en specifieert de regels voor de toerekening van de activa en passiva en de opbrengsten en kosten die bij de opstelling van de afzonderlijke rekeningen werden toegepast. Deze regels mogen slechts in uitzonderlijke gevallen worden gewijzigd en deze wijzigingen moeten worden vermeld en naar behoren gemotiveerd.
§ 3. De commissie kan bepalen dat de ondernemingen bedoeld in § 1 of bepaalde categorieën ervan haar periodiek cijfermatige of descriptieve gegevens overmaken betreffende hun financiële of commerciële betrekkingen met verbonden of geassocieerde ondernemingen, teneinde de commissie in de mogelijkheid te stellen na te gaan of deze relaties niet van aard zijn de wezenlijke belangen van de consumenten of de correcte uitvoering van de openbare dienstverplichtingen van de betrokken onderneming te schaden.
Elk besluit dat voor de (aardgassector) wordt vastgesteld krachtens artikel 11, 2°, van voornoemde wet van 17 juli 1975, en elke afwijking die aan (aardgasondernemingen) wordt toegestaan met toepassing van artikel 15 van dezelfde wet, is onderworpen aan het voorafgaande advies van de commissie.
[1 § 3bis. De commissie garandeert de vertrouwelijke behandeling van de commercieel gevoelige informatie en/of persoonsgegevens, uitgezonderd elke wettelijke verplichting tot het vrijgeven van informatie.]1
(§ 4. De gecombineerde netbeheerder voert een afzonderlijke boekhouding voor elk type van activiteit.)
Art. 15/12. § 1er. La loi du 17 juillet 1975 relative à la comptabilité et aux comptes annuels des entreprises et ses arrêtés d'exécution, ainsi que les articles 64 à 66, 77 (à l'exception de son alinéa 6), 80, 80bis et 177bis des lois coordonnées sur les sociétés commerciales sont applicables aux (entreprises de gaz naturel) qui sont des sociétés ou organismes de droit belge, quelle que soit leur forme juridique. Les comptes annuels de ces entreprises indiquent, dans leur annexe, toutes opérations significatives effectuées avec des entreprises liées ou associées au cours de l'exercice en cause.
[1 § 1erbis. Les entreprises visées au § 1er tiennent dans leur comptabilité interne des comptes séparés pour les activités liées à leurs obligations de service public.]1
§ 2. Les entreprises visées au § 1er qui sont intégrées verticalement ou horizontalement tiennent, dans leur comptabilité interne, des comptes séparés pour leurs activités de transport, de distribution et de stockage de gaz naturel [2 et les activités GNL]2 et, le cas échéant, pour l'ensemble de leurs activités (non-liées au transport de gaz naturel, à la distribution de gaz naturel, aux activités GNL et au stockage de gaz naturel), de la même façon que si ces activités étaient exercées par des entreprises juridiquement distinctes.
[2 Les revenus de la propriété du réseau de transport ou de distribution sont mentionnés dans la comptabilité.]2
La comptabilité interne des entreprises visées au premier alinéa comporte un bilan et un compte de résultats pour chaque catégorie d'activités et précise les règles d'imputation des postes d'actif et de passif et des produits et charges qui ont été appliquées pour établir les comptes séparés. Ces règles ne peuvent être modifiées qu'à titre exceptionnel et ces modifications doivent être indiquées et dûment motivées.
§ 3. La commission peut prescrire que les entreprises visées au § 1er ou certaines catégories de celles-ci lui transmettent périodiquement des informations chiffrées ou descriptives concernant leurs relations financières ou commerciales avec des entreprises liées ou associées en vue de permettre à la commission de vérifier que ces rapports ne sont pas susceptibles de nuire aux intérêts essentiels des consommateurs ou à la bonne exécution des obligations de service public de l'entreprise concernée.
Tout arrêté pris en vertu de l'article 11, 2°, de la loi du 17 juillet 1975 précitée pour le (secteur du gaz naturel) et toute dérogation accordée à des (entreprises de gaz naturel) en application de l'article 15 de la même loi sont soumis à l'avis préalable de la commission.
[1 § 3bis. La commission préserve la confidentialité des informations commercialement sensibles et/ou des données à caractère personnel, sauf toutes obligations légales de divulguer ces informations.]1
(§ 4. Le gestionnaire de réseau combiné tient une comptabilité séparée pour chaque type d'activité.)
[1 § 1erbis. Les entreprises visées au § 1er tiennent dans leur comptabilité interne des comptes séparés pour les activités liées à leurs obligations de service public.]1
§ 2. Les entreprises visées au § 1er qui sont intégrées verticalement ou horizontalement tiennent, dans leur comptabilité interne, des comptes séparés pour leurs activités de transport, de distribution et de stockage de gaz naturel [2 et les activités GNL]2 et, le cas échéant, pour l'ensemble de leurs activités (non-liées au transport de gaz naturel, à la distribution de gaz naturel, aux activités GNL et au stockage de gaz naturel), de la même façon que si ces activités étaient exercées par des entreprises juridiquement distinctes.
[2 Les revenus de la propriété du réseau de transport ou de distribution sont mentionnés dans la comptabilité.]2
La comptabilité interne des entreprises visées au premier alinéa comporte un bilan et un compte de résultats pour chaque catégorie d'activités et précise les règles d'imputation des postes d'actif et de passif et des produits et charges qui ont été appliquées pour établir les comptes séparés. Ces règles ne peuvent être modifiées qu'à titre exceptionnel et ces modifications doivent être indiquées et dûment motivées.
§ 3. La commission peut prescrire que les entreprises visées au § 1er ou certaines catégories de celles-ci lui transmettent périodiquement des informations chiffrées ou descriptives concernant leurs relations financières ou commerciales avec des entreprises liées ou associées en vue de permettre à la commission de vérifier que ces rapports ne sont pas susceptibles de nuire aux intérêts essentiels des consommateurs ou à la bonne exécution des obligations de service public de l'entreprise concernée.
Tout arrêté pris en vertu de l'article 11, 2°, de la loi du 17 juillet 1975 précitée pour le (secteur du gaz naturel) et toute dérogation accordée à des (entreprises de gaz naturel) en application de l'article 15 de la même loi sont soumis à l'avis préalable de la commission.
[1 § 3bis. La commission préserve la confidentialité des informations commercialement sensibles et/ou des données à caractère personnel, sauf toutes obligations légales de divulguer ces informations.]1
(§ 4. Le gestionnaire de réseau combiné tient une comptabilité séparée pour chaque type d'activité.)
HOOFDSTUK IVquinquies. - (Toezicht op de zekerheid van de aardgasbevoorrading)
CHAPITRE IVquinquies. - (Surveillance de la sécurité d'approvisionnement en gaz naturel)
Art. 15/13. [1 § 1. Een prospectieve studie betreffende de zekerheid van aardgasbevoorrading wordt opgesteld door de Algemene Directie Energie in samenwerking met het Federaal Planbureau [2 en in overleg met de commissie]2.
De beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas, de beheerder van de LNG-installatie [2 ...]2 en de Nationale Bank van België worden geraadpleegd [2 de Algemene Directie Energie mag de representatieve spelers van de gasmarkt raadplegen.]2.
Het ontwerp van prospectieve studie wordt voor advies voorgelegd aan de Interdepartementale Commissie Duurzame Ontwikkeling en aan de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven. De adviezen worden bezorgd binnen de zestig dagen na het verzoek om advies. Bij gebrek aan advies wordt de procedure inzake de uitwerking van de prospectieve studie voortgezet.
De prospectieve studie strekt zich uit over minstens tien jaar. Ze wordt om de vier jaar na de publicatie van de vorige studie aangepast. [2 Desgevallend wordt de prospectieve studie om de twee jaar geactualiseerd.]2
[2 De Algemene Directie Energie stelt jaarlijks, in samenwerking met het Planbureau en in overleg met de commissie, een aanvullend verslag op over de opvolging van de bevoorradingszekerheid, waarin de resultaten van de opvolging van deze kwesties voorgesteld worden evenals alle maatregelen die hieromtrent worden genomen of overwogen. Dit verslag wordt ten laatste op 31 juli gepubliceerd en wordt medegedeeld aan de Europese Commissie.]2
§ 2. De prospectieve studie bevat de volgende elementen :
1° de raming van de evolutie van de vraag en het aanbod voor aardgas op middellange en lange termijn;
2° de richtsnoeren inzake diversificatie van de bevoorradingsbronnen en de identificatie van de nieuwe behoeften inzake bevoorrading in aardgas;
3° een indicatief investeringsprogramma met het oog op het behoud en de ontwikkeling van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie;
4° een evaluatie van de bevoorradingszekerheid inzake aardgas en, wanneer deze in het gedrang dreigt te komen, een opsomming van aanbevelingen dienaangaande;
5° op het gebied van de opslagcapaciteit voor aardgas, de minimale streefdoelen die moeten worden bereikt in het kader van de bevoorradingszekerheid van het land.
[2 6° de investeringen die noodzakelijk zijn met toepassing van de evaluatie van de risico's evenals het preventief actieplan en het noodplan dat, met toepassing van § 5, opgesteld wordt door de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid in gas;
7° aanbevelingen op basis van de vaststellingen gedaan krachtens § 2, 1° tot 6° waarmee de beheerders rekening dienen te houden bij het opstellen van hun bij artikel 15/1, § 5 bedoelde investeringsplannen.]2
§ 3. De Koning bepaalt de nadere regels voor de uitwerking en de publicatie van de prospectieve studie.
§ 4. In het raam van het volbrengen van de opdrachten die haar krachtens dit artikel zijn toegewezen kan de Algemene Directie Energie de aardgasbedrijven die op de Belgische markt een rol spelen, verzoeken haar binnen de dertig dagen volgend op haar aanvraag alle informatie te bezorgen die zij nodig heeft. Ingeval geweigerd wordt de gevraagde informatie binnen de dertig dagen te verstrekken kan zij overgaan tot een plaatsbezoek waarbij zij alle inlichtingen en documenten kan raadplegen die nodig zijn voor het volbrengen van de haar toegewezen opdrachten en die desgevallend kopiëren.]1
[2 § 5. De minister deelt de prospectieve studie mee aan de wetgevende federale Kamers en aan de gewestregeringen evenals aan de Europese Commissie.
§ 6. De Algemene Directie Energie wordt aangewezen als bevoegde instantie in de zin van artikel 2.2 van de Verordening (EU) nr. 994/2010.
In uitvoering van de Verordening nr. 994/2010 is de Federale instantie voor de bevoorrading inzake aardgas inzonderheid belast met de verantwoordelijkheid de leveringszekerheid te verzekeren indien de de beheerder van het aardgasvervoersnet vaststelt dat de marktmechanismen niet volstaan om de gastoevoer te waarborgen. Deze verantwoordelijkheid omvat onder meer het opleggen van noodmaatregelen, het opvangen van onderbrekingen in gastoevoer en het nemen van maatregelen om gedeeltelijke of volledige onderbrekingen van verbruik te organiseren.
[3 Na advies van de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake gas, kan de Koning de uitvoeringsmaatregelen aannemen die noodzakelijk zijn voor de toepassing door de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake gas van Verordening (EU) nr. 994/2010.]3
De commissie staat de Federale overheid voor de bevoorrading inzake aardgas bij in de uitvoering van haar opdrachten als bevoegde overheid. Ten behoeve van de Federale overheid kan de commissie mogelijke maatregelen voorstellen die kunnen genomen worden in geval van een noodsituatie op de gasmarkt. Zij kan ook de nodige voorbereidingen treffen voor de uitwerking van de noodmaatregelen en deze maatregelen analyseren en evalueren, en kan, op vraag van de Algemene Directie Energie, elementen aanreiken die als basis kunnen dienen voor een preventief actieplan en een noodplan.
De federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake gas wordt met de volgende opdrachten belast :
a) de risico-evaluatie, overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) nr. 994/2010;
b) op basis van deze evaluatie, de implementatie van een preventief actieplan en een noodplan, overeenkomstig onder andere de artikel en 4, 5, 9 en 10 van Verordening (EU) nr. 994/2010;
c) de regelmatige controle op de bevoorradingszekerheid inzake gas op nationaal niveau, overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EU) nr. 994/2010.
De Federale overheid voor de bevoorradingszekerheid inzake gas kan in het raam van de evaluatie van de risico's evenals de implementatie van een preventief actieplan en een noodplan, elke representatieve speler van de gasmarkt raadplegen, en werkt in overleg met de commissie en met inachtneming van de bevoegdheden van elkeen.
[3 Bovenvermeld noodplan wordt vastgesteld door de minister bevoegd voor Energie, op voorstel van de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake gas. Het noodplan wordt in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.]3
Desgevallend kan de Koning de werkingsmodaliteiten van de in deze paragraaf bedoelde instantie preciseren.]2
De beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas, de beheerder van de LNG-installatie [2 ...]2 en de Nationale Bank van België worden geraadpleegd [2 de Algemene Directie Energie mag de representatieve spelers van de gasmarkt raadplegen.]2.
Het ontwerp van prospectieve studie wordt voor advies voorgelegd aan de Interdepartementale Commissie Duurzame Ontwikkeling en aan de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven. De adviezen worden bezorgd binnen de zestig dagen na het verzoek om advies. Bij gebrek aan advies wordt de procedure inzake de uitwerking van de prospectieve studie voortgezet.
De prospectieve studie strekt zich uit over minstens tien jaar. Ze wordt om de vier jaar na de publicatie van de vorige studie aangepast. [2 Desgevallend wordt de prospectieve studie om de twee jaar geactualiseerd.]2
[2 De Algemene Directie Energie stelt jaarlijks, in samenwerking met het Planbureau en in overleg met de commissie, een aanvullend verslag op over de opvolging van de bevoorradingszekerheid, waarin de resultaten van de opvolging van deze kwesties voorgesteld worden evenals alle maatregelen die hieromtrent worden genomen of overwogen. Dit verslag wordt ten laatste op 31 juli gepubliceerd en wordt medegedeeld aan de Europese Commissie.]2
§ 2. De prospectieve studie bevat de volgende elementen :
1° de raming van de evolutie van de vraag en het aanbod voor aardgas op middellange en lange termijn;
2° de richtsnoeren inzake diversificatie van de bevoorradingsbronnen en de identificatie van de nieuwe behoeften inzake bevoorrading in aardgas;
3° een indicatief investeringsprogramma met het oog op het behoud en de ontwikkeling van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie;
4° een evaluatie van de bevoorradingszekerheid inzake aardgas en, wanneer deze in het gedrang dreigt te komen, een opsomming van aanbevelingen dienaangaande;
5° op het gebied van de opslagcapaciteit voor aardgas, de minimale streefdoelen die moeten worden bereikt in het kader van de bevoorradingszekerheid van het land.
[2 6° de investeringen die noodzakelijk zijn met toepassing van de evaluatie van de risico's evenals het preventief actieplan en het noodplan dat, met toepassing van § 5, opgesteld wordt door de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid in gas;
7° aanbevelingen op basis van de vaststellingen gedaan krachtens § 2, 1° tot 6° waarmee de beheerders rekening dienen te houden bij het opstellen van hun bij artikel 15/1, § 5 bedoelde investeringsplannen.]2
§ 3. De Koning bepaalt de nadere regels voor de uitwerking en de publicatie van de prospectieve studie.
§ 4. In het raam van het volbrengen van de opdrachten die haar krachtens dit artikel zijn toegewezen kan de Algemene Directie Energie de aardgasbedrijven die op de Belgische markt een rol spelen, verzoeken haar binnen de dertig dagen volgend op haar aanvraag alle informatie te bezorgen die zij nodig heeft. Ingeval geweigerd wordt de gevraagde informatie binnen de dertig dagen te verstrekken kan zij overgaan tot een plaatsbezoek waarbij zij alle inlichtingen en documenten kan raadplegen die nodig zijn voor het volbrengen van de haar toegewezen opdrachten en die desgevallend kopiëren.]1
[2 § 5. De minister deelt de prospectieve studie mee aan de wetgevende federale Kamers en aan de gewestregeringen evenals aan de Europese Commissie.
§ 6. De Algemene Directie Energie wordt aangewezen als bevoegde instantie in de zin van artikel 2.2 van de Verordening (EU) nr. 994/2010.
In uitvoering van de Verordening nr. 994/2010 is de Federale instantie voor de bevoorrading inzake aardgas inzonderheid belast met de verantwoordelijkheid de leveringszekerheid te verzekeren indien de de beheerder van het aardgasvervoersnet vaststelt dat de marktmechanismen niet volstaan om de gastoevoer te waarborgen. Deze verantwoordelijkheid omvat onder meer het opleggen van noodmaatregelen, het opvangen van onderbrekingen in gastoevoer en het nemen van maatregelen om gedeeltelijke of volledige onderbrekingen van verbruik te organiseren.
[3 Na advies van de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake gas, kan de Koning de uitvoeringsmaatregelen aannemen die noodzakelijk zijn voor de toepassing door de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake gas van Verordening (EU) nr. 994/2010.]3
De commissie staat de Federale overheid voor de bevoorrading inzake aardgas bij in de uitvoering van haar opdrachten als bevoegde overheid. Ten behoeve van de Federale overheid kan de commissie mogelijke maatregelen voorstellen die kunnen genomen worden in geval van een noodsituatie op de gasmarkt. Zij kan ook de nodige voorbereidingen treffen voor de uitwerking van de noodmaatregelen en deze maatregelen analyseren en evalueren, en kan, op vraag van de Algemene Directie Energie, elementen aanreiken die als basis kunnen dienen voor een preventief actieplan en een noodplan.
De federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake gas wordt met de volgende opdrachten belast :
a) de risico-evaluatie, overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) nr. 994/2010;
b) op basis van deze evaluatie, de implementatie van een preventief actieplan en een noodplan, overeenkomstig onder andere de artikel en 4, 5, 9 en 10 van Verordening (EU) nr. 994/2010;
c) de regelmatige controle op de bevoorradingszekerheid inzake gas op nationaal niveau, overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EU) nr. 994/2010.
De Federale overheid voor de bevoorradingszekerheid inzake gas kan in het raam van de evaluatie van de risico's evenals de implementatie van een preventief actieplan en een noodplan, elke representatieve speler van de gasmarkt raadplegen, en werkt in overleg met de commissie en met inachtneming van de bevoegdheden van elkeen.
[3 Bovenvermeld noodplan wordt vastgesteld door de minister bevoegd voor Energie, op voorstel van de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake gas. Het noodplan wordt in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.]3
Desgevallend kan de Koning de werkingsmodaliteiten van de in deze paragraaf bedoelde instantie preciseren.]2
Art. 15/13. [2 § 1er. Une étude prospective concernant la sécurité d'approvisionnement en gaz naturel est établie par la Direction générale de l'Energie en collaboration avec le Bureau fédéral du Plan [1 et en concertation avec la commission]2.
Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de GNL [2 ...]2 et la Banque nationale de Belgique sont consultés. [2 La Direction générale de l'Energie peut consulter les acteurs représentatifs du marché du gaz.]2.
Le projet d'étude prospective est soumis pour avis à la Commission interdépartementale du développement durable et au Conseil central de l'Economie. Les avis sont transmis dans les soixante jours de la demande d'avis. A défaut d'avis, la procédure d'établissement de l'étude prospective est poursuivie.
L'étude prospective a une portée d'au moins dix ans. Elle est actualisée tous les quatre ans à dater de la publication de l'étude précédente. [2 Le cas échéant, l'étude prospective est actualisée tous les deux ans.]2
[2 La Direction générale de l'Energie établit annuellement en collaboration avec le Bureau fédéral du Plan et en concertation avec la commission un rapport complémentaire sur le suivi de la sécurité d'approvisionnement dans lequel les résultats du suivi de ces questions sont présentés ainsi que toutes mesures prises ou envisagées à ce sujet. Ce rapport est publié au plus tard le 31 juillet et est communiqué à la Commission européenne.]2
§ 2. L'étude prospective contient les éléments suivants :
1° l'estimation de l'évolution de la demande et de l'offre de gaz naturel à moyen et long terme;
2° les orientations en matière de diversification des sources d'approvisionnement et l'identification des besoins nouveaux d'approvisionnement en gaz naturel;
3° un programme indicatif d'investissements en vue du maintien et du développement du réseau de transport de gaz naturel, d'installation de stockage de gaz naturel et d'installation de GNL;
4° une évaluation de la sécurité d'approvisionnement en gaz naturel et, quand celle-ci risque d'être compromise, la formulation de recommandations à ce sujet;
5° en matière de capacité de stockage de gaz naturel, les objectifs minimaux à atteindre dans le cadre de la sécurité d'approvisionnement du pays.
[2 6° les investissements nécessaires en application de l'évaluation des risques ainsi que le plan d'action préventif et le plan d'urgence établi par l'Autorité fédérale pour la sécurité de l'approvisionnement en gaz en application du § 5;
7° des recommandations sur la base des constatations faites en vertu du § 2, 1° à 6°, dont les gestionnaires doivent tenir compte en dressant leurs plans d'investissements visés à l'article 15/1, § 5.]2
§ 3. Le Roi règle les modalités d'élaboration et de publication de l'étude prospective.
§ 4. Dans le cadre de l'accomplissement des missions qui lui sont assignées en vertu du présent article, la Direction générale de l'Energie peut requérir des entreprises de gaz naturel intervenant sur le marché belge de lui fournir toutes les informations qui lui sont nécessaires, dans les trente jours suivant sa demande. En cas de refus de transmettre les informations demandées dans les trente jours, elle peut procéder à une visite sur place au cours de laquelle elle peut consulter tous les renseignements et les documents nécessaires à l'accomplissement des missions qui lui sont dévolues et, le cas échéant, les copier.]1
[2 § 5. Le ministre communique l'étude prospective aux Chambres législatives fédérales et aux gouvernements de région ainsi qu'à la Commission européenne.
§ 6. Est désignée comme autorité compétente au sens de l'article 2.2 du Règlement (UE) n° 994/2010 la Direction générale de l'Energie.
En exécution du Règlement (UE) n° 994/2010, l'Autorité fédérale pour la sécurité de l'approvisionnement en gaz est chargée notamment de la responsabilité d'assurer la sécurité de la fourniture lorsque le gestionnaire du réseau du transport de gaz naturel constate que les mécanismes du marché ne suffisent pas à garantir l'approvisionnement en gaz. Cette responsabilité comprend entre autres l'imposition de mesures de secours, la compensation des interruptions en approvisionnement en gaz et la prise des mesures pour organiser des ruptures partielles ou totales de la consommation.
[3 Après avis de l'Autorité fédérale pour la sécurité d'approvisionnement en gaz, le Roi peut adopter les mesures d'exécution nécessaires à la mise en oeuvre par l'Autorité fédérale pour la sécurité d'approvisionnement en gaz, du Règlement (UE) n° 994/2010.]3
La commission assiste l'Autorité fédérale pour la sécurité de l'approvisionnement en gaz dans l'exécution de ses compétences comme autorité compétente. La commission peut proposer des mesures en faveur de l'Autorité fédérale qui peuvent être prises en cas de situation de secours sur le marché de gaz. Elle peut également préparer les mesures nécessaires pour la mise en oeuvre des mesures de secours et analyser et évaluer ces mesures, et peut, à la demande de la Direction générale de l'Energie, proposer des éléments qui peuvent servir comme base pour un plan d'action préventif et un plan de secours.
L'Autorité fédérale pour la sécurité de l'approvisionnement en gaz est chargée des missions suivantes :
a) l'évaluation des risques, conformément à l'article 9 du Règlement (UE) n° 994/2010;
b) sur la base de cette évaluation, la mise en place d'un plan d'action préventif et d'un plan d'urgence, conformément, notamment, aux articles 4, 5, 9 et 10 du Règlement (UE) n° 994/2010;
c) le contrôle régulier de la sécurité d'approvisionnement en gaz au niveau national, conformément à l'article 3 du Règlement (UE) n° 994/2010.
L'Autorité fédérale pour la sécurité de l'approvisionnement en gaz peut consulter, dans le cadre de l'évaluation des risques ainsi que de la mise en place d'un plan d'action préventif et d'un plan d'urgence, tout acteur représentatif du marché du gaz, et travaille en concertation avec la commission et dans le respect des compétences de chacun.
[3 Le plan d'urgence susvisé est arrêté par le ministre qui a l'Energie dans ses attributions, sur proposition de l'Autorité fédérale pour la sécurité de l'approvisionnement en gaz. Le plan d'urgence est publié au Moniteur belge.]3
Le cas échéant, le Roi peut préciser les modalités de fonctionnement de l'autorité visée au présent paragraphe.]2
Le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de GNL [2 ...]2 et la Banque nationale de Belgique sont consultés. [2 La Direction générale de l'Energie peut consulter les acteurs représentatifs du marché du gaz.]2.
Le projet d'étude prospective est soumis pour avis à la Commission interdépartementale du développement durable et au Conseil central de l'Economie. Les avis sont transmis dans les soixante jours de la demande d'avis. A défaut d'avis, la procédure d'établissement de l'étude prospective est poursuivie.
L'étude prospective a une portée d'au moins dix ans. Elle est actualisée tous les quatre ans à dater de la publication de l'étude précédente. [2 Le cas échéant, l'étude prospective est actualisée tous les deux ans.]2
[2 La Direction générale de l'Energie établit annuellement en collaboration avec le Bureau fédéral du Plan et en concertation avec la commission un rapport complémentaire sur le suivi de la sécurité d'approvisionnement dans lequel les résultats du suivi de ces questions sont présentés ainsi que toutes mesures prises ou envisagées à ce sujet. Ce rapport est publié au plus tard le 31 juillet et est communiqué à la Commission européenne.]2
§ 2. L'étude prospective contient les éléments suivants :
1° l'estimation de l'évolution de la demande et de l'offre de gaz naturel à moyen et long terme;
2° les orientations en matière de diversification des sources d'approvisionnement et l'identification des besoins nouveaux d'approvisionnement en gaz naturel;
3° un programme indicatif d'investissements en vue du maintien et du développement du réseau de transport de gaz naturel, d'installation de stockage de gaz naturel et d'installation de GNL;
4° une évaluation de la sécurité d'approvisionnement en gaz naturel et, quand celle-ci risque d'être compromise, la formulation de recommandations à ce sujet;
5° en matière de capacité de stockage de gaz naturel, les objectifs minimaux à atteindre dans le cadre de la sécurité d'approvisionnement du pays.
[2 6° les investissements nécessaires en application de l'évaluation des risques ainsi que le plan d'action préventif et le plan d'urgence établi par l'Autorité fédérale pour la sécurité de l'approvisionnement en gaz en application du § 5;
7° des recommandations sur la base des constatations faites en vertu du § 2, 1° à 6°, dont les gestionnaires doivent tenir compte en dressant leurs plans d'investissements visés à l'article 15/1, § 5.]2
§ 3. Le Roi règle les modalités d'élaboration et de publication de l'étude prospective.
§ 4. Dans le cadre de l'accomplissement des missions qui lui sont assignées en vertu du présent article, la Direction générale de l'Energie peut requérir des entreprises de gaz naturel intervenant sur le marché belge de lui fournir toutes les informations qui lui sont nécessaires, dans les trente jours suivant sa demande. En cas de refus de transmettre les informations demandées dans les trente jours, elle peut procéder à une visite sur place au cours de laquelle elle peut consulter tous les renseignements et les documents nécessaires à l'accomplissement des missions qui lui sont dévolues et, le cas échéant, les copier.]1
[2 § 5. Le ministre communique l'étude prospective aux Chambres législatives fédérales et aux gouvernements de région ainsi qu'à la Commission européenne.
§ 6. Est désignée comme autorité compétente au sens de l'article 2.2 du Règlement (UE) n° 994/2010 la Direction générale de l'Energie.
En exécution du Règlement (UE) n° 994/2010, l'Autorité fédérale pour la sécurité de l'approvisionnement en gaz est chargée notamment de la responsabilité d'assurer la sécurité de la fourniture lorsque le gestionnaire du réseau du transport de gaz naturel constate que les mécanismes du marché ne suffisent pas à garantir l'approvisionnement en gaz. Cette responsabilité comprend entre autres l'imposition de mesures de secours, la compensation des interruptions en approvisionnement en gaz et la prise des mesures pour organiser des ruptures partielles ou totales de la consommation.
[3 Après avis de l'Autorité fédérale pour la sécurité d'approvisionnement en gaz, le Roi peut adopter les mesures d'exécution nécessaires à la mise en oeuvre par l'Autorité fédérale pour la sécurité d'approvisionnement en gaz, du Règlement (UE) n° 994/2010.]3
La commission assiste l'Autorité fédérale pour la sécurité de l'approvisionnement en gaz dans l'exécution de ses compétences comme autorité compétente. La commission peut proposer des mesures en faveur de l'Autorité fédérale qui peuvent être prises en cas de situation de secours sur le marché de gaz. Elle peut également préparer les mesures nécessaires pour la mise en oeuvre des mesures de secours et analyser et évaluer ces mesures, et peut, à la demande de la Direction générale de l'Energie, proposer des éléments qui peuvent servir comme base pour un plan d'action préventif et un plan de secours.
L'Autorité fédérale pour la sécurité de l'approvisionnement en gaz est chargée des missions suivantes :
a) l'évaluation des risques, conformément à l'article 9 du Règlement (UE) n° 994/2010;
b) sur la base de cette évaluation, la mise en place d'un plan d'action préventif et d'un plan d'urgence, conformément, notamment, aux articles 4, 5, 9 et 10 du Règlement (UE) n° 994/2010;
c) le contrôle régulier de la sécurité d'approvisionnement en gaz au niveau national, conformément à l'article 3 du Règlement (UE) n° 994/2010.
L'Autorité fédérale pour la sécurité de l'approvisionnement en gaz peut consulter, dans le cadre de l'évaluation des risques ainsi que de la mise en place d'un plan d'action préventif et d'un plan d'urgence, tout acteur représentatif du marché du gaz, et travaille en concertation avec la commission et dans le respect des compétences de chacun.
[3 Le plan d'urgence susvisé est arrêté par le ministre qui a l'Energie dans ses attributions, sur proposition de l'Autorité fédérale pour la sécurité de l'approvisionnement en gaz. Le plan d'urgence est publié au Moniteur belge.]3
Le cas échéant, le Roi peut préciser les modalités de fonctionnement de l'autorité visée au présent paragraphe.]2
HOOFDSTUK IVsexies. - (Reguleringsinstantie, geschillenregeling).
CHAPITRE IVsexies. - (Autorité de régulation, règlement de différends).
Art. 15/14. § 1. De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit, opgericht door artikel 23 van de wet van 29 april 1999 krijgt als nieuwe benaming " Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas ", in het Duits " Elektrizitets- und Gasregulierungskommission " en afgekort " CREG ".
[2 De commissie neemt alle redelijke maatregelen om volgende doelstellingen te bereiken, in het kader van haar opdrachten opgesomd in de § 2, eventueel in nauw overleg met de overige betrokken federale overheden, met inbegrip van de [3 Belgische Mededingingsautoriteit]3, en onverminderd hun bevoegdheden :
1° het bevorderen, in nauwe samenwerking met het ACER, de Europese Commissie, de reguleringsinstanties van de Gewesten en van de overige lidstaten van de Europese Unie, van een door mededinging gekenmerkte interne markt voor aardgas, zeker en duurzaam voor het milieu binnen de Europese Gemeenschap, en van een efficiënte vrijmaking van de markt voor alle afnemers en leveranciers van de Europese Gemeenschap, en het garanderen van de gepaste voorwaarden opdat de aardgasnetten op efficiënte en betrouwbare wijze zouden functioneren, rekening houdend met de doelstellingen op lange termijn;
2° het ontwikkelen van een markt tussen de regio's van de Europese Gemeenschap zoals bepaald in artikel 12, § 3 van Verordening (EG) nr. 715/2009, die met elkaar in concurrentie treden en correct functioneren binnen de Europese Gemeenschap met het oog op de verwezenlijking van de in punt 1° bedoelde doelstellingen;
3° het opheffen van de belemmeringen in de handel in aardgas tussen de lidstaten van de Europese Unie, meer bepaald door voldoende grensoverschrijdende vervoerscapaciteit te voorzien om aan de vraag te beantwoorden en het versterken van de integratie van de markten van de verschillende lidstaten van de Europese Unie, wat zou moeten leiden tot een betere circulatie van aardgas doorheen de hele Europese Gemeenschap;
4° het verzekeren, op de meest voordelige wijze met betrekking tot de kosten, van de invoering van niet-discriminerende netten die zeker, betrouwbaar, efficiënt en gericht zijn op de eindafnemers, en het bevorderen van adequate netten en, overeenkomstig de algemene doelstellingen van het energiebeleid, de energie-efficiëntie en de integratie van de aardgasproductie, op grote en kleine schaal, uit hernieuwbare energiebronnen;
5° het bevorderen van de toegang tot het net van nieuwe productiecapaciteit, meer bepaald door de moeilijkheden op te heffen die in de weg zouden staan van de komst van nieuwe marktpartijen en de integratie van de aardgasproductie uit hernieuwbare energiebronnen;
[9 5° bis. het bevorderen en vergemakkelijken van de ontwikkeling van het zelfverbruik van hernieuwbare energie op basis van een beoordeling van de bestaande ongerechtvaardigde belemmeringen en het potentieel van zelfverbruik van hernieuwbare energie;]9
6° ervoor zorgen dat de beheerder van het aardgasvervoersnet en de netgebruikers voldoende stimuli krijgen, zowel op korte als op lange termijn, om de prestaties van de netten te verbeteren en de integratie van de markt te bevorderen;
7° ervoor zorgen dat de [5 afnemers]5 een efficiënte werking van de markt genieten en het bevorderen van een efficiënte mededinging, en zorgen voor de garantie op bescherming van de eindafnemers;
8° bijdragen tot het bereiken van een hoog niveau van openbare dienstverlening voor aardgas, en bijdragen tot de bescherming van kwetsbare afnemers en tot de compatibiliteit van de nodige gegevensuitwisselingmechanismen om de afnemers die op het vervoersnet zijn aangesloten, toe te laten om van leverancier te veranderen.]2
§ 2. De Commissie is belast met een raadgevende taak ten behoeve van de overheid inzake de organisatie en werking van de (aardgasmarkt), enerzijds, en met een taak van toezicht en controle op de toepassing van de betreffende wetten en reglementen, anderzijds.
Te dien einde zal de Commissie :
1° gemotiveerde adviezen geven en voorstellen voorleggen in de gevallen bepaald door deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan;
2° op eigen initiatief of op verzoek van de minister of van een gewestregering onderzoeken en studies uitvoeren in verband met de gasmarkt. [2 In het kader hiervan waakt de commissie over het vrijwaren van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens en/of persoonsgegevens en onthoudt zij zich ervan deze openbaar te maken;]2;
3° (toezicht houden op de transparantie en de mededinging op de aardgasmarkt overeenkomstig artikel 15/14bis;)
3°bis (de objectief verantwoorde verhouding beoordelen tussen de prijzen en de kosten van een bedrijf, bedoeld in artikel 15/14ter;)
4° (advies geven aan het Bestuur Energie over de aanvragen tot het bekomen van leveringsvergunningen krachtens artikel 15/3 en controle uitoefenen op de naleving van de voorwaarden van deze vergunningen; een advies verstrekken aan dit bestuur over de aanvragen tot het bekomen van de vervoersvergunningen krachtens artikel 3;)
5° [2 5° toezicht houden op de naleving door de beheerders van het aardgasvervoersnet, de LNG-installatie [6 , een interconnector en de aardgasopslaginstallatie]6 en de aardgasondernemingen van de verplichtingen die hen krachtens deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn opgelegd, evenals van de andere voor de aardgasmarkt toepasselijke wettelijke reglementaire bepalingen, onder meer inzake de grensoverschrijdende kwesties en de materies die beoogd worden door Verordening (EG) nr. 715/2009;]2
[5 5° bis toezicht en controle uitoefenen op de handelsuitwisselingen van voor de groothandel bestemde energieproducten overeenkomstig de Verordening (EU) nr. 1227/2011, met eerbiediging van de respectievelijke bevoegdheden van de Belgische Mededingingsautoriteit en van de FSMA.]5
6° [7 de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot de vervoernetten en de LNG-installaties, overeenkomstig artikel 15/5undecies, § 1, vaststellen. Die voorwaarden maken het mogelijk dat de noodzakelijke investeringen in de netten en LNG-installaties op een zodanige wijze worden uitgevoerd dat deze investeringen de levensvatbaarheid van de netten en de LNG-installaties kunnen waarborgen;]7
[6 6° bis het transportcontract voor de toegang tot een interconnector goedkeuren;]6
7° de uitvoering van de openbare dienstverplichtingen bedoeld in artikel 15/11 controleren en evalueren;
8° de toepassing van de bepalingen van artikel 15/7 controleren en evalueren;
(8bis. Overeenkomstig artikel 23bis van de wet van 29 april 1999 erop toezien dat de tarieven voor de levering van aardgas gericht zijn op het algemeen belangen, in voorkomend geval, de maximumprijzen controleren die toepasselijk zijn op eindafnemers [2 ...]2;)
9° de boekhouding van de ondernemingen van de (aardgassector) controleren, inzonderheid ter verificatie van de naleving van de bepalingen van artikel 15/12 en de afwezigheid van kruissubsidies tussen de activiteiten van vervoer, (doorvoer) distributie en opslag van aardgas;
9°bis [2 de tariefbevoegdheden uitoefenen bedoeld in de artikel en 15/5 tot 15/5quinquies en de toepassing van de tarieven door de vervoersbedrijven wat hun respectievelijke netten betreft controleren;]2
10° (de afwezigheid van kruissubsidies tussen [2 activiteiten van vervoer, distributie, opslag, LNG en levering]2 (...) verifiëren;)
11° alle andere taken uitvoeren die haar door wetten en reglementen betreffende de organisatie van de (...) (aardgasmarkt) worden toevertrouwd.
(12° er op toezien dat de met name technische en tarifaire toestand van de aardgassector alsook de evolutie van deze sector het algemeen belang beogen en kaderen in het algemene energiebeleid. De Commissie verzekert de permanente monitoring van de aardgasmarkt, zowel op het vlak van de marktwerking als op het vlak van de prijzen. De Koning kan, op voorstel van de Commissie, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels van de permanente monitoring van de aardgasmarkt nader bepalen;
13° toezien op de essentiële belangen van de consument en op de correcte toepassing van de openbare dienstverplichtingen door de betrokkene ondernemingen.)
[2 14° toezien op de investeringsplannen van de beheerder van het aardgasvervoersnet en de samenhang analyseren van dit plan met het ontwikkelingsplan van het net in de hele Europese Gemeenschap bedoeld in artikel 8, § 3, b), van Verordening (EG) nr. 715/2009. In voorkomend geval kan deze analyse aanbevelingen omvatten met het oog op de wijziging van het investeringsplan opgesteld door de beheerder van het aardgasvervoersnet. Bij de uitoefening van dit toezicht en analyse houdt de commissie rekening met de prospectieve studie opgesteld met toepassing van artikel 15/13;
15° de toepassing van de gedragscode controleren en de geleverde prestaties in uitvoering van de regels van deze code evalueren in verband met de veiligheid en de betrouwbaarheid van het aardgasvervoersnet;
16° toezicht houden op de graad van transparantie, met inbegrip van de groothandelsprijzen, en toezien op de naleving van de verplichtingen inzake transparantie door de aardgasbedrijven;
17° toezien op het bereikte niveau en de bereikte efficiëntie inzake de vrijmaking van de markt en de mededinging voor de groot- en kleinhandelsmarkten, met inbegrip van de beurzen voor aardgas, en toezien op de eventuele concurrentievervalsing of -beperking, door alle nuttige informatie mee te delen en de zaken die dit verantwoorden door te verwijzen naar de [3 Belgische Mededingingsautoriteit]3;
18° toezien op het opduiken van beperkende contractuele praktijken, met inbegrip van exclusiviteitsbedingen, die niet-residentiële afnemers aangesloten op het aardgasvervoersnet zouden verhinderen om tegelijk met meer dan één leverancier contracten af te sluiten of die hun keuze ter zake zouden kunnen beperken en, in voorkomend geval, de [3 Belgische Mededingingsautoriteit]3 van deze praktijken op de hoogte brengen;
19° toezien op de tijd die de beheerder van het aardgasvervoersnet doet over de uitvoering van de aansluitingen en herstellingen;
20° toezien op en een evaluatie maken van de voorwaarden betreffende de toegang tot de aardgasopslaginstallaties, de aardgasopslag in leidingen en andere ondersteunende diensten;
21° bijdragen tot de garantie, in samenwerking met alle andere bevoegde overheden, van de efficiëntie en de invoering van beschermingsmaatregelen voor de eindafnemers;
22° minstens eenmaal per jaar de aanbevelingen publiceren betreffende de overeenstemming van de leveringsprijzen met de door deze wet en haar uitvoeringsbesluiten vastgestelde openbare dienstverplichtingen en, in voorkomend geval, deze overmaken aan de [3 Belgische Mededingingsautoriteit]3;
23° de toegang verzekeren tot de gegevens betreffende het verbruik van de eindafnemers aangesloten op het aardgasvervoersnet en de beschikbaarstelling, met het oog op een facultatief gebruik, verzekeren van een gemakkelijk te begrijpen methode voor een geharmoniseerde voorstelling van de gegevens, betreffende het verbruik en de snelle toegang van alle eindafnemers aangesloten op het aardgasvervoersnet tot deze gegevens zodat deze kosteloos over hun verbruiksgegevens kunnen beschikken en toegang verlenen tot hun verbruiksoverzichten, middels uitdrukkelijk akkoord en kosteloos, voor alle als leverancier geregistreerde bedrijven;
24° toezien op de uitvoering van de regels betreffende de functies en verantwoordelijkheden van de beheerder van het aardgasvervoersnet, [6 , de beheerder van een interconnector]6 de leveranciers, de eindafnemers en de andere marktpartijen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 715/2009;
25° toezien op de implementering van de veiligheidsmaatregelen die worden voorzien door artikel 23 en de gedragscode, in samenwerking met de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake aardgas;
26° de beheerders van het aardgasvervoersnet, [6 een interconnector,]6 de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG installatie certificeren, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 8, § § 4bis, 4ter en 4quater, en van artikel 8ter. De commissie verzekert de bestendige monitoring van de onafhankelijkheid van de beheerders ten opzichte van bedrijven die rechtstreeks of onrechtstreeks actief zijn in de productie en/of de levering van aardgas en/of elektriciteit en, desgevallend, gaat zij over op eigen initiatief tot de certificeringprocedure. De commissie kan van de beheerders en van de bedrijven die actief zijn in de productie en de levering van aardgas alle informatie eisen die nuttig is voor haar opdrachten in het kader van deze certificeringprocedures. De commissie waakt over het vrijwaren van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige informatie en/of informatie met een persoonlijk karakter;
27° bijdragen tot de compatibiliteit van de uitwisselingmechanismen van gegevens betreffende de belangrijkste marktverrichtingen op regionaal vlak, zoals voorzien in artikel 12, § 3, van Verordening (EG) nr. 715/2009;
28° de richtsnoeren bepalen inzake de uitwisseling van gegevens en van reglement, de eigendom van de gegevens en de verantwoordelijkheden inzake de overzichten;
29° op voorstel van de [6 beheerder van het aardgasvervoersnet en de beheerder van een interconnector]6, de methoden goedkeuren die gebruikt zijn om de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuren mogelijk te maken, met inbegrip van de procedures voor de toewijzing van capaciteiten en congestiebeheer. Deze methoden zijn transparant en niet-discriminerend. De commissie publiceert de goedgekeurde methoden op haar website;
30° toezien [4 ...]4 op het congestiebeheer van het aardgasvervoersnet, met inbegrip van de interconnecties, en de invoering van de regels voor het congestiebeheer, in overeenstemming met artikel 15/1, § 3, 7° . [4 De commissie informeert de Algemene Directie Energie hierover;]4
31° indien nodig en in geval van weigering tot toegang, erop toezien dat de beheerder van het aardgasvervoersnet [6 en de beheerder van een interconnector de nodige informatie verstrekken in verband met de noodzakelijke maatregelen om het vervoersnet of de interconnector te versterken]6;
32° op verzoek van de gebruiker van een gesloten industrieel net, de in het gesloten industrieel net toegepaste tarieven of de berekeningsmethode van deze tarieven controleren en goedkeuren op basis van door artikel 15/9bis vastgelegde criteria;
33° voor zover de toepasselijke regionale bepalingen een regime voor gesloten distributienetten implementeren, op vraag van de gebruiker van een gesloten distributienet dat is aangesloten op een distributienet de tarieven of de berekeningsmethodologie van de toegepaste tarieven op het gesloten distributienet nagaan en goedkeuren;]2
[7 34° de voorwaarden inzake de verstrekking van balanceringsdiensten, die zo economisch mogelijk worden uitgevoerd en passende stimuleringsmaatregelen bieden voor netwerkgebruikers om hun input en output op elkaar af te stemmen, overeenkomstig artikel 15/5undecies, § 1, vaststellen. De balanceringsdiensten worden op billijke en niet-discriminerende wijze verstrekt en zijn gebaseerd op objectieve criteria;
35° de voorwaarden inzake de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuren, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, overeenkomstig artikel 15/5undecies, § 1, vaststellen;]7
[8 36° het jaarlijks uiterlijk op 15 mei publiceren van een studie over de verschillende kostencomponenten van de aardgasfactuur die minstens een vergelijking met de buurlanden bevat, overeenkomstig artikel 15/25. De commissie voert deze opdracht, indien mogelijk, uit in samenwerking met de gewestelijke energieregulatoren;]8
[9 37° een beoordeling uitvoeren van de bestaande ongerechtvaardigde belemmeringen en het potentieel van zelfverbruik van hernieuwbare energie en voornoemde beoordeling minstens iedere vijf jaar actualiseren.]9
In de gevallen waarin deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan het advies van de Commissie vereisen, kan deze op eigen initiatief voorstellen doen.
(De Commissie brengt haar adviezen en voorstellen uit binnen veertig kalenderdagen na het verzoek ertoe, behalve wanneer de minister een langere termijn verleent. De minister kan een kortere termijn voorzien voor adviezen aangevraagd in het kader van artikel 23.)
[5 Bij de uitoefening van haar toezicht- en controleopdrachten bedoeld in het tweede lid, 5° bis, werkt de commissie samen met de Belgische Mededingingsautoriteit en met de FSMA en wisselt met hen alle informatie uit en deelt de informatie mee, in voorkomend geval wederkerig, nodig en relevant voor de goede uitvoering van Verordening (EU) nr. 1227/2011 of in de gevallen voorzien of toegelaten door die Verordening. Wanneer de commissie informatie ontvangt vanwege andere autoriteiten in het kader van de uitoefening van haar toezicht-en controleopdrachten, verzekert zij hetzelfde niveau van vertrouwelijkheid als vereist wordt van de autoriteit die ze levert, onverminderd artikel 26, § 2, eerste lid.]5
[2 § 2bis. In het kader van de uitoefening van haar bevoegdheden, neemt de commissie de contractuele vrijheid in acht op het vlak van overeenkomsten van onderbreekbare levering en overeenkomsten op lange termijn wanneer zij verenigbaar zijn met het gemeenschapsrecht en in overeenstemming met het gemeenschapsbeleid.]2
§ 3. [2 De commissie stelt elk jaar een jaarverslag op dat zij vóór 1 mei van het jaar volgend op het betrokken boekjaar aan de Kamer van volksvertegenwoordigers overzendt.
Het jaarverslag van de commissie heeft betrekking op :
1° de uitvoering van haar opdrachten;
2° de staat van haar werkingskosten en de wijze waarop zij gedekt zijn, met inbegrip van een overzicht van activa/passiva en het verslag van de bedrijfsrevisor;
3° de evolutie van de markt voor aardgas;
4° de getroffen maatregelen en de behaalde resultaten voor elk van de in § 2 opgesomde opdrachten;
5° een analyse van het ontwikkelingsplan opgesteld door de aardgasvervoersnetbeheerder, vanuit het oogpunt van de samenhang ervan met het ontwikkelingsplan van het net over de hele Europese Gemeenschap, zoals bedoeld in artikel 8, § 3, b), van Verordening (EG) nr. 715/2009, alsook, in voorkomend geval, van de aanbevelingen tot wijziging van het ontwikkelingsplan opgesteld door de beheerder van het aardgasvervoersnet. De commissie houdt in het raam van deze analyse rekening met de prospectieve studie opgesteld met toepassing van artikel 15/13;
6° een kopie van de beslissingen die eventueel werden genomen tijdens het betrokken boekjaar inzake de methodologie voor de berekening van de tarieven bij toepassing van artikel 15/5bis tot 15/5quinquies.
Dit verslag wordt op de internetsite van de commissie gepubliceerd. Een afschrift wordt eveneens ter informatie naar de minister verstuurd. ";
[2 § 3bis. De commissie maakt ook vóór 1 mei van het jaar volgend op het betrokken boekjaar aan het ACER en aan de Europese Commissie, een jaarverslag over met betrekking tot haar activiteiten en de uitvoering van haar opdrachten. Dit verslag omvat de getroffen maatregelen en de behaalde resultaten voor elk van de in § 2 opgesomde opdrachten. Dit verslag bevat eveneens een analyse van het ontwikkelingsplan opgesteld door de aardgasvervoersnetbeheerder, vanuit het oogpunt van de samenhang ervan met het ontwikkelingsplan van het net over de hele Europese Gemeenschap, zoals bedoeld in artikel 8, § 3, b), van Verordening (EG) nr. 715/2009, alsook, in voorkomend geval, van de aanbevelingen tot wijziging van het ontwikkelingsplan opgesteld door de beheerder van het aardgasvervoersnet. De commissie houdt in het raam van deze analyse rekening met de prospectieve studie opgesteld met toepassing van artikel 15/13.]2
(§ 4. In het kader van de uitvoering van de taken die haar zijn toegewezen ter uitvoering van § 2, tweede lid, 4°, 6°, 7°, 8°, 9°, 9°bis en 11°, kan de Voorzitter van het directiecomité van de Commissie de bijstand vorderen van de ambtenaren van het Bestuur Energie en van het Bestuur Economische Inspectie van het Ministerie van Economische Zaken, die aangewezen zijn overeenkomstig artikel 18, vijfde lid.)
[2 De commissie geeft een volledige motivering en verantwoording voor haar beslissingen om de jurisdictionele toetsing ervan mogelijk te maken.
De nadere regels die van toepassing zijn op deze motiveringen en rechtvaardigingen worden nader omschreven in het huishoudelijk reglement van het directiecomité, onder meer rekening houdend met de volgende principes :
- in de motivering wordt het geheel van de elementen opgenomen waarop de beslissing gesteund is;
- de aardgasondernemingen hebben de mogelijkheid om hun opmerkingen te laten gelden vóór een beslissing die hen betreft, wordt genomen;
- het gevolg dat aan deze opmerkingen wordt gegeven wordt gerechtvaardigd in de eindbeslissing;
- de akten met een individuele of collectieve draagwijdte die worden aangenomen in uitvoering van haar opdrachten alsook iedere voorbereidende akte, expertiseverslag, opmerking van de geconsulteerde partijen die ermee samenhangen worden gepubliceerd op de website van de commissie, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens en/of gegevens met een persoonlijk karakter.]2
[2 § 5. De commissie ziet erop toe dat haar personeel en de personen belast met haar beheer :
a) onafhankelijk van alle commerciële belangen handelen;
b) in de uitoefening van hun opdrachten met toepassing van § 2 geen directe instructies vragen noch aanvaarden van gelijk welke regering of andere openbare of privé-entiteit,. Deze vereiste geldt onverminderd een nauw overleg, in voorkomend geval, met alle overige bevoegde overheden, evenals de algemene, door de regering voorgeschreven richtsnoeren.]2
[2 De commissie neemt alle redelijke maatregelen om volgende doelstellingen te bereiken, in het kader van haar opdrachten opgesomd in de § 2, eventueel in nauw overleg met de overige betrokken federale overheden, met inbegrip van de [3 Belgische Mededingingsautoriteit]3, en onverminderd hun bevoegdheden :
1° het bevorderen, in nauwe samenwerking met het ACER, de Europese Commissie, de reguleringsinstanties van de Gewesten en van de overige lidstaten van de Europese Unie, van een door mededinging gekenmerkte interne markt voor aardgas, zeker en duurzaam voor het milieu binnen de Europese Gemeenschap, en van een efficiënte vrijmaking van de markt voor alle afnemers en leveranciers van de Europese Gemeenschap, en het garanderen van de gepaste voorwaarden opdat de aardgasnetten op efficiënte en betrouwbare wijze zouden functioneren, rekening houdend met de doelstellingen op lange termijn;
2° het ontwikkelen van een markt tussen de regio's van de Europese Gemeenschap zoals bepaald in artikel 12, § 3 van Verordening (EG) nr. 715/2009, die met elkaar in concurrentie treden en correct functioneren binnen de Europese Gemeenschap met het oog op de verwezenlijking van de in punt 1° bedoelde doelstellingen;
3° het opheffen van de belemmeringen in de handel in aardgas tussen de lidstaten van de Europese Unie, meer bepaald door voldoende grensoverschrijdende vervoerscapaciteit te voorzien om aan de vraag te beantwoorden en het versterken van de integratie van de markten van de verschillende lidstaten van de Europese Unie, wat zou moeten leiden tot een betere circulatie van aardgas doorheen de hele Europese Gemeenschap;
4° het verzekeren, op de meest voordelige wijze met betrekking tot de kosten, van de invoering van niet-discriminerende netten die zeker, betrouwbaar, efficiënt en gericht zijn op de eindafnemers, en het bevorderen van adequate netten en, overeenkomstig de algemene doelstellingen van het energiebeleid, de energie-efficiëntie en de integratie van de aardgasproductie, op grote en kleine schaal, uit hernieuwbare energiebronnen;
5° het bevorderen van de toegang tot het net van nieuwe productiecapaciteit, meer bepaald door de moeilijkheden op te heffen die in de weg zouden staan van de komst van nieuwe marktpartijen en de integratie van de aardgasproductie uit hernieuwbare energiebronnen;
[9 5° bis. het bevorderen en vergemakkelijken van de ontwikkeling van het zelfverbruik van hernieuwbare energie op basis van een beoordeling van de bestaande ongerechtvaardigde belemmeringen en het potentieel van zelfverbruik van hernieuwbare energie;]9
6° ervoor zorgen dat de beheerder van het aardgasvervoersnet en de netgebruikers voldoende stimuli krijgen, zowel op korte als op lange termijn, om de prestaties van de netten te verbeteren en de integratie van de markt te bevorderen;
7° ervoor zorgen dat de [5 afnemers]5 een efficiënte werking van de markt genieten en het bevorderen van een efficiënte mededinging, en zorgen voor de garantie op bescherming van de eindafnemers;
8° bijdragen tot het bereiken van een hoog niveau van openbare dienstverlening voor aardgas, en bijdragen tot de bescherming van kwetsbare afnemers en tot de compatibiliteit van de nodige gegevensuitwisselingmechanismen om de afnemers die op het vervoersnet zijn aangesloten, toe te laten om van leverancier te veranderen.]2
§ 2. De Commissie is belast met een raadgevende taak ten behoeve van de overheid inzake de organisatie en werking van de (aardgasmarkt), enerzijds, en met een taak van toezicht en controle op de toepassing van de betreffende wetten en reglementen, anderzijds.
Te dien einde zal de Commissie :
1° gemotiveerde adviezen geven en voorstellen voorleggen in de gevallen bepaald door deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan;
2° op eigen initiatief of op verzoek van de minister of van een gewestregering onderzoeken en studies uitvoeren in verband met de gasmarkt. [2 In het kader hiervan waakt de commissie over het vrijwaren van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens en/of persoonsgegevens en onthoudt zij zich ervan deze openbaar te maken;]2;
3° (toezicht houden op de transparantie en de mededinging op de aardgasmarkt overeenkomstig artikel 15/14bis;)
3°bis (de objectief verantwoorde verhouding beoordelen tussen de prijzen en de kosten van een bedrijf, bedoeld in artikel 15/14ter;)
4° (advies geven aan het Bestuur Energie over de aanvragen tot het bekomen van leveringsvergunningen krachtens artikel 15/3 en controle uitoefenen op de naleving van de voorwaarden van deze vergunningen; een advies verstrekken aan dit bestuur over de aanvragen tot het bekomen van de vervoersvergunningen krachtens artikel 3;)
5° [2 5° toezicht houden op de naleving door de beheerders van het aardgasvervoersnet, de LNG-installatie [6 , een interconnector en de aardgasopslaginstallatie]6 en de aardgasondernemingen van de verplichtingen die hen krachtens deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn opgelegd, evenals van de andere voor de aardgasmarkt toepasselijke wettelijke reglementaire bepalingen, onder meer inzake de grensoverschrijdende kwesties en de materies die beoogd worden door Verordening (EG) nr. 715/2009;]2
[5 5° bis toezicht en controle uitoefenen op de handelsuitwisselingen van voor de groothandel bestemde energieproducten overeenkomstig de Verordening (EU) nr. 1227/2011, met eerbiediging van de respectievelijke bevoegdheden van de Belgische Mededingingsautoriteit en van de FSMA.]5
6° [7 de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot de vervoernetten en de LNG-installaties, overeenkomstig artikel 15/5undecies, § 1, vaststellen. Die voorwaarden maken het mogelijk dat de noodzakelijke investeringen in de netten en LNG-installaties op een zodanige wijze worden uitgevoerd dat deze investeringen de levensvatbaarheid van de netten en de LNG-installaties kunnen waarborgen;]7
[6 6° bis het transportcontract voor de toegang tot een interconnector goedkeuren;]6
7° de uitvoering van de openbare dienstverplichtingen bedoeld in artikel 15/11 controleren en evalueren;
8° de toepassing van de bepalingen van artikel 15/7 controleren en evalueren;
(8bis. Overeenkomstig artikel 23bis van de wet van 29 april 1999 erop toezien dat de tarieven voor de levering van aardgas gericht zijn op het algemeen belangen, in voorkomend geval, de maximumprijzen controleren die toepasselijk zijn op eindafnemers [2 ...]2;)
9° de boekhouding van de ondernemingen van de (aardgassector) controleren, inzonderheid ter verificatie van de naleving van de bepalingen van artikel 15/12 en de afwezigheid van kruissubsidies tussen de activiteiten van vervoer, (doorvoer) distributie en opslag van aardgas;
9°bis [2 de tariefbevoegdheden uitoefenen bedoeld in de artikel en 15/5 tot 15/5quinquies en de toepassing van de tarieven door de vervoersbedrijven wat hun respectievelijke netten betreft controleren;]2
10° (de afwezigheid van kruissubsidies tussen [2 activiteiten van vervoer, distributie, opslag, LNG en levering]2 (...) verifiëren;)
11° alle andere taken uitvoeren die haar door wetten en reglementen betreffende de organisatie van de (...) (aardgasmarkt) worden toevertrouwd.
(12° er op toezien dat de met name technische en tarifaire toestand van de aardgassector alsook de evolutie van deze sector het algemeen belang beogen en kaderen in het algemene energiebeleid. De Commissie verzekert de permanente monitoring van de aardgasmarkt, zowel op het vlak van de marktwerking als op het vlak van de prijzen. De Koning kan, op voorstel van de Commissie, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels van de permanente monitoring van de aardgasmarkt nader bepalen;
13° toezien op de essentiële belangen van de consument en op de correcte toepassing van de openbare dienstverplichtingen door de betrokkene ondernemingen.)
[2 14° toezien op de investeringsplannen van de beheerder van het aardgasvervoersnet en de samenhang analyseren van dit plan met het ontwikkelingsplan van het net in de hele Europese Gemeenschap bedoeld in artikel 8, § 3, b), van Verordening (EG) nr. 715/2009. In voorkomend geval kan deze analyse aanbevelingen omvatten met het oog op de wijziging van het investeringsplan opgesteld door de beheerder van het aardgasvervoersnet. Bij de uitoefening van dit toezicht en analyse houdt de commissie rekening met de prospectieve studie opgesteld met toepassing van artikel 15/13;
15° de toepassing van de gedragscode controleren en de geleverde prestaties in uitvoering van de regels van deze code evalueren in verband met de veiligheid en de betrouwbaarheid van het aardgasvervoersnet;
16° toezicht houden op de graad van transparantie, met inbegrip van de groothandelsprijzen, en toezien op de naleving van de verplichtingen inzake transparantie door de aardgasbedrijven;
17° toezien op het bereikte niveau en de bereikte efficiëntie inzake de vrijmaking van de markt en de mededinging voor de groot- en kleinhandelsmarkten, met inbegrip van de beurzen voor aardgas, en toezien op de eventuele concurrentievervalsing of -beperking, door alle nuttige informatie mee te delen en de zaken die dit verantwoorden door te verwijzen naar de [3 Belgische Mededingingsautoriteit]3;
18° toezien op het opduiken van beperkende contractuele praktijken, met inbegrip van exclusiviteitsbedingen, die niet-residentiële afnemers aangesloten op het aardgasvervoersnet zouden verhinderen om tegelijk met meer dan één leverancier contracten af te sluiten of die hun keuze ter zake zouden kunnen beperken en, in voorkomend geval, de [3 Belgische Mededingingsautoriteit]3 van deze praktijken op de hoogte brengen;
19° toezien op de tijd die de beheerder van het aardgasvervoersnet doet over de uitvoering van de aansluitingen en herstellingen;
20° toezien op en een evaluatie maken van de voorwaarden betreffende de toegang tot de aardgasopslaginstallaties, de aardgasopslag in leidingen en andere ondersteunende diensten;
21° bijdragen tot de garantie, in samenwerking met alle andere bevoegde overheden, van de efficiëntie en de invoering van beschermingsmaatregelen voor de eindafnemers;
22° minstens eenmaal per jaar de aanbevelingen publiceren betreffende de overeenstemming van de leveringsprijzen met de door deze wet en haar uitvoeringsbesluiten vastgestelde openbare dienstverplichtingen en, in voorkomend geval, deze overmaken aan de [3 Belgische Mededingingsautoriteit]3;
23° de toegang verzekeren tot de gegevens betreffende het verbruik van de eindafnemers aangesloten op het aardgasvervoersnet en de beschikbaarstelling, met het oog op een facultatief gebruik, verzekeren van een gemakkelijk te begrijpen methode voor een geharmoniseerde voorstelling van de gegevens, betreffende het verbruik en de snelle toegang van alle eindafnemers aangesloten op het aardgasvervoersnet tot deze gegevens zodat deze kosteloos over hun verbruiksgegevens kunnen beschikken en toegang verlenen tot hun verbruiksoverzichten, middels uitdrukkelijk akkoord en kosteloos, voor alle als leverancier geregistreerde bedrijven;
24° toezien op de uitvoering van de regels betreffende de functies en verantwoordelijkheden van de beheerder van het aardgasvervoersnet, [6 , de beheerder van een interconnector]6 de leveranciers, de eindafnemers en de andere marktpartijen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 715/2009;
25° toezien op de implementering van de veiligheidsmaatregelen die worden voorzien door artikel 23 en de gedragscode, in samenwerking met de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake aardgas;
26° de beheerders van het aardgasvervoersnet, [6 een interconnector,]6 de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG installatie certificeren, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 8, § § 4bis, 4ter en 4quater, en van artikel 8ter. De commissie verzekert de bestendige monitoring van de onafhankelijkheid van de beheerders ten opzichte van bedrijven die rechtstreeks of onrechtstreeks actief zijn in de productie en/of de levering van aardgas en/of elektriciteit en, desgevallend, gaat zij over op eigen initiatief tot de certificeringprocedure. De commissie kan van de beheerders en van de bedrijven die actief zijn in de productie en de levering van aardgas alle informatie eisen die nuttig is voor haar opdrachten in het kader van deze certificeringprocedures. De commissie waakt over het vrijwaren van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige informatie en/of informatie met een persoonlijk karakter;
27° bijdragen tot de compatibiliteit van de uitwisselingmechanismen van gegevens betreffende de belangrijkste marktverrichtingen op regionaal vlak, zoals voorzien in artikel 12, § 3, van Verordening (EG) nr. 715/2009;
28° de richtsnoeren bepalen inzake de uitwisseling van gegevens en van reglement, de eigendom van de gegevens en de verantwoordelijkheden inzake de overzichten;
29° op voorstel van de [6 beheerder van het aardgasvervoersnet en de beheerder van een interconnector]6, de methoden goedkeuren die gebruikt zijn om de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuren mogelijk te maken, met inbegrip van de procedures voor de toewijzing van capaciteiten en congestiebeheer. Deze methoden zijn transparant en niet-discriminerend. De commissie publiceert de goedgekeurde methoden op haar website;
30° toezien [4 ...]4 op het congestiebeheer van het aardgasvervoersnet, met inbegrip van de interconnecties, en de invoering van de regels voor het congestiebeheer, in overeenstemming met artikel 15/1, § 3, 7° . [4 De commissie informeert de Algemene Directie Energie hierover;]4
31° indien nodig en in geval van weigering tot toegang, erop toezien dat de beheerder van het aardgasvervoersnet [6 en de beheerder van een interconnector de nodige informatie verstrekken in verband met de noodzakelijke maatregelen om het vervoersnet of de interconnector te versterken]6;
32° op verzoek van de gebruiker van een gesloten industrieel net, de in het gesloten industrieel net toegepaste tarieven of de berekeningsmethode van deze tarieven controleren en goedkeuren op basis van door artikel 15/9bis vastgelegde criteria;
33° voor zover de toepasselijke regionale bepalingen een regime voor gesloten distributienetten implementeren, op vraag van de gebruiker van een gesloten distributienet dat is aangesloten op een distributienet de tarieven of de berekeningsmethodologie van de toegepaste tarieven op het gesloten distributienet nagaan en goedkeuren;]2
[7 34° de voorwaarden inzake de verstrekking van balanceringsdiensten, die zo economisch mogelijk worden uitgevoerd en passende stimuleringsmaatregelen bieden voor netwerkgebruikers om hun input en output op elkaar af te stemmen, overeenkomstig artikel 15/5undecies, § 1, vaststellen. De balanceringsdiensten worden op billijke en niet-discriminerende wijze verstrekt en zijn gebaseerd op objectieve criteria;
35° de voorwaarden inzake de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuren, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, overeenkomstig artikel 15/5undecies, § 1, vaststellen;]7
[8 36° het jaarlijks uiterlijk op 15 mei publiceren van een studie over de verschillende kostencomponenten van de aardgasfactuur die minstens een vergelijking met de buurlanden bevat, overeenkomstig artikel 15/25. De commissie voert deze opdracht, indien mogelijk, uit in samenwerking met de gewestelijke energieregulatoren;]8
[9 37° een beoordeling uitvoeren van de bestaande ongerechtvaardigde belemmeringen en het potentieel van zelfverbruik van hernieuwbare energie en voornoemde beoordeling minstens iedere vijf jaar actualiseren.]9
In de gevallen waarin deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan het advies van de Commissie vereisen, kan deze op eigen initiatief voorstellen doen.
(De Commissie brengt haar adviezen en voorstellen uit binnen veertig kalenderdagen na het verzoek ertoe, behalve wanneer de minister een langere termijn verleent. De minister kan een kortere termijn voorzien voor adviezen aangevraagd in het kader van artikel 23.)
[5 Bij de uitoefening van haar toezicht- en controleopdrachten bedoeld in het tweede lid, 5° bis, werkt de commissie samen met de Belgische Mededingingsautoriteit en met de FSMA en wisselt met hen alle informatie uit en deelt de informatie mee, in voorkomend geval wederkerig, nodig en relevant voor de goede uitvoering van Verordening (EU) nr. 1227/2011 of in de gevallen voorzien of toegelaten door die Verordening. Wanneer de commissie informatie ontvangt vanwege andere autoriteiten in het kader van de uitoefening van haar toezicht-en controleopdrachten, verzekert zij hetzelfde niveau van vertrouwelijkheid als vereist wordt van de autoriteit die ze levert, onverminderd artikel 26, § 2, eerste lid.]5
[2 § 2bis. In het kader van de uitoefening van haar bevoegdheden, neemt de commissie de contractuele vrijheid in acht op het vlak van overeenkomsten van onderbreekbare levering en overeenkomsten op lange termijn wanneer zij verenigbaar zijn met het gemeenschapsrecht en in overeenstemming met het gemeenschapsbeleid.]2
§ 3. [2 De commissie stelt elk jaar een jaarverslag op dat zij vóór 1 mei van het jaar volgend op het betrokken boekjaar aan de Kamer van volksvertegenwoordigers overzendt.
Het jaarverslag van de commissie heeft betrekking op :
1° de uitvoering van haar opdrachten;
2° de staat van haar werkingskosten en de wijze waarop zij gedekt zijn, met inbegrip van een overzicht van activa/passiva en het verslag van de bedrijfsrevisor;
3° de evolutie van de markt voor aardgas;
4° de getroffen maatregelen en de behaalde resultaten voor elk van de in § 2 opgesomde opdrachten;
5° een analyse van het ontwikkelingsplan opgesteld door de aardgasvervoersnetbeheerder, vanuit het oogpunt van de samenhang ervan met het ontwikkelingsplan van het net over de hele Europese Gemeenschap, zoals bedoeld in artikel 8, § 3, b), van Verordening (EG) nr. 715/2009, alsook, in voorkomend geval, van de aanbevelingen tot wijziging van het ontwikkelingsplan opgesteld door de beheerder van het aardgasvervoersnet. De commissie houdt in het raam van deze analyse rekening met de prospectieve studie opgesteld met toepassing van artikel 15/13;
6° een kopie van de beslissingen die eventueel werden genomen tijdens het betrokken boekjaar inzake de methodologie voor de berekening van de tarieven bij toepassing van artikel 15/5bis tot 15/5quinquies.
Dit verslag wordt op de internetsite van de commissie gepubliceerd. Een afschrift wordt eveneens ter informatie naar de minister verstuurd. ";
[2 § 3bis. De commissie maakt ook vóór 1 mei van het jaar volgend op het betrokken boekjaar aan het ACER en aan de Europese Commissie, een jaarverslag over met betrekking tot haar activiteiten en de uitvoering van haar opdrachten. Dit verslag omvat de getroffen maatregelen en de behaalde resultaten voor elk van de in § 2 opgesomde opdrachten. Dit verslag bevat eveneens een analyse van het ontwikkelingsplan opgesteld door de aardgasvervoersnetbeheerder, vanuit het oogpunt van de samenhang ervan met het ontwikkelingsplan van het net over de hele Europese Gemeenschap, zoals bedoeld in artikel 8, § 3, b), van Verordening (EG) nr. 715/2009, alsook, in voorkomend geval, van de aanbevelingen tot wijziging van het ontwikkelingsplan opgesteld door de beheerder van het aardgasvervoersnet. De commissie houdt in het raam van deze analyse rekening met de prospectieve studie opgesteld met toepassing van artikel 15/13.]2
(§ 4. In het kader van de uitvoering van de taken die haar zijn toegewezen ter uitvoering van § 2, tweede lid, 4°, 6°, 7°, 8°, 9°, 9°bis en 11°, kan de Voorzitter van het directiecomité van de Commissie de bijstand vorderen van de ambtenaren van het Bestuur Energie en van het Bestuur Economische Inspectie van het Ministerie van Economische Zaken, die aangewezen zijn overeenkomstig artikel 18, vijfde lid.)
[2 De commissie geeft een volledige motivering en verantwoording voor haar beslissingen om de jurisdictionele toetsing ervan mogelijk te maken.
De nadere regels die van toepassing zijn op deze motiveringen en rechtvaardigingen worden nader omschreven in het huishoudelijk reglement van het directiecomité, onder meer rekening houdend met de volgende principes :
- in de motivering wordt het geheel van de elementen opgenomen waarop de beslissing gesteund is;
- de aardgasondernemingen hebben de mogelijkheid om hun opmerkingen te laten gelden vóór een beslissing die hen betreft, wordt genomen;
- het gevolg dat aan deze opmerkingen wordt gegeven wordt gerechtvaardigd in de eindbeslissing;
- de akten met een individuele of collectieve draagwijdte die worden aangenomen in uitvoering van haar opdrachten alsook iedere voorbereidende akte, expertiseverslag, opmerking van de geconsulteerde partijen die ermee samenhangen worden gepubliceerd op de website van de commissie, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens en/of gegevens met een persoonlijk karakter.]2
[2 § 5. De commissie ziet erop toe dat haar personeel en de personen belast met haar beheer :
a) onafhankelijk van alle commerciële belangen handelen;
b) in de uitoefening van hun opdrachten met toepassing van § 2 geen directe instructies vragen noch aanvaarden van gelijk welke regering of andere openbare of privé-entiteit,. Deze vereiste geldt onverminderd een nauw overleg, in voorkomend geval, met alle overige bevoegde overheden, evenals de algemene, door de regering voorgeschreven richtsnoeren.]2
Art. 15/14. § 1er. La Commission de Régulation de l'électricité, instituée à l'article 23 de la loi du 29 avril 1999, est renommée " Commission de Régulation de l'Electricité et du Gaz ", en allemand " Elektrizitäts- und Gasregulierungskommission " et en abrégé " CREG ".
[2 La commission prend toutes les mesures raisonnables pour atteindre les objectifs suivants dans le cadre de ses missions énumérées au § 2, en étroite concertation, le cas échéant, avec les autres autorités fédérales concernées, y compris [3 l'Autorité belge de la concurrence]3, et sans préjudice de leurs compétences :
1° promouvoir, en étroite collaboration avec l'ACER, la Commission européenne, les autorités de régulation des Régions et des autres Etats membres de l'Union européenne, un marché intérieur du gaz naturel concurrentiel, sûr et durable pour l'environnement au sein de la Communauté européenne, et une ouverture effective du marché pour l'ensemble des clients et des fournisseurs de la Communauté européenne, et garantir des conditions appropriées pour que les réseaux de gaz fonctionnent de manière effective et fiable, en tenant compte d'objectifs à long terme;
2° développer des marchés entre les régions de la Communauté européenne définies par l'article 12, § 3 du Règlement (CE) n° 715/2009 concurrentiels et fonctionnant correctement au sein de la Communauté européenne, en vue de la réalisation des objectifs visés au point 1° ;
3° supprimer les entraves au commerce du gaz naturel entre Etats membres de l'Union européenne, notamment en mettant en place des capacités de transport transfrontalier suffisantes pour répondre à la demande et renforcer l'intégration des marchés des différents Etats membres de l'Union européenne, ce qui devrait permettre au gaz naturel de mieux circuler dans l'ensemble de la Communauté européenne;
4° contribuer à assurer, de la manière la plus avantageuse par rapport au coût, la mise en place de réseaux non discriminatoires qui soient sûrs, fiables, performants et axés sur les clients finals, et promouvoir l'adéquation des réseaux et, conformément aux objectifs généraux de politique énergétique, l'efficacité énergétique ainsi que l'intégration de la production de gaz, à grande ou à petite échelle, à partir de sources d'énergie renouvelables;
5° faciliter l'accès au réseau des nouvelles capacités de production, notamment en supprimant les obstacles qui pourraient empêcher l'arrivée de nouveaux venus sur le marché et l'intégration de la production de gaz à partir de sources d'énergie renouvelables;
[9 5° bis. promouvoir et favoriser le développement de l'autoconsommation d'énergies renouvelables, sur la base d'une évaluation des obstacles injustifiés existants et du potentiel d'autoconsommation d'énergies renouvelables;]9
6° faire en sorte que le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel et les utilisateurs du réseau reçoivent des incitations suffisantes, tant à court terme qu'à long terme, pour améliorer les performances des réseaux et favoriser l'intégration du marché;
7° assurer que les [5 clients]5 bénéficient du fonctionnement efficace du marché et promouvoir une concurrence effective ainsi que contribuer à garantir la protection des clients finals;
8° contribuer à assurer un service public et universel de grande qualité dans le secteur du gaz naturel, et contribuer à la protection des clients vulnérables et à la compatibilité des mécanismes nécessaires d'échange de données pour permettre aux clients finals raccordés au réseau de transport de changer de fournisseur.]2
§ 2. La Commission est investie d'une mission de conseil auprès des autorités publiques en ce qui concerne l'organisation et le fonctionnement du marché du [gaz naturel], d'une part, et d'une mission de surveillance et de contrôle de l'application des lois et règlements y relatifs, d'autre part.
A cet effet, la Commission :
1° donne des avis motivés et soumet des propositions dans les cas prévus par la présente loi ou ses arrêtés d'exécution;
2° d'initiative ou à la demande du ministre ou d'un gouvernement de région, effectue des recherches et études relatives au marché du [gaz naturel. [2 La commission veille dans ce cadre à préserver la confidentialité des données commercialement sensibles et/ou à caractère personnel et s'abstient dès lors de les publier;-2];
3° (...).
3°bis (...).
4° [donne un avis à l'Administration de l'Energie sur les demandes de délivrance d'autorisations de fourniture en vertu de l'article 15/3 et contrôler le respect des conditions de ces autorisations; donner un avis à cette administration sur les demandes de délivrance d'autorisations de transport en vertu de l'article 3;]
5° [2 contrôle le respect par les gestionnaires du réseau de transport de gaz naturel, d'installation de GNL [6 , d'une interconnexion]6 et d'installation de stockage de gaz naturel ainsi que les entreprises de gaz naturel des obligations qui leur incombent en vertu de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution, ainsi que des autres dispositions législatives et réglementaires applicables pour le marché du gaz naturel, notamment en ce qui concerne les questions transfrontalières et les matières visées par le Règlement (CE) n° 715/2009;]2
[5 5° bis surveille et contrôle les échanges commerciaux de produits énergétiques de gros conformément au Règlement (UE) n° 1227/2011, dans le respect des compétences respectives de l'Autorité belge de la concurrence, et de la FSMA.]5
6° [7 établit, conformément à l'article 15/5undecies, § 1er, des conditions de raccordement et d'accès aux réseaux de transport et aux installations de GNL. Ces conditions permettent que les investissements nécessaires dans les réseaux et les installations de GNL soient effectués de manière telle que ces investissements puissent garantir la viabilité des réseaux et des installations de GNL ;]7
[6 6° bis approuve le contrat de transport pour l'accès à une interconnexion;]6
7° contrôle et évalue l'exécution des obligations de service public visées à l'article 15/11;
8° contrôle et évalue l'application des dispositions de l'article 15/7;
[8 °bis conformément à l'article 23bis de la loi du 29 avril 1999, veille à ce que les tarifications pour la fourniture de gaz naturel soient orientées dans le sens de l'intérêt général et, le cas échéant, contrôle les prix maximaux applicables à des clients finals [2 ...]2;]
9° contrôle la comptabilité des entreprises du [secteur du gaz naturel], en vue notamment de vérifier le respect des dispositions de l'article 15/12 et l'absence de subsides croisés [2 ...]2;
9°bis[2 exerce les compétences tarifaires visées aux articles 15/5 à 15/5quinquies et contrôle l'application des tarifs par les entreprises de transport en ce qui concerne leurs réseaux respectifs;]2
10° [vérifie l'absence de subsides croisés entre catégories de clients [...les activités de transport, de distribution, de stockage, de GNL et de fourniture] et entre ces [2 les activités de transport, de distribution, de stockage, de GNL et de fourniture]2 et les clients éligibles;]
11° exécute toutes les autres missions lui confiées par des lois et règlements en matière d'organisation du [marché [...] du gaz naturel].
[12° veille à ce que la situation notamment technique et tarifaire du secteur du gaz naturel ainsi que l'évolution de ce secteur visent l'intérêt général et cadrent avec la politique énergétique globale. La Commission assure le monitoring permanent du marché du gaz naturel, tant sur le plan du fonctionnement du marché que sur le plan des prix. Le Roi peut préciser, sur proposition de la Commission, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les modalités du monitoring permanent du marché du gaz naturel;
13° veille aux intérêts essentiels du consommateur et à l'exécution correcte des obligations de service public par des entreprises concernées.]
[2 14° surveille les plans d'investissement du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel et analyse la cohérence de ce plan avec le plan de développement du réseau dans l'ensemble de la Communauté européenne visé à l'article 8, § 3, b), du Règlement (CE) n° 715/2009. Le cas échéant, cette analyse peut comprendre des recommandations en vue de modifier le plan d'investissement établi par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel. La commission tient compte, dans l'exercice de cette surveillance et analyse, de l'étude prospective établie en application de l'article 15/13;
15° contrôle l'application du code de bonne conduite et évalue les performances passées en exécution des règles de ce code relatives à la sécurité et à la fiabilité du réseau de transport de gaz naturel;
16° surveille le degré de transparence, y compris des prix de gros, et veille au respect des obligations de transparence par les entreprises de gaz naturel;
17° surveille le niveau et l'efficacité atteints en termes d'ouverture du marché et de concurrence pour les marchés de gros et de détail, y compris pour les bourses d'échanges de gaz naturel, et surveille les distorsions ou restrictions de concurrence éventuelles, en communiquant toutes les informations utiles et en déférant les affaires qui le justifient à [3 l'Autorité belge de la concurrence]3;
18° surveille l'apparition de pratiques contractuelles restrictives, y compris des clauses d'exclusivité, qui peuvent empêcher les clients non résidentiels raccordés au réseau de transport de gaz naturel de passer contrat simultanément avec plus d'un fournisseur ou qui pourraient limiter leur choix en la matière et, le cas échéant, informe [3 l'Autorité belge de la concurrence]3 de ces pratiques;
19° surveille le temps pris par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel pour effectuer les raccordements et réparations;
20° surveille et évalue les conditions d'accès aux installations de stockage de gaz naturel, au stockage de gaz naturel en conduite et aux autres services auxiliaires;
21° contribue à garantir, en collaboration avec toutes autres autorités compétentes, l'effectivité et la mise en oeuvre des mesures de protection des clients finals;
22° publie, une fois par an au moins, des recommandations sur la conformité des prix de fourniture avec les obligations de service public fixées par la présente loi et ses arrêtés d'exécution et les transmet, le cas échéant à [3 l'Autorité belge de la concurrence ]3;
23° garantit l'accès aux données de consommation des clients finals raccordés au réseau de transport de gaz naturel et la mise à disposition, en vue d'une utilisation facultative, d'une méthode facilement compréhensible de présentation harmonisée des données de consommation et l'accès rapide de tous les clients finals raccordés au réseau de transport de gaz naturel à ces données afin que ceux-ci puissent disposer gratuitement de leurs données de consommation et donner accès à leurs relevés de consommation, par accord exprès et gratuitement, à toute entreprise enregistrée en tant que fournisseur;
24° surveille la mise en oeuvre des règles relatives aux fonctions et responsabilités du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel [6 , du gestionnaire d'une interconnexion]6, des fournisseurs, des clients finals et autres acteurs du marché conformément au Règlement (CE) n° 715/2009;
25° surveille la mise en oeuvre des mesures de sauvegarde prévues par l'article 23 et le code de bonne conduite, en collaboration avec l'Autorité fédérale pour la sécurité de l'approvisionnement en gaz;
26° certifie les gestionnaires du réseau de transport de gaz naturel, [6 d'une interconnexion,]6 d'installation de stockage de gaz naturel et d'installation de GNL, conformément aux dispositions de l'article 8, § § 4bis, 4ter et 4quater, et de l'article 8ter. La commission assure le monitoring permanent de l'indépendance des gestionnaires par rapport à des entreprises actives directement ou indirectement dans la production et/ou la fourniture de gaz naturel et/ou d'électricité et, le cas échéant, procède d'initiative à la procédure de certification. La commission peut exiger des gestionnaires et des entreprises actives dans la production et la fourniture de gaz naturel toutes informations utiles à ses tâches dans le cadre de ces procédures de certification La commission veille à préserver la confidentialité des informations commercialement sensibles et/ou à caractère personnel;
27° contribue à la compatibilité des mécanismes d'échange de données relatives aux principales opérations de marché sur le plan régional, ainsi qu'il est prévu à l'article 12, § 3, du Règlement (CE) n° 715/2009;
28° fixe des lignes directrices en matière d'échange de données et de règlement, de la propriété des données et des responsabilités en matière de relevés;
29° approuve, sur proposition du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel [6 et du gestionnaire d'une interconnexion]6, les méthodes utilisées pour établir l'accès aux infrastructures transfrontalières, y compris les procédures d'attribution des capacités et de gestion de la congestion. Ces méthodes sont transparentes et non discriminatoires. La commission publie sur son site Internet les méthodes approuvées;
30° surveille [4 ...]4 la gestion de la congestion du réseau de transport de gaz naturel, y compris les interconnexions, et la mise en oeuvre des règles de gestion de la congestion, en conformité avec l'article 15/1, § 3, 7° . [4 La commission en informe la Direction générale de l'Energie;]4
31° veille à ce que, s'il y a lieu et en cas de refus d'accès, le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel [6 et le gestionnaire d'une interconnexion fournissent des informations pertinentes sur les mesures nécessaires pour renforcer le réseau de transport ou l'interconnexion]6;
32° à la demande de l'utilisateur d'un réseau fermé industriel, vérifie et approuve les tarifs appliqués dans le réseau fermé industriel ou la méthodologie de calcul de ces tarifs sur la base des critères fixés par l'article 15/9bis ;
33° pour autant que les dispositions régionales applicables mettent en oeuvre un régime de réseau fermé de distribution, vérifie et approuve à la demande de l'utilisateur d'un réseau fermé de distribution raccordé à un réseau de distribution les tarifs ou la méthodologie de calcul des tarifs appliqués sur ce réseau fermé de distribution;]2
[7 34° établit, conformément à l'article 15/5undecies, § 1er, des conditions en matière de renforcement des services auxiliaires, qui sont exécutés de la manière la plus économique possible et qui offrent des mesures de stimulation adéquates pour les utilisateurs du réseau afin d'harmoniser leur input et leur output. Les services d'équilibrage sont dispensés de manière équitable et non-discriminatoire et ils sont basés sur des critères objectifs ;
35° établit, conformément à l'article 15/5undecies, § 1er, des conditions en matière de l'accès aux infrastructures transfrontalières, y compris les procédures d'attribution des capacités et de gestion de la congestion;]7
[8 36° la publication annuelle le 15 mai d'une étude sur les différentes composantes du coût de la facture du gaz qui contient au minimum une comparaison avec les pays voisins conformément à l'article 15/25. La commission mène cette tâche, si possible, en coopération avec les régulateurs régionaux de l'énergie;]8
[9 37° réalise une évaluation des obstacles injustifiés existants et du potentiel d'autoconsommation des énergies renouvelables et met à jour cette évaluation au moins tous les cinq ans.]9
Dans les cas où la présente loi ou ses arrêtés d'exécution prescrivent l'avis de la Commission, celle-ci peut soumettre des propositions de sa propre initiative.
[La Commission rend ses avis et propositions dans les quarante jours civils de la demande, sauf si le ministre prévoit un délai plus long. Le ministre peut prévoir un délai plus court pour les avis demandés dans le cadre de l'article 23.]
[5 Dans l'exercice de ses missions de surveillance et de contrôle visées à l'alinéa 2, 5° bis, la commission coopère avec l'Autorité belge de la concurrence et la FSMA et échange et communique, le cas échéant réciproquement, l'information nécessaire et pertinente à la bonne exécution du Règlement (UE) n° 1227/2011 ou dans les cas prévus ou autorisés par ce Règlement. Lorsque la commission reçoit des informations en provenance d'autres autorités dans le cadre de l'exercice de ses missions de surveillance et de contrôle, elle assure le même niveau de confidentialité que celui exigé de l'autorité qui les fournit sans préjudice de l'article 26, § 2, alinéa 1er.]5
[2 § 2bis. Dans le cadre de l'exercice de ses compétences, la commission respecte la liberté contractuelle en matière de contrats de fourniture interruptible et de contrats à long terme, dès lors qu'ils sont compatibles avec le droit communautaire et conformes aux politiques communautaires.]2
§ 3. [2 La commission établit chaque année un rapport annuel qu'elle transmet avant le 1er mai de l'année suivant l'exercice concerné à la Chambre des représentants.
Le rapport annuel de la commission porte sur :
1° l'exécution de ses missions;
2° l'état de ses frais de fonctionnement et de leur mode de couverture, y compris une situation actif/passif et le rapport du réviseur d'entreprises;
3° l'évolution du marché du gaz naturel;
4° les mesures prises et les résultats obtenus pour chacune des missions énumérées au § 2;
5° une analyse du plan d'investissement par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, du point de vue de sa cohérence avec le plan de développement du réseau dans l'ensemble de la Communauté européenne visé à l'article 8, § 3, b), du Règlement (CE) n° 715/2009 ainsi que, le cas échéant, des recommandations de modification du plan d'investissement établi par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel. La commission tient compte dans le cadre de cette analyse de l'étude prospective établie en application de l'article 15/13;
6° copie des décisions éventuellement prises pendant l'exercice concerné en matière de méthodologie de calcul des tarifs en application de l'article 15/5bis à 15/5quinquies.
Ce rapport est publié sur le site Internet de la commission. Une copie est également envoyée, pour information, au ministre.]2
[2 § 3bis. La commission remet également à l'ACER et à la Commission européenne, avant le 1er mai de l'année suivant l'exercice concerné, un rapport annuel sur ses activités et l'exécution de ses missions. Ce rapport comprend les mesures prises et les résultats obtenus pour chacune des missions énumérées au § 2. Ce rapport comprend également une analyse du plan d'investissement établi par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, du point de vue de sa cohérence avec le plan de développement du réseau dans l'ensemble de la Communauté européenne visé à l'article 8, § 3, b), du Règlement (CE) n° 715/2009 ainsi que, le cas échéant, des recommandations de modification du plan d'investissement établi par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel. La commission tient compte, dans le cadre de cette analyse, de l'étude prospective établie en application de l'article 15/13. ]2
[§ 4. Dans le cadre de l'accomplissement de tâches qui lui sont assignées en vertu du § 2, alinéa 2, 4°, 6°, 7°, 8°, 9°, 9°bis et 11°, le Président du Comité de direction de la Commission peut requérir l'assistance des fonctionnaires de l'Administration de l'Energie et de l'Administration de l'Inspection économique du Ministère des Affaires économiques, lesquels sont désignés conformément à l'article 18, alinéa 5.]
[2 La commission motive et justifie pleinement ses décisions afin d'en permettre le contrôle juridictionnel.
Les modalités applicables pour ces motivations et justifications sont précisées dans le règlement d'ordre intérieur du comité de direction, eu égard notamment aux principes suivants :
- la motivation reprend l'ensemble des éléments sur lesquels est basée la décision;
- les entreprises de gaz naturel ont la possibilité, préalablement à la prise d'une décision les concernant, de faire valoir leurs commentaires;
- la suite donnée à ces commentaires est justifiée dans la décision finale;
- les actes de portée individuelle ou collective adoptés en exécution de ses missions ainsi que tout acte préparatoire, rapport d'experts, commentaire des parties consultées y afférents sont publiés sur le site de la commission, dans le respect de la confidentialité des informations commercialement sensibles et/ou des données à caractère personnel.]2
[2 § 5. La commission veille à ce que son personnel et les personnes chargées de sa gestion :
a) agissent indépendamment de tout intérêt commercial;
b) ne sollicitent ni n'acceptent d'instructions directes d'aucun gouvernement ou autre entité publique ou privée dans l'exécution de leurs missions en application du § 2. Cette exigence est sans préjudice d'une étroite concertation, le cas échéant, avec toutes autres autorités compétentes, ainsi que d'orientations générales édictées par le gouvernement.]2
[2 La commission prend toutes les mesures raisonnables pour atteindre les objectifs suivants dans le cadre de ses missions énumérées au § 2, en étroite concertation, le cas échéant, avec les autres autorités fédérales concernées, y compris [3 l'Autorité belge de la concurrence]3, et sans préjudice de leurs compétences :
1° promouvoir, en étroite collaboration avec l'ACER, la Commission européenne, les autorités de régulation des Régions et des autres Etats membres de l'Union européenne, un marché intérieur du gaz naturel concurrentiel, sûr et durable pour l'environnement au sein de la Communauté européenne, et une ouverture effective du marché pour l'ensemble des clients et des fournisseurs de la Communauté européenne, et garantir des conditions appropriées pour que les réseaux de gaz fonctionnent de manière effective et fiable, en tenant compte d'objectifs à long terme;
2° développer des marchés entre les régions de la Communauté européenne définies par l'article 12, § 3 du Règlement (CE) n° 715/2009 concurrentiels et fonctionnant correctement au sein de la Communauté européenne, en vue de la réalisation des objectifs visés au point 1° ;
3° supprimer les entraves au commerce du gaz naturel entre Etats membres de l'Union européenne, notamment en mettant en place des capacités de transport transfrontalier suffisantes pour répondre à la demande et renforcer l'intégration des marchés des différents Etats membres de l'Union européenne, ce qui devrait permettre au gaz naturel de mieux circuler dans l'ensemble de la Communauté européenne;
4° contribuer à assurer, de la manière la plus avantageuse par rapport au coût, la mise en place de réseaux non discriminatoires qui soient sûrs, fiables, performants et axés sur les clients finals, et promouvoir l'adéquation des réseaux et, conformément aux objectifs généraux de politique énergétique, l'efficacité énergétique ainsi que l'intégration de la production de gaz, à grande ou à petite échelle, à partir de sources d'énergie renouvelables;
5° faciliter l'accès au réseau des nouvelles capacités de production, notamment en supprimant les obstacles qui pourraient empêcher l'arrivée de nouveaux venus sur le marché et l'intégration de la production de gaz à partir de sources d'énergie renouvelables;
[9 5° bis. promouvoir et favoriser le développement de l'autoconsommation d'énergies renouvelables, sur la base d'une évaluation des obstacles injustifiés existants et du potentiel d'autoconsommation d'énergies renouvelables;]9
6° faire en sorte que le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel et les utilisateurs du réseau reçoivent des incitations suffisantes, tant à court terme qu'à long terme, pour améliorer les performances des réseaux et favoriser l'intégration du marché;
7° assurer que les [5 clients]5 bénéficient du fonctionnement efficace du marché et promouvoir une concurrence effective ainsi que contribuer à garantir la protection des clients finals;
8° contribuer à assurer un service public et universel de grande qualité dans le secteur du gaz naturel, et contribuer à la protection des clients vulnérables et à la compatibilité des mécanismes nécessaires d'échange de données pour permettre aux clients finals raccordés au réseau de transport de changer de fournisseur.]2
§ 2. La Commission est investie d'une mission de conseil auprès des autorités publiques en ce qui concerne l'organisation et le fonctionnement du marché du [gaz naturel], d'une part, et d'une mission de surveillance et de contrôle de l'application des lois et règlements y relatifs, d'autre part.
A cet effet, la Commission :
1° donne des avis motivés et soumet des propositions dans les cas prévus par la présente loi ou ses arrêtés d'exécution;
2° d'initiative ou à la demande du ministre ou d'un gouvernement de région, effectue des recherches et études relatives au marché du [gaz naturel. [2 La commission veille dans ce cadre à préserver la confidentialité des données commercialement sensibles et/ou à caractère personnel et s'abstient dès lors de les publier;-2];
3° (...).
3°bis (...).
4° [donne un avis à l'Administration de l'Energie sur les demandes de délivrance d'autorisations de fourniture en vertu de l'article 15/3 et contrôler le respect des conditions de ces autorisations; donner un avis à cette administration sur les demandes de délivrance d'autorisations de transport en vertu de l'article 3;]
5° [2 contrôle le respect par les gestionnaires du réseau de transport de gaz naturel, d'installation de GNL [6 , d'une interconnexion]6 et d'installation de stockage de gaz naturel ainsi que les entreprises de gaz naturel des obligations qui leur incombent en vertu de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution, ainsi que des autres dispositions législatives et réglementaires applicables pour le marché du gaz naturel, notamment en ce qui concerne les questions transfrontalières et les matières visées par le Règlement (CE) n° 715/2009;]2
[5 5° bis surveille et contrôle les échanges commerciaux de produits énergétiques de gros conformément au Règlement (UE) n° 1227/2011, dans le respect des compétences respectives de l'Autorité belge de la concurrence, et de la FSMA.]5
6° [7 établit, conformément à l'article 15/5undecies, § 1er, des conditions de raccordement et d'accès aux réseaux de transport et aux installations de GNL. Ces conditions permettent que les investissements nécessaires dans les réseaux et les installations de GNL soient effectués de manière telle que ces investissements puissent garantir la viabilité des réseaux et des installations de GNL ;]7
[6 6° bis approuve le contrat de transport pour l'accès à une interconnexion;]6
7° contrôle et évalue l'exécution des obligations de service public visées à l'article 15/11;
8° contrôle et évalue l'application des dispositions de l'article 15/7;
[8 °bis conformément à l'article 23bis de la loi du 29 avril 1999, veille à ce que les tarifications pour la fourniture de gaz naturel soient orientées dans le sens de l'intérêt général et, le cas échéant, contrôle les prix maximaux applicables à des clients finals [2 ...]2;]
9° contrôle la comptabilité des entreprises du [secteur du gaz naturel], en vue notamment de vérifier le respect des dispositions de l'article 15/12 et l'absence de subsides croisés [2 ...]2;
9°bis[2 exerce les compétences tarifaires visées aux articles 15/5 à 15/5quinquies et contrôle l'application des tarifs par les entreprises de transport en ce qui concerne leurs réseaux respectifs;]2
10° [vérifie l'absence de subsides croisés entre catégories de clients [...les activités de transport, de distribution, de stockage, de GNL et de fourniture] et entre ces [2 les activités de transport, de distribution, de stockage, de GNL et de fourniture]2 et les clients éligibles;]
11° exécute toutes les autres missions lui confiées par des lois et règlements en matière d'organisation du [marché [...] du gaz naturel].
[12° veille à ce que la situation notamment technique et tarifaire du secteur du gaz naturel ainsi que l'évolution de ce secteur visent l'intérêt général et cadrent avec la politique énergétique globale. La Commission assure le monitoring permanent du marché du gaz naturel, tant sur le plan du fonctionnement du marché que sur le plan des prix. Le Roi peut préciser, sur proposition de la Commission, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les modalités du monitoring permanent du marché du gaz naturel;
13° veille aux intérêts essentiels du consommateur et à l'exécution correcte des obligations de service public par des entreprises concernées.]
[2 14° surveille les plans d'investissement du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel et analyse la cohérence de ce plan avec le plan de développement du réseau dans l'ensemble de la Communauté européenne visé à l'article 8, § 3, b), du Règlement (CE) n° 715/2009. Le cas échéant, cette analyse peut comprendre des recommandations en vue de modifier le plan d'investissement établi par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel. La commission tient compte, dans l'exercice de cette surveillance et analyse, de l'étude prospective établie en application de l'article 15/13;
15° contrôle l'application du code de bonne conduite et évalue les performances passées en exécution des règles de ce code relatives à la sécurité et à la fiabilité du réseau de transport de gaz naturel;
16° surveille le degré de transparence, y compris des prix de gros, et veille au respect des obligations de transparence par les entreprises de gaz naturel;
17° surveille le niveau et l'efficacité atteints en termes d'ouverture du marché et de concurrence pour les marchés de gros et de détail, y compris pour les bourses d'échanges de gaz naturel, et surveille les distorsions ou restrictions de concurrence éventuelles, en communiquant toutes les informations utiles et en déférant les affaires qui le justifient à [3 l'Autorité belge de la concurrence]3;
18° surveille l'apparition de pratiques contractuelles restrictives, y compris des clauses d'exclusivité, qui peuvent empêcher les clients non résidentiels raccordés au réseau de transport de gaz naturel de passer contrat simultanément avec plus d'un fournisseur ou qui pourraient limiter leur choix en la matière et, le cas échéant, informe [3 l'Autorité belge de la concurrence]3 de ces pratiques;
19° surveille le temps pris par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel pour effectuer les raccordements et réparations;
20° surveille et évalue les conditions d'accès aux installations de stockage de gaz naturel, au stockage de gaz naturel en conduite et aux autres services auxiliaires;
21° contribue à garantir, en collaboration avec toutes autres autorités compétentes, l'effectivité et la mise en oeuvre des mesures de protection des clients finals;
22° publie, une fois par an au moins, des recommandations sur la conformité des prix de fourniture avec les obligations de service public fixées par la présente loi et ses arrêtés d'exécution et les transmet, le cas échéant à [3 l'Autorité belge de la concurrence ]3;
23° garantit l'accès aux données de consommation des clients finals raccordés au réseau de transport de gaz naturel et la mise à disposition, en vue d'une utilisation facultative, d'une méthode facilement compréhensible de présentation harmonisée des données de consommation et l'accès rapide de tous les clients finals raccordés au réseau de transport de gaz naturel à ces données afin que ceux-ci puissent disposer gratuitement de leurs données de consommation et donner accès à leurs relevés de consommation, par accord exprès et gratuitement, à toute entreprise enregistrée en tant que fournisseur;
24° surveille la mise en oeuvre des règles relatives aux fonctions et responsabilités du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel [6 , du gestionnaire d'une interconnexion]6, des fournisseurs, des clients finals et autres acteurs du marché conformément au Règlement (CE) n° 715/2009;
25° surveille la mise en oeuvre des mesures de sauvegarde prévues par l'article 23 et le code de bonne conduite, en collaboration avec l'Autorité fédérale pour la sécurité de l'approvisionnement en gaz;
26° certifie les gestionnaires du réseau de transport de gaz naturel, [6 d'une interconnexion,]6 d'installation de stockage de gaz naturel et d'installation de GNL, conformément aux dispositions de l'article 8, § § 4bis, 4ter et 4quater, et de l'article 8ter. La commission assure le monitoring permanent de l'indépendance des gestionnaires par rapport à des entreprises actives directement ou indirectement dans la production et/ou la fourniture de gaz naturel et/ou d'électricité et, le cas échéant, procède d'initiative à la procédure de certification. La commission peut exiger des gestionnaires et des entreprises actives dans la production et la fourniture de gaz naturel toutes informations utiles à ses tâches dans le cadre de ces procédures de certification La commission veille à préserver la confidentialité des informations commercialement sensibles et/ou à caractère personnel;
27° contribue à la compatibilité des mécanismes d'échange de données relatives aux principales opérations de marché sur le plan régional, ainsi qu'il est prévu à l'article 12, § 3, du Règlement (CE) n° 715/2009;
28° fixe des lignes directrices en matière d'échange de données et de règlement, de la propriété des données et des responsabilités en matière de relevés;
29° approuve, sur proposition du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel [6 et du gestionnaire d'une interconnexion]6, les méthodes utilisées pour établir l'accès aux infrastructures transfrontalières, y compris les procédures d'attribution des capacités et de gestion de la congestion. Ces méthodes sont transparentes et non discriminatoires. La commission publie sur son site Internet les méthodes approuvées;
30° surveille [4 ...]4 la gestion de la congestion du réseau de transport de gaz naturel, y compris les interconnexions, et la mise en oeuvre des règles de gestion de la congestion, en conformité avec l'article 15/1, § 3, 7° . [4 La commission en informe la Direction générale de l'Energie;]4
31° veille à ce que, s'il y a lieu et en cas de refus d'accès, le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel [6 et le gestionnaire d'une interconnexion fournissent des informations pertinentes sur les mesures nécessaires pour renforcer le réseau de transport ou l'interconnexion]6;
32° à la demande de l'utilisateur d'un réseau fermé industriel, vérifie et approuve les tarifs appliqués dans le réseau fermé industriel ou la méthodologie de calcul de ces tarifs sur la base des critères fixés par l'article 15/9bis ;
33° pour autant que les dispositions régionales applicables mettent en oeuvre un régime de réseau fermé de distribution, vérifie et approuve à la demande de l'utilisateur d'un réseau fermé de distribution raccordé à un réseau de distribution les tarifs ou la méthodologie de calcul des tarifs appliqués sur ce réseau fermé de distribution;]2
[7 34° établit, conformément à l'article 15/5undecies, § 1er, des conditions en matière de renforcement des services auxiliaires, qui sont exécutés de la manière la plus économique possible et qui offrent des mesures de stimulation adéquates pour les utilisateurs du réseau afin d'harmoniser leur input et leur output. Les services d'équilibrage sont dispensés de manière équitable et non-discriminatoire et ils sont basés sur des critères objectifs ;
35° établit, conformément à l'article 15/5undecies, § 1er, des conditions en matière de l'accès aux infrastructures transfrontalières, y compris les procédures d'attribution des capacités et de gestion de la congestion;]7
[8 36° la publication annuelle le 15 mai d'une étude sur les différentes composantes du coût de la facture du gaz qui contient au minimum une comparaison avec les pays voisins conformément à l'article 15/25. La commission mène cette tâche, si possible, en coopération avec les régulateurs régionaux de l'énergie;]8
[9 37° réalise une évaluation des obstacles injustifiés existants et du potentiel d'autoconsommation des énergies renouvelables et met à jour cette évaluation au moins tous les cinq ans.]9
Dans les cas où la présente loi ou ses arrêtés d'exécution prescrivent l'avis de la Commission, celle-ci peut soumettre des propositions de sa propre initiative.
[La Commission rend ses avis et propositions dans les quarante jours civils de la demande, sauf si le ministre prévoit un délai plus long. Le ministre peut prévoir un délai plus court pour les avis demandés dans le cadre de l'article 23.]
[5 Dans l'exercice de ses missions de surveillance et de contrôle visées à l'alinéa 2, 5° bis, la commission coopère avec l'Autorité belge de la concurrence et la FSMA et échange et communique, le cas échéant réciproquement, l'information nécessaire et pertinente à la bonne exécution du Règlement (UE) n° 1227/2011 ou dans les cas prévus ou autorisés par ce Règlement. Lorsque la commission reçoit des informations en provenance d'autres autorités dans le cadre de l'exercice de ses missions de surveillance et de contrôle, elle assure le même niveau de confidentialité que celui exigé de l'autorité qui les fournit sans préjudice de l'article 26, § 2, alinéa 1er.]5
[2 § 2bis. Dans le cadre de l'exercice de ses compétences, la commission respecte la liberté contractuelle en matière de contrats de fourniture interruptible et de contrats à long terme, dès lors qu'ils sont compatibles avec le droit communautaire et conformes aux politiques communautaires.]2
§ 3. [2 La commission établit chaque année un rapport annuel qu'elle transmet avant le 1er mai de l'année suivant l'exercice concerné à la Chambre des représentants.
Le rapport annuel de la commission porte sur :
1° l'exécution de ses missions;
2° l'état de ses frais de fonctionnement et de leur mode de couverture, y compris une situation actif/passif et le rapport du réviseur d'entreprises;
3° l'évolution du marché du gaz naturel;
4° les mesures prises et les résultats obtenus pour chacune des missions énumérées au § 2;
5° une analyse du plan d'investissement par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, du point de vue de sa cohérence avec le plan de développement du réseau dans l'ensemble de la Communauté européenne visé à l'article 8, § 3, b), du Règlement (CE) n° 715/2009 ainsi que, le cas échéant, des recommandations de modification du plan d'investissement établi par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel. La commission tient compte dans le cadre de cette analyse de l'étude prospective établie en application de l'article 15/13;
6° copie des décisions éventuellement prises pendant l'exercice concerné en matière de méthodologie de calcul des tarifs en application de l'article 15/5bis à 15/5quinquies.
Ce rapport est publié sur le site Internet de la commission. Une copie est également envoyée, pour information, au ministre.]2
[2 § 3bis. La commission remet également à l'ACER et à la Commission européenne, avant le 1er mai de l'année suivant l'exercice concerné, un rapport annuel sur ses activités et l'exécution de ses missions. Ce rapport comprend les mesures prises et les résultats obtenus pour chacune des missions énumérées au § 2. Ce rapport comprend également une analyse du plan d'investissement établi par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, du point de vue de sa cohérence avec le plan de développement du réseau dans l'ensemble de la Communauté européenne visé à l'article 8, § 3, b), du Règlement (CE) n° 715/2009 ainsi que, le cas échéant, des recommandations de modification du plan d'investissement établi par le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel. La commission tient compte, dans le cadre de cette analyse, de l'étude prospective établie en application de l'article 15/13. ]2
[§ 4. Dans le cadre de l'accomplissement de tâches qui lui sont assignées en vertu du § 2, alinéa 2, 4°, 6°, 7°, 8°, 9°, 9°bis et 11°, le Président du Comité de direction de la Commission peut requérir l'assistance des fonctionnaires de l'Administration de l'Energie et de l'Administration de l'Inspection économique du Ministère des Affaires économiques, lesquels sont désignés conformément à l'article 18, alinéa 5.]
[2 La commission motive et justifie pleinement ses décisions afin d'en permettre le contrôle juridictionnel.
Les modalités applicables pour ces motivations et justifications sont précisées dans le règlement d'ordre intérieur du comité de direction, eu égard notamment aux principes suivants :
- la motivation reprend l'ensemble des éléments sur lesquels est basée la décision;
- les entreprises de gaz naturel ont la possibilité, préalablement à la prise d'une décision les concernant, de faire valoir leurs commentaires;
- la suite donnée à ces commentaires est justifiée dans la décision finale;
- les actes de portée individuelle ou collective adoptés en exécution de ses missions ainsi que tout acte préparatoire, rapport d'experts, commentaire des parties consultées y afférents sont publiés sur le site de la commission, dans le respect de la confidentialité des informations commercialement sensibles et/ou des données à caractère personnel.]2
[2 § 5. La commission veille à ce que son personnel et les personnes chargées de sa gestion :
a) agissent indépendamment de tout intérêt commercial;
b) ne sollicitent ni n'acceptent d'instructions directes d'aucun gouvernement ou autre entité publique ou privée dans l'exécution de leurs missions en application du § 2. Cette exigence est sans préjudice d'une étroite concertation, le cas échéant, avec toutes autres autorités compétentes, ainsi que d'orientations générales édictées par le gouvernement.]2
(NOTA : bij arrest nr 117/2013 van 07-08-2013, heeft het Grondwettelijk Hof de woorden « , in samenwerking met de Algemene Directie Energie, » in artikel 15/14, § 2, 30° vernietigd)
Modifications
(NOTE : par son arrêt n°117/2013 du 07-08-2013, la Cour constitutionnelle a annulé les mots « en concertation avec la Direction générale de l'Energie » à l'article 15/14, § 2, 30°)
Modifications
Art. 15/14bis. De Commissie ziet er op toe dat elke aardgasonderneming, die aardgas levert aan in België gevestigde afnemers zich onthoudt, afzonderlijk of in overleg met meerdere andere aardgasondernemingen, van elk anti-competitief gedrag of oneerlijke handelspraktijken die een weerslag hebben of zouden kunnen hebben op een goed werkende aardgasmarkt in België.
Indien de Commissie bij de uitoefening van haar toezichts- of controletaken oneerlijke handelspraktijken of een anti-competitief gedrag vaststelt, maakt zij, op eigen initiatief, een rapport over aan de minister, met haar bevindingen en desgevallend elke maatregel waarvan zij het nodig acht dat die genomen wordt [2 ...]2 door elke andere bevoegde overheid om de oneerlijke handelspraktijken of het anti-competitief gedrag die een weerslag hebben of zouden kunnen hebben op een goed werkende aardgasmarkt in België te verhelpen.
[2 De commissie kan maatregelen opleggen inzake transparantie, maatregelen overeenkomstig artikel 20/2 of andere maatregelen dan deze bedoeld in artikel 20/2 die noodzakelijk en proportioneel zijn om de oneerlijke handelspraktijken of het anti-competitief gedrag die een weerslag hebben of zouden kunnen hebben op een goed werkende aardgasmarkt te voorkomen.
De commissie kan onder andere maatregelen opleggen om het belemmeren van de toegang tot de markt te verbieden.]2
De Commissie geeft de veronderstelde inbreuken aan bij de [1 Belgische Mededingingsautoriteit]1, zendt het rapport over dat ze aan de minister heeft overgezonden, en deelt deze Raad ook de noodzakelijke vertrouwelijke informatie mede.
[2 ...]2
De Commissie kan adviezen formuleren en [2 maatregelen nemen die de goede werking en de transparantie op de markt verhoogt en die van toepassing zijn]2 op alle aardgasondernemingen, actief in België.
Indien de Commissie bij de uitoefening van haar toezichts- of controletaken oneerlijke handelspraktijken of een anti-competitief gedrag vaststelt, maakt zij, op eigen initiatief, een rapport over aan de minister, met haar bevindingen en desgevallend elke maatregel waarvan zij het nodig acht dat die genomen wordt [2 ...]2 door elke andere bevoegde overheid om de oneerlijke handelspraktijken of het anti-competitief gedrag die een weerslag hebben of zouden kunnen hebben op een goed werkende aardgasmarkt in België te verhelpen.
[2 De commissie kan maatregelen opleggen inzake transparantie, maatregelen overeenkomstig artikel 20/2 of andere maatregelen dan deze bedoeld in artikel 20/2 die noodzakelijk en proportioneel zijn om de oneerlijke handelspraktijken of het anti-competitief gedrag die een weerslag hebben of zouden kunnen hebben op een goed werkende aardgasmarkt te voorkomen.
De commissie kan onder andere maatregelen opleggen om het belemmeren van de toegang tot de markt te verbieden.]2
De Commissie geeft de veronderstelde inbreuken aan bij de [1 Belgische Mededingingsautoriteit]1, zendt het rapport over dat ze aan de minister heeft overgezonden, en deelt deze Raad ook de noodzakelijke vertrouwelijke informatie mede.
[2 ...]2
De Commissie kan adviezen formuleren en [2 maatregelen nemen die de goede werking en de transparantie op de markt verhoogt en die van toepassing zijn]2 op alle aardgasondernemingen, actief in België.
Art. 15/14bis. La Commission veille à ce que chaque entreprise de gaz naturel, qui fournit du gaz naturel aux clients domiciliés en Belgique, s'abstienne, séparément ou en concertation avec une ou plusieurs entreprises de gaz naturel, de tout comportement anticoncurrentiel ou de pratiques commerciales déloyales ayant un effet ou susceptibles d'avoir un effet sur un marché de gaz naturel performant en Belgique.
Si la Commission constate, lors de l'exercice de ses tâches de surveillance et de contrôle, des pratiques commerciales déloyales ou un comportement anticoncurrentiel, elle adresse d'initiative au ministre un rapport reprenant ses constatations et, le cas échéant, toute mesure qu'elle estime nécessaire, d'être prise [2 ...]2 par toute autre autorité compétente, en vue de remédier à des pratiques commerciales déloyales ou à un comportement anticoncurrentiel ayant un effet ou susceptibles d'avoir un effet sur un marche de gaz naturel performant en Belgique.
[2 La commission peut imposer des mesures de transparence, des mesures conformément à l'article 20/2 ou toute autre mesure que celles visées à l'article 20/2 qui sont nécessaires et proportionnées pour éviter les pratiques commerciales déloyales ou le comportement anticoncurrentiel ayant un effet ou susceptibles d'avoir un effet sur un marché de gaz naturel performant.
La commission peut, entre autres, imposer des mesures portant sur l'interdiction d'entraver l'accès au marché.]2
La Commission dénonce les infractions présumées à [1 l'Autorité belge de la concurrence]1, lui transmet le rapport qu'elle a adressé au ministre et lui fournit les informations confidentielles nécessaires.
[2 ...]2
La Commission peut formuler des avis et [2 prendre des mesures favorisant le bon fonctionnement et la transparence sur le marché et qui sont applicables]2 à toutes les entreprises de gaz naturel actives en Belgique.
Si la Commission constate, lors de l'exercice de ses tâches de surveillance et de contrôle, des pratiques commerciales déloyales ou un comportement anticoncurrentiel, elle adresse d'initiative au ministre un rapport reprenant ses constatations et, le cas échéant, toute mesure qu'elle estime nécessaire, d'être prise [2 ...]2 par toute autre autorité compétente, en vue de remédier à des pratiques commerciales déloyales ou à un comportement anticoncurrentiel ayant un effet ou susceptibles d'avoir un effet sur un marche de gaz naturel performant en Belgique.
[2 La commission peut imposer des mesures de transparence, des mesures conformément à l'article 20/2 ou toute autre mesure que celles visées à l'article 20/2 qui sont nécessaires et proportionnées pour éviter les pratiques commerciales déloyales ou le comportement anticoncurrentiel ayant un effet ou susceptibles d'avoir un effet sur un marché de gaz naturel performant.
La commission peut, entre autres, imposer des mesures portant sur l'interdiction d'entraver l'accès au marché.]2
La Commission dénonce les infractions présumées à [1 l'Autorité belge de la concurrence]1, lui transmet le rapport qu'elle a adressé au ministre et lui fournit les informations confidentielles nécessaires.
[2 ...]2
La Commission peut formuler des avis et [2 prendre des mesures favorisant le bon fonctionnement et la transparence sur le marché et qui sont applicables]2 à toutes les entreprises de gaz naturel actives en Belgique.
Art. 15/14ter. § 1. De prijzen van een aardgasonderneming dienen op een objectief verantwoorde wijze in verhouding te staan tot de kosten van de onderneming. De Commissie beoordeelt deze verhouding door ondermeer de kosten en de prijzen van genoemde onderneming te vergelijken met de kosten en de prijzen van vergelijkbare ondernemingen, indien mogelijk ook op internationaal vlak.
§ 2. Als een aardgasonderneming een verbonden onderneming is, wordt misbruik van machtpositie vermoed indien het discriminatoire prijzen en/of voorwaarden aanbiedt aan niet-verwante ondernemingen.
§ 3. Indien de Commissie vaststelt dat er geen objectief verantwoorde verhouding bestaat zoals bedoeld in § 1, maakt zij, op eigen initiatief, een rapport over aan de minister dat haar bevindingen weergeeft [2 ...]2.
[2 De commissie kan maatregelen opleggen inzake niet-discriminatie, maatregelen inzake kosten gerelateerde prijzen, maatregelen overeenkomstig artikel 20/2 of andere maatregelen dan deze bedoeld in artikel 20/2 die noodzakelijk en proportioneel zijn om discriminatoire prijzen en/of voorwaarden die een weerslag hebben of zouden kunnen hebben op een goed werkende aardgasmarkt te voorkomen.
De commissie kan onder andere maatregelen opleggen die verbieden om:
1° abnormaal hoge prijzen te hanteren;
2° voorwaarden op te leggen die de toegang tot de markt belemmeren;
3° afbraakprijzen te hanteren die de mededinging beperken.]2
De Commissie geeft de veronderstelde inbreuken aan bij de [1 Belgische Mededingingsautoriteit]1, zendt het rapport over dat ze aan de minister heeft overgezonden en deelt deze Raad ook de noodzakelijke vertrouwelijke informatie mede.
[2 ...]2
Wat betreft de prijzen, kan de Commissie adviezen formuleren en [2 maatregelen nemen die van toepassing zijn]2 op alle aardgasbedrijven, actief in België.
§ 2. Als een aardgasonderneming een verbonden onderneming is, wordt misbruik van machtpositie vermoed indien het discriminatoire prijzen en/of voorwaarden aanbiedt aan niet-verwante ondernemingen.
§ 3. Indien de Commissie vaststelt dat er geen objectief verantwoorde verhouding bestaat zoals bedoeld in § 1, maakt zij, op eigen initiatief, een rapport over aan de minister dat haar bevindingen weergeeft [2 ...]2.
[2 De commissie kan maatregelen opleggen inzake niet-discriminatie, maatregelen inzake kosten gerelateerde prijzen, maatregelen overeenkomstig artikel 20/2 of andere maatregelen dan deze bedoeld in artikel 20/2 die noodzakelijk en proportioneel zijn om discriminatoire prijzen en/of voorwaarden die een weerslag hebben of zouden kunnen hebben op een goed werkende aardgasmarkt te voorkomen.
De commissie kan onder andere maatregelen opleggen die verbieden om:
1° abnormaal hoge prijzen te hanteren;
2° voorwaarden op te leggen die de toegang tot de markt belemmeren;
3° afbraakprijzen te hanteren die de mededinging beperken.]2
De Commissie geeft de veronderstelde inbreuken aan bij de [1 Belgische Mededingingsautoriteit]1, zendt het rapport over dat ze aan de minister heeft overgezonden en deelt deze Raad ook de noodzakelijke vertrouwelijke informatie mede.
[2 ...]2
Wat betreft de prijzen, kan de Commissie adviezen formuleren en [2 maatregelen nemen die van toepassing zijn]2 op alle aardgasbedrijven, actief in België.
Art. 15/14ter. § 1er. Les prix offerts par une entreprise de gaz naturel doivent être objectivement justifiés par rapport aux coûts de l'entreprise. La Commission apprécie cette relation en comparant notamment les coûts et les prix de ladite entreprise avec les coûts et les prix des entreprises comparables si possible également au plan international.
§ 2. Si une entreprise de gaz naturel est une entreprise liée, l'abus de position dominante est présumé si elle offre des prix et/ou conditions discriminatoires aux entreprises non-liées.
§ 3. Si la Commission constate qu'il n'existe pas de relation objectivement justifiée comme visée au § 1er, elle adresse d'initiative au ministre un rapport reprenant ses constatations [2 ...]2.
[2 La commission peut imposer des mesures de non-discrimination, des mesures relatives aux prix liés aux couts, des mesures conformément à l'article 20/2 ou toute autre mesure que celles visées à l'article 20/2 qui sont nécessaires et proportionnées pour éviter les prix et/ou conditions discriminatoires ayant un effet ou susceptibles d'avoir un effet sur un marché de gaz naturel performant.
La commission peut, entre autres, imposer des mesures portent sur l'interdiction:
1° d'utiliser des prix anormalement hauts ;
2° d'imposer des conditions qui entravent l'accès au marché ;
3° d'appliquer des prix d'éviction restreignant la concurrence.]2
La Commission dénonce les infractions présumées à [1 l'Autorité belge de la concurrence]1, lui transmet le rapport qu'elle a adresse au ministre et lui fournit les informations confidentielles nécessaires.
[2 ...]2
En matière de prix, la Commission peut formuler des avis et [2 prendre des mesures qui sont applicables]2 à toutes les entreprises de gaz actives en Belgique.
§ 2. Si une entreprise de gaz naturel est une entreprise liée, l'abus de position dominante est présumé si elle offre des prix et/ou conditions discriminatoires aux entreprises non-liées.
§ 3. Si la Commission constate qu'il n'existe pas de relation objectivement justifiée comme visée au § 1er, elle adresse d'initiative au ministre un rapport reprenant ses constatations [2 ...]2.
[2 La commission peut imposer des mesures de non-discrimination, des mesures relatives aux prix liés aux couts, des mesures conformément à l'article 20/2 ou toute autre mesure que celles visées à l'article 20/2 qui sont nécessaires et proportionnées pour éviter les prix et/ou conditions discriminatoires ayant un effet ou susceptibles d'avoir un effet sur un marché de gaz naturel performant.
La commission peut, entre autres, imposer des mesures portent sur l'interdiction:
1° d'utiliser des prix anormalement hauts ;
2° d'imposer des conditions qui entravent l'accès au marché ;
3° d'appliquer des prix d'éviction restreignant la concurrence.]2
La Commission dénonce les infractions présumées à [1 l'Autorité belge de la concurrence]1, lui transmet le rapport qu'elle a adresse au ministre et lui fournit les informations confidentielles nécessaires.
[2 ...]2
En matière de prix, la Commission peut formuler des avis et [2 prendre des mesures qui sont applicables]2 à toutes les entreprises de gaz actives en Belgique.
Art. 15/14quater. [1 § 1. De commissie werkt voor de grensoverschrijdende zaken samen met de reguleringsoverheid of -overheden van de betrokken lidstaten van de Europese Unie en met het ACER.
De commissie consulteert en werkt nauw samen met de reguleringsoverheden van de andere lidstaten van de Europese Unie, zij wisselt met hen alle informatie uit voor de uitvoering van de taken die haar toebedeeld zijn krachtens deze wet, en deelt deze informatie mee aan het ACER. De overheid die deze uitgewisselde informatie ontvangt, behandelt deze met dezelfde strikte vertrouwelijkheid, als de overheid die deze verstrekt.
De commissie werkt ten minst samen op regionaal niveau, zoals bedoeld in artikel 12, § 3 van Verordening (EG) nr. 715/2009, en wel als volgt :
a) zij bevorderen de implementatie van praktische regelingen om een optimaal beheer van het net te garanderen, zij bevorderen tevens de ontwikkeling van beurzen voor aardgas en de toewijzing van grensoverschrijdende capaciteit en om een adequaat niveau van koppelingscapaciteiten, met inbegrip via de nieuwe interconnecties, binnen de regio en tussen de regio's, zoals bedoeld in artikel 12, § 3, van Verordening (EG) nr. 715/2009 mogelijk te maken, zodat een efficiënte mededinging kan plaatsvinden en de bevoorradingszekerheid kan worden versterkt, zonder discriminatie tussen de leveranciersbedrijven in de verschillende lidstaten van de Europese Unie;
b) zij coördineren de ontwikkeling van alle netcodes voor de beheerders van een aardgasvervoersnet en de andere betrokken marktpartijen; en
c) zij coördineren de ontwikkeling van de congestiebeheerregels.
De commissie is bevoegd om samenwerkingsakkoorden af te sluiten met de reguleringsoverheden van de andere lidstaten van de Europese Unie teneinde de samenwerking inzake regulering te bevorderen.
De acties bedoeld in het derde lid worden, in voorkomend geval, ondernomen in nauw overleg met de andere betrokken federale overheden en onverminderd de bevoegdheden van deze laatste.
[2 Wat betreft de gasinfrastructuur van en naar derde landen en de exploitatie daarvan, kan de Commissie overleg plegen en samenwerken met de betrokken autoriteiten van derde landen om ervoor te zorgen dat de Europese wetgeving en deze wet met betrekking tot de betrokken infrastructuur consequent wordt toegepast op het grondgebied en in de territoriale wateren van België. Wanneer het net van meerdere lidstaten betrokken is, raadpleegt de Commissie de betrokken autoriteiten van derde landen na overleg met de regulerende instanties van de betrokken lidstaten, op voorwaarde dat het eerste interconnectiepunt zich op het grondgebied van België bevindt, om een coherente regeling te waarborgen op het grondgebied van de lidstaten.]2
§ 2. De commissie richt zich naar en implementeert de juridisch dwingende beslissingen van het ACER en van de Europese Commissie.
De commissie kan het advies van het ACER vragen in verband met de overeenstemming van een beslissing genomen door een regionale reguleringsoverheid of een andere Lidstaat van de Europese Unie met de door de Europese Commissie opgestelde richtsnoeren in uitvoering van Richtlijn 2009/73/EG of bedoeld in Verordening (EG) nr. 715/2009.
De commissie kan de Europese Commissie ook op de hoogte brengen van elke beslissing van toepassing op de grensoverschrijdende uitwisselingen, genomen door een regionale reguleringsoverheid of een andere Lidstaat van de Europese Unie die zij in strijd acht met de in het tweede lid vermelde richtsnoeren, en wel binnen twee maanden na deze beslissing.
Wanneer de Europese Commissie aan de commissie vraagt om één van haar beslissingen in te trekken, gaat deze binnen een termijn van twee maanden over tot de intrekking ervan en brengt ze de Europese Commissie hiervan op de hoogte.
§ 3. De commissie werkt samen met de regionale reguleringsoverheden.
De vertegenwoordiging en de contacten op communautair niveau binnen het ACER worden verzekerd door een vertegenwoordiger van de commissie die in formeel overleg handelt met de regionale reguleringsoverheden.]1
De commissie consulteert en werkt nauw samen met de reguleringsoverheden van de andere lidstaten van de Europese Unie, zij wisselt met hen alle informatie uit voor de uitvoering van de taken die haar toebedeeld zijn krachtens deze wet, en deelt deze informatie mee aan het ACER. De overheid die deze uitgewisselde informatie ontvangt, behandelt deze met dezelfde strikte vertrouwelijkheid, als de overheid die deze verstrekt.
De commissie werkt ten minst samen op regionaal niveau, zoals bedoeld in artikel 12, § 3 van Verordening (EG) nr. 715/2009, en wel als volgt :
a) zij bevorderen de implementatie van praktische regelingen om een optimaal beheer van het net te garanderen, zij bevorderen tevens de ontwikkeling van beurzen voor aardgas en de toewijzing van grensoverschrijdende capaciteit en om een adequaat niveau van koppelingscapaciteiten, met inbegrip via de nieuwe interconnecties, binnen de regio en tussen de regio's, zoals bedoeld in artikel 12, § 3, van Verordening (EG) nr. 715/2009 mogelijk te maken, zodat een efficiënte mededinging kan plaatsvinden en de bevoorradingszekerheid kan worden versterkt, zonder discriminatie tussen de leveranciersbedrijven in de verschillende lidstaten van de Europese Unie;
b) zij coördineren de ontwikkeling van alle netcodes voor de beheerders van een aardgasvervoersnet en de andere betrokken marktpartijen; en
c) zij coördineren de ontwikkeling van de congestiebeheerregels.
De commissie is bevoegd om samenwerkingsakkoorden af te sluiten met de reguleringsoverheden van de andere lidstaten van de Europese Unie teneinde de samenwerking inzake regulering te bevorderen.
De acties bedoeld in het derde lid worden, in voorkomend geval, ondernomen in nauw overleg met de andere betrokken federale overheden en onverminderd de bevoegdheden van deze laatste.
[2 Wat betreft de gasinfrastructuur van en naar derde landen en de exploitatie daarvan, kan de Commissie overleg plegen en samenwerken met de betrokken autoriteiten van derde landen om ervoor te zorgen dat de Europese wetgeving en deze wet met betrekking tot de betrokken infrastructuur consequent wordt toegepast op het grondgebied en in de territoriale wateren van België. Wanneer het net van meerdere lidstaten betrokken is, raadpleegt de Commissie de betrokken autoriteiten van derde landen na overleg met de regulerende instanties van de betrokken lidstaten, op voorwaarde dat het eerste interconnectiepunt zich op het grondgebied van België bevindt, om een coherente regeling te waarborgen op het grondgebied van de lidstaten.]2
§ 2. De commissie richt zich naar en implementeert de juridisch dwingende beslissingen van het ACER en van de Europese Commissie.
De commissie kan het advies van het ACER vragen in verband met de overeenstemming van een beslissing genomen door een regionale reguleringsoverheid of een andere Lidstaat van de Europese Unie met de door de Europese Commissie opgestelde richtsnoeren in uitvoering van Richtlijn 2009/73/EG of bedoeld in Verordening (EG) nr. 715/2009.
De commissie kan de Europese Commissie ook op de hoogte brengen van elke beslissing van toepassing op de grensoverschrijdende uitwisselingen, genomen door een regionale reguleringsoverheid of een andere Lidstaat van de Europese Unie die zij in strijd acht met de in het tweede lid vermelde richtsnoeren, en wel binnen twee maanden na deze beslissing.
Wanneer de Europese Commissie aan de commissie vraagt om één van haar beslissingen in te trekken, gaat deze binnen een termijn van twee maanden over tot de intrekking ervan en brengt ze de Europese Commissie hiervan op de hoogte.
§ 3. De commissie werkt samen met de regionale reguleringsoverheden.
De vertegenwoordiging en de contacten op communautair niveau binnen het ACER worden verzekerd door een vertegenwoordiger van de commissie die in formeel overleg handelt met de regionale reguleringsoverheden.]1
Art. 15/14quater. [1 § 1er. La commission coopère sur les questions transfrontalières avec la ou les autorités de régulation des Etats membres de l'Union européenne concernés et avec l'ACER.
La commission consulte et coopère étroitement avec les autorités de régulation des autres Etats membres de l'Union européenne, échange avec elles et communique à l'ACER toute information nécessaire à l'exécution des tâches qui lui incombe en vertu de la présente loi. En ce qui concerne les informations échangées, l'autorité qui les reçoit assure le même niveau de confidentialité que celui exigé de l'autorité qui les fournit.
La commission coopère au moins à l'échelon régional, tel que visé à l'article 12, § 3 du Règlement (CE) n° 715/2009, pour :
a) favoriser la mise en place de modalités pratiques pour permettre une gestion optimale du réseau, promouvoir les bourses d'échange de gaz naturel et l'attribution de capacités transfrontalières et pour permettre un niveau adéquat de capacités d'interconnexion, y compris par de nouvelles interconnexions, au sein de la région et entre les régions, tels que visés à l'article 12, § 3 du Règlement (CE) n° 715/2009, afin qu'une concurrence effective puisse s'installer et que la sécurité de l'approvisionnement puisse être renforcée, sans opérer de discrimination entre les entreprises de fourniture dans les différents Etats membres de l'Union européenne;
b) coordonner le développement de tous les codes de réseau pour les gestionnaires de réseau de transport de gaz naturel et les autres acteurs du marché concernés; et
c) coordonner le développement des règles de gestion de la congestion.
La commission est autorisée à conclure des accords de coopération avec les autorités de régulation des autres Etats membres de l'Union européenne afin de favoriser la coopération en matière de régulation.
Les actions visées à l'alinéa 3 sont menées, le cas échéant, en étroite concertation avec les autres autorités fédérales concernées et sans préjudice des compétences de ces dernières.
[2 En ce qui concerne les infrastructures gazières à destination et en provenance de pays tiers et leur exploitation, la Commission peut se concerter avec les autorités concernées des pays tiers et collaborer avec elles afin de garantir que la législation européenne et la présente loi sont appliquées, en ce qui concerne l'infrastructure concernée, de manière cohérente sur le territoire et dans les eaux territoriales de la Belgique. Lorsque le réseau de plusieurs Etats membres est concerné, la Commission consulte les autorités concernées des pays tiers après s'être concertée avec les autorités de régulation des Etats membres concernés, à condition que le premier point d'interconnexion se situe sur le territoire de la Belgique, afin d'assurer un régime cohérent sur le territoire des Etats membres.]2
§ 2. La commission se conforme et met en oeuvre les décisions juridiquement contraignantes de l'ACER et de la Commission européenne.
La commission peut solliciter l'avis de l'ACER à propos de la conformité d'une décision prise par une autorité de régulation régionale ou d'un autre Etat membre de l'Union européenne avec les orientations prises par la Commission européenne en exécution de la Directive 2009/73/CE ou visées dans le Règlement (CE) n° 715/2009.
La commission peut également informer la Commission européenne de toute décision applicable aux échanges transfrontaliers prises par une autorité de régulation régionale ou d'un autre Etat membre de l'Union européenne qu'elle estime contraire aux orientations susvisées à l'alinéa qui précède, dans un délai de deux mois à compter de ladite décision.
Lorsque la Commission européenne demande à la commission de retirer l'une de ses décisions, celle-ci procède au retrait dans un délai de deux mois et en informe la Commission européenne.
§ 3. La commission coopère avec les autorités de régulation régionales.
La représentation et les contacts au niveau communautaire au sein de l'ACER sont assurés par un représentant de la commission qui agit en concertation formelle avec les autorités de régulation régionales.]1
La commission consulte et coopère étroitement avec les autorités de régulation des autres Etats membres de l'Union européenne, échange avec elles et communique à l'ACER toute information nécessaire à l'exécution des tâches qui lui incombe en vertu de la présente loi. En ce qui concerne les informations échangées, l'autorité qui les reçoit assure le même niveau de confidentialité que celui exigé de l'autorité qui les fournit.
La commission coopère au moins à l'échelon régional, tel que visé à l'article 12, § 3 du Règlement (CE) n° 715/2009, pour :
a) favoriser la mise en place de modalités pratiques pour permettre une gestion optimale du réseau, promouvoir les bourses d'échange de gaz naturel et l'attribution de capacités transfrontalières et pour permettre un niveau adéquat de capacités d'interconnexion, y compris par de nouvelles interconnexions, au sein de la région et entre les régions, tels que visés à l'article 12, § 3 du Règlement (CE) n° 715/2009, afin qu'une concurrence effective puisse s'installer et que la sécurité de l'approvisionnement puisse être renforcée, sans opérer de discrimination entre les entreprises de fourniture dans les différents Etats membres de l'Union européenne;
b) coordonner le développement de tous les codes de réseau pour les gestionnaires de réseau de transport de gaz naturel et les autres acteurs du marché concernés; et
c) coordonner le développement des règles de gestion de la congestion.
La commission est autorisée à conclure des accords de coopération avec les autorités de régulation des autres Etats membres de l'Union européenne afin de favoriser la coopération en matière de régulation.
Les actions visées à l'alinéa 3 sont menées, le cas échéant, en étroite concertation avec les autres autorités fédérales concernées et sans préjudice des compétences de ces dernières.
[2 En ce qui concerne les infrastructures gazières à destination et en provenance de pays tiers et leur exploitation, la Commission peut se concerter avec les autorités concernées des pays tiers et collaborer avec elles afin de garantir que la législation européenne et la présente loi sont appliquées, en ce qui concerne l'infrastructure concernée, de manière cohérente sur le territoire et dans les eaux territoriales de la Belgique. Lorsque le réseau de plusieurs Etats membres est concerné, la Commission consulte les autorités concernées des pays tiers après s'être concertée avec les autorités de régulation des Etats membres concernés, à condition que le premier point d'interconnexion se situe sur le territoire de la Belgique, afin d'assurer un régime cohérent sur le territoire des Etats membres.]2
§ 2. La commission se conforme et met en oeuvre les décisions juridiquement contraignantes de l'ACER et de la Commission européenne.
La commission peut solliciter l'avis de l'ACER à propos de la conformité d'une décision prise par une autorité de régulation régionale ou d'un autre Etat membre de l'Union européenne avec les orientations prises par la Commission européenne en exécution de la Directive 2009/73/CE ou visées dans le Règlement (CE) n° 715/2009.
La commission peut également informer la Commission européenne de toute décision applicable aux échanges transfrontaliers prises par une autorité de régulation régionale ou d'un autre Etat membre de l'Union européenne qu'elle estime contraire aux orientations susvisées à l'alinéa qui précède, dans un délai de deux mois à compter de ladite décision.
Lorsque la Commission européenne demande à la commission de retirer l'une de ses décisions, celle-ci procède au retrait dans un délai de deux mois et en informe la Commission européenne.
§ 3. La commission coopère avec les autorités de régulation régionales.
La représentation et les contacts au niveau communautaire au sein de l'ACER sont assurés par un représentant de la commission qui agit en concertation formelle avec les autorités de régulation régionales.]1
Art. 15/15. § 1. Het directiecomité van de commissie is samengesteld uit vier leden.
§ 2. De administratieve directie, bedoeld in artikel 25, § 1, 3°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, is verantwoordelijk voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 15/14, § 2, tweede lid, 2°.
§ 3. De directie voor de technische werking van de markt, bedoeld in artikel 25, § 1, 1°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt is eveneens verantwoordelijk voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 15/14, § 2, tweede lid, 4° tot 8°.
De directie voor de controle op de prijzen en de rekeningen bedoeld in artikel 25, § 1, 2°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt is eveneens verantwoordelijk voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 15/14, § 2, tweede lid, 8°bis tot 10°.
[1 § 4. De werkingskosten van de commissie worden gedekt door [2 de in artikel 15/11, § 1bis, tweede tot en met vijfde lid, bedoelde ontvangsten]2, ten belope van het budget dat door de Kamer van Volksvertegenwoordigers werd vastgelegd in toepassing van artikel 25, § 5, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt.]1
[2 Bij de commissie wordt een reserve gevormd waarvan het bedrag, overeenkomend met ten hoogste 25 % van haar werkingskosten, mede wordt gedekt door de in artikel 15/11, § 1bis, tweede tot en met vijfde lid, bedoelde ontvangsten.]2
§ 2. De administratieve directie, bedoeld in artikel 25, § 1, 3°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, is verantwoordelijk voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 15/14, § 2, tweede lid, 2°.
§ 3. De directie voor de technische werking van de markt, bedoeld in artikel 25, § 1, 1°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt is eveneens verantwoordelijk voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 15/14, § 2, tweede lid, 4° tot 8°.
De directie voor de controle op de prijzen en de rekeningen bedoeld in artikel 25, § 1, 2°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt is eveneens verantwoordelijk voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 15/14, § 2, tweede lid, 8°bis tot 10°.
[1 § 4. De werkingskosten van de commissie worden gedekt door [2 de in artikel 15/11, § 1bis, tweede tot en met vijfde lid, bedoelde ontvangsten]2, ten belope van het budget dat door de Kamer van Volksvertegenwoordigers werd vastgelegd in toepassing van artikel 25, § 5, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt.]1
[2 Bij de commissie wordt een reserve gevormd waarvan het bedrag, overeenkomend met ten hoogste 25 % van haar werkingskosten, mede wordt gedekt door de in artikel 15/11, § 1bis, tweede tot en met vijfde lid, bedoelde ontvangsten.]2
Art. 15/15. § 1er. Le comité de direction de la commission est composé de quatre membres.
§ 2. La direction administrative, visée à l'article 25, § 1er, 3°, de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marche de l'électricité, est responsable des matières visées à l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 2°.
§ 3. La direction du fonctionnement technique du marché, visée à l'article 25, § 1er, 1°, de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité, est également responsable des matières visées à l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 4° a 8°.
La direction du contrôle des prix et des comptes, visée à l'article 25, § 1er, 2°, de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité, est également responsable des matières visées à l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 8°bis à 10°.
[1 § 4. Les frais de fonctionnement de la Commission sont couverts par [2 les recettes visées à l'article 15/11, § 1erbis, alinéas 2 à 5]2, à concurrence du budget fixé par la Chambre des représentants en application de l'article 25, § 5, de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité.]1
[2 Il est institué au sein de la commission une réserve dont le montant, équivalant à maximum 25 % de ses frais de fonctionnement, est également couvert par les recettes visées à l'article 15/11, § 1erbis, alinéas 2 à 5.]2
§ 2. La direction administrative, visée à l'article 25, § 1er, 3°, de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marche de l'électricité, est responsable des matières visées à l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 2°.
§ 3. La direction du fonctionnement technique du marché, visée à l'article 25, § 1er, 1°, de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité, est également responsable des matières visées à l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 4° a 8°.
La direction du contrôle des prix et des comptes, visée à l'article 25, § 1er, 2°, de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité, est également responsable des matières visées à l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 8°bis à 10°.
[1 § 4. Les frais de fonctionnement de la Commission sont couverts par [2 les recettes visées à l'article 15/11, § 1erbis, alinéas 2 à 5]2, à concurrence du budget fixé par la Chambre des représentants en application de l'article 25, § 5, de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité.]1
[2 Il est institué au sein de la commission une réserve dont le montant, équivalant à maximum 25 % de ses frais de fonctionnement, est également couvert par les recettes visées à l'article 15/11, § 1erbis, alinéas 2 à 5.]2
Art. 15/16. § 1. [1 In de uitvoering van de haar toegewezen opdrachten, kan de commissie [5 de warmtebedrijven die overeenkomstig artikel 15/10, § 2/1, maximumprijzen toepassen voor de levering van warmte, de]5 [3 aardgasondernemingen die op de Belgische markt actief zijn en de tussenpersonen inzake groepsaankopen, alsook iedere verbonden of geassocieerde onderneming en elke onderneming]3 die een multilateraal commercieel platform beheert of uitbaat waarop energieblokken of financiële instrumenten die betrekking hebben op energieblokken worden verhandeld, die een rechtstreeks verband hebben met de Belgische aardgasmarkt of die er een directe impact op uitoefenen, vorderen om haar alle nodige informatie te verstrekken, met inbegrip van de verantwoording van elke weigering tot toegangverlening aan een derde, en alle informatie over de nodige maatregelen om het net te versterken, voor zover zij haar verzoek motiveert. De commissie kan inzage nemen van de boekhouding van de aardgasbedrijven [3 en van de tussenpersonen inzake groepsaankopen]3, met inbegrip van de afzonderlijke rekeningen bedoeld in artikel 15/12, § 2, voor zover deze inzage noodzakelijk is voor de in artikel 15/14, § 2 bedoelde opdrachten.]1
(§ 1bis. Bij de uitvoering van de opdrachten die haar bij artikelen 15/14bis en 15/14ter worden toebedeeld, beschikt de Commissie bovendien over bevoegdheden en rechten die hierna beschreven zijn :
1° vanwege de aardgasbedrijven [3 en de tussenpersonen inzake groepsaankopen]3 elke inlichting verkrijgen, onder welke vorm ook, over materies die tot haar bevoegdheid en haar opdracht behoren binnen de dertig dagen na haar vraag;
2° van deze bedrijven verslagen verkrijgen over hun werkzaamheden of bepaalde aspecten ervan;
3° de informatie bepalen die haar regelmatig dient te worden meegedeeld en de periodiciteit waarmee deze informatie aan haar dient te worden overgemaakt;
4° bij weigering van het toezenden van de gevraagde informatie binnen de dertig dagen overgaan tot het ter plaatse kennisnemen van alle hoger bedoelde inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten die haar zijn toegewezen en deze desgevallend kopiëren.)
[1 De informatie die in het kader van deze paragraaf vergaard wordt door de commissie mag alleen worden aangewend met het oog op de verslagen, [4 maatregelen,]4 adviezen en aanbevelingen bedoeld bij artikel en 15/14bis en 15/14ter. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overlegd in de Ministerraad, dit artikel uitbreiden tot bindende beslissingen die zouden kunnen bedoeld worden door de artikel en 15/14bis en 15/14ter.]1
[2 § 1ter. In het kader van de artikelen 3, 4 en 5 van de Verordening (EU) nr.1227/20111, beschikt de commissie over de bevoegdheid om binnen een redelijke termijn informatie op te vragen van alle betrokken natuurlijke of rechtspersonen alsook over de bevoegdheid hen op te roepen en te horen, op voorwaarde dat zij haar verzoekt motiveert en dat dit verzoek aansluit op het kader en het doel van haar onderzoek.
De natuurlijke en rechtspersonen die overeenkomstig het eerste lid worden opgeroepen en gehoord, worden op hun verzoek bijgestaan door een raadsman.]2
§ 2. [6 Artikel 26, §§ 2 en 3,]6 van de wet van 29 april 1999 is van toepassing op de gegevens die zijn verkregen bij de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 15/14, § 2.
(§ 1bis. Bij de uitvoering van de opdrachten die haar bij artikelen 15/14bis en 15/14ter worden toebedeeld, beschikt de Commissie bovendien over bevoegdheden en rechten die hierna beschreven zijn :
1° vanwege de aardgasbedrijven [3 en de tussenpersonen inzake groepsaankopen]3 elke inlichting verkrijgen, onder welke vorm ook, over materies die tot haar bevoegdheid en haar opdracht behoren binnen de dertig dagen na haar vraag;
2° van deze bedrijven verslagen verkrijgen over hun werkzaamheden of bepaalde aspecten ervan;
3° de informatie bepalen die haar regelmatig dient te worden meegedeeld en de periodiciteit waarmee deze informatie aan haar dient te worden overgemaakt;
4° bij weigering van het toezenden van de gevraagde informatie binnen de dertig dagen overgaan tot het ter plaatse kennisnemen van alle hoger bedoelde inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten die haar zijn toegewezen en deze desgevallend kopiëren.)
[1 De informatie die in het kader van deze paragraaf vergaard wordt door de commissie mag alleen worden aangewend met het oog op de verslagen, [4 maatregelen,]4 adviezen en aanbevelingen bedoeld bij artikel en 15/14bis en 15/14ter. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overlegd in de Ministerraad, dit artikel uitbreiden tot bindende beslissingen die zouden kunnen bedoeld worden door de artikel en 15/14bis en 15/14ter.]1
[2 § 1ter. In het kader van de artikelen 3, 4 en 5 van de Verordening (EU) nr.1227/20111, beschikt de commissie over de bevoegdheid om binnen een redelijke termijn informatie op te vragen van alle betrokken natuurlijke of rechtspersonen alsook over de bevoegdheid hen op te roepen en te horen, op voorwaarde dat zij haar verzoekt motiveert en dat dit verzoek aansluit op het kader en het doel van haar onderzoek.
De natuurlijke en rechtspersonen die overeenkomstig het eerste lid worden opgeroepen en gehoord, worden op hun verzoek bijgestaan door een raadsman.]2
§ 2. [6 Artikel 26, §§ 2 en 3,]6 van de wet van 29 april 1999 is van toepassing op de gegevens die zijn verkregen bij de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 15/14, § 2.
Modifications
Art. 15/16. § 1er. [1 Dans l'accomplissement des missions qui lui sont assignées, la commission peut requérir [5 les entreprises de chaleur appliquant des prix maximums pour la fourniture de chaleur conformément à l'article 15/10, § 2/1,]5 les entreprises de gaz naturel intervenant sur le marché belge [3 et les intermédiaires en achats groupés]3, toute entreprise liée ou associée ainsi que toute entreprise gérant ou exploitant une plate-forme commerciale multilatérale sur laquelle sont négociés des blocs d'énergie ou des instruments financiers ayant trait aux blocs d'énergie, entretenant un lien direct avec le marché belge du gaz naturel ou ayant un impact direct sur celui-ci, de lui fournir toutes les informations nécessaires, y compris la justification de tout refus de donner accès à un tiers et toutes informations sur les mesures nécessaires pour renforcer le réseau, pour autant qu'elle motive sa demande. La commission peut accéder à la comptabilité des entreprises de gaz naturel [3 et des intermédiaires en achats groupés]3, en ce compris les comptes séparés visés à l'article 15/12, § 2, dans la mesure où cet accès est nécessaire à l'exercice des missions visées à l'article 15/14, § 2.]1
(§ 1erbis. Dans l'accomplissement des missions qui lui sont assignées aux articles 15/14bis et 15/14ter, la Commission dispose en outre des pouvoirs et droits décrits ci-après :
1° obtenir des entreprises de gaz naturel [3 et des intermédiaires en achats groupés]3 tout renseignement, sous quelque forme que ce soit, sur les matières relevant de sa compétence et de sa mission, dans les trente jours suivants sa demande;
2° obtenir de celles-ci des rapports sur leurs activités ou certains aspects de celles-ci;
3° déterminer les informations qui doivent lui être communiquées périodiquement par les entreprises de gaz naturel et la périodicité avec laquelle ces informations doivent lui être transmises;
4° en cas de refus de transmettre les informations demandées dans les trente jours, procéder à une visite sur place au cours de laquelle elle peut consulter tous les renseignements et les documents susvisés nécessaires à l'accomplissement des missions qui lui sont dévolues et le cas échéant les copier.)
[1 Les informations recueillies par la commission dans le cadre du présent paragraphe peuvent uniquement être utilisées aux fins des rapports, [4 mesures]4 avis et recommandations visés aux articles 15/14bis et 15/14ter. Le Roi peut, par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres, étendre le présent article à des décisions contraignantes qui pourraient être visées par les articles 15/14bis et 15/14ter.]1
[2 § 1erter. Dans le cadre des articles 3, 4 et 5 du Règlement (UE) n° 1227/2011, la commission dispose du pouvoir de demander des informations à toutes les personnes physiques ou morales concernées dans un délai raisonnable, ainsi que du pouvoir de les convoquer et de les entendre, pour autant qu'elle motive sa demande et que celle-ci s'inscrive dans le cadre et le but de son enquête.
Les personnes physiques ou morales convoquées et entendues conformément au premier alinéa sont assistées d'un conseil à leur demande.]2
§ 2. [6 L'article 26, §§ 2 et 3,]6 de la loi du 29 avril 1999, s'applique aux informations obtenues dans l'exercice des missions visées à l'article 15/14, § 2.
(§ 1erbis. Dans l'accomplissement des missions qui lui sont assignées aux articles 15/14bis et 15/14ter, la Commission dispose en outre des pouvoirs et droits décrits ci-après :
1° obtenir des entreprises de gaz naturel [3 et des intermédiaires en achats groupés]3 tout renseignement, sous quelque forme que ce soit, sur les matières relevant de sa compétence et de sa mission, dans les trente jours suivants sa demande;
2° obtenir de celles-ci des rapports sur leurs activités ou certains aspects de celles-ci;
3° déterminer les informations qui doivent lui être communiquées périodiquement par les entreprises de gaz naturel et la périodicité avec laquelle ces informations doivent lui être transmises;
4° en cas de refus de transmettre les informations demandées dans les trente jours, procéder à une visite sur place au cours de laquelle elle peut consulter tous les renseignements et les documents susvisés nécessaires à l'accomplissement des missions qui lui sont dévolues et le cas échéant les copier.)
[1 Les informations recueillies par la commission dans le cadre du présent paragraphe peuvent uniquement être utilisées aux fins des rapports, [4 mesures]4 avis et recommandations visés aux articles 15/14bis et 15/14ter. Le Roi peut, par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres, étendre le présent article à des décisions contraignantes qui pourraient être visées par les articles 15/14bis et 15/14ter.]1
[2 § 1erter. Dans le cadre des articles 3, 4 et 5 du Règlement (UE) n° 1227/2011, la commission dispose du pouvoir de demander des informations à toutes les personnes physiques ou morales concernées dans un délai raisonnable, ainsi que du pouvoir de les convoquer et de les entendre, pour autant qu'elle motive sa demande et que celle-ci s'inscrive dans le cadre et le but de son enquête.
Les personnes physiques ou morales convoquées et entendues conformément au premier alinéa sont assistées d'un conseil à leur demande.]2
§ 2. [6 L'article 26, §§ 2 et 3,]6 de la loi du 29 avril 1999, s'applique aux informations obtenues dans l'exercice des missions visées à l'article 15/14, § 2.
Modifications
Art. 15/16bis. Op de ombudsdienst voor energie, opgericht bij artikel 27 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, kan een beroep worden gedaan voor alle vragen en klachten betreffende het functioneren van de elektriciteitsmarkt en gasmarkt alsook voor alle geschillen tussen eindafnemers en aardgasondernemingen inzake aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de federale overheid behoren krachtens artikel 6, § 1, VI, vierde en vijfde lid, en VII, tweede lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
Art. 15/16bis. Le service de médiation pour l'énergie, créé par l'article 27 de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité, peut être sollicité pour toutes les questions et plaintes concernant le fonctionnement du marché de l'électricité et du gaz, ainsi que pour tous les différends entre les clients finals et les entreprises de gaz naturel portant sur des matières relevant de l'autorité fédérale en vertu de l'article 6, § 1er, VI, alinéas 4 et 5, et VII, alinéa 2, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles.
Art. 15/17.
Art. 15/17.
Art. 15/18. [1 De Geschillenkamer, opgericht bij artikel 29 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, beslist op verzoek van één van de partijen over de geschillen tussen de netgebruikers en de beheerder van het aardgasvervoersnet, [2 de beheerder van een interconnector,]2 de beheerder van de aardgasopslaginstallatie, de beheerder van de LNG-installatie, de distributienetbeheerders of de beheerder van een gesloten industrieel net, die betrekking hebben op de verplichtingen die krachtens deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan aan deze beheerders zijn opgelegd, behalve de geschillen inzake contractuele rechten en verbintenissen.
In het kader van geschillen inzake de toegang tot de upstreaminstallaties houdt de Geschillenkamer rekening met de in artikel 15/9, tweede lid, bepaalde doelstellingen en criteria, evenals met de partijen die in de onderhandeling over de toegang tot het net kunnen betrokken zijn. In geval van grensoverschrijdende geschillen is de Geschillenkamer slechts bevoegd in de hypothese dat de upstream-installatie binnen haar rechtsgebied is gelegen. Indien de betrokken installatie onder de bevoegdheid van verschillende lidstaten valt, raadpleegt de Geschillenkamer de geschillenbeslechtingoverheden die door de betrokken lidstaten zijn opgericht om een coherente regeling te waarborgen.]1
[3 Indien een geschil betrekking heeft op een upstreampijpleidingnet dat begint in een derde land en waarvan het eerste connectiepunt met het net van de lidstaten in een andere lidstaat ligt, neemt de Geschillenkamer deel aan het overleg met de geschillenbeslechtingsoverheden die door de betrokken lidstaten zijn opgericht wanneer dat wordt opgestart door de geschillenbeslechtingsautoriteit van de lidstaat waar het eerste connectiepunt ligt.
Indien een geschil betrekking heeft op een upstreampijpleidingnet dat begint in een derde land en waarvan het eerste connectiepunt in België ligt, start de Geschillenkamer het overleg op met de geschillenbeslechtingsoverheden die door de betrokken lidstaten zijn opgericht en raadpleegt de Geschillenkamer het betrokken derde land waar het upstreampijpleidingnet begint.]3
In het kader van geschillen inzake de toegang tot de upstreaminstallaties houdt de Geschillenkamer rekening met de in artikel 15/9, tweede lid, bepaalde doelstellingen en criteria, evenals met de partijen die in de onderhandeling over de toegang tot het net kunnen betrokken zijn. In geval van grensoverschrijdende geschillen is de Geschillenkamer slechts bevoegd in de hypothese dat de upstream-installatie binnen haar rechtsgebied is gelegen. Indien de betrokken installatie onder de bevoegdheid van verschillende lidstaten valt, raadpleegt de Geschillenkamer de geschillenbeslechtingoverheden die door de betrokken lidstaten zijn opgericht om een coherente regeling te waarborgen.]1
[3 Indien een geschil betrekking heeft op een upstreampijpleidingnet dat begint in een derde land en waarvan het eerste connectiepunt met het net van de lidstaten in een andere lidstaat ligt, neemt de Geschillenkamer deel aan het overleg met de geschillenbeslechtingsoverheden die door de betrokken lidstaten zijn opgericht wanneer dat wordt opgestart door de geschillenbeslechtingsautoriteit van de lidstaat waar het eerste connectiepunt ligt.
Indien een geschil betrekking heeft op een upstreampijpleidingnet dat begint in een derde land en waarvan het eerste connectiepunt in België ligt, start de Geschillenkamer het overleg op met de geschillenbeslechtingsoverheden die door de betrokken lidstaten zijn opgericht en raadpleegt de Geschillenkamer het betrokken derde land waar het upstreampijpleidingnet begint.]3
Art. 15/18. [1 La Chambre de litiges, créée par l'article 29 de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité, statue à la demande de l'une des parties sur les différends entre les utilisateurs du réseau et le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, [2 le gestionnaire d'une interconnexion,]2 le gestionnaire d'installation de stockage de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de GNL, les gestionnaires de réseau de distribution ou le gestionnaire d'un réseau fermé industriel, qui sont relatifs aux obligations imposées à ces gestionnaires en vertu de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution, à l'exception des différends portant sur des droits et obligations contractuels.
Dans le cadre de différends relatifs à l'accès aux installations en amont, la Chambre des litiges tient compte des objectifs et critères définis à l'article 15/9, alinéa 2, ainsi que des parties qui peuvent être impliquées dans la négociation de l'accès au réseau. En cas de litiges transfrontaliers, la Chambre des litiges n'est compétente que dans l'hypothèse où l'installation en amont relève de sa juridiction. Si l'installation concernée relève de plusieurs Etats membres, la Chambre des litiges consulte les autorités de règlement de litiges mises en oeuvre par les Etats membres concernés afin de garantir un règlement cohérent.]1
[3 Si un litige concerne un réseau de gazoducs en amont qui commence dans un pays tiers et dont le premier point de connexion au réseau des Etats membres se situe dans un autre Etat membre, la Chambre des litiges prend part à la concertation avec les autorités de règlement des litiges établies par les Etats membres concernés lorsque cette concertation est engagée par l'autorité de règlement des litiges de l'Etat membre où se situe le premier point de connexion.
Si un litige concerne un réseau de gazoducs en amont qui commence dans un pays tiers et dont le premier point de connexion se situe en Belgique, la Chambre des litiges engage la concertation avec les autorités de règlement des litiges établies par les Etats membres concernés et la Chambre des litiges consulte le pays tiers concerné où commence le réseau de gazoducs en amont.]3
Dans le cadre de différends relatifs à l'accès aux installations en amont, la Chambre des litiges tient compte des objectifs et critères définis à l'article 15/9, alinéa 2, ainsi que des parties qui peuvent être impliquées dans la négociation de l'accès au réseau. En cas de litiges transfrontaliers, la Chambre des litiges n'est compétente que dans l'hypothèse où l'installation en amont relève de sa juridiction. Si l'installation concernée relève de plusieurs Etats membres, la Chambre des litiges consulte les autorités de règlement de litiges mises en oeuvre par les Etats membres concernés afin de garantir un règlement cohérent.]1
[3 Si un litige concerne un réseau de gazoducs en amont qui commence dans un pays tiers et dont le premier point de connexion au réseau des Etats membres se situe dans un autre Etat membre, la Chambre des litiges prend part à la concertation avec les autorités de règlement des litiges établies par les Etats membres concernés lorsque cette concertation est engagée par l'autorité de règlement des litiges de l'Etat membre où se situe le premier point de connexion.
Si un litige concerne un réseau de gazoducs en amont qui commence dans un pays tiers et dont le premier point de connexion se situe en Belgique, la Chambre des litiges engage la concertation avec les autorités de règlement des litiges établies par les Etats membres concernés et la Chambre des litiges consulte le pays tiers concerné où commence le réseau de gazoducs en amont.]3
Art. 15/18bis. [1 Elke belanghebbende partij die zich geschaad acht naar aanleiding van een door de commissie genomen beslissing kan, ten laatste binnen een termijn van vijftien dagen na de verschijning of de kennisgeving van deze beslissing bij de commissie een klacht indienen teneinde de zaak opnieuw te laten onderzoeken.
Deze klacht heeft geen opschortende uitwerking en sluit de indiening van een beroep voor het [2 Marktenhof]2 met toepassing van artikel 15/20 niet uit, noch vormt zij een voorafgaande voorwaarde hiertoe.
De klacht met het oog op een nieuw onderzoek wordt per aangetekend schrijven of neerlegging met ontvangstbewijs bij de zetel van de commissie gericht. Zij bevat een afschrift van de bestreden beslissing evenals de redenen die een herziening verantwoorden.
De commissie neemt haar beslissing betreffende de klacht binnen een termijn van twee maanden te tellen vanaf de neerlegging van de klacht met het oog op een nieuw onderzoek.]1
Deze klacht heeft geen opschortende uitwerking en sluit de indiening van een beroep voor het [2 Marktenhof]2 met toepassing van artikel 15/20 niet uit, noch vormt zij een voorafgaande voorwaarde hiertoe.
De klacht met het oog op een nieuw onderzoek wordt per aangetekend schrijven of neerlegging met ontvangstbewijs bij de zetel van de commissie gericht. Zij bevat een afschrift van de bestreden beslissing evenals de redenen die een herziening verantwoorden.
De commissie neemt haar beslissing betreffende de klacht binnen een termijn van twee maanden te tellen vanaf de neerlegging van de klacht met het oog op een nieuw onderzoek.]1
Art. 15/18bis. [1 Toute partie intéressée s'estimant lésée suite à une décision prise par la commission peut, au plus tard dans un délai de quinze jours suivant la publication ou la notification de cette décision, déposer une plainte en réexamen auprès de la commission.
Cette plainte n'a pas d'effet suspensif et n'exclut pas l'introduction d'un recours ni ne constitue un préalable nécessaire à l'introduction d'un recours devant la [2 Cour des marchés]2 en application de l'article 15/20.
La plainte en réexamen est adressée par lettre recommandée ou par dépôt avec accusé de réception au siège de la commission. Elle comporte une copie de la décision critiquée ainsi que les motifs justifiant une révision.
La commission prend sa décision relative à la plainte dans un délai de deux mois à dater du dépôt de la plainte en réexamen.]1
Cette plainte n'a pas d'effet suspensif et n'exclut pas l'introduction d'un recours ni ne constitue un préalable nécessaire à l'introduction d'un recours devant la [2 Cour des marchés]2 en application de l'article 15/20.
La plainte en réexamen est adressée par lettre recommandée ou par dépôt avec accusé de réception au siège de la commission. Elle comporte une copie de la décision critiquée ainsi que les motifs justifiant une révision.
La commission prend sa décision relative à la plainte dans un délai de deux mois à dater du dépôt de la plainte en réexamen.]1
Art. 15/19. [2 ...]2
[1 [3 ...]3]1
[1 [3 ...]3]1
Art. 15/19. [2 ...]2
[1 [3 ...]3]1
[1 [3 ...]3]1
HOOFDSTUK IVsepties- Rechtsmiddelen tegen de beslissingen genomen door de Commissie.
CHAPITRE IVsepties- Voies de recours contre les décisions prises par la Commission.
Afdeling 1. - Geschillen die ressorteren onder de bevoegdheid van het [1 Marktenhof]1.
Section 1re. - Litiges relevant de la compétence de la [1 Cour des marchés]1.
Art. 15/20. § 1. [1 Elke persoon die een belang aantoont kan bij het [2 Marktenhof]2 zetelend zoals in kort geding, tegen alle beslissingen van de commissie een beroep instellen, waaronder die welke hierna worden opgesomd :]1
1° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, betreffende de goedkeuring van de voorwaarden voor toegang tot het aardgasvervoersnet en betreffende het toezicht op de toepassing ervan met uitzondering van de beslissingen bedoeld in artikel 15/20bis, 1°;
2° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 7°, betreffende het toezicht op en de evaluatie van de openbare dienstverplichtingen bedoeld in artikel 15/11 en de uitvoeringsbesluiten ervan;
3° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 8°, betreffende het toezicht op en de evaluatie van de toepassing van de bepalingen van artikel 15/7 en de uitvoeringsbesluiten ervan;
4° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 8°bis, betreffende het toezicht op en de evaluatie van de toepassing van de bepalingen van artikel 23bis (van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt) en de uitvoeringsbesluiten ervan;
5° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 9°, betreffende de controle van de boekhouding van de ondernemingen uit de aardgassector [1 ...]1;
6° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 9°bis, [1 ...]1);
7° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 20/2 (om een administratieve boete op te leggen).
§ 2. De grond van de zaak wordt voorgelegd aan het [2 Marktenhof]2 dat uitspraak doet met volle rechtsmacht.
1° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, betreffende de goedkeuring van de voorwaarden voor toegang tot het aardgasvervoersnet en betreffende het toezicht op de toepassing ervan met uitzondering van de beslissingen bedoeld in artikel 15/20bis, 1°;
2° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 7°, betreffende het toezicht op en de evaluatie van de openbare dienstverplichtingen bedoeld in artikel 15/11 en de uitvoeringsbesluiten ervan;
3° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 8°, betreffende het toezicht op en de evaluatie van de toepassing van de bepalingen van artikel 15/7 en de uitvoeringsbesluiten ervan;
4° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 8°bis, betreffende het toezicht op en de evaluatie van de toepassing van de bepalingen van artikel 23bis (van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt) en de uitvoeringsbesluiten ervan;
5° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 9°, betreffende de controle van de boekhouding van de ondernemingen uit de aardgassector [1 ...]1;
6° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 9°bis, [1 ...]1);
7° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 20/2 (om een administratieve boete op te leggen).
§ 2. De grond van de zaak wordt voorgelegd aan het [2 Marktenhof]2 dat uitspraak doet met volle rechtsmacht.
Art. 15/20. § 1er. [1 Un recours auprès de la [2 Cour des marchés]2, siégeant comme en référé, est ouvert à toute personne justifiant d'un intérêt contre toutes les décisions de la commission, dont notamment celles énumérées ci-après :]1
1° les décisions prises en application de l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 6°, relatif a l'approbation des conditions d'accès au réseau de transport de gaz naturel et au contrôle de leur application, à l'exception des décisions visées à l'article 15/20bis, 1°;
2° les décisions prises en application de l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 7°, relatif au contrôle et à l'évaluation des obligations de service public visées à l'article 15/11 et ses arrêtés d'exécution;
3° les décisions prises en application de l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 8°, relatif au contrôle et à l'évaluation de l'application des dispositions de l'article 15/7 et ses arrêtés d'exécution;
4° les décisions prises en application de l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 8°bis, relatif au contrôle et à l'évaluation de l'application des dispositions de l'article 23bis (de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité) et ses arrêtés d'exécution;
5° les décisions prises en application de l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 9°, relatif au contrôle de la comptabilité des entreprises du secteur du gaz naturel [1 ...]1;
6° les décisions prises en application de l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 9°bis [1 ...]1;
7° les décisions prises en application de l'article 20/2 (d'infliger une amende administrative).
§ 2. La [2 Cour des marchés]2 est saisie du fonds du litige et dispose d'une compétence de pleine juridiction.
1° les décisions prises en application de l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 6°, relatif a l'approbation des conditions d'accès au réseau de transport de gaz naturel et au contrôle de leur application, à l'exception des décisions visées à l'article 15/20bis, 1°;
2° les décisions prises en application de l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 7°, relatif au contrôle et à l'évaluation des obligations de service public visées à l'article 15/11 et ses arrêtés d'exécution;
3° les décisions prises en application de l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 8°, relatif au contrôle et à l'évaluation de l'application des dispositions de l'article 15/7 et ses arrêtés d'exécution;
4° les décisions prises en application de l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 8°bis, relatif au contrôle et à l'évaluation de l'application des dispositions de l'article 23bis (de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité) et ses arrêtés d'exécution;
5° les décisions prises en application de l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 9°, relatif au contrôle de la comptabilité des entreprises du secteur du gaz naturel [1 ...]1;
6° les décisions prises en application de l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 9°bis [1 ...]1;
7° les décisions prises en application de l'article 20/2 (d'infliger une amende administrative).
§ 2. La [2 Cour des marchés]2 est saisie du fonds du litige et dispose d'une compétence de pleine juridiction.
Afdeling 2. - Geschillen die ressorteren onder de bevoegdheid van de [1 Belgische Mededingingsautoriteit]1.
Section 2. - Litiges relevant de la compétence de [1 l'Autorité belge de la concurrence]1.
Art. 15/20bis. Er kan een beroep worden ingesteld bij de [1 Belgische Mededingingsautoriteit]1 door elke persoon die een belang aantoont, tegen de beslissingen van de Commissie (tot goedkeuring, inzake de aanvraag tot herziening of tot weigering van) :
1° de beslissingen van de netbeheerder betreffende de toegang tot het vervoersnet, bedoeld in artikel 15/5, behalve in geval van contractuele rechten en verbintenissen;
2° de allocatiemethode of methoden voor de hoeveelheid aardgas beschikbaar op de interconnectoren met de buitenlandse vervoersnetten.
1° de beslissingen van de netbeheerder betreffende de toegang tot het vervoersnet, bedoeld in artikel 15/5, behalve in geval van contractuele rechten en verbintenissen;
2° de allocatiemethode of methoden voor de hoeveelheid aardgas beschikbaar op de interconnectoren met de buitenlandse vervoersnetten.
Art. 15/20bis. Un recours auprès de [1 l'Autorité belge de la concurrence]1 est ouvert à toute personne justifiant d'un intérêt contre toute décision de la Commission (concernant l'approbation, la demande de révision ou le refus d'approbation) :
1° les décisions du gestionnaire du réseau relatives à l'accès au réseau de transport, visé à l'article 15/5, à l'exception des droits et obligations contractuels;
2° la ou les méthodes d'allocation de la quantité de gaz naturel disponible aux points d'interconnexion avec les réseaux de transport étrangers.
1° les décisions du gestionnaire du réseau relatives à l'accès au réseau de transport, visé à l'article 15/5, à l'exception des droits et obligations contractuels;
2° la ou les méthodes d'allocation de la quantité de gaz naturel disponible aux points d'interconnexion avec les réseaux de transport étrangers.
Art. 15/21. § 1. Het beroep bedoeld in (artikel 15/20) heeft geen schorsende werking, tenzij het ingesteld is tegen een beslissing van de Commissie tot het opleggen van een administratieve geldboete. Het [2 Marktenhof]2 waarbij een dergelijk beroep aanhangig wordt gemaakt, kan evenwel, alvorens recht te doen, de schorsing bevelen van de tenuitvoerlegging van de beslissing die het voorwerp uitmaakt van het beroep als de aanvrager ernstige middelen inroept die de vernietiging of herziening van de beslissing mogelijk kunnen rechtvaardigen en als de onmiddellijke tenuitvoerlegging ervan hem een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel dreigt te berokkenen. Het hof spreekt zich onverwijld uit over de vordering tot schorsing. [1 Zo ook kunnen alle personen die een belang hebben een beroep aanhangig maken bij het [2 Marktenhof]2 en de schorsing vragen van de tenuitvoerlegging van alle beslissingen van de commissie genomen in toepassing van de artikel en 15/5 tot 15/5quinquies waardoor de commissie de wet zou overtreden. Een vordering tot schorsing kan niet worden ingeleid zonder dat een vordering ten gronde wordt ingeleid.]1.
§ 2. Het beroep wordt, op straffe van onontvankelijkheid, die ambtshalve wordt uitgesproken, ingesteld bij ondertekend verzoekschrift dat wordt neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Brussel binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing of, voor de belanghebbenden aan wie de beslissing niet werd ter kennis gebracht, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de publicatie van de beslissing, of, bij ontstentenis van publicatie, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisneming ervan. Het verzoekschrift wordt ter griffie neergelegd in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn.
§ 3. [1 Binnen drie werkdagen die volgen op de neerlegging van het verzoekschrift, wordt het betekend via gerechtsbrief door de griffie van het hof van beroep aan alle door de verzoeker bij de zaak opgeroepen partijen. De griffie van het hof van beroep vraagt aan het directiecomité van de commissie een administratief dossier neer te leggen betreffende de aangevochten akte bij de griffie, met het verzoekschrift. De indiening van het administratief dossier geschiedt ten laatste de dag van het inleidend verhoor, zonder evenwel dat de termijn tussen het ontvangen van het verzoekschrift en het inleidend verhoor minder mag zijn dan tien dagen. In geval van uiterste hoogdringendheid kan het [2 Marktenhof]2 de termijn voor de indiening van het administratief dossier inkorten, zonder dat dat deze termijn evenwel korter mag zijn dan vijf dagen na het ontvangen van het verzoekschrift. Het administratief dossier kan door de partijen worden geraadpleegd bij de griffie van het hof van beroep vanaf de neerlegging ervan en tot de sluiting der debatten.]1
§ 4. Op ieder ogenblik kan het [2 Marktenhof]2 ambtshalve alle andere partijen, wier toestand beïnvloed dreigt te worden door de beslissing die het voorwerp uitmaakt van het beroep, uitnodigen in het geding tussen te komen.
§ 5. Deel IV, Boek II, Titel III, Hoofdstuk VIII van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing op de procedure voor het [2 Marktenhof]2.
§ 6. Het [2 Marktenhof]2 stelt de termijnen vast waarbinnen de partijen elkaar hun schriftelijke opmerkingen mededelen en een kopie ervan neerleggen ter griffie. Het hof bepaalt eveneens de datum van de debatten.
Het [2 Marktenhof]2 beslist binnen een termijn van zestig dagen na de neerlegging van het in § 2 beoogde verzoekschrift.
§ 2. Het beroep wordt, op straffe van onontvankelijkheid, die ambtshalve wordt uitgesproken, ingesteld bij ondertekend verzoekschrift dat wordt neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Brussel binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing of, voor de belanghebbenden aan wie de beslissing niet werd ter kennis gebracht, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de publicatie van de beslissing, of, bij ontstentenis van publicatie, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisneming ervan. Het verzoekschrift wordt ter griffie neergelegd in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn.
§ 3. [1 Binnen drie werkdagen die volgen op de neerlegging van het verzoekschrift, wordt het betekend via gerechtsbrief door de griffie van het hof van beroep aan alle door de verzoeker bij de zaak opgeroepen partijen. De griffie van het hof van beroep vraagt aan het directiecomité van de commissie een administratief dossier neer te leggen betreffende de aangevochten akte bij de griffie, met het verzoekschrift. De indiening van het administratief dossier geschiedt ten laatste de dag van het inleidend verhoor, zonder evenwel dat de termijn tussen het ontvangen van het verzoekschrift en het inleidend verhoor minder mag zijn dan tien dagen. In geval van uiterste hoogdringendheid kan het [2 Marktenhof]2 de termijn voor de indiening van het administratief dossier inkorten, zonder dat dat deze termijn evenwel korter mag zijn dan vijf dagen na het ontvangen van het verzoekschrift. Het administratief dossier kan door de partijen worden geraadpleegd bij de griffie van het hof van beroep vanaf de neerlegging ervan en tot de sluiting der debatten.]1
§ 4. Op ieder ogenblik kan het [2 Marktenhof]2 ambtshalve alle andere partijen, wier toestand beïnvloed dreigt te worden door de beslissing die het voorwerp uitmaakt van het beroep, uitnodigen in het geding tussen te komen.
§ 5. Deel IV, Boek II, Titel III, Hoofdstuk VIII van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing op de procedure voor het [2 Marktenhof]2.
§ 6. Het [2 Marktenhof]2 stelt de termijnen vast waarbinnen de partijen elkaar hun schriftelijke opmerkingen mededelen en een kopie ervan neerleggen ter griffie. Het hof bepaalt eveneens de datum van de debatten.
Het [2 Marktenhof]2 beslist binnen een termijn van zestig dagen na de neerlegging van het in § 2 beoogde verzoekschrift.
Art. 15/21. § 1er. Le recours visé à l'(article 15/20) n'a pas d'effet suspensif, sauf lorsqu'il est dirigé contre une décision de la Commission imposant une amende administrative. Toutefois la [2 Cour des marchés]2, saisie d'un tel recours, peut avant dire droit, ordonner la suspension de l'exécution de la décision faisant l'objet du recours lorsque le demandeur invoque des moyens sérieux susceptibles de justifier l'annulation ou la réformation de la décision et que l'exécution immédiate de celle-ci risque de lui causer un préjudice grave difficilement réparable. La Cour statue toute affaire cessante sur la demande de suspension. [1 De même, toute personne ayant un intérêt peut saisir la [2 Cour des marchés]2 et demander la suspension de l'exécution de toutes décisions de la commission prises en application des articles 15/5 à 15/5quinquies par lesquelles la commission violerait la loi. Aucune action en suspension ne peut être introduite sans l'introduction d'une action au fonds.]1
§ 2. Le recours est formé, à peine d'irrecevabilité, qui est prononcée d'office, par requête signée et déposée au greffe de la cour d'appel de Bruxelles dans un délai de trente jours à partir de la notification de la décision ou, pour les personnes intéressées à qui la décision n'a pas été notifiée, dans un délai de trente jours à partir de la publication de la décision ou, à défaut de publication, dans un délai de trente jours à partir de sa prise de connaissance. La requête est déposée au greffe en autant d'exemplaires que de parties à la cause.
§ 3. [1 Dans les trois jours ouvrables qui suivent le dépôt de la requête, la requête est notifiée par pli judiciaire par le greffe de la cour d'appel à toutes les parties appelées à la cause par le demandeur. Le greffe de la cour d'appel demande au comité de direction de la commission de déposer le dossier administratif relatif à l'acte attaqué au greffe, avec la requête. Le dépôt du dossier administratif se fait au plus tard le jour de l'audience d'introduction, sans toutefois que le délai entre la réception de la requête par la commission et l'audience d'introduction puisse être inférieur à dix jours. En cas d'extrême urgence, la [2 Cour des marchés]2 peut raccourcir le délai d'introduction du dossier administratif, sans toutefois que ce délai ne puisse être inférieur à cinq jours après la réception de la requête. Le dossier administratif peut être consulté par les parties auprès du greffe de la cour d'appel dès son dépôt et jusqu'à la clôture des débats.]1
§ 4. A tout moment, la [2 Cour des marchés]2 peut d'office appeler à la cause toutes autres personnes dont la situation risque d'être affectée par la décision faisant l'objet du recours, à intervenir dans l'instance.
§ 5. La Quatrième Partie, Livre II, Titre III, Chapitre VIII du Code judiciaire est applicable à la procédure devant la [2 Cour des marchés]2.
§ 6. La [2 Cour des marchés]2 fixe les délais dans lesquels les parties se communiquent leurs observations écrites et en déposent copie au greffe. La cour fixe également la date des débats.
La [2 Cour des marchés]2 statue dans un délai de soixante jours à compter du dépôt de la requête, visée au § 2.
§ 2. Le recours est formé, à peine d'irrecevabilité, qui est prononcée d'office, par requête signée et déposée au greffe de la cour d'appel de Bruxelles dans un délai de trente jours à partir de la notification de la décision ou, pour les personnes intéressées à qui la décision n'a pas été notifiée, dans un délai de trente jours à partir de la publication de la décision ou, à défaut de publication, dans un délai de trente jours à partir de sa prise de connaissance. La requête est déposée au greffe en autant d'exemplaires que de parties à la cause.
§ 3. [1 Dans les trois jours ouvrables qui suivent le dépôt de la requête, la requête est notifiée par pli judiciaire par le greffe de la cour d'appel à toutes les parties appelées à la cause par le demandeur. Le greffe de la cour d'appel demande au comité de direction de la commission de déposer le dossier administratif relatif à l'acte attaqué au greffe, avec la requête. Le dépôt du dossier administratif se fait au plus tard le jour de l'audience d'introduction, sans toutefois que le délai entre la réception de la requête par la commission et l'audience d'introduction puisse être inférieur à dix jours. En cas d'extrême urgence, la [2 Cour des marchés]2 peut raccourcir le délai d'introduction du dossier administratif, sans toutefois que ce délai ne puisse être inférieur à cinq jours après la réception de la requête. Le dossier administratif peut être consulté par les parties auprès du greffe de la cour d'appel dès son dépôt et jusqu'à la clôture des débats.]1
§ 4. A tout moment, la [2 Cour des marchés]2 peut d'office appeler à la cause toutes autres personnes dont la situation risque d'être affectée par la décision faisant l'objet du recours, à intervenir dans l'instance.
§ 5. La Quatrième Partie, Livre II, Titre III, Chapitre VIII du Code judiciaire est applicable à la procédure devant la [2 Cour des marchés]2.
§ 6. La [2 Cour des marchés]2 fixe les délais dans lesquels les parties se communiquent leurs observations écrites et en déposent copie au greffe. La cour fixe également la date des débats.
La [2 Cour des marchés]2 statue dans un délai de soixante jours à compter du dépôt de la requête, visée au § 2.
Art. 15/22. § 1. Het beroep, ingesteld bij de [1 Belgische Mededingingsautoriteit]1, is onderworpen aan de onderzoeksbepalingen en procedureregels met betrekking tot de restrictieve mededingingspraktijken, zoals bepaald in (de wetten van 10 juni 2006 tot bescherming van de economische mededinging en tot oprichting van een Raad voor de Mededinging).
§ 2. Het beroep wordt ingesteld, bij de [1 Belgische Mededingingsautoriteit]1, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de betekening van de beslissing of, voor de belanghebbenden aan wie de beslissing niet werd betekend, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de publicatie van de beslissing of, bij ontstentenis van publicatie, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisneming ervan.
(De [1 Belgische Mededingingsautoriteit]1, opgericht bij de wet van 10 juni 2006, beslist binnen een termijn van vier maanden.)
§ 2. Het beroep wordt ingesteld, bij de [1 Belgische Mededingingsautoriteit]1, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de betekening van de beslissing of, voor de belanghebbenden aan wie de beslissing niet werd betekend, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de publicatie van de beslissing of, bij ontstentenis van publicatie, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisneming ervan.
(De [1 Belgische Mededingingsautoriteit]1, opgericht bij de wet van 10 juni 2006, beslist binnen een termijn van vier maanden.)
Art. 15/22. § 1er. Le recours auprès de [1 l'Autorité belge de la concurrence]1 est soumis aux règles d'instruction et de procédure relatives aux pratiques restrictives de concurrence, établies par (les lois du 10 juin 2006 sur la protection de la concurrence économique et instituant [1 l'Autorité belge de la concurrence]1).
§ 2. Le recours est formé, auprès de [1 l'Autorité belge de la concurrence]1 dans un délai de trente jours à partir de la notification de la décision ou, pour les personnes intéressées à qui la décision n'a pas été notifiée, dans un délai de trente jours à partir de la publication de la décision ou, à défaut de publication, dans un délai de trente jours à partir de la prise de connaissance de celle-ci.
([1 L'Autorité belge de la concurrence]1 institué par la loi du 10 juin 2006 statue dans un délai de quatre mois.)
§ 2. Le recours est formé, auprès de [1 l'Autorité belge de la concurrence]1 dans un délai de trente jours à partir de la notification de la décision ou, pour les personnes intéressées à qui la décision n'a pas été notifiée, dans un délai de trente jours à partir de la publication de la décision ou, à défaut de publication, dans un délai de trente jours à partir de la prise de connaissance de celle-ci.
([1 L'Autorité belge de la concurrence]1 institué par la loi du 10 juin 2006 statue dans un délai de quatre mois.)
HOOFDSTUK IVocties. - Bevoegdheid tot schorsing door de Ministerraad.
CHAPITRE IVocties. - Pouvoir de suspension du Conseil des Ministres.
Art. 15/23.
Art. 15/23.
HOOFDSTUK IVnovies. - Openbaarheid van de beslissingen van de Commissie.
CHAPITRE IVnovies. - Publicité des décisions de la Commission.
Art. 15/24. De definitieve versies van de beslissingen van het directiecomité [2 ...]2 van de Commissie zijn openbaar en worden gepubliceerd op de website van de Commissie, www.creg.be, [1 waarbij de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige informatie en/of persoonsgegevens veilig wordt gesteld]1.
Art. 15/24. Les versions définitives des décisions du comité de direction [2 ...]2 de la Commission sont publiques et sont publiées sur le site web de la Commission, www.creg.be, [1 tout en préservant la confidentialité des informations commercialement sensibles et/ou des données à caractère personnel]1.
HOOFDSTUK IVdecies. [1 - De Energienorm.]1
CHAPITRE IVdecies. [1 - La norme énergétique.]1
Art. 15/25. [1 § 1. Uiterlijk op 15 mei van ieder jaar publiceert de commissie een studie over de verschillende kostencomponenten van de aardgasfactuur die minstens een vergelijking met de buurlanden bevat. De commissie voert deze opdracht, indien mogelijk, uit in samenwerking met de gewestelijke energieregulatoren.
§ 2. Op advies van de commissie, bepaalt de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de categorieën van verbruikers, wat betreft het type van economische activiteit en de hoeveelheid verbruik, die zullen worden gebruikt voor het opmaken van de in paragraaf 1 bedoelde studie.
§ 3. Onverminderd haar in artikel 15/5bis bedoelde bevoegdheden en uiterlijk op 1 juli van hetzelfde jaar, en na het inwinnen van het advies van de Adviesraad Gas en Elektriciteit en van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven geeft de commissie een advies aan de minister met aanbevelingen voor maatregelen ter vrijwaring van de concurrentiekracht van de ondernemingen en de koopkracht van de residentiële afnemers. Die aanbevelingen slaan op de kostencomponenten van de aardgasfactuur die onder de federale energiebevoegdheid vallen.]1
§ 2. Op advies van de commissie, bepaalt de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de categorieën van verbruikers, wat betreft het type van economische activiteit en de hoeveelheid verbruik, die zullen worden gebruikt voor het opmaken van de in paragraaf 1 bedoelde studie.
§ 3. Onverminderd haar in artikel 15/5bis bedoelde bevoegdheden en uiterlijk op 1 juli van hetzelfde jaar, en na het inwinnen van het advies van de Adviesraad Gas en Elektriciteit en van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven geeft de commissie een advies aan de minister met aanbevelingen voor maatregelen ter vrijwaring van de concurrentiekracht van de ondernemingen en de koopkracht van de residentiële afnemers. Die aanbevelingen slaan op de kostencomponenten van de aardgasfactuur die onder de federale energiebevoegdheid vallen.]1
Art. 15/25. [1 § 1er Au plus tard le 15 mai de chaque année, la commission publie une étude sur les différents éléments de coût de la facture de gaz naturel qui comprend au moins une comparaison avec les pays voisins. La commission mène cette tâche, si possible, en coopération avec les régulateurs régionaux de l'énergie.
§ 2. Sur avis de la commission, le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les catégories de consommateurs, en ce qui concerne le type d'activité économique et le montant de la consommation, qui seront utilisés dans le cadre de l'étude visée au paragraphe 1er.
§ 3. Sans préjudice de ses compétences visées à l'article 15/5bis et au plus tard le 1er juillet de cette même année, et après avoir obtenu l'avis du Conseil Consultatif du Gaz et Electricité et du Conseil Central de l'Economie, la commission donne un avis au ministre avec des recommandations en ce qui concerne des mesures visant à sauvegarder la compétitivité des entreprises et le pouvoir d'achat des clients résidentiels. Ces recommandations portent sur les composantes du coût de la facture de gaz naturel qui relèvent de la compétence fédérale en matière d'énergie.]1
§ 2. Sur avis de la commission, le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les catégories de consommateurs, en ce qui concerne le type d'activité économique et le montant de la consommation, qui seront utilisés dans le cadre de l'étude visée au paragraphe 1er.
§ 3. Sans préjudice de ses compétences visées à l'article 15/5bis et au plus tard le 1er juillet de cette même année, et après avoir obtenu l'avis du Conseil Consultatif du Gaz et Electricité et du Conseil Central de l'Economie, la commission donne un avis au ministre avec des recommandations en ce qui concerne des mesures visant à sauvegarder la compétitivité des entreprises et le pouvoir d'achat des clients résidentiels. Ces recommandations portent sur les composantes du coût de la facture de gaz naturel qui relèvent de la compétence fédérale en matière d'énergie.]1
Modifications
HOOFDSTUK IVundecies. [1 - Uitzonderlijke solidariteitsbijdrage van de beheerder van het aardgasvervoersnet.]1
CHAPITRE IVundecies. [1 - Contribution exceptionnelle de solidarité à charge du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel.]1
Art. 15/26. [1 § 1. Ten behoeve van de staat wordt een uitzonderlijke solidariteitsbijdrage van de beheerder van het aardgasvervoersnet ingesteld.
§ 2. Het bedrag van de bijdrage bedoeld in paragraaf 1 is 300 miljoen euro.
§ 3. De in paragraaf 1 bedoelde bijdrage moet uiterlijk op 16 januari 2023 worden gestort op de bankrekening BE42 6792 0000 0054 van het Team "Beheer Centrale Rekening Inning en Invordering" van de Federale Overheidsdienst Financiën.
§ 4. Indien de bijdrage bedoeld in paragraaf 1 niet binnen de in paragraaf 3 gestelde termijn is betaald, zijn over de verschuldigde bedragen voor de hele duur van de vertraging van rechtswege nalatigheidsinteresten verschuldigd gelijk aan de wettelijke rentevoet en worden de verschuldigde bedragen ingevorderd door de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen overeenkomstig artikel 3 van de domaniale wet van 22 december 1949.
De op grond van het eerste lid verschuldigde nalatigheidsinterest wordt per kalendermaand berekend over het openstaande bedrag van de heffing, naar beneden afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van 10 euro. De maand van de vervaldag wordt niet meegerekend, maar de maand waarin de betaling plaatsvindt, wordt als een hele maand gerekend. De rente van één maand wordt alleen gevorderd als deze 5 euro bereikt.
De uitzonderlijke solidariteitsbijdrage en de verhoging bedoeld in artikel 15/28 verjaren vijf jaar vanaf het moment waarop ze verschuldigd zijn geworden.]1
§ 2. Het bedrag van de bijdrage bedoeld in paragraaf 1 is 300 miljoen euro.
§ 3. De in paragraaf 1 bedoelde bijdrage moet uiterlijk op 16 januari 2023 worden gestort op de bankrekening BE42 6792 0000 0054 van het Team "Beheer Centrale Rekening Inning en Invordering" van de Federale Overheidsdienst Financiën.
§ 4. Indien de bijdrage bedoeld in paragraaf 1 niet binnen de in paragraaf 3 gestelde termijn is betaald, zijn over de verschuldigde bedragen voor de hele duur van de vertraging van rechtswege nalatigheidsinteresten verschuldigd gelijk aan de wettelijke rentevoet en worden de verschuldigde bedragen ingevorderd door de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen overeenkomstig artikel 3 van de domaniale wet van 22 december 1949.
De op grond van het eerste lid verschuldigde nalatigheidsinterest wordt per kalendermaand berekend over het openstaande bedrag van de heffing, naar beneden afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van 10 euro. De maand van de vervaldag wordt niet meegerekend, maar de maand waarin de betaling plaatsvindt, wordt als een hele maand gerekend. De rente van één maand wordt alleen gevorderd als deze 5 euro bereikt.
De uitzonderlijke solidariteitsbijdrage en de verhoging bedoeld in artikel 15/28 verjaren vijf jaar vanaf het moment waarop ze verschuldigd zijn geworden.]1
Art. 15/26. [1 § 1er. Il est établi au profit de l'Etat une contribution exceptionnelle de solidarité à charge du gestionnaire de réseau de transport de gaz naturel.
§ 2. Le montant de la contribution visée au paragraphe 1er s'élève à 300 millions d'euros.
§ 3. La contribution visée au paragraphe 1er est payée au plus tard le 16 janvier 2023 sur le compte bancaire BE42 6792 0000 0054 du Team "Gestion Compte central Perception et Recouvrement" du Service public fédéral Finances.
§ 4. A défaut de paiement de la contribution visée au paragraphe 1er dans le délai fixé au paragraphe 3, un intérêt de retard égal au taux d'intérêt légal est dû de plein droit sur les sommes dues pour toute la durée du retard et les sommes dues sont recouvrées par l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales conformément à l'article 3 de la loi domaniale du 22 décembre 1949.
L'intérêt de retard dû en vertu de l'alinéa 1er est calculé par mois civil sur le montant restant dû du prélèvement, arrondi au multiple inférieur le plus proche de 10 euros. Le mois de l'échéance est négligé, mais le mois au cours duquel a lieu le paiement est compté pour un mois entier. L'intérêt d'un mois n'est réclamé que s'il atteint 5 euros.
La contribution exceptionnelle de solidarité et la majoration de contribution visée à l'article 15/28 se prescrivent par cinq ans à compter du moment où elles sont devenues exigibles.]1
§ 2. Le montant de la contribution visée au paragraphe 1er s'élève à 300 millions d'euros.
§ 3. La contribution visée au paragraphe 1er est payée au plus tard le 16 janvier 2023 sur le compte bancaire BE42 6792 0000 0054 du Team "Gestion Compte central Perception et Recouvrement" du Service public fédéral Finances.
§ 4. A défaut de paiement de la contribution visée au paragraphe 1er dans le délai fixé au paragraphe 3, un intérêt de retard égal au taux d'intérêt légal est dû de plein droit sur les sommes dues pour toute la durée du retard et les sommes dues sont recouvrées par l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales conformément à l'article 3 de la loi domaniale du 22 décembre 1949.
L'intérêt de retard dû en vertu de l'alinéa 1er est calculé par mois civil sur le montant restant dû du prélèvement, arrondi au multiple inférieur le plus proche de 10 euros. Le mois de l'échéance est négligé, mais le mois au cours duquel a lieu le paiement est compté pour un mois entier. L'intérêt d'un mois n'est réclamé que s'il atteint 5 euros.
La contribution exceptionnelle de solidarité et la majoration de contribution visée à l'article 15/28 se prescrivent par cinq ans à compter du moment où elles sont devenues exigibles.]1
Modifications
Art. 15/27. [1 § 1. De bijdrage bedoeld in artikel 15/26, § 1 is een kost voor de beheerder van het aardgasvervoersnet, waarvoor het in artikel 15/5bis, § 5, 12°, bedoelde richtsnoer niet van toepassing is.
§ 2. De bijdrage bedoeld in artikel 15/26, § 1, is een fiscaal aftrekbare beroepskost in de zin van artikel 49 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.]1
§ 2. De bijdrage bedoeld in artikel 15/26, § 1, is een fiscaal aftrekbare beroepskost in de zin van artikel 49 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.]1
Art. 15/27. [1 § 1er. La contribution visée à l'article 15/26, § 1er, constitue un coût du gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, pour lequel la ligne directrice visée à l'article 15/5bis, § 5, 12°, n'est pas d'application.
§ 2. La contribution visée à l'article 15/26, § 1er, constitue une dépense fiscalement déductible au sens de l'article 49 du Code des impôts sur les revenus 1992.]1
§ 2. La contribution visée à l'article 15/26, § 1er, constitue une dépense fiscalement déductible au sens de l'article 49 du Code des impôts sur les revenus 1992.]1
Modifications
Art. 15/28. [1 Onverminderd artikel 15/26, § 4 kan de Federale Overheidsdienst Financiën, bij ontstentenis van betaling of laattijdige betaling van het bedrag bedoeld in artikel 15/26, § 1 de beheerder van het aardgasvervoersnet, na hem te hebben gehoord of naar behoren te hebben opgeroepen, een verhoging van de bijdrage opleggen van maximum 10 % van het bedrag bedoeld in artikel 15/26, § 2. Deze verhoging wordt ingevorderd zoals de bijdrage bedoeld in artikel 15/26, § 1.]1
Art. 15/28. [1 Sans préjudice de l'article 15/26, § 4, en cas d'absence de paiement ou de paiement tardif de la contribution visée à l'article 15/26, § 1er, le Service public fédéral Finances peut imposer au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel une majoration de contribution de maximum 10 % du montant visé à l'article 15/26, § 2, après l'avoir préalablement entendu ou l'avoir dûment convoqué. Cette majoration est recouvrée comme la contribution visée à l'article 15/26, § 1er.]1
Modifications
HOOFDSTUK V. - [1 Uitvoering van de wet, de veiligheidsregels en Technische Codes voor de vervoerinstallaties]1
CHAPITRE V. - [1 Exécution de la loi, règles de sécurité et Codes techniques des installations de transport]1
Art. 16. Voor de uitvoering van deze wet bepaalt de Koning onder meer :
1° [1 ...]1;
2° welke overheden of diensten, behalve provincies en gemeenten, moeten worden geraadpleegd en binnen welke termijn zij hun advies moeten geven;
3° de procedure en de formaliteiten die in acht moeten worden genomen bij elk in artikel 9 bedoeld gebruik van het openbaar domein, of wanneer de centrale, provinciale of gemeentelijke overheden, overeenkomstig hetzelfde artikel, de op hun openbaar domein aangelegde vervoerinstallaties willen doen wijzigen;
4° de procedure die moet worden gevolgd voor de verklaring van openbaar nut bedoeld in artikel 10, en binnen welke termijn gevolg moet worden gegeven aan een aanvraag tot verklaring van openbaar nut;
5° (...);
6° (...);
7° de [2 schadebedingen]2 die mogen worden gesteld in geval van niet-nakoming van de verbintenissen inzake gasvervoer;
(8° de voorschriften die moeten worden in acht genomen door eenieder die, in de nabijheid van vervoerinstallaties door middel van leidingen, werken uitvoert, doet uitvoeren of beoogt uit te voeren.) [1 Deze voorschriften kunnen veiligheidsverplichtingen voorzien ten laste van de natuurlijke en rechtspersonen die werken uitvoeren in de nabijheid van leidingen, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van hoofdstuk V van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en haar uitvoeringsbesluiten.]1
De Koning bepaalt ook de schaal van de maximumretributies die de Staat, de provincie of de gemeente, overeenkomstig artikel 13, als vergoeding voor de bezetting van zijn openbaar of privaat domein mag heffen, alsmede de schaal van de minimumuitkeringen die krachtens hetzelfde artikel aan private personen verschuldigd zijn.
1° [1 ...]1;
2° welke overheden of diensten, behalve provincies en gemeenten, moeten worden geraadpleegd en binnen welke termijn zij hun advies moeten geven;
3° de procedure en de formaliteiten die in acht moeten worden genomen bij elk in artikel 9 bedoeld gebruik van het openbaar domein, of wanneer de centrale, provinciale of gemeentelijke overheden, overeenkomstig hetzelfde artikel, de op hun openbaar domein aangelegde vervoerinstallaties willen doen wijzigen;
4° de procedure die moet worden gevolgd voor de verklaring van openbaar nut bedoeld in artikel 10, en binnen welke termijn gevolg moet worden gegeven aan een aanvraag tot verklaring van openbaar nut;
5° (...);
6° (...);
7° de [2 schadebedingen]2 die mogen worden gesteld in geval van niet-nakoming van de verbintenissen inzake gasvervoer;
(8° de voorschriften die moeten worden in acht genomen door eenieder die, in de nabijheid van vervoerinstallaties door middel van leidingen, werken uitvoert, doet uitvoeren of beoogt uit te voeren.) [1 Deze voorschriften kunnen veiligheidsverplichtingen voorzien ten laste van de natuurlijke en rechtspersonen die werken uitvoeren in de nabijheid van leidingen, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van hoofdstuk V van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en haar uitvoeringsbesluiten.]1
De Koning bepaalt ook de schaal van de maximumretributies die de Staat, de provincie of de gemeente, overeenkomstig artikel 13, als vergoeding voor de bezetting van zijn openbaar of privaat domein mag heffen, alsmede de schaal van de minimumuitkeringen die krachtens hetzelfde artikel aan private personen verschuldigd zijn.
Art. 16. En vue de l'exécution de la présente loi, le Roi détermine notamment :
1° [1 ...]1;
2° les autorités ou services autres que les provinces et communes dont la consultation est obligatoire ainsi que le délai dans lequel ils doivent donner leur avis;
3° la procédure à suivre et les formes à observer pour toute occupation du domaine public comme prévue à l'article 9 ou pour toute modification que les autorités centrales, provinciales ou communales entendent faire apporter, conformément au même article, aux installations de transport établies sur leur domaine public;
4° la procédure à suivre pour la déclaration à d'utilité publique prévue à l'article 10, et les délais dans lesquels une suite doit être donnée à une demande de déclaration d'utilité publique;
5° (...);
6° (...);
7° les [2 clauses indemnitaires]2 qui peuvent être prévues dans le cas d'inexécution des engagements pris en matière de transport de gaz;
(8° les prescriptions à observer par quiconque exécute, fait exécuter ou envisage d'exécuter des travaux à proximité d'installations de transport par canalisations.) [1 Ces prescriptions peuvent prévoir des obligations de sécurité à charge des personnes morales et physiques qui effectuent des travaux à proximité des canalisations, sans préjudice des dispositions du chapitre V de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail et de ses arrêtés d'exécution.]1
Le Roi détermine en outre l'échelle des redevances maximales que l'Etat, la province ou la commune sont autorisés, conformément à l'article 13, à percevoir au titre d'indemnité pour l'occupation de leur domaine public ou privé, ainsi que l'échelle des redevances minimales dues à des personnes privées en vertu du même article.
1° [1 ...]1;
2° les autorités ou services autres que les provinces et communes dont la consultation est obligatoire ainsi que le délai dans lequel ils doivent donner leur avis;
3° la procédure à suivre et les formes à observer pour toute occupation du domaine public comme prévue à l'article 9 ou pour toute modification que les autorités centrales, provinciales ou communales entendent faire apporter, conformément au même article, aux installations de transport établies sur leur domaine public;
4° la procédure à suivre pour la déclaration à d'utilité publique prévue à l'article 10, et les délais dans lesquels une suite doit être donnée à une demande de déclaration d'utilité publique;
5° (...);
6° (...);
7° les [2 clauses indemnitaires]2 qui peuvent être prévues dans le cas d'inexécution des engagements pris en matière de transport de gaz;
(8° les prescriptions à observer par quiconque exécute, fait exécuter ou envisage d'exécuter des travaux à proximité d'installations de transport par canalisations.) [1 Ces prescriptions peuvent prévoir des obligations de sécurité à charge des personnes morales et physiques qui effectuent des travaux à proximité des canalisations, sans préjudice des dispositions du chapitre V de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail et de ses arrêtés d'exécution.]1
Le Roi détermine en outre l'échelle des redevances maximales que l'Etat, la province ou la commune sont autorisés, conformément à l'article 13, à percevoir au titre d'indemnité pour l'occupation de leur domaine public ou privé, ainsi que l'échelle des redevances minimales dues à des personnes privées en vertu du même article.
Art. 16_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. Voor de uitvoering van deze wet bepaalt de Koning onder meer :
1° [1 ...]1;
2° welke overheden of diensten, behalve provincies en gemeenten, moeten worden geraadpleegd en binnen welke termijn zij hun advies moeten geven;
3° (NOTA : punt 3° opgeheven voor her Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor zover het op de bouwplaatsen betrekking heeft. ) de procedure en de formaliteiten die in acht moeten worden genomen bij elk in artikel 9 bedoeld gebruik van het openbaar domein, of wanneer de centrale, provinciale of gemeentelijke overheden, overeenkomstig hetzelfde artikel, de op hun openbaar domein aangelegde vervoerinstallaties willen doen wijzigen;
4° de procedure die moet worden gevolgd voor de verklaring van openbaar nut bedoeld in artikel 10, en binnen welke termijn gevolg moet worden gegeven aan een aanvraag tot verklaring van openbaar nut;
5° (...);
6° (...);
7° de [2 schadebedingen]2 die mogen worden gesteld in geval van niet-nakoming van de verbintenissen inzake gasvervoer;
(8° de voorschriften die moeten worden in acht genomen door eenieder die, in de nabijheid van vervoerinstallaties door middel van leidingen, werken uitvoert, doet uitvoeren of beoogt uit te voeren.) [1 Deze voorschriften kunnen veiligheidsverplichtingen voorzien ten laste van de natuurlijke en rechtspersonen die werken uitvoeren in de nabijheid van leidingen, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van hoofdstuk V van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en haar uitvoeringsbesluiten.]1
De Koning bepaalt ook de schaal van de maximumretributies die de Staat, de provincie of de gemeente, overeenkomstig artikel 13, als vergoeding voor de bezetting van zijn openbaar of privaat domein mag heffen, alsmede de schaal van de minimumuitkeringen die krachtens hetzelfde artikel aan private personen verschuldigd zijn.
1° [1 ...]1;
2° welke overheden of diensten, behalve provincies en gemeenten, moeten worden geraadpleegd en binnen welke termijn zij hun advies moeten geven;
3° (NOTA : punt 3° opgeheven voor her Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor zover het op de bouwplaatsen betrekking heeft. ) de procedure en de formaliteiten die in acht moeten worden genomen bij elk in artikel 9 bedoeld gebruik van het openbaar domein, of wanneer de centrale, provinciale of gemeentelijke overheden, overeenkomstig hetzelfde artikel, de op hun openbaar domein aangelegde vervoerinstallaties willen doen wijzigen;
4° de procedure die moet worden gevolgd voor de verklaring van openbaar nut bedoeld in artikel 10, en binnen welke termijn gevolg moet worden gegeven aan een aanvraag tot verklaring van openbaar nut;
5° (...);
6° (...);
7° de [2 schadebedingen]2 die mogen worden gesteld in geval van niet-nakoming van de verbintenissen inzake gasvervoer;
(8° de voorschriften die moeten worden in acht genomen door eenieder die, in de nabijheid van vervoerinstallaties door middel van leidingen, werken uitvoert, doet uitvoeren of beoogt uit te voeren.) [1 Deze voorschriften kunnen veiligheidsverplichtingen voorzien ten laste van de natuurlijke en rechtspersonen die werken uitvoeren in de nabijheid van leidingen, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van hoofdstuk V van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en haar uitvoeringsbesluiten.]1
De Koning bepaalt ook de schaal van de maximumretributies die de Staat, de provincie of de gemeente, overeenkomstig artikel 13, als vergoeding voor de bezetting van zijn openbaar of privaat domein mag heffen, alsmede de schaal van de minimumuitkeringen die krachtens hetzelfde artikel aan private personen verschuldigd zijn.
Art. 16 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
En vue de l'exécution de la présente loi, le Roi détermine notamment :
1° [1 ...]1;
2° les autorités ou services autres que les provinces et communes dont la consultation est obligatoire ainsi que le délai dans lequel ils doivent donner leur avis;
3° (NOTE : point 3° abrogé pour la Région de Bruxelles-Capitale en tant qu'il vise les chantiers. ) la procédure à suivre et les formes à observer pour toute occupation du domaine public comme prévue à l'article 9 ou pour toute modification que les autorités centrales, provinciales ou communales entendent faire apporter, conformément au même article, aux installations de transport établies sur leur domaine public;
4° la procédure à suivre pour la déclaration à d'utilité publique prévue à l'article 10, et les délais dans lesquels une suite doit être donnée à une demande de déclaration d'utilité publique;
5° (...);
6° (...);
7° les [2 clauses indemnitaires]2 qui peuvent être prévues dans le cas d'inexécution des engagements pris en matière de transport de gaz;
(8° les prescriptions à observer par quiconque exécute, fait exécuter ou envisage d'exécuter des travaux à proximité d'installations de transport par canalisations.) [1 Ces prescriptions peuvent prévoir des obligations de sécurité à charge des personnes morales et physiques qui effectuent des travaux à proximité des canalisations, sans préjudice des dispositions du chapitre V de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail et de ses arrêtés d'exécution.]1
Le Roi détermine en outre l'échelle des redevances maximales que l'Etat, la province ou la commune sont autorisés, conformément à l'article 13, à percevoir au titre d'indemnité pour l'occupation de leur domaine public ou privé, ainsi que l'échelle des redevances minimales dues à des personnes privées en vertu du même article.
En vue de l'exécution de la présente loi, le Roi détermine notamment :
1° [1 ...]1;
2° les autorités ou services autres que les provinces et communes dont la consultation est obligatoire ainsi que le délai dans lequel ils doivent donner leur avis;
3° (NOTE : point 3° abrogé pour la Région de Bruxelles-Capitale en tant qu'il vise les chantiers. ) la procédure à suivre et les formes à observer pour toute occupation du domaine public comme prévue à l'article 9 ou pour toute modification que les autorités centrales, provinciales ou communales entendent faire apporter, conformément au même article, aux installations de transport établies sur leur domaine public;
4° la procédure à suivre pour la déclaration à d'utilité publique prévue à l'article 10, et les délais dans lesquels une suite doit être donnée à une demande de déclaration d'utilité publique;
5° (...);
6° (...);
7° les [2 clauses indemnitaires]2 qui peuvent être prévues dans le cas d'inexécution des engagements pris en matière de transport de gaz;
(8° les prescriptions à observer par quiconque exécute, fait exécuter ou envisage d'exécuter des travaux à proximité d'installations de transport par canalisations.) [1 Ces prescriptions peuvent prévoir des obligations de sécurité à charge des personnes morales et physiques qui effectuent des travaux à proximité des canalisations, sans préjudice des dispositions du chapitre V de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail et de ses arrêtés d'exécution.]1
Le Roi détermine en outre l'échelle des redevances maximales que l'Etat, la province ou la commune sont autorisés, conformément à l'article 13, à percevoir au titre d'indemnité pour l'occupation de leur domaine public ou privé, ainsi que l'échelle des redevances minimales dues à des personnes privées en vertu du même article.
Art. 17. [1 § 1. Na advies van Algemene Directie Energie van de FOD Economie en advies van de Administratie Kwaliteit en Veiligheid van de FOD Economie, bepaalt de Koning de algemene veiligheidsvoorschriften in het kader van het ontwerp, de bouw, de exploitatie en de buitengebruikstelling van vervoerinstallaties.
De algemene voorschriften definiëren onder meer :
1° de verplichtingen van de houder van een vervoervergunning ter preventie en behandeling van ongevallen door de invoering van een systeem van veiligheidsbeheer en een noodplan;
2° de voorbehouden zone en het daaraan verbonden verbod om te bouwen, te bezetten, te werken of aan te planten;
3° de ingravingsdiepte van de leidingen en de voorwaarden waaronder een bovengrondse installatie kan worden gebruikt;
4° de bescherming van het tracé;
5° de bescherming tegen corrosie;
6° de gebruikte materialen en de specificatie voor de levering van materialen alsook de testen en controle van materialen;
7° de specificaties voor de berekening van de leiding;
8° de specificaties voor de uitvoering van de werken op de werf bij de aanleg van leidingen;
9° de controle op de samengevoegde onderdelen;
10° de controle op de werken na de aanleg en de ontvangsttesten op het vlak van de dichtheid;
11° de exploitatievoorwaarden; met inbegrip van het toezicht op de vervoerinstallaties, alsook de druk, de temperatuur en de wanddikte van de vervoerinstallaties;
12° de verplichtingen van de organismen voor de controle van de vervoerinstallaties; en
13° de vereisten inzake de risicoanalyse.
§ 2. Op voorstel van een of meerdere houders van een vervoervergunning en na advies van de Administratie Kwaliteit en Veiligheid van de FOD Economie, of op voorstel van de Administratie Kwaliteit en Veiligheid van de FOD Economie en na overleg met een of meerdere houders van een vervoervergunning, keurt de minister de Technische Codes goed.
De respectievelijke Technische Codes bepalen de technische maatregelen die noodzakelijk zijn om de algemene veiligheidsvoorschriften bedoeld in § 1. van dit artikel uit te voeren door de voorschriften met betrekking tot de veiligheid, meer bepaald in het kader van het ontwerp, de bouw, inbedrijfstelling, het toezicht, het onderhoud, en de buitengebruikstelling van vervoerinstallaties, het veiligheidsbeheersysteem en het noodplan verder uit te werken.
§ 3. De minister kan aan de ambtenaren van de FOD Economie die hij aanduidt voor specifieke door hem voorziene functies, de bevoegdheid delegeren om :
1° binnen de grenzen bepaald door de Koning, algemene technische maatregelen te bepalen;
2° binnen de grenzen bepaald door de Koning, individuele technische maatregelen te bepalen.]1
De algemene voorschriften definiëren onder meer :
1° de verplichtingen van de houder van een vervoervergunning ter preventie en behandeling van ongevallen door de invoering van een systeem van veiligheidsbeheer en een noodplan;
2° de voorbehouden zone en het daaraan verbonden verbod om te bouwen, te bezetten, te werken of aan te planten;
3° de ingravingsdiepte van de leidingen en de voorwaarden waaronder een bovengrondse installatie kan worden gebruikt;
4° de bescherming van het tracé;
5° de bescherming tegen corrosie;
6° de gebruikte materialen en de specificatie voor de levering van materialen alsook de testen en controle van materialen;
7° de specificaties voor de berekening van de leiding;
8° de specificaties voor de uitvoering van de werken op de werf bij de aanleg van leidingen;
9° de controle op de samengevoegde onderdelen;
10° de controle op de werken na de aanleg en de ontvangsttesten op het vlak van de dichtheid;
11° de exploitatievoorwaarden; met inbegrip van het toezicht op de vervoerinstallaties, alsook de druk, de temperatuur en de wanddikte van de vervoerinstallaties;
12° de verplichtingen van de organismen voor de controle van de vervoerinstallaties; en
13° de vereisten inzake de risicoanalyse.
§ 2. Op voorstel van een of meerdere houders van een vervoervergunning en na advies van de Administratie Kwaliteit en Veiligheid van de FOD Economie, of op voorstel van de Administratie Kwaliteit en Veiligheid van de FOD Economie en na overleg met een of meerdere houders van een vervoervergunning, keurt de minister de Technische Codes goed.
De respectievelijke Technische Codes bepalen de technische maatregelen die noodzakelijk zijn om de algemene veiligheidsvoorschriften bedoeld in § 1. van dit artikel uit te voeren door de voorschriften met betrekking tot de veiligheid, meer bepaald in het kader van het ontwerp, de bouw, inbedrijfstelling, het toezicht, het onderhoud, en de buitengebruikstelling van vervoerinstallaties, het veiligheidsbeheersysteem en het noodplan verder uit te werken.
§ 3. De minister kan aan de ambtenaren van de FOD Economie die hij aanduidt voor specifieke door hem voorziene functies, de bevoegdheid delegeren om :
1° binnen de grenzen bepaald door de Koning, algemene technische maatregelen te bepalen;
2° binnen de grenzen bepaald door de Koning, individuele technische maatregelen te bepalen.]1
Modifications
Art. 17. [1 § 1er. Après avis de la Direction générale de l'Energie du SPF - Economie et avis de l'Administration de la Qualité et Sécurité du SPF - Economie, le Roi détermine les prescriptions générales portant sur la sécurité dans le cadre de la conception, la construction, l'exploitation et la mise hors service des installations de transport.
Ces prescriptions générales définissent notamment :
1° les obligations du titulaire d'une autorisation de transport en matière de prévention et le traitement des accidents par l'instauration d'un système de gestion de la sécurité et d'un plan d'urgence;
2° la zone réservée ainsi que les interdictions de construction, d'occupation, de travaux ou de plantations y afférentes;
3° les profondeurs d'enfouissement des canalisations et les conditions auxquelles une installation aérienne peut être utilisée;
4° la protection du tracé;
5° la protection contre la corrosion;
6° les matériaux utilisés et la spécification pour la fourniture des matériaux ainsi que les épreuves et le contrôle des matériaux;
7° les spécifications pour le calcul de la canalisation;
8° les spécifications pour l'exécution des travaux sur le chantier lors de la pose des canalisations;
9° le contrôle des assemblages;
10° le contrôle des travaux après la pose et les épreuves de réception au niveau de l'étanchéité;
11° les conditions d'exploitation; en ce compris la surveillance des installations de transport, ainsi que la pression, la température et l'épaisseur de paroi des installations de transport;
12° les obligations des organismes pour le contrôle des installations de transport; et
13° les exigences en matière d'analyse de risques.
§ 2. Sur proposition d'un ou plusieurs titulaires d'une autorisation de transport et après avis de l'Administration de la Qualité et Sécurité du SPF - Economie, ou sur proposition de l'Administration de la Qualité et Sécurité du SPF - Economie et après concertation avec un ou plusieurs titulaires d'une autorisation de transport, le ministre approuve les Codes techniques.
Les Codes techniques respectifs fixent les mesures techniques nécessaires à l'exécution des prescriptions générales de sécurité visées au § 1er. du présent article en détaillant les prescriptions portant sur la sécurité dans le cadre notamment de la conception, de la construction, de la mise en service d'exploitation, de la surveillance, de la maintenance, et de la mise hors service des installations de transport, du système de gestion de la sécurité et du plan d'urgence.
§ 3. Le ministre peut déléguer aux fonctionnaires du SPF - Economie qu'il désigne pour des fonctions spécifiques prévues par lui :
1° le pouvoir de fixer dans les limites prévues par le Roi des mesures techniques générales;
2° le pouvoir de fixer dans les limites prévues par le Roi des mesures techniques individuelles.]1
Ces prescriptions générales définissent notamment :
1° les obligations du titulaire d'une autorisation de transport en matière de prévention et le traitement des accidents par l'instauration d'un système de gestion de la sécurité et d'un plan d'urgence;
2° la zone réservée ainsi que les interdictions de construction, d'occupation, de travaux ou de plantations y afférentes;
3° les profondeurs d'enfouissement des canalisations et les conditions auxquelles une installation aérienne peut être utilisée;
4° la protection du tracé;
5° la protection contre la corrosion;
6° les matériaux utilisés et la spécification pour la fourniture des matériaux ainsi que les épreuves et le contrôle des matériaux;
7° les spécifications pour le calcul de la canalisation;
8° les spécifications pour l'exécution des travaux sur le chantier lors de la pose des canalisations;
9° le contrôle des assemblages;
10° le contrôle des travaux après la pose et les épreuves de réception au niveau de l'étanchéité;
11° les conditions d'exploitation; en ce compris la surveillance des installations de transport, ainsi que la pression, la température et l'épaisseur de paroi des installations de transport;
12° les obligations des organismes pour le contrôle des installations de transport; et
13° les exigences en matière d'analyse de risques.
§ 2. Sur proposition d'un ou plusieurs titulaires d'une autorisation de transport et après avis de l'Administration de la Qualité et Sécurité du SPF - Economie, ou sur proposition de l'Administration de la Qualité et Sécurité du SPF - Economie et après concertation avec un ou plusieurs titulaires d'une autorisation de transport, le ministre approuve les Codes techniques.
Les Codes techniques respectifs fixent les mesures techniques nécessaires à l'exécution des prescriptions générales de sécurité visées au § 1er. du présent article en détaillant les prescriptions portant sur la sécurité dans le cadre notamment de la conception, de la construction, de la mise en service d'exploitation, de la surveillance, de la maintenance, et de la mise hors service des installations de transport, du système de gestion de la sécurité et du plan d'urgence.
§ 3. Le ministre peut déléguer aux fonctionnaires du SPF - Economie qu'il désigne pour des fonctions spécifiques prévues par lui :
1° le pouvoir de fixer dans les limites prévues par le Roi des mesures techniques générales;
2° le pouvoir de fixer dans les limites prévues par le Roi des mesures techniques individuelles.]1
Modifications
Art. 17/1. [1 § 1. De vervoerinstallaties moeten worden ontworpen, gebouwd, geëxploiteerd en buiten gebruik gesteld overeenkomstig de regels voorzien in artikelen 16 en 17.
De houder van een vervoervergunning bouwt, exploiteert, onderhoudt, ontwikkelt en stelt een vervoerinstallatie buiten gebruik op een economische en veilige wijze en zet de redelijke middelen in om de veiligheid van goederen en personen te verzekeren, met respect voor het milieu.
§ 2. De verplichtingen voorzien in § 1 van dit artikel worden in hoofde van de houder van een vervoervergunning als voldaan beschouwd wanneer deze laatste deze wet en de uitvoeringsbesluiten voorzien in artikelen 16 en 17 van de wet alsook de vervoervergunning(en) naleeft.
Zonder afbreuk te doen aan de verplichtingen in hoofde van de betrokkenen bij de uitvoering van werken in de nabijheid van vervoerinstallaties bedoeld in het koninklijk besluit van 21 september 1988, moeten de vervoerinstallaties aan de interne en externe belastingen kunnen weerstaan waaraan zij kunnen worden onderworpen in normale bedrijfsomstandigheden zoals beschreven in de Technische Codes. Deze verplichting van de houder van de vervoervergunning is een middelenverbintenis.]1
De houder van een vervoervergunning bouwt, exploiteert, onderhoudt, ontwikkelt en stelt een vervoerinstallatie buiten gebruik op een economische en veilige wijze en zet de redelijke middelen in om de veiligheid van goederen en personen te verzekeren, met respect voor het milieu.
§ 2. De verplichtingen voorzien in § 1 van dit artikel worden in hoofde van de houder van een vervoervergunning als voldaan beschouwd wanneer deze laatste deze wet en de uitvoeringsbesluiten voorzien in artikelen 16 en 17 van de wet alsook de vervoervergunning(en) naleeft.
Zonder afbreuk te doen aan de verplichtingen in hoofde van de betrokkenen bij de uitvoering van werken in de nabijheid van vervoerinstallaties bedoeld in het koninklijk besluit van 21 september 1988, moeten de vervoerinstallaties aan de interne en externe belastingen kunnen weerstaan waaraan zij kunnen worden onderworpen in normale bedrijfsomstandigheden zoals beschreven in de Technische Codes. Deze verplichting van de houder van de vervoervergunning is een middelenverbintenis.]1
Art. 17/1. [1 § 1er. Les installations de transport doivent être conçues, construites, exploitées et mises hors service conformément aux règles prévues aux articles 16 et 17.
Le titulaire d'une autorisation de transport établit, exploite, entretient, développe et met hors service une installation de transport de manière économique et sûre et met en oeuvre les moyens raisonnables pour assurer la sécurité des biens et des personnes, dans le respect de l'environnement.
§ 2. Les obligations prévues au § 1er du présent article sont considérées, dans le chef du titulaire d'une autorisation de transport comme remplies, lorsque ce dernier se conforme à la présente loi et aux arrêtés d'exécution prévus aux articles 16 et 17 de la loi ainsi qu'à ou aux autorisations de transport.
Sans préjudice des obligations à charge des intervenants lors de l'exécution des travaux à proximité des installations de transport visées par l'arrêté royal du 21 septembre 1988, les installations de transport doivent supporter les sollicitations internes et externes auxquelles elles sont susceptibles d'être soumises dans des conditions d'exploitation normale telles que décrites dans les Codes techniques. Cette obligation du titulaire de l'autorisation de transport constitue une obligation de moyen.]1
Le titulaire d'une autorisation de transport établit, exploite, entretient, développe et met hors service une installation de transport de manière économique et sûre et met en oeuvre les moyens raisonnables pour assurer la sécurité des biens et des personnes, dans le respect de l'environnement.
§ 2. Les obligations prévues au § 1er du présent article sont considérées, dans le chef du titulaire d'une autorisation de transport comme remplies, lorsque ce dernier se conforme à la présente loi et aux arrêtés d'exécution prévus aux articles 16 et 17 de la loi ainsi qu'à ou aux autorisations de transport.
Sans préjudice des obligations à charge des intervenants lors de l'exécution des travaux à proximité des installations de transport visées par l'arrêté royal du 21 septembre 1988, les installations de transport doivent supporter les sollicitations internes et externes auxquelles elles sont susceptibles d'être soumises dans des conditions d'exploitation normale telles que décrites dans les Codes techniques. Cette obligation du titulaire de l'autorisation de transport constitue une obligation de moyen.]1
Modifications
Art. 17/2. [1 § 1. De volgende personen worden bestraft met een administratieve geldboete van 50 tot 20.000 euro :
1° zij die zich verzetten tegen de onderzoeken en naspeuringen die krachtens deze wet plaatsvinden, zij die weigeren de informatie te verstrekken die zij krachtens deze wet verplicht zijn aan te leveren of zij die hen opzettelijk onjuiste of onvolledige informatie geven;
2° zij die de bepalingen van deze wet of een van de uitvoeringsbesluiten ervan die genomen zijn op basis van de artikelen 16 en 17 overtreden.
In geval van samenloop van inbreuken worden de bedragen van de administratieve boetes bij elkaar opgeteld, zonder dat hun totaal het vierdubbele van het maximum voorzien in het eerste lid kan overschrijden.
De ondernemingen zijn burgerlijk aansprakelijk voor de geldboetes waartoe hun beheerders, zaakvoerders of mandatarissen voor dergelijke inbreuken veroordeeld worden.
§ 2. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie wijst de Koning de ambtenaren van de Overheidsdienst Economie, K.MO., Middenstand en Energie aan die bevoegd zijn om de inbreuken op deze wet en op de besluiten die in uitvoering ervan genomen zijn op te sporen en vast te stellen. Hun processen-verbaal zijn rechtsgeldig tot bewijs van het tegendeel.
[2 § 2/1. Wanneer is vastgesteld dat een handeling een inbreuk op deze wet of één van haar uitvoeringsbesluiten vormt, kunnen de ambtenaren bedoeld in paragraaf 2, een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.]2
§ 3. De daartoe gemachtigde agenten kunnen na inzage van de processen-verbaal waarin een inbreuk op de bepalingen van deze wet zijn vastgesteld en die zijn opgesteld door de agenten bedoeld in § 2, de overtreders voorstellen een som te betalen die bepaald wordt met toepassing van § 1, waardoor de openbare vordering teniet wordt gedaan. De betalings- en inningsmodaliteiten worden door de Koning bepaald.
§ 4. De natuurlijke of rechtspersoon aan wie een administratieve geldboete wordt opgelegd kan binnen de door de Koning bepaalde termijn voor betaling van de geldboete, bij de rechtbank van eerste aanleg van Brussel beroep aantekenen tegen de beslissing om een geldboete op te leggen.
Het beroep wordt ingediend via verzoekschrift op tegenspraak op basis van de artikelen 1034bis en volgens van het Gerechtelijk Wetboek.
Het beroep schorst de uitvoering van de beslissing.
De voorschriften van het eerste boek van het Strafwetboek zijn van toepassing, met inbegrip van Hoofdstuk VII en artikel 85.]1
1° zij die zich verzetten tegen de onderzoeken en naspeuringen die krachtens deze wet plaatsvinden, zij die weigeren de informatie te verstrekken die zij krachtens deze wet verplicht zijn aan te leveren of zij die hen opzettelijk onjuiste of onvolledige informatie geven;
2° zij die de bepalingen van deze wet of een van de uitvoeringsbesluiten ervan die genomen zijn op basis van de artikelen 16 en 17 overtreden.
In geval van samenloop van inbreuken worden de bedragen van de administratieve boetes bij elkaar opgeteld, zonder dat hun totaal het vierdubbele van het maximum voorzien in het eerste lid kan overschrijden.
De ondernemingen zijn burgerlijk aansprakelijk voor de geldboetes waartoe hun beheerders, zaakvoerders of mandatarissen voor dergelijke inbreuken veroordeeld worden.
§ 2. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie wijst de Koning de ambtenaren van de Overheidsdienst Economie, K.MO., Middenstand en Energie aan die bevoegd zijn om de inbreuken op deze wet en op de besluiten die in uitvoering ervan genomen zijn op te sporen en vast te stellen. Hun processen-verbaal zijn rechtsgeldig tot bewijs van het tegendeel.
[2 § 2/1. Wanneer is vastgesteld dat een handeling een inbreuk op deze wet of één van haar uitvoeringsbesluiten vormt, kunnen de ambtenaren bedoeld in paragraaf 2, een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.]2
§ 3. De daartoe gemachtigde agenten kunnen na inzage van de processen-verbaal waarin een inbreuk op de bepalingen van deze wet zijn vastgesteld en die zijn opgesteld door de agenten bedoeld in § 2, de overtreders voorstellen een som te betalen die bepaald wordt met toepassing van § 1, waardoor de openbare vordering teniet wordt gedaan. De betalings- en inningsmodaliteiten worden door de Koning bepaald.
§ 4. De natuurlijke of rechtspersoon aan wie een administratieve geldboete wordt opgelegd kan binnen de door de Koning bepaalde termijn voor betaling van de geldboete, bij de rechtbank van eerste aanleg van Brussel beroep aantekenen tegen de beslissing om een geldboete op te leggen.
Het beroep wordt ingediend via verzoekschrift op tegenspraak op basis van de artikelen 1034bis en volgens van het Gerechtelijk Wetboek.
Het beroep schorst de uitvoering van de beslissing.
De voorschriften van het eerste boek van het Strafwetboek zijn van toepassing, met inbegrip van Hoofdstuk VII en artikel 85.]1
Art. 17/2. [1 § 1er. Sont punis d'une amende administrative d'un montant de 50 à 20.000 euros :
1° ceux qui font obstacle aux vérifications et investigations réalisées en vertu de la présente loi, refusent de donner les informations qu'ils sont tenus de fournir en vertu de la présente loi ou leur donnent sciemment des informations inexactes ou incomplètes;
2° ceux qui contreviennent aux dispositions de la présente loi ou à un de ses arrêtés d'exécution pris sur base des articles 16 et 17.
En cas de concours d'infraction, les montants des amendes administratives sont cumulés, sans que le total ne puisse excéder le quadruple du maximum prévu à l'alinéa 1er.
Les sociétés sont civilement responsables des amendes auxquelles leurs administrateurs, gérants ou mandataires sont condamnés pour de telles infractions.
§ 2. Sans préjudice des pouvoirs des officiers de police judiciaire, le Roi désigne les fonctionnaires du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie qui sont compétents pour rechercher et constater les infractions à la présente loi et aux arrêtés pris en exécution de celle-ci. Leurs procès-verbaux font foi jusqu'à preuve du contraire.
[2 § 2/1. Lorsqu'il est constaté qu'un acte constitue une infraction à la présente loi ou à un de ses arrêtés d'exécution, les agents visés au paragraphe 2, peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique.]2
§ 3. Les agents commissionnés à cette fin peuvent, au vu des procès-verbaux constatant une infraction aux dispositions de la présente loi et dressés par les agents visés au § 2, proposer aux contrevenants le paiement d'une somme, déterminée en application du § 1er, qui éteint l'action publique. Les modalités de paiement et de perception sont fixés par le Roi.
§ 4. La personne physique ou morale à laquelle une amende administrative est infligée peut, dans le délai fixé par le Roi pour le paiement de l'amende, introduire un recours contre la décision d'imposer une amende, auprès du tribunal de première instance de Bruxelles.
Le recours est introduit par requête contradictoire sur la base des articles 1034bis et suivants du Code judiciaire.
Ce recours suspend l'exécution de la décision.
Les dispositions du Livre 1er du Code pénal sont d'application, y compris le chapitre VII et l'article 85.]1
1° ceux qui font obstacle aux vérifications et investigations réalisées en vertu de la présente loi, refusent de donner les informations qu'ils sont tenus de fournir en vertu de la présente loi ou leur donnent sciemment des informations inexactes ou incomplètes;
2° ceux qui contreviennent aux dispositions de la présente loi ou à un de ses arrêtés d'exécution pris sur base des articles 16 et 17.
En cas de concours d'infraction, les montants des amendes administratives sont cumulés, sans que le total ne puisse excéder le quadruple du maximum prévu à l'alinéa 1er.
Les sociétés sont civilement responsables des amendes auxquelles leurs administrateurs, gérants ou mandataires sont condamnés pour de telles infractions.
§ 2. Sans préjudice des pouvoirs des officiers de police judiciaire, le Roi désigne les fonctionnaires du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie qui sont compétents pour rechercher et constater les infractions à la présente loi et aux arrêtés pris en exécution de celle-ci. Leurs procès-verbaux font foi jusqu'à preuve du contraire.
[2 § 2/1. Lorsqu'il est constaté qu'un acte constitue une infraction à la présente loi ou à un de ses arrêtés d'exécution, les agents visés au paragraphe 2, peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique.]2
§ 3. Les agents commissionnés à cette fin peuvent, au vu des procès-verbaux constatant une infraction aux dispositions de la présente loi et dressés par les agents visés au § 2, proposer aux contrevenants le paiement d'une somme, déterminée en application du § 1er, qui éteint l'action publique. Les modalités de paiement et de perception sont fixés par le Roi.
§ 4. La personne physique ou morale à laquelle une amende administrative est infligée peut, dans le délai fixé par le Roi pour le paiement de l'amende, introduire un recours contre la décision d'imposer une amende, auprès du tribunal de première instance de Bruxelles.
Le recours est introduit par requête contradictoire sur la base des articles 1034bis et suivants du Code judiciaire.
Ce recours suspend l'exécution de la décision.
Les dispositions du Livre 1er du Code pénal sont d'application, y compris le chapitre VII et l'article 85.]1
HOOFDSTUK VI. - (Sancties).
CHAPITRE VI. -(Sanctions).
Art. 18. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, wijst de Koning de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie aan die bevoegd zijn om de overtredingen bedoeld in artikel 19 en 20/1 op te sporen en vast te stellen; hun proces-verbaal heeft bewijskracht tot het tegenbewijs wordt geleverd.
De in het eerste lid bedoelde ambtenaren kunnen :
1° gebouwen, werkplaatsen en hun aanhorigheden tijdens de openings- of werkuren betreden, wanneer dat voor de uitoefening van hun opdracht noodzakelijk is;
2° alle dienstige vaststellingen doen, zich documenten, stukken, boeken en voorwerpen die bij de opsporing en vaststelling nodig zijn, doen vertonen en die in beslag nemen.
Wanneer deze handelingen de kenmerken van een huiszoeking vertonen, mogen ze door de in het eerste lid bedoelde ambtenaren enkel worden gesteld met machtiging van de onderzoeksrechter of de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg die daartoe bij verzoekschrift is aangezocht.
§ 2. De Koning wijst de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie aan die belast zijn met de administratieve controle op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
§ 3. Onverminderd artikel 8 van het Wetboek van Strafvordering, wijst de Koning de leden van het Directiecomité en de personeelsleden van de Commissie aan die bekleed zijn met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie.
De leden bedoeld in het voorgaande lid zijn bevoegd om inbreuken op [1 het artikel [2 15/14, § 2, tweede lid, 5° bis]2, 12° en 13°, 16° tot 18°, 20°, 23° en 25°, op het artikel 15/14bis, op het artikel 15/14ter, op het artikel 15/16, § 1, [2 evenals op artikelen 3, 4 en 5 van de Verordening (EU) nr. 1227/2011]2 wat betreft de uitvoering van de opdrachten van de commissie bedoeld in het artikel [2 15/14, § 2, tweede lid, 5° bis]2, 12° en 13°, 16° tot 18°, 23° en 25°, op het artikel 15/14bis, op het artikel 15/14ter en op het artikel 15/16, § 1bis]1, van deze wet en op de uitvoeringsbesluiten ervan op te sporen en vast te stellen, door middel van processen-verbaal die bewijs opleveren tot het tegendeel. Hiertoe kunnen zij :
1° gebouwen, werkplaatsen en hun aanhorigheden tijdens de openings- of werkuren betreden, wanneer zulks voor de uitoefening van hun opdracht noodzakelijk is;
2° alle dienstige vaststellingen doen, zich documenten, stukken, boeken en voorwerpen die bij de opsporing en vaststelling van inbreuken nodig zijn, doen vertonen en die in beslag nemen;
3° alle inlichtingen verzamelen en alle geschreven of mondelinge verklaringen of getuigenissen afnemen;
4° bijstand verlenen in het kader van de uitvoering van de beslissingen van de Commissie.
[2 Om de toepassing van de artikelen 3, 4 en 5 van de Verordening (EU) nr. 1227/2011 te garanderen kan de commissie eisen dat haar, in het kader van en met het oog op het onderzoek, bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer worden bezorgd.]2
Wanneer die daden de kenmerken van een huiszoeking dragen, mogen ze alleen met toepassing van de artikelen 87 tot 90 van het Wetboek van Strafvordering worden ingesteld.
[2 Wanneer de handelingen de kenmerken hebben van het afluisteren van telefoonverkeer, kunnen zij enkel gesteld worden met toepassing van de artikelen 90ter tot 90decies van het Wetboek van strafvordering.
Wanneer een persoon een verklaring of gelijk welke schriftelijke of mondelinge getuigentis aflegt overeenkomstig § 3, tweede lid, 2°, wordt hij bijgestaan door een raadsman.]2
De leden bedoeld in het eerste lid, kunnen voor de uitvoering van hun opdrachten een beroep doen op de openbare macht en beschikken over alle middelen die aan de agenten van de openbare macht worden toegekend. Onverminderd de bijzondere wetten die de geheimhouding van de verklaringen garanderen, zijn de openbare besturen gehouden hun bijstand te verlenen aan deze leden in de uitoefening van hun opdrachten. De leden kunnen eveneens de bijstand vorderen van de overtreder of van zijn aangestelden.
De leden bedoeld in het eerste lid oefenen hun opdracht van officier van gerechtelijke politie uit volgens de regels bepaald door een koninklijk besluit overlegd in Ministerraad, op voorstel van de commissie. Zij leggen de eed af voor de Minister van Justitie, overeenkomstig de bepalingen in uitvoering van het decreet van 31 juli 1831. In hun hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, zijn zij onderworpen aan het toezicht van de procureur-generaal.
De in het eerste lid bedoelde ambtenaren kunnen :
1° gebouwen, werkplaatsen en hun aanhorigheden tijdens de openings- of werkuren betreden, wanneer dat voor de uitoefening van hun opdracht noodzakelijk is;
2° alle dienstige vaststellingen doen, zich documenten, stukken, boeken en voorwerpen die bij de opsporing en vaststelling nodig zijn, doen vertonen en die in beslag nemen.
Wanneer deze handelingen de kenmerken van een huiszoeking vertonen, mogen ze door de in het eerste lid bedoelde ambtenaren enkel worden gesteld met machtiging van de onderzoeksrechter of de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg die daartoe bij verzoekschrift is aangezocht.
§ 2. De Koning wijst de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie aan die belast zijn met de administratieve controle op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
§ 3. Onverminderd artikel 8 van het Wetboek van Strafvordering, wijst de Koning de leden van het Directiecomité en de personeelsleden van de Commissie aan die bekleed zijn met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie.
De leden bedoeld in het voorgaande lid zijn bevoegd om inbreuken op [1 het artikel [2 15/14, § 2, tweede lid, 5° bis]2, 12° en 13°, 16° tot 18°, 20°, 23° en 25°, op het artikel 15/14bis, op het artikel 15/14ter, op het artikel 15/16, § 1, [2 evenals op artikelen 3, 4 en 5 van de Verordening (EU) nr. 1227/2011]2 wat betreft de uitvoering van de opdrachten van de commissie bedoeld in het artikel [2 15/14, § 2, tweede lid, 5° bis]2, 12° en 13°, 16° tot 18°, 23° en 25°, op het artikel 15/14bis, op het artikel 15/14ter en op het artikel 15/16, § 1bis]1, van deze wet en op de uitvoeringsbesluiten ervan op te sporen en vast te stellen, door middel van processen-verbaal die bewijs opleveren tot het tegendeel. Hiertoe kunnen zij :
1° gebouwen, werkplaatsen en hun aanhorigheden tijdens de openings- of werkuren betreden, wanneer zulks voor de uitoefening van hun opdracht noodzakelijk is;
2° alle dienstige vaststellingen doen, zich documenten, stukken, boeken en voorwerpen die bij de opsporing en vaststelling van inbreuken nodig zijn, doen vertonen en die in beslag nemen;
3° alle inlichtingen verzamelen en alle geschreven of mondelinge verklaringen of getuigenissen afnemen;
4° bijstand verlenen in het kader van de uitvoering van de beslissingen van de Commissie.
[2 Om de toepassing van de artikelen 3, 4 en 5 van de Verordening (EU) nr. 1227/2011 te garanderen kan de commissie eisen dat haar, in het kader van en met het oog op het onderzoek, bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer worden bezorgd.]2
Wanneer die daden de kenmerken van een huiszoeking dragen, mogen ze alleen met toepassing van de artikelen 87 tot 90 van het Wetboek van Strafvordering worden ingesteld.
[2 Wanneer de handelingen de kenmerken hebben van het afluisteren van telefoonverkeer, kunnen zij enkel gesteld worden met toepassing van de artikelen 90ter tot 90decies van het Wetboek van strafvordering.
Wanneer een persoon een verklaring of gelijk welke schriftelijke of mondelinge getuigentis aflegt overeenkomstig § 3, tweede lid, 2°, wordt hij bijgestaan door een raadsman.]2
De leden bedoeld in het eerste lid, kunnen voor de uitvoering van hun opdrachten een beroep doen op de openbare macht en beschikken over alle middelen die aan de agenten van de openbare macht worden toegekend. Onverminderd de bijzondere wetten die de geheimhouding van de verklaringen garanderen, zijn de openbare besturen gehouden hun bijstand te verlenen aan deze leden in de uitoefening van hun opdrachten. De leden kunnen eveneens de bijstand vorderen van de overtreder of van zijn aangestelden.
De leden bedoeld in het eerste lid oefenen hun opdracht van officier van gerechtelijke politie uit volgens de regels bepaald door een koninklijk besluit overlegd in Ministerraad, op voorstel van de commissie. Zij leggen de eed af voor de Minister van Justitie, overeenkomstig de bepalingen in uitvoering van het decreet van 31 juli 1831. In hun hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, zijn zij onderworpen aan het toezicht van de procureur-generaal.
Art. 18. § 1er. Sans préjudice des pouvoirs des officiers de police judiciaire, le Roi désigne les agents du Service public fédéral Economie, PME, Classes moyennes et Energie qui sont compétents pour rechercher et constater les infractions prévues aux articles 19 et 20/1; leur procès-verbal fait foi jusqu'à preuve du contraire.
Les fonctionnaires visés au premier alinéa peuvent :
1° accéder aux bâtiments, ateliers et leurs dépendances pendant les heures d'ouverture ou de travail, lorsque ceci est nécessaire à l'exercice de leur mission;
2° faire toutes les constatations utiles, se faire produire et saisir des documents, pièces, livres et objets nécessaires à l'enquête et à la constatation.
Lorsque ces actes ont le caractère d'une perquisition, ils ne peuvent être accomplis par les agents à l'alinéa 1er que sur autorisation du juge d'instruction ou du président du tribunal de première instance saisi sur requête.
§ 2. Le Roi désigne les agents du Service public fédéral Economie, PME, Classes moyennes et Energie qui sont compétents pour le contrôle administratif du respect des dispositions de la présente loi et des arrêtés pris en exécution de celle-ci.
§ 3. Sans préjudice de l'article 8 du Code d'instruction criminelle, le Roi désigne les membres du Comité de direction et du personnel de la Commission qui sont revêtus de la qualité d'officier de police judiciaire.
Les membres visés à l'alinéa qui précède sont compétents pour rechercher et constater, par des procès-verbaux qui font foi jusqu'à preuve du contraire, les infractions à [1 l'article [2 15/14, § 2, alinéa 2, 5° bis]2, 12° et 13°, 16° à 18°, 20°, 23° et 25°, à l'article 15/14bis, à l'article 15/14ter et à l'article 15/16, § 1er, [2 ainsi qu'aux articles 3, 4 et 5 du Règlement (UE) n° 1227/2011,]2 en ce qui concerne l'exécution des missions de la commission visées à l'article [2 15/14, § 2, alinéa 2, 5° bis]2, 12° et 13°, 16° à 18°, 23° et 25°, à l'article 15/14bis, à l'article 15/14ter et à l'article 15/16, § 1erbis]1, de la présente loi et aux arrêtés d'exécution de celle-ci. A cet effet, ils peuvent :
1° accéder aux bâtiments, ateliers et leurs dépendances pendant les heures d'ouverture ou de travail, lorsque ceci est nécessaire à l'exercice de leur mission;
2° faire toutes les constatations utiles, se faire produire et saisir tous les documents, pièces, livres et objets nécessaires à l'enquête et à la constatation des infractions;
3° recueillir tous renseignements, recevoir toutes dépositions ou tous témoignages écrits ou oraux;
4° prêter leur assistance dans le cadre de l'exécution des décisions de la Commission.
[2 Aux fins de garantir l'application des articles 3, 4 et 5 du Règlement (UE) n° 1227/2011, la commission peut exiger que, dans le cadre et le but de l'enquête, lui soient remis les enregistrements téléphoniques et les données échangées existants.]2
Lorsque ces actes ont le caractère d'une perquisition, ils ne peuvent être posés qu'en application des articles 87 à 90 du Code d'instruction criminelle.
[2 Lorsque ces actes ont le caractère d'une écoute téléphonique, ils ne peuvent être posés qu'en application des articles 90ter à 90decies du Code d'instruction criminelle.
Lorsqu'une personne réalise une déposition ou tous témoignages écrits ou oraux conformément au § 3, alinéa 2, 2°, elle est assistée d'un conseil.]2
Les membres visés à l'alinéa 1er, revêtus de la qualité d'officiers de police judiciaire, peuvent, pour les besoins de l'accomplissement de leurs missions, requérir la force publique et bénéficier de tous les moyens reconnus aux agents de la force publique. Sans préjudice des lois particulières qui garantissent le secret des déclarations, les administrations publiques sont tenues de prêter leur concours à ces membres dans l'exécution de leurs missions. Les membres peuvent également demander l'assistance du contrevenant ou de ses préposés.
Les membres visés à l'alinéa 1er exercent leur mission d'officiers de police judiciaire selon les règles fixées par un arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres, sur proposition de la Commission. Ils prêtent serment devant le Ministre de la Justice, dans les termes prévus en application du décret du 31 juillet 1831. En leur qualité d'officiers de police judiciaire, ils sont soumis à la surveillance du procureur général.
Les fonctionnaires visés au premier alinéa peuvent :
1° accéder aux bâtiments, ateliers et leurs dépendances pendant les heures d'ouverture ou de travail, lorsque ceci est nécessaire à l'exercice de leur mission;
2° faire toutes les constatations utiles, se faire produire et saisir des documents, pièces, livres et objets nécessaires à l'enquête et à la constatation.
Lorsque ces actes ont le caractère d'une perquisition, ils ne peuvent être accomplis par les agents à l'alinéa 1er que sur autorisation du juge d'instruction ou du président du tribunal de première instance saisi sur requête.
§ 2. Le Roi désigne les agents du Service public fédéral Economie, PME, Classes moyennes et Energie qui sont compétents pour le contrôle administratif du respect des dispositions de la présente loi et des arrêtés pris en exécution de celle-ci.
§ 3. Sans préjudice de l'article 8 du Code d'instruction criminelle, le Roi désigne les membres du Comité de direction et du personnel de la Commission qui sont revêtus de la qualité d'officier de police judiciaire.
Les membres visés à l'alinéa qui précède sont compétents pour rechercher et constater, par des procès-verbaux qui font foi jusqu'à preuve du contraire, les infractions à [1 l'article [2 15/14, § 2, alinéa 2, 5° bis]2, 12° et 13°, 16° à 18°, 20°, 23° et 25°, à l'article 15/14bis, à l'article 15/14ter et à l'article 15/16, § 1er, [2 ainsi qu'aux articles 3, 4 et 5 du Règlement (UE) n° 1227/2011,]2 en ce qui concerne l'exécution des missions de la commission visées à l'article [2 15/14, § 2, alinéa 2, 5° bis]2, 12° et 13°, 16° à 18°, 23° et 25°, à l'article 15/14bis, à l'article 15/14ter et à l'article 15/16, § 1erbis]1, de la présente loi et aux arrêtés d'exécution de celle-ci. A cet effet, ils peuvent :
1° accéder aux bâtiments, ateliers et leurs dépendances pendant les heures d'ouverture ou de travail, lorsque ceci est nécessaire à l'exercice de leur mission;
2° faire toutes les constatations utiles, se faire produire et saisir tous les documents, pièces, livres et objets nécessaires à l'enquête et à la constatation des infractions;
3° recueillir tous renseignements, recevoir toutes dépositions ou tous témoignages écrits ou oraux;
4° prêter leur assistance dans le cadre de l'exécution des décisions de la Commission.
[2 Aux fins de garantir l'application des articles 3, 4 et 5 du Règlement (UE) n° 1227/2011, la commission peut exiger que, dans le cadre et le but de l'enquête, lui soient remis les enregistrements téléphoniques et les données échangées existants.]2
Lorsque ces actes ont le caractère d'une perquisition, ils ne peuvent être posés qu'en application des articles 87 à 90 du Code d'instruction criminelle.
[2 Lorsque ces actes ont le caractère d'une écoute téléphonique, ils ne peuvent être posés qu'en application des articles 90ter à 90decies du Code d'instruction criminelle.
Lorsqu'une personne réalise une déposition ou tous témoignages écrits ou oraux conformément au § 3, alinéa 2, 2°, elle est assistée d'un conseil.]2
Les membres visés à l'alinéa 1er, revêtus de la qualité d'officiers de police judiciaire, peuvent, pour les besoins de l'accomplissement de leurs missions, requérir la force publique et bénéficier de tous les moyens reconnus aux agents de la force publique. Sans préjudice des lois particulières qui garantissent le secret des déclarations, les administrations publiques sont tenues de prêter leur concours à ces membres dans l'exécution de leurs missions. Les membres peuvent également demander l'assistance du contrevenant ou de ses préposés.
Les membres visés à l'alinéa 1er exercent leur mission d'officiers de police judiciaire selon les règles fixées par un arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres, sur proposition de la Commission. Ils prêtent serment devant le Ministre de la Justice, dans les termes prévus en application du décret du 31 juillet 1831. En leur qualité d'officiers de police judiciaire, ils sont soumis à la surveillance du procureur général.
Art. 18/1. [1 § 1. De inbreuken op artikel 15/5bis, §§ 11/1 tot 11/3, en hun uitvoeringsbesluiten, kunnen het voorwerp uitmaken van:
1° de toepassing van de transactieprocedure zoals bedoeld in artikel 17/2, § 3;
2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
3° een strafrechtelijke vervolging.
§ 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht en overeenkomstig de artikelen 18/2 en 18/3 van deze wet.]1
1° de toepassing van de transactieprocedure zoals bedoeld in artikel 17/2, § 3;
2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
3° een strafrechtelijke vervolging.
§ 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht en overeenkomstig de artikelen 18/2 en 18/3 van deze wet.]1
Art. 18/1. [1 § 1er. Les infractions à l'article 15/5bis, §§ 11/1 à 11/3, ainsi que leurs arrêtés d'exécution peuvent faire l'objet de:
1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 17/2, § 3;
2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
3° une poursuite pénale.
§ 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique et aux articles 18/2 et 18/3 de la présente loi.]1
1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 17/2, § 3;
2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
3° une poursuite pénale.
§ 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique et aux articles 18/2 et 18/3 de la présente loi.]1
Modifications
Art. 18/2. [1 Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
Wanneer het openbaar ministerie afziet van het instellen van een strafvervolging en van het voorstellen van een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.]1
Wanneer het openbaar ministerie afziet van het instellen van een strafvervolging en van het voorstellen van een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.]1
Art. 18/2. [1 Le ministère public notifie aux agents compétents visé à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code ou lorsque le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.]1
Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code ou lorsque le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.]1
Modifications
Art. 18/3. [1 Indien het openbaar ministerie afziet van het instellen van een strafvervolging en van het voorstellen van een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek en indien er aanvullende onderzoeksdaden hebben plaatsgevonden, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van deze onderzoeksdaden aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht.]1
Art. 18/3. [1 Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, et que des actes d'enquête complémentaires ont eu lieu, il envoie une copie des pièces de procédure de ces actes d'enquête aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique.]1
Modifications
Art. 18/4. [1 Zij die artikel 15/5bis, §§ 11/1 tot 11/3, van deze wet en hun uitvoeringsbesluiten overtreden, worden gestraft met hetzij een strafrechtelijke geldboete hetzij met een administratieve geldboete van een minimumbedrag van 26 euro tot een maximumbedrag van 10.000 euro of tot vier procent van de totale jaaromzet in het laatst afgesloten boekjaar voorgaand aan het opleggen van de strafrechtelijke of administratieve geldboete waarover gegevens beschikbaar zijn die toelaten om de jaaromzet vast te stellen, indien dit een hoger bedrag vertegenwoordigt.
Zij die te kwader trouw artikel 15/5bis, §§ 11/1 tot 11/3, van deze wet en hun uitvoeringsbesluiten overtreden, worden gestraft met hetzij een strafrechtelijke geldboete hetzij met een administratieve geldboete van een minimumbedrag van 26 euro tot een maximumbedrag van 25.000 euro of tot zes procent van de totale jaaromzet in het laatst afgesloten boekjaar voorgaand aan het opleggen van de strafrechtelijke of administratieve geldboete waarover gegevens beschikbaar zijn die toelaten om de jaaromzet vast te stellen, indien dit een hoger bedrag vertegenwoordigt.]1
Zij die te kwader trouw artikel 15/5bis, §§ 11/1 tot 11/3, van deze wet en hun uitvoeringsbesluiten overtreden, worden gestraft met hetzij een strafrechtelijke geldboete hetzij met een administratieve geldboete van een minimumbedrag van 26 euro tot een maximumbedrag van 25.000 euro of tot zes procent van de totale jaaromzet in het laatst afgesloten boekjaar voorgaand aan het opleggen van de strafrechtelijke of administratieve geldboete waarover gegevens beschikbaar zijn die toelaten om de jaaromzet vast te stellen, indien dit een hoger bedrag vertegenwoordigt.]1
Art. 18/4. [1 Ceux qui commettent des infractions à l'article 15/5bis, §§ 11/1 à 11/3, de la présente loi ainsi que leurs arrêtés d'exécution sont punis soit d'une amende pénale soit d'une amende administrative d'un montant minimum de 26 euros à un montant maximum de 10.000 euros ou de quatre pour cent du chiffre d'affaires annuel total du dernier exercice clôturé précédant l'imposition de l'amende pénale ou administrative au sujet duquel des données permettant d'établir le chiffre d'affaires annuel sont disponibles, si cela représente un montant plus élevé.
Ceux qui commettent de mauvaise foi des infractions à l'article 15/5bis, §§ 11/1 à 11/3, de la présente loi ainsi que leurs arrêtés d'exécution, sont punis soit d'une amende pénale soit d'une amende administrative d'un montant minimum de 26 euros à un montant maximum de 25.000 euros ou de six pour cent du chiffre d'affaires annuel total du dernier exercice clôturé précédant l'imposition de l'amende pénale ou administrative au sujet duquel des données permettant d'établir le chiffre d'affaires annuel sont disponibles, si cela représente un montant plus élevé.]1
Ceux qui commettent de mauvaise foi des infractions à l'article 15/5bis, §§ 11/1 à 11/3, de la présente loi ainsi que leurs arrêtés d'exécution, sont punis soit d'une amende pénale soit d'une amende administrative d'un montant minimum de 26 euros à un montant maximum de 25.000 euros ou de six pour cent du chiffre d'affaires annuel total du dernier exercice clôturé précédant l'imposition de l'amende pénale ou administrative au sujet duquel des données permettant d'établir le chiffre d'affaires annuel sont disponibles, si cela représente un montant plus élevé.]1
Modifications
Art. 18/5. [1 § 1. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn toepasselijk op de administratieve geldboetes bedoeld in artikel 18/4.
§ 2. De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdécimes op de strafrechtelijke geldboeten zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in artikel 18/4.]1
§ 2. De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdécimes op de strafrechtelijke geldboeten zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in artikel 18/4.]1
Art. 18/5. [1 § 1er. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1 du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées à l'article 18/4.
§ 2. Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont applicables aux amendes administratives visées à l'article 18/4.]1
§ 2. Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont applicables aux amendes administratives visées à l'article 18/4.]1
Modifications
Art. 18/6. [1 De artikelen XV.69, XV.71, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn toepasselijk op de strafrechtelijke inbreuken bedoeld in artikel 18/4.]1
Art. 18/6. [1 Les articles XV.69, XV.71, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales visées à l'article 18/4.]1
Modifications
Art. 19. Overtreding (van artikel 22) van deze wet en van de besluiten gesteld tot uitvoering van deze wet wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met geldboete van [1 2,48 euro tot 2.478,94 euro ]1, of met één van die straffen alleen. In geval van herhaling wordt de geldboete verdubbeld en wordt de overtreder gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie jaar.
De bepalingen van het Eerste Boek van het Strafwetboek met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85 zijn toepasselijk op de in het eerste lid bedoelde overtredingen.
De artikelen 523 en 525 van het Strafwetboek zijn toepasselijk op de opzettelijke beschadiging of vernieling van eender welke gasvervoerinstallatie.
De bepalingen van het Eerste Boek van het Strafwetboek met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85 zijn toepasselijk op de in het eerste lid bedoelde overtredingen.
De artikelen 523 en 525 van het Strafwetboek zijn toepasselijk op de opzettelijke beschadiging of vernieling van eender welke gasvervoerinstallatie.
Modifications
Art. 19. Les infractions (à l'article 22) de la présente loi et aux arrêtés pris en exécution de celle-ci sont punies d'un emprisonnement de huit jours à un mois et d'une amende de [1 2,48 euros à 2.478,94 euros]1, ou de l'une de ces peines seulement. En cas de récidive, l'amende est portée au double et le contrevenant puni d'un emprisonnement de quinze jours à trois ans.
Les dispositions du Livre Ier du Code pénal, y compris le chapitre VII et l'article 85, sont applicables aux infractions prévues à l'alinéa 1er.
Les articles 523 et 525 du Code pénal sont applicables à la dégradation ou la destruction volontaires de toute installation de transport de gaz.
Les dispositions du Livre Ier du Code pénal, y compris le chapitre VII et l'article 85, sont applicables aux infractions prévues à l'alinéa 1er.
Les articles 523 et 525 du Code pénal sont applicables à la dégradation ou la destruction volontaires de toute installation de transport de gaz.
Modifications
Art. 19bis. [1 De aardgasondernemingen aan de Algemene Directie Energie, op straffe van dwangsom van een maximumbedrag van 1 % van de jaaromzet van de betrokken activiteit in België, alle informatie mede die ze nodig heeft voor de uitoefening van zijn opdrachten krachtens deze wet.]1
Art. 19bis. [1 Les entreprises de gaz naturel communiquent à la Direction générale de l'Energie, sous peine d'astreinte d'un montant maximum de 1 % du chiffre d'affaires annuel de l'activité concernée en Belgique, l'ensemble des informations qui lui sont nécessaires pour l'exercice de ses missions en vertu de la présente loi.]1
Modifications
Art. 20. Onverminderd de toepassing van de straffen bepaald bij de artikelen 271 tot 274 van het Strafwetboek wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en met geldboete van [1 2,48 euro tot 2.478,94 euro]1, of met een van die straffen alleen, hij die de in artikel 18 genoemde officieren of ambtenaren opzettelijk belemmert of hindert in de uitvoering van de aldaar bepaalde opdrachten. In geval van herhaling wordt de geldboete verdubbeld en wordt de overtreder gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie jaar.
De bepalingen van het Eerste Boek van het Strafwetboek met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85 zijn toepasselijk op de in het eerste lid bedoelde overtredingen.
De bepalingen van het Eerste Boek van het Strafwetboek met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85 zijn toepasselijk op de in het eerste lid bedoelde overtredingen.
Modifications
Art. 20. Sans préjudice de l'application des articles 271 à 274 du Code pénal, est puni d'un emprisonnement de huit jours à un mois et d'une amende de [1 2,48 euros à 2 .478,94 euros ]1 ou de l'une de ces peines seulement, quiconque empêche ou entrave volontairement l'exécution, par les officiers ou agents visés à l'article 18, des missions prévues par cet article. En cas de récidive l'amende est portée au double et le contrevenant puni d'un emprisonnement de quinze jours à trois ans.
Les dispositions du Livre Ier du Code pénal, y compris le chapitre VII et l'article 85, sont applicables aux infractions prévues à l'alinéa 1er.
Les dispositions du Livre Ier du Code pénal, y compris le chapitre VII et l'article 85, sont applicables aux infractions prévues à l'alinéa 1er.
Modifications
Art. 20/1. § 1. Worden gestraft met gevangenisstraf van één maand tot één jaar en met geldboete van [1 1,24 tot 495,79 euro]1 of met één van deze straffen alleen :
1° zij die de verificaties en onderzoeken van de Commissie (...) krachtens deze wet hinderen, weigeren hun informatie te verstrekken die zij gehouden zijn mee te delen krachtens deze wet, of hun bewust verkeerde of onvolledige informatie verstrekken;
2° zij die de bepalingen van de artikelen 3, 15/3 en 15/5, § 4 overtreden.
§ 2. De Koning kan strafsancties bepalen voor inbreuken op de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten van deze wet die Hij aanduidt. Deze strafsancties mogen een gevangenisstraf van zes maanden en een geldboete van [1 495,79 euro]1 niet overschrijden.
§ 3. De bepalingen van het eerste boek van het Strafwetboek zijn van toepassing op de inbreuken bepaald in §§ 1 en 2. De vennootschappen zijn burgerlijk aansprakelijk voor de geldboeten waarvoor hun bestuurders, zaakvoerders of lasthebbers wegens dergelijke inbreuken worden veroordeeld.
1° zij die de verificaties en onderzoeken van de Commissie (...) krachtens deze wet hinderen, weigeren hun informatie te verstrekken die zij gehouden zijn mee te delen krachtens deze wet, of hun bewust verkeerde of onvolledige informatie verstrekken;
2° zij die de bepalingen van de artikelen 3, 15/3 en 15/5, § 4 overtreden.
§ 2. De Koning kan strafsancties bepalen voor inbreuken op de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten van deze wet die Hij aanduidt. Deze strafsancties mogen een gevangenisstraf van zes maanden en een geldboete van [1 495,79 euro]1 niet overschrijden.
§ 3. De bepalingen van het eerste boek van het Strafwetboek zijn van toepassing op de inbreuken bepaald in §§ 1 en 2. De vennootschappen zijn burgerlijk aansprakelijk voor de geldboeten waarvoor hun bestuurders, zaakvoerders of lasthebbers wegens dergelijke inbreuken worden veroordeeld.
Art. 20/1. § 1er. Sont punis d'un emprisonnement d'un mois à un an et d'une amende de [1 1,24 à 495,79 euros]1 ou d'une de ces peines seulement :
1° ceux qui font obstacle aux vérifications et investigations de la Commission (...) en vertu de la présente loi, refusent de leur donner les informations qu'ils sont tenus de fournir en vertu de la présente loi ou leur donnent sciemment des informations inexactes ou incomplètes;
2° ceux qui contreviennent aux dispositions des articles 3, 15/3 et 15/5, § 4.
§ 2. Le Roi peut prévoir des sanctions pénales pour les infractions aux dispositions des arrêtés d'exécution de la présente loi qu'il désigne. Ces sanctions ne peuvent excéder une peine d'emprisonnement de six mois et une amende de [1 495,79 euros]1.
§ 3. Les dispositions du livré premier du Code pénal sont applicables aux infractions visées aux §§ 1er et 2. Les sociétés sont civilement responsables des amendes auxquelles leurs administrateurs, gérants ou mandataires sont condamnés pour de telles infractions.
1° ceux qui font obstacle aux vérifications et investigations de la Commission (...) en vertu de la présente loi, refusent de leur donner les informations qu'ils sont tenus de fournir en vertu de la présente loi ou leur donnent sciemment des informations inexactes ou incomplètes;
2° ceux qui contreviennent aux dispositions des articles 3, 15/3 et 15/5, § 4.
§ 2. Le Roi peut prévoir des sanctions pénales pour les infractions aux dispositions des arrêtés d'exécution de la présente loi qu'il désigne. Ces sanctions ne peuvent excéder une peine d'emprisonnement de six mois et une amende de [1 495,79 euros]1.
§ 3. Les dispositions du livré premier du Code pénal sont applicables aux infractions visées aux §§ 1er et 2. Les sociétés sont civilement responsables des amendes auxquelles leurs administrateurs, gérants ou mandataires sont condamnés pour de telles infractions.
(NOTE : Entrée en vigueur du § 1, 1° et des §§ 2 et 3 fixée le 24-10-2000 par AR 2000-09-21/34, art. 2, 1°)
Modifications
Art. 20/1bis. [1 Elke overtreding op de door deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan uitgevaardigde vertrouwelijkheidsregels wordt bestraft met de straffen bepaald bij artikel 458 van het Strafwetboek. De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing.]1
Art. 20/1bis. [1 Toute infraction aux règles de confidentialité énoncées par la présente loi et ses arrêtés d'exécution est punie des peines prévues par l'article 458 du Code pénal. Les dispositions du Livre Ier du Code pénal sont d'application, en ce compris le chapitre VII et l'article 85.]1
Modifications
Art. 20/2. Onverminderd de andere door deze wet voorziene maatregelen, kan de Commissie elke [4 ...]4 natuurlijke of rechtspersoon verplichten tot naleving van specifieke bepalingen [1 van deze wet, de uitvoeringsbesluiten ervan, [5 de beslissing genomen door de Commissie met toepassing van artikel 15/5undecies]5 van latere wetten betreffende de tarieven of betreffende de bijdrage bedoeld in artikel 15/11, of van alle andere bepalingen op de toepassing waarvan ze toeziet krachtens artikel 15/14, § 2, tweede lid, 5°,]1 [5 5° bis, 16° en 17°]5 binnen de termijn bepaald door de Commissie. Indien deze persoon bij het verstrijken van de termijn in gebreke blijft, kan de Commissie, op voorwaarde dat de persoon werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, [2 in aanwezigheid van zijn raadsman]2 een administratieve geldboete opleggen. De geldboete mag, per kalenderdag, [1 niet lager zijn dan 1.240 euro, noch hoger zijn dan ]1 [3 10]3 procent van de omzet die de betrokken persoon heeft gerealiseerd op de nationale (aardgasmarkt) tijdens het laatste afgesloten boekjaar [3 ...]3. [2 ...]2
[2 Bovendien, indien deze persoon bij het verstrijken van de termijn, bepaald door de commissie, in gebreke blijft al de bepalingen na te leven op de toepassing waarvan de commissie toeziet krachtens artikel 15/14, § 2, tweede lid, 5° bis, [5 16° en 17°]5 kan de commissie, op voorwaarde dat de persoon werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen in aanwezigheid van zijn raadsman, een dwangsom opleggen. De dwangsom mag, per kalenderdag, niet minder bedragen dan 250 euro, noch meer bedragen dan 50.000 euro, noch in het totaal 2.500.000 euro overschrijden.
In het geval van recidive van een persoon die nalaat om zich in overeenstemming te brengen met de bepalingen waarover de commissie toezicht uitoefent op de naleving ervan uit hoofde van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 5° bis, [5 16° en 17°]5 kan de commissie de geldboete en/of de dwangsom maximaal vermeerderen tot het dubbele van het maximale bedrag zoals bedoeld in het eerste en het tweede lid.
De geldboete en de dwangsom worden ten gunste van de Schatkist geïnd door de Administratie bevoegd voor de niet-fiscale invordering binnen de FOD Financiën .]2
[1 De administratieve boetes [2 en de dwangsommen]2 die door de commissie opgelegd worden aan de aardgasvervoersnetbeheerder, beheerder van een opslaginstallatie, beheerder van een LNG installatie en de distributienetbeheerders worden niet opgenomen in hun kosten maar worden in mindering gebracht van hun billijke winstmarges. De aardgasbedrijven mogen evenmin aan hun afnemers de bedragen van de administratieve boetes [2 en de dwangsommen]2 die de commissie hen oplegt doorfactureren.]1
[2 Bovendien, indien deze persoon bij het verstrijken van de termijn, bepaald door de commissie, in gebreke blijft al de bepalingen na te leven op de toepassing waarvan de commissie toeziet krachtens artikel 15/14, § 2, tweede lid, 5° bis, [5 16° en 17°]5 kan de commissie, op voorwaarde dat de persoon werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen in aanwezigheid van zijn raadsman, een dwangsom opleggen. De dwangsom mag, per kalenderdag, niet minder bedragen dan 250 euro, noch meer bedragen dan 50.000 euro, noch in het totaal 2.500.000 euro overschrijden.
In het geval van recidive van een persoon die nalaat om zich in overeenstemming te brengen met de bepalingen waarover de commissie toezicht uitoefent op de naleving ervan uit hoofde van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 5° bis, [5 16° en 17°]5 kan de commissie de geldboete en/of de dwangsom maximaal vermeerderen tot het dubbele van het maximale bedrag zoals bedoeld in het eerste en het tweede lid.
De geldboete en de dwangsom worden ten gunste van de Schatkist geïnd door de Administratie bevoegd voor de niet-fiscale invordering binnen de FOD Financiën .]2
[1 De administratieve boetes [2 en de dwangsommen]2 die door de commissie opgelegd worden aan de aardgasvervoersnetbeheerder, beheerder van een opslaginstallatie, beheerder van een LNG installatie en de distributienetbeheerders worden niet opgenomen in hun kosten maar worden in mindering gebracht van hun billijke winstmarges. De aardgasbedrijven mogen evenmin aan hun afnemers de bedragen van de administratieve boetes [2 en de dwangsommen]2 die de commissie hen oplegt doorfactureren.]1
Modifications
Art. 20/2. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi, la Commission peut enjoindre à toute personne physique ou morale [4 ...]4 de se conformer à des dispositions déterminées [1 de la présente loi, de ses arrêtés d'exécution, [5 de la décision prise par la Commission en application de l'article 15/5undecies]5 de lois subséquentes relatives aux tarifs ou relative à la cotisation visée à l'article 15/11, ou de toutes autres dispositions dont elle surveille l'application en vertu de l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 5°, [5 5° bis, 16° et 17°]5]1 dans le délai que la Commission détermine. Si cette personne reste en défaut à l'expiration du délai, la Commission peut, la personne entendue ou dûment convoquée [2 en présence de son conseil]2, lui infliger une amende administrative. L'amende ne peut être, par jour calendrier, [1 inférieure à 1.240 euros ni supérieure à ]1 [3 10]3 pour-cent du chiffre d'affaires que la personne en cause a réalisé sur le (marché national du gaz naturel) au cours du dernier exercice clôturé [3 ...]3. [2 ...]2
[2 En outre, si la personne reste en défaut, à l'expiration du délai que la commission détermine, de se conformer à toutes les dispositions dont la commission surveille l'application en vertu de l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 5° bis, [5 16° et 17°]5 la commission peut, la personne dûment entendue et convoquée, en présence de son conseil, lui infliger une astreinte. L'astreinte ne peut être, par jour calendrier, inférieure à 250 euros ni supérieure à 50.000 euros, ni, au total, excéder 2.500.000 euros.
En cas de récidive d'une personne restant en défaut de se conformer à toutes les dispositions dont la commission surveille l'application en vertu de l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 5° bis, [5 16° et 17°]5 la commission peut porter au maximum l'amende et/ou l'astreinte au double de leur montant maximum visé aux alinéas 1er et 2.
L'amende et l'astreinte sont recouvrées au profit du Trésor par l'Administration chargée du recouvrement non fiscal au sein du SPF Finances.]2
[1 Les amendes administratives [2 et les astreintes]2 imposées par la commission au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, au gestionnaire d'installation de stockage, au gestionnaire d'installation de GNL et aux gestionnaires de réseaux de distribution ne sont pas reprises dans leurs coûts mais sont déduites de leurs marges bénéficiaires équitables. Les entreprises de gaz naturel ne peuvent pas davantage refacturer à leurs clients le montant des amendes administratives [2 et les astreintes]2 que leur impose la commission.]1
[2 En outre, si la personne reste en défaut, à l'expiration du délai que la commission détermine, de se conformer à toutes les dispositions dont la commission surveille l'application en vertu de l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 5° bis, [5 16° et 17°]5 la commission peut, la personne dûment entendue et convoquée, en présence de son conseil, lui infliger une astreinte. L'astreinte ne peut être, par jour calendrier, inférieure à 250 euros ni supérieure à 50.000 euros, ni, au total, excéder 2.500.000 euros.
En cas de récidive d'une personne restant en défaut de se conformer à toutes les dispositions dont la commission surveille l'application en vertu de l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 5° bis, [5 16° et 17°]5 la commission peut porter au maximum l'amende et/ou l'astreinte au double de leur montant maximum visé aux alinéas 1er et 2.
L'amende et l'astreinte sont recouvrées au profit du Trésor par l'Administration chargée du recouvrement non fiscal au sein du SPF Finances.]2
[1 Les amendes administratives [2 et les astreintes]2 imposées par la commission au gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, au gestionnaire d'installation de stockage, au gestionnaire d'installation de GNL et aux gestionnaires de réseaux de distribution ne sont pas reprises dans leurs coûts mais sont déduites de leurs marges bénéficiaires équitables. Les entreprises de gaz naturel ne peuvent pas davantage refacturer à leurs clients le montant des amendes administratives [2 et les astreintes]2 que leur impose la commission.]1
Modifications
Art. 20/3. [1 § 1. Ten einde de toepassing van de artikelen 3 tot 5 van de Verordening (EU) nr. 1227/2011 te garanderen en door middel van een voorafgaande machtiging van een onderzoeksrechter kunnen de personen bedoeld in artikel 18, § 3, eerste lid, op basis van een met redenen omklede beslissing, behalve in een privéwoning, het beslag bevelen op de activa die eigendom zijn van de persoon die het voorwerp uitmaakt van een door de commissie gevoerd onderzoek en die, ofwel het voorwerp uitmaken van de inbreuk die onderzocht wordt, ofwel die bestemd waren of bijgedragen hebben om de inbreuk in kwestie te begaan, ofwel een vermogensvoordeel vormen dat rechtstreeks uit de inbreuk gehaald wordt of er het equivalent van vormen.
De personen bedoeld in artikel 18, § 3, eerste lid, vermelden in hun beslissing, bedoeld in het eerste lid, de feitelijke omstandigheden die het nemen van de maatregel rechtvaardigen en bij de motivering van hun beslissing houden zij rekening met de principes van proportionaliteit en subsidiariteit.
Om dit bevel uit te voeren, kunnen de personen bedoeld in artikel 18, § 3, eerste lid, zo nodig de hulp vragen van het openbaar gezag.
De uitvoering van de beslaglegging maakt het voorwerp uit van een proces-verbaal waaraan de inventaris van alle in beslag genomen activa wordt toegevoegd. In de mate van het mogelijke worden de activa geïndividualiseerd.
§ 2. De gemotiveerde beslissing van de beslagmaatregel, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, die genomen wordt door de personen bedoeld in artikel 18, § 3, eerste lid, vervalt van rechtswege ofwel na afloop van de beroepstermijn tegen de beslissing van de commissie om een boete op te leggen en/of een dwangsom, overeenkomstig artikel 20/2, ofwel de eerste dag na de dag waarop het arrest van het [2 Marktenhof]2 is uitgesproken met betrekking tot de beslissing genomen op basis van artikel 20/2, met toepassing van artikel 15/20.
In afwijking van het eerste lid vervalt het beslag, met betrekking tot de activa die in de beslissing van de commissie of, desgevallend, van het [2 Marktenhof]2, beschouwd worden als een vermogensvoordeel dat rechtstreeks uit de inbreuk gehaald wordt of als het equivalent van dergelijk voordeel, enkel op het ogenblik waarop de geldboete en de dwangsom die opgelegd zijn met toepassing van artikel 20/2, integraal betaald zijn.]1
De personen bedoeld in artikel 18, § 3, eerste lid, vermelden in hun beslissing, bedoeld in het eerste lid, de feitelijke omstandigheden die het nemen van de maatregel rechtvaardigen en bij de motivering van hun beslissing houden zij rekening met de principes van proportionaliteit en subsidiariteit.
Om dit bevel uit te voeren, kunnen de personen bedoeld in artikel 18, § 3, eerste lid, zo nodig de hulp vragen van het openbaar gezag.
De uitvoering van de beslaglegging maakt het voorwerp uit van een proces-verbaal waaraan de inventaris van alle in beslag genomen activa wordt toegevoegd. In de mate van het mogelijke worden de activa geïndividualiseerd.
§ 2. De gemotiveerde beslissing van de beslagmaatregel, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, die genomen wordt door de personen bedoeld in artikel 18, § 3, eerste lid, vervalt van rechtswege ofwel na afloop van de beroepstermijn tegen de beslissing van de commissie om een boete op te leggen en/of een dwangsom, overeenkomstig artikel 20/2, ofwel de eerste dag na de dag waarop het arrest van het [2 Marktenhof]2 is uitgesproken met betrekking tot de beslissing genomen op basis van artikel 20/2, met toepassing van artikel 15/20.
In afwijking van het eerste lid vervalt het beslag, met betrekking tot de activa die in de beslissing van de commissie of, desgevallend, van het [2 Marktenhof]2, beschouwd worden als een vermogensvoordeel dat rechtstreeks uit de inbreuk gehaald wordt of als het equivalent van dergelijk voordeel, enkel op het ogenblik waarop de geldboete en de dwangsom die opgelegd zijn met toepassing van artikel 20/2, integraal betaald zijn.]1
Art. 20/3. [1 § 1er. Aux fins de garantir l'application des articles 3 à 5 du Règlement (UE) n° 1227/2011 et moyennant l'autorisation préalable d'un juge d'instruction, les personnes visées à l'article 18, § 3, alinéa 1er, peuvent, par décision motivée, ordonner, sauf dans une habitation privée, la saisie d'actifs qui sont la propriété de la personne faisant l'objet d'une enquête menée par la commission et qui, soit constituent l'objet de l'infraction examinée, soit étaient destinés ou ont servi à commettre l'infraction en question, soit constituent un avantage patrimonial tiré directement de l'infraction ou en constituent l'équivalent.
Les personnes visées à l'article 18, § 3, alinéa 1er, indiquent dans leur décision visée à l'alinéa 1er, les circonstances de fait qui justifient la mesure prise et ils tiennent compte, pour motiver leur décision, des principes de proportionnalité et de subsidiarité.
Aux fins d'exécuter cet ordre, les personnes visées à l'article 18, § 3, alinéa 1er, peuvent, au besoin, demander l'assistance des pouvoirs publics.
L'exécution de la saisie fait l'objet d'un procès-verbal auquel est joint un inventaire de tous les actifs saisis. Ces actifs sont, dans la mesure du possible, individualisés.
§ 2. La décision motivée de saisie visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, prise par les personnes visées à l'article 18, § 3, alinéa 1er, s'éteint de plein droit soit à la date d'expiration du délai de recours contre la décision de la commission d'infliger une amende et/ou une astreinte conformément à l'article 20/2, soit le lendemain du jour auquel a été prononcé l'arrêt de la [2 Cour des marchés]2 à l'égard de la même décision prise sur la base de l'article 20/2, en application de l'article 15/20.
Par dérogation à l'alinéa 1er, la saisie, pour ce qui est des actifs considérés dans la décision de la commission ou, le cas échéant, de la [2 Cour des marchés]2 comme un avantage patrimonial tiré directement de l'infraction ou comme l'équivalent d'un tel avantage, ne s'éteint qu'au moment où l'amende et l'astreinte infligées en application de l'article 20/2, ont été payées intégralement.]1
Les personnes visées à l'article 18, § 3, alinéa 1er, indiquent dans leur décision visée à l'alinéa 1er, les circonstances de fait qui justifient la mesure prise et ils tiennent compte, pour motiver leur décision, des principes de proportionnalité et de subsidiarité.
Aux fins d'exécuter cet ordre, les personnes visées à l'article 18, § 3, alinéa 1er, peuvent, au besoin, demander l'assistance des pouvoirs publics.
L'exécution de la saisie fait l'objet d'un procès-verbal auquel est joint un inventaire de tous les actifs saisis. Ces actifs sont, dans la mesure du possible, individualisés.
§ 2. La décision motivée de saisie visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, prise par les personnes visées à l'article 18, § 3, alinéa 1er, s'éteint de plein droit soit à la date d'expiration du délai de recours contre la décision de la commission d'infliger une amende et/ou une astreinte conformément à l'article 20/2, soit le lendemain du jour auquel a été prononcé l'arrêt de la [2 Cour des marchés]2 à l'égard de la même décision prise sur la base de l'article 20/2, en application de l'article 15/20.
Par dérogation à l'alinéa 1er, la saisie, pour ce qui est des actifs considérés dans la décision de la commission ou, le cas échéant, de la [2 Cour des marchés]2 comme un avantage patrimonial tiré directement de l'infraction ou comme l'équivalent d'un tel avantage, ne s'éteint qu'au moment où l'amende et l'astreinte infligées en application de l'article 20/2, ont été payées intégralement.]1
Art. 20/4. [1 Ten einde de toepassing van de artikelen 3 tot 5 van de Verordening (EU) nr. 1227/2011 te garanderen en door middel van een voorafgaande machtiging van een onderzoeksrechter kunnen de personen bedoeld in artikel 18, § 3, eerste lid, op basis van een met redenen omklede beslissing, aan een natuurlijke of rechtspersoon uit hoofde van wie er duidelijke aanwijzingen zijn van een inbreuk in de betekenis van de artikelen 3 tot 5 van de Verordening (EU) nr. 1227/2011, een tijdelijk verbod opleggen om beroepsactiviteiten uit te oefenen die een risico op nieuwe inbreuk van deze bepalingen inhouden en die in de beslissing worden uiteengezet.
Het verbod kan enkel betrekking hebben op de natuurlijke en rechtspersonen die vermeld zijn in de beslissing van een persoon bedoeld in artikel 18, § 3, eerste lid, alsook op de beroepsactiviteiten die daarin nauwkeurig omschreven zijn.
De personen bedoeld in artikel 18, § 3, eerste lid, vermelden in hun beslissing de feitelijke omstandigheden die het nemen van de maatregel rechtvaardigen en bij de motivering van hun beslissing houden zij rekening met de principes van proportionaliteit en subsidiariteit.
Het verbod is geldig voor een termijn van drie maanden, eenmalig verlengbaar volgens dezelfde procedure.
Het verbod begint pas te lopen op het ogenblik waarop de beslissing aan de betrokken persoon is betekend door een persoon bedoeld in artikel 18, § 3, eerste lid.]1
Het verbod kan enkel betrekking hebben op de natuurlijke en rechtspersonen die vermeld zijn in de beslissing van een persoon bedoeld in artikel 18, § 3, eerste lid, alsook op de beroepsactiviteiten die daarin nauwkeurig omschreven zijn.
De personen bedoeld in artikel 18, § 3, eerste lid, vermelden in hun beslissing de feitelijke omstandigheden die het nemen van de maatregel rechtvaardigen en bij de motivering van hun beslissing houden zij rekening met de principes van proportionaliteit en subsidiariteit.
Het verbod is geldig voor een termijn van drie maanden, eenmalig verlengbaar volgens dezelfde procedure.
Het verbod begint pas te lopen op het ogenblik waarop de beslissing aan de betrokken persoon is betekend door een persoon bedoeld in artikel 18, § 3, eerste lid.]1
Art. 20/4. [1 Aux fins de garantir l'application des articles 3 à 5 du Règlement (UE) n° 1227/2011, et moyennant l'autorisation préalable d'un juge d'instruction, les personnes visées à l'article 18, § 3, alinéa 1er, peuvent, par décision motivée, imposer à une personne physique ou morale dans le chef de laquelle il existe des indices manifestes d'une infraction au sens des articles 3 à 5 du Règlement (UE) n° 1227/2011, l'interdiction temporaire d'exercer les activités professionnelles qui comportent un risque de nouvelle infraction à l'une de ces dispositions et qui sont précisées dans la décision.
L'interdiction ne peut porter que sur les personnes physiques et morales mentionnées dans la décision d'une personne visée à l'article 18, § 3, alinéa 1er, ainsi que sur les activités professionnelles qui y sont décrites avec précision.
Les personnes visées à l'article 18, § 3, alinéa 1er, indiquent dans leur décision les circonstances de fait qui justifient la mesure prise et ils tiennent compte, pour motiver leur décision, des principes de proportionnalité et de subsidiarité.
L'interdiction est valable pour un délai de trois mois, renouvelable une seule fois selon la même procédure.
L'interdiction ne prend cours qu'à partir du moment où la décision a été notifiée à l'intéressé par une personne visée à l'article 18, § 3, alinéa 1er.]1
L'interdiction ne peut porter que sur les personnes physiques et morales mentionnées dans la décision d'une personne visée à l'article 18, § 3, alinéa 1er, ainsi que sur les activités professionnelles qui y sont décrites avec précision.
Les personnes visées à l'article 18, § 3, alinéa 1er, indiquent dans leur décision les circonstances de fait qui justifient la mesure prise et ils tiennent compte, pour motiver leur décision, des principes de proportionnalité et de subsidiarité.
L'interdiction est valable pour un délai de trois mois, renouvelable une seule fois selon la même procédure.
L'interdiction ne prend cours qu'à partir du moment où la décision a été notifiée à l'intéressé par une personne visée à l'article 18, § 3, alinéa 1er.]1
Modifications
Art. 20/5. [1 De sancties die in artikel 20/2 voorzien zijn mogen niet meer worden opgelegd binnen een termijn van meer dan 5 jaar te rekenen vanaf het begaan van de inbreuk op of van de schending van bepaalde bepalingen van deze wet, van haar uitvoeringsbesluiten, van latere wetten betreffende de tarieven of betreffende de bijdrage bedoeld in artikel 15/11, of van alle andere bepalingen waarvan zij toeziet op de toepassing ervan krachtens artikel 15/14, § 2, tweede lid, 3° en 5°.
In het geval van voortdurende inbreuk op of van voortdurende schending van bepaalde bepalingen van deze wet, van haar uitvoeringsbesluiten, van latere wetten betreffende de tarieven of betreffend de bijdrage bedoeld in artikel 15/11, of van alle andere bepalingen waarvan zij toeziet op de toepassing ervan krachtens artikel 15/14, § 2, tweede lid, 3° en 5°, is de eerste dag van die termijn de dag waarop de inbreuk heeft opgehouden.
Deze termijn wordt onderbroken telkens wanneer een onderzoeksdaad of een daad van administratieve repressie wordt uitgeoefend ten aanzien van de betrokken persoon.]1
In het geval van voortdurende inbreuk op of van voortdurende schending van bepaalde bepalingen van deze wet, van haar uitvoeringsbesluiten, van latere wetten betreffende de tarieven of betreffend de bijdrage bedoeld in artikel 15/11, of van alle andere bepalingen waarvan zij toeziet op de toepassing ervan krachtens artikel 15/14, § 2, tweede lid, 3° en 5°, is de eerste dag van die termijn de dag waarop de inbreuk heeft opgehouden.
Deze termijn wordt onderbroken telkens wanneer een onderzoeksdaad of een daad van administratieve repressie wordt uitgeoefend ten aanzien van de betrokken persoon.]1
Art. 20/5. [1 Les sanctions prévues à l'article 20/2 ne peuvent plus être imposées dans un délai supérieur à 5 ans à compter de la commission de l'infraction ou de la violation de dispositions déterminées de la présente loi, de ses arrêtés d'exécution, des lois subséquentes relatives aux tarifs ou relatives à la cotisation visée à l'article 15/11, ou de toutes autres dispositions dont elle surveille l'application en vertu de l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 3° et 5°.
En cas d'infraction continue, ou de violation continue de dispositions déterminées de la présente loi, de ses arrêtés d'exécution, de lois subséquentes relatives aux tarifs ou relative à la cotisation visée à l'article 15/11, ou de toutes autres dispositions dont elle surveille l'application en vertu de l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 3° et 5°, le premier jour de ce délai est le jour où l'infraction a cessé.
Ce délai est interrompu chaque fois qu'un acte d'instruction ou de répression administrative est exercé à l'égard de la personne intéressée.]1
En cas d'infraction continue, ou de violation continue de dispositions déterminées de la présente loi, de ses arrêtés d'exécution, de lois subséquentes relatives aux tarifs ou relative à la cotisation visée à l'article 15/11, ou de toutes autres dispositions dont elle surveille l'application en vertu de l'article 15/14, § 2, alinéa 2, 3° et 5°, le premier jour de ce délai est le jour où l'infraction a cessé.
Ce délai est interrompu chaque fois qu'un acte d'instruction ou de répression administrative est exercé à l'égard de la personne intéressée.]1
Modifications
HOOFDSTUK VII. - (Diverse bepalingen).
CHAPITRE VII. - (Dispositions diverses).
Art. 21. De wet van 17 januari 1938 tot regeling van het gebruik door de openbare besturen, de verenigingen van gemeenten en de concessiehouders van openbare diensten of van diensten van openbaar nut, van de openbare domeinen van de Staat, van de provincies en van de gemeenten voor het aanleggen en het onderhouden van leidingen, inzonderheid van gas- en waterleidingen, is opgeheven in zover zij het gasvervoer betreft.
Art. 21. Est abrogée, en tant qu'elle concerne le transport de gaz, la loi du 17 janvier 1938 réglant l'usage par les autorités publiques, associations de communes et concessionnaires de services publics ou d'utilité publique, des domaines publics de l'Etat, des provinces et des communes pour l'établissement et l'entretien de canalisations et notamment des canalisations d'eau et de gaz.
Art. 22. Aan degene die op de datum van inwerkingtreding van deze wet een gasvervoer als bedoeld in artikel 2 exploiteert, wordt de in artikel 3 bepaalde gasvervoervergunning of -toelating verleend op voorwaarde dat hij, binnen de termijn te bepalen door de Koning, aan de Minister tot wiens bevoegdheid de energie behoort de stukken overmaakt en de inlichtingen verstrekt die overeenkomstig artikel 17 zijn vereist.
De Koning of de Minister tot wiens bevoegdheid de energie behoort, al naar het geval, bepaalt binnen welke termijn de vervoerder, op straffe van verval, moet voldoen aan de voorschriften van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en aan de voorschriften van de algemene voorwaarden waarvan de tekst bij de vergunningsakte is gevoegd, of aan de voorwaarden die in de toelatingsakte zijn vermeld.
De Koning of de Minister tot wiens bevoegdheid de energie behoort, al naar het geval, bepaalt binnen welke termijn de vervoerder, op straffe van verval, moet voldoen aan de voorschriften van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en aan de voorschriften van de algemene voorwaarden waarvan de tekst bij de vergunningsakte is gevoegd, of aan de voorwaarden die in de toelatingsakte zijn vermeld.
Art. 22. La concession ou la permission de transport de gaz prévue à l'article 3 est octroyée à l'exploitant d'une entreprise de transport de gaz au sens de l'article 2 au jour de l'entrée en vigueur de la présente loi, à condition qu'il fasse parvenir au Ministre qui a l'énergie dans ses attributions, dans le délai à fixer par le Roi, les documents et renseignements requis en vertu de l'article 17.
Le Roi ou le Ministre qui a l'énergie dans ses attributions, selon le cas, détermine le délai dans lequel le transporteur intéressé doit, sous peine de déchéance, se conformer aux prescriptions de la présente loi et des arrêtés d'exécution de celle-ci ainsi qu'à celles du cahier général des charges dont le texte est annexé à l'acte de concession, ou aux conditions prévues dans le titre de permission.
Le Roi ou le Ministre qui a l'énergie dans ses attributions, selon le cas, détermine le délai dans lequel le transporteur intéressé doit, sous peine de déchéance, se conformer aux prescriptions de la présente loi et des arrêtés d'exécution de celle-ci ainsi qu'à celles du cahier général des charges dont le texte est annexé à l'acte de concession, ou aux conditions prévues dans le titre de permission.
Art. 23. In geval van dreigende crisis of van plotse crisis op de energiemarkt, of wanneer de bevoorradingszekerheid van het land in het gedrang komt, of wanneer de fysieke veiligheid van personen, de veiligheid of betrouwbaarheid van uitrusting of installaties of de integriteit van de vervoernetten wordt bedreigd, kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de Commissie [1 en in overleg met de aardgasvervoersnetbeheerder, de beheerder van een opslaginstallatie, de beheerder van een LNG installatie]1, de nodige beschermingsmaatregelen nemen, met inbegrip van tijdelijke afwijkingen van de bepalingen van deze wet.
[1 Deze maatregelen moeten zo min mogelijk storingen veroorzaken in de werking van de Europese interne markt en mogen de strikt onontbeerlijke draagwijdte niet overstijgen die nodig is om te verhelpen aan de plotse moeilijkheden die zich hebben voorgedaan.
De minister geeft onmiddellijk kennis van deze maatregelen aan de andere lidstaten van de Europese Unie en aan de Europese Commissie.]1
[1 Deze maatregelen moeten zo min mogelijk storingen veroorzaken in de werking van de Europese interne markt en mogen de strikt onontbeerlijke draagwijdte niet overstijgen die nodig is om te verhelpen aan de plotse moeilijkheden die zich hebben voorgedaan.
De minister geeft onmiddellijk kennis van deze maatregelen aan de andere lidstaten van de Europese Unie en aan de Europese Commissie.]1
Modifications
Art. 23. En cas de menace de crise ou de crise soudaine sur le marché de l'énergie, ou lorsque la sécurité d'approvisionnement du pays est menacée, ou en cas de menace pour la sécurité physique ou la sûreté des personnes, des équipements ou des installations ou pour l'intégrité des réseaux de transport, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, après avis de la Commission [1 et en concertation avec le gestionnaire du réseau de transport de gaz naturel, le gestionnaire d'installation de stockage et le gestionnaire d'installation de GNL]1, prendre les mesures de sauvegarde nécessaires, y compris des dérogations temporaires aux dispositions de la présente loi.
[1 Ces mesures doivent provoquer le moins de perturbations possibles dans le fonctionnement du marché intérieur européen et ne doivent pas excéder la portée strictement indispensable pour remédier aux difficultés soudaines qui se sont manifestées.
Le ministre notifie immédiatement ces mesures aux autres Etats membres de l'Union européenne et à la Commission européenne.]1
[1 Ces mesures doivent provoquer le moins de perturbations possibles dans le fonctionnement du marché intérieur européen et ne doivent pas excéder la portée strictement indispensable pour remédier aux difficultés soudaines qui se sont manifestées.
Le ministre notifie immédiatement ces mesures aux autres Etats membres de l'Union européenne et à la Commission européenne.]1
Modifications
Art. 24. (De aardgasondernemingen, met uitzondering van de beheerders) met een sterke positie op de Belgische gasmarkt dragen er zorg voor om in hun intern besluitvormingsproces aangepaste mechanismen in te bouwen teneinde te vermijden dat belangenconflicten in hoofde van verbonden of geassocieerde ondernemingen ertoe leiden dat beslissingen of strategieën worden aangenomen die de wezenlijke belangen van de consumenten of de correcte uitvoering van de openbare dienstverplichtingen van de betrokken onderneming kunnen schaden.
De commissie doet aanbevelingen ter invulling van wat in het eerste lid is bepaald; zij inspireert zich hierbij op de beste praktijken van deugdelijk vennootschapsbestuur. De betrokken vennootschappen lichten de commissie in over het gevolg dat zij aan deze aanbevelingen geven; in voorkomend geval lichten zij haar de specifieke redenen toe op grond waarvan zij menen ervan af te moeten wijken.
Voor de toepassing van dit artikel wordt een onderneming geacht een sterke positie te hebben op de Belgische gasmarkt wanneer zij een aandeel heeft van meer dan 25 % van deze markt of een segment ervan
De commissie doet aanbevelingen ter invulling van wat in het eerste lid is bepaald; zij inspireert zich hierbij op de beste praktijken van deugdelijk vennootschapsbestuur. De betrokken vennootschappen lichten de commissie in over het gevolg dat zij aan deze aanbevelingen geven; in voorkomend geval lichten zij haar de specifieke redenen toe op grond waarvan zij menen ervan af te moeten wijken.
Voor de toepassing van dit artikel wordt een onderneming geacht een sterke positie te hebben op de Belgische gasmarkt wanneer zij een aandeel heeft van meer dan 25 % van deze markt of een segment ervan
Art. 24. (Les entreprises de gaz naturel, à l'exclusion des gestionnaires) ayant une position puissante sur le marché du gaz belge veillent à intégrer dans leur processus décisionnel interne des mécanismes appropriés en vue d'éviter que des conflits d'intérêts dans le chef d'entreprises liées ou associées ne conduisent à l'adoption de décisions ou stratégies susceptibles de nuire aux intérêts essentiels des consommateurs ou à la bonne exécution des obligations de service public de l'entreprise concernée.
La commission formule des recommandations pour la mise en oeuvre du premier alinéa en s'inspirant des meilleures pratiques de gouvernement d'entreprise. Les sociétés concernées informent la commission de la suite qu'elles donnent à ces recommandations; le cas échéant, elles lui exposent les raisons spécifiques pour lesquelles elles estiment devoir y déroger.
Pour l'application du présent article, une entreprise est réputée puissante sur le marché du gaz belge lorsqu'elle détient une part supérieure à 25 % de ce marché ou d'un segment de celui-ci
La commission formule des recommandations pour la mise en oeuvre du premier alinéa en s'inspirant des meilleures pratiques de gouvernement d'entreprise. Les sociétés concernées informent la commission de la suite qu'elles donnent à ces recommandations; le cas échéant, elles lui exposent les raisons spécifiques pour lesquelles elles estiment devoir y déroger.
Pour l'application du présent article, une entreprise est réputée puissante sur le marché du gaz belge lorsqu'elle détient une part supérieure à 25 % de ce marché ou d'un segment de celui-ci
Art. 25. De hoofdstukken IVter en IVquater van deze wet zijn niet van toepassing op [1 ...]1 de Zeepipe-installaties op Belgisch grondgebied.
Modifications
Art. 25. Les Chapitre IVter et IVquater de la présente loi ne sont [1 pas d'application aux installations]1 du Zeepipe sur le territoire belge.
Modifications
Art. 25bis. [1 Onder voorbehoud van andersluidende bepalingen opgenomen in een verdrag afgesloten tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk of in een verdrag afgesloten tussen België en het Verenigd Koninkrijk, zijn de bepalingen van hoofdstuk III, afdeling 2, artikel 15/5bis, § 15, artikel 15/5undecies, § 3, hoofdstuk IVsexies en hoofdstuk IVsepties van deze wet op Interconnector (UK) Limited van toepassing vanaf de inwerkingtreding van titel 3 van de wet van 3 april 2019 betreffende de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie.]1
Art. 25bis. [1 Sous réserve de dispositions contraires figurant dans un traité conclu entre l'Union européenne et le Royaume-Uni ou dans un traité conclu entre la Belgique et le Royaume-Uni, les dispositions figurant à la section 2 du chapitre III, à l'article 15/5bis, § 15, à l'article 15/5undecies, § 3, au chapitre IVsexies et au chapitre IVsepties de cette loi s'appliquent à Interconnector (UK) Limited avec effet à la date d'entrée en vigueur du titre 3 de la loi du 3 avril 2019 relative au retrait du Royaume Uni de l'Union européenne.]1
Modifications
BIJLAGE.
ANNEXE
Art. N. [1 Bijlage 1. - MODELFORMULIER VOOR HERROEPING
(Dit formulier alleen invullen en terugzenden als u de overeenkomst wilt herroepen)
- Aan [hier moet de leverancier zijn naam, adres en e-mailadres invullen]:
- Ik/Wij (*) deel/delen (*) u hierbij mede dat ik/wij mijn/onze (*) overeenkomst betreffende de levering van gas herroep/herroepen (*)
- Afgesloten op (...)
- Naam/Namen huishoudelijke afnemer(s)
- Adres huishoudelijke afnemer(s)
- Leveringsadres van gas, indien verschillend van het adres van de huishoudelijke afnemer(s)
- Handtekening van huishoudelijke afnemer(s) (alleen wanneer dit formulier op papier wordt ingediend)
- Datum
(*) Doorhalen wat niet van toepassing is.]1
(Dit formulier alleen invullen en terugzenden als u de overeenkomst wilt herroepen)
- Aan [hier moet de leverancier zijn naam, adres en e-mailadres invullen]:
- Ik/Wij (*) deel/delen (*) u hierbij mede dat ik/wij mijn/onze (*) overeenkomst betreffende de levering van gas herroep/herroepen (*)
- Afgesloten op (...)
- Naam/Namen huishoudelijke afnemer(s)
- Adres huishoudelijke afnemer(s)
- Leveringsadres van gas, indien verschillend van het adres van de huishoudelijke afnemer(s)
- Handtekening van huishoudelijke afnemer(s) (alleen wanneer dit formulier op papier wordt ingediend)
- Datum
(*) Doorhalen wat niet van toepassing is.]1
Art. N. [1 Annexe 1. - MODELE DE FORMULAIRE DE RETRACTATION
(Veuillez compléter et renvoyer le présent formulaire uniquement si vous souhaitez vous rétracter du contrat)
- A l'attention de [le fournisseur insère ici son nom, son adresse géographique et son adresse électronique]:
- Je/Nous (*) vous notifie/notifions (*) par la présente ma/notre (*) rétractation du contrat de fourniture de gaz ci-dessous
- Contrat conclu le (...)
- Nom du (des) client(s) résidentiel(s)
- Adresse du (des) client(s) résidentiel(s)
- Adresse de fourniture de gaz, si différente de l'adresse du (des) client(s) résidentiel(s)
- Signature du (des) client(s) résidentiel(s) (uniquement en cas de notification du présent formulaire sur papier)
- Date
(*) Biffez la mention inutile.]1
(Veuillez compléter et renvoyer le présent formulaire uniquement si vous souhaitez vous rétracter du contrat)
- A l'attention de [le fournisseur insère ici son nom, son adresse géographique et son adresse électronique]:
- Je/Nous (*) vous notifie/notifions (*) par la présente ma/notre (*) rétractation du contrat de fourniture de gaz ci-dessous
- Contrat conclu le (...)
- Nom du (des) client(s) résidentiel(s)
- Adresse du (des) client(s) résidentiel(s)
- Adresse de fourniture de gaz, si différente de l'adresse du (des) client(s) résidentiel(s)
- Signature du (des) client(s) résidentiel(s) (uniquement en cas de notification du présent formulaire sur papier)
- Date
(*) Biffez la mention inutile.]1