Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
10 MAART 1964. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden waaraan een minder-valide kind moet voldoen om de kinderbijslag te genieten bij toepassing van artikel 47 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor werknemers. [opgeheven bij KB 1987-11-12/31, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1987, maar blijft van toepassing voor de gehandicapte kinderen die reeds ten minste eenentwintig jaar oud zijn vóór 1 juli 1987] (NOTA : opgeheven voor de Duitstalige gemeenschap bij BDG2018-11-29/14, art. 46,3°, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2019)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 21-11-1987 en tekstbijwerking tot 27-12-2018)
Titre
10 MARS 1964. - Arrêté royal fixant les conditions auxquelles un enfant handicapé doit satisfaire pour bénéficier des allocations familiales en application de l'article 47 des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés. [abrogé par AR 1987-11-12/31, art. 6, 002; En vigueur : 01-12-1987, mais reste d'application pour les enfants handicapés qui ont déjà au moins vingt et un ans avant le 1er juillet 1987] (NOTE : abrogé pour la Communauté germanophone par ACG2018-11-29/14, art. 46,3°, 003; En vigueur : 01-01-2019)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 21-11-1987 et mise à jour au 27-12-2018)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (7)
Texte (7)
Artikel 1. De minder-valide kinderen bedoeld bij artikel 47 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor werknemers zijn gerechtigd op de bij dat artikel bepaalde kinderbijslag, als zij voldoen aan de voorwaarden, welke bij dit besluit worden vastgesteld.
Article 1. Les enfants handicapés visés par l'article 47 des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés, ont droit aux allocations familiales fixées par cet article, lorsqu'ils satisfont aux conditions qui sont déterminées par le présent arrêté.
Art. 2. § 1. Het kind moet voor ten minste 66 pct. getroffen zijn door een ontoereikendheid of een vermindering van lichamelijke of geestelijke geschiktheid wegens één of meer aandoeningen.
  De ontoereikendheid of de vermindering van deze ongeschiktheid wordt vastgesteld volgens de "Officiële Belgische schaal tot vaststelling van de graad van invaliditeit", goedgekeurd bij het besluit van de Regent van 12 februari 1946.
  Indien het minder-valide kind getroffen is door meer dan één aandoening, wordt zijn ontoereikendheid of vermindering van geschiktheid berekend overeenkomstig de bij voormelde medische handleiding voorgeschreven berekeningswijze voor verscheidene aandoeningen.
  Het kind dat in toepassing van artikel 63 van de voornoemde samengevoegde wetten ongeschikt erkend wordt om enig beroep uit te oefenen wordt geacht te voldoen aan de voorwaarde vastgesteld bij lid 1.
  § 2. De ontoereikendheid of de vermindering van lichamelijke of geestelijke geschiktheid wordt vastgesteld zoals bepaald bij artikel 63, laatste lid, voor voormelde samengeordende wetten.
Art. 2. § 1. L'enfant doit être atteint à 66 p. c. au moins d'une insuffisance ou diminution de capacité physique ou mentale du chef d'une ou plusieurs affectations.
  L'insuffisance ou la diminution de cette incapacité est fixée suivant le "Barème officiel belge des invalidités" approuvé par l'arrêté du Régent du 12 février 1946.
  Si l'enfant handicapé est atteint de plus d'une affection, son insuffisance ou diminution de capacité est calculée conformément au mode de calcul prescrit par le Guide-Barème médical précité pour différentes affections.
  L'enfant qui, en application de l'article 63 des lois coordonnées précitées, est reconnu incapable d'exercer une profession quelconque, est censé satisfaire à la condition fixée à l'alinéa 1er.
  § 2. L'insuffisance ou la diminution de capacité physique ou mentale est constatée conformément à l'article 63, dernier alinéa, des lois coordonnées précitées.
Art. 3. Het minder-valide kind moet de toekenningsvoorwaarden vervullen die voorzien zijn bij of krachtens artikel 62, (de leeftijdsgrens bepaald in §§ 2 en 3 uitgezonderd), of bij artikel 63 der voormelde samengeordende wetten (...)
Art. 3. L'enfant handicapé doit remplir les conditions d'octroi prévues par ou en vertu de l'article 62, (limite d'âge prévue aux §§ 2 et 3 excepté), ou par l'article 63 des lois coordonnées précitées (...).
Art. 4. De bij artikel 2 bepaalde ontoereikendheid of vermindering van lichamelijke of geestelijke geschiktheid moet een aanvang hebben genomen vooraleer het minder-valide kind, wegens het bereiken van de bij of krachtens voormelde samengeordende wetten bepaalde leeftijdsgrens, heeft opgehouden rechtgevend op kinderbijslag te zijn.
Art. 4. L'insuffisance ou la diminution de capacité physique ou mentale, dont question à l'article 2, doit avoir débuté avant que l'enfant handicapé ait cessé d'être bénéficiaire d'allocations familiales, parce qu'il a atteint la limite d'âge fixée par ou en vertu des lois coordonnées précitées.
Art. 5. De bepalingen van dit besluit zijn niet van toepassing op de minder-validen wier aktiviteit aanleiding geeft tot verzekeringsplicht ingevolge één der regelingen van sociale zekerheid, behoudens als het gaat om minder-validen tewerkgesteld door een beschutte werkplaats, die bedoeld wordt in artikel 63, eerste lid, 2°, b, van de voornoemde samengeordende wetten, gewijzigd bij de wet van 28 maart 1975, of om minder-validen verbonden door een leerovereenkomst, bedoeld in artikel 62, A2 van dezelfde wetten, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 7 van 18 april 1967, bij de wet van 20 juli 1971 en aangevuld bij het koninklijk besluit van 13 januari 1975.
Art. 5. Les dispositions du présent arrêté ne sont pas applicables aux handicapés dont l'activité donne lieu à assujettissement à un des régimes de sécurité sociale, sauf s'il s'agit de handicapés occupés par un atelier protégé visé à l'article 63, alinéa 1er, 2°, b, des lois coordonnées précitées, modifié par la loi du 28 mars 1975, ou de handicapés liés par un contrat d'apprentissage visé à l'article 62, § 2, des mêmes lois, modifié par l'arrêté royal n° 7 du 18 avril 1967, par la loi du 20 juillet 1971 et complété par l'arrêté royal du 13 janvier 1975.
Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 april 1964.
Art. 6. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er avril 1964.
Art. 7. Onze Minister van Sociale Voorzorg is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7. Notre Ministre de la Prévoyance sociale est chargé de l'exécution du présent arrêté.