Artikel 1. <W 1985-09-23/33, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> Voor de burgerlijke rechtbanken en rechtbanken van koophandel van eerste aanleg, en de arbeidsrechtbanken, [2 die hun rechtsmacht uitoefenen over de arrondissementen Henegouwen, Luik, Luxemburg, Namen en Waals-Brabant]2, [1 alsook voor de Franstalige rechtbanken van het arrondissement Brussel,]1 wordt de gehele rechtspleging in betwiste zaken in het Frans gevoerd.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
15 JUNI 1935. - WET op het gebruik der talen in gerechtszaken(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-11-1985 en tekstbijwerking tot 24-05-2024)
Titre
15 JUIN 1935. - LOI concernant l'emploi des langues en matière judiciaire. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 05-11-1985 et mise à jour au 24-05-2024)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK I. - Gebruik der talen voor de burger...
HOOFDSTUK II. - Gebruik der talen bij het vooro...
HOOFSTUK IIbis. - Gebruik der talen voor de str...
HOOFDSTUK IIter. - [1 Rechtsmiddelen voor de ve...
HOOFDSTUK III. - Gebruik der talen voor de rech...
HOOFDSTUK IV. - Gebruik der talen voor het Hof ...
HOOFDSTUK V. - Algemeene beschikkingen.
HOOFDSTUK VI. - Rechterlijke inrichting. Kennis...
HOOFDSTUK VII. - Overgangsbepalingen.
HOOFDSTUK VIII. - Inwerkingtreding.
Table des matières
CHAPITRE I. - Emploi des langues devant les jur...
CHAPITRE II. - Emploi des langues à l'informati...
CHAPITRE IIbis. - Emploi des langues devant le ...
CHAPITRE IIter. - [1 Des voies de recours propr...
CHAPITRE III. - Emploi des langues devant les j...
CHAPITRE IV. - Emploi des langues devant la Cou...
CHAPITRE V. - Dispositions générales.
CHAPITRE VI. - Organisation judiciaire. Connais...
CHAPITRE VII. - Dispositions transitoires.
CHAPITRE VIII. - Mise en vigueur.
Tekst (101)
Texte (101)
HOOFDSTUK I. - Gebruik der talen voor de burgerlijke rechtbanken en de rechtbanken van koophandel van eersten aanleg.
CHAPITRE I. - Emploi des langues devant les juridictions civiles et commerciales de première instance.
Article 1. <L 1985-09-23/33, art. 1, 002; En vigueur : 01-09-1988> Devant les juridictions civiles et commerciales de première instance, et les tribunaux du travail [2 qui exercent leur juridiction dans les arrondissements du Hainaut, de Liège, de Luxembourg, de Namur et du Brabant wallon]2,[1 ainsi que devant les tribunaux francophones de l'arrondissement de Bruxelles,]1 toute la procédure en matière contentieuse est faite en français.
Art. 2. <W 1985-09-23/33, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> Voor de burgerlijke rechtbanken en rechtbanken van koophandel van eerste aanleg, en de arbeidsrechtbanken [2 die hun rechtsmacht uitoefenen over de arrondissementen Antwerpen, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Limburg en Leuven ]2, [1 alsook voor de Nederlandstalige rechtbanken van het arrondissement Brussel, ]1 wordt de gehele rechtspleging in betwiste zaken in het Nederlands gevoerd.
Art. 2. <L 1985-09-23/33, art. 2, 002; En vigueur : 01-09-1988> Devant les juridictions civiles et commerciales de première instance, et les tribunaux du travail [2 qui exercent leur juridiction dans les arrondissements d'Anvers, de Flandre orientale, de Flandre occidentale, du Limbourg et de Louvain]2, [1 ainsi que devant les tribunaux néerlandophones de l'arrondissement de Bruxelles]1 toute la procédure en matière contentieuse est faite en néerlandais.
Art. 2bis. <INGEVOEGD bij W 1985-09-23/33, art. 3; Inwerkingtreding : 01-09-1988> Voor de burgerlijke rechtbanken en rechtbanken van koophandel van eerste aanleg, en de arbeidsrechtbank die hun zetel hebben in het arrondissement Eupen wordt de gehele rechtspleging in betwiste zaken in het Duits gevoerd.
Art. 2bis. <L 1985-09-23/33, art. 3; En vigueur : 01-09-1988> Devant les juridictions civiles et commerciales de première instance, et le tribunal du travail dont le siège est établi dans l'arrondissement d'Eupen, toute la procédure en matière contentieuse est faite en allemand.
Art. 3. (De bij artikel 2 vastgestelde regel geldt insgelijks voor de vredegerechten en, wanneer de vordering het bedrag, vastgesteld in artikel 590 van het Gerechtelijk Wetboek, niet overschrijdt, voor de politierechtbanken van het arrondissement Brussel die zitting houden in de aangelegenheden bedoeld in artikel 601bis van hetzelfde Wetboek en wier rechtsgebied uitsluitend uit Vlaamse gemeenten bestaat gelegen buiten de Brusselse agglomeratie.) <W 1994-07-11/33, art. 59, a), 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
(Hij is eveneens van toepassing op de vorderingen die worden ingesteld voor de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank, (de rechtbank van koophandel en, wanneer de vordering het bedrag vastgesteld in artikel 590 van het Gerechtlijk Wetboek overschrijdt, de politierechtbanken die zitting houden in de aangelegenheden bedoeld in artikel 601bis van het Gerechtelijk Wetboek, waarvan de zetel in het arrondissement Brussel is gevestigd), wanneer een zaak voor de rechtbank aanhangig wordt gemaakt op grond van een territoriale bevoegdheid bepaald door een plaats welke zich op het grondgebied van een van voormelde gemeenten bevindt.) <W 10-10-1967, art. 168> <W 1994-07-11/33, art. 59, b), 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
(Hij is eveneens van toepassing op de vorderingen die worden ingesteld voor de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank, (de rechtbank van koophandel en, wanneer de vordering het bedrag vastgesteld in artikel 590 van het Gerechtlijk Wetboek overschrijdt, de politierechtbanken die zitting houden in de aangelegenheden bedoeld in artikel 601bis van het Gerechtelijk Wetboek, waarvan de zetel in het arrondissement Brussel is gevestigd), wanneer een zaak voor de rechtbank aanhangig wordt gemaakt op grond van een territoriale bevoegdheid bepaald door een plaats welke zich op het grondgebied van een van voormelde gemeenten bevindt.) <W 10-10-1967, art. 168> <W 1994-07-11/33, art. 59, b), 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
Art. 3. (La règle énoncée à l'article 2 s'applique également aux justices de paix et, si la demande n'excède pas le montant fixé à l'article 590 du Code judiciaire, aux tribunaux de police de l'arrondissement de Bruxelles qui siègent dans les matières visées à l'article 601bis du même Code et dont le ressort est composé exclusivement de communes flamandes, sises en dehors de l'agglomération bruxelloise.) <L 1994-07-11/33, art. 59, a), 006; En vigueur : 01-01-1995>
(Elle est pareillement applicable aux demandes portées devant le tribunal de première instance, le tribunal du travail, (le tribunal de commerce et, si la demande excède le montant fixé à l'article 590 du Code judiciaire, les tribunaux de police qui siègent dans les matières visées à l'article 601bis du Code judiciaire, dont le siège est établi dans l'arrondissement de Bruxelles), lorsque le tribunal a été saisi en raison d'une compétence territoriale déterminée par un lieu situé dans l'une des communes précitées.) <L 10-10-1967, art. 168> <L 1994-07-11/33, art. 59, b), 006; En vigueur : 01-01-1995>
(Elle est pareillement applicable aux demandes portées devant le tribunal de première instance, le tribunal du travail, (le tribunal de commerce et, si la demande excède le montant fixé à l'article 590 du Code judiciaire, les tribunaux de police qui siègent dans les matières visées à l'article 601bis du Code judiciaire, dont le siège est établi dans l'arrondissement de Bruxelles), lorsque le tribunal a été saisi en raison d'une compétence territoriale déterminée par un lieu situé dans l'une des communes précitées.) <L 10-10-1967, art. 168> <L 1994-07-11/33, art. 59, b), 006; En vigueur : 01-01-1995>
Art. 4. § 1. (Behoudens de gevallen van artikel 3 wordt het gebruik der talen voor geheel de rechtspleging in betwiste zaken voor de gerechten van eerste aanleg waarvan de zetel in het arrondissement Brussel is gevestigd, (en, wanneer de vordering het bedrag vastgesteld in artikel 590 van het Gerechtelijk wetboek overschrijdt, voor de politierechtbank van Brussel die zitting houdt in de aangelegenheden bedoeld in artikel 601bis van hetzelfde Wetboek) geregeld als volgt :) <W 10-10-1967, art. 169> <W 1994-07-11/33, art. 60, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
De akte tot inleiding van het geding wordt in het Fransch gesteld, indien de verweerder woonachtig is in (het Frans taalgebied); in het Nederlandsch, indien de verweerder woonachtig is in (het Nederlands taalgebied); in het Fransch of in het Nederlandsch, ter keuze van den eischer, indien de verweerder woonachtig is in eene gemeente van de Brusselsche agglomeratie of geen gekende woonplaats in België heeft. <W 1985-09-23/33, art. 32, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
De rechtspleging wordt voortgezet in de taal der akte tot inleiding van het geding, tenzij de verweerder, voor alle verweer en alle exceptie, zelfs van onbevoegdheid, vraagt dat de rechtspleging in de andere taal wordt voortgezet [1 indien het een rechtspleging betreft die werd ingeleid voor de vrederechter, dan wel naar de anderstalige rechtbank van het arrondissement wordt verwezen, indien het een rechtspleging betreft die werd ingeleid voor de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel of de politierechtbank.]1.
§ 2. De bij de vorige alinea voorziene aanvraag wordt mondeling gedaan door den verweerder die in persoon verschijnt; zij wordt schriftelijk ingediend, wanneer de verweerder bij lasthebber verschijnt. Het geschrift moet van de hand zijn van verweerder en door hem zelf onderteekend; het (...) blijft aan het vonnis gehecht. <KB 30-01-1939, art. 290 en R 26-06-1947, art. 81>
[1 De rechter doet op staande voet uitspraak. Hij kan weigeren op de aanvraag in te gaan, indien uit de elementen van de zaak blijkt dat de verweerder een toereikende kennis bezit van de taal gebruikt voor het opmaken van de akte tot inleiding van het geding.
In afwijking van het tweede lid kan de rechter, wanneer de verweerder gedomicilieerd is in de Brusselse agglomeratie of in een van de zes randgemeenten in de zin van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik der talen in bestuurszaken, de vraag tot verwijzing of verandering van taal slechts weigeren om een van de twee volgende redenen :
- als die vraag tegengesteld is aan de taal van de meerderheid van de pertinente dossierstukken;
- als die vraag tegengesteld is aan de taal van de arbeidsverhouding.
Elke beslissing over een vraag tot verwijzing of verandering van taal wordt met redenen omkleed en bij gerechtsbrief of per fax zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht. Bij gebrek aan beroep ingediend binnen de in artikel 23quater bedoelde termijn, wordt de beslissing uitvoerbaar op de minuut en voor registratie, zonder andere rechtspleging of vormvereisten.]1
[1 § 2bis. Wanneer de verweerder een administratieve overheid is, kan de rechter weigeren in te gaan op de vraag tot verwijzing naar de rechtbank van de andere taalrol of tot verandering van taal, als uit de elementen van de zaak blijkt dat zij een toereikende kennis bezit van de taal gebruikt voor het opmaken van de akte tot inleiding van het geding.
De beslissing van de rechter wordt met redenen omkleed en zo spoedig mogelijk bij gerechtsbrief of fax ter kennis gebracht. Bij gebrek aan beroep ingediend binnen de in artikel 23quater bedoelde termijn, wordt de beslissing uitvoerbaar op de minuut en voor registratie, zonder andere rechtspleging of vormvereisten.]1
(§ 3. Dezelfde aanvraag tot voortzetting in de andere taal mag, onder dezelfde voorwaarden, worden gedaan door de verweerders die gedomicilieerd zijn in een der volgende gemeenten : Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel, Wezembeek-Oppem.) <W 09-08-1963, art. 11>
De akte tot inleiding van het geding wordt in het Fransch gesteld, indien de verweerder woonachtig is in (het Frans taalgebied); in het Nederlandsch, indien de verweerder woonachtig is in (het Nederlands taalgebied); in het Fransch of in het Nederlandsch, ter keuze van den eischer, indien de verweerder woonachtig is in eene gemeente van de Brusselsche agglomeratie of geen gekende woonplaats in België heeft. <W 1985-09-23/33, art. 32, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
De rechtspleging wordt voortgezet in de taal der akte tot inleiding van het geding, tenzij de verweerder, voor alle verweer en alle exceptie, zelfs van onbevoegdheid, vraagt dat de rechtspleging in de andere taal wordt voortgezet [1 indien het een rechtspleging betreft die werd ingeleid voor de vrederechter, dan wel naar de anderstalige rechtbank van het arrondissement wordt verwezen, indien het een rechtspleging betreft die werd ingeleid voor de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel of de politierechtbank.]1.
§ 2. De bij de vorige alinea voorziene aanvraag wordt mondeling gedaan door den verweerder die in persoon verschijnt; zij wordt schriftelijk ingediend, wanneer de verweerder bij lasthebber verschijnt. Het geschrift moet van de hand zijn van verweerder en door hem zelf onderteekend; het (...) blijft aan het vonnis gehecht. <KB 30-01-1939, art. 290 en R 26-06-1947, art. 81>
[1 De rechter doet op staande voet uitspraak. Hij kan weigeren op de aanvraag in te gaan, indien uit de elementen van de zaak blijkt dat de verweerder een toereikende kennis bezit van de taal gebruikt voor het opmaken van de akte tot inleiding van het geding.
In afwijking van het tweede lid kan de rechter, wanneer de verweerder gedomicilieerd is in de Brusselse agglomeratie of in een van de zes randgemeenten in de zin van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik der talen in bestuurszaken, de vraag tot verwijzing of verandering van taal slechts weigeren om een van de twee volgende redenen :
- als die vraag tegengesteld is aan de taal van de meerderheid van de pertinente dossierstukken;
- als die vraag tegengesteld is aan de taal van de arbeidsverhouding.
Elke beslissing over een vraag tot verwijzing of verandering van taal wordt met redenen omkleed en bij gerechtsbrief of per fax zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht. Bij gebrek aan beroep ingediend binnen de in artikel 23quater bedoelde termijn, wordt de beslissing uitvoerbaar op de minuut en voor registratie, zonder andere rechtspleging of vormvereisten.]1
[1 § 2bis. Wanneer de verweerder een administratieve overheid is, kan de rechter weigeren in te gaan op de vraag tot verwijzing naar de rechtbank van de andere taalrol of tot verandering van taal, als uit de elementen van de zaak blijkt dat zij een toereikende kennis bezit van de taal gebruikt voor het opmaken van de akte tot inleiding van het geding.
De beslissing van de rechter wordt met redenen omkleed en zo spoedig mogelijk bij gerechtsbrief of fax ter kennis gebracht. Bij gebrek aan beroep ingediend binnen de in artikel 23quater bedoelde termijn, wordt de beslissing uitvoerbaar op de minuut en voor registratie, zonder andere rechtspleging of vormvereisten.]1
(§ 3. Dezelfde aanvraag tot voortzetting in de andere taal mag, onder dezelfde voorwaarden, worden gedaan door de verweerders die gedomicilieerd zijn in een der volgende gemeenten : Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel, Wezembeek-Oppem.) <W 09-08-1963, art. 11>
Art. 4. § 1. (Sauf dans les cas prévus à l'article 3, l'emploi des langues pour la procédure en matière contentieuse devant les juridictions de première instance dont le siège est établi dans l'arrondissement de Bruxelles (et, si la demande excède le montant fixé à l'article 590 du Code judiciaire, devant le tribunal de police de Bruxelles siégeant dans les matières visées à l'article 601bis du même Code) est réglé comme suit) : <L 10-10-1967, art. 169> <L 1994-07-11/33, art. 60, 006; En vigueur : 01-01-1995>
L'acte introductif d'instance est rédigé en français si le défendeur est domicilié dans (la région de langue française); en néerlandais, si le défendeur est domicilié dans (la région de langue néerlandaise); en français ou en néerlandais, au choix du demandeur, si le défendeur est domicilié dans une commune de l'agglomération bruxelloise ou n'a aucun domicile connu en Belgique. <L 1985-09-23/33, art. 32, 1°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
La procédure est poursuivie dans la langue employée pour la rédaction de l'acte introductif d'instance, à moins que le défendeur, avant toute défense et toute exception même d'incompétence, ne demande que la procédure soit poursuivie dans l'autre langue [1 s'il s'agit d'une procédure introduite devant le juge de paix, ou renvoyée devant le tribunal de l'autre langue de l'arrondissement, s'il s'agit d'une procédure introduite devant le tribunal de première instance, le tribunal du travail, le tribunal de commerce ou le tribunal de police.]1.
§ 2. La demande prévue à l'alinéa précédent est faite oralement par le défendeur comparaissant en personne; elle est introduite par écrit lorsque le défendeur comparaît par mandataire. L'écrit doit être tracé et signé par le défendeur lui-même; il (...) reste annexé au jugement. <AR 30-11-1939, art. 290 et ADR 26-06-1947, art. 86>
[1 Le juge statue sur-le-champ. Il peut refuser de faire droit à la demande si les éléments de la cause établissent que le défendeur a une connaissance suffisante de la langue employée pour la rédaction de l'acte introductif d'instance.
Par dérogation à l'alinéa 2, lorsque le défendeur est domicilié dans l'agglomération bruxelloise ou dans une des six communes périphériques au sens des lois coordonnées du 18 juillet 1966 relatives à l'emploi des langues en matière administrative, le juge ne peut refuser la demande de renvoi ou de changement de langue que pour l'un des deux motifs suivants :
- si cette demande est contraire à la langue de la majorité des pièces pertinentes du dossier;
- si cette demande est contraire à la langue de la relation de travail.
Toute décision se prononçant sur une demande de renvoi ou de changement de langue est motivée et notifiée par pli judiciaire ou par télécopie dans les meilleurs délais. A défaut de recours intenté dans le délai visé à l'article 23quater, la décision devient exécutoire sur minute et avant enregistrement, sans autres procédures ni formalités.]1
[1 § 2bis. Lorsque le défendeur est une autorité administrative, le juge peut refuser de faire droit à sa demande de renvoi vers le tribunal de l'autre rôle linguistique ou de changement de langue, si les éléments de la cause établissent qu'elle a une connaissance suffisante de la langue employée pour la rédaction de l'acte introductif d'instance.
La décision du juge est motivée et notifiée par pli judiciaire ou par télécopie dans les meilleurs délais. A défaut de recours intenté dans le délai visé à l'article 23quater, la décision devient exécutoire sur minute et avant enregistrement, sans autres procédures ni formalités.]1
(§ 3. La même demande de changement de langue peut être formulée sous les mêmes conditions par les défendeurs domiciliés dans une des communes de Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Rhode-Saint-Genèse, Wemmel, Wezembeek-Oppem.) <L 09-08-1963, art. 11>
L'acte introductif d'instance est rédigé en français si le défendeur est domicilié dans (la région de langue française); en néerlandais, si le défendeur est domicilié dans (la région de langue néerlandaise); en français ou en néerlandais, au choix du demandeur, si le défendeur est domicilié dans une commune de l'agglomération bruxelloise ou n'a aucun domicile connu en Belgique. <L 1985-09-23/33, art. 32, 1°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
La procédure est poursuivie dans la langue employée pour la rédaction de l'acte introductif d'instance, à moins que le défendeur, avant toute défense et toute exception même d'incompétence, ne demande que la procédure soit poursuivie dans l'autre langue [1 s'il s'agit d'une procédure introduite devant le juge de paix, ou renvoyée devant le tribunal de l'autre langue de l'arrondissement, s'il s'agit d'une procédure introduite devant le tribunal de première instance, le tribunal du travail, le tribunal de commerce ou le tribunal de police.]1.
§ 2. La demande prévue à l'alinéa précédent est faite oralement par le défendeur comparaissant en personne; elle est introduite par écrit lorsque le défendeur comparaît par mandataire. L'écrit doit être tracé et signé par le défendeur lui-même; il (...) reste annexé au jugement. <AR 30-11-1939, art. 290 et ADR 26-06-1947, art. 86>
[1 Le juge statue sur-le-champ. Il peut refuser de faire droit à la demande si les éléments de la cause établissent que le défendeur a une connaissance suffisante de la langue employée pour la rédaction de l'acte introductif d'instance.
Par dérogation à l'alinéa 2, lorsque le défendeur est domicilié dans l'agglomération bruxelloise ou dans une des six communes périphériques au sens des lois coordonnées du 18 juillet 1966 relatives à l'emploi des langues en matière administrative, le juge ne peut refuser la demande de renvoi ou de changement de langue que pour l'un des deux motifs suivants :
- si cette demande est contraire à la langue de la majorité des pièces pertinentes du dossier;
- si cette demande est contraire à la langue de la relation de travail.
Toute décision se prononçant sur une demande de renvoi ou de changement de langue est motivée et notifiée par pli judiciaire ou par télécopie dans les meilleurs délais. A défaut de recours intenté dans le délai visé à l'article 23quater, la décision devient exécutoire sur minute et avant enregistrement, sans autres procédures ni formalités.]1
[1 § 2bis. Lorsque le défendeur est une autorité administrative, le juge peut refuser de faire droit à sa demande de renvoi vers le tribunal de l'autre rôle linguistique ou de changement de langue, si les éléments de la cause établissent qu'elle a une connaissance suffisante de la langue employée pour la rédaction de l'acte introductif d'instance.
La décision du juge est motivée et notifiée par pli judiciaire ou par télécopie dans les meilleurs délais. A défaut de recours intenté dans le délai visé à l'article 23quater, la décision devient exécutoire sur minute et avant enregistrement, sans autres procédures ni formalités.]1
(§ 3. La même demande de changement de langue peut être formulée sous les mêmes conditions par les défendeurs domiciliés dans une des communes de Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Rhode-Saint-Genèse, Wemmel, Wezembeek-Oppem.) <L 09-08-1963, art. 11>
Art. 5. <W 1994-07-11/33, art. 61, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995> Behoudens de in artikel 3 bedoelde gevallen wordt het gebruik der talen voor geheel de rechtspleging in betwiste zaken voor de politierechtbanken te Halle en te Vilvoorde, die zitting houden in de aangelegenheden bedoeld in artikel 601bis van het Gerechtelijk Wetboek, geregeld als volgt, wanneer de vordering het bedrag vastgesteld bij artikel 590 van hetzelfde Wetboek overschrijdt :
De akte van rechtsingang wordt in het Nederlands opgesteld en de rechtspleging wordt in deze taal voortgezet, tenzij de verweerder, vóór elk verweer en elke exceptie, zelfs van onbevoegdheid, vraagt dat de rechtspleging in het Frans wordt voortgezet.
In dat geval wordt gehandeld overeenkomstig de bepalingen van artikel 4, § 2.
Wanneer de rechter de vraag inwilligt, verzendt hij de zaak naar de [1 Franstalige]1 politierechtbank van Brussel.
De akte van rechtsingang wordt in het Nederlands opgesteld en de rechtspleging wordt in deze taal voortgezet, tenzij de verweerder, vóór elk verweer en elke exceptie, zelfs van onbevoegdheid, vraagt dat de rechtspleging in het Frans wordt voortgezet.
In dat geval wordt gehandeld overeenkomstig de bepalingen van artikel 4, § 2.
Wanneer de rechter de vraag inwilligt, verzendt hij de zaak naar de [1 Franstalige]1 politierechtbank van Brussel.
Art. 5. <L 1994-07-11/33, art. 61, 006; En vigueur : 01-01-1995> Sauf dans les cas prévus à l'article 3, l'emploi des langues pour la procédure en matière contentieuse devant les tribunaux de police de Hal et de Vilvorde siégeant dans les matières visées à l'article 601bis du Code judiciaire est réglé comme suit, si la demande excède le montant fixé à l'article 590 du même Code :
L'acte introductif d'instance est rédigé en néerlandais et la procédure est poursuivie dans cette langue, à moins que le défendeur, avant toute défense et toute exception, même d'incompétence, ne demande que la procédure soit poursuivie en français.
Dans ce cas, il est procédé conformément aux dispositions de l'article 4, § 2.
Si le juge fait droit à la demande, il renvoie la cause au tribunal de police [1 francophone]1 de Bruxelles.
L'acte introductif d'instance est rédigé en néerlandais et la procédure est poursuivie dans cette langue, à moins que le défendeur, avant toute défense et toute exception, même d'incompétence, ne demande que la procédure soit poursuivie en français.
Dans ce cas, il est procédé conformément aux dispositions de l'article 4, § 2.
Si le juge fait droit à la demande, il renvoie la cause au tribunal de police [1 francophone]1 de Bruxelles.
Art. 6. § 1. Wanneer, in dezelfde zaak, verscheidene verweerders zijn en, krachtens artikel 4, de akte tot inleiding van het geding in het Fransch of in het Nederlandsch moet gesteld worden, naar gelang de verweerder woonachtig is in (het Frans taalgebied) of in (het Nederlands taalgebied), wordt, voor het opstellen dier akte, de eene of de andere dezer talen gebruikt, naar gelang dat de meerderheid der verweerders in (het Frans taalgebied) of in (het Nederlands taalgebied) woonachtig is. <W 1985-09-23/33, art. 32, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
Bij de berekening van die meerderheid, komt de verweerder, die geen gekende woonplaats heeft, niet in aanmerking.
In geval van gelijkheid, wordt de akte tot inleiding van het geding gesteld in het Fransch of in het Nederlandsch, volgens de keus van den eischer.
§ 2. [1 Wanneer, in dezelfde zaak, verscheidene verweerders zijn en, krachtens artikel 4, de keuze van de taal der rechtspleging aan de verweerder behoort, wordt de taal gebruikt die door de meerderheid wordt gevraagd. Evenwel kan de rechter weigeren op die aanvraag in te gaan, indien uit de elementen van de zaak blijkt dat de meerderheid van de verweerders voldoende de taal kent die werd gebruikt voor het opmaken van de akte tot inleiding van het geding. Wanneer de meerderheid van de verweerders die de taalwijziging of verwijzing vragen gevestigd is in een van de 19 Brusselse gemeenten of in een van de zes randgemeenten is gevestigd in de zin van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik der talen in bestuurszaken, kan de rechter het verzoek tot verwijzing of tot verandering van taal slechts om een van de twee volgende redenen weigeren :
- wanneer dit verzoek tegengesteld is aan de taal van de meerderheid van de pertinente dossierstukken;
- wanneer dit verzoek tegengesteld is aan de taal van de arbeidsverhouding.
In geval van gelijkheid duidt de rechter zelf de taal aan waarin de rechtspleging moet worden voortgezet, daarbij rekening houdend met de behoeften van de zaak.
De rechter doet op staande voet een uitspraak. Zijn beslissing is met redenen omkleed en wordt zo snel mogelijk bij gerechtsbrief of per fax betekend. Indien er binnen de in artikel 23quater bedoelde termijn geen beroep wordt ingesteld, wordt de beslissing uitvoerbaar op de minuut en vóór registratie, zonder andere rechtspleging noch vormvereisten.]1
Bij de berekening van die meerderheid, komt de verweerder, die geen gekende woonplaats heeft, niet in aanmerking.
In geval van gelijkheid, wordt de akte tot inleiding van het geding gesteld in het Fransch of in het Nederlandsch, volgens de keus van den eischer.
§ 2. [1 Wanneer, in dezelfde zaak, verscheidene verweerders zijn en, krachtens artikel 4, de keuze van de taal der rechtspleging aan de verweerder behoort, wordt de taal gebruikt die door de meerderheid wordt gevraagd. Evenwel kan de rechter weigeren op die aanvraag in te gaan, indien uit de elementen van de zaak blijkt dat de meerderheid van de verweerders voldoende de taal kent die werd gebruikt voor het opmaken van de akte tot inleiding van het geding. Wanneer de meerderheid van de verweerders die de taalwijziging of verwijzing vragen gevestigd is in een van de 19 Brusselse gemeenten of in een van de zes randgemeenten is gevestigd in de zin van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik der talen in bestuurszaken, kan de rechter het verzoek tot verwijzing of tot verandering van taal slechts om een van de twee volgende redenen weigeren :
- wanneer dit verzoek tegengesteld is aan de taal van de meerderheid van de pertinente dossierstukken;
- wanneer dit verzoek tegengesteld is aan de taal van de arbeidsverhouding.
In geval van gelijkheid duidt de rechter zelf de taal aan waarin de rechtspleging moet worden voortgezet, daarbij rekening houdend met de behoeften van de zaak.
De rechter doet op staande voet een uitspraak. Zijn beslissing is met redenen omkleed en wordt zo snel mogelijk bij gerechtsbrief of per fax betekend. Indien er binnen de in artikel 23quater bedoelde termijn geen beroep wordt ingesteld, wordt de beslissing uitvoerbaar op de minuut en vóór registratie, zonder andere rechtspleging noch vormvereisten.]1
Art. 6. § 1. Lorsque, dans une même affaire, il y a plusieurs défendeurs, et qu'en vertu de l'article 4 l'acte introductif d'instance doit être rédigé en français ou en néerlandais, selon que le défendeur est domicilié dans (la région de langue française) ou dans (la région de langue néerlandaise), il est fait usage, pour la rédaction de cet acte, de l'une ou l'autre de ces langues selon que la majorité des défendeurs est domiciliée dans une commune wallonne ou dans une commune flamande. <L 1985-09-23/33, art. 32, 1°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
Il n'est pas tenu compte pour le calcul de cette majorité du défendeur qui n'a aucun domicile connu.
En cas de parité, l'acte introductif d'instance est rédigé en français ou en néerlandais, selon le choix du demandeur.
§ 2. [1 Lorsque, dans une même affaire, il y a plusieurs défendeurs et que, en vertu de l'article 4, le choix de la langue de la procédure appartient au défendeur, il est fait usage de la langue demandée par la majorité. Toutefois, le juge peut refuser de faire droit à cette demande si les éléments de la cause établissent que la majorité des défendeurs ont une connaissance suffisante de la langue employée pour la rédaction de l'acte introductif d'instance. Lorsque la majorité des défendeurs qui demandent le changement de langue ou le renvoi est domiciliée dans une des 19 communes bruxelloises ou dans une des six communes périphériques au sens des lois coordonnées du 18 juillet 1966 relatives à l'emploi des langues en matière administrative, le juge ne peut refuser la demande de renvoi ou de changement de langue que pour l'un des deux motifs suivants :
- si cette demande est contraire à la langue de la majorité des pièces pertinentes du dossier;
- si cette demande est contraire à la langue de la relation de travail.
En cas de parité, le juge désigne lui-même la langue dans laquelle la procédure sera poursuivie, en tenant compte des besoins de la cause.
Le juge statue sur-le-champ. Sa décision est motivée et notifiée par pli judiciaire ou par télécopie dans les meilleurs délais. A défaut de recours intenté dans le délai visé à l'article 23quater, la décision devient exécutoire sur minute et avant enregistrement, sans autres procédures ni formalités.]1
Il n'est pas tenu compte pour le calcul de cette majorité du défendeur qui n'a aucun domicile connu.
En cas de parité, l'acte introductif d'instance est rédigé en français ou en néerlandais, selon le choix du demandeur.
§ 2. [1 Lorsque, dans une même affaire, il y a plusieurs défendeurs et que, en vertu de l'article 4, le choix de la langue de la procédure appartient au défendeur, il est fait usage de la langue demandée par la majorité. Toutefois, le juge peut refuser de faire droit à cette demande si les éléments de la cause établissent que la majorité des défendeurs ont une connaissance suffisante de la langue employée pour la rédaction de l'acte introductif d'instance. Lorsque la majorité des défendeurs qui demandent le changement de langue ou le renvoi est domiciliée dans une des 19 communes bruxelloises ou dans une des six communes périphériques au sens des lois coordonnées du 18 juillet 1966 relatives à l'emploi des langues en matière administrative, le juge ne peut refuser la demande de renvoi ou de changement de langue que pour l'un des deux motifs suivants :
- si cette demande est contraire à la langue de la majorité des pièces pertinentes du dossier;
- si cette demande est contraire à la langue de la relation de travail.
En cas de parité, le juge désigne lui-même la langue dans laquelle la procédure sera poursuivie, en tenant compte des besoins de la cause.
Le juge statue sur-le-champ. Sa décision est motivée et notifiée par pli judiciaire ou par télécopie dans les meilleurs délais. A défaut de recours intenté dans le délai visé à l'article 23quater, la décision devient exécutoire sur minute et avant enregistrement, sans autres procédures ni formalités.]1
Art. 7. § 1. [1 Wanneer de partijen eenstemmig vragen dat de rechtspleging wordt voortgezet in het Nederlands of het Duits voor de in artikel 1 en artikel 4, § 1, bedoelde gerechten, of in het Frans of het Duits voor de in artikelen 2, 3 en 4, § 1, bedoelde gerechten, of in het Nederlands voor de in artikel 2bis bedoelde gerechten, wordt de zaak verwezen naar het gerecht van dezelfde rang en van de gevraagde taal van hetzelfde arrondissement of naar het gerecht van dezelfde rang dat in een ander taalgebied gevestigd is en het meest nabij is of naar het gerecht van dezelfde rang uit een ander taalgebied, dat door de partijen gezamenlijk wordt gekozen. Wanneer deze aanvraag wordt gedaan bij een vredegerecht met zetel in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, wordt de procedure echter voortgezet in de gevraagde taal.]1
Wanneer de partijen voor de in artikel 2bis genoemde gerechten eenstemmig vragen dat de rechtspleging in het Frans wordt voortgezet, wordt de rechtspleging voor datzelfde gerecht in het Frans voortgezet.
De aanvraag bedoeld in deze paragraaf moet door de eiser gedaan worden in de inleidende akte. Zij kan ook door de verweerder worden gedaan. Beide partijen moeten ze aanvaarden voor alle verweer en exceptie, ook die van onbevoegdheid.) [1 Onverminderd de voorgaande bepalingen gebeurt de aanvaarding hetzij op de inleidende zitting, hetzij door middel van een schrijven aan de griffie van het rechtscollege waarbij de zaak aanhangig wordt gemaakt, na ontvangst van de betekening of van de kennisgeving van de gedinginleidende akte, dit ten laatste acht dagen vóór de inleidende zitting. Wanneer de partijen de aanvraag op de inleidende zitting aanvaarden, geldt het proces-verbaal van de onderlinge aanvaarding als verzoek bedoeld in § 2. ]1 <W 1985-09-23/33, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
(§ 1bis. Wanneer de verweerder, wonende in één van de gemeenten [3 van het kanton Moeskroen]3 of in [2 de gemeente Voeren]2, vraagt dat de rechtspleging in het Nederlands wordt voortgezet voor de in het eerste artikel aangeduide rechtsmachten, of in het Frans voor de in artikel 2 aangeduide rechtsmachten, wordt de rechtspleging in die taal voortgezet voor de vrederechter; de zaak wordt verwezen naar de dichtst bij de woonplaats van de verweerder gelegen rechtsmacht van dezelfde rang en met een andere taalregeling, waar het gaat om een zaak die te berechten is door de rechtbank van eerste aanleg die in eerste instantie uitspraak heeft te doen, of door de rechtbank van koophandel (dan wel door de politierechtbank, wanneer zij kennis neemt van de vorderingen bedoeld in artikel 601bis van het Gerechtelijk Wetboek). <W 1994-07-11/33, art. 62, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
Beroep tegen de vonnissen van de vrederechter wordt, volgens dezelfde regel, ingesteld voor de rechtsmacht van het andere taalregime, dat overeenstemt met de taal van het vonnis.
De aanvraag moet worden gedaan vóór alle verweer en alle exceptie, zelfs van onbevoegdheid, Zij wordt schriftelijk ingediend wanneer de verweerder bij lasthebber verschijnt.) <W 09-08-1963, art. 9>
§ 2. [1 Het gezamenlijk schriftelijk verzoek tot taalwijziging wordt, voor alle verweer en exceptie, zelfs van onbevoegdheid, bij de griffie van het betrokken rechtscollege ingediend. De rechter neemt binnen een termijn van vijftien dagen na indiening van dit verzoek een beschikking. Bij gebrek aan een beschikking binnen deze termijn geldt het gebrek aan beschikking als doorverwijzing of aanvaarding van de verandering van taal. De griffie geeft de beschikking, of het gebrek aan beschikking, ter kennis aan de partijen en in voorkomend geval aan de rechtbank waarnaar de zaak wordt verwezen. De rechter beveelt ambtshalve de verwijzing niettegenstaande de regels der territoriale bevoegdheid. Zijn beslissing wordt zo snel mogelijk bij gerechtsbrief en per fax ter kennis gegeven. Onverminderd het beroep voorzien in artikel 23quater, is de beslissing niet vatbaar voor verzet of beroep. De beslissing, of de afwezigheid van beslissing binnen de voorgeschreven termijn, is uitvoerbaar op de minuut en voor registratie, zonder andere rechtspleging noch vormvereisten. Indien het beroep voorzien in artikel 23quater open staat, is de weigeringsbeslissing gelijkelijk uitvoerbaar tenzij beroep wordt ingesteld binnen de in deze bepaling voorziene termijn.
Ter benaarstiging van een van de partijen, brengt de griffier de zaak op de rol, zonder kosten.]1
Wanneer de partijen voor de in artikel 2bis genoemde gerechten eenstemmig vragen dat de rechtspleging in het Frans wordt voortgezet, wordt de rechtspleging voor datzelfde gerecht in het Frans voortgezet.
De aanvraag bedoeld in deze paragraaf moet door de eiser gedaan worden in de inleidende akte. Zij kan ook door de verweerder worden gedaan. Beide partijen moeten ze aanvaarden voor alle verweer en exceptie, ook die van onbevoegdheid.) [1 Onverminderd de voorgaande bepalingen gebeurt de aanvaarding hetzij op de inleidende zitting, hetzij door middel van een schrijven aan de griffie van het rechtscollege waarbij de zaak aanhangig wordt gemaakt, na ontvangst van de betekening of van de kennisgeving van de gedinginleidende akte, dit ten laatste acht dagen vóór de inleidende zitting. Wanneer de partijen de aanvraag op de inleidende zitting aanvaarden, geldt het proces-verbaal van de onderlinge aanvaarding als verzoek bedoeld in § 2. ]1 <W 1985-09-23/33, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
(§ 1bis. Wanneer de verweerder, wonende in één van de gemeenten [3 van het kanton Moeskroen]3 of in [2 de gemeente Voeren]2, vraagt dat de rechtspleging in het Nederlands wordt voortgezet voor de in het eerste artikel aangeduide rechtsmachten, of in het Frans voor de in artikel 2 aangeduide rechtsmachten, wordt de rechtspleging in die taal voortgezet voor de vrederechter; de zaak wordt verwezen naar de dichtst bij de woonplaats van de verweerder gelegen rechtsmacht van dezelfde rang en met een andere taalregeling, waar het gaat om een zaak die te berechten is door de rechtbank van eerste aanleg die in eerste instantie uitspraak heeft te doen, of door de rechtbank van koophandel (dan wel door de politierechtbank, wanneer zij kennis neemt van de vorderingen bedoeld in artikel 601bis van het Gerechtelijk Wetboek). <W 1994-07-11/33, art. 62, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
Beroep tegen de vonnissen van de vrederechter wordt, volgens dezelfde regel, ingesteld voor de rechtsmacht van het andere taalregime, dat overeenstemt met de taal van het vonnis.
De aanvraag moet worden gedaan vóór alle verweer en alle exceptie, zelfs van onbevoegdheid, Zij wordt schriftelijk ingediend wanneer de verweerder bij lasthebber verschijnt.) <W 09-08-1963, art. 9>
§ 2. [1 Het gezamenlijk schriftelijk verzoek tot taalwijziging wordt, voor alle verweer en exceptie, zelfs van onbevoegdheid, bij de griffie van het betrokken rechtscollege ingediend. De rechter neemt binnen een termijn van vijftien dagen na indiening van dit verzoek een beschikking. Bij gebrek aan een beschikking binnen deze termijn geldt het gebrek aan beschikking als doorverwijzing of aanvaarding van de verandering van taal. De griffie geeft de beschikking, of het gebrek aan beschikking, ter kennis aan de partijen en in voorkomend geval aan de rechtbank waarnaar de zaak wordt verwezen. De rechter beveelt ambtshalve de verwijzing niettegenstaande de regels der territoriale bevoegdheid. Zijn beslissing wordt zo snel mogelijk bij gerechtsbrief en per fax ter kennis gegeven. Onverminderd het beroep voorzien in artikel 23quater, is de beslissing niet vatbaar voor verzet of beroep. De beslissing, of de afwezigheid van beslissing binnen de voorgeschreven termijn, is uitvoerbaar op de minuut en voor registratie, zonder andere rechtspleging noch vormvereisten. Indien het beroep voorzien in artikel 23quater open staat, is de weigeringsbeslissing gelijkelijk uitvoerbaar tenzij beroep wordt ingesteld binnen de in deze bepaling voorziene termijn.
Ter benaarstiging van een van de partijen, brengt de griffier de zaak op de rol, zonder kosten.]1
Art. 7. § 1. [1 Lorsque les parties demandent de commun accord que la procédure soit poursuivie en néerlandais ou en allemand devant les juridictions visées à l'article 1er et à l'article 4, § 1er, ou en français ou en allemand devant les juridictions visées aux articles 2, 3 et 4, § 1er, ou en néerlandais devant les juridictions visées à l'article 2bis, la cause est renvoyée à la juridiction de même ordre et de la langue demandée du même arrondissement ou à la juridiction de même ordre la plus proche située dans une autre région linguistique, ou à la juridiction de même ordre d'une autre région linguistique désignée par le choix commun des parties. Toutefois, lorsqu'une telle demande est faite devant une justice de paix dont le siège est établi dans l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale, la procédure est poursuivie dans la langue demandée.]1
Lorsque les parties demandent de commun accord devant les juridictions indiquées à l'article 2bis, que la procédure soit poursuivie en français, la procédure est poursuivie en français devant cette même juridiction.
La demande prévue au présent paragraphe doit être faite par le demandeur dans l'acte introductif d'instance. Elle peut également être introduite par le défendeur. Elle doit être acceptée par les parties avant toute défense et toute exception, même d'incompétence.) [1 Sans préjudice de ce qui précède, cette acceptation est faite soit à l'audience d'introduction soit au moyen d'un écrit adressé au greffe de la juridiction saisie dès réception de la signification ou de la notification de l'acte introductif d'instance et au plus tard huit jours avant l'audience d'introduction. Lorsque les parties acceptent la demande lors de l'audience d'introduction, le procès-verbal de l'acceptation mutuelle vaut comme demande visée au § 2. ]1) <L 1985-09-23/33, art. 7, 002; En vigueur : 01-09-1988>
(§ 1bis. Lorsque le défendeur demeurant dans une des communes [3 du canton de Mouscron]3 ou dans [2 la commune de Fourons]2 demande que la procédure soit poursuivie en néerlandais devant les juridictions indiquées à l'article premier ou en français devant les juridictions indiquées à l'article 2, la procédure est poursuivie en cette langue devant le juge de paix; la cause est renvoyée à la juridiction du même ordre la plus rapprochée du domicile du défendeur et d'un autre régime linguistique s'il s'agit d'une cause à juger par le tribunal de première instance appelé à statuer au premier degré ou par le tribunal de commerce (ou encore par le tribunal de police lorsqu'il connaît des demandes visées à l'article 601bis du Code judiciaire). <L 1994-07-11/33, art. 62, 006; En vigueur : 01-01-1995>
L'appel des jugements de justice de paix est introduit devant la juridiction du régime linguistique correspondant à la langue du jugement, selon la même règle.
La demande doit être faite avant toute défense et toute exception, même d'incompétence. Elle est introduite par écrit lorsque le défendeur comparaît par mandataire.) <L 09-08-1963, art. 9>
§ 2. [1 La demande écrite de changement de langue de commun accord est introduite auprès du greffe de la juridiction concernée avant toute défense et toute exception, même d'incompétence. Le juge rend une ordonnance dans les quinze jours de l'introduction de cette demande. A défaut d'ordonnance dans ce délai, l'absence de décision vaut renvoi ou acceptation du changement de langue. Le greffe notifie aux parties et, le cas échéant au tribunal de renvoi, l'ordonnance ou l'absence d'ordonnance. Le juge ordonne d'office le renvoi nonobstant les règles de compétence territoriale. Sa décision est notifiée par pli judiciaire et par télécopie dans les meilleurs délais. Sans préjudice du recours prévu à l'article 23quater, la décision n'est susceptible ni d'opposition, ni d'appel. La décision, ou l'absence de décision dans le délai prescrit, est exécutoire sur minute et avant enregistrement, sans autres procédures ou formalités. Lorsque le recours prévu à l'article 23quater est ouvert, la décision de refus est pareillement exécutoire à défaut de recours intenté dans le délai prévu par cette disposition.
A la diligence d'une des parties, le greffier de la juridiction de renvoi inscrit la cause au rôle, sans frais.]1
Lorsque les parties demandent de commun accord devant les juridictions indiquées à l'article 2bis, que la procédure soit poursuivie en français, la procédure est poursuivie en français devant cette même juridiction.
La demande prévue au présent paragraphe doit être faite par le demandeur dans l'acte introductif d'instance. Elle peut également être introduite par le défendeur. Elle doit être acceptée par les parties avant toute défense et toute exception, même d'incompétence.) [1 Sans préjudice de ce qui précède, cette acceptation est faite soit à l'audience d'introduction soit au moyen d'un écrit adressé au greffe de la juridiction saisie dès réception de la signification ou de la notification de l'acte introductif d'instance et au plus tard huit jours avant l'audience d'introduction. Lorsque les parties acceptent la demande lors de l'audience d'introduction, le procès-verbal de l'acceptation mutuelle vaut comme demande visée au § 2. ]1) <L 1985-09-23/33, art. 7, 002; En vigueur : 01-09-1988>
(§ 1bis. Lorsque le défendeur demeurant dans une des communes [3 du canton de Mouscron]3 ou dans [2 la commune de Fourons]2 demande que la procédure soit poursuivie en néerlandais devant les juridictions indiquées à l'article premier ou en français devant les juridictions indiquées à l'article 2, la procédure est poursuivie en cette langue devant le juge de paix; la cause est renvoyée à la juridiction du même ordre la plus rapprochée du domicile du défendeur et d'un autre régime linguistique s'il s'agit d'une cause à juger par le tribunal de première instance appelé à statuer au premier degré ou par le tribunal de commerce (ou encore par le tribunal de police lorsqu'il connaît des demandes visées à l'article 601bis du Code judiciaire). <L 1994-07-11/33, art. 62, 006; En vigueur : 01-01-1995>
L'appel des jugements de justice de paix est introduit devant la juridiction du régime linguistique correspondant à la langue du jugement, selon la même règle.
La demande doit être faite avant toute défense et toute exception, même d'incompétence. Elle est introduite par écrit lorsque le défendeur comparaît par mandataire.) <L 09-08-1963, art. 9>
§ 2. [1 La demande écrite de changement de langue de commun accord est introduite auprès du greffe de la juridiction concernée avant toute défense et toute exception, même d'incompétence. Le juge rend une ordonnance dans les quinze jours de l'introduction de cette demande. A défaut d'ordonnance dans ce délai, l'absence de décision vaut renvoi ou acceptation du changement de langue. Le greffe notifie aux parties et, le cas échéant au tribunal de renvoi, l'ordonnance ou l'absence d'ordonnance. Le juge ordonne d'office le renvoi nonobstant les règles de compétence territoriale. Sa décision est notifiée par pli judiciaire et par télécopie dans les meilleurs délais. Sans préjudice du recours prévu à l'article 23quater, la décision n'est susceptible ni d'opposition, ni d'appel. La décision, ou l'absence de décision dans le délai prescrit, est exécutoire sur minute et avant enregistrement, sans autres procédures ou formalités. Lorsque le recours prévu à l'article 23quater est ouvert, la décision de refus est pareillement exécutoire à défaut de recours intenté dans le délai prévu par cette disposition.
A la diligence d'une des parties, le greffier de la juridiction de renvoi inscrit la cause au rôle, sans frais.]1
Art. 7bis. [1 § 1. [2 Voor de vredegerechten van Sint-Genesius-Rode]2 en Meise kan de verweerder met woonplaats te Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel, Wezembeek-Oppem vragen dat de rechtspleging in de Franse taal wordt voortgezet, voor alle verweer en alle exceptie, zelfs van onbevoegdheid.
De in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt mondeling gedaan door de verweerder die in persoon verschijnt. Ze wordt schriftelijk ingediend wanneer de verweerder bij lasthebber verschijnt.
De rechter doet op staande voet uitspraak. Hij kan het verzoek tot verandering van taal slechts om een van de twee volgende redenen weigeren :
- wanneer dit verzoek tegengesteld is aan de taal van de meerderheid van de pertinente dossierstukken;
- wanneer dit verzoek tegengesteld is aan de taal van de arbeidsverhouding.
Zijn beslissing wordt met redenen omkleed en wordt zo snel mogelijk bij gerechtsbrief of per fax ter kennis gegeven. Indien er binnen de in artikel 23quater bedoelde termijn geen beroep wordt ingesteld, wordt de beslissing uitvoerbaar op de minuut en voor registratie, zonder andere rechtspleging noch vormvereisten.
§ 2. De in § 1 omschreven regels zijn eveneens van toepassing op de politierechtbanken te Halle en te Vilvoorde, die zitting houden in de aangelegenheden bedoeld in artikel 601bis van het Gerechtelijk Wetboek.
In dat geval draagt de rechter de zaak over aan de Franstalige politierechtbank te Brussel.]1
De in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt mondeling gedaan door de verweerder die in persoon verschijnt. Ze wordt schriftelijk ingediend wanneer de verweerder bij lasthebber verschijnt.
De rechter doet op staande voet uitspraak. Hij kan het verzoek tot verandering van taal slechts om een van de twee volgende redenen weigeren :
- wanneer dit verzoek tegengesteld is aan de taal van de meerderheid van de pertinente dossierstukken;
- wanneer dit verzoek tegengesteld is aan de taal van de arbeidsverhouding.
Zijn beslissing wordt met redenen omkleed en wordt zo snel mogelijk bij gerechtsbrief of per fax ter kennis gegeven. Indien er binnen de in artikel 23quater bedoelde termijn geen beroep wordt ingesteld, wordt de beslissing uitvoerbaar op de minuut en voor registratie, zonder andere rechtspleging noch vormvereisten.
§ 2. De in § 1 omschreven regels zijn eveneens van toepassing op de politierechtbanken te Halle en te Vilvoorde, die zitting houden in de aangelegenheden bedoeld in artikel 601bis van het Gerechtelijk Wetboek.
In dat geval draagt de rechter de zaak over aan de Franstalige politierechtbank te Brussel.]1
Art. 7bis. [1 § 1er. [2 Devant les justices de paix de Rhode-Saint-Genèse]2 et Meise le défendeur domicilié à Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Rhode-Saint-Genèse, Wemmel, Wezembeek-Oppem peut demander que la procédure soit poursuivie en français avant toute défense et toute exception, même d'incompétence.
La demande visée à l'alinéa 1er est faite oralement par le défendeur comparaissant en personne. Elle est introduite par écrit lorsque le défendeur comparaît par mandataire.
Le juge statue sur-le-champ. Il ne peut refuser la demande de changement de langue que pour l'un des deux motifs suivants :
- si cette demande est contraire à la langue de la majorité des pièces pertinentes du dossier;
- si cette demande est contraire à la langue de la relation de travail.
Sa décision est motivée et notifiée par pli judiciaire ou par télécopie dans les meilleurs délais. A défaut de recours intenté dans le délai visé à l'article 23quater, la décision devient exécutoire sur minute et avant enregistrement, sans autres procédures ni formalités.
§ 2. Les règles énoncées au § 1er s'appliquent également aux tribunaux de police de Hal et de Vilvorde siégeant dans les matières visées à l'article 601bis du Code judiciaire.
Dans ce cas, le juge transmet la cause au tribunal de police francophone de Bruxelles.]1
La demande visée à l'alinéa 1er est faite oralement par le défendeur comparaissant en personne. Elle est introduite par écrit lorsque le défendeur comparaît par mandataire.
Le juge statue sur-le-champ. Il ne peut refuser la demande de changement de langue que pour l'un des deux motifs suivants :
- si cette demande est contraire à la langue de la majorité des pièces pertinentes du dossier;
- si cette demande est contraire à la langue de la relation de travail.
Sa décision est motivée et notifiée par pli judiciaire ou par télécopie dans les meilleurs délais. A défaut de recours intenté dans le délai visé à l'article 23quater, la décision devient exécutoire sur minute et avant enregistrement, sans autres procédures ni formalités.
§ 2. Les règles énoncées au § 1er s'appliquent également aux tribunaux de police de Hal et de Vilvorde siégeant dans les matières visées à l'article 601bis du Code judiciaire.
Dans ce cas, le juge transmet la cause au tribunal de police francophone de Bruxelles.]1
Art. 7ter. [1 In afwijking van de voorgaande artikelen, wanneer de partijen in het gerechtelijk arrondissement Brussel gedomicilieerd zijn en indien zij, na het ontstaan van het geschil, een onderlinge overeenstemming bereiken wat de taal van de rechtspleging betreft, kunnen zij krachtens artikel 706 van het Gerechtelijk Wetboek vrijwillig voor de Nederlandstalige of Franstalige rechtbanken van hun keuze verschijnen of er een gezamenlijk verzoekschrift indienen.
Wanneer een derde door een van de partijen die vrijwillig verschijnen in het geding wordt betrokken, is artikel 6, § 2, van toepassing.]1
Wanneer een derde door een van de partijen die vrijwillig verschijnen in het geding wordt betrokken, is artikel 6, § 2, van toepassing.]1
Art. 7ter. [1 Par dérogation aux articles précédents, lorsque les parties sont domiciliées dans l'arrondissement judiciaire de Bruxelles et qu'elles parviennent, après la naissance du litige, à un accord au sujet de la langue de la procédure, elles peuvent comparaître de manière volontaire ou introduire une requête conjointe devant les tribunaux néerlandophones ou francophones de leur choix en application de l'article 706 du Code judiciaire.
Lorsqu'un tiers est attrait à la cause par une des parties comparaissant volontairement, l'article 6, § 2, est applicable.]1
Lorsqu'un tiers est attrait à la cause par une des parties comparaissant volontairement, l'article 6, § 2, est applicable.]1
Art. 8. Indien de stukken of documenten, in een geding overgelegd, in eene andere taal dan die der rechtspleging gesteld zijn, kan de rechter, op verzoek der partij tegen dewelke die stukken of documenten worden ingeroepen, hiervan de overzetting in de taal der rechtspleging bevelen bij eene met redenen omkleede beslissing. De beslissing van den rechter is noch voor verzet noch voor beroep vatbaar. De kosten van vertaling worden mede begroot.
Art. 8. Si les pièces ou documents produits dans une instance sont rédigés dans une autre langue que celle de la procédure, le juge peut, à la demande de la partie contre laquelle ces pièces ou documents sont invoqués, ordonner par décision motivée la traduction de ceux-ci dans la langue de la procédure. La décision du juge n'est susceptible ni d'opposition ni d'appel. Les frais de traduction entrent en taxe.
Art. 9. De akten van de willige rechtsmacht worden gesteld in de taal welke, bij de vorige artikelen, voor de gedingbeslissende rechtsmacht is voorzien.
De notulen van de beraadslagingen der familieraden worden opgemaakt in de bestuurstaal van de gemeente waar de voogdij opengevallen is. Wanneer echter de omstandigheden het rechtvaardigen, kan de rechter, bij eene met redenen omkleede beslissing, een afwijking van dezen regel toelaten.
In de Brusselsche agglomeratie, zal de meerderheid van den familieraad, daartoe door den rechter uitdrukkelijk aangezocht, beslissen in welke taal de notulen worden opgemaakt. Deze beslissing wordt in de notulen vermeld.
De in dit artikel voorziene beslissingen van den rechter zijn noch voor verzet noch voor beroep vatbaar.
De notulen van de beraadslagingen der familieraden worden opgemaakt in de bestuurstaal van de gemeente waar de voogdij opengevallen is. Wanneer echter de omstandigheden het rechtvaardigen, kan de rechter, bij eene met redenen omkleede beslissing, een afwijking van dezen regel toelaten.
In de Brusselsche agglomeratie, zal de meerderheid van den familieraad, daartoe door den rechter uitdrukkelijk aangezocht, beslissen in welke taal de notulen worden opgemaakt. Deze beslissing wordt in de notulen vermeld.
De in dit artikel voorziene beslissingen van den rechter zijn noch voor verzet noch voor beroep vatbaar.
Art. 9. Les actes de la procédure gracieuse sont rédigés dans celle des langues qui est prévue par les articles précédents pour la juridiction contentieuse.
Les procès-verbaux des délibérations des conseils de famille sont faits dans la langue administrative de la commune où la tutelle s'est ouverte. Toutefois, lorsque les circonstances le justifient, le juge peut autoriser, par décision motivée, une dérogation à cette règle.
Dans l'agglomération bruxelloise, la majorité du conseil de famille, à ce formellement invité par le juge, décide dans quelle langue ces procès-verbaux sont établis. Il est fait mention, dans ceux-ci, de la décision prise.
Les décisions du juge prévues au présent article ne sont susceptibles ni d'oppositions ni d'appel.
Les procès-verbaux des délibérations des conseils de famille sont faits dans la langue administrative de la commune où la tutelle s'est ouverte. Toutefois, lorsque les circonstances le justifient, le juge peut autoriser, par décision motivée, une dérogation à cette règle.
Dans l'agglomération bruxelloise, la majorité du conseil de famille, à ce formellement invité par le juge, décide dans quelle langue ces procès-verbaux sont établis. Il est fait mention, dans ceux-ci, de la décision prise.
Les décisions du juge prévues au présent article ne sont susceptibles ni d'oppositions ni d'appel.
Art. 10. <W 1985-09-23/33, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> (Ter zake van [2 gerechtelijke reorganisatie]2 en faillissement), worden de berichten, oproepingen en voorstellen waarvan de bekendmaking door de wet vereist wordt, gedaan in het Frans in het Franse taalgebied, in het Nederlands in het Nederlands taalgebied, in het Duits en in het Frans in het Duitse taalgebied, en in het Nederlands en in het Frans in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad. <W 1997-08-08/80, art. 135, 010; Inwerkingtreding : 01-01-1998>
Art. 10. <L 1985-09-23/33, art. 8, 002; En vigueur : 01-09-1988> (En matière de [2 réorganisation judiciaire]2 et de faillite), les avis, convocations et propositions dont la publication est requise par la loi, sont faits en français dans la région de langue française, en néerlandais dans la région de langue néerlandaise, en allemand et en français dans la région de langue allemande, et en néerlandais et en français dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale. <L 1997-08-08/80, art. 135, 010; En vigueur : 01-01-1998>
HOOFDSTUK II. - Gebruik der talen bij het vooronderzoek en het onderzoek in strafzaken, alsmede voor de strafgerechten in eersten aanleg en voor de Hoven van Assisen.
CHAPITRE II. - Emploi des langues à l'information et à l'instruction en matière répressive ainsi que devant les juridictions répressives de première instance et devant les Cours d'assises.
Art. 11. De processen-verbaal betreffende de opsporing en de vaststelling van misdaden, wanbedrijven en overtredingen, alsook de processen-verbaal van fiskale aangelegenheden worden, (in Franse taalgebied in het Frans, in het Nederlands taalgebied in het Nederlands en in het Duitse taalgebied in het Duits) gesteld. <W 1985-09-23/33, art. 9, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
In de gemeenten der Brusselsche agglomeratie, worden die processen-verbaal gesteld in het Fransch of in het Nederlandsch, naar gelang dat degene die er het voorwerp van is, de eene of de andere dezer talen voor zijn verklaringen gebruikt, en bij gemis van verklaring, volgens de noodwendigheden der zaak.
(Leden 3 en 4 opgeheven) <W 1985-09-23/33, art. 9, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
In de gemeenten der Brusselsche agglomeratie, worden die processen-verbaal gesteld in het Fransch of in het Nederlandsch, naar gelang dat degene die er het voorwerp van is, de eene of de andere dezer talen voor zijn verklaringen gebruikt, en bij gemis van verklaring, volgens de noodwendigheden der zaak.
(Leden 3 en 4 opgeheven) <W 1985-09-23/33, art. 9, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
Art. 11. Les procès-verbaux relatifs à la recherche et à la constatation de crimes, de délits et de contraventions, ainsi que les procès-verbaux en matière fiscale sont rédigés (en français dans la région de langue française en néerlandais dans la région de langue néerlandaise et en allemand dans la région de langue allemande). <L 1985-09-23/33, art. 9, 1°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
Dans les communes de l'agglomération bruxelloise, ces procès-verbaux sont rédigés en français ou en néerlandais, selon que celui qui en est l'objet fait usage de l'une ou l'autre de ces langues pour ses déclarations et, à défaut de déclaration, selon les besoins de la cause.
(Alinéas 3 et 4 abrogés) <L 1985-09-23/33, art. 9, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
Dans les communes de l'agglomération bruxelloise, ces procès-verbaux sont rédigés en français ou en néerlandais, selon que celui qui en est l'objet fait usage de l'une ou l'autre de ces langues pour ses déclarations et, à défaut de déclaration, selon les besoins de la cause.
(Alinéas 3 et 4 abrogés) <L 1985-09-23/33, art. 9, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
Art. 12. De ambtenaren van het openbaar ministerie en de onderzoeksrechter maken voor hun daden van rechtsvervolging en van onderzoeki, gebruik van de taal voorzien in strafzaken voor de rechtbank waartoe zij behooren.
[1 De federale procureur en de federale magistraten, [2 de procureur voor de verkeersveiligheid, de Europese aanklager, de gedelegeerde Europese aanklagers bedoeld in artikel 309/2 van het Gerechtelijk Wetboek en de substituut-procureurs voor de verkeersveiligheid indien zij houder zijn van het getuigschrift bedoeld in artikel 43quinquies, § 1, derde of vierde lid,]2 maken voor hun daden van onderzoek en van vervolging gebruik van de taal voorzien in strafzaken voor de rechtbank waar zij de strafvordering uitoefenen en, in het geval bedoeld in artikel 47duodecies, § 2, van het Wetboek van strafvordering, van de taal volgens de noodwendigheden van de zaak, en zulks ongeacht de taal van het diploma waarin zij het examen van doctor, licentiaat of master in de rechten hebben afgelegd.]1
[1 De federale procureur en de federale magistraten, [2 de procureur voor de verkeersveiligheid, de Europese aanklager, de gedelegeerde Europese aanklagers bedoeld in artikel 309/2 van het Gerechtelijk Wetboek en de substituut-procureurs voor de verkeersveiligheid indien zij houder zijn van het getuigschrift bedoeld in artikel 43quinquies, § 1, derde of vierde lid,]2 maken voor hun daden van onderzoek en van vervolging gebruik van de taal voorzien in strafzaken voor de rechtbank waar zij de strafvordering uitoefenen en, in het geval bedoeld in artikel 47duodecies, § 2, van het Wetboek van strafvordering, van de taal volgens de noodwendigheden van de zaak, en zulks ongeacht de taal van het diploma waarin zij het examen van doctor, licentiaat of master in de rechten hebben afgelegd.]1
Art. 12. Les officiers du ministère public et le juge d'instruction pour leurs actes de poursuite et d'instruction font usage de la langue prévue en matière répressive pour le tribunal près duquel ils sont établis.
[1 Le procureur fédéral et les magistrats fédéraux, [2 le procureur de la sécurité routière, le procureur européen, les procureurs européens délégués visés à l'article 309/2 du Code judiciaire ainsi que s'ils sont titulaires du certificat visé à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3 ou 4, les substituts du procureur de la sécurité routière,]2 pour leurs actes d'instruction et de poursuite, font usage de la langue prévue en matière pénale devant le tribunal devant lequel ils exercent l'action publique et, dans le cas visé à l'article 47duodecies, § 2, du Code d'instruction criminelle, de la langue selon les nécessités de l'affaire, et ce quelle que soit la langue du diplôme dans laquelle ils ont passé l'examen de doctorat, de licence ou de master en droit.]1
[1 Le procureur fédéral et les magistrats fédéraux, [2 le procureur de la sécurité routière, le procureur européen, les procureurs européens délégués visés à l'article 309/2 du Code judiciaire ainsi que s'ils sont titulaires du certificat visé à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3 ou 4, les substituts du procureur de la sécurité routière,]2 pour leurs actes d'instruction et de poursuite, font usage de la langue prévue en matière pénale devant le tribunal devant lequel ils exercent l'action publique et, dans le cas visé à l'article 47duodecies, § 2, du Code d'instruction criminelle, de la langue selon les nécessités de l'affaire, et ce quelle que soit la langue du diplôme dans laquelle ils ont passé l'examen de doctorat, de licence ou de master en droit.]1
Art. 13. Voor de raadkamer zetelend in strafzaken, en voor de kamer van inbeschuldigingstelling, wordt geheel de rechtspleging gevoerd in de taal welke voor de daden van het gerechtelijk onderzoek wordt gebruikt.
Art. 13. Devant la chambre du conseil siégeant en matière répressive et la chambre des mises en accusation, toute la procédure est faite dans la langue employée pour les actes d'instruction.
Art. 14. (Voor de politierechtbanken en de correctionele rechtbanken rechtsprekende in eerste aanleg, wordt de gehele rechtspleging in het Frans, in het Nederlands of in het Duits gevoerd, naargelang de zetel van die gerechten gevestigd is in de provincies en de arrondissementen onderscheidenlijk genoemd in artikel 1, in artikel 2, of in artikel 2bis.) <W 1985-09-23/33, art. 10, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
(Van deze regel wordt afgeweken wanneer de verdachte [2 in het kanton Moeskroen]2 of [1 in de gemeente Voeren]1 woonachtig is en daartoe het verzoek doet volgens de hieronder opgegeven vormen :
Zo de zaak het voorwerp is van een vooronderzoek van het parket, zal de verdachte zijn aanvraag doen aan het openbaar ministerie en wordt het vooronderzoek voortgezet in de aangevraagde taal.
(...) <W 1994-07-11/33, art. 64, 1°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
Na sluiting van het vooronderzoek (...) zendt het openbaar ministerie, indien de zaak niet zonder gevolg wordt geklasseerd, het dossier voor eventuele vervolging over aan zijn collega van het rechtsgebied van een andere taalstreek, dat het dichtst bij het domicilie van de verdachte is gelegen. <W 1994-07-11/33, art. 64, 2°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
Zo de zaak in onderzoek is, zal de verdachte aanvraag doen aan de onderzoeksmagistraat, die hem daarvan akte zal verlenen. Nadat de onderzoeksrechter eventueel ontheven zal zijn door de instruerende rechtsmacht, zendt de magistraat van het openbaar ministerie het dossier over aan zijn collega van het rechtsgebied van een andere taalstreek, dat het dichtst bij het domicilie van de verdachte is gelegen.
(Zo de zaak rechtstreeks ter zitting wordt gebracht, kan de verdachte zijn aanvraag op de terechtzitting doen. De rechtbank gelast de verwijzing naar de politierechtbank of de correctionele rechtbank die de aangevraagde taal tot voertaal heeft en het dichtst gelegen is bij de woonplaats van de verdachte.) <W 1994-07-11/33, art. 64, 1°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
Wanneer de verdachte de taal niet verstaat, waarvan hij het gebruik voor de rechtspleging vraagt, zal dit feit vermeld worden in het proces-verbaal van de magistraat en zal de rechtspleging in de andere taal gevoerd worden.) <W 09-08-1963, art. 10>
(Van deze regel wordt afgeweken wanneer de verdachte [2 in het kanton Moeskroen]2 of [1 in de gemeente Voeren]1 woonachtig is en daartoe het verzoek doet volgens de hieronder opgegeven vormen :
Zo de zaak het voorwerp is van een vooronderzoek van het parket, zal de verdachte zijn aanvraag doen aan het openbaar ministerie en wordt het vooronderzoek voortgezet in de aangevraagde taal.
(...) <W 1994-07-11/33, art. 64, 1°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
Na sluiting van het vooronderzoek (...) zendt het openbaar ministerie, indien de zaak niet zonder gevolg wordt geklasseerd, het dossier voor eventuele vervolging over aan zijn collega van het rechtsgebied van een andere taalstreek, dat het dichtst bij het domicilie van de verdachte is gelegen. <W 1994-07-11/33, art. 64, 2°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
Zo de zaak in onderzoek is, zal de verdachte aanvraag doen aan de onderzoeksmagistraat, die hem daarvan akte zal verlenen. Nadat de onderzoeksrechter eventueel ontheven zal zijn door de instruerende rechtsmacht, zendt de magistraat van het openbaar ministerie het dossier over aan zijn collega van het rechtsgebied van een andere taalstreek, dat het dichtst bij het domicilie van de verdachte is gelegen.
(Zo de zaak rechtstreeks ter zitting wordt gebracht, kan de verdachte zijn aanvraag op de terechtzitting doen. De rechtbank gelast de verwijzing naar de politierechtbank of de correctionele rechtbank die de aangevraagde taal tot voertaal heeft en het dichtst gelegen is bij de woonplaats van de verdachte.) <W 1994-07-11/33, art. 64, 1°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
Wanneer de verdachte de taal niet verstaat, waarvan hij het gebruik voor de rechtspleging vraagt, zal dit feit vermeld worden in het proces-verbaal van de magistraat en zal de rechtspleging in de andere taal gevoerd worden.) <W 09-08-1963, art. 10>
Art. 14. (Devant les tribunaux de police et les tribunaux correctionnels statuant en première instance, toute la procédure est faite en français, en néerlandais ou en allemand, selon que le siège de ces juridictions est établi dans les provinces et les arrondissements indiqués respectivement à l'article 1er, à l'article 2, ou à l'article 2bis.) <L 1985-09-23/33, art. 10, 002; En vigueur : 01-09-1988>
(Il est dérogé à cette règle lorsque l'inculpé demeurant [2 dans le canton de Mouscron]2 ou [1 dans la commune de Fourons]1 en fait la demande dans les formes ci-après :
Si l'affaire fait l'objet d'une information du parquet, l'inculpé fait sa demande au ministère public et l'information est poursuivie en la langue demandée.
(...) <L 1994-07-11/33, art. 64, 1°, 006; En vigueur : 01-01-1995>
A la clôture de l'information (...), le ministère public, s'il ne classe pas l'affaire sans suite, transmet le dossier pour poursuites éventuelles à son collègue de la juridiction d'une autre région linguistique la plus rapprochée du domicile de l'inculpé. <L 1994-07-11/33, art. 64, 2°, 006; En vigueur : 01-01-1995>
Si l'affaire est en instruction, l'inculpé fait sa demande au magistrat instructeur qui lui en donnera acte. Après décharge éventuelle du juge d'instruction par la juridiction d'instruction, le magistrat du ministère public envoie le dossier à son collègue de la juridiction d'une autre région linguistique la plus rapprochée du domicile de l'inculpé.
(Si l'affaire est portée directement à l'audience, l'inculpé peut y faire sa demande. Le tribunal ordonne le renvoi devant le tribunal de police ou le tribunal correctionnel dont la langue demandée est la langue véhiculaire et qui est le plus rapproché du domicile de l'inculpé.) <L 1994-07-11/33, art. 64, 1°, 006; En vigueur : 01-01-1995>
Au cas où l'inculpé ne comprend pas la langue dont il demande l'emploi pour la procédure, le fait est constaté au procès-verbal du magistrat et la procédure a lieu dans l'autre langue.) <L 09-08-1963, art. 10>
(Il est dérogé à cette règle lorsque l'inculpé demeurant [2 dans le canton de Mouscron]2 ou [1 dans la commune de Fourons]1 en fait la demande dans les formes ci-après :
Si l'affaire fait l'objet d'une information du parquet, l'inculpé fait sa demande au ministère public et l'information est poursuivie en la langue demandée.
(...) <L 1994-07-11/33, art. 64, 1°, 006; En vigueur : 01-01-1995>
A la clôture de l'information (...), le ministère public, s'il ne classe pas l'affaire sans suite, transmet le dossier pour poursuites éventuelles à son collègue de la juridiction d'une autre région linguistique la plus rapprochée du domicile de l'inculpé. <L 1994-07-11/33, art. 64, 2°, 006; En vigueur : 01-01-1995>
Si l'affaire est en instruction, l'inculpé fait sa demande au magistrat instructeur qui lui en donnera acte. Après décharge éventuelle du juge d'instruction par la juridiction d'instruction, le magistrat du ministère public envoie le dossier à son collègue de la juridiction d'une autre région linguistique la plus rapprochée du domicile de l'inculpé.
(Si l'affaire est portée directement à l'audience, l'inculpé peut y faire sa demande. Le tribunal ordonne le renvoi devant le tribunal de police ou le tribunal correctionnel dont la langue demandée est la langue véhiculaire et qui est le plus rapproché du domicile de l'inculpé.) <L 1994-07-11/33, art. 64, 1°, 006; En vigueur : 01-01-1995>
Au cas où l'inculpé ne comprend pas la langue dont il demande l'emploi pour la procédure, le fait est constaté au procès-verbal du magistrat et la procédure a lieu dans l'autre langue.) <L 09-08-1963, art. 10>
Art. 15. (§ 1.) Voor de politierechtbanken van het arrondissement Brussel, waarvan het rechtsgebied uitsluitend bestaat (uit gemeenten van het Nederlands taalgebied), wordt geheel de rechtspleging in het Nederlandsch gevoerd. <W 1994-07-11/33, art. 65, 1°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995> <W 1985-09-23/33, art. 32, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
(§ 2.) (Van deze regel wordt afgeweken wanneer de verdachte in de gemeente Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel of Wezembeek-Oppem woonachtig is en daartoe het verzoek doet in de bij artikel 16, § 2 voorgeschreven vormen.) <W 1994-07-11/33, art. 65, 2°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995> <W 09-08-1963, art. 12>
[1 In dat geval draagt de rechter de zaak over aan de Franstalige politierechtbank van het arrondissement Brussel. ]1
(§ 2.) (Van deze regel wordt afgeweken wanneer de verdachte in de gemeente Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel of Wezembeek-Oppem woonachtig is en daartoe het verzoek doet in de bij artikel 16, § 2 voorgeschreven vormen.) <W 1994-07-11/33, art. 65, 2°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995> <W 09-08-1963, art. 12>
[1 In dat geval draagt de rechter de zaak over aan de Franstalige politierechtbank van het arrondissement Brussel. ]1
Art. 15. (§ 1.) Devant les tribunaux de police de l'arrondissement de Bruxelles dont le ressort est composé exclusivement (de communes de la région de langue néerlandaise), toute la procédure est faite en néerlandais. <L 1994-07-11/33, art. 65, 1°, 006; En vigueur : 01-01-1995> <L 1985-09-23/33, art. 32, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
(§ 2.) (Il est dérogé à cette règle lorsque l'inculpé demeurant dans une des communes de Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Rhode-Saint-Genèse, Wemmel, Wezembeek-Oppem, en fait la demande dans les formes prévues à l'article 16, § 2.) <L 1994-07-11/33, art. 65, 2°, 006; En vigueur : 01-01-1995> <L 09-08-1963, art. 12>
[1 Dans ce cas, le juge transmet la cause au tribunal de police francophone de l'arrondissement de Bruxelles.]1
(§ 2.) (Il est dérogé à cette règle lorsque l'inculpé demeurant dans une des communes de Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Rhode-Saint-Genèse, Wemmel, Wezembeek-Oppem, en fait la demande dans les formes prévues à l'article 16, § 2.) <L 1994-07-11/33, art. 65, 2°, 006; En vigueur : 01-01-1995> <L 09-08-1963, art. 12>
[1 Dans ce cas, le juge transmet la cause au tribunal de police francophone de l'arrondissement de Bruxelles.]1
Art. 16. § 1. Voor de andere politierechtbanken van het rechterlijk arrondissement Brussel, dan die in het vorig artikel bedoeld, en voor [1 de correctionele rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Brussel]1 rechtsprekende in eersten aanleg, wordt de rechtspleging in het Fransch gevoerd, indien de verdachte in (het Frans taalgebied) woonachtig is; in het Nederlandsch, indien de verdachte in (het Nederlands taalgebied) woonachtig is; in het Fransch of in het Nederlandsch, indien de verdachte woonachtig is in eene gemeente der Brusselsche agglomeratie, naar gelang hij zich, voor zijne verklaringen, in het onderzoek, en, bij ontstentenis hiervan, in het vooronderzoek, van een of andere dezer talen, heeft bediend. In alle andere gevallen wordt, volgens de noodwendigheden der zaak, het Fransch of het Nederlandsch gebruikt. <W 1985-09-23/33, art. 32, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
§ 2. Van dezen regel wordt afgeweken, wanneer de verdachte eene aanvraag doet op de navolgende wijze :
Zoo de zaak het voorwerp is van een vooronderzoek van het parket, zal de verdachte zijne aanvraag doen aan (...) het openbaar ministerie. <W 1994-07-11/33, art. 66, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
Zoo de zaak in onderzoek is, zal de verdachte zijne aanvraag doen aan den onderzoeksmagistraat die hem daarvan akte zal verleenen. [1 In spoedeisende gevallen kan de rechter bij wie de zaak oorspronkelijk aanhangig is gemaakt, voorlopig en gedurende de tijd die vereist is vanwege het spoedeisende karakter, de zaak verder blijven behandelen met, indien nodig, de medewerking van een tolk.]1
Zoo de zaak reeds onderzocht is of rechtstreeks ter zitting werd gebracht, zal de verdachte zijne aanvraag doen aan de rechtbank, en op het zittingblad zal daarvan melding worden gemaakt. [1 Naargelang van het geval, draagt de rechter de zaak over aan de politierechtbank te Brussel van de andere taalrol of aan de correctionele rechtbank te Brussel van de andere taalrol.]1
Wanneer de verdachte de taal niet verstaat, waarvan hij het gebruik voor de rechtpleging vraagt, zal dit feit vermeld worden in het proces-verbaal van den onderzoeksmagistraat of op het zittingblad der terechtzitting, en de rechtspleging zal in de andere taal gevoerd worden.
(§ 3. Een zelfde wijziging inzake taalgebruik mag, onder dezelfde voorwaarden, worden aangevraagd door een verdachte die in de gemeente Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezenbeek-Oppem woonachtig is en die daartoe het verzoek doet in de bij § 2 van dit artikel voorgeschreven vormen.) <W 09-08-1963, art. 13>
§ 2. Van dezen regel wordt afgeweken, wanneer de verdachte eene aanvraag doet op de navolgende wijze :
Zoo de zaak het voorwerp is van een vooronderzoek van het parket, zal de verdachte zijne aanvraag doen aan (...) het openbaar ministerie. <W 1994-07-11/33, art. 66, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
Zoo de zaak in onderzoek is, zal de verdachte zijne aanvraag doen aan den onderzoeksmagistraat die hem daarvan akte zal verleenen. [1 In spoedeisende gevallen kan de rechter bij wie de zaak oorspronkelijk aanhangig is gemaakt, voorlopig en gedurende de tijd die vereist is vanwege het spoedeisende karakter, de zaak verder blijven behandelen met, indien nodig, de medewerking van een tolk.]1
Zoo de zaak reeds onderzocht is of rechtstreeks ter zitting werd gebracht, zal de verdachte zijne aanvraag doen aan de rechtbank, en op het zittingblad zal daarvan melding worden gemaakt. [1 Naargelang van het geval, draagt de rechter de zaak over aan de politierechtbank te Brussel van de andere taalrol of aan de correctionele rechtbank te Brussel van de andere taalrol.]1
Wanneer de verdachte de taal niet verstaat, waarvan hij het gebruik voor de rechtpleging vraagt, zal dit feit vermeld worden in het proces-verbaal van den onderzoeksmagistraat of op het zittingblad der terechtzitting, en de rechtspleging zal in de andere taal gevoerd worden.
(§ 3. Een zelfde wijziging inzake taalgebruik mag, onder dezelfde voorwaarden, worden aangevraagd door een verdachte die in de gemeente Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezenbeek-Oppem woonachtig is en die daartoe het verzoek doet in de bij § 2 van dit artikel voorgeschreven vormen.) <W 09-08-1963, art. 13>
Modifications
Art. 16. § 1. Devant les tribunaux de police de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles - autres que ceux visés à l'article précédent - et devant [1 les tribunaux correctionnels de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles]1, statuant en première instance, la procédure est faite en français, si le prévenu est domicilié dans (la région de langue française); en néerlandais, si le prévenu est domicilié dans (la région de langue néerlandaise), en français ou en néerlandais si le prévenu est domicilié dans l'agglomération bruxelloise, selon qu'il a fait usage à l'instruction - ou, à défaut de celle-ci, à l'information - de l'une ou de l'autre de ces langues pour ses déclarations. Dans tous les autres cas, il est fait usage du français ou du néerlandais selon les nécessités de la cause. <L 1985-09-23/33, art. 32, 1°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
§ 2. Il est dérogé à cette règle lorsque l'inculpé en fait la demande dans les formes ci-après :
Si l'affaire fait l'objet d'une information du parquet, l'inculpé (fait sa demande au) ministère public. <L 1994-07-11/33, art. 66, 006; En vigueur : 01-01-1995>
Si l'affaire est en instruction, l'inculpé fait sa demande au magistrat instructeur qui lui en donnera acte. [1 Dans les cas où l'urgence le justifie, le juge initialement saisi peut, provisoirement, et pendant le temps requis par les nécessités de l'urgence, continuer à traiter la cause avec, si nécessaire, le concours d'un interprète.]1
Si l'affaire est déjà instruite ou portée directement à l'audience, l'inculpé fait sa demande au tribunal et mention en est faite au plumitif. [1 Selon le cas, le juge transmet la cause devant le tribunal de police de Bruxelles de l'autre rôle linguistique ou devant le tribunal correctionnel de Bruxelles de l'autre rôle linguistique.]1
Dans le cas où l'inculpé ne comprend pas la langue dont il demande l'emploi pour la procédure, le fait est constaté au procès-verbal du magistrat instructeur ou au plumitif de l'audience et la procédure a lieu dans l'autre langue.
(§ 3. Le même changement de langue peut être demandé dans les mêmes conditions par un inculpé demeurant dans une des communes de Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Rhode-Saint-Genèse, Wemmel et Wezembeek-Oppem, lorsqu'il en fait la demande dans les formes prévues au § 2 de cet article.) <L 09-08-1963, art. 13>
§ 2. Il est dérogé à cette règle lorsque l'inculpé en fait la demande dans les formes ci-après :
Si l'affaire fait l'objet d'une information du parquet, l'inculpé (fait sa demande au) ministère public. <L 1994-07-11/33, art. 66, 006; En vigueur : 01-01-1995>
Si l'affaire est en instruction, l'inculpé fait sa demande au magistrat instructeur qui lui en donnera acte. [1 Dans les cas où l'urgence le justifie, le juge initialement saisi peut, provisoirement, et pendant le temps requis par les nécessités de l'urgence, continuer à traiter la cause avec, si nécessaire, le concours d'un interprète.]1
Si l'affaire est déjà instruite ou portée directement à l'audience, l'inculpé fait sa demande au tribunal et mention en est faite au plumitif. [1 Selon le cas, le juge transmet la cause devant le tribunal de police de Bruxelles de l'autre rôle linguistique ou devant le tribunal correctionnel de Bruxelles de l'autre rôle linguistique.]1
Dans le cas où l'inculpé ne comprend pas la langue dont il demande l'emploi pour la procédure, le fait est constaté au procès-verbal du magistrat instructeur ou au plumitif de l'audience et la procédure a lieu dans l'autre langue.
(§ 3. Le même changement de langue peut être demandé dans les mêmes conditions par un inculpé demeurant dans une des communes de Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Rhode-Saint-Genèse, Wemmel et Wezembeek-Oppem, lorsqu'il en fait la demande dans les formes prévues au § 2 de cet article.) <L 09-08-1963, art. 13>
Modifications
Art. 17. (Opgeheven) <W 1985-09-23/33, art. 11, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
Art. 17. (Abrogé) <L 1985-09-23/33, art. 11, 002; En vigueur : 01-09-1988>
Art. 18. <W 1985-09-23/33, art. 12, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> § 1. (In oorlogstijd wordt voor de militaire rechtbanken de rechtspleging gevoerd in het Nederlands, in het Frans of in het Duits, naar keus van de beklaagde.) <W 2003-04-10/59, art. 100, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
Bij de eerste ondervraging wordt de verdachte door (de onderzoeksrechter of de raadkamer) verzocht te verklaren welke taal hij voor de rechtspleging kiest. In het proces-verbaal van die ondervraging wordt hem akte gegeven van zijn antwoord. Dit antwoord kan niet worden herroepen. <W 2003-04-10/59, art. 100, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
Indien de zaak door het openbaar ministerie rechtstreeks ter terechtzitting is gebracht, moet de beklaagde op verzoek van de voorzitter van de (militaire rechtbank) zijn keuze doen bij de opening van de debatten; zijn antwoord wordt in het zittingsblad opgetekend. Het kan niet worden herroepen. <W 2003-04-10/59, art. 100, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
Indien de betrokkene de taal waarvan hij het gebruik vraagt niet verstaat, of indien hij geen keuze doet, wordt dit door de rechterlijke commissie of de (militaire rechtbank) vermeld in het proces-verbaal van ondervraging of in het zittingsblad en wordt de te gebruiken taal bij een met redenen omklede beslissing bepaald. <W 2003-04-10/59, art. 100, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
§ 2. Indien verscheidene verdachten die in dezelfde zaak betrokken zijn voor de rechtspleging een verschillende taal kiezen, worden de daden van vervolging en van onderzoek naargelang de zaak het vereist in een van die talen verricht.
Indien, voor de (militaire rechtbank), verscheidene beklaagden in dezelfde zaak betrokken zijn en niet allen dezelfde taal voor de rechtspleging, hebben gekozen, wordt gebruik gemaakt van de taal die door de meerderheid van de beklaagden is gekozen. Is er geen meerderheid, dan wijst de (militaire rechtbank), naargelang de zaak het vereist, bij een met redenen omklede beslissing de taal aan waarin de rechtspleging wordt gevoerd. <W 2003-04-10/59, art. 100, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
§ 3. De beslissingen van de (militaire rechtbank), bedoeld in § 1, vierde lid, en in § 2, tweede lid, zijn niet vatbaar voor verzet of hoger beroep. <W 2003-04-10/59, art. 100, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
Bij de eerste ondervraging wordt de verdachte door (de onderzoeksrechter of de raadkamer) verzocht te verklaren welke taal hij voor de rechtspleging kiest. In het proces-verbaal van die ondervraging wordt hem akte gegeven van zijn antwoord. Dit antwoord kan niet worden herroepen. <W 2003-04-10/59, art. 100, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
Indien de zaak door het openbaar ministerie rechtstreeks ter terechtzitting is gebracht, moet de beklaagde op verzoek van de voorzitter van de (militaire rechtbank) zijn keuze doen bij de opening van de debatten; zijn antwoord wordt in het zittingsblad opgetekend. Het kan niet worden herroepen. <W 2003-04-10/59, art. 100, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
Indien de betrokkene de taal waarvan hij het gebruik vraagt niet verstaat, of indien hij geen keuze doet, wordt dit door de rechterlijke commissie of de (militaire rechtbank) vermeld in het proces-verbaal van ondervraging of in het zittingsblad en wordt de te gebruiken taal bij een met redenen omklede beslissing bepaald. <W 2003-04-10/59, art. 100, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
§ 2. Indien verscheidene verdachten die in dezelfde zaak betrokken zijn voor de rechtspleging een verschillende taal kiezen, worden de daden van vervolging en van onderzoek naargelang de zaak het vereist in een van die talen verricht.
Indien, voor de (militaire rechtbank), verscheidene beklaagden in dezelfde zaak betrokken zijn en niet allen dezelfde taal voor de rechtspleging, hebben gekozen, wordt gebruik gemaakt van de taal die door de meerderheid van de beklaagden is gekozen. Is er geen meerderheid, dan wijst de (militaire rechtbank), naargelang de zaak het vereist, bij een met redenen omklede beslissing de taal aan waarin de rechtspleging wordt gevoerd. <W 2003-04-10/59, art. 100, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
§ 3. De beslissingen van de (militaire rechtbank), bedoeld in § 1, vierde lid, en in § 2, tweede lid, zijn niet vatbaar voor verzet of hoger beroep. <W 2003-04-10/59, art. 100, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
Art. 18. <L 1985-09-23/33, art. 12, 002; En vigueur : 01-09-1988> § 1. (En temps de guerre, devant les tribunaux militaires, la procédure est faite en français, en néerlandais ou en allemand selon le choix du prévenu.) <L 2003-04-10/59, art. 100, 018; En vigueur : 01-01-2004>
Dès son premier interrogatoire, l'inculpé est invité par (le juge d'instruction ou la chambre du conseil) à déclarer dans quelle langue il veut que la procédure se fasse. Dans le procès-verbal de cet interrogatoire, il lui est donné acte de sa réponse. Celle-ci a un caractère définitif. <L 2003-04-10/59, art. 100, 018; En vigueur : 01-01-2004>
Si l'affaire est portée directement à l'audience par le ministère public, le prévenu est invité par le président du (tribunal militaire), dès l'ouverture des débats, à exprimer son choix. Sa réponse est mentionnée au plumitif. Elle a un caractère définitif. <L 2003-04-10/59, art. 100, 018; En vigueur : 01-01-2004>
Dans le cas où l'intéressé ne comprend pas la langue dont il demande l'emploi ou s'il s'abstient de faire choix d'une langue, la commission judiciaire ou (le tribunal militaire) constate le fait au procès-verbal de l'interrogatoire ou au plumitif et désigne par décision motivée, la langue dont il sera fait usage. <L 2003-04-10/59, art. 100, 018; En vigueur : 01-01-2004>
§ 2. Lorsque plusieurs inculpés impliqués dans la même affaire choisissent des langues différentes pour la procédure, les actes de poursuite et d'instruction sont, selon les besoins de la cause, accomplis dans l'une ou l'autre de ces langues.
Lorsque devant le (tribunal militaire) plusieurs prévenus sont impliqués dans la même affaire et que tous n'ont pas choisi la même langue pour la procédure, il est fait usage de la langue choisie par la majorité des prévenus. En cas de parité, le (tribunal militaire) désigne, selon les besoins de la cause, par décision motivée, la langue dans laquelle la procédure sera faite. <L 2003-04-10/59, art. 100, 018; En vigueur : 01-01-2004>
§ 3. Les décisions du (tribunal militaire) visées au § 1er, quatrième alinéa, et au § 2, deuxième alinéa, ne sont susceptibles ni d'opposition, ni d'appel. <L 2003-04-10/59, art. 100, 018; En vigueur : 01-01-2004>
Dès son premier interrogatoire, l'inculpé est invité par (le juge d'instruction ou la chambre du conseil) à déclarer dans quelle langue il veut que la procédure se fasse. Dans le procès-verbal de cet interrogatoire, il lui est donné acte de sa réponse. Celle-ci a un caractère définitif. <L 2003-04-10/59, art. 100, 018; En vigueur : 01-01-2004>
Si l'affaire est portée directement à l'audience par le ministère public, le prévenu est invité par le président du (tribunal militaire), dès l'ouverture des débats, à exprimer son choix. Sa réponse est mentionnée au plumitif. Elle a un caractère définitif. <L 2003-04-10/59, art. 100, 018; En vigueur : 01-01-2004>
Dans le cas où l'intéressé ne comprend pas la langue dont il demande l'emploi ou s'il s'abstient de faire choix d'une langue, la commission judiciaire ou (le tribunal militaire) constate le fait au procès-verbal de l'interrogatoire ou au plumitif et désigne par décision motivée, la langue dont il sera fait usage. <L 2003-04-10/59, art. 100, 018; En vigueur : 01-01-2004>
§ 2. Lorsque plusieurs inculpés impliqués dans la même affaire choisissent des langues différentes pour la procédure, les actes de poursuite et d'instruction sont, selon les besoins de la cause, accomplis dans l'une ou l'autre de ces langues.
Lorsque devant le (tribunal militaire) plusieurs prévenus sont impliqués dans la même affaire et que tous n'ont pas choisi la même langue pour la procédure, il est fait usage de la langue choisie par la majorité des prévenus. En cas de parité, le (tribunal militaire) désigne, selon les besoins de la cause, par décision motivée, la langue dans laquelle la procédure sera faite. <L 2003-04-10/59, art. 100, 018; En vigueur : 01-01-2004>
§ 3. Les décisions du (tribunal militaire) visées au § 1er, quatrième alinéa, et au § 2, deuxième alinéa, ne sont susceptibles ni d'opposition, ni d'appel. <L 2003-04-10/59, art. 100, 018; En vigueur : 01-01-2004>
Art. 19. <W 24-03-1980, art. 1> Voor de hoven van assisen van de provincies Henegouwen, Luxemburg (,Namen en Waals-Brabant) wordt de rechtspleging in het Frans gevoerd. <W 1993-07-16/31, art. 366, 005; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
Voor de hoven van assisen van de provincies Antwerpen, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen (Vlaams-Brabant en Limburg) wordt de rechtspleging in het Nederlands gevoerd. <W 1993-07-16/31, art. 366, 005; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
Voor het hof van assisen van (het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad) wordt de rechtspleging in het Frans of in het Nederlands gevoerd en voor het hof van assisen van de provincie Luik in het Frans of in het Duits naar gelang van de taal door de beschuldigde gebruikt voor zijn verklaringen in het onderzoek. Van die regel wordt afgeweken, wanneer de beschuldigde daartoe een aanvraag doet uiterlijk in de loop van de ondervraging vermeld in artikel 293 van het Wetboek van Strafvordering. <W 1993-07-16/31, art. 366, 005; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
Voor de hoven van assisen van de provincies Antwerpen, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen (Vlaams-Brabant en Limburg) wordt de rechtspleging in het Nederlands gevoerd. <W 1993-07-16/31, art. 366, 005; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
Voor het hof van assisen van (het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad) wordt de rechtspleging in het Frans of in het Nederlands gevoerd en voor het hof van assisen van de provincie Luik in het Frans of in het Duits naar gelang van de taal door de beschuldigde gebruikt voor zijn verklaringen in het onderzoek. Van die regel wordt afgeweken, wanneer de beschuldigde daartoe een aanvraag doet uiterlijk in de loop van de ondervraging vermeld in artikel 293 van het Wetboek van Strafvordering. <W 1993-07-16/31, art. 366, 005; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
Art. 19. <L 24-03-1980, art. 1> Devant les cours d'assises des provinces du Hainaut, du Luxembourg (, de Namur et du Brabant wallon), la procédure est faite en français. <L 1993-07-16/31, art. 366, 005; En vigueur : 01-01-1995>
Devant les cours d'assises des provinces d'Anvers, de la Flandre orientale, de la Flandre occidentale (,du Brabant flamand et du Limbourg), la procédure est faite en néerlandais. <L 1993-07-16/31, art. 366, 005; En vigueur : 01-01-1995>
Devant la cour d'assises de (l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale), la procédure est faite en français ou en néerlandais et devant la cour d'assises de la province de Liège, en français ou en allemand, selon la langue dont l'accusé s'est servi à l'instruction pour ses déclarations. Il est dérogé à cette règle lorsque l'accusé en fait la demande au plus tard au cours de l'interrogatoire prévu par l'article 293 du Code d'instruction criminelle. <L 1993-07-16/31, art. 366, 005; En vigueur : 01-01-1995>
Devant les cours d'assises des provinces d'Anvers, de la Flandre orientale, de la Flandre occidentale (,du Brabant flamand et du Limbourg), la procédure est faite en néerlandais. <L 1993-07-16/31, art. 366, 005; En vigueur : 01-01-1995>
Devant la cour d'assises de (l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale), la procédure est faite en français ou en néerlandais et devant la cour d'assises de la province de Liège, en français ou en allemand, selon la langue dont l'accusé s'est servi à l'instruction pour ses déclarations. Il est dérogé à cette règle lorsque l'accusé en fait la demande au plus tard au cours de l'interrogatoire prévu par l'article 293 du Code d'instruction criminelle. <L 1993-07-16/31, art. 366, 005; En vigueur : 01-01-1995>
Art. 20. De beschuldigde die alleen Nederlandsch kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt en die voor het Hof van Assisen van een der (in artikel 19, eerste lid) aangeduide provinciën moet worden gebracht, zal, zoo hij het vraagt, door de kamer van inbeschuldigingstelling, voor het Hof van assisen van een der (in artikel 19, tweede lid) aangeduide provinciën worden verwezen, of voor het Hof van Assisen van (het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad.) <W 1993-07-16/31, art. 367, 005; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
De beschuldigde die alleen Fransch kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt, en die voor het Hof van Assisen van een der (in artikel 19, tweede lid) aangeduide provinciën moet worden gebracht, zal, zoo hij het aanvraagt, door de kamer van inbeschuldigingstelling, voor het Hof van Assisen van een der (in artikel 19, eerste lid) aangeduide provinciën worden verwezen of voor het Hof van Assisen van (het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad). <W 1993-07-16/31, art. 367, 005; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
(De beschuldigde die alleen Duits kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt en die voor een ander hof van assisen dan dat van de provincie Luik moet worden gebracht zal, zo hij het aanvraagt, door de kamer van inbeschuldigingstelling worden verwezen naar het hof van assisen van de provincie Luik.) <W 24-03-1980, art. 2, 1°>
Zoo er twee beschuldigden in dezelfde zaak zijn betrokken, wordt de vraag, (bedoeld in de vorige leden), slechts ingewilligd, indien zij door beiden wordt gedaan. Zoo er meer dan twee beschuldigden in dezelfde zaak betrokken zijn, wordt die vraag slechts ingewilligd, indien zij door de meerderheid wordt gedaan. <W 24-03-1980, art. 2, 2°>
De uitgifte van de beslissing tot verwijzing wordt overgemaakt aan den ambtenaar van het openbaar ministerie bij de rechtbank naar dewelke de zaak verwezen is; (...) <KB 30-11-1939, art. 290 en R 26-06-1947, art. 81>
De beschuldigde die alleen Fransch kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt, en die voor het Hof van Assisen van een der (in artikel 19, tweede lid) aangeduide provinciën moet worden gebracht, zal, zoo hij het aanvraagt, door de kamer van inbeschuldigingstelling, voor het Hof van Assisen van een der (in artikel 19, eerste lid) aangeduide provinciën worden verwezen of voor het Hof van Assisen van (het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad). <W 1993-07-16/31, art. 367, 005; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
(De beschuldigde die alleen Duits kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt en die voor een ander hof van assisen dan dat van de provincie Luik moet worden gebracht zal, zo hij het aanvraagt, door de kamer van inbeschuldigingstelling worden verwezen naar het hof van assisen van de provincie Luik.) <W 24-03-1980, art. 2, 1°>
Zoo er twee beschuldigden in dezelfde zaak zijn betrokken, wordt de vraag, (bedoeld in de vorige leden), slechts ingewilligd, indien zij door beiden wordt gedaan. Zoo er meer dan twee beschuldigden in dezelfde zaak betrokken zijn, wordt die vraag slechts ingewilligd, indien zij door de meerderheid wordt gedaan. <W 24-03-1980, art. 2, 2°>
De uitgifte van de beslissing tot verwijzing wordt overgemaakt aan den ambtenaar van het openbaar ministerie bij de rechtbank naar dewelke de zaak verwezen is; (...) <KB 30-11-1939, art. 290 en R 26-06-1947, art. 81>
Art. 20. L'accusé qui ne connaît que le néerlandais ou s'exprime plus facilement dans cette langue et qui doit être traduit devant la Cour d'assises d'une des provinces indiquées (à l'article 19, alinéa premier,) est, s'il le demande, renvoyé par la chambre des mises en accusation devant la Cour d'assises d'une des provinces indiquées (à l'article 19, alinéa deux) ou devant la Cour d'assises de (l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale). <L 1993-07-16/31, art. 367, 005; En vigueur : 01-01-1995>
L'accusé qui ne connaît que le français ou s'exprime plus facilement dans cette langue et qui doit être traduit devant la Cour d'assises d'une des provinces indiquées (à l'article 19, alinéa deux) est, s'il le demande, renvoyé par la chambre des mises en accusation devant la Cour d'assises d'une des provinces indiquées (à l'article 19, alinéa premier) ou devant la Cour d'assises de (l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale). <L 1993-07-16/31, art. 367, 005; En vigueur : 01-01-1995>
(L'accusé qui ne connaît que l'allemand ou qui s'exprime plus facilement dans cette langue et qui doit être traduit devant une autre cour d'assises que celle de la province de Liège est, s'il le demande, renvoyé par la chambre des mises en accusation devant la cour d'assises de la province de Liège.) <L 24-03-1980, art. 2, 1°>
Si deux accusés sont impliqués dans une même affaire, la demande prévue (aux alinéas précédents) n'est accueillie que si elle est faite par les deux. Si plus de deux accusés sont impliqués dans la même affaire, cette demande n'est accueillie que si elle est faite par la majorité. <L 24-03-1980, art. 2, 2°>
L'expédition de la décision de renvoi est transmise à l'officier du ministère public près la juridiction à laquelle l'affaire est renvoyée; (...) <AR 30-11-1939, art. 290 et ADR 26-06-1947, art. 81>
L'accusé qui ne connaît que le français ou s'exprime plus facilement dans cette langue et qui doit être traduit devant la Cour d'assises d'une des provinces indiquées (à l'article 19, alinéa deux) est, s'il le demande, renvoyé par la chambre des mises en accusation devant la Cour d'assises d'une des provinces indiquées (à l'article 19, alinéa premier) ou devant la Cour d'assises de (l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale). <L 1993-07-16/31, art. 367, 005; En vigueur : 01-01-1995>
(L'accusé qui ne connaît que l'allemand ou qui s'exprime plus facilement dans cette langue et qui doit être traduit devant une autre cour d'assises que celle de la province de Liège est, s'il le demande, renvoyé par la chambre des mises en accusation devant la cour d'assises de la province de Liège.) <L 24-03-1980, art. 2, 1°>
Si deux accusés sont impliqués dans une même affaire, la demande prévue (aux alinéas précédents) n'est accueillie que si elle est faite par les deux. Si plus de deux accusés sont impliqués dans la même affaire, cette demande n'est accueillie que si elle est faite par la majorité. <L 24-03-1980, art. 2, 2°>
L'expédition de la décision de renvoi est transmise à l'officier du ministère public près la juridiction à laquelle l'affaire est renvoyée; (...) <AR 30-11-1939, art. 290 et ADR 26-06-1947, art. 81>
Art. 21. (Wanneer voor de politierechtbanken en de correctionele rechtbanken) waar naar luid van de vorige beschikkingen, de taal der rechtspleging diegene is, waarvan de verdachte zich heeft bediend voor zijne verklaringen, of die welke hij verkozen heeft, verscheidene verdachten in dezelfde zaak betrokken zijn, wordt voor de rechtspleging de taal gebruikt, waarvan de meerderheid der verdachten zich heeft bediend voor hare verklaringen of welke zij verkozen heeft. In geval van gelijkheid, duidt de rechtbank zelf, bij eene met redenen omkleede beslissing, de taal aan, waarin de rechtspleging zal gevoerd worden.
Die beslissing is noch voor verzet noch voor beroep vatbaar. <W 1985-09-23/33, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
[1 Indien uit de toepassing van het eerste lid de noodzaak voortvloeit om de taal van de rechtspleging te veranderen, verwijst de rechtbank de zaak door naar de rechtsmacht van dezelfde rang van de andere taalrol, in voorkomend geval in hetzelfde administratieve arrondissement. Zo de zaak in onderzoek is en het spoedeisende karakter zulks rechtvaardigt, kan de rechter bij wie de zaak oorspronkelijk aanhangig is gemaakt voorlopig en gedurende de tijd die vereist is vanwege het spoedeisende karakter de zaak verder blijven behandelen met, indien nodig, de medewerking van een tolk.]1
(Wanneer voor het hof van assisen van (het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad) of van de provincie Luik verscheidene verdachten in dezelfde zaak betrokken zijn die niet allen dezelfde taal voor de rechtpleging kiezen, wordt de taal gebruikt die door de meerderheid der verdachten wordt gekozen. <W 1993-07-16/31, art. 368, 005; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
Is er geen meerderheid, dan duidt het hof zelf bij een met redenen omklede beslissing, de taal aan waarin de rechtspleging zal worden gevoerd.) <W 24-03-1980, art. 3>
Die beslissing is noch voor verzet noch voor beroep vatbaar. <W 1985-09-23/33, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
[1 Indien uit de toepassing van het eerste lid de noodzaak voortvloeit om de taal van de rechtspleging te veranderen, verwijst de rechtbank de zaak door naar de rechtsmacht van dezelfde rang van de andere taalrol, in voorkomend geval in hetzelfde administratieve arrondissement. Zo de zaak in onderzoek is en het spoedeisende karakter zulks rechtvaardigt, kan de rechter bij wie de zaak oorspronkelijk aanhangig is gemaakt voorlopig en gedurende de tijd die vereist is vanwege het spoedeisende karakter de zaak verder blijven behandelen met, indien nodig, de medewerking van een tolk.]1
(Wanneer voor het hof van assisen van (het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad) of van de provincie Luik verscheidene verdachten in dezelfde zaak betrokken zijn die niet allen dezelfde taal voor de rechtpleging kiezen, wordt de taal gebruikt die door de meerderheid der verdachten wordt gekozen. <W 1993-07-16/31, art. 368, 005; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
Is er geen meerderheid, dan duidt het hof zelf bij een met redenen omklede beslissing, de taal aan waarin de rechtspleging zal worden gevoerd.) <W 24-03-1980, art. 3>
Modifications
Art. 21. (Lorsque, devant les tribunaux de police et les tribunaux correctionnels) où, en vertu des dispositions qui précèdent, la langue de la procédure est celle dont l'inculpé s'est servi pour ses déclarations ou celle qu'il a choisie, plusieurs inculpés sont impliqués dans la même affaire, il est fait usage pour la procédure de la langue dont la majorité des inculpés s'est servie pour ses déclarations ou qu'elle a choisie. En cas de parité, le tribunal, par décision motivée, désigne lui-même la langue dans laquelle la procédure sera faite. <L 1985-09-23/33, art. 13, 002; En vigueur : 01-09-1988>
Cette décision n'est susceptible ni d'opposition ni d'appel.
[1 S'il découle de l'application de l'alinéa 1er la nécessité de changer la langue de la procédure, le tribunal renvoie la cause à la juridiction de même ordre de l'autre rôle linguistique le cas échéant dans le même arrondissement administratif. Lorsque l'affaire est en instruction et que l'urgence le justifie, le juge initialement saisi peut, provisoirement, et pendant le temps requis par les nécessités de l'urgence, continuer à traiter la cause avec, si nécessaire, le concours d'un interprète.]1
(Lorsque, devant la cour d'assises de (l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale) ou de la province de Liège, plusieurs accusés sont impliqués dans la même affaire et que tous ne choisissent pas la même langue pour la procédure, il est fait usage de celle choisie par la majorité des accusés. <L 1993-07-16/31, art. 368, 005; En vigueur : 01-01-1995>
En cas de parité, la cour, par décision motivée, désigne elle-même la langue dans laquelle la procédure sera faite.) <L 24-03-1980, art. 3>
Cette décision n'est susceptible ni d'opposition ni d'appel.
[1 S'il découle de l'application de l'alinéa 1er la nécessité de changer la langue de la procédure, le tribunal renvoie la cause à la juridiction de même ordre de l'autre rôle linguistique le cas échéant dans le même arrondissement administratif. Lorsque l'affaire est en instruction et que l'urgence le justifie, le juge initialement saisi peut, provisoirement, et pendant le temps requis par les nécessités de l'urgence, continuer à traiter la cause avec, si nécessaire, le concours d'un interprète.]1
(Lorsque, devant la cour d'assises de (l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale) ou de la province de Liège, plusieurs accusés sont impliqués dans la même affaire et que tous ne choisissent pas la même langue pour la procédure, il est fait usage de celle choisie par la majorité des accusés. <L 1993-07-16/31, art. 368, 005; En vigueur : 01-01-1995>
En cas de parité, la cour, par décision motivée, désigne elle-même la langue dans laquelle la procédure sera faite.) <L 24-03-1980, art. 3>
Modifications
Art. 22. [1 De verdachte, de beklaagde, de veroordeelde of de burgerlijke partij die de taal van de procedure niet verstaat, kan de onderzoeksrechter of het openbaar ministerie, naargelang van de stand van de procedure, verzoeken om de vertaling naar een taal die hij of zij verstaat van andere documenten dan deze waarvan reeds in de vertaling wordt voorzien in het Wetboek van strafvordering.
Het verzoekschrift wordt met redenen omkleed en houdt keuze van woonplaats in België in, indien de verzoeker er zijn woonplaats niet heeft. Het wordt neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg of op het secretariaat van het parket en wordt ingeschreven in een daartoe bestemd register. Het verzoekschrift is enkel ontvankelijk indien de stukken waarvan de vertaling wordt gevraagd, erin worden vermeld en het ondertekend is door de betrokkene of door zijn advocaat.
De onderzoeksrechter of het openbaar ministerie doet uitspraak uiterlijk vijftien dagen na de inschrijving van het verzoekschrift in het register. De met redenen omklede beslissing wordt per faxpost, bij een ter post aangetekende brief of langs elektronische weg ter kennis gebracht van de verzoeker of van zijn advocaat binnen acht dagen na de beslissing.
Het verzoek kan geheel of gedeeltelijk worden toegestaan. De vertaling wordt beperkt tot de passages van het dossier die essentieel zijn om te waarborgen dat de verzoeker zijn rechten effectief kan uitoefenen. De vertaling wordt verstrekt binnen een redelijke termijn.
Het verzoekschrift is niet meer ontvankelijk na verloop van acht dagen, hetzij na de betekening van het arrest tot verwijzing naar het hof van assisen of van de dagvaarding om te verschijnen ter terechtzitting van de politierechtbank of van de correctionele rechtbank zitting houdend in eerste aanleg, hetzij na de oproeping bij proces-verbaal overeenkomstig artikel 216quater van het Wetboek van strafvordering.
Hetzelfde recht wordt erkend, voor de rechtscolleges in hoger beroep, voor stukken waar nog geen vertaling voor werd gevraagd.
De kosten van vertaling zijn ten laste van de Staat.]1
Het verzoekschrift wordt met redenen omkleed en houdt keuze van woonplaats in België in, indien de verzoeker er zijn woonplaats niet heeft. Het wordt neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg of op het secretariaat van het parket en wordt ingeschreven in een daartoe bestemd register. Het verzoekschrift is enkel ontvankelijk indien de stukken waarvan de vertaling wordt gevraagd, erin worden vermeld en het ondertekend is door de betrokkene of door zijn advocaat.
De onderzoeksrechter of het openbaar ministerie doet uitspraak uiterlijk vijftien dagen na de inschrijving van het verzoekschrift in het register. De met redenen omklede beslissing wordt per faxpost, bij een ter post aangetekende brief of langs elektronische weg ter kennis gebracht van de verzoeker of van zijn advocaat binnen acht dagen na de beslissing.
Het verzoek kan geheel of gedeeltelijk worden toegestaan. De vertaling wordt beperkt tot de passages van het dossier die essentieel zijn om te waarborgen dat de verzoeker zijn rechten effectief kan uitoefenen. De vertaling wordt verstrekt binnen een redelijke termijn.
Het verzoekschrift is niet meer ontvankelijk na verloop van acht dagen, hetzij na de betekening van het arrest tot verwijzing naar het hof van assisen of van de dagvaarding om te verschijnen ter terechtzitting van de politierechtbank of van de correctionele rechtbank zitting houdend in eerste aanleg, hetzij na de oproeping bij proces-verbaal overeenkomstig artikel 216quater van het Wetboek van strafvordering.
Hetzelfde recht wordt erkend, voor de rechtscolleges in hoger beroep, voor stukken waar nog geen vertaling voor werd gevraagd.
De kosten van vertaling zijn ten laste van de Staat.]1
Modifications
Art. 22. [1 L'inculpé, le prévenu, le condamné ou la partie civile qui ne comprend pas la langue de la procédure peut demander au juge d'instruction ou au ministère public, en fonction de l'état de la procédure, la traduction dans une langue comprise d'autres documents que ceux dont la traduction est déjà prévue dans le Code d'instruction criminelle.
La requête est motivée et contient élection de domicile en Belgique si le requérant n'y a pas son domicile. Elle est déposée au greffe du tribunal de première instance ou au secrétariat du parquet et est inscrite dans un registre spécialement prévu à cet effet. La requête n'est recevable que si elle indique les pièces dont la traduction est demandée et qu'elle est signée par l'intéressé ou par son avocat.
Le juge d'instruction ou le ministère public statue au plus tard quinze jours après l'inscription de la requête dans le registre. La décision motivée est notifiée au requérant ou à son avocat, par télécopie, par lettre recommandée à la poste ou par voie électronique dans un délai de huit jours à dater de la décision.
La requête peut être entièrement ou partiellement accueillie. La traduction est limitée aux passages du dossier qui sont essentiels pour garantir que le requérant puisse exercer ses droits de manière effective. La traduction est fournie dans un délai raisonnable.
La requête n'est plus recevable après les huit jours qui suivront soit la signification de l'arrêt de renvoi devant la Cour d'assises ou de la citation à comparaître à l'audience du tribunal de police ou du tribunal correctionnel siégeant en premier degré, soit la convocation par procès-verbal conformément à l'article 216quater du Code d'instruction criminelle.
Le même droit est reconnu devant les juridictions d'appel pour les pièces dont une traduction n'a pas encore été demandée.
Les frais de traduction sont à charge de l'Etat.]1
La requête est motivée et contient élection de domicile en Belgique si le requérant n'y a pas son domicile. Elle est déposée au greffe du tribunal de première instance ou au secrétariat du parquet et est inscrite dans un registre spécialement prévu à cet effet. La requête n'est recevable que si elle indique les pièces dont la traduction est demandée et qu'elle est signée par l'intéressé ou par son avocat.
Le juge d'instruction ou le ministère public statue au plus tard quinze jours après l'inscription de la requête dans le registre. La décision motivée est notifiée au requérant ou à son avocat, par télécopie, par lettre recommandée à la poste ou par voie électronique dans un délai de huit jours à dater de la décision.
La requête peut être entièrement ou partiellement accueillie. La traduction est limitée aux passages du dossier qui sont essentiels pour garantir que le requérant puisse exercer ses droits de manière effective. La traduction est fournie dans un délai raisonnable.
La requête n'est plus recevable après les huit jours qui suivront soit la signification de l'arrêt de renvoi devant la Cour d'assises ou de la citation à comparaître à l'audience du tribunal de police ou du tribunal correctionnel siégeant en premier degré, soit la convocation par procès-verbal conformément à l'article 216quater du Code d'instruction criminelle.
Le même droit est reconnu devant les juridictions d'appel pour les pièces dont une traduction n'a pas encore été demandée.
Les frais de traduction sont à charge de l'Etat.]1
Modifications
Art. 23. <W 1985-09-23/33, art. 15, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> De beklaagde die alleen Nederlands kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt kan, wanneer hij terechtstaat voor een politierechtbank of een correctionele rechtbank waarvan de taal van rechtspleging het Frans of het Duits is, vragen dat de rechtspleging in het Nederlands geschiedt.
De beklaagde die alleen Frans kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt kan, wanneer hij terechtstaat voor een politierechtbank of een correctionele rechtbank waarvan de taal van rechtspleging het Nederlands is, vragen dat de rechtspleging in het Frans geschiedt.
De beklaagde die alleen Duits kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt kan, wanneer hij terechtstaat voor een politierechtbank of een correctionele rechtbank waarvan de taal van rechtspleging het Nederlands of het Frans is, vragen dat de rechtspleging in het Duits geschiedt.
In de gevallen bedoeld in de leden 1 tot 3, gelast de rechtbank de verwijzing naar het dichtstbij gelegen gerecht van dezelfde rang, waarvan de taal van rechtspleging de taal is die door de beklaagde is gevraagd. De rechtbank kan evenwel beslissen wegens de omstandigheden van de zaak niet op de aanvraag van de beklaagde te kunnen ingaan.
De beklaagde die alleen Frans kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt, kan, wanneer hij terechtstaat voor een politierechtbank of een correctionele rechtbank waarvan de taal van rechtspleging het Duits is, vragen dat de rechtspleging in het Frans geschiedt. In dat geval wordt de rechtspleging voor datzelfde gerecht voortgezet in de taal die door de beklaagde is gevraagd.
(Ingeval in het rechtsgebied van het hof van beroep te Luik geen enkele rechter in strafuitvoeringszaken of substituut-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken het bewijs levert van de kennis van de Duitse taal, wordt een beroep gedaan op een tolk.) <W 2006-05-17/36, art. 43, 024; Inwerkingtreding : 01-12-2007>
[1 De verjaring van de strafvordering wordt geschorst voor een termijn van maximum één jaar vanaf het moment van de vraag tot verwijzing tot op de dag van de eerste terechtzitting waarop de behandeling van de zaak ten gronde, opnieuw door de rechtbank zal worden hervat.]1
De beklaagde die alleen Frans kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt kan, wanneer hij terechtstaat voor een politierechtbank of een correctionele rechtbank waarvan de taal van rechtspleging het Nederlands is, vragen dat de rechtspleging in het Frans geschiedt.
De beklaagde die alleen Duits kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt kan, wanneer hij terechtstaat voor een politierechtbank of een correctionele rechtbank waarvan de taal van rechtspleging het Nederlands of het Frans is, vragen dat de rechtspleging in het Duits geschiedt.
In de gevallen bedoeld in de leden 1 tot 3, gelast de rechtbank de verwijzing naar het dichtstbij gelegen gerecht van dezelfde rang, waarvan de taal van rechtspleging de taal is die door de beklaagde is gevraagd. De rechtbank kan evenwel beslissen wegens de omstandigheden van de zaak niet op de aanvraag van de beklaagde te kunnen ingaan.
De beklaagde die alleen Frans kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt, kan, wanneer hij terechtstaat voor een politierechtbank of een correctionele rechtbank waarvan de taal van rechtspleging het Duits is, vragen dat de rechtspleging in het Frans geschiedt. In dat geval wordt de rechtspleging voor datzelfde gerecht voortgezet in de taal die door de beklaagde is gevraagd.
(Ingeval in het rechtsgebied van het hof van beroep te Luik geen enkele rechter in strafuitvoeringszaken of substituut-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken het bewijs levert van de kennis van de Duitse taal, wordt een beroep gedaan op een tolk.) <W 2006-05-17/36, art. 43, 024; Inwerkingtreding : 01-12-2007>
[1 De verjaring van de strafvordering wordt geschorst voor een termijn van maximum één jaar vanaf het moment van de vraag tot verwijzing tot op de dag van de eerste terechtzitting waarop de behandeling van de zaak ten gronde, opnieuw door de rechtbank zal worden hervat.]1
Modifications
Art. 23. <L 1985-09-23/33, art. 15, 002; En vigueur : 01-09-1988> Le prévenu qui ne connaît que le néerlandais ou s'exprime plus facilement dans cette langue et qui est traduit devant un tribunal de police ou un tribunal correctionnel où la procédure est faite en français ou en allemand, peut demander que celle-ci ait lieu en néerlandais.
Le prévenu qui ne connaît que le français ou s'exprime plus facilement dans cette langue et qui est traduit devant un tribunal de police ou un tribunal correctionnel où la procédure est faite en néerlandais, peut demander que celle-ci ait lieu en français.
Le prévenu qui ne connaît que l'allemand ou s'exprime plus facilement dans cette langue et qui est traduit devant un tribunal de police ou un tribunal correctionnel où la procédure est faite en néerlandais ou en français, peut demander que celle-ci ait lieu en allemand.
Dans les cas visés aux alinéas 1er à 3, le tribunal ordonne le renvoi à la juridiction de même ordre la plus rapprochée où la procédure est faite dans la langue demandée par le prévenu. Toutefois le tribunal peut décider qu'il ne peut faire droit à la demande du prévenu à raison des circonstances de la cause.
Le prévenu qui ne connaît que le français ou s'exprime plus facilement dans cette langue et qui est traduit devant un tribunal de police ou un tribunal correctionnel où la procédure est faite en allemand, peut demander que celle-ci ait lieu en français. Dans ce cas, la procédure est poursuivie dans la langue demandée par le prévenu devant cette même juridiction.
(Lorsque, dans le ressort de la cour d'appel de Liège, aucun juge au tribunal de l'application des peines ou substitut du procureur du Roi spécialisé en application des peines ne justifie de la connaissance de la langue allemande, il est fait appel à un interprète.) <L 2006-05-17/36, art. 43, 024; En vigueur : 01-12-2007>
[1 La prescription de l'action publique est suspendue pour un délai de maximum un an à partir de la demande de renvoi jusqu'au jour de la première audience où l'affaire sera reprise de nouveau par le tribunal qui poursuivra la procédure au fond.]1
Le prévenu qui ne connaît que le français ou s'exprime plus facilement dans cette langue et qui est traduit devant un tribunal de police ou un tribunal correctionnel où la procédure est faite en néerlandais, peut demander que celle-ci ait lieu en français.
Le prévenu qui ne connaît que l'allemand ou s'exprime plus facilement dans cette langue et qui est traduit devant un tribunal de police ou un tribunal correctionnel où la procédure est faite en néerlandais ou en français, peut demander que celle-ci ait lieu en allemand.
Dans les cas visés aux alinéas 1er à 3, le tribunal ordonne le renvoi à la juridiction de même ordre la plus rapprochée où la procédure est faite dans la langue demandée par le prévenu. Toutefois le tribunal peut décider qu'il ne peut faire droit à la demande du prévenu à raison des circonstances de la cause.
Le prévenu qui ne connaît que le français ou s'exprime plus facilement dans cette langue et qui est traduit devant un tribunal de police ou un tribunal correctionnel où la procédure est faite en allemand, peut demander que celle-ci ait lieu en français. Dans ce cas, la procédure est poursuivie dans la langue demandée par le prévenu devant cette même juridiction.
(Lorsque, dans le ressort de la cour d'appel de Liège, aucun juge au tribunal de l'application des peines ou substitut du procureur du Roi spécialisé en application des peines ne justifie de la connaissance de la langue allemande, il est fait appel à un interprète.) <L 2006-05-17/36, art. 43, 024; En vigueur : 01-12-2007>
[1 La prescription de l'action publique est suspendue pour un délai de maximum un an à partir de la demande de renvoi jusqu'au jour de la première audience où l'affaire sera reprise de nouveau par le tribunal qui poursuivra la procédure au fond.]1
Modifications
HOOFSTUK IIbis. - Gebruik der talen voor de strafuitvoeringsrechtbank.
CHAPITRE IIbis. - Emploi des langues devant le tribunal de l'application des peines.
Art. 23bis. <INGEVOEGD bij W 2006-05-17/36, art. 45, Inwerkingtreding : 01-12-2007> Voor de strafuitvoeringsrechtbanken in de rechtsgebieden van de hoven van beroep te Antwerpen en te Gent wordt de rechtspleging in het Nederlands gevoerd.
Voor de strafuitvoeringsrechtbanken in de rechtsgebieden van de hoven van beroep te Bergen en te Luik wordt de rechtspleging in het Frans gevoerd, behoudens de in artikel 23ter, tweede lid, bepaalde uitzondering.
Voor de strafuitvoeringsrechtbank in het rechtsgebied van het hof van beroep te Brussel wordt de rechtspleging in het Nederlands of in het Frans gevoerd naar gelang van de taal van het vonnis of het arrest, dat de zwaarste straf oplegt [3 of van de taal van het oudste vonnis of arrest dat de internering beveelt]3.
[2 Het slachtoffer, zoals gedefinieerd door artikel 2, 6°, van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten [3 of door artikel 3, 9° van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering]3 [4 of door artikel 3, 8° van de wet van 29 februari 2024 tot invoering van een beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappij]4, dat in persoon verschijnt en de taal van de rechtspleging niet begrijpt, kan worden bijgestaan door een beëdigde tolk die het geheel van de mondelinge verklaringen vertaalt, overeenkomstig de door de Koning bepaalde nadere regels. De kosten van de vertolking zijn ten laste van de Staat.]2
Voor de strafuitvoeringsrechtbanken in de rechtsgebieden van de hoven van beroep te Bergen en te Luik wordt de rechtspleging in het Frans gevoerd, behoudens de in artikel 23ter, tweede lid, bepaalde uitzondering.
Voor de strafuitvoeringsrechtbank in het rechtsgebied van het hof van beroep te Brussel wordt de rechtspleging in het Nederlands of in het Frans gevoerd naar gelang van de taal van het vonnis of het arrest, dat de zwaarste straf oplegt [3 of van de taal van het oudste vonnis of arrest dat de internering beveelt]3.
[2 Het slachtoffer, zoals gedefinieerd door artikel 2, 6°, van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten [3 of door artikel 3, 9° van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering]3 [4 of door artikel 3, 8° van de wet van 29 februari 2024 tot invoering van een beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappij]4, dat in persoon verschijnt en de taal van de rechtspleging niet begrijpt, kan worden bijgestaan door een beëdigde tolk die het geheel van de mondelinge verklaringen vertaalt, overeenkomstig de door de Koning bepaalde nadere regels. De kosten van de vertolking zijn ten laste van de Staat.]2
Art. 23bis. Dans les ressorts des cours d'appel d'Anvers et de Gand, devant les tribunaux de l'application des peines, la procédure est faite en néerlandais.
Dans les ressorts des cours d'appel de Mons et de Liège, devant les tribunaux de l'application des peines, la procédure est faite en français, sauf l'exception prévue à l'article 23ter, alinéa 2.
Dans le ressort de la cour d'appel de Bruxelles, devant le tribunal de l'application des peines, la procédure est faite en français ou en néerlandais, selon la langue dans laquelle a été prononcé le jugement ou l'arrêt infligeant la peine la plus lourde [3 ou selon la langue dans laquelle a été prononcé le jugement ou l'arrêt le plus ancien ordonnant l'internement]3.
[2 La victime, telle que définie à l'article 2, 6°, de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine [3 ou à l'article 3, 9°, de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement]3 [4 ou à l'article 3, 8°, de la loi du 29 février 2024 en vue d'insérer une mesure de sûreté pour la protection de la société]4, qui comparaît en personne et ne comprend pas la langue de la procédure, peut être assistée par un interprète juré qui traduit l'ensemble des déclarations verbales, conformément aux modalités déterminées par le Roi. Les frais d'interprétation sont à charge de l'Etat.]2
Dans les ressorts des cours d'appel de Mons et de Liège, devant les tribunaux de l'application des peines, la procédure est faite en français, sauf l'exception prévue à l'article 23ter, alinéa 2.
Dans le ressort de la cour d'appel de Bruxelles, devant le tribunal de l'application des peines, la procédure est faite en français ou en néerlandais, selon la langue dans laquelle a été prononcé le jugement ou l'arrêt infligeant la peine la plus lourde [3 ou selon la langue dans laquelle a été prononcé le jugement ou l'arrêt le plus ancien ordonnant l'internement]3.
[2 La victime, telle que définie à l'article 2, 6°, de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine [3 ou à l'article 3, 9°, de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement]3 [4 ou à l'article 3, 8°, de la loi du 29 février 2024 en vue d'insérer une mesure de sûreté pour la protection de la société]4, qui comparaît en personne et ne comprend pas la langue de la procédure, peut être assistée par un interprète juré qui traduit l'ensemble des déclarations verbales, conformément aux modalités déterminées par le Roi. Les frais d'interprétation sont à charge de l'Etat.]2
Art. 23ter. <INGEVOEGD bij W 2006-05-17/36, art. 46, Inwerkingtreding : 01-12-2007> Ingeval de veroordeelde gedetineerd is in een gevangenis in het Nederlandse of het Franse taalgebied terwijl het vonnis of arrest dat de zwaarste straf oplegt respectievelijk in het Frans of in het Nederlands is gewezen, wordt het dossier ambtshalve gestuurd naar de strafuitvoeringsrechtbank van zijn keuze.
De dossiers van veroordeelden die alleen Duits kennen of zich gemakkelijker in die taal uitdrukken, worden overgedragen naar de strafuitvoeringsrechtbank van het rechtsgebied van het hof van beroep te Luik.
De dossiers van veroordeelden die alleen Duits kennen of zich gemakkelijker in die taal uitdrukken, worden overgedragen naar de strafuitvoeringsrechtbank van het rechtsgebied van het hof van beroep te Luik.
Art. 23ter. Lorsque le condamné est détenu dans une prison située dans la région linguistique de langue française ou de langue néerlandaise alors que le jugement ou l'arrêt infligeant la peine la plus lourde a été rendu respectivement en néerlandais ou en français, le dossier est transmis d'office au tribunal de l'application des peines de son choix.
Les dossiers de condamnés qui connaissent uniquement l'allemand ou qui s'expriment plus aisément dans cette langue sont transférés au tribunal de l'application des peines du ressort de la cour d'appel de Liège..
Les dossiers de condamnés qui connaissent uniquement l'allemand ou qui s'expriment plus aisément dans cette langue sont transférés au tribunal de l'application des peines du ressort de la cour d'appel de Liège..
HOOFDSTUK IIter. - [1 Rechtsmiddelen voor de verzoeken die voor de rechtbanken van het arrondissement Brussel worden ingediend]1
CHAPITRE IIter. - [1 Des voies de recours propres aux demandes formulées devant les juridictions de l'arrondissement de Bruxelles]1
Art. 23quater. [1 Bij de in artikel 73, tweede lid, en in artikel 75bis van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde Franstalige en Nederlandstalige arrondissementsrechtbanken, die gezamenlijk bij uitsluiting bevoegd zijn in volle rechtsmacht, worden volgens een procedure zoals in kort geding, beroepen ingesteld door de partijen in geval van schending door de burgerlijke rechtscolleges of de politierechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Brussel van de artikelen 3 tot 7, 7bis, 7ter, 15 en 23.
Het beroep wordt, op straffe van onontvankelijkheid, met redenen omkleed en binnen vijftien dagen na ontvangst van de beslissing over het verzoek tot taalwijziging per aangetekende brief en fax ingesteld. Een kopie van het beroep wordt binnen dezelfde termijn per brief of fax aan de oorspronkelijk gevatte rechtbank en aan de partijen overgemaakt. De partij die het beroep instelt, vermeldt expliciet het adres en het faxnummer waarop de beslissing haar kan worden ter kennis gegeven.
Wanneer een beroep wordt ingesteld met inachtneming van de voorgaande vormen, wordt de procedure voor de rechter bij wie de vordering oorspronkelijk aanhangig is gemaakt en, wanneer het gaat om de politierechtbank, de verjaring van de oorspronkelijke rechtsvordering opgeschort totdat de beslissing van de arrondissementsrechtbank ter kennis gegeven wordt.
De arrondissementsrechtbank geeft kennis van zijn beslissing per brief of fax aan alle partijen alsook aan de rechter bij wie de zaak aanvankelijk aanhangig werd gemaakt.
Deze beslissing is niet vatbaar voor verzet of beroep.]1
Het beroep wordt, op straffe van onontvankelijkheid, met redenen omkleed en binnen vijftien dagen na ontvangst van de beslissing over het verzoek tot taalwijziging per aangetekende brief en fax ingesteld. Een kopie van het beroep wordt binnen dezelfde termijn per brief of fax aan de oorspronkelijk gevatte rechtbank en aan de partijen overgemaakt. De partij die het beroep instelt, vermeldt expliciet het adres en het faxnummer waarop de beslissing haar kan worden ter kennis gegeven.
Wanneer een beroep wordt ingesteld met inachtneming van de voorgaande vormen, wordt de procedure voor de rechter bij wie de vordering oorspronkelijk aanhangig is gemaakt en, wanneer het gaat om de politierechtbank, de verjaring van de oorspronkelijke rechtsvordering opgeschort totdat de beslissing van de arrondissementsrechtbank ter kennis gegeven wordt.
De arrondissementsrechtbank geeft kennis van zijn beslissing per brief of fax aan alle partijen alsook aan de rechter bij wie de zaak aanvankelijk aanhangig werd gemaakt.
Deze beslissing is niet vatbaar voor verzet of beroep.]1
Art. 23quater. [1 Les tribunaux d'arrondissement francophone et néerlandophone visés à l'article 73, alinéa 2, et à l'article 75bis, du Code judiciaire, sont seuls compétents pour connaître conjointement, au contentieux de pleine juridiction et selon une procédure comme en référé, des recours formés par les parties en cas de violation, par les juridictions civiles ou les tribunaux de police de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, des articles 3 à 7, 7bis, 7ter, 15 et 23.
A peine d'irrecevabilité, le recours est motivé et est introduit par recommandé et télécopie dans les quinze jours de la réception de la décision ayant statué sur la demande de changement de langue. Une copie du recours est envoyée au tribunal initialement saisi et aux parties dans le même délai par courrier ou par télécopie. La partie qui introduit le recours indique expressément l'adresse et le numéro de télécopie où la décision pourra lui être notifiée.
Lorsqu'un recours est intenté dans le respect des formes qui précèdent, la procédure devant le juge initialement saisi, et quand il s'agit du tribunal de police, la prescription de l'action originale, est suspendue jusqu'à la notification de la décision du tribunal d'arrondissement.
Le tribunal d'arrondissement notifie sa décision à toutes les parties ainsi qu'au juge initialement saisi par courrier ou par télécopie.
Cette décision n'est susceptible ni d'opposition ni d'appel.]1
A peine d'irrecevabilité, le recours est motivé et est introduit par recommandé et télécopie dans les quinze jours de la réception de la décision ayant statué sur la demande de changement de langue. Une copie du recours est envoyée au tribunal initialement saisi et aux parties dans le même délai par courrier ou par télécopie. La partie qui introduit le recours indique expressément l'adresse et le numéro de télécopie où la décision pourra lui être notifiée.
Lorsqu'un recours est intenté dans le respect des formes qui précèdent, la procédure devant le juge initialement saisi, et quand il s'agit du tribunal de police, la prescription de l'action originale, est suspendue jusqu'à la notification de la décision du tribunal d'arrondissement.
Le tribunal d'arrondissement notifie sa décision à toutes les parties ainsi qu'au juge initialement saisi par courrier ou par télécopie.
Cette décision n'est susceptible ni d'opposition ni d'appel.]1
HOOFDSTUK III. - Gebruik der talen voor de rechtsmachten in hooger beroep.
CHAPITRE III. - Emploi des langues devant les juridictions d'appel.
Art. 24. Voor al de rechtscolleges in hooger beroep wordt, voor de rechtspleging, de taal gebruikt waarin de bestreden beslissing is gesteld.
Art. 24. Devant toutes les juridictions d'appel, il est fait usage pour la procédure de la langue dans laquelle la décision attaquée est rédigée.
Art. 24bis. (Ingevoegd bij W 10-10-1967, art. 170) Wanneer het hof van beroep kennis neemt van de in artikel 603 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde voorzieningen, wordt voor de rechtspleging de taal gebruikt waarin de bestreden beslissing is gesteld.
Art. 24bis. (Inséré par L 10-10-1967, art. 170) Lorsque la cour d'appel connaît des recours prévus à l'article 603 du Code judiciaire, la procédure est suivie dans la langue de la décision qui fait l'objet du recours.
Art. 25. (Voor het Hof van beroep, in eerste en laatste aanleg rechtsprekende in strafzaken, wordt de rechtspleging in het Frans, in het Nederlands of in het Duits gevoerd, naargelang de beklaagde een ambt uitoefent bij een van de gerechten onderscheidenlijk bepaald in artikel 1, in de artikelen 2 en 3, of in artikel 2bis, of zijn wettelijke verblijfplaats heeft in het rechtsgebied van een van die gerechten.) <W 1985-09-23/33, art. 16, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
Wanneer de verdachte een ambt uitoefent bij een van de in artikel 4 voorziene rechtbanken, of zijn wettelijke verblijfplaats heeft binnen het rechtsgebied van een van die rechtbanken, wordt de rechtspleging voor het Hof van Beroep te Brussel, in het Nederlandsch of in het Fransch gevoerd, naar gelang dat de verdachte, voor zijne verklaringen, in het vooronderzoek de eene of de andere taal heeft gebruikt of zich gedragen heeft naar de schikkingen van artikel 16, § 2.
(Wanneer de beklaagde een ambt uitoefent bij de arbeidsrechtbanken of de rechtbanken van koophandel [1 ...]1 te Eupen, of wanneer hij zijn wettelijke verblijfplaats heeft in het rechtsgebied van een van die gerechten, wordt de rechtspleging voor het Hof van beroep te Luik in het Frans of in het Duits gevoerd, naargelang de beklaagde tijdens het vooronderzoek de ene of de andere taal gebruikt.) <W 1985-09-23/33, art. 16, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
(In oorlogstijd wordt voor het Militair Gerechtshof, rechtsprekende in eerste en laatste aanleg, alsmede voor de kamer van inbeschuldigingstelling bij dit Hof, de taal van de rechtspleging bepaald overeenkomstig artikel 18.) <W 2003-04-10/59, art. 102, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
De regeling voorzien in alinea 3 van artikel 21 is toepasselijk wanneer verscheidene verdachten in dezelfde zaak betrokken zijn.
Wanneer de verdachte een ambt uitoefent bij een van de in artikel 4 voorziene rechtbanken, of zijn wettelijke verblijfplaats heeft binnen het rechtsgebied van een van die rechtbanken, wordt de rechtspleging voor het Hof van Beroep te Brussel, in het Nederlandsch of in het Fransch gevoerd, naar gelang dat de verdachte, voor zijne verklaringen, in het vooronderzoek de eene of de andere taal heeft gebruikt of zich gedragen heeft naar de schikkingen van artikel 16, § 2.
(Wanneer de beklaagde een ambt uitoefent bij de arbeidsrechtbanken of de rechtbanken van koophandel [1 ...]1 te Eupen, of wanneer hij zijn wettelijke verblijfplaats heeft in het rechtsgebied van een van die gerechten, wordt de rechtspleging voor het Hof van beroep te Luik in het Frans of in het Duits gevoerd, naargelang de beklaagde tijdens het vooronderzoek de ene of de andere taal gebruikt.) <W 1985-09-23/33, art. 16, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
(In oorlogstijd wordt voor het Militair Gerechtshof, rechtsprekende in eerste en laatste aanleg, alsmede voor de kamer van inbeschuldigingstelling bij dit Hof, de taal van de rechtspleging bepaald overeenkomstig artikel 18.) <W 2003-04-10/59, art. 102, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
De regeling voorzien in alinea 3 van artikel 21 is toepasselijk wanneer verscheidene verdachten in dezelfde zaak betrokken zijn.
Modifications
Art. 25. (Devant la Cour d'appel jugeant en matière répressive en premier et dernier ressort, la procédure est faite en français, en néerlandais ou en allemand selon que le prévenu exerce des fonctions près d'une des juridictions prévues respectivement à l'article 1er, aux articles 2 et 3, ou à l'article 2bis, ou qu'il a sa résidence légale dans le ressort de l'une de ces juridictions.) <L 1985-09-23/33, art. 25, 1°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
Lorsque le prévenu exerce des fonctions près d'une des juridictions prévues à l'article 4 ou a sa résidence légale dans le ressort de l'une de ces juridictions, la procédure devant la Cour d'appel de Bruxelles est faite en français ou en néerlandais, selon que le prévenu a fait usage à l'information de l'une ou de l'autre de ces langues pour ses déclarations ou s'est conformé à l'article 16, § 2.
(Lorsque le prévenu exerce des fonctions près des tribunaux du travail ou des tribunaux de commerce [1 ...]1 d'Eupen ou lorsqu'il a sa résidence légale dans le ressort de l'une de ces juridictions, la procédure devant la Cour d'appel de Liège est faite en français ou en allemand selon que le prévenu fait usage à l'information de l'une ou de l'autre de ces langues.) <L 1985-09-23/33, art. 25, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
(En temps de guerre, devant la Cour militaire jugeant en premier et dernier ressort, ainsi que devant la chambre des mises en accusation près cette Cour, la langue de la procédure est déterminée conformément à l'article 18.) <L 2003-04-10/59, art. 102, 018; En vigueur : 01-01-2004>
La disposition de l'alinéa 3 de l'article 21 est applicable lorsque plusieurs prévenus sont impliqués dans la même affaire.
Lorsque le prévenu exerce des fonctions près d'une des juridictions prévues à l'article 4 ou a sa résidence légale dans le ressort de l'une de ces juridictions, la procédure devant la Cour d'appel de Bruxelles est faite en français ou en néerlandais, selon que le prévenu a fait usage à l'information de l'une ou de l'autre de ces langues pour ses déclarations ou s'est conformé à l'article 16, § 2.
(Lorsque le prévenu exerce des fonctions près des tribunaux du travail ou des tribunaux de commerce [1 ...]1 d'Eupen ou lorsqu'il a sa résidence légale dans le ressort de l'une de ces juridictions, la procédure devant la Cour d'appel de Liège est faite en français ou en allemand selon que le prévenu fait usage à l'information de l'une ou de l'autre de ces langues.) <L 1985-09-23/33, art. 25, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
(En temps de guerre, devant la Cour militaire jugeant en premier et dernier ressort, ainsi que devant la chambre des mises en accusation près cette Cour, la langue de la procédure est déterminée conformément à l'article 18.) <L 2003-04-10/59, art. 102, 018; En vigueur : 01-01-2004>
La disposition de l'alinéa 3 de l'article 21 est applicable lorsque plusieurs prévenus sont impliqués dans la même affaire.
Modifications
Art. 26. Wanneer de rechtbanken van eersten aanleg, waarvan de zetel gevestigd is in de provinciën en in het arrondissement in het eerste artikel aangeduid, in beroep kennis nemen van in het Nederlandsch gestelde scheidsrechterlijke vonnissen, verwijzen zij de zaak naar de meest nabije rechtbank van denzelfden rang in een ander taalgebied.
Evenzo verwijzen de rechtbanken van eersten aanleg, waarvan de zetel gevestigd is in de provinciën en in het arrondissement in artikel 2 aangeduid, wanneer zij in beroep kennis nemen van in het Fransch gestelde scheidsrechterlijke vonnissen, de zaak naar de meest nabije rechtbank van denzelfden rang in een ander taalgebied.
De rechtspleging tot verwijzing wordt, overeenkomstig artikel 7, § 2, gevoerd; de beslissing tot verwijzing is vatbaar noch voor verzet noch voor beroep.
Evenzo verwijzen de rechtbanken van eersten aanleg, waarvan de zetel gevestigd is in de provinciën en in het arrondissement in artikel 2 aangeduid, wanneer zij in beroep kennis nemen van in het Fransch gestelde scheidsrechterlijke vonnissen, de zaak naar de meest nabije rechtbank van denzelfden rang in een ander taalgebied.
De rechtspleging tot verwijzing wordt, overeenkomstig artikel 7, § 2, gevoerd; de beslissing tot verwijzing is vatbaar noch voor verzet noch voor beroep.
Art. 26. Lorsqu'ils connaissent en degré d'appel de jugements arbitraux, rendus en néerlandais, les tribunaux de première instance, dont le siège est établi dans les provinces et l'arrondissement indiqués à l'article 1, renvoient la cause à la juridiction de même ordre la plus proche d'une autre région linguistique.
De même lorsqu'ils connaissent en degré d'appel de jugements arbitraux, rendus en français, les tribunaux de première instance dont le siège est établi dans les provinces et l'arrondissement indiqués à l'article 2 renvoient la cause à la juridiction de même ordre la plus proche d'une autre région linguistique.
La procédure de renvoi est faite conformément à l'article 7, § 2; la décision de renvoi n'est susceptible ni d'opposition ni d'appel.
De même lorsqu'ils connaissent en degré d'appel de jugements arbitraux, rendus en français, les tribunaux de première instance dont le siège est établi dans les provinces et l'arrondissement indiqués à l'article 2 renvoient la cause à la juridiction de même ordre la plus proche d'une autre région linguistique.
La procédure de renvoi est faite conformément à l'article 7, § 2; la décision de renvoi n'est susceptible ni d'opposition ni d'appel.
HOOFDSTUK IV. - Gebruik der talen voor het Hof van Verbreking.
CHAPITRE IV. - Emploi des langues devant la Cour de cassation.
Art. 27. <W 20-06-1953, art. 9> Indien de bestreden beslissing in het Frans of in het Nederlands werd gewezen, wordt de rechtspleging vóór het Hof van verbreking gevoerd in de taal van die beslissing.
Art. 27. <L 20-06-1953, art. 9> Si la décision attaquée a été rendue en français ou en néerlandais, la procédure devant la Cour de cassation est faite en la langue de cette décision.
Art. 27bis. <W 1985-09-23/33, art. 17, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> Wanneer de bestreden beslissing in het Duits is gewezen, worden de volgende regels toegepast :
§ 1. In zaken waarop de regels van de rechtspleging in cassatie in burgerlijke zaken toepasselijk zijn, stelt de eiser naar keuze het verzoekschrift tot cassatie op in het Nederlands, in het Frans of in het Duits.
Indien het verzoekschrift in het Nederlands of in het Frans is gesteld, bepaalt die keuze ten aanzien van allen, de taal waarin de rechtspleging wordt gevoerd.
Indien het verzoekschrift in het Duits is gesteld of indien verscheidene verzoekschriften betreffende dezelfde beslissing in verschillende talen zijn gesteld, geeft de eerste voorzitter, zodra de voorziening is ingesteld, een beschikking waarbij de taal wordt bepaald waarin de rechtspleging wordt gevoerd.
§ 2. In de andere zaken worden, naar keuze van partijen, de voorzieningen in cassatie ingesteld en de verzoekschriften of memories gesteld in het Nederlands, het Frans of het Duits.
Indien alle verklaringen, verzoekschriften en memories die op dezelfde beslissing betrekking hebben, in het Nederlands of in het Frans zijn gesteld, bepaalt die keuze te aanzien van allen, de taal waarin de rechtspleging ter terechtzitting wordt gevoerd.
Indien de verklaringen, verzoekschriften en memories in het Duits of in verschillende talen zijn gesteld, geeft de eerste voorzitter bij de toebedeling van de zaak een beschikking waarbij de taal wordt bepaald waarin de rechtspleging ter terechtzitting wordt gevoerd.
§ 3. In alle zaken kan de raadsheer-verslaggever, ten laste van de Staatskas, de vertaling gelasten van alle stukken of van een gedeelte ervan.
§ 1. In zaken waarop de regels van de rechtspleging in cassatie in burgerlijke zaken toepasselijk zijn, stelt de eiser naar keuze het verzoekschrift tot cassatie op in het Nederlands, in het Frans of in het Duits.
Indien het verzoekschrift in het Nederlands of in het Frans is gesteld, bepaalt die keuze ten aanzien van allen, de taal waarin de rechtspleging wordt gevoerd.
Indien het verzoekschrift in het Duits is gesteld of indien verscheidene verzoekschriften betreffende dezelfde beslissing in verschillende talen zijn gesteld, geeft de eerste voorzitter, zodra de voorziening is ingesteld, een beschikking waarbij de taal wordt bepaald waarin de rechtspleging wordt gevoerd.
§ 2. In de andere zaken worden, naar keuze van partijen, de voorzieningen in cassatie ingesteld en de verzoekschriften of memories gesteld in het Nederlands, het Frans of het Duits.
Indien alle verklaringen, verzoekschriften en memories die op dezelfde beslissing betrekking hebben, in het Nederlands of in het Frans zijn gesteld, bepaalt die keuze te aanzien van allen, de taal waarin de rechtspleging ter terechtzitting wordt gevoerd.
Indien de verklaringen, verzoekschriften en memories in het Duits of in verschillende talen zijn gesteld, geeft de eerste voorzitter bij de toebedeling van de zaak een beschikking waarbij de taal wordt bepaald waarin de rechtspleging ter terechtzitting wordt gevoerd.
§ 3. In alle zaken kan de raadsheer-verslaggever, ten laste van de Staatskas, de vertaling gelasten van alle stukken of van een gedeelte ervan.
Art. 27bis. <L 1985-09-23/33, art. 17, 002; En vigueur : 01-09-1988> Si la décision attaquée a été rendue en allemand, il est fait application des règles suivantes :
§ 1. Dans les affaires auxquelles les règles de la procédure en cassation en matière civile sont applicables, le demandeur rédige à son choix la requête en cassation en français, en néerlandais ou en allemand.
Si la requête est rédigée en français ou en néerlandais, le choix de la langue détermine à l'égard de tous la langue dans laquelle sera faite la procédure.
Si la requête est rédigée en allemand ou si plusieurs requêtes concernant la même décision sont rédigées en différentes langues, le premier président rend, dès l'introduction du pourvoi, une ordonnance déterminant la langue dans laquelle sera faite la procédure.
§ 2. Dans les autres affaires, les déclarations de pourvoi sont faites et les requêtes ou mémoires sont rédigés par les parties à leur choix, en français, en néerlandais ou en allemand.
Si toutes les déclarations, toutes les requêtes et tous les mémoires concernant la même décision sont rédigés en français ou en néerlandais, le choix de la langue détermine à l'égard de tous la langue dans laquelle sera faite la procédure à l'audience.
Si les déclarations, requêtes et mémoires sont rédigés en allemand ou en différentes langues, le premier président rend, au moment de la distribution de la cause, une ordonnance déterminant la langue dans laquelle sera faite la procédure à l'audience.
§ 3. En toutes matières, le conseiller rapporteur peut ordonner la traduction, aux frais du Trésor, de tout ou partie des pièces.
§ 1. Dans les affaires auxquelles les règles de la procédure en cassation en matière civile sont applicables, le demandeur rédige à son choix la requête en cassation en français, en néerlandais ou en allemand.
Si la requête est rédigée en français ou en néerlandais, le choix de la langue détermine à l'égard de tous la langue dans laquelle sera faite la procédure.
Si la requête est rédigée en allemand ou si plusieurs requêtes concernant la même décision sont rédigées en différentes langues, le premier président rend, dès l'introduction du pourvoi, une ordonnance déterminant la langue dans laquelle sera faite la procédure.
§ 2. Dans les autres affaires, les déclarations de pourvoi sont faites et les requêtes ou mémoires sont rédigés par les parties à leur choix, en français, en néerlandais ou en allemand.
Si toutes les déclarations, toutes les requêtes et tous les mémoires concernant la même décision sont rédigés en français ou en néerlandais, le choix de la langue détermine à l'égard de tous la langue dans laquelle sera faite la procédure à l'audience.
Si les déclarations, requêtes et mémoires sont rédigés en allemand ou en différentes langues, le premier président rend, au moment de la distribution de la cause, une ordonnance déterminant la langue dans laquelle sera faite la procédure à l'audience.
§ 3. En toutes matières, le conseiller rapporteur peut ordonner la traduction, aux frais du Trésor, de tout ou partie des pièces.
Art. 28. <W 1985-09-23/33, art. 18, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> De arresten van het Hof van Cassatie worden uitgesproken in de taal van de rechtspleging.
[1 De arresten gewezen in het Nederlands of in het Frans die het Hof, overeenkomstig de criteria die de Koning na advies van het Hof heeft bepaald, voldoende relevant acht voor de eenheid van de rechtspraak of de ontwikkeling van het recht, worden respectievelijk vertaald in het Frans of in het Nederlands.]1
Wanneer de bestreden beslissing in het Duits is gewezen, wordt het arrest bovendien vertaald in die taal.
De vertalingen worden gemaakt onder toezicht van de leden van het Hof van Cassatie die daartoe door de eerste voorzitter worden aangewezen.
[1 De arresten gewezen in het Nederlands of in het Frans die het Hof, overeenkomstig de criteria die de Koning na advies van het Hof heeft bepaald, voldoende relevant acht voor de eenheid van de rechtspraak of de ontwikkeling van het recht, worden respectievelijk vertaald in het Frans of in het Nederlands.]1
Wanneer de bestreden beslissing in het Duits is gewezen, wordt het arrest bovendien vertaald in die taal.
De vertalingen worden gemaakt onder toezicht van de leden van het Hof van Cassatie die daartoe door de eerste voorzitter worden aangewezen.
Modifications
Art. 28. <L 1985-09-23/33, art. 18, 002; En vigueur : 01-09-1988> Les arrêts de la Cour de Cassation sont prononcés dans la langue de la procédure.
[1 Les arrêts rendus en français ou en néerlandais que la Cour considère, conformément aux critères déterminés par le Roi après avis de la Cour, comme étant suffisamment pertinents pour l'unité de la jurisprudence ou le développement du droit, sont traduits respectivement en néerlandais ou en français.]1
Si la décision attaquée a été rendue en allemand, l'arrêt est en outre traduit dans cette langue.
Les traductions sont établies sous le contrôle des membres de la Cour de cassation désignés à cet effet par le premier président.
[1 Les arrêts rendus en français ou en néerlandais que la Cour considère, conformément aux critères déterminés par le Roi après avis de la Cour, comme étant suffisamment pertinents pour l'unité de la jurisprudence ou le développement du droit, sont traduits respectivement en néerlandais ou en français.]1
Si la décision attaquée a été rendue en allemand, l'arrêt est en outre traduit dans cette langue.
Les traductions sont établies sous le contrôle des membres de la Cour de cassation désignés à cet effet par le premier président.
Modifications
Art. 29. Voor de rechtspleging die volgt op de uitspraak van het arrest, zijn die regelen betreffende het gebruik der talen in acht te nemen, welke toepasselijk waren op het geding waarover de bestreden beslissing uitspraak deed.
(Wanneer de vernietigde beslissing in het Duits is gewezen en de zaak wordt verwezen naar een gerecht dat geen uitspraak doet in die taal, wordt de rechtspleging voor dat gerecht gevoerd in de taal van dat gerecht. De partijen of de beklaagde, naar gelang van het geval, hebben de keuze tussen de taal van het gerecht of het Duits. De rechter kan, op verzoek van de partijen of van een van hen, of ambtshalve bevelen dat een beroep wordt gedaan op een vertaler; de kosten zijn ten laste van de Staatskas. Het arrest of het vonnis wordt in het Duits vertaald). <W 1985-09-23/33, art. 19, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
(Wanneer de vernietigde beslissing in het Duits is gewezen en de zaak wordt verwezen naar een gerecht dat geen uitspraak doet in die taal, wordt de rechtspleging voor dat gerecht gevoerd in de taal van dat gerecht. De partijen of de beklaagde, naar gelang van het geval, hebben de keuze tussen de taal van het gerecht of het Duits. De rechter kan, op verzoek van de partijen of van een van hen, of ambtshalve bevelen dat een beroep wordt gedaan op een vertaler; de kosten zijn ten laste van de Staatskas. Het arrest of het vonnis wordt in het Duits vertaald). <W 1985-09-23/33, art. 19, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
Art. 29. Dans la procédure postérieure au prononcé de l'arrêt, sont appliquées les règles relatives à l'emploi des langues qui régissaient l'instance sur laquelle a statué la décision dénoncée.
(Lorsque la décision cassée a été rendue en allemand et que le renvoi a lieu devant une juridiction qui ne statue pas en cette langue, la procédure devant cette juridiction est faite dans la langue de cette dernière. Les parties ou le prévenu selon le cas, ont le choix entre la langue de la juridiction ou la langue allemande. A la demande des parties ou de l'une d'elles, ou d'office, le juge peut ordonner qu'il soit fait appel à un traducteur; les frais sont à charge du Trésor. L'arrêt ou le jugement est traduit en allemand.) <L 1985-09-23/33, art. 19, 002; En vigueur : 01-09-1988>
(Lorsque la décision cassée a été rendue en allemand et que le renvoi a lieu devant une juridiction qui ne statue pas en cette langue, la procédure devant cette juridiction est faite dans la langue de cette dernière. Les parties ou le prévenu selon le cas, ont le choix entre la langue de la juridiction ou la langue allemande. A la demande des parties ou de l'une d'elles, ou d'office, le juge peut ordonner qu'il soit fait appel à un traducteur; les frais sont à charge du Trésor. L'arrêt ou le jugement est traduit en allemand.) <L 1985-09-23/33, art. 19, 002; En vigueur : 01-09-1988>
HOOFDSTUK V. - Algemeene beschikkingen.
CHAPITRE V. - Dispositions générales.
Art. 30. Voor al de burgerlijke rechtbanken en rechtbanken van koophandel, gebruiken de persoonlijk ter zitting verschijnende partijen, voor al haar gezegden en verklaringen, de taal die zij verkiezen. Hetzelfde geldt voor het [1 verhoor van partijen]1 en vraagpunten en voor den gedingbeslissenden en den aanvullenden eed.
(Wanneer de rechter de door partijen of door een harer gebruikte taal niet verstaat, doet hij een beroep op de medewerking van een beëdigd tolk.
Een partij die in persoon verschijnt en die de taal van de rechtspleging niet begrijpt, wordt bijgestaan door een beëdigd tolk die het geheel van de mondelinge verklaringen vertaalt.) <W 2003-05-03/54, art. 2, 019; Inwerkingtreding : 27-06-2003>
De kosten van vertaling zijn ten laste der Schatkist.
(Wanneer de rechter de door partijen of door een harer gebruikte taal niet verstaat, doet hij een beroep op de medewerking van een beëdigd tolk.
Een partij die in persoon verschijnt en die de taal van de rechtspleging niet begrijpt, wordt bijgestaan door een beëdigd tolk die het geheel van de mondelinge verklaringen vertaalt.) <W 2003-05-03/54, art. 2, 019; Inwerkingtreding : 27-06-2003>
De kosten van vertaling zijn ten laste der Schatkist.
Modifications
Art. 30. Devant toutes les juridictions civiles et commerciales, les parties comparaissant en personne font usage de la langue de leur choix pour tous leurs dires et déclarations, ainsi que dans [1 l'interrogatoire des parties]1 et la prestation du serment litis décisoire ou supplétoire.
(Si le juge ne comprend pas la langue employée par les parties ou par l'une d'elles, il fait appel au concours d'un interprète juré.
Une partie qui comparaît en personne et qui ne comprend pas la langue de la procédure est assistée par un interprète juré qui traduit l'ensemble des déclarations verbales.) <L 2003-05-03/54, art. 2, 019; En vigueur : 27-06-2003>
Les frais de traduction sont à charge du Trésor.
(Si le juge ne comprend pas la langue employée par les parties ou par l'une d'elles, il fait appel au concours d'un interprète juré.
Une partie qui comparaît en personne et qui ne comprend pas la langue de la procédure est assistée par un interprète juré qui traduit l'ensemble des déclarations verbales.) <L 2003-05-03/54, art. 2, 019; En vigueur : 27-06-2003>
Les frais de traduction sont à charge du Trésor.
Modifications
Art. 30bis. <INGEVOEGD bij W 1989-06-23/30, art. 2; Inwerkingtreding : 10-07-1989> In geval van onmogelijkheid op wettige wijze een gerecht samen te stellen dat moet berechten in de Duitse taal, wordt de rechtspleging gevoerd in de Franse taal. De partijen (...) hebben de keuze tussen het Frans of het Duits. De rechter kan, op verzoek van de partijen of van één van hen, of ambtshalve bevelen dat een beroep wordt gedaan op een vertaler; de kosten zijn ten laste van de Staatskas. Het arrest of het vonnis wordt in het Duits vertaald. <W 2003-05-03/54, art. 3, 019; Inwerkingtreding : 27-06-2003>
Art. 30bis. En cas d'impossibilité de composer légalement une juridiction devant statuer en langue allemande, la procédure est faite dans la langue française. Les parties (...) cas ont le choix entre la langue française ou la langue allemande. A la demande des parties ou l'une d'elles, ou d'office, le juge peut ordonner qu'il soit fait appel à un traducteur; les frais sont à charge du Trésor. L'arrêt ou le jugement est traduit en allemand. <L 2003-05-03/54, art. 3, 019; En vigueur : 27-06-2003>
Art. 31. <W 2003-05-03/54, art. 4, 019; Inwerkingtreding : 27-06-2003> In al de ondervragingen van het opsporingsonderzoek en van het gerechtelijk onderzoek, alsmede voor de onderzoeks- en vonnisgerechten, gebruiken de partijen die persoonlijk verschijnen de taal van hun keuze voor al hun mondelinge verklaringen.
Wanneer de agenten die met het opsporingsonderzoek belast zijn, het parket, de onderzoeksrechter of de bovenvermelde rechtsmachten de door de partijen gebruikte taal niet kennen, doen zij een beroep op de medewerking van een beëdigd tolk.
De partijen die de taal van de procedure niet verstaan worden bijgestaan door een beëdigd tolk die alle mondelinge verklaringen vertaalt. [1 De noodzaak van de vertolking wordt geëvalueerd door de bevoegde overheid volgens de fase van de procedure.]1
De kosten van vertaling zijn ten laste van de Schatkist.
Wanneer de agenten die met het opsporingsonderzoek belast zijn, het parket, de onderzoeksrechter of de bovenvermelde rechtsmachten de door de partijen gebruikte taal niet kennen, doen zij een beroep op de medewerking van een beëdigd tolk.
De partijen die de taal van de procedure niet verstaan worden bijgestaan door een beëdigd tolk die alle mondelinge verklaringen vertaalt. [1 De noodzaak van de vertolking wordt geëvalueerd door de bevoegde overheid volgens de fase van de procedure.]1
De kosten van vertaling zijn ten laste van de Schatkist.
Modifications
Art. 31. <L 2003-05-03/54, art. 4, 019; En vigueur : 27-06-2003> Dans tous les interrogatoires de l'information et de l'instruction ainsi que devant les juridictions d'instruction et les juridictions de jugement, les parties qui comparaissent en personne font usage de la langue de leur choix pour toutes leurs déclarations verbales.
Si les agents chargés de l'information, le parquet, le magistrat instructeur, ou les susdites juridictions ne connaissent pas la langue dont il est fait usage par les parties, ils font appel au concours d'un interprète juré.
Les parties qui ne comprennent pas la langue de la procédure sont assistées par un interprète juré qui traduit l'ensemble des déclarations verbales. [1 La nécessité de l'interprétation est évaluée par l'autorité compétente selon la phase de la procédure.]1
Les frais de traduction sont à charge du Trésor.
Si les agents chargés de l'information, le parquet, le magistrat instructeur, ou les susdites juridictions ne connaissent pas la langue dont il est fait usage par les parties, ils font appel au concours d'un interprète juré.
Les parties qui ne comprennent pas la langue de la procédure sont assistées par un interprète juré qui traduit l'ensemble des déclarations verbales. [1 La nécessité de l'interprétation est évaluée par l'autorité compétente selon la phase de la procédure.]1
Les frais de traduction sont à charge du Trésor.
Modifications
Art. 32. De getuigen worden gehoord en hun getuigenissen worden afgelegd en opgeteekend in de taal van de rechtspleging, tenzij de getuigen vragen om een andere taal te mogen gebruiken.
(Wanneer de magistraten, de agenten die met het verhoor van de getuigen belast zijn of één van de partijen die taal niet kennen, doen zij een beroep op een beëdigd tolk, die alle mondelinge verklaringen vertaalt.) <W 2003-05-03/54, art. 5, 019; Inwerkingtreding : 27-06-2003>
De kosten van vertaling zijn ten laste der Schatkist.
(Wanneer de magistraten, de agenten die met het verhoor van de getuigen belast zijn of één van de partijen die taal niet kennen, doen zij een beroep op een beëdigd tolk, die alle mondelinge verklaringen vertaalt.) <W 2003-05-03/54, art. 5, 019; Inwerkingtreding : 27-06-2003>
De kosten van vertaling zijn ten laste der Schatkist.
Art. 32. Les témoins sont entendus et leurs dépositions sont reçues et consignées dans la langue de la procédure, à moins qu'ils ne demandent à faire usage d'une autre langue.
(Si les magistrats, les agents chargés de l'audition des témoins ou une partie ne connaissent pas cette langue, ils font appel à un interprète juré, qui traduit l'ensemble des déclarations verbales.) <L 2003-05-03/54, art. 5, 019; En vigueur : 27-06-2003>
Les frais de traduction sont à charge du Trésor.
(Si les magistrats, les agents chargés de l'audition des témoins ou une partie ne connaissent pas cette langue, ils font appel à un interprète juré, qui traduit l'ensemble des déclarations verbales.) <L 2003-05-03/54, art. 5, 019; En vigueur : 27-06-2003>
Les frais de traduction sont à charge du Trésor.
Art. 33. De verslagen der deskundigen en der vaklieden worden gesteld in de taal van de rechtspleging. De rechter kan nochtans, voor buitengewone vakken en wegens bijzondere redenen, den deskundige er toe machtigen de taal zijner keus te bezigen.
De beslissing van den rechter moet met redenen omkleed zijn; zij is voor verzet noch voor beroep vatbaar.
De beslissing van den rechter moet met redenen omkleed zijn; zij is voor verzet noch voor beroep vatbaar.
Art. 33. Les rapports des experts et des hommes de l'art sont rédigés dans la langue de la procédure. Toutefois, le juge peut, pour des raisons spéciales et dans des matières spéciales, autoriser l'expert à faire usage de la langue de son choix.
La décision du juge doit être motivée; elle n'est susceptible ni d'opposition ni d'appel.
La décision du juge doit être motivée; elle n'est susceptible ni d'opposition ni d'appel.
Art. 34. In de processen-verbaal of op het zittingblad, wordt de taal vermeld waarin partijen, klagers, getuigen, deskundigen of verdachten hunne verklaringen afleggen en die welke voor de pleidooien wordt gebezigd.
Art. 34. Mention est faite dans les procès-verbaux ou au plumitif de l'audience de la langue dans laquelle les parties, plaignants, témoins, experts ou inculpés font leurs déclarations et de celle dont il est fait usage pour les plaidoiries.
Art. 35. Het openbaar ministerie adviseert en vordert in de taal van de rechtspleging.
De burgerlijke partij gebruikt dezelfde taal als de publieke partij.
Het openbaar ministerie kan, bovendien, indien een of meer verdachten of hun raadslieden de taal van de rechtspleging niet verstaan, een samenvatting van zijn vordering geven (in het Frans, in het Nederlands of in het Duits). <W 1985-09-23/33, art. 33, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
De burgerlijke partij gebruikt dezelfde taal als de publieke partij.
Het openbaar ministerie kan, bovendien, indien een of meer verdachten of hun raadslieden de taal van de rechtspleging niet verstaan, een samenvatting van zijn vordering geven (in het Frans, in het Nederlands of in het Duits). <W 1985-09-23/33, art. 33, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
Art. 35. Les avis et réquisitoires du ministère public sont prononcés dans la langue de la procédure.
La partie civile fait usage de la même langue que la partie publique.
Le ministère public peut, en outre, si un ou plusieurs des inculpés ou leurs conseils ne comprennent pas la langue de la procédure, faire un résumé de son réquisitoire (en français, en néerlandais ou en allemand). <L 1985-09-23/33, art. 33, 1°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
La partie civile fait usage de la même langue que la partie publique.
Le ministère public peut, en outre, si un ou plusieurs des inculpés ou leurs conseils ne comprennent pas la langue de la procédure, faire un résumé de son réquisitoire (en français, en néerlandais ou en allemand). <L 1985-09-23/33, art. 33, 1°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
Art. 36. (Voor de pleidooien wordt de taal van de rechtspleging gebruikt. De rechter kan echter, op verzoek van een partij en indien hij zulks volstrekt nodig acht, toestaan dat de raadsman van die partij gebruik maakt van een andere taal dan die van de rechtspleging, mits deze verklaart de taal van de rechtspleging niet te kennen en zijn woonplaats heeft in een ander taalgebied.) <W 1985-09-23/33, art. 20, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
In dat geval, kan de rechter den raadsman van de andere partij er toe machtigen, voor zijn pleidooi dezelfde taal te gebruiken.
De in voorgaande alinea's voorziene machtiging wordt bij een met redenen omkleede beslissing verleend, op een door de partij zelf geschreven en onderteekend verzoekschrift.
De beslissing van den rechter is voor verzet noch voor beroep vatbaar.
In dat geval, kan de rechter den raadsman van de andere partij er toe machtigen, voor zijn pleidooi dezelfde taal te gebruiken.
De in voorgaande alinea's voorziene machtiging wordt bij een met redenen omkleede beslissing verleend, op een door de partij zelf geschreven en onderteekend verzoekschrift.
De beslissing van den rechter is voor verzet noch voor beroep vatbaar.
Art. 36. (Il est fait usage pour les plaidoiries de la langue de la procédure. Toutefois, le juge peut, à la demande d'une partie et si la mesure semble absolument nécessaire, permettre qu'il soit fait usage d'une autre langue que celle de la procédure par le conseil de cette partie, à condition que celui-ci déclare ne pas connaître la langue de la procédure et qu'il ait son domicile dans une autre région linguistique.) <L 1985-09-23/33, art. 20, 002; En vigueur : 01-09-1988>
Dans ce cas, le juge peut autoriser l'avocat de l'autre partie à faire usage de la même langue pour sa plaidoirie.
L'autorisation prévue aux alinéas précédents est donnée par une décision motivée rendue sur requête, tracée et signée par la partie elle-même.
La décision du juge n'est susceptible ni d'opposition ni d'appel.
Dans ce cas, le juge peut autoriser l'avocat de l'autre partie à faire usage de la même langue pour sa plaidoirie.
L'autorisation prévue aux alinéas précédents est donnée par une décision motivée rendue sur requête, tracée et signée par la partie elle-même.
La décision du juge n'est susceptible ni d'opposition ni d'appel.
Art. 37. De vonnissen en arresten, evenals de akten betreffende hunne tenuitvoerlegging, worden gesteld in de taal van de rechtspleging.
De tusschenvorderingen en tegenberoepen worden vervolgd en gevonnist in de taal gebruikt voor de rechtspleging der hoofdzaak.
(Lid 3 opgeheven) <W 1985-09-23/33, art. 21, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
In al de mededeelingen van magistraat tot magistraat, binnen hetzelfde taalgebied, wordt de taal der rechtspleging gebruikt.
De tusschenvorderingen en tegenberoepen worden vervolgd en gevonnist in de taal gebruikt voor de rechtspleging der hoofdzaak.
(Lid 3 opgeheven) <W 1985-09-23/33, art. 21, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
In al de mededeelingen van magistraat tot magistraat, binnen hetzelfde taalgebied, wordt de taal der rechtspleging gebruikt.
Art. 37. Les jugements et arrêts ainsi que les actes relatifs à leur exécution sont rédigés dans la langue de la procédure.
Les demandes incidentes et les appels incidents sont poursuivis et jugés dans la langue employée pour la procédure de l'affaire principale.
(Alinéa 3 abrogé) <L 1985-09-23/33, art. 21, 002; En vigueur : 01-09-1988>
Dans toutes les communications de magistrat à magistrat dans la même région linguistique, il est fait usage de la langue de la procédure.
Les demandes incidentes et les appels incidents sont poursuivis et jugés dans la langue employée pour la procédure de l'affaire principale.
(Alinéa 3 abrogé) <L 1985-09-23/33, art. 21, 002; En vigueur : 01-09-1988>
Dans toutes les communications de magistrat à magistrat dans la même région linguistique, il est fait usage de la langue de la procédure.
Art. 38. Aan elke in het Nederlandsch gestelde akte van rechtspleging en aan elk in dezelfde taal gesteld vonnis of arrest, waarvan de betekening of de kennisgeving moet gedaan worden in (het Frans taalgebied), zal een Fransche vertaling toegevoegd worden. <W 1985-09-23/33, art. 32, 3°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
Aan elke in het Fransch gestelde akte van rechtspleging en aan elk in dezelfde taal gesteld vonnis of arrest, waarvan de betekening of de kennisgeving moet gedaan worden in (het Nederlands taalgebied), zal een Nederlandsche vertaling toegevoegd worden. <W 1985-09-23/33, art. 32, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
Aan elke in het Nederlandsch of in het Fransch gestelde akte van rechtspleging en aan elk in dezelfde taal gesteld vonnis of arrest, waarvan de betekening of de kennisgeving moet gedaan worden in (het Duits taalgebied), zal eene Duitsche vertaling toegevoegd worden. <W 1985-09-23/33, art. 32 ,4°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
Aan elke in het Duitsch gestelde akte van rechtspleging en aan elk in dezelfde taal gesteld vonnis of arrest waarvan de betekening of de kennisgeving moet gedaan worden in (het Frans of in het Nederlands taalgebied), zal (een Nederlandse) of een Franse vertaling) toegevoegd worden. <W 1985-09-23/33, art. 32, 5°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
(Aan elke in het Duits gestelde akte van rechtspleging en aan elk in dezelfde taal gesteld vonnis of arrest, waarvan de betekening of kennisgeving moet gedaan worden in een gemeente van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, worden een Nederlandse en een Franse vertaling toegevoegd.) <W 1985-09-23/33, art. 22, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
(Deze bepalingen zijn niet toepasselijk op de voorziening in verbreking.) <W 14-08-1947, art. 1>
(Wanneer de griffier de kennisgeving laat verrichten in de gevallen bedoeld in de voorgaande leden, laat hij vooraf en zo spoedig mogelijk de akte waarvan kennis dient te worden gegeven, vertalen.) <W 10-10-1967, art. 172, 5°>
Van de voorschriften van dit artikel mag afgeweken worden, indien de partij aan dewelke de beteekening moet gedaan worden, voor de rechtspleging de taal heeft gekozen of aanvaard, in dewelke de akte, het vonnis of het arrest is gesteld.
(In geschillen die onder de arbeidsgerechten ressorteren, evenals in represieve zaken), zijn de kosten dezer vertaling ten laste der Schatkist; in andere zaken, worden zij mede begroot. <W 10-10-1967, art. 172, 6°>
Elke partij heeft steeds het recht op haar kosten een vertaling van elke akte van rechtspleging, vonnis of arrest te vragen.
(In afwijking van het eerste tot vijfde lid, wordt in de in artikel 1675/9 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde kennisgeving de geadresseerde ervan in kennis gesteld dat hij een vertaling kan eisen van de inhoud van de gerechtsbrief en de latere akten en beslissingen, voorzover hij daartoe een verzoek richt aan de griffie, op straffe van verval binnen een maand na de kennisgeving en bij ter post aangetekende brief met bericht van ontvangst, door middel van een formulier waarvan de Koning het model zal vastleggen. Een schuldeiser kan evenwel deze vertaling niet vragen indien de overeenkomst die aanleiding heeft gegeven tot de schuld werd afgesloten in de taal van de rechtspleging.) <W 2005-12-13/35, art. 29, 023; Inwerkingtreding : 01-09-2006>
Aan elke in het Fransch gestelde akte van rechtspleging en aan elk in dezelfde taal gesteld vonnis of arrest, waarvan de betekening of de kennisgeving moet gedaan worden in (het Nederlands taalgebied), zal een Nederlandsche vertaling toegevoegd worden. <W 1985-09-23/33, art. 32, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
Aan elke in het Nederlandsch of in het Fransch gestelde akte van rechtspleging en aan elk in dezelfde taal gesteld vonnis of arrest, waarvan de betekening of de kennisgeving moet gedaan worden in (het Duits taalgebied), zal eene Duitsche vertaling toegevoegd worden. <W 1985-09-23/33, art. 32 ,4°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
Aan elke in het Duitsch gestelde akte van rechtspleging en aan elk in dezelfde taal gesteld vonnis of arrest waarvan de betekening of de kennisgeving moet gedaan worden in (het Frans of in het Nederlands taalgebied), zal (een Nederlandse) of een Franse vertaling) toegevoegd worden. <W 1985-09-23/33, art. 32, 5°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
(Aan elke in het Duits gestelde akte van rechtspleging en aan elk in dezelfde taal gesteld vonnis of arrest, waarvan de betekening of kennisgeving moet gedaan worden in een gemeente van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, worden een Nederlandse en een Franse vertaling toegevoegd.) <W 1985-09-23/33, art. 22, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
(Deze bepalingen zijn niet toepasselijk op de voorziening in verbreking.) <W 14-08-1947, art. 1>
(Wanneer de griffier de kennisgeving laat verrichten in de gevallen bedoeld in de voorgaande leden, laat hij vooraf en zo spoedig mogelijk de akte waarvan kennis dient te worden gegeven, vertalen.) <W 10-10-1967, art. 172, 5°>
Van de voorschriften van dit artikel mag afgeweken worden, indien de partij aan dewelke de beteekening moet gedaan worden, voor de rechtspleging de taal heeft gekozen of aanvaard, in dewelke de akte, het vonnis of het arrest is gesteld.
(In geschillen die onder de arbeidsgerechten ressorteren, evenals in represieve zaken), zijn de kosten dezer vertaling ten laste der Schatkist; in andere zaken, worden zij mede begroot. <W 10-10-1967, art. 172, 6°>
Elke partij heeft steeds het recht op haar kosten een vertaling van elke akte van rechtspleging, vonnis of arrest te vragen.
(In afwijking van het eerste tot vijfde lid, wordt in de in artikel 1675/9 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde kennisgeving de geadresseerde ervan in kennis gesteld dat hij een vertaling kan eisen van de inhoud van de gerechtsbrief en de latere akten en beslissingen, voorzover hij daartoe een verzoek richt aan de griffie, op straffe van verval binnen een maand na de kennisgeving en bij ter post aangetekende brief met bericht van ontvangst, door middel van een formulier waarvan de Koning het model zal vastleggen. Een schuldeiser kan evenwel deze vertaling niet vragen indien de overeenkomst die aanleiding heeft gegeven tot de schuld werd afgesloten in de taal van de rechtspleging.) <W 2005-12-13/35, art. 29, 023; Inwerkingtreding : 01-09-2006>
Art. 38. A tout acte de procédure, jugement ou arrêt rédigé en néerlandais, mais qui doit être signifié ou notifié dans (la région de langue française), il est joint une traduction française. <L 1985-09-23/33, art. 32, 3°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
A tout acte de procédure, jugement ou arrêt rédigé en français, mais qui doit être signifié ou notifié dans (la région de langue néerlandaise), il est joint une traduction néerlandaise. <L 1985-09-23/33, art. 32, 3°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
A tout acte de procédure, jugement ou arrêt rédigé en néerlandais ou en français, mais qui doit être signifié ou notifié dans (la région de langue allemande), il est joint une traduction allemande. <L 1985-09-23/33, art. 32, 4°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
A tout acte de procédure, jugement ou arrêt rédigé en allemand, mais qui doit être signifié ou notifié (dans la région de langue française ou dans la région de langue néerlandaise), il est joint une traduction française ou néerlandaise. <L 1985-09-23/33, art. 32, 5°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
(A tout acte de procédure, jugement ou arrêt rédigé en allemand, mais qui doit être signifié ou notifié dans une commune de la région bilingue de Bruxelles-Capitale, il est joint une traduction française et une traduction néerlandaise.) <L 1985-09-23/33, art. 22, 002; En vigueur : 01-09-1988>
(Ces dispositions ne sont pas applicables au pourvoi en cassation.) <L 14-08-1947, art. 1>
(Lorsque le greffier fait procéder à la notification dans les cas prévus aux alinéas précédents, il fait préalablement et dans le plus bref délai établir la traduction des actes à notifier.) <L 10-10-1967, art. 167, 5°>
Il peut être dérogé aux prescriptions du présent article, si la partie à laquelle la signification soit être faite a choisi ou accepté pour la procédure la langue dans laquelle l'acte, le jugement ou l'arrêt est rédigé.
(Dans les litiges qui sont de la compétence des juridictions du travail, de la même qu'en matière répressive), les frais de cette traduction sont à charge du Trésor; en toute autre matière, ils entrent en taxe. <L 10-10-1967, art. 172, 6°>
Chaque partie a toujours le droit de demander à ses frais une traduction de tout acte de procédure, jugement ou arrêt.
(Par dérogation aux alinéas 1er à 5, la notification visée à l'article 1675/9 du Code judiciaire avise le destinataire qu'il peut exiger une traduction du contenu de cet envoi et des actes et décisions ultérieurs, pour autant qu'il en fasse la demande au greffe, à peine de déchéance dans le mois de la notification et par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception, au moyen d'un formulaire dont le modèle sera établi par le Roi. Un créancier ne peut toutefois demander cette traduction si le contrat qui a donné naissance à la dette a été conclu dans la langue de la procédure.) <L 2005-12-13/35, art. 29, 023; En vigueur : 01-09-2006>
A tout acte de procédure, jugement ou arrêt rédigé en français, mais qui doit être signifié ou notifié dans (la région de langue néerlandaise), il est joint une traduction néerlandaise. <L 1985-09-23/33, art. 32, 3°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
A tout acte de procédure, jugement ou arrêt rédigé en néerlandais ou en français, mais qui doit être signifié ou notifié dans (la région de langue allemande), il est joint une traduction allemande. <L 1985-09-23/33, art. 32, 4°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
A tout acte de procédure, jugement ou arrêt rédigé en allemand, mais qui doit être signifié ou notifié (dans la région de langue française ou dans la région de langue néerlandaise), il est joint une traduction française ou néerlandaise. <L 1985-09-23/33, art. 32, 5°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
(A tout acte de procédure, jugement ou arrêt rédigé en allemand, mais qui doit être signifié ou notifié dans une commune de la région bilingue de Bruxelles-Capitale, il est joint une traduction française et une traduction néerlandaise.) <L 1985-09-23/33, art. 22, 002; En vigueur : 01-09-1988>
(Ces dispositions ne sont pas applicables au pourvoi en cassation.) <L 14-08-1947, art. 1>
(Lorsque le greffier fait procéder à la notification dans les cas prévus aux alinéas précédents, il fait préalablement et dans le plus bref délai établir la traduction des actes à notifier.) <L 10-10-1967, art. 167, 5°>
Il peut être dérogé aux prescriptions du présent article, si la partie à laquelle la signification soit être faite a choisi ou accepté pour la procédure la langue dans laquelle l'acte, le jugement ou l'arrêt est rédigé.
(Dans les litiges qui sont de la compétence des juridictions du travail, de la même qu'en matière répressive), les frais de cette traduction sont à charge du Trésor; en toute autre matière, ils entrent en taxe. <L 10-10-1967, art. 172, 6°>
Chaque partie a toujours le droit de demander à ses frais une traduction de tout acte de procédure, jugement ou arrêt.
(Par dérogation aux alinéas 1er à 5, la notification visée à l'article 1675/9 du Code judiciaire avise le destinataire qu'il peut exiger une traduction du contenu de cet envoi et des actes et décisions ultérieurs, pour autant qu'il en fasse la demande au greffe, à peine de déchéance dans le mois de la notification et par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception, au moyen d'un formulaire dont le modèle sera établi par le Roi. Un créancier ne peut toutefois demander cette traduction si le contrat qui a donné naissance à la dette a été conclu dans la langue de la procédure.) <L 2005-12-13/35, art. 29, 023; En vigueur : 01-09-2006>
Art. 39. De hoven en rechtbanken, behalve het Hof van cassatie en het hof van beroep en het arbeidshof waarvan de zetel te Brussel gevestigd is, bezigen voor hun algemene vergaderingen de taal die, door (de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966) voor de plaatselijke besturen van hun zetel is voorgeschreven. <W 1985-09-23/33, art. 23, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
Het Hof van cassatie en het hof van beroep en het arbeidshof waarvan de zetel te Brussel gevestigd is, bezigen voor hun (in artikel351 van het Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven) algemene en openbare vergaderingen, het ene jaar het Frans, het andere jaar het Nederlands. <W 1985-09-23/33, art. 23, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
Het Hof van cassatie en het hof van beroep en het arbeidshof waarvan de zetel te Brussel gevestigd is, bezigen voor hun (in artikel351 van het Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven) algemene en openbare vergaderingen, het ene jaar het Frans, het andere jaar het Nederlands. <W 1985-09-23/33, art. 23, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
Art. 39. Les cours et tribunaux, hormis la Cour de cassation et la cour d'appel et la cour du travail dont le siège est établi à Bruxelles, emploient pour les assemblées générales la langue prescrite par (les lois sur l'emploi des langues en matières administrative, coordonnées le 18 juillet 1966) aux administrations locales de leur siège. <L 1985-09-23/33, art. 23, 1°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
La Cour de cassation et la cour d'appel et la cour du travail dont le siège est établi à Bruxelles, emploient pour les assemblées générales et publiques, prévues par (l'article 351 du Code judiciaire), une année la langue française, l'autre année la langue néerlandaise. <L 1985-09-23/33, art. 23, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
La Cour de cassation et la cour d'appel et la cour du travail dont le siège est établi à Bruxelles, emploient pour les assemblées générales et publiques, prévues par (l'article 351 du Code judiciaire), une année la langue française, l'autre année la langue néerlandaise. <L 1985-09-23/33, art. 23, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
Art. 39bis. [1 In betwiste zaken die geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op de in het Belgisch Scheepvaartwetboek geregelde aangelegenheden en geen strafzaken zijn :
1° kunnen in het Engels gestelde rechtsbronnen en overtuigingstukken worden overgelegd, in welk geval de rechter, in afwijking van artikel 8, hiervan niet de vertaling in de taal der rechtspleging kan bevelen;
2° kunnen in de akten van rechtspleging aanhalingen uit in het Engels gestelde rechtsbronnen en overtuigingsstukken, alsmede Engelse vaktermen worden opgenomen.]1
1° kunnen in het Engels gestelde rechtsbronnen en overtuigingstukken worden overgelegd, in welk geval de rechter, in afwijking van artikel 8, hiervan niet de vertaling in de taal der rechtspleging kan bevelen;
2° kunnen in de akten van rechtspleging aanhalingen uit in het Engels gestelde rechtsbronnen en overtuigingsstukken, alsmede Engelse vaktermen worden opgenomen.]1
Art.39bis. [1 Dans des litiges concernant entièrement ou partiellement des matières régies par le Code belge de la Navigation qui ne sont pas des matières pénales :
1° les sources du droit et les pièces à conviction produites en anglais, le juge, en dérogation de l'article 8, ne peut dans ce cas pas ordonner la traduction dans la langue des procédures judiciaires;
2° peuvent être repris dans les actes des procédures judiciaires, des citations des sources du droit et des pièces à conviction en anglais, ainsi que des termes techniques en anglais.]1
1° les sources du droit et les pièces à conviction produites en anglais, le juge, en dérogation de l'article 8, ne peut dans ce cas pas ordonner la traduction dans la langue des procédures judiciaires;
2° peuvent être repris dans les actes des procédures judiciaires, des citations des sources du droit et des pièces à conviction en anglais, ainsi que des termes techniques en anglais.]1
Modifications
Art. 40. [1 Onverminderd de toepassing van de artikelen 794, 861 en 864 van het Gerechtelijk Wetboek zijn de vorenstaande regels voorgeschreven op straffe van nietigheid.]1
Art. 40. [1 Sans préjudice de l'application des articles 794, 861 et 864 du Code judiciaire, les règles qui précèdent sont prescrites à peine de nullité.]1
(NOTA :
1. bij arrest nr 120/2019 van 19-09-2019 (B.St. 10-10-2019, p. 93124) heeft het Grondwettelijk hof artikel 40, L1 vernietigd, zoals vervangen bij artikel 5 van de wet van 25 mei 2018 "tot vermindering en herverdeling van de werklast binnen de rechterlijke orde"
2. handhaaft de gevolgen van de vernietigde bepaling ten aanzien van alle toepassingen die ervan zijn gemaakt voor de bekendmaking van dit arrest in het Belgische Staablad)
1. bij arrest nr 120/2019 van 19-09-2019 (B.St. 10-10-2019, p. 93124) heeft het Grondwettelijk hof artikel 40, L1 vernietigd, zoals vervangen bij artikel 5 van de wet van 25 mei 2018 "tot vermindering en herverdeling van de werklast binnen de rechterlijke orde"
2. handhaaft de gevolgen van de vernietigde bepaling ten aanzien van alle toepassingen die ervan zijn gemaakt voor de bekendmaking van dit arrest in het Belgische Staablad)
NOTE :
1. par son arrêt n° 120/2019 du 19-09-2019 (M.B. 10-10-2019, p. 39124) la Cour constitutionnelle a annulé l'article 40, L1, tel qu'il a été remplacé par l'article 5 de la loi du 25 mai 2018 "visant à réduire et redistribuer la charge de travail au sein de l'ordre judiciare"
2. maintien les effets de la disposition annulée à l'égard de toutes les applications qui en ont été faites avant la publication du présent arrêt au Moniteur belge
1. par son arrêt n° 120/2019 du 19-09-2019 (M.B. 10-10-2019, p. 39124) la Cour constitutionnelle a annulé l'article 40, L1, tel qu'il a été remplacé par l'article 5 de la loi du 25 mai 2018 "visant à réduire et redistribuer la charge de travail au sein de l'ordre judiciare"
2. maintien les effets de la disposition annulée à l'égard de toutes les applications qui en ont été faites avant la publication du présent arrêt au Moniteur belge
De akten, nietig verklaard wegens overtreding van deze wet, stuiten de verjaring alsmede de termijnen van rechtspleging toegekend op straf van verval.
(De voorziening in verbreking die na de verwerping van een eerste voorziening wordt ingesteld is ontvankelijk indien, op de tweede voorziening, het Hof vaststelt dat in de eerste voorziening geen andere nietigheid aanwezig was dan die welke uit een overtreding van deze wet voortspruit.
In het bij de vorige alinea voorziene geval, begint de termijn die bij de wet is bepaald om zich in verbreking te voorzien, te lopen te rekenen van de dag van de uitspraak van het arrest dat de eerste voorziening heeft verworpen; indien de bij de wet bepaalde termijn meer dan één maand bedraagt, wordt hij tot die duur teruggebracht.) <W 08-03-1948, art. 1>
(De voorziening in verbreking die na de verwerping van een eerste voorziening wordt ingesteld is ontvankelijk indien, op de tweede voorziening, het Hof vaststelt dat in de eerste voorziening geen andere nietigheid aanwezig was dan die welke uit een overtreding van deze wet voortspruit.
In het bij de vorige alinea voorziene geval, begint de termijn die bij de wet is bepaald om zich in verbreking te voorzien, te lopen te rekenen van de dag van de uitspraak van het arrest dat de eerste voorziening heeft verworpen; indien de bij de wet bepaalde termijn meer dan één maand bedraagt, wordt hij tot die duur teruggebracht.) <W 08-03-1948, art. 1>
Modifications
Les actes déclarés nuls pour contravention à la présente loi interrompent la prescription ainsi que les délais de procédure impartis à peine de déchéance.
(Est recevable le pourvoi en cassation formé après le rejet d'un premier pourvoi, si, sur le second, la Cour constate que le premier n'était entaché d'aucune autre nullité que celle résultant d'une contravention à la présente loi.
Dans le cas de l'alinéa précédent, le délai déterminé par la loi pour se pourvoir court du jour de la prononciation de l'arrêt qui a rejeté le premier pourvoi; si le délai déterminé par la loi est supérieur à un mois, il est réduit à cette durée.) <L 08-03-1948, art. 1>
(Est recevable le pourvoi en cassation formé après le rejet d'un premier pourvoi, si, sur le second, la Cour constate que le premier n'était entaché d'aucune autre nullité que celle résultant d'une contravention à la présente loi.
Dans le cas de l'alinéa précédent, le délai déterminé par la loi pour se pourvoir court du jour de la prononciation de l'arrêt qui a rejeté le premier pourvoi; si le délai déterminé par la loi est supérieur à un mois, il est réduit à cette durée.) <L 08-03-1948, art. 1>
Modifications
Art. 41. In elk vonnis of arrest wordt melding gemaakt van de beschikkingen van deze wet, die toegepast werden voor het opmaken van het exploot of de andere akten van rechtspleging, welke het vonnis of het arrest voorafgingen.
Art. 41. Tout jugement ou arrêt indique les dispositions de la présente loi dont il a été fait application pour la rédaction de l'exploit et des autres actes de procédures qui ont précédé le jugement ou l'arrêt.
Art. 42. (De Nederlandse, Franse en Duitse taalgebieden, in de zin van deze wet, zijn die welke omschreven zijn in de artikelen 3, 4 en 5 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966.) <W 1985-09-23/33, art. 24, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
Voor de toepassing van deze wet, [1 bestaan de Brusselse agglomeratie en het administratief arrondissement Brussel]1 uit de volgende gemeenten : Anderlecht, Brussel, Elsene, Etterbeek, Evere, Ganshoren, Koekelberg, Oudergem, Schaarbeek, Sint-Agatha-Berchem, Sint-Gillis, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joost-ten-Noode, Sint-Lambrechts-Woluwe, Sint-Pieters-Jette, Sint-Pieters-Woluwe, Ukkel, Vorst, Watermaal-Boschvoorde.
[1 Voor de toepassing van deze wet, bestaat het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde uit de kantons Asse, [2 ...]2, Halle, [3 ...]3, [2 Sint-Genesius-Rode]2, Lennik, Meise, [2 ...]2 en Zaventem, en Vilvoorde.]1
Voor de toepassing van deze wet, [1 bestaan de Brusselse agglomeratie en het administratief arrondissement Brussel]1 uit de volgende gemeenten : Anderlecht, Brussel, Elsene, Etterbeek, Evere, Ganshoren, Koekelberg, Oudergem, Schaarbeek, Sint-Agatha-Berchem, Sint-Gillis, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joost-ten-Noode, Sint-Lambrechts-Woluwe, Sint-Pieters-Jette, Sint-Pieters-Woluwe, Ukkel, Vorst, Watermaal-Boschvoorde.
[1 Voor de toepassing van deze wet, bestaat het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde uit de kantons Asse, [2 ...]2, Halle, [3 ...]3, [2 Sint-Genesius-Rode]2, Lennik, Meise, [2 ...]2 en Zaventem, en Vilvoorde.]1
Art. 42. (Au sens de la présente loi, les régions de langue française, de langue néerlandaise et de langue allemande sont celles que définissent les articles 3, 4 et 5 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966.) <L 1985-09-23/33, art. 24, 002; En vigueur : 01-09-1988>
Pour l'application de la présente loi, [1 l'agglomération bruxelloise et l'arrondissement administratif de Bruxelles comprennent]1 les communes suivantes :Anderlecht, Auderghem, Berchem-Sainte-Agathe, Bruxelles, Etterbeek, Evere, Forest, Ganshoren, Ixelles, Jette-Saint-Pierre, Koekelberg, Molenbeek-Saint-Jean, Saint-Gilles, Saint-Josse-ten-Noode, Schaerbeek, Uccle, Watermael-Boitsfort, Woluwe-Saint-Lambert, Woluwé-Saint-Pierre.
[1 Au sens de la présente loi, l'arrondissement administratif de Hal-Vilvorde comprend les cantons de Asse, [2 ...]2, Hal, [3 ...]3, [2 Rhode-Saint-Genèse]2, Lennik, Meise, [2 ...]2 et Zaventem, et Vilvorde.]1
Pour l'application de la présente loi, [1 l'agglomération bruxelloise et l'arrondissement administratif de Bruxelles comprennent]1 les communes suivantes :Anderlecht, Auderghem, Berchem-Sainte-Agathe, Bruxelles, Etterbeek, Evere, Forest, Ganshoren, Ixelles, Jette-Saint-Pierre, Koekelberg, Molenbeek-Saint-Jean, Saint-Gilles, Saint-Josse-ten-Noode, Schaerbeek, Uccle, Watermael-Boitsfort, Woluwe-Saint-Lambert, Woluwé-Saint-Pierre.
[1 Au sens de la présente loi, l'arrondissement administratif de Hal-Vilvorde comprend les cantons de Asse, [2 ...]2, Hal, [3 ...]3, [2 Rhode-Saint-Genèse]2, Lennik, Meise, [2 ...]2 et Zaventem, et Vilvorde.]1
HOOFDSTUK VI. - Rechterlijke inrichting. Kennis van de talen door de magistraten, gezworenen en griffiers.
CHAPITRE VI. - Organisation judiciaire. Connaissance des langues par les magistrats, jurés et greffiers.
Art. 43. De eerste vijf alinea's van artikel 40 van de wet van 21 Mei 1929 op de toekenning der academisch graden, worden vervangen door de hiernavolgende beschikkingen :
§ 1. [1 Onverminderd §§ 4 tot 4ter kan niemand worden benoemd in de rechtscolleges bedoeld in artikel 1]1 tot het ambt van voorzitter, ondervoorzitter, rechter of plaatsvervangend rechter bij de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank, of de rechtbank van koophandel, van procureur des Konings of substituut-procureur des Konings, van arbeidsauditeur of substituut-arbeidsauditeur, van werkend of plaatsvervangend vrederechter, werkend of plaatsvervangend rechter in een politierechtbank [5 ...]5, indien uit zijn diploma niet blijkt dat hij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans heeft afgelegd. <W 1985-09-23/33, art. 25, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
[7 Nochtans moeten twee magistraten van het parket van de procureur des Konings te Bergen en een magistraat van het arbeidsauditoraat Henegouwen bovendien het bewijs leveren van de kennis van het Nederlands.]7
(Een substituut-procureur des Konings te Bergen, gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden, moet bovendien het bewijs leveren van de kennis van het Nederlands.
Een substituut-procureur des Konings te Luik, gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden, moet bovendien het bewijs leveren van de kennis van het Duits.) <W 1986-08-04/38, art. 115, 1°, 003; Inwerkingtreding : 20-08-1986>
§ 2. [1 Onverminderd §§ 4 tot 4ter kan niemand worden benoemd in de rechtscolleges bedoeld in artikel 2]1 tot een der in § 1 vermelde ambten indien uit zijn diploma niet blijkt dat hij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands heeft afgelegd.
Nochtans moeten een magistraat van het parket van de procureur des Konings en een magistraat van het arbeidsauditoraat [5 ie rechtsmacht uitoefenen over het arrondissement Limburg]5 bovendien het bewijs leveren van de kennis van het Frans.
(Een substituut-procureur des Konings te Antwerpen, gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden, moet bovendien het bewijs leveren van de kennis van het Frans.) <W 1986-08-04/38, art. 115, 2°, 003; Inwerkingtreding : 20-08-1986>
§ 3. (In de politierechtbanken te Halle en te Vilvoorde en in de in artikel 3 bedoelde gerechtelijke kantons van het arrondissement Brussel, kan niemand tot werkend of plaatsvervangend vrederechter, werkend of plaatsvervangend rechter in een politierechtbank [5 ...]5 worden benoemd, indien uit zijn diploma niet blijkt dat hij de examens van het licentiaat in de rechten in het Nederlands heeft afgelegd.) <W 1994-07-11/33, art. 67, 1°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
§ 4. [8 In het gerechtelijk arrondissement Brussel moeten, onverminderd paragraaf 3, de werkende en plaatsvervangende vrederechters het bewijs leveren van een grondige kennis van de andere taal, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, vierde lid.
De korpschefs van de Nederlandstalige en Franstalige rechtbanken te Brussel, de procureur des Konings te Brussel en de arbeidsauditeur te Brussel moeten het bewijs leveren van een functionele kennis van de andere taal, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.
De procureur des Konings te Brussel en de arbeidsauditeur te Brussel moeten tot een verschillende taalrol behoren.
Bovendien moeten de opeenvolgende procureurs des Konings te Brussel en de opeenvolgende arbeidsauditeurs te Brussel, luidens hun diploma, tot een verschillende taalrol behoren.
De adjunct-procureurs des Konings te Brussel en de adjunct-arbeidsauditeurs te Brussel moeten het bewijs leveren van een functionele kennis van de andere taal, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.]8
(§ 4bis. De in § 4 omschreven regel is niet van toepassing op de politierechtbanken te Halle en te Vilvoorde.
Voor de behandeling van de gevallen bedoeld in de artikelen 7bis, § 2, en 15, tweede lid, worden in de politierechtbanken te Brussel en te Halle of Vilvoorde een of meer werkende en plaatsvervangende rechters [5 ...]5 rechters benoemd, die op grond van het in artikel 43quinquies bedoelde examen het bewijs hebben geleverd van de kennis van de Franse taal.) <W 1994-07-11/33, art. 67, 2°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
[1 § 4ter. De procureur des Konings van Halle-Vilvoorde moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij geslaagd is voor de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in de Nederlandse taal en moet een [8 functionele kennis van het Frans aantonen overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid]8.
De arbeidsauditeur van Halle-Vilvoorde moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij geslaagd is voor de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in de Nederlandse taal en moet een [8 functionele kennis van het Frans aantonen overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid]8]1
[1 § 4quater. De procureur des Konings van Brussel moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij geslaagd is voor de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in de Franse taal en moet een grondige kennis van het Nederlands aantonen overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, vierde lid. De adjunct-procureur des Konings van Brussel moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij geslaagd is voor de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in de Nederlandse taal en moet een grondige kennis van het Frans aantonen overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, vierde lid.
De arbeidsauditeur van Brussel moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in het Frans heeft afgelegd en hij moet aantonen dat hij over een grondige kennis van het Nederlands beschikt overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, vierde lid. De adjunct-arbeidsauditeur van Brussel moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in het Nederlands heeft afgelegd en moet aantonen dat hij over een grondige kennis van het Frans beschikt overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, vierde lid.]1
§ 5. [1 In het gerechtelijk arrondissement Brussel is zowel in de Franstalige als in de Nederlandstalige rechtbanken, met inbegrip van de politierechtbanken met zetel in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, een derde van de magistraten tweetalig en beschikken ze over een functionele kennis van de andere taal, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid. Evenwel, onder respectievelijk het derde tweetalige magistraten van de Franstalige rechtbank van eerste aanleg en het derde tweetalige magistraten van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg moeten twee onderzoeksrechters aantonen dat ze een grondige kennis hebben van de andere taal overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, vierde lid.]1
[1 ...]1 (...) [1 De Nederlandse, respectievelijk Franse rechtsplegingen worden]1 steeds gevoerd voor magistraten die door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands, respectievelijk in het Frans hebben afgelegd. <W 15-07-1970, art. 61, 1°>
(Bovendien moeten twee substituut-procureurs des Konings te Brussel, gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden, door hun diploma bewijzen dat zij de examens van de licentie in de rechten de ene in het Nederlands , de andere in het frans,hebben afgelegd.) <W 1986-08-08/38, art. 115, 3°, 003; Inwerkingtreding : 20-08-1986>
(Wanneer de taal van de rechtspleging wordt gewijzigd op verzoek van de verdachte of met toepassing van artikel 21 van deze wet, kunnen de magistraten, die met het onderzoek of de berechting van de zaak gelast zijn, de rechtspleging voortzetten, indien zij het bewijs hebben geleverd van de kennis van de twee talen.
Hetzelfde geldt voor de uitvaardiging van een bevel tot aanhouding, dat gesteld is in de andere taal dan die van de rechtpleging voor de raadkamer, zowel om uitspraak te doen over de voorlopige hechtenis als om de rechtspleging te regelen.) <W 15-07-1970, art. 61, 2°>
[4 Zesde tot dertiende lid opgeheven.]4
[1 § 5bis. Het in artikel 150, § 2, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde parket van Halle-Vilvoorde wordt aangevuld overeenkomstig artikel 150, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek met een aantal substituten van het parket van Brussel dat overeenkomt met 20 % van het aantal substituten van het parket van Halle-Vilvoorde, waarheen zij worden gedetacheerd, en die houders zijn van een diploma van doctor of licentiaat in de rechten afgeleverd in het Frans, en die hun functionele kennis van het Nederlands hebben aangetoond door middel van het examen bedoeld in artikel 43quinquies, § 1, derde lid.
[4 Tweede lid, eerste zin opgeheven]4. Het parket van de procureur des Konings van Halle-Vilvoorde is samengesteld uit substituten die tot de Nederlandse taalrol behoren, waarvan een derde over een functionele kennis van het Frans beschikt, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.
[4 Derde lid opgeheven.]4]1
[1 § 5ter. [4 Eerste lid opgeheven.]4
[4 Tweede lid opgeheven.]4
De substituten bedoeld in artikel 43, § 5bis, eerste lid, [2 zijn opgenomen in]2 het Franstalig kader van het parket van Brussel.
Op het geheel van de magistraten, beschikt een derde over een functionele kennis van de andere taal dan diegene van hun diploma, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.]1
[1 § 5quater. Het in artikel 152, § 2, 1° van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde auditoraat van Halle-Vilvoorde wordt aangevuld overeenkomstig artikel 152, § 3, van hetzelfde Wetboek met een aantal substituten van het auditoraat van Brussel, dat overeenstemt met 20 % van het aantal substituten van het auditoraat van Halle-Vilvoorde, waarheen zij worden gedetacheerd, en die drager zijn van een diploma van doctor of licentiaat in de rechten afgeleverd in het Frans, en die hun functionele kennis van het Nederlands hebben aangetoond door middel van het examen bedoeld artikel 43quinquies, § 1, derde lid.
[4 Tweede lid, eerste zin opgeheven.]4 Het auditoraat van Halle-Vilvoorde is samengesteld uit substituten die tot de Nederlandse taalrol behoren, waarvan een derde over een functionele kennis van het Frans beschikt, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.
[4 Derde lid opgeheven.]4]1
[1 § 5quinquies. [4 Eerste lid opgeheven.]4
[4 Tweede lid opgeheven.]4
De substituten bedoeld in artikel 43, § 5quater, eerste lid, [3 zijn opgenomen in]3 het Franstalig kader van het auditoraat van Brussel.
Op het geheel van de magistraten, beschikt een derde over een functionele kennis van de andere taal dan diegene van hun diploma, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.]1
§ 6. (Om tot werkend of plaatsvervangend assessor te worden benoemd in de rechtbanken die enkel kennis nemen van Nederlandstalige zaken, moet de kandidaat houder zijn van een licentiaats- of masterdiploma in het Nederlands.
Om tot werkend of plaatsvervangend assessor te worden benoemd in de rechtbanken die enkel kennis nemen van Franstalige zaken, moet de kandidaat houder zijn van een licentiaats- of masterdiploma in het Frans.
Om tot werkend of plaatsvervangend assessor te worden benoemd in de rechtbank die zowel kennis neemt van Nederlandstalige als van Franstalige zaken, moet de kandidaat houder zijn van een licentiaats- of masterdiploma in het Nederlands of in het Frans. De assessor kan enkel zitting houden in zaken waarvan de taalrol overeenstemt met de taal van het licentiaats- of masterdiploma waarvan hij houder is.
Om tot werkend of plaatsvervangend assessor te worden benoemd in de rechtbank die zowel kennis neemt van Franstalige als van Duitstalige zaken, moet de kandidaat houder zijn van een licentiaats- of masterdiploma in het Frans of in het Duits.) <W 2006-05-17/36, art. 47, 024; Inwerkingtreding : 31-08-2006>
§ 7. (De assessor kan enkel zitting hebben in zaken waarvan de taalrol overeenstemt met de taal van het licentiaats- of masterdiploma waarvan hij houder is. Hij mag echter zitting hebben in zaken in een andere taal dan die van het licentiaats- of masterdiploma waarvan hij houder is, op voorwaarde dat hij geslaagd is voor een mondeling examen over de kennis van de andere taal en een schriftelijk examen over de passieve kennis ervan.
Enkel de afgevaardigd bestuurder van Selor - het Selectiebureau van de Federale Overheid - is bevoegd om de bewijzen uit te reiken van de kennis van de andere taal dan die welke wordt bewezen door de overlegging van het licentiaats- of masterdiploma.
De samenstelling van de examencommissie en de voorwaarden waaraan de bewijzen van de kennis van de andere taal dan die welke wordt bewezen door de overlegging van de diploma moeten voldoen, worden bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.) <W 2006-05-17/36, art. 47, 024; Inwerkingtreding : 31-08-2006>
§ 8. (Impl. opgeheven) <W 10-10-1967, art. 174>
§ 9. (Impl. opgeheven) <W 10-10-1967, art. 174>
§ 10. Niemand kan benoemd worden tot notaris in de provinciën en arrondissementen voorzien in de artikelen 1 en 2 der wet op het gebruik der talen in rechtszaken, indien hij niet bewijst, door zijn diploma, dat hij de examens van het licenciaat in het notariaat heeft afgelegd in de taal voorzien door de wet op het gebruik der talen in rechtszaken voor de rechtbanken van eersten aanleg van het arrondissement waarin hij mocht geroepen worden om zijn ambt uit te oefenen.
§ 11. Uitzondering aan dezen regel wordt gemaakt voor de licenciaten in het notariaat, die door een examen bewijzen dat zij bekwaam zijn om zich van gezegde taal te bedienen, bij de uitoefening van hun notarisambt.
De bepalingen van [6 artikel 43quinquies]6 gelden voor dit examen.
§ 12. Niemand kan tot notaris worden benoemd in een der vredegerechtskantons van het arrondissement Brussel, welke uitsluitend (uit gemeenten van het Nederlands taalgebied) samengesteld zijn, indien hij niet door zijn diploma bewijst de examens van het licenciaat in het notariaat in het Nederlandsch te hebben afgelegd, tenzij [6 hij overeenkomstig artikel 43quinquies]6, bewijst in staat te zijn, bij de uitoefening van zijn ambt, gezegde taal te bezigen. <W 1985-09-23/33, art. 32, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
Niemand kan tot notaris worden benoemd in een der vredegerechtskantons van het arrondissement Brussel, buiten die voorzien in de vorige alinea, indien hij niet bewijst (de Nederlandse en de Franse taal) te kennen. <W 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
Dit bewijs wordt voor een dier talen geleverd, door het bij § 10 voorziene diplomas en, voor de andere, door een examen. Een koninklijk besluit bepaalt de stof van dit examen, alsmede de samenstelling en de werkwijze van de examencommissie voor dewelke het wordt afgelegd.
(§ 13. Niemand kan tot notaris worden benoemd in het arrondissement Eupen als hij niet het bewijs levert van de kennis van het Duits en bovendien uit zijn diploma niet blijkt dat hij de examens van licentiaat in het notariaat in het Frans heeft afgelegd of niet het bewijs levert van de kennis van het Frans.
Het bewijs van de kennis van het Duits en van het Frans wordt geleverd door een examen dat door de Koning wordt georganiseerd.) <W 1985-09-23/33, art. 25, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
§ 1. [1 Onverminderd §§ 4 tot 4ter kan niemand worden benoemd in de rechtscolleges bedoeld in artikel 1]1 tot het ambt van voorzitter, ondervoorzitter, rechter of plaatsvervangend rechter bij de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank, of de rechtbank van koophandel, van procureur des Konings of substituut-procureur des Konings, van arbeidsauditeur of substituut-arbeidsauditeur, van werkend of plaatsvervangend vrederechter, werkend of plaatsvervangend rechter in een politierechtbank [5 ...]5, indien uit zijn diploma niet blijkt dat hij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans heeft afgelegd. <W 1985-09-23/33, art. 25, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
[7 Nochtans moeten twee magistraten van het parket van de procureur des Konings te Bergen en een magistraat van het arbeidsauditoraat Henegouwen bovendien het bewijs leveren van de kennis van het Nederlands.]7
(Een substituut-procureur des Konings te Bergen, gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden, moet bovendien het bewijs leveren van de kennis van het Nederlands.
Een substituut-procureur des Konings te Luik, gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden, moet bovendien het bewijs leveren van de kennis van het Duits.) <W 1986-08-04/38, art. 115, 1°, 003; Inwerkingtreding : 20-08-1986>
§ 2. [1 Onverminderd §§ 4 tot 4ter kan niemand worden benoemd in de rechtscolleges bedoeld in artikel 2]1 tot een der in § 1 vermelde ambten indien uit zijn diploma niet blijkt dat hij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands heeft afgelegd.
Nochtans moeten een magistraat van het parket van de procureur des Konings en een magistraat van het arbeidsauditoraat [5 ie rechtsmacht uitoefenen over het arrondissement Limburg]5 bovendien het bewijs leveren van de kennis van het Frans.
(Een substituut-procureur des Konings te Antwerpen, gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden, moet bovendien het bewijs leveren van de kennis van het Frans.) <W 1986-08-04/38, art. 115, 2°, 003; Inwerkingtreding : 20-08-1986>
§ 3. (In de politierechtbanken te Halle en te Vilvoorde en in de in artikel 3 bedoelde gerechtelijke kantons van het arrondissement Brussel, kan niemand tot werkend of plaatsvervangend vrederechter, werkend of plaatsvervangend rechter in een politierechtbank [5 ...]5 worden benoemd, indien uit zijn diploma niet blijkt dat hij de examens van het licentiaat in de rechten in het Nederlands heeft afgelegd.) <W 1994-07-11/33, art. 67, 1°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
§ 4. [8 In het gerechtelijk arrondissement Brussel moeten, onverminderd paragraaf 3, de werkende en plaatsvervangende vrederechters het bewijs leveren van een grondige kennis van de andere taal, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, vierde lid.
De korpschefs van de Nederlandstalige en Franstalige rechtbanken te Brussel, de procureur des Konings te Brussel en de arbeidsauditeur te Brussel moeten het bewijs leveren van een functionele kennis van de andere taal, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.
De procureur des Konings te Brussel en de arbeidsauditeur te Brussel moeten tot een verschillende taalrol behoren.
Bovendien moeten de opeenvolgende procureurs des Konings te Brussel en de opeenvolgende arbeidsauditeurs te Brussel, luidens hun diploma, tot een verschillende taalrol behoren.
De adjunct-procureurs des Konings te Brussel en de adjunct-arbeidsauditeurs te Brussel moeten het bewijs leveren van een functionele kennis van de andere taal, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.]8
(§ 4bis. De in § 4 omschreven regel is niet van toepassing op de politierechtbanken te Halle en te Vilvoorde.
Voor de behandeling van de gevallen bedoeld in de artikelen 7bis, § 2, en 15, tweede lid, worden in de politierechtbanken te Brussel en te Halle of Vilvoorde een of meer werkende en plaatsvervangende rechters [5 ...]5 rechters benoemd, die op grond van het in artikel 43quinquies bedoelde examen het bewijs hebben geleverd van de kennis van de Franse taal.) <W 1994-07-11/33, art. 67, 2°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
[1 § 4ter. De procureur des Konings van Halle-Vilvoorde moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij geslaagd is voor de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in de Nederlandse taal en moet een [8 functionele kennis van het Frans aantonen overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid]8.
De arbeidsauditeur van Halle-Vilvoorde moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij geslaagd is voor de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in de Nederlandse taal en moet een [8 functionele kennis van het Frans aantonen overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid]8]1
[1 § 4quater. De procureur des Konings van Brussel moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij geslaagd is voor de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in de Franse taal en moet een grondige kennis van het Nederlands aantonen overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, vierde lid. De adjunct-procureur des Konings van Brussel moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij geslaagd is voor de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in de Nederlandse taal en moet een grondige kennis van het Frans aantonen overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, vierde lid.
De arbeidsauditeur van Brussel moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in het Frans heeft afgelegd en hij moet aantonen dat hij over een grondige kennis van het Nederlands beschikt overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, vierde lid. De adjunct-arbeidsauditeur van Brussel moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in het Nederlands heeft afgelegd en moet aantonen dat hij over een grondige kennis van het Frans beschikt overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, vierde lid.]1
§ 5. [1 In het gerechtelijk arrondissement Brussel is zowel in de Franstalige als in de Nederlandstalige rechtbanken, met inbegrip van de politierechtbanken met zetel in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, een derde van de magistraten tweetalig en beschikken ze over een functionele kennis van de andere taal, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid. Evenwel, onder respectievelijk het derde tweetalige magistraten van de Franstalige rechtbank van eerste aanleg en het derde tweetalige magistraten van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg moeten twee onderzoeksrechters aantonen dat ze een grondige kennis hebben van de andere taal overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, vierde lid.]1
[1 ...]1 (...) [1 De Nederlandse, respectievelijk Franse rechtsplegingen worden]1 steeds gevoerd voor magistraten die door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands, respectievelijk in het Frans hebben afgelegd. <W 15-07-1970, art. 61, 1°>
(Bovendien moeten twee substituut-procureurs des Konings te Brussel, gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden, door hun diploma bewijzen dat zij de examens van de licentie in de rechten de ene in het Nederlands , de andere in het frans,hebben afgelegd.) <W 1986-08-08/38, art. 115, 3°, 003; Inwerkingtreding : 20-08-1986>
(Wanneer de taal van de rechtspleging wordt gewijzigd op verzoek van de verdachte of met toepassing van artikel 21 van deze wet, kunnen de magistraten, die met het onderzoek of de berechting van de zaak gelast zijn, de rechtspleging voortzetten, indien zij het bewijs hebben geleverd van de kennis van de twee talen.
Hetzelfde geldt voor de uitvaardiging van een bevel tot aanhouding, dat gesteld is in de andere taal dan die van de rechtpleging voor de raadkamer, zowel om uitspraak te doen over de voorlopige hechtenis als om de rechtspleging te regelen.) <W 15-07-1970, art. 61, 2°>
[4 Zesde tot dertiende lid opgeheven.]4
[1 § 5bis. Het in artikel 150, § 2, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde parket van Halle-Vilvoorde wordt aangevuld overeenkomstig artikel 150, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek met een aantal substituten van het parket van Brussel dat overeenkomt met 20 % van het aantal substituten van het parket van Halle-Vilvoorde, waarheen zij worden gedetacheerd, en die houders zijn van een diploma van doctor of licentiaat in de rechten afgeleverd in het Frans, en die hun functionele kennis van het Nederlands hebben aangetoond door middel van het examen bedoeld in artikel 43quinquies, § 1, derde lid.
[4 Tweede lid, eerste zin opgeheven]4. Het parket van de procureur des Konings van Halle-Vilvoorde is samengesteld uit substituten die tot de Nederlandse taalrol behoren, waarvan een derde over een functionele kennis van het Frans beschikt, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.
[4 Derde lid opgeheven.]4]1
[1 § 5ter. [4 Eerste lid opgeheven.]4
[4 Tweede lid opgeheven.]4
De substituten bedoeld in artikel 43, § 5bis, eerste lid, [2 zijn opgenomen in]2 het Franstalig kader van het parket van Brussel.
Op het geheel van de magistraten, beschikt een derde over een functionele kennis van de andere taal dan diegene van hun diploma, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.]1
[1 § 5quater. Het in artikel 152, § 2, 1° van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde auditoraat van Halle-Vilvoorde wordt aangevuld overeenkomstig artikel 152, § 3, van hetzelfde Wetboek met een aantal substituten van het auditoraat van Brussel, dat overeenstemt met 20 % van het aantal substituten van het auditoraat van Halle-Vilvoorde, waarheen zij worden gedetacheerd, en die drager zijn van een diploma van doctor of licentiaat in de rechten afgeleverd in het Frans, en die hun functionele kennis van het Nederlands hebben aangetoond door middel van het examen bedoeld artikel 43quinquies, § 1, derde lid.
[4 Tweede lid, eerste zin opgeheven.]4 Het auditoraat van Halle-Vilvoorde is samengesteld uit substituten die tot de Nederlandse taalrol behoren, waarvan een derde over een functionele kennis van het Frans beschikt, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.
[4 Derde lid opgeheven.]4]1
[1 § 5quinquies. [4 Eerste lid opgeheven.]4
[4 Tweede lid opgeheven.]4
De substituten bedoeld in artikel 43, § 5quater, eerste lid, [3 zijn opgenomen in]3 het Franstalig kader van het auditoraat van Brussel.
Op het geheel van de magistraten, beschikt een derde over een functionele kennis van de andere taal dan diegene van hun diploma, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.]1
§ 6. (Om tot werkend of plaatsvervangend assessor te worden benoemd in de rechtbanken die enkel kennis nemen van Nederlandstalige zaken, moet de kandidaat houder zijn van een licentiaats- of masterdiploma in het Nederlands.
Om tot werkend of plaatsvervangend assessor te worden benoemd in de rechtbanken die enkel kennis nemen van Franstalige zaken, moet de kandidaat houder zijn van een licentiaats- of masterdiploma in het Frans.
Om tot werkend of plaatsvervangend assessor te worden benoemd in de rechtbank die zowel kennis neemt van Nederlandstalige als van Franstalige zaken, moet de kandidaat houder zijn van een licentiaats- of masterdiploma in het Nederlands of in het Frans. De assessor kan enkel zitting houden in zaken waarvan de taalrol overeenstemt met de taal van het licentiaats- of masterdiploma waarvan hij houder is.
Om tot werkend of plaatsvervangend assessor te worden benoemd in de rechtbank die zowel kennis neemt van Franstalige als van Duitstalige zaken, moet de kandidaat houder zijn van een licentiaats- of masterdiploma in het Frans of in het Duits.) <W 2006-05-17/36, art. 47, 024; Inwerkingtreding : 31-08-2006>
§ 7. (De assessor kan enkel zitting hebben in zaken waarvan de taalrol overeenstemt met de taal van het licentiaats- of masterdiploma waarvan hij houder is. Hij mag echter zitting hebben in zaken in een andere taal dan die van het licentiaats- of masterdiploma waarvan hij houder is, op voorwaarde dat hij geslaagd is voor een mondeling examen over de kennis van de andere taal en een schriftelijk examen over de passieve kennis ervan.
Enkel de afgevaardigd bestuurder van Selor - het Selectiebureau van de Federale Overheid - is bevoegd om de bewijzen uit te reiken van de kennis van de andere taal dan die welke wordt bewezen door de overlegging van het licentiaats- of masterdiploma.
De samenstelling van de examencommissie en de voorwaarden waaraan de bewijzen van de kennis van de andere taal dan die welke wordt bewezen door de overlegging van de diploma moeten voldoen, worden bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.) <W 2006-05-17/36, art. 47, 024; Inwerkingtreding : 31-08-2006>
§ 8. (Impl. opgeheven) <W 10-10-1967, art. 174>
§ 9. (Impl. opgeheven) <W 10-10-1967, art. 174>
§ 10. Niemand kan benoemd worden tot notaris in de provinciën en arrondissementen voorzien in de artikelen 1 en 2 der wet op het gebruik der talen in rechtszaken, indien hij niet bewijst, door zijn diploma, dat hij de examens van het licenciaat in het notariaat heeft afgelegd in de taal voorzien door de wet op het gebruik der talen in rechtszaken voor de rechtbanken van eersten aanleg van het arrondissement waarin hij mocht geroepen worden om zijn ambt uit te oefenen.
§ 11. Uitzondering aan dezen regel wordt gemaakt voor de licenciaten in het notariaat, die door een examen bewijzen dat zij bekwaam zijn om zich van gezegde taal te bedienen, bij de uitoefening van hun notarisambt.
De bepalingen van [6 artikel 43quinquies]6 gelden voor dit examen.
§ 12. Niemand kan tot notaris worden benoemd in een der vredegerechtskantons van het arrondissement Brussel, welke uitsluitend (uit gemeenten van het Nederlands taalgebied) samengesteld zijn, indien hij niet door zijn diploma bewijst de examens van het licenciaat in het notariaat in het Nederlandsch te hebben afgelegd, tenzij [6 hij overeenkomstig artikel 43quinquies]6, bewijst in staat te zijn, bij de uitoefening van zijn ambt, gezegde taal te bezigen. <W 1985-09-23/33, art. 32, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
Niemand kan tot notaris worden benoemd in een der vredegerechtskantons van het arrondissement Brussel, buiten die voorzien in de vorige alinea, indien hij niet bewijst (de Nederlandse en de Franse taal) te kennen. <W 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
Dit bewijs wordt voor een dier talen geleverd, door het bij § 10 voorziene diplomas en, voor de andere, door een examen. Een koninklijk besluit bepaalt de stof van dit examen, alsmede de samenstelling en de werkwijze van de examencommissie voor dewelke het wordt afgelegd.
(§ 13. Niemand kan tot notaris worden benoemd in het arrondissement Eupen als hij niet het bewijs levert van de kennis van het Duits en bovendien uit zijn diploma niet blijkt dat hij de examens van licentiaat in het notariaat in het Frans heeft afgelegd of niet het bewijs levert van de kennis van het Frans.
Het bewijs van de kennis van het Duits en van het Frans wordt geleverd door een examen dat door de Koning wordt georganiseerd.) <W 1985-09-23/33, art. 25, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
Modifications
Art. 43. Les cinq premiers alinéas de l'article 40 de la loi du 21 mai 1929 sur la collation des grades académiques sont remplacés par les dispositions suivantes :
§ 1. [1 Sans préjudice des §§ 4 à 4ter, nul ne peut être nommé dans les juridictions visées à l'article 1er]1, aux fonctions de président, vice-président, juge ou juge suppléant au tribunal de première instance, au tribunal du travail ou au tribunal de commerce, de procureur du Roi ou de substitut du procureur du Roi, d'auditeur du travail ou de substitut de l'auditeur du travail, de juge de paix, effectif ou suppléant, de juge, effectif ou suppléant, au tribunal de police [5 ...]5, s'il ne justifie par son diplôme qu'il a subi les examens du doctorat en droit en langue française. <L 1985-09-23/33, art. 25, 1°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
[7 Toutefois deux magistrats du parquet du procureur du Roi de Mons et un magistrat de l'Auditorat du travail du Hainaut doivent justifier en outre de la connaissance du néerlandais.]7
(Un substitut du procureur de Roi de Mons, spécialisé en matière fiscale, doit en outre justifier de la connaissance du néerlandais.
Un substitut du procureur de Roi de Liège, spécialisé en matière fiscale, doit en outre justifier de la connaissance de l'allemand) <L 1986-08-04/38, art. 115, 1°, 003; En vigueur : 20-08-1986>
§ 2. [1 Sans préjudice des §§ 4 à 4ter, nul ne peut être nommé dans les juridictions visées à l'article 2]1 aux fonctions énumérées au § 1, s'il ne justifie par son diplôme qu'il a subi les examens du doctorat en droit en langue néerlandaise.
Toutefois un magistrat du parquet du procureur du Roi et un magistrat de l'Auditorat du travail [5 qui exercent leur compétence dans l'arrondissement du Limbourg]5 doivent en outre justifier de la connaissance du français.
(Un substitut du procureur du Roi d'Anvers, spécialise en matière fiscale, doit en outre justifier de la connaissance du français.) <L 1986-08-04/38, art. 115, 2°, 003; En vigueur : 20-08-1986>
§ 3. (Aux tribunaux de police de Hal et de Vilvorde et dans les cantons judiciaires de l'arrondissement de Bruxelles, prévus à l'article 3, nul ne peut être nommé juge de paix, effectif ou suppléant, juge, effectif ou suppléant, au tribunal de police [5 ...]5. S'il ne justifie par son diplôme qu'il a subi les examens de la licence en droit en langue néerlandaise.) <L 1994-07-11/33, art. 67, 1°, 006; En vigueur : 01-01-1995>
§ 4. [8 Dans l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, sans préjudice du paragraphe 3, les juges de paix effectifs et suppléants doivent justifier d'une connaissance approfondie de l'autre langue, conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 4.
Les chefs de corps des tribunaux francophones et néerlandophones de Bruxelles, le procureur du Roi de Bruxelles et l'auditeur du travail de Bruxelles doivent justifier d'une connaissance fonctionnelle de l'autre langue, conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.
Le procureur du Roi de Bruxelles et l'auditeur du travail de Bruxelles doivent appartenir à un rôle linguistique différent.
En outre, les procureurs du Roi de Bruxelles successifs et les auditeurs du travail de Bruxelles successifs doivent appartenir, selon leur diplôme, à un rôle linguistique différent.
Les procureurs du Roi adjoints de Bruxelles et les auditeurs du travail adjoints de Bruxelles doivent justifier de la connaissance fonctionnelle de l'autre langue, conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.]8
(§ 4bis. La règle énoncée au paragraphe 4 ne s'applique pas aux tribunaux de police de Hal et de Vilvorde.
Pour connaître des cas visés aux articles 7bis, § 2, et 15, alinéa 2, un ou plusieurs juges effectifs et suppléants [5 ...]5 sont nommés aux tribunaux de police de Bruxelles et de Hal ou Vilvorde; ils justifient, par l'examen mentionne à l'article 43quinquies, de la connaissance de la langue française.) <L 1994-07-11/33, art. 67, 2°, 006; En vigueur : 01-01-1995>
[1 § 4ter. Le procureur du Roi de Hal-Vilvorde doit justifier par son diplôme qu'il a subi les examens de docteur, de licencié ou de master en droit en langue néerlandaise et doit justifier d'une connaissance [8 fonctionnelle du français conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3]8.
L'auditeur du travail de Hal-Vilvorde doit justifier par son diplôme qu'il a subi les examens de docteur, de licencié ou de master en droit en langue néerlandaise et doit justifier d'une connaissance [8 fonctionnelle du français conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3]8.]1
[1 § 4quater. Le procureur du Roi de Bruxelles doit justifier par son diplôme qu'il a subi les examens de docteur, de licencié ou de master en droit en langue française et doit justifier d'une connaissance approfondie du néerlandais conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 4. Le procureur du Roi adjoint de Bruxelles doit justifier par son diplôme qu'il a subi les examens de docteur, de licencié ou de master en droit en langue néerlandaise et doit justifier d'une connaissance approfondie du français conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 4.
L'auditeur du travail de Bruxelles doit justifier par son diplôme qu'il a subi les examens de docteur, de licencié ou de master en droit en langue française et doit justifier d'une connaissance approfondie du néerlandais conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 4. L'auditeur du travail adjoint de Bruxelles doit justifier par son diplôme qu'il a subi les examens de docteur, de licencié ou de master en droit en langue néerlandaise et doit justifier d'une connaissance approfondie du français conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 4.]1
§ 5. [1 Dans l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, les tribunaux francophones et néerlandophones, en ce compris les tribunaux de police dont le siège est établi dans l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale, comptent chacun un tiers de magistrats bilingues justifiant de la connaissance fonctionnelle de l'autre langue, conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3. Toutefois, parmi respectivement le tiers de magistrats bilingues du tribunal de première instance francophone et le tiers de magistrats bilingues du tribunal de première instance néerlandophone, deux magistrats chargés de l'instruction doivent justifier de la connaissance approfondie de l'autre langue conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 4.]1
[1 ...]1 (...) les procédures suivies respectivement en français et en néerlandais sont toujours portées devant des magistrats qui justifient par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit respectivement en français et en néerlandais. <L 15-07-1970, art. 61, 1°>
(En outre, deux substituts du procureur du Roi de Bruxelles, spécialisés en matière fiscale, doivent justifier par leur diplôme qu'ils ont subi les examens de la licence en droit, l'un en langue français, l'autre en langue néerlandaise.) <L 1986-08-04/38, art. 115, 3°, 003; En vigueur : 20-08-1986>
(En cas de changement de la langue de la procédure, non seulement à la demande de l'inculpé, mais aussi par application de l'article 21 de la présente loi, les magistrats charges de l'instruction ou saisis de la cause poursuivent la procédure s'ils ont justifié de la connaissance des deux langues.
Il en est de même en cas de délivrance d'un mandat d'arrêt dans la langue qui n'est pas celle de la procédure et pour la procédure devant la chambre du conseil tant pour statuer en matière de détention préventive que pour le règlement de la procédure.) <L 15-07-1970, art. 61, 2°>
[4 Alinéas 6 à 13 abrogés.]4
[1 § 5bis. Le parquet de Hal-Vilvorde visé à l'article 150, § 2, 1°, du Code judiciaire, est complété conformément à l'article 150, § 3, du Code judiciaire par un nombre de substituts du parquet de Bruxelles correspondant à 20 % du nombre de substituts du parquet de Hal-Vilvorde auprès duquel ils sont détachés et qui sont titulaires du diplôme de docteur ou de licencié en droit délivré en français, et qui ont prouvé leur connaissance fonctionnelle du néerlandais au moyen de l'examen visé à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.
[4 Alinéa 2, première phrase abrogée]4. Le parquet du procureur du Roi de Hal-Vilvorde est composé de substituts appartenant au rôle linguistique néerlandophone, dont un tiers justifient d'une connaissance fonctionnelle du français, conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.
[4 Alinéa 3 abrogé.]4]1
[1 § 5ter. [4 Alinéa 1er abrogé.]4
[4 Alinéa 2 abrogé.]4.
Les substituts visés à l'article 43, § 5bis, alinéa 1er, [2 font partie du]2 cadre francophone du parquet de Bruxelles.
Sur l'ensemble des magistrats, un tiers justifie de la connaissance fonctionnelle de la langue autre que celle de leur diplôme, conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.]1
[1 § 5quater. L'auditorat de Hal-Vilvorde visé à l'article 152, § 2, 1°, du Code judiciaire, est complété conformément à l'article 152, § 3, du même Code par un nombre de substituts de l'auditorat de Bruxelles correspondant à 20 % du nombre de substituts de l'auditorat de Hal-Vilvorde auprès duquel ils sont détachés, et qui sont titulaires du diplôme de docteur ou de licencié en droit délivré en français, et qui ont prouvé leur connaissance fonctionnelle du néerlandais au moyen de l'examen visé à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.
[4 Alinéa 2, première phrase abrogée]4. L'auditorat de Hal-Vilvorde est composé de substituts appartenant au rôle linguistique néerlandophone, dont un tiers justifient d'une connaissance fonctionnelle du français, conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.
[4 Alinéa 3 abrogé.]4]1
[1 § 5quinquies. [4 Alinéa 1er abrogé.]4
[4 Alinéa 2 abrogé.]4
Les substituts visés à l'article 43, § 5quater, alinéa 1er, [3 font partie du]3 cadre francophone de l'auditorat de Bruxelles.
Sur l'ensemble des magistrats, un tiers justifie de la connaissance fonctionnelle de la langue autre que celle de leur diplôme, par application de l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.]1
§ 6. (Pour être nommé assesseur effectif ou suppléant dans les tribunaux qui connaissent uniquement d'affaires relevant du régime linguistique néerlandais, le candidat doit être porteur d'une licence ou d'un master faisant foi d'un enseignement suivi en langue néerlandaise.
Pour être nommé assesseur effectif ou suppléant dans les tribunaux qui connaissent uniquement d'affaires relevant du régime linguistique français, le candidat doit être porteur d'une licence ou d'un master faisant foi d'un enseignement suivi en langue française.
Pour être nommé assesseur effectif ou suppléant dans le tribunal qui connaît aussi bien d'affaires relevant du régime linguistique néerlandais que d'affaires relevant du régime linguistique français, le candidat doit être porteur d'une licence ou d'un master faisant foi d'un enseignement suivi en langue néerlandaise ou en langue française. L'assesseur ne peut siéger que dans les affaires dont le régime linguistique correspond à la langue de la licence ou du master dont il est porteur.
Pour être nommé assesseur effectif ou suppléant dans le tribunal qui connaît aussi bien d'affaires relevant du régime linguistique français que d'affaires relevant du régime linguistique allemand, le candidat doit être porteur d'une licence ou d'un master faisant foi d'un enseignement suivi en langue française ou en langue allemande.) <L 2006-05-17/36, art. 47, 024; En vigueur : 31-08-2006>
§ 7. (L'assesseur ne peut siéger que dans les affaires dont le régime linguistique correspond à la langue de la licence ou du master dont il est porteur. Toutefois, il peut siéger dans les affaires dont le régime linguistique ne correspond pas à la langue de la licence ou du master dont il est porteur, à condition qu'il ait réussi une épreuve orale portant sur la connaissance de l'autre langue ainsi qu'une épreuve écrite portant sur la connaissance passive de celle-ci.
Seul l'administrateur délégué de Selor - Bureau de Sélection de l'Administration fédérale - est compétent pour délivrer les certificats de connaissance de la langue autre que celle qui est justifiée par la production de la licence ou du master.
La composition de la commission d'examen et les conditions auxquelles les certificats de la connaissance de la langue autre que celle qui est justifiée par la production du certificat d'études doivent répondre, sont fixées par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.) <L 2006-05-17/36, art. 47, 024; En vigueur : 31-08-2006>
§ 8. (Abrogé impl.) <L 10-10-1967, art. 174>
§ 9. (Abrogé impl.) <L 10-10-1967, art. 174>
§ 10. Nul ne peut être nommé notaire dans les provinces et les arrondissements indiqués aux articles 1 et 2 de la loi sur l'emploi des langues en matière judiciaire, s'il ne justifie, par son diplôme, qu'il a subi les examens de la licence en notariat dans la langue prévue par la loi sur l'emploi des langues en matière judiciaire pour les juridictions de première instance de l'arrondissement dans lequel il serait appelé à exercer ses fonctions.
§ 11. Il est fait exception à cette règle pour les licenciés en notariat qui justifient, par un examen, qu'ils sont à même de se servir de la dite langue dans l'exercice des fonctions de notaire.
Les dispositions [6 de l'article 43quinquies]6 sont applicables à cet examen.
§ 12. Nul ne peut être nommé notaire dans un des cantons des justices de paix de l'arrondissement de Bruxelles, composés exclusivement (de communes de la région de langue néerlandaise), s'il ne justifie, par son diplôme, qu'il a subi les examens de la licence en notariat dans la langue néerlandaise, à moins qu'il ne justifie, [6 conformément à l'article 43quinquies]6, qu'il est à même de se servir de la dite langue dans l'exercice de ses fonctions. <L 1985-09-23/33, art. 32, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
Nul ne peut être nommé notaire dans un des cantons des justices de paix de l'arrondissement de Bruxelles, autres que ceux prévus à l'alinéa précédent, s'il ne justifie de la connaissance (de la langue française et de la langue néerlandaise). <L 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
Cette justification se fait pour l'une de ces langues par le diplôme prévu au § 10 et, pour l'autre, par un examen. Un arrêté royal fixe la matière de cet examen ainsi que la composition et le fonctionnement du jury devant lequel il est subi.
(§ 13. Nul ne peut être nommé notaire dans l'arrondissement d'Eupen s'il ne justifie de la connaissance de la langue allemande et en outre s'il ne justifie par son diplôme qu'il a subi les examens de la licence en notariat en langue française ou s'il ne justifie de la connaissance de la langue française.
La justification de la connaissance de la langue allemande et de la langue française se fait par un examen organisé par le Roi.) <L 1985-09-23/33, art. 25, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
§ 1. [1 Sans préjudice des §§ 4 à 4ter, nul ne peut être nommé dans les juridictions visées à l'article 1er]1, aux fonctions de président, vice-président, juge ou juge suppléant au tribunal de première instance, au tribunal du travail ou au tribunal de commerce, de procureur du Roi ou de substitut du procureur du Roi, d'auditeur du travail ou de substitut de l'auditeur du travail, de juge de paix, effectif ou suppléant, de juge, effectif ou suppléant, au tribunal de police [5 ...]5, s'il ne justifie par son diplôme qu'il a subi les examens du doctorat en droit en langue française. <L 1985-09-23/33, art. 25, 1°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
[7 Toutefois deux magistrats du parquet du procureur du Roi de Mons et un magistrat de l'Auditorat du travail du Hainaut doivent justifier en outre de la connaissance du néerlandais.]7
(Un substitut du procureur de Roi de Mons, spécialisé en matière fiscale, doit en outre justifier de la connaissance du néerlandais.
Un substitut du procureur de Roi de Liège, spécialisé en matière fiscale, doit en outre justifier de la connaissance de l'allemand) <L 1986-08-04/38, art. 115, 1°, 003; En vigueur : 20-08-1986>
§ 2. [1 Sans préjudice des §§ 4 à 4ter, nul ne peut être nommé dans les juridictions visées à l'article 2]1 aux fonctions énumérées au § 1, s'il ne justifie par son diplôme qu'il a subi les examens du doctorat en droit en langue néerlandaise.
Toutefois un magistrat du parquet du procureur du Roi et un magistrat de l'Auditorat du travail [5 qui exercent leur compétence dans l'arrondissement du Limbourg]5 doivent en outre justifier de la connaissance du français.
(Un substitut du procureur du Roi d'Anvers, spécialise en matière fiscale, doit en outre justifier de la connaissance du français.) <L 1986-08-04/38, art. 115, 2°, 003; En vigueur : 20-08-1986>
§ 3. (Aux tribunaux de police de Hal et de Vilvorde et dans les cantons judiciaires de l'arrondissement de Bruxelles, prévus à l'article 3, nul ne peut être nommé juge de paix, effectif ou suppléant, juge, effectif ou suppléant, au tribunal de police [5 ...]5. S'il ne justifie par son diplôme qu'il a subi les examens de la licence en droit en langue néerlandaise.) <L 1994-07-11/33, art. 67, 1°, 006; En vigueur : 01-01-1995>
§ 4. [8 Dans l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, sans préjudice du paragraphe 3, les juges de paix effectifs et suppléants doivent justifier d'une connaissance approfondie de l'autre langue, conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 4.
Les chefs de corps des tribunaux francophones et néerlandophones de Bruxelles, le procureur du Roi de Bruxelles et l'auditeur du travail de Bruxelles doivent justifier d'une connaissance fonctionnelle de l'autre langue, conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.
Le procureur du Roi de Bruxelles et l'auditeur du travail de Bruxelles doivent appartenir à un rôle linguistique différent.
En outre, les procureurs du Roi de Bruxelles successifs et les auditeurs du travail de Bruxelles successifs doivent appartenir, selon leur diplôme, à un rôle linguistique différent.
Les procureurs du Roi adjoints de Bruxelles et les auditeurs du travail adjoints de Bruxelles doivent justifier de la connaissance fonctionnelle de l'autre langue, conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.]8
(§ 4bis. La règle énoncée au paragraphe 4 ne s'applique pas aux tribunaux de police de Hal et de Vilvorde.
Pour connaître des cas visés aux articles 7bis, § 2, et 15, alinéa 2, un ou plusieurs juges effectifs et suppléants [5 ...]5 sont nommés aux tribunaux de police de Bruxelles et de Hal ou Vilvorde; ils justifient, par l'examen mentionne à l'article 43quinquies, de la connaissance de la langue française.) <L 1994-07-11/33, art. 67, 2°, 006; En vigueur : 01-01-1995>
[1 § 4ter. Le procureur du Roi de Hal-Vilvorde doit justifier par son diplôme qu'il a subi les examens de docteur, de licencié ou de master en droit en langue néerlandaise et doit justifier d'une connaissance [8 fonctionnelle du français conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3]8.
L'auditeur du travail de Hal-Vilvorde doit justifier par son diplôme qu'il a subi les examens de docteur, de licencié ou de master en droit en langue néerlandaise et doit justifier d'une connaissance [8 fonctionnelle du français conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3]8.]1
[1 § 4quater. Le procureur du Roi de Bruxelles doit justifier par son diplôme qu'il a subi les examens de docteur, de licencié ou de master en droit en langue française et doit justifier d'une connaissance approfondie du néerlandais conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 4. Le procureur du Roi adjoint de Bruxelles doit justifier par son diplôme qu'il a subi les examens de docteur, de licencié ou de master en droit en langue néerlandaise et doit justifier d'une connaissance approfondie du français conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 4.
L'auditeur du travail de Bruxelles doit justifier par son diplôme qu'il a subi les examens de docteur, de licencié ou de master en droit en langue française et doit justifier d'une connaissance approfondie du néerlandais conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 4. L'auditeur du travail adjoint de Bruxelles doit justifier par son diplôme qu'il a subi les examens de docteur, de licencié ou de master en droit en langue néerlandaise et doit justifier d'une connaissance approfondie du français conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 4.]1
§ 5. [1 Dans l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, les tribunaux francophones et néerlandophones, en ce compris les tribunaux de police dont le siège est établi dans l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale, comptent chacun un tiers de magistrats bilingues justifiant de la connaissance fonctionnelle de l'autre langue, conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3. Toutefois, parmi respectivement le tiers de magistrats bilingues du tribunal de première instance francophone et le tiers de magistrats bilingues du tribunal de première instance néerlandophone, deux magistrats chargés de l'instruction doivent justifier de la connaissance approfondie de l'autre langue conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 4.]1
[1 ...]1 (...) les procédures suivies respectivement en français et en néerlandais sont toujours portées devant des magistrats qui justifient par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit respectivement en français et en néerlandais. <L 15-07-1970, art. 61, 1°>
(En outre, deux substituts du procureur du Roi de Bruxelles, spécialisés en matière fiscale, doivent justifier par leur diplôme qu'ils ont subi les examens de la licence en droit, l'un en langue français, l'autre en langue néerlandaise.) <L 1986-08-04/38, art. 115, 3°, 003; En vigueur : 20-08-1986>
(En cas de changement de la langue de la procédure, non seulement à la demande de l'inculpé, mais aussi par application de l'article 21 de la présente loi, les magistrats charges de l'instruction ou saisis de la cause poursuivent la procédure s'ils ont justifié de la connaissance des deux langues.
Il en est de même en cas de délivrance d'un mandat d'arrêt dans la langue qui n'est pas celle de la procédure et pour la procédure devant la chambre du conseil tant pour statuer en matière de détention préventive que pour le règlement de la procédure.) <L 15-07-1970, art. 61, 2°>
[4 Alinéas 6 à 13 abrogés.]4
[1 § 5bis. Le parquet de Hal-Vilvorde visé à l'article 150, § 2, 1°, du Code judiciaire, est complété conformément à l'article 150, § 3, du Code judiciaire par un nombre de substituts du parquet de Bruxelles correspondant à 20 % du nombre de substituts du parquet de Hal-Vilvorde auprès duquel ils sont détachés et qui sont titulaires du diplôme de docteur ou de licencié en droit délivré en français, et qui ont prouvé leur connaissance fonctionnelle du néerlandais au moyen de l'examen visé à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.
[4 Alinéa 2, première phrase abrogée]4. Le parquet du procureur du Roi de Hal-Vilvorde est composé de substituts appartenant au rôle linguistique néerlandophone, dont un tiers justifient d'une connaissance fonctionnelle du français, conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.
[4 Alinéa 3 abrogé.]4]1
[1 § 5ter. [4 Alinéa 1er abrogé.]4
[4 Alinéa 2 abrogé.]4.
Les substituts visés à l'article 43, § 5bis, alinéa 1er, [2 font partie du]2 cadre francophone du parquet de Bruxelles.
Sur l'ensemble des magistrats, un tiers justifie de la connaissance fonctionnelle de la langue autre que celle de leur diplôme, conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.]1
[1 § 5quater. L'auditorat de Hal-Vilvorde visé à l'article 152, § 2, 1°, du Code judiciaire, est complété conformément à l'article 152, § 3, du même Code par un nombre de substituts de l'auditorat de Bruxelles correspondant à 20 % du nombre de substituts de l'auditorat de Hal-Vilvorde auprès duquel ils sont détachés, et qui sont titulaires du diplôme de docteur ou de licencié en droit délivré en français, et qui ont prouvé leur connaissance fonctionnelle du néerlandais au moyen de l'examen visé à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.
[4 Alinéa 2, première phrase abrogée]4. L'auditorat de Hal-Vilvorde est composé de substituts appartenant au rôle linguistique néerlandophone, dont un tiers justifient d'une connaissance fonctionnelle du français, conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.
[4 Alinéa 3 abrogé.]4]1
[1 § 5quinquies. [4 Alinéa 1er abrogé.]4
[4 Alinéa 2 abrogé.]4
Les substituts visés à l'article 43, § 5quater, alinéa 1er, [3 font partie du]3 cadre francophone de l'auditorat de Bruxelles.
Sur l'ensemble des magistrats, un tiers justifie de la connaissance fonctionnelle de la langue autre que celle de leur diplôme, par application de l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.]1
§ 6. (Pour être nommé assesseur effectif ou suppléant dans les tribunaux qui connaissent uniquement d'affaires relevant du régime linguistique néerlandais, le candidat doit être porteur d'une licence ou d'un master faisant foi d'un enseignement suivi en langue néerlandaise.
Pour être nommé assesseur effectif ou suppléant dans les tribunaux qui connaissent uniquement d'affaires relevant du régime linguistique français, le candidat doit être porteur d'une licence ou d'un master faisant foi d'un enseignement suivi en langue française.
Pour être nommé assesseur effectif ou suppléant dans le tribunal qui connaît aussi bien d'affaires relevant du régime linguistique néerlandais que d'affaires relevant du régime linguistique français, le candidat doit être porteur d'une licence ou d'un master faisant foi d'un enseignement suivi en langue néerlandaise ou en langue française. L'assesseur ne peut siéger que dans les affaires dont le régime linguistique correspond à la langue de la licence ou du master dont il est porteur.
Pour être nommé assesseur effectif ou suppléant dans le tribunal qui connaît aussi bien d'affaires relevant du régime linguistique français que d'affaires relevant du régime linguistique allemand, le candidat doit être porteur d'une licence ou d'un master faisant foi d'un enseignement suivi en langue française ou en langue allemande.) <L 2006-05-17/36, art. 47, 024; En vigueur : 31-08-2006>
§ 7. (L'assesseur ne peut siéger que dans les affaires dont le régime linguistique correspond à la langue de la licence ou du master dont il est porteur. Toutefois, il peut siéger dans les affaires dont le régime linguistique ne correspond pas à la langue de la licence ou du master dont il est porteur, à condition qu'il ait réussi une épreuve orale portant sur la connaissance de l'autre langue ainsi qu'une épreuve écrite portant sur la connaissance passive de celle-ci.
Seul l'administrateur délégué de Selor - Bureau de Sélection de l'Administration fédérale - est compétent pour délivrer les certificats de connaissance de la langue autre que celle qui est justifiée par la production de la licence ou du master.
La composition de la commission d'examen et les conditions auxquelles les certificats de la connaissance de la langue autre que celle qui est justifiée par la production du certificat d'études doivent répondre, sont fixées par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.) <L 2006-05-17/36, art. 47, 024; En vigueur : 31-08-2006>
§ 8. (Abrogé impl.) <L 10-10-1967, art. 174>
§ 9. (Abrogé impl.) <L 10-10-1967, art. 174>
§ 10. Nul ne peut être nommé notaire dans les provinces et les arrondissements indiqués aux articles 1 et 2 de la loi sur l'emploi des langues en matière judiciaire, s'il ne justifie, par son diplôme, qu'il a subi les examens de la licence en notariat dans la langue prévue par la loi sur l'emploi des langues en matière judiciaire pour les juridictions de première instance de l'arrondissement dans lequel il serait appelé à exercer ses fonctions.
§ 11. Il est fait exception à cette règle pour les licenciés en notariat qui justifient, par un examen, qu'ils sont à même de se servir de la dite langue dans l'exercice des fonctions de notaire.
Les dispositions [6 de l'article 43quinquies]6 sont applicables à cet examen.
§ 12. Nul ne peut être nommé notaire dans un des cantons des justices de paix de l'arrondissement de Bruxelles, composés exclusivement (de communes de la région de langue néerlandaise), s'il ne justifie, par son diplôme, qu'il a subi les examens de la licence en notariat dans la langue néerlandaise, à moins qu'il ne justifie, [6 conformément à l'article 43quinquies]6, qu'il est à même de se servir de la dite langue dans l'exercice de ses fonctions. <L 1985-09-23/33, art. 32, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
Nul ne peut être nommé notaire dans un des cantons des justices de paix de l'arrondissement de Bruxelles, autres que ceux prévus à l'alinéa précédent, s'il ne justifie de la connaissance (de la langue française et de la langue néerlandaise). <L 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
Cette justification se fait pour l'une de ces langues par le diplôme prévu au § 10 et, pour l'autre, par un examen. Un arrêté royal fixe la matière de cet examen ainsi que la composition et le fonctionnement du jury devant lequel il est subi.
(§ 13. Nul ne peut être nommé notaire dans l'arrondissement d'Eupen s'il ne justifie de la connaissance de la langue allemande et en outre s'il ne justifie par son diplôme qu'il a subi les examens de la licence en notariat en langue française ou s'il ne justifie de la connaissance de la langue française.
La justification de la connaissance de la langue allemande et de la langue française se fait par un examen organisé par le Roi.) <L 1985-09-23/33, art. 25, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
Modifications
Art. 43bis. (Ingevoegd bij W 10-10-1967, art. 175) § 1. (Niemand kan tot een gerechtelijk ambt in het Hof van beroep te Luik en in het Hof van beroep te Bergen worden benoemd, indien uit zijn diploma niet blijkt dat hij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans heeft afgelegd.
In het Hof van beroep te Luik moeten (ten minste zes raadsheren) en (een advocaat-generaal en een substituut-procureur-generaal) bovendien het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal. <W 1989-06-23/30, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 10-07-1989>
Indien op het ogenblik van de voordracht het minimum aantal raadsheren die het bewijs hoeven te leveren van de kennis van de Duitse taal niet is bereikt, moeten bij voorrang kandidaten worden voorgedragen die dat bewijs leveren.
§ 2. Niemand kan tot een gerechtelijk ambt in het Hof van beroep te Gent en in het Hof van beroep te Antwerpen worden benoemd indien uit zijn diploma niet blijkt dat hij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands heeft afgelegd.) <W 26-06-1974, art. 11, 1°>
§ 3. [5 Niemand kan tot eerste voorzitter van het hof van beroep te Brussel worden aangewezen indien hij het bewijs niet levert van de functionele kennis van de andere taal overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.]5
Onder de leden van het hof van beroep te Brussel (...) wordt ingediend, moeten, door hun diploma, ten minste (dertien) leden bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans en (dertien) andere dat zij die examens in het Nederlands hebben afgelegd. <W 26-06-1974, art. 11, 2°> <W 1998-12-22/47, art. 88, 011; Inwerkingtreding : 02-08-2000>
Wordt, op het ogenblik van de voordracht, het minimum aantal raadsheren die door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans hebben afgelegd, niet bereikt, dan mogen enkel kandidaten worden voorgedragen die aldus bewijzen deze taal te kennen; wordt, op het ogenblik van de voordracht, het minimum aantal raadsheren die door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd niet bereikt, dan mogen enkel kandidaten worden voorgedragen die aldus bewijzen deze taal te kennen.
Ten minste een derde van de raadsheren benoemd tot een ambt (...), moeten het bewijs leveren van de kennis van (de Nederlandse en de Franse taal). <W 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> <W 1998-12-22/47, art. 88, 011; Inwerkingtreding : 02-08-2000>
[2 De raadsheren in het hof van beroep te Brussel die bij voorrang zitting nemen in het Marktenhof moeten het bewijs leveren van ten minste een functionele kennis van de andere taal dan diegene van hun diploma, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.]2
§ 4. [5 Niemand kan tot procureur-generaal bij het hof van beroep te Brussel of tot federaal procureur worden aangewezen indien hij het bewijs niet levert van de functionele kennis van de andere taal overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.]5
Bovendien moeten de opeenvolgende procureurs-generaal bij het hof van beroep te Brussel, de opeenvolgende eerste voorzitters bij datzelfde hof en de opeenvolgende federale procureurs, luidens hun diploma, behoren tot een verschillend taalstelsel.
De leden van het college van procureurs-generaal en de federale procureur moeten samen bestaan uit een gelijk aantal magistraten die door hun diploma bewijzen dat zij de examens van licentiaat in de rechten in het Nederlands, respectievelijk in het Frans hebben afgelegd.
(De helft van de federale magistraten moet door hun diploma bewijzen dat zij het examen van doctor of licentiaat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd. Ten minste een derde van deze federale magistraten moeten het bewijs leveren van de kennis van de Franse taal.
De helft van de federale magistraten moet door hun diploma bewijzen dat zij het examen van doctor of licentiaat in de rechten in het Frans hebben afgelegd. Ten minste een derde van deze federale magistraten moeten het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse taal.
Ten minste een federale magistraat moet het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal.) [1 Zolang een federale magistraat die het bewijs levert van de kennis van de Duitse taal niet kan worden aangewezen, wordt er voorzien in de aanwijzing in overtal van een federale magistraat die door zijn diploma bewijst het examen van doctor of licentiaat in de rechten in het Nederlands of in het Frans te hebben afgelegd, overeenkomstig het vierde en vijfde lid.]1 <W 2001-06-21/42, art. 63, 016; Inwerkingtreding : 20-07-2001>
[5 Onverminderd de in het eerste tot het derde lid bedoelde bepalingen moeten de procureur-generaal bij het hof van beroep te Brussel en de eerste voorzitter bij datzelfde hof, luidens hun diploma, tot een verschillende taalrol behoren.]5
De Koning waakt ervoor dat het aantal magistraten van het parket bij het hof van beroep te Brussel die door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans hebben afgelegd, en dat van de magistraten van het parket die bewijzen deze examens in het Nederlands te hebben afgelegd, bepaald worden met inachtneming van de behoeften van de dienst van het hof. Ten minste een derde van de magistraten van het parket bij het hof van beroep te Brussel moeten het bewijs leveren van de kennis van beide landstalen.
[3 De federale procureur, de Europese aanklager bedoeld in artikel 309/2 van het Gerechtelijk Wetboek en, indien zij houder zijn van het getuigschrift bedoeld in artikel 43quinquies, § 1, derde of vierde lid, waaruit de functionele of de grondige kennis blijkt van de andere taal dan die van hun diploma van doctor, licentiaat of master in de rechten, de federale magistraten en de gedelegeerde Europese aanklagers bedoeld in artikel 309/2 van hetzelfde Wetboek, zijn gerechtigd te zetelen in de gerechten van de andere taalrol dan die van hun diploma van doctor, licentiaat of master in de rechten.]3
(§ 5. Een verbindingsmagistraat in jeugdzaken moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in de Nederlandse taal heeft afgelegd.
Een verbindingsmagistraat in jeugdzaken moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in de Franse taal heeft afgelegd.
In geval van aanwijzing van een verbindingsmagistraat in jeugdzaken die specifiek bevoegd is voor de procedures die in de Duitse taal gevoerd worden moet deze kennis van het Duits aantonen en, aan de hand van zijn diploma, aantonen dat hij de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in de Franse taal heeft afgelegd of moet hij zijn kennis van de Franse taal bewijzen.
Voor de instanties die vallen onder de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bepaalt de taal waarin de procedure gevoerd wordt aan welke verbindingsmagistraat in jeugdzaken het dossier wordt toegewezen.) <W 2006-06-13/40, art. 51, 025; Inwerkingtreding : 16-08-2006; vastgesteld op 16-08-2006 bij KB 2006-05-01/67, art. 1>
[4 § 6. Niemand kan tot procureur voor de verkeersveiligheid worden aangewezen indien hij het bewijs niet levert van [5 de functionele kennis van de andere taal overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid]5.
De opeenvolgende procureurs voor de verkeersveiligheid moeten, luidens hun diploma, behoren tot een verschillend taalstelsel.]4
In het Hof van beroep te Luik moeten (ten minste zes raadsheren) en (een advocaat-generaal en een substituut-procureur-generaal) bovendien het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal. <W 1989-06-23/30, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 10-07-1989>
Indien op het ogenblik van de voordracht het minimum aantal raadsheren die het bewijs hoeven te leveren van de kennis van de Duitse taal niet is bereikt, moeten bij voorrang kandidaten worden voorgedragen die dat bewijs leveren.
§ 2. Niemand kan tot een gerechtelijk ambt in het Hof van beroep te Gent en in het Hof van beroep te Antwerpen worden benoemd indien uit zijn diploma niet blijkt dat hij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands heeft afgelegd.) <W 26-06-1974, art. 11, 1°>
§ 3. [5 Niemand kan tot eerste voorzitter van het hof van beroep te Brussel worden aangewezen indien hij het bewijs niet levert van de functionele kennis van de andere taal overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.]5
Onder de leden van het hof van beroep te Brussel (...) wordt ingediend, moeten, door hun diploma, ten minste (dertien) leden bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans en (dertien) andere dat zij die examens in het Nederlands hebben afgelegd. <W 26-06-1974, art. 11, 2°> <W 1998-12-22/47, art. 88, 011; Inwerkingtreding : 02-08-2000>
Wordt, op het ogenblik van de voordracht, het minimum aantal raadsheren die door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans hebben afgelegd, niet bereikt, dan mogen enkel kandidaten worden voorgedragen die aldus bewijzen deze taal te kennen; wordt, op het ogenblik van de voordracht, het minimum aantal raadsheren die door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd niet bereikt, dan mogen enkel kandidaten worden voorgedragen die aldus bewijzen deze taal te kennen.
Ten minste een derde van de raadsheren benoemd tot een ambt (...), moeten het bewijs leveren van de kennis van (de Nederlandse en de Franse taal). <W 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> <W 1998-12-22/47, art. 88, 011; Inwerkingtreding : 02-08-2000>
[2 De raadsheren in het hof van beroep te Brussel die bij voorrang zitting nemen in het Marktenhof moeten het bewijs leveren van ten minste een functionele kennis van de andere taal dan diegene van hun diploma, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.]2
§ 4. [5 Niemand kan tot procureur-generaal bij het hof van beroep te Brussel of tot federaal procureur worden aangewezen indien hij het bewijs niet levert van de functionele kennis van de andere taal overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.]5
Bovendien moeten de opeenvolgende procureurs-generaal bij het hof van beroep te Brussel, de opeenvolgende eerste voorzitters bij datzelfde hof en de opeenvolgende federale procureurs, luidens hun diploma, behoren tot een verschillend taalstelsel.
De leden van het college van procureurs-generaal en de federale procureur moeten samen bestaan uit een gelijk aantal magistraten die door hun diploma bewijzen dat zij de examens van licentiaat in de rechten in het Nederlands, respectievelijk in het Frans hebben afgelegd.
(De helft van de federale magistraten moet door hun diploma bewijzen dat zij het examen van doctor of licentiaat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd. Ten minste een derde van deze federale magistraten moeten het bewijs leveren van de kennis van de Franse taal.
De helft van de federale magistraten moet door hun diploma bewijzen dat zij het examen van doctor of licentiaat in de rechten in het Frans hebben afgelegd. Ten minste een derde van deze federale magistraten moeten het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse taal.
Ten minste een federale magistraat moet het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal.) [1 Zolang een federale magistraat die het bewijs levert van de kennis van de Duitse taal niet kan worden aangewezen, wordt er voorzien in de aanwijzing in overtal van een federale magistraat die door zijn diploma bewijst het examen van doctor of licentiaat in de rechten in het Nederlands of in het Frans te hebben afgelegd, overeenkomstig het vierde en vijfde lid.]1 <W 2001-06-21/42, art. 63, 016; Inwerkingtreding : 20-07-2001>
[5 Onverminderd de in het eerste tot het derde lid bedoelde bepalingen moeten de procureur-generaal bij het hof van beroep te Brussel en de eerste voorzitter bij datzelfde hof, luidens hun diploma, tot een verschillende taalrol behoren.]5
De Koning waakt ervoor dat het aantal magistraten van het parket bij het hof van beroep te Brussel die door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans hebben afgelegd, en dat van de magistraten van het parket die bewijzen deze examens in het Nederlands te hebben afgelegd, bepaald worden met inachtneming van de behoeften van de dienst van het hof. Ten minste een derde van de magistraten van het parket bij het hof van beroep te Brussel moeten het bewijs leveren van de kennis van beide landstalen.
[3 De federale procureur, de Europese aanklager bedoeld in artikel 309/2 van het Gerechtelijk Wetboek en, indien zij houder zijn van het getuigschrift bedoeld in artikel 43quinquies, § 1, derde of vierde lid, waaruit de functionele of de grondige kennis blijkt van de andere taal dan die van hun diploma van doctor, licentiaat of master in de rechten, de federale magistraten en de gedelegeerde Europese aanklagers bedoeld in artikel 309/2 van hetzelfde Wetboek, zijn gerechtigd te zetelen in de gerechten van de andere taalrol dan die van hun diploma van doctor, licentiaat of master in de rechten.]3
(§ 5. Een verbindingsmagistraat in jeugdzaken moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in de Nederlandse taal heeft afgelegd.
Een verbindingsmagistraat in jeugdzaken moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in de Franse taal heeft afgelegd.
In geval van aanwijzing van een verbindingsmagistraat in jeugdzaken die specifiek bevoegd is voor de procedures die in de Duitse taal gevoerd worden moet deze kennis van het Duits aantonen en, aan de hand van zijn diploma, aantonen dat hij de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in de Franse taal heeft afgelegd of moet hij zijn kennis van de Franse taal bewijzen.
Voor de instanties die vallen onder de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bepaalt de taal waarin de procedure gevoerd wordt aan welke verbindingsmagistraat in jeugdzaken het dossier wordt toegewezen.) <W 2006-06-13/40, art. 51, 025; Inwerkingtreding : 16-08-2006; vastgesteld op 16-08-2006 bij KB 2006-05-01/67, art. 1>
[4 § 6. Niemand kan tot procureur voor de verkeersveiligheid worden aangewezen indien hij het bewijs niet levert van [5 de functionele kennis van de andere taal overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid]5.
De opeenvolgende procureurs voor de verkeersveiligheid moeten, luidens hun diploma, behoren tot een verschillend taalstelsel.]4
Modifications
Art. 43bis. (Inséré par L 10-10-1967, art. 175) § 1. (Nul ne peut être nommé à une fonction judiciaire à la Cour d'appel de Liège ou à la Cour d'appel de Mons s'il ne justifie par son diplôme qu'il a subi les examens du doctorat en droit en langue française.
En outre, à la Cour d'appel de Liège, (six conseillers au moins) et (un avocat général et un substitut du procureur général) doivent justifier de la connaissance de la langue allemande. <L 1989-06-23/30, art. 1, 004; En vigueur : 10-07-1989>
Si au moment de la présentation le nombre minimum de conseillers appelés à justifier de la connaissance de la langue allemande n'est pas atteint, doivent être présentés par priorité des candidats ayant justifié de cette connaissance.
§ 2. Nul ne peut être nommé à une fonction judiciaire à la Cour d'appel de Gand et à la Cour d'appel d'Anvers s'il ne justifie par son diplôme qu'il a subi les examens du doctorat en droit en langue néerlandaise.) <L 26-06-1974, art. 11, 1°>
§ 3. [5 Nul ne peut être désigné premier président de la Cour d'appel de Bruxelles s'il ne justifie pas de la connaissance fonctionnelle de l'autre langue conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.]5
Parmi les membres de la cour d'appel de Bruxelles (...), (treize) membres au moins doivent justifier par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue française et (treize) autres qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue néerlandaise. <L 26-06-1974, art. 11, 2°> <L 1998-12-22/47, art. 88, 011; En vigueur : 02-08-2000>
Si, au moment de la présentation le nombre minimum de conseillers qui justifient par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue française n'est pas atteint, peuvent seuls être présentés des candidats qui justifient ainsi de la connaissance de cette langue; si au moment de la présentation le nombre minimum de conseillers qui justifient par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue néerlandaise n'est pas atteint, peuvent seuls être présentés des candidats qui justifient ainsi de la connaissance de cette langue.
Un tiers au moins des conseillers nommés aux places (...) doivent justifier de la connaissance (de la langue française et de la langue néerlandaise). <L 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988> <L 1998-12-22/47, art. 88, 011; En vigueur : 02-08-2000>
[2 Les conseillers à la cour d'appel de Bruxelles qui siègent prioritairement à la Cour des marchés doivent justifier d'au moins une connaissance fonctionnelle de l'autre langue que celle de leur diplôme, conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.]2
§ 4. [5 Nul ne peut être désigné procureur général près la cour d'appel de Bruxelles ou procureur fédéral s'il ne justifie pas de la connaissance fonctionnelle de l'autre langue conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.]5
De plus, les procureurs généraux successifs près la Cour d'appel de Bruxelles, les premiers présidents successifs près la même Cour et les procureurs fédéraux successifs doivent appartenir, selon leur diplôme, à un régime linguistique différent.
Les membres du Collège des procureurs généraux et le procureur fédéral doivent comporter au total un nombre égal de magistrats qui justifient par leur diplôme avoir subi les examens de licencié en droit, respectivement en langue française et en langue néerlandaise.
(La moitié des magistrats fédéraux doivent justifier par leur diplôme avoir subi en langue néerlandaise les examens de docteur ou de licencié en droit. Au moins un tiers de ces magistrats fédéraux doivent justifier de la connaissance de la langue française.
La moitié des magistrats fédéraux doivent justifier par leur diplôme avoir subi en langue française les examens de docteur ou de licencié en droit. Au moins un tiers de ces magistrats fédéraux doivent justifier de la connaissance de la langue néerlandaise.
Au moins un magistrat fédéral doit justifier de la connaissance de la langue allemande. [1 Aussi longtemps qu'un magistrat fédéral qui justifie de la connaissance de la langue allemande ne peut être désigné, il est pourvu à une désignation en surnombre d'un magistrat fédéral qui justifie par son diplôme avoir subi en langue française ou néerlandaise les examens de docteur ou de licencié en droit, conformément aux alinéas 4 et 5.]1) <L 2001-06-21/42, art. 63, 016; En vigueur : 20-07-2001>
[5 Sans préjudice des dispositions visées aux alinéas 1er à 3, le procureur général près la Cour d'appel de Bruxelles et le premier président près la même Cour doivent appartenir, selon leur diplôme, à un rôle linguistique différent.]5
Le Roi veille à ce que le nombre de magistrats du parquet près la cour d'appel de Bruxelles qui justifient par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue française et de ceux qui justifient avoir subi ces examens en langue néerlandaise soit déterminé en tenant compte des besoins du service de la Cour. Un tiers au moins des magistrats du parquet près la cour d'appel de Bruxelles doivent justifier de la connaissance des deux langues nationales.
[3 Le procureur fédéral, le procureur européen visé à l'article 309/2 du Code judiciaire, ainsi que s'ils sont titulaires du certificat visé à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3 ou 4, duquel il ressort qu'ils justifient de la connaissance fonctionnelle ou approfondie de la langue autre que celle de leur diplôme de docteur, de licencié ou de master en droit, les magistrats fédéraux et les procureurs européens délégués visés à l'article 309/2 du même Code, sont autorisés à siéger dans les juridictions de l'autre rôle linguistique que celui de leur diplôme de docteur, de licencié ou de master en droit.]3
(§ 5. Un magistrat de liaison en matière de jeunesse doit justifier par son diplôme avoir subi les examens de docteur, de licencié ou de master en droit en langue néerlandaise.
Un magistrat de liaison en matière de jeunesse doit justifier par son diplôme avoir subi les examens de docteur, de licencié ou de master en droit en langue française.
En cas de désignation d'un magistrat de liaison en matière de jeunesse spécifiquement compétent pour les procédures menées en langue allemande, ce dernier doit justifier de la connaissance de la langue allemande et justifier par son diplôme avoir subi les examens de docteur, de licencié ou de master en droit en langue française ou justifier de la connaissance de la langue française.
Pour les instances relevant de la commission communautaire commune de la Région de Bruxelles capitale, la langue de la procédure détermine à quel magistrat de liaison en matière de jeunesse le dossier est attribué.) <W 2006-06-13/40, art. 51, 025; En vigueur : 16-08-2006; fixée au 16-08-2006 par AR 2006-05-01/67, art. 1>
[4 § 6. Nul ne peut être désigné procureur de la sécurité routière, s'il ne justifie de [5 la connaissance fonctionnelle de l'autre langue conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3]5.
Les procureurs de la sécurité routière successifs doivent appartenir, selon leur diplôme, à un régime linguistique différent.]4
En outre, à la Cour d'appel de Liège, (six conseillers au moins) et (un avocat général et un substitut du procureur général) doivent justifier de la connaissance de la langue allemande. <L 1989-06-23/30, art. 1, 004; En vigueur : 10-07-1989>
Si au moment de la présentation le nombre minimum de conseillers appelés à justifier de la connaissance de la langue allemande n'est pas atteint, doivent être présentés par priorité des candidats ayant justifié de cette connaissance.
§ 2. Nul ne peut être nommé à une fonction judiciaire à la Cour d'appel de Gand et à la Cour d'appel d'Anvers s'il ne justifie par son diplôme qu'il a subi les examens du doctorat en droit en langue néerlandaise.) <L 26-06-1974, art. 11, 1°>
§ 3. [5 Nul ne peut être désigné premier président de la Cour d'appel de Bruxelles s'il ne justifie pas de la connaissance fonctionnelle de l'autre langue conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.]5
Parmi les membres de la cour d'appel de Bruxelles (...), (treize) membres au moins doivent justifier par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue française et (treize) autres qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue néerlandaise. <L 26-06-1974, art. 11, 2°> <L 1998-12-22/47, art. 88, 011; En vigueur : 02-08-2000>
Si, au moment de la présentation le nombre minimum de conseillers qui justifient par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue française n'est pas atteint, peuvent seuls être présentés des candidats qui justifient ainsi de la connaissance de cette langue; si au moment de la présentation le nombre minimum de conseillers qui justifient par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue néerlandaise n'est pas atteint, peuvent seuls être présentés des candidats qui justifient ainsi de la connaissance de cette langue.
Un tiers au moins des conseillers nommés aux places (...) doivent justifier de la connaissance (de la langue française et de la langue néerlandaise). <L 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988> <L 1998-12-22/47, art. 88, 011; En vigueur : 02-08-2000>
[2 Les conseillers à la cour d'appel de Bruxelles qui siègent prioritairement à la Cour des marchés doivent justifier d'au moins une connaissance fonctionnelle de l'autre langue que celle de leur diplôme, conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.]2
§ 4. [5 Nul ne peut être désigné procureur général près la cour d'appel de Bruxelles ou procureur fédéral s'il ne justifie pas de la connaissance fonctionnelle de l'autre langue conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.]5
De plus, les procureurs généraux successifs près la Cour d'appel de Bruxelles, les premiers présidents successifs près la même Cour et les procureurs fédéraux successifs doivent appartenir, selon leur diplôme, à un régime linguistique différent.
Les membres du Collège des procureurs généraux et le procureur fédéral doivent comporter au total un nombre égal de magistrats qui justifient par leur diplôme avoir subi les examens de licencié en droit, respectivement en langue française et en langue néerlandaise.
(La moitié des magistrats fédéraux doivent justifier par leur diplôme avoir subi en langue néerlandaise les examens de docteur ou de licencié en droit. Au moins un tiers de ces magistrats fédéraux doivent justifier de la connaissance de la langue française.
La moitié des magistrats fédéraux doivent justifier par leur diplôme avoir subi en langue française les examens de docteur ou de licencié en droit. Au moins un tiers de ces magistrats fédéraux doivent justifier de la connaissance de la langue néerlandaise.
Au moins un magistrat fédéral doit justifier de la connaissance de la langue allemande. [1 Aussi longtemps qu'un magistrat fédéral qui justifie de la connaissance de la langue allemande ne peut être désigné, il est pourvu à une désignation en surnombre d'un magistrat fédéral qui justifie par son diplôme avoir subi en langue française ou néerlandaise les examens de docteur ou de licencié en droit, conformément aux alinéas 4 et 5.]1) <L 2001-06-21/42, art. 63, 016; En vigueur : 20-07-2001>
[5 Sans préjudice des dispositions visées aux alinéas 1er à 3, le procureur général près la Cour d'appel de Bruxelles et le premier président près la même Cour doivent appartenir, selon leur diplôme, à un rôle linguistique différent.]5
Le Roi veille à ce que le nombre de magistrats du parquet près la cour d'appel de Bruxelles qui justifient par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue française et de ceux qui justifient avoir subi ces examens en langue néerlandaise soit déterminé en tenant compte des besoins du service de la Cour. Un tiers au moins des magistrats du parquet près la cour d'appel de Bruxelles doivent justifier de la connaissance des deux langues nationales.
[3 Le procureur fédéral, le procureur européen visé à l'article 309/2 du Code judiciaire, ainsi que s'ils sont titulaires du certificat visé à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3 ou 4, duquel il ressort qu'ils justifient de la connaissance fonctionnelle ou approfondie de la langue autre que celle de leur diplôme de docteur, de licencié ou de master en droit, les magistrats fédéraux et les procureurs européens délégués visés à l'article 309/2 du même Code, sont autorisés à siéger dans les juridictions de l'autre rôle linguistique que celui de leur diplôme de docteur, de licencié ou de master en droit.]3
(§ 5. Un magistrat de liaison en matière de jeunesse doit justifier par son diplôme avoir subi les examens de docteur, de licencié ou de master en droit en langue néerlandaise.
Un magistrat de liaison en matière de jeunesse doit justifier par son diplôme avoir subi les examens de docteur, de licencié ou de master en droit en langue française.
En cas de désignation d'un magistrat de liaison en matière de jeunesse spécifiquement compétent pour les procédures menées en langue allemande, ce dernier doit justifier de la connaissance de la langue allemande et justifier par son diplôme avoir subi les examens de docteur, de licencié ou de master en droit en langue française ou justifier de la connaissance de la langue française.
Pour les instances relevant de la commission communautaire commune de la Région de Bruxelles capitale, la langue de la procédure détermine à quel magistrat de liaison en matière de jeunesse le dossier est attribué.) <W 2006-06-13/40, art. 51, 025; En vigueur : 16-08-2006; fixée au 16-08-2006 par AR 2006-05-01/67, art. 1>
[4 § 6. Nul ne peut être désigné procureur de la sécurité routière, s'il ne justifie de [5 la connaissance fonctionnelle de l'autre langue conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3]5.
Les procureurs de la sécurité routière successifs doivent appartenir, selon leur diplôme, à un régime linguistique différent.]4
Modifications
Art. 43ter. (Ingevoegd bij W 10-10-1967, art. 176) § 1. (Niemand kan tot een gerechtelijk ambt in het Arbeidshof te Luik en in het Arbeidshof te Bergen worden benoemd indien uit zijn diploma niet blijkt dat hij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans heeft afgelegd.
(In het Arbeidshof te Luik moeten twee raadsheren, vier raadsheren in sociale zaken en een advocaat-generaal of een substituut-generaal bovendien het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal.
Indien op het ogenblik dat een betrekking vacant wordt het minimum aantal magistraten die het bewijs hoeven te leveren van de kennis van de Duitse taal niet is bereikt, moeten bij voorrang kandidaten worden benoemd die dat bewijs leveren.) <W 1985-09-23/33, art. 27, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
§ 2. Niemand kan tot een gerechtelijk ambt in het Arbeidshof te Gent en in het Arbeidshof te Antwerpen worden benoemd, indien uit zijn diploma niet blijkt dat hij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands heeft afgelegd.) <W 26-06-1974, art. 12>
§ 3. De Koning waakt ervoor dat het aantal magistraten-leden van het arbeidshof met zetel te Brussel, zowel in de zetel als bij het parket, die door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans hebben afgelegd, en dat van de magistraten-leden van dit hof die bewijzen deze examens in het Nederlands te hebben afgelegd, bepaald wordt met inachtneming van de behoeften van de dienst van het hof.
Ten minste een derde van die magistraten moeten het bewijs leveren van de kennis van (de Nederlandse en de Franse taal). <W 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
[1 Niemand kan tot eerste voorzitter van het arbeidshof te Brussel worden aangewezen indien hij het bewijs niet levert van de functionele kennis van de andere taal overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.]1
[1 De eerste voorzitter van het hof van beroep te Brussel en de eerste voorzitter van het arbeidshof te Brussel moeten tot een verschillende taalrol behoren. Bovendien moeten de opeenvolgende eerste voorzitters van het arbeidshof te Brussel, luidens hun diploma, tot een verschillende taalrol behoren.]1
(Lid 4 opgeheven) <W 2000-07-17/34, art. 17, 2°, 014; Inwerkingtreding : 02-08-2000>
(In het Arbeidshof te Luik moeten twee raadsheren, vier raadsheren in sociale zaken en een advocaat-generaal of een substituut-generaal bovendien het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal.
Indien op het ogenblik dat een betrekking vacant wordt het minimum aantal magistraten die het bewijs hoeven te leveren van de kennis van de Duitse taal niet is bereikt, moeten bij voorrang kandidaten worden benoemd die dat bewijs leveren.) <W 1985-09-23/33, art. 27, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
§ 2. Niemand kan tot een gerechtelijk ambt in het Arbeidshof te Gent en in het Arbeidshof te Antwerpen worden benoemd, indien uit zijn diploma niet blijkt dat hij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands heeft afgelegd.) <W 26-06-1974, art. 12>
§ 3. De Koning waakt ervoor dat het aantal magistraten-leden van het arbeidshof met zetel te Brussel, zowel in de zetel als bij het parket, die door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans hebben afgelegd, en dat van de magistraten-leden van dit hof die bewijzen deze examens in het Nederlands te hebben afgelegd, bepaald wordt met inachtneming van de behoeften van de dienst van het hof.
Ten minste een derde van die magistraten moeten het bewijs leveren van de kennis van (de Nederlandse en de Franse taal). <W 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
[1 Niemand kan tot eerste voorzitter van het arbeidshof te Brussel worden aangewezen indien hij het bewijs niet levert van de functionele kennis van de andere taal overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.]1
[1 De eerste voorzitter van het hof van beroep te Brussel en de eerste voorzitter van het arbeidshof te Brussel moeten tot een verschillende taalrol behoren. Bovendien moeten de opeenvolgende eerste voorzitters van het arbeidshof te Brussel, luidens hun diploma, tot een verschillende taalrol behoren.]1
(Lid 4 opgeheven) <W 2000-07-17/34, art. 17, 2°, 014; Inwerkingtreding : 02-08-2000>
Modifications
Art. 43ter. (Inséré par L 10-10-1967, art. 176) § 1. (Nul ne peut être nommé à une fonction judiciaire à la Cour du travail de Liège et à la Cour du travail de Mons s'il ne justifie par son diplôme qu'il a subi les examens du doctorat en droit en langue française.
(En outre, à la Cour du travail de Liège, deux conseillers, quatre conseillers sociaux et un avocat général ou un substitut général, doivent justifier de la connaissance de la langue allemande.
Si au moment de la vacance d'une place le nombre minimum de magistrats appelés à justifier de la connaissance de la langue allemande n'est pas atteint, doivent être nommés par priorité les candidats ayant justifie de cette connaissance.) <L 1985-09-23/33, art. 27, 002; En vigueur : 01-09-1988>
§ 2. Nul ne peut être nommé à une fonction judiciaire à la Cour du travail de Gand et à la Cour du travail d'Anvers s'il ne justifie par son diplôme qu'il a subi les examens du doctorat en droit en langue néerlandaise.) <L 26-06-1974, art. 12>
§ 3. Le Roi veille à ce que le nombre de magistrats membres de la cour du travail dont le siège est établi à Bruxelles, tant au siège qu'au parquet, qui justifient par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue française et de ceux qui justifient avoir subi ces examens en langue néerlandaise soit détermine en tenant compte des besoins du service de la cour.
Un tiers au moins de ces magistrats doivent justifier de la connaissance (de la langue française et de la langue néerlandaise). <L 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
[1 Nul ne peut être désigné premier président de la Cour du travail de Bruxelles s'il ne justifie pas de la connaissance fonctionnelle de l'autre langue conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.]1
[1 Le premier président de la Cour d'appel de Bruxelles et le premier président de la Cour du travail de Bruxelles doivent appartenir à un rôle linguistique différent. En outre, les premiers présidents successifs de la Cour du travail de Bruxelles doivent appartenir, selon leur diplôme, à un rôle linguistique différent.]1
(Alinéa 4 abrogé) <L 2000-07-17/34, art. 17, 2°, 014; En vigueur : 02-08-2000>
(En outre, à la Cour du travail de Liège, deux conseillers, quatre conseillers sociaux et un avocat général ou un substitut général, doivent justifier de la connaissance de la langue allemande.
Si au moment de la vacance d'une place le nombre minimum de magistrats appelés à justifier de la connaissance de la langue allemande n'est pas atteint, doivent être nommés par priorité les candidats ayant justifie de cette connaissance.) <L 1985-09-23/33, art. 27, 002; En vigueur : 01-09-1988>
§ 2. Nul ne peut être nommé à une fonction judiciaire à la Cour du travail de Gand et à la Cour du travail d'Anvers s'il ne justifie par son diplôme qu'il a subi les examens du doctorat en droit en langue néerlandaise.) <L 26-06-1974, art. 12>
§ 3. Le Roi veille à ce que le nombre de magistrats membres de la cour du travail dont le siège est établi à Bruxelles, tant au siège qu'au parquet, qui justifient par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue française et de ceux qui justifient avoir subi ces examens en langue néerlandaise soit détermine en tenant compte des besoins du service de la cour.
Un tiers au moins de ces magistrats doivent justifier de la connaissance (de la langue française et de la langue néerlandaise). <L 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
[1 Nul ne peut être désigné premier président de la Cour du travail de Bruxelles s'il ne justifie pas de la connaissance fonctionnelle de l'autre langue conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.]1
[1 Le premier président de la Cour d'appel de Bruxelles et le premier président de la Cour du travail de Bruxelles doivent appartenir à un rôle linguistique différent. En outre, les premiers présidents successifs de la Cour du travail de Bruxelles doivent appartenir, selon leur diplôme, à un rôle linguistique différent.]1
(Alinéa 4 abrogé) <L 2000-07-17/34, art. 17, 2°, 014; En vigueur : 02-08-2000>
Modifications
Art. 43quater. (Ingevoegd bij W 10-10-1967, art. 177) De helft van de magistraten van de zetel van het Hof van cassatie en de helft van de leden van het parket bij dit hof moeten, door hun diploma, bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans hebben afgelegd; de andere helft van de leden van het hof en van het parket moeten, door hun diploma, bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd.
[2 Niemand kan tot eerste voorzitter of procureur-generaal worden aangewezen indien hij het bewijs niet levert van de functionele kennis van de andere taal overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.]2
(De eerste voorzitter en de procureur-generaal moeten, luidens hun diploma, behoren tot een verschillend taalstelsel.
De opeenvolgende eerste voorzitters en procureurs-generaal moeten, luidens hun diploma, behoren tot een verschillend taalstelsel.) <W 1998-12-22/48, art. 31, 012; Inwerkingtreding : 02-08-2000>
(De eerste voorzitter en de voorzitter enerzijds, en de procureur-generaal en de eerste advocaat-generaal anderzijds, moeten luidens hun diploma, behoren tot een verschillend taalstelsel.) <W 2006-12-18/37, art. 15, 028; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op : 01-01-2008>
Bovendien moeten zes leden van de zetel en drie leden van het parket, het bewijs leveren van de kennis van (de Nederlandse en de Franse taal). (Een lid van de zetel en een lid van het parket moeten het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal.) <W 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> <W 1997-05-06/38, art. 28, 009; Inwerkingtreding : 05-07-1997>
((Drie) [1 sectievoorzitters]1 moeten door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans hebben afgelegd; twee [1 sectievoorzitters]1 moeten door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd.) <W 03-01-1980, art. 3> <W 2004-12-27/31, art. 17, 020; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
[2 Niemand kan tot eerste voorzitter of procureur-generaal worden aangewezen indien hij het bewijs niet levert van de functionele kennis van de andere taal overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.]2
(De eerste voorzitter en de procureur-generaal moeten, luidens hun diploma, behoren tot een verschillend taalstelsel.
De opeenvolgende eerste voorzitters en procureurs-generaal moeten, luidens hun diploma, behoren tot een verschillend taalstelsel.) <W 1998-12-22/48, art. 31, 012; Inwerkingtreding : 02-08-2000>
(De eerste voorzitter en de voorzitter enerzijds, en de procureur-generaal en de eerste advocaat-generaal anderzijds, moeten luidens hun diploma, behoren tot een verschillend taalstelsel.) <W 2006-12-18/37, art. 15, 028; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op : 01-01-2008>
Bovendien moeten zes leden van de zetel en drie leden van het parket, het bewijs leveren van de kennis van (de Nederlandse en de Franse taal). (Een lid van de zetel en een lid van het parket moeten het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal.) <W 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> <W 1997-05-06/38, art. 28, 009; Inwerkingtreding : 05-07-1997>
((Drie) [1 sectievoorzitters]1 moeten door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans hebben afgelegd; twee [1 sectievoorzitters]1 moeten door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd.) <W 03-01-1980, art. 3> <W 2004-12-27/31, art. 17, 020; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
Art. 43quater. (Inséré par L 10-10-1967, art. 177) A la Cour de cassation, la moitié des membres du siège et la moitié des membres du parquet doivent justifier par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue française; l'autre moitié des membres du siège et du parquet doivent justifier par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue néerlandaise.
[1 Nul ne peut être désigné premier président ou procureur général s'il ne justifie pas de la connaissance fonctionnelle de l'autre langue conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.]1
(Le premier président et le procureur général doivent appartenir, selon leur diplôme, à un régime linguistique différent.
Les premiers présidents et procureurs généraux successifs doivent appartenir, selon leur diplôme, à un régime linguistique différent.) <L 1998-12-22/48, art. 31, 012; En vigueur : 02-08-2000>
(Le premier président et le président d'une part, le procureur général et le premier avocat général d'autre part, doivent appartenir, selon leur diplôme, à un régime linguistique différent.) <L 2006-12-18/37, art. 15, 028; En vigueur : indéterminée et au plus tard au : 01-01-2008>
En outre, six membres du siège et trois membres du parquet doivent justifier de la connaissance (de la langue française et de la langue néerlandaise). (Un membre du siège et un membre du parquet doivent justifier de la connaissance de la langue allemande.) <L 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988> <L 1997-05-06/38, art. 28, 009; En vigueur : 05-07-1997>
((Trois) présidents de section doivent justifier par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue française; deux présidents de section doivent justifier par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue néerlandaise.) <L 03-01-1980, art. 3> <L 2004-12-27/31, art. 17, 020; En vigueur : 10-01-2005>
[1 Nul ne peut être désigné premier président ou procureur général s'il ne justifie pas de la connaissance fonctionnelle de l'autre langue conformément à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 3.]1
(Le premier président et le procureur général doivent appartenir, selon leur diplôme, à un régime linguistique différent.
Les premiers présidents et procureurs généraux successifs doivent appartenir, selon leur diplôme, à un régime linguistique différent.) <L 1998-12-22/48, art. 31, 012; En vigueur : 02-08-2000>
(Le premier président et le président d'une part, le procureur général et le premier avocat général d'autre part, doivent appartenir, selon leur diplôme, à un régime linguistique différent.) <L 2006-12-18/37, art. 15, 028; En vigueur : indéterminée et au plus tard au : 01-01-2008>
En outre, six membres du siège et trois membres du parquet doivent justifier de la connaissance (de la langue française et de la langue néerlandaise). (Un membre du siège et un membre du parquet doivent justifier de la connaissance de la langue allemande.) <L 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988> <L 1997-05-06/38, art. 28, 009; En vigueur : 05-07-1997>
((Trois) présidents de section doivent justifier par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue française; deux présidents de section doivent justifier par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue néerlandaise.) <L 03-01-1980, art. 3> <L 2004-12-27/31, art. 17, 020; En vigueur : 10-01-2005>
Modifications
Art. 43quinquies. <W 2002-07-18/47, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-01-2003> § 1. De kennis van de andere taal dan die waarin de examens van doctor of licentiaat in de rechten werden afgelegd, wordt bewezen door te slagen in een examen, aangepast aan de vereisten van de betrokken functie, al naar gelang deze al dan niet een geschreven actieve taalkennis inhoudt.
Daartoe wordt voorzien in twee soorten examens.
Het eerste examen is een examen handelend over zowel de actieve en passieve mondelinge kennis als de passieve schriftelijke kennis van de andere taal. Het bewijs van deze kennis wordt vereist, onverminderd hetgeen is bepaald in het volgende lid, in al die gevallen waarin deze wet de kennis van de andere taal vereist. [2 Diezelfde kennis van het eerste type wordt vereist in hoofde van de magistraten die tijdelijk de functie van korpschef uitoefenen waarvoor de kennis van de andere taal wordt vereist in het gerechtelijk arrondissement Brussel.]2
Het tweede examen is een examen handelend over zowel de actieve en passieve mondelinge kennis als de actieve en passieve schriftelijke kennis van de andere taal. Het bewijs van deze kennis wordt vereist in hoofde van de magistraten bedoeld in de artikelen 43, § 4, eerste lid, 43, § 4bis , tweede lid, [2 ...]2 45bis en 49, § 2, eerste en derde lid; evenals in hoofde van de magistraten die, overeenkomstig artikel 43, § 5, vierde en vijfde lid, de procedure verder zetten, alsook in hoofde van de magistraten bedoeld in de artikelen 43bis , § 1, tweede lid, [2 43bis, § 3, vierde lid,]2 43ter , § 1, tweede lid, 43ter , § 3, tweede lid, [2 43quater, zesde lid,]2 46 en 49, § 3, wanneer zij, overeenkomstig de bepalingen van deze wet, zetelen in de andere taal dan de taal van hun diploma en in hoofde van de vrederechters bedoeld in artikel 7, § 1bis van deze wet. [2 ...]2
§ 2. Alleen de afgevaardigd bestuurder van SELOR - Selectiebureau van de Federale Overheid is bevoegd om de bewijzen uit te reiken van de kennis van de andere taal dan die waarin de kandidaat examens van de graad van doctor of licentiaat in de rechten heeft afgelegd.
§ 3. De samenstelling van de examencommissies en de voorwaarden waaronder de bewijzen van de kennis van de andere taal mogen worden uitgereikt worden bepaald bij koninklijk besluit vastgesteld na beraadslaging in de Ministerraad.
Daartoe wordt voorzien in twee soorten examens.
Het eerste examen is een examen handelend over zowel de actieve en passieve mondelinge kennis als de passieve schriftelijke kennis van de andere taal. Het bewijs van deze kennis wordt vereist, onverminderd hetgeen is bepaald in het volgende lid, in al die gevallen waarin deze wet de kennis van de andere taal vereist. [2 Diezelfde kennis van het eerste type wordt vereist in hoofde van de magistraten die tijdelijk de functie van korpschef uitoefenen waarvoor de kennis van de andere taal wordt vereist in het gerechtelijk arrondissement Brussel.]2
Het tweede examen is een examen handelend over zowel de actieve en passieve mondelinge kennis als de actieve en passieve schriftelijke kennis van de andere taal. Het bewijs van deze kennis wordt vereist in hoofde van de magistraten bedoeld in de artikelen 43, § 4, eerste lid, 43, § 4bis , tweede lid, [2 ...]2 45bis en 49, § 2, eerste en derde lid; evenals in hoofde van de magistraten die, overeenkomstig artikel 43, § 5, vierde en vijfde lid, de procedure verder zetten, alsook in hoofde van de magistraten bedoeld in de artikelen 43bis , § 1, tweede lid, [2 43bis, § 3, vierde lid,]2 43ter , § 1, tweede lid, 43ter , § 3, tweede lid, [2 43quater, zesde lid,]2 46 en 49, § 3, wanneer zij, overeenkomstig de bepalingen van deze wet, zetelen in de andere taal dan de taal van hun diploma en in hoofde van de vrederechters bedoeld in artikel 7, § 1bis van deze wet. [2 ...]2
§ 2. Alleen de afgevaardigd bestuurder van SELOR - Selectiebureau van de Federale Overheid is bevoegd om de bewijzen uit te reiken van de kennis van de andere taal dan die waarin de kandidaat examens van de graad van doctor of licentiaat in de rechten heeft afgelegd.
§ 3. De samenstelling van de examencommissies en de voorwaarden waaronder de bewijzen van de kennis van de andere taal mogen worden uitgereikt worden bepaald bij koninklijk besluit vastgesteld na beraadslaging in de Ministerraad.
Art. 43quinquies. <L 2002-07-18/47, art. 2, 017; En vigueur : 01-01-2003> § 1er. La connaissance de la langue autre que celle dans laquelle ont été subis les examens du doctorat ou de la licence en droit est vérifiée par un examen adapté aux exigences de la fonction concernée, selon qu'elle implique ou non une connaissance écrite (active) de la langue. <L 2004-12-27/31, art. 18, 020; En vigueur : 10-01-2005>
Deux types d'examens sont prévus à cet effet.
Le premier examen est un examen qui porte à la fois sur la connaissance orale passive et active et sur la connaissance écrite passive de l'autre langue. Le certificat de cette connaissance est requis, nonobstant le prescrit du prochain alinéa, dans tous les cas où la présente loi requiert la connaissance de l'autre langue. [2 Cette même connaissance du premier type est exigée dans le chef des magistrats qui exercent à titre temporaire la fonction de chef de corps pour laquelle la connaissance de l'autre langue est requise dans l'arrondissement judiciaire de Bruxelles.]2
Le deuxième examen est un examen qui porte à la fois sur la connaissance orale passive et active et sur la connaissance écrite passive et active de l'autre langue. Le certificat de cette connaissance est requis dans le chef des magistrats visés aux articles 43, § 4, alinéa 1er, 43, § 4bis , alinéa 2, [2 ...]2 45bis et 49, § 2, alinéas 1 et 3; ainsi que dans le chef des magistrats qui poursuivent la procédure conformément à l'article 43, § 5, alinéas 4 et 5, dans le chef des magistrats visés aux articles 43bis , § 1er, alinéa 2, [2 43bis, § 3, alinéa 4,]2 43ter , § 1er, alinéa 2, 43ter , § 3, deuxième alinéa, [2 43quater, alinéa 6,]2 46 et 49, § 3, lorsqu'ils siègent conformément aux dispositions de la loi dans l'autre langue que la langue de leur diplôme et dans le chef des juges de paix mentionnés à l'article 7, § 1erbis de cette loi. [2 ...]2 <L 2004-12-27/31, art. 18, 020; En vigueur : 10-01-2005>
§ 2. Seul l'administrateur délégué de SELOR - Bureau de Sélection de l'Administration fédérale - est compétent pour délivrer les certificats de connaissance de l'autre langue que celle dans laquelle le candidat a passé des examens du grade de docteur ou licencié en droit.
§ 3. La composition des commissions d'examen et les conditions auxquelles les certificats de la connaissance de l'autre langue peuvent être délivrés sont déterminées par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres.
Deux types d'examens sont prévus à cet effet.
Le premier examen est un examen qui porte à la fois sur la connaissance orale passive et active et sur la connaissance écrite passive de l'autre langue. Le certificat de cette connaissance est requis, nonobstant le prescrit du prochain alinéa, dans tous les cas où la présente loi requiert la connaissance de l'autre langue. [2 Cette même connaissance du premier type est exigée dans le chef des magistrats qui exercent à titre temporaire la fonction de chef de corps pour laquelle la connaissance de l'autre langue est requise dans l'arrondissement judiciaire de Bruxelles.]2
Le deuxième examen est un examen qui porte à la fois sur la connaissance orale passive et active et sur la connaissance écrite passive et active de l'autre langue. Le certificat de cette connaissance est requis dans le chef des magistrats visés aux articles 43, § 4, alinéa 1er, 43, § 4bis , alinéa 2, [2 ...]2 45bis et 49, § 2, alinéas 1 et 3; ainsi que dans le chef des magistrats qui poursuivent la procédure conformément à l'article 43, § 5, alinéas 4 et 5, dans le chef des magistrats visés aux articles 43bis , § 1er, alinéa 2, [2 43bis, § 3, alinéa 4,]2 43ter , § 1er, alinéa 2, 43ter , § 3, deuxième alinéa, [2 43quater, alinéa 6,]2 46 et 49, § 3, lorsqu'ils siègent conformément aux dispositions de la loi dans l'autre langue que la langue de leur diplôme et dans le chef des juges de paix mentionnés à l'article 7, § 1erbis de cette loi. [2 ...]2 <L 2004-12-27/31, art. 18, 020; En vigueur : 10-01-2005>
§ 2. Seul l'administrateur délégué de SELOR - Bureau de Sélection de l'Administration fédérale - est compétent pour délivrer les certificats de connaissance de l'autre langue que celle dans laquelle le candidat a passé des examens du grade de docteur ou licencié en droit.
§ 3. La composition des commissions d'examen et les conditions auxquelles les certificats de la connaissance de l'autre langue peuvent être délivrés sont déterminées par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres.
Art. 43sexies. <INGEVOEGD bij W 1997-05-06/38, art. 29; Inwerkingtreding : 05-07-1997> Het aantal referendarissen bij het Hof van Cassatie die door een diploma van doctor of licentiaat in de rechten het bewijs moeten leveren van de kennis van respectievelijk de Nederlandse en de Franse taal, wordt door het hof vastgesteld naar gelang van de behoeften van de dienst.
Alle referendarissen moeten via een bijzonder examen het bewijs leveren van de kennis van de andere landstaal. Dit examen wordt afgelegd voor een examencommissie samengesteld op de wijze voorgeschreven door artikel 43quinquies. De Koning regelt de organisatie van het examen en stelt de examenstof vast rekening houdend met de behoeften eigen aan het werk van de referendarissen.
Eén referendaris moet bovendien het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal via een bijzonder examen georganiseerd overeenkomstig het tweede lid.
Alle referendarissen moeten via een bijzonder examen het bewijs leveren van de kennis van de andere landstaal. Dit examen wordt afgelegd voor een examencommissie samengesteld op de wijze voorgeschreven door artikel 43quinquies. De Koning regelt de organisatie van het examen en stelt de examenstof vast rekening houdend met de behoeften eigen aan het werk van de referendarissen.
Eén referendaris moet bovendien het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal via een bijzonder examen georganiseerd overeenkomstig het tweede lid.
Art. 43sexies. Le nombre de référendaires près la Cour de cassation qui, par leur diplôme de docteur ou de licencié en droit, doivent justifier respectivement de la connaissance de la langue française et de la langue néerlandaise, est déterminée par la Cour suivant les besoins du service.
Tous les référendaires doivent justifier de la connaissance de l'autre langue par un examen spécial. Cet examen est subi devant un jury composé de la manière prévue à l'article 43quinquies. Le Roi règle l'organisation de l'examen et en détermine la matière en tenant compte des exigences inhérentes aux tâches des référendaires.
Un référendaire doit, en outre, justifier de la connaissance de la langue allemande par un examen spécial organisé conformément à l'alinéa 2.
Tous les référendaires doivent justifier de la connaissance de l'autre langue par un examen spécial. Cet examen est subi devant un jury composé de la manière prévue à l'article 43quinquies. Le Roi règle l'organisation de l'examen et en détermine la matière en tenant compte des exigences inhérentes aux tâches des référendaires.
Un référendaire doit, en outre, justifier de la connaissance de la langue allemande par un examen spécial organisé conformément à l'alinéa 2.
Art. 43septies. <W 2003-02-13/31, art. 4; Inwerkingtreding : 01-03-2003> Het aantal attachés bij de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie die door hun diploma het bewijs moeten leveren van de kennis van respectievelijk de Nederlandse en de Franse taal, wordt door het Hof vastgesteld naargelang van de behoeften van de dienst.
Art. 43septies. Le nombre d'attachés au service de la documentation et de la concordance des textes auprès de la Cour de cassation qui, par leur diplôme, doivent justifier respectivement de la connaissance de la langue française et de la langue néerlandaise, est déterminé par la Cour suivant les besoins du service.
Art. 44. De laatste twee alinea's van artikel 40 van de wet van 21 Mei 1929 op de toekenning der academische graden zijn vervallen.
Art. 44. Les deux derniers alinéas de l'article 40 de la loi du 21 mai 1929 sur la collation des grades académiques sont abrogés.
Art. 45. <W 10-10-1967, art. 179> § 1. De helft van de advokaten bij het Hof van cassatie moeten het bewijs leveren van de kennis van de Franse taal; de andere helft van de advokaten bij het Hof van cassatie moeten het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse taal. Indien het aldus bepaalde getal van advokaten die het bewijs hebben geleverd van de kennis van een der beide talen, niet is bereikt mogen geen kandidaten worden voorgedragen die niet het bewijs van de kennis van die taal hebben geleverd.
De advokaten die vóór de inwerkingtreding van deze bepaling ter balie van cassatie ingeschreven waren, kunnen van de kennis (van de Nederlandse of van de Franse taal) het bewijs leveren door de gewone praktijk van die taal, bevestigd door de Tuchtraad van hun Orde; deze verklaring behoeft de homologatie van het Hof van cassatie. <W 1985-09-23/33, art. 33, 4°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
De advokaten die na die datum worden voorgedragen moeten van de kennis (van de Nederlandse of van de Franse taal) het bewijs leveren door de voorlegging van het diploma van doctor in de rechten waaruit blijkt dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in die taal hebben afgelegd, of door te voldoen aan het examen over de kennis van die taal, overeenkomstig het artikel 43quinquies. <W 1985-09-23/33, art. 33, 4°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
§ 2. De Koning bepaalt de eisen inzake taalkennis waaraan de gerechtsdeurwaarders moeten voldoen.
De advokaten die vóór de inwerkingtreding van deze bepaling ter balie van cassatie ingeschreven waren, kunnen van de kennis (van de Nederlandse of van de Franse taal) het bewijs leveren door de gewone praktijk van die taal, bevestigd door de Tuchtraad van hun Orde; deze verklaring behoeft de homologatie van het Hof van cassatie. <W 1985-09-23/33, art. 33, 4°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
De advokaten die na die datum worden voorgedragen moeten van de kennis (van de Nederlandse of van de Franse taal) het bewijs leveren door de voorlegging van het diploma van doctor in de rechten waaruit blijkt dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in die taal hebben afgelegd, of door te voldoen aan het examen over de kennis van die taal, overeenkomstig het artikel 43quinquies. <W 1985-09-23/33, art. 33, 4°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
§ 2. De Koning bepaalt de eisen inzake taalkennis waaraan de gerechtsdeurwaarders moeten voldoen.
Art. 45. <L 10-10-1967, art. 179> § 1. La moitié du nombre des avocats à la Cour de cassation doivent justifier de la connaissance de la langue française; l'autre moitié du nombre des avocats à la Cour de cassation doivent justifier de la connaissance de la langue néerlandaise. Si le nombre d'avocats justifiant de la connaissance de l'une des deux langues n'est pas atteint, il ne peut être procédé à la présentation de candidats ne justifiant pas de la connaissance de cette langue.
Les avocats inscrits au barreau de cassation avant la date d'entrée en vigueur de la présente disposition peuvent justifier de leur connaissance (de la langue française ou de la langue néerlandaise) par la pratique courante de cette langue, attestée par le conseil de discipline de leur Ordre; cette attestation est soumise à l'homologation de la Cour de cassation. <L 1985-09-23/33, art. 33, 4°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
Les avocats présentés après cette date doivent justifier de leur connaissance (de la langue française ou de la langue néerlandaise) soit par la production du diplôme de docteur en droit attestant qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit dans cette langue, soit en satisfaisant à l'examen sur la connaissance de cette langue, prévu à l'article 43quinquies. <L 1985-09-23/33, art. 33, 4°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
§ 2. Le Roi détermine les conditions d'aptitude linguistique auxquelles doivent satisfaire les huissiers de justice.
Les avocats inscrits au barreau de cassation avant la date d'entrée en vigueur de la présente disposition peuvent justifier de leur connaissance (de la langue française ou de la langue néerlandaise) par la pratique courante de cette langue, attestée par le conseil de discipline de leur Ordre; cette attestation est soumise à l'homologation de la Cour de cassation. <L 1985-09-23/33, art. 33, 4°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
Les avocats présentés après cette date doivent justifier de leur connaissance (de la langue française ou de la langue néerlandaise) soit par la production du diplôme de docteur en droit attestant qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit dans cette langue, soit en satisfaisant à l'examen sur la connaissance de cette langue, prévu à l'article 43quinquies. <L 1985-09-23/33, art. 33, 4°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
§ 2. Le Roi détermine les conditions d'aptitude linguistique auxquelles doivent satisfaire les huissiers de justice.
Art. 45bis. [1 In het arrondissement Eupen kan niemand worden benoemd tot voorzitter, ondervoorzitter, rechter of plaatsvervangend rechter in de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van koophandel en de arbeidsrechtbank, tot procureur des Konings, substituut-procureur des Konings of substituut-arbeidsauditeur, tot vrederechter of plaatsvervangend vrederechter, tot rechter of plaatsvervangend rechter in een politierechtbank tenzij hij het bewijs levert van de kennis van het Duits en bovendien door zijn diploma bewijst dat hij de examens van de licentie in de rechten in het Frans heeft afgelegd of het bewijs levert van de kennis van het Frans.]1
[2 In het arrondissement Eupen kan niemand worden benoemd tot rechter of plaatsvervangend rechter in sociale zaken of in handelszaken tenzij hij het bewijs levert van de kennis van het Duits.]2
[2 In het arrondissement Eupen kan niemand worden benoemd tot rechter of plaatsvervangend rechter in sociale zaken of in handelszaken tenzij hij het bewijs levert van de kennis van het Duits.]2
Art. 45bis. [1 Dans l'arrondissement d'Eupen, nul ne peut être nommé aux fonctions de président, vice-président, juge ou juge suppléant au tribunal de première instance, au tribunal de commerce et au tribunal du travail, de procureur du Roi, substitut du procureur du Roi ou substitut de l'auditeur du travail, de juge de paix ou de juge de paix suppléant, juge ou juge suppléant au tribunal de police, s'il ne justifie de la connaissance de la langue allemande et, en outre, s'il ne justifie par son diplôme qu'il a subi les examens de la licence en droit en langue française ou s'il ne justifie de la connaissance de la langue française.]1
[2 Dans l'arrondissement d'Eupen, nul ne peut être nommé aux fonctions de juge consulaire ou de juge social, effectif ou suppléant, s'il ne justifie de la connaissance de la langue allemande.]2
[2 Dans l'arrondissement d'Eupen, nul ne peut être nommé aux fonctions de juge consulaire ou de juge social, effectif ou suppléant, s'il ne justifie de la connaissance de la langue allemande.]2
Art. 46. <W 1999-03-25/50, art. 10, 013; Inwerkingtreding : 01-09-2001> [5 In het kanton Aat]5 [5 ...]5 moet een vrederechter of een plaatsvervangend vrederechter en in het kanton [1 Moeskroen]1 moet de vrederechter en een plaatsvervangend vrederechter bewijzen de Nederlandse taal te kennen; in het tweede kanton Kortrijk, [3 het kanton Poperinge]3 en in het kanton [6 Geraardsbergen]6, in de kantons [4 Lennik]4 en [1 Tongeren]1, moet een vrederechter of een plaatsvervangend vrederechter en in de kantons [2 Sint-Genesius-Rode]2 en Meise moeten de vrederechter en een plaatsvervangend vrederechter bewijzen de Franse taal te kennen.
Modifications
Art. 46. <L 1999-03-25/50, art. 10, 013; En vigueur : 01-09-2001> [5 Dans le canton d'Ath]5 [5 ...]5, un juge de paix ou un juge de paix suppléant et, dans le canton [1 de Mouscron]1, le juge de paix et un juge de paix suppléant doivent justifier de la connaissance de la langue néerlandaise; dans le deuxième canton de Courtrai, [3 le canton de Poperinge]3 et dans le canton de [6 Grammont]6 ainsi que dans les cantons de [4 Lennik]4 et de [1 Tongres]1, un juge de paix ou un juge de paix suppléant et, dans les cantons de [2 Rhode-Saint-Genèse]2 et de Meise, le juge de paix et un juge de paix suppléant doivent justifier de la connaissance de la langue française.
Modifications
Art. 47. (Opgeheven) <W 1985-09-23/33, art. 34, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
Art. 47. (Abrogé) <L 1985-09-23/33, art. 34, 002; En vigueur : 01-09-1988>
Art. 48. Mogen niet als gezworenen zetelen, zij die de taal niet kennen welke, krachtens deze wet, ter terechtzitting van het Hof van Assisen, voor de rechtspleging en pleidooien wordt gebezigd in de zaak waarvan zij moeten kennis nemen.
Art. 48. Ne peuvent siéger comme jurés, ceux qui ignorent la langue dont, en vertu de la présente loi, il est fait usage, à l'audience de la Cour d'assises, pour la procédure et les plaidoiries, dans l'affaire dont ils ont à connaître.
Art. 49. § 1. (Er is slechts een Duitstalige kamer bij het Militair Gerechtshof en bij de militaire rechtbank ingeval de procedure overeenkomstig de artikelen 18 en 25, vierde lid, in het Duits wordt gevoerd.) <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
§ 2. (Niemand kan tot eerste voorzitter van het Militair Gerechtshof of tot auditeur-generaal worden benoemd indien hij niet het bewijs levert van de kennis van het Nederlands en van het Frans. De plaatsvervangers van de eerste voorzitter worden gekozen uit de magistraten die het bewijs leveren, hetzij van de kennis van het Nederlands en van het Frans, hetzij van de kennis van een van die talen en van het Duits.) <W 1985-09-23/33, art. 29, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
De helft van de magistraten van het auditoraat-generaal (...) moeten door hun diploma bewijzen dat zij het examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd; de andere helft van die magistraten moeten door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans hebben afgelegd. In elk van die groepen moet ten minste één derde het bewijs hebben geleverd van de kennis van (de Nederlandse en de Franse taal). Bovendien moeten twee magistraten (het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal) kennen. <W 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> <W 1985-09-23/33, art. 29, 3°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> <W 1994-12-21/31, art. 139, 3°, 007; Inwerkingtreding : 01-03-1995> <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
(De militaire auditeur en de voorzitter van de militaire rechtbank moeten het bewijs leveren van de kennis van de in de kamers van de militaire rechtbank gebruikte taal of talen. Ingeval een militaire rechtbank evenwel is samengesteld uit een Nederlandstalige, Franstalige en Duitstalige kamer, moeten zij het bewijs leveren van de kennis van twee talen en hun plaatsvervanger moet het bewijs leveren van de kennis van ten minste de derde taal.) <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
(De raadsheer bij het Militair Gerechtshof moet naargelang hij de Nederlandse, de Franse kamer of de Duitse kamer voorzit, het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse, van de Franse of van de Duitse taal.) <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
§ 3. (De rechter bij de militaire rechtbank moet naargelang hij de Nederlandse, de Franse kamer of de Duitse kamer voorzit, het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse, van de Franse of van de Duitse taal.) <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
(Dit geldt eveneens voor de magistraat die een kamer van het Militair Gerechtshof voorzit.) <W 1985-09-23/33, art. 29, 5°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
§ 4. (De in de vorige paragrafen genoemde magistraten leveren het bewijs van de kennis van de andere taal dan die waarin zij het examen van licentiaat in de rechten hebben afgelegd, op de wijze bepaald in artikel 43quinquies.) <W 1985-09-23/33, art. 29, 4°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
§ 5. (De militaire leden van het Militair Gerechtshof (en de militaire leden van een militaire rechtbank) moeten het bewijs leveren van de grondige kennis van het Nederlands of van het Frans, naargelang zij hun ambt in een Nederlandstalige of een Franstalige kamer uitoefenen. <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
Dit bewijs is geleverd indien zij in de vereiste taal :
1° geslaagd zijn in het examen over de grondige kennis waarvan sprake is in artikel 2 van de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik van de talen bij het leger;
2° geslaagd zijn voor het examen over de grondige kennis, waarvan sprake is in artikel 7, van voorgenoemde wet;
3° het diploma van ingenieur, doctor of licentiaat hebben behaald na ten minste vier jaar studie in het hoger of daarmee gelijkgesteld onderwijs;
4° het diploma van regent of onderwijzer hebben behaald;
5° een diploma van middelbaar onderwijs van de hogere graad hebben behaald.) <W 1985-09-23/33, art. 29, 6°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
§ 6. (De hoofdofficier en de officieren die zitting hebben in een Duitstalige kamer van het Militair Gerechtshof (van een miltaire rechtbank) moeten het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal op een van de in § 5 bepaalde wijzen, of door te slagen voor een examen georganiseerd overeenkomstig artikel 43quinquies. Tot op het ogenblik dat een voldoende aantal officieren op die wijze het bewijs van de kennis van de Duitse taal hebben geleverd, volstaat een verklaring, afgelegd op een door de Koning te bepalen wijze, waarbij de officier bevestigt dat hij die taal kent.) <W 1985-09-23/33, art. 29, 8°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
§ 7. (opgeheven) <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
(§ 8. Zijn er niet genoeg officieren met de vereiste graad voor de samenstelling van de Duitstalige kamer van het Militair Gerechtshof samengesteld uit opperofficieren of hoofdofficieren zonder onderscheid van graad die Duits kennen en bij de krijgsraad uit hoofdofficieren of lagere officieren zonder onderscheid van graad die Duits kennen voor zover zij een hogere graad hebben dan de beklaagde of een groter aantal dienstjaren in dezelfde graad.
§ 9. Wanneer het in tijd van oorlog of buiten het grondgebied van het Rijk onmogelijk is de Duitstalige kamer van een krijgsraad samen te stellen of wanneer het, wegens de afstand of de moeilijke verbindingen, onmogelijk is binnen een redelijke termijn de zaak bij een andere (militaire rechtbank) aanhangig te maken, staan de beklaagden die als taal van de rechtspleging het Duits hebben gekozen terecht voor de Nederlandstalige of de Franstalige kamer, naargelang van de keuze die de meerderheid onder hen op verzoek van de krijgsauditeur heeft gedaan.) <W 1985-09-23/33, art. 29, 9°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
§ 2. (Niemand kan tot eerste voorzitter van het Militair Gerechtshof of tot auditeur-generaal worden benoemd indien hij niet het bewijs levert van de kennis van het Nederlands en van het Frans. De plaatsvervangers van de eerste voorzitter worden gekozen uit de magistraten die het bewijs leveren, hetzij van de kennis van het Nederlands en van het Frans, hetzij van de kennis van een van die talen en van het Duits.) <W 1985-09-23/33, art. 29, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
De helft van de magistraten van het auditoraat-generaal (...) moeten door hun diploma bewijzen dat zij het examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd; de andere helft van die magistraten moeten door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans hebben afgelegd. In elk van die groepen moet ten minste één derde het bewijs hebben geleverd van de kennis van (de Nederlandse en de Franse taal). Bovendien moeten twee magistraten (het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal) kennen. <W 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> <W 1985-09-23/33, art. 29, 3°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> <W 1994-12-21/31, art. 139, 3°, 007; Inwerkingtreding : 01-03-1995> <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
(De militaire auditeur en de voorzitter van de militaire rechtbank moeten het bewijs leveren van de kennis van de in de kamers van de militaire rechtbank gebruikte taal of talen. Ingeval een militaire rechtbank evenwel is samengesteld uit een Nederlandstalige, Franstalige en Duitstalige kamer, moeten zij het bewijs leveren van de kennis van twee talen en hun plaatsvervanger moet het bewijs leveren van de kennis van ten minste de derde taal.) <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
(De raadsheer bij het Militair Gerechtshof moet naargelang hij de Nederlandse, de Franse kamer of de Duitse kamer voorzit, het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse, van de Franse of van de Duitse taal.) <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
§ 3. (De rechter bij de militaire rechtbank moet naargelang hij de Nederlandse, de Franse kamer of de Duitse kamer voorzit, het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse, van de Franse of van de Duitse taal.) <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
(Dit geldt eveneens voor de magistraat die een kamer van het Militair Gerechtshof voorzit.) <W 1985-09-23/33, art. 29, 5°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
§ 4. (De in de vorige paragrafen genoemde magistraten leveren het bewijs van de kennis van de andere taal dan die waarin zij het examen van licentiaat in de rechten hebben afgelegd, op de wijze bepaald in artikel 43quinquies.) <W 1985-09-23/33, art. 29, 4°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
§ 5. (De militaire leden van het Militair Gerechtshof (en de militaire leden van een militaire rechtbank) moeten het bewijs leveren van de grondige kennis van het Nederlands of van het Frans, naargelang zij hun ambt in een Nederlandstalige of een Franstalige kamer uitoefenen. <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
Dit bewijs is geleverd indien zij in de vereiste taal :
1° geslaagd zijn in het examen over de grondige kennis waarvan sprake is in artikel 2 van de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik van de talen bij het leger;
2° geslaagd zijn voor het examen over de grondige kennis, waarvan sprake is in artikel 7, van voorgenoemde wet;
3° het diploma van ingenieur, doctor of licentiaat hebben behaald na ten minste vier jaar studie in het hoger of daarmee gelijkgesteld onderwijs;
4° het diploma van regent of onderwijzer hebben behaald;
5° een diploma van middelbaar onderwijs van de hogere graad hebben behaald.) <W 1985-09-23/33, art. 29, 6°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
§ 6. (De hoofdofficier en de officieren die zitting hebben in een Duitstalige kamer van het Militair Gerechtshof (van een miltaire rechtbank) moeten het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal op een van de in § 5 bepaalde wijzen, of door te slagen voor een examen georganiseerd overeenkomstig artikel 43quinquies. Tot op het ogenblik dat een voldoende aantal officieren op die wijze het bewijs van de kennis van de Duitse taal hebben geleverd, volstaat een verklaring, afgelegd op een door de Koning te bepalen wijze, waarbij de officier bevestigt dat hij die taal kent.) <W 1985-09-23/33, art. 29, 8°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
§ 7. (opgeheven) <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
(§ 8. Zijn er niet genoeg officieren met de vereiste graad voor de samenstelling van de Duitstalige kamer van het Militair Gerechtshof samengesteld uit opperofficieren of hoofdofficieren zonder onderscheid van graad die Duits kennen en bij de krijgsraad uit hoofdofficieren of lagere officieren zonder onderscheid van graad die Duits kennen voor zover zij een hogere graad hebben dan de beklaagde of een groter aantal dienstjaren in dezelfde graad.
§ 9. Wanneer het in tijd van oorlog of buiten het grondgebied van het Rijk onmogelijk is de Duitstalige kamer van een krijgsraad samen te stellen of wanneer het, wegens de afstand of de moeilijke verbindingen, onmogelijk is binnen een redelijke termijn de zaak bij een andere (militaire rechtbank) aanhangig te maken, staan de beklaagden die als taal van de rechtspleging het Duits hebben gekozen terecht voor de Nederlandstalige of de Franstalige kamer, naargelang van de keuze die de meerderheid onder hen op verzoek van de krijgsauditeur heeft gedaan.) <W 1985-09-23/33, art. 29, 9°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
Art. 49. § 1er. (Il n'y a de chambre allemande à la Cour militaire et au tribunal militaire que lorsque la langue de la procédure est l'allemand conformément aux articles 18 et 25, alinéa 4.) <L 2003-04-10/59, art. 103, 018; En vigueur : 01-01-2004>
§ 2. (Nul ne peut être nommé premier président de la Cour militaire ou auditeur général s'il ne justifie de la connaissance de la langue française et de la langue néerlandaise. Les suppléants du premier président sont choisis parmi les magistrats justifiant soit de la connaissance de la langue française et de la langue néerlandaise soit de la connaissance de l'une de ces langues et de l'allemand.) <L 1985-09-23/33, art. 29, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
La moitié des magistrats de l'auditorat général (...) doivent justifier par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue française; l'autre moitié de ces magistrats doivent justifier par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue néerlandaise. un tiers au moins des magistrats qui composent chacun de ces groupes doit avoir justifié de la connaissance (de la langue française et de la langue néerlandaise). En outre, deux magistrats (doivent justifier de la connaissance de la langue allemande). <L 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988> <L 1985-09-23/33, art. 29, 3°, 002; En vigueur : 01-09-1988> <L 1994-12-21/31, art. 139, 3°, 007; En vigueur : 01-03-1995> <L 2003-04-10/59, art. 103, 018; En vigueur : 01-01-2004>
(L'auditeur militaire et le président du tribunal militaire doivent justifier de la connaissance de la ou des langues employées dans les chambres du tribunal militaire. Toutefois, lorsqu'un tribunal militaire est composé de chambres française, néerlandaise et allemande, ils doivent justifier de la connaissance de deux langues, leur suppléant devant au moins justifier de la connaissance de la troisième langue.) <L 2003-04-10/59, art. 103, 018; En vigueur : 01-01-2004>
(Selon qu'il préside la chambre française, la chambre néerlandaise ou la chambre allemande, le conseiller à la Cour militaire doit justifier de la connaissance de la langue française, de la langue néerlandaise ou de la langue allemande.) <L 2003-04-10/59, art. 103, 018; En vigueur : 01-01-2004>
§ 3. (Selon qu'il préside la chambre française, la chambre néerlandaise ou la chambre allemande, le juge au tribunal militaire doit justifier de la connaissance de la langue française, de la langue néerlandaise ou de la langue allemande.) <L 2003-04-10/59, art. 103, 018; En vigueur : 01-01-2004>
(Il en est de même du magistrat appelé à présider une chambre de la Cour militaire.) <L 1985-09-23/33, art. 29, 5°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
§ 4. (La justification, par les magistrats visés aux paragraphes précédents, de la connaissance de la langue autre que celle dans laquelle ont été subis les examens de licence en droit, est faite conformément à l'article 43quinquies.) <L 1985-09-23/33, art. 29, 4°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
§ 5. (Les membres militaires de la Cour militaire (et les membres militaires d'un tribunal militaire) doivent justifier de la connaissance approfondie de la langue française ou de la langue néerlandaise, selon qu'ils sont appelés à remplir leur fonction dans une chambre française ou dans une chambre néerlandaise. <L 2003-04-10/59, art. 103, 018; En vigueur : 01-01-2004>
Cette connaissance est justifiée lorsqu'ils ont, dans la langue requise :
1° réussi l'épreuve de connaissance approfondie organisée conformément à l'article 2 de la loi du 30 juillet 1938 concernant l'usage des langues à l'armée;
2° réussi l'épreuve de connaissance approfondie organisée conformément à l'article 7, de ladite loi;
3° obtenu au terme d'un cycle de quatre années au moins d'études dans l'enseignement supérieur ou assimilé, le diplôme d'ingénieur, de docteur ou de licencié;
4° obtenu le diplôme de régent ou d'instituteur;
5° obtenu un diplôme de l'enseignement moyen du degré supérieur.) <L 1985-09-23/33, art. 29, 6°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
§ 6. (Lorsqu'ils sont appelés à faire partie d'une chambre allemande de la Cour militaire (d'un tribunal militaire), l'officier supérieur et les officiers doivent justifier de la connaissance de cette langue, soit par l'un des modes énumérés au § 5, soit par la réussite d'un examen organisé conformément à l'article 43quinquies. Jusqu'au moment où des officiers en nombre suffisant auront ainsi justifié de leur connaissance de la langue allemande, une déclaration par laquelle un officier affirme, de la manière à déterminer par le Roi, qu'il connaît cette langue pourra suffire.) <L 1985-09-23/33, art. 29, 8°, 002; En vigueur : 01-09-1988> <L 2003-04-10/59, art. 103, 018; En vigueur : 01-01-2004>
§ 7. (abrogé) <L 2003-04-10/59, art. 103, 018; En vigueur : 01-01-2004>
(§ 8. S'il n'y a pas suffisamment d'officiers des grades requis pour composer la chambre allemande de la Cour militaire ou d'un conseil de guerre, cette chambre sera composée, à la Cour militaire, d'officiers généraux ou supérieurs sans distinction de grade, connaissant la langue allemande et, au conseil de guerre, d'officiers supérieurs ou subalternes sans distinction de grade, connaissant cette langue, pour autant qu'ils soient d'un grade supérieur à celui du prévenu ou plus anciens dans le même grade.
§ 9. Lorsqu'en temps de guerre ou en dehors du territoire du Royaume il est impossible de composer la chambre allemande d'un (tribunal militaire) ou d'en saisir un autre dans des délais raisonnables en raison des distances ou des difficultés de communication, les prévenus ayant choisi cette langue pour la procédure seront traduits devant la chambre française ou la chambre néerlandaise selon le choix que la majorité d'entre eux auront exprimé à l'invitation de l'auditeur militaire.) <L 1985-09-23/33, art. 29, 9°, 002; En vigueur : 01-09-1988> <L 2003-04-10/59, art. 103, 018; En vigueur : 01-01-2004>
§ 2. (Nul ne peut être nommé premier président de la Cour militaire ou auditeur général s'il ne justifie de la connaissance de la langue française et de la langue néerlandaise. Les suppléants du premier président sont choisis parmi les magistrats justifiant soit de la connaissance de la langue française et de la langue néerlandaise soit de la connaissance de l'une de ces langues et de l'allemand.) <L 1985-09-23/33, art. 29, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
La moitié des magistrats de l'auditorat général (...) doivent justifier par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue française; l'autre moitié de ces magistrats doivent justifier par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue néerlandaise. un tiers au moins des magistrats qui composent chacun de ces groupes doit avoir justifié de la connaissance (de la langue française et de la langue néerlandaise). En outre, deux magistrats (doivent justifier de la connaissance de la langue allemande). <L 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988> <L 1985-09-23/33, art. 29, 3°, 002; En vigueur : 01-09-1988> <L 1994-12-21/31, art. 139, 3°, 007; En vigueur : 01-03-1995> <L 2003-04-10/59, art. 103, 018; En vigueur : 01-01-2004>
(L'auditeur militaire et le président du tribunal militaire doivent justifier de la connaissance de la ou des langues employées dans les chambres du tribunal militaire. Toutefois, lorsqu'un tribunal militaire est composé de chambres française, néerlandaise et allemande, ils doivent justifier de la connaissance de deux langues, leur suppléant devant au moins justifier de la connaissance de la troisième langue.) <L 2003-04-10/59, art. 103, 018; En vigueur : 01-01-2004>
(Selon qu'il préside la chambre française, la chambre néerlandaise ou la chambre allemande, le conseiller à la Cour militaire doit justifier de la connaissance de la langue française, de la langue néerlandaise ou de la langue allemande.) <L 2003-04-10/59, art. 103, 018; En vigueur : 01-01-2004>
§ 3. (Selon qu'il préside la chambre française, la chambre néerlandaise ou la chambre allemande, le juge au tribunal militaire doit justifier de la connaissance de la langue française, de la langue néerlandaise ou de la langue allemande.) <L 2003-04-10/59, art. 103, 018; En vigueur : 01-01-2004>
(Il en est de même du magistrat appelé à présider une chambre de la Cour militaire.) <L 1985-09-23/33, art. 29, 5°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
§ 4. (La justification, par les magistrats visés aux paragraphes précédents, de la connaissance de la langue autre que celle dans laquelle ont été subis les examens de licence en droit, est faite conformément à l'article 43quinquies.) <L 1985-09-23/33, art. 29, 4°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
§ 5. (Les membres militaires de la Cour militaire (et les membres militaires d'un tribunal militaire) doivent justifier de la connaissance approfondie de la langue française ou de la langue néerlandaise, selon qu'ils sont appelés à remplir leur fonction dans une chambre française ou dans une chambre néerlandaise. <L 2003-04-10/59, art. 103, 018; En vigueur : 01-01-2004>
Cette connaissance est justifiée lorsqu'ils ont, dans la langue requise :
1° réussi l'épreuve de connaissance approfondie organisée conformément à l'article 2 de la loi du 30 juillet 1938 concernant l'usage des langues à l'armée;
2° réussi l'épreuve de connaissance approfondie organisée conformément à l'article 7, de ladite loi;
3° obtenu au terme d'un cycle de quatre années au moins d'études dans l'enseignement supérieur ou assimilé, le diplôme d'ingénieur, de docteur ou de licencié;
4° obtenu le diplôme de régent ou d'instituteur;
5° obtenu un diplôme de l'enseignement moyen du degré supérieur.) <L 1985-09-23/33, art. 29, 6°, 002; En vigueur : 01-09-1988>
§ 6. (Lorsqu'ils sont appelés à faire partie d'une chambre allemande de la Cour militaire (d'un tribunal militaire), l'officier supérieur et les officiers doivent justifier de la connaissance de cette langue, soit par l'un des modes énumérés au § 5, soit par la réussite d'un examen organisé conformément à l'article 43quinquies. Jusqu'au moment où des officiers en nombre suffisant auront ainsi justifié de leur connaissance de la langue allemande, une déclaration par laquelle un officier affirme, de la manière à déterminer par le Roi, qu'il connaît cette langue pourra suffire.) <L 1985-09-23/33, art. 29, 8°, 002; En vigueur : 01-09-1988> <L 2003-04-10/59, art. 103, 018; En vigueur : 01-01-2004>
§ 7. (abrogé) <L 2003-04-10/59, art. 103, 018; En vigueur : 01-01-2004>
(§ 8. S'il n'y a pas suffisamment d'officiers des grades requis pour composer la chambre allemande de la Cour militaire ou d'un conseil de guerre, cette chambre sera composée, à la Cour militaire, d'officiers généraux ou supérieurs sans distinction de grade, connaissant la langue allemande et, au conseil de guerre, d'officiers supérieurs ou subalternes sans distinction de grade, connaissant cette langue, pour autant qu'ils soient d'un grade supérieur à celui du prévenu ou plus anciens dans le même grade.
§ 9. Lorsqu'en temps de guerre ou en dehors du territoire du Royaume il est impossible de composer la chambre allemande d'un (tribunal militaire) ou d'en saisir un autre dans des délais raisonnables en raison des distances ou des difficultés de communication, les prévenus ayant choisi cette langue pour la procédure seront traduits devant la chambre française ou la chambre néerlandaise selon le choix que la majorité d'entre eux auront exprimé à l'invitation de l'auditeur militaire.) <L 1985-09-23/33, art. 29, 9°, 002; En vigueur : 01-09-1988> <L 2003-04-10/59, art. 103, 018; En vigueur : 01-01-2004>
Art. 50. § 1. Artikel 2 van de wet van 5 Maart 1906 tot wijziging van artikel 70 van de wet van 18 Juni 1869, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Het getal en de orde der voordrachten door de provinciale raden voor de vacante plaatsen van raadsheer bij het Hof van Beroep te Brussel, worden op de volgende wijze geregeld :
"De provinciale raad van Antwerpen doet voordrachten voor veertien plaatsen : de eerste, de vijfde, de negende, de veertiende, de zestiende, de negentiende, de tweede en twintigste, de zes en twintigste, de dertigste, de vier en dertigste, de acht en dertigste, de vier en veertigste, de zeven en veertigste en de vijftigste.
"De provinciale raad van Brabant doet voordrachten voor twee en twintig plaatsen : de tweede, de vierde, de zesde, de achtste, de tiende, de twaalfde, de vijftiende, de zeventiende, de twintigste, de drie en twintigste, de vijf en twintigste, de acht en twintigste, de een en dertigste, de drie en dertigste, de vijf en dertigste, de zeven en dertigste, de negen en dertigste, de een en veertigste, de drie en veertigste, de zes en veertigste, de negen en veertigste en de twee en vijfstigste.
"De provinciale raad van Henegouwen doet voordrachten voor zestien plaatsen : de derde, de zevende, de elfde, de dertiende, de achttiende, de een en twintigste, de vier en twintigste, de zeven en twintigste, de negen en twintigste, de twee en dertigste, de zes en dertigste, de veertigste, de twee en veertigste, de vijf en veertigste, de acht en veertigste en de een en vijftigste."
§ 2. Artikel 4, 2°, van de wet van 18 Augustus 1928 wordt gewijzigd als volgt :
"Een negen en twintigsten, een dertigsten, een één en dertigsten, een twee en dertigsten, een drie en dertigsten, een vier en dertigsten, een vijf en dertigsten en een zes en dertigsten raadsheer bij het Hof van Beroep te Brussel."
§ 3. Artikel 5, 1°, van de wet van 18 Augustus 1928, gewijzigd bij de wet van 29 Maart 1929, wordt door de volgende bepaling vervangen :
"Bij het Hof van Beroep te Brussel, door een procureur-generaal, een eerste advocaat-generaal, tien advocaten-generaal en vier substituut-procureurs-generaal."
"Het getal en de orde der voordrachten door de provinciale raden voor de vacante plaatsen van raadsheer bij het Hof van Beroep te Brussel, worden op de volgende wijze geregeld :
"De provinciale raad van Antwerpen doet voordrachten voor veertien plaatsen : de eerste, de vijfde, de negende, de veertiende, de zestiende, de negentiende, de tweede en twintigste, de zes en twintigste, de dertigste, de vier en dertigste, de acht en dertigste, de vier en veertigste, de zeven en veertigste en de vijftigste.
"De provinciale raad van Brabant doet voordrachten voor twee en twintig plaatsen : de tweede, de vierde, de zesde, de achtste, de tiende, de twaalfde, de vijftiende, de zeventiende, de twintigste, de drie en twintigste, de vijf en twintigste, de acht en twintigste, de een en dertigste, de drie en dertigste, de vijf en dertigste, de zeven en dertigste, de negen en dertigste, de een en veertigste, de drie en veertigste, de zes en veertigste, de negen en veertigste en de twee en vijfstigste.
"De provinciale raad van Henegouwen doet voordrachten voor zestien plaatsen : de derde, de zevende, de elfde, de dertiende, de achttiende, de een en twintigste, de vier en twintigste, de zeven en twintigste, de negen en twintigste, de twee en dertigste, de zes en dertigste, de veertigste, de twee en veertigste, de vijf en veertigste, de acht en veertigste en de een en vijftigste."
§ 2. Artikel 4, 2°, van de wet van 18 Augustus 1928 wordt gewijzigd als volgt :
"Een negen en twintigsten, een dertigsten, een één en dertigsten, een twee en dertigsten, een drie en dertigsten, een vier en dertigsten, een vijf en dertigsten en een zes en dertigsten raadsheer bij het Hof van Beroep te Brussel."
§ 3. Artikel 5, 1°, van de wet van 18 Augustus 1928, gewijzigd bij de wet van 29 Maart 1929, wordt door de volgende bepaling vervangen :
"Bij het Hof van Beroep te Brussel, door een procureur-generaal, een eerste advocaat-generaal, tien advocaten-generaal en vier substituut-procureurs-generaal."
Art. 50. § 1. L'article 2 de la loi du 5 mars 1906, modifiant l'article 70 de la loi du 18 juin 1869, est remplacé par la disposition suivante :
"Le nombre et l'ordre des présentations par les conseils provinciaux aux places de conseiller vacantes à la Cour d'appel de Bruxelles sont déterminés comme suit :
"Le conseil provincial d'Anvers présente à quatorze places : la première, la cinquième, la neuvième, la quatorzième, la seizième, la dix-neuvième, la vingt-deuxième, la vingt-sixième, la trentième, la trente-quatrième, la trente-huitième, la quarante-quatrième, la quarante-septième et la cinquantième.
"Le conseil provincial du Brabant présente à vingt-deux places : la deuxième, la quatrième, la sixième, la huitième, la dixième, la douzième, la quinzième, la dix-septième, la vingtième, la vingt-troisième, la vingt-cinquième, la vingt-huitième, la trente et unième, la trente-troisième, la trente-cinquième, la trente-septième, la trente-neuvième, la quarante et unième, la quarante-troisième, la quarante-sixième, la quarante-neuvième et la cinquante-deuxième.
"Le conseil provincial du Hainaut présente à seize places : la troisième, la septième, la onzième, la treizième, la dix-huitième, la vingt et unième, la vingt-quatrième, la vingt-septième, la vingt-neuvième, la trente-deuxième, la trente-sixième, la quarantième, la quarante-deuxième, la quarante-cinquième, la quarante-huitième et la cinquante et unième."
§ 2. L'article 4, 2°, de la loi du 18 août 1928 est remplacé par le texte suivant :
"D'un vingt-neuvième, d'un trentième, d'un trente et unième, d'un trente-deuxième, d'un trente-troisième, d'un trente-quatrième, d'un trente-cinquième et d'un trente-sixième conseiller à la Cour d'appel de Bruxelles."
§ 3. L'article 5, 1°, de la loi du 18 août 1928, modifié par la loi du 29 mars 1929, est remplacé par le texte suivant :
"A la Cour d'appel de Bruxelles, par un procureur général, un premier avocat général, dix avocats généraux et quatre substituts du procureur général."
"Le nombre et l'ordre des présentations par les conseils provinciaux aux places de conseiller vacantes à la Cour d'appel de Bruxelles sont déterminés comme suit :
"Le conseil provincial d'Anvers présente à quatorze places : la première, la cinquième, la neuvième, la quatorzième, la seizième, la dix-neuvième, la vingt-deuxième, la vingt-sixième, la trentième, la trente-quatrième, la trente-huitième, la quarante-quatrième, la quarante-septième et la cinquantième.
"Le conseil provincial du Brabant présente à vingt-deux places : la deuxième, la quatrième, la sixième, la huitième, la dixième, la douzième, la quinzième, la dix-septième, la vingtième, la vingt-troisième, la vingt-cinquième, la vingt-huitième, la trente et unième, la trente-troisième, la trente-cinquième, la trente-septième, la trente-neuvième, la quarante et unième, la quarante-troisième, la quarante-sixième, la quarante-neuvième et la cinquante-deuxième.
"Le conseil provincial du Hainaut présente à seize places : la troisième, la septième, la onzième, la treizième, la dix-huitième, la vingt et unième, la vingt-quatrième, la vingt-septième, la vingt-neuvième, la trente-deuxième, la trente-sixième, la quarantième, la quarante-deuxième, la quarante-cinquième, la quarante-huitième et la cinquante et unième."
§ 2. L'article 4, 2°, de la loi du 18 août 1928 est remplacé par le texte suivant :
"D'un vingt-neuvième, d'un trentième, d'un trente et unième, d'un trente-deuxième, d'un trente-troisième, d'un trente-quatrième, d'un trente-cinquième et d'un trente-sixième conseiller à la Cour d'appel de Bruxelles."
§ 3. L'article 5, 1°, de la loi du 18 août 1928, modifié par la loi du 29 mars 1929, est remplacé par le texte suivant :
"A la Cour d'appel de Bruxelles, par un procureur général, un premier avocat général, dix avocats généraux et quatre substituts du procureur général."
Art. 51. (Opgeheven) <W 15-07-1970, art. 63>
Art. 51. (Abrogé) <L 15-07-1970, art.63>
Art. 52. § 1. Artikel 120 van de wet van 18 Juni 1869 op de rechterlijke organisatie (Hoofdstuk VI. - Van het Hof van Verbreking), wordt vervangen door den volgenden tekst :
"Art. 120. Zij is samengesteld uit een eerste-voorzitter, een kamer-voorzitter en zeventien raadsleden."
§ 2. Artikel 122 derzelfde wet wordt aangevuld als volgt :
"De Koning kan, zoo de behoeften van den dienst het vergen, een of twee aanvullende griffiers benoemen."
§ 3. Artikel 123 van dezelfde wet wordt vervangen door den volgenden tekst :
"Art. 123. Niemand kan benoemd worden tot eerste-voorzitter, kamervoorzitter, procureur-generaal, raadsheer of advocaat-generaal, indien hij niet ten volle dertig jaar oud is, indien hij geen doctor in de rechten is en, gedurende ten minste tien jaar, aan de balie was gehecht, rechterlijke ambten heeft vervuld of de rechten heeft onderwezen in eene Belgische universiteit. Bovendien, moeten de eerste-voorzitter, of de kamervoorzitter, de procureur-generaal of een advocaat-generaal het bewijs leveren van hun kennis van beide landstalen; acht raadsheeren en twee leden van het parket moeten het bewijs leveren van hun kennis van het Fransch, de overige raadsheeren en leden van het parket moeten het bewijs leveren van hun kennis van het Nederlandsch.
"Dit bewijs wordt geleverd overeenkomstig de beschikkingen van artikel 40 van de wet van 21 Mei 1929, gewijzigd door artikel 43 van de wet op het gebruik der talen in rechtszaken."
§ 4. In alinea 1 van artikel 134 van dezelfde wet wordt het getal 8 vervangen door het getal 9.
§ 5. Artikel 135 derzelfde wet wordt door de volgende bepaling vervangen :
"Art. 135. De beschuldigingen ingesteld tegen de ministers worden, bij uitvoering van artikel 90 der Grondwet, berecht in vereenigde zitting, die in even getal moet zetelen en ten minste tien leden tellen.
"In al de overige gevallen, waarin het Hof in vereenigde zitting moet zetelen, doet het dit in oneven getal en moet het ten minste negen leden tellen."
"Art. 120. Zij is samengesteld uit een eerste-voorzitter, een kamer-voorzitter en zeventien raadsleden."
§ 2. Artikel 122 derzelfde wet wordt aangevuld als volgt :
"De Koning kan, zoo de behoeften van den dienst het vergen, een of twee aanvullende griffiers benoemen."
§ 3. Artikel 123 van dezelfde wet wordt vervangen door den volgenden tekst :
"Art. 123. Niemand kan benoemd worden tot eerste-voorzitter, kamervoorzitter, procureur-generaal, raadsheer of advocaat-generaal, indien hij niet ten volle dertig jaar oud is, indien hij geen doctor in de rechten is en, gedurende ten minste tien jaar, aan de balie was gehecht, rechterlijke ambten heeft vervuld of de rechten heeft onderwezen in eene Belgische universiteit. Bovendien, moeten de eerste-voorzitter, of de kamervoorzitter, de procureur-generaal of een advocaat-generaal het bewijs leveren van hun kennis van beide landstalen; acht raadsheeren en twee leden van het parket moeten het bewijs leveren van hun kennis van het Fransch, de overige raadsheeren en leden van het parket moeten het bewijs leveren van hun kennis van het Nederlandsch.
"Dit bewijs wordt geleverd overeenkomstig de beschikkingen van artikel 40 van de wet van 21 Mei 1929, gewijzigd door artikel 43 van de wet op het gebruik der talen in rechtszaken."
§ 4. In alinea 1 van artikel 134 van dezelfde wet wordt het getal 8 vervangen door het getal 9.
§ 5. Artikel 135 derzelfde wet wordt door de volgende bepaling vervangen :
"Art. 135. De beschuldigingen ingesteld tegen de ministers worden, bij uitvoering van artikel 90 der Grondwet, berecht in vereenigde zitting, die in even getal moet zetelen en ten minste tien leden tellen.
"In al de overige gevallen, waarin het Hof in vereenigde zitting moet zetelen, doet het dit in oneven getal en moet het ten minste negen leden tellen."
Art. 52. § 1. L'article 120 de la loi du 18 juin 1869 sur l'organisation judiciaire (chapitre VI de la Cour de cassation) est remplacé par le texte suivant :
"Art. 120. Elle est composée d'un premier président, d'un président de chambre et de dix-sept conseillers."
§ 2. L'article 122 de la même loi est complété ainsi qu'il suit :
"Le Roi pourra, si les besoins du service l'exigent, nommer un ou deux greffiers supplémentaires."
§ 3. L'article 123 de la même loi est remplacé par le texte suivant :
"Art. 123. Nul ne peut être nommé premier président, président de chambre, procureur général, conseiller ou avocat général, s'il n'a 35 ans accomplis, s'il n'est docteur en droit et s'il n'a suivi le barreau, occupé des fonctions judiciaires ou enseigné le droit dans une université belge, pendant au moins dix ans. En outre, le premier président ou le président de chambre, le procureur général ou un avocat général doivent justifier de la connaissance des deux langues nationales; huit conseillers et deux membres du parquet doivent justifier de la connaissance de la langue française; les autres conseillers et membres du parquet doivent justifier de la connaissance de la langue néerlandaise.
"Cette justification est faite conformément aux dispositions de l'article 40 de la loi du 21 mai 1929, modifié par l'article 43 de la loi sur l'emploi des langues en matière judiciaire."
§ 4. A l'alinéa 1er de l'article 134 de la même loi, le chiffre 9 est substitué au chiffre 8.
§ 5. L'article 135 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
"Art. 135. Les accusations admises contre les ministres sont, en exécution de l'article 90 de la Constitution, jugées par les Chambres réunies, qui doivent siéger en nombre pair et être composées de dix membres au moins.
"Dans tous les autres cas où la Cour doit siéger chambres réunies, elle siège en nombre impair et doit être composée de neuf membres au moins."
"Art. 120. Elle est composée d'un premier président, d'un président de chambre et de dix-sept conseillers."
§ 2. L'article 122 de la même loi est complété ainsi qu'il suit :
"Le Roi pourra, si les besoins du service l'exigent, nommer un ou deux greffiers supplémentaires."
§ 3. L'article 123 de la même loi est remplacé par le texte suivant :
"Art. 123. Nul ne peut être nommé premier président, président de chambre, procureur général, conseiller ou avocat général, s'il n'a 35 ans accomplis, s'il n'est docteur en droit et s'il n'a suivi le barreau, occupé des fonctions judiciaires ou enseigné le droit dans une université belge, pendant au moins dix ans. En outre, le premier président ou le président de chambre, le procureur général ou un avocat général doivent justifier de la connaissance des deux langues nationales; huit conseillers et deux membres du parquet doivent justifier de la connaissance de la langue française; les autres conseillers et membres du parquet doivent justifier de la connaissance de la langue néerlandaise.
"Cette justification est faite conformément aux dispositions de l'article 40 de la loi du 21 mai 1929, modifié par l'article 43 de la loi sur l'emploi des langues en matière judiciaire."
§ 4. A l'alinéa 1er de l'article 134 de la même loi, le chiffre 9 est substitué au chiffre 8.
§ 5. L'article 135 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
"Art. 135. Les accusations admises contre les ministres sont, en exécution de l'article 90 de la Constitution, jugées par les Chambres réunies, qui doivent siéger en nombre pair et être composées de dix membres au moins.
"Dans tous les autres cas où la Cour doit siéger chambres réunies, elle siège en nombre impair et doit être composée de neuf membres au moins."
Art. 53. <W 20-12-1957, art. 14> § 1. (In de [4 ...]4 de arrondissementen vermeld in artikel 1) kan niemand worden benoemd tot het ambt van griffier bij een der aldaar gevestigde rechtscolleges, indien hij het bewijs niet levert van de kennis van het Frans. <W 1985-09-23/33, art. 30, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
(In oorlogstijd moeten de griffiers die verbonden zijn aan een Nederlandse kamer van een militaire rechtbank het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse taal en moeten de griffiers die verbonden zijn aan een Duitse kamer van een militaire rechtbank het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal.) <W 2003-04-10/59, art. 104, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
[4 ...]4
(Twee griffiers bij de rechtbank van eerste aanleg te [4 Henegouwen]4 moeten bewijzen de Nederlandse taal te kennen.) <W 09-08-1963, art. 16, 1°>
§ 2. [4 In de arrondissementen]4 vermeld in artikel 2 kan niemand worden benoemd tot het ambt van griffier bij een der aldaar gevestigde rechtscolleges, indien hij het bewijs niet levert van de kennis van het Nederlands.
[4 ...]4 In oorlogstijd moeten de griffiers die verbonden zijn aan een Franse kamer van een militaire rechtbank, het bewijs leveren van de kennis van de Franse taal en moeten de griffiers die verbonden zijn aan een Duitse kamer van een militaire rechtbank, het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal. <W 2003-04-10/59, art. 104, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
(Lid 3 opgeheven) <W 09-08-1963, art. 20, 5°>
(Een griffier bij de rechtbank van eerste aanleg te [4 Limburg]4 moet bewijzen de Franse taal te kennen.) <W 09-08-1963, art. 16, 2°>
§ 3. [2 Eerste lid opgeheven.]2
[1 [2 De kaders van de personeelsleden die zijn verbonden aan de griffies en de referendarissen van de Franstalige en Nederlandstalige rechtbanken van Brussel, met inbegrip van de politierechtbanken waarvan de zetel is gevestigd in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad worden]2 bepaald door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en met inachtneming van de volgende principes :
1° [2 ...]2;
2° bij de vaststelling van de kaders wordt een onderscheid gemaakt tussen :
a) de referendarissen;
b) de niveaus B, C en D.
Onverminderd het vierde lid, dienen in het gerechtelijk arrondissement Brussel de griffiers van de vredegerechten en een derde van de griffiers, respectievelijk van de Franstalige en de Nederlandstalige rechtbanken van Brussel, met inbegrip van de politierechtbanken met zetel in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad het bewijs te leveren van de kennis van het Frans en van het Nederlands.]1
(In de politierechtbanken te Halle en te Vilvoorde en in de gerechtelijke kantons die uitsluitend bestaan uit gemeenten van het Nederlandse taalgebied, is alleen de kennis van het Nedelands vereist.) <W 1994-07-11/33, art. 68, 1°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
(De griffier-hoofd van de griffie wijst evenwel één of meer griffiers aan om de politierechter van zijn rechtbank in de politierechtbanken te Halle en te Vilvoorde bij te staan in de gevallen bedoeld in de artikelen 7bis, § 2, en 15, tweede lid.) <W 1994-07-11/33, art. 68, 2°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
De helft van het aantal griffiers bij het Hof van beroep te Brussel moet doen blijken van de kennis van het Frans en van het Nederlands; een vierde van het aantal dezer griffiers moet doen blijken van de kennis van het Frans en een vierde van de kennis van het Nederlands.
§ 4. [3 In het arrondissement Eupen kan niemand tot griffier bij de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van koophandel, de arbeidsrechtbank, bij een vredegerecht, bij een politierechtbank of, in oorlogstijd, bij een militaire rechtbank worden benoemd tenzij hij het bewijs levert van de kennis van de Duitse en van de Franse taal.
Bovendien moeten twee griffiers bij het hof van beroep dat zijn zetel heeft te Luik en een griffier bij het arbeidshof dat zijn zetel te Luik heeft het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal.]3
§ 5. [4 Een griffier van de vredegerechten van de kantons [5 Moeskroen]5, [9 en Aat]9 [9 ...]9 moet bewijzen de Nederlandse taal te kennen.]4
[4 Een griffier van de vredegerechten van het kanton [5 Tongeren]5, het tweede kanton Kortrijk, [7 het kanton Poperinge]7 en het kanton [10 Geraardsbergen]10 moet bewijzen de Franse taal te kennen.]4
[4 De hoofdgriffier of een griffier van de vredegerechten van de kantons [6 Sint-Genesius-Rode]6, Meise en [8 Lennik]8 moet bewijzen de Franse taal te kennen.]4
(§ 6. Het bewijs van de kennis van het Nederlands, van het Duits of van het Frans wordt geleverd door overlegging van een getuigschrift van genoten onderwijs, afgegeven hetzij door een onderwijsinrichting onderworpen aan de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs, hetzij door een examencommissie van de Staat.
(De kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in het eerste lid bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs wordt bewezen door te slagen voor een examen.) <W 2005-04-26/33, art. 2, 1°, 022; Inwerkingtreding : 19-03-2007>
(Het examen handelt over de actieve en passieve mondelinge kennis en over de actieve en passieve schriftelijke kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in het eerste lid bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs.)) <W 1985-09-23/33, art. 30, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> <L 2005-04-26/33, art. 2, 2°, 022; Inwerkingtreding : 19-03-2007>
[1 Evenwel, wat de griffiers van de Franstalige en de Nederlandstalige rechtbanken van Brussel betreft, met inbegrip van de politierechtbanken met zetel in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, [11 met inbegrip van de hoofdgriffiers]11, heeft het examen betrekking op de actieve en passieve mondelinge kennis en op de passieve schriftelijke kennis van de andere taal.]1
(Alleen de afgevaardigd bestuurder van SELOR - Selectiebureau van de Federale Overheid - is bevoegd om de bewijzen uit te reiken van de kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in het eerste lid bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs.
De samenstelling van de examencommissie en de voorwaarden waaronder de bewijzen van de kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in het eerste lid bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs worden uitgereikt, worden bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.) <L 2005-04-26/33, art. 2, 3°, 022; Inwerkingtreding : 19-03-2007>
[1 Voor de in § 3, derde lid, bedoelde regel alsook in de artikelen 54bis en 54ter, wordt als houdende een functionele kennis van de in het vierde lid bedoelde andere taal, tijdelijk rekening gehouden met de personen die zich ertoe verbinden het in dat lid bedoelde examen af te leggen in het jaar na hun indiensttreding en voor zover ze aantonen dat ze lessen volgen om deze taal te leren. Als ze niet deelnemen aan of niet slagen voor het examen binnen deze termijn, wordt er een einde gesteld aan hun ambt, behalve als de voornoemde regel op dat moment wordt nageleefd voor het ambt dat ze uitoefenen in de betrokken griffie of het betrokken parketsecretariaat.]1
§ 7. (Opgeheven) <W 1985-09-23/33, art. 30, 5°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
(In oorlogstijd moeten de griffiers die verbonden zijn aan een Nederlandse kamer van een militaire rechtbank het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse taal en moeten de griffiers die verbonden zijn aan een Duitse kamer van een militaire rechtbank het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal.) <W 2003-04-10/59, art. 104, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
[4 ...]4
(Twee griffiers bij de rechtbank van eerste aanleg te [4 Henegouwen]4 moeten bewijzen de Nederlandse taal te kennen.) <W 09-08-1963, art. 16, 1°>
§ 2. [4 In de arrondissementen]4 vermeld in artikel 2 kan niemand worden benoemd tot het ambt van griffier bij een der aldaar gevestigde rechtscolleges, indien hij het bewijs niet levert van de kennis van het Nederlands.
[4 ...]4 In oorlogstijd moeten de griffiers die verbonden zijn aan een Franse kamer van een militaire rechtbank, het bewijs leveren van de kennis van de Franse taal en moeten de griffiers die verbonden zijn aan een Duitse kamer van een militaire rechtbank, het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal. <W 2003-04-10/59, art. 104, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
(Lid 3 opgeheven) <W 09-08-1963, art. 20, 5°>
(Een griffier bij de rechtbank van eerste aanleg te [4 Limburg]4 moet bewijzen de Franse taal te kennen.) <W 09-08-1963, art. 16, 2°>
§ 3. [2 Eerste lid opgeheven.]2
[1 [2 De kaders van de personeelsleden die zijn verbonden aan de griffies en de referendarissen van de Franstalige en Nederlandstalige rechtbanken van Brussel, met inbegrip van de politierechtbanken waarvan de zetel is gevestigd in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad worden]2 bepaald door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en met inachtneming van de volgende principes :
1° [2 ...]2;
2° bij de vaststelling van de kaders wordt een onderscheid gemaakt tussen :
a) de referendarissen;
b) de niveaus B, C en D.
Onverminderd het vierde lid, dienen in het gerechtelijk arrondissement Brussel de griffiers van de vredegerechten en een derde van de griffiers, respectievelijk van de Franstalige en de Nederlandstalige rechtbanken van Brussel, met inbegrip van de politierechtbanken met zetel in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad het bewijs te leveren van de kennis van het Frans en van het Nederlands.]1
(In de politierechtbanken te Halle en te Vilvoorde en in de gerechtelijke kantons die uitsluitend bestaan uit gemeenten van het Nederlandse taalgebied, is alleen de kennis van het Nedelands vereist.) <W 1994-07-11/33, art. 68, 1°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
(De griffier-hoofd van de griffie wijst evenwel één of meer griffiers aan om de politierechter van zijn rechtbank in de politierechtbanken te Halle en te Vilvoorde bij te staan in de gevallen bedoeld in de artikelen 7bis, § 2, en 15, tweede lid.) <W 1994-07-11/33, art. 68, 2°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
De helft van het aantal griffiers bij het Hof van beroep te Brussel moet doen blijken van de kennis van het Frans en van het Nederlands; een vierde van het aantal dezer griffiers moet doen blijken van de kennis van het Frans en een vierde van de kennis van het Nederlands.
§ 4. [3 In het arrondissement Eupen kan niemand tot griffier bij de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van koophandel, de arbeidsrechtbank, bij een vredegerecht, bij een politierechtbank of, in oorlogstijd, bij een militaire rechtbank worden benoemd tenzij hij het bewijs levert van de kennis van de Duitse en van de Franse taal.
Bovendien moeten twee griffiers bij het hof van beroep dat zijn zetel heeft te Luik en een griffier bij het arbeidshof dat zijn zetel te Luik heeft het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal.]3
§ 5. [4 Een griffier van de vredegerechten van de kantons [5 Moeskroen]5, [9 en Aat]9 [9 ...]9 moet bewijzen de Nederlandse taal te kennen.]4
[4 Een griffier van de vredegerechten van het kanton [5 Tongeren]5, het tweede kanton Kortrijk, [7 het kanton Poperinge]7 en het kanton [10 Geraardsbergen]10 moet bewijzen de Franse taal te kennen.]4
[4 De hoofdgriffier of een griffier van de vredegerechten van de kantons [6 Sint-Genesius-Rode]6, Meise en [8 Lennik]8 moet bewijzen de Franse taal te kennen.]4
(§ 6. Het bewijs van de kennis van het Nederlands, van het Duits of van het Frans wordt geleverd door overlegging van een getuigschrift van genoten onderwijs, afgegeven hetzij door een onderwijsinrichting onderworpen aan de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs, hetzij door een examencommissie van de Staat.
(De kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in het eerste lid bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs wordt bewezen door te slagen voor een examen.) <W 2005-04-26/33, art. 2, 1°, 022; Inwerkingtreding : 19-03-2007>
(Het examen handelt over de actieve en passieve mondelinge kennis en over de actieve en passieve schriftelijke kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in het eerste lid bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs.)) <W 1985-09-23/33, art. 30, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> <L 2005-04-26/33, art. 2, 2°, 022; Inwerkingtreding : 19-03-2007>
[1 Evenwel, wat de griffiers van de Franstalige en de Nederlandstalige rechtbanken van Brussel betreft, met inbegrip van de politierechtbanken met zetel in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, [11 met inbegrip van de hoofdgriffiers]11, heeft het examen betrekking op de actieve en passieve mondelinge kennis en op de passieve schriftelijke kennis van de andere taal.]1
(Alleen de afgevaardigd bestuurder van SELOR - Selectiebureau van de Federale Overheid - is bevoegd om de bewijzen uit te reiken van de kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in het eerste lid bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs.
De samenstelling van de examencommissie en de voorwaarden waaronder de bewijzen van de kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in het eerste lid bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs worden uitgereikt, worden bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.) <L 2005-04-26/33, art. 2, 3°, 022; Inwerkingtreding : 19-03-2007>
[1 Voor de in § 3, derde lid, bedoelde regel alsook in de artikelen 54bis en 54ter, wordt als houdende een functionele kennis van de in het vierde lid bedoelde andere taal, tijdelijk rekening gehouden met de personen die zich ertoe verbinden het in dat lid bedoelde examen af te leggen in het jaar na hun indiensttreding en voor zover ze aantonen dat ze lessen volgen om deze taal te leren. Als ze niet deelnemen aan of niet slagen voor het examen binnen deze termijn, wordt er een einde gesteld aan hun ambt, behalve als de voornoemde regel op dat moment wordt nageleefd voor het ambt dat ze uitoefenen in de betrokken griffie of het betrokken parketsecretariaat.]1
§ 7. (Opgeheven) <W 1985-09-23/33, art. 30, 5°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
Modifications
Art. 53. <L 20-12-1957, art. 14> § 1. (Dans [4 ...]4 les arrondissements indiqués à l'article 1), nul ne peut être nommé à la fonction de greffier d'une des juridictions qui y ont leur siège, s'il ne justifie de la connaissance de la langue française. <L 1985-09-23/33, art. 30, 1°, 002; En vigueur : 15-11-1985>
(En temps de guerre doivent toutefois justifier de la connaissance de la langue néerlandaise les greffiers qui sont attachés à une chambre néerlandaise d'un tribunal militaire et de la langue allemande les greffiers qui sont attachés à une chambre allemande d'un tribunal militaire.) <L 2003-04-10/59, art. 104, 018; En vigueur : 01-01-2004>
[4 ...]4
(Au tribunal de première instance [4 du Hainaut]4 deux greffiers doivent justifier de la connaissance de la langue néerlandaise.) <L 09-08-1963, art. 16, 1°>
§ 2. [4 Dans les arrondissements]4 indiqués à l'article 2, nul ne peut être nommé à la fonction de greffier d'une des juridictions qui y ont leur siège, s'il ne justifie de la connaissance de la langue néerlandaise.
[4 ...]4 En temps de guerre doivent justifier de la connaissance de la langue française, les greffiers qui sont attachés à une chambre française d'un tribunal militaire et de la connaissance de la langue allemande les greffiers qui sont attachés à une chambre allemande d'un tribunal militaire. <L 2003-04-10/59, art. 104, 018; En vigueur : 01-01-2004>
(Alinéa 3 abrogé) <L 09-08-1963, art. 20, 5°>
(Au tribunal de première instance [4 du Limbourg]4 un greffier doit justifier de la connaissance de la langue française.) <L 09-08-1963, art. 16, 2°>
§ 3. [2 Alinéa 1er abrogé.]2
[1 [2 Les cadres des membres du personnel attachés au greffe et des référendaires des tribunaux francophones et néerlandophones de Bruxelles, en ce compris les tribunaux de police dont les siège est établi dans l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale]2 sont fixés par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, dans le respect des principes suivants :
1° [2 ...]2;
2° les cadres sont établis en distinguant :
a) les référendaires;
b) les niveaux B, C et D.
Sans préjudice de l'alinéa 4, dans l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, les greffiers des justices de paix et un tiers des greffiers respectivement des tribunaux francophones et néerlandophones de Bruxelles, en ce compris les tribunaux de police dont le siège est établi dans l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale doivent justifier de la connaissance de la langue française et de la langue néerlandaise.]1
(Aux tribunaux de police de Hal et de Vilvorde et dans les cantons judiciaires composés exclusivement de communes de la région de langue néerlandaise, la connaissance de la langue néerlandaise est seule exigée.) <L 1994-07-11/33, art. 68, 1°, 006; En vigueur : 01-01-1995>
(Toutefois, le greffier en chef désigne un ou plusieurs greffiers qui assisteront le juge de police de son tribunal aux tribunaux de police de Hal et de Vilvorde dans les cas prévus aux articles 7bis, § 2, et 15, alinéa 2.) <L 1994-07-11/33, art. 68, 2°, 006; En vigueur : 01-01-1995>
La moitié du nombre des greffiers à la cour d'appel de Bruxelles, doit justifier de la connaissance de la langue française et de la langue néerlandaise; un quart du nombre de ces greffiers doit justifier de la connaissance de la langue française, et un quart de la connaissance de la langue néerlandaise.
§ 4. [3 Dans l'arrondissement d'Eupen, nul ne peut être nommé à la fonction de greffier du tribunal de première instance, du tribunal de commerce, du tribunal du travail, d'une justice de paix, d'un tribunal de police ou, en temps de guerre, d'un tribunal militaire, s'il ne justifie de la connaissance de la langue allemande et de la langue française.
En outre, deux greffiers de la cour d'appel dont le siège est établi à Liège et un greffier de la cour du travail dont le siège est établi à Liège doivent justifier de la connaissance de la langue allemande.]3
§ 5. [4 Un greffier des justice de paix des cantons de [5 Mouscron]5 [9 et d'Ath]9 [9 ...]9 doit justifier de la connaissance de la langue néerlandaise.]4
[4 Un greffier des justices de paix du canton de [5 Tongres]5, du deuxième canton de Courtrai, [7 du canton de Poperinge]7 et du canton de [10 Grammont]10 doit justifier de la connaissance de la langue française.]4
[4 Le greffier en chef ou un greffier des justices de paix des cantons de [6 Rhode-Saint-Genèse]6, de Meise et de [8 Lennik]8 doit justifier de la connaissance de la langue française.]4
§ 6. (La connaissance de la langue française, de la langue néerlandaise ou de la langue allemande se justifie par la production d'un certificat d'études d'enseignement soumis à la loi du 30 juillet 1963 concernant le régime linguistique dans l'enseignement, soit d'un jury d'Etat.
(La connaissance de la langue autre que celle dont la connaissance est justifiée par la production du certificat d'études visé à l'alinéa 1er est vérifiée par un examen.) <L 2005-04-26/33, art. 2, 1°, 022; En vigueur : 19-03-2007>
(L'examen porte sur la connaissance orale passive et active et sur la connaissance écrite passive et active de la langue autre que celle dont la connaissance est justifiée par la production du certificat d'études visé à l'alinéa 1er.)) <L 1985-09-23/33, art. 30, 2°, 002; En vigueur : 15-11-1985> <L 2005-04-26/33, art. 2, 2°, 022; En vigueur : 19-03-2007>
[1 Toutefois, en ce qui concerne les greffiers des tribunaux francophones et néerlandophones de Bruxelles, en ce compris les tribunaux de police dont le siège est établi dans l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale, [11 y compris les greffiers en chef]11, l'examen porte sur la connaissance orale active et passive et sur la connaissance écrite passive de l'autre langue.]1
(Seul l'administrateur délégué de SELOR - Bureau de Sélection de l'Administration fédérale - est compétent pour délivrer les certificats de connaissance de la langue autre que celle dont la connaissance est justifiée par la production du certificat d'études visé à l'alinéa 1er.
La composition de la commission d'examen et les conditions auxquelles sont délivrés les certificats de la connaissance de la langue autre que celle dont la connaissance est justifiée par la production du certificat d'études visé à l'alinéa 1er, sont déterminées par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.) <L 2005-04-26/33, art. 2, 3°, 022; En vigueur : 19-03-2007>
[1 Pour la règle visée au § 3, alinéa 3, ainsi qu'aux articles 54bis et 54ter, sont temporairement pris en compte comme ayant une connaissance fonctionnelle de l'autre langue visée à l'alinéa 4, les personnes qui s'engagent à présenter l'examen visé à cet alinéa, dans l'année qui suit leur entrée en fonction et pour autant qu'ils fournissent la preuve qu'ils suivent des cours d'apprentissage de cette langue. S'ils ne se présentent pas ou ne réussissent pas l'examen dans ce délai, il est mis fin à leur fonction sauf si, à ce moment, la règle précitée est respectée pour la fonction qu'ils exercent dans le greffe ou le secrétariat de parquet concerné.]1
§ 7. (Abrogé) <L 1985-09-23/33, art. 30, 5°, 002; En vigueur : 15-11-1985>
(En temps de guerre doivent toutefois justifier de la connaissance de la langue néerlandaise les greffiers qui sont attachés à une chambre néerlandaise d'un tribunal militaire et de la langue allemande les greffiers qui sont attachés à une chambre allemande d'un tribunal militaire.) <L 2003-04-10/59, art. 104, 018; En vigueur : 01-01-2004>
[4 ...]4
(Au tribunal de première instance [4 du Hainaut]4 deux greffiers doivent justifier de la connaissance de la langue néerlandaise.) <L 09-08-1963, art. 16, 1°>
§ 2. [4 Dans les arrondissements]4 indiqués à l'article 2, nul ne peut être nommé à la fonction de greffier d'une des juridictions qui y ont leur siège, s'il ne justifie de la connaissance de la langue néerlandaise.
[4 ...]4 En temps de guerre doivent justifier de la connaissance de la langue française, les greffiers qui sont attachés à une chambre française d'un tribunal militaire et de la connaissance de la langue allemande les greffiers qui sont attachés à une chambre allemande d'un tribunal militaire. <L 2003-04-10/59, art. 104, 018; En vigueur : 01-01-2004>
(Alinéa 3 abrogé) <L 09-08-1963, art. 20, 5°>
(Au tribunal de première instance [4 du Limbourg]4 un greffier doit justifier de la connaissance de la langue française.) <L 09-08-1963, art. 16, 2°>
§ 3. [2 Alinéa 1er abrogé.]2
[1 [2 Les cadres des membres du personnel attachés au greffe et des référendaires des tribunaux francophones et néerlandophones de Bruxelles, en ce compris les tribunaux de police dont les siège est établi dans l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale]2 sont fixés par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, dans le respect des principes suivants :
1° [2 ...]2;
2° les cadres sont établis en distinguant :
a) les référendaires;
b) les niveaux B, C et D.
Sans préjudice de l'alinéa 4, dans l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, les greffiers des justices de paix et un tiers des greffiers respectivement des tribunaux francophones et néerlandophones de Bruxelles, en ce compris les tribunaux de police dont le siège est établi dans l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale doivent justifier de la connaissance de la langue française et de la langue néerlandaise.]1
(Aux tribunaux de police de Hal et de Vilvorde et dans les cantons judiciaires composés exclusivement de communes de la région de langue néerlandaise, la connaissance de la langue néerlandaise est seule exigée.) <L 1994-07-11/33, art. 68, 1°, 006; En vigueur : 01-01-1995>
(Toutefois, le greffier en chef désigne un ou plusieurs greffiers qui assisteront le juge de police de son tribunal aux tribunaux de police de Hal et de Vilvorde dans les cas prévus aux articles 7bis, § 2, et 15, alinéa 2.) <L 1994-07-11/33, art. 68, 2°, 006; En vigueur : 01-01-1995>
La moitié du nombre des greffiers à la cour d'appel de Bruxelles, doit justifier de la connaissance de la langue française et de la langue néerlandaise; un quart du nombre de ces greffiers doit justifier de la connaissance de la langue française, et un quart de la connaissance de la langue néerlandaise.
§ 4. [3 Dans l'arrondissement d'Eupen, nul ne peut être nommé à la fonction de greffier du tribunal de première instance, du tribunal de commerce, du tribunal du travail, d'une justice de paix, d'un tribunal de police ou, en temps de guerre, d'un tribunal militaire, s'il ne justifie de la connaissance de la langue allemande et de la langue française.
En outre, deux greffiers de la cour d'appel dont le siège est établi à Liège et un greffier de la cour du travail dont le siège est établi à Liège doivent justifier de la connaissance de la langue allemande.]3
§ 5. [4 Un greffier des justice de paix des cantons de [5 Mouscron]5 [9 et d'Ath]9 [9 ...]9 doit justifier de la connaissance de la langue néerlandaise.]4
[4 Un greffier des justices de paix du canton de [5 Tongres]5, du deuxième canton de Courtrai, [7 du canton de Poperinge]7 et du canton de [10 Grammont]10 doit justifier de la connaissance de la langue française.]4
[4 Le greffier en chef ou un greffier des justices de paix des cantons de [6 Rhode-Saint-Genèse]6, de Meise et de [8 Lennik]8 doit justifier de la connaissance de la langue française.]4
§ 6. (La connaissance de la langue française, de la langue néerlandaise ou de la langue allemande se justifie par la production d'un certificat d'études d'enseignement soumis à la loi du 30 juillet 1963 concernant le régime linguistique dans l'enseignement, soit d'un jury d'Etat.
(La connaissance de la langue autre que celle dont la connaissance est justifiée par la production du certificat d'études visé à l'alinéa 1er est vérifiée par un examen.) <L 2005-04-26/33, art. 2, 1°, 022; En vigueur : 19-03-2007>
(L'examen porte sur la connaissance orale passive et active et sur la connaissance écrite passive et active de la langue autre que celle dont la connaissance est justifiée par la production du certificat d'études visé à l'alinéa 1er.)) <L 1985-09-23/33, art. 30, 2°, 002; En vigueur : 15-11-1985> <L 2005-04-26/33, art. 2, 2°, 022; En vigueur : 19-03-2007>
[1 Toutefois, en ce qui concerne les greffiers des tribunaux francophones et néerlandophones de Bruxelles, en ce compris les tribunaux de police dont le siège est établi dans l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale, [11 y compris les greffiers en chef]11, l'examen porte sur la connaissance orale active et passive et sur la connaissance écrite passive de l'autre langue.]1
(Seul l'administrateur délégué de SELOR - Bureau de Sélection de l'Administration fédérale - est compétent pour délivrer les certificats de connaissance de la langue autre que celle dont la connaissance est justifiée par la production du certificat d'études visé à l'alinéa 1er.
La composition de la commission d'examen et les conditions auxquelles sont délivrés les certificats de la connaissance de la langue autre que celle dont la connaissance est justifiée par la production du certificat d'études visé à l'alinéa 1er, sont déterminées par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.) <L 2005-04-26/33, art. 2, 3°, 022; En vigueur : 19-03-2007>
[1 Pour la règle visée au § 3, alinéa 3, ainsi qu'aux articles 54bis et 54ter, sont temporairement pris en compte comme ayant une connaissance fonctionnelle de l'autre langue visée à l'alinéa 4, les personnes qui s'engagent à présenter l'examen visé à cet alinéa, dans l'année qui suit leur entrée en fonction et pour autant qu'ils fournissent la preuve qu'ils suivent des cours d'apprentissage de cette langue. S'ils ne se présentent pas ou ne réussissent pas l'examen dans ce délai, il est mis fin à leur fonction sauf si, à ce moment, la règle précitée est respectée pour la fonction qu'ils exercent dans le greffe ou le secrétariat de parquet concerné.]1
§ 7. (Abrogé) <L 1985-09-23/33, art. 30, 5°, 002; En vigueur : 15-11-1985>
Modifications
Art. 54. <W 20-12-1957, art. 14> § 1. [1 Niemand kan tot hoofdgriffier bij het Hof van Cassatie, het hof van beroep te Brussel of het arbeidshof te Brussel worden benoemd indien hij het bewijs niet levert van de functionele kennis van de andere taal zoals bedoeld in artikel 53, § 6, vierde lid.]1
De helft der griffiers van het [1 Hof van Cassatie]1 moet het bewijs leveren van de kennis van het Nederlands, de andere helft van de kennis van het Frans. Dat bewijs wordt geleverd [1 overeenkomstig de bepalingen van artikel 53, § 6, eerste lid]1.
§ 2. (In oorlogstijd moeten de hoofdgriffier en twee griffiers bij het Militair Gerechtshof het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse en van de Franse taal). De helft der andere griffiers bij het Militair Gerechtshof moet het bewijs leveren van de kennis van het Nederlands, de andere helft van de kennis van het Frans. Dat bewijs wordt geleverd hetzij overeenkomstig de bepalingen van artikel 55 der wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens, samengeordend bij het besluit van de Regent van 31 December 1949, hetzij overeenkomstig § 4 van artikel 53. <W 2003-04-10/59, art. 105, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
(In oorlogstijd moet de hoofdgriffier van de militaire rechtbank te Brussel het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse en de Franse taal.) De helft van het aantal griffiers bij de krijgsraad moet het bewijs leveren van de kennis van het Nederlands, de andere helft van de kennis van het Frans. Dat bewijs wordt geleverd hetzij overeenkomstig de bepalingen van artikel 55 van de wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens, gecoördineerd bij het besluit van de Regent van 31 december 1949, hetzij overeenkomstig § 6 van artikel 53.) <W 1994-12-21/31, art. 141, a), 007; Inwerkingtreding : 01-03-1995> <W 2003-04-10/59, art. 105, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
(In oorlogstijd moeten de griffiers bij de Duitse kamer van het Militair Gerechtshof en de griffiers bij de Duitse kamers van de militaire rechtbanken het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal op de wijze bedoeld in het eerste lid.) <W 2003-04-10/59, art. 105, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
De helft der griffiers van het [1 Hof van Cassatie]1 moet het bewijs leveren van de kennis van het Nederlands, de andere helft van de kennis van het Frans. Dat bewijs wordt geleverd [1 overeenkomstig de bepalingen van artikel 53, § 6, eerste lid]1.
§ 2. (In oorlogstijd moeten de hoofdgriffier en twee griffiers bij het Militair Gerechtshof het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse en van de Franse taal). De helft der andere griffiers bij het Militair Gerechtshof moet het bewijs leveren van de kennis van het Nederlands, de andere helft van de kennis van het Frans. Dat bewijs wordt geleverd hetzij overeenkomstig de bepalingen van artikel 55 der wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens, samengeordend bij het besluit van de Regent van 31 December 1949, hetzij overeenkomstig § 4 van artikel 53. <W 2003-04-10/59, art. 105, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
(In oorlogstijd moet de hoofdgriffier van de militaire rechtbank te Brussel het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse en de Franse taal.) De helft van het aantal griffiers bij de krijgsraad moet het bewijs leveren van de kennis van het Nederlands, de andere helft van de kennis van het Frans. Dat bewijs wordt geleverd hetzij overeenkomstig de bepalingen van artikel 55 van de wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens, gecoördineerd bij het besluit van de Regent van 31 december 1949, hetzij overeenkomstig § 6 van artikel 53.) <W 1994-12-21/31, art. 141, a), 007; Inwerkingtreding : 01-03-1995> <W 2003-04-10/59, art. 105, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
(In oorlogstijd moeten de griffiers bij de Duitse kamer van het Militair Gerechtshof en de griffiers bij de Duitse kamers van de militaire rechtbanken het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal op de wijze bedoeld in het eerste lid.) <W 2003-04-10/59, art. 105, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
Modifications
Art. 54. <L 20-12-1957, art. 14> § 1. [1 Nul ne peut être nommé greffier en chef près la Cour de cassation, de la Cour d'appel de Bruxelles ou de la Cour du travail de Bruxelles, s'il ne justifie pas de la connaissance fonctionnelle de l'autre langue conformément à l'article 53, § 6, alinéa 4.]1
La moitié des greffiers de la cour de cassation doit justifier de la connaissance de la langue néerlandaise, l'autre moitié de la connaissance de la langue française. Cette justification est faite [1 conformément aux dispositions de l'article 53, § 6, alinéa 1er]1.
§ 2. (En temps de guerre, le) greffier en chef et deux des greffiers de la cour militaire doivent justifier de la connaissance (de la langue française et de la langue néerlandaise). La moitié du nombre des autres greffiers à la cour militaire doit justifier de la connaissance de la langue néerlandaise, l'autre moitié de la connaissance de la langue française. Cette justification est faite soit conformément aux dispositions de l'article 55 des lois sur la collation des grades académiques et le programme des examens universitaires, coordonnées par l'arrêté du Régent du 31 décembre 1949, soit conformément au § 4 de l'article 53. <L 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988> <L 2003-04-10/59, art. 105, 018; En vigueur : 01-01-2004>
( (A Bruxelles en temps de guerre, le) greffier en chef du (tribunal militaire) doit justifier de la connaissance de la langue française et de la langue néerlandaise. La moitié du nombre des greffiers au (tribunal militaire) doit justifier de la connaissance de la langue néerlandaise, l'autre moitié de la connaissance de la langue française. Cette justification est faite soit conformément aux dispositions de l'article 55 des lois sur la collation des grades académiques et le programme des examens universitaires, coordonnées par l'arrêté du Régent du 31 décembre 1949, soit conformément au § 6 de l'article 53.) <L 1994-12-21/31, art. 141, a), 007; En vigueur : 01-03-1995> <L 2003-04-10/59, art. 105, 018; En vigueur : 01-01-2004>
(En temps de guerre les greffiers à la chambre allemande de la Cour militaire et les greffiers aux chambres allemandes des tribunaux militaires doivent justifier de la connaissance de la langue allemande de la manière prévue à l'alinéa 1er.) <L 2003-04-10/59, art. 105, 018; En vigueur : 01-01-2004>
La moitié des greffiers de la cour de cassation doit justifier de la connaissance de la langue néerlandaise, l'autre moitié de la connaissance de la langue française. Cette justification est faite [1 conformément aux dispositions de l'article 53, § 6, alinéa 1er]1.
§ 2. (En temps de guerre, le) greffier en chef et deux des greffiers de la cour militaire doivent justifier de la connaissance (de la langue française et de la langue néerlandaise). La moitié du nombre des autres greffiers à la cour militaire doit justifier de la connaissance de la langue néerlandaise, l'autre moitié de la connaissance de la langue française. Cette justification est faite soit conformément aux dispositions de l'article 55 des lois sur la collation des grades académiques et le programme des examens universitaires, coordonnées par l'arrêté du Régent du 31 décembre 1949, soit conformément au § 4 de l'article 53. <L 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; En vigueur : 01-09-1988> <L 2003-04-10/59, art. 105, 018; En vigueur : 01-01-2004>
( (A Bruxelles en temps de guerre, le) greffier en chef du (tribunal militaire) doit justifier de la connaissance de la langue française et de la langue néerlandaise. La moitié du nombre des greffiers au (tribunal militaire) doit justifier de la connaissance de la langue néerlandaise, l'autre moitié de la connaissance de la langue française. Cette justification est faite soit conformément aux dispositions de l'article 55 des lois sur la collation des grades académiques et le programme des examens universitaires, coordonnées par l'arrêté du Régent du 31 décembre 1949, soit conformément au § 6 de l'article 53.) <L 1994-12-21/31, art. 141, a), 007; En vigueur : 01-03-1995> <L 2003-04-10/59, art. 105, 018; En vigueur : 01-01-2004>
(En temps de guerre les greffiers à la chambre allemande de la Cour militaire et les greffiers aux chambres allemandes des tribunaux militaires doivent justifier de la connaissance de la langue allemande de la manière prévue à l'alinéa 1er.) <L 2003-04-10/59, art. 105, 018; En vigueur : 01-01-2004>
Modifications
Art. 54bis. [1 [2 Eerste lid opgeheven.]2
[2 De kaders van de parketsecretarissen, de parketjuristen en de personeelsleden die zijn verbonden aan de parketsecretariaten van het gerechtelijk arrondissement Brussel]2 worden vastgelegd door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, met inachtneming van de volgende principes :
1° [2 ...]2.
2° bij de vaststelling van de kaders wordt een onderscheid gemaakt tussen :
a) de secretarissen;
b) de parketjuristen;
c) de niveaus B, C en D;
3° de statutaire of contractuele personeelsleden die opdrachten hebben in parketsecretarisfuncties op de datum van inwerkingtreding van deze bepaling worden meegerekend als parketsecretarissen.
Een derde van de parketsecretarissen van elk parket in het gerechtelijk arrondissement Brussel moet zijn kennis van het Frans en het Nederlands aantonen. Deze kennis wordt gerechtvaardigd door het voorleggen van een studiegetuigschrift in een onderwijsinstelling. [3 De kennis van de andere taal dan die van het getuigschrift is de kennis bedoeld in artikel 53, § 6, vierde lid, voor de secretarissen en de hoofdsecretarissen]3.]1
[2 De kaders van de parketsecretarissen, de parketjuristen en de personeelsleden die zijn verbonden aan de parketsecretariaten van het gerechtelijk arrondissement Brussel]2 worden vastgelegd door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, met inachtneming van de volgende principes :
1° [2 ...]2.
2° bij de vaststelling van de kaders wordt een onderscheid gemaakt tussen :
a) de secretarissen;
b) de parketjuristen;
c) de niveaus B, C en D;
3° de statutaire of contractuele personeelsleden die opdrachten hebben in parketsecretarisfuncties op de datum van inwerkingtreding van deze bepaling worden meegerekend als parketsecretarissen.
Een derde van de parketsecretarissen van elk parket in het gerechtelijk arrondissement Brussel moet zijn kennis van het Frans en het Nederlands aantonen. Deze kennis wordt gerechtvaardigd door het voorleggen van een studiegetuigschrift in een onderwijsinstelling. [3 De kennis van de andere taal dan die van het getuigschrift is de kennis bedoeld in artikel 53, § 6, vierde lid, voor de secretarissen en de hoofdsecretarissen]3.]1
Art. 54bis. [1 [2 Alinéa 1er abrogé.]2
[2 Les cadres des secrétaires de parquets, des juristes de parquets et des membres du personnel attachés aux secrétariats de parquet de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles]2 sont fixés par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, dans le respect des principes suivants :
1° [2 ...]2;
2° les cadres sont établis selon les distinctions suivantes :
a) les secrétaires;
b) les juristes de parquet;
c) les niveaux B, C et D;
3° les membres du personnel, statutaires ou contractuels, qui sont délégués à des fonctions de secrétaires de parquet à la date d'entrée en vigueur de la présente disposition sont pris en compte comme des secrétaires de parquet.
Un tiers des secrétaires de chaque parquet de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles doit justifier de la connaissance de la langue française et de la langue néerlandaise. Cette connaissance est justifiée par la production d'un certificat d'études dans un établissement d'enseignement. [3 La connaissance de la langue autre que celle du certificat d'études est celle visée à l'article 53, § 6, alinéa 4, pour les secrétaires et les secrétaires en chef.]3]1
[2 Les cadres des secrétaires de parquets, des juristes de parquets et des membres du personnel attachés aux secrétariats de parquet de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles]2 sont fixés par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, dans le respect des principes suivants :
1° [2 ...]2;
2° les cadres sont établis selon les distinctions suivantes :
a) les secrétaires;
b) les juristes de parquet;
c) les niveaux B, C et D;
3° les membres du personnel, statutaires ou contractuels, qui sont délégués à des fonctions de secrétaires de parquet à la date d'entrée en vigueur de la présente disposition sont pris en compte comme des secrétaires de parquet.
Un tiers des secrétaires de chaque parquet de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles doit justifier de la connaissance de la langue française et de la langue néerlandaise. Cette connaissance est justifiée par la production d'un certificat d'études dans un établissement d'enseignement. [3 La connaissance de la langue autre que celle du certificat d'études est celle visée à l'article 53, § 6, alinéa 4, pour les secrétaires et les secrétaires en chef.]3]1
Art.54bis/1.[1 § 1. De hoofdsecretaris van het parket voor de verkeersveiligheid moet zijn kennis van het Nederlands en het Frans aantonen. Deze kennis wordt gerechtvaardigd door het voorleggen van een studiegetuigschrift in een onderwijsinstelling. De kennis van de andere taal dan die van het studiegetuigschrift is de kennis bedoeld in [2 artikel 53, § 6, vierde lid]2.
§ 2. Het jaarlijks personeelsplan voor het secretariaat van de procureur voor de verkeersveiligheid bevat ministens één lid van het gerechtspersoneel dat het bewijs aantoont van de kennis van het Duits.
Deze kennis wordt gerechtvaardigd door het voorleggen van een studiegetuigschrift in een onderwijsinstelling. De kennis van de andere taal dan die van het getuigschrift is de kennis bedoeld in artikel 53, § 6, vierde lid.
Als houdende de functionele kennis van het Duits wordt tijdelijk rekening gehouden met de personen die zich ertoe verbinden het in dat lid bedoelde examen af te leggen in het jaar na hun indiensttreding en voor zover ze aantonen dat ze lessen volgen om deze taal te leren. Als ze niet deelnemen aan of niet slagen voor het examen binnen deze termijn, wordt er een einde gesteld aan hun ambt behalve als op dat moment de vereiste bedoeld in het eerste lid reeds vervuld is.]1
§ 2. Het jaarlijks personeelsplan voor het secretariaat van de procureur voor de verkeersveiligheid bevat ministens één lid van het gerechtspersoneel dat het bewijs aantoont van de kennis van het Duits.
Deze kennis wordt gerechtvaardigd door het voorleggen van een studiegetuigschrift in een onderwijsinstelling. De kennis van de andere taal dan die van het getuigschrift is de kennis bedoeld in artikel 53, § 6, vierde lid.
Als houdende de functionele kennis van het Duits wordt tijdelijk rekening gehouden met de personen die zich ertoe verbinden het in dat lid bedoelde examen af te leggen in het jaar na hun indiensttreding en voor zover ze aantonen dat ze lessen volgen om deze taal te leren. Als ze niet deelnemen aan of niet slagen voor het examen binnen deze termijn, wordt er een einde gesteld aan hun ambt behalve als op dat moment de vereiste bedoeld in het eerste lid reeds vervuld is.]1
Art.54bis/1.[1 § 1er. Le secrétaire en chef du parquet de la sécurité routière doit justifier de la connaissance de la langue française et de la langue néerlandaise. Cette connaissance est justifiée par la production d'un certificat d'études dans un établissement d'enseignement. La connaissance de la langue autre que celle du certificat d'études est la connaissance visée à [2 l'article 53, § 6, alinéa 4]2.
§ 2. Le plan de personnel annuel pour le secrétariat du procureur de la sécurité routière comporte au moins un membre du personnel judiciaire qui justifie de la connaissance de la langue allemande.
Cette connaissance est justifiée par la production d'un certificat d'études dans un établissement d'enseignement. La connaissance de la langue autre que celle du certificat d'études est celle visée à l'article 53, § 6, alinéa 4.
Sont temporairement pris en compte comme ayant une connaissance fonctionnelle de la langue allemande, les personnes qui s'engagent à présenter l'examen visé à cet alinéa, dans l'année qui suit leur entrée en fonction et pour autant qu'elles fournissent la preuve qu'elles suivent des cours d'apprentissage de cette langue. Si elles ne se présentent pas ou ne réussissent pas l'examen dans ce délai, il est mis fin à leur fonction sauf si, à ce moment, l'exigence visée à l'alinéa 1er est déjà respectée.]1
§ 2. Le plan de personnel annuel pour le secrétariat du procureur de la sécurité routière comporte au moins un membre du personnel judiciaire qui justifie de la connaissance de la langue allemande.
Cette connaissance est justifiée par la production d'un certificat d'études dans un établissement d'enseignement. La connaissance de la langue autre que celle du certificat d'études est celle visée à l'article 53, § 6, alinéa 4.
Sont temporairement pris en compte comme ayant une connaissance fonctionnelle de la langue allemande, les personnes qui s'engagent à présenter l'examen visé à cet alinéa, dans l'année qui suit leur entrée en fonction et pour autant qu'elles fournissent la preuve qu'elles suivent des cours d'apprentissage de cette langue. Si elles ne se présentent pas ou ne réussissent pas l'examen dans ce délai, il est mis fin à leur fonction sauf si, à ce moment, l'exigence visée à l'alinéa 1er est déjà respectée.]1
Art. 54ter. <INGEVOEGD bij W 2005-04-26/33, art. 4; Inwerkingtreding : 19-03-2007> § 1. [1 De artikelen 53, §§ 1 tot 4 en 6, eerste lid, 54 en 54bis zijn van toepassing op de deskundigen, de administratieve deskundigen en de assistenten, zowel in de griffies als in de parketsecretariaten, alsook, in het gerechtelijk arrondissement Brussel, op de referendarissen en de parketjuristen.]1
§ 2. De kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in artikel 53, § 6, eerste lid, bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs wordt bewezen door te slagen voor een examen.
Het examen handelt over de actieve en passieve mondelinge kennis en over de passieve schriftelijke kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in artikel 53, § 6, eerste lid, bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs.
§ 3. In afwijking van § 2, tweede lid, wordt, voor de kandidaten voor het ambt van (deskundigen, administratief deskundigen en assistenten) in het gerechtelijk arrondissement Eupen, de kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in artikel 53, § 6, eerste lid, bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs, bewezen door te slagen voor een examen dat handelt over de actieve en passieve mondelinge kennis en over de actieve en passieve schriftelijke kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in artikel 53, § 6, eerste lid, bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs. <W 2006-06-10/68, art. 61, 2°, 026; Inwerkingtreding : 19-03-2007>
§ 4. Alleen de afgevaardigd bestuurder van SELOR - Selectiebureau van de Federale Overheid - is bevoegd om de bewijzen uit te reiken van de kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in artikel 53, § 6, eerste lid, bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs.
De samenstelling van de examencommissie en de voorwaarden waaronder de bewijzen van de kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in artikel 53, § 6, eerste lid, bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs worden uitgereikt, worden bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
§ 2. De kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in artikel 53, § 6, eerste lid, bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs wordt bewezen door te slagen voor een examen.
Het examen handelt over de actieve en passieve mondelinge kennis en over de passieve schriftelijke kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in artikel 53, § 6, eerste lid, bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs.
§ 3. In afwijking van § 2, tweede lid, wordt, voor de kandidaten voor het ambt van (deskundigen, administratief deskundigen en assistenten) in het gerechtelijk arrondissement Eupen, de kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in artikel 53, § 6, eerste lid, bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs, bewezen door te slagen voor een examen dat handelt over de actieve en passieve mondelinge kennis en over de actieve en passieve schriftelijke kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in artikel 53, § 6, eerste lid, bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs. <W 2006-06-10/68, art. 61, 2°, 026; Inwerkingtreding : 19-03-2007>
§ 4. Alleen de afgevaardigd bestuurder van SELOR - Selectiebureau van de Federale Overheid - is bevoegd om de bewijzen uit te reiken van de kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in artikel 53, § 6, eerste lid, bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs.
De samenstelling van de examencommissie en de voorwaarden waaronder de bewijzen van de kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in artikel 53, § 6, eerste lid, bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs worden uitgereikt, worden bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
Modifications
Art. 54ter. § 1er. [1 Les articles 53, §§ 1er à 4 et 6, alinéa 1er, 54 et 54bis sont applicables aux experts, experts administratifs et assistants, tant aux greffes qu'aux secrétariats de parquet, ainsi que, dans l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, aux référendaires et aux juristes de parquet.]1
§ 2. La connaissance de la langue autre que celle dont la connaissance est justifiée par la production du certificat d'études visé à l'article 53, § 6, alinéa 1er, est vérifiée par un examen.
L'examen porte sur la connaissance orale passive et active et sur la connaissance écrite passive de la langue autre que celle dont la connaissance est justifiée par la production du certificat d'études visé à l'article 53, § 6, alinéa 1er.
§ 3. Par dérogation au § 2, alinéa 2, pour les candidats à la fonction (d'experts, d'experts administratifs et d'assistants) dans l'arrondissement judiciaire d'Eupen, la connaissance de la langue autre que celle dont la connaissance est justifiée par la production du certificat d'études visé à l'article 53, § 6, alinéa 1er, est vérifiée par un examen portant sur la connaissance orale passive et active et sur la connaissance écrite passive et active de la langue autre que celle dont la connaissance est justifiée par la production du certificat d'études visé à l'article 53, § 6, alinéa 1er. <L 2006-06-10/68, art. 61, 2°, 026; En vigueur : 19-03-2007>
§ 4. Seul l'administrateur délégué de SELOR - Bureau de Sélection de l'Administration fédérale - est compétent pour délivrer les certificats de connaissance de la langue autre que celle dont la connaissance est justifiée par la production du certificat d'études visé à l'article 53, § 6, alinéa 1er.
La composition de la commission d'examen et les conditions auxquelles sont délivrés les certificats de la connaissance de la langue autre que celle dont la connaissance est justifiée par la production du certificat d'études visé à l'article 53, § 6, alinéa 1er, sont déterminées par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.
§ 2. La connaissance de la langue autre que celle dont la connaissance est justifiée par la production du certificat d'études visé à l'article 53, § 6, alinéa 1er, est vérifiée par un examen.
L'examen porte sur la connaissance orale passive et active et sur la connaissance écrite passive de la langue autre que celle dont la connaissance est justifiée par la production du certificat d'études visé à l'article 53, § 6, alinéa 1er.
§ 3. Par dérogation au § 2, alinéa 2, pour les candidats à la fonction (d'experts, d'experts administratifs et d'assistants) dans l'arrondissement judiciaire d'Eupen, la connaissance de la langue autre que celle dont la connaissance est justifiée par la production du certificat d'études visé à l'article 53, § 6, alinéa 1er, est vérifiée par un examen portant sur la connaissance orale passive et active et sur la connaissance écrite passive et active de la langue autre que celle dont la connaissance est justifiée par la production du certificat d'études visé à l'article 53, § 6, alinéa 1er. <L 2006-06-10/68, art. 61, 2°, 026; En vigueur : 19-03-2007>
§ 4. Seul l'administrateur délégué de SELOR - Bureau de Sélection de l'Administration fédérale - est compétent pour délivrer les certificats de connaissance de la langue autre que celle dont la connaissance est justifiée par la production du certificat d'études visé à l'article 53, § 6, alinéa 1er.
La composition de la commission d'examen et les conditions auxquelles sont délivrés les certificats de la connaissance de la langue autre que celle dont la connaissance est justifiée par la production du certificat d'études visé à l'article 53, § 6, alinéa 1er, sont déterminées par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.
Modifications
HOOFDSTUK VII. - Overgangsbepalingen.
CHAPITRE VII. - Dispositions transitoires.
Art. 55. <NOTA : Opgeheven, behalve wat de werkrechtersraden betreft, bij W 09-08-1963, art. 20, 5°> § 1. Wanneer de verweerder woonachtig is in eene Vlaamsche gemeente gelegen binnen het gebied van een rechtsmacht waar, krachtens het eerste artikel, de rechtspleging in het Fransch moet gevoerd worden of, wanneer hij woonachtig is in eene Waalsche gemeente gelegen binnen het gebied van een rechtsmacht waar, krachtens artikel 2, de rechtspleging in het Nederlandsch moet gevoerd worden, wordt het gebruik der talen geregeld als volgt, gedurende de drie jaren die volgen op het van kracht worden dezer wet :
De akte tot inleiding van het geding wordt in het Nederlands of in het Fransch gesteld, naar gelang dat de verweerder in eene Vlaamsche of eene Waalsche gemeente woonachtig is.
De rechtspleging wordt voortgezet in de taal gebezigd voor het opstellen van de akte tot inleiding van het geding.
Indien de rechter of de ambtenaar van het openbaar ministerie de taal der akte tot inleiding van het geding niet kent, wordt de zaak verwezen voor de meest nabije of gemakkelijkst te bereiken rechtbank van denzelfden rang van een ander taalgewest, tenzij de verweerder, voor alle verweer en alle exceptie, zelfs van onbevoegdheid, vraagt dat de rechtspleging in de andere landstaal wordt voortgezet.
De in de vorige alinea voorziene aanvraag wordt mondeling gedaan door den verweerder die in persoon verschijnt; zij wordt schriftelijk ingediend indien de verweerder bij lasthebber verschijnt.
De rechter doet op staanden voet uitspraak. Hij kan de aanvraag verwerpen, indien uit de elementen van de zaak blijkt dat de verweerder een toereikende kennis bezit van de taal gebruikt in de akte tot inleiding van het geding. De beslissing van den rechter moet met redenen omkleed zijn; zij is niet voor verzet of voor beroep vatbaar en is uitvoerbaar op de minuut en voor de registratie, zonder andere rechtspleging of vormvereischte. De uitspraak van de beslissing, zelfs in afwezigheid van partijen, geldt als beteekening.
§ 2. Wanneer, in dezelfde zaak, verscheidene verweerders zijn, wordt de akte tot inleiding van het geding in het Fransch of in het Nederlandsch gesteld, naar gelang dat de woonplaats van de meerderheid van de verweerders in een Waalsche of in eene Vlaamsche gemeente gelegen is. In geval van gelijkheid, wordt de akte tot inleiding van het geding gesteld in het Fransch of in het Nederlandsch, ter keus van den eischer.
De verwijzing wordt niet uitgesproken, indien de in de vorige paragraaf voorziene aanvraag werd ingediend door de meerderheid van de verweerders. In geval van gelijkheid, beslist de rechter over de verwijzing van de zaak. Die beslissing is noch voor verzet noch voor beroep vatbaar.
De akte tot inleiding van het geding wordt in het Nederlands of in het Fransch gesteld, naar gelang dat de verweerder in eene Vlaamsche of eene Waalsche gemeente woonachtig is.
De rechtspleging wordt voortgezet in de taal gebezigd voor het opstellen van de akte tot inleiding van het geding.
Indien de rechter of de ambtenaar van het openbaar ministerie de taal der akte tot inleiding van het geding niet kent, wordt de zaak verwezen voor de meest nabije of gemakkelijkst te bereiken rechtbank van denzelfden rang van een ander taalgewest, tenzij de verweerder, voor alle verweer en alle exceptie, zelfs van onbevoegdheid, vraagt dat de rechtspleging in de andere landstaal wordt voortgezet.
De in de vorige alinea voorziene aanvraag wordt mondeling gedaan door den verweerder die in persoon verschijnt; zij wordt schriftelijk ingediend indien de verweerder bij lasthebber verschijnt.
De rechter doet op staanden voet uitspraak. Hij kan de aanvraag verwerpen, indien uit de elementen van de zaak blijkt dat de verweerder een toereikende kennis bezit van de taal gebruikt in de akte tot inleiding van het geding. De beslissing van den rechter moet met redenen omkleed zijn; zij is niet voor verzet of voor beroep vatbaar en is uitvoerbaar op de minuut en voor de registratie, zonder andere rechtspleging of vormvereischte. De uitspraak van de beslissing, zelfs in afwezigheid van partijen, geldt als beteekening.
§ 2. Wanneer, in dezelfde zaak, verscheidene verweerders zijn, wordt de akte tot inleiding van het geding in het Fransch of in het Nederlandsch gesteld, naar gelang dat de woonplaats van de meerderheid van de verweerders in een Waalsche of in eene Vlaamsche gemeente gelegen is. In geval van gelijkheid, wordt de akte tot inleiding van het geding gesteld in het Fransch of in het Nederlandsch, ter keus van den eischer.
De verwijzing wordt niet uitgesproken, indien de in de vorige paragraaf voorziene aanvraag werd ingediend door de meerderheid van de verweerders. In geval van gelijkheid, beslist de rechter over de verwijzing van de zaak. Die beslissing is noch voor verzet noch voor beroep vatbaar.
Art. 55. § 1. Lorsque le défendeur est domicilié dans une commune flamande située dans le ressort d'une juridiction où, en vertu de l'article 1, la procédure doit être faite en français ou lorsqu'il est domicilié dans une commune wallonne située dans le ressort d'une juridiction où, en vertu de l'article 2, la procédure doit être faite en néerlandais, l'emploi des langues devant cette juridiction est réglé comme suit pendant les trois années qui suivent la mise en vigueur de la loi :
L'acte introductif d'instance est rédigé en français ou en néerlandais, selon que le défendeur est domicilié dans une commune wallonne ou dans une commune flamande.
La procédure est poursuivie dans la langue employée pour la rédaction de l'acte introductif d'instance.
Si le juge saisi ou l'officier du ministère public ne connaissent pas la langue dans laquelle l'acte introductif d'instance est rédigé, la cause est renvoyée à la juridiction de même qualité la plus proche ou la plus facile à atteindre d'une autre région linguistique, à moins que le défendeur ne demande, avant toute défense ou toute exception, même d'incompétence, que la procédure soit poursuivie dans l'autre langue nationale.
La demande prévue à l'alinéa précédent est faite oralement par le défendeur comparaissant en personne; elle est introduite par écrit lorsque le défendeur comparaît par mandataire.
Le juge statue sur-le-champ. Il peut refuser de faire droit à la demande si les éléments de la cause établissent que le défendeur a une connaissance suffisante de la langue employée pour la rédaction de l'acte introductif d'instance. La décision du juge doit être motivée; elle n'est susceptible ni d'opposition ni d'appel; elle est exécutoire sur minute et avant enregistrement sans autre procédure ni formalité. Le prononcé de la décision, même en l'absence des parties, vaut signification.
§ 2. Lorsque dans une même affaire il y a plusieurs défendeurs, l'acte introductif d'instance est rédigé en français ou en néerlandais selon que la majorité des défendeurs est domiciliée dans une commune wallonne ou dans une commune flamande. En cas de parité, l'acte introductif d'instance est rédigé en français ou en néerlandais, selon le choix du demandeur.
Le renvoi n'est pas prononcé si la demande visée au paragraphe précédent est introduite par la majorité des défendeurs. En cas de parité, le juge décide du renvoi de la cause. Cette décision n'est susceptible ni d'opposition ni d'appel.
L'acte introductif d'instance est rédigé en français ou en néerlandais, selon que le défendeur est domicilié dans une commune wallonne ou dans une commune flamande.
La procédure est poursuivie dans la langue employée pour la rédaction de l'acte introductif d'instance.
Si le juge saisi ou l'officier du ministère public ne connaissent pas la langue dans laquelle l'acte introductif d'instance est rédigé, la cause est renvoyée à la juridiction de même qualité la plus proche ou la plus facile à atteindre d'une autre région linguistique, à moins que le défendeur ne demande, avant toute défense ou toute exception, même d'incompétence, que la procédure soit poursuivie dans l'autre langue nationale.
La demande prévue à l'alinéa précédent est faite oralement par le défendeur comparaissant en personne; elle est introduite par écrit lorsque le défendeur comparaît par mandataire.
Le juge statue sur-le-champ. Il peut refuser de faire droit à la demande si les éléments de la cause établissent que le défendeur a une connaissance suffisante de la langue employée pour la rédaction de l'acte introductif d'instance. La décision du juge doit être motivée; elle n'est susceptible ni d'opposition ni d'appel; elle est exécutoire sur minute et avant enregistrement sans autre procédure ni formalité. Le prononcé de la décision, même en l'absence des parties, vaut signification.
§ 2. Lorsque dans une même affaire il y a plusieurs défendeurs, l'acte introductif d'instance est rédigé en français ou en néerlandais selon que la majorité des défendeurs est domiciliée dans une commune wallonne ou dans une commune flamande. En cas de parité, l'acte introductif d'instance est rédigé en français ou en néerlandais, selon le choix du demandeur.
Le renvoi n'est pas prononcé si la demande visée au paragraphe précédent est introduite par la majorité des défendeurs. En cas de parité, le juge décide du renvoi de la cause. Cette décision n'est susceptible ni d'opposition ni d'appel.
Art. 56. <NOTA : Opgeheven, behalve wat de werkrechtersraden betreft, bij W 09-08-1963, art. 20, 5°> § 1. De verdachte woonachtig in een Vlaamsche gemeente gelegen binnen het gebied van een rechtsmacht waar, krachtens het eerste artikel, de rechtspleging in het Fransch moet gevoerd worden, of woonachtig in een Waalsche gemeente gelegen binnen het gebied van een rechtsmacht waar, krachtens artikel 2, de rechtspleging in het Nederlandsch moet gevoerd worden, kan, gedurende de drie jaren die volgen op het van kracht worden der wet, vorderen dat, voor die rechtsmacht, de rechtspleging in de andere taal wordt voortgezet.
Indien de rechter bij wien de zaak aanhangig gemaakt werd, of de ambtenaar van het openbaar ministerie de taal door verdachte gekozen niet kennen, wordt deze verwezen voor de meest nabije of gemakkelijkst te bereiken rechtsmacht van denzelfden rang, in een ander taalgebied.
§ 2. De vraag wordt ingediend door verzoekschrift, langs de griffie gericht tot den voorzitter van de betrokken rechtbank, of zelfs mondeling, voor alle verweer of alle exceptie.
Is een ondezoeksrechter aangezocht geworden de zaak te onderzoeken, dan moet verdachte zijn verzoekschrift indienen voor de raadkamer die daarover uitspraak doet, terzelfdertijd als zij de door artikel 129 van het Wetboek van Strafvordering of door artikel 130 van hetzelfde Wetboek voorziene beschikking verleent.
§ 3. Wanneer meerdere verdachten in dezelfde zaak betrokken zijn, wordt de in de vorige paragraaf voorziene aanvraag slechts ingewilligd, wanneer zij door de meerderheid der verdachten ingediend wordt.
Indien de rechter bij wien de zaak aanhangig gemaakt werd, of de ambtenaar van het openbaar ministerie de taal door verdachte gekozen niet kennen, wordt deze verwezen voor de meest nabije of gemakkelijkst te bereiken rechtsmacht van denzelfden rang, in een ander taalgebied.
§ 2. De vraag wordt ingediend door verzoekschrift, langs de griffie gericht tot den voorzitter van de betrokken rechtbank, of zelfs mondeling, voor alle verweer of alle exceptie.
Is een ondezoeksrechter aangezocht geworden de zaak te onderzoeken, dan moet verdachte zijn verzoekschrift indienen voor de raadkamer die daarover uitspraak doet, terzelfdertijd als zij de door artikel 129 van het Wetboek van Strafvordering of door artikel 130 van hetzelfde Wetboek voorziene beschikking verleent.
§ 3. Wanneer meerdere verdachten in dezelfde zaak betrokken zijn, wordt de in de vorige paragraaf voorziene aanvraag slechts ingewilligd, wanneer zij door de meerderheid der verdachten ingediend wordt.
Art. 56. § 1. L'inculpé domicilié dans une commune flamande située dans le ressort d'une juridiction où, en vertu de l'article premier, la procédure doit être faite en français, ou lorsqu'il est domicilié dans une commune wallonne située dans le ressort d'une juridiction où, en vertu de l'article 2, la procédure doit être faite en néerlandais, peut, pendant les trois années qui suivent la mise en vigueur de la loi, demander que devant cette juridiction la procédure soit poursuivie dans l'autre langue.
Si le juge saisi ou l'officier du ministère public ne connaissent pas la langue choisie par l'inculpé, celui-ci est renvoyé devant la juridiction de même ordre la plus proche ou la plus facile à atteindre d'une autre région linguistique.
§ 2. La demande est introduite par requête adressée par la voie du greffe, au président de la juridiction saisie, ou même verbalement, avant toute défense ou toute exception.
Si le juge d'instruction a été requis d'instruire l'affaire, l'inculpé doit introduire sa requête devant la chambre du conseil, qui statue sur celle-ci en même temps qu'elle rend l'ordonnance prévue par l'article 129 du Code d'instruction criminelle ou celle prévue par l'article 130 du même code.
§ 3. Lorsque plusieurs inculpés sont impliqués dans la même affaire, la demande prévue au paragraphe précédent n'est accueillie que si elle est introduite par la majorité des inculpés.
Si le juge saisi ou l'officier du ministère public ne connaissent pas la langue choisie par l'inculpé, celui-ci est renvoyé devant la juridiction de même ordre la plus proche ou la plus facile à atteindre d'une autre région linguistique.
§ 2. La demande est introduite par requête adressée par la voie du greffe, au président de la juridiction saisie, ou même verbalement, avant toute défense ou toute exception.
Si le juge d'instruction a été requis d'instruire l'affaire, l'inculpé doit introduire sa requête devant la chambre du conseil, qui statue sur celle-ci en même temps qu'elle rend l'ordonnance prévue par l'article 129 du Code d'instruction criminelle ou celle prévue par l'article 130 du même code.
§ 3. Lorsque plusieurs inculpés sont impliqués dans la même affaire, la demande prévue au paragraphe précédent n'est accueillie que si elle est introduite par la majorité des inculpés.
Art. 57. <NOTA : Opgeheven, behalve wat de werkrechtersraden betreft, bij W 09-08-1963, art. 20, 5°> Wanneer een burgerlijke of correctioneele rechtsmacht, buiten een Hof van Beroep, waarvan de zetel gevestigd is in een der provinciën of in het arrondissement in artikel 1 aangeduid, in hooger beroep, kennis neemt van in het Nederlandsch gevonniste zaken, wordt de zaak verwezen naar de meest nabije of gemakkelijkst te bereiken rechtsmacht van denzelfden rang, in een ander taalgebied.
Evenzoo, wanneer een burgerlijke of correctioneele rechtsmacht, buiten een Hof van Beroep, waarvan de zetel gevestigd is in een der provinciën of in het arrondissement, in artikel 2 aangeduid, in hooger beroep, kennis neemt van in het Fransch gevonniste zaken, en de rechter bij wien de zaak aanhangig gemaakt werd of de ambtenaar van het openbaar ministerie die taal niet kennen, wordt de zaak verwezen naar de meest nabije of gemakkelijkst te bereiken rechtsmacht van denzelfden rang, in een ander taalgebied.
Evenzoo, wanneer een burgerlijke of correctioneele rechtsmacht, buiten een Hof van Beroep, waarvan de zetel gevestigd is in een der provinciën of in het arrondissement, in artikel 2 aangeduid, in hooger beroep, kennis neemt van in het Fransch gevonniste zaken, en de rechter bij wien de zaak aanhangig gemaakt werd of de ambtenaar van het openbaar ministerie die taal niet kennen, wordt de zaak verwezen naar de meest nabije of gemakkelijkst te bereiken rechtsmacht van denzelfden rang, in een ander taalgebied.
Art. 57. Lorsqu'une juridiction civile ou correctionnelle, autre qu'une Cour d'appel et dont le siège est établi dans une des provinces ou dans l'arrondissement indiqués à l'article 1, connaît en degré d'appel d'affaires jugées en néerlandais, la cause est renvoyée devant la juridiction de même ordre la plus proche ou la plus facile à atteindre d'une autre région linguistique.
De même, lorsqu'une juridiction civile ou correctionnelle, autre qu'une Cour d'appel et dont le siège est établi dans une des provinces ou dans l'arrondissement indiqués à l'article 2, connaît en degré d'appel, d'affaires jugées en français, et que le juge saisi ou l'officier du ministère public ne connaissent pas cette langue, la cause est renvoyée devant la juridiction de même ordre la plus proche ou la plus facile à atteindre d'une autre région linguistique.
De même, lorsqu'une juridiction civile ou correctionnelle, autre qu'une Cour d'appel et dont le siège est établi dans une des provinces ou dans l'arrondissement indiqués à l'article 2, connaît en degré d'appel, d'affaires jugées en français, et que le juge saisi ou l'officier du ministère public ne connaissent pas cette langue, la cause est renvoyée devant la juridiction de même ordre la plus proche ou la plus facile à atteindre d'une autre région linguistique.
Art. 58. <NOTA : Opgeheven, behalve wat de werkrechtersraden betreft, bij W 09-08-1963, art. 20, 5°> Een koninklijk besluit duidt de in de artikelen 55 en 56 bedoelde gemeenten aan, volgens de jongste tienjaarlijksche telling en overeenkomstig artikel 42, alsmede de rechtbanken naar dewelke de zaak moet verwezen worden, bij toepassing van de artikelen 55, 56 en 57.
Art. 58. Un arrêté royal désigne les communes visées aux articles 55 et 56 d'après le dernier recensement décennal et conformément à l'article 42, ainsi que les juridictions devant lesquelles la cause doit être renvoyée, par application des articles 55, 56 et 57.
Art. 59. <NOTA : Opgeheven, behalve wat de werkrechtersraden betreft, bij W 09-08-1963, art. 20, 5°> Zoo de partij er zich niet tegen verzet, mag haar raadsman in het Fransch pleiten voor de rechtbanken waarvan de zetel is gevestigd in de provinciën en het arrondissement in het eerste artikel aangeduid en waar, overeenkomstig de artikelen 55 en 56, de rechtspleging in het Nederlandsch wordt gevoerd.
Evenzoo, indien partij er zich niet tegen verzet, mag haar raadsman het Nederlandsch gebruiken, voor de rechtbanken waarvan de zetel is gevestigd in de provinciën en het arrondissement in artikel 2 aangeduid en waar, overeenkomstig de artikelen 55, 56 en 57, alinea 2, de rechtspleging in het Fransch geschiedt.
Evenzoo, indien partij er zich niet tegen verzet, mag haar raadsman het Nederlandsch gebruiken, voor de rechtbanken waarvan de zetel is gevestigd in de provinciën en het arrondissement in artikel 2 aangeduid en waar, overeenkomstig de artikelen 55, 56 en 57, alinea 2, de rechtspleging in het Fransch geschiedt.
Art. 59. Si la partie ne s'y oppose pas, son conseil peut faire usage du français pour la plaidoirie, devant les juridictions dont le siège est établi dans les provinces et l'arrondissement indiques à l'article 1er, et où, conformément aux articles 55 et 56, la procédure est faite en néerlandais.
De même, si la partie ne s'y oppose pas, son conseil peut faire usage du néerlandais devant les juridictions dont le siège est établi dans les provinces et l'arrondissement indiqués à l'article 2,et où, conformément aux articles 55, 56 et 57, alinéa 2, la procédure est faite en français.
De même, si la partie ne s'y oppose pas, son conseil peut faire usage du néerlandais devant les juridictions dont le siège est établi dans les provinces et l'arrondissement indiqués à l'article 2,et où, conformément aux articles 55, 56 et 57, alinéa 2, la procédure est faite en français.
Art. 60. § 1. De in artikel 43 voorziene beschikkingen zijn niet toepasselijk op hen die, voor 1 Januari 1938, het diploma van doctor in de rechten of het diploma van candidaat-notaris of van licenciaat in het notariaat behaalden en zich gevoegd hebben of zullen gevoegd hebben hetzij naar artikel 49 van de wet van 10 April 1890 - 3 Juli 1891 op de toekenning der academische graden en het programma der universiteitsexamens, zooals dat aangevuld werd door artikel 7 van de wet van 31 Juli 1923 op het gebruik der talen in de Universiteit, te Gent, hetzij naar artikel 40 van de wet van 21 Mei 1929 op de toekenning der academische graden en het programma der universiteitsexamens.
§ 2. (Opgeheven) <W 1985-09-23/33, art. 34, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
§ 3. Ieder lid van een rechtscollege wordt aangezien als belet, wanneer hij de taal niet kent welke, overeenkomstig deze wet, dient te worden gebruikt. Indien, om reden van dit belet, het onmogelijk is, in een rechtscollege, den zetel samen te stellen, wordt de zaak verwezen naar een andere rechtbank van denzelfden rang en van hetzelfde beroeprechtsgebied.
De verwijzing geschiedt overeenkomstig de artikelen 7 en 20; de beslissing is noch voor verzet noch voor beroep vatbaar.
§ 2. (Opgeheven) <W 1985-09-23/33, art. 34, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
§ 3. Ieder lid van een rechtscollege wordt aangezien als belet, wanneer hij de taal niet kent welke, overeenkomstig deze wet, dient te worden gebruikt. Indien, om reden van dit belet, het onmogelijk is, in een rechtscollege, den zetel samen te stellen, wordt de zaak verwezen naar een andere rechtbank van denzelfden rang en van hetzelfde beroeprechtsgebied.
De verwijzing geschiedt overeenkomstig de artikelen 7 en 20; de beslissing is noch voor verzet noch voor beroep vatbaar.
Art. 60. § 1. Les dispositions prévues à l'article 43 ne sont pas applicables à ceux qui, ayant obtenu le diplôme de docteur en droit ou le diplôme de candidat notaire ou de licencié en notariat avant le 1er janvier 1938, se sont ou se seront conformés soit à l'article 49 de la loi du 10 avril 1890 - 3 juillet 1891 sur la collation des grades académiques et le programme des examens universitaires, tel qu'il a été complété par l'article 7 de la loi du 31 juillet 1923 sur l'emploi des langues à l'université de Gand, soit à l'article 40 de la loi du 21 mai 1929 sur la collation des grades académiques et le programme des examens universitaires.
§ 2. (Abrogé) <L 1985-09-23/33, art. 34, 002; En vigueur : 01-09-1988>
§ 3. Tout membre d'une juridiction est considéré comme empêché s'il ignore la langue à employer conformément à la présente loi. Si, en raison de cet empêchement, il est impossible, dans une juridiction, de composer le siège, la cause est renvoyée devant une juridiction de même ressort d'appel.
Le renvoi est fait conformément aux articles 7 et 20; la décision n'est susceptible ni d'opposition ni d'appel.
§ 2. (Abrogé) <L 1985-09-23/33, art. 34, 002; En vigueur : 01-09-1988>
§ 3. Tout membre d'une juridiction est considéré comme empêché s'il ignore la langue à employer conformément à la présente loi. Si, en raison de cet empêchement, il est impossible, dans une juridiction, de composer le siège, la cause est renvoyée devant une juridiction de même ressort d'appel.
Le renvoi est fait conformément aux articles 7 et 20; la décision n'est susceptible ni d'opposition ni d'appel.
Art. 61. <W 10-10-1967, art. 180> De magistraten, referendarissen en adjunkt-referendarissen behorende tot een rechtbank met zetel in de provincies Henegouwen, Luik, Luxemburg, Namen of in het arrondissement Nijvel, in dienst op de dag van de inwerkingtreding van het nieuw artikel 43 van deze wet, uit wier diploma niet blijkt dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans hebben afgelegd, worden met de magistraten die houder zijn van zulk diploma gelijkgesteld.
De magistraten, referendarissen en adjunkt-referendarissen behorende tot een rechtbank met zetel in de provincies West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Limburg of in het arrondissement Leuven, in dienst op de dag van de inwerkingtreding van vorengenoemd artikel 43, uit wier diploma niet blijkt dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd, worden met de magistraten die houder zijn van zulk diploma gelijkgesteld.
De regel van het tweede lid van dit artikel vindt eveneens toepassing op de vrederechters, de rechters in een politierechtbank en de toegevoegde rechters in een vredegerecht of een politierechtbank die hun ambt uitoefenen in een vredegerecht of een politierechtbank van het arrondissement Brussel, waarvan het rechtsgebied uitsluitend bestaat uit Vlaamse gemeenten buiten de Brusselse agglomeratie.
Behoudens de gevallen bepaald bij het derde lid, worden de magistraten, referendarissen en adjunkt-referendarissen behorende tot een rechtbank van eerste aanleg of een rechtbank van koophandel, alsmede de vrederechters, de rechters in een politierechtbank en de toegevoegde rechters in een vredegerecht of een politierechtbank uit het arrondissement Brussel, in dienst op de dag van de inwerkingtreding van vorengenoemd artikel 43, die geslaagd zijn voor het bij de voormalige paragrafen 4 en 9 van artikel 43 van bedoelde wet bepaalde examens over de grondige kennis van de tweede landstaal, op hun verzoek gelijkgesteld met de magistraten die de examens van het doctoraat in de rechten in die taal hebben afgelegd. Die regel vindt ook toepassing op de magistraten die hun diploma van doctor in de rechten hebben behaald onder de voorwaarden bepaald bij artikel 60, § 1, van deze wet en die verlangen gelijkgesteld te worden met magistraten die de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd.
De magistraten, referendarissen en adjunkt-referendarissen behorende tot een rechtbank met zetel in de provincies West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Limburg of in het arrondissement Leuven, in dienst op de dag van de inwerkingtreding van vorengenoemd artikel 43, uit wier diploma niet blijkt dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd, worden met de magistraten die houder zijn van zulk diploma gelijkgesteld.
De regel van het tweede lid van dit artikel vindt eveneens toepassing op de vrederechters, de rechters in een politierechtbank en de toegevoegde rechters in een vredegerecht of een politierechtbank die hun ambt uitoefenen in een vredegerecht of een politierechtbank van het arrondissement Brussel, waarvan het rechtsgebied uitsluitend bestaat uit Vlaamse gemeenten buiten de Brusselse agglomeratie.
Behoudens de gevallen bepaald bij het derde lid, worden de magistraten, referendarissen en adjunkt-referendarissen behorende tot een rechtbank van eerste aanleg of een rechtbank van koophandel, alsmede de vrederechters, de rechters in een politierechtbank en de toegevoegde rechters in een vredegerecht of een politierechtbank uit het arrondissement Brussel, in dienst op de dag van de inwerkingtreding van vorengenoemd artikel 43, die geslaagd zijn voor het bij de voormalige paragrafen 4 en 9 van artikel 43 van bedoelde wet bepaalde examens over de grondige kennis van de tweede landstaal, op hun verzoek gelijkgesteld met de magistraten die de examens van het doctoraat in de rechten in die taal hebben afgelegd. Die regel vindt ook toepassing op de magistraten die hun diploma van doctor in de rechten hebben behaald onder de voorwaarden bepaald bij artikel 60, § 1, van deze wet en die verlangen gelijkgesteld te worden met magistraten die de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd.
Art. 61. <L 10-10-1967, art. 180> Les magistrats, les référendaires et les référendaires adjoints membres d'un tribunal dont le siège est établi dans les provinces du Hainaut, de Liège, du Luxembourg, de Namur et dans l'arrondissement de Nivelles, en fonction le jour de l'entrée en vigueur de l'article 43 nouveau de la présente loi, qui ne justifient pas par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue française, sont assimilés aux magistrats titulaires de ce diplôme.
Les magistrats, les référendaires et les référendaires adjoints, membres d'un tribunal dont le siège est établi dans les provinces de la Flandre occidentale, de la Flandre orientale, d'Anvers, de Limbourg et dans l'arrondissement de Louvain, en fonction le jour de l'entrée en vigueur de l'article 43 précité, qui ne justifient pas par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue néerlandaise, sont assimilés aux magistrats titulaires de ce diplôme.
La règle prévue à l'alinéa 2 du présent article est pareillement applicable aux juges de paix, juges au tribunal de police, et juges de complément dans une justice de paix ou un tribunal de police qui exercent leurs fonctions dans une justice de paix ou un tribunal de police de l'arrondissement de Bruxelles et dont le ressort est composé exclusivement de communes flamandes, sises en dehors de l'agglomération bruxelloise.
Sous réserve des cas prévus à l'alinéa 3, les magistrats, les référendaires et les référendaires adjoints membres du tribunal de première instance ou du tribunal de commerce, ainsi que les juges de paix, les juges au tribunal de police et les juges de complément dans une justice de paix ou un tribunal de police de l'arrondissement de Bruxelles, en fonction le jour de l'entrée en vigueur de l'article 43 précité et qui ont réussi l'examen prévu à l'article 43, § 4 et § 9 anciens, de ladite loi et portant sur la connaissance approfondie de la seconde langue nationale, sont, à leur demande, assimilés aux magistrats qui ont subi les épreuves du doctorat en droit en cette langue. Cette règle est pareillement applicable aux magistrats qui ont obtenu leur diplôme de docteur en droit dans les conditions déterminées à l'article 60, § 1, de la présente loi et qui désirent être assimilés aux magistrats qui ont subi les épreuves du doctorat en droit en néerlandais.
Les magistrats, les référendaires et les référendaires adjoints, membres d'un tribunal dont le siège est établi dans les provinces de la Flandre occidentale, de la Flandre orientale, d'Anvers, de Limbourg et dans l'arrondissement de Louvain, en fonction le jour de l'entrée en vigueur de l'article 43 précité, qui ne justifient pas par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue néerlandaise, sont assimilés aux magistrats titulaires de ce diplôme.
La règle prévue à l'alinéa 2 du présent article est pareillement applicable aux juges de paix, juges au tribunal de police, et juges de complément dans une justice de paix ou un tribunal de police qui exercent leurs fonctions dans une justice de paix ou un tribunal de police de l'arrondissement de Bruxelles et dont le ressort est composé exclusivement de communes flamandes, sises en dehors de l'agglomération bruxelloise.
Sous réserve des cas prévus à l'alinéa 3, les magistrats, les référendaires et les référendaires adjoints membres du tribunal de première instance ou du tribunal de commerce, ainsi que les juges de paix, les juges au tribunal de police et les juges de complément dans une justice de paix ou un tribunal de police de l'arrondissement de Bruxelles, en fonction le jour de l'entrée en vigueur de l'article 43 précité et qui ont réussi l'examen prévu à l'article 43, § 4 et § 9 anciens, de ladite loi et portant sur la connaissance approfondie de la seconde langue nationale, sont, à leur demande, assimilés aux magistrats qui ont subi les épreuves du doctorat en droit en cette langue. Cette règle est pareillement applicable aux magistrats qui ont obtenu leur diplôme de docteur en droit dans les conditions déterminées à l'article 60, § 1, de la présente loi et qui désirent être assimilés aux magistrats qui ont subi les épreuves du doctorat en droit en néerlandais.
Art. 62. <W 10-10-1967, art. 181> De magistraten van het hof van beroep te Gent, in dienst bij de inwerkingtreding van artikel 43bis van deze wet, die door hun diploma niet bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd, worden gelijkgesteld met de magistraten die houder zijn van dat diploma.
De magistraten van het hof van beroep te Brussel, in dienst bij de inwerkingtreding van artikel 43bis van deze wet, die geslaagd zijn voor het bij de voormalige §§ 4 en 9 van artikel 43 van bedoelde wet bepaalde examen over de grondige kennis van de tweede landstaal, worden op hun verzoek gelijkgesteld met de magistraten die de examens van het doctoraat in de rechten in die taal hebben afgelegd. Deze regel is mede van toepassing op de magistraten die hun diploma van doctor in de rechten hebben behaald onder de voorwaarden bepaald in artikel 60, § 1, van deze wet en die verlangen te worden gelijkgesteld met de magistraten die de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd.
De magistraten van het hof van beroep te Luik, in dienst bij de inwerkingtreding van artikel 43bis van deze wet die een plaats bezetten waarvoor de voordracht toekomt aan de provincieraad van Luik, Namen of Luxemburg, en door hun diploma niet bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans hebben afgelegd, worden gelijkgesteld met de magistraten die houder zijn van dat diploma. Evenzo worden de magistraten van het hof die een plaats bezetten waarvoor de voordracht toekomt aan de provincieraad van Limburg en die door hun diploma niet bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd, gelijkgesteld met de magistraten die houder zijn van dat diploma.
De magistraten van het parket bij het Hof van beroep te Luik die voorheen een ambt hebben uitgeoefend in een nederlandstalige rechtbank, worden, voor zoveel als nodig, gelijkgesteld met de magistraten die houder zijn van een diploma waaruit blijkt dat zij de examens van het doktoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd.
De magistraten van het hof van beroep te Brussel, in dienst bij de inwerkingtreding van artikel 43bis van deze wet, die geslaagd zijn voor het bij de voormalige §§ 4 en 9 van artikel 43 van bedoelde wet bepaalde examen over de grondige kennis van de tweede landstaal, worden op hun verzoek gelijkgesteld met de magistraten die de examens van het doctoraat in de rechten in die taal hebben afgelegd. Deze regel is mede van toepassing op de magistraten die hun diploma van doctor in de rechten hebben behaald onder de voorwaarden bepaald in artikel 60, § 1, van deze wet en die verlangen te worden gelijkgesteld met de magistraten die de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd.
De magistraten van het hof van beroep te Luik, in dienst bij de inwerkingtreding van artikel 43bis van deze wet die een plaats bezetten waarvoor de voordracht toekomt aan de provincieraad van Luik, Namen of Luxemburg, en door hun diploma niet bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans hebben afgelegd, worden gelijkgesteld met de magistraten die houder zijn van dat diploma. Evenzo worden de magistraten van het hof die een plaats bezetten waarvoor de voordracht toekomt aan de provincieraad van Limburg en die door hun diploma niet bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd, gelijkgesteld met de magistraten die houder zijn van dat diploma.
De magistraten van het parket bij het Hof van beroep te Luik die voorheen een ambt hebben uitgeoefend in een nederlandstalige rechtbank, worden, voor zoveel als nodig, gelijkgesteld met de magistraten die houder zijn van een diploma waaruit blijkt dat zij de examens van het doktoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd.
Art. 62. <L 10-10-1967, art. 181> Les magistrats membres de la cour d'appel de Gand, en fonctions lors de l'entrée en vigueur de l'article 43bis de la présente loi, qui ne justifient pas par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue néerlandaise, sont assimilés aux magistrats titulaires de ce diplôme.
Les magistrats membres de la cour d'appel de Bruxelles, en fonction lors de l'entrée en vigueur de l'article 43bis de la présente loi, qui ont réussi l'examen prévu à l'article 43, § 4 et § 9 anciens, de ladite loi et portant sur la connaissance approfondie de la seconde langue nationale, sont, à leur demande assimilés aux magistrats, qui ont subi les épreuves du doctorat en droit en cette langue. Cette règle est pareillement applicable aux magistrats qui ont obtenu leur diplôme de docteur en droit dans les conditions déterminées à l'article 60, § 1, de la présente loi et qui désirent être assimilés aux magistrats qui ont subi les épreuves du doctorat en droit en néerlandais.
Les magistrats membres de la cour d'appel de Liège, en fonction lors de l'entrée en vigueur de l'article 43bis de la présente loi qui occupent une place dont la présentation revient au conseil provincial de Liège, de Namur ou du Luxembourg et qui ne justifient pas par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue française, sont assimilés aux magistrats titulaires de ce diplôme; de même les magistrats membres de ladite cour qui occupent une place dont la présentation revient au conseil provincial du Limbourg et qui ne justifient pas par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue néerlandaise sont assimilés aux magistrats titulaires de ce diplôme.
Les magistrats du parquet près la Cour d'appel de Liège, qui ont exercé précédemment une fonction dans un tribunal de régime linguistique néerlandais sont, pour autant que de besoin, assimilés aux magistrats qui justifient par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en néerlandais.
Les magistrats membres de la cour d'appel de Bruxelles, en fonction lors de l'entrée en vigueur de l'article 43bis de la présente loi, qui ont réussi l'examen prévu à l'article 43, § 4 et § 9 anciens, de ladite loi et portant sur la connaissance approfondie de la seconde langue nationale, sont, à leur demande assimilés aux magistrats, qui ont subi les épreuves du doctorat en droit en cette langue. Cette règle est pareillement applicable aux magistrats qui ont obtenu leur diplôme de docteur en droit dans les conditions déterminées à l'article 60, § 1, de la présente loi et qui désirent être assimilés aux magistrats qui ont subi les épreuves du doctorat en droit en néerlandais.
Les magistrats membres de la cour d'appel de Liège, en fonction lors de l'entrée en vigueur de l'article 43bis de la présente loi qui occupent une place dont la présentation revient au conseil provincial de Liège, de Namur ou du Luxembourg et qui ne justifient pas par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue française, sont assimilés aux magistrats titulaires de ce diplôme; de même les magistrats membres de ladite cour qui occupent une place dont la présentation revient au conseil provincial du Limbourg et qui ne justifient pas par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en langue néerlandaise sont assimilés aux magistrats titulaires de ce diplôme.
Les magistrats du parquet près la Cour d'appel de Liège, qui ont exercé précédemment une fonction dans un tribunal de régime linguistique néerlandais sont, pour autant que de besoin, assimilés aux magistrats qui justifient par leur diplôme qu'ils ont subi les examens du doctorat en droit en néerlandais.
Art. 63. <W 10-10-1967, art. 182> De magistraten van het Hof van cassatie, in dienst bij de inwerkingtreding van artikel 43quater van deze wet, die geslaagd zijn voor het bij de voormalige paragrafen 4 en 9 van artikel 43 van bedoelde wet bepaalde examen over de grondige kennis van de tweede landstaal, worden op hun verzoek gelijkgesteld met de magistraten die de examens van het doctoraat in de rechten in die taal hebben afgelegd. Deze regel vindt eveneens toepassing op de magistraten die hun diploma van doctor in de rechten hebben behaald onder de voorwaarden bepaald in artikel 60, § 1, van deze wet en die verlangen te worden gelijkgesteld met de magistraten die de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd.
Art. 63. <L 10-10-1967, art. 182> Les magistrats membres de la Cour de cassation, en fonction lors de l'entrée en vigueur de l'article 43quater de la présente loi, qui ont réussi l'examen prévu à l'article 43, § 4 et § 9 anciens de ladite loi, et portant sur la connaissance approfondie de la seconde langue nationale, sont, à leur demande, assimilés aux magistrats qui ont subi les épreuves du doctorat en droit en cette langue. Cette règle est pareillement applicable aux magistrats qui ont obtenu leur diplôme de docteur en droit dans les conditions déterminées à l'article 60, § 1, de la présente loi, et qui désirent être assimilés aux magistrats qui ont subi les épreuves du doctorat en droit en néerlandais.
Art. 63bis. (Ingevoegd bij W 10-10-1967, art. 183) De aanvragen bedoeld in de nieuwe artikelen 61, lid 4, 62 en 63 van deze wet moeten aan de minister van Justitie gericht worden uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van die bepalingen. Na vaststelling dat aan de wettelijke vereisten in voormelde artikelen bepaald is voldaan, geeft de minister aan de magistraat akte van zijn gelijkstelling met houders van een diploma van doctor in de rechten in het Nederlands, hetzij in het Frans, naar gelang van het geval.
Art. 63bis. (Inséré par L 10-10-1967, art. 183) La demande prévue aux articles 61, alinéa 4, 62 et 63 nouveaux de la présente loi doit être adressée au ministre de la Justice au plus tard trois mois après l'entrée en vigueur desdites dispositions. Après avoir constaté que les conditions légales prévues auxdits articles sont remplies, le ministre donne acte au magistrat requérant de son assimilation aux titulaires d'un diplôme de docteur en droit, selon le cas, en néerlandais ou en français.
Art. 63ter. (Ingevoegd bij W 10-10-1967, art. 184) De bepaling van artikel 43quater, die het taalstelsel regelt waartoe de (de eerste voorzitter en de voorzitter van het Hof van Cassatie, de afdelingsvoorzitters in het Hof van Cassatie, de procureur-generaal en de eerste advocaat-generaal bij dit Hof) behoren, is niet toepasselijk op de magistraten die tot raadsheer of tot advocaat-generaal bij het Hof van cassatie werden benoemd vóór de inwerkingtreding van voormelde bepaling. <W 03-01-1980, art. 4>
Art. 63ter. (Inséré par L 10-10-1967, art. 184) La disposition de l'article 43quater, qui règle le régime linguistique (du premier président et du président de la Cour de cassation, des présidents de section à la Cour de cassation, du procureur général et du premier avocat général près cette Cour), n'est pas applicable aux magistrats nommés conseillers ou avocats généraux à la Cour de cassation avant l'entrée en vigueur de la disposition précitée. <L 03-01-1980, art. 4>
Art. 64. De advocaten die voor 1 Januari 1930 het diploma van doctor in de rechten behaald hebben, kunnen, in burgerlijke zaken en in handelszaken, voor hun pleidooien alleen, de taal bezigen die zij verkiezen; voor de strafgerechten, andere dan de Hoven van Assisen, hebben zij, op uitdrukkelijk verzoek van den verdachte wiens verdediging zij waarnemen, hetzelfde recht.
Gedurende een termijn van vijf jaar, te rekenen vanaf het van kracht worden dezer wet, hebben de advocaten die het diploma van doctor in de rechter na 1 Januari 1930 bekomen hebben, het in de vorige alinea verleende recht.
Gedurende een termijn van vijf jaar, te rekenen vanaf het van kracht worden dezer wet, hebben de advocaten die het diploma van doctor in de rechter na 1 Januari 1930 bekomen hebben, het in de vorige alinea verleende recht.
Art. 64. Les avocats qui ont obtenu le diplôme de docteur en droit avant le 1er janvier 1930 peuvent, en matière civile et commerciale, faire usage, pour les plaidoiries seulement, de la langue de leur choix. Devant les juridictions répressives, autres que les Cours d'assises, ils bénéficient du même droit, à la demande expresse de l'inculpé dont ils assument la défense.
Pendant un délai de cinq années à partir de la mise en vigueur de la loi, le droit accordé par l'alinéa précédent appartient aux avocats qui ont obtenu le diplôme de docteur en droit après le 1er janvier 1930.
Pendant un délai de cinq années à partir de la mise en vigueur de la loi, le droit accordé par l'alinéa précédent appartient aux avocats qui ont obtenu le diplôme de docteur en droit après le 1er janvier 1930.
Art. 65. <W 10-10-1967, art. 185> Het minimum aantal raadsheren, die een ambt bezetten waarvoor de voordracht door de provincieraad van Brabant werd ingediend en die hun diploma van doctor in de rechten in het Nederlands hebben behaald, moet uiterlijk worden bereikt wanneer, sinds de inwerkingtreding van de wet, twintig raadsheren zullen zijn benoemd tot ambten waarvoor voordrachten door die provincieraad worden ingediend.
Art. 65. <L 10-10-1967, art. 185> Le nombre minimum de conseillers occupant des places pour lesquelles les présentations ont été faites par le conseil provincial du Brabant et ayant un diplôme de docteur en droit en langue néerlandaise, devra être atteint, au plus tard, lorsque vingt conseillers auront été nommés depuis l'entrée en vigueur de la loi à des places pour lesquelles les présentations sont faites par le conseil provincial du Brabant.
Art. 66. <HERSTELD door W 2002-07-18/47, art. 3, 017; Inwerkingtreding : 01-01-2003> De magistraten die op de datum van inwerkingtreding van artikel 43quinquies zoals gewijzigd door de wet van 18 juli 2002, de kennis van de andere taal dan deze waarin zij hun doctoraat of licentie in de rechten hebben behaald, bewezen hebben, worden geacht geslaagd te zijn voor het taalexamen bedoeld in artikel 43quinquies , § 1, vierde lid.
Art. 66. Les magistrats qui, à la date de l'entrée en vigueur de l'article 43quinquies tel que modifié par la loi du 18 juillet 2002, justifient de la connaissance de l'autre langue que celle dans laquelle ont été subis les examens du doctorat ou de la licence en droit, sont réputés avoir réussi l'examen linguistique fixé à l'article 43quinquies, § 1er, alinéa 4.
Art. 66bis. <INGEVOEGD bij W 2005-04-26/33, art. 5; Inwerkingtreding : 19-03-2007> De personen die, op de datum van inwerkingtreding van de artikelen 2 tot 5 van de wet van 26 april 2005 tot wijziging van de artikelen 53, § 6, en 54bis van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en tot invoeging in die wet van een artikel 54ter en een artikel 66bis, de kennis bewijzen van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in artikel 53, § 6, eerste lid, bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs, worden geacht geslaagd te zijn voor het respectievelijk in artikel 53, § 6, tweede lid, in artikel 54ter, § 2, en in artikel 54ter, § 3, bedoelde taalexamen.
De personen die, op de datum van inwerkingtreding van de artikelen 2 tot 5 van de wet van 26 april 2005 tot wijziging van de artikelen 53, § 6, en 54bis van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en tot invoeging in die wet van een artikel 54ter en een artikel 66bis, houder zijn van een bewijs van taalkennis uitgereikt door de afgevaardigd bestuurder van SELOR - Selectiebureau van de Federale Overheid - worden, onder de door de Koning bepaalde voorwaarden, geacht geslaagd te zijn voor het respectievelijk in artikel 53, § 6, tweede lid, artikel 54ter, § 2, en in artikel 54ter, § 3, bedoelde taalexamen.
De personen die, op de datum van inwerkingtreding van de artikelen 2 tot 5 van de wet van 26 april 2005 tot wijziging van de artikelen 53, § 6, en 54bis van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en tot invoeging in die wet van een artikel 54ter en een artikel 66bis, houder zijn van een bewijs van taalkennis uitgereikt door de afgevaardigd bestuurder van SELOR - Selectiebureau van de Federale Overheid - worden, onder de door de Koning bepaalde voorwaarden, geacht geslaagd te zijn voor het respectievelijk in artikel 53, § 6, tweede lid, artikel 54ter, § 2, en in artikel 54ter, § 3, bedoelde taalexamen.
Art. 66bis. Les personnes qui, à la date de l'entrée en vigueur des articles 2 à 5 de la loi du 26 avril 2005 modifiant les articles 53, § 6, et 54bis de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire et insérant dans celle-ci un article 54ter et un article 66bis, justifient de la connaissance de la langue autre que celle dont la connaissance est justifiée par la production du certificat d'études visé à l'article 53, § 6, alinéa 1er, sont réputées avoir réussi l'examen linguistique visé respectivement à l'article 53, § 6, alinéa 2, à l'article 54ter, § 2, et à l'article 54ter, § 3.
Aux conditions déterminées par le Roi, les personnes qui, à la date de l'entrée en vigueur des articles 2 à 5 de la loi du 26 avril 2005 modifiant les articles 53, § 6, et 54bis de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire et insérant dans celle-ci un article 54ter et un article 66bis, sont titulaires d'un certificat de connaissances linguistiques délivré par l'administrateur délégué de SELOR - Bureau de Sélection de l'Administration fédérale - sont réputées avoir réussi l'examen linguistique visé respectivement à l'article 53, § 6, alinéa 2, à l'article 54ter, § 2, et à l'article 54ter, § 3.
Aux conditions déterminées par le Roi, les personnes qui, à la date de l'entrée en vigueur des articles 2 à 5 de la loi du 26 avril 2005 modifiant les articles 53, § 6, et 54bis de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire et insérant dans celle-ci un article 54ter et un article 66bis, sont titulaires d'un certificat de connaissances linguistiques délivré par l'administrateur délégué de SELOR - Bureau de Sélection de l'Administration fédérale - sont réputées avoir réussi l'examen linguistique visé respectivement à l'article 53, § 6, alinéa 2, à l'article 54ter, § 2, et à l'article 54ter, § 3.
HOOFDSTUK VIII. - Inwerkingtreding.
CHAPITRE VIII. - Mise en vigueur.
Art. 67. Alle wettelijke beschikkingen of besluiten die niet met deze wet overeenkomen, zijn vervallen.
Art. 67. Toutes dispositions légales ou arrêtés non conformes à la présente loi sont abrogés.
Art. 68. Onder voorbehoud van de voorafgaande overgangsbepalingen, zal deze wet op 15 September 1935 van kracht worden.
Zij is niet toepasselijk op de voor dien datum ingeleide zaken of ingestelde vervolgingen.
Zij is niet toepasselijk op de voor dien datum ingeleide zaken of ingestelde vervolgingen.
Art. 68. Sous réserve des dispositions transitoires qui précèdent, la présente loi entrera en vigueur le 15 septembre 1935.
Elle ne s'applique pas aux causes introduites avant cette date ou aux poursuites intentées avant cette date.
Elle ne s'applique pas aux causes introduites avant cette date ou aux poursuites intentées avant cette date.