Aller au contenu principal

ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221003.3N.7

Détails de la décision

🏛️ Hof van Cassatie 📅 🌐 NL

Matière

Arbeidsrecht

Texte intégral

Nr. S.21.0049.N HUNTSMAN (EUROPE) bv, met zetel te 3078 Kortenberg, Everslaan 45, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0468.807.829, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen A.S., verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480, bus 9, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Brussel van 9 februari 2021. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 29 augustus 2022 een schriftelijke conclusie ter griffie neergelegd. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel 1. Artikel 39, § 1, eerste lid, Arbeidsovereenkomstenwet bepaalt: “Is de overeenkomst voor onbepaalde tijd gesloten, dan is de partij die de overeenkomst beëindigt zonder dringende reden of zonder inachtneming van de opzeggingstermijn vastgesteld in de artikelen 37/2, 37/5, 37/6 en 37/11 gehouden de andere partij een vergoeding te betalen die gelijk is aan het lopend loon dat overeenstemt hetzij met de duur van de opzeggingstermijn, hetzij met het resterende gedeelte van die termijn. De vergoeding is nochtans steeds gelijk aan het lopend loon dat overeenstemt met de duur van de opzeggingstermijn, wanneer de opzegging uitgaat van de werkgever en met miskenning van het bepaalde in artikel 40 van de arbeidswet van 16 maart 1971.” Artikel 39, § 1, tweede lid, Arbeidsovereenkomstenwet bepaalt: “De opzeggingsvergoeding behelst niet alleen het lopend loon, maar ook de voordelen verworven krachtens de overeenkomst.” 2. In zijn gewone arbeidsrechtelijke betekenis is loon de tegenprestatie van arbeid die ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst wordt verricht. Geldsommen en in geld waardeerbare voordelen die aan de werknemer worden betaald of verstrekt als tegenprestatie van de arbeid die hij in uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst heeft verricht, zijn bijgevolg loon zoals beoogd in artikel 39 Arbeidsovereenkomstenwet. 3. De omstandigheid dat een geldsom of in geld waardeerbaar voordeel, betaald of verstrekt als tegenprestatie van de arbeid die een werknemer in uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst heeft verricht, niet is toegekend door de werkgever met wie de werknemer door een arbeidsovereenkomst verbonden is, maar door een derde die vreemd is aan de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de werkgever, sluit op zich niet uit dat die vergoeding loon is dat in aanmerking komt ter bepaling van de in toepassing van artikel 39 Arbeidsovereenkomstenwet verschuldigde opzeggingsvergoeding. Het onderdeel dat geheel op een andere rechtsopvatting berust, faalt naar recht. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 559,45 euro en op de som van 20 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Christian Storck, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Mireille Delange, en de raadsheren Antoine Lievens en Eric de Formanoir, en in openbare terechtzitting van 3 oktober 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden.