ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220928.2F.13
Détails de la décision
🏛️ Hof van Cassatie
📅
🌐 NL
Matière
Bestuursrecht - Overige
Texte intégral
Nr. P.22.1186.F
BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris bevoegd voor Asiel en Migratie,
Mr. Stamatina Arkoulis, advocaat bij de balie Brussel, en mr. Sophie Matray, advocaat bij de balie Luik-Hoei,
tegen
A. F.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 31 augustus 2022.
De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
Raadsheer Françoise Roggen heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Michel Nolet de Brauwere heeft geconcludeerd.
II. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Het middel dat schending aanvoert van artikel 41, § 1, Taalwet Bestuurszaken, verwijt het arrest de beslissing tot verwijdering van de verweerder van het grondgebied en tot zijn vrijheidsbeneming onwettig te verklaren omdat ze in het Nederlands is gesteld.
Krachtens dat artikel maken de centrale diensten voor hun betrekkingen met de particulieren gebruik van die van de drie talen waarvan laatstgenoemden zich hebben bediend.
Wanneer het bevel om het grondgebied te verlaten een bijkomende beslissing is bij een beslissing tot weigering van verblijf, impliceert het voormelde artikel dat de administratie met het oog hierop de taal gebruikt waarvan de vreemdeling zich heeft bediend in de procedure die hij heeft ingeleid om tot een verblijf in België te worden gemachtigd.
Die bepaling is niet van toepassing wanneer het bevel om het grondgebied te verlaten, dat gepaard gaat met een vasthoudingsmaatregel, volgt op de vaststelling dat de vreemdeling na een weigering tot verblijf volhardt in zijn onregelmatig verblijf op het grondgebied.
Uit de rechtspleging blijkt wat volgt:
- de verweerder heeft op 23 oktober 2019 een bevel gekregen om het grondgebied te verlaten, waaraan hij geen gevolg heeft gegeven; die beslissing werd hem dezelfde dag ter kennis gebracht, na afloop van een procedure die in het Frans werd gevoerd; die maatregel werd bevestigd op 14 november 2019; het tegen die beslissing ingestelde rechtsmiddel werd verworpen bij arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen van 28 juni 2021;
- de verweerder heeft daarna achtereenvolgens een aanvraag voor een werkvergunning en twee aanvragen voor gezinshereniging ingediend, die hem werden geweigerd, de laatstgenoemde bij een op 27 april 2022 betekende beslissing, zonder het bevel om het grondgebied te verlaten;
- de verweerder werd op 14 juli 2022 door de politie aangehouden, waarna hem een Nederlandstalig bevel om het grondgebied te verlaten, met een Nederlandstalige beslissing tot terbeschikkingstelling van de Dienst Vreemdelingenzaken, werd afgegeven;
- dat bevel om het grondgebied te verlaten, genomen op grond van artikel 74/11, § 1, tweede lid, Vreemdelingenwet, wordt gemotiveerd door de omstandigheid dat de verweerder geen gevolg heeft gegeven aan de verwijderingsmaatregel van 23 oktober 2019, die niet werd uitgevoerd.
Aangezien de maatregel van 14 juli 2022 geen bijkomende beslissing is bij de beslissing die uitspraak doet over de aan de administratieve overheid gerichte verblijfsaanvraag, diende laatstgenoemde die maatregel niet in het Frans te stellen.
Door anders te beslissen, verantwoordt het arrest zijn beslissing niet naar recht.
Het middel is gegrond.
Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.
Houdt de beslissing over de kosten aan en laat deze over aan de rechter op verwijzing.
Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter ridder Jean de Codt, als voorzitter, de raadsheren Françoise Roggen, Eric de Formanoir, François Stévenart Meeûs en Ignacio de la Serna, en in openbare rechtszitting van 28 september 2022 uitgesproken door voorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Michel Nolet de Brauwere, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.
Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Bruno Lietaert en overgeschreven met assistentie van griffier Kristel Vanden Bossche.