Aller au contenu principal

ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220913.2N.15

Détails de la décision

🏛️ Hof van Cassatie 📅 🌐 NL

Matière

Overige - Strafrecht

Résumé

De rechter mag een overeenkomstig artikel 152, § 1, Wetboek van Strafvordering geformuleerd verzoek tot het bepalen van conclusietermijnen verwerpen indien blijkt dat dit verzoek een louter dilatoir oogmerk heeft; in dat geval dient de rechter de feitelijke gegevens te ...

Texte intégral

Nr. P.22.0869.N A R Y, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Wiet Goris, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 25 mei 2022. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep 1. Het bestreden vonnis verklaart eisers hoger beroep ontvankelijk. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is eisers cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middelen 2. Het eerste middel voert miskenning aan van het recht van verdediging: de appelrechters weigeren eisers op de rechtszitting van 28 april 2022 geformuleerd verzoek om uitstel en om conclusietermijnen respectievelijk omdat daarvan niet vooraf kennis werd gegeven en omdat het verzoek om dilatoire redenen is gedaan; dit dilatoir karakter wordt op geen enkele wijze gemotiveerd; noch uit het strafdossier noch uit de houding van de eiser en zijn raadsman blijkt dat de verzoeken om dilatoire redenen werden geformuleerd; dit blijkt evenmin uit het proces-verbaal van de rechtszitting of uit het bestreden vonnis; er bestond geen gevaar voor overschrijding van de redelijke termijn of voor verjaring; de appelrechters hebben nagelaten aan te geven met verwijzing naar omstandigheden eigen aan de zaak dat de weigering conclusietermijnen te verlenen het recht op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd niet in het gedrang brengt. Het tweede middel voert schending aan van artikel 152, § 1, Wetboek van Strafvordering: er bestaat weliswaar geen absoluut recht op conclusietermijnen, maar indien een verzoek daartoe wordt geweigerd, kan dit enkel omwille van de verjaring van de strafvordering, de overschrijding van de redelijke termijn, de hechtenis van de beklaagde of andere beklaagden, het tijdsverloop tussen de betekening van de dagvaarding en de inleidingszitting of het weinig complex karakter van de zaak; geen van die weigeringsgronden is hier van toepassing. 3. De rechter mag een overeenkomstig artikel 152, § 1, Wetboek van Strafvordering geformuleerd verzoek tot het bepalen van conclusietermijnen verwerpen indien blijkt dat dit verzoek een louter dilatoir oogmerk heeft. In dat geval dient de rechter de feitelijke gegevens te vermelden waaruit hij dit oordeel afleidt. 4. De appelrechters hebben eisers verzoek om conclusietermijnen verworpen op de enkele grond dat dit verzoek dilatoir was. Die beslissing is niet naar recht verantwoord. De middelen zijn in zoverre gegrond. Omvang van de cassatie 5. De vernietiging van de weigeringsbeslissing om conclusietermijnen toe te kennen, leidt tot de vernietiging van het bestreden vonnis dat er een gevolg van is. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis behoudens in zoverre dit eisers hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 119,35 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en in openbare rechtszitting van 13 september 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant.