ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220902.1N.7
Détails de la décision
🏛️ Hof van Cassatie
📅
🌐 NL
Matière
Intellectuele eigendom - Overige
Résumé
Artikel XII.22 WER is enkel van toepassing bij de eerste registratie van
de domeinnaam en niet bij de hernieuwing ervan.
Texte intégral
Nr. C.21.0396.N
1. C. P.,
2. DOEHETZELF-ZWEMVIJVERS.BE bv,
eisers,
vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de eisers woonplaats kiezen,
tegen
1. K. B.,
2. ’T GROENE PLAN bv,
verweerders.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 2 juni 2021.
Advocaat-generaal Els Herregodts heeft op 18 juli 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd.
Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd.
II. CASSATIEMIDDELEN
De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.
III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste middel
Eerste onderdeel
(…)
Derde onderdeel
(…)
Vierde onderdeel
4. Artikel XII.22 WER bepaalt: “Het is verboden om, met het doel een derde te schaden of er een ongerechtvaardigd voordeel uit te halen, een domeinnaam, waarop men geen enkel recht of legitiem belang kan laten gelden, te laten registreren door een hiertoe officieel erkende instantie, al dan niet via een tussenpersoon, wanneer die domeinnaam identiek is of dusdanig overeenstemt dat hij verwarring kan scheppen met, onder meer, een merk, een geografische aanduiding of een benaming van oorsprong, een handelsnaam, een origineel werk, een naam van een vennootschap of van een vereniging, een geslachtsnaam of de naam van een geografische entiteit, die aan iemand anders toebehoort.”
Artikel XII.22 WER dient aldus te worden uitgelegd dat het enkel van toepassing is bij de eerste registratie van de domeinnaam.
5. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de vereisten van artikel XII.22 WER niet enkel gelden bij de eerste registratie van een domeinnaam, maar ook bij de hernieuwing van de registratie, faalt naar recht.
Tweede middel
Tweede onderdeel
(…)
Derde middel
7. Krachtens artikel 1385bis, derde lid, Gerechtelijk Wetboek, dat overeenstemt met artikel 1, lid 3, Dwangsomwet, kan de dwangsom niet worden verbeurd voor de betekening van de uitspraak waarbij ze is vastgesteld.
Luidens het vierde lid van deze bepaling, dat overeenstemt met artikel 1, lid 4, Dwangsomwet, kan de rechter bepalen dat de veroordeelde pas na verloop van een zekere termijn de dwangsom zal kunnen verbeuren.
De termijn die de rechter toekent voor de uitvoering van de hoofdveroordeling, en de termijn gedurende dewelke volgens de beslissing van de rechter de dwangsom niet is verbeurd, zijn van verschillende juridische aard en strekking. De eerst vermelde termijn is immers bedoeld om aan de schuldenaar de gelegenheid te geven de tegen hem uitgesproken veroordeling na te komen. De termijn als bedoeld in artikel 1, lid 4, strekt ertoe de schuldenaar nog enige tijd te geven de veroordeling na te komen zonder dat de niet-nakoming de verbeurte van een dwangsom tot gevolg heeft.
8. De appelrechter beveelt de staking van het gecombineerd gebruik van de productaanduiding “classic”, “improved” en “ultimate”, dan wel enige vertaling ervan en van de foto’s weergegeven onder de stukkenbundel van de tweede verweerster onder nummer 42.1-42.6 door weergave ervan op de website van de tweede eiseres “onder verbeurte van een dwangsom ten bedrage van 1000 euro/inbreuk per dag vanaf de 14e dag na uitspraak van onderhavig arrest te betalen aan [de tweede verweerster].”
De aldus aan de eisers verleende termijn om het voormeld gebruik te staken betreft een uitvoeringstermijn en geen dwangsomtermijn in de zin van artikel 1385bis, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek.
In zoverre het middel is gesteund op de veronderstelling dat de voormelde termijn een termijn in de zin van artikel 1385bis, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek is, kan het niet worden aangenomen.
9. Artikel 1385bis, derde lid, Gerechtelijk Wetboek staat niet eraan in de weg dat de rechter aan de veroordeelde een termijn verleent om aan de hoofdveroordeling te voldoen onder verbeurte van een dwangsom voor het geval de veroordeling niet tijdig wordt uitgevoerd en hij deze termijn laat ingaan op het tijdstip van zijn uitspraak of van een andere gebeurtenis die de betekening van de beslissing voorafgaat. In dergelijk geval zal de dwangsom evenwel slechts vanaf het verstrijken van de uitvoeringstermijn verbeuren indien de beslissing op dat ogenblik ook reeds werd betekend.
In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
Overige grieven
10. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.
Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het voor recht zegt dat het gebruik van de foto’s weergegeven onder de stukkenbundel van de tweede verweerster onder nummer 42.1-42.6 door weergave ervan op de website van de tweede eiseres, als een misleidende daad dient te worden beschouwd in de zin van artikel VI.105.6 WER en als dusdanig een oneerlijke marktpraktijk in de zin van artikel VI.104 WER ten aanzien van de tweede verweerster en in zoverre het vervolgens de staking beveelt van dit gebruik door de eisers, onder verbeurte van een dwangsom, en in zoverre het oordeelt over de kosten.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.
Veroordeelt de eisers tot de helft van de kosten.
Houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.
Bepaalt de kosten voor de eisers op 832,33 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 2 september 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende.