Aller au contenu principal

ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220629.2F.3

Détails de la décision

🏛️ Hof van Cassatie 📅 🌐 NL

Matière

Strafrecht

Texte intégral

Nr. P.22.0353.F PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, tegen Y. D. V., Mr. Catherine Toussaint en mr. Damien Holzapfel, advocaten bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 23 februari 2022. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Advocaat-generaal Michel Nolet de Brauwere heeft op 25 mei 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd ter griffie. Op de rechtszitting van 29 juni 2022 heeft voorzitter ridder Jean de Codt verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd. II. DE FEITEN De verweerder werd vervolgd wegens schending van het beroepsgeheim omdat hij, in zijn hoedanigheid van advocaat, de broer van zijn cliënt een bericht had gestuurd om hem op de hoogte te brengen van de aanhouding van laatstgenoemde en van een op handen zijnde huiszoeking. Het bericht dat via de applicatie “Snapchat” werd verstuurd, werd door de geadresseerde niet gelezen: voordat hij hiervan kon kennisnemen, hebben de politieagenten die zich ter plaatse hadden begeven, zijn mobiele telefoon in beslag genomen en hebben zij een foto genomen van het litigieuze bericht, dat hierna automatisch werd gewist. De correctionele rechtbank heeft de verweerder vrijgesproken omdat de door het geheim gedekte informatie niet aan de geadresseerde van het bericht werd bekendgemaakt, aangezien hij hiervan niet op de hoogte was. Het bestreden arrest bevestigt die beslissing. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Het middel voert schending aan van artikel 458 Strafwetboek. De eiser voert aan dat, aangezien de schending van het beroepsgeheim een aflopend misdrijf is, dit misdrijf is voltrokken zodra de vertrouwelijke informatie werd verzonden, zelfs als de geadresseerde hiervan niet heeft kunnen kennisnemen. De daad die wordt bestraft door de in het middel bedoelde wetsbepaling, bestaat erin opzettelijk, buiten de gevallen waarin de bekendmaking verplicht of toegestaan is, een geheim bekend te maken waarvan de drager uit hoofde van zijn staat of beroep kennis heeft, terwijl hij weet of dient te weten dat de bekendmaking ervan bij wet verboden is. Ongeacht de wijze of de drager waarop het geheim wordt bekendgemaakt, is de bekendmaking voltrokken zodra de door het geheim gedekte gegevens ter kennis zijn gebracht van de persoon aan wie de dader deze heeft willen bekendmaken, terwijl hij daartoe niet het recht had. Er is dus geen sprake van strafbare bekendmaking wanneer de bekendmaking is mislukt, al was het om redenen onafhankelijk van de wil van de dader. Het middel faalt naar recht. De substantiële en op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Laat de kosten ten laste van de Staat. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door voorzitter ridder Jean de Codt, als voorzitter, en raadsheren Françoise Roggen, Tamara Konsek, Frédéric Lugentz en Ignacio de la Serna, en in openbare terechtzitting van 29 juni 2022 uitgesproken door voorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Michel Nolet de Brauwere, met bijstand van griffier Fabienne Gobert. Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Eric Van Dooren en overgeschreven met assistentie van griffier Kristel Vanden Bossche.