ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220603.1F.2
Détails de la décision
🏛️ Hof van Cassatie
📅
🌐 NL
Matière
Burgerlijk recht
Résumé
De vrijwaringsplicht ingeval van insolventie van de reisorganisator of
de doorverkoper heeft slechts betrekking op de bedragen die werden betaald
voor reisdiensten die begrepen zijn in de pakketreis; derhalve heeft die
zekerheid geen betrekking op annulatieverzekeringsp...
Texte intégral
Nr. C.21.0324.F
P. K.,
Mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie,
tegen
GARANTIEFONDS REIZEN, onderlinge verzekeringsvereniging,
Mr. Paul Lefèbvre, advocaat bij het Hof van Cassatie.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de vrederechter van het vierde kanton Brussel, van 10 februari 2021.
Sectievoorzitter Michel Lemal heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.
II. CASSATIEMIDDEL
De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Middel
Derde onderdeel
Volgens artikel 2 van de wet van 21 november 2017 betreffende de verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten, wordt voor de toepassing van deze wet verstaan onder:
1° reisdienst: a) het passagiersvervoer; b) de accommodatie die niet intrinsiek deel uitmaakt van het passagiersvervoer en die niet voor bewoning is bestemd; c) de verhuur van auto's, andere motorvoertuigen in de zin van artikel 3, punt 11, van richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, of motorrijwielen waarvoor een rijbewijs van categorie A in overeenstemming met artikel 4, lid 3, onder c), van richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs, is vereist; d) elke andere toeristische dienst die niet intrinsiek deel uitmaakt van een reisdienst in de zin van de bepalingen onder a), b) of c);
2° pakketreis: de combinatie van ten minste twee verschillende soorten reisdiensten voor dezelfde reis of vakantie;
3° pakketreisovereenkomst: een overeenkomst inzake de gehele pakketreis of, indien de pakketreis uit hoofde van afzonderlijke overeenkomsten wordt geleverd, alle overeenkomsten die betrekking hebben op de reisdiensten die deel uitmaken van de pakketreis.
Krachtens artikel 5, § 1, van die wet verstrekken de organisator en, wanneer de pakketreis wordt verkocht via een doorverkoper, ook de doorverkoper, aan de reiziger, voordat deze is gebonden door een pakketreisovereenkomst, de informatie vermeld onder de nummers 1° tot 8° van die bepaling, waarbij punt 3° de totaalprijs van de pakketreis betreft, inclusief de belastingen en, indien van toepassing, alle bijkomende vergoedingen, toeslagen en andere kosten, of, wanneer deze redelijkerwijs niet kunnen worden berekend voordat de overeenkomst wordt gesloten, opgave van de soort bijkomende kosten die alsnog voor rekening van de reiziger kunnen zijn, en punt 8°, de inlichtingen over de facultatieve of verplichte verzekeringen die de kosten bij opzegging van de overeenkomst door de reiziger of de kosten van bijstand, met inbegrip van repatriëring bij ongeval, ziekte of overlijden, dekken.
Artikel 8, eerste lid, eerste zin, van voormelde wet bepaalt dat de precontractuele informatie die overeenkomstig artikel 5, § 1, 1°, 3° tot 5° en 7°, aan de reiziger wordt verstrekt, een integraal onderdeel van de pakketreisovereenkomst vormt.
Artikel 54 van die wet bepaalt dat de in België gevestigde organisatoren en doorverkopers zekerheid stellen voor de terugbetaling van alle reeds door of namens reizigers betaalde bedragen voor zover de desbetreffende diensten als gevolg van hun insolventie niet worden verricht.
Krachtens artikel 56 van dezelfde wet dekt de in artikel 54 bedoelde zekerheid de door of namens reizigers betaalde bedragen, rekening houdend met de duur van de periode tussen de aanbetaling en de definitieve betaling, en de uitvoering van de pakketreizen.
Overeenkomstig artikel 3 van het koninklijk besluit van 29 mei 2018 betreffende de bescherming tegen insolventie bij de verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten, worden de zekerheden bedoeld in artikel 54 van de wet gesteld door een verzekeringsovereenkomst aangegaan bij een verzekeringsonderneming die gemachtigd is om dergelijke verrichtingen uit te oefenen.
Krachtens artikel 12 van dat koninklijk besluit dekt de verzekeringsovereenkomst, ingeval van insolventie van een professioneel, de terugbetaling van de bedragen van de reisdiensten die niet kunnen worden verstrekt als gevolg van de insolventie van de professioneel.
Artikel 13, eerste lid, van het voormelde koninklijk besluit bepaalt dat de terugbetaling alle bedragen betreft die de begunstigde aan de professioneel heeft betaald voor de reisovereenkomst wanneer deze geen uitvoering krijgt als gevolg van zijn insolventie of alle betaalde bedragen voor reisdiensten die niet worden geleverd als gevolg van zijn insolventie.
Uit de samenhang tussen die bepalingen volgt dat de vrijwaringsplicht ingeval van insolventie van de reisorganisator of de doorverkoper slechts betrekking heeft op de bedragen die werden betaald voor reisdiensten die begrepen zijn in de pakketreis.
Derhalve heeft die zekerheid geen betrekking op annulatieverzekeringspremies of dossierkosten, die geen reisdiensten vormen.
Het onderdeel dat uitgaat van het tegendeel, faalt naar recht.
[…]
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser tot de kosten.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door sectievoorzitter Christian Storck, als voorzitter, sectievoorzitters Mireille Delange en Michel Lemal, en de raadsheren Sabine Geubel en Maxime Marchandise, en in openbare rechtszitting van 3 juni 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.
Vertaling opgemaakt onder toezicht van sectievoorzitter Geert Jocqué en overgeschreven met assistentie van griffier Elien Van Isterdael.