ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220531.2N.17
Détails de la décision
🏛️ Hof van Cassatie
📅
🌐 NL
Matière
Overige
Texte intégral
Nr. P.22.0668.N – P.22.0689.N
I
N. A. B.,
verzoeker tot verwijzing van een zaak van de ene naar de andere rechtbank,
met als raadslieden mr. Walter Van Steenbrugge en mr. Yasmina El Kaddouri, beiden advocaat bij de balie Gent,
II
P. P. H. N.,
verzoeker tot verwijzing van een zaak van de ene naar de andere rechtbank,
met als raadsman mr. Anne Marie De Clerck, advocaat bij de balie Gent,
in de zaak gekend onder notitienummer BR.25.99.1370/2019 – 2021CO1086 – 2021/V11/001 138 – 2019/PGB/002 990 van
PROCUREUR DES KONINGS TE BRUSSEL
tegen
1. P. N., reeds vermeld,
beklaagde,
2. N. B., reeds vermeld,
beklaagde,
mede inzake
1. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, met kantoor te 1000 Brussel, Waterloolaan 115,
burgerlijke partij,
2. E. M.,
burgerlijke partij.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
De verzoeker I heeft in de zaak P.22.0668.N op 18 mei 2022 ter griffie van het Hof een verzoekschrift ingediend tot onttrekking van de zaak aan het hof van beroep te Brussel overeenkomstig “de artikelen 648 e.v. van het Gerechtelijk Wetboek”. Aangevoerd wordt dat aangezien E.M. zich in de lastens de verzoeker ingestelde strafvervolging burgerlijke partij heeft gesteld en die zaak thans ter beoordeling van dit hof van beroep voorligt, er gewettigde verdenking bestaat ten aanzien van dit hof van beroep in zijn geheel.
De verzoeker II heeft in de zaak P.22.0689.N op 20 mei 2022 ter griffie van het Hof een gelijkluidend verzoekschrift ingediend.
Een eensluidend verklaard afschrift van de beide verzoekschriften is aan dit arrest gehecht.
Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd.
II. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Voeging van de verzoeken
1. In het belang van een goede rechtsbedeling worden de beide verzoeken, die betrekking hebben op eenzelfde strafvervolging en een identieke strekking hebben, gevoegd.
Ontvankelijkheid en gegrondheid van de verzoeken
2. De onttrekking in strafzaken wegens gewettigde verdenking wordt niet geregeld door de artikelen 648, 2° en 650 Gerechtelijk Wetboek, waarnaar de verzoekers verwijzen in hun verzoekschrift, maar wel door de artikelen 542 tot en met 552 Wetboek van Strafvordering.
3. Een belanghebbende partij kan overeenkomstig artikel 542, tweede lid, Wetboek van Strafvordering de verwijzing vorderen van de ene naar de andere rechtbank wegens gewettigde verdenking.
4. De kamer van het Hof die kennis neemt van het cassatieberoep in criminele, correctionele en politiezaken kan bij toepassing van artikel 545, eerste lid, Wetboek van Strafvordering na inzage van het verzoekschrift en van de bewijsstukken onmiddellijk einduitspraak doen wanneer de in het verzoekschrift en de bewijsstukken overgelegde gegevens daartoe volstaan.
5. De in de verzoekschriften en de bewijsstukken overgelegde gegevens laten toe onmiddellijk uitspraak te doen.
6. Uit de aan het Hof overgelegde stukken blijkt dat:
- E.M., die geruime tijd voorzitter was van de Kansspelencommissie, na zijn pensionering als raadsheer in het hof van beroep te Brussel, in datzelfde hof actief is gebleven en blijft als plaatsvervangend magistraat;
- E.M. zich burgerlijke partij heeft gesteld in een thans door het hof van beroep te Brussel te beoordelen strafvervolging lastens twee personeelsleden van het Secretariaat van de Kansspelencommissie die zich zouden schuldig hebben gemaakt aan misdrijven beweerdelijk ten nadele van E.M.
7. De professionele en sociale relaties die bestaan tussen de magistraten van de zetel van eenzelfde rechtscollege kunnen, rekening houdend met het aantal magistraten dat aan het betrokken rechtscollege is verbonden, bij partijen en derden een gewettigde verdenking doen ontstaan over de strikte onpartijdigheid van alle magistraten van dat rechtscollege om uitspraak te doen in een strafvervolging waarin een van hen zich burgerlijke partij heeft gesteld.
De verzoeken zijn gegrond.
Dictum
Het Hof,
Onttrekt de zaak aanhangig bij het hof van beroep te Brussel en er gekend onder het nummer BR.25.99.1370/2019 – 2021CO1086 – 2021/V11/001 138 – 2019/PGB/002 990 aan dit hof van beroep en verwijst deze zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.
Laat de kosten ten laste van de Staat.
Bepaalt de kosten tot op heden op 0 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 31 mei 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.