ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220421.1N.10
Détails de la décision
🏛️ Hof van Cassatie
📅
🌐 NL
Matière
Belastingrecht
Résumé
Behoudens wanneer de wetgever ter zake in bijzondere sancties voorziet,
kan het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs in fiscale zaken slechts
worden geweerd indien de bewijsmiddelen verkregen zijn op een wijze die
zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk ha...
Texte intégral
Nr. F.17.0136.N
BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de algemene administratie BBI, Gewestelijke Directie Gent, met kantoor te 9050 Ledeberg, Gaston Crommenlaan 6, bus 801,
eiser,
vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest,
tegen
1. PUBLIBELGIUM nv, met zetel te 3500 Hasselt, Hellebeemden 16,
2. BC INVEST bv, met zetel te 3550 Heusden-Zolder, Sint-Jobstraat 183,
3. VERVIMO nv, met zetel te 3500 Hasselt, Hellebeemden 16,
4. VERVIMO 2 nv, met zetel te 3500 Hasselt, Hellebeemden 16,
5. FAMINVESTING bv, met zetel te 3500 Hasselt, Hellebeemden 16,
6. J. P. N.,
7. T. N.,
8. K. N.,
9. C. S.,
verweerders,
vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerders woonplaats kiezen.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 13 juni 2017.
Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd.
II. CASSATIEMIDDELEN
De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.
III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
(…)
Tweede middel
Eerste onderdeel
(…)
Gegrondheid
1. De fiscale wetgeving bevat geen algemene bepaling die het gebruik verbiedt van onrechtmatig verkregen bewijs voor het vaststellen van een belastingschuld en zo, daartoe gronden aanwezig zijn, voor het opleggen van een verhoging of een boete.
Het gebruik door de administratie van onrechtmatig verkregen bewijs dient te worden getoetst aan de beginselen van behoorlijk bestuur en het recht op een eerlijk proces.
Behoudens wanneer de wetgever ter zake in bijzondere sancties voorziet, kan het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs in fiscale zaken slechts worden geweerd indien de bewijsmiddelen verkregen zijn op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht dat dit gebruik onder alle omstandigheden als ontoelaatbaar moet worden geacht, of indien dit gebruik het recht van de belastingplichtige op een eerlijk proces in het gedrang brengt.
De rechter kan bij die afweging onder meer rekening houden met één of meer van volgende omstandigheden: het zuiver formeel karakter van de onregelmatigheid, de weerslag ervan op het recht of de vrijheid die door de overschreden norm worden beschermd, het al dan niet opzettelijk karakter van de door de overheid begane onrechtmatigheid en de omstandigheid dat de ernst van de inbreuk veruit de begane onrechtmatigheid overstijgt.
2. Overeenkomstig artikel 63, eerste lid, Btw-wetboek moet eenieder die een economische activiteit uitoefent, aan de ambtenaren die bevoegd zijn om de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde te controleren en in het bezit zijn van hun aanstellingsbewijs, op elk tijdstip en zonder voorafgaande verwittiging, vrije toegang verlenen tot de ruimten waar de activiteit wordt uitgeoefend teneinde hen in staat te stellen:
1° de boeken en stukken te onderzoeken die zich aldaar bevinden;
2° door middel van de gebruikte uitrusting en met de bijstand van de betrokkene de betrouwbaarheid na te gaan van de geïnformatiseerde inlichtingen, gegevens en bewerkingen, door onder meer de voorlegging ter inzage te vorderen van stukken die in het bijzonder zijn opgesteld om de op informatiedragers geplaatste gegevens om te zetten in een leesbare en verstaanbare vorm;
3° de aard en de belangrijkheid vast te stellen van de aldaar uitgeoefende werkzaamheid en van het daarvoor aangestelde personeel, alsook van de aldaar aanwezige koopwaren en goederen, met inbegrip van de productie- en vervoermiddelen.
Overeenkomstig artikel 63, tweede lid, Btw-wetboek moeten als ruimten waar een activiteit wordt uitgeoefend onder meer worden beschouwd de burelen, de fabrieken, de werkplaatsen, de opslagplaatsen, de bergplaatsen, de garages alsmede de als fabriek, werkplaats of opslagplaats gebruikte terreinen.
Overeenkomstig artikel 63, derde lid, Btw-wetboek mogen die ambtenaren met hetzelfde doel eveneens op elk tijdstip, zonder voorafgaande verwittiging, vrij binnentreden in alle gebouwen, werkplaatsen, inrichtingen, lokalen of andere plaatsen die niet in het vorige lid zijn bedoeld en waar in dit Wetboek bedoelde handelingen verricht of vermoedelijk worden verricht. Tot particuliere woningen of bewoonde lokalen hebben zij evenwel slechts toegang tussen vijf uur ’s morgens en negen uur ’s avonds en uitsluitend met de machtiging van de politierechter.
3. Overeenkomstig artikel 319, eerste lid, WIB92 zijn natuurlijke of rechtspersonen gehouden aan de ambtenaren van de administratie, voorzien van hun aanstellingsbewijs en belast met het verrichten van een controle of een onderzoek betreffende de toepassing van de inkomstenbelastingen, tijdens de uren dat er een werkzaamheid wordt uitgeoefend, vrije toegang te verlenen tot de beroepslokalen of de lokalen waar rechtspersonen hun werkzaamheden uitoefenen, zoals kantoren, fabrieken, werkplaatsen, werkhuizen, magazijnen, bergplaatsen, garages of tot hun terreinen welke als werkplaats, werkhuis of opslagplaats van goederen dienst doet, teneinde aan die ambtenaren enerzijds de mogelijkheid te verschaffen de aard en de belangrijkheid van de bedoelde werkzaamheden vast te stellen en het bestaan, de aard en de hoeveelheid na te gaan van de voorraden en voorwerpen van alle aard die personen er bezitten of er uit enigen hoofde onder zich hebben, met inbegrip van de installaties en het rollend materieel en anderzijds de bovenbedoelde ambtenaren in staat te stellen om alle boeken en bescheiden die zich in de voornoemde lokalen bevinden, te onderzoeken.
Overeenkomstig artikel 319, tweede lid, WIB92 mogen de ambtenaren van de administratie, voorzien van hun aanstellingsbrief, wanneer zij met dezelfde taak belast zijn, vrije toegang eisen tot alle andere lokalen, gebouwen, werkplaatsen of terreinen die niet bedoeld zijn in het eerste lid en waar werkzaamheden verricht of vermoedelijk verricht worden. Tot particuliere woningen of bewoonde lokalen hebben zij evenwel alleen toegang tussen vijf uur ’s morgens en negen uur ’s avonds en met machtiging van de rechter in de politierechtbank.
Artikel 319, derde lid, WIB92 bepaalt dat die ambtenaren, voorzien van hun aanstellingsbewijs, door middel van de gebruikte uitrusting en met de bijstand van de personen als vermeld in artikel 315bis, derde lid, de betrouwbaarheid mogen nagaan van de geïnformatiseerde inlichtingen, gegevens en bewerkingen, door inzonderheid de voorlegging ter inzage te vorderen van stukken die in het bijzonder zijn opgesteld om de op informatiedragers geplaatste gegevens om te zetten in een leesbare en verstaanbare vorm.
4. Noch artikel 63 Btw-wetboek, noch artikel 319 WIB92, noch enige andere bepaling, voorziet in een sanctie wanneer de belastinginspectie zonder wettig gemotiveerde machtiging van de politierechter de woning of bewoonde lokalen betreedt en aldaar bewijsstukken verzamelt.
Het gebruik van het met schending van het voorschrift van voornoemde wetsbepalingen verkregen bewijs is derhalve niet per definitie uitgesloten, maar dient te worden getoetst aan de beginselen van behoorlijk bestuur en het recht op een eerlijk proces.
5. De appelrechters stellen vast en oordelen dat:
- de belastingadministratie niet op wettige of regelmatige wijze toegang heeft gekregen tot de bewoonde lokalen;
- de belastingadministratie zonder de vereiste machtiging de stukken uit de woningen niet kon meenemen;
- het enige logische gevolg van die beoordeling is dat de belastingadministratie die stukken niet kan aanwenden voor de vestiging van een navordering inzake btw of directe belastingen;
- de wet duidelijk is en de onregelmatigheid bovendien niet louter een relatieve formaliteit betreft, maar het ontbreken van een wettelijk vereiste voorwaarde, zodat er geen redenen zijn om tegen de voldoende duidelijke tekst van de wet de “antigoontoets in fiscalibus” toe te passen.
6. Door aldus te oordelen dat het onrechtmatig verkregen bewijs niet mag worden gebruikt zonder het gebruik ervan te toetsen aan de beginselen van behoorlijk bestuur en het recht op een eerlijk proces, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht.
Het onderdeel is gegrond.
Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.
Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, Koenraad Moens en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 21 april 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende.