ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220329.2N.28
Détails de la décision
🏛️ Hof van Cassatie
📅
🌐 NL
Matière
Overige
Résumé
Aan het principe van de eentaligheid van een akte wordt geen afbreuk gedaan
door het letterlijk citeren van het in de andere taal vermelde opschrift
op de verpakking van een voorwerp waarnaar in die akte wordt verwezen;
aan dat principe wordt evenmin afbreuk gedaan indi...
Texte intégral
Nr. P.22.0390.N
M A,
inverdenkinggestelde, aangehouden,
eiser,
met als raadslieden Jesse Van den Broeck en mr. Alexander Van Heeschvelde, beiden advocaat bij de balie Gent.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 17 maart 2022.
De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.
Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd.
II. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste middel
1. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 47bis Wetboek van Strafvordering, de artikelen 21 en 23, 4°, Voorlopige Hechteniswet en de artikelen 8.1, 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek: het arrest dat de raadkamerbeschikking bevestigt niettegenstaande de onregelmatigheid van het bevel tot aanhouding is niet naar recht verantwoord; het aanhoudingsbevel neemt als ernstige aanwijzing van schuld in aanmerking het oordeel dat de eiser aan de controlerende politiediensten meedeelde dat hij de Dacia Dokker mocht gebruiken van E.J.M. uit Wemmel die de nieuwe eigenaar was en deze had gekocht van D.S., terwijl dit niet blijkt uit het proces-verbaal 100265/2022; uit dat proces-verbaal blijkt wel dat hij het voertuig mocht gebruiken van E.J.M. uit Wemmel en dat E.J.M. uit Wemmel het voertuig had overgekocht van D.S.; aldus wordt de bewijskracht van dit proces-verbaal miskend; het arrest beantwoordt niet het verweer dat de eiser daarover in zijn appelconclusie heeft aangevoerd; het arrest oordeelt ten onrechte dat een mededeling in het kader van een controle geen verhoor is als verdachte; om uit te maken of er een recht op bijstand van een advocaat is, moet de rechter rekening houden met de werkelijke inhoud van de gestelde vragen en de afgelegde verklaringen.
2. In zoverre het middel is gericht tegen het bevel tot aanhouding en niet tegen het arrest, is het niet ontvankelijk.
3. Het proces-verbaal 100265/2022 bevat de volgende vermeldingen:
“Brengen ter kennis van uw ambt dat wij van de collega’s van de lokale politie te BRUSSEL hebben vernomen dat hun diensten op 06/01/2022 om 08.50 uur op de Renaissancelaan zijn overgegaan tot de controle van de DACIA DOKKER – 2AGS548.
De bestuurder betrof [de eiser] (…)
Hij wenste in eerste instantie de naam van de nieuwe eigenaar van dit voertuig niet mee te delen. Deze zou gebruik maken van een buitenlands oproepnummer. Naar aanleiding van deze politiecontrole trachtte betrokkene hem van op de plaats van deze controle telefonisch te contacteren.
Na aandringen deelde [de eiser] mee dat dit E.J.M. (…) betreft – gebruiker van het oproepnummer (…). Deze zou het voertuig hebben overgekocht van D.S.
Na contact met de controlerende politieploeg vernemen wij tevens dat [de eiser] deze auto van E.J.M. mocht gebruiken om mee naar zijn werk te rijden.”
4. Het arrest (p. 11) oordeelt door overname van de redenen van de vordering van de procureur-generaal (p. 6) als volgt: “Zo werd deze Dacia Dokker op 05/01/2022 nog gebruikt om twee voertuigen Lexus te stelen in Wemmel en Dilbeek. [De eiser] werd met deze Dacia Dokker te Brussel gecontroleerd op 06/01/2022 om 08.50 uur. Aan de controlerende politiemensen deelde hij mee dat hij deze Dacia Dokker mocht gebruiken van E.J.M. uit Wemmel die de nieuwe eigenaar was en deze had aangekocht van D.S.”. Met dat oordeel geeft het arrest van dit proces-verbaal een uitlegging die niet onverenigbaar is met de bewoordingen ervan en verwerpt het bovendien eisers verweer op dit punt.
In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
5. Een verhoor in de zin van artikel 47bis Wetboek van Strafvordering is een geleide ondervraging over misdrijven die aan een in dat artikel bedoelde persoon ten laste kunnen worden gelegd door een daartoe bevoegde ambtenaar geacteerd in een proces-verbaal in het kader van een opsporings- of gerechtelijk onderzoek, met als doel de waarheid te vinden. Dat artikel is niet van toepassing op verklaringen of aanwijzingen van een persoon die op zijn gedrag of situatie wordt aangesproken door een daartoe bevoegde ambtenaar, wiens interpellatie enkel bedoeld is om zich een juist beeld van de vastgestelde feiten te vormen.
6. In zoverre het middel aanvoert dat het arrest bij de beoordeling of de mededeling van de eiser aan de controlerende Brusselse politieambtenaren een verhoor is in de zin van artikel 47bis Wetboek van Strafvordering, heeft nagelaten andere gegevens te betrekken uit het strafdossier dan het proces-verbaal zelf, zonder die andere gegevens te preciseren, is het bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
7. In zoverre het middel aanvoert dat het arrest bij die beoordeling rekening diende te houden met de werkelijke inhoud van de gestelde vragen en afgelegde verklaringen, verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en is het niet ontvankelijk.
8. Het arrest (p. 11) oordeelt door overname van de redenen van de vordering van de procureur-generaal (p. 3) dat de mededeling die de eiser in het kader van een controle heeft gedaan geen verhoor als verdachte betreft. Aldus verantwoordt het arrest naar recht de beslissing dat de eiser ten onrechte een schending aanvoert van artikel 6 EVRM en artikel 47bis Wetboek van Strafvordering.
In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
Tweede middel
9. Het middel voert schending aan van artikel 40 Taalwet Gerechtszaken: het arrest laat spijts de aanvoering ter zake in eisers appelconclusie na het bevel tot aanhouding en het proces-verbaal 102079/22 nietig te verklaren; het bevel tot aanhouding bevat de volgende passage: “Bij de huiszoeking op zijn adres werd op zijn kamer een nog verpakt elektronisch toestel gevonden: Car remote control Keyless entry system”; het proces-verbaal 102079/22 bevat de volgende passages: “car remote control keyless entry kit; een “car remote control Keyless entry system” en “aftermarket”.
10. Het uit het Engels afkomstige woord “aftermarket” is opgenomen in de klassieke Nederlandstalige woordenboeken en behoort tot de Nederlandse taal.
In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
11. Aan het principe van de eentaligheid van een akte wordt geen afbreuk gedaan door het letterlijk citeren van het in de andere taal vermelde opschrift op de verpakking van een voorwerp waarnaar in die akte wordt verwezen. Aan dat principe wordt evenmin afbreuk gedaan indien de anderstalige aanduiding van een voorwerp wordt gevolgd door een uiteenzetting in het Nederlands betreffende de functie van dat voorwerp, waardoor de betekenis van de anderstalige gezegdes duidelijk is.
In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
12. Het arrest (p. 11) oordeelt met verwijzing naar de vordering van de procureur-generaal (p. 3) dat er absoluut geen sprake kan zijn van een schending van de Taalwet, aangezien het enkel de letterlijke overname betreft van wat op een verpakking is vermeld (“Car remote control Keyless entry system”) en na de gebruikte term de functie in het Nederlands wordt uiteengezet (“afstandsbediening voor voertuigen – functie: openen en sluiten van deuren, koffer en ramen” en “Eens geïnstalleerd in een voertuig kan men hiermee, met de bijgeleverde sleutels, steeds de deuren weer openen”), wat als een vertaling kan worden beschouwd. Aldus is de verwerping van eisers aanvoering dat de Taalwet Gerechtszaken is geschonden naar recht verantwoord.
In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
Ambtshalve onderzoek
13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser tot de kosten.
Bepaalt de kosten op 87,51 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 29 maart 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant.