Aller au contenu principal

ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220104.2N.2

Détails de la décision

🏛️ Hof van Cassatie 📅 🌐 NL

Matière

Overige - Internationaal publiekrecht - Strafrecht

Texte intégral

Nr. P.21.1017.N C M, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Karen Verhuizen, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen 1. F D, in eigen naam en in zijn hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van L D, 2. I K, in eigen naam en in haar hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordigster van L D, burgerlijke partijen, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 30 juni 2021. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel 1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging: met het oordeel dat het horen op de rechtszitting van de deskundige een voldoende compenserende maatregel inhoudt voor de omstandigheid dat het deskundigenonderzoek niet op tegenspraak is verlopen, verantwoordt het arrest de beslissing niet naar recht dat het recht op een eerlijk proces van de eiseres niet werd miskend; de eiseres had geen inzage van de medische verslagen en stukken waarop de deskundige zich heeft gebaseerd en werd niet in de gelegenheid gesteld om hiervan met een technisch raadsman, namelijk een (kinder)neuroloog, kennis te nemen; de omstandigheid dat de deskundige in zijn verslag de essentiële medische bevindingen van die verslagen en stukken letterlijk heeft geciteerd en volgens de appelrechters een voldoende onderbouwd verslag heeft opgesteld, volstaat niet om het recht van de eiseres op een eerlijk proces te waarborgen; de eiseres heeft immers op geen enkele manier de gelegenheid gehad om de inhoud van de niet-toegankelijke medische dossiers te toetsen of tegen te spreken, en dit terwijl het deskundigenverslag uitsluitend op de inhoud van die medische dossiers is gebaseerd; de gerechtsdeskundige heeft L.D. zelf nooit onderzocht en beschikt als patholoog niet over de juiste specialiteit, namelijk deze van kinderneuroloog; de verklaringen die de deskundige aflegde op de rechtszitting, vallen bovendien niet te rijmen met de inhoud van zijn deskundigenverslag, met name wat het tijdstip van de feiten betreft. 2. Het feit dat een partij niet heeft kunnen deelnemen aan een door de onderzoeksrechter bevolen deskundigenonderzoek met betrekking tot de strafvordering, houdt als zodanig geen schending in van artikel 6 EVRM noch miskenning van het recht van verdediging. De eerbiediging van die bepaling en dat recht kan in beginsel immers worden gewaarborgd bij de behandeling van de zaak voor de vonnisrechter, voor wie de partijen dat verslag vrij moeten kunnen betwisten en tegenspreken. 3. De rechter oordeelt onaantastbaar of er voor het gebrek aan tegenspraak bij een deskundigenonderzoek voldoende compenserende factoren zijn waardoor de partijen het verslag en de bevindingen van de deskundige vrij hebben kunnen betwisten en tegenspreken. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen wettig heeft kunnen afleiden dat het recht van verdediging al dan niet werd gerespecteerd. 4. Wanneer het oordeel van de rechter over de schuld aan een misdrijf op een doorslaggevende wijze op een niet op tegenspraak gevoerd deskundigenonderzoek is gebaseerd, dient de rechter na te gaan of het recht van verdediging van de partijen met betrekking tot dat deskundigenonderzoek daadwerkelijk werd gewaarborgd en er geen afbreuk werd gedaan aan hun recht op een eerlijk proces, met name of de partijen op een relevante wijze kritiek hebben kunnen formuleren op de inhoud van het deskundigenverslag. Bij die beoordeling kan de rechter rekening houden met de omstandigheid dat de partijen of hun technische raadslieden kennis konden nemen van de stukken waarop de deskundige zich heeft gebaseerd, alsook met de omstandigheid dat de deskundige als getuige op de rechtszitting werd gehoord en de partijen de mogelijkheid hadden om bij die gelegenheid aan de deskundige de vragen te stellen die zij nodig achtten. 5. Het recht op een eerlijk proces vereist dat, wanneer een medisch deskundigenonderzoek met betrekking tot het bestaan van en de schuld aan een misdrijf op een doorslaggevende wijze is gebaseerd op stukken die aan de deskundige werden bezorgd, de partijen de mogelijkheid moeten hebben de inhoud van die stukken te beoordelen en te toetsen aan het deskundigenverslag, in voorkomend geval via eigen technische raadslieden die zelf drager zijn van het medisch beroepsgeheim. 6. Uit het arrest en de overige stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de eiseres werd vervolgd wegens het opzettelijk toebrengen van slagen en verwondingen aan een kind (“shaken baby”), met de verzwarende omstandigheden dat die slagen of verwondingen een ongeneeslijk lijkende ziekte of een blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid tot gevolg hebben gehad en dat de feiten werden gepleegd op een minderjarige door een persoon die er de bewaring over had; - tijdens het gerechtelijk onderzoek aan de gerechtsdeskundige medische dos¬siers en verslagen ter beschikking werden gesteld, op grond waarvan de gerechtsdeskundige tot de conclusie kwam dat er geen andere medische ver¬klaring kon worden gevonden voor de subdurale en retinale bloedingen en de diffuse axonale schade dan dat deze veroorzaakt werden door een shaken baby – trauma; - de deskundige zich uitsluitend heeft gebaseerd op de voormelde dossiers en stukken die hem werden meegedeeld; - het deskundigenonderzoek niet op tegenspraak werd gevoerd; - de deskundige door de appelrechters als getuige onder eed werd gehoord op de rechtszitting; - de eiseres voor de appelrechters heeft aangevoerd dat haar recht op een eerlijk proces werd miskend omdat zij nooit inzage heeft gekregen van de medische dossiers en stukken waarop de deskundige zijn verslag heeft gebaseerd, dat het in strijd zou zijn met artikel 6 EVRM om haar op basis van het deskundigenverslag te veroordelen, ook al werd de deskundige gehoord op de rechtszitting, en dat zij in de gelegenheid moet worden gesteld om met een technisch raadsman, met name een neuroloog, inzage te nemen in die medische dossiers en stukken om inhoudelijk tegenspraak te kunnen voeren. 7. De appelrechters verklaren de eiseres schuldig aan de haar ten laste gelegde feiten en baseren die schuldigverklaring op een doorslaggevende wijze op het deskundigenverslag. Volgens de appelrechters kan uit het gebrek aan tegenspraak bij het deskundigenonderzoek geen miskenning van het recht van de eiseres op een eerlijk proces worden afgeleid, en dit gelet op de volgende redenen: - er is sprake van compenserende factoren, waarbij het horen op de rechtszitting van de deskundige in elk geval het gebrek aan tegenspraak tijdens het gerechtelijk onderzoek compenseerde; - de gerechtsdeskundige heeft zijn opdracht nauwgezet en eerlijk uitgevoerd en heeft een meer dan voldoende onderbouwd verslag opgesteld, waarbij het verwijt dat hij het kind nooit heeft gezien noch onderzocht geen doel treft daar hij meer dan anderhalf jaar na de feiten werd aangesteld om de oorzaak van de letsels bij het kind te bepalen en hij zich noodzakelijk diende te baseren op medische verslagen van de toen behandelende artsen; - de omstandigheid dat de eiseres geen inzage kon nemen van de door de deskundige opgesomde medische verslagen en beeldvorming doet geen afbreuk aan de bewijswaarde van het deskundigenonderzoek en is niet in strijd met het recht op een eerlijk proces omdat de deskundige bij zijn beoordeling de essentiële medische bevindingen van de behandelende artsen letterlijk citeerde; - het recht op een eerlijk proces vereist niet dat moet worden ingegaan op het verzoek van de eiseres om een nieuw deskundigenonderzoek te bevelen. 8. Op grond van de aangehaalde redenen kan het arrest niet wettig oordelen dat het feit dat de eiseres geen inzage heeft kunnen nemen van de medische dossiers en stukken waarop de gerechtsdeskundige zijn verslag heeft gebaseerd, werd gecompenseerd door het horen van de deskundige op de rechtszitting en door het letterlijk citeren van de voor zijn beoordeling essentiële medische bevindingen in het deskundigenverslag, en dat bijgevolg het recht van de eiseres op een eerlijk proces niet werd miskend. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Overige grieven 9. De grieven kunnen niet leiden tot cassatie zonder verwijzing en behoeven bijgevolg geen antwoord. Omvang van de cassatie 10. De voormelde onwettigheid leidt tot de vernietiging van de beslissing van het arrest op de strafvordering en van de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering, ook al is het cassatieberoep van de eiseres daartegen wegens voorbarigheid deels niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 4 januari 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.