Aller au contenu principal

ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211209.1N.1

Détails de la décision

🏛️ Hof van Cassatie 📅 🌐 NL

Matière

Overige

Résumé

In een geschil voor de gerechten van eerste aanleg waarvan de zetel in het arrondissement Brussel is gevestigd, heeft de verweerder van wie niet blijkt dat hij een toereikende kennis heeft van de taal van de gedinginleidende akte, een rechtmatig belang bij een tijdige v...

Texte intégral

Nr. C.21.0066.N 1. RAZOR RISK GmbH, vennootschap naar Duits recht, met zetel te 60306 Frankfurt am Main (Duitsland), Bockenheimer Landstrasse 2-4, 16de verdieping, 2. PARABELLUM INVESTMENTS (LUXEMBOURG) sarl, vennootschap naar Luxemburgs recht, met zetel te 1882 Luxembourg (Groothertogdom Luxemburg), Rue Guillaume J. Kroll 12 C, 3. R. C., eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen O. Y., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank, zetelend in verenigde vergadering, van de Nederlandstalige en de Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 11 januari 2021. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling 1. Krachtens artikel 4, § 1, Taalwet Gerechtszaken wordt het taalgebruik voor de rechtspleging in betwiste zaken voor de gerechten van eerste aanleg waarvan de zetel in het arrondissement Brussel is gevestigd, geregeld als volgt: - de gedinginleidende akte wordt in het Frans gesteld indien de verweerder woonachtig is in het Frans taalgebied; - de gedinginleidende akte wordt in het Nederlands gesteld indien de verweerder woonachtig is in het Nederlands taalgebied; - de gedinginleidende akte wordt, naar keuze van de eiser, in het Frans of het Nederlands gesteld indien de verweerder woonachtig is in een gemeente van de Brusselse agglomeratie of geen gekende woonplaats in België heeft; - de rechtspleging wordt voortgezet in de taal van de gedinginleidende akte, tenzij de verweerder, voor alle verweer en alle exceptie, zelfs van onbevoegdheid, vraagt dat de rechtspleging in de andere taal wordt voortgezet. Krachtens artikel 4, § 2, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken doet de rechter meteen uitspraak en kan hij weigeren op voormelde vraag in te gaan indien uit de elementen van de zaak blijkt dat de verweerder een toereikende kennis heeft van de taal van de gedinginleidende akte. 2. Uit voormelde wetsbepaling volgt dat de rechter moet ingaan op een tijdige vraag tot taalwijziging van de verweerder, tenzij blijkt dat hij een toereikende kennis heeft van de taal van de gedinginleidende akte. De verweerder van wie niet blijkt dat hij een toereikende kennis heeft van de taal van de gedinginleidende akte, heeft bijgevolg een rechtmatig belang bij een vraag tot taalwijziging. 3. De rechters die vaststellen dat niet blijkt dat de verweerder een toereikende kennis heeft van de taal van de gedinginleidende akte en vervolgens oordelen dat de verweerder niet moet bewijzen dat hij een rechtmatig belang heeft bij zijn vraag tot taalwijziging, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 1.253,28 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 9 december 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Mike Van Beneden.