Aller au contenu principal

ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210129.1N.6

Détails de la décision

🏛️ Hof van Cassatie 📅 🌐 NL

Matière

Belastingrecht

Résumé

De administratieve beslissing waarmee de administratieve geldboete bedoeld in de artikelen 70, § 1, en 72 Btw-wetboek wordt opgelegd, is noodzakelijk voor de totstandkoming van zulke boete; hieruit volgt dat de rechter die een dwangbevel nietig verklaart omdat het de be...

Texte intégral

Nr. F.18.0169.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur van de Algemene Administratie van de fiscaliteit, KMO Centrum Aalst – Expertise 2, met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie Brussel, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest, tegen Ivan REYNS, advocaat, met kantoor te 9120 Beveren-Waas, Grote Baan 68, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van: - RENTAL TRADE AND SERVICES vof, met zetel te 9150 Kruibeke, Rupelmondestraat 147, - I. D’H., - D. B., verweerder, met als raadsman mr. Ward Robben, advocaat bij de balie Limburg, met kantoor te 3510 Hasselt (Kermt), Heerstraat 1. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Gent van 28 februari 2017 en 20 februari 2018. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 22 september 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel 1. De fiscale wet raakt de openbare orde. Behoudens wanneer de administratieve akte noodzakelijk is voor de totstandkoming van de belastingschuld, dient de rechter bijgevolg, ongeacht de nietigheid van de administratieve akte, zelf in feite en in rechte te beslissen over het bestaan van de belastingschuld wanneer hij daartoe wordt uitgenodigd door de vorderingen die door de partijen worden gesteld. 2. Krachtens de artikelen 70, § 1, en 72 Btw-wetboek, wordt voor iedere overtreding van de verplichting de belasting te voldoen, een administratieve geldboete opgelegd gelijk aan het dubbele van de ontdoken of niet-tijdig betaalde belasting. De administratieve beslissing waarmee de administratieve geldboete wordt opgelegd, is noodzakelijk voor de totstandkoming van zulke boete. 3. Hieruit volgt dat de rechter die een dwangbevel nietig verklaart omdat het de belastingplichtige onwettig een btw-geldboete oplegde, niet zelf kan oordelen over het verschuldigd zijn van de administratieve geldboete. Het onderdeel dat uitgaat van het tegendeel, berust op een onjuiste rechtsopvatting en faalt bijgevolg naar recht. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 500,85 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, Koenraad Moens en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 29 januari 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende.